Ruimtelijke onderbouwing Landgoed De Valkenberg gemeente Rheden (22.63)
Tekst van het document
9 Bijlage 3: Bodemopbouw B1 – oostzijde wadi .................................................................. 10 Bijlage 4: Bodemopbouw B2 – westzijde wadi .................................................................. 11
Titel/locatie
1 van 11
Opdracht 1: In het kader van een verzoek wijziging bestemmingsplan voor het landgoed Valkenberg te Rheden door buro SRO te Arnhem, heeft de Gemeente Rheden een terugkoppeling gegeven. Naar aanleiding van deze terugkoppeling heeft buro SRO aan Eelerwoude de volgende vragen gesteld: Onderdeel 5 – Stedenbouw en landschap) Worden door de aanleg van de noordelijke toegangsweg naar de parkeerplaats door de bestaande bosrand geen wortels of kronen van oude bomen beschadigd? Onderdeel 6: Water en riolering – c : Grondwateroverlast Zijn er slecht doorlatende bodemlagen aanwezig? Hoe groot moet de berging zijn om de ontwerpbui van 40 mm te bergen? Op welke manier kan worden voorkomen dat bij de woning ten zuiden van de parkeerplaats wateroverlast optreedt bij buien groter dan 40 mm? Noodoverloop? Onderdeel 6: Water en riolering – f : Archeologie Wordt de ontgravingsdiepte ter plaatse van de berging groter dan 0,3 m.? Overige opmerkingen: Waterdoorlatendheid van de bodem?
Opdracht 2: De Gemeente heeft op 04-12-2018 in de “Gebundelde beoordeling december 2018 op aangepaste stukken” een terugkoppeling gegeven vanuit de disciplines. Hierbij zijn de volgende opmerkingen geplaatst over het onderdeel Water en riolering: Onderdeel 6: Water en riolering: b. Afvoer van het zwembad. Zie antwoord SRO g. Opmerking: laagste NAP punt t.o.v. bodem wadi is bepalend voor de bergende inhoud van de wadi. a. Reactie: zie geel gearceerde alinea bij onderdeel 6: Water en riolering – c: grondwateroverlast, vraag 2 (Grootte van de berging). Opmerking 1. Vermeld staat dat de “bodem van de wadi een matige doorlatendheid van ca. 0,1 m/dag heeft.” Dit lijkt mij onjuist, want deze slecht doorlatende bovenlaag wordt bij het graven van de wadi verwijderd neem ik aan. De waterdoorlatendheid van de bodem op de diepte van de wadi (0,5 meter) is bepalend. Dus zeer waarschijnlijk gunstiger dan aanname, mits bovenlaag niet wordt verwerkt in de wadi. a. Reactie: zie geel gearceerde motivatie bij onderdeel 6: Water en riolering – c: grondwateroverlast, vraag 2 (grootte van de berging). De gehele lemige zandlaag van 0-145 cm – maaiveld is matig doorlatend (zie beschrijving bodemopbouw bij vraag 1). Er is daarom een bewuste keuze
2 van 11 Notitie
gemaakt om deze matig doorlatende lemige zandlaag niet te doorgraven om ongewenste grondwaterstromen via het onderliggende grofzandige hellingmateriaal te voorkomen). Uit vergelijkbare situaties aan de voet van de stuwwal is gebleken dat dit tot onverwachte wateroverlast in kelders kan leiden. Opmerking 2. Het is overigens sterk aan te raden de bodem van de wadi te maken van een filterlaag bestaande uit een mengsel van goed waterdoorlatend zand en max. 3-5% humus. a. Reactie: aangezien de bodem van de berging bewust niet lek wordt gemaakt (zie reactie op opmerking 1) is het aanbrengen van een filterlaag ook niet nodig.
Onderdeel 5: vraag bomen noordelijke toegang: Op woensdag 26 september is een veldbezoek aan het landgoed gebracht. Met piketten is het geplande tracé van de noordelijke toegang uitgezet. Hieruit is gebleken dat het geplande tracé precies tussen de hier gelegen grote beuken doorloopt en er slechts een beperkt aantal kleinere bomen hoeft te worden gekapt (zie Figuur 1). In bijlage 1 zijn foto’s opgenomen van de piketten, waarop te zien is dat slechts een beperkt aantal kleine beukenbomen en één kleine tamme kastanje hoeven te worden verwijderd.
Figuur 1: Bomen op de geplande noordelijke toegangsweg van de parkeerplaats
De grote bomen staan op ca. 2-3 m. ten noorden en zuiden vanaf de geplande toegangsweg. Doordat het cunet van de weg ondiep is, worden de wortels van de grotere bomen vrijwel geheel gespaard.
Titel/locatie
3 van 11