Technische vragen/antwoorden Programmabegroting 2024, versie 31-10-2023
Tekst van het document
Technische vragen over Programmabegroting 20242027 Versie 31 oktober 2023
Toelichting Hieronder vindt u de antwoorden op schriftelijke vragen vanuit de raadsfracties over de Programmabegroting 2024-2027. Naast de vragen behandeld tijdens de technische vragenronde op maandag 9 oktober zijn er 173 vragen gesteld. Op 24 oktober zijn hier nog 3 vragen bijgekomen, waardoor het totaal uitkomt op 176. Beschrijvende statistiek De vragen zijn als volgt over de programma’s en fracties verdeeld:
Programma Algemeen / voorwoord Programma 1 Samenleving Programma 2 Leefomgeving Programma 3 Bestuur en organisatie Weerstandsvermogen, risicobeheersing en financiën algemeen. Eindtotaal
Aantal vragen 32 50 37 30 27 176
Fractie
Aantal vragen VPR 50 VVD 37 CDA 28 D66 #1 22 PvdA 11 CU 9 GL 9 GPRB 7 D66 #2 3 Eindtotaal 176
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
1 / 49
Fractie: D66 (deel 1) Ontvangen op: 9 oktober Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
1.
Bijlage 11
In het technisch uurtje begroting hebben we onderstaande besproken en is afgesproken dat ik de vraag schriftelijk zal stellen; bij deze: In bijlage 11 staan bij ‘ kansen op besparingen’ per programma bedragen genoemd. Het is niet duidelijk hoe groot dit mogelijk te besparen bedrag is ten opzichte van het oorspronkelijke. Zo is het voor ons ook niet duidelijk wat een mogelijk effect (inhoud en niet financieel) is. Daarom zie ik graag in een kolom ernaast dat of het oorspronkelijk bedrag wordt genoemd of het % van de beoogde besparing. Deze wens wordt breder gedeeld.
De lijst met kansen op besparingen (in bijlage 11) is aangevuld met twee kolommen waarin de betreffende raming van 2023 is vermeld en het bijbehorende taakveld. Zie bijgevoegde bijlage.
Vraag
Antwoord
Waarom 15 hectare, waar is dit getal op gebaseerd?
Om de door de Raad vastgestelde doelstelling, om in 2040 als gemeente CO2 neutraal te zijn, te realiseren, zijn zonnevelden absoluut noodzakelijk. Ook als we alle geschikte daken benutten voor zonne-energie, is dit onvoldoende om in de behoefte aan duurzame energie in Rheden te voorzien. 15 hectare is een schatting van de omvang van een zonneveld dat goed inpasbaar is in het gebied, rekening houdend met de overige maatschappelijke en ruimtelijke belangen. Bovendien heeft de gemeente in dit gebied ongeveer 15 hectare aan eigen gronden, waarop de doelstelling om bij zonnevelden 50% van de grond te bestemmen voor groen kan worden gerealiseerd.
Fractie: CDA Ontvangen op: 10 oktober Nr. 2.
Verwijzing naar pagina/programma P35, bullit 4, zonneveld Soerense Beekdal:
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
2 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
3.
Idem
Is deze 15 ha inclusief of exclusief de groene landschappelijke inpassing? Wordt bij beleid van 30% bedoeld een totale oppervlakte van 15 ha met daarin 4,5 ha groen en 10,5 ha zonnepanelen, of wordt bedoeld een totale oppervlakte van 21.4 ha zonnepanelen met daarin 6,4 ha groen en 15 ha zonnepanelen?
Inclusief
4.
Idem
Hoe vallen de cijfers uit bij 50%?
Bij een zonneveld van 15 ha is er sprake van 7,5 ha zonnepanelen en 7,5 ha groen
5.
Idem
Wat betekent de + in 15+? Moeten we 15 ha zien als een minimum? Zo ja, wat is het maximum?
In het Soerense Beekdal onderzoeken we in 2024 met alle stakeholders in een gezamenlijk gebiedsproces hoe alle belangen optimaal gediend kunnen worden. De exacte omvang van het zonneveld wordt dus rekening houdend met alle belangen bepaald. Gezien de doelstelling om in 2040 als gemeente CO2 neutraal te zijn, is 15 ha het uitgangspunt. In het gebiedsproces wordt gezamenlijk onderzocht of een groter zonneveld inpasbaar is.
Vraag
Antwoord
Het is een begroting “onder spanning, dit betekent dat er risico’s zijn genomen” … Deze risico’s vinden we niet terug in de tabel op blz. 83 en dus ook niet in het risicoprofiel. Is het wel terecht? Geeft het wel een volledig beeld om voor deze begroting de standaardmethode te hanteren? Hoe komen deze risico’s die groter zijn dan voorgaande jaren wel tot uitdrukking in de programmabegroting?
We maken op basis van verwachtingen zo goed mogelijk een inschatting van de risico's. De grootste risico's zijn benoemd in de tabel ‘Risico-inventarisatie’ op pag. 83 van de PB2024. Bij diverse risicoposten zijn bedragen bijgesteld t.o.v. de vorige inventarisatie (bij jaarstukken 2022). Zo is het risicobedrag bij post 3 ‘Jeugd/Wmo’ verdubbeld (van 500k naar 1 mln), is risicopost 4 ‘Bezuinigingsmaatregelen Rijk’ nieuw toegevoegd (risicobedrag 500k) en is het risicobedrag bij post 5 ‘Beheer openbare ruimte en vastgoed’ verdubbeld (naar 500k). Daarnaast nemen we standaard in de inventarisatie een stelpost op voor mogelijke overige risico's.
Fractie: ChristenUnie (deel 1) Ontvangen op: 10 oktober Nr. 6.
Verwijzing naar pagina/programma 82 Par B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
3 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
Op de planning staat het opstellen van de Nota risicomanagement (verwachting Q1-2024). Hierin volgt een beschrijving hoe wij omgaan met het in kaart brengen van risico’s. 7.
107 Par E. Bedrijfsvoering, Personeelsbeleid
“Verspreid over drie jaren is voor professionalisering totaal 27,1 fte toegevoegd…” Kan het college een overzicht geven van de verdeling van de fte’s over de functies, met zo mogelijk het doel daarvan, zowel in 2023 als in 2024? Energiekosten – Sport in Rheden. Ze worden verlaagd en zijn nu “opgenomen bij programma 3” Waren ze dubbel geboekt in de kadernota, of hoe moet ik dit begrijpen?
De destijds gevraagde informatie is met de programmabegroting 2023 gedeeld en n.a.v. de behandeling verwerkt. Het gaat hier niet om nieuwe informatie.
8.
174 Bijlage 11. Specificatie ontwikkelingen & besparingen. 1j
9.
174 Bijlage 11. 1l
Innovatiebudget. Wat niet vooraf bekend dat dit een tijdelijk budget was?
Innovatiebudget is een structureel budget. Dit wordt ingezet ten behoeve van de voorgestelde besparingen.
10.
177 Bijlage 11. 3i
Inzet stelpost raadswensen. Kan het college een overzicht geven van de verdeling van het budget over de genoemde posten?
De verdeling van de inzet voor de stelpost raadswensen voor 2024 is als volgt (totaal €1.250 duizend): • Burgerberaad € 500 duizend • Burgerparticipatie € 50 duizend • Blijfwijk € 100 duizend • Woningbouwversnelling € 250 duizend • Restant apart zetten voor eventuele tegenvallers. € 350 duizend
De ophoging met 379k was opgenomen in de kadernota 2024. Dit is nu hiermee teruggedraaid. Daarvoor in de plaats is de ophoging geraamd van 500k (800 -/- 300) bij programma 3 (post 3f).
Fractie: PvdA (deel 1) Ontvangen op: 12 oktober Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
11.
9/1. Meer focus
Zin:” graag willen wij verdiepend onderzoeken wat de oorzaken zijn….”Welke onderzoeken worden hier bedoeld en wie gaan deze uitvoeren?
Verdiepend onderzoeken is een continue proces binnen onze gemeente zodat wij kunnen anticiperen in plaats van reageren op. Deze verdiepende onderzoeken worden uitgevoerd door de beleidsafdeling binnen de gemeente.
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
4 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
12.
9/2efficiente inzet van middelen
Zin: “wij gaan onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om tot besparingen….” Wie gaan de onderzoeken uitvoeren en in hoeverre is dat in overleg of samenspraak met de gemeenschappelijke regelingen?
Als gemeente Rheden nemen we initiatief voor het in kaart brengen van de mogelijkheden voor besparingen. Onze Gemeenschappelijke Regelingen zijn op de hoogte van de financiële uitdaging die we samen het hoofd te bieden hebben. De uitkomst van deze onderzoekslijn leest u terug in de kadernota 2025-2028.
13.
10/2.3
Verkennend onderzoek naar de grond -en vastgoed portefeuille: welke onderzoeken waren al uitgevoerd tbv deze portefeuille en wie voeren dit onderzoek uit?
Er is een oriënterende ambtelijke verkenning uitgevoerd hoe mogelijk extra inkomsten te generen in de lijn van het Rhedens Vastgoedkader.
14.
P11/ onder tabel
Over welke baat gaat het hier?
Dit betreft de prognose voor de meicirculaire 2023 (o.a. onderdeel loon- en prijsontwikkeling) die al in de kadernota 2024 was opgenomen. Meer informatie is te vinden in de raadsmemo “Financiële effecten meicirculaire gemeentefonds 2023” van 20 juni 2023.
15.
blz. 173. jeugdzorg/WMO
De taakstelling geldt voor 2024 e.v. en is ook zo doorgevoerd in de programmabegroting. In het koersdocument worden de lange termijn keuzes voorgelegd om door te voeren en vooruitlopend daarop onderzoeken wij concrete maatregelen die in 2024 al effect hebben.
16.
Dienstverlening blz. 64 en 66
Er wordt gesteld dat ZIN-PGB taakstellend 1,5 miljoen moeten besparen. 50/50 over jeugdzorg en WMO. We zagen het afgelopen jaar een toename van 1,5 miljoen aan uitgaven. Gesteld wordt dat deze besparing kan worden gerealiseerd maar de uitwerking er van komt bij de koersnota sociaal domein. Dat is pas in het 2e kwartaal van 2024. Kunt u aangeven op welke wijze u denkt dat deze besparing kan worden gehaald. Ten aanzien van dienstverlening wordt alleen gesproken over Rheden Digitaal en het 100 % digitaal toegankelijk zijn. Uit landelijk onderzoek blijkt dat 25% van de inwoners niet of slecht digitaal vaardig is, de taal niet beheerst of analfabeet is. Zou naast dit uitgangspunt irt tot dienstverlening ook niet een uitgangspunt moeten zijn dat alle inwoners die dat nodig hebben ook in staat worden gesteld om de gemeente op niet digitale wijze te bereiken. Zeker omdat ook in de programmabegroting stelt dat de dienstverlening hetzelfde blijft
Naast een volledig digitale dienstverlening blijft ook de mogelijkheid bestaan om gebruik te maken van de reeds bestaande persoonlijke dienstverlening. Wel zal er zoveel mogelijk naar gestreefd worden om inwoners en ondernemers gebruik te laten maken van de digitale weg. Om dat te bereiken zal zowel vanuit het Programma als vanuit de diverse afdelingen van de gemeente ondersteuning geboden worden aan inwoners en ondernemers om digitaal vaardig(er) te worden.
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
5 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
17.
algemeen
Client ervaringsonderzoek WMO hebben we alleen cijfers over 2021. Zijn de cijfers over 2022 al beschikbaar en wanneer komen die naar de raad
Tot 2023 waren wij gewend om een clientervaringsonderzoek (CEO) te laten uitvoeren over het afgelopen jaar. Omdat we de resultaten van deze CEO’s pas in de 2e helft van het jaar daarna binnen kregen waren deze meestal achterhaald. Daarom is ervoor gekozen om in 2023 te starten met een continue meting. Inwoners worden 6 weken na een eerste contact benaderd en dan nog een keer nadat de ondersteuning gestart is. De eerste resultaten van 2023 zijn binnen en wij zullen de raad nog dit jaar daarvan op de hoogte brengen.
Fractie: CU (deel 2) Ontvangen op: 12 oktober Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
18.
18 Progr. 1 Samenleving
“Het percentage laaggeletterden is gedaald naar 5% in 2050.” Waarom is deze doelstelling zo ver in de toekomst?
19.
19 Progr 1.
“In 2028 zijn 10 uitdagende buurtspeelplaatsen gerealiseerd…” Is dit een versterking van bestaande speelplaatsen, of helemaal nieuw? Wat zijn de kosten?
De aanpak van laaggeletterdheid is er een van een lange adem met kleine stapjes. Het betreft de aanpak van mensen die nu laaggeletterd zijn, als aandacht voor de nieuwe generatie laaggeletterden. Het gaat om het opwaarderen van 8 bestaande speelplaatsen en realisatie van 2 nieuwe buurtspeelplaatsen. De totale kosten zijn geraamd op €640.000,-
20.
22 Progr 1. Samenleving
Vitaal en gezond, tabel kosten. De kosten nemen in 2024 aanzienlijk toe, qua saldo bijna €800k. Waardoor komt dit?
21.
26 Progr. 1
Van een aantal prestatie-indicatoren is type en bron niet ingevuld. Dat speelt ook voor andere onderdelen van
Het gaat hier om een toename van de kosten van Sportaccommodaties (taakveld 5.2) en de kosten van Volksgezondheid (taakveld 7.1). Bij Sportaccommodaties zijn hogere lasten begroot voor onderhoud (€ 105 k), afschrijvingen (€ 65 k) en toegerekende rente (€ 200 k). Bij Volksgezondheid gaat het om een verhoging van de door VGGM in rekening gebrachte bijdrage (€ 332 k). Als onderdeel van het groeimodel richting een betere programmabegroting hebben we vanaf dit jaar ook (prestatie)indicatoren opgenomen, met hierbij
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
6 / 49
programma’s. Wanneer gebeurt dat, of is hier een reden voor?
nadrukkelijke aandacht voor de maatschappelijke effect indicatoren (zgn. outcome indicatoren). Helaas is het nog niet gelukt om deze overal te vullen, mede door de aandacht die de financiële uitdaging vroeg om tot een sluitend financieel perspectief te komen. We zullen de ontbrekende informatie voor de opgenomen indicatoren in de opmaat naar de 1e bestuursrapportage 2024 aanvullen.
Fractie: VPR Ontvangen op: 12 oktober Nr. 22.
23.
Verwijzing naar pagina/programma Bijlage 11 -1a BUIG uitgaven en 1h inkomsten
Vraag
Antwoord
1a. BUIG nadelig van 771K euro. 1h. BUIG besparing 1.500K Welk bedrag is daarvoor het uitgangspunt en waar kan ik dit vinden?
De posten zijn onderdeel van taakveld 6.3 Inkomensregelingen (zie p. 19).
Bijlage 11 – 3i Inzet Stelpost raadswensen
Zie tekst op pag 177 ``…en om de financiële positie te versterken` Wat wordt hiermee bedoeld? Om hoeveel geld dit?
Door te begroten op een positief begrotingssaldo houden we aan het eind van het jaar geld over, dat apart gezet zal worden om weer een financiële buffer te creëren. Voor de inzet van de stelpost raadswensen zie graag het antwoord op vraag 10.
24.
Bijlage 11 – 1a t/m 3k
(1) Graag de tabel bijlage 11 uitbreiden met twee kolommen voor 2024 waarin de basis- bedragen (het bedrag waarvoor deze post een na- cq voordeel is) zijn vermeld en het document waarin deze bedragen zijn terug te vinden. (2) Tevens het verzoek om bij alle posten de (sub)kode(s) van de taakvelden toe te voegen waar deze posten betrekking op hebben.
De lijst met kansen op besparingen (in bijlage 11) wordt aangevuld met het totale budget voor 2023, zoals opgenomen in de programmabegroting 2023-2027.
25.
Pagina 17 e.v. samenleving
In 2023 bevatte de programmabegroting nog een aantal doelen op het gebied van schuldhulpverlening. Die zie ik niet terug in deze begroting. Wat is daarvoor de reden? Waarom niet?
We willen met de begroting sturen op maatschappelijk effect. Met de inzet van schuldhulpverlening willen we bijdragen aan de genoemde beoogde resultaten zoals genoemd op pagina 17.
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
7 / 49
Nr. 26.
27.
Verwijzing naar pagina/programma P17 - Rhedense inwoners zijn financieel zelfredzaam
Pag 18 – Rhedense inwoners maken optimaal gebruik van ondersteuningsmogeli jkheden – risico’s
Vraag
Antwoord
De PGB 2024 geeft geen duidelijkheid over de financiële ondersteuning van statushouders. Onderstaande vragen gaan over statushouders buiten het AZC. Vragen: 1. Hoeveel statushouders (huishoudens) telt de gemeente? 2. Hoeveel statushouders ontvangen een uitkering van de gemeente? 3. In hoeveel gevallen worden er aan statushouders meerdere uitkeringen per huishouden verstrekt? 4. Welke soort uitkeringen betreft dit?
Onder statushouders verstaan we hieronder mensen die inburgeringsplichtig zijn. Hierin maken we onderscheid tussen statushouders die vallen onder de oude wet en onder de nieuwe wet (verblijfsvergunning na 1 januari 2022). Mensen die onder de oude wet vallen hebben we enkel in beeld in het geval ze een bijstandsuitkering van ons ontvangen. Mensen die onder de nieuwe wet vallen, hebben we hoe dan ook in beeld. Hieronder de actuele cijfers:
Inwoners vinden het aanvraagproces ingewikkeld/bureaucratisch en haken daardoor af. Sommige inwoners zijn het vertrouwen (toeslagenaffaire) kwijt en vragen daarom liever niets aan. Heeft u zicht op het aantal inwoners dat geen gebruik maakt van aanvragen? Evt. schatting?
1. Oude wet: 49 mensen Nieuwe wet: 74 mensen, van wie 28 gezinsmigrant en 46 asielmigrant 2. De genoemde ‘oude wetters’ ontvangen allemaal een bijstandsuitkering (alleen of gezamenlijk als partners), zoals hierboven toegelicht. Van de ‘nieuwe wetters’ ontvangen 40 asielmigranten een bijstandsuitkering (alleen of gezamenlijk als partners). Gezinsmigranten komen hiervoor in principe niet in aanmerking, omdat zij naar Nederland gekomen zijn om bij een gezinslid te wonen dat over voldoende, duurzaam en zelfstandig inkomen beschikt. 3. Ieder huishouden ontvangt 1 (gezamenlijke) bijstandsuitkering. In een aantal gevallen ontvangt een inwonend meerderjarig kind er een zelfstandige bijstandsuitkering erbij. 4. Zie 3. Wij zetten ons doorlopend in om de bekendheid van de gemeentelijke regelingen te vergroten. Bijvoorbeeld door de GelrePas ambtshalve te verstrekken aan inwoners met een bijstandsuitkering, het aanbod onder de aandacht te brengen via de Geldkrant en inwoners te ondersteunen bij aanvraagprocedures via de Formulierenhulp.
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
8 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord In de raadsbrief die u heeft ontvangen in aanloop naar de raadsinformatieavond op 22 november 2022 gaven we u inzicht in het gebruik van een aantal regelingen.
28.
Pag 18 Samenleving: Taalvaardigheid
“Het percentage laaggeletterden is gedaald naar 5% in 2050.” Hoe hoog is dat percentage nu? …en waarom 2050?
29.
Pag 24 – Wat mag het kosten
Wat is 5.3 Cultuurpresentatie, prod.partic
30.
Pag 26/27/28 e.v.
Kunt u de termen resultaatindicator, uitkomstindicator en inspanningsindicator nader uitleggen?
De laatste meting door ‘geletterdheid in zicht’ is van 2019 en toen was 12% van onze inwoners laaggeletterd. Waarom 2050? De aanpak van laaggeletterdheid is er een van een lange adem met kleine stapjes. Het betreft de aanpak van mensen die nu laaggeletterd zijn, als aandacht voor de nieuwe generatie laaggeletterden. Dit betreffen verschillende onderdelen zoals subsidies aan cultuurbedrijf RiQQ, lokale omroep, de podiumregeling en ZOOM festival. We hanteren de volgende begrippen: (1) Inspanningsindicator Indicator die iets vertelt over de inspanningen die de medewerkers in en aan het proces verrichten. (2) Resultaatindicator Indicator die de prestaties weergeven als het proces klaar is en de goederen en diensten gemaakt en geleverd zijn (bijv. aantal gerealiseerde xx) (3) Uitkomstindicator (maatschappelijk effect) Indicator die iets vertelt over de effecten die de organisatie bereikt met zijn inspanningen en resultaten. (inwoners tevredenheid, veiligheidsgevoel inwoners) Ter illustratie een voorbeeld. Stel we spreken af dat de kamer een prettige temperatuur moet hebben. Een ‘prettige temperatuur’ is een uitkomstindicator, dat je zou kunnen meten met ‘ja/nee’ of een rapportcijfer. De resultaatindicator kan zijn 20 graden, een mooi concreet resultaat. De inspanningsindicator is het verstellen van de thermostaat. Bedankt voor deze vraag.
We zullen de toelichting op de begrippen voortaan in de leeswijzer opnemen.
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
9 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
31.
Pag 38 – woningbehoefte
In het woonbehoefte onderzoek wordt gesproken van 1650 woningen en niet van 1675. Vanwaar dit verschil?
In het regionale woonbehoefteonderzoek van Compaenen worden twee getallen genoemd: op p. 34 tabel 5.3 staat de woningbehoefte per gemeente afgerond op vijftigtallen: 1.650. Op p.177 in de factsheet Rheden staat het getal iets nauwkeuriger benoemd: 1.675.
32.
Pag 43 – Baten
Economische promotie 420K – 80k voordeel tov 2023. Waar bestaat deze (verhoogde) baat uit? Waar komt dit geld vandaan?
Dit betreft verhoging opbrengsten toeristenbelasting.
33.
Pag 65 – Wat mag het kosten
Kunt u de lasten en de baten van 0.4 Overhead nader detailleren en toelichten?
34.
P65– Wat mag het kosten
Kunt u de lasten en de baten van 0.8 Overige baten en lasten nader detailleren en toelichten?
35.
P70 – vastgoed Beoogde resultaten
Volledig duurzaam gemeentelijk vastgoed in 2050 Wat bedoelt u hier precies mee? Hoezo 2050?
Lasten € 19,2 miljoen en baten € 27k. Dit betreft vooral de personeelslasten die niet rechtstreeks aan taakvelden zijn toe te rekenen en conform de administratieve voorschriften bij taakveld overhead geraamd moeten worden. Raming lasten taakveld 0.8 bedraagt €2,9 miljoen. Dit betreft vooral de volgende posten: • Stelpost prijsstijgingen 972k • Stelpost salarissen 1.845k (verwachte stijging ivm CAO 2024) • Stelpost ziektevervanging 200k Raming baten taakveld 0.8 bedraagt € 300k en betreft verwachte rijksbijdrage ter dekking hoge energielasten. Het vastgoed dat in eigendom is van de gemeente voldoet in 2050 aan het klimaatakkoord. Dat betekent dat alle gebouwen energieneutraal zijn (ENG) en aardgasloos. NB. De gemeentelijke ambitie ligt hoger, daarin streven we naar ‘volledig duurzaam gemeentelijk vastgoed’ in 2040.
36.
37.
P77 - Tabel: Geraamde opbrengsten uit lokale heffingen P77/78/79 – Afvalstoffen
Op pag 66 – totaal baten OZB 2023 = 9949, 2024 = 11.142. Op pag 77 – totaal opbrengsten OZB 2023 9943 en 2024 10843. Verschil is 299K. Wilt u dit aub verklaren? Op pag 77 – opbrengst afvalstoffenheffing 2024 = 5.502K, Reinigingsrecht = 49K , totaal 5.551K
Bedragen op pag. 66 zijn juist. Verschil ad 299k tussen 11.142k (p. 66) en 10.843k (p. 77) betreft de hogere OZB opbrengst agv indexering met 3%. Die is per abuis niet meegenomen in de tabel op p. 77. Bedrag moet zijn 5.076k zoals vermeld op pagina 78.
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
10 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
Op pag 78/79 – opbrengst heffingen = 5.076K. Vanwaar dit verschil? 38.
P77-P78 Afvalstoffen
Op P77 staat de term “afvalstoffenheffing” op P78 de term “opbrengst heffingen” Het lijkt erop dat het woord “heffing” voor verschillende begrippen wordt gebruikt. Worden met deze termen verschillende dingen bedoeld en zo ja wat is het verschil? Waarom inzet bestemmingsreserve als opbrengst afvalstoffenheffing + Reinigingsrecht op 5551K (zie p 177) wordt geschat?
Het gaat bij de tabel op p. 78 om de ‘opbrengsten van de heffingen’ zijnde afvalstoffenheffing en reinigingsrechten.
39.
P79 – Afvalstoffen
40.
P78 – 1e alinea
Het uitgangspunt voor afval en riool is 100% kostendekking en voor OZB 3% inflatiestijging en aanvullend de afspraken uit het coalitie-akkoord (6%). Alleen een verhoging van 6% (ex inflatie) voor 2023 staat in het Coalitieakkoord, niet voor de daaropvolgende jaren. Waarom verwijst u toch naar het coalitieakkoord?
Tekst m.b.t. OZB had moeten zijn: ‘Uitgangspunt voor de berekening van de tarieven is de geraamde opbrengst (inclusief 3% inflatie en 9% verhoging voor realisatie ambities coalitieakkoord)’, zoals vermeld staat in de 1e alinea onder kopje OZB op dezelfde pagina 78.
41.
P78 - OZB
Per saldo leidt deze berekeningswijze van de tarieven tot een lastenverzwaring ter hoogte van 12% (het inflatiepercentage van 3% en verhoging 9% coalitieakkoord) voor zowel woningen als niet woningen. Waar is dit terig te vinden in het coalitieakkoord?
Hiermee wordt verwezen naar de verhoging voor 2023 van 6% (exclusief inflatiecorrectie) zoals opgenomen in het coalitieakkoord (pagina 15).
42.
P79 - Ontwikkeling afvalstoffenheffing
De tarieven gaan 10% omlaag. Hoe is dit te rijmen met de stijging van de opbrengst afvalstoffenheffing op pag. 77?
Bedragen opbrengst afvalstoffenheffing in bovenste tabel op pagina 77 zijn onjuist. Opbrengst 2023 is 5.565k en 2024 5.076k (zie tabel pagina 78).
43.
P77/78/79 – “heffing”
Het gebruik van het woord “heffing” in verschillende context zorgt bij mij voor verwarring. Wilt u de duiding van dit woord in de verschillende tabellen nader preciseren?
44.
P83 /84 Risicoconventarisatie
Als we spreken over ‘lokale heffingen’ dan bedoelen we daarmee de opbrengsten van lokale belastingen, heffingen en retributies. De gebruikte termen per soort belasting zijn conform omschrijving in de belastingwetgeving. Ad 1, 2 en 3: Deze risicobedragen zijn opgenomen n.a.v. de uitgebrachte circulaires in 2022 waarin zeer hoge accressen voor komende jaren zijn opgenomen. Tot 2027 is de huidige systematiek van ‘trap op trap af’ van toepassing op de hoogte van het gemeentefonds. Daarmee bestaat het risico dat in geval onderuitputting door het rijk het gemeentefonds lager kan uitvallen (minder accres dan
Mbt 1a Onderuitputting rijksuitgaven::
Bedragen in tabel op pagina 77 zijn onjuist. Deze tabel met juiste bedragen is bij deze beantwoording bijgevoegd.
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
11 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
1. De meicirculaires is bekend en door u doorgerekend. Is het dan nog steeds een echt reëel risico dat het rijk toch minder uitkeert dan u in het memo Meicirculaire dd 20-6-2023 aangeeft? Wilt u dit onderbouwen? 2. En dan ook nog voor een bedrag van 1,5 miljoen euro? 3. Pag 84 U gebruikt dezelfde argumentatie als u in de Jaarstukken 22 en PGB 2023 gebruikte. Is het risico in 2023 manifest geworden?
verwacht). Voorzichtigheidshalve zijn de geraamde risicobedragen (van € 1,5 en € 1 mln.) gehandhaafd.
In de berekening gaat u net als in Jr2022/PGB2023 uit van een bedrag van 15% in mindering op de alg.uitkering. Is het dan nog steeds 1,5 miljoen euro? 45.
P83 & P84 Risicoinventarisatie
Het overzicht risico-inventarisatie betreft een inschatting van risico's waarmee we in komende jaren geconfronteerd kunnen worden. Vandaar opname in dit overzicht. Zie verder beantwoording vorige vraag (44).
Mbt 2a nieuwe systematiek gemeentefonds: De nieuwe systematiek waarover de PGB24 spreekt speelt zoals u aangeeft vanaf 2026. Waarom is dit dan een risico voor het weerstandsvermogen in 2024? 46.
P83 & P85 Risicoinventarisatie
1. Zie de argumentatie op p85: “Dit betreft onder andere: overhevelen van specifieke uitkeringen naar het gemeentefonds en het afschaffen van het BTWcompensatiefonds (BCF): Inmiddels blijkt de ruimten onder het plafond toe te nemen, niet alleen voor 2023 maar ook voor 2024 en 2025 (zie toelichting septembercirculaire). Acht u dit dan nog steeds een reëel risico?
Het is aan het nieuwe kabinet om besluiten te nemen over de rijksfinanciën en de door het Ministerie van financiën opgestelde ombuigingslijst. Tot die tijd blijft hierover onzekerheid bestaan en achten wij dit een risico waarmee we rekening moeten houden. Het risico bij nr. 1 gaat specifiek over de ontwikkeling van het gemeentefonds n.a.v. de uitgebrachte circulaires en de a.s. nieuwe systematiek. De generieke korting staat daar los van en is één van de mogelijke bezuinigingen die vanuit het Ministerie van Financiën zijn geïnventariseerd.
Zie de argumentatie op p85: “toepassen van een generieke korting op het gemeentefonds” Dit lijkt een ehrhaling van Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
12 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
risico 1a/b. Bent u dat met me eens? Als u dit niet met me eens bent dan graag een verklaring hiervoor? 47.
P83 & P85 Risicoinventarisatie
Risico-inventarisatie PB2024 nr. 12
Risico
Kans
Financieel gevolg
Invleod
Overige risico's (stelpost)
10%
250.000
3%
In de PGB23 werd deze stelpost nog toegelicht met posten die als risicodragend werden gezien. Gelden deze risico’s niet meer? Wilt u aangeven of er al dan niet risico’s kleven aan onderstaande posten (werden in PGB als risicodragend gezien) 1. Meerkosten voor re-integratie (o.a. loonkostensubsidie) 2. Nationaal plan onderwijs en IHP 3. Meerkosten Wmo (o.a. woon- en vervoersvoorzieningen) 4. Meerkosten armoedebestrijding (oa schuldhulpverlening) 5. Nieuwe economische visie en uitvoeringsprogramma 6. Mogelijke kosten opvang statushouders / vluchtelingen Mogelijke verliesgevende grondcomplexen 48. 49.
P83 Risicoinventarisatie P174 – Reserves en voorzieningen
Even terzijde: De inventarisatie telt op tot 99% en niet tot 100% “In de onderstaande tabel hebben we de totalen van de algemene reserve, de bestemmingsreserves en de voorzieningen opgenomen. Voor de stand per 1-1-2024 is uitgegaan van de gegevens conform de 2de Bestuursrapportage 2023.” Waar staat de stand per 1-12024 vermeld in de 2e bestuursrapportage 2023?
De opgenomen stelpost is bedoeld voor opvang van diverse overige risico's, bijvoorbeeld rekeningtekorten en onvoorziene kosten. Daarnaast hebben we in de PB2023 melding gemaakt van nader te kwantificeren risico's, zoals meerkosten re-integratie e.d. Een aantal van deze posten zijn verwerkt in de geactualiseerde risico-inventarisatie PB2024, zoals mogelijke hogere kosten Wmo/Jeugd (€ 1 mln.) en armoedebeleid (€ 200k). Bovendien is in het Meerjarig Investeringsplan 2024-2027 rekening gehouden met onderwijsinvesteringen in deze jaren. Dit was in de PB2023 nog verwerkt o.b.v. voorlopige inschattingen. Ook is er een verliesvoorziening gevormd (€ 2,8 mln.) voor grondcomplex IJssel District.
Het zou zomaar kunnen dat dit in de tussentijdse afronding zit. Bedoeld wordt de tabel ‘Reserves en voorzieningen’ op pag 147. In de 2e berap 2023 is geen overzicht reserves en voorzieningen opgenomen. De mutaties op reserves en voorzieningen die vermeld staan in de 2e berap zijn verwerkt in de saldi van de reserves en voorzieningen die u terugleest in de PB2024.
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
13 / 49
Fractie: VVD Ontvangen op: 12 oktober Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
50.
Algemeen
De programma begroting 2023 was een “proef” met een andere opzet/invulling. Er zou in 2023 een evaluatie plaats gaan vinden om te kijken of deze opzet eenmalig was of dat deze weer aangepast zou gaan worden. Is er een evaluatie uitgevoerd en zo ja , is de raad hierin gekend en gevraagd voor een besluit?
De evaluatie over de programmabegroting 2023-2026 is eind vorig jaar, 22 december 2022, uitgezet bij raadsleden en raadsvolgers. Vanwege de lage respons (8 van de 33) is op 12 januari een vriendelijke herinnering gestuurd. De financiële commissie vertegenwoordigt de raad in inzake de doorontwikkeling van de programmabegroting. In de raad is bij de behandeling van de programmabegroting 2023 enthousiast gereageerd op de nieuwe opzet, daarnaast is er nog voldoende ruimte voor verbetering. De uitkomsten van de evaluatie zijn op 7 juni 2023 in de financiële commissie besproken (agendapunt 5). Uit deze evaluatie zijn bovenop de reeds afgesproken verbeterstappen mooie suggesties gekomen die we mee zullen nemen in het groeimodel. Belangrijke verbeterpunten uit het groeimodel die u terug ziet in de programmabegroting 2024: • Meer inzetten op indicatoren, ook voor het maatschappelijk effect; • Betere aansluiting tussen doelenboom en financiën. (3e W-vraag); Suggesties voor verbetering die nog uitwerking behoeven: • “Het zou veel meer structuur bieden als bij elk programma een visuele structuur (zoals een organogram) wordt weergegeven van de thema’s, doelen en indicatoren. ” • “Ik zou naast de verplichtte BBV indicatoren alleen indicatoren opnemen die echt iets afmeten én vergelijkbaar zijn met andere gemeenten. Nu zijn het er veel te veel.”
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
14 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
51.
Algemeen
52.
Algemeen
In bijlage 11 is een groot aantal mogelijke bezuinigingen voorgesteld. Bij deze voorstellen zijn niet altijd heel helder de effecten beschreven. Graag per punt de effecten van de voorgestelde bezuiniging aangeven. Koersdocument sociaal domein komt uiterlijk Q1 2024 in de raad. Het is een richtinggevend document en verdere doorwerking zal in de loop van 2024 gaan plaatsvinden waardoor de effecten zeker niet voor eind 2024 te merken zullen zijn. Wat zijn hiervan de effecten voor de realisatie van deze programma begroting?
De lijst met kansen op besparingen (in bijlage 11) wordt aangevuld met het totale budget voor 2023, zoals opgenomen in de programmabegroting 2023-2027. De toelichting leest u onder de tabel in bijlage 11. Het koersdocument heeft geen invloed op de realisatie van de programmabegroting 2024, met haar thema's, doelen en beoogde resultaten. Na vaststelling van het koersdocument sociaal domein pakken we de uitvoering op in combinatie met de doelen en beoogde resultaten in de voorgestelde programmabegroting 2024.
53.
Algemeen
Binnen de programmabegroting worden de activiteiten binnen de thema’s niet beschreven. Hierdoor is de transparantie voor de raad op het gebied van monitoring minimaal misschien wel onmogelijk geworden. Op welke wijze kan de raad dan wel de uitvoering (zowel beleid als financieel) monitoren?
De opbouw van de programmabegroting is in samenspraak met de financiële commissie als vertegenwoordiging van de gemeenteraad tot stand gekomen. De nieuwe opzet is juist bedoeld om de raad beter in staat de stellen hun kaderstellende en controlerende rol in te vullen.
Zie graag ook het antwoord op vraag 123.
De programmabegroting is opgezet aan de hand van de 3 W-vragen: 1. Wat willen we bereiken? Per programma is een visie opgenomen. Deze zijn vertaald in een aantal doelen, waaraan (prestatie)indicatoren zijn verbonden. 2. Wat gaan we daarvoor doen? Wat levert het op? Per doel staan de resultaten die we willen bereiken. 3. Wat mag het kosten? Per programma zijn aan op basis van de thema’s en onderliggende taakvelden de begrote baten en lasten opgenomen. De raad heeft naast de kaderstellende en controlerende rol een belangrijke rol in het bepalen en het concreet maken Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
15 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord van ambitie. Met de nieuwe begrotingsopzet is met instemming vanuit de Raad er een keuze gemaakt om minder concrete activiteiten te beschrijven daar veelal dit een uitvoeringsverantwoordelijkheid is voor het college. Een bijkomend voordeel is dat de omvang van de begroting hierdoor (uiteindelijk) wordt beperkt.
54.
Algemeen
Afgelopen jaren is altijd al het uitgangspunt geweest om reëel te begroten. Ondanks dat heeft dit -volgens verschillende rapportages geleid tot het bijstellen van de begrotingen. Hoe reëel is het nu dat deze begroting welke onder spanning staat daadwerkelijk uitvoerbaar is? Zijn er maatregelen genomen om tijdig bij te sturen en waar vinden we deze maatregelen terug in de programma begroting?
Dit betreft een politieke vraag. Wij nodigen u uit om hierover tijdens de raadsbehandeling in debat te gaan.
55.
Algemeen
56.
Algemeen
Binnen meerdere programma’s worden stortingen en onttrekking uit reserves vastgesteld. Graag per storting/onttrekking beschrijven waarvoor deze gedaan wordt. Maakt het document beter te lezen. Wat is de vastgestelde omvang van de organisatie en welke streef waarde wordt gebruikt om vaste contracten te hebben?
De begrote mutaties reserves zijn opgenomen in de tabellen op pag. 28 (progr. 1), 62 (progr. 2) en pag. 74 (progr. 3). Voor de toelichting op deze mutaties is een aparte bijlage gevoegd. Omvang: De vastgestelde omvang van de organisatie is in 2024 €30.288.051. Dat betreft 380,02 fte. In de paragraaf Bedrijfsvoering, pagina 108, wordt de omvang van de organisatie toegelicht. Er is geen specifieke streefwaarde vastgesteld. Het doel is helder te kunnen maken aan college en raad welke keuzes voor liggen en wat de risico’s en gevolgen zijn. De directie heeft nadrukkelijk gekozen voor structurele formatie en bezetting waar dat noodzakelijk is en voor het afbouwen van tijdelijke inleen waar dat mogelijk is. Er zijn meerdere redenen dit te doen. De kosten van structurele capaciteit zijn lager en we verlagen de kosten voor tijdelijke inleen. Het afbouwen van de tijdelijke inleen geeft ook meer stabiliteit en borgt de beschikbaarheid van kennis en kunde. De directie ziet de krapte op de arbeidsmarkt als een van onze belangrijkste risico’s. Toekomstgericht zien
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
16 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord we een groot risico dat we veel vacatures niet ingevuld krijgen en deze ook niet eenvoudig kunnen opvangen met tijdelijk personeel.
57.
Algemeen
Waar binnen de programma begroting zijn de beheersingsmaatregelen op genomen om te zorgen dat er in 2024 niet meer wordt uitgegeven dan in deze begroting is vastgeteld?
De besteding van de budgetten zal in het boekjaar 2024 gaan plaatsvinden. Daarbij zullen de regels worden gehanteerd zoals opgenomen in de budgethouderregeling en financiële verordening. Zoals te doen gebruikelijk wordt de uitvoering van de begroting gedurende het jaar gemonitord. Bij de tussentijdse bestuursrapportages (of d.m.v. een apart raadsvoorstel) worden wijzigingen van de begroting aan de raad voorgelegd.
58.
Pagina 4
Laatste alinea staat dat teksten bondiger zijn geworden. Resultaat is een programma begroting van ruim 190 pagina’s. Is het mogelijk om te samen met de raad te kijken of dit allemaal wat korter gaan? Op veel plaatsen staan teksten welke ook op andere plaatsen staan. Dat is verwarrend
We zien dat er stappen zijn gezet om de programmabegroting meer bondig te maken, desondanks is de programmabegroting nog steeds een omvangrijk document. Een deel van oplossing lijkt te zitten in het vinden van het juiste abstractieniveau, terwijl er ook een gedrevenheid is om volledige transparantie te bieden: We willen voorkomen dat raadsleden met vragen blijven zitten. Zo zijn voor een flink aantal doelen meer dan de beoogde 3 indicatoren opgenomen, hier hebben we nog een keuze in te maken om aan de richtlijn te voldoen. Voor het andere deel van de oplossing zal ontdubbelen zeker helpen. Naast dat informatie niet dubbel in de begroting hoeft te staan, voegt het weinig toe om informatie op te nemen die men eenvoudig online kan vinden. Bijvoorbeeld bijlage 12. Suggesties om verdere stappen te zetten zijn welkom, we kunnen dit voorstel dan ook omarmen.
59.
Pagina 5 2e alinea.
Welke 3W willen we gaan beantwoorden? Wie, wat, wanneer, wat is het probleem. Wat willen we bereiken? Graag helderheid vooraf.
Met de 3 W vragen worden de volgende vragen bedoeld: 'Wat willen we bereiken?' , 'Wat gaan we ervoor doen?' en 'Wat gaat het kosten?'
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
17 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
Deze komen ook terug in het rekenkameronderzoek naar de programmabegroting (4 mei 2020), dat de start markeerde voor de doorontwikkeling van onze programmabegroting.
60.
Pagina 5 3e alinea
Dezelfde opmerking als vorig raar. Gaan we de VNG leidraar in lijn brengen met onze begroting? Volgens mij is het andersom Kunt U aangeven welke impact de verschillende genoemde crisissen welke financiële impact hebben gehad op het jaar 2023 en of deze ook blijven bestaan in 2024?
61.
Pagina 7 voorlaatste alinea
62.
Pagina 7 laatste alinea
Welke structurele doorwerking heeft het negatieve effect van het jaar 2023? Kunt u dat beschrijven?
63.
Pagina 8 3e alinea
Er staat dat er een aantal grote risico’s wordt onderkend. Welke beheersingsmaatregelen heeft het college opgenomen in de programma begroting?
64.
Pagina 8 4e alinea
Voor 2024 worden er op gebied van de dienstverlening nog geen keuzes gemaakt. Hoe kunnen we dan de voorgestelde 11 miljoen aan bezuinigingen realiseren?
We zullen de tekst in een nieuwe versie hierop aanvullen. Het is inderdaad andersom. U leest deze informatie overigens terug in bijlage 1 “SDG’s per programma’ op pagina 149. In het voorwoord maken we melding van de verschillende crises waar we mee van doen hebben. Dit heeft de afgelopen periode geleid tot een sterke inflatie en een toenemend beroep op de dienstverlening van de gemeente. De financiële impact komt tot uitdrukking in de ontwikkeling van de lopende begroting, meest recent geschetst in de 2e bestuursrapportage 2023. De impact voor 2024 (en 2025-2027) is weergegeven in de gepresenteerde voorliggende begroting 2024 / meerjarenbegroting 2025-2027. De structurele effecten van het lopende jaar zijn verwoord in de 2e bestuursrapportage 2023 en, zoals eerder toegelicht, verwerkt in de begroting 2024-2027. In het voorwoord is vermeld dat dit een programmabegroting is ‘onder spanning’, dit wil zeggen dat er risico’s op mogelijke afwijkingen genomen zijn op grond van onzekerheden die zich daarin kunnen voor doen. Bij de programma's zijn per thema de mogelijke risico's nader benoemd. Bij de uitvoering van het beleid houden we voor zover mogelijk hiermee rekening. Daarnaast zijn, meer op hoofdlijnen, de risico's en beheersmaatregelen benoemd in de paragraaf weerstandsvermogen.
Het college heeft op dit moment nog niet gekozen voor ingrijpende keuzes in de dienstverlening aan onze
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
18 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord inwoners. Er is gezocht naar kansen op besparingen die zo min mogelijk de inwoners raken.
65.
Pagina 8 4e alinea
66.
Pagina 8 5e alinea
67.
68.
Pagina 12 3e paragraaf en paragraaf meerjarenperspectief Pagina 12 4e alinea
69.
Programma 1
70.
Programma 1 pag 16 eerste alinea.
Wat wordt er bedoeld met een gezonde financiele huishouding? De genoemde kansen voor bezuiniging zijn verwoord in bijlage 11. Zijn deze kansen allemaal verwerkt in deze begroting en kan het college heeft gewikt en gewogen. Graag aangeven wat de kans van slagen is van elke onderkende kans op besparing. Hier staat dat kadernota op 4 juli 2023 is vastgesteld. Dat is niet juist want de kadernota is voor kennisgeving aangenomen (ter info aan de raad). Is dat een juiste veronderstelling? Moet ik hier de conclusie trekken dat alle onderzochte bespringen compleet in deze begroting zijn opgenomen? Op welke wijze krijgt preventie extra aandacht binnen de verschillende thema’s? In het verleden was duidelijk dat voorkomen beter was dan genezen maar dat uitgangspunt lees ik onvoldoende terug in de gewenste effecten . Kunt u toelichten (per thema?) welke preventieve maatregelen worden genomen? Hoofdthema 1 vergroten financiële bestaanszekerheid. Geldt dit voor al onze inwoners? Welke sturingselementen beschikt de gemeente om deze bestaanszekerheid te vergroten/verbeteren?
De kansen op besparingen die het college realistisch acht leest u terug in de programmabegroting. Om het voor de lezer overzichtelijk te houden is de totaallijst te vinden in bijlage 11. Een programmabegroting met een structureel (meer dan) sluitende meerjaren begroting. Deze kansen voor besparingen zijn (financieel) verwerkt in de programmabegroting. Het gaat hier om kansen waarvan het college de haalbaarheid realistisch acht.
Zoals tijdens de technische vragenronde op maandag 9 oktober is de kadernota 2024 inderdaad niet vastgesteld maar ter kennisneming aangenomen. Dat klopt. Zie ook het antwoord op vraag 66. Preventie is een belangrijk onderdeel van een sterke sociale basis. Hier zetten we met onze partners en onze vrijwilligersorganisaties op in. Voorkomen is beter dan genezen is nog steeds een van de leidende principes in de sociale visie en ook in de door uw raad vastgestelde startnotitie koersdocument. Wij zijn er voor al onze inwoners. Om de (financiële) bestaanszekerheid te vergroten richt de gemeente Rheden zich onder andere op: het ondersteunen van inwoners met een laag inkomen middels de minimavoorzieningen, het ondersteunen van inwoners met financiële hulpvragen en schuldhulpverlening, het ondersteunen van inwoners naar (betaald) werk.
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
19 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
71.
Programma 1 pag 16 4e alinea
Wat wordt bedoeld met de zin: Informeel waar het kan en formeel waar het nodig is? Moet ik het lezen dat we informeel ondersteunen waar het niet nodig is?
We zetten maximaal in op informele ondersteuning via de sociale basis. Indien dit niet volstaat dan zetten wij formele ondersteuning in.
72.
Pagina 17 laatste alinea Beoogde resultaten
Kunt U aangeven wat de stand van zaken is op dit moment? Probeer dit bij alle beoogde resultaten binnen programma 1 te vermelden.
73.
Pagina 17 laatste alinea
Het aantal mensen met (parttime) werk naast de bijstand stijgt. Hoe verhoudt dit beoogde resultaat zich ten opzichte van voorgestelde besparing in bijlage 11?
Bij de verantwoording zullen wij de dan geldende percentages/stand van zaken weergeven. Hieronder de stand van zaken voor mensen met financiële problemen: 1. Maximaal 4% van de inwoners geeft aan financiële problemen te hebben (2024), gelijk aan het percentage in 2020. 2. 93% van onze inwoners geeft aan matig of veel regie te hebben over het eigen leven (2024), gelijk aan het percentage in 2020. We gaan ervan uit dat u doelt op de besparing ‘Brug tussen bijstand en werk’. Deze omvat het voorstel - naar aanleiding van de betreffende motie - dat in de Kadernota was opgenomen. Ook zonder deze verruimingen van de mogelijkheden tot bijverdienen in de bijstand, blijven wij ons echter onverminderd inzetten om inwoners richting (parttime) werk te begeleiden. We zien voor inwoners in de huidige wettelijke mogelijkheden voor vrijlatingen van inkomsten voldoende aanknopingspunten om deze stap te zetten.
74.
Pagina 18 kop
Waarom kiest u hier voor de omschrijving optimaal? Dat is een woord wat voor meerdere uitleg vatbaar is. Wat wordt hier bedoeld?
Met optimaal bedoelen we dat inwoners gebruik maken van de voorzieningen die zij nodig hebben en waar zij recht op hebben.
75.
Pagina 19
Tabel . Wat valt onder 6.2 Begeleide participatie?
76.
Pagina 20 Laatste alinea
Laatste bullet punt 1 en 2 gaat overactiviteiten welke in 2023 plaats vinden. Waarom staan deze in de programma begroting 2024?
Onder taakveld 6.4 begeleide participatie valt: − Kwijtschelding belastingen − Sociale werkplaats − Beschut werk − Re-integratie − Inburgering Dit omvat ook de bijbehorende personeelslasten. Het jaartal is inderdaad niet correct, het moet 2024 zijn.
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
20 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
Staat ook in punt 8. 77.
Pagina 22 tabel wat mag het kosten?
5.2 sportaccommodatie. Graag overzicht van wat welke sportaccommodatie een exploitatielasten kosten. 7.1 Wat is de reden dat de lasten met ruim 60% stijgen t.o.v. begroting 2023?
78.
Pagina 22 voorlaatste alinea
Hoe groot is dit risico gezien de laatste informatie dat 170 aanvragen al langer dan 7 maanden wachten op een besluit?
79.
Pagina 24 Tabel wat mag het kosten
Onder welke post vallen de WMO geïndiceerde zorg niet zijnde maatwerkvoorzieningen?
Pagina 25 laatste alinea
Wat valt er onder post 6.2? Enige jaren geleden afscheid genomen van de wijkteams. ICBS Indeling. Is er een overzicht waarin oude en nieuwe indeling staan?
80. 81.
Ad 5.2 : Een overzicht van de exploitatielasten per sportaccommodatie kunnen wij op deze termijn niet aanleveren. Daarover zal de Raad later nader worden geïnformeerd. Ad 7.1 : Bij Volksgezondheid gaat het om een verhoging van de door VGGM in rekening gebrachte bijdrage (€ 332 k). Daarnaast worden hier de lasten van de Brede SPUK– regeling (€ 881 k) verantwoord. De Brede SPUK-regeling is een voor alle gemeente beschikbaar gesteld specifieke uitkering voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis. Tegenover de lasten staan onder de baten van taakveld 7.1 een overeenkomstig bedrag als dekking. De wachttijden voor meldingen over wonen, rollen en vervoer, zoals die er momenteel zijn, zijn onwenselijk maar vormen wat ons betreft geen blijvend risico. Er wordt hard gewerkt om de achterstanden zoveel mogelijk weg te werken. We passen hiervoor de werkwijze aan en we maken gebruik van expertise van bv ergotherapeuten. Post 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) betreft alle vanuit de Wmo geïndiceerde hulp en ondersteuning. De termen Wmo maatwerkvoorziening en Wmo geïndiceerde hulp en ondersteuning zijn synoniemen van elkaar. De niet geïndiceerde zorg valt onder post 6. Onder taakveld 6.2 zijn de lasten begroot van met name Veilig Thuis (€ 277 k) en Preventief Jeugdbeleid (€ 254 k).
Dit overzicht is te vinden op de website van de Rijksoverheid : Iv3 – Informatievoorschrift. Hierin is de aanpassing als volgt toegelicht : De taakvelden op het gebied van individuele voorzieningen WMO en Jeugdzorg worden opgedeeld. Hieronder is te zien welke taakvelden het betreft.
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
21 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord - Het taakveld 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ wordt opgedeeld in vier nieuwe taakvelden: o 6.71a – Hulp bij het huishouden (WMO) o 6.71b – Begeleiding (WMO) o 6.71c – Dagbesteding (WMO) o 6.71d – Overige maatwerkarrangementen (WMO) - Het taakveld 6.72 Maatwerkdienstverlening 18- wordt opgedeeld in tien nieuwe taakvelden: o 6.72a – Jeugdhulp begeleiding o 6.72b – Jeugdhulp behandeling o 6.72c – Jeugdhulp dagbesteding o 6.72d – Jeugdhulp zonder verblijf overig o 6.73a – Pleegzorg o 6.73b – Gezinsgericht o 6.73c – Jeugdhulp met verblijf overig o 6.74a – Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf o 6.74b – Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf o 6.74c – Gesloten plaatsing - Het taakveld 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ wordt opgedeeld in twee nieuwe taakvelden: o 6.81a Beschermd wonen (WMO) o 6.81b Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO) - Het taakveld 6.82 Geëscaleerde zorg 18- wordt opgedeeld in twee nieuwe taakvelden: o 6.82a Jeugdbescherming o 6.82b Jeugdreclassering.
82.
Pagina 57 tabel wat mag het kosten
Waar bestaat thema 2.2 uit?
Meer informatie over dit taakveld leest u op: https://findo.nl/content/22---Parkeren
83.
Pagina 65 Tabel wat mag het kosten
Wat betekent een negatieve last? (taakveld o.5) en waar bestaat deze uit? Wat valt er allemaal onder taakveld 0.8 (overige lasten)
Deze negatieve last betreft een interne doorbelasting van toegerekende rente aan taakvelden (d.m.v omslagpercentage).
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
22 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord Taakveld 0.5 bestaat uit diverse rentecomponenten, zowel integraal als van derden, en uit dividend. De volgende onderdelen vallen onder taakveld 0.8 Algemene dekkingsmiddelen betreft diverse stelposten: Incidentele ruimte, -Salarissen, -Pensioen , -Prijsstijging, autonome kostenontwikkeling, -ziektevervanging, taakstelling overig, en -inkomensoverdracht Rijk. Meer informatie over beide taakvelden en wat hierbij behoort leest u ook terug op de volgende site: https://findo.nl/content/taakvelden-gemeenten
84.
Pag 85 voorlaatste alinea
Wat betekent het nemen van een verliesvoorziening van €2,8 miljoen voor de beschikbare financiële middelen? Kan dit worden gezien als een bestemmingsreserve waar we niet meer vrij over kunnen beschikken?
Deze voorziening is gevormd ten laste van de algemene reserve en is bedoeld ter dekking van het verwachte tekort van grondcomplex IJssel District. Deze voorziening dient gehandhaafd te blijven totdat de financiële afwikkeling van dit grondcomplex is gerealiseerd.
85.
Pagina 101 programma digitaal Rheden
Er wordt verwezen naar de kadernota 2023. Kunt U aangeven waar in de programmabegroting 2023 de middelen en de gewenste resultaten van digitaal Rheden zijn vast gelegd? Het is toegezegd dat de raad uitgebreid zou worden geïnformeerd en het plan ter besluitvorming zou worden aangeboden. Wanneer is dat gebeurd? Graag overzicht van activiteiten met bij behorende budgetten voor het jaar 2024.
Digitaal Rheden is bij het financieel perspectief in de programmabegroting 2023 als één van de vijf belangrijkste financiële ontwikkelingen voor de komende periode genoemd. In paragraaf Bedrijfsvoering treft u de inhoudelijke uitwerking aan. Digitaal Rheden is een investering en de middelen voor dit programma zijn opgenomen in het investeringsplan van de programmabegroting 2023. Op korte termijn wordt u op hoofdlijnen via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de (financiële) voortgang van Digitaal Rheden.
86.
Pagina 102
Programma digitaal Rheden beschrijft digitale toegankelijkheid Dat is externe deel maar hoe zit het met het interne deel van dit programma?
Digitalisering vraagt ook veel van onze medewerker, we werken binnen het project digifitte medewerkers aan meer bewustzijn en een digitale mindset van onze medewerkers. Digitale toegankelijkheid, maar ook bewustwording op het gebied van informatieveiligheid en privacy maken deel uit van dit project.
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
23 / 49
Fractie: D66 (deel 2) Ontvangen op: 13 oktober Nr.
Verwijzing naar pagina/programma Inleiding Pagina 8
Vraag
Antwoord
Er staat: “Het college heeft deze kansen van mogelijkheden en onmogelijkheden afgewogen.” Waar in de begroting vinden wij deze (on)mogelijkheden en afwegingen terug?
De lijst met mogelijkheden, de zgn. kansen op besparingen, leest u terug in bijlage 11. Deze kansen op besparingen zijn in de diverse programma’s en programmabudgetten verwerkt. Om het voor de lezer overzichtelijk te houden is de tabel in bijlage 11 gemaakt.
88.
Inleiding Pagina 9
Zou het kunnen zijn dat wij in onze gemeente een relatief grote sociaaleconomische problematiek kennen, juist omdat wij een bovengemiddeld en bovenwettelijk sociaal beleid in onze gemeente hebben?
Nee, die aanname is niet correct. Wij hebben geen bovengemiddeld en bovenwettelijk sociaal beleid. Wij hebben wel een relatief sociaaleconomische problematiek (zie rapport Twijnstra en Gudde).
89.
Samenleving Pagina 17
Dit betreft een politieke vraag. Wij nodigen u uit om hierover tijdens de raadsbehandeling in debat te gaan.
90.
Samenleving Pagina 17
Er staat: “Wij stellen alle inwoners in staat om mee te doen in de samenleving. Met name de inwoners van Rheden met fianciële zorgen die schulden hebben en voor meedoen zelf onvoldoende mogelijkheden vinden.” De woorden ‘met name’ vinden wij vreemd. Er zijn meer groepen die hier baat bij hebben. Waarom kiest u hier voor deze groep en maakt u een keuze? Hoeveel mensen in onze gemeente geven nu aan financiële problemen te hebben?
91.
Samenleving Pagina 18
87.
U stelt als beoogd resultaat dat de inwoners uit de doelgroep van minimaregelingen deze regelingen met een 8 beoordelen. Welke conclusies zou u hieruit kunnen trekken? Ofwel wat heeft u aan deze cijfers voor het bepalen van uw beleid?
4% van de inwoners geeft in 2020 aan financiële problemen te hebben. We streven ernaar dat dit aantal gelijk blijft in 2024. Het cijfer maakt onderdeel uit van een breder onderzoek. We meten in het onderzoek onder andere in welke mate de gemeentelijke regelingen aansluiten bij de behoefte van de inwoners, in welke mate ze bijdragen aan het beoogde effect en hoe de aanvraagprocedure door inwoners wordt ervaren. Het eindcijfer, in samenhang met het gehele onderzoek, geeft ons een indicatie in hoeverre de gemeentelijke regelingen aansluiten bij de behoefte van de inwoners.
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
24 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
92.
Samenleving Pagina 19
Er is een groot verschil tussen wat er binnenkomt en wat u uitgeeft aan inkomensregelingen en begeleide participatie. Wij kunnen nergens vinden wat hier precies onder valt. • Kunt u aangeven waar wij dat kunnen vinden of aangeven wat hier onder valt? Hoe verklaart u het verschil?
Onder taakveld 6.3 zijn begrepen van de deelproducten Kwijtschelding (van belastingen), Algemene Bijstand (BUIG) en Bijzondere Bijstand (inclusief Armoedebeleid). Taakveld 6.4 omvat de deelproducten SW-bedrijf, Beschut Werk, Re-integratie en Inburgering. Deels kunnen de kosten worden gedekt uit Rijksbijdrage (BUIG) en Specifieke Uitkeringen die ook op het taakveld worden verantwoord, deels dienen de kosten te worden gedekt uit de Algemene Uitkering vanuit het Gemeentefonds die op taakveld 0.7 als onderdeel van programma 3 is opgenomen. Dit verklaart het verschil.
93.
Samenleving Pagina 20
Over de kunstgrasvelden. • Wanneer moeten de kunstgrasvelden vervangen worden? • En zou u bij de alternatieve mogelijkheden vooral de milieuaspecten mee willen nemen (dus geen rubberen balletjes meer in het kunstgras of andere mogelijk schadelijke materialen voor mens en natuur)? Is natuurlijk gras een optie wat u betreft?
De afschrijftermijnen van de kunstgrasvelden lopen af tussen 2024-2027: 2024 – 4 velden 2025 – 2 velden 2027 – 4 velden Of een veld daadwerkelijk vervangen moet worden, hangt af van een periodieke keuring. Begin 2024 vindt er een nieuwe keuring plaats waaruit blijkt hoe lang de velden nog mee kunnen. Bij de vervanging van kunstgrasvelden kijken we naar verschillende alternatieven en wegen diverse aspecten tegen elkaar af, zoals belastbaarheid/capaciteit velden, milieu, gezondheid, onderhoud en kosten. Wat betreft milieu- en gezondheidsaspecten houden we in ieder geval rekening met het onlangs genomen besluit van het Europees parlement dat per 31 okt 2031 geen polymere infill (o.a. rubberkorrels) meer toegepast mogen worden.
94.
Samenleving Pagina 22
Er staat dat de doelgroep beschermd wonen een transitie ondergaat van 24-uurszorg intern naar 24-uurszorg thuis.
Het toepassen van natuurgras is wat ons betreft een optie. Deze nemen we mee in het onderzoek. Ja, de omslag van beschermd wonen naar beschermd thuis is landelijk beleid.
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
25 / 49
Nr.
95.
Verwijzing naar pagina/programma
Samenleving Pagina 23
Vraag
Antwoord
• Is dit landelijk beleid? Wat voor invloed heeft de gemeente op het beoogde resultaat om te streven naar een daling van het percentage in beschermd wonen?
De gemeente heeft met regionale afspraken invloed op de mate van de beoogde daling. De daling gaat in de gemeente Rheden met name ook over een evenredige verdeling van beschermd wonen binnen de regio.
Beoogd resultaat is dat tenminste 80% van de jeugdige inwoners die ondersteuning krijgen uit de sociale basis geen of minder maatwerkvoorziening meer nodig heeft. Nergens lezen wij hoe u dit resultaat denkt te behalen. Hoe gaat u dat bereiken?
Om dit resultaat te bereiken zijn in 2021 twee opdrachten gestart. Namelijk Versterken Sociale Basis en Lokale Maatwerkdiensten Jeugdhulp. De inspanningen die de hiervoor gecontracteerde partijen leveren, dienen bij te dragen aan het bereiken van dit resultaat. Deze opdrachten lopen tot 2027. Geëscaleerde zorg 18+ bestaat niet als afzonderlijk taakveld.
96.
Samenleving Pagina 25
Waar zijn de bedragen behorend bij geëscaleerde zorg 18+? Staan deze ergens anders in de begroting?
97.
Leefomgeving Pagina 37
Wat is het criterium om een ruimtelijk project te bestempelen tot een "project met lage(re) prioriteit"?
Dit is afhankelijk van veel factoren. T.a.v. de woningbouwprojecten worden hiervoor voorstellen ontwikkeld in de op te stellen uitvoeringsstrategie. Voor de overige projecten moeten deze criteria nog worden opgesteld
98.
Leefomgeving Pagina 46
Er staat: “Wij staan medegebruik van het Rozendaalse Veld toe mits passend binnen […]” • Waarom staat dit in de begroting? Verwacht u een verandering van het gebruik van het Rozendaalse Veld?
Wij verwachten geen veranderingen in het gebruik van het Rozendaalse Veld
99.
Leefomgeving Pagina 51-52
Er staat een doel beschreven voor het voorkomen van wateroverlast, hittestress en droogtestress. Uit de kerngegevens op pagina 167 blijkt dat de oppervlakte verharding in de gemeente tussen 2023 en 2024 stijgt met 77.000 m2. Dat is 7 hectare nieuwe verharding! Dat is in strijd met het beoogd resultaat om verharding te verwijderen en te vervangen door groen. Waarom lukt het niet om de oppervlakte verharding te laten afnemen?
De stijging komt voort uit nieuwe stedelijke ontwikkelingen waarbij er ook nieuwe openbare ruimte wordt gerealiseerd.
Technische vragen over Programmabegroting 2024-2027
26 / 49
Nr.
Verwijzing naar pagina/programma
Vraag
Antwoord
Het is bekend dat lichtvervuiling een negatief effect heeft op natuur en mensen door verstoring van het dag- en nachtritme. • Wat doet de gemeente eraan om deze negatieve gevolgen te voorkomen? Welk meetbaar doel zou hiervoor kunnen worden opgenomen? “De openbare ruimte is duurzame, schone, hele en veilige onderhouden” is geen juiste zin. Kunt u hiervan een goed lopende zin maken, zodat iedereen deze ook kan begrijpen?
Hier wordt binnen de mogelijkheden die er zijn naar gekeken. Wij hebben hiervoor geen meetbare doelen gesteld
102. Bestuur & organisatie Pagina 63-74
Op 6 juni 2023 hadden we een oriënterende vergadering over inzet van digitale technologieën in de gemeente. • Welke mogelijkheden ziet het college om te komen tot een verankering van de daar besproken thema’s in het beleid en in de uitvoering? Wat heeft het college daarvoor nodig aan middelen?
In het (regionaal) verder uit te werken informatiebeleid zien we goede mogelijkheden om tot een waardengedreven kader voor inzet van digitale technologie te komen. Dit wordt de komende maanden opgepakt samen met de gemeenten Arnhem, Renkum en De Connectie. Hiermee denken we tot een goede (regionale) verankering te kunnen komen. Het document “ Digitalisering in beeld” over o.a. waarde-gedreven innovatie van de Vereniging van Raadsleden nemen we daar zeker in mee. In de volgende raadsinformatiebrieven over Digitaal Rheden houden we u op de hoogte van de voortgang.