CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting en regels_Rheden 2016, locatie Brinkweg 1_ontwerp_09-11-2023

Raadsvergadering 30 januari 2024, gemeente RhedenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Rheden 2016, locatie Brinkweg 122.148 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Rheden 2016, locatie Brinkweg 1 Gemeente Rheden

2

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3

5 Inleiding Algemeen Aanleiding bestemmingsplan Doelstelling Ligging plangebied Geldende bestemmingsplannen Gewenste situatie Huidige situatie Planbeschrijving Beschrijving bestemmingsplan Beleid Rijk Provincie Waterschap Regio Gemeente Haalbaarheid Bodem Milieuzonering Luchtkwaliteit Geluid Water Ontplofbare oorlogsresten Externe veiligheid Natuur en Landschap Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren Milieueffectrapportage Juridische aspecten Algemeen Procedure bestemmingsplan Verbeelding en regels Reikwijdte bestemmingsplan Handhaving Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Vooroverleg Zienswijzen

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

7 7 7 8 8 9 10 10 11 14 16 16 17 20 21 22 26 26 26 28 29 29 32 33 36 38 38 39 40 41 41 41 41 44 44 45 46 46 46 46

3

Bijlagen bij de toelichting

47

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11

49 51 53 55 57 59 61 63 65 67 69

Landschaps- en erfplan Verkennend bodemonderzoek Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai Advies VGGM Digitale watertoets Voortoets stikstof Quickscan Wnb Vervolgonderzoek vleermuizen GO versterkingsplan Biodiversiteitsmaatregelen Archeologisch onderzoek

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

71 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Groen Maatschappelijk - 1 Wonen Waarde - Archeologie 1 Algemene regels Anti-dubbelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsbevoegdheid Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

73 73 78 79 79 80 82 85 87 87 87 88 89 89 91 91 91

Bijlagen bij de regels

93

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

95 97 99

4

Landschaps- en erfplan Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis Parkeernormen

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

Toelichting

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

5

6

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

Hoofdstuk 1

Inleiding

Leeswijzer De toelichting op een bestemmingsplan wordt binnen de gemeente volgens een vast stramien opgebouwd, en wel als volgt. Hoofdstuk

Inhoud

1 Inleiding

Kort wordt ingegaan op het bestemmingsplan in het algemeen; de aanleiding voor onderhavig plan; de ligging van het plangebied en het geldende bestemmingsplan. Hier wordt de huidige stand van zaken beschreven en een beschrijving van de beoogde ontwikkeling gegeven. Aangegeven wordt binnen welke beleidskaders en regels van het rijk, provincie, waterschap en de gemeente het bestemmingsplan is opgesteld. De haalbaarheid en afweging, de uitgevoerde onderzoeken en conclusies komen hier aan de orde. Beschreven wordt de procedure die een bestemmingsplan doorloopt en wordt een toelichting gegeven op de regels van het bestemmingsplan. Toegelicht wordt of uitvoering van het bestemmingsplan economisch haalbaar is. Hier wordt beschreven hoe de procedure is verlopen tot de vaststelling van het bestemmingsplan.

2 Gewenste situatie 3 Beleid

4 Haalbaarheid 5 Juridische aspecten

6 Economische uitvoerbaarheid 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

1.1

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (de kaart) en regels. Door het perceel op te zoeken waarover informatie wordt gewenst, kan worden afgelezen welke bestemming het heeft. In een bestemmingsplan worden de gebruiks- en bouwmogelijkheden van gronden en opstallen aangegeven door middel van kleuren en symbolen, waarbij per object regels zijn gegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat juridisch wordt toegestaan. Een bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft geen juridische status. Na inwerking van de Omgevingswet maakt een bestemmingsplan in eerste instantie onderdeel uit van het omgevingsplan-van-rechtswege tijdelijke omgevingsplan.

1.2

Aanleiding bestemmingsplan

De gemeente Rheden is voornemens het terrein aan de Brinkweg 1 aan de zuidwestkant van de kern Rheden te herontwikkelen. Voorheen was in het plangebied een kinderboerderij aanwezig. Voorliggend initiatief betreft het realiseren van een sociaal activiteitencentrum met ruimte voor ontmoeting, dagbesteding, hobby en cursussen met als belangrijke doelgroep de kwetsbare inwoners van de gemeente. Daarnaast wordt bij naastgelegen woonwagenkamp aan de IJsselsingel 99-103 te Rheden het mogelijk gemaakt om uit te breiden met maximaal vier standplaatsen.

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

7

Deze ontwikkeling past niet in het geldende bestemmingsplan. Omdat het initiatief wel passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan een herziening van het bestemmingsplan. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

1.3

Doelstelling

Het bestemmingsplan heeft het doel om voor de beschreven ontwikkeling het juridisch planologische kader te bieden. Met dit bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij recent tot stand gekomen bestemmingsplannen binnen de gemeente, om de uniformiteit van bestemmingen en regelgeving te bevorderen. Ook is gebruik gemaakt van de laatste digitale randvoorwaarden.

1.4

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de Brinkweg 1, aan de zuidwestelijke rand van de kern Rheden. De locatie van het plangebied is op onderstaande kaart globaal aangegeven. De gronden zijn kadastraal bekend als 'Rheden, Sectie D, perceelnummer 8021' (een gedeelte hiervan).

Afbeelding 1.1 Ligging plangebied ten opzichte van Rheden

8

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

1.5

Geldende bestemmingsplannen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Rheden 2016, woongebieden' dat op 28 maart 2017 door de gemeenteraad van Rheden is vastgesteld. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven. De gronden hebben de enkelbestemming 'Groen' met de functieaanduiding 'kinderboerderij'. Binnen het perceel zijn twee bouwvlakken opgenomen, waarvan één met de aanduiding 'maximale bouwhoogte 7 m'. Het huidige woonwagenkamp kent de enkelbestemming 'Wonen' met de functieaanduiding 'woonwagenstandplaats'. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3'. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan.

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan, plangebied is rood omkaderd. Bron: ruimtelijkeplannen.nl

De voorgenomen ontwikkeling van een sociaal activiteitencentrum en de uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen is niet mogelijk binnen de huidige bestemmingsregels. Om het plan toch mogelijk te maken is voorliggende bestemmingsplanherziening opgesteld.

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

9

Hoofdstuk 2 2.1

Gewenste situatie

Huidige situatie

Geschiedenis De planlocatie ligt in de overgangszone tussen het Veluwemassief in het noorden en de IJsselvallei in het zuiden en nabij het historische buurtschap Worth-Rheden. De Brinkweg is een heel oude weg en ligt net boven de vroegere hoogwatergrens. Ten zuiden van de weg lagen de natte broeklanden, ten noorden en noordoosten lagen de bouwlanden van de Rheder en Word Rheder enk. De planlocatie ligt ongeveer op de plek van een vroegere hofstede (de Brink). Vanaf de Brinkweg tot aan de IJssel liep zo'n 150 jaar geleden een laan, de met iepen en eiken omzoomde Groen(e)straat. Aan het begin daarvan stond het Huys "Den Brinck".

Afbeelding 2.1: Topografische kaart ca. 1930, de rode pijl wijst de planlocatie aan. Bron: topotijdreis.nl

Zuidflank Het perceel Brinkweg 1 ligt in het gebied Zuidflank: een aaneengesloten groenzone aan de zuidrand van Rheden met daarin verschillende (groene) functies, sportvoorzieningen en langzaamverkeersroutes. Het westelijk deel van de Zuidflank, Worth-Rheden, is een buitengebied met een kleinschalig agrarisch karakter en cultuurhistorische waarden. De gronden zijn voornamelijk in agrarisch gebruik. Typerend in dit gebied zijn ook de smalle wegen, meidoornhagen, een boomgaard, solitaire oude bomen en de met singels beplante langgerekte kavelstructuren. In de afgelopen jaren zijn diverse maatregelen genomen in het kader van het Masterplan Zuidflank met als doel het gebied beleefbaarder, toegankelijker, natuurlijker en aantrekkelijker te maken. In de directe omgeving van het plangebied is aan de overzijde van de Brinkweg een boomgaard aangeplant. Aan de oostkant in een natuurspeelplaats ingericht en ten zuiden van het plangebied heeft de scoutingvereniging een nieuw clubgebouw opgericht. Huidige situatie Het perceel aan de Brinkweg 1 betreft het terrein van de voormalige kinderboerderij. Op het terrein staat nog een schuur, een ander gebouw is reeds gesloopt. Aan de westkant van het plangebied loopt een pad dat het

10

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

gebouw van de scouting ontsluit. Op het terrein was een periode een opslagplaats van een aannemer aanwezig (op onderstaande luchtfoto is deze goed zichtbaar). De opslag is inmiddels weer weg. In het oostelijk deel van het plangebied ligt een woonwagenstandplaats aan de IJsselsingel 99-103. In de huidige situatie zijn er 3 standplaatsen aanwezig.

Afbeelding 2.2: Luchtfoto met plangebied rood omlijnd

2.2

(bron: PDOK viewer)

Planbeschrijving

Het terrein van de voormalige kinderboerderij wordt ontwikkeld met de invulling van een sociaal activiteitencentrum. Deze voorziening heeft als doelgroep de kwetsbare inwoners van de gemeente. Het is een 'doe-centrum' waar voor een breed spectrum aan deelnemers activiteiten plaatsvinden; een plek voor ontmoeting, dagbesteding, hobby en cursussen. De nog aanwezige schuur op het terrein zal worden gesloopt. De woonwagenstandplaats wordt uitgebreid met maximaal vier nieuwe standplaatsen. 2.2.1 Programma Sociaal activiteitencentrum Het initiatief gaat uit van het realiseren van een gebouw (bruto vloeroppervlak ca. 700 m²) met een werkplaats, ontmoetingsruimte, ateliers en andere ruimtes zoals een keuken, kantoor, vergaderruimte en opslag. Het centrale deel van het sociale activiteitencentrum is een aantal werkplaatsen met een machinewerkplaats alsmede handwerkplaatsen.

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

11

Voor het gebouw is een voorlopig ontwerp gemaakt. Het voorlopig ontwerp bestaat uit één herkenbaar volume met een kap. Het dak wordt voorzien van zonnepanelen. De voor- en achtergevel krijgen een houten gevelbekleding. Het ontwerp heeft een dakhelling van 20°, een dakhelling die gebruikelijk is bij stallen en daarom passend in het buitengebied. In één zijgevel is een uitsparing gemaakt voor een overkapt terras. Aan de achterzijde van het gebouw is er de mogelijkheid voor het realiseren van een bijgebouw (max. 150 m²) voor (extra) opslag en stalling van materieel. De afbeeldingen hieronder geven een impressie van het nieuwe gebouw en de indeling ervan.

Afbeelding 2.3: Impressie van het toekomstige gebouw (voorlopig ontwerp: Italiaander Bouwkundig ontwerpbureau)

Afbeelding 2.4: Voorlopige plattegrond van het sociale activiteitencentrum

12

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

Uitbreiding woonwagenstandplaatsen Het oostelijke deel van het perceel van de voormalige kinderboerderij wordt benut voor uitbreiding van het naastgelegen woonwagenkamp IJsselsingel 99-103. Het woonwagenkamp wordt uitgebreid met maximaal vier standplaatsen waarmee er in totaal maximaal 7 wooneenheden aanwezig zullen zijn. Het terrein wordt ontsloten via een centrale weg op het terrein. 2.2.2 Landschaps- en erfplan Voor de beoogde ontwikkeling van de houtwerkplaats is een landschaps- en erfplan opgesteld, zie navolgende afbeelding.

Afbeelding 2.5: Toekomstige inrichting Brinkweg 1 en de woonwagenstandplaats met landschapsplan. Bron: gemeente Rheden.

De ligging in de groene zuidflank komt tot uiting in een groen en landschappelijk ingericht terrein. De voor het gebied karakteristieke noord-zuid gerichte hagen en houtsingels, worden versterkt op de oostelijke en westelijke terreingrens door aanplant van robuuste inheemse struweelhagen met een diversiteit aan soorten. Ook de woonwagenstandplaatsen worden op deze manier ingepast. Om het groene beeld van de Brinkweg te behouden komt het nieuwe gebouw op minimaal 15 m vanaf de weg te staan. Op het voorterrein komen enkele bomen. Het bouwvlak ligt in het verlengde van het scoutinggebouw. Hiermee is er ook voldoende afstand tot de struweelhaag op de erfgrens (ten minste 4 m). Aan de zijde van de Brinkweg is een knip- en scheerheg voorzien. Andere hier passende versterkingsmaatregelen zijn de aanleg van takkenrillen (schuilplaats voor vogels, kleine zoogdieren, amfibieën en reptielen), knotbomen, nestkasten en nestgelegenheid voor bijen. Regenwater wordt op het terrein zelf opgevangen en kan infiltreren naar de bodem of worden afgevoerd naar een aan te leggen wadi op het achterterrein. Er wordt beperkt verharding aangelegd, zo mogelijk in de vorm van halfverharding.

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

13

Het landschapsplan (met toelichting) is tevens opgenomen in bijlage 1. De voorgenomen landschappelijke maatregelen in het landschaps- en erfplan zijn als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. De hoofdinrit van het sociaal activiteitencentrum ligt aan de Brinkweg. Op het voorterrein worden 4 parkeerplekken gerealiseerd voor personeel en voor mindervaliden. Cliënten die met georganiseerd vervoer komen, kunnen hier worden afgezet. Bezoekers die zelf met de auto komen, kunnen deze kwijt op het bestaande, grote parkeerterrein aan de IJsselsingel. Er wordt een voetpad aangelegd vanaf het parkeerterrein naar het terrein van de werkvoorziening. Een tweede, secundaire ontsluiting kan worden gerealiseerd aan de achterzijde van het gebouw, bereikbaar vanaf het bestaande pad dat naar de scouting leidt. Deze toegang kan worden gebruikt voor laden & lossen. Het woonwagenkamp blijft ontsloten via de Brinkweg via een eigen inrit.

2.3

Beschrijving bestemmingsplan

2.3.1 Systematiek Onderhavig bestemmingsplan betreft maatwerk. Ten aanzien van de systematiek is aansluiting gezocht met de nota's: Nota Standaardplanmethodiek bestemmingsplannen dorpen Rheden 2015; Nota Milieuzonering Rheden 2015; Nota Parkeernormen Rheden 2015. De regels van het in werking zijnde bestemmingsplan 'Rheden 2016, woongebieden' dienen als basis voor onderhavig plan. Maatvoering In onderhavig plan wordt gewerkt met bouw- en goothoogtes. Op deze wijze is het schetsontwerp specifiek vastgelegd in het bestemmingsplan. Voor de woonwagens zijn maximale afmetingen opgenomen. Parkeernormen Gezien de regelgeving met betrekking tot het vervallen van de stedenbouwkundige bepalingen in de Bouwverordening, zijn de parkeernormen thans vastgelegd in het bestemmingsplan. Ook deze zijn bezien op hun actualiteit en vloeien voort uit de Nota Parkeernormen Rheden 2015. Binnen de relevante bestemmingen is het gebruik gekoppeld aan parkeernormen. Deze normen, waaraan moet worden voldaan, zijn opgenomen in een bijlage bij de regels. 2.3.2 Toedeling bestemmingen en aanduidingen In onderstaande paragraaf zijn de bestemmingen uit onderhavig plangebied toegelicht. Bestemming Groen Deze bestemming is opgenomen voor de gronden die zijn aangemerkt voor structureel groen.

Voorliggend plan gaat gepaard met verplichtende maatregelen voor landschappelijke inpassing en versterkende maatregelen in de Groene Ontwikkelingszone. Binnen de bestemming Groen zijn doorsnijdende paden rechtstreeks mogelijk. Bestemming Maatschappelijk - 1 Voor het sociale activiteitencentrum en bijbehorend erf is de bestemming 'Maatschappelijk - 1' opgenomen. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor maatschappelijke functies. Met een bouwvlak is aangegeven waar het hoofdgebouw gesitueerd mag worden. Een deel van het bouwvlak is aangeduid voor de machinewerkplaats (waar machinale houtbewerking van milieucategorie 2 is toegelaten) zodat er voldoende

14

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

afstand (30m) tot de woonwagenstandplaats behouden blijft. Binnen het bouwvlak zijn daarnaast de bouwaanduidingen 'maximum bebouwd oppervlak', 'maximum goothoogte' en 'maximum bouwhoogte' opgenomen. Binnen de bouwaanduiding 'bijgebouwen' kan een bijgebouw worden gebouwd. Met een voorwaardelijke verplichting is geborgd dat de ontwikkeling ook landschappelijk wordt ingepast, waterberging wordt gerealiseerd en dat er natuurinclusieve maatregelen worden genomen. Bestemming Wonen Deze bestemming geldt ter plaatse van de woonwagenstandplaatsen. Binnen het bestemmingsvlak zijn maximaal 7 standplaatsen toegelaten. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat voorafgaand aan het plaatsen van nieuwe woonwagens een inrichtingsplan moet worden overlegd die moet worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 Deze dubbelbestemming is opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden in het gebied en is afgestemd op de mate waarin vondsten verwacht kunnen worden.

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

15

Hoofdstuk 3

Beleid

In dit hoofdstuk komt het ruimtelijk beleid op hoofdlijnen aan de orde. Het gaat hier om vigerend beleid op rijks-, provinciaal- en gemeentelijk niveau. Bij de beoordeling van de haalbaarheid in Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op specifiek beleid.

3.1

Rijk

Kader Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de structuurvisie 'Nationale Omgevingsvisie (NOVI)' vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Aspecten van nationaal ruimtelijk belang zijn de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. Via het Barro is deze gebiedsbescherming juridisch verankerd richting lagere overheden.

Ladder duurzame verstedelijking Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied. Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Beoordeling Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van maximaal vier woningen (woonwagenstandplaatsen).

Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. De voorliggende ontwikkeling is derhalve niet ladderplichtig.

16

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

Conclusie De mogelijkheden die het plan bevat, betreffen geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Geconcludeerd kan worden dat het plan voldoet aan de Ladder duurzame verstedelijking. In onderhavig bestemmingsplan komen verder geen onderwerpen aan de orde zijn waar strijdigheid zou kunnen zijn met het Rijksbeleid.

3.2

Provincie

Kader Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en Omgevingsverordening Gelderland. In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 1 februari 2022 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.

Deze ambities worden hieronder kort samengevat:  Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten;  Een op de toekomst toegerust beschermend kwaliteiten;  Een voortvarend en innovatief circulair beleid;  Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit;  Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag;  Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat;  Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Woon- en leefklimaat Voor dit bestemmingsplan is de ambitie voor het woon- en leefklimaat van toepassing. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Zo worden de economische kracht en kwaliteit van leven in Gelderland versterkt, nu en in de toekomst. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang.

Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In de groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen.

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

17

Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening Gelderland is het ruimtelijke beleid zoals dat in de Omgevingsvisie Gelderland is verwoord, deels verankerd. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Groene Ontwikkelingszone De Groene Ontwikkelingszone (GO) is het gebied dat tussen en rondom natuurgebieden ligt. Hierin liggen onder andere de ecologische verbindingszones, de verbindende schakels tussen de natuurgebieden. Binnen het gebied zijn nieuwe ontwikkelingen mogelijk als deze worden gecombineerd met een versterking van de kernkwaliteiten van het gebied door natuur- en landschapselementen aan te leggen. Zo kan de aanleg van robuuste struweelhagen bijdragen aan dekking, voedsel en migratiemogelijkheden voor fauna en dragen de ontwikkelingsdoelen bij aan het versterken van de ecologische verbindingen en de ontwikkeling van het kleinschalige landschap.

De volgende GO compensatieregels zijn opgenomen in de omgevingsverordening van Gelderland:  Artikel 2.53b (versterkingsplan) Een bestemmingsplan maakt een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen mogelijk onder de voorwaarden dat de voorgenomen activiteit de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen van de Groene ontwikkelingszone per saldo versterkt en de samenhang niet verloren gaat. De initiatiefnemer onderbouwt deze versterking in een versterkingsplan. Dit artikel beschrijft waaraan het versterkingsplan moet voldoen. Het plan is een voorwaarde voor het vaststellen van het bestemmingsplan.  Artikel 2.53c (borging versterking) De versterking kan binnen het plangebied worden gerealiseerd, maar dat hoeft niet. De versterking kan ook elders, buiten het plangebied, plaatsvinden. Als voor de uitvoering van de versterking buiten het plangebied een wijziging van het bestemmingsplan nodig is, mag dit bestemmingsplan of deze wijziging niet later worden vastgesteld dan het bestemmingsplan of wijziging waarin de functie wordt opgenomen die de aanleiding vormt voor de versterking. De twee bestemmingsplannen of wijzigingen van een bestemmingsplan mogen uiteraard ook tegelijk worden vastgesteld.

 Artikel 2.53d (borging uitvoering versterking) De planologische borging van de versterking in het bestemmingsplan (artikel 2.53c) verzekert nog niet dat de versterking ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Hiervoor moet in het bestemmingsplan dat de activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt een voorwaardelijke verplichting worden opgenomen. Deze verplichting bevat de voorwaarde dat alleen gebruik kan worden gemaakt van de functie als het versterkingsplan binnen vijf jaar is uitgevoerd. Deze termijn is korter als de versterking in kortere tijd kan worden uitgevoerd. Wanneer ter plaatse beschermde soorten voorkomen, moet het versterkingsplan zijn uitgevoerd voordat gebruik wordt gemaakt van de nieuwe functie. Als het gemeentebestuur een buitenplanse omgevingsvergunning “handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening” verleent, wordt de verplichting in de omgevingsvergunning vastgelegd. Aanvullend op de voorwaardelijke verplichting of de voorwaarde in de omgevingsvergunning kan de uitvoering worden verzekerd door het opstellen van een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de eigenaar van de grond waar de versterking plaatsvindt. Beoordeling Voorliggend initiatief ligt in de Groene Ontwikkelingszone (GO), in het deelgebied 'Biljoen, Middachten en Hof te Dieren (deelgebied 131)' De kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van dit deelgebied zijn:

18

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

Kernkwaliteiten:  Overgangen tussen de Veluwezoom en het IJsseldal met de dorpen en enken van Velp, Rheden, De Steeg, Ellecom en Dieren, Velperbroek.  onderdeel van Nationaal Landschap Veluwe.  Parel/ A-locatie bos Middachten-Falsantenbos: bronbos met essen elzenhakhout omgeven door drogere bostypen; het bos en de beken zijn bijzonder rijk aan zeldzame planten en dieren.  bijzondere natuur van sprengen, beken en kwelgebieden.  Haviker Poort: uitwisselgebied van planten en dieren tussen de Veluwe en het IJsseldal.  leefgebied das  leefgebied steenuil  leefgebied kamsalamander  cultuurhistorische waarden van de landgoederen Biljoen, Middachten en Hof te Dieren, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels, sprengen en beken en boerderijen.  abiotiek; aardkundige waarden kwel, bodem, grondwaterreservoir. Ontwikkelingsdoelen:  ontwikkeling ecologische verbinding Haviker Poort: singels en houtwallen, lanen, graslanden, poelen, plasdrasbermen en moeraszones, in het bijzonder langs de beken.  vermindering barriérewerking A348, N348, spoorlijn en Middachter Allee.  ontwikkeling bronnen, beken en natte bossen.

 ontwikkeling natte schrale graslanden in de broekgebieden van Biljoen en Middachten  ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden  ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën  ontwikkeling cultuurhistorische patronen en beheersvormen  ontwikkeling van kleinschalig landschap langs de voet van de Veluwe; houtsingels, beken en graslanden Bij ontwikkelingen in de GO dienen conform de hiervoor genoemde artikel 2.53 sub b, c en d de voorgenoemde kernkwaliteiten van het gebied versterkt te worden door natuur- en landschapselementen aan te leggen. De provincie heeft daarvoor rekenregels vastgesteld die per 10 juni 2022 in werking zijn getreden. In de opgave voor dit plan zijn zowel het sociale activiteitencentrum als de beoogde uitbreiding van het woonwagenkamp meegenomen. In bijlage 9 is de berekening voor de voorziene versterking van het GO met beoordeling opgenomen. Het verlies aan ruigteveld of -zoom en de impact van de nieuwe functies leidt tot een vereiste compensatie van 240 punten. Ter versterking van de voor dit gebied karakteristieke noord-zuid gerichte hagen en houtsingels, wordt op de oostelijke en westelijke terreingrens de aanplant van robuuste inheemse struweelhagen met een diversiteit aan soorten voorgesteld.

Andere hier passende versterkingsmaatregelen zijn de aanleg van takkenrillen (schuilplaats voor vogels, kleine zoogdieren, amfibieën en reptielen), knotbomen, nestkasten en nestgelegenheid voor bijen. De versterkingsmaatregelen (750m² struweelhaag, 50m² knotbomen en 50 m² takkenrillen) leveren in totaal 265 punten op, waarmee de ontwikkelruimte ruimschoots gecompenseerd wordt. De versterkingsmaatregelen zijn tevens de maatregelen voor de landschappelijke inpassing (zie ook paragraaf 2.2.2). Het versterkingsplan is afgestemd met de provincie. Conclusie Het onderhavige plan past binnen het provinciaal beleid.

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

19

3.3

Waterschap

Kader Europa Op 22 december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht geworden. De Richtlijn beoogt een goede chemische en ecologische toestand van grond- en oppervlaktewater te bewerkstelligen. In principe zijn in 2015 de gestelde doelen bereikt. De Richtlijn verplicht de Europese lidstaten om voor elk stroomgebied een stroomgebiedbeheersplan op te stellen. De gemeente Rheden ligt in het deelstroomgebied Rijn-Oost. Rijk Per 1 januari 2008 is de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken van kracht. Daarin is vastgelegd dat primair de eigenaar verantwoordelijk is voor de verwerking van hemelwater dat op zijn perceel valt. Dit houdt in dat, indien dat mogelijk is, het water geïnfiltreerd moet worden in de bodem, of met toestemming van de waterbeheerder wordt geloosd op oppervlaktewater. Er worden door middel van verordeningen en regels nadere eisen en randvoorwaarden aan de verwerking gesteld. Provincie Gelderland Op 15 december 2021 heeft Provinciale Staten het Regionaal waterprogramma 2021-2027 vastgesteld. Het Regionaal waterprogramma beschrijft hoe de provincie de komende jaren aan de slag wil op het gebied van water. De waterschappen houden hier rekening mee in hun Waterbeheerprogramma.

Daarnaast heeft het programma gevolgen voor het toetsingskader voor milieubelastende activiteiten (die gevolgen kunnen hebben voor watersystemen) en wateractiviteiten als bedoeld in de Omgevingswet. Water stuurt! Water speelt een grote en veelzijdige rol in Gelderland. Water om te drinken, over te varen, in te zwemmen. Water voor landbouw, natuur en landschap. Water dat ook een risico is en kan zorgen voor overstromingen. Door klimaatverandering neemt de kans op droogte toe en daarmee de vraag naar water. Ook de kans op hevige neerslag stijgt, en dit water moet zonder overlast weg kunnen. Watersysteem van de toekomst De provincie bereidt zich samen met haar partners voor op het watersysteem van de toekomst. In het Regionaal waterprogramma beschrijft de provincie hoe zij dit wil gaan doen. Zo gaat ze meer aandacht geven aan het bodem- en watersysteem bij hun werkzaamheden. Ook zetten ze in op voorraadbeheer van het grondwater om in tijden van droogte meer water beschikbaar te hebben en het belang van schoon grondwater voor de drinkwatervoorziening. Deze uitdagingen pakken ze op in gebiedsprocessen en in samenhang met andere provinciale en maatschappelijke opgaven. Waterschap Rijn en IJssel Waterschap Rijn en IJssel beschrijft in het Waterbeheerprogramma voor de periode 2022-2027 het beleid voor alle taakgebieden van het waterschap.

Het waterschap bepleit om het hemelwater zoveel mogelijk te verwerken op de plaats waar het valt. Afvoer van hemelwater via de riolering naar de rioolwaterzuivering (RWZI) is namelijk belastend en minder gewenst. Gemeente Bij raadsbesluit van 31 mei 2022 is de “Verordening afvoer hemelwater en grondwater Rheden” van toepassing. De waterbergingseis voor nieuwe bouwwerken en ingrijpende verbouwingen is 60 mm. Dit geldt in de gebieden waar het water in de bodem kan en mag zakken (infiltreren). Tenminste 60 mm hemelwater per m² nieuw verhard oppervlak en nieuw bouwwerk moet op eigen terrein worden verwerkt. Dit geldt voor nieuwbouw en ingrijpende verbouwingen met een verhard oppervlak van meer dan 60 m² (daken +

20

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

terreinverharding / bestrating). Hiervoor kan de volgende berekening worden gehanteerd: benodigde waterberging (in m³) = verhard oppervlak (in m²) * 0,06 m. De factor 0,06 m vertegenwoordigt een maatgevende bui van 60 mm per uur. Op 20 december 2022 is het Watertakenplan Olburgen 2023-2027 vastgesteld. Met dit WTPO voldoet de gemeente Rheden aan de planverplichting voor de rioleringszorg die rechtstreeks voortkomt uit de Wet milieubeheer. De strategie bij de inzameling van afvalwater is afgestemd op rijks- en provinciaal beleid. Beoordeling In de Waterbeheerplannen van het waterschap Rijn en IJssel zijn geen projecten beschreven die nopen tot een regeling in onderhavig plangebied. De belangen van het waterschap zijn binnen het watertoetsproces mee gewogen. Voor dit plan is de digitale watertoets ingevuld. Paragraaf 4.5 licht de conclusie uit de watertoets toe. Conclusie Uit de resultaten van de watertoets blijkt dat er geen waterhuishoudkundige belangen aanwezig zijn. Hiermee is het initiatief passend binnen bestaand beleid van het waterschap.

3.4

Regio

Kader Woondeal 2.0 Groene metropoolregio Arnhem-Nijmegen De 18 gemeenten van de Groene Metropoolregio, provincie Gelderland en Rijk zijn een langjarig partnerschap aangegaan voor een beter werkende woningmarkt. Zij hebben afgesproken om 33.000 woningen toe te voegen in de regio in de periode 2023 t/m 2030. Voor Rheden is de opgave ruim 800 woningen. Deze woningen moeten ruimtelijk goed worden ingepast binnen het concept 'meer stad én meer landschap'. De volgende doelen worden benoemd:  De woningbouwopgave moet passen binnen de kaders van de verstedelijkingsstrategie ArnhemNijmegen/Foodvalley.  Naast reguliere woningbouw inzet op flexwoningen en alternatieve woonvormen.  Beter benutten van de bestaande voorraad voor het verminderen van de woningnood en verhogen van de leefbaarheid in wijken.  2/3 van de nieuwbouw moet betaalbaar zijn, waarvan 30% sociale huur en 35% middenhuur of betaalbare koop (tot € 355.000).  Voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen en een evenwichtige spreiding daarvan over de gemeenten.  Verduurzamen en toekomstbestendig maken van de bouwsector, doordat circulair en conceptueel bouwen de norm is bij woningbouw. Zo dragen we bij aan de reductie van 55% tot 60% CO2-uitstoot (Paris-proof), 50% primaire grondstoffen en 50% uitstoot van stikstof in 2030.

Met klimaatadaptief bouwen en beheren beperken we de overlast van de gevolgen van klimaatverandering. Dit gaat hand in hand met natuurinclusief bouwen. Beoordeling Vanaf 1 juli 2023 wordt er door de gemeente getoetst of woningbouwplannen voldoen aan de eisen uit de Woondeal 2.0. Er worden woningen toegevoegd, wat bijdraagt aan de regionale woningbouwopgave. Voorliggend initiatief voorziet in de woningbehoefte voor één van de aandachtsgroepen: de woonwagenbewoners. De woonwagenstandplaatsen vallen in het betaalbare segment. Daarnaast worden de nieuwe woonwagens duurzaam gebouwd.

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

21

Conclusie Het toevoegen van maximaal vier woonwagenstandplaatsen past binnen de uitgangspunten van de Woondeal 2.0.

3.5

Gemeente

Voor onderhavig plangebied is het volgende gemeentelijke beleid van belang. 3.5.1 Wonen Woonvisie 2020-2026 In 2020 is de Woonvisie 2020-2026 'Samen wonen in Rheden” vastgesteld. Deze visie laat een toekomstbeeld zien hoe inwoners kunnen wonen en leven in de gemeente. Daarnaast staat er in hoe de gemeente dit wil bereiken. Onderdeel van de Woonvisie is het Woonwagenbeleid. Woonwagenbeleid 2023 In april 2023 is het Woonwagenbeleid gemeente Rheden vastgesteld. Onderzoek naar vraag en aanbod laat zien dat er 12 extra standplaatsen nodig zijn in onze gemeente in de periode 2023-2028. We starten met onderzoek naar de mogelijkheden voor uitbreiding van de huidige standplaatsen. Levert dit niet voldoende standplaatsen op dan zoeken we naar nieuwe locaties. We doen dit samen met de corporatie(s). Het is belangrijk dat bij de toewijzing van standplaatsen rekening wordt gehouden met afkomst en familiebanden. We willen de huidige bewoners daarom een grote rol geven bij de toewijzing van vrijkomende en nieuwe standplaatsen. Een vertegenwoordiging van de bewoners gaat zich verenigen in een bewonerscommissie. Zij zullen samen met Vivare, Veluwonen en Gemeente toewijzingsregels op gaan stellen. Op die manier wordt er recht gedaan aan behoud van de woonwagencultuur binnen de gemeente Rheden.

Toetsing Onderhavig plan maakt de ontwikkeling mogelijk van maximaal vier woonwagenstandplaatsen in aanvulling op de reeds aanwezige woonwagens binnen het plangebied. 3.5.2 Structuurvisie Voor het dorp Rheden is de structuurvisie Rheden, Mijn dorp van Morgen vastgesteld op 23 september 2014. De Structuurvisie geeft de koers weer voor het dorp Rheden tot 2030. Het beschrijft de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van het dorp op de lange termijn en de daarvoor noodzakelijke maatregelen op korte termijn. Uit de analyse van de huidige situatie wordt geconcludeerd dat het dorp Rheden vooral gewaardeerd wordt om zijn rustige en aantrekkelijke ligging met aan de ene zijde de groene Veluwe en aan de andere zijde het water van de IJssel. De ligging en de historische plekken maken Rheden uniek. In de visie zijn ambities voor de toekomst opgenomen, die vervolgens zijn vertaald naar deelgebieden. Het plangebied ligt in de Zuidflank van Rheden. Beoordeling De ruimtelijke ambitie voor de Zuidflank is gericht op het aanbrengen van meer samenhang in de verschillende onderdelen van het gebied, waardoor het als groene, parkachtige voorziening van toegevoegde waarde kan zijn voor het dorp. Daarbij is het de wens om de landschappelijke verbinding van Rheden met het buitengebied aan de zuidwestkant van het dorp te versterken. Dit moet de Zuidflank meer beleefbaar en toegankelijk maken.

De planlocatie was voorheen in gebruik als kinderboerderij, maar deze is niet meer aanwezig. Daarna is het terrein door de gemeente aangewezen voor de herontwikkeling van maatschappelijke functies. Zo is de scouting hier bezig met de bouw van een nieuw clubgebouw. Ook voor een sociaal activiteitencentrum wordt dit een passende plek gezien. Daarnaast is er de wens voor uitbreiding van het bestaande woonwagenterrein.

22

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

De ontwikkeling is zorgvuldig vormgegeven in samenhang met de (natuurlijke) omgeving. Zo voorziet het plan in het versterken van de Groene Ontwikkelingszone door de aanleg van struweelhagen en houtsingels en nieuw aan te leggen openbare wandelpaden om het gebied beleefbaar te maken. In het landschaps- en erfplan in bijlage 1 zijn de inrichtingsmaateregelen van het plan nader toegelicht. Hiermee is het initiatief passend binnen ambities voor de Zuidflank en de Structuurvisie Rheden, mijn dorp van morgen. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan past in het gemeentelijk beleid 3.5.3 Cultuurhistorie De gemeenteraad heeft op 30 mei 2017 de Erfgoednota Verbindend Verleden vastgesteld. Daarin is het erfgoedbeleid over de jaren 2012-2016 geëvalueerd en worden de plannen voor de periode 2017-2021 geformuleerd. De evaluatie is aanleiding om voort te gaan op de ingeslagen weg; met dezelfde visie maar met nieuwe plannen waarin zoveel mogelijk erfgoedwensen zijn verwerkt. Erfgoed gaat over menselijke sporen uit het verleden die zichtbaar en tastbaar zijn in het heden. Dat kunnen voorwerpen zijn, archeologische vondsten, archieven, en gebouwde en groene monumenten zoals landgoederen, begraafplaatsen en landschappen. Maar ook bepaalde gebruiken, verhalen en gewoonten horen erbij.

In de visie is het cultuurhistorische erfgoed van cruciaal belang voor de ruimtelijke en sociale karakteristiek van de gemeente Rheden. Allereerst gaat het om het in goede staat doorgeven van cultuurhistorisch erfgoed aan volgende generaties. Daarnaast willen wij ons erfgoed inzetten als (hulp)motor om de economische, sociale en klimatologische doelen te bereiken en als verbindende schakel tussen gemeentebrede beleidsdoelstellingen. De visie is voor de verschillende delen van het erfgoed (landschap, archeologie, bouwkunst en de verhalen) uitgewerkt in de volgende thema's:  behoud en ontwikkeling;  kennis vermeerderen en delen;  promotie en beleving. Naast uiteraard de kerntaak van erfgoed - instandhouding - is de focus de komende jaren gericht op het behalen van de gemeentebrede doelen op het gebied van klimaat, toerisme en recreatie en het sociale domein. Met een proactieve houding zal geprobeerd worden het voor eigenaren aantrekkelijk(er) te maken om hun erfgoed te behouden. De gemeenteraad heeft in 2008 de archeologienota Uitgediept vastgesteld. Hierin wordt een aantal beleidsvoornemens ten aanzien van archeologie verwoord. Archeologie wordt op grond van deze nota voortaan beschermd via de bestemmingsplannen. Dit laat onverlet dat mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd zijn beschermd.

Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. Of een vondst van archeologische resten uiteindelijk moet leiden tot behoud van deze resten of een opgraving wordt door burgemeester en wethouders bepaald op basis van het advies van de regioarcheoloog die zijn advies opstelt aan de hand van de in de archeologienota uitgewerkte selectiemethode. In 2013 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaarten met toelichting die bij de nota horen vastgesteld. Deze kaarten dienden als basis voor het geldende bestemmingsplan Parapluplan Archeologie Rheden 2013 en aanpassing regeling Buitenplaatsen. De archeologische bepalingen uit dat bestemmingsplan zijn in onderhavig bestemmingsplan verwerkt.

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

23

3.5.4 Groen In het gemeentelijke Groenstructuurplan uit 2002 en de Beleidsnota Bomen uit 2005 is de leidraad dat de groene kenmerken en karakteristieken in de dorpen en deelgebieden worden versterkt. Beoordeling In het dorp Rheden is in de smalle trottoirs nauwelijks ruimte voor bomen. Vanwege de geringe ruimte voor bomen in het openbaar gebied worden particulieren gestimuleerd voor de aanplant van bomen. Door de landschappelijke inpassing van de het sociale activiteitencentrum worden nieuwe bomen aangeplant op het terrein, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan het vergroenen van het straatbeeld aldaar. 3.5.5 Welstandsnota De welstandsnota vormt samen met het bestemmingsplan het (juridische) kader waaraan een omgevingsvergunning wordt getoetst ten aanzien van de ruimtelijke aanpassing van de gebouwde omgeving. Op 30 mei 2017 heeft de raad de welstandsnota geactualiseerd. Met deze welstandsnota zijn de gemeente, ondernemers en inwoners gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van de leefomgeving. De nota is digitaal beschikbaar via de website www.welstandsnotas.nl/rheden. Hier kan iedereen de nota op adres raadplegen. Beoordeling Sociaal activiteitencentrum Het sociale activiteitencentrum gaat met het nieuwe bestemmingsplan vallen onder het welstandsregime van Landelijk gebied, G3 Boerenerven in het agrarisch buitengebied.

Binnen dit welstandsregime is het uitgangspunt om bebouwing te clusteren tot grotere eenheden, waardoor de karakteristieke van woongebouwen met bedrijfsgebouwen behouden blijven. Bedrijfsgebouwen en bijkomende objecten of bijbehorende bouwwerken worden, afhankelijk van de oorspronkelijke situatie, aan de weg geplaatst of teruggelegd ten opzichte van het woongedeelte of geïntegreerd in de bebouwing. De boerderij - in voorliggend geval de het sociale activiteitencentrum - manifesteert zich als hoofdgebouw, waarbij afzonderlijke gebouwen qua oriëntatie en massa een samenhangend ensemble vormen. De volgende deelaspecten spelen hierbij o.a. een rol:  massa en vorm: bouwmassa’s worden gekenmerkt door eenduidige rechthoekige basis en een enkelvoudige kapvorm met een steile dakhelling en lage gootlijn. Daarnaast wordt aangesloten bij de schaal van de bestaande bebouwing.  gevelcompositie: Gevels tonen steeds een eenvoudige ordening van gevelopeningen en hebben een verticaal karakter.  Kleurgebruik en materiaalgebruik: het materiaal- en kleurgebruik voor de hoofdvlakken is ingehouden en afgestemd op het kleur- en materiaalbeeld van de oorspronkelijke bebouwing in de omgeving. Glas, spiegelende oppervlakken, metaal en kunststof niet toepassen bij beplating van gevels.  detaillering: specifieke detaillering van gevelopeningen met aandacht ontwerpen.

 karakteristiek/aandachtspunten: voorzieningen voor het houden van paarden horen deel uit te maken van het boerenerf. Aansluiten bij de landschappelijke karakteristiek en het erf is uitgangspunt. Voor de locatie geldt een bijzonder welstandsniveau. Bij het beoordelen van de aanvraag voor de omgevingsvergunning zal een onafhankelijke welstandscommissie beoordelen of het plan aan de welstandsnota voldoet.

24

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

Uitbreiding woonwagenstandplaatsen De uitbreiding woonwagenstandplaatsen gaat met het nieuwe bestemmingsplan vallen onder categorie W8: Woonwagenterreinen. Ten aanzien van de bebouwing en omgeving gelden de volgende hoofdaspecten:  Het karakter van het terrein dient gehandhaafd te blijven. Nieuwbouw dient aan te sluiten bij de bestaande bebouwing.  Behouden en versterken van aanwezige eenheid binnen het deelgebied is het uitgangspunt bij ontwikkelingen en ingrepen. De eenheid komt onder andere tot uiting in kapvorm, gevelindeling, kleurgebruik en materiaalgebruik. Met voorliggend initiatief worden maximaal vier standplaatsen toegevoegd binnen het plangebied. Een nadere uitwerking van de woonwagens en verdere inrichting van het terrein passend bij de huidige woonwagens in het gebied volgt bij de aanvraag omgevingsvergunning. Dan zal de toets aan de welstandseisen plaatsvinden. 3.5.6 Biodiversiteitsplan 2022-2032 Het college en de gemeenteraad van de gemeente Rheden hebben besloten om hoog in te zetten op de biodiversiteit middels de inzet van een gemeentelijk biodiversiteitsplan. Het plan is in juni 2022 vastgesteld met een hoge ambitie. Een ontwikkeling vanuit dit beleid is het behouden en herstellen van de biodiversiteit en het natuurinclusief ontwerpen en inrichten van projecten aan de hand van een puntensysteem.

Momenteel wordt gewerkt aan het puntensysteem, deze is nog niet gereed. Gelet op de biodiversiteitsambities dient het natuurinclusief bouwen en inrichten als uitgangspunt gehanteerd te worden in de inrichting en ontwikkeling van het project. Beoordeling In bijlage 10 Biodiversiteitsmaatregelen worden verschillende maatregelen genoemd die getroffen kunnen worden om de biodiversiteit te behouden en te vergroten. Op dit moment is nog niet bekend welke maatregelen daadwerkelijk zullen worden genomen. Dit staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. Biodiversiteit is overal om ons heen en op elke schaal kan een extra bijdrage geleverd kan worden. Naast de versterkende maatregelen vanuit de GO compensatie wordt de nieuwbouw natuurinclusief ontworpen en gebouwd. Dit is voorwaardelijk verplicht gesteld in de regels. Conclusie Het bestemmingsplan is uitvoerbaar ten aanzien van het aspect biodiversiteit.

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

25

Hoofdstuk 4

Haalbaarheid

Wanneer een bestemmingsplan wordt vervaardigd, dient dit plan binnen de planperiode uitvoerbaar te zijn. De uitvoerbaarheid wordt mede onderzocht door het te toetsen aan regelgeving, beleid van de gemeente en van andere overheden (zie hoofdstuk 3) en aan de uitkomsten van onderzoeken. In dit hoofdstuk worden de (nieuwe) mogelijkheden die onderhavig bestemmingsplan bevat, daaraan getoetst. Hier wordt de afweging beschreven die gemaakt is bij het leggen van de toepasselijke bestemmingen. Indien noodzakelijk bij nieuwe ontwikkelingen, wordt ingegaan op het opgestelde rapport.

4.1

Bodem

Kader Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. Bodemonderzoeken mogen niet meer dan 5 jaar oud zijn. Indien er sprake is van bouwactiviteiten is ook in het kader van de bouwvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. In de praktijk worden deze onderzoeken vaak gecombineerd. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Beoordeling In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 2. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat er licht verhoogde gehalten verontreinigingen in de grond aanwezig zijn. De aangetoonde verhoogde gehalten zijn echter zodanig licht verhoogd dat aanvullend onderzoek of nadere maatregelen niet noodzakelijk worden geacht.

Het plangebied wordt hiermee vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor de huidige en de toekomstige bestemming. Daarnaast is het terrein onderzocht ten aanzien van asbest ter plaatse van de druppelzones van het asbestdak van de aanwezige bebouwing. Bij het asbestonderzoek is in de druppelzone een gewogen gehalte gemeten van 21 mg/kgds (AMM01), respectievelijk 1,2 mg/kgds (AMM02). Tevens zijn enkele losse vezels aangetroffen in de fractie < 0,5 mm. Omdat het om slechts enkele vezels gaat, waarvan wordt verwacht dat de interventiewaarde (100 mg/kgds) niet wordt overschreden, wordt geadviseerd om gelijktijdig met de sanering van het asbestdak tevens de verontreinigde grond in de druppelzone te verwijderen. Conclusie Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem.

4.2

Milieuzonering

Kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige

26

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1. het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; 2. het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden.

De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. Beoordeling Voorliggend plan betreft het toevoegen van een sociaal activiteitencentrum en maximaal vier standplaatsen voor woonwagens. Woonwagens betreffen milieugevoelige objecten in het kader van milieuzonering. Voor het sociale activiteitencentrum met een machinewerkplaats gelden de volgende richtafstanden in het kader van milieuzonering: Activiteit Adres SBI-code Milieucategorie Richtafstand Feitelijke afstand Bestemming Brinkweg 1 41, 42, 43 2 10 m stof 30 meter Maatschappelijk Aannemersbedrijf 30 m geluid (machinemet werkplaats, 10 m gevaar werk plaats) 1.000 m3 Bestemming Brinkweg 1 32991 2 30 m stof 0 meter Maatschappelijk Sociale 30 m geluid (sociaal activiwerkvoorziening teitencentrum) Conform de VNG-handreiking zijn een sociaal activiteitencentrum en een machinewerkplaats een houtwerkplaats beiden een categorie 2 bedrijf.

In voorliggend plan is er voor gekozen om de functies die geluid en stof veroorzaken te positioneren aan de westzijde van het gebouw, ter plaatse van de aanduiding 'machinewerkplaats'. Een machinewerkplaats kan worden gezien als een categorie 2 bedrijf (kleinschalig aannemersbedrijf met werkplaats: b.o.< 1000 m²). Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter ten aanzien van geluid. Door de werkplaats waar machinale houtbewerking plaatsvindt te realiseren in het westelijke deel van het gebouw wordt er een zo groot mogelijke afstand (>30 m) gehouden tot de nieuwe woonwagenstandplaatsen en overige omliggende woningen in de omgeving van het plangebied. Bovendien fungeert de rest van het gebouw als een buffer voor geluid.

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

27

De ruimtes aan de oostzijde van het gebouw bestaan uit een ontmoetingsruimte, keuken, kantoor, opslag en twee handwerkplaatsen. Dergelijk gebruik is geen milieubelastende activiteit voor gevoelige functies in de omgeving. De buitenruimte ten oosten van het gebouw wordt landschappelijk ingericht (zie paragraaf 2.2) en is geen verblijfsruimte voor de bezoekers van het sociale activiteitencentrum. Geconcludeerd wordt dat er ter plaatse van de nieuwe woonwagenstandplaatsen en omliggende woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van geluid van de machinewerkplaats. Om deze afstand te borgen is op de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan een aanduiding opgenomen waar de machinewerkplaats is toegelaten. Ondanks dat het terrein van het sociale activiteitencentrum zich direct naast het woonwagenkamp bevindt is door de juiste positionering van de gebruiksruimtes waar geluid en stof geproduceerd worden sprake van een evenwichtige verdeling van functies. In de omgeving van de standplaatsen zijn geen andere bedrijven of functies aanwezig die invloed kunnen hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse van de standplaatsen. Vice versa vallen de woonwagenstandplaatsen onder de bestemming ‘Wonen’ en vormen geen belemmeringen ten opzichte van de woonwijk ten noordoosten van het plan. Conclusie Het plan is uitvoerbaar vanuit het aspect milieuzonering.

4.3

Luchtkwaliteit

Kader De eisen voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Deze wet kent grenswaarden en voor enkele stoffen ook plandrempels. De Wm heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging, onder andere als gevolg van het verkeer. Indien het uitoefenen van bevoegdheden, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen bestuursorganen die bevoegdheden uitoefenen wanneer aannemelijk is gemaakt dat sprake is van één van onderstaande gevallen (artikel 5.16 Wm):  het bestemmingsplan leidt niet tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden;  de luchtkwaliteit verbetert per saldo als gevolg van het bestemmingsplan blijft ten minste gelijk;  het bestemmingsplan draagt niet in betekende mate bij aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen;  de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)  Bij ministeriële regeling (de Regeling niet in betekende mate bijdragen) zijn categorieën van gevallen aangewezen, waarin (o.a.) het vaststellen van een bestemmingsplan dan wel het verlenen van een omgevingsvergunning voor een projectafwijking in ieder geval niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

Wanneer een ontwikkeling valt onder de categorieën van gevallen is het niet nodig luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren. Voor onder meer woningbouwlocaties en kantoorlocaties zijn categorieën van gevallen aangewezen. Beoordeling De ontwikkeling van een sociaal activiteitencentrum en maximaal vier woonwagenstandplaatsen valt onder de AMvB Niet in betekende mate. Derhalve is onderzoek voor dit aspect niet noodzakelijk. Conclusie Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit.

28

Rheden 2016, locatie Brinkweg 1

4.4

Geluid

Kader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft betrekking op nieuwe ontwikkelingen. De wet noemt geluidsbronnen die in de ruimtelijke ordening van belang zijn. Binnen de gemeente zijn dit: wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. Deze bronnen hoeven niet binnen het plangebied te liggen. Nieuwe geprojecteerde geluidgevoelige functies binnen de zone van een bron moeten op het aspect geluidbelasting getoetst worden. Wegen die deel uitmaken van een woonerf of van een 30 km-gebied zijn hiervan uitgezonderd. De Wgh benoemt functies die gevoelig zijn voor geluidsbelasting van deze bronnen. Zo zijn bijvoorbeeld woningen en scholen 'geluidsgevoelige bestemmingen'. De Wgh kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidsgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde'). Maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel terug te dringen moeten dan onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of financiële aard. Bij een geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidsgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien er gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels'.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=d2ab6f0d-ea5a-4925-a2f0-e5aeb68f5bdc