CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE_BP LandGeb Eikenstr5Ellecom_v9.2_VASTGESTELD 23 sept 2025

Raadsvergadering 23 september 2025, gemeente RhedenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom (de Turnhal)30.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In plaats van voort te borduren op het vertrouwde denken in waterbeheersing door technische ingrepen gericht op het veilig en snel afvoeren van water, kwam de nadruk te liggen op het aansluiten op de natuurlijke potenties van het landschap en het watersysteem. Bij dit nieuwe waterdenken staat duurzaamheid voorop. Daarmee wordt bedoeld dat er zo min mogelijk inspanningen van buitenaf nodig zijn om het watersysteem in stand te houden en overlast te voorkomen. In de praktijk betekent dit dat natuurlijke processen zoals infiltratie en kwel, het zelfreinigende vermogen van waterlopen etc. worden hersteld. Externe negatieve effecten, zoals toename van verharding en riooloverstorten met afvalwater, worden voorkomen of gecompenseerd. Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren dan ook beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's. Europa • Kaderrichtlijn water (KRW). Nationaal • Waterwet. • Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) Provinciaal • Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

52

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

•

Omgevingsverordening Gelderland;

Regionaal / lokaal • Waterbeheerprogramma 2022-2027 (waterschap Rijn en IJssel); In dit kader is vooral het provinciaal en regionaal kader van belang. Provinciale verordening Het plangebied valt buiten het grondwaterbeschermingsgebied en intrekgebieden. Zuidelijk van het plangebied is het bestaande bosgebied aangemerkt als natte natuur.

Figuur 28 – Ligging plangebied t.o.v. grondwaterbeschermings- en intrekgebied. Bron: Provinciale verordening Gelderland

Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterschap zorgt voor het water in de omgeving. Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging. Dat doet het waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en te zorgen voor stevige dijken. Als belangrijkste speerpunt voor de periode 2022-2027 ziet het waterschap de opgave om zijn gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering. Hiervoor werkt het waterschap toe naar een andere balans van vasthouden-bergen-afvoeren (voorraadbeheer), rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering. In het waterbeheerprogramma 2022-2027 heeft het waterschap zijn doelen en werkzaamheden weergegeven in vier thema’s. Klimaatrobuust gebied

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

53

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Onze ambitie is dat in 2050 de waterkeringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat we daarbij wendbaar inspelen op ontwikkelingen. We voeren ons beheer op een duurzame wijze uit en werken aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil in het uitvoeren van zijn primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil het waterschap in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin ze haar taken klimaatneutraal uitvoert. Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Het waterschap streeft ernaar dat het water in onze leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico’s oplevert voor de volksgezondheid.

Doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert. De samenhang van de wateropgaven met andere opgaven in het gebied vraagt om nauwe samenwerking met de partners (zoals gemeenten en provincies), inwoners en bedrijven. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen tijdig en goed in beeld te krijgen en mee te kunnen wegen, gebruikt het waterschap de (digitale) watertoets. 4.6.2 Relatie tot het plangebied Het plan voorziet niet in uitbreiding van bestaande bebouwing, maar beoogt een duurzame herontwikkeling van de voormalige turnhal mogelijk te maken. Voor de beoogde herontwikkeling wordt het terrein van de Turnhal heringericht. Daardoor zal de verharding met ca. 1.060 m² toenemen, onder meer door de aanleg van parkeerplaatsen, die in halfverharding worden uitgevoerd. De voorgenomen ontwikkelingen mogen geen wateroverlast op andere tijden of plaatsen veroorzaken. Het plan dient daarom "waterneutraal" ontwikkeld te worden. Dit wil zeggen dat als het verhard oppervlak significant toeneemt (> 500 m2 in het stedelijk gebied, > 1500 m2 in het buitengebied), compenserende maatregelen worden genomen om piekafvoeren op te vangen. In bijgaande Tabel 3 - Watertoetstabel zijn de relevante en niet-relevante waterhuishoudkundige thema’s inzichtelijk gemaakt. Thema

Toetsvraag

REL

IT

Veiligheid

Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier?

Nee

2

Ja

2

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

54

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

Riolering en Afvalwaterketen

Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan Nee 1m3/uur? Ligt in het plangebied een persleiding? Ja Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal Nee van het waterschap?

2

Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2500m2? Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500m2? Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laaggelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

Nee

2

Nee

1

Ja

1

Ja

1

Oppervlaktewaterkwaliteit

Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd?

Nee

1

Grondwateroverlast

Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? Is in het plangebied sprake van kwel? Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? Beoogt het plan aanleg van drainage?

Ja

1

Nee Nee

1 1

Nee

1

Grondwaterkwaliteit

Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?

Nee

1

Inrichting en beheer

Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in Ja eigendom of beheer zijn bij het waterschap? Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? Nee

1

In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit Nee het gemengde stelsel? Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het Nee plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

1

Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? Ja Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? Ja Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor Nee natte natuur? Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000Nee gebied?

2 2 1

Verdroging

Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied?

Ja

1

Recreatie

Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Nee

2

Cultuurhistorie

Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

Nee

1

Wateroverlast (oppervlaktewater)

Volksgezondheid

Natte natuur

1 1

2

1

1

# IT de intensiteit van het watertoetsproces is afhankelijk van de antwoorden op bovenstaande vragen. Als er op een categorie 2 vraag een ‘ja’ is geantwoord is een uitgebreide watertoets noodzakelijk. Is er op geen van de categorie 2 vragen een ‘ja’ geantwoord dan kan een verkorte watertoets doorlopen worden. Als er alleen met ‘nee’ is geantwoord dan is het RO-plan waterhuishoudkundig niet van belang en hoeft er geen wateradvies bij het waterschap gevraagd te worden. Tabel 3 - Watertoetstabel

- Thema Veiligheid: – relatie JA ; Overstromingsgebied van de IJssel. Bij zeer hoge IJsselstanden (bijv. 1993 en

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

55

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

-

-

-

-

-

1995) lopen de uiterwaarden onder water tot aan het plangebied. De beganegrond-vloer van turnhal is vermoedelijk om die reden hoger gebouwd dan het omliggende maaiveld. Thema Riolering en Afvalwaterketen: – relatie JA; Voorkomen dient te worden dat schoon regenwater wordt afgevoerd via het riool (vasthouden-bergen-afvoeren). De kwaliteit van geloosd of geïnfiltreerd hemelwater moet voldoen aan bepaalde eisen. In zijn algemeenheid geldt dat er geen uitlogende materialen mogen worden toegepast die met het hemelwater in aanraking komen. Verder is de ‘Verordening Afvoer Hemelwater en Grondwater’ van toepassing. Uitgangspunt daarbij is dat schoon regenwater niet in het riool terecht komt. Hemelwater vanaf het dak en terrein niet aansluiten op de (gemeentelijke) riolering. In het plangebied moet minimaal 60 mm water worden verwerkt / waterberging worden gerealiseerd hetgeen moet worden aangetoond met een duidelijk rioleringplan en capaciteitsberekening, onderbouwd met o.a. het geohydrologische onderzoek en specificaties van de waterdoorlatende en filterende bodem in de wadi’s of onder de parkeervakken. Dit hemelwater mag niet rechtstreeks naar de zuidelijk gelegen bronbossen vanwege de hoge ecologische waarde van dit waterrijke bos à brongebied van de Ruitersbeek; kwetsbare waterkwaliteit. Info Waterschap Rijn en IJssel.

Thema Wateroverlast (oppervlaktewater): – relatie JA; o Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? Het hemelwater van het dak van de turnhal wordt deels oppervlakkig en deels ondergronds afgevoerd naar de aanwezige greppels en het gras. o In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laaggelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? In de (niet permanent watervoerende) greppels ten westen en oosten van de turnhal zal bij extreme neerslag water staan, en aan de westzijde van de turnhal kan er water op straat ontstaan. De Eikenstraat blijft echter volledig toegankelijk. In het bronbos zal na een stevige bui ook water staan. Thema Grondwateroverlast: Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? – relatie JA. o In het plangebied is mogelijk sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond. Hierdoor kunnen schijngrondwaterstanden aanwezig zijn. Mogelijk kan kwel optreden in de laaggelegen gebieden. o Het plangebied ligt in de grondwaterfluctuatiezone met zeer wisselende grondwaterstanden in de bovenste grondlagen. o Grondwaterstand; is periodiek hoog. Bovendien ligt het plangebied in de zogenaamde grondwaterfluctuatiezone. Hiermee rekening houden bij ondergronds bouwen en werkzaamheden in de grond (rioolvervanging). Info Waterschap Rijn en IJssel.

Thema Inrichting en beheer: Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? – relatie JA. Binnen het plangebied zelf is geen oppervlaktewater aanwezig, maar even ten zuiden daarvan - in het bronbos - ligt (ontspringt) de Ruitersbeek. Thema Natte natuur: Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? – relatie JA. Namelijk het aangrenzende zuidelijk gelegen bronbos van de Ruitersbeek. Thema Natte natuur: Ligt in of nabij het plangebied een HEN-water? – relatie JA. Het aangrenzende zuidelijk gelegen bronbos is Hoogst Ecologisch Niveau-gebied en Ruitersbeek is HEN-water.

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

56

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

- Thema Verdroging: Het aangrenzende zuidelijk gelegen bronbos is aangemerkt als (gering) verdroogd. Het plangebied ligt in de hydrologische beïnvloedingszone van dit ecologische bronbos. - Thema ‘Bodemdaling’ ontbreekt. Ontbreekt in de tabel van het waterschap. Binnen het plangebied bevindt zich een (deels) zettingsgevoelige ondergrond (o.a. veenlagen in ondergrond). Quickscan Water Buro Ontwerp & Omgeving heeft een quickscan water opgesteld voor de beoogde herontwikkeling van de Turnhal10. Deze quickscan dient als onderbouwing voor de voorgenomen ontwikkeling, en geeft een invulling aan voor de toekomstige inrichting voor hemelwater, huishoudelijk afvalwater, grond- en oppervlaktewater. De analyse vormt de basis voor de toekomstige waterhuishouding binnen het plangebied. De quickscan is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Uit de quickscan blijkt het volgende: • De bodem van onderhavig plangebied bestaat uit sterk menggranulaat houdend matig fijn zand tot circa 0,7 m-mv, met lagen klei en veen variërend in diepte en locatie tussen 0,7 en 2,0 m-mv, en matig fijn, zwak siltig zand in de diepere ondergrond vanaf 2,0 m-mv; • Op basis van de boorprofielen wordt verwacht dat de ondergrond vanaf circa 2,0 mmv (matig fijn, zwak ziltig zand) een doorlatendheid heeft van meer dan 1,0 m/dag en hiermee geschikt is voor infiltratie.

Er dient echter rekening te worden gehouden met een sterk wisselende bodemlaag en de verstorende klei en veen lagen, welke minder doorlatend zijn. • Het maaiveld van het projectgebied is gelegen op een hoogte van gemiddeld circa 10,6 m +NAP; • De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) binnen het projectgebied wordt ingeschat op circa 1,1 m-mv (circa 9,5 m +NAP); • Op basis van het beleid van de gemeente Rheden (bergingseis van 60 mm / m² verhard oppervlak) en de oppervlakte verharding dient er circa 278 m³ water geborgen te worden. Waterberging De waterberging wordt gerealiseerd middels de aanleg van wadi’s en/of een waterbergend cunet onder de parkeerplaatsen en de toegangsweg en door de parkeerplaatsen verlaagd aan te leggen. De realisatie van voldoende waterberging is middels een voorwaardelijke verplichting in de regels vastgelegd. De uiteindelijke wijze van berging zal afgestemd worden met de gemeente en het waterschap. Het hemelwatersysteem zal in een latere fase verder gedimensioneerd en civieltechnisch uitgewerkt worden. Bij de herinrichting van het terrein zal rekening gehouden worden met het afschot dat nodig is om het hemelwater, bij voorkeur bovengronds, naar de wadi’s en de greppels te leiden.

In de quickscan wordt aanbevolen om ter plaatse van de voorziene wadi’s nog wel aanvullende veldmetingen uit te voeren voor de doorlatendheid en de bodemopbouw aangezien de bodemlaag plaatselijk sterk kan wisselen. Deze metingen zullen in het kader van de civieltechnische uitwerking worden gedaan. Zoals aangegeven is het infiltreren van hemelwater in de diepere ondergrond waarschijnlijk mogelijk. Hierbij moet zorggedragen worden voor de kwaliteitseisen 10 Buro Ontwerp & Omgeving, ‘Quickscan Water – Turnhal te Ellecom’, 04-03-2024

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

57

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

van het grondwater en het naastgelegen bronbos. Er mogen geen uitlogende materialen worden toegepast die met het hemelwater in aanraking komen. Vuilwaterafvoer Op basis van het toekomstig gebruik zal er in overleg met de gemeente gekeken worden of het bestaande rioolsysteem voldoende capaciteit heeft. De toename van de DWA (droogweerafvoer) wordt bepaald door de piekafvoer en het (gemiddeld) aantal gebruikers. Indien de capaciteit niet toereikend is, zullen in overleg met de gemeente maatregelen worden getroffen om de capaciteit te vergroten. Onderhoud In de quickscan wordt op basis van de observaties tijdens veldbezoek geadviseerd om onderhoud aan de greppels (en evt. dakgoten) uit te voeren waardoor de doorstroom van het water bevorderd wordt. Conclusie De conclusie van de quickscan is dat er met de voorgenomen ontwikkeling geen negatieve gevolgen verwacht worden voor de waterhuishouding ter plaatse. Het aspect water vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. Hydrologisch onderzoek De Turnhal grenst aan de zuidwest en zuidoostzijde aan het lager gelegen natuurgebied “bronbos Avegoor”. Het natuurgebied “bronbos Avegoor” heeft een hoge ecologische waarde. Het is het meest noordoostelijke deel van de Middachter bronbossen, te weten: Kooibos, Fazantenbos en bronbos Avegoor.

Het bronbos Avegoor bevindt zich ten noordoosten van de Eikenstraat en wordt doorstroomt door de Oude Ruitersbeek, die ontspringt in het middelste bronbos: het Fazantenbos. Hoewel het bronbos Avegoor momenteel onder invloed is van verdroging, bevinden zich hier nog steeds meerdere actieve bronnen. In het natuurgebied “Bronbos Avegoor” bevinden zich verschillende bijzondere natuurtypen, waaronder Elzenbronbos en Elzenbroekbos. Daarnaast heeft het bronbos een hoge ecologische waarde door de aanwezigheid van de kwelgevoede snelstromende bronbeek “Oude Ruitersbeek” en verschillende bronnen met o.a. Goudveil en Bittere veldkers. De eigenaar van het natuurgebied, landgoed Middachten, is bezorgd dat de kwaliteit en bijzondere waarden van het natuurgebied door de herbestemming van de Turnhal negatief worden beïnvloed. Daarom is door Eelerwoude hydrologisch onderzoek verricht om de mogelijke negatieve invloeden van de voorgenomen herbestemming van de turnhal op het natuurgebied in kaart te brengen en aanbevelingen te doen over mogelijke mitigerende maatregelen 11. Daarbij is tevens gekeken naar mogelijke negatieve invloeden van het voetbalveld van EDS op het natuurgebied vanwege het inspoelen van kunstgraskorrels en aanbevelingen om negatieve effecten te voorkomen. Het onderzoek is als bijlage bij de toelichting gevoegd. De resultaten van het onderzoek zijn hieronder samengevat.

Hydrologisch functioneren natuurgebied De grootste ecologische waarden van het bronbos Avegoor bestaan uit de aanwezigheid van Elzenbronbos, Elzenbroekbos en de Ruitersbeek. Deze bijzondere

11 Eelerwoude, ‘Hydrologische aspecten herinrichting Eikenstraat 5 – Voormalige turnhal

Eikenstraat 5’, 19-12-2024

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

58

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

waarden hangen samen met de toestroming van schoon en kalkhoudend kwelwater dat vanuit de Veluwe stuwwal naar het laaggelegen natuurgebied stroomt. Hydrologische relatie tussen turnhal en natuurgebied Op de AHN hoogtekaart in bijgaande figuur 29 is te zien dat de turnhal en het voetbalveld direct grenzen aan het laaggelegen kwelgevoede natuurgebied. De blauwe kleuren geven aan dat het maaiveld hier lager is. De rode tinten geven de hogere delen van de stuwwal weer. De hoogte van het perceel waarop de turnhal en voetbalveld zijn aangelegd loopt nogal scherp over naar het lagergelegen natuurgebied. Dit duidt er op dat het perceel waarop de turnhal is gebouwd in het verleden is opgehoogd. Het kwelwater dat vanuit de Veluwe in zuidoostelijke richting naar de lagergelegen beekloop en bronnen in het natuurgebied stroomt, stroomt dus onder de twee percelen door naar het natuurgebied (zie dikke blauwe pijl in de figuur). Hier treedt het als kwelwater uit in de donkerblauw aangegeven beekloop en kleinere zijgreppels. Daarnaast wordt het natuurgebied gevoed door lokale kwel bestaande uit regenwater dat op de helling dichtbij de bronbossen in de bodem is geïnfiltreerd en in de noordwestflank van het natuurgebied opwelt.

Figuur 29 – AHN4 hoogtekaart van de turnhal, voetbalveld en natuurgebied en stromingsrichting grondwater (blauwe pijlen) en dak- en water vanaf bestrating via buizenstelsel naar natuurgebied (rode pijlen). Bron: Eelerwoude

Knelpunten Waterkwantiteit Doordat de overgang van de stuwwal naar het natuurgebied onder een sterke helling ligt, stroomt al het regenwater in zuidoostelijke richting naar het natuurgebied. Na de herinrichting van het gebied van de turnhal zal dit nog steeds zo zijn. In die zin worden geen nieuwe knelpunten verwacht. Waterkwaliteit • Dakwater turnhal: Het dakwater is in principe schoon regenwater dat rechtstreeks op het natuurgebied zou kunnen worden geloosd. • Regenwater dat op de bestrating rondom de voormalige turnhal valt: Zolang er geen auto’s parkeren is de bestrating rondom de parkeerplaats in principe schoon. Regenwater dat hier op valt, kan via de bestaande straatkolken worden afgevoerd naar de 3 lozingspunten.

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

59

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

•

Regenwater dat op de nieuw aan te leggen parkeervakken en nieuwe toegangsweg valt: Op de delen van de bestrating waar auto’s parkeren kan verontreiniging van het water optreden door olielekkage en bandenslijtsel. Het is niet wenselijk dat deze stoffen rechtstreeks worden geloosd op het natuurgebied. Het verdient aanbeveling om deze stoffen te laten infiltreren in een wadi/laagte, waardoor de stoffen door de bodem worden uitgefilterd.

Inspoeling kunststof korrels voetbalveld in afwateringsgreppels Het is niet wenselijk dat kunststofkorrels in de afwateringsgreppels in het natuurgebied terechtkomen. In het rubbergranulaat zijn door de KNVB veel verschillende stoffen gemeten, zoals polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), metalen, ftalaten (weekmakers) en bisfenol A (BPA). Om dit te voorkomen is er rondom het kunstgrasveld een houten rand aangelegd. Ondanks de aanwezigheid van de rand zijn er in de afwateringsgreppels aan de zuidzijde van het voetbalveld rubber korrels aangetroffen. Deze zijn waarschijnlijk bij een zware regenbui door een 2 cm brede spleet van het voetbalveld naar de afwateringsloot gespoeld. De spleet is veroorzaakt door verzakking van de betontegel. Zwarte kunstgraskorrels komen ook via de schoenen van de spelers terecht op de bestrating tussen het veld en de kantine en kleedkamers. Hier worden de korrels zo veel mogelijk bij elkaar geveegd door de leden van de voetbalclub. Wanneer dit niet voldoende gebeurt, spoelen de zwarte korrels bij een flinke regenbui zuidwaarts naar de brongreppel en komen zo in het natuurgebied terecht. Mitigerende maatregelen Inrichting laagten t.b.v.

infiltratie van regenwater toegangsweg en parkeervakken • Om uitspoeling van olieresten en bandenslijpsel van de delen van de bestrating waar auto’s worden geparkeerd te voorkomen, wordt aanbevolen om regenwater dat op deze oppervlakte valt via een molgoot of HWA putten en PVC buis zuidwaarts af te voeren. • Het wordt aanbevolen om mogelijk verontreinigd water in de bodem te infiltreren in een ondiepe wadi’s en/of laagte. Door de filterende werking van de bodem, zal een belangrijk deel van de verontreiniging in de bodem achterblijven en hier worden afgebroken. • De parkeervakken worden met open betonstenen aangelegd zodat grofweg de helft van de neerslag ter plekke via de open ruimten van de open betonstenen in de bodem zal infiltreren. Het wordt aanbevolen om de andere helft van het water op de parkeervakken + het water van het verharde toegangspad naar de parkeerplaatsen te infiltreren in de bodem. • De beste locatie om dit water te infiltreren bevindt zich in het grasveld aan de zuidoostzijde van het gebouw. De bestaande laagte kan hier worden gebruikt om tijdelijk water in op te slaan en vervolgens te laten infiltreren.

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

60

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

Figuur 30 – Principe ontwerp infiltratie water parkeerplaats en opvang regenwater en kunstgraskorrels in bestaande brongreppel. Bron: Eelerwoude

Aanbrengen lage kade in de brongreppel tussen turnhal en voetbalveld • Om te voorkomen dat zwarte kunstgraskorrels, die via de schoenen van de spelers op de bestrating terecht zijn gekomen, bij neerslag in het natuurgebied belanden, dient er op de in bijgaande figuur 30 aangegeven locatie een ca. 30 cm hoge kade te worden aangebracht, waardoor de korrels door de lagere stroomsnelheid bovenstrooms van de lage kade blijven liggen. Na neerslag zal er tevens bovenstrooms van de lage kade regenwater worden geborgen. Herstellen verzakte betontegels aan de lage zuidrand van het voetbalveld • Om afspoeling van granulaatkorrels van het voetbalveld naar de greppel te voorkomen wordt aanbevolen om de hier gelegen verzakte betontegels opnieuw te leggen of de spleten die hier zijn ontstaan op een andere manier waterdicht te maken. Uitvoering mitigerende maatregelen De uitvoering van de mitigerende maatregelen is middels een voorwaardelijke verplichting in de regels vastgelegd. Dit betreft alleen de maatregelen met betrekking tot de infiltratie van regenwater en het aanbrengen van de lage kade. De derde maatregel, het herstellen van verzakte betontegels aan de zuidrand van het voetbalveld, maakt geen onderdeel uit van de voorwaardelijke verplichting.

De gronden waar deze maatregel moet plaatsvinden maken deel uit van het terrein van EDS en de initiatiefnemer van de herontwikkeling van de Turnhal heeft geen zeggenschap over deze gronden. 4.6.3 Conclusie Concluderend kan worden gesteld dat het plan geen negatieve gevolgen heeft voor de waterhuishouding in het plangebied en omgeving.

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

61

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

4.7

LUCHTKWALITEIT

4.7.1 Beleid en regelgeving De hoofdlijnen van de regelgeving voor luchtkwaliteit zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer, ook wel de Wet luchtkwaliteit genoemd. De regelgeving is uitgewerkt in onderliggende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en Ministeriële Regelingen. In de Wet Luchtkwaliteit zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen in de vorm van grenswaarden en richtwaarden voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. De belangrijkste zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) omdat deze in Nederland soms worden overschreden. De grenswaarden van de overige stoffen worden, op enkele uitzonderingen na, in de regel niet overschreden. De grenswaarde van PM10 of NO2 bedraagt 40 µg/³. De grenswaarde van PM2,5 ligt op 25 µg/³. Besluit Niet In Betekenende Mate (NIBM) In dit besluit is bepaald in welke gevallen een ruimtelijke ontwikkeling vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet hoeft te worden getoetst aan de grenswaarden. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de zogenaamde 3% grens niet wordt overschreden. De 3% grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM 10) of stikstofdioxide (NO2). Deze grenswaarde is gesteld op 40 µg/m 3. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2.

Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden is het project NIBM, en hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. In de Regeling NIBM is de bovengenoemde 3%-grens uitgewerkt in concrete getallen. Zo ligt voor woningbouwplannen de grens van 3% bij 1.500 woningen of 100.000 m2 kantooroppervlak bij één ontsluitingsweg. Besluit gevoelige bestemmingen Het besluit gevoelige bestemmingen is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof en stikstofdioxide, met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, in beide gevallen gemeten vanaf de rand van de weg. Als in een onderzoekszone de grenswaarden voor fijn stof of stikstofdioxide (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Goede ruimtelijke ordening Naast hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is ook het beginsel van een goede ruimtelijke ordening van toepassing.

De formele definitie van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is: "het coördineren van de verschillende belangen tot een harmonisch geheel dat een grotere waarde vertegenwoordigd dan het dienen van de belangen afzonderlijk". Een goede luchtkwaliteit is een van de belangen, ofwel de luchtkwaliteit dient geschikt te zijn voor de beoogde functie. Daarom is het wenselijk om inzicht te hebben in de luchtkwaliteitssituatie. 4.7.2 Luchtkwaliteit in relatie tot het plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 2 woningen, en maximaal 1.450 m2 aan commerciële ruimten. Hiermee draagt het plan ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. Op grond van de Regeling NIBM

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

62

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

wordt een project tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg immers gerekend tot een zogenoemd ‘niet in betekenende mate’ project. Voor kantoren geldt een grens van 100.000 m2. Bij een combinatie van kantoren en woningen geldt het zogenaamde 3% criterium, waarin wordt uitgegaan van de regel; 3% criterium: 0,0008 *aantal woningen + 0,000012 *bruto vloeroppervlak kantoren in m2 ≤ 1,2. De voorgestane ontwikkeling blijft ver beneden die grens. Dit betekent dat er geen nader onderzoek en toetsing aan de in de Wet luchtkwaliteit gestelde grenswaarden hoeft plaats te vinden. Met andere woorden, de beoogde ontwikkeling voldoet aan het wettelijk kader. Vanuit het oogpunt van een ‘goede ruimtelijke ordening’ is daarnaast gekeken naar de concentratie stikstofdioxide en fijn stof in het plangebied. Uit de Grootschalige Concentratiekaarten van het RIVM (peiljaar 2021) blijkt dat de achtergrondconcentratie voor stikstofdioxide ter hoogte van het plangebied niet hoger is dan 11 μg/m³ en voor fijnstof (PM10) niet hoger dan 15 μg/m³. Deze concentraties zijn daarmee ruim lager dan de grenswaarde van 40 µg/m3, waardoor het plan er niet toe zal leiden dat er grenswaarden worden overschreden. De achtergrondconcentratie PM2,5 bedraagt ter hoogte van het plangebied circa 8 μg/m³ (bron: GCN-kaarten RIVM, peiljaar 2022).

Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening bestaan er daarom geen belemmeringen voor het plan. Concluderend kan gesteld worden dat er geen belemmeringen zijn vanuit het aspect luchtkwaliteit voor het onderhavige bestemmingsplan. 4.8

EXTERNE VEILIGHEID

4.8.1 Beleid en regelgeving Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd.

Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt.

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

63

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Wettelijk kader Het wettelijk kader met betrekking tot externe veiligheid is vastgelegd in diverse regelingen en besluiten. Besluit externe veiligheid inrichtingen Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. De Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) legt de bijbehorende rekenvoorschriften, afstandseisen etc. vast. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico’s vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Circulaire effectafstanden LPG-tankstations De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario’s staan centraal. Activiteitenbesluit milieubeheer In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeeten regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten.

Vuurwerkbesluit Dit besluit geeft veiligheidsafstanden voor de opslag van consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk.

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

64

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

4.8.2 Externe veiligheid in relatie tot het plangebied Met behulp van de landelijke risicokaart is een inventarisatie van de risicobronnen in en om het plangebied gemaakt (zie kaartuitsnede hierna). Risicovolle inrichtingen In het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen. Ook worden door het plan geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt. Buisleidingen In het plangebied zijn geen buisleidingen aanwezig voor het transport van gevaarlijke stoffen. Op ongeveer 450 meter afstand is wel een hoge druk aardgastransportleiding ((N-559-20) aanwezig. Maar op die afstand valt het plangebied niet binnen het invloedsgebied van deze hoge druk aardgastransportleiding. Op ongeveer 1,2 kilometer afstand is ook nog een hoge druk aardgastransportleiding aanwezig. Vanwege deze grote afstand is een nadere onderbouwing niet nodig.

Figuur 31 – Uitsnede risicokaart, met daarin aangegeven de risicobronnen in relatie tot het plangebied (bron: risicokaart.nl)

Transportroutes gevaarlijke stoffen In het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn geen aangeduide transportroutes voor gevaarlijke stoffen over de weg en/of water aanwezig. Op een afstand van ongeveer 430 meter noordelijk van het plangebied is de spoorlijn Zutphen-Arnhem gesitueerd. Deze spoorlijn maakt deel uit van het

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

65

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

Basisnet Spoor. Omdat het plangebied buiten de 200 meter zone van de spoorlijn ligt, is er geen sprake is van een veiligheidszone voor het PR. Aangezien het plangebied zich wel binnen de toxisch en brandbaar invloedsgebied van deze spoorlijn bevindt (4000 meter), dient er op basis van het Bevt wel ingegaan te worden op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Daarbij dient ook de Veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld te worden om advies uit te brengen over de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Uit de notitie ‘VGR voor standaard externe veiligheidssituaties’ blijkt dat wanneer het plangebied van een ruimtelijk besluit buiten de 200 meter zone van een transportroute ligt en het besluit geen objecten toestaat voor verminderd zelfredzame personen, er sprake is van een standaard externe veiligheidssituatie. Voor deze situaties wordt bijgaande verantwoording van het groepsrisico gehanteerd. De Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) is door de gemeente Rheden gevraagd om een verantwoording groepsrisico op te stellen voor het ‘Bestemmingsplan Landelijk gebied, Turnhal Ellecom. Het plan voorziet in het behoud en herontwikkeling van de, cultuurhistorisch waardevolle, turnhal in Ellecom. Er wordt voor de locatie uitgegaan van een gemengde bestemming.

Binnen de gemengde bestemming moeten de volgende functies mogelijk worden gemaakt: • Cultuur en ontspanning; • Maatschappelijke voorzieningen, waaronder een bezoekerscentrum; • Horeca; • Kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid; • Toeristische voorzieningen; • Kantoren (max. 350 m2 b.v.o.) aan de oostzijde; • Twee woningen aan de westzijde. Onderstaand treft u de verantwoording groepsrisico aan. Verantwoording groepsrisico Het ruimtelijk plan is gelegen in het invloedsgebied van de spoorlijn Arnhem – Zutphen. Doordat de afstand tussen het ruimtelijk plan en deze risicobron groter is dan 200 meter kan er worden volstaan met een beperkte verantwoording groepsrisico. Conform vigerende wetgeving moet de gemeente het groepsrisico verantwoorden. Meer specifiek gaat het om de wettelijke verplichting op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze spoorlijn. De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid heeft de veiligheidsregio adviesrecht. Bij het invullen van de verantwoordingsplicht is gebruik gemaakt van het advies van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) van 6 november 2023 (kenmerk: 2023-007804). Onderstaand een beschouwing van deze aspecten.

Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden zo dicht mogelijk bij de bron voor zover dit mogelijk is. De mate van bestrijdbaarheid wordt vooral bepaald door de veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dicht bij de risicobron. De VGGM is hiervoor om advies gevraagd. Uit het advies is naar voren gekomen dat de VGGM geen aanleiding ziet om aanvullend te adviseren ten

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

66

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

aanzien van bestrijdbaarheid. De mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Zelfredzaamheid Met de term “zelfredzaamheid” wordt bedoeld: Het vermogen om jezelf en/of anderen in veiligheid te brengen bij (een dreiging van) een gevaarlijke situatie. Bij het bepalen van de mate van zelfredzaamheid spelen onder andere de fysieke gesteldheid en zelfstandigheid van de aanwezigen, de alarmeringsmogelijkheden en vluchtmogelijkheden een rol. Het advies van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden geeft het volgende aan: • Het plan ligt binnen de effectafstand van het scenario explosie en toxische wolk. Het handelingsperspectief bij een explosie is vluchten, dekking zoeken of binnenshuis schuilen. Ten aanzien van een toxische wolk is het handelingsperspectief binnenshuis schuilen in combinatie met het sluiten van ramen en deuren en uitschakelen van het ventilatiesysteem. Het plan leidt tot een toename van het aantal aanwezigen. Het ligt in de verwachting dat deze personen zichzelf bij een incident in veiligheid kunnen brengen; • De VGGM adviseert toekomstige bewoners te infomeren over de aanwezige risico’s in hun leefomgeving en het aan te reiken handelingsperspectief, technische maatregelen zoals centraal afschakelbare ventilatie en zorg te dragen voor een adequate bedrijfshulpverleningsorganisatie.

Ten aanzien van de risicocommunicatie is er NL-alert. Hiermee zijn mensen binnen een bepaald gebied, gericht te informeren door het sturen van een bericht naar mobiele telefoons. Verder is het plan via de Eikenstraat te ontvluchten mocht dit nodig zijn. De kans op voordoen van de geschetste scenario’s in het VGGM advies zijn ontzettend klein. De gemeente acht het dan ook niet noodzakelijk om verdere maatregelen te treffen om de zelfredzaamheid te verbeteren. Conclusie Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plan in het invloedsgebied van de spoorlijn Arnhem - Zutphen. Op basis van de beperkte verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het ruimtelijke initiatief geen significant effect heeft op het groepsrisico, dan wel op de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het initiatief. 4.9

ECOLOGIE

4.9.1 Beleid en regelgeving In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het van belang aandacht te besteden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming en soortenbescherming. De wettelijke grondslag hiervan is per 1 januari 2017 de Wet natuurbescherming (Wnb). Gebiedsbescherming De Wnb richt zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Activiteiten en ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn in

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

67

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

beginsel niet toegestaan, tenzij hiervoor een vergunning op grond van de Wnb is verkregen. Gelders Natuurnetwerk Naast de bescherming vanuit de Wnb kunnen waardevolle gebieden ook beleidsmatig beschermd zijn doordat zij behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In de provincie Gelderland is dit beleidsmatig vertaald door onderscheid aan te brengen in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of Groene Ontwikkelingszone (GO). Op gronden binnen het GNN mogen geen nieuwe functies mogelijk worden gemaakt, tenzij er geen reële alternatieven aanwezig zijn, redenen zijn van groot openbaar belang en negatieve effecten op het gebied worden beperkt. Uitbreiding van bestaande functies in het GNN kan alleen als de kernkwaliteiten van het gebied per saldo worden versterkt. Op gronden die deel uitmaken van het GO zijn nieuwe ontwikkelingen of uitbreiding van bestaande functies alleen mogelijk als dat niet leidt tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van dat gebied. Soortenbescherming Het doel van de Wnb is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij’-principe.

Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kunnen vrijstellingen en ontheffingen (door het bevoegd gezag) worden verleend van de verbodsbepalingen. De Wnb kent een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (alle vogels), Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten. Voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten geldt een strikte bescherming. Voor de nationaal beschermde soorten hebben provincies de bevoegdheid om in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden een vrijstelling te verlenen van de verbodsbepalingen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden nagegaan, c.q. onderbouwd worden, of zich in het betreffende gebied beschermde soorten bevinden. 4.9.2 Ecologie in relatie tot het plangebied Om te beoordelen wat de effecten zijn van de beoogde herontwikkeling van de voormalige turnhal op de natuur, is door adviesbureau Gras advies een natuurtoets in de vorm van een quickscan 12 uitgevoerd, waarbij is gekeken naar gebiedsbescherming en naar soortenbescherming, gebaseerd op een bronnenonderzoek en een veldbezoek. De rapportage met daarin de onderzoeksresultaten is integraal als bijlage achter deze toelichting opgenomen. De belangrijkste resultaten, conclusies en aanbevelingen worden hieronder weergegeven.

Resultaten Quickscan Beschermde gebieden Het projectgebied ligt buiten zowel Natura 2000-gebieden als Natuurnetwerk

12 GRAS Advies bv, ‘Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom’,

8 februari 2023

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

68

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

Nederland gebieden13. Gezien de beperkte impact van de ontwikkeling en de afstanden tussen het projectgebied en deze gebieden, wordt verstoring hiervan uitgesloten. Eventuele effecten van de stikstofemissie op Natura 2000-gebieden als gevolg van de werkzaamheden en het toekomstig gebruik vallen buiten het kader van de Quickscan. Beschermde soorten Flora Er kan redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde plantensoorten in het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde vegetatie en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig. Er komt Japanse duizendknoop (Fallopia japonica) voor binnen het projectgebied. Dit is een schadelijke invasieve exoot die op den duur schade kan veroorzaken aan fundering, verhardingen, infrastructuur, rioleringen en drainagebuizen (NVWA 2021). Ook ondermijnt de soort de stabiliteit van oevers, dijken en taluds door het wegconcurreren van (grasachtige) vegetatie. Het advies is daarom om deze soort te bestrijden. Zoogdieren De aanwezigheid van beschermde zoogdieren in het projectgebied kan niet worden uitgesloten. Dit betreft de aanwezigheid van steenmarter. Een nader onderzoek naar beschermde zoogdieren en/of een ontheffingsaanvraag is nodig. Zoogdieren: vleermuizen Er is geen sprake van een essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute binnen het projectgebied.

Echter zijn er wel geschikte openingen in het pand waardoor de aanwezigheid van een verblijfplaats binnen het projectgebied niet op voorhand kan worden uitgesloten. Soorten die mogelijk aanwezig zijn binnen het projectgebied zijn gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. Verder kan het projectgebied mogelijk gebruikt worden als foerageerlocatie voor franjestaart, baardvleermuis en rosse vleermuis. Een nader onderzoek naar beschermde vleermuizen en/of een ontheffingsaanvraag is nodig. Vogels Er zijn geschikte broedlocaties voor vogels waargenomen binnen het projectgebied. De aanwezigheid van diverse uilensoorten kan niet op voorhand worden uitgesloten. Voor gebouw bewonende broedvogels, huismus en gierzwaluw, waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn geldt dat het gebouw wel geschikt is als potentiële nestlocatie. Het projectgebied is (onderdeel van) het leefgebied voor o.a. zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bomen en bosschages in het projectgebied als broedlocatie (gaan) gebruiken. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen, globaal tussen 15 maart en 15 juli, uit te voeren. Ook is het mogelijk vlak voor de werkzaamheden het onderzoeksgebied te laten controleren op de aanwezigheid van broedende vogels door een deskundig ecoloog.

Een nader onderzoek naar beschermde vogelsoorten en/of een ontheffingsaanvraag is nodig Reptielen Er zijn geschikte habitats en verblijfplaatsen voor beschermde reptielen waargenomen binnen het projectgebied. De aanwezigheid van beschermde 13 In de Quickscan wordt met Natuurnetwerk Nederland gebieden gedoeld op het GNN. Het

project ligt buiten en GNN, maar wel binnen het GO. Voor de afweging van het plan in relatie tot het GO wordt verwezen naar paragraaf 3.3.2 van deze toelichting

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

69

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

reptielen kan daarom op voorhand niet worden uitgesloten. Soorten die mogelijk aanwezig zijn binnen het projectgebied zijn hazelworm, ringslang en gladde slang. Een nader onderzoek naar beschermde reptielen en/of een ontheffingsaanvraag is nodig. Vissen en amfibieën In het projectgebied zijn geen relevante waterlichamen aanwezig. Echter zijn er wel geschikte verblijfplaatsen voor de rugstreeppad. De aanwezigheid van beschermde amfibieën kan daarom op voorhand niet worden uitgesloten. Een nader onderzoek/ontheffingsaanvraag voor beschermde amfibieën is nodig. Ongewervelden Er zijn geen beschermde ongewervelden, of daarvoor geschikte habitats, waargenomen binnen het projectgebied. Er kan redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde insecten in het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde ongewervelden en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig Nader soortenonderzoek Naar aanleiding van de resultaten van het uitgevoerde verkennend onderzoek (quickscan) is door Gras Advies een nader soortenonderzoek uitgevoerd14. Het geeft uitsluitsel over de mogelijke aanwezigheid van wettelijk beschermde steenmarters, vleermuizen, huismussen, gierzwaluwen, uilen, rug-streeppadden en reptielen en hun essentiële habitatfuncties in het projectgebied.

Het beoordeelt of deze soorten(groepen) en hun functioneel leefgebied negatieve effecten ondervinden van de beoogde ingreep en of verbodsbepalingen mogelijk worden overtreden. De rapportage van het onderzoek is eveneens als bijlage bij deze toelichtring gevoegd. Uit het onderzoek blijkt het volgende. Geconcludeerd wordt dat een drietal door de Wnb beschermde soorten aanwezig zijn. Het gaat om de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en kerkuil. Negatieve effecten op essentiële habitatfuncties van deze soorten als gevolg van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, zijn niet uit te sluiten. Met betrekking tot de beoogde ontwikkeling geldt voor deze soorten daarom een ontheffingsplicht. Bijgaande tabel 4 geeft per soort(groep) aan welke essentiële habitatfuncties worden aangetast, het aantal, areaal en/of lengte dat het betreft en wat het gevolg van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling op de desbetreffende habitatfunctie is.

14 GRAS Advies bv, ‘Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming

Eikenstraat 5 te Ellecom’, 14 november 2023

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

70

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

Soort(groep)

Essentiële habitatfunctie Zomerverblijfplaats Paarverblijfplaats Zomer/paarverblijfplaats Jaarronde verblijfplaats

Aantal/areaal/lengte 1 3 1 1

Negatief effect Verdwijning Verdwijning Verdwijning Verdwijning

Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Kerkuil

Vaste rustplaats

1

Verdwijning

Tabel 4 - Negatieve effecten op aanwezige essentiële habitatfuncties per soort(groep). (bron: Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom)

De aanwezigheid van essentiële habitatfuncties van huismus, gierzwaluw, steenuil, steenmarter, reptielen en rugstreeppad kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Op sporadisch passerende exemplaren na, zijn er geen exemplaren of habitatfuncties van desbetreffende soorten binnen het projectgebied aangetroffen. Verder wordt aangegeven dat het projectgebied mogelijk deel uitmaakt van het leefgebied voor diverse (zang)vogels. Nesten van broedende vogels en hun omgeving zijn wettelijk beschermd en mogen niet worden verstoord. Verstoring wordt voorkomen door: • verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren, of; • maatregelen te nemen zodat nesten geen hinder ondervinden, of • een broedvogelinspectie en vrijgave te laten plaatsvinden vóór aanvang van desbetreffende werkzaamheden. Zorgplicht Tot geldt voor alle soorten de zorgplicht uit de Wnb. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk.

Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. 4.9.3 Resultaten Stikstofdepositie-onderzoek In aanvulling op de Quickscan is door mRO een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd. De notitie15 met de uitgangspunten en resultaten van het onderzoek is opgenomen als bijlage bij de plantoelichting. Uit het onderzoek blijkt dat de voorgenomen herontwikkeling van de voormalige turnhal in zowel de aanlegfase alsook in gebruiksfase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie (>0,00 mol stikstof ha/jaar) op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten in Natura 2000-gebieden. De ontwikkeling heeft derhalve geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie. Het plan voldoet daarmee aan de Wnb. Verder is van belang dat bij de uitvoering van het plan in het kader van de verlening van de

15

mRO b.v., ‘Notitie stikstofdepositieberekening Turnhal Ellecom’, 11 juli 2023

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

71

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

benodigde vergunningen het aspect stikstofdepositie nogmaals zal worden getoetst aan de natuurwetgeving. Conclusie Op basis van de uitgevoerde onderzoeken wordt geconcludeerd dat het onderdeel ecologie niet in de weg staat aan de uitvoering van de met het bestemmingsplan beoogde ontwikkelingen. Wel dient een ontheffing Wnb voor de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en kerkuil aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag, de provincie Gelderland. Als onderdeel van deze aanvraag zal ook een activiteitenplan opgesteld worden, waarin wordt ingegaan op de mitigerende en compenserende maatregelen die zullen worden getroffen om negatieve effecten op de soorten zoveel mogelijk te beperken, zodat de gunstige staat van instandhouding van de soorten niet in gevaar wordt gebracht. De aanvraag van de genoemde ontheffing betreft een traject in het kader van de Wnb, waarvan een positieve uitkomst wordt verwacht, die de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg staat. Ook dient bij de uitvoering van de werkzaamheden rekening te worden gehouden met de bovenstaande adviezen en aanbevelingen en dient te allen tijde de zorgplicht in acht te worden genomen. Met andere woorden, het aspect ecologie vormt met inachtneming van bovengenoemde aanvraag ontheffing Wnb en adviezen/ aanbevelingen geen belemmering voor het project. 4.10

ARCHEOLOGIE

4.10.1 Beleid en regelgeving Als gevolg van het Verdrag van Malta (Valetta) zijn overheden verplicht om in het ruimtelijke beleid zorgvuldig om te gaan met het archeologische erfgoed. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient, voordat er bodemingrepen plaatsvinden, een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd. De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed is vastgelegd in de Wet op de Archeologische MonumentenZorg (WAMZ) uit 2007, welke is geïmplementeerd in de Monumentenwet uit 1988. De wet regelt: • Bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem; • Inpassen van archeologisch erfgoed in de ruimtelijke ordening; • Financiering onderzoek: de veroorzaker betaalt. Op 1 juli 2016 is de nieuwe Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt onder meer de Monumentenwet 1988. In artikel 9.1 van de Erfgoedwet is echter bepaald dat tot het tijdstip waarop de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden de bepalingen uit de Monumentenwet 1988 met betrekking tot archeologie van toepassing blijven. De nieuwe Omgevingswet treedt op 1 januari 2023 in werking. Gemeentelijk beleid Naar aanleiding van de bovengenoemde Wamz heeft de gemeente Rheden voor het gehele grondgebied van de gemeente een archeologische beleidskaart op laten stellen.

Dit ‘eigen’ archeologiebeleid is vervolgens vertaald in het ‘Paraplubestemmingsplan Archeologie’. Dit overkoepelende bestemmingsplan is in 2014 door de gemeenteraad vastgesteld.

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v9.2 / 19 augustus 2025

72

NL.IMRO.0275.BPLG61-VA01 Vastgesteld 23 september 2025

4.10.2 Archeologie in relatie tot het plangebied In het plangebied is voor het gehele gebied categorie 1 uit het gemeentelijk archeologiebeleid van belang. Categorie 1: Waarde Archeologie 1 Het betreft hier een locatie met Waarde Archeologie 1 (hoge archeologische verwachting of bekende archeologische vindplaats). Binnen deze bestemming geldt een vrijstellingswaarde van 100 m2 voor bouwwerkzaamheden en een verstoringsgrens/diepte van 30 cm of er meer dan 100 cm wordt opgehoogd. De voorgenomen herontwikkeling gaat niet gepaard met bouwwerkzaamheden en vormt dan ook geen aanleiding tot het doen van archeologisch onderzoek. Wel zal voor de aanleg van de parkeerplaats de ondergrens van 30 cm naar verwachting worden overschreden. In dat kader is een nader archeologisch onderzoek nodig. De locatie valt overigens samen met de geconstateerde bodemvervuiling (zie paragraaf bodem). Ter plaatse is al sprake geweest van verstoring, in verband met de in 1995 uitgevoerde (niet geheel geslaagde) bodemsanering. Overleg en eventueel nader onderzoek zal moeten uitwijzen in hoeverre nog nader archeologisch onderzoek, voor de aanleg van de parkeerplaats, nodig wordt geacht. In onderhavig bestemmingsplan blijft de dubbelbestemming Waarde Archeologie 1 van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=76cc1285-8a2e-4799-be3a-5edfb0d688d7