Regels Bp Velp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o.
Tekst van het document
Als indicatie van de grens van de beschikbare parkeercapaciteit wordt in de verkeerskunde een bezettingspercentage van 85% gehanteerd. Ofwel: 85% van de beschikbare parkeercapaciteit mag bezet zijn. De overige 15% is nodig voor het opvangen van “zoekverkeer” en groei van het autobezit. De maximale parkeerbezetting is richtinggevend voor de maximaal aanwezige beschikbare parkeerplaatsen voor het kunnen toewijzen als afwijking van de parkeerplaatsverplichting op bijbehorend terrein. Ook hierbij spelen loopafstanden een rol (zie tabel hieronder). Wanneer een ingrijpende maatregel (bijvoorbeeld grootschalige nieuwbouw) plaatsvindt, kan niet altijd worden volstaan met tellingen. Dit omdat in de huidige situatie geparkeerd wordt door bewoners of gebruikers van de sloopbouw. Daarbij zijn (recente) tellingen niet altijd voorhanden. Voor nieuwbouwplannen worden in principe vanuit de gemeente geen tellingen verricht in verband met de bijkomende kosten. Voor de bestaande situatie bij deze grootschalige nieuwbouw worden daarom tellingen uitgevoerd en voor de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt de parkeervraag bepaald door middel van de normen in deze bijlage. b.
Centrale parkeervoorziening Burgemeester en wethouders onderzoeken de mogelijkheden van het toerekenen van de parkeerplaatsverplichting van de nieuwe functie(s) aan een toekomstige openbare parkeergarage of parkeerterrein, die in de nabije omgeving wordt gerealiseerd. c. Aanleg nieuwe parkeerplaatsen Burgemeester en wethouders onderzoeken de mogelijkheden van het aanleggen van nieuwe parkeerplaatsen op loopafstand van de ontwikkellocatie op kosten van de aanvrager. Wat een acceptabele loopafstand is, wordt beoordeeld bij de aanvraag omgevingsvergunning en is afhankelijk van de functie, het specifieke gebied waar het bouwplan gerealiseerd wordt en een aantal ruimtelijke aspecten aan een looproute zoals sociale veiligheid en aantrekkelijkheid. De richtlijnen van het CROW voor acceptabele loopafstanden worden de mogelijkheden onder a tot en met c als uitgangspunt gebruikt. Daarbij wordt uitgegaan van een gemiddelde loopsnelheid van 5 kilometer per uur. Deze zijn weergegeven de volgende tabel.
7
Hoofdfunctie
Acceptabele loopafstanden
Wonen
100 meter
(1,0 tot 1,5 minuten)
Winkelen supermarkt
100 meter
(1,0 tot 1,5 minuten)
Winkelen funshoppen
200 – 600 meter
(2,5 tot 7,5 minuten)
Werken
200 – 800 meter
(2,5 tot 9,5 minuten)
Ontspanning
100 meter
(1,0 tot 1,5 minuten)
Gezondheidszorg
100 meter
(1,0 tot 1,5 minuten)
Onderwijs
100 meter
(1,0 tot 1,5 minuten)
Wanneer de burgemeester en wethouders de mogelijkheid zien om parkeerplaatsen in de openbare ruimte op acceptabele loopafstand te realiseren gelden voor de aanleg van deze nieuwe parkeerplaatsen in de openbare ruimte de volgende ontwerpeisen: • bij haaks parkeren: een verhard vak van ten minste 5,00 m bij 2,50 m; • bij langs parkeren: een verhard vak van ten minste 5,50 m bij 2,00 m; • bij een voor gehandicapte gereserveerde plaats bij haaks parkeren: een verhard vak van ten minst 5,00 m bij 3,50 m; • voor maatvoeringen van grootschalige parkeergarages en parkeerterreinen toetsen burgemeester en wethouders aan de publicatie ontwerpwijzer gebouwde parkeervoorzieningen (CROW publicatie 293 ontwerpwijzer parkeergarages, ASVV2012).
4.3 Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders maken gebruik van hun afwijkingsbevoegdheid indien volgens de onder stap 4 beschreven wijze de benodigde parkeerplaatsen in het openbare gebied kunnen worden aangelegd. 4.4
Hardheidsclausule
Burgemeester en wethouders kunnen, wanneer geen fysieke mogelijkheden aanwezig zijn om de parkeereis op bijbehorend terrein te realiseren of op acceptabele loopafstand in de openbare ruimte op te vangen of te realiseren conform de gestelde ontwerpeisen, de ontwikkeling toetsen aan de hardheidsclausule om mee te kunnen werken aan de voorgenomen ontwikkeling. Stap 5: eindafweging Het verlenen van medewerking zonder dat aan de parkeerbehoefte wordt voldaan en zonder vervangende parkeerruimte, is voorbehouden voor zeer bijzondere omstandigheden. Van deze bevoegdheid wordt slechts gebruik gemaakt indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.
8
B
Fietsen
1
Parkeernormen per functie
1.1 Bepalen parkeerbehoefte Burgemeester en wethouders bepalen de behoefte volgens onderstaande tabel. Functie
Eenheid
Norm
Winkels en dienstverlenende bedrijven -
streekverzorgende winkel (centra)
100 m² bvo
2,7
-
dorp-, wijk-, buurtverzorgende
100 m² bvo
2,9
winkel(centra) Kantoren -
zonder baliefunctie
100 m² bvo
1,2
-
met baliefunctie
100 m² bvo
5,0
Onderwijsinstellingen -
basisschool
10 leerlingen
5,4
-
voortgezet onderwijs
100 m² bvo
14,4
-
hoger onderwijs
100 m² bvo
12,9
100 m² bvo
2,5
Sportcomplexen -
sporthal
-
sportveld met tribune
100 bezoekerscapaciteit
30 30
-
sportveld
wedstrijdveld
-
zwembad
100 m² bassin
20
theater
100 zitplaatsen
18
-
concertzaal
100 zitplaatsen
18
-
bioscoop
100 m² bvo
1,4
-
discotheek
100 (zit)plaatsen
18
Uitgaansgelegenheden -
Zorginstelling -
ziekenhuis
100 m² bvo
0,7
-
verpleeg-, verzorgingshuis
100 m² bvo
0,7
1.2
Afronding Het volgens deze fietsparkeernormen berekende benodigde aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond tot een hele parkeerplaats.
9
2
Aanvullende eisen
2.1 Maatvoering De maatvoering van een fietsparkeerplaats moet voldoende zijn om een fiets te parkeren/stallen. Ook voor het plaatsen van de fiets is voldoende (manoeuvreer)ruimte nodig. Omtrent voorzieningen voor het parkeren en stallen van fietsen is de publicatie 230 ‘Ontwerpwijzer Fietsverkeer’ van het CROW (2006) van toepassing. 2.2 Ligging fietsparkeervoorzieningen De fietsparkeervoorzieningen moeten aantrekkelijk zijn gelegen. Bij solitaire bestemmingen waar men kort hoeft te zijn zoals bijvoorbeeld een supermarkt of een bank moet de afstand tussen parkeerplaats en bestemming een beperkt aantal meters zijn. Als de verblijftijd langer is (bijvoorbeeld voor centrumbezoek – meerdere voorzieningen) dan worden langere loopafstanden eerder geaccepteerd. De fietsparkeervoorzieningen dienen in dat geval geconcentreerd op de (drukst bereden) aanrijroutes te worden gerealiseerd.
C
Slotbepaling
Daar waar deze bijlage niet in voorziet, is de ASVV 2012 of publicatie 317 van het CROW (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) van toepassing, dan wel een latere uitgave. Hierbij dient als basis de stedelijkheidsgraad ‘matig stedelijk’ te worden aangehouden en dient uitgegaan te worden van de ‘gemiddelde parkeerkencijfers’ voor de stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’ voor het totale grondgebied van de gemeente Rheden.
10