Toelichting en regels_Rheden 2016, locatie Brinkweg 1_ontwerp_09-11-2023
Tekst van het document
76
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
1.46 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.47 wijziging een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening. 1.48 woning een complex van ruimten bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, bijzondere woonvormen daaronder begrepen alsmede in combinatie daarmee de verhuur van kamers aan maximaal twee personen welke niet tot het huishouden behoren en welke geen duurzame huishouding voeren, en niet zijnde een woonwagen. 1.49 woonwagen een voor huisvesting van personen bestemde woonruimte die is geplaatst op een woonwagenstandplaats en die in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst; 1.50 woonwagenstandplaats een kavel, waarop nutsvoorzieningen aanwezig zijn, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen;
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
77
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.2 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
78
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Groen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, voorzieningen voor hemelwaterberging en -infiltratie en rioleringswerken; 2. fiets- en voetpaden, hondenuitlaatplaatsen; 3. watergangen en waterpartijen; 4. wegen ter ontsluiting van de direct aanliggende percelen; 5. bruggen, andere civieltechnische werken; 6. straatmeubiliair en andere bijbehorende voorzieningen. 3.2 Bouwregels Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend overige bouwwerken worden gebouwd. 3.2.1 Overige bouwwerken Voor overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen; b. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 6 m bedragen; c. afwijkingen in afmetingen zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen gehandhaafd worden.
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
79
Artikel 4
Maatschappelijk - 1
4.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Maatschappelijk - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. een sociaal activiteitencentrum; 2. een machinewerkplaats van maximaal milieucategorie 2 ten behoeve van de sociale werkvoorziening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'machinewerkplaats'; b. De gronden zijn tevens bestemd voor parkeer- en groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, voorzieningen voor hemelwaterberging en - infiltratie en rioleringswerken, watergangen en waterpartijen, straatmeubiliair en andere bijbehorende voorzieningen, alsmede voor de ontsluiting van direct aangrenzende percelen. 4.2 Bouwregels Op de voor 'Maatschappelijk - 1' aangewezen gronden mogen gebouwen en overige bouwwerken worden gebouwd. 4.2.1 Hoofdgebouwen Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak' geldt dat de oppervlakte van de gebouwen niet meer mag bedragen dan de aangeven oppervlakte, daarbij inbegrepen de oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen gesitueerd binnen het bouwvlak; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' mag de goothoogte niet meer bedragen dan is aangeven; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan is aangeven.
4.2.2 Bijgebouwen en overkappingen Voor bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. bijgebouwen en overkappingen dienen binnen het bouwvlak dan wel ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' te worden gebouwd; b. de oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag niet meer dan 150 m² bedragen; c. de goothoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 3,50 m bedragen; d. de bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 5 m bedragen; e. de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 3,50 m bedragen; f. afwijkingen in percentages, maten en afmetingen zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp mogen: 1. voor zover het betreft grotere percentages en oppervlaktes gehandhaafd worden waarbij tevens geldt dat het bestaande percentage/de bestaande oppervlakte geldt als maximale maat; 2. voor zover het betreft overige gevallen, gehandhaafd worden. 4.2.3 Overige bouwwerken Voor overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen; b. de bouwhoogte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1,50 m bedragen en de breedte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1 m bedragen; c. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 6 m bedragen;
80
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
d.
afwijkingen in afmetingen zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen gehandhaafd worden.
4.3 Afwijken van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 1. 4.2.2 onder d ten behoeve van een vermeerdering van de bouwhoogte tot 6 m. b. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: 1. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de stedenbouwkundige karakteristiek van het het straat- en bebouwingsbeeld; 2. geen onevenredige aantasting plaats vindt ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 3. de vermeerdering dan wel vermindering bijdraagt aan een substantiële verbetering van de architectonische dan wel technische situatie dan wel aan de ruimtelijke aansluiting op de belendende percelen. 4.4 Afwijken van de gebruiksregels a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 1. lid 4.1 onder a om andere activiteit toe te staan, met dien verstande dat: de activiteiten betrekking hebben op een maatschappelijke voorziening; de activiteiten naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met activiteiten als genoemd in lid 4.1, ter beoordeling aan het bevoegd gezag; b. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5.
de sociale veiligheid; 6. de externe veiligheid. 4.5 Voorwaardelijke verplichting landschaps- en erfplan Het bebouwen en gebruiken van gronden en opstallen overeenkomstig de bestemming in lid 4.1 is enkel toegestaan onder de voorwaarde dat binnen een termijn van 1,5 jaar na realisering van het hoofdgebouw uitvoering is gegeven aan de aanleg en vervolgens instandhouding van de landschappelijke elementen, natuurinclusieve maatregelen en waterberging zoals opgenomen in het landschaps- en erfplan van bijlage 1 of een vergelijkbare door het bevoegd gezag goedgekeurd landschaps- en erfplan.
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
81
Artikel 5 5.1 a.
b.
Wonen
Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. wonen; 2. een beroep aan huis als genoemd in artikel 1.9 of een bedrijfsactiviteit genoemd in Bijlage 2 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis; 3. ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' uitsluitend voor standplaatsen voor woonwagens; De gronden zijn tevens bestemd voor parkeer- en groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen voor hemelwaterberging en -infiltratie en rioleringswerken, watergangen en waterpartijen, straatmeubilair en andere bijbehorende voorzieningen, alsmede voor de ontsluiting van direct aangrenzende percelen.
5.2 Bouwregels Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen gebouwen en overige bouwwerken worden gebouwd. 5.2.1 Hoofdgebouwen op standplaatsen voor woonwagens Ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' voor hoofdgebouwen op woonwagenstandplaatsen gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. het aantal woonwagens per bouwvlak mag niet meer bedragen dan het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. c. de oppervlakte van een woonwagen mag niet meer dan 75 m² bedragen; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; e. de afstand van een woonwagen tot een andere woonwagen dan wel tot een bijgebouw van een andere woonwagen mag niet minder dan 3 m bedragen; f. iedere woonwagen dient bereikbaar te zijn via een toegangsweg van minimaal 4,5 m breed in het kader van de brandveiligheid en hulpvoertuigen; g. afwijkingen in percentages, maten, aantallen en afmetingen zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen: 1. voor zover het betreft grotere percentages en oppervlaktes gehandhaafd worden waarbij tevens geldt dat het bestaande percentage/de bestaande oppervlakte geldt als maximale maat; 2. voor zover het betreft overige gevallen, gehandhaafd worden.
5.2.2 Bijgebouwen en overkappingen bij woonwagens Ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' gelden voor bijgebouwen en overkappingen bij woonwagens de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 175 m² bedragen en het bebouwd oppervlak moet evenredig verdeeld zijn over de aanwezige standplaatsen; b. de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 3 m bedragen; c. afwijkingen in percentages, maten en afmetingen zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp mogen: 1. voor zover het betreft grotere percentages en oppervlaktes gehandhaafd worden waarbij tevens geldt dat het bestaande percentage/de bestaande oppervlakte geldt als maximale maat; 2. voor zover het betreft overige gevallen, gehandhaafd worden.
82
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
5.2.3 Overige bouwwerken Voor overige bouwwerken - niet zijnde overkappingen - gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; b. de bouwhoogte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1,50 m bedragen en de breedte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1 m bedragen; c. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 6 m bedragen; d. afwijkingen in afmetingen en situering zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen gehandhaafd worden. 5.2.4 Voorwaardelijke verplichting plaatsing woonwagens Voorafgaand aan het plaatsen van nieuwe woonwagens dient een inrichtingsplan te worden overlegd ter goedkeuring van het bevoegd gezag. 5.3 Specifieke gebruiksregels 5.3.1 Algemeen a. Gebruik van ruimten binnen de woning dan wel een (vrijstaand) bijgebouw ten behoeve van de uitoefening van een beroep aan huis of een bedrijfsactiviteit als genoemd in Bijlage 2 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis is toegestaan mits: 1. de activiteit wordt uitgeoefend door in ieder geval de bewoner van de woning, en naast de bewoner is tegelijkertijd niet meer dan 1 persoon werkzaam; 2. de ruimte(n) waar de activiteiten plaatsvinden niet groter is dan 50 m², gemeten vanaf de binnenzijde van (scheidings)muren; 3.
buiten de ruimte als bedoeld onder 2 geen opslag plaatsvindt en geen beroeps- of bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend, met uitzondering van activiteiten die verband houden met het uitoefenen van een bed and breakfast of van gastouderschap; 4. de uiterlijke verschijningsvorm van de woning behouden wordt, waarbij reclame uitingen zich beperken tot een onverlichte oppervlakte van niet meer dan 0,50 m2 en deze bij grondgebonden woningen niet hoger worden aangebracht dan tot 1,5 m boven maaiveld; 5. het gebruik geen nadelige gevolgen voor het woon- en leefmilieu heeft; 6. ten behoeve van de activiteit wordt voldaan aan het gestelde in artikel 9.2 Parkeren; 7. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer. b. Behoudens het gestelde onder a, is het verboden bijgebouwen, gelegen buiten het bouwvlak, anders te gebruiken dan ten dienste van het hoofdgebouw. 5.4 Afwijken van de gebruiksregels a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 1. lid 5.1 onder a sub 2 en een beroep aan huis toestaan dat naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met de beroepen aan huis zoals genoemd in artikel 1.9 waarbij het gestelde in lid 5.3 onder a sub 1 tot en met 7 van overeenkomstige toepassing is; 2.
lid 5.1 onder a sub 2 en bedrijfsactiviteiten toestaan die niet zijn genoemd in Bijlage 2 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis en die naar aard en invloed vergelijkbaar zijn met bedrijfsactiviteiten die wel in die lijst zijn opgenomen, waarbij het gestelde in lid 5.3 onder a sub 1 tot en met 7 van overeenkomstige toepassing is; b. De onder a sub 1 en 2 opgenomen bevoegdheid kan niet worden toegepast ten behoeve van activiteiten van zelfstandige kantoren, horecabedrijven en detailhandelsbedrijven. c. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie;
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
83
3. 4. 5. 6.
84
de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid.
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
Artikel 6
Waarde - Archeologie 1
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde en voor gronden met een bekende archeologische vindplaats. 6.2 Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Behoudens het onder c bepaalde dient, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 100 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundig archeoloog; 4.
de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. c. Het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Het onder b bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Ter plaatse van de aangewezen gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende vergunning de volgende werken en werkzaamheden groter dan 100 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, uit te (laten) voeren: 1. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; 2. het ophogen van de gronden met meer dan 100 cm (waarbij het in de aanhef genoemde dieper graven dan 30 cm niet geldt), tenzij die werkzaamheden voortvloeien uit een verleende omgevingsvergunning; 3. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van sleufdrainage, ontginnen, frezen en aanbrengen van heipalen; 4. het aanbrengen van diepwortelende beplanting alsmede het verwijderen van stobben; 5.
het graven, verdiepen of verbreden van greppels, sloten, vijvers, beken en andere watergangen; 6. het verlagen van het grondwaterpeil of het veranderen van de samenstelling van het grondwater; 7. het aanbrengen of vervangen van riolering en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen dan de daarmee verband houdende constructies; 8. alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden van het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik; 9. het slopen van ondergrondse gebouwen of een gedeelte daarvan; 10. het afdekken en/of overbouwen van archeologische vindplaatsen.
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
85
b.
c.
d.
86
Het onder a opgenomen verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: 1. welke op het tijdstip waarop het plan van kracht is, in uitvoering zijn, of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; 2. waarvoor op grond van meer specifieke regelgeving vergunning of afwijking noodzakelijk is; 3. die van geringe omvang zijn dan wel het normale onderhoud betreffen. De vergunning wordt niet verleend: 1. indien werken of werkzaamheden geen verband houden met het toegestane gebruik in de gegeven bestemming; 2. indien hierdoor, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarden van de gronden onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 3. dan nadat een advies is ontvangen van een deskundig archeoloog of een deskundig bureau over het door de aanvrager aan burgemeester en wethouders over te leggen rapport, waarin de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. In afwijking van het bepaalde in c kan de vergunning om zwaarwichtige redenen, voor een deel van de werken of werkzaamheden, alsnog worden verleend onder de voorwaarde dat voorafgaande aan de uitvoering van de vergunning adequaat archeologisch onderzoek plaatsvindt.
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels Anti-dubbelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 8
Algemene bouwregels
8.1 Algemene regels a. Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen bouwvlakken, tenzij in deze regels anders is bepaald. b. Bij het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen een bouwvlak worden buiten beschouwing gelaten: 1. ondergeschikte bouwdelen als funderingen, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, dakoverstekken, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en goten mits het bouwvlak met niet meer dan 0,5 meter wordt overschreden; 2. erkers, luifels, balkons en brandtrappen voor zover zij ondergeschikt zijn aan de gevel van het hoofdgebouw, mits het bouwvlak met niet meer dan 1,5 meter wordt overschreden; 3. entreepartijen op de begane grond, voor zover zij ondergeschikt zijn aan de gevel van het hoofdgebouw mits het bouwvlak met niet meer dan 1,5 meter wordt overschreden; c. Een bouwvlak mag volledig worden bebouwd tenzij daaraan een maximum is gesteld in de vorm van een aantal vierkante meters aan gebouwen; d. Bij het bepaalde ten aanzien van de bouwhoogte worden buiten beschouwing gelaten: liftschachten, trappenhuizen, balustrades, balkonhekken en opbouwen voor technische installaties.
8.2 Nutsvoorzieningen Binnen de bestemmingen als gegeven in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels zijn toegestaan gebouwen ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een goothoogte van maximaal 3,5 meter en een bouwhoogte van maximaal 5 meter en maximale oppervlakte van 10 m². 8.3 Ondergronds bouwen a. Binnen de bestemmingen als gegeven in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels is het ondergronds bouwen toegestaan, voor zover uit geohydrologisch onderzoek blijkt dat geen negatieve gevolgen optreden voor het grondwatersysteem, voor: 1. ruimten die een functionele eenheid vormen met en/of dienstbaar zijn aan de toegestane functies; 2. voorzieningen voor het ter plaatse bergen of infiltreren van hemelwater en/of huishoudelijk afvalwater, voor zover geen negatieve gevolgen optreden voor het grondwatersysteem; b. Constructies ten behoeve van de ontsluiting van de ondergrondse ruimte zijn slechts toegestaan binnen het betreffende bouwperceel; c. Ondergronds gerealiseerde of te realiseren bouwwerken blijven bij de berekening van het toegestane bebouwde oppervlakte en het toegestane bebouwingspercentage buiten beschouwing, tenzij hierover in deze regels expliciet anders is bepaald; d. Binnen de bestemmingen als gegeven in Hoofdstuk 2 mogen ondergrondse bouwwerken worden gebouwd met een diepte van maximaal 4 meter respectievelijk 6 meter voor rioleringswerken.
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
87
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
9.1 Strijdig gebruik a. Als strijdig met de bestemming of het plan wordt in ieder geval aangemerkt het (doen of laten) gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van: 1. het opslaan, lozen of storten, al dan niet ten verkoop, van onbruikbare dan wel aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, materialen, stoffen, voer- of vaartuigen of machines; 2. het (doen of laten) gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting dan wel ten behoeve van een seksinrichting; 3. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties dan wel als markt of standplaats. b. Gebruik dat afwijkt van het bepaalde onder a sub 3 echter waarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning, ontheffing of vrijstelling is verleend, dan wel waarvoor een melding is gedaan, mag worden gehandhaafd. c. Als strijdig met de bestemming of het bestemmingsplan wordt niet aangemerkt: 1. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties, indien en voor zover daardoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning, ontheffing of vrijstelling vereist is en deze is verleend, dan wel een melding is gedaan; 2.
het aanleggen of het laten aanleggen van kabels en leidingen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en de datacommunicatie, met uitzondering van: buisleidingen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing is, tenzij deze in het bestemmingsplan als zodanig zijn bestemd; hoogspanningsleidingen, tenzij deze in het bestemmingsplan als zodanig zijn bestemd. d. Onder strijdig gebruik wordt tevens verstaan: 1. het uitvoeren van sloopwerkzaamheden zonder het verkrijgen van een ontheffing van de Wet natuurbescherming voor vleermuizen indien uit vervolgonderzoek naar deze soort blijkt dat het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk is. 9.2 Parkeren 9.2.1 Terreininrichting Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen in deze regels mogen de gronden uitsluitend worden gebruikt overeenkomstig de bestemming indien de betreffende bouwpercelen zodanig zijn ingericht dat voldoende ruimte aanwezig is om zowel het parkeren of stallen van auto's, vrachtauto's en fietsen als ook het eventuele laden en lossen van goederen op het bijbehorende terrein te kunnen afwikkelen. Indien ten behoeve van het stallen of parkeren van auto's in, op of onder een gebouw ruimte wordt aangebracht zoals hierboven is beschreven, moet worden voldaan aan het gestelde in Bijlage 3 Parkeernormen.
9.2.2 Parkeergelegenheid Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen in deze regels, geldt dat in, op of onder een bouwwerk dan wel op of onder het bijbehorende terrein voorzien dient te zijn in voldoende parkeergelegenheid volgens de normen zoals opgenomen in Bijlage 3 Parkeernormen.
88
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
9.3 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in 9.1 lid a onder 3 indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. de sociale veiligheid; 6. de externe veiligheid. b. De gestelde parkeernormen voor zover in die afwijkingsmogelijkheid wordt voorzien in Bijlage 3 Parkeernormen.
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. een bestemmingsgrens en toestaan dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geeft; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat een bouwvlak wordt verschoven indien dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein, of in het belang is van een technisch of ruimtelijk dan wel cultuurhistorisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, met dien verstande dat de afwijking maximaal 3 meter mag bedragen en dat de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting als bedoeld in de Wet geluidhinder niet wordt overschreden; c. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat geluidwerende voorzieningen worden gerealiseerd tot een hoogte van 3 meter; d. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat schotelantennes worden geplaatst, waarbij aan de zijde van het openbare gebied de afwijking slechts gegeven kan worden voorzover de antenne wordt geplaatst binnen het horizontale en vertikale vlak van een balkon; e. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a tot en met d kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. de sociale veiligheid; 6. de externe veiligheid.
Artikel 11 a. b.
Algemene wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere aanduidingen met betrekking tot de functie van de verbeelding te verwijderen, indien het betreffende gebruik gedurende ten minste 1 jaar is beëindigd. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere aanduidingen met betrekking tot de functie van/op de verbeelding geheel te wijzigen, met dien verstande dat: 1. deze bevoegdheid uitsluitend van toepassing is op gronden met de bestemming 'Maatschappelijk - 1'; 2. deze strekt ter gehele vervanging van een aanduiding; 3. de nadere aanduiding betrekking heeft op maatschappelijke activiteiten exclusief maatschappelijke voorzieningen als bedoeld in artikel 4.1, dienstverlenende activiteiten en activiteiten op het gebied van cultuur en ontspanning; 4. de toe te laten activiteiten naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met reeds toegestane activiteiten waarvan de aanduiding wordt vervangen; 5. voorzien wordt in voldoende parkeerplaatsen overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.2 Parkeren;
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
89
c.
d.
90
De wijzigingsbevoegdheid wordt uitsluitend toegepast onder de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaats vindt van: 1. de woonsituatie; 2. het straat- en bebouwingsbeeld; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Een wijzigingsplan wordt niet eerder vastgesteld dan nadat is aangetoond dat het plan uitvoerbaar is, waaronder wordt begrepen de milieutechnische-, de waterhuishoudkundige-, de archeologische-, de cultuurhistorische, de ecologische-, de verkeerstechnische toelaatbaarheid en de stedenbouwkundige inpasbaarheid.
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
Hoofdstuk 4 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
12.1 Bouwwerken 12.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet worden vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 12.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 5%. 12.1.3 Uitzondering Het bepaalde onder 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Gebruik 12.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
12.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in onder 12.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 12.2.3 Uitzondering a. Het bepaalde onder 12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 12.2.4 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld onder 12.2.1 na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Artikel 13
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Rheden 2016, locatie Brinkweg 1'. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van ……………
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
91
92
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
Bijlagen bij de regels
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
93
94
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
Bijlage 1
Landschaps- en erfplan
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
95
96
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
Bijlage 2
Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
97
98
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
Bijlage 3
Parkeernormen
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1
99
100
Rheden 2016, locatie Brinkweg 1