CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bp Velp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o.

Raadsvergadering 29 juni 2021, gemeente RhedenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Velp Zuid, Dr. Schaepmanstraat e.o.22.580 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

8

•

Verlichting: lichtmast met paaltop.

•

Groen: bomen toevoegen in straatbeeld.

•

Spelen en ontmoeten: minimaal drie plekken, inrichten voor verschillende doelgroepen.

•

Erfafscheiding: groene hagen en/of hekwerken.

Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid

9

Velp

rond 1960

10

2. Huidige context Het plangebied kent momenteel 35 woningen in

kan wel gewoon doorfietsen. Het profiel bestaat uit

verschillende typologieën (twee-kappers en korte

een smalle rijbaan van 4 meter met meestal langs- of

rijen in 1 en 2 bouwlagen met kap) aan de Doctor

haaksparkeren. De voetpaden hebben een breedte

Schaepmanstraat, tussen de Charlottestraat in het

van ongeveer 1,5 meter en zijn dus redelijk smal. Door

noorden en de Titus Brandsmastraat in het zuiden.

de verkeerstructuur voelt het plangebied erg opgebroken en is de structuur verwarrend door vreemde

Historie

bochten en straten die niet met elkaar verbonden zijn.

De woningen zijn grotendeels gebouwd rond 1928-

Parkeerplaatsen zijn over het algemeen klein en het

1930 door woningvereniging ‘Ons Belang’ als een

totale aantal is ondermaats ten opzicht van het aantal

sterk samenhangend buurtje in de tuindorp-stijl. De

woningen.

meest zuidelijk woningen zijn na de oorlog gebouwd en kennen een andere uitstraling en bouwmassa.

Groen en speelplekken Er zijn geen groenplekken aan de Doctor Schaep-

Verkeer en parkeren

manstraat. Er zijn enkele kleine speelplekken in de

De Doctor Schaepmanstraat is geen doorgaande

zijstraten en een grotere speelplek op het hernieuwde

straat meer; de parallel gelegen IJsselstraat heeft de

Van Kolplein. Er zijn ook enkele moestuinen op

functie van doorgaande verbinding voor de auto. De

achtergebieden te vinden. Door de verkeerstructuur

huidige verkeerstructuur in het plangebied wordt

bestaat er tamelijk wat snippergroen in de straten

twee keer doorgebroken voor de auto, maar de fiets

met hier en daar een boom.

Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid

11

Bouwstijlen en bouwjaren De woningen in de Doctor Schaepmanstraat zijn in

De bebouwing in het zuiden van het deelgebied

verschillende tijdsperioden gebouwd, maar de

grenst aan de Titus Brandsmastraat en de Troel-

meeste woningen komen uit de jaren ‘20-’30. De

strastraat. Deze straten hebben een typische naoor-

tweekappers met een de lage goot zijn onderdeel van

logse strokenbouw structuur. Hier heeft de bebou-

een planmatige tuindorp-achtige opzet in Velp-zuid.

wing een hoge goot (op ongeveer 6 meter) en weinig

Dit plan behelsde het gebied rond het Van Kolplein,

verbijzonderingen, op enkele metselwerkdetails na.

Schaepmanstraat en omgeving. Hoewel het als een

Hier hebben de woningen wel voortuinen, ofschoon

tuindorp-achtige opzet is ontworpen met korte

vaak verhard.

straatjes en veel geaccentueerde hoeken, mist het aan voortuinen en heeft het veelal een stenig karak-

Enkele tweekappers in het zuiden van het plangebied

ter. Ook de achtertuinen zijn soms erg ondiep.

hebben geen typische bouwstijl, maar lijken een overgang tussen de tuindorp-achtige stijl en de

De bebouwing aan het Van Kolplein en omgeving is in

naoorlogse strokenbouw. Deze woningen hebben een

de periode 2013-2015 vervangen door nieuwbouw.

hoge goot aan de voorzijde van de woning en een

De architectuur is een eigentijdse vertaling van de

deels lage goot aan de achterzijde. Tevens hebben ze

oorspronkelijke tuindorp architectuur, waarbij de

een gemetselde uitbouw met zadeldak op de hoek

stedenbouwkundig structuur is behouden.

van de achterzijde. Voor een deel blijven deze woningen behouden.

Nieuwbouw op het Van Kolplein: geïnspireerd op de tuindorp-architectuur

12

Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid

13

Karakteristieken voor-oorlogse woningen (tuindorp)

Uitzondering: kop met voormalige winkelruimte

14

Uitzondering: kop bij een wegasverspringing

Karakteristieken tuindorp

Karakteristieken naoorlogse woningen

De woningen met lage goot en oranje kap zijn zeer

De woningen aan het zuidelijke deel van de Doctor

beeldbepalend voor de Doctor Schaepmanstraat. Het

Schaepmanstraat en de woningen in de naastgelegen

gaat hier om tweekappers of korte rijtjes van drie

zijstraten hebben een ander uiterlijk dan de tuindorp-

woningen. De woningen hebben allemaal hetzelfde

achtige woningen. De woningen hebben twee bouw-

uiterlijk: één bouwlaag met kap parallel aan de straat

lagen en een kap, parallel aan de straat en afgedekt

en afgedekt met rode pannen. Opvallend zijn de

met rode pan. Er zijn geen dakkapellen en de alge-

houten bakgoten en geschakelde dakkapellen die

mene architectuur is sober te noemen op enkele

zorgen voor een horizontaal karakter in de straat. De

metselwerkdetails na. De woningen in de Troel-

korte straatjes worden vaak ruimtelijk beëindigd door

strastraat hebben een (witte) luifel boven de voordeur,

een speciale woninghoek, zoals een (voormalig)

metselwerkdetails onder goot en kleine sprongen in

winkelpand of vooruitgeschoven woning. Voordeuren

de gevel. Ook hebben deze woningen vogelnestkas-

zijn bijna overal te vinden aan de zijkant van de

ten in de kopgevel.

woning. Verder zijn er invloeden van de Amsterdamse school in de vorm van metselwerkdetails en tuinmuurtjes met ronde beëindiging.

Karakteristieken naoorlogse woningen

Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid

15

Stedenbouwkundig plan, schaal 1:1000

S Groen van Prinstererstraat

3

Dokter Schaepmanstraat

7

8

Thorbeckestraat

2

6

6

tina Albe2r

2

straat

t

sstraa

Agne

tra Troels

12

1 laag met kap, beuk 6,5 m. 1 laag met kap, beuk 6,0 m. 2 lagen met kap, beuk 5,1 m. Verkaveling Dr. Schaepmanstraat met verschillende woningtypen. De inrichting van de buitenruimte en de verkeerstechnische uitwerking zijn indicatief en worden later, in overleg met de buurt, verder uitgewerkt. 16

3. Het stedenbouwkundig plan Lucht in de straat

worden straathoeken groener en overzichtelijk en

Conform het Stedenbouwkundig programma van

worden harde erfafscheidingen direct aan de stoep

Eisen uit 2010 krijgt de Doctor Schaepmanstraat een

vermeden.

recht verloop en krijgt de straat een groene uitstra-

Alle woningen krijgen een voortuin van circa 1,5 tot

ling. De straat krijgt een breder profiel met haakspar-

2,0 meter met een lage haag als erfgrens. Ook dit

keerplekken en meer ruimte voor bomen, voortuinen

privé-groen doet mee in het vergroenen van de

en parkeren. Op de kruisingen met de Charlottestraat

Doctor Schaepmanstraat.

en de Troelstrastraat worden groene verblijfsplekken gerealiseerd. Zo komt er meer ‘lucht’ in de straat en

Van tweekappers naar rijtjes

worden meerdere problemen tegelijk opgelost, zoals

De huidige tweekappers en driekappers verdwijnen

het parkeerplaatsentekort en het tekort aan verblijfs-

en worden vervangen door rijwoningen. De typerende

kwaliteit. Groen in de straat gaat bovendien hit-

lage goot blijft echter gehandhaafd ten noorden van

testress tegen en daardoor is de straat beter klimaat-

de Thorbeckestraat. Een deel van deze woningen kan

bestendig.

levensloopbestendig worden, met een slaapkamer en badkamer op de begane grond. Ten zuiden van de

Alle kruisingen met dwarsstraten krijgen een groene

Thorbeckestraat zijn eengezinswoningen gedacht in

uitstraling door middel van plantvakken in de open-

2 lagen met kap.

bare ruimte, direct naast de hoekwoningen. Hierdoor

Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid

17

Verkeer

De openbare ruimte

Op dit moment wordt de Dr. Schaepmanstraat twee

De bestaande bomen blijven grotendeels behouden.

keer onderbroken voor autoverkeer. Middels een

Deze bomen krijgen wat meer ruimte dan in de

fietsdoorsteek kan langzaam verkeer wel door. Dit

huidige situatie en zorgen dat het nieuwe straatbeeld

gaat gepaard met een verspringing van de rijbaan

direct groen aanvoelt. Er komen twee groene ver-

(bajonetstructuur). Hierdoor maakt de straat een

blijfsplekken in de straat, waar ruimte is voor flinke

versnipperde en rommelige indruk. Door de Dr.

nieuwe bomen. De plek bij de Charlottestraat biedt

Schaepmanstraat recht te trekken ontstaat rust in het

tevens ruimte voor een speelplek voor kinderen tot

straatprofel.

een jaar of 12. Ook is er ruimte voor een picknicktafel of een bankje, als ontmoetingsplek voor de buurt.

De daadwerkelijke inrichting zal straks in overleg met omwonenden worden bepaald. Voorkomen van doorgaand verkeer is daarbij uitgangspunt. De wijze waarop dat vormgegeven wordt is nog punt van overleg. In dit beeldkwaliteitsplan wordt als referentie uitgegaan van een “knip”, met een fietsverbinding bij de kruising Dr. Schaepmanstraat en Charlottestraat.

Nieuwe situatie kruising Albertina Agnesstraat en Dr. Schaepmanstraat, met ruimte voor een groene plek met boom op de hoek.

18

Profiel 2

Principeprofielen openbare ruimte Profiel 1

2,0 1,5 1,0

5,6

5,4

1,5 2,0

Profiel 1: Doctor Schaepmanstraat met haakparkeren

2,0 1,5

10,0

3,0

1,5

14,5 - 17,0

1,5 achterpad

Profiel 2: speelplaats op hoek van Dr. Schaepmanstraat, Charlottestraat en Groen van Prinstererstraat

Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid

19

Parkeren

S Groen van Prinstererstraat

3

Dokter Schaepmanstraat

7

8

Thorbeckestraat

2

6

6

tina Albe2r

2

straat

tra Troels

12

Nieuwe parkeerplaats: 39 Bestaande parkeerplaats: 9 Privé parkeerplaats: 6

20

t

sstraa

Agne

Parkeren In het nieuwe plan komen meer parkeerplaatsen dan in de bestaande situatie (54 ten opzicht van 38 in de bestaande situatie). Op deze manier voldoet de nieuwbouw aan de gemeentelijke parkeernorm van 1,4 parkeerplaats per woning. Aan de Doctor Schaepmanstraat zullen haaksparkeerplaatsen komen en enkele bestaande plekken in de zijstraten zullen behouden blijven. Op de hoek met de Titus Brandsmastraat komt een nieuwe parkeerkoffer. Alle nieuwe parkeerplaatsen zullen groen worden ingepast in het straatprofiel door middel van een plantvak of haag. De bestaande bomen worden zoveel mogelijk behouden. Enkele kavels hebben een parkeerplaats op eigen terrein. Deze kavels krijgen een heg zodat de auto zo veel mogelijk uit het zicht staat.

Referentie: groene inpassing van parkeervakken

Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid

21

Ensemble 1: ‘lage goot’

Ensemble 2: ‘hoge goot’

22

4. Beeldkwaliteit In het stedenbouwkundig plan is rust in de straat

Het ensembles kent een sterk samenhangend beeld

gebracht door het rechttrekken van straatprofielen en

en is als eenheid ontworpen. De architectuur is

het toevoegen van groen. Ook in de beeldkwaliteit

eenvoudig maar hoogwaardig en mooi gedetailleerd

wordt gezocht naar rust en samenhang. Aangezien er

met bijzondere (metselwerk)details. Niet het individu-

veel soorten architectuur uit verschillende bouwjaren

ele woonhuis, maar de rij vormt daarin als bouwblok

zijn terug te vinden in een paar straten, is een zekere

de kleinste eenheid. De gevel van het bouwblok vormt

vorm van samenhang in architectuur voor deelgebied

een zorgvuldig ontworpen compositie, waarbij

5 gewenst. De straat vormt een eenheid in sfeer en

gebruik wordt gemaakt van kenmerken of thema’s uit

architectuur. Binnen deze eenheid vindt er wel variatie

de omgeving die op eigentijdse wijze zijn vertaald.

plaats in bijvoorbeeld goothoogte.

Ook tussen de ensembles is sprake van samenhang, bijvoorbeeld door de materialisering en detaillering op

Ensembles

elkaar af te stemmen.

Binnen het deelgebied worden er twee ensembles onderscheiden; een groep van drie rijtjes met een

Lange gevels breken

lage goot en groep van vier rijtjes met een hoge goot.

Bij lange rijen dient de lengte van de gevel gebroken

Hierbij wordt voor de architectuur van het ensemble

te worden. Dit kan op verschillende manieren, bijvoor-

‘lage goot’ verwezen naar de tuindorp architectuur

beeld door middel van een kleine sprong in de

van de rest van de Dr. Schaepmanstraat en het Van

gevellijn of details die meer plasticiteit in de gevel

Kolplein. Voor het andere ensemble wordt een link

brengen. Ook kan een dakbouw, eventueel in combi-

gezocht met de tuinwijk-architectuur van het zuiden

natie met een nokverdraaiing, een mooie manier zijn

van de Dr. Schaepmanstraat en de Troelstrastraat.

om de lengte van de rij te breken (zie pagina 24).

Vogelvlucht

Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid

23

Kappen Net zoals bij alle andere woningen in de omgeving van deelplan 5, zullen de woningen uitgevoerd worden met een zadeldak met de nok evenwijdig aan de straat. Mansarde- of schilddaken zijn niet toegestaan. Voor ensemble 1 geldt een goot- van 3 meter en een nokhoogte van 9 meter. Voor ensemble 2 geldt een goot- van 6 meter en een nokhoogte van 10 meter. Ten behoeve van een afwisselend straatbeeld is het wenselijk om incidenteel een nokverdraaiing of dakopbouw toe te passen. De gootlijn wordt daarmee doorbroken, met een maximale lengte avn 1/3 van het bouwblok.

Materialisering, gevelcompositie en detaillering Een rood/oranje/bruine baksteen is het

Referentie: nokverdraaiing of dakopbouw als accent

hoofdmateriaal van de nieuwe bebouwing, passend bij de te slopen bebouwing en bij de bebouwing rondom het Van Kolplein. Per ensemble wordt één baksteen als hoofdmateriaal gekozen, waarbij de ensembles op elkaar worden afgestemd. Het dak wordt in beide ensembles uitgevoerd met een rood-oranje matte keramische pan. De tuindorp-stijl kenmerkt zich door metselwerk gevels met een regelmatige ritmering, maar ook door een subtiele accentuering met baksteendetails. De bebouwing rond het Van Kolplein laat duidelijk zien dat het plaatsen van metselwerkverbijzonderingen de woning meer

Referentie: kleur baksteen en metselwerkdetails

karakter geeft. Tevens kunnen bepaalde onderdelen van de woning, zoals raam- of deuropeningen, er meer uitspringen met het toepassen van metselwerkdetails. Dit kan nog versterkt worden door bij wijze van accenten te spelen met andere kleuren baksteen, wit gekeimde delen of andere materialen zoals beton en hout.

Referentie: metselwerkdetails

24

Koppen van bouwblokken Bijzondere aandacht dient uit te gaan naar de kopgevels van de hoekwoningen. De bestaande tweekappers hebben de voordeur aan de kopse kant, maar door het toepassen van openbare plantvakken aan de zijkant van woningen verschuift de woningoriëntatie meer naar de straatkant. De voordeuren zijn dus ook aan de straatkant te vinden. Niet alle kopgevels zijn even prominent. De woning op de hoek met de speelplaats krijgt een bijzondere (mogelijk opgetrokken) hoek als verwijzing naar het oorspronkelijke winkeltje op deze straathoek. Door de vele zijstraten zijn er tamelijk veel kopgevels aanwezig. Voor een open verschijningsvorm en een vergrootte sociale veiligheid zullen er raamopeningen op de kopgevels komen. Voorkeur heeft hierbij om zowel op de begane grond als op verdieping raamopeningen te plaatsen, waarbij de begane grond tenminste vereist is. Bijzondere (opgetilde) hoek Openbare kopgevel met raamopeningen

Referentie: verbijzondering van de kopgevel met raamopeningen met een opvallende omkadering

(tenminste op begane grond) Geen verbijzonderingen vereist

Kopgevels

Bijzondere kopgevel op hoek van de speelplaats

Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid

25

Erfafscheidingen Voor de uitstraling van het gebied is ook de vormgeving van de erfscheidingen essentieel. In dit beeldkwaliteitplan worden daarom uitspraken gedaan over alle erfscheidingen die grenzen aan openbaar gebied. De erfscheidingen staan op grond van de woningen. Alle woningen hebben een voortuin van 1,5 tot 2 meter diep en krijgen een ‘achterom’, zodat afvalcontainers aan de achterkant van de woning kunnen worden gezet. De erfscheidingen krijgen een invulling met groen. Aan de Doctor Schaepmanstraat is dit een groene, lage haag (circa 80 cm). Alle woningen hebben dezelfde soort haag (soort n.t.b.). Aan de achterkant van de woningen wordt langs de achtertuin, vanaf de nok van de woning, een hoge, groene erfscheiding geplaatst (maximaal 2,0 meter), bijvoorbeeld een hekwerk begroeid met hedera.

Erfafscheidingen

Bijzondere aandacht vragen de zijerfscheidingen Lage haag, ca 80 cm. hoog

grenzend aan de groene plekken rechts van de Schaepmanstraat. Hier is een meer robuuste,

Scherm begroeid met hedera, max. 2 m. hoog

gebouwde erfscheiding voorgeschreven in de vorm

Combinatie van tuinmuur en begroeid scherm, max 2 m. hoog

groene erfscheiding.

van een combinatie van een (lage) tuinmuur en een

Bij de speelplek op de hoek met de Charlottestraat is een lage haag geplaatst om de speelplek af te schermen van de straat.

Referentie: hoge haag

26

Referentie: lage haag

Referentie: combinatie muur en haag

Dakkapellen Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap en daarmee ondergeschikt aan het dakvlak. De plaatsing van de dakkapel is afgestemd op de indeling van de voorgevel. Rond de dakkapel is het dakvlak zichtbaar. De vormgeving, de indeling, de maatvoering en de materialisatie moet worden afgestemd op de rest van het woningontwerp. Daarvoor dient een ontwerp voor een dakkapel aangeleverd te worden. Het schakelen van twee of meerdere dakkapellen is mogelijk.

Duurzaamheid In het plan worden extra maatregelen genomen op het gebied van duurzaamheid, klimaat en ecologie.

Referentie: geschakelde dakkapel

Naast het toevoegen van extra groen en nieuwe bomen kan er nog meer groen worden toegevoegd om hittestress tegen te gaan. •

Bergingen in achtertuinen worden voorzien van een sedumdak.

•

Er wordt natuurinclusief gebouwd door nestgelegenheden in het gebouw te integreren, bijvoorbeeld door nestkasten in te metselen in de kopgevel van woningen.

•

Regenwater wordt opgevangen in regentonnen. Hiermee kunnen bewoners zelf hun planten bewateren.

Referentie: dakkapel ondergeschikt aan dakvlak

Referentie: sedumdaken op bergingen

Referentie: nestkasten in nieuwbouw Van Kolplein

Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid

27

Referenties voor de nieuwe speelplek

28

Streefbeeld openbare ruimte Speciale aandacht gaat in het plan uit naar inrichting

De nieuwe speelplek wordt meer dan alleen een

van de openbare ruimte. De straatprofielen worden

grasveld met een bankje: het kan voor de hele buurt

opnieuw ingericht en de ondergrondse infra wordt

betekenis bieden als het een hoogwaardige uitstraling

vervangen. Doel is om de groene ruimtes in de straat

krijgt met voldoende (natuurlijke) speelmogelijkheden

duurzaam en gebruiksvriendelijk in te richten.

en zitplaatsen voor ouders en senioren. Doordat de

Er wordt gestreefd naar een hoogwaardige openbare

speelplek aan twee kanten grenst aan zij- en achter-

ruimte. Er is veel ruimte voor plantvakken rondom

kanten is de verlichting en het ontwerp van de plek

parkeervakken en tegen de kopgevels van woningen.

extra belangrijk met het oog op sociale veiligheid.

Verwacht wordt dat er een inrichtingsplan wordt

Aantrekkelijkheid, zichtbaarheid en toegankelijkheid

opgesteld waar de openbare ruimte integraal is

zijn belangrijk bij het verder ontwerpen van de

ontworpen. De inrichting wordt in samenspraak met

speelplek om ongewenste situaties te voorkomen.

de buurt vormgegeven.

Visualisatie van de nieuwe speelplek

Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid

29

Het Zand 17, 3811 GB Amersfoort T: +31 33 470 1188 E: info@svp-svp.nl

94 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)

Bijlage 2

Aanmeldnotitie vormvrije mer beoordeling

95 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Het voornemen Een deel van de Dr. Schaepmanstraat te Velp wordt herontwikkeld. Hier staan nu 35 woningen. Woningbouwvereniging Vivare wil deze slopen en hier 38 grondgebonden woningen bouwen en daarbij ook het openbaar gebied aanpassen door de Doctor Schaepmanstraat te verleggen, parkeerplaatsen en groen aan te leggen. Dit maakt onderdeel uit van het grotere project van Vivare, genaamd Herstructurering Velp-Zuid. Om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

Criteria De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten.

Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen: 1. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. 2. In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000gebieden kunnen worden uitgesloten.

Ad 1: Plan-m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r.: Voor deze ontwikkeling is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is de volgende activiteit gevonden die mogelijk m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, te weten: ‘D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’.

De beoogde ontwikkeling behelst de bouw van 38 woningen. Daarmee blijft dit plan (ruim) onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. Het plan is daarom niet plan m.e.r.-plichtig.

Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst door middel van een vormvrije m.e,r,-beoordeling in beeld moeten

worden gebracht. Het maakt daarvoor niet uit of een activiteit onder of boven de D-drempel waarde zit.

Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst dient dus wel een vormvrije m.e.r.beoordeling te worden verricht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen.

Ad 2: Plan-m.e.r.-plicht vanwege passende beoordeling. Geconcludeerd kan worden dat voor het opstellen van een plan-m.e.r. als bedoeld in artikel 7.2a Wm geen aanleiding bestaat. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000gebied en ligt op ruime afstand (ca.880 meter en circa 2300 meter) van gebieden die wel als Natura 2000-gebied zijn aangewezen (De Veluwe resp. De Rijntakken). Het plangebied maakt eveneens geen deel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en geen deel uit van Gelders Natuurnetwerk of Groene ontwikkelingszone. Ook ligt er geen aanduiding van een Waardevol landschap in de buurt van dit perceel. Het perceel valt binnen de bebouwde kom en die liggen buiten de contour van het Nationaal Landschap de Veluwe, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het plan maakt ook geen nieuwe functies mogelijk een effect zouden kunnen zijn op de kernkwaliteiten van het GNN of GO

Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot beschermde gebieden zijn geen negatieve effecten op de nabijgelegen gevoelige gebieden en Natura2000-gebieden te verwachten. Ook tijdelijke effecten tijdens de aanlegfase zullen niet aan de orde zijn. Significante gevolgen kunnen daarom worden uitgesloten.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: 1. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.beoordeling noodzakelijk; 2. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.

De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. jo. artikel 7.16 lid 2 en 3 Wet milieubeheer. Hierbij moet rekening worden gehouden met de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn.

De criteria betreffen: 1. Een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en voor zover van belang, van sloopwerken; 2. Een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn;

3. Een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; 4. Een beschrijving, voor zover er informatie beschikbaar is, van de mogelijke waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van (indien van toepassing) a.

de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen

b.

het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit.

Beoordeling 1.

Fysieke kenmerken van het plan/project Het plan heeft betrekking op de bouw van 38 grondgebonden woningen en de aanleg van een weg. Op de locatie zijn nu 35 grondgebonden woningen en een weg gesitueerd.

2.

Plaats van het project Het plan wordt uitgevoerd op een locatie die nu al in gebruik is als woongebied en gaat gebruikt worden als woongebied.

Screening per milieuaspect Bodem Door Kruse Groep is een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd conform NEN 5740, NEN 5707 en NTA5755. In het kader van de omgevingsvergunning is nader onderzoek nodig. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het in procedure brengen van onderhavig bestemmingsplan.

Water Roelofs heeft een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd en onderzocht op welke manier hemelwater in de nieuwe situatie kan worden afgevoerd of geïnfiltreerd. In de bestaande situatie ligt er een gemengd rioolstelsel waarop vuilwater en hemelwater samen worden afgevoerd. Het beleid is erop gericht dat bij nieuwbouw of herbouw geen nieuwe verharde oppervlakken meer mogen worden aangesloten op het gemengde rioolstelsel. In de nieuwe situatie wordt het Hemelwater wat valt op verhard oppervlak daarom op een alternatieve manier afgevoerd naar de bodem of naar het oppervlaktewater.

Voor de daken van de nieuwe woningen wordt ervan uitgegaan dat het Hemelwater infiltreert in de ondergrond. Omdat aan de straatkant van de woningen geen ruimte is voor infiltratie, worden de regenpijpen van de voorzijde van de woningen onder de woning door naar achteren geleid. In de achtertuin wordt onder het terras bij de woning een krattenveld aangelegd, waarop de regenpijpen van voor- en achterzijde worden aangesloten.

Archeologie Voor onderhavig plangebied is in september 2020 door Laagland Archeologie een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase uitgevoerd aan de Dr. Schaepmanstraat (deelgebied 5) te Velp. Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge kans voor resten vanaf het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Aanvullend is een verkennend booronderzoek uitgevoerd.

Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans groot dat het plangebied archeologische sporen bevat. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.

Momenteel staan er nog woningen op de locatie waar een proefsleuvenonderzoek nodig is. Op de gronden wordt in het bestemmingsplan een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 2' gelegd. Dat betekent dat archeologisch vooronderzoek verplicht is. Het proefsleuvenonderzoek wordt zodoende uitgesteld naar de fase van vergunningverlening.

Cultuur en landschap Laagland Archeologie heeft voor het plan een cultuurhistorische analyse gemaakt. Het plangebied ligt binnen de huidige bebouwde kom van Velp. Landschappelijk wordt het plangebied gekenmerkt door aflopende stuwwallen, helling afspoelingen en (ten dele verspoelde) dekzanden. Het plangebied maakt onderdeel uit van de woonwijk Velp-Zuid. De huidige woonwijk is gebouwd in tussen 1900 en 1930. In het plangebied zijn geen monumentale waarde aanwezig. Ten behoeve van de uitgevoerde cultuurhistorische analyse zijn er geen bezwaren voor sloop- en renovatie van het voorgestelde plangebied. Laagland Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor betreft het aspect behoud van de cultuurhistorische waarden.

Natuur Ecochore natuurtechniek heeft onderzoek in het kader van gebiedsbescherming en soortenbescherming uitgevoerd.

Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. De Veluwe ligt op een afstand van circa 880 meter en de Rijntakken op circa 2300 meter. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die een mogelijk effect hebben op de beschermde habitattypen en leefgebieden van soorten binnen deze Natura 2000 gebieden. Het plangebied omvat geen gebieden die zijn aangeduid als Gelders Natuurnetwerk of Groene ontwikkelingszone. Ook ligt er geen aanduiding van een Waardevol landschap in de buurt van dit perceel. Het perceel valt binnen de bebouwde kom en die liggen buiten de contour van het Nationaal Landschap de Veluwe, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het plan maakt ook geen nieuwe functies mogelijk een effect zouden kunnen zijn op de kernkwaliteiten van het GNN of GO.

Soortenbescherming Verspreid over de projectwoningen zijn nestlocaties van huismus en gierzwaluw aangetroffen. Alle nesten bevinden zich onder de dakpannen van de woningen. Indien de betreffende woningen worden gesloopt, zullen de nestlocaties worden aangetast. Door de aanwezigheid van nestlocaties van huismussen en gierzwaluwen, dienen vóór de sloop van de projectwoningen mitigerende maatregelen getroffen te worden én een ontheffing van artikel 3.1 lid 2 en 4 te worden aangevraagd vóórdat de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Indien de fysieke werkzaamheden als sloop van de gebouwen en tuinen, binnen het broedseizoen worden uitgevoerd (globaal genomen binnen de periode 15 maart-15 juli), kunnen maatregelen noodzakelijk zijn om te voorkomen dat door de werkzaamheden broedende vogels worden verstoord of nesten worden vernield doordat diverse soorten als broedvogel in het gebied aanwezig kunnen zijn. Dit dient door een ecoloog te worden beoordeeld.

Verspreid binnen het plangebied zijn vaste verblijfplaatsen aangetroffen van verschillende soorten vleermuizen. Voor deze vleermuissoort is in het kader van de Wet Natuurbescherming een ontheffing van artikel 3.5 lid 2 en 4 noodzakelijk voor het verwijderen of aantasten van de vaste verblijfplaatsen. Eveneens zullen ruim voor de uitvoering mitigerende maatregelen moeten worden getroffen en dienen permanente voorzieningen te worden aangebracht tijdens de nieuwbouw. Deze maatregelen dienen in een ecologisch werkprotocol te worden uitgewerkt. Dit protocol kan als projectplan ter onderbouwing van de ontheffingsaanvraag worden gebruikt. Voor de overige vleermuissoorten zijn geen maatregelen noodzakelijk.

Van overige soorten zijn geen nadere onderzoeken of ontheffing noodzakelijk voor het uitvoeren van de geplande werkzaamheden.

Stikstofdepositie Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase blijkt dat in de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j maar lager dan 0,05 mol/ha/j. Het gaat hierbij om een depositie op de Natura 2000-gebieden ‘Veluwe’ en ‘Rijntakken’. Doordat er sprake is van een tijdelijke stikstofdepositie die kleiner is aan 0,05 mol/ha/j voor een periode korter dan twee jaar, geldt landelijk de lijn dat deze geringe en tijdelijke depositie op voorhand niet leidt tot significante negatieve effecten voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Het vorenstaande betekent in dit geval dat de geringe stikstofdepositie niet leidt tot een vergunningsplicht voor het aspect stikstof.

Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=436898b4-9996-48e9-a1c4-daf990ecae01