CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke Onderbouwing Bockhorstweg 8 te Spankeren (21.52)

Raadsvergadering 23 november 2021, gemeente RhedenBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Borckhorstweg 8, Spankeren19.343 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke Onderbouwing "Bockhorstweg 8 te Spankeren"

Bezoekadres Postadres

Rombou : Jufferenwal 30, 8011 LE Zwolle : Postbus 432, 8000 AK Zwolle

Datum

: 24 augustus 2021

Projectleider Telefoon E-mail

: G. Festen / E.W. Lamberts : 08 8236 8236 : info@rombou.nl

Inhoudsopgave Toelichting

Hoofdstuk 1

Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Ligging plangebied

6

1.3

Vigerend bestemmingsplan

6

1.4

Leeswijzer

7

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

8

2.1

Huidige situatie

8

2.2

Toekomstige situatie

10

Hoofdstuk 3

Beleidskaders

15

3.1

Rijksbeleid

15

3.2

Provinciaal beleid

17

3.3

Gemeentelijk beleid

19

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

21

4.1

Inleiding

21

4.2

Bedrijven en milieuzonering

21

4.3

Geur

22

4.4

Bodemkwaliteit

23

4.5

Geluid

24

4.6

Luchtkwaliteit

25

4.7

Externe veiligheid

26

4.8

Water

30

4.9

Ecologie

31 3

4.10

Cultuurhistorie

35

4.11

Archeologie

37

4.12

Verkeer en parkeren

38

4.13

Explosieven

40

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

42

5.1

Economische uitvoerbaarheid

42

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

43

Bijlagen

Bijlage 1

Bestaande situatie

Bijlage 2

Locatie dierenbegraafplaats

Bijlage 3

Gewenste situatie

Bijlage 4

Landschappelijke inpassing

Bijlage 5

Noodzaak en behoefte

Bijlage 6

Quickscan Flora & fauna

Bijlage 7

Stikstofberekening

Bijlage 8

Vooroverlegreactie Brandweer

4

Bockhorstweg 8 te Spankeren

Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Aan de Bockhorstweg 8 te Spankeren is een agrarisch bedrijf gevestigd. Op het bedrijf worden melkkoeien en jongvee gehouden. Tot voor enkele jaren geleden hield initiatiefnemer tevens vleesvarkens. Vanwege aangescherpte milieueisen dienen vleesvarkens in emissiearme stallen gehuisvest te worden. Dit was de aanleiding voor initiatiefnemer om het houden van vleesvarkens vijf jaar geleden te beëindigen. Het arbeidsinkomen op het bedrijf wordt sterk bepaald door de omvang van het veebedrijf. Meer dieren betekent over het algemeen een hoger arbeidsinkomen. Schaalvergroting betekent dat het bedrijf gevoeliger wordt voor marktrisico's. Het houden van meer melkkoeien is voor de initiatiefnemer geen logische, daarom kiest initiatiefnemer voor verbreding van de bedrijfsactiviteiten. Een sterke nevenactiviteit zorgt voor een toename van het arbeidsinkomen en spreiding van de bedrijfsrisico's. Initiatiefnemer heeft het voornemen om naast de veehouderij een dierenbegraafplaats te exploiteren. De dierenbegraafplaats past niet binnen de toegelaten mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Om de dierenbegraafplaats planologisch mogelijk te maken is ervoor gekozen een aanvraag omgevingsvergunning voor het afwijken van de regels van het bestemmingsplan in te dienen (conform artikel 2.12 , lid 1, onder a, sub 3 van de Wabo).

De voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld in verband met deze aanvraag. In de ruimtelijke onderbouwing wordt het initiatief getoetst aan het relevante planologisch beleid en aan de milieu- en omgevingsaspecten.

Toelichting

5

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Bockhorstweg 8 te Spankeren in het buitengebied van de gemeente Rheden. Het is gelegen op circa 300 meter ten noordoosten van de kern van Spankeren en circa 900 meter ten oosten van Dieren. Op circa 3,2 km ten noordoosten ligt de kern van Brummen.

Afbeelding 1: ligging plangebied 1.3

Vigerend bestemmingsplan

De gronden aan de Bockhorstweg 8 te Spankeren maken onderdeel uit van het bestemmingsplan Landelijk Gebied, van de gemeente Rheden, door de gemeenteraad vastgesteld op 27 januari 2007. De locatie heeft de bestemming agrarisch gebied met landschaps- en natuurwaarden. Tevens wordt aangegeven dat deze gronden in hoofdzaak bedoeld zijn voor grondgebonden agrarische bedrijven.

Afbeelding 2: uitsnede plankaart locatie Bockhorstweg 8 te Spankeren Ook is voor het plangebied het Parapluplan Archeologie Rheden 2013 en aanpassing 6

Bockhorstweg 8 te Spankeren

regels Buitenplaatsen van toepassing. In dit plan is de geactualiseerde versie van de archeologische verwachtings- en beleidskaart verwerkt. Een deel van de gronden heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' en een deel de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Zie ook paragraaf 4.11 'Archeologie'. 1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een weergave van de huidige en de toekomstige situatie weergegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan.

Toelichting

7

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1

Huidige situatie

Op het bedrijf van initiatiefnemer worden in diverse bedrijfsgebouwen circa 90 melkkoeien en bijbehorend jongvee gehouden. Het bedrijf is langzaam gegroeid van een gemengd bedrijf met rundvee en varkens naar een gespecialiseerd melkveebedrijf. Voor het houden van melkkoeien zijn een tweetal (ligboxen)stallen aanwezig. Deze ligboxenstallen staan aan de achterzijde van het bedrijf. Hier wordt ook het ruwvoer opslagen en is de mestsilo aanwezig. Voor een melkveehouderij is dit een doelmatige indeling. Via het kavelpad achter de bedrijfsgebouwen zijn de weilanden bereikbaar voor de melkkoeien. De schuur ten zuiden van de eerste bedrijfswoning wordt in de winter gebruikt voor het stallen van jongvee. Als afbeelding 3 is een luchtfoto toegevoegd waarop de aanwezige gebouwen en voorzieningen te zien zijn. In de bijbehorende tabel is een verklaring gegeven van de bebouwing / voorzieningen. Tot 2013 werden er op het bedrijf nog vleesvarkens gehouden. Om vleesvarkens te blijven houden was schaalvergroting en een aanpassing van de stal noodzakelijk. Initiatiefnemer heeft besloten om de vleesvarkenstak op zijn bedrijf te staken. Inmiddels is de vleesvarkensschuur geamoveerd.

8

Bockhorstweg 8 te Spankeren

Afbeelding 3: huidige erfinrichting Gebouw /

functie

voorziening 1

ligboxenstal

2

ligboxenstal

3

eerste bedrijfswoning (monument)

4

jongveestal

5

mestsilo

6

tweede bedrijfswoning

7

opslag kuilvoer

Toelichting

9

8

kavelpad

9

hooiberg

10

plek gesloopte varkensstal

Aan de voorzijde van het bedrijf staat een karakteristieke monumentale boerderij. De eerste stenen van de boerderij dateren van 1792. De bijbehorende schuur (no. 4 in afbeelding 3) is later opgericht en is geen onderdeel van het monumentale ensemble. Tevens staat er een hooiberg voor de boerderij. De stallen liggen aan de Bockhorstweg waardoor de woning als het ware midden op het erf ligt.

Afbeelding 4: boerderij Burgershoeve vanaf de Bockhorstweg In de huidige situatie zijn er twee nevenactiviteiten op het erf aanwezig. Deze worden door initiatiefnemers zelf uitgevoerd. Het gaat om een praktijk voor logopedie en een praktijk voor paardenosteopathie (25m2). De praktijk voor logopedie wordt in bedrijfswoning uitgevoerd of op locatie. Deze nevenactiviteiten worden voorgezet. Zie Bijlage 1 voor de bestaande situatie. 2.2

Toekomstige situatie

Melkveehouderij Het bedrijf beschikt over 25 hectare land ten behoeve van beweiding en ruwvoederwinning. In de omgeving van het bedrijf liggen diverse pachtbedrijven. Voor verdere groei is het melkveebedrijf afhankelijk van het vrijkomen van gronden in de omgeving van het bedrijf. Gelet op de structuur van de pachtbedrijven in de omgeving is het niet aannemelijk dat er komende jaren gronden kunnen worden verworven. Een groei van het aantal melkkoeien zou betekenen dat er niet langer 10

Bockhorstweg 8 te Spankeren

gekozen kan worden voor het stalsysteem beweiden. Verdere specialisatie en schaalvergroting lijkt voor dit bedrijf geen reële mogelijkheid. Wel wordt er gestreefd naar een geleidelijke ontwikkeling en optimalisatie van het melkveebedrijf. Dierenbegraafplaats Om de continuïteit van het bedrijf te waarborgen heeft initiatiefnemer nagedacht over een geschikte nevenfunctie die past bij het bedrijf en bij de persoonlijke interesse. Initiatiefnemer heeft affiniteit met (huis)dieren. Persoonlijke ervaringen hebben initiatiefnemer aan het denken gezet over het oprichten van een begraafplaats voor huisdieren (honden, katten, konijnen en vogels). Gebleken is dat mensen steeds meer behoefte hebben aan een goede laatste rustplaats voor hun huisdier. Initiatiefnemer ziet mogelijkheden om hierin te voorzien op zijn bedrijfslocatie. De dierenbegraafplaats richt zich uitsluitend op kleine huisdieren. De dierenbegraafplaats wordt gerealiseerd binnen het vigerende agrarisch bouwvlak zoals aangegeven in paragraaf 1.3. Zie Bijlage 2 voor de beoogde plek van de dierenbegraafplaats. Situering / indeling begraafplaats Op het terrein komen in de lengterichting van het perceel 3 klinkerpaden van circa 80 cm breed. Aan de voorzijde van de dierenbegraafplaats is ruimte aanwezig voor bezoekers, voordat ze de begraafplaats betreden, om zich te verzamelen.

Initiatiefnemer verwacht dat wekelijks twee dieren worden begraven. De totale capaciteit van de begraafplaats bedraagt circa 500 begraafplaatsen. Dit betekent dat het circa vijf jaren zal duren voordat de totale capaciteit van de dierenbegraafplaats zal worden benut. De begraafplaats heeft een oppervlakte van totaal (42 *15,4=) 647 m2. Aan weerszijden van de klinkerpaden worden de dieren begraven. Door middel van hagen worden de verschillende terreinfuncties afgebakend. Zie hiervoor ook het landschappelijk inpassingsplan (Bijlage 4). In afbeelding 5 is de situering van de begraafplaats aangegeven.

Toelichting

11

Afbeelding 5: erfsituatie met aanduiding dierenbegraafplaats Ontvangstruimte met spreekkamer Een deel van de karakteristieke schuur (niet-monumentaal) aan de zuidzijde van de boerderij (gebouw no. 4 in afbeelding 3) zal worden ingericht om bezoekers en geïnteresseerden te ontvangen. Het gaat hierbij om een oppervlakte van circa 88 m2. Het overige deel (circa 63 m2) blijft in gebruik als jongveestal. In de schuur wordt een ontvangstruimte gerealiseerd waar bezoekers een kop koffie kunnen drinken. Daarnaast wordt een afzonderlijk kantoor/spreekruimte gerealiseerd waar de wensen en vragen van de bezoekers kunnen worden besproken. De koffieruimte staat tevens ter beschikking voor de bezoekers van de begraafplaats. In de ontvangstruimte wordt een separate ruimte voor een koelunit gerealiseerd. De dieren kunnen hier 12 uur van tevoren worden gebracht. Na maximaal een dag zullen de dieren worden begraven. In afbeelding 6 is de indeling van de schuur als ontvangstruimte weergegeven.

12

Bockhorstweg 8 te Spankeren

Afbeelding 6: te realiseren ontvangstruimte en spreekkamer + sanitair Parkeren Op het erf worden, achter de voorgevelrooilijn, 8 parkeerplaatsen aangelegd zodat de bezoekers van de dierenbegraafplaats op het erf kunnen parkeren. De nieuwe parkeerplaatsen worden landschappelijk ingepast Een tekening van de gewenste situatie op schaal is als Bijlage 3 aan deze onderbouwing toegevoegd. Landschappelijke inpassing De schuur, welke gebruikt zal gaan worden als ontvangstruimte heeft een bepaalde ruimtelijke kwaliteit die zichtbaar mag blijven. Direct zicht op geparkeerde auto’s en de dierenbegraafplaats is niet wenselijk. Door de aanplant van een scheerhaag en een struweelhaag, wordt het zicht ontnomen op de auto’s en de dierenbegraafplaats, maar blijft het ensemble van boerderij met aangebouwde schuur en vierroedige hooiberg zichtbaar. Het directe zicht op de gebouwen kan gebroken worden door enkele solitaire bomen langs de oprit te planten. Samengevat worden de volgende maatregelen voorgesteld voor versterking van de landschappelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling aan de oostzijde van het erf: Toelichting

13

Aanplanten scheerhaag om parkeerplaats; Aanplant meidoorn struweelhaag dierenbegraafplaats; Aanplant laanbomen langs oprit; Aanplant scheerhaag om parkeerplaats Om de parkeerplaats wordt een meidoornscheerhaag geplant. Er wordt gebruik gemaakt van plantsoen met een minimale hoogte van 80-120 cm. De haag bestaat uit 4 stuks plantsoen per strekkende meter haag. Dit betreft een lage haag die actief in vorm wordt gehouden door deze te knippen/scheren. Aanplant meidoorn struweelhaag Rondom de dierenbegraafplaats wordt een meidoorn struweelhaag geplant. Er wordt gebruik gemaakt van plantsoen met een minimale hoogte van 80-120 cm. De haag bestaat uit 2 stuks plantsoen per strekkende meter haag. Deze haag mag op natuurlijke wijze uitgroeien. Laanbomen Langs de oprit worden vier, als laanboom gekweekte bomen, geplant. Er worden bomen geplant met een minimale stamomtrek van 14-16 cm op 1,5 meter hoogte. Als boomsoort wordt gekozen uit zomereik, linde (spec.) of iep. De bomen worden voorzien van twee boompalen met boomband. De parkeerplaatsen krijgen een half-verharding en de drie paden op de begraafplaats worden verhard met klinkers. Het landschappelijk inpassingsplan is als Bijlage 4 aan deze onderbouwing toegevoegd.

14

Bockhorstweg 8 te Spankeren

Hoofdstuk 3 Beleidskaders Dit hoofdstuk behandelt het beleid dat betrekking heeft op de ruimtelijke onderbouwing. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid, voor zover dat is gerelateerd aan het plangebied en het voorliggende initiatief. 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

NOVI

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren.

Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is Toelichting

15

scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toets De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een dierenbegraafplaats op het erf van een agrarisch bedrijf. Gesteld kan worden dat hier sprake is van het combineren van functies. Er wordt gebruikt gemaakt van een bestaand erf. Op de plaats van de gesloopte varkensstal is ruimte voor de dierenbegraafplaats. In die zin is er sprake van het combineren van functies en een efficiënt gebruik van de aanwezige ruimte binnen het bestaande erf. Geacht wordt dat daarmee voldaan wordt aan de afwegingsprincipes en dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. De Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden gevolgd om planologisch nieuwe “stedelijke ontwikkelingen” mogelijk te maken binnen bestaand stedelijk gebied. Nieuwe planologische bouwmogelijkheden van enige omvang kwalificeren als zodanig en zijn 'Ladderplichtig'. Ontwikkelingen mogen alleen plaatsvinden als er sprake is van duurzame verstedelijking. Om dit te kunnen beoordelen wordt er getoetst of er behoefte is aan de ontwikkeling. De initiatiefnemer moet dit kunnen aantonen. Deze behoefte dient getoetst te worden aan de hand van een onderzoeksgebied, een tijdshorizon van 10 jaar en een marktonderzoek. Toets

16

Bockhorstweg 8 te Spankeren

Het voornemen betreft geen stedelijke ontwikkeling en hoeft daarmee niet te voldoen aan de ladder duurzame verstedelijking. 3.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is gedeeltelijk vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Toets Het voornemen is niet in strijd met de belangen zoals omschreven in het Barro. Vanuit dit oogpunt kan het voornemen uitvoerbaar worden geacht. 3.1.4

Conclusie Rijksbeleid

De toets aan de structuurvisie, de ladder en het besluit laat zien dat het initiatief in overeenstemming is met het relevante Rijksbeleid. 3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie en omgevingsverordening Gelderland

Het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving is opgenomen in de Omgevingsvisie Gelderland. Dit beleid werkt via de Omgevingsverordening Gelderland door in de gemeentelijke bestemmingsplannen. Recent zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening integraal geactualiseerd en geformuleerd in de geest van de toekomstige Omgevingswet. Deze wijziging is op 1 maart 2019 in werking getreden.

Toelichting

17

3.2.1.1 Plussenbeleid Hoofdstuk 2 van de Omgevingsverordening bevat regel met betrekking tot de ruimtelijke inrichting. Artikel 2.31 bevat instructieregels voor een niet-grondgebonden veehouderij(tak). Uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderij is slechts mogelijk als de uitbreiding voldoet aan de door het gemeentebestuur in overeenstemming met de provinciale Handreiking Plussenbeleid vastgestelde beleidsregels. Het Plussenbeleid biedt bestaande niet-grondgebonden bedrijven ruimte om zich duurzaam te ontwikkelen. Bij elke uitbreiding moeten plusmaatregelen worden getroffen. Met plusmaatregelen worden aanvullende maatregelen van ruimtelijke kwaliteit op het gebied van milieu, landschappelijke inpassing en/of fysieke maatregelen op het gebied van dierwelzijn bedoeld. Deze maatregelen bestaan naast de wettelijke eisen en andere voorwaarden zoals een goede landschappelijke inpassing op basis van provinciaal en gemeentelijk beleid. Het Plussenbeleid moet worden toegepast bij vaststelling van een bestemmingsplan en bij omgevingsvergunningen waarmee van het geldende bestemmingsplan wordt afgeweken (buitenplans). Het Plussenbeleid geldt niet voor uitbreidingen die kunnen worden gerealiseerd binnen het vigerende bestemmingsplan, inclusief de binnenplanse afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden.

Gemeenten moeten het bestemmingsplan uiterlijk in 2027 in overeenstemming brengen met het Plussenbeleid. Conclusie Het plussenbeleid is bij dit plan niet van toepassing omdat het de voorliggende ontwikkeling betrekking heeft op de ontwikkeling van nevenactiviteiten.

18

Bockhorstweg 8 te Spankeren

3.2.1.2 Water In de omgevingsverordening Gelderland is een paragraaf opgenomen specifiek over water, de waterverordening. Het doel van deze waterverordening is het waterbeheer te ondersteunen. In artikel 3.5.2 wordt hierbij de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders aangestipt. Zij, ''dragen zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringstechnisch werk''. De locatie is gelegen in het werkgebied van het Waterschap Vallei en Veluwe. Conclusie In het voorliggende plan is er geen sprake van een toename van het verhard oppervlak, het lozen van afvalwater, of het realiseren van extra oppervlaktewater, derhalve vormen de regels van het waterschap geen belemmering voor de uitvoering van het voorliggende project. 3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Bestemmingsplan

Het aanleggen/realiseren van een dierenbegraafplaats past niet binnen de voorschriften van het vigerende bestemmingplan Landelijk gebied, Gemeente Rheden. Vanwege strijdigheid met het vigerende plan is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld om de gewenste activiteiten planologische mogelijk te maken. De gemeente Rheden heeft aangegeven planologische medewerking te willen omdat: De dierenbegraafplaats binnen de gemeente Rheden de enige in zijn soort is; De dierenbegraafplaats niet genoemd wordt als nevenactiviteit maar wel past binnen de geest van het bestemmingsplan; De dierenbegraafplaats een aantoonbaar bedrijfseconomisch ondergeschikt onderdeel van het bedrijf vormt en dat ook blijft; De nevenactiviteit heeft minder impact dan andere nevenactiviteiten die wel zijn toegestaan binnen het bestemmingsplan; Haalbaarheid van het voornemen voldoende wordt gemotiveerd; Toelichting

19

Er sprake is van een goede landschappelijk inpassing. In een eerder verzoek aan de gemeente Rheden voor het verlenen van medewerking aan het initiatief is hiertoe een toets gedaan. Hiervoor zijn de aspecten: ruimtelijk, bedrijfseconomisch en de behoefte voor de ontwikkeling in kaart gebracht. Deze kunnen terug worden gevonden in Bijlage 5. De begraafplaats en de perkaarplaatsen worden landschappelijk zorgvuldig ingepast. Zie hievoor debijgevoegde landschappelijke inpassing (Bijlage 4).

20

Bockhorstweg 8 te Spankeren

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1

Inleiding

Het voornemen betreft het realiseren van een dierenbegraafplaats als nevenactiviteit bij de agrarische bestemming. In dit hoofdstuk worden de van toepassing zijnde milieu- en omgevingsaspecten beoordeeld voor dit plan. Uit deze beoordeling blijkt dat het plan geen significant negatieve gevolgen heeft voor de het milieu en de omgeving van de locatie. 4.2

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. In onderstaande tabel staat de afstand tot de naburige bestemmingen aangegeven. Adres

Bestemming

Afstand (meters)

Landweg 1

Agrarisch

80

Bockhorstweg 7

Wonen

147

Bockhorstweg 10

Agrarisch

310

Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies (externe werking); het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten Toelichting

21

duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen (interne werking). Toets Externe werking Hierbij gaat het om de vraag of de realisatie van de plannen leidt tot hinder of belemmeringen voor de omgeving. In de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' is voor reguliere begraafplaatsen vanwege het aspect 'geluid' een minimale afstand tot woningen aangegeven van 10 meter. Omdat de activiteiten op een dierenbegraafplaats min of meer vergelijkbaar zijn, kan deze richtafstand ook aangehouden worden voor een dierenbegraafplaats. Gezien de afstand tot de dichtstbijzijnde woning van derden kan worden gesteld dat ruimschoots voldaan wordt aan de richtafstand. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe nevenactiviteit 'dierenbegraafplaats' hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. Op grond van genoemde VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' is een begraafplaats niet aangemerkt als een milieugevoelig object. Omliggende bedrijven liggen op ruime afstand van de planlocatie. De exploitatie van de dierenbegraafplaats ondervindt geen hinder van de omliggende bedrijven. Andersom worden de omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering of -ontwikkeling beperkt door de dierenbegraafplaats. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering staat de uitvoering van het plan niet in de weg. 4.3

Geur

Bij het voorbereiden en opstellen van een ruimtelijk plan dienen voor wat betreft geurhinder van veehouderijen de volgende vragen te worden beantwoord. is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? Wet geurhinder en veehouderij 22

Bockhorstweg 8 te Spankeren

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader bij vergunningverlening voor inrichtingen, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. Daarnaast is de wet van belang in verband met de zogenoemde 'omgekeerde werking' in het kader van de ruimtelijke ordening. Voor diercategorieën zonder geuremissienorm (zoals melkkoeien) gelden op grond van de Wgv in het buitengebied een vaste geurafstand van 50 meter. Toets De dierenbegraafplaats is geen geurgevoelig object. De ontvangstruimte behorende bij de begraafplaats daarentegen wél omdat hierin mensen verblijven. Omliggende veehouderijen liggen op meer dan 50 meter afstand. Er wordt derhalve voldaan aan de geurafstanden, waardoor omliggende veehouderijen niet in hun bedrijfsvoering- en ontwikkeling worden belemmerd. Conclusie In de voorliggende planologische situatie is er geen sprake van een nieuw geurgevoelig object. Bedrijven in de omgeving ondervinden, in het kader van de omgekeerde werking, geen negatieve gevolgen van de exploitatie van de dierenbegraafplaats. Derhalve vormt de Wgv geen belemmering voor het voorliggende plan. 4.4

Bodemkwaliteit

Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het projectgebied. Aangetoond dient te worden dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Mocht er een verontreiniging te verwachten zijn dan wel mocht deze feitelijk aanwezig zijn, dan dient voor vaststelling van een plan en/of het nemen van het besluit inzichtelijk gemaakt te worden of de bodemverontreiniging de voorgenomen bestemmings- en/of functiewijziging in het kader van gezondheid en/of financieel gezien in de weg staat. Toets In de voorliggende situatie wordt op een agrarisch bouwvlak een dierenbegraafplaats gerealiseerd. Het terrein ter hoogte van de dierenbegraafplaats kent een historisch gebruik als weiland. Uit een historische check is gebleken dat er Toelichting

23

geen potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten aan de orde zijn geweest ter plaatse van de toekomstige dierenbegraafplaats. De locatie wordt in relatie tot bodemschade derhalve als onverdacht gezien. Mede vanwege de kleinschaligheid kunnen in relatie tot het toekomstige gebruik geen risico's worden aangewezen die de uitvoerbaarheid van de plannen in gevaar brengen. Er is weliswaar sprake van een functiewijziging, echter van een evidente wijziging is geen sprake. Derhalve is geen milieuhygiënisch bodemonderzoek noodzakelijk. Bij het toekomstige gebruik zal geen sprake zijn van het investeren in bouwwerken waar structureel (> 2 uur / dag) mensen aanwezig zijn. Ook bodemonderzoek in het kader van de Omgevingswet onderdeel bouwen is niet aan de orde. Conclusie Het aspect bodem geeft geen bezwaren voor dit initiatief. 4.5

Geluid

De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het bestemmingsplan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals woningen, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidgevoelige functies binnen de geluidszone van (spoor)wegen en/of industrieterreinen worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting. Toets In de voorliggende situatie is er geen sprake van het wijzigen van de bestemming. Tevens wordt er geen geluidgevoelige object gerealiseerd. Er blijft sprake van agrarisch gebruik van de gronden. Toetsing van de geluidsuitstraling van de nieuwe activiteiten richting omliggende bedrijven en woningen heeft plaatsgevonden bij het aspect Bedrijven en milieuzonering. Hierin is aangegeven dat de richtafstand voor geluid 10 meter is. Hier wordt ruimschoots aan voldaan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect geluid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het voornemen. 24

Bockhorstweg 8 te Spankeren

4.6

Luchtkwaliteit

De milieukwaliteitseisen omtrent luchtkwaliteit zijn verankerd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Nieuwe ontwikkelingen mogen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarde die voor een aantal verontreinigende stoffen in de wet is gesteld. Als aannemelijk is dat aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormt luchtkwaliteit geen belemmering om een projectplan vast te stellen. Deze voorwaarden zijn: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de luchtverontreiniging; het project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit of binnen een regionaal programma van maatregelen. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) aan de luchtverontreiniging, hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het Besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram per m3 (µg/m3 ) voor fijn stof en stikstofoxiden (NO2). Toets De realisatie van een dierenbegraafplaats heeft geen directe effecten op de luchtkwaliteit, maar er treedt wel een effect op van de luchtkwaliteit door de verkeersaantrekkende werking.

Voor de bezoekers zijn er 8 parkeerplaatsen beschikbaar. Wanneer alle parkeerplaatsen worden benut, resulteert dit in een verkeersproductie van 16 verkeersbewegingen per dag (worst case). Uit berekeningen met de nibm rekentool, zoals te zien is in afbeelding 7, blijkt dat de verslechtering van de luchtkwaliteit ruim beneden de 3% blijft, ofwel 1,2 microgram per m3. Er wordt dus voldaan aan het wetgevende kader voor luchtkwaliteit.

Toelichting

25

Afbeelding 7: resultaat berekening NIBM-tool Conclusie Het project draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit in de omgeving en kan op dit punt uitvoerbaar worden geacht. 4.7

Externe veiligheid

Externe veiligheid beschrijft risico’s met een externe werking, die ontstaan door het transport van, de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transport (weg, spoor, water en buisleiding) in relatie tot de (bebouwde) omgeving. Voor transportassen -dat wil zeggen verkeerswegen, spoorwegen en vaarwegen- zijn de regels vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), voor buisleidingen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en voor bedrijven in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans om te overlijden op een bepaalde plaats ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR is op de kaart van het gebied weer te geven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar PR-contour (die als wettelijk grenswaarde fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten komen. 26

Bockhorstweg 8 te Spankeren

Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR is weer te gegeven in de fN-curve: een grafiek waar de kans (f) is afgezet tegen het aantal slachtoffers (N). Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. De 1% letaliteitgrens vormt doorgaans de grens van het invloedsgebied (tenzij anders bepaald). Dit is de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Hoe moet worden omgegaan met risico’s voor mensen in de omgeving van risicobronnen is in verschillende wet- en regelgeving opgenomen. Besluit en Regeling externe veiligheid inrichtingen Besluit en Regeling externe veiligheid buisleidingen Besluit en Regeling externe veiligheid Transportroutes Besluit risico’s zware ongevallen Vuurwerkbesluit Circulaire ontplofbare stoffen voor civiel gebruik Besluit ruimte Activiteitenbesluit Toets In de directe omgeving van het plangebied liggen geen risicovolle inrichtingen en vindt geen transport van gevaarlijke stoffen plaats via het water en buisleidingen. Zie onderstaande afbeelding voor de externe risico's.

Afbeelding 8: Risicokaart met aanduiding ligging bedrijf Toelichting

27

Risicoveroorzakende activiteiten Op een afstand van circa 150 meter uit het plangebied ligt de spoorlijn ArnhemZutphen en op circa 300 meter de Zutphensestraatweg (N348). Over zowel de spoorlijn als de N348 vindt het transport van gevaarlijke stoffen plaats. Spoorlijn Plaatsgebonden risico (PR) Op basis van de Regeling Basisnet is vastgesteld dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de spoorlijn niet over het plangebied is gelegen. Groeprisico (GR) De spoorlijn ligt op minder dan 200 meter van het plangebied. Voor deze situatie stelt het Bevt dat wanneer het groepsrisico kleiner is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde of kleiner is dan de oriëntatiewaarde en met minder dan 10% toeneemt ook enkel onderzoek moet plaatsvinden naar de mogelijkheden voor de zelfredzaamheid en rampenbestrijding. De hoogte van het groepsrisico voor de spoorlijn Arnhem - Zutphen ter hoogte van Spankeren, is lager dan 0,3 maal de oriëntatiewaarde (conform rapport Basisnet Spoor, d.d. 20-9-2011). Het groepsrisico bevindt zich onder de oriëntatiewaarde en zal slechts (zeer) beperkt toenemen ten gevolge van de realisatie van de dierenbegraafplaats. Er kan in dat geval worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico.

In deze verantwoording van het groepsrisico wordt ingegaan op de bestrijdbaarheid en de zelfredzaamheid ten aanzien van nog niet gerealiseerde (beperkt) kwetsbare objecten. Bestrijdbaarheid De locatie van initiatiefnemer is voor de hulpverleningsdiensten goed bereikbaar, waardoor in geval van calamiteiten de diensten snel ter plaatse kunnen zijn. De begraafplaats en de ontvangstruimte zijn verder vanuit verschilde zijden benaderbaar. Ter plaatse is voldoende bluswater voor handen voor het bestrijden van een eventuele brand in het plangebied. Zelfredzaamheid 28

Bockhorstweg 8 te Spankeren

Bij een calamiteit waarbij toxische gassen vrijkomen is zo snel mogelijk schuilen in een gebouw het voorkeurscenario. Het plangebied ligt op ruime afstand van het spoor, waardoor mensen bij een tijdige waarschuwing het gebied op tijd ontvluchten. De mensen binnen het plangebied kunnen worden verondersteld goed zelfredzaam te zijn. Binnen het plangebied zal sprake zijn van mensen met een normale mobiliteitsfactor. Het plangebied bevindt zich in het buitengebied welke goed ontsloten is door wegen. Er zullen daarom voldoende vluchtwagen aanwezig zijn voor het ontvluchten van het plangebied. Het gebruik van een WAS (waarschuwing- en alarmeringssysteem) en NL-Alert moet personen waarschuwen voor de gevolgen van het incident. Daarbij is het van belang dat dit systeem voldoende dekkend is. De Veiligheidsregio draagt in samenwerking met overheden zorg voor een dergelijk systeem. N348 Plaatsgebonden risico (PR) Ten aanzien van de N348 is door de Omgevingsdienst Regio Arnhem (i.h.k. van traverse Dieren, d.d. juli 2011, projectnummer: 236832) een risicoberekening opgesteld voor onder andere de N348. Uit deze risicoberekening blijkt dat voor de weg geen 10-6 risicocontour wordt berekend. Het plaatsgebonden risico vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig plan Groepsrisico (GR) Ten aanzien van het groepsrisico is het plan gelegen binnen het invloedsgebied van de N348.

Daarmee hebben wijzigingen in het plangebied mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico van deze risicobronnen. De hoogte van het groepsrisico voor N348 bedraagt maximaal 0,034 maal de oriëntatiewaarde (zie rapport QRA N348/N786 traverse Dieren). Ten aanzien van de beperkte verantwoording van het groepsrisico wordt verwezen naar de onderbouwing hiervan bij het onderwerp 'Spoorlijn'. Conclusie Op basis van de uitgevoerde risicobeoordeling en beperkte verantwoording groepsrisico - in verband met het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor en de weg bestaan er vanuit externe veiligheidsoverwegingen geen belemmeringen Toelichting

29

voor het plan. 4.8

Water

In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets. Die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen wordt een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Toets Op de plaats van de dierenbegraafplaats stond voorheen een varkensstal met een oppervlakte van circa 320 m2. In de nieuwe situatie bestaat de verharding uit 3 klinkerpaden op de begraafplaats en een klinkerpad van de begraafplaats naar de parkeerplaatsen met een totale oppervlakte van circa 126 m2. Verder worden 8 parkeerplaatsen met een totale oppervlakte van circa 86 m2 aangelegd.

De ontvangstruimte wordt gerealiseerd in een bestaand gebouw en heeft daarom geen toename van het verharde oppervlakte tot gevolg. Per saldo neemt het verharde oppervlakte ten opzichte van de oorsprinelijke situatie af met 108 m2 (320 - (126 + 86)). Derhalve is het compenseren van verhard oppervlak niet noodzakelijk. Bedrijfswater wordt op het bedrijf opgevangen in de mestput. Het voorliggende plan is niet in strijd met de waterbouwkundige doelstellingen van het gebied. Conclusie Voor wat betreft het aspect water kan het plan uitvoerbaar worden geacht.

30

Bockhorstweg 8 te Spankeren

4.9

Ecologie

In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de (mogelijke) natuurwaarden. Daartoe wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000- gebieden. Daarnaast is het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), in het kader van de gebiedsbescherming van belang. Op basis van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) zijn zeer kwetsbare gebieden aangewezen. Deze gebieden kunnen nadelige invloed ondervinden als de uitstoot van ammoniak op de gebieden toeneemt. Ter bescherming van deze gebieden is een zone van 250 meter rondom de gebieden aangewezen als buffer, om ontwikkelingen die schadelijk zijn voor deze gebieden te beperken. Soortenbescherming Sinds 1 januari 2017 regelt Wet natuurbescherming de bescherming van in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. Bekeken moet worden of er beschermde soorten aanwezig zijn in of nabij het plangebied, in hoeverre het plan negatieve gevolgen kan hebben op die beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen moeten worden genomen.

Toets Gebiedsbescherming Door Natuurbank Overijssel is een ecologisch quickscan uitgevoerd in verband met de voorgenomen ontwikkeling. Deze quickscan is als Bijlage 6 aan deze onderbouwing toegevoegd. Het plangebied ligt op enige afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 behoren. Wel grenst de dierenbegraafplaats aan de zuidzijde aan gronden die tot de Groene Ontwikkelingszone behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Toelichting

31

Afbeelding 9: Ligging van Gelders Natuurnetwerk in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de gele lijn aangeduid. Gronden die tot het Groene Ontwikkelingszone behoren, worden met de groene kleur aangeduid (bron: Ruimtelijke plannen) De bescherming van de Groene Ontwikkelingszone kent geen externe werking in Gelderland. Omdat het plangebied volledig buiten de Groene ontwikkelingszone ligt (binnen het bouwvlak), hoeft voorliggend initiatief niet getoetst te worden aan beleid t.a.v. de Groene Ontwikkelingszone (of Gelders Natuurnetwerk). De ontwikkeling op het plangebied betreft geen voornemen voor het uitbreiden van vee en heeft dus geen betrekking op WAV-gebieden. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden Uiterwaarden IJssel' is circa 325 meter. Zie hiervoor ook de navolgende afbeelding.

32

Bockhorstweg 8 te Spankeren

Afbeelding 10: Afstand projectlocatie Natura 2000 gebieden bedraagt minder dan 500m Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten De uitvoering van fysieke activiteiten in een plangebied zou kunnen leiden tot een negatief effect op instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied in de omgeving van een plangebied. Als gevolg van bouwwerkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden, zoals een toename van geluid, trillingen, kunstlicht, visuele verstoring, areaalverlies en aantasten hydrologie. Gelet op de aard, omvang en duur van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, wordt in voorliggend geval een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied uitgesloten. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal en gelet op de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied Rijntakken is een negatief effect uitgesloten. Stikstof Als gevolg van de voorgenomen activiteiten zal emissie van NOx plaatsvinden. Deze emissie vindt plaats door de inzet van materieel met een verbrandingsmotor tijdens de realisatiefase, het transport van bouwmateriaal en planmateriaal en de aanvoer van personeel alsmede door een toename van het verkeer in de gebruiksfase. Tegenover een toename van de stikstofemissie is met de beëindiging van de Toelichting

33

varkenshouderijtak een afname van de stikstofemissie gerealiseerd. Los van deze afname is op basis van een reële inschatting van het aantal verkeersbewegingen van deze nieuwe nevenactiviteit en de inzet van mobiele werktuigen in de realisatiefase berekend of er sprake is van een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende Natura 2000 gebieden. Met behulp van Aerius Calculator is de stiksofdepositie in zowel de realisatie- als de gebruiksfase berekend. De gehanteerde uitgangspunten en de rekenresultaten zijn in Bijlage 7 opgenomen. In zowel de realisatie- als de gebruiksfase is er op grond van de vrijkomende stikstofemissies geen significant verstorend of verslechterend effect te verwachten ten aanzien van de instandhoudingsdoelen van de betreffende Natura 2000 gebieden. Soortbescherming Het plangebied vormt een deel van een bestaand agrarisch erf en bestaat uit bebouwing, verruigd grasland en erfverharding. Gelet op de inrichting, het gevoerde beheer en de ligging in agrarisch cultuurland, wordt het plangebied als een ongeschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten beschouwd. Het plangebied vormt functioneel leefgebied van sommige amfibieën- vogel-, vleermuis- en grondgebonden zoogdiersoorten.

Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonde zoogdier en amfibie verstoord, beschadigd en vernield. Mits geen beschermde dieren (opzettelijk) verwond of gedood worden en bezette vogelnesten niet negatief beïnvloed worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Het onbedoeld doden van beschermde grondgebonden zoogdieren is toegestaan, mits gewerkt wordt conform een toepasbare Gedragscode (bijvoorbeeld de Gedragscode Ruimtelijke Ontwikkeling en Inrichting, Stadswerk 2011). Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden zoogdieren of amfibieën gedood worden, mogen ze weggevangen of verjaagd worden. Conclusie De voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader 34

Bockhorstweg 8 te Spankeren

van soortbescherming. Indien tijdens de aanleg van de begraafplaats beschermde grondgebonden zoogdieren of amfibieën worden aangetroffen, zullen deze worden weggevangen of verjaagd. Hiermee leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Vanwege de ligging buiten beschermd (natuur)gebied en de lokale invloedssfeer, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Met behulp van Aerius Calculator is berekend dat de toename van de NOx emissie, als gevolg van het aantal transportbewegingen en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de realisatie- en de gebruiksfase, geen toename van de stikstofdepositie veroorzaakt op de N2000 gebieden. 4.10

Cultuurhistorie

De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de cultuurhistorie en archeologie in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Onderdelen van de huidige Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen worden over enige tijd overgeheveld naar de Omgevingswet. Voorbeelden daarvan zijn de verplichting om rekening te houden met archeologie bij het opstellen van bestemmingsplannen (straks omgevingsplannen). Erfgoednota 2017-2021 gemeente Rheden In 2017 is door de gemeente Rheden de nieuwe erfgoednota vastgesteld 'verbinden verleden 2017 -2021' inclusief de bijbehorende erfgoedverordening. Erfgoed gaat over menselijke sporen uit het verleden die zichtbaar en tastbaar aanwezig zijn in het heden. Dat kunnen voorwerpen zijn, archeologische vondsten, archieven, en gebouwde en groene monumenten, zoals landgoederen, begraafplaatsen en landschappen. Maar ook bepaalde gebruiken, verhalen en gewoonten horen erbij. Erfgoed verleent een gemeenschap een eigen, onderscheidende identiteit, een fundament om op te bouwen en een inspiratie voor de toekomst.

De gemeente Rheden heeft een rijk verleden en er is nog veel erfgoed dat daaraan herinnert. De gemeente Rheden vindt het belangrijk dat dit erfgoed in stand blijft en Toelichting

35

wordt onderhouden. Samen met de eigenaren en andere betrokkenen zet de gemeente zich daarvoor in. Onder cultuurhistorisch erfgoed wordt verstaan: Rode monumenten (zoals huizen en kastelen, maar ook hekwerken) Groene monumenten (zoals oude landgoederen en begraafplaatsen) Archeologisch erfgoed (resten van menselijke bewoning onder de grond) Immaterieel erfgoed (de verhalen) Toets De locatie Bockhorstweg 8 te Spankeren is onder nummer 42131 op 27 januari 1970 aangeduid als Rijksmonument. Hierbij wordt de volgende omschrijving gegeven: 'De “Burgershoeve”, Witgepleisterde boerderij (1792) met een rietenwolfdak. Vensters met luiken en schuiframen, met kleine roedenverdeling. Met rechts tegen het woonhuis een storende moderne aanbouw.' De monumentale boerderij blijft onaangetast. De ontvangstruimte wordt gerealiseerd in het (niet-monumentale) gebouw aan de oostzijde van de boerderij, welke geheel in gebruik was als jongveestal (zie afbeelding 3 gebouw no. 4). Het realiseren van de ontvangstruimte heeft geen invloed / gevolgen voor de buitenkant van dit gebouw. Deze blijft gelijk. Het plan tast derhalve de karakteristieken van de boerderij niet aan. Uit de waardenkaart Cultuurhistorie en legenda (zie afbeelding 11) blijkt verder dat er een raakvlak is met het archeologisch aandachtsgebied en archeologisch onderzoeksgebied. Het aspect archeologie komt in paragraaf 4.11 aan de orde.

Afbeelding 11: uitsnede waardenkaart Cultuurhistorie De dierenbegraafplaats wordt landschappelijke zorgvuldig ingepast en ligt op enige afstand uit de boerderij. Hierdoor heeft het plan geen negatieve invloed op de uitstraling van de boerderij. 36

Bockhorstweg 8 te Spankeren

Conclusie Er zijn vanuit het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan. 4.11

Archeologie

Voor het buitengebied van de gemeente Rheden is op 15 april 2014 een zgn. parapluplan Archeologie vastgesteld. In dit bestemmingsplan staan regels over archeologie. Op 26 februari 2013 heeft de gemeenteraad van Rheden de geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaart met toelichting vastgesteld, ter vervanging van de verwachtings- en advieskaart die op 28 juni 2008 is vastgesteld. Op grond van dit plan is het erf van de boerderij aangeduid als Waarde-archeologie 1 en 3. Voor gronden met de aanduiding Waarde-Archeologie 1 geldt dat voor ruimtelijke ingrepen dieper dan 30 cm onder maaiveld en groter dan 100 m2 dat middels dat middels een onderbouwing moet worden aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord.

Afbeelding 12: gronden ter hoogte van de beoogde dierenbegraafplaats met dubbelbestemming Waarde-Archeologie 1. Toets De dierenbegraafplaats heeft een oppervlak van (42 *15,4=) 647 m2. Voor de realisatie van de begraafplaats, waaronder het aanleggen van de klinkerpaden en de parkeersplaatsen, zal de verstoring van de bodem dieper dan 30 centimeter onder het maaiveld beperkt zijn. De graven van de dieren gaan daarentegen wél dieper dan 30 centimeter de bodem in. De dierenbegraafplaats wordt voor een groot deel gerealiseerd op de plek van de gesloopte varkensstal. Ter plaatse van de varkensstal (met kelder) en rondom de stal Toelichting

37

is de bodem in het verleden reeds geroerd. Rondom de stal was, vanwege de afvoer van (varkens)mest, een puinverharding (4 m breed) aangebracht. Door de bouw- en sloopwerkzaamheden en het verwijderen van de puinverharding is op deze locatie de ondergrond geroerd. Op 13 december 2019 heeft dhr. J. Habraken ( Bestuursadviseur Erfgoed en Archeologie Register Senior KNA Archeoloog Regio-archeoloog gemeente Arnhem, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort en Zevenaar) de locatie bezocht. De heer Habraken heeft 4 boringen gezet binnen de zone bestemd voor de dierenbegraafplaats. Hierbij heeft hij duidelijk geconstateerd dat de bodem ter plaatse van de geplande dierenbegraafplaats is geroerd tot een diepte van 1,30 meter beneden maaiveld. Het betreft een A-C profiel. De afdekkende laag (bouwvoor en plaatselijk een mogelijk dun restje van een esdek) ligt direct op de natuurlijke zandbodem. De top van de natuurlijke zandbodem was sterk vermengd geraakt met de afdekkende laag. De boorkoppen zijn handmatig onderzocht op archeologische indicatoren. Die bleken afwezig. Alles bij elkaar komt de heer Habraken tot de conclusie dat er genoeg reden zijn om de dierenbegraafplaats vrij te stellen van nader archeologisch onderzoek.

Conclusie Op grond van de historische situatie en geplaatste boringen is gebleken bodem ter plaatse van de dierenbegraafplaats tot 1,30 meter beneden het maaiveld is geroerd. De graven van de dieren worden niet dieper dan 1,30 meter beneden het maaiveld aangebracht waardoor aanvullende archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. 4.12

Verkeer en parkeren

Verkeer Vanwege de ontwikkeling zal het verkeer op de aangrenzende wegen marginaal toenemen, als gevolg van bezoekers van de dierenbegraafplaats. Voor de begrafenissen wordt gerekend op gemiddeld 2 per week. Hierbij wordt er van uitgegaan dat er maximaal 8 personen bij aanwezig zijn, die de locatie met 2 auto's bezoeken. Ook zal een deel van het bezoek de locatie met de fiets aandoen. De verkeersaantrekkende werking van de dierenbegraafplaats kan daarom als gering worden bestempel, waarbij het verkeer wordt opgenomen in het heersende 38

Bockhorstweg 8 te Spankeren

verkeersbeeld op de Bockhorstweg. Parkeren In de Nota Parkeernormen Rheden 2015 is voor een reguliere (personen) begraafplaats een parkeernorm opgenomen van 30 stuks. Deze norm is gebasseerd op een plechtigheid waarbij veel mensen naar een begrafenis komen. Voor een dierenbegraafplaats is in de Nota geen norm opgenomen. Het is niet realistisch om de parkeerbehoefte van een dierenbegraagplaats gelijk te stellen aan de die van een personenbegraafplaats. Een huisdier wordt door een veel kleinere groep van personen begraven. Veelal is het een aangelegenheid van één gezin. In de CROW tool parkeren en verkeer is geen functieprofiel opgenomen dat geschikt is om de verkeersaantrekkende werking van de ontwikkeling te bepalen. In de rekentool is wel een begraafplaats opgenomen, maar de verkeersaantrekkende werking is afhankelijk van het aantal gelijktijdige plechtigheden. Om toch een indicatie te hebben is toch gebruik gemaakt van het functieprofiel begraafplaats met 1 gelijktijdige plechtigheid. Op basis van dit functieprofiel is de verkeersaantrekkende werking van het plan bepaald op gemiddeld 44 mvt/etmaal. Naar verwachting is de werkelijke verkeersaantrekkende werking lager.

Er van uit gaande dat de bezoekers van de dierenbegraafplaats gemiddeld tussen 08.00 en 18.00 uur de begraafplaats bezoeken, bedraagt de verkeersaantrekkende werking gemiddeld 4,4 motorvoertuig per uur (44 / 10uur). Uitgaande van het aantal parkeerplaatsen in de CROW tool zijn dan afgerond 3 tot 4 parkeerplaatsen noodzakelijk. Ten behoeve van de dierenbegraafplaats worden 8 parkeerplaatsen aangelegd op het eigen erf. Dit is voldoende om te kunnen voorzien in de parkeerbehoefte van de begraafplaats. Er vindt geen afwenteling van de parkeren plaats op de openbare weg. Conclusie De ontwikkeling van het plangebied zorgt niet voor knelpunten ten aanzien van verkeer en parkeren

Toelichting

39

4.13

Explosieven

In de Tweede Wereldoorlog is de gemeente Rheden flink getroffen door explosieven. Geschat wordt dat circa 10% van deze explosieven niet tot ontploffing is gekomen. Een deel hiervan is tijdens en na de Tweede Wereldoorlog al geruimd. Maar er kunnen nog steeds niet gesprongen explosieven in de grond zitten. Aan de hand van informatie uit de Tweede Wereldoorlog en gegevens van ruimingen daarna, heeft de gemeente een historisch vooronderzoek naar explosieven laten uitvoeren. De conclusie hiervan staat op de Risicokaart explosieven. De risicokaart geeft een overzicht van de gebieden waar nog explosieven aanwezig kunnen zijn.

Afbeelding 13: uitsnede digitale risicokaart explosieven Na de oorlog hebben er werkzaamheden in de grond plaatsgevonden (graven, boren, ploegen, enzovoort). Deze 'geroerde' gebieden zijn niet langer verdacht. Deze werkzaamheden zijn niet verwerkt in de het historisch vooronderzoek (risicokaart). Volgens de risico-kaart CE (Conventionele Explosieven) ligt het bouwblok nagenoeg geheel in een gebied dat verdacht is voor afwerpmunitie. Hierdoor is de bodemlaag tussen 0,3 m-mv en 5,0 m-mv verdacht. Het handmatig begraven van dieren vindt plaats in de bodemlaag dieper dan 0,3 meter minus maaiveld, waardoor deze activiteiten niet zonder meer plaats kunnen vinden. De begraafplaats komt deels te liggen ter plaatse van een voormalige varkensschuur. Betreffende schuur was voorzien van een gierkelder. Vanwege sloop en grondverzet is hier de eerste meter (en lokaal dieper) niet meer verdacht. Door initiatiefnemer is gemeld dat na de tweede wereldoorlog op het deel waar de huisdieren begraven worden (en ook elders op het erf) grondroerende activiteiten hebben 40

Bockhorstweg 8 te Spankeren

plaatsgevonden. Bovenstaande wordt bevestigd en gespecificeerd door de zintuiglijke waarnemingen gedaan tijdens het boorwerk van de regioarcheoloog d.d. 13 december 2019, waarbij is geconcludeerd dat de bodem ter plaatse van de toekomstige begraafplaats tot 1,3 meter minus maaiveld geroerd is. Het staat vast dat bij de grondroerende werkzaamheden in het verleden geen explosieven in de bodem zijn aangetroffen. Omdat de graven van de dieren niet dieper zullen zijn dan 1,3 meter beneden het maaiveld, kan met zekerheid worden gesteld dat het risico om alsnog een niet-gesprongen-explosief (nge) aan te treffen verwwaarloosbaar klein is. Conclusie Gelet op de ervaringen van de initiatiefnemer, het historische agrarische gebruik en de voormalige bebouwing ter hoogte van de te realiseren dierenbegraafplaats kan worden aangenomen dat de kans op het alsnog aantreffen van explosieven verwaarloosbaar klein is. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van nge's in de bodem is daarom niet nodig.

Toelichting

41

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid Bij de uitvoering van een voornemen kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Bij de eerste gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Bij het tweede gaat het erom hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen. 5.1

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een initiatief dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het voornemen. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13,tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. De realisatie van de dierenbegraafplaats, inclusief de kosten die samenhangen met de procedures, komen voor rekening van initiatiefnemer. De kosten voor het volgen van de procedure zullen via de gemeentelijke legesverordening aan initiatiefnemer worden doorberekend. Voor de gemeente zijn er verder geen kosten verbonden met de uitvoering van dit plan. Hiermee kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=83c7d4bd-84d7-4778-8b5c-cc0fdaa3943c