S22 293 Bijlage Actualiteitenrapportage 2021-2024 def na raad.pdf
Tekst van het document
Actualiteitenrapportage 20212024
Voorwoord Bij de aanbieding van de programmabegroting 2021-2024 is deze rapportage al aangekondigd. De rapportage dient betrokken te worden bij de besluitvorming over de programmabegroting om daarmee tot een meerjarig sluitend financieel perspectief te komen waarmee deze als een zogenaamde eerste begrotingswijzing kan worden beschouwd. De rapportage bestaat uit de volgende vier onderdelen: 1. Een actualisatie van relatief grote budgetten uit de bestaande meerjarenbegroting 2020 e.v. die een structurele doorwerking kennen naar de jaren 2021-2024, het betreffen zowel positieve als negatieve ontwikkelingen; 2. De uitwerking van het aangenomen amendement ‘Rheden Financieel Stabiel: Nu doorzetten’ zoals aangenomen bij de kadernota 2021; 3. Een aantal alternatieven c.q. nadere zoekrichtingen voor de uitwerking van het amendement; 4. Een beschrijving van risico’s en onzekerheden die (nog) geen kwantitatieve vertaling in de begroting kent dan wel (soms) geen onderdeel van het risicoprofiel in de paragraaf weerstandsvermogen is. Wanneer de raad alle voorstellen uit deze rapportage overneemt ziet de ontwikkeling van het verwachte financiële perspectief er als volg uit: Ontwikkeling perspectief (x €1.000)
2021
2022
2023
2024
Programmabegroting 2021-2024 Actualiteiten Uitwerking amendement
-1.880 1.025 2.440
-1.854 -105 2.764
-1.735 -511 2.931
-2.043 -461 3.491
Financieel meerjarig perspectief
1.585
805
684
987
Ten behoeve van de besluitvorming, wanneer bijvoorbeeld een meerderheid van de raad één of meerdere voorstellen niet of gewijzigd wil overnemen, zijn alle voorstellen, voornemens en maatregelen voorzien van een nummer.
2
1. Actualisatie ‘majeure’ budgetten Hiermee geven we invulling van de wens van de raad om een zo actueel en reëel mogelijke begroting 2021 vast te kunnen stellen. De programmabegroting 2021-2024 zoals deze al is aangeboden kent een lange doorlooptijd vanaf het moment dat deze ‘ambtelijk’ wordt opgeleverd tot het moment dat deze in de raad wordt behandeld. Aanpassingen tijdens dat proces zijn lastig omdat deze ook van invloed zijn op diverse voorgeschreven financiële tabellen die onderdeel zijn van de financiële begroting. De actualiteitenrapportage biedt hierbij uitkomst en heeft in de huidige opzet twee voordelen: Uiteraard de actualiteit, zo kunnen bijvoorbeeld de effecten van de septembercirculaire meegenomen worden maar ook de nieuwe bedragen voor het BUIG-budget en is er meer tijd om een betere analyse op structurele effecten van afwijkingen op budgetten met een open einde karakter te maken; De actualisatie bevat ook (beperkt) beleidsintensiveringen en voorstellen tot bijstelling. Waar de reeds aangeleverde programmabegroting uitgaat van bestaand beleid bevat de actualiteitenrapportage overzichtelijk alle beleidsmatige voornemens waarmee de raad in staat wordt gesteld om een hierin een integrale afweging te maken.
Een nadeel van deze werkwijze is dat sommige voorstellen of maatregelen ook een (beperkt) beleidseffect hebben waarmee de beschrijving van dat beleidsdoel in de begroting mogelijk niet actueel is. Dit is evenwel ook niet te voorkomen wanneer de raad bij het vaststellen van de begroting in staat moet worden gesteld tot een integrale afweging te komen. Actualiteit 2020 Aan is u toegezegd dat we, in plaats van de herfstrapportage, begin december een prognose van het verwachte financieel resultaat over 2020 waarbij tevens, per programma, op de hoofdlijn de stand van zaken met betrekking tot de beleidsdoelen wordt opgenomen. Voor de keuze van een rapportage in december zijn meerdere redenen. Zo heeft u, in aanvulling op de zomerrapportage, al in september een overzicht ontvangen met verwachte besparingen. Gedurende de zomermaanden is deze inventarisatie gemaakt. Hoewel het accent hierbij lag op het in kaart brengen van mogelijke besparingen betrof het ook een actualisatie en zou de stand ten behoeve van de herfstrapportage hiervan niet veel afwijken. Ook hebben we aangegeven dat een enigszins betrouwbare inschatting van de ‘netto’ financiële effecten van Corona een tijdrovende klus is maar dat deze wel relevant is voor die betreffende prognose. De keuze om in december te rapporteren geeft ons hiervoor meer tijd.
Voor een inschatting van actualiteiten die budgettair doorwerken naar 2021-2024 is, zoals gesteld, een analyse van majeure budgetten gemaakt in 2020. Vooruitlopend op de prognose in december kunnen we deze nu wel alvast met u delen. Dit geeft het volgende beeld. Verwacht verloop saldo 2020 (x € 1.000)
2020
Primaire begroting (november 2019)
-1.959
Stand zomerrapportage (mei/juni 2020) Besparingen zomerrapportage Stand bij aanvulling op zomerrapportage (aug 2020) Verwachte afwijkingen tov augustus: Septembercirculaire 3D, Jeugd per saldo 3D, Wmo per saldo 3D, Participatie RFS Stand oktober
-3.763 1.803 -1.960 810 -500 350 1.050 -500 -750
Septembercirculaire Het betreft hier het saldo van financieel-technische bijstellingen op hogere aantallen van diverse maatstaven, een uitkering uit het BTW-compensatiefonds en een correctie op het opschorten van de opschalingskorting (in besparingen zomerrapportage was op die laatste al geanticipeerd).
3
Voor de 3D-taken geldt dat in week 41 een analyse is uitgevoerd op de budgetten zoals deze zijn opgenomen in de begroting van 2020 (stand zomerrapportage) waarbij is gekeken naar de uitgaven in de afgelopen periode en deze zijn geëxtrapoleerd naar het einde van het jaar. Hieruit komt het volgende beeld naar voren. 3D, Jeugd per saldo Bij Jeugd zien we dat er sprake is van een grotere inzet van (dure) verblijfszorg en een groot aantal doorverwijzingen door gecertificeerde instellingen (loopt niet via de gemeente), naar verwachting komen de kosten daardoor 500K hoger uit. De aantallen unieke cliënten en gebruik van voorzieningen laten een lichte afname zien. 3D, Wmo per saldo Voor WMO geldt dat we een toename zien bij de hulpmiddelen en huishoudelijke hulp maar een afname van de zorg in natura, de PGB’s en het vervoer. Per saldo is sprake van lagere kosten voor een bedrag van 350K. 3D, Participatie per saldo Volgens het definitieve budget van het Rijk voor 2020 ontvangt Rheden 1.000K meer dan was opgenomen in de Programmabegroting 2020 (na zomerrapportage). Het macrobudget (landelijk) is verhoogd waarvan een deel ook nog is gereserveerd voor een uitgestelde uitkering waarbij in de verdeling rekening kan worden gehouden met verschillen tussen de gemeenten voor de te verwachten extra bijstandsuitgaven als gevolg van Covid-19.
In 2021 wordt de verdeling hiervan nader ingevuld in samenspraak tussen het Rijk, de gemeenten en de VNG. Hier staat tegenover dat de verwachte uitgaven voor algemene bijstand ook hoger zijn (300K), met name door loonkostensubsidies en groei in het aantal en van het gemiddeld bedrag uitkeringen. De effecten vanuit de Coronacrisis, groei van het aantal bijstandsgerechtigden (door hogere instroom en lagere uitstroom), zijn ingeschat en in de prognose meegenomen. Op basis van de halfjaarcijfers MGR 2020 kan de prognose voor de module WgSW naar beneden worden bijgesteld met 200K en wordt ten aanzien van Presikhaaf Bedrijven rekening gehouden met een liquidatie-uitkering van 150K. Tot slot is er bij beschut werken sprake van achterblijvende inzet ten opzichte van de prognose waardoor ook de kosten (naar verwachting 150K) lager uitvallen. Overigens zal bij de jaarrekening 2020 voorgesteld worden om het overschot op beschut werken te reserveren in een bestemmingsreserve (dit heeft daarmee een neutraal effect op het te verwachte saldo over 2020). RFS Voor RFS geldt dat in 2020 een deel van de maatregelen niet gehaald zal worden, dat is voor een groot deel de zogenaamde 0-lijst en de beoogde besparingen op ruimtelijke projecten. Zie hiervoor ook de meer uitgebreidere toelichting bij de actualiteiten 2021-2024.
Voor de goede orde: de hier gepresenteerde stand van -750K is een eerste inschatting op basis van de bekende grotere afwijkingen die we verwachten voor 2020. Voor veel andere budgetten is dit nog niet in beeld gebracht. Corona Ten aanzien van Corona geldt dat we in de cijfers nog steeds uitgaan van budgetneutraliteit. We zien hierbij in de vorm van voorschotten via de TOZO-regeling en algemene uitkering, dat het Rijk zijn belofte om extra kosten te vergoeden nakomt.
4
Actualiteiten 2021-2024 Actualiteiten (x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
Autonome ontwikkelingen Septembercirculaire Bijst. index OZB van 1% naar 1,5% Bijstand Jeugd en Wmo Provinciale bijdrage versterking Regio Leges omgevingsvergunning
1.135 44 426 0 30 -200
50 44 426 0 30 -200
-130 44 426 0 0 -200
-80 44 426 0 0 -200
6 7 8 9
Bijstelling maatregelen RFS 95 Ruimtelijke projecten 135 Werkprocessen lean 144 '0-lijst' 75 Veerdiensten
-175 -35 -200 0
-175 -70 -200 -10
-175 -105 -250 -10
-175 -105 -250 -10
10 11 12 13
Overige voorstellen Gemeentelijke huisvesting Invoering omgevingswet Dekking invoering omgevingswet* 1 x per jaar gratis ophalen grof huisvuil
0 -311 311 0
0 -253 253 0
-111 -259 259 0
-111 -244 244 0
1.025
-105
-511
-461
1a 1b 2 3 4 5
Totaal *2023-2024 nog te dekken
Autonome ontwikkelingen Voor wat betreft de autonome ontwikkelingen heeft, conform de toezegging in de financiële commissie, een actuele analyse plaatsgevonden op ‘majeure’ budgetten waarvan we op basis van ervaringen bij de jaarrekening weten dat afwijkingen daarop vaak ook een structureel karakter kunnen hebben en daarmee doorwerken naar 2021-2024. De hier gepresenteerde afwijkingen zijn voor 2020 actueel geanalyseerd (zie hiervoor) en beoordeeld is in welke mate deze een doorwerking kennen naar volgende jaren. Septembercirculaire Hoewel de trap-op-en-af-systematiek tijdelijk buiten werking is gesteld, is voor 2021 toch nog sprake van een behoorlijke verhoging van de algemene uitkering die als volgt verklaard kan worden: Algemene mutaties (waaronder stijging van eigen aantallen) 220K Uitkering uit het BTW-compensatiefonds 250K Extra uitkering voogdij 18+ 300K Opschorting opschalingskorting 400K Overig -35K Ten aanzien van Voogdij 18+ is voor 2020 een extra uitkering aangevraagd en ontvangen van 778K. Vanwege lagere kosten valt de aanvraag voor 2021 ook lager uit, definitieve toekenning is nog wel afhankelijk van het totaal aantal aanvragen. Herverdeeleffect Op het moment van afronding van deze actualiteitenrapportage zijn de voorlopige uitkomsten van de herverdeeleffecten nog niet bekend.
In de begroting is vanaf 2022 rekening gehouden met een korting op de algemene uitkering van ruim € 1 miljoen. De laatste berichten zijn dat er een minder expliciet beeld bestaat van een verschuiving van middelen van klein naar groot, platteland naar stad en oost naar west dan bij de oorspronkelijke uitkomsten. De verwachting is dat deze uitkomsten medio oktober bekend worden gemaakt waarna er een consultatieronde start met de VNG en de Raad voor het Openbaar Bestuur. Hoewel er nog een onzekerheid of de definitieve uitkomsten bij de decembercirculaire bekend kunnen worden gemaakt, verwachten we dat de voorlopige uitkomsten wel een goede indicatie zullen geven van het uiteindelijke effect. Zodra deze bekend zijn, zullen we deze met u delen en kunnen deze zo nodig bij de begrotingsbehandeling betrokken worden.
5
Bijstelling index OZB van 1% naar 1,5% Na het opstellen van de begroting is gebleken dat er, voor de jaarlijkse indexstijging, abusievelijk rekening was gehouden met 1% in plaats van de bij de kadernota afgesproken 1,5%. 3D-taken De analyse op de 3D-taken is ook de basis voor de effecten voor 2021-2024, hieronder lichten we toe waarom deze afwijken van 2020. Bijstand Op basis van de over 2020 houden we rekening met een stijging van het aantal bijstandontvangers van 5%, dit is ook in lijn met de verwachtingen van het CPB. Wanneer we dit doortrekken naar 2021 is de verwachting dat de kosten voor bijstand ongeveer € 1 miljoen hoger uitvallen dan waar in de meerjarenbegroting rekening mee is gehouden. Het Rijk ziet deze ontwikkeling ook en heeft om die reden voor 2020 en verder het macrobudget (BUIG) verhoogd. Het voorlopig toegekende bedrag voor onze gemeente is in 2021 ruim € 1,4 miljoen hoger dan waar in de meerjarenbegroting rekening mee is gehouden. Per saldo leidt deze actualisatie daarmee tot een positieve bijstelling van ruim 400K. Binnen de verhoging van het macrobudget is ook nog een bedrag gereserveerd (en dus nog niet aan gemeenten toegekend) voor te verwachten extra uitgaven bijstand als gevolg van Covid-19. De verdeling hiervan geschiedt in samenspraak tussen Rijk, gemeenten en VNG waarbij de verschillen tussen gemeenten als gevolg van Covid-19 een rol spelen.
Hiermee is dus nog geen rekening gehouden. Jeugd en Wmo Bekend is dat met name deze budgetten in de afgelopen jaren tot grote structurele afwijkingen hebben geleid. Voor deze actualiteitenrapportage is van belang of deze afwijking, per saldo nu 150K nadelig, ook een structureel karakter heeft. Voor zowel Jeugd als Wmo geldt dat we vanwege de extrapolatie nog geen rekening hebben kunnen houden met de effecten van de pilots en andere initiatieven die onlangs zijn gestart, de nieuwe aanbesteding met betrekking tot inkoop en de lumpsum financiering die volgend jaar ingaat. Daardoor verwachten we nog steeds uit te komen met de budgetten die in de huidige meerjarenbegroting 2021-2024 zijn opgenomen. Om die reden is er nu geen aanleiding deze budgetten bij te stellen en is in de tabel voor alle jaren een bedrag van € 0 opgenomen. Provinciale bijdrage versterking Regio In de begroting is al rekening gehouden met een bijdrage van € 2,50 per inwoner voor de versterking van het regiobureau. De raad besluit hierover middels een afzonderlijk raadsvoorstel. Ook de provincie hecht veel waarde aan de versterkte samenwerking. Om die stellen GS aan PS voor een bedrag van € 1,2 miljoen, gelijk verdeeld over voor 2021 en 2022, bij te dragen wanneer de regiogemeenten langjarig instemmen met de nieuwe samenwerking (en de inwonerbijdrage opnemen in de meerjarenprogrammabegroting).
Voor Rheden betekent dit een voordeel in 2021 en 2022 van € 0,76 per inwoner. Leges omgevingsvergunning Dit is een zeer lastig te ramen opbrengst, op voorhand is immers niet te voorspellen hoeveel vergunning plichtige aanvragen worden gedaan. De geraamde opbrengst is daarom vaak een gemiddelde van de afgelopen jaren. Bij de zomerrapportage is deze post al naar beneden bijgesteld waarbij is aangegeven dit in het najaar opnieuw te bezien. Dat is nu aanleiding om deze post structureel bij te stellen.
6
Bijstelling maatregelen RFS Na ongeveer jaar kan een voorlopige tussenstand worden opgemaakt. De opgave op basis van RFS loopt op van afgerond € 4,5 miljoen in 2020 naar € 6,5 in 2023 en verder (structureel). RFS (x € 1.000)
2020
2021
2022
2023
2024
Totaal aantal maatregelen Gerealiseerd oktober 2020 Nog te realiseren
4.574 3.700 874
6.052 2.852 3.200
6.672 2.994 3.678
6.749 2.722 4.027
6.749 2.722 4.027
In percentage
19%
53%
55%
60%
60%
Ondanks dat door Covid-19 ook andere prioriteiten moesten worden gesteld is dit jaar ongeveer 80% van de maatregelen gerealiseerd. Het hogere percentage in 2020 wordt ook veroorzaakt door een aantal incidentele maatregelen. Het is duidelijk dat er nog steeds een flinke opgave ligt. Die opgave ligt vooral bij die maatregelen die om een andere wijze van werken vragen, zowel binnen de eigen organisatie als bij de voorzieningen met betrekking tot de 3D’s waarvoor het Transformatieplan 2.0 is opgesteld en wordt uitgevoerd. Dit was bij de start ook bekend waardoor die besparingen pas voor latere jaren zijn ingeboekt. In het komende jaar ontstaat bij de 3D-taken zicht op de effecten van de pilots, andere initiatieven zoals lumpsum financiering en de nieuwe aanbesteding met betrekking tot inkoop die hiervoor zijn en worden ingevoerd. Overigens constateren we ten aanzien van die maatregelen dat het lastig is vast te stellen wat nu precies het effect van de maatregelen is en welke andere omstandigheden eventueel een rol spelen. Om een voorbeeld te geven; 1 van overgenomen maatregelen binnen RFS is het ‘selectiever aanbieden van begeleiding-basis’. Met de maatregel wordt uiteindelijk een besparing beoogd van 200K door de werkwijze aan te passen (selectiever toewijzen van de verschillende soorten begeleiding).
Financieel technisch is die 200K in mindering gebracht op het bijbehorende budget in de meerjarenbegroting. Heel simpel gesteld is de maatregel gerealiseerd wanneer de kosten van die activiteiten binnen het ‘nieuwe’ (bijgestelde) budget blijven. Wanneer we uiteindelijk vaststellen dat dit zo is kan de oorzaak komen door het selectiever aanbieden maar minder vraag kan ook een oorzaak zijn. Dit geldt overigens net zo goed andersom. De analyse op Wmo (zie hiervoor) laat bijvoorbeeld zien dat er, op basis van de huidige extrapolatie, een voordeel wordt verwacht van 350K. Dat zou ook kunnen inhouden dat er, financieel gezien, een groter deel van de maatregelen is gerealiseerd dan we hebben kunnen vaststellen.
7
Ondanks dat er dus nog een behoorlijke opgave ligt is er nu geen aanleiding voor een bijstelling van de maatregelen binnen het Transformatieplan. Voor een viertal andere maatregelen stellen we nu wel een bijstelling voor. Bijstelling RFS (x € 1.000)
95 Ruimtelijke projecten 135 Werkprocessen 'lean' 144 Nader te onderzoeken 75 Veerdiensten
2021
2022
2023
2024
Oorspronkelijke maatregel 250 250 70 140 400 400 0 10
250 210 500 10
250 210 500 10
-175 -70 -200 -10
-175 -105 -250 -10
-175 -105 -250 -10
75 70 200 0
75 105 250 0
75 105 250 0
Bijstelling 95 Ruimtelijke projecten 135 Werkprocessen 'lean' 144 Nader te onderzoeken 75 Veerdiensten
-175 -35 -200 0 Restant maatregel
95 Ruimtelijke projecten 135 Werkprocessen 'lean' 144 Nader te onderzoeken 75 Veerdiensten
75 35 200 0
Ruimtelijke projecten Deze maatregel bleek te ambitieus, met name omdat de financiering van de projecten maar zeer beperkt met gemeentelijke middelen worden gefinancierd is slechts een deel van de maatregel haalbaar. Van de projecten die mogelijk tot een besparing konden leiden, waren er drie al in een vergevorderd stadium. De Beemd Noord, Zuidflank Rheden en Calluna Berenplein. Het stopzetten van deze projecten zou grotere consequenties hebben dan de besparing die het zou opleveren. Werkprocessen ‘lean’ De mogelijke besparing in het optimaliseren van de processen is na een nadere analyse lager dan gewenst. De besparing zit vooral in het proces slimmer doen, verbetering van formulieren, inrichten van systemen en processen. Dit gaat wel tot kwaliteitsverbetering leiden, maar minder aan de financiële kant. We zien wel dat door de technologische ontwikkelingen er kansen naar de toekomst toe liggen, zoals door roboticering en data gedreven werken. Om die reden stellen we bij de uitwerking van het amendement onder programma 6 een alternatieve maatregel voor (zerobased). Nader te onderzoeken In de eerste verkenningen van de lijst van “nog te onderzoeken maatregelen”, de zogenaamde 0lijst, blijkt dat het besparingspotentieel lager ligt. In het kader van het realistisch begroten is een bijstelling nodig.
Veerdiensten Conform de wens van de raad is nog eens kritisch naar deze maatregel gekeken. De oorspronkelijk voorgestelde bezuiniging zou zowel tot stand moeten komen door een verlaging van subsidie op zowel het veer in Rheden als in Dieren. Vanwege langlopende verplichtingen bij het veer van Dieren kon hierop geen besparing worden behaald. De volledige bezuiniging moest hierdoor worden behaald op subsidie van het veer bij Rheden. Gevolg hiervan is het gedeeltelijk wegvallen van cofinanciering door de provincie waardoor het veer de prijzen voor een overtocht minimaal zou moeten verdubbelen. Dit effect staat wat ons betreft niet in verhouding met de oorspronkelijk bedachte maatregel waardoor we voorstellen deze maatregel geheel terug te draaien.
8
Overige voorstellen Gemeentelijke huisvesting In oktober is het voorkeursscenario voor de huisvesting van de gemeentelijke organisatie aan u gepresenteerd. Daarin is aangegeven dat de totale jaarlasten hiervan hoger zijn (111K) en er nog dekking moest worden gevonden voor een aantal incidentele budgetten (totaal € 3,1 miljoen). Inmiddels is nog eens kritisch naar alle verschillende onderdelen gekeken, zoals noodzaak van een aantal incidentele lasten maar ook naar onderdelen die bij nader inzien geactiveerd kunnen worden zoals de asbestsanering. De raad heeft op 13 oktober jl. op het raadsvoorstel nog een aanvullende memo met een geactualiseerde stand van zaken ontvangen. Voor een nadere toelichting verwijzen we naar de betreffende memo. We stellen voor om de extra structurele jaarlast vanaf 2023 via deze actualiteitenrapportage binnen de begroting te reserveren. Invoering omgevingswet Op 1 januari 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Lange tijd gingen we ervan uit dat de wet al in 2021 in werking zou treden, maar omdat voor een goede implementatie nog flink wat stappen moeten worden gezet, hebben het Rijk en de koepels van gemeenten, provincies en waterschappen in het voorjaar van 2020 besloten om de datum van invoering met een jaar op te schuiven naar 1 januari 2022.
Zoals de tabel laat zien gaat de invoering van de wet de komende jaren gepaard met incidentele lasten, bijvoorbeeld voor het uitvoeren van projecten, het opstellen van een Omgevingsvisie en Omgevingsplan, het trainen van medewerkers en het omschakelen naar nieuwe werkwijzen, processen en digitale systemen. Deze zijn gebaseerd op een rekenmodel van de VNG. In totaal gaat het om een bedrag van afgerond € 1,28 miljoen voor de periode 2020-2024. Naast eenmalige invoeringskosten heeft de Omgevingswet ook structurele effecten: functies en legesinkomsten veranderen, sommige taken vervallen, terwijl er op andere gebieden juist taken bijkomen. Begin 2021 worden de structurele effecten voor de gemeente Rheden in beeld gebracht. Ondertussen maken steeds meer gemeenten zich zorgen over de kosten die zij moeten maken om de Omgevingswet in te voeren en of de mogelijke structurele besparingen wel gaan opwegen tegen de verwachte extra kosten. Daarom heeft de algemene ledenvergadering van de Vereniging Nederlandse Gemeenten op 25 september 2020 bijna unaniem ingestemd (99,04%) met een motie die de VNG oproept zorg te dragen voor een budgetneutrale overgang en verzoek aan het Rijk om extra middelen beschikbaar te stellen als dat onhaalbaar blijkt.
De dekking van de eenmalige kosten is opgenomen in de volgende tabel: Overige (x € 1.000) Invoeringskosten Beschikbaar budget Nog te dekken Inzet risicoreserve Grondexploitatie Besparing op uitgaven c.q. nog te dekken Totaal
2020 -211 211 0 0
2022 -311 81 -230 230
2022 -253 0 -253 253
0
0
0
2023 -259 0 -259 0 259 0
2024 -244 0 -244 0 244 0
Totaal -1.278 293 -986 483 503 0
Er is slechts een incidenteel budget beschikbaar van 293K dat grotendeels in 2020 al zal worden besteed. Voor het restant van afgerond € 1 miljoen kan € 0,5 miljoen worden gedekt via de risicoreserve grondexploitatie. Dat betekent dat we op dit moment nog geen concrete dekking hebben voor de jaren 2023-2024. We kijken in eerste instantie nog naar manieren om de uitgaven verder terug te brengen, bijvoorbeeld door nog meer in te zetten op regionale samenwerking en aan te haken bij lopende organisatieontwikkelingen en bedrijfsprocessen. Mocht dat (onvoldoende) lukken, zoeken we uiteraard naar aanvullende incidentele dekkingsmiddelen voor dat restant. Gratis huisvuil inzameling Per 1 juli 2020 zijn enkele wijzigingen doorgevoerd in de inzameling van grof vuil van huishoudens: het gratis ophalen aan huis van hoeveelheden grof vuil tot 1 m3 is afgeschaft (voor het ophalen van hoeveelheden meer dan 1 m3 moest al worden betaald); het brengpunt van grof vuil is het recycleplein Doesburg geworden. Hiermee is ook het gratis wegbrengen van grof vuil komen te vervallen. Doel van de wijzigingen is om ook bij het grof vuil het principe van ‘De vervuiler betaalt’ in te voeren. Vanuit de Raad is de wens geuit om te kijken of het systeem meer geschikt te maken is
9
voor mensen met een kleine beurs door het grof vuil ophalen 1 x per jaar gratis te maken. Het college is hier om diverse redenen geen voorstander van. In bijlage 1 is hierover een uitgebreidere toelichting opgenomen. Om aan de nadelen hiervan tegemoet te komen wordt het met ingang van 2021 mogelijk dat ieder huishouden in de gemeente nog 1 x per jaar gratis 1 m3 grofvuil kan laten ophalen. Hiertoe wordt de afvalstoffenheffing met een bedrag van € 5,90 per huishouden verhoogd en de verordening op de Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Rheden gewijzigd ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. De raad wordt voor de begrotingsbehandeling 2022 (november 2021) geïnformeerd over de ervaringen met dit systeem.
10
2. De uitwerking van het amendement Bij het vaststellen van de kadernota heeft de gemeenteraad het college via het amendement ‘Rheden Financieel Stabiel: Nu doorzetten’ een richting meegegeven voor de uitwerking van nadere voorstellen. De financiële vertaling hiervan zag er als volgt uit: Aangenomen amendement (x € 1.000) Programma 2 Programma 1,3,4 en 5 Programma 6, OZB Programma 6, Overhead Overige
2021 500 1.000 300 500 1.000
2022 500 1.000 300 500 1.000
2023 500 1.000 300 500 1.000
2024 500 1.000 300 500 1.000
Totaal
3.300
3.300
3.300
3.300
Met het totale bedrag is beoogd de begroting weer structureel in evenwicht te krijgen en daarnaast de vermogenspositie te versterken om daarmee opnieuw naar een gezond solvabiliteitspercentage te groeien. Met de voorgestelde maatregelen ziet de uitwerking van het amendement er als volgt uit: Uitwerking amendement (x € 1.000) Programma 2 Programma 1,3,4 en 5 Programma 6, OZB Programma 6, Overhead Overige
2021 332 374 425 410 899
2022 340 411 425 260 1.329
2023 330 401 425 360 1.415
2024 305 401 425 460 1.900
Totaal
2.440
2.764
2.931
3.491
Voorgestelde maatregelen Hierna volgt per regel een tabel inclusief een toelichting op de voorgestelde maatregelen. Programma 2
14 15 16 17 18 19 20 21 22 23
Programma 2 (x € 1.000) Steungezinnen Minder zware zorg top 50-clienten Exploitatie Sportbedrijf Erfgoed (archeologie, cie cult.hist, OMD) Exploitatie RiQQ Cliëntondersteuning Maatschappelijke doelstellingen Innovatiebudget Wmo Bewindvoering anders Schulddienstverlening Totaal
2021 35 75 10 16 0 50 4 75 50 18
2022 35 75 10 16 15 50 4 50 50 35
2023 35 75 10 16 15 50 4 25 50 50
2024 35 75 10 16 15 50 4 0 50 50
332
340
330
305
Steungezinnen Het concept Steungezin is een versterkende schakel in de keten van lichte preventie tot zware jeugdhulp. Het is bedoeld voor gezinnen die (tijdelijk) overbelast zijn en waar de regelmatige opvang van het kind voor één of meerdere dagdelen rust kan brengen voor de ouder(s) en het kind, zodat zwaardere inzet van zorg wordt voorkomen. Overbelaste gezinnen worden gekoppeld aan een vrijwillig steungezin. Kinderen ervaren andere opvoedsituaties en leren daarvan. Ouders krijgen de mogelijkheid om op krachten te komen. Na afloop van de begeleiding (meestal 2 jaar) blijven vraag-en steungezin vaak nog met elkaar in contact, waardoor het vraaggezin duurzaam voldoende gesteund wordt en geen dure jeugdhulp nodig is. De aanpak past in het Rhedens model van samenredzaamheid, van versterken van netwerken in de buurt/thuisnabij.
11
Vanuit de regio Centraal Gelderland (Transformatieplan jeugdhulp) is er nog een mogelijkheid om een stimuleringssubsidie van maximaal € 40.000 te ontvangen voor gemeenten die een dergelijk project willen opstarten. Voorwaarde hiervoor is dat er sprake is van cofinanciering voor projectperiode van 2 jaar. Hiervoor moeten nog middelen vrijgemaakt worden (+- € 40.000). De verwachting is dat door in te zetten op steungezinnen dit een besparing aan dure jeugdhulp oplevert. Met de te verwachten besparing kan de voorgestelde bezuiniging gerealiseerd worden. Indien er onvoldoende steungezinnen gevonden en ingezet worden, staat de voorgestelde bezuiniging onder druk. De effecten van de inzet van steungezinnen treden veelal later op. Indien de opdracht voor steungezinnen later in 2021 wordt ingezet, zal ook de besparing en daarmee de bezuiniging voor 2021 wellicht niet volledig gehaald worden. Minder zware zorg top 50-clienten Bij dit voorstel gaat het om de jeugdigen met de hoogste uitgaven voor jeugdhulp. Deze jeugdigen hebben de zwaarste zorg mogelijk (verblijf met intensieve behandeling en begeleiding), en gelet op hun problematieken hebben ze die zorg ook nodig. Maar tegelijkertijd zien we casussen waarbij jeugdigen na behandeling nog lang in de dure behandelvoorziening verblijven omdat er geen lichtere vervolgplek voor handen is.
Daarop intensiever regie voeren, onder meer door het inzetten van het (regionaal) perspectiefoverleg en Kind Centraal, moet leiden tot minder instroom en snellere uitstroom en dus minder gebruik van de zware jeugdhulp. In 2019 ging het voor de top 50 cliënten om uitgaven van € 2,5 miljoen. We verwachten door gerichte inzet hierop € 75.000 te besparen/bezuinigen en dat achten we reëel. De ontwikkeling van kinderen, in deze situaties, is geen constante rechte lijn en het vinden van passende oplossingen vraagt dan ook om lange adem. Een risico is dat gewenste, goedkopere, oplossingen niet voorhanden zijn en ook niet altijd op korte termijn gerealiseerd kunnen worden. Exploitatie Sportbedrijf Het Sportbedrijf heeft diverse exploitatiebudgetten in het kader van het beheer van de sportaccommodaties. Naast een eerdere korting van 3,5% op die budgetten, dient aanvullend een bedrag van € 10.000 te worden bezuinigd, waarbij de inschatting is dat deze maatregel kan worden uitgevoerd waarbij de consequenties, voor beheer en gebruikers, acceptabel zijn. Erfgoed Middelen voor erfgoed zijn opgebouwd uit verschillende kleine deelbudgetten. Naast de eerdere besparing op subsidies voor gemeentelijke monumenten kan de subsidie ‘onderzoek archeologie’ geschrapt worden.
Dit is een faciliteit voor grondgebonden bedrijven en instellingen (bovenwettelijk), waarvan in 2019 en 2020 geen gebruik is gemaakt. Het onderzoek naar archeologie blijft verplicht en is regionaal belegd door de inzet van een regio-archeoloog (wettelijk). Daarnaast kan een deel van het budget voor onderzoek en steun bij inwonersinitiatieven gehalveerd worden en is een beperkte besparing mogelijk op het budget voor de Open Monumentendag. In totaal is daarmee een besparing van € 16.000 mogelijk. De middelen die noodzakelijk zijn om cofinanciering te garanderen blijven hiermee in stand. Exploitatie RiQQ Cultuurbedrijf RiQQ faciliteert en stimuleert met cultuurparticipatie in onze gemeente. Met deze middelen weet RiQQ elk jaar een aanzienlijk deel aan externe projectsubsidies binnen te halen (ca. 150.000 per jaar in de afgelopen vijf jaar). De inzet vindt voor een groot gedeelte plaats door professionals die de culturele sector ondersteunt en verbindt. De voorgestelde bezuiniging van € 15.000 is haalbaar maar legt ook druk op het kader van de organisatie omdat een groot deel van de kosten van RiQQ uit personeelslasten bestaan waarvan 65% wordt gedekt uit rijksmiddelen (combinatiefunctieregeling). Met het RiQQ zal bekeken worden op welke wijze die € 15.000 het best kan worden ingevuld.
De start van de genoemde bezuiniging van € 15.000 op de exploitatie van RiQQ op z’n vroegst in 2022 in waarbij het college in overleg gaat met RiQQ en daar voorstellen onderzoekt hoe deze aangehouden bezuiniging eventueel ingevuld kan worden. Cliëntondersteuning Het contract voor (onafhankelijke) cliënt ondersteuning loopt tot en met 2021. Er wordt ingezet op het vergroten van de bekendheid hiervan en inwoners er bewust van te maken dat ze er gebruik van kunnen maken en wanneer.
12
Daarnaast is voor de jaren 2021 en 2022 een subsidie ontvangen voor het ‘koplopersproject’. Wij zetten dit budget in om onafhankelijke cliëntondersteuning meer in de nabijheid van inwoners te organiseren. Hierdoor kan een deel van de reguliere budgetten vrijvallen. Een ander onderdeel van cliëntondersteuning is het project OCO geheugen, een project voor mensen met dementie. Dit betreft een subsidie voor een periode van vier jaar (2019-2022. Vanaf 2023 worden er nieuwe afspraken gemaakt waarbij het budget ook verlaagd wordt. Maatschappelijke doelstellingen De subsidies worden ingezet ten behoeve van inwonersinitiatieven met als doel onze sociale doelen in samenredzaamheid te halen. Door een vermindering van het budget bestaat ook de kans dat er minder inwonersinitiatieven gestimuleerd kunnen worden. Gezien het bedrag van de bezuiniging is het effect daarvan marginaal. Wij kennen een stevige sociale basis (vrijwilligersorganisatie) die wij willen versterken en verbreden zodat meer inwoners dichtbij en laagdrempelig ondersteund kunnen worden en de inzet van maatwerk beperkt kan worden. Innovatiebudget Wmo Het Innovatiebudget Wmo/Jeugd dient er toe om nieuwe initiatieven in de zorg te stimuleren met als doel de zorgkosten te verlagen. Voorbeelden zijn o.a. POH Jeugd, projecten t.b.v. bewustwording minima- en schulddienstverlening, project mantelzorgers.
Het beschikbare budget is vrij besteedbaar en wordt ingezet indien er initiatieven ingediend worden. In de komende jaren zal hier dus een pas op de plaats gemaakt moeten worden. Bewindvoering anders Vanaf 1 januari 2021 gaat de wet adviesrecht in. Hiermee krijgt de gemeente 3 maanden na aanstelling van de bewindvoering op basis van het plan van aanpak van de bewindvoerder de mogelijkheid advies uit te spreken over de inzet. Dit heeft effect op de nieuwe instroom. Bewindvoering anders gaat over de kosten bijzondere bijstand op het product bewindvoering. Het betreft dus om de vergoeding van de kosten voor een bewindvoerder voor mensen die dit zelf niet kunnen betalen. Bewindvoering wordt uitgesproken door een rechter. Met de nieuwe wet heeft de gemeente hier meer invloed op. Schulddienstverlening Binnen schulddienstverlening wordt nu in totaal € 86.000 subsidie verstrekt aan vooral (semi-)vrijwilligersorganisaties die veel formele zorg voor ons als gemeente wegnemen: Schuldhulpmaatje, Thuisadministratie, Formulierenhulp en Sociale Raadslieden. We willen dit op een ander manier organiseren waarbij de subsidies gedeeltelijk worden afgebouwd.
13
Programma 1,3,4 en 5 Programma 1,3,4 en 5 (x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
Programma 1 Onderwijsachterstanden beleid (OAB) OAB middelen tbv BieB VVE subsidies Verlaging subsidie Stichting R+T Coalitieakkoord evenementenbudget Re-integratie budget
60 49 11 0 10 175
60 49 11 10 10 200
60 49 11 10 10 250
60 49 11 10 10 250
Programma 3 30 Budget opstellen structuurvisie
29
11
11
11
Programma 4 31 Klimaataanpak
40
60
0
0
374
411
401
401
24 25 26 27 28 29
Programma 5 Geen maatregelen Totaal
Onderwijsachterstanden beleid (OAB) / OAB middelen tbv BieB / VVE subsidies Naast de Rijksmiddelen is er ook sprake van additionele eigen middelen voor deze taken. Omdat de regeling en de Rijksbijdrage vorig jaar is verruimd bestaat de mogelijkheid een deel van die kosten toe te rekenen aan de Rijksbijdrage. Alle niet bestede middelen in dit kader over een periode van vier jaar dienen te worden terugbetaald. Het gemeentelijke budget waarop bezuinigd wordt, dekken wij vanuit Rijksmiddelen (OAB-gelden), waardoor de activiteiten voortgezet kunnen worden. De salariskosten van de VVE coördinator worden vanaf nu bekostigd vanuit OAB middelen evenals de programma’s van de bibliotheek die ingezet worden vanuit de Bibliotheek Veluwezoom ten behoeve van een stimulerende taal- en (voor)leesinfrastructuur voor de allerkleinsten om onderwijsachterstanden te voorkomen. Die activiteiten zijn daarmee nu ook afhankelijk van die structurele rijksbijdrage. Verlaging subsidie Stichting R+T De Stichting krijgt jaarlijks een subsidie van 40.000. De Stichting Toerisme en Recreatie Veluwezoom ontvangt in 2020 een maximale subsidie van € 30.000. In de beschikking is een afbouwregeling opgenomen waarbij de subsidie voor 2021 en 2022 respectievelijk maximaal € 20.000 en € 10.000 wordt. In 2024 vindt een herbezinning plaats op de subsidie.
Coalitieakkoord Evenementenbudget Jaarlijks budget voor de realisatie van nieuwe evenementen. De afgelopen jaren was de animo voor het organiseren van een evenement in onze dorpen laag. Re-integratie budget Het re-integratie budget zetten wij in om mensen met een bijstandsuitkering mee te laten doen naar vermogen. Voor de een is dat vrijwilligerswerk en voor de ander is dat uitstroom naar werk. Tot de Coronacrisis heeft dit tot effect gehad dat het bijstandsbestand met ruim 100 mensen is gedaald in de periode 2018-2019. Hoewel door deze bezuiniging minder re-integratie projecten kunnen worden opgestart, verwachten we met de restant middelen en formatie nog steeds voldoende mensen te kunnen activeren. Of dat in alle gevallen ook een betaalde baan is, hangt ook sterk af van de regionale economische ontwikkeling. Daarnaast gaan we er bij deze maatregel vanuit dat we minimaal in de periode 21-24 de ingeboekte bezuiniging kunnen compenseren met (extra) subsidies zoals Perspectief op Werk, ESF middelen enz. Mochten de subsidies niet worden binnengehaald en we met de restantbudgetten onvoldoende inwoners kunnen activeren, dan wordt de ingeboekte bezuiniging teruggedraaid.
14
Budget opstellen structuurvisie Dit structurele budget van 29.000 euro is in het verleden in het leven geroepen om voor alle dorpen en het buitengebied structuurvisies op te stellen. Inmiddels is met alle structuurvisies voor de dorpen, de omgevingsvisie Buitengebied en de intergemeentelijke structuurvisie Rivierklimaatpark IJsselpoort een voorlopig einde gekomen aan het opstellen van structuurvisies. Het structurele budget van 29.000 euro wordt nu alleen nog aangewend voor de uitvoeringsprojecten van het Rivierklimaatpark IJsselpoort (structureel 13.000 euro) en het uitvoeringsproject herinrichting sportcomplex EDS (structureel 5.000 euro), wat voortvloeit uit de Gebiedsvisie landgoed Avegoor en Omgevingsvisie Buitengebied. Daarmee blijft van de 29.000 euro nog 11.000 euro over dat nog niet gelabeld is en dit kan in principe vanaf 2021 structureel worden ingezet voor de bezuinigingen. Klimaataanpak Er is een wens bij de gemeenteraad voor een intensieve inwonersdialoog bij de gemeentelijke klimaataanpak en de uitvoering van het klimaatprogramma. Er kan € 100.000 bezuinigd worden op het totaal beschikbare incidentele budget door te bezuinigen op personele inzet: € 40.000 in 2021 en € 60.000 in 2022.
De voorgestelde bezuiniging betekent dat er op een andere manier wordt ingezet op communicatie en participatie namelijk door meer gebruik te maken van interne communicatiecapaciteit. Dit betekent dat niet alle activiteiten kunnen worden uitgevoerd zoals die op dit moment op de rol staat. De consequentie hiervan is een duidelijk minder intensieve inwonersdialoog met de inwoners zal plaatsvinden, wat de wens van de gemeenteraad is. Programma 6, OZB en overhead Programma 6 (x € 1.000) OZB 32 OZB-verhoging 5% Overhead 33 Opleidingsbudget 34 Overhead 3D's (elders verantwoord) 35 Abonnementen 36 Zero-based opbouwen begroting Totaal
2021
2022
2023
2024
425
425
425
425
250 50 10 100
0 50 10 200
0 50 10 300
0 50 10 400
835
685
785
885
OZB-verhoging 5% Het betreft de verhoging van de ozb conform het amendement met 5%, naast de reguliere verhoging met het indexpercentage. De totale ontwikkeling van de lokale lastendruk blijft overigens beperkt doordat de tarieven van afval en riool dalen ten opzichte van 2020. Opleidingsbudget Door de coronamaatregelen in 2020 konden veel trainingen niet doorgaan. Het is nog onduidelijk hoe opleidingen en trainingen in 2021 vorm kunnen krijgen. De basale investering in nieuwe medewerkers of bij ontwikkelingen in het vak zullen door gaan maar we verwachten ook dat 50% van het budget hiervoor in 2021 toereikend is. Overhead 3D's (elders verantwoord) Voor overheadkosten 3D was nog een bedrag gereserveerd van 50K. De betreffende activiteit heeft op een andere wijze invulling gekregen waarmee deze post kan vrijvallen. Abonnementen Abonnementen zijn noodzakelijk voor medewerkers om op de hoogte te blijven van de actuele ontwikkelingen op het vakgebied. Er zijn echter steeds meer digitale (en goedkopere) manieren beschikbaar ten opzichte van de ‘oude’ papieren vakbladen waardoor hierop een besparing mogelijk is. Zero-based opbouwen begroting Deze ‘maatregel’ heeft een relatie met de maatregel ‘lean werken’ onder het kopje RFS. We zien mogelijkheden om binnen de organisatie tot aanvullende besparingen te komen. Dat zijn echter
15
geen quick wins maar kent een langere adem. ‘Zero based budgettering’ wil eigenlijk zeggen dat de begroting als het ware volledig opnieuw wordt opgebouwd, niet alleen ten aanzien van alle budgetten voor alle taken maar ook ten aanzien van de formatie voor die taken. Dat betekent dat ook het bestaansrecht van functies/formatie afgezet wordt tegen onze taken en daar waar nodig wordt aangepast. Dit sluit aan bij de visie dat de omvang van formatie een afgeleide is van de opgave waarvoor wij staan en geen vast gegeven. Besparingen vanwege formatie zijn pas feitelijk te realiseren wanneer de betreffende medewerker op een andere bestaande functie binnen dan wel buiten de organisatie geplaatst kan worden. Dit vraagt ook veel van onze strategische personeelsplanning. Het is niet alleen een kwestie van getalsmatig schuiven met medewerkers. Medewerker waarvan de functie wellicht vervalt moeten ook in staat worden gesteld een nieuwe functie daadwerkelijk in te kunnen vullen. Om die reden zijn de besparingen behoedzaam en meer op langere termijn opgenomen. Overige Overige (x € 1.000) 37 Focus en fasering klimaatprogramma 38 Constante i.p.v. lopende prijzen 39 Financieel effect beheer openbare ruimte Totaal
2021 -102 0 1.000
2022 -272 700 900
2023 15 1.200 200
2024 0 1.800 100
899
1.329
1.415
1.900
Focus en fasering klimaatprogramma In aanvulling op zomerrapportage is voor 2020 een pas op de plaats gemaakt met de uitvoering van het klimaatprogramma om daarmee het totale tekort voor dat jaar zoveel mogelijk te beperken, het ging hierbij om een bedrag van 358K. De activiteiten dienen evenwel nog wel uitgevoerd te worden waardoor er sprake is van een verschuiving van deze lasten. Constante i.p.v. lopende prijzen In het overleg met de financiële commissie op 1 oktober jl. is het verschil van deze 2 verschillende methoden voor het meerjarig ramen van baten en lasten al nader toegelicht. De methode van constante prijzen is meer pragmatisch van aard waarbij verschillen in de meerjarenbegroting makkelijker te herleiden zijn naar beleidseffecten. De huidige meerjarenbegroting is opgesteld tegen zogenaamde ‘lopende prijzen’. Hierbij is ook geconstateerd dat aan de lastenkant met 0,5% (oplopend naar 1,5% in 2024) meer inflatie rekening is gehouden dan aan de inkomstenkant. Met het voorstel van het college om over te stappen naar de methode van constante prijzen ontstaat ook eenmalig een budgettair voordeel. In bijlage 2 is een uitgebreidere toelichting op het verschil tussen deze twee methoden opgenomen.
Financieel effect beheer openbare ruimte Conform de BBV-voorschriften moeten alle investeringen met een meerjarig nut voortaan worden geactiveerd, op dit moment is daar slechts deels sprake van. Hierdoor dalen de lasten voor het totale beheer van de openbare ruimte in het eerstvolgende begrotingsjaar en lopen daarna gestaag op. Op dit financieel effect zijn 2 zaken van invloed: kwaliteitsniveau van de openbare ruimte; de wijze waarop met de lagere lasten in de jaren wordt omgegaan. Kwaliteitsniveau Op 21 april 2020 heeft de raad de Beheernota Openbare Ruimte en het daarin voorgestelde kwaliteitsniveau vastgesteld. Het huiswerk daarbij was om in kaart te brengen of dat niveau binnen de huidige budgetten kan worden gerealiseerd. De afgelopen maanden zijn de diverse kapitaalgoederen doorgerekend. Hieruit blijkt dat er structureel € 850.000,-nodig is om het voorgestelde kwaliteitsniveau te realiseren. Het college is van mening dat dit op dit moment, gezien de financiële situatie, niet opportuun is. De doorrekening wijst ook uit dat de beschikbare budgetten onvoldoende zijn voor onderhoud conform de minimale normen. Hierdoor zal sprake kapitaalvernietiging zijn met alle (financiële) gevolgen van dien.
Om die reden stelt het college voor om voorlopig te kiezen voor de huidige beeldkwaliteit met daarbij een budgettaire plus voor de bestrijding van onkruid op verharding en het opnemen van een budget voor het onderhoud aan kunstwerken (o.a. bruggen), wegwerken
16
achterstallig onderhoud bij asfaltwegen en areaaluitbreidingen. Bij de doorrekening is geconstateerd dat hiervoor voorheen geen middelen in de begroting waren opgenomen. Voor dat kwaliteitsniveau is ongeveer 400K structureel extra nodig en heeft met name betrekking op de kwaliteit van de wegen. De totale waarde van de kapitaalgoederen is overigens ook hoog. Voor uw beeld, voor wegen is dit ongeveer € 165 miljoen, voor groen € 60 miljoen en voor spelen € 2 miljoen. Inzet financieel voordeel Het voorstel om te kiezen voor de huidige beeldkwaliteit leidt er, vanwege het volledig toepassen van de BBV-voorschriften met betrekking tot activeren, toe dat er in 2021 sprake is van een budgettair ‘voordeel’ van € 1,2 miljoen ten opzichte van de huidige budgetten. Kort gezegd ontstaat dit doordat budgetten die voorheen als jaarlijks onderhoudsbudget werden beschouwd niet geactiveerd worden. In de opstelling van de totale lasten baten vervalt dan dat onderhoudsbudget en komt daarvoor een lager afschrijvingslast in de plaats. Omdat dit fenomeen zich jaarlijks voordoet neemt dat voordeel in 2021 jaarlijks met ongeveer 100K af waarbij het in 2033 omslaat in een oplopend nadeel ten opzichte van de huidige budgetten. De lasten verschuiven daarmee volledig naar de toekomst. Dat laatste achten we onwenselijk.
Wel biedt deze situatie de mogelijkheid om op korte termijn enige ruimte in de begroting te hebben en daarmee tijd om zo zorgvuldig mogelijk financieel weer in balans te komen. Om die reden stellen we voor in 2021 een deel van die ruimte te benutten en dat tegelijk af te bouwen naar € 0 in 2025. De overschotten worden hierbij in een afzonderlijke bestemmingsreserve gestort waarmee in de toekomst de hogere kapitaallasten kunnen worden geëgaliseerd.
17
3. Alternatieven In dit onderdeel zijn een aantal onderwerpen benoemd die als aanvullend op de voorgestelde maatregelen kunnen worden beschouwd maar nog een onvoldoende concrete uitwerking kennen. Wanneer die uitwerking concreet is kunnen deze ook als alternatief voor één of meerdere van de voorgestelde maatregelen worden ingezet. Uitgezonderd het onderwerp Toerisme streven we naar een besparing van minimaal € 0,1 miljoen per onderwerp. A. Welstandsvrij bouwen De wens ten aanzien van nieuwe (ver-)bouw aanvragen is om dit zoveel mogelijk welstandsvrij te doen. Een gevolg daarvan is wat ons betreft ook de samenvoeging van de welstandscommissie met de monumentencommissie tot 1 commissie ‘ruimtelijk kwaliteit’. We doen onderzoek naar de nieuwe werkwijze, passend bij de wettelijke eisen vanuit de Omgevingswet. Dat vraagt zowel minder inzet van de betreffende commissieleden als de benodigde ambtelijke ondersteuning. B. Versobering hulpmiddelen Ten aanzien van de 3D-taken worden al andere manieren van werken ingezet die tot een kostenbesparing moeten leiden. Een andere manier is ook inzetten op het versoberen van de inzet van hulpmiddelen. Dus niet automatisch voor elke hulpvraag een afzonderlijk hulpmiddel maar ook kijken naar manieren delen van hulpmiddelen middels een pool. Zeker wanneer die hulpmiddelen maar een beperkt deel van de week in gebruik zijn. C.
Publieksbalies De dienstverlening naar onze inwoners voor onder meer de producten van burgerzaken en de toegang naar eerstelijnshulp, vindt momenteel plaats vanuit vijf verschillende locaties. De herhuisvesting van de gemeentelijke organisatie is wat ons betreft ook een goed moment dat nog eens onder de loep te nemen. Wat betekent het bijvoorbeeld wanneer die dienstverlening vanuit één locatie plaatsvindt. De frontoffice (publieksbalie) dichtbij de backoffices (vakafdelingen) te positioneren, bevordert de kwaliteit van dienstverlening. Zijn eventuele problemen met betrekking tot bereikbaarheid wellicht op andere creatieve manieren op te lossen? D. Toerisme Met betrekking tot de doelen voor recreatie en toerisme subsidiëren wij onder meer het regionaal bureau Toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen. We willen nog eens kritisch bekijken of niet ook op een andere wijze dezelfde effecten kunnen worden behaald. E. Eigen bijdragen Ten aanzien van de mogelijkheden voor eigen bijdragen aan zorg bestaat enige onduidelijkheid en onzekerheid. We willen hier toch nog een scherp kijken of dit niet op een of andere manier tot de mogelijkheden behoort. Er zijn nu bijvoorbeeld bepaalde voorzieningen die we verstrekken waartoe we niet verplicht zijn deze te verstrekken maar als we het doen geen eigen bijdrage mogen vragen. Dat zouden we wellicht op een andere manier vorm kunnen geven. F.
Samenwerking We werken als gemeente op veel verschillende manieren samen. Het betreft zowel verplichte samenwerkingsverbanden, zoals de meeste gemeenschappelijke regelen waaronder de omgevingsdienst maar ook vrijwillig zoals De Connectie die een groot deel van onze bedrijfsvoering levert. Simpel een bezuiniging of taakstelling opleggen is bij dit onderwerp niet de insteek. Dat is ook niet realistisch omdat daar (vele) anderen voor nodig zijn die dan dezelfde ambitie of hetzelfde idee moeten hebben. Wat wel kan is verkennen wat deze organisaties minder of wellicht nog meer voor ons kunnen doen waardoor die taak efficiënter en daarmee goedkoper kan worden uitgevoerd.
18
4. Risico’s en onzekerheden Hoewel we van mening zijn dat de raad met deze actualiteitenrapportage in combinatie met de reeds toegezonden programmabegroting op 10 november een actuele en reële begroting kan vaststellen, gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat ook deze actualiteitenrapportage slechts een momentopname is. Wanneer de raad de programmabegroting ongewijzigd vaststelt en alle voorstellen uit deze actualiteitenrapportage overneemt dan komt het begrotingssaldo voor 2021 uit op afgerond € 1,5 miljoen. Het zou vooral een kwestie van toeval zijn wanneer in 2022 zou blijken dat dit ook het feitelijke financiële resultaat zou zijn over dat jaar. Net als voor alle gemeenten geldt dat zeker in de huidige omstandigheden maar ook in z’n algemeenheid sprake is van een behoorlijke hoeveelheid niet of lastig te beïnvloeden c.q. te voorspellen factoren die van invloed zijn op onze budgetten. We benoemen hieronder in het kort n de belangrijkste risico’s en onzekerheden waar we mee te maken hebben. Sommige hiervan zijn ook onderdeel van de paragraaf weerstandsvermogen, dat zijn vooral de onzekerheden. De effecten van de herverdeling is zo dadelijk geen onzekerheid meer maar een gegeven. Daarmee hoort deze bijvoorbeeld niet in die paragraaf maar dient onderdeel van het perspectief te zijn waardoor het gelijk moet worden opgelost.
Ontwikkeling aantallen bijstandontvangers Vanwege Covid-19 bestaat een grote kans op de toename van het aantal bijstandontvangers. Met het bekend worden van de nieuwe budgetten voor BUIG wordt hierop ook door het Rijk geanticipeerd. Naast een al aangekondigde verhoging is ook al een extra budget hiervoor door het Rijk gereserveerd. Bovendien zijn alle steunmaatregelen van het Rijk voor een groot deel gebaseerd op baanbehoud. RFS Er is nog wel een bepaalde mate van onzekerheid of de vorig jaar bijgestelde budgetten toereikend zijn wanneer nieuwe manier van werken zijn geïmplementeerd. Daar is ook in de risicoparagraaf rekening mee gehouden. Uiteraard blijven we dit volgen en wanneer we van mening zijn dat een bepaalde maatregel bij nader inzien echt niet haalbaar is zijn we van mening dat het beter is deze dan gelijk terug te draaien maar daar een andere maatregel voor in de plaats te stellen. Via de P&C-documenten, of zo nodig anders of eerder, houden we u hiervan op de hoogte. Herverdeling gemeentefonds Hoewel de laatste berichten zijn dat er sprake is van een minder expliciete herverdeling van middelen van platteland > stad, klein > groot en oost > west, is het nog wel afwachten of deze voor onze gemeente bepekt blijft tot € 25 per inwoner. Met dat bedrag (ruim € 1 miljoen) is in de cijfers rekening gehouden.
Naast de ‘nadelige’ onzekerheden zien we in de septembercirculaire 2020 ook voorzichtig ‘positieve’ onzekerheden. Zo heeft het Rijk ook voor 2022 € 300 miljoen extra beschikbaar gesteld voor de kosten van Jeugdzorg en is de opschalingskorting voor 2020 en 2021 opgeschort. Een besluit over het structurele karakter van deze aanpassingen wordt aan een nieuw kabinet gelaten. Grondexploitaties en projecten Er zitten nog een aantal grondexploitaties en gerelateerde projecten in de pijplijn die opbrengsten genereren waarmee in de cijfers nog geen rekening is gehouden. Hoewel ontwikkelingen zoals Covid-19 en stikstof wel effect op de voortgang en tempo van deze projecten hebben, biedt dit ook perspectief voor toekomstig gewenste ontwikkelingen dan wel een versterking van onze vermogenspositie. Omgevingswet Naast de eenmalige kosten voor de invoering van deze wet, waarover in deze rapportage al het nodige is opgenomen, brengt invoering ook de nodige structurele effecten met zich mee. Zo is de verwachting dat een groot deel van de huidige vergunningsplicht wordt vervangen door een meldingsplicht en daardoor ook een groot deel van de legesopbrengst vervalt. Of daar dan ook in gelijke mate een besparing in tijd voor de gemeente tegenover staat is nog wel de vraag. Begin 2021 brengen wel al deze effecten in beeld.
19
Covid-19 Covid-19 heeft op veel terreinen ontzettend veel invloed. Het raakt onze inwoners, verenigingen, bedrijven en eigen organisatie zowel direct als indirect in zowel maatschappelijk zin (welzijn) als financieel. Wanneer we naar de directe financiële effecten kijken lijkt het erop dat deze vooralsnog beperkt zijn, het Rijk komt zijn belofte na dat extra kosten of gederfde inkomsten gecompenseerd worden. De grote onzekerheid zit vooral in de duur van Covid-19. Hoe langer de maatregelen voorduren hoe groter ook de nadelige economische gevolgen zullen zijn. Wanneer het Rijk daarvoor langdurig steun zal moeten verlenen zal dat naar verwachting tot Rijksbezuinigingen leiden wanneer de staatsschuld te hoog is opgelopen. Het verleden heeft uitgewezen dat gemeenten dan weer samen de trap af gaan tenzij er inmiddels een andere systematiek is afgesproken over de voeding van het gemeentefonds. Net als over de uitbreiding van het lokale belastinggebied loopt de discussie daarover al een tijdje. Organisatie ontwikkelingen Wij staan geen grote organisatiewijzigingen voor in de komende jaren. Wel zien we dat er aanpassingen nodig zijn in de aansturing van de organisatie. Zo vraagt de financiële situatie en het effect van Coivid-19 (hybride werken) om meer sturing en versterking van de financiële functie en het sociaal domein.
In navolging van de programmabegroting willen we naar programmaverantwoording waarbij verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden per programma zijn belegd. Het afgelopen jaar laat zich kenmerken met zowel een hoog ziekteverzuim als een groot verloop op belangrijke sleutelposities. Gecombineerd met een (nog steeds) krappe arbeidsmarkt, effecten van corona en de gewijzigde opgave waarvoor wij als ambtelijke organisatie staan, zijn frictiekosten in 2021 niet uit te sluiten. De verminderde beschikbaarheid van middelen, de toegenomen behoefte aan resultaat sturing en prioriteren zal door de organisatie moeten worden vertaald in haar werkwijze. Dit heeft ook een effect gehad op de zogenaamde 213a-onderzoeken, hiervoor is de afgelopen jaren onvoldoende aandacht geweest. Voor een goed inzicht in het verloop van processen en de mate van beheersing van processen wordt het uitvoeren van deze onderzoeken wel wenselijk geacht. Het college zet zich in om vanaf 2022 jaarlijks tenminste 2 onderzoeken ex art 213a Gemeentewet ten uitvoer te laten brengen. Deze onderzoeken zullen worden opgenomen in het controleplan.
20
Bijlage 1, gratis huisvuil inzameling Samenvatting Per 1 juli 2020 zijn enkele wijzigingen doorgevoerd in de inzameling van grof vuil van huishoudens: Het gratis ophalen aan huis van hoeveelheden grof vuil tot 1 m3 is afgeschaft (voor het ophalen van hoeveelheden meer dan 1 m3 moest al worden betaald); Het brengpunt van grof vuil is het recycleplein Doesburg geworden. Hiermee is ook het gratis wegbrengen van grof vuil komen te vervallen. Doel van de wijzigingen is om ook bij het grof vuil het principe van ‘De vervuiler betaalt’ in te voeren. Vanuit de Raad is de wens geuit om te kijken of het systeem meer geschikt te maken is voor mensen met een kleine beurs door het grof vuil ophalen 1 x per jaar gratis te maken. In deze memo wordt gekeken naar de consequenties hiervan. Een scenario waarbij ook het wegbrengen naar het Recycleplein 1 x per jaar gratis wordt is in deze memo niet meegenomen. Dit scenario wordt sterk afgeraden omdat dit het uitgangspunt aantast waarop de samenwerking met Doesburg is gebaseerd. Uit de memo blijkt dat het invoeren van 1 x per jaar gratis ophalen van grof vuil milieutechnisch nadelig is (minder recycling) en leidt tot een structurele toename van de kosten. De kostentoename bevat de volgende elementen.
Kosten Meer grof vuil ophalen
€ 118.750
Minder bezoekers recycleplein
€ -55.000
Meer verwerkingskosten
€
45.000
Invoering van 1 x per jaar gratis grof vuil ophalen levert structurele meerkosten van € 108.750 per jaar. Vertaald naar de afvalstoffenheffing is dit een structurele verhoging van circa € 5,90 per huishouden. Daarnaast is er nog een éénmalige kostenpost van € 20.000. Deze kostenpost leidt tot een incidentele verhoging van de afvalstoffenheffing met circa € 1. Omdat de kosten voor afvalbeheer worden gedekt uit de afvalstoffenheffing (= doelbelasting) heeft een wijziging in de kosten geen invloed op de gemeentelijke begroting. Effecten van 1 x per jaar gratis grof vuil ophalen Hieronder wordt puntsgewijs beschreven wat er gebeurt wanneer wordt ingevoerd dat mensen 1 x per jaar gratis grof vuil mogen laten ophalen. Onder grof vuil wordt verstaan het huishoudelijk afval (ook tuinafval) dat door hoeveelheid of grootte niet in een minicontainer past. Het scenario waarbij ook het wegbrengen naar het Recycleplein 1 x per jaar gratis wordt is hierin niet meegenomen. Dit scenario wordt sterk afgeraden omdat dit het uitgangspunt aantast waarop de samenwerking met Doesburg is gebaseerd. Dit uitgangspunt is dat de gemeente Rheden aanhaakt bij het bestaande acceptatiebeleid en de bestaande tarifering van het Recycleplein. 1. Milieutechnisch nadelig Op het recycleplein wordt het grof vuil gescheiden in separate afvalstromen.
Door de uitsplitsing in deelstromen wordt kan veel grof vuil gerecycled worden. Hierdoor wordt de hoeveelheid grof vuil dat naar de verbrandingsoven gaat sterk verminderd. Vanuit milieutechnisch oogpunt is dit een goede situatie. Opgehaald grof vuil wordt niet gescheiden. 1 x gratis ophalen betekent dus slechtere afvalscheiding en minder recycling. Toelichting Op het recycleplein wordt het grof vuil gescheiden in separate afvalstromen. Hiervoor zijn 18 containers: 17 containers voor deelstromen die kunnen worden gerecycled, 1 container voor grof vuil dat wordt verbrand. De inwoners moeten op het recycleplein het grof vuil uitsplitsen in 18 verschillende deelstromen. Omdat de verwerkingskosten van gescheiden afvalstromen (veel) lager liggen dan het verbrandingstarief worden door de uitsplitsing de verwerkingskosten van het grof vuil gereduceerd.
21
Wanneer grof vuil aan huis wordt opgehaald dat vindt er geen uitsplitsing plaats in deelstromen maar gaat alles ‘op de grote hoop’ en naar de verbrandingsoven. Op deze wijze vindt er dus geen reductie plaats van de verwerkingskosten: alles wordt tegen het verbrandingstarief ‘verwerkt’. 2. Meer mensen dan voorzien laten grof vuil ophalen De invoering van 1 keer gratis grof vuil tast de verhouding aan tussen wegbrengen of ophalen. Mensen die normaal het grof vuil zouden wegbrengen laten het nu ophalen. Want dan is het gratis, wegbrengen kost geld. Hierdoor ontstaat een extra kostenpost. Toelichting T/m 2019 werden er per jaar circa 8.000 meldingen gedaan voor het ophalen van grof vuil. Soms wordt er op een adres meerdere keren per jaar grof vuil aangeboden. Het grootste deel van deze meldingen (7.000) betreft echter adressen waar slechts 1 x per jaar wordt aangeboden. In de voorbereiding naar de huidige situatie is een financiële doorrekening gemaakt. Hierbij is ingeschat dat er, ten opzichte van de situatie tot 1 juli 2020, meer inwoners naar het recycleplein zouden gaan en dat minder mensen gebruik zullen maken van het ophalen van het grof vuil. De redenering hierbij is dat mensen voor de goedkoopste manier van afvoeren kiezen: in de meeste gevallen is dat het wegbrengen van grof vuil.