Toelichting Bp Velp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o.
Tekst van het document
Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10 -6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.
Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de veiligheidsregio. Planbeoordeling Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 38 nieuwe woningen waarbij de huidige 35 woningen gesloopt worden. Op basis van de risicokaart van de provincie Gelderland is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het
34 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In figuur 1 is een uitsnede opgenomen van de provinciale risicokaart.
Figuur 1, Uitsnede provinciale risicokaart (geraadpleegd op 28 april 2021) met het plangebied in de zwarte cirkel. De informatie van de provinciale risicokaart levert de volgende inzichten op: Transportroutes Het plangebied ligt op ca. 350 meter van de snelweg A12 en op ca. 450 meter van de spoorlijn Arnhem-Zutphen. Over deze transportroutes vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het plangebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10 -6 van deze beide transportroutes dit vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico is het plangebied wel gelegen binnen het invloedsgebied van de snelweg en de spoorlijn. Doordat het plan gelegen is binnen het invloedsgebied van de snelweg en de spoorlijn hebben ontwikkelingen hierbinnen invloed op de hoogte van het groepsrisico. Doordat het plan op meer dan 200 meter is gelegen van deze risicobron, heeft de wetgever aangegeven dat er kan worden volstaan met een beperkte verantwoording groepsrisico. Buisleidingen Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van een buisleiding waar 35 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
gevaarlijke stoffen doorheen vervoerd worden. Inrichtingen Het plangebied ligt op ca. 3.250 meter van de inrichting Immori gelegen aan de Industrielaan 10 te Arnhem. Aan deze inrichting is op 31 oktober 2016 een omgevingsvergunning verleend. Het in de QRA (d.d. 5-5-2014) berekende plaatsgebonden risico (10 -6 risicocontour) ligt niet over het plangebied. Dit vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico is het plan wel gelegen binnen het invloedsgebied van het bedrijf Immori (volgens QRA bedraagt deze 3400 meter). Ontwikkelingen binnen het invloedsgebied hebben mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. De voorgenomen ontwikkeling maakt 7,2 personen extra (drie woningen a 2,4 personen) mogelijk binnen het invloedgebied van deze inrichting. Doordat de afstand tussen het plan en de risicobron groter is dan 1.500 meter en toename van het aantal personen minimaal is heeft deze ontwikkeling geen gevolgen voor de hoogte van het groepsrisico. Wel moet het groepsrisico verantwoord worden. Verantwoording groepsrisico Het plan is gelegen in het invloedsgebied groepsrisico van een twee risicobronnen. Conform vigerende wetgeving moet de gemeente hierdoor het groepsrisico verantwoorden.
Meer specifiek gaat om de wettelijke verplichting op grond van Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 (zie onderdelen H en I) vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de snelweg A12 en de spoorlijn Arnhem-Zutphen en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) artikel 13 vanwege opslag gevaarlijke stoffen bij de inrichting Immori. De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid heeft de Veiligheidsregio adviesrecht. Bij het invullen van de verantwoordingsplicht is gebruik gemaakt van het advies van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) van … mei 2021 (kenmerk: …). A. Personendichtheid Het plan maakt de realisatie van drie nieuwe woning mogelijk. Hierdoor neemt het aantal personen maximaal toe met 7,2 personen conform PGS 1 deel 6. B. Hoogte groepsrisico Doordat het aantal personen minimaal toeneemt en het plan grote afstand ligt van de risicobron kan de hoogte van het groepsrisico niet toenemen. Uit de destijds uitgevoerde risicoberekening van Immori (projectnr. 267290 140382-HF44, d.d. 20 mei 2014) blijkt dat de berekende hoogte van het groepsrisico zich beneden de oriëntatiewaarde bevindt. C t/m E.
Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico binnen de inrichting De gemeente Rheden ziet geen andere mogelijkheden om het groepsrisico verder te beperken. In het verleden zijn er aanvullende veiligheidsmaatregelen opgenomen in de omgevingsvergunning van Immori. F. De voor en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met 36 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
een lager groepsrisico Omdat het plan beperkt van aard is en de drie woningen op grotere afstand wordt gesitueerd van de risicobron ziet de gemeente Rheden geen andere mogelijkheden voor een ruimtelijke ontwikkeling met een lager groepsrisico. G. Mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst De gemeente Rheden is niet voornemens nieuwe maatregelen te nemen om het groepsrisico te beperken. Conclusie Het plan ligt niet binnen een plaatsgebonden risicocontour 10 -6 van een risicobron. Daarmee wordt geen grens en richtwaarde overschreden en is er geen sprake van een directe of harde belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plangebied in het invloedsgebied van de snelweg A12, de spoorlijn Arnhem-Zutphen en de inrichting Immori. Op basis van de verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het ruimtelijke initiatief niet tot een toename van het groepsrisico leidt en geen significant effect heeft op de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het plan.
4.8
Natuur en Landschap Natuurtoets De bescherming van gebieden is vastgelegd de Wet Natuurbescherming en de Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, Waardevol open gebied, Nationaal landschap). Voor de bescherming van soorten (flora en fauna) geldt de Wet Natuurbescherming. Gebiedsbescherming Op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn speciale beschermingszones aangewezen. Samen vormen zij Natura 2000, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. De bescherming van de Natura 2000 gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. De Veluwe en Rijntakken zijn aangewezen als Natura 2000-gebieden. Binnen deze gebieden mag de kwaliteit van de natuurlijke habitat en leefgebieden van aanwezige soorten niet verslechteren en mogen er geen storende factoren optreden die een significant negatief effect hebben. Dit geldt niet alleen voor de activiteiten en ingrepen in het gebied zelf, maar ook voor activiteiten en ingrepen daar buiten die invloed kunnen hebben op het gebied. Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het GNN bestaat uit alle bestaande natuur en een zoekgebied voor nog te realiseren nieuwe natuur. In het GNN geldt: in de basis hier geen nieuwe initiatieven. Er zijn enkele uitzonderingen mogelijk, hiervoor gelden specifieke regels die garanderen dat het GNN in stand blijft. 37
Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Groene Ontwikkellingszone (GO) De GO is een gebied waar partners en partijen worden uitgenodigd om actief 'groen' doelen mee te helpen realiseren. Er is in dit gebied ruimte voor de verdere ontwikkeling van bestaande en bij het gebied behorende bedrijvigheid of bewoning. Het landelijk Natuurnetwerk Nederland, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is binnen de provincie beschermd. Veel natuurgebieden en voor planten en dieren waardevolle cultuurlandschappen maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het Gelders Natuurnetwerk wordt gevormd door de bestaande natuurgebieden uit de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. De gebieden in de Groene Ontwikkelingszone zijn waardevol voor de natuur maar hebben daarnaast tevens een andere functie. Veel kleinschalige cultuurlandschappen met landschapelementen zijn aangewezen als Groene ontwikkelingszone. Daarnaast worden in de Omgevingsverordening beschermd het Waardevol open gebied en het Nationaal landschap. Soortenbescherming Ook de bescherming van soorten is geregeld in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Bij nieuwe ontwikkelingen moet onderzocht worden welke gevolgen dit heeft voor de aanwezige beschermde soorten en/of hun leefomgeving.
Als een plan (in)direct kan leiden tot de verstoring van een beschermde soort of vernietiging van het leefgebied, een vast rust- of verblijfplaats, kan het project strijdig zijn met de Wnb. De wet kent drie verschillende beschermingsregimes: alle van nature in het wild levende vogels: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Vogelrichtlijn; soorten opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I en II van het Verdrag van Bern en bijlage II van het Verdrag van Bonn: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Habitatrichtlijn; andere soorten genoemd in bijlage A van de Wnb: de bescherming van deze soorten, die veelal op de rode lijst staan, is iets minder stringent dan die van de Vogel- en Habitatrichtlijn; De provincie heeft in de Omgevingsverordening aangegeven voor welke algemeen voorkomende soorten een vrijstelling geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen. beoordeling Ecochore natuurtechniek heeft onderzoek in het kader van gebiedsbescherming en soortenbescherming uitgevoerd (zie Bijlage 6 Natuurtoets ). Deze dienen als basis voor de beoordeling van deze aspecten in het kader van de bestemmingsplanherziening voor onderhavige locatie. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. De Veluwe ligt op een afstand van circa 880 meter en de Rijntakken op circa 2300 meter.
Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die een mogelijk effect hebben op de beschermde habitattypen en leefgebieden van soorten binnen deze Natura 2000 gebieden. Het plangebied omvat geen gebieden die zijn aangeduid als Gelders Natuurnetwerk of 38 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Groene ontwikkelingszone. Ook ligt er geen aanduiding van een Waardevol landschap in de buurt van dit perceel. Het perceel valt binnen de bebouwde kom en die liggen buiten de contour van het Nationaal Landschap de Veluwe, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het plan maakt ook geen nieuwe functies mogelijk een effect zouden kunnen zijn op de kernkwaliteiten van het GNN of GO. Soortenbescherming Vogels Verspreid over de projectwoningen zijn nestlocaties van huismus (9) en gierzwaluw (1) aangetroffen. Alle nesten bevinden zich onder de dakpannen van de woningen. Indien de betreffende woningen worden gesloopt, zullen de nestlocaties worden aangetast. Door de aanwezigheid van nestlocaties van huismussen en gierzwaluwen, dienen vóór de sloop van de projectwoningen mitigerende maatregelen getroffen te worden én een ontheffing van artikel 3.1 lid 2 en 4 te worden aangevraagd vóórdat de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Indien de fysieke werkzaamheden als sloop van de gebouwen en tuinen, binnen het broedseizoen worden uitgevoerd (globaal genomen binnen de periode 15 maart-15 juli), kunnen maatregelen noodzakelijk zijn om te voorkomen dat door de werkzaamheden broedende vogels worden verstoord of nesten worden vernield doordat diverse soorten als broedvogel in het gebied aanwezig kunnen zijn. Dit dient door een ecoloog te worden beoordeeld.
Vleermuizen Verspreid binnen het plangebied zijn de volgende vaste verblijfplaatsen aangetroffen: Gewone dwergvleermuis: Zomerverblijven – 4x Balts-/paarverblijven – 4x (samen 8 unieke verblijfplaatsen) Voor deze vleermuissoort is in het kader van de Wet Natuurbescherming een ontheffing van artikel 3.5 lid 2 en 4 noodzakelijk voor het verwijderen of aantasten van de vaste verblijfplaatsen. Eveneens zullen ruim voor de uitvoering mitigerende maatregelen moeten worden getroffen en dienen permanente voorzieningen te worden aangebracht tijdens de nieuwbouw. Deze maatregelen dienen in een ecologisch werkprotocol te worden uitgewerkt. Dit protocol kan als projectplan ter onderbouwing van de ontheffingsaanvraag worden gebruikt. Voor de overige vleermuissoorten zijn geen maatregelen noodzakelijk. Van overige soorten zijn geen nadere onderzoeken of ontheffing noodzakelijk voor het uitvoeren van de geplande werkzaamheden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient altijd onderzocht te worden of zich ter plaatse beschermde soorten zouden kunnen bevinden en of de voorgenomen activiteit zou kunnen leiden tot overtreding van de bepalingen uit de Wet Natuurbescherming. Volledigheidshalve wordt hier nog opgemerkt dat ten alle tijde rekening moet worden gehouden met de zorgplicht die voortvloeit uit de Wet Natuurbescherming.
conclusie Gelet op de gevonden en te verwachte ecologische waarden en de beoogde planontwikkeling is de verwachting dat de herziening van het bestemmingsplan uitvoerbaar is. Echter dient er wel tijdig bekeken te worden of PM 39 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Het aspect natuur en landschap vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Aeriusberekening Door BJZ nu is een Aeriusberekening gemaakt (zie Bijlage 7 Aeriusberekening stikstofdepositie ) om de effecten van stikstof op nabijgelegen Natura 2000 gebieden te onderzoeken. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied betreft ‘Rijntakken’ en is gelegen op circa 1,2 kilometer afstand van het projectgebied. Op 1,5 kilometer afstand ligt nog een stikstofgevoelige Natura 2000-gebied, namelijk de ‘Veluwe’. Voor het project zijn twee AERIUS-berekeningen uitgevoerd ten aanzien van de stikstofdepositie als gevolg van het project. Deze bestaan uit berekeningen voor de aanlegfase en een berekening voor de gebruiksfase. Binnen de aanlegfase is in voorliggend geval sprake van de volgende activiteiten (bronnen) die bijdragen aan de emissie van stikstof: 1. Verkeersgeneratie (bouwverkeer); 2. Slopen huidige woningen; 3. Bouwen nieuwe woningen; 4. Verleggen weg. Doordat woningen gasloos worden gebouwd, is ten aanzien van het gebruik van de woningen zelf (gebruiksfase ) geen sprake van stikstofemissies en deposities op Natura 2000-gebieden. De woningen zijn dan ook neutraal (zonder emissies) gemodelleerd in de AERIUS-berekening. De te realiseren woningen brengen een bepaald aantal verkeersbewegingen met zich mee. Dit heeft stikstofuitstoot tot gevolg.
Het toenemend aantal verkeersbewegingen als gevolg van het project heeft dan ook invloed op de AERIUS-berekening en moet in ogenschouw worden genomen. Conclusie Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase blijkt dat in de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j maar lager dan 0,05 mol/ha/j. Het gaat hierbij om een depositie op de Natura 2000-gebieden ‘Veluwe’ en ‘Rijntakken’. Doordat er sprake is van een tijdelijke stikstofdepositie die kleiner is aan 0,05 mol/ha/j voor een periode korter dan twee jaar, geldt landelijk de lijn dat deze geringe en tijdelijke depositie op voorhand niet leidt tot significante negatieve effecten voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Het vorenstaande betekent in dit geval dat de geringe stikstofdepositie niet leidt tot een vergunningsplicht voor het aspect stikstof. Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden.Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.
40 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
4.9
Groen Bomen die op de 'lijst van bijzondere bomen van de gemeente Rheden' staan hebben een beschermde status sinds 2006, vanwege hun beeld bepalende waarde. Uitgangspunt is het handhaven van deze bomen. In het plangebied staat een bijzondere bomen die beschermd wordt. Het betreft een Picea abies aan de Charlottestraat. Deze wordt opgenomen in de groenbestemming. Buiten het plangebied, aan de Louisestraat staat een Betula pendula. Deze boom staat nabij een groenbestemming, waar niet wordt gebouwd.
4.10
Archeologie en Cultuurhistorie Archeologie kader Vanaf 2012 geldt de verplichting dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de cultuurhistorische (waaronder de archeologische) waarden in het plangebied. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden die onder andere de Monumentenwet 1988 vervangt. Archeologie Ten aanzien van archeologie blijven belangrijke punten: nadruk op 'behoud in situ'; archeologische resten moeten zoveel mogelijk in de bodem zelf bewaard blijven; toepassing van het principe dat de verstoorder betaalt. De initiatiefnemer/ projectontwikkelaar betaalt de kosten voor het noodzakelijk archeologisch onderzoek; het vergunningenstelsel voor opgravingen is echter vervangen door een certificering stelsel. Alleen conform de bepalingen van de Erfgoedwet gecertificeerde bedrijven en overheidsinstanties mogen opgravingen verrichten. In de wet is voorzien in een overgangsbepaling. Daarnaast dient in deze toelichting beschreven te worden de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. beoordeling De mate waarin een verwachting op het aantreffen van relicten bestaat, is vastgelegd in een paraplubestemmingsplan. Dat recente bestemmingsplan is in onderhavig bestemmingsplan geïncorporeerd.
Voor onderhavig plangebied is in september 2020 door Laagland Archeologie een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase uitgevoerd aan de Dr. Schaepmanstraat (deelgebied 5) te Velp (zie Bijlage 8 Archeologisch onderzoek ). Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. 41
Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge kans voor resten vanaf het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Aanvullend is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans groot dat het plangebied archeologische sporen bevat. Algemeen is onder verstoorde/opgebrachte lagen en/of een dikke A-horizont een onverstoorde opbouw aangetroffen. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Momenteel staan er nog woningen op de locatie waar een proefsleuvenonderzoek nodig is. Op de gronden is een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 2' gelegd. Hierbij geldt dat bij (bouw)werken groter dan 250m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm-mv rekening gehouden dient te worden met mogelijke archeologische resten in de bodem. Dat betekent dat archeologisch vooronderzoek verplicht is. Het proefsleuvenonderzoek wordt zodoende uitgesteld naar de fase van vergunningverlening.
Cultuurhistorie Laagland Archeologie heeft voor het plan een cultuurhistorische analyse gemaakt (zie Bijlage 9 Cultuurhistorische analyse ). Het plangebied ligt binnen de huidige bebouwde kom van Velp. Landschappelijk wordt het plangebied gekenmerkt door aflopende stuwwallen, helling afspoelingen en (ten dele verspoelde) dekzanden. Het plangebied maakt onderdeel uit van de woonwijk Velp-Zuid. Op eerste historische gegevens 1811-1832 is het plangebied grotendeel in gebruik als akkerland. Op de topografische kaart vanaf de eind 19e eeuw komt steeds meer bebouwing in het plan- en onderzoeksgebied voor. De huidige woonwijk is gebouwd in tussen 1900 en 1930. In het plangebied zijn geen monumentale waarde aanwezig. In 1928 is de straat vernoemd naar De heer Schaepman. In 2010 is door het Gelders Genootschap een quick scan uitgevoerd (zie Bijlage 10 Quickscan cultuurhistorische waarden Velp-Zuid). Hierbij zit ook een waardenkaart. Een deel van het plangebied heeft een indifferente waarde, maar een deel maakt ook onderdeel uit van een woningbouwcomplex rond het Van Kolplein, dat hoog gewaardeerd is op de kaart (pag. 35-39). Zo'n waardering is in beginsel een reden om te streven naar behoud, maar de bebouwing rond genoemd plein is daarentegen integraal vervangen met behoud van de stedenbouwkundige essentie.
Cultuurhistorisch gezien ligt daarom nu voor de hand aan de Schaepmanstraat nu dezelfde huizen te bouwen. Daardoor blijft in ieder geval de samenhang bewaard. Uit het Beeldkwaliteitsplan blijkt dat die samenhang in architectuur nagestreefd wordt. Historisch-stedenbouwkundig is de hoger opgetrokken hoek in de as van de Schaepmanstraat (verwijzing naar een voormalig buurtwinkeltje) bij de hoek met de Charlottestraat nog van belang. Maar ook hiervoor geldt dat de bajonetaansluitingen 42 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
van de wegen, waarbij er bewust bebouwing in de zichtlijnen wordt geplaatst, juist worden rechtgetrokken. Concluderend: ondanks de hoge waardering is zo'n 10 jaar terug al besloten andere factoren zwaarder te laten wegen en daar zijn destijds al afspraken over gemaakt. De cultuurhistorie klinkt nog enigszins door in het gekozen woningtype en de (samenhang in) architectuur. Ten behoeve van de uitgevoerde cultuurhistorische analyse zijn er geen bezwaren voor sloop- en renovatie van het voorgestelde plangebied. Wel wordt aangeraden om de historische verwijzing naar de bouw van de vooroorlogse woonstraat aan te houden door de huidige naam van de Dr. Schaepmansstraat aan te houden. Laagland Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor betreft het aspect behoud van de cultuurhistorische waarden. Conclusie Voor cultuurhistorie bestaat net als bij archeologie geen belemmering om tot vaststelling van onderhavig plan over te gaan.
4.11 Verkeer en parkeren kader parkeren Voor het parkeren vormen de bepalingen uit de Nota Parkeernormen Rheden 2015 de grondslag. Het beleid is vastgelegd bij de vaststelling door de gemeenteraad op 26 mei 2015. Voor rijwoningen en appartementen geldt een parkeernorm van 1,4 parkeerplaats per woning voor twee-onder-één kap en vrijstaande woningen bedraagt de parkeernorm 1,6 parkeerplaats per woning. Tevens is de bruikbaarheid van de parkeervoorzieningen van belang. verkeer/infrastructuur Voor deze planontwikkeling dienen alle afmetingen van de rijbaan, parkeervakken , bochtstralen en dergelijk te worden gebuikt die genoemd worden in 'Richtlijnen voor het verkeerstechnisch ontwerp Bouwplannen in Rheden'. Het plan dient aan te sluiten op de bestaande infrastructuur. beoordeling parkeren In het nieuwe plan komen meer parkeerplaatsen dan in de bestaande situatie (54 ten opzicht van 38 in de bestaande situatie). Op deze manier voldoet de nieuwbouw aan de gemeentelijke parkeernorm van 1,4 parkeerplaats per woning. Aan de Doctor Schaepmanstraat zullen haaksparkeerplaatsen komen en enkele bestaande plekken in de zijstraten zullen behouden blijven. Op de hoek met de Titus Brandsmastraat komt een nieuwe parkeerkoffer. Alle nieuwe parkeerplaatsen zullen groen worden ingepast in het straatprofiel door middel van een plantvak of haag. De bestaande bomen worden zoveel mogelijk behouden.
Enkele kavels hebben een parkeerplaats op eigen terrein. Deze kavels krijgen een heg zodat de auto zo veel mogelijk uit het zicht staat.
43 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
De planopzet voldoet aan de parkeernormen zoals gesteld. Deze is op een ruimtelijk verantwoorde wijze ingepast. In het kader van de omgevingsvergunning zal op basis van het uiteindelijke bouwplan de definitieve toets plaatsvinden. Verkeer/infrastructuur Als onderdeel van de wijkvernieuwing van Velp-Zuid is ook de verkeerssituatie in de Doctor Schaepmanstraat en omgeving bekeken. Er wordt gestreefd om de wijk zo verkeersveilig en gebruiksvriendelijk mogelijk in te richten en kansen aan te grijpen om de wegenstructuur te verbeteren rondom het plangebied. De basis hierbij is dat gereden snelheid in de wijk 30 km per uur is en dat verkeer dat niet in de wijk hoeft te zijn er omheen rijdt. Wegen rondom de wijk zoals de Waterstraat, Kennedylaan en Larensteinselaan zijn gebiedsontsluitingswegen (50 km/uur) en zijn hiervoor beter ingericht. Indien een bezoeker of bewoner een herkomst of bestemming in de wijk heeft, dan is het wenselijk dat het verkeer de kortste weg naar zijn bestemming neemt en ook weer de kortste weg terug. Hierdoor wordt minder afstand afgelegd in de wijk zelf. Dit is veiliger en geeft minder verkeersbewegingen en overlast.
44 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Figuur 1 Verkeerstructuur met de gebiedsontsluiting weg in dikke zwarte lijnen, de interne wijkontsluiting en de langzaam verkeer route in stippel lijnen. Op dit moment wordt de Dr. Schaepmanstraat opgedeeld in stukken door knippen in de straat. Bij zo'n knip kunnen alleen fietsers en voetgangers passeren; andere weggebruikers niet. In een later stadium zal met de omgeving de vraag behandeld worden of deze knippen moeten terugkeren in de nieuwe situatie na de wijkvernieuwing, want er zijn voor- en nadelen van één of meerdere knippen in de wegstructuur. Nu de straat opnieuw wordt ontworpen zijn er 3 mogelijk opties: Optie 1: Geen knippen; Optie 2: Alleen een knip aan de noordkant (bij Charlottestraat / Groen van Prinstererstraat); Optie 3: Een knip aan de noord- én de zuidkant (huidige situatie), zie figuur 2 hieronder.
45 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Figuur 2 Noordelijke en Zuidelijke knip in de Doctor Schaepmanstraat Verkeerskundig wordt optie 1 als minder geschikt gezien, omdat de kans bestaat dat er dan te veel verkeer gebruik gaat maken van de Dr. Schaepmanstraat en dan kan het te druk worden, wat mogelijk overlast veroorzaakt voor omwonenden. Dit dient voorkomen te worden. Optie 2 is een goede manier om doorgaand verkeer te voorkomen, maar door het ontbreken van een zuidelijke knip blijft de Doctor Schaepmanstraat en de parkeervakken wel bereikbaar en worden de straten in de omgeving ontlast. Bij optie 3 blijft het bij het oude, waardoor de bewoners zelf ook meer 'om' moeten rijden wanneer ze van of naar huis rijden en zijn er mogelijk minder parkeerplaatsen beschikbaar omdat deze juist aan de 'verkeerde' kant van de knip zitten. Het verschil in effecten tussen opties 2 en 3 is moeilijk te bepalen, en daarom wordt gestart met een testperiode. Hierbij wordt de zuidelijke knip (bij Troelstrastraat / Albertina Agnesstraat) op een tijdelijke manier vormgegeven met bloembakken. Na realisatie van de woningen wordt bekeken wat het effect is van deze knip en hoe het bevalt wanneer deze knip wordt weghalen. Er zijn gegevens beschikbaar over de snelheden in het gebied. Over het algemeen ligt de snelheid in het gebeid beneden de 30 km/uur. Snelheid remmende maatregelen zijn, waar nodig, onderdeel van de herinrichting.
Bovenstaande laat zien dat het streven naar een heldere en meer gestrekte wegenstructuur de voorkeur geniet, maar dat bij alle opties een functionele en veilige weginrichting mogelijk is. conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
46 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
4.12 Milieueffect rapportage kader De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen: 1. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. 2. In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten.
Ad 1: Plan-m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r.: Voor deze ontwikkeling is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is de volgende activiteit gevonden die mogelijk m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, te weten: 'D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De beoogde ontwikkeling behelst de bouw van 38 woningen. Daarmee blijft dit plan (ruim) onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. Het plan is daarom niet plan m.e.r.-plichtig. Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst door middel van een vormvrije m.e,r,-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Het maakt daarvoor niet uit of een activiteit onder of boven de D-drempel waarde zit. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst dient dus wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Ad 2: Plan-m.e.r.-plicht vanwege passende beoordeling. 47 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Geconcludeerd kan worden dat voor het opstellen van een plan-m.e.r. als bedoeld in artikel 7.2a Wm geen aanleiding bestaat. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied en ligt op ruime afstand (ca.880 meter en circa 2300 meter) van gebieden die wel als Natura 2000-gebied zijn aangewezen (De Veluwe resp. De Rijntakken). Het plangebied maakt eveneens geen deel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en geen deel uit van Gelders Natuurnetwerk of Groene ontwikkelingszone. Ook ligt er geen aanduiding van een Waardevol landschap in de buurt van dit perceel. Het perceel valt binnen de bebouwde kom en die liggen buiten de contour van het Nationaal Landschap de Veluwe, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het plan maakt ook geen nieuwe functies mogelijk een effect zouden kunnen zijn op de kernkwaliteiten van het GNN of GO Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot beschermde gebieden zijn geen negatieve effecten op de nabijgelegen gevoelige gebieden en Natura2000-gebieden te verwachten. Ook tijdelijke effecten tijdens de aanlegfase zullen niet aan de orde zijn. Significante gevolgen kunnen daarom worden uitgesloten. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben.
Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: 1. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; 2. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.
De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. jo. artikel 7.16 lid 2 en 3 Wet milieubeheer. Hierbij moet rekening worden gehouden met de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn. De criteria betreffen: 1. Een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en voor zover van belang, van sloopwerken; 2. Een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; 3. Een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; 4. Een beschrijving, voor zover er informatie beschikbaar is, van de mogelijke waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van (indien van toepassing) a. de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen b. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit. 48 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Beoordeling 1.
Fysieke kenmerken van het plan/project
Het plan heeft betrekking op de bouw van 38 grondgebonden woningen en de aanleg van een weg. Op de locatie zijn nu 35 grondgebonden woningen en een weg gesitueerd. 2.
Plaats van het project
Het plan wordt uitgevoerd op een locatie die nu al in gebruik is als woongebied en gaat gebruikt worden als woongebied. Conclusie Het doel van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is om het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven, door in een vroeg stadium te onderzoeken en te beoordelen of de voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. In het kader van de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling (zie Bijlage 2 Aanmeldnotitie vormvrije mer beoordeling) is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van het woningbouwplan aan de Dr. Schaepmanstraat te Velp. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de potentiële effecten wordt geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu'. De effecten blijven beperkt tot het project en zijn directe omgeving. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-(beoordelings)procedure voor dit project.
49 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
50 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten
5.1
Algemeen Een bestemmingsplan is een juridisch instrument en bestaat uit een verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en regels leggen de bouw- en gebruiksmogelijkheden vast van de grond en de opstallen. Het plan is voor iedereen juridisch bindend: burger, bedrijf of overheid. In de digitale omgeving zijn de bestemming en de daarbij geldende regels reeds gekoppeld. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een verbeelding op papier. Nadat op de verbeelding de locatie is opgezocht waarover informatie wordt gewenst, kan in de regels worden nagelezen welke mogelijkheden zijn vastgelegd. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat wordt toegelaten. De digitale versie is bindend bij een verschil met de papieren versie. De toelichting is een beschrijving van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt en vervat de resultaten van het overleg met gemeenten, waterschappen en diensten van de provincie en rijk wiens belangen in het plan in geding zijn. Per 1 januari 2010 geldt de verplichting dat bestemmingsplannen volgens een landelijke digitale opzet (digitale standaarden) worden opgesteld. De Wro geeft voorts een aantal verplichtingen, die bij de totstandkoming van een bestemmingsplan gevolgd moeten worden.
5.2
Procedure bestemmingsplan De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken en het ontwerpbesluit, moeten worden gepubliceerd waarbij de gelegenheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Nadat de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft genomen, ligt het plan wederom ter inzage. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, evenals belanghebbenden die niet kunnen worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend, kunnen dan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de wijzigingen die bij de vaststelling in het bestemmingsplan zijn aangebracht, kan iedere belanghebbende beroep instellen. De herziening treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als geen beroep is ingesteld. Is wel beroep ingesteld dan treedt de herziening ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak 51
Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
op het beroepschrift. In dit bestemmingsplan is sprake van het realiseren van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied. Dit is een aspect waardoor de Crisis- en herstelwet van toepassing is op de procedure van het bestemmingsplan. Dit betekent onder andere dat na afloop van de beroepstermijn geen beroepsgronden meer kunnen worden aangevoerd.
5.3
Verbeelding en regels De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. Ze moeten in samenhang worden bezien en toegepast. De wijze waarop een bestemmingsplan vorm krijgt, is vastgelegd in landelijke standaarden.
5.3.1 Verbeelding Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Ter nadere invulling c.q. verbijzondering van deze bestemmingen is de verbeelding voorzien van aanduidingen. Op basis van de aanduidingen worden functies aan de bestemming toegevoegd of verwijderd, of worden aanwijzingen gegeven ten aanzien van aantallen of maatvoeringen. De verbeelding moet worden bezien in samenhang met de regels. Voor de verdere uitleg hiervan wordt verwezen naar onderstaande uitleg onder 5.3.2. Voor de beschrijving van het bestemmingsplan wordt verwezen naar 2.2.
5.3.2 Regels De bestemmingsplanplanregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken. Deze worden kort beschreven. Daarna volgt een toelichting op deze regels. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels bepaald (artikel 2). Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Eerst de bestemmingsregels en vervolgens de dubbelbestemmingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend worden de (eventuele) afwijkingsmogelijkheden ten aanzien van het bouwen en het gebruik omschreven. Daarna de specifieke gebruiksregels en de vergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde (aanlegvergunningenstelsel), voor zover dit aan de orde is. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld.
Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus 52 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
voor het hele plan. Denk aan de anti-dubbeltelregel en de regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen. Een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is, zoals het woord het al zegt, een mogelijkheid in het bestemmingsplan zelf om af te wijken van de regels uit datzelfde bestemmingsplan. Dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingsmogelijkheden. De (bestemmings)regels moeten altijd in samenhang met de algemene regels worden gelezen vóórdat op basis van de bestemmingsregels interpretaties worden verricht. In dit hoofdstuk worden ook regels gegeven over het ondergronds bouwen. Daarbij zal in voorkomende gevallen door middel van een geohydrologisch onderzoek aangetoond moeten worden dat grondwaterstromen niet worden verstoord. De oppervlakte van een ondergrondse ruimte wordt niet meegeteld indien een maximum is gesteld. Ten aanzien van de vereiste parkeergelegenheid op het bijbehorende terrein, wordt verwezen naar de bijlage Parkeernormen bij onderhavig plan. Wat voldoende is, wordt op basis van deze normen niet alleen bepaald bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning, maar ook bij een wijziging in het gebruik. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel).
Toelichting regels Voor zover relevant worden de regels hierna nog artikelsgewijs nader toegelicht. De voor dit bestemmingsplan relevante bestemmingen en aanduidingen zijn reeds nader toegelicht in 2.2. Begrippen Voor een goede uitleg van de regels moeten de begripsbepalingen correct worden toegepast. Zij bieden uitsluitsel over de gebruikte termen en zijn doorslaggevend bij de interpretatie van de regels. Ten aanzien van het begrip bijgebouw kan nog worden opgemerkt dat expliciet niet is gekozen voor de term 'bijbehorend bouwwerk' waar in de Wabo van wordt gesproken. Dit vloeit voort uit de keuze om in beginsel geen functieonderscheid voor te schrijven tussen hoofd- en bijgebouw. Opgemerkt wordt dat een carport onder het begrip overkapping valt. Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe dient te worden gemeten. Bij het toepassen van de betreffende regels (zoals opgenomen in de algemene aanduidingsregels van dit plan) dient dus te worden gemeten conform de aangegeven meetmethodiek. Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze zou zich kunnen voordoen indien een deel van een bouwperceel dat al bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken wederom bij een dergelijke berekening, doch nu ten behoeve van een ander bouwperceel wordt betrokken. 53 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr.
Schaepmanstraat e.o. (concept)
Algemene bouwregels Voor diverse geringe bouwonderdelen geldt, dat deze bij de toets aan de planregels als zodanig buiten beschouwing worden gelaten. Daarnaast is een regeling voor ondergronds bouwen opgenomen. Hoofdregel is, dat hetgeen bovengronds is toegestaan, ook ondergronds kan worden toegestaan. Daarnaast zijn enkele verbijzonderingen opgenomen. De tekst van de regeling volgt uit het Bro. Algemene gebruiksregels Voor de redactie van dit artikel is de algemene formulering aangehouden. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. In beginsel is de bestemmingsomschrijving van de betreffende bestemming bepalend. Verder wordt nog voorzien in een regeling ten aanzien van het parkeren en de parkeernormen. De parkeernormen zijn voor alle bestemmingen van toepassing. Zij zijn als bijlage bij de regels opgenomen en maken als zodanig onderdeel uit van de regels van het voorliggende bestemmingsplan. Algemene aanduidingsregels Het plan kent de aanduiding 'veiligheidszone - niet-gesprongen explosieven' pm Algemene afwijkingsregels Aan burgemeester en wethouders wordt hier de bevoegdheid gegeven om af te wijken van de bestemmingsregels. Evident is dat niet alle afwijkingsregels op alle bestemmingen van toepassing zijn.
Voorts is van belang dat het bestaan van de bevoegdheid niet mag leiden tot een automatisme in het afwijken: conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten burgemeester en wethouders de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afwegen. Overigens is de bevoegdheid beperkt in die zin dat geen omgevingsvergunning voor afwijken mag worden verleend indien onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een aantal met name genoemde belangen. Algemene procedureregels Op het stellen van nadere eisen zijn de algemene procedureregels van toepassing. Het is nodig deze in het bestemmingsplan te regelen omdat de Awb hierin niet voorziet. Overgangsrecht De redactie van dit recht volgt uit het Bro. Bij het overgangsrecht wordt onderscheid gemaakt naar bouwwerken en gebruik. Bij bouwwerken gaat het er om of ze op de peildatum in enigerlei opzicht afwijken van het plan. Doorgaans betreffen die afwijkingen de bouwregels. Ze mogen gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd of na een calamiteit worden herbouwd, mits de bestaande afwijkingen naar hun aard niet worden vergroot. Bij de vraag of de afwijking wordt vergroot kan ook het gebruik relevant zijn. Van de mogelijkheid tot gedeeltelijke vernieuwing of verandering zijn uitgesloten de illegale bouwwerken.
Daaronder worden verstaan de bouwwerken die zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning - voor zover vereist - zijn gebouwd in strijd met het toen 54 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
geldende bestemmingsplan. Voor een vergroting van de inhoud van een bouwwerk met niet meer dan 5% kan met een omgevingsvergunning eenmalig worden afgeweken. Peildatum voor bouwwerken is het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het gebruik is bepaald dat bestaand, met het plan strijdig gebruik mag worden voortgezet. Een uitsluitingsclausule is opgenomen voor gebruik dat al in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Deze regel laat de wrakingsjurisprudentie onverlet.
5.4
Reikwijdte bestemmingsplan Om te beoordelen of een ontwikkeling kan worden gerealiseerd, is het soms niet voldoende om alleen af te gaan op de inhoud van het bestemmingsplan. Ook indien het bestemmingsplan een ontwikkeling toestaat, kan het voorkomen dat andere regelgeving of dat gesloten verdragen de daadwerkelijke uitvoering verhinderen of pas na bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek mogelijk maken. De kaders die het bestemmingsplan biedt ten aanzien van nieuwe bouwmogelijkheden/bouwplaninitiatieven, bieden geen garantie voor de te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen. Bouwplannen zullen naast de toets aan onderhavig bestemmingsplan tevens worden getoetst aan, en dienen te voldoen aan, zowel het landelijke Bouwbesluit als de bouwverordening (vastgesteld door de gemeenteraad). Waarbij de (onafhankelijke) welstandscommissie adviseert of het bouwplan op basis van de Welstandsnota zoals die op 30 mei 2017 is vastgesteld door de gemeenteraad, voldoet aan redelijke eisen van welstand. Waarbij echter in dit geval als toetsingskader wordt beoogd een tegelijkertijd met het bestemmingsplan vast te stellen beeldkwaliteitsplan.
5.5
Handhaving Het bestemmingsplan maakt op een eenvoudige wijze duidelijk wat is toegelaten en is daarmee goed handhaafbaar. Burgemeester en wethouders kunnen bestuursrechtelijk optreden tegen activiteiten die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Daartoe is beleid vastgesteld. Daarnaast kan ook via de strafrechtelijke weg worden opgetreden. Een overtreding van de regels is een strafbaar feit waarop de Wet op de Economische Delicten van toepassing is.
55 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
56 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid
kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient de economische uitvoerbaarheid te worden onderzocht in het kader van het bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien indien: a. het verhaal van de kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, en b. het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is, en c.
het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen, en het inrichten van de openbare ruimte en woningbouwcategorieën niet noodzakelijk is, of
d. één van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen van toepassing is, te weten: 1. het totaal der wettelijk te verhalen exploitatiebijdragen bedraagt minder dan € 10.000,00, of 2. er geen verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening aan de orde zijn, of 3. de verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op de nutsvoorzieningen betreffen. De Wet ruimtelijke ordening kent voorts een regeling welke voorziet in een tegemoetkoming in schade indien deze boven het normale maatschappelijke risico uitstijgt. Burgemeester en wethouders hebben ter zake van planschade een verordening vastgesteld. beoordeling Het betreft hier een particuliere ontwikkeling. Uitgangspunt is dat deze ontwikkeling voor de gemeente financieel neutraal is. Dit wil zeggen dat er voor de gemeente geen kosten aan verbonden zijn. Aanpassingen in het openbaar gebied komen in principe voor rekening van de ontwikkelende partij, mits er andere afspraken hieromtrent zijn vastgelegd. Wanneer door de gemeente kosten in het openbaar gebied worden gemaakt of er sprake is van schade in het openbaar gebied, zal de gemeente deze kosten verhalen op de ontwikkelende partij. Dit is vastgelegd in een nadere overeenkomst.
De grond waar de woningen worden gebouwd, is al in eigendom van Vivare. De financiële haalbaarheid om het plan te realiseren is hiermee gegarandeerd. conclusie 57 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Gelet op het vorenstaande is de economische uitvoerbaarheid verzekerd. In het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan.
58 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Inspraak kader De gemeente kent op grond van de Gemeentewet een inspraakverordening. Deze verordening verplicht niet tot het geven van inspraak bij de voorbereiding van bestemmingsplannen. Het geven van inspraak valt dus buiten de wettelijke procedure. Indien hiertoe aanleiding bestaat, kan in een voorkomend geval besloten worden om in aanvulling op de wettelijke procedures inspraak te geven. beoordeling Over de herontwikkeling van dit terrein is met regelmaat contact geweest met de omgeving. De mogelijkheid voor het geven van een extra ronde voor inspraak, buiten de wettelijke procedure waarbij de gelegenheid wordt gegeven om zienswijzen in te dienen, wordt derhalve niet nodig geacht. conclusie Volstaan is met de wettelijke procedure zoals opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening.
7.2
Vooroverleg kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening wordt vooroverleg gepleegd met de besturen van de betrokken gemeenten, waterschappen en met diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor een goede ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in geding zijn. Van de kant van de provincie Gelderland en het rijk is bericht in welke gevallen zij vooroverleg nodig vinden. beoordeling Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg gezonden aan het waterschap Rijn en IJssel en de Veiligheids- en Gezondheisregio Gelderland Midden. De ingekomen reacties zijn bijj deze toelichting opgenomen. Hierna worden de ingekomen reacties samengevat weergegeven en voorzien van een gemeentelijke standpunt. a.
Waterschap Rijn en IJssel
Opmerkingen Het Waterschap geeft aan dat er geen op- of aanmerkingen zijn op het plan en de opgenomen waterparagraaf.
59 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Reactie gemeente Omdat de reactie in het kader van het vooroverleg niet strekt tot aanpassing van het plan, wordt deze voor kennisgeving aangenomen. b.
Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM)
conclusie PM De reacties van het vooroverleg zijn in de voorliggende plantoelichting verwerkt en hebben niet geleid tot een aanpassing van de planopzet.
7.3
Zienswijzen P.M.
60 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Bijlagen
61 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
62 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
63 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Velp-zuid Beeldkwaliteitplan Doctor Schaepmanstraat maart 2021
DEFINITIEF
Colofon
Publicatiedatum
In opdracht van
15 maart 2021
Vivare
Adres
Voor het geheel of gedeeltelijk
SVP architectuur en stedenbouw
overnemen of bewerken van
‘t Zand 17, 3811 GB Amersfoort
artikelen dient men toestemming van de redactie te vragen. In de
2
meeste gevallen zal die graag
info@svp-svp.nl
worden gegeven.
Ontwerp
Voorbehoud
Paul van Kerkoerle
Aan deze publicatie kunnen geen
Joost van der Doelen
rechten worden ontleend.
Velp-zuid Beeldkwaliteitplan Doctor Schaepmanstraat maart 2021 DEFINITIEF
Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid
3
Inhoudsopgave 1. Inleiding 7 Opgave 7 Stedenbouwkundig PvE 8
2. Huidige context
11
Historie, verkeer en groen
11
Bouwstijlen en bouwjaren
12
Karakteristieken bebouwing
15
3. Het stedenbouwkundig plan
17
Ambitie: lucht in de straat
17
Verkeer en openbare ruimte
18
Parkeren 21
4. Beeldkwaliteit 23 Streefbeeld openbare ruimte
29
Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid
5
6
1. Inleiding In Velp-zuid vindt een ruimtelijke vernieuwing plaats. Doel is om de woonkwaliteit te verbeteren, meer groen en kwaliteit in de openbare ruimte te krijgen en de parkeerdruk te verlagen. Woningcorporatie Vivare pakt verschillende woningen aan door middel van renovatie of sloop-nieuwbouw. Een deel van de woningen is namelijk sterk verouderd en kan niet meer rendabel worden gerenoveerd. Aan de Doctor Schaepmanstraat worden in dit kader 35 woningen gesloopt en komen 38 woningen terug. SVP heeft in 2010 het Stedenbouwkundig programma van Eisen ‘herstructurering Velp-Zuid’ opgesteld, waarin verschillende deelgebieden zijn aangewezen. Diverse sloop-nieuwbouw projecten, zoals rond het Van Kolplein en de Beltjeshofstraat, hebben de afgelopen jaren al plaatsgevonden. Deelgebied 5 (rondom de Dr. Schaepmanstraat) wordt in dit stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitplan beschreven. In een groot gedeelte van het deelgebied zoals dat in het Stedenbouwkundig programma van Eisen uit 2010 is gedefinieerd vindt alleen renovatie van de woningen plaats. Voorliggend beeldkwaliteitplan betreft een uitwerking van het Stedenbouwkundig programma van Eisen uit 2010. Het heeft alleen betrekking op een deel van de Schaepmanstraat, waar sloop-nieuwbouw plaats vindt en de openbare ruimte wordt aangepakt.
Doel van dit beeldkwaliteitplan is om de gewenste uitstraling van de bebouwing en de openbare ruimte in woord en beeld te schetsen, als uitgangspunt voor de verdere uitwerking door de architect (nieuwe woningen) en de gemeente (openbare ruimte).
Leeswijzer In dit document wordt eerst een ruimtelijke analyse van de locatie en context gegeven. De belangrijkste bevinding uit het Stedenbouwkundig programma van Eisen uit 2010 welke van toepassing zijn voor de Dr. Schaepmanstraat worden kort samengevat. Vervolgens wordt het stedenbouwkundig plan toegelicht. En tot slot worden in het hoofdstuk beeldkwaliteit de toetsingscriteria beschreven voor verschillende schaalniveaus van het ontwerp. De criteria richten zich zowel op de ruimtelijke context van de buurt, op de bouwblokken als geheel, op het gevelontwerp en op de detaillering en materialisatie. Door middel van referentiebeelden worden de criteria geïllustreerd.
Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid
7
Het ‘stedenbouwkundig Programma van eisen’ Het stedenbouwkundig programma van eisen uit 2010 dient als basis voor het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitplan voor de Doctor Schaepmanstraat. Hieronder de belangrijkste conclusies kort beschreven.
Uit ‘Stedenbouwkundig programma van Eisen’ (2010), bij ‘tuindorp’: Kenmerken bebouwing •
ontworpen als stedenbouwkundig ensemble (soms rondom een plek in de openbare ruimte)
•
strakke rooilijn
•
alle woningen zelfde kapvorm: zadeldak evenwijdig aan de straat
•
bebouwing één laag met kap
•
tweekappers en korte rijen
•
geen voortuinen
•
verbijzondering op bijzondere plekken, bijvoorbeeld hoeken.
Kenmerken openbare ruimte •
smalle profielen met langsparkeren
•
nauwelijks groen
•
geen voortuinen, stenig karakter
•
gebakken klinkers.
De volgende spelregels worden specifiek gegeven voor de Doctor Schaepmanstraat. Spelregels bebouwing •
Bouwvolume: twee lagen met kap, koppen kunnen verbijzonderd worden door bijv. kap op te tillen.
•
Uitbreidingsmogelijkheden: aan achterzijde over twee lagen, vernieuwen van kap, toevoegen erkers voorzijde van woning.
•
Rooilijn: mag verspringen door toevoegen van erkers op begane grond.
•
Tuinen: voortuin circa 2 meter en achtertuin minimaal 9 meter.
•
Gevel: uniform voor hele straat of per straatdeel kiezen voor verbijzonderen van gevel om meer variatie in straatbeeld toe te voegen, balans zoeken tussen variatie/samenhang, één strategie voor buurt kiezen.
•
Kleur- en materiaalgebruik: toevoegen van materialen in gevel is toegestaan, mits ondergeschikt aan basismateriaal, bijvoorbeeld door gevel deels te keimen of houten erkers toe te voegen.
Spelregels openbare ruimte •
Type straat: basisprofiel 4.
•
Materiaal: bruin gebakken klinkers voor straat en tegels voor voetpaden.
•
Parkeren: enkelzijdig en dubbelzijdig langsparkeren, haaksparkeren ook mogelijk (minimale wegbreedte 11 meter)