Velp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 6 Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Laagland Archeologie Rapport 670
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase
Hogeweg 1-3, Velp, gemeente Rheden (GD)
februari 2022 Versie 2.1 (concept)
In opdracht van:
Buro SRO
7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 670
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden (GD) Auteur: Jeroen Wijnen en Leon Theelen
In opdracht van: Buro SRO
Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie
Status rapport: concept
Controle: J. de Gruil Autorisatie: J. Wijnen
ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo
E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418
© Laagland Archeologie BV, Almelo, februari 2022 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
v3
Samenvatting Laagland Archeologie heeft in juni 2021 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Hogeweg 1-3 te Velp. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande sloop van bestaande bebouwing en de bouw van nieuwe woningen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de perioden Midden-Paleolithicum tot Vroeg-Neolithicum, en een hoge archeologische verwachting voor Midden-Neolithicum tot Nieuwe Tijd. Het plangebied ligt vanwege de onmiddellijke nabijheid van een beekdal in een gradīëntzone die waarschijnlijk favoriet was bij jagers-verzamelaars. Omdat het plangebied waarschijnlijk lange tijd in gebruik was als bouwland, is het de vraag of het natuurlijke bodemprofiel dat voor de ontginning van het terrein aanwezig moet zijn geweest intact is.
Om die reden is de archeologische verwachting voor Midden-Paleolithicum tot VroegNeolithicum middelhoog, terwijl de archeologische verwachting voor latere perioden hoog is. Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans groot dat het plangebied archeologische sporen bevat. Algemeen is onder een aantal opgebrachte lagen en een dikke A-horizont een onverstoorde opbouw aangetroffen op 150 cm -mv (16,70 tot 16,81 m +NAP). Omdat het er geen door bodemvorming ontstane horizonten zijn aangetroffen in de natuurlijke ondergrond (AC-profiel) kan de archeologische verwachting voor de periode Midden-Paleolithicum tot Vroeg-Neolithicum naar beneden worden bijgesteld. Voor archeologische resten vanaf het Midden-Neolithicum geldt echter een hoge archeologische verwachting. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems) als de bodemingrepen dieper reiken dan 120 cm -mv (17,10 m +NAP).
Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).1
1
Borsboom e.a. 2012.
De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Rheden, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer J. Habraken. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.
Samenvatting ___________________________________________________ 3 1 Inleiding ____________________________________________________ 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Aanleiding onderzoek______________________________________________ 6 Afbakening plan- en onderzoeksgebied ________________________________ 6 Administratieve gegevens __________________________________________ 7 Huidige situatie en toekomstig gebruik ________________________________ 9 Geplande verstoring _____________________________________________ 10 Gemeentelijk beleid ______________________________________________ 10 Onderzoeksdoel _________________________________________________ 10
2 Inventarisatie _______________________________________________ 13 2.1 2.2 2.3
Inleiding_______________________________________________________ 13 Landschappelijke ontwikkeling _____________________________________ 13 Archeologie ____________________________________________________ 14
2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.3.6 2.3.7 2.4
Bekende archeologische waarden _________________________________ 14 Waarnemingen _______________________________________________ 14 AMK-terreinen ________________________________________________ 15 Gemeentelijke verwachtingskaart _________________________________ 15 Eerder archeologisch onderzoek __________________________________ 16 Provinciale kennisagenda Gelderland ______________________________ 17 Kaart provincie Gelderland ______________________________________ 17
Historie _______________________________________________________ 18
2.4.1
Tweede Wereldoorlog __________________________________________ 25
3 Conclusie en verwachtingsmodel _________________________________ 28 3.1 3.2 3.3
Beantwoording verplichte onderzoeksvragen (bureauonderzoek) ___________ 28 Conclusie ______________________________________________________ 30 Verwachtingsmodel ______________________________________________ 30
4 Veldonderzoek _______________________________________________ 32 4.1 4.2 4.3
Beschrijving onderzoeksmethodiek __________________________________ 32 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling ________________ 33 Resultaten: archeologie ___________________________________________ 34
5 Conclusie en verwachting ______________________________________ 35 6 Selectieadvies _______________________________________________ 37 Literatuur _____________________________________________________ 38 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus __________________________________________ 40 BIJLAGE 2 Archeologische perioden________________________________ 41 BIJLAGE 3 Aanvullende eisen voor bureauonderzoek, regio Arnhem ______ 42 BIJLAGE 4 Niet-toegankelijke delen voor veldonderzoek _______________ 44 BIJLAGE 5 Geomorfologische kaart ________________________________ 45 BIJLAGE 6 Actueel Hoogtebestand Nederland ________________________ 46 BIJLAGE 7 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ____________ 47 BIJLAGE 8 Gemeentelijke archeologische beleidskaart _________________ 48 BIJLAGE 9 Gemeentelijke verwachtingskaart Tweede Wereldoorlog _______ 49 BIJLAGE 10 Bodemkaart ________________________________________ 50 BIJLAGE 11 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen _____ 51 BIJLAGE 12 Boorpuntenkaart veldonderzoek ________________________ 52 BIJLAGE 13 Boorstaten veldonderzoek _____________________________ 53 BIJLAGE 14 Verklarende woordenlijst ______________________________ 56
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
1I
NLEIDING
1.1 AANLEIDING ONDERZOEK De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande sloop van bestaande bebouwing en de bouw van nieuwe woningen aan de Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden (GD). Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Rheden heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.
1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED Het plangebied betreft de Hogeweg 1-3 in Velp, gemeente Rheden (GD), zie onderstaande afbeelding.
6
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Het plangebied heeft een omvang van ca. 1326 m2. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.
1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie
Gelderland
Gemeente
Rheden
Plaats
Velp
Beheerder/eigenaar grond
Dhr. M. Greuters
Toponiem
Hogeweg 1-3
Kadastrale perceelnummer(s)2
VEL01 - I – 603 en 1270
Laagland Archeologie projectnummer
VEHO211
Datum conceptrapportage
13-7-2021
Datum definitief rapport XY-coördinaten
NW: 195559/445571 NO: 195579/445529
2
www.kadastralekaart.com 7
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
ZO: 195567/445528 ZW: 195568/445527 Kaartblad
40B
Oppervlakte/lengte Plangebied Datering
1326 m2
Complextype
Bewoning (incl. verdediging)
Onderzoeksmeldingsnr.
5078647100
AMK-terrein
n.v.t.
Vondstmeldingsnr.
n.v.t.
Type onderzoek
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase
Datum begin veldonderzoek
14-6-2021
Datum eind veldonderzoek
14-6-2021
Opdrachtgever
Buro SRO
Goedkeuring bevoegde overheid
nog niet beoordeeld
Bevoegde overheid
Gemeente Rheden
Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie
de heer J. Habraken
3
Uitvoerder
Projectleider/opsteller onderzoek
Midden-Paleolithicum tot Nieuwe tijd
Provinciaal Depot voor Bodemvondsten van Gelderland E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 40 61 85 50 Jeroen Wijnen jeroen.wijnen@laaglandarcheologie.nl
Tabel 1. Objectgegevens.
3
www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 8
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied is momenteel grotendeels bebouwd, het resterende deel is betegeld of in gebruik als parkeerplaats. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.4 Volgens het Bodemloket bevond zich het voormalig tankstation Visjager binnen het plangebied.5 In de ondergrond van (waarschijnlijk) het zuidelijk deel van het plangebied hebben brandstoftanks in de grond gezeten. Deze locatie is rond 2000 gesaneerd. Er wordt na de sanering de (rest)verontreiniging gemonitord om deze te beheersen en te beheren. Er zijn zes woningen met een berging in een rij gepland. Verder is er een ontsluitingsweg met zes parkeerplaatsen voorzien. Bij de toekomstige nieuwbouw is geen onderkeldering gepland, welk type fundering is gepland is nog in dit stadium nog niet bekend. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.
Afbeelding 2. Huidige situatie (links) en nieuwe situatie (rechts).
4 5
Gemeentelijke monumentenlijst. www.bodemloket.nl 9
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
1.5 GEPLANDE VERSTORING De ingrepen vinden plaats binnen het plangebied. De diepte van de geplande verstoring reikt vermoedelijk overwegend niet dieper dan ongeveer 100 cm –mv. Rioleringsbuizen kunnen dieper aangelegd worden.
1.6 GEMEENTELIJK BELEID
In het bestemmingsplan Archeologie gemeente Rheden ligt het plangebied in een zone met dubbelbestemming waarde archeologie 2 met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde (artikel 4 waarde). Archeologisch onderzoek is vereist indien de omvang van de geplande bodemingrepen groter is dan 250 m² of meer dan 30 cm. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven.
1.7 ONDERZOEKSDOEL
Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen. De regio Arnhem stelt aanvullende eisen. Deze aanvullende eisen aan het bureauonderzoek zijn in de vorm van de volgende onderzoeksvragen:
10
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
1. Wat is de aard (ontstaanswijze en classificatie), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke bodemhorizonten en natuurlijke afzettingen binnen een afstand tot ca. 200 m vanaf de onderzoekslocatie? 2. Wat is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, genese, gaafheid, dikte, en omvang van eventueel in het omringende gebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, colluvium, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? 3. Wat is het historisch landgebruik van de onderzoekslocatie en het omringende gebied geweest? 4. Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen (‘waarnemingen’ inclusief uitkomsten historisch kaartonderzoek) zijn reeds binnen het onderzoeksgebied en/of binnen de landschappelijke eenheden rondom de onderzoekslocatie bekend? Vermeld per vondst- en/of spoorcomplex minimaal: a) Bronvermelding (onderzoeksrapportages, ARCHIS-gegevens) b) De materiaalcategorie c) Ouderdom d) Ruimtelijke (geografische) verspreiding e) Stratigrafische verspreiding (diepteligging en/of dikte vondstlaag) f) Fragmentatie g) Waarnemingsmethode h) Interpretatie 5. Welke natuurlijke formatieprocessen (sedimentatie, erosie, laterale verplaatsing, bodemvorming, degradatie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? 6.
Met welke culturele formatieprocessen (grondbewerking, bemesting, ophoging, betreding, percelering, [de-]constructie, materiaaltypen, materiaalgebruik en materiaaldepositie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? 7. Welke formatieprocessen kunnen een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van eventuele aanwezige vondstspreidingen, de vondstdichtheid, vondst- en spoorniveaus en de fysieke kwaliteit van eventueel aanwezige archeologische resten? 8. Wat is de aard (materiaalsoorten, fragmentatie, dichtheden, ruimtelijke en stratigrafische spreiding, etc.) van (mogelijk) aanwezige vondst- en/of spoorcomplexen? 9. Hoe manifesteren deze zich tijdens prospectieonderzoek?
11
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
10. Met de inzet van welke zoekmethoden (detectie- en waarnemingsvorm, monsterbehandeling en zoekstrategie) kunnen vondst- en/of spoorcomplexen systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.). Licht beargumenteerd toe met verwijzing naar de verschillende KNAleidraden. Doel van de verzamelde gegevens is om een inhoudelijk onderbouwde keuze voor de inzet van bepaalde zoekstrategie mogelijk te maken. Soms is dat niet mogelijk op basis van bureauonderzoek alleen en moet er in het veld aanvullende informatie worden verzameld teneinde de vragen te kunnen beantwoorden. Dit wordt de verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek (IVO) genoemd. Dit kan een verkennend- of karterend booronderzoek behelzen en vormt in feite een inhoudelijke aanvulling op het bureauonderzoek.
12
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
2I
NVENTARISATIE
2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.
2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING Het plangebied ligt ten zuiden van de Veluwezoom. Dit gebied wordt gekenmerkt door aflopende stuwwallen, hellingafspoelingen en (ten dele verspoelde) dekzanden. Op geringe afstand ten zuiden van het plangebied behoort het terrein in wezen tot het rivierengebied. De dekzanden zijn in de loop van het Laat-Pleistoceen afgezet door de wind en worden geologisch gerekend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Landschappelijk liggen dekzandruggen meestal wat hoger. Door de hogere ligging is de waterhuishouding meestal beter en in veel gevallen heeft zich een podzolbodem kunnen vormen. Dekzandwelvingen zijn wat minder geprononceerd en kenmerken zich door een flauw profielverloop, waarin welvingen zich afwisselen met vlakten. De stuwwallen zijn in de loop van de voorlaatste ijstijd (Saalien, 238 – 126 duizend jaar geleden) gevormd. Gedurende deze ijstijd waren grote delen van Nederland bedekt met landijs. De stuwwallen ontstonden langs de flanken en het front van de voortkruiende, dikke ijsmassa. Ze bestaan uit oudere afzettingen van de voorloper van de Rijn (klei, zand, grind), die door de gletsjers zijn weggedrukt.
De glaciale afzettingen afkomstig van de ijskap (Glaciaal, inclusief subglaciaal (keileem/grondmorene), fluvioglaciaal (sandur, kame en esker; (kei)zand), en glaciale meersedimenten (klei met warven) die toen tot afzetting kwamen worden gerekend tot de Formatie van Drenthe. In dinoloket staan in de nabije omgeving geen bruikbare gegevens geregistreerd.6 In de nabijheid van het plangebied zijn een aantal sonderingen uitgevoerd, waarvan geen sonderingskurven staan geregistreerd in DINO-loket. Op de geomorfologische kaart (bijlage 3) ligt het plangebied in een ongekarteerde zone. Er kan echter worden aangenomen dat het gelegen is in een zone van een daluitspoelingswaaier (11G21), deze is immers zowel ten oosten als ten westen van het onderzoeksgebied geregistreerd. Daluitspoelingswaaiers zijn ontstaan gedurende de laatste ijstijd (Weichselien, 116 – 11,7 duizend jaar geleden) onder periglaciale omstandigheden. De bovengrond was
6
www.dinoloket.nl 13
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
permanent bevroren (permafrost), waardoor oppervlaktewater in de zomerperiode alleen over het oppervlak kon afvloeien. Het oppervlaktewater verzamelde zich in zogenaamde droge dalen en voerde daarbij ontdooid materiaal mee. Aan het einde van een droog dal of een aan de voet van een helling ontstond een waaiervormige afzetting van meegevoerd materiaal. Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 6 is te zien dat het plangebied op de overgang van de hooggelegen stuwwal ten noorden naar de lagere zandgronden ten zuidoosten ligt. De landschapsvorm die herkenbaar is op het AHN is typisch voor een daluitspoelingswaaier. Bodemkundig (bijlage 10) ligt het gebied in de bebouwde kern en ongekarteerd gebied. Er kan echter worden aangenomen dat de hoge bruine enkeergronden (bEZ23), gelegen ten oosten van het plangebied, doorlopen. Enkeerdgronden zijn zandgronden met een plaggendek van tenminste 50 cm dik. Dit plaggendek is vanaf de Late Middeleeuwen ontstaan door het periodiek opbrengen van met mest vermengde plaggen op de akker. Doel hiervan was de bodemvruchtbaarheid op peil te houden of te verbeteren. Enkeerdgronden zijn voor wat betreft archeologie om twee redenen relevant. De oudste enkeerdgronden zijn meestal ontstaan op locaties die ook vóór het in zwang komen van plaggenbemesting al als akker in gebruik waren.
Dat waren meestal relatief hooggelegen, goed ontwaterde zandgronden die redelijk goed met de toenmalige landbouwtechnieken konden worden bewerkt. Door deze eigenschappen zijn deze gronden vaak al heel vroeg – soms al vanaf het midden-Neolithicum – in gebruik genomen als landbouwgrond. Resten van bewoning uit deze perioden wordt daarom vaak onder een plaggendek aangetroffen. Daarnaast fungeert het plaggendek in meer moderne tijden als een dikke beschermende laag, waardoor eventueel aanwezige resten niet of in mindere mate zijn aangetast door allerlei bodemingrepen.
2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Op 1 juli 2021 is de Oudheidkundige Kring Rheden Roozendaal geraadpleegd. Helaas is tot nu toe geen reactie gekomen. Jan Verhagen van de AWN – Afdeling 17 is geraadpleegd op 1 juli 2021. Volgens zijn reactie op 9 juli 2021 beschikt de AWN niet over extra gegevens uit de nabijheid van deze locatie. Bijlage 11 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. In het plan- en onderzoeksgebied zijn diverse bekende waarden geregistreerd.
2.3.2 WAARNEMINGEN In het onderzoeksgebied zijn diverse waarnemingen bekend: Circa 80 m ten noorden van het plangebied zijn een aantal losse vondsten geregistreerd (Archis objectnummer 1035366, gemeentelijke verwachtingskaart nummer 115). Het betreft een onbekend aantal fragmenten handgevormd aardewerk, tefriet, steen en huttenleem, gedateerd in de IJzertijd. Het complextype is onbekend.
14
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
Op circa 270 m ten noordoosten van het plangebied is een vondstmelding geregistreerd (objectnummer 1075413, gemeentelijke verwachtingskaart nummer 6). Het vondstmateriaal bestaat uit een fragment handgevormd aardewerk en houtskooldeeltjes, aangetroffen tijdens een booronderzoek in verband met de vervaardiging van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart. De scherf is gedateerd in de periode Late Bronstijd – Late Middeleeuwen. Het complextype is onbekend.7 Op circa 377 m ten noordoosten van het plangebied is een vondstmelding geregistreerd (objectnummer 1075412, gemeentelijke verwachtingskaart nummer 137). Het vondstmateriaal bestaat uit een fragment handgevormd aardewerk, aangetroffen tijdens een booronderzoek in verband met de vervaardiging van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart. De scherf is gedateerd in de Late Bronstijd – Late Middeleeuwen. Het complextype is onbekend.8 Op circa 471 m ten noordoosten van het plangebied is een losse vondst geregistreerd (objectnummer 1107002, gemeentelijke verwachtingskaart nummer 4). Het betreft een fragment handgevormd aardewerk, gedateerd in de Bronstijd – Romeinse Tijd. Het complextype is onbekend. Op circa 413 m ten noordwesten van het plangebied is een losse vondst geregistreerd (objectnummer 1093869, gemeentelijke verwachtingskaart nummer 349).
Het betreft een fragment vuursteen, aangetroffen tijdens werkzaamheden in een tuin. Het fragment is gedateerd in het Midden Paleolithicum en toegeschreven aan complextype akker/tuin.
2.3.3 AMK-TERREINEN AMK-terreinen (= Archeologische Monumentenkaart) zijn terreinen waarvan bekend is dat zich archeologische resten in de grond bevinden. Het archeologisch belang daarvan is bovendien gewaardeerd. Zo zijn er AMK-terreinen van archeologisch belang, hoog, zeer hoog archeologisch belang en wettelijk beschermde AMKterreinen van zeer hoog archeologisch belang). Binnen het onderzoeksgebied zijn geen AMK-terreinen geregistreerd.
2.3.4 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 7) ligt het plangebied in een zone met een hoge verwachting, waarbij een goede conservering waarschijnlijk wordt geacht. De kaart toont tevens enkele waarnemingen die in het kader van dit onderzoek als interessant aangemerkt zijn. Op circa 230 m ten oosten van het plangebied zijn twee locaties geregistreerd die van belang waren in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog (gemeentelijke verwachtingskaart nummers 308 en 309). Het betreft een tijdelijke Duitse Verbandplatz, gelegen in het voormalig Park Hotel, en een naastgelegen Duitse begraafplaats. Het pand bestaat tegenwoordig niet meer en het kerkhof is na de oorlog geruimd. Op circa 270 m ten zuidoosten van het plangebied zijn enkele losse vondsten geregistreerd (gemeentelijke verwachtingskaart nummer 8). Het betreft drie gouden halsringen, gedateerd in de Laat Romeinse Tijd en toegeschreven aan complextype
7 8
Willemse en Wijnen 2012. Willemse en Wijnen 2012. 15
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
depot. Binnen Archis (objectnummer 1022426) staan deze vondsten echter ver buiten het onderzoeksgebied geregistreerd. Op circa 75 m ten westen van het plangebied is terrein van cultuurhistorische waarde geregistreerd (gemeentelijke verwachtingskaart nummer 18). Het betreft de locatie van buitenplaats en Huis Overbeek. Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart (bijlage 7) ligt het plangebied in een zone die tot een onderzoeksgebied wordt gerekend, met enkele aandachtsgebieden in de directe omgeving.
2.3.5 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 11. Zaakidentificatie 2114986100: Op circa 254 m ten zuidwesten van het plangebied is een booronderzoek uitgevoerd in verband met nieuwbouwplannen binnen het plangebied. Het onderzoek heeft uitgewezen dat binnen het plangebied een esdek aanwezig is met een dikte van circa 50 cm, dat in grote mate geroerd is. Archeologische indicatoren, in de vorm van baksteen, (verbrand) hout, steenkool, metaal en glas zijn aangetroffen in de gehele A-horizont binnen het plangebied. In de overgang van het esdek naar de onverstoorde ondergrond zijn twee fragmenten aardewerk aangetroffen uit de Late Middeleeuwen. Gezien de beperkte omvang van het plangebied en bodemverstoringen enerzijds en de aanwezigheid van archeologische indicatoren anderzijds is geadviseerd om lokale amateurarcheologen waarnemingen te laten doen tijdens de toekomstige ontgravingen. Waarneming 1081492 is verbonden aan dit onderzoek.9 Zaakidentificatie 2474301100: Op circa 325 m ten zuidwesten van het plangebied is een archeologische begeleiding uitgevoerd in verband met de herinrichting van het terrein. Het onderzoek heeft uitgewezen dat de natuurlijke bodemopbouw is afgedekt met een opgebracht/geroerd pakket.
De aangetroffen archeologische grondsporen bestaan uit drie kuilen. Het vondstmateriaal bestaat enkele fragmenten aardewerk dat afkomstig is uit de verstoorde bovengrond en zijn gedateerd in de Nieuwe Tijd. Waarnemingen 1127945 en 1102249 zijn verbonden aan dit onderzoek.10 Zaakidentificatie 2346954100: Op circa 480 m ten zuidwesten van het plangebied is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd in verband met sloop- en nieuwbouwplannen binnen het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek is een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Midden-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd vastgesteld. Uit het booronderzoek is gebleken dat zich in het plangebied sandr-afzettingen bevinden. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd om vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Waarneming 1096417 is verbonden aan dit onderzoek.11 Zaakidentificatie 4856180100: Op circa 352 m ten westen van het plangebied is een booronderzoek uitgevoerd in verband met de herinrichting van het terrein. Verdere documentatie was niet verkrijgbaar in Archis en Danseasy. Zaakidentificatie 2327546100: Op circa 490 m ten westen van het plangebied is een archeologische begeleiding uitgevoerd in het kader van rioolwerkzaamheden. Het
De Vos 2006. Pronk 2015. 11 Horn en Moerman 2011. 9
10
16
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
onderzoek heeft uitgewezen dat de natuurlijke bodemopbouw grotendeels onverstoord is gebleven. De aangetroffen archeologische grondsporen bestaan uit zes kuilen en een greppel. Het overgrote deel van het vondstmateriaal bestaat uit handgevormd aardewerk en maalsteen. Dit is geïnterpreteerd als nederzettingsafval en gedateerd in de IJzertijd. Waarneming 1095040 en nummer 175 op de gemeentelijke verwachtingskaart zijn verbonden aan dit onderzoek.12 Zaakidentificatie 4942615100: Op circa 370 m ten noordwesten van het plangebied is een bureauonderzoek uitgevoerd in verband met de herinrichting van het terrein. Verdere documentatie was niet verkrijgbaar in Archis en Danseasy.
2.3.6 PROVINCIALE KENNISAGENDA GELDERLAND Op de verplicht gestelde integrale kennisagenda Archeologie provincie Gelderland ligt het plangebied in de Veluwezoom. Hierover is het volgende bekend:13 Prehistorie (laat & vroeg): De kennis van de vroege prehistorie in de Veluwezoom beperkt zich tot meldingen van losse vondsten. In de late prehistorie komen daarbij (vanaf het Laat-Neolithicum tot de Bronstijd) grafheuvels voor, zoals die elders in het gebied van de Veluwe ook te vinden zijn. In Elsweiden te Velp is een boerderij van het Type Oss 2b of type Wachtum uit de Vroege IJzertijd aangetroffen. Romeinse Tijd: Betreffende de Romeinse Tijd is in Velp te Elsweiden een plattegrond uit de MiddenRomeinse tijd bekend, daarnaast is een waterput aangetroffen die eveneens in de Midden-Romeinse tijd is te dateren. Vroege Middeleeuwen: Op een opmerkelijke Vroegmiddeleeuwse goudschat in Velp na is er nagenoeg geen concrete informatie over de Vroege Middeleeuwen aanwezig. Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd: In het plangebied Elsweiden te Velp zijn Laatmiddeleeuwse resten aangetroffen uit de periode 10e – 12e eeuw en de 14e en 15e eeuw. Deze bestonden uit een greppel met bruggenhoofd, een spieker en drie waterputten. Resten uit de Nieuwe Tijd zijn vooral bekend uit de stad Arnhem.
2.3.7 KAART PROVINCIE GELDERLAND Op de verplicht gestelde Kaart Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie van de provincie Gelderland (zie afbeelding 3) ligt het plangebied in een zone die als historisch geografische eenheid “Bebouwde kom of sterk veranderd gebied” geregistreerd staat.14
12 13
Zielman 2011. Bruning 2012.
14
https://geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer/index.html?id=fc07d32a5d80443b be9d7be9777ea344 17
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
Afbeelding 3. Uitsnede uit de Kaart Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie van de provincie Gelderland.
2.4 HISTORIE
Op twee kaartbladen uit het “Kaartboek van alle aan het St. Catharinae gasthuis toebehoorende landerijen” uit 1635 is het plangebied in beide gevallen volledig onbebouwd (zie afbeelding 4).
18
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
Afbeelding 4. Uitsnede uit het Kaartboek van alle aan het St. Catharinae gasthuis toebehoorende landerijen (Niclaes en Isack Geelkerck, 1635) . Bron: Gelders Archief: 558-0004 (boven) en 558-0005 (onder). Op het kaartblad uit de Hottinger-atlas uit 1773-1794 is geen bebouwing te zien. Wel ligt het plangebied binnen de tuinen aan de westelijke zijde van Huis Overbeek (zie afbeelding 5).
19
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
Afbeelding 5. Uitsnede uit de Hottinger-atlas. Bron: J. Habraken. Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832) is het plangebied en haar omgeving nog onbebouwd (zie onderstaande afbeelding).15 Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) aangeduid als bouwland. Het terrein behoort tot de landgoederen van Samuel baron van Eck van Overbeek, lid van de Staten van Gelderland. Zijn residentie, Huis Overbeek, is gelegen ten westen van het plangebied. Het Huis Overbeek had een omgrachting die gevoed werd door beken en een recht toevoerkanaal. Het plangebied ligt op basis van het historische kaartmateriaal binnen ca. 100 m van een beekdal.
15
www.hisgis.nl 20
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
Afbeelding 6. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. Op de topografische kaart van 1872 (zie afbeelding 7) is het plangebied onbebouwd en in gebruik als bouwland.16 Ten opzichte van de eerste kadastrale kaart is weinig veranderd. Het landgoed behorende tot Huis Overbeek is duidelijk zichtbaar ten westen van het plangebied. De dorpskern van Velp bevindt zich ten zuidwestelijk deel van het onderzoeksgebied. Dwars door de zuidelijke helft is een spoorbaan gerealiseerd tussen Arnhem en Zutphen.
16
www.topotijdreis.nl 21
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart van 1872. Op de topografische kaart van 1908 (zie afbeelding 8) is het plangebied deels bebouwd. Deze bebouwing is in het zuidelijk deel van het plangebied geconcentreerd. De bebouwing van de dorpskern van Velp heeft zich uitbreid, met name ten zuidoosten en zuidwesten zijn nieuwe wijken ontstaan. Ook in het noordelijk deel van het onderzoeksgebied is een uitbreiding van de bebouwing waarneembaar. Huis Overbeek is in het begin van de 19e eeuw gesloopt, het landgoed is daarbij in delen verkocht. Op de kaart is een herindeling van het terrein duidelijk zichtbaar. De bebouwing binnen het plangebied bestaat onder meer uit een koetshuis van de paardentram die tussen 1872 en 1912 tussen Arnhem en Velp liep.17
17
www.kusee.nl/paardentram/15-ge-ah.php 22
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
Afbeelding 8. Uitsnede uit de topografische kaart van 1908. De uitbreiding van de woonwijken blijft doorgaan in de volgende jaren. Op de topografische kaart van 1931 (zie afbeelding 9)is zichtbaar dat deze zich heeft voortgezet in het noordelijk deel van het onderzoeksgebied. Ook de terreinen van voormalig landgoed Overbeek zijn inmiddels opnieuw voorzien van woningbouw.
Afbeelding 9. Uitsnede uit de topografische kaart van 1931.
23
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
De huidige bebouwing binnen het plangebied is in 1950 gerealiseerd.18 De topografische kaart van 1962 (afbeelding 10) toont aan dat het plangebied inmiddels volledig is omgeven door de kern van Velp. De reeds bestaande bebouwing in de omgeving is op grote schaal vernieuwd en op plaatsen uitgebreid.
Afbeelding 10. Uitsnede uit de topografische kaart van 1962. Gedurende de laatste decennia heeft het onderzoeksgebied weinig tot geen ingrijpende veranderingen gezien. De topografische kaarten van 1990 en 2019 (afbeelding 11) tonen dit duidelijk aan. Verdere uitbreidingen van de bebouwde kern lijken te zijn uitgebleven. Het plangebied zelf is sinds de realisering van de huidige bebouwing onveranderd gebleven.
18
Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). 24
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
Afbeelding 11. Uitsnede uit de topografische kaart van 1990 (boven) en 2019 (onder).
2.4.1 TWEEDE WERELDOORLOG Op basis van de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) ligt het plangebied buiten de grenzen van de bekende linies en operatieterreinen. Op de gemeentelijke 25
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
verwachtingskaart voor restanten uit de Tweede Wereldoorlog (bijlage 9) is zichtbaar dat binnen het plangebied enkele aandachtsgebieden liggen. Op circa 230 m ten oosten van het plangebied zijn twee locaties geregistreerd die van belang waren in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog (gemeentelijke verwachtingskaart nummers 55 en 56). Het betreft een tijdelijke Duitse Verbandplatz, gelegen in het voormalig Park Hotel, en een naastgelegen Duitse begraafplaats. Het pand bestaat tegenwoordig niet meer en het kerkhof is na de oorlog geruimd. De luchtoorlog is in de regio van Velp in grote mate aanwezig geweest. Ten noordwesten van Velp lag vliegbasis Deelen. Een groot aantal leden van Luftgaukommando Holland werd ingekwartierd in ruim honderd gevorderde woningen in Velp. Daarnaast zijn er verschillende crashlocaties van vliegtuigen te vinden in de regio.19 Op circa 670 m ten zuidwesten van het plangebied (gemeentelijke verwachtingskaart nummer 2) is de crashlocatie van een Britse Mustang IIIb, neergehaald door luchtafweergeschut op 10 september 1944. Op de zuidoostelijke grens van het onderzoeksgebied (gemeentelijke verwachtingskaart nummer 4) is de crashlocatie van een Britse Spitfire XVI, neergehaald door luchtafweergeschut op 1 april 1945.
Ook zijn er zogenaamde Vergeltungswaffen (met name V1 raketten) neergekomen in de regio, deze werden vanaf het oosten van Nederland richting Antwerpen afgevuurd. Hoewel er meerdere crashlocaties staan aangegeven op de gemeentelijke verwachtingskaart, toont het geraadpleegde register voor V1- en V2-crashlocaties een aanzienlijk hoger aantal.20 Op de zuidwestelijke grens van het onderzoeksgebied (gemeentelijke verwachtingskaart nummer 40) is de crashlocatie van een V1 aangegeven. Deze is op 27 maart 1945 neergehaald door een Brits jachtvliegtuig. Volgens de beschrijving in de catalogus zijn er diezelfde dag nog acht V1’s neergekomen in de omgeving van Velp. Het crashregister toont echter nog twee locaties in de directe omgeving, van zowel 26 als 28 maart. Daarnaast is aangegeven dat er tussen 22 februari en 28 maart 1945 een onbekend aantal V1’s zijn neergekomen op een onbekende locatie direct ten noordwesten van het plangebied. Volgens de VEO Bommenkaart valt het plangebied binnen een zone waarin een vooronderzoek ten behoeve van de risicokaart voor de gemeente Rheden heeft plaatsgevonden, op deze kaart zijn aan de oostelijke en zuidwestelijke grenzen van het onderzoeksgebied zones aanwezig waarin mogelijke resten van munitie kunnen worden verwacht (zie afbeelding 12).21
www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl www.vergeltungswaffen.nl 21 www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ 19 20
26
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
Afbeelding 12. Uitsnede uit de gemeentelijk risicokaart van met explosieven verdachte gebieden. Behalve de reeds beschreven locaties zijn er nog diverse gebeurtenissen die tot restanten in het bodemarchief tot gevolg hebben kunnen leiden. Door de strategische ligging van Velp zijn in februari 1943 zijn in groten getale gebouwen binnen het onderzoeksgebied gevorderd ten behoeve van verschillende onderdelen van het Duitse leger. In 1944 werd circa 250 m ten oosten van het plangebied Hotel Naeff in gebruik genomen als het SS- und Polizeigericht. De nabijgelegen vestiging van de Rotterdamsche Bank (thans ABN Amro) werd in gebruik genomen als gevangenis door de Sicherheidsdienst (SD). Circa 400 m ten noordoosten werd het hoofdkwartier van de SD nabij het reeds bestaande plaatselijke hoofdkwartier van de Wehrmacht ingericht.22 Het eerdergenoemde Park Hotel is omgevormd tot een tijdelijk ziekenhuis, waarnaast een begraafplaats is ingericht. Het hotel, zwaar beschadigd tijdens de oorlog, is naderhand gesloopt. De naastgelegen begraafplaats is geruimd. Tijdens de laatste oorlogsmaanden zijn regelmatig bombardementen en beschietingen uitgevoerd, tot aan de dag voor de bevrijding van het dorp.23
22 23
www.wo2gld.nl www.mijngelderland.nl/inhoud/verhalen/de-bevrijding-van-velp 27
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
3C
ONCLUSIE EN
VERWACHTINGSMODEL 3.1 BEANTWOORDING VERPLICHTE ONDERZOEKSVRAGEN (BUREAUONDERZOEK) Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Beantwoording van de verplichte onderzoeksvragen zoals aangegeven in Handboek archeologisch bureauonderzoek 2017:
1. Wat is de aard (ontstaanswijze en classificatie), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke bodemhorizonten en natuurlijke afzettingen binnen een afstand tot ca. 200 m vanaf de onderzoekslocatie? Het plangebied ligt in de Veluwezoom. Het terrein bestaat uit aflopende stuwwallen, daluitspoelingswaaier en hellingafspoelingen. In deze gronden zijn oorspronkelijk voornamelijk holtpodzolgronden ontstaan. Door de ontginning van deze gronden en een langdurig en intensief gebruik als bouwland zijn de oorspronkelijke door bodemvorming ontstane bodemhorizonten vaak verspit. Vanaf de Late Middeleeuwen kon door het periodiek opbrengen van met mest vermengde plaggen op de bouwlanden een humeus dek (plaggendek) van tenminste 50 cm dikte ontstaan. De gronden hebben een relatief lage grondwaterstand. De archeologisch relevante natuurlijke bodemopbouw begint waarschijnlijk binnen 50 à 100 cm -mv bij een gave bodemopbouw.
2. Wat is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, genese, gaafheid, dikte, en omvang van eventueel in het omringende gebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, colluvium, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? De boven beschreven oorspronkelijke natuurlijke bodemopbouw is mogelijk deels vergraven en afgetopt bij de ontginning en door het landbouwkundig gebruik. Hierdoor zijn de natuurlijke bodemhorizonten mogelijk geheel of gedeeltelijk verdwenen en bestaat de bodemopbouw waarschijnlijk uit een AC-profiel. Mogelijk bestaat het huidige, onverstoorde bodemtype uit hoge bruine enkeerdgronden, vanwege de aanwezigheid van een plaggendek dat is opgebracht door plaggenbemesting. Bij de aanwezigheid van een dunner plaggendek (matig dikke Ahorizont van 30 tot 50 cm dikte) kan er sprake zijn van een loopodzolgrond.
28
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
3. Wat is het historisch landgebruik van de onderzoekslocatie en het omringende gebied geweest? Het historisch landgebruik van het plan- en onderzoeksgebied bestaat bijna geheel uit akkerland. De huidige Hogeweg waaraan het plangebied gelegen was, bestond reeds begin 19e eeuw en gaat waarschijnlijk verder terug. Op het historisch kaartmateriaal is te zien dat binnen 100 m ten westen het plangebied een beekdal ligt, dat in de huidige tijd sterk veranderd is. In het uiterste noordelijk en zuidelijk deel van het plangebied was waarschijnlijk bebouwing aanwezig voordat de huidige woonwijk ontstaan is. In de zogenaamde Hottinger-atlas is zichtbaar dat het plangebied mogelijk (tijdelijk deels binnen de tuinen van Huis Overbeek heeft gelegen.
4. Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen (‘waarnemingen’ inclusief uitkomsten historisch kaartonderzoek) zijn reeds binnen het onderzoeksgebied en/of binnen de landschappelijke eenheden rondom de onderzoekslocatie bekend? Vanuit ARCHIS zijn verschillende vindplaatsen bekend binnen het onderzoeksgebied, binnen een overeenkomende landschapseenheid. Zover bekend betreft het vindplaatsen vanaf het Neolithicum met complextype bewoning inclusief verdediging, afgezien van een enkel vuursteenfragment uit het Midden-Paleolithicum. Algemeen betreft het toevalsvondsten, maar ook tijdens een booronderzoek en archeologische begeleiding zijn resten uit de Bronstijd/IJzertijd en Middeleeuwen aangetroffen. 5. Welke natuurlijke formatieprocessen (sedimentatie, erosie, laterale verplaatsing, bodemvorming, degradatie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? Het plangebied is waarschijnlijk weinig tot niet onderhevig geweest aan sedimentatie, erosie en laterale verplaatsing na het Vroeg-Holoceen. Wel is bodemvorming (podzolering) opgetreden. Door bodemvorming kan over de tijd degradatie (o.a. verbleking) van archeologische sporen zijn opgetreden.
6. Met welke culturele formatieprocessen (grondbewerking, bemesting, ophoging, betreding, percelering, [de-]constructie, materiaaltypen, materiaalgebruik en materiaaldepositie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? In het plan- en onderzoeksgebied is historisch gezien sprake van een akkerland, dit gaat gepaard met plaggenbemesting.
7. Welke formatieprocessen kunnen een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van eventuele aanwezige vondstspreidingen, de vondstdichtheid, vondst- en spoorniveaus en de fysieke kwaliteit van eventueel aanwezige archeologische resten? Eventuele formatieprocessen die een rol hebben spelen bij de totstandkoming van de mogelijke verspreiding van archeologische resten en de daaruit resulterende vondstdichtheid zijn binnen het huidige stadium van bureauonderzoek onbekend.
29
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
8. Wat is de aard (materiaalsoorten, fragmentatie, dichtheden, ruimtelijke en stratigrafische spreiding, etc.) van (mogelijk) aanwezige vondst- en/of spoorcomplexen? Deze eventuele aard en aanwezige vondst en of spoorcomplexen zijn binnen het huidige stadium van bureauonderzoek onbekend. Waarschijnlijk is er sprake van een enkel archeologisch niveau, direct onder de A-horizont.
9. Hoe manifesteren deze zich tijdens prospectieonderzoek? Archeologische resten manifesteren zich door vondstconcentraties (voornamelijk aardewerk, vuursteen, houtskool) en archeologische lagen. 10. Met de inzet van welke zoekmethoden (detectie- en waarnemingsvorm, monsterbehandeling en zoekstrategie) kunnen vondst- en/of spoorcomplexen systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.). Met het inzetten van een inventariserend veldonderzoek – verkennende fase wordt inzicht verkregen in de bodemopbouw en eventuele bodemverstoring. De verkozen onderzoeksmethode is een standaardmethode binnen de archeologische AMZ-cyclus.
3.2 CONCLUSIE
Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Landschappelijk gezien ligt het plangebied op een daluitspoelingswaaier. Binnen 100 m ten westen ligt een beekdal. Het bodemprofiel is vermoedelijk deels intact. Dit blijkt uit de historische gegevens, waarbij op grond van de kadastrale minuut 1832 sprake was van bouwlanden, die waarschijnlijk al langere tijd in gebruik waren. Omdat op dergelijke oude bouwlanden vaak enkeerdgronden aanwezig zijn, zijn eventueel aanwezige archeologische resten vaak goed beschermd en mogelijk behouden. Wel kan het zijn dat bij uit oude kaarten blijkt dat rekening is te houden met enige bodemverstoring als gevolg van bebouwing vanaf circa 1908. Verder moeten er plaatselijk diepe verstoringen zijn omdat er ondergrondse brandstoftanks aanwezig waren, waarschijnlijk op het zuidelijk deel van het terrein voor aan de weg. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit vanaf het MiddenPaleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd bekend.
3.3 VERWACHTINGSMODEL
Op basis van het huidige bureauonderzoek geldt een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de perioden Midden-Paleolithicum tot Vroeg-Neolithicum, en een hoge archeologische verwachting voor Midden-Neolithicum tot Nieuwe Tijd. Het plangebied ligt in een zogenaamde gradīëntzone die waarschijnlijk favoriet was bij jagers-verzamelaars. Omdat het plangebied waarschijnlijk lange tijd in gebruik was als bouwland, is het de vraag of het natuurlijke bodemprofiel dat voor de ontginning van het terrein aanwezig moet zijn geweest intact is. Om die reden is de archeologische verwachting voor Midden-Paleolithicum tot Vroeg-Neolithicum middelhoog, terwijl de archeologische verwachting voor latere perioden hoog is. Eventuele nederzettingen uit de Steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de
30
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
periode Bronstijd – Middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).24 Deze resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld onder een bouwvoor of eventuele ophogingslaag. De natuurlijke bodem wordt hier gevormd door dekzand waarin zich een podzol heeft ontwikkeld. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk Neolithicum, in mindere mate Bronstijd en IJzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten (rurale gebieden; in bewoningskernen al eerder). Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken.
24
Tol e.a. 2012. 31
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
4V
ELDONDERZOEK
4.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Voor het booronderzoek niet-toegankelijke en/of verstoorde delen zijn aangegeven op de kaart in bijlage 3. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld en gedeponeerd in Archis3.25 Het veldonderzoek bestond uit het zetten van vier verkennende boringen. Verkennend booronderzoek is een snelle en kostenefficiënte onderzoeksmethode om de archeologische potentie van een plangebied in kaart te brengen. Aangezien de specifieke bodemopbouw in het plangebied niet bekend is, is verkennend onderzoek in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode. De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boorkernen zijn visueel geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 3 m.
Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB. De NAPmaaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 13. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 12. Boven op de reguliere landelijk geldende onderzoekseisen stelt de regio Arnhem aanvullende eisen in de vorm van de volgende onderzoeksvragen:
25
Wijnen 2021. 32
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
11. Wat is de aard (ontstaanswijze, textuur, kleur), diepteligging en ouderdom van de relevante natuurlijke afzettingen in de ondergrond ter plaatse van het onderzoeksgebied?
12. Wat is de aard (kleur, textuur, samenstelling), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke en eventueel antropogene bodemhorizonten (akkerlagen en overige ‘verstoringslagen’, bemestingslagen e.d.), ter plaatse van het onderzoeksgebied?
13. Wat is de aard, dikte en omvang van eventueel ter plaatse van het
onderzoeksgebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)?
14. Indien er afdekkende lagen voorkomen; wat is de aard (ontstaanswijze, kleur, textuur, samenstelling), gaafheid en dikte van het onderliggende afgedekte bodemprofiel (natuurlijke en antropogene bodemhorizonten zoals oude akkerlagen) en/of afzettingen?
15. Wat is de diepte tot waarop artefacten van recente ouderdom (‘modern’ afvalmateriaal) in het bodemprofiel voorkomen?
16. Tot welke diepte in het bodemprofiel is sprake van een ‘recente’ bodemverstoring en wat is de ouderdom van deze verstoring?
4.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING Boring 4 is uiteindelijk na meerdere pogingen gestuit op ca. 60 cm -mv op puin in de humeuze bovengrond, die kan doorgaan als A-horizont. Bij twee pogingen is deze boring gestuit op respectievelijk 10 en 30 cm -mv. Om die reden is deze boring waarschijnlijk gestuit op een (baksteen)puinhoudende, humeuze bovengrond. Algemeen is een extreem dikke A-horizont bestaande uit twee of drie subhorizonten, al dan niet onder een duidelijk opgebrachte laag aangetroffen. De natuurlijke ondergrond bevindt zich overal op ca. 150 cm -mv (16,70 tot 16,81 m +NAP). Deze dikke A-horizont bestaat uit twee of drie subhorizonten. Omdat de bovenste subhorizont, die een diepte van 90 à 130 cm -mv bereikt, bijmengingen van steenkolengruis, modern glas en fragmentjes modern aardewerk (industrieel wit, 19e/20ste eeuw type steengoed) heeft, betreft het waarschijnlijk een subrecente ophoging. De onderste een of twee subhorizonten hebben bij elkaar een dikte van 20 à 50 cm. De bovenste een of twee subhorizonten van de A-horizont bestaan uit donker grijsbruin, zwak humeus, matig fijn, zwak grindig, zwak siltig, goed gesorteerd zand. De onderste subhorizont bestaat uit bruingeel of bruin, zwak humeus, zwak tot matig siltig, zwak tot matig grindig, goed gesorteerd zand.
De ondergrond bestaat uit lichtgeel, zwak siltig, zwak tot matig grindig, matig gesorteerd zand dat representatief is voor fluvioglaciale of fluvioperiglaciale afzettingen (C-horizont), zoals op een daluitspoelingswaaier te verwachten zijn. In boring 1 bestaan deze afzettingen in de bovenste 20 cm uit geel, zwak humeus, matig grof zand (BC-horizont). Deze is zwak humeus door humusinspoeling vanuit de bovengelegen antropogene humeuze bovengrond. Algemeen is sprake van een AC-profiel met een extreem dikke A-horizont, al dan niet onder een opgebrachte laag (10 à 30 cm dikte) met een ondergrond bestaande uit fluvioglaciale of fluvioperiglaciale afzettingen. Afgezien van de opgebrachte laag zijn er geen tekenen van verstoring aangetroffen.
33
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
4.3 RESULTATEN: ARCHEOLOGIE In een opgebrachte grondlaag tot 30 cm -mv is wat kolengruis als bijmenging aangetroffen. Verder is in de bovenste subhorizont van de A-horizont wat baksteen en wat kolengruis aangetroffen. In boring 1 en 2 zijn enkele moderne aardewerkfragmenten aangetroffen. In boring 1 gaat het daarbij om een fragmentje industrieel wit en laat steengoed, terwijl in boring 2 enkele fragmentjes lichtblauw porselein zijn aangetroffen. Verder is in boring 2 in de bovenste subhorizont een stukje modern vensterglas aangetroffen. In boring 1 is in de onderste twee subhorizonten van de A-horizont een enkele houtskoolspikkel aangetroffen. In de bovenste van deze twee subhorizonten is wat baksteen aangetroffen. In de onderste subhorizont van de A-horizont van boring 3 is tenslotte nog een stukje modern glas aangetroffen. Algemeen bestaat de bovenste subhorizont van de A-horizont waarschijnlijk uit een subrecent opgebrachte laag vanwege de overwegend subrecente bijmengingen. De in de onderste subhorizonten aangetroffen houtskool en baksteen kan doorgaan als archeologische indicator, maar kunnen niet direct aan een vindplaats gebonden worden. Ook omdat de subhorizonten waarschijnlijk bewerkt zijn. Verder kunnen deze indicatoren heel goed van elders afkomstig zijn. In de C-horizont zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.
Een verkennend booronderzoek is ook niet bedoeld om vindplaatsen op te sporen. Bij een lage vondstdichtheid kunnen vindplaatsen bij een booronderzoek dan ook vrij makkelijk gemist worden. Al kun je door het gebruik van een dichter boorgrid en een grotere boordiameter de kans op het aantreffen van aanwezige vindplaatsen vergroten. In deze geest wordt in sommige gevallen een karterend booronderzoek toegepast als onderzoeksmethode.
34
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland
5C
ONCLUSIE EN
VERWACHTING De conclusie wordt gegeven aan de hand van de onderzoeksvragen uit paragraaf 4.2.
17. Wat is de aard (ontstaanswijze, textuur, kleur), diepteligging en ouderdom van de relevante natuurlijke afzettingen in de ondergrond ter plaatse van het onderzoeksgebied? Op ca. 150 cm -mv (16,70 tot 16,81 m +NAP) zijn afzettingen aangetroffen bestaande uit lichtgeel, zwak siltig, zwak tot matig grindig, matig gesorteerd zand dat representatief is voor fluvioglaciale of fluvioperiglaciale afzettingen (C-horizont). In boring 1 bestaan deze afzettingen in de bovenste 20 cm uit geel, zwak humeus, matig grof zand (BC-horizont). Deze is zwak humeus door humusinspoeling vanuit de bovengelegen antropogene humeuze bovengrond.
18. Wat is de aard (kleur, textuur, samenstelling), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke en eventueel antropogene bodemhorizonten (akkerlagen en overige ‘verstoringslagen’, bemestingslagen e.d.), ter plaatse van het onderzoeksgebied? De opgebrachte laag is in boring 2 en 3 grijsbruin, al dan niet gevlekt, en bestaat uit zwak humeus, matig fijn, zwak grindig, zwak siltig, goed gesorteerd zand. In boring 1 gaat het om lichtgeel, zwak siltig, zwak grindig, matig gesorteerd zand. Zwak tot matig siltig, matig fijn, zwak tot matig grindig zand, dat al dan niet zwak humeus is. De kleur van het zwak humeuze zand is donker grijsbruin in de bovenste een of twee subhorizonten van de A-horizont, terwijl de onderste subhorizont bruingeel of bruin is. Omdat in de bovenste subhorizont subrecente bijmengingen alom aanwezig zijn, gaat het waarschijnlijk om een subrecent opgebracht pakket, terwijl het bij de onderste subhorizonten waarschijnlijk om (de rest) van bruine enkeerdgronden gaat.
19. Wat is de aard, dikte en omvang van eventueel ter plaatse van het onderzoeksgebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? De aanwezige bodemopbouw, zover deze nog intact is, representeert die van oude bouwlanden (dikke A-horizont; enkeerdgronden). Deze oude bouwlanden zijn subrecent opgehoogd. Voor een deel door duidelijk opgebrachte lagen met een afwijkende kleur en/of korrelgrootte en korrelsortering ten opzichte van de daardoor afgedekte A-horizont. Vanwege de alom aanwezige subrecente bijmengingen is de bovenste subhorizont waarschijnlijk subrecent opgehoogd. In de meeste gevallen zijn duidelijk onverstoorde enkeerdgronden aanwezig. De enkeerdgronden zijn ergens vanaf de Late Middeleeuwen tot Nieuwe tijd gevormd. Omdat boring 4 gestuit
35
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Hogeweg 1-3 te Velp, gemeente Rheden, Gelderland