Regels Bp Velp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o.
Tekst van het document
Bestemmingsplan Velp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o.
2 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Regels
3 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
4 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
1.1
plan het bestemmingsplan Bestemmingsplan Velp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. van de gemeente Rheden;
1.2
bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0275.BPVZ25O-ON01 met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;
1.3
aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4
aanduidingsgrens de grens van de aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5
aanduidingsvlak een vlak, door aanduidingsgrenzen van andere vlakken gescheiden;
1.6
achtergevel de gevel van een gebouw, die is gesitueerd tegenover de voorgevel van het betreffende gebouw;
1.7
bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde;
1.8
bed and breakfast het tegen betaling bieden van kortstondig toeristisch verblijf en ontbijt aan huis;
1.9
bedrijf een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen, en waarbij de bijbehorende kantoorfunctie niet meer dan 30% van het bedrijfsvloeroppervlak in beslag neemt;
1.10
bedrijfsvloeroppervlak de gezamenlijke vloeroppervlakte van verkoopruimten, magazijnen, bergingen, kantoren en verblijfsruimten en de overige voor de bedrijfsvoering benodigde vloeroppervlakte. Dit wordt gemeten in het pand, op de vloer van de ruimten die (kunnen) worden gebruikt voor bedrijfsmatige activiteiten; 5
Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
1.11
bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw op een terrein kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;
1.12
beroep aan huis een juridisch, administratief, verzorgend, ontwerptechnisch, kunstzinnig, therapeutisch of (para)medisch beroep, alternatieve geneeswijzen daaronder begrepen, of daarmee gelijk te stellen activiteiten die in een woning dan wel (vrijstaand) bijgebouw worden uitgeoefend, inclusief ondergeschikte detailhandel;
1.13
bestaand zoals legaal aanwezig ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan;
1.14
bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;
1.15
bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.16
bijgebouw uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; functionele ondergeschiktheid is niet vereist;
1.17
bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
1.18
bouwgrens de grens van een bouwvlak;
1.19
bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd;
1.20
bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.21
bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel;
1.22
bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
1.23
bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen metaal of ander materiaal die (in)direct met de grond is verbonden hetzij (in)direct steun vindt in of op de grond en bedoeld is om ter plaatse te functioneren;
6 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
1.24
bovenbouw een gedeelte van een hoofdgebouw dat moet passen binnen de contour die ontstaat door: a. een verticale verlenging van twee zijden van het op de verbeelding aangegeven bouwvlak met 1,20 meter, gerekend vanaf de bovenkant van de onderliggende bouwlaag, gevolgd door een schuin vlak met een binnenhoek van 60 graden, en b. een verticale verlenging van de overige zijden; en welke contour slechts mag worden doorbroken door dakkapellen. (Binnen deze contour kunnen zich mogelijk één of meer bouwlagen bevinden die niet worden meegeteld bij het aantal bouwlagen bedoeld in de artikelen in hoofdstuk 2 van deze regels);
1.25
deskundig archeoloog de door burgemeester en wethouders aangewezen regioarcheoloog, bedrijven die onder het overgangsrecht tot 1 juli 2017 een vergunning hebben alsmede bedrijven die zijn gecertificeerd overeenkomstig de bepalingen van de Erfgoedwet;
1.26
diepwortelende beplanting beplanting met een wortelstelsel dat meer dan 0,5 m onder het maaiveld reikt of dat naar verwachting in de toekomst zal doen;
1.27
evenement een publieke activiteit met een tijdelijk, plaatsgebonden en van het reguliere gebruik afwijkend karakter, plaatsvindend in de open lucht of in tijdelijke onderkomens en in het algemeen bedoeld ter ontspanning en/of vermaak, waaronder begrepen commerciële, culturele, religieuze en/of sportieve, of daarmee gelijk te stellen activiteiten zoals markten, braderieën, beurzen, kermissen, festiviteiten, wedstrijden, bijeenkomsten en festival;
1.28
gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.29
gestapelde woning Een woning, onderdeel uitmakende van een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en uit twee of meer bouwlagen bestaat, of waarbij (een deel van) de eerste bouwlaag van het gebouw voor andere met de betreffende bestemming in overeenstemming zijnde doeleinden wordt gebruikt.
1.30
grondgebonden woning Een met de grond verbonden woning bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, daaronder begrepen beroep aan huis, met een zelfstandige ontsluiting op de begane grond en niet zijnde een gestapelde woning.
1.31
hoofdgebouw een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
7 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
1.32
huishouden een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren waarbij sprake is van continuïteit is in samenstelling en onderlinge verbondenheid;
1.33
kamerverhuur het geheel of gedeeltelijk verhuren van een woning of woongebouw -niet zijnde een ruimte in een vrijstaand bijgebouw- via kameruitgifte, waarbij kamers geen zelfstandige woonruimte vormen door het ontbreken in deze kamers van de al dan niet gedeeltelijke combinatie van een kookgelegenheid, een wasgelegenheid (sanitair en/of witgoedvoorzieningen) en een toilet, en waarbij geen sprake is van voorzieningen voor verzorging en begeleiding;
1.34
kap een geheel of gedeeltelijke niet horizontale dakconstructie gevormd door ten minste twee schuin hellende dakschilden;
1.35
maaiveld de bovenkant van het aansluitende afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden;
1.36
maximum aantal wooneenheden op de verbeelding weergegeven aanduiding welke bepalend is voor het maximum toegestane aantal woningen;
1.37
nadere eis een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder d van de Wet ruimtelijke ordening;
1.38
natuurwaarde de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur, zoals geologische, geomorfologische, bodemkundige en/of biologische elementen;
1.39
nutsvoorziening een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en electriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten;
1.40
onderbouw een gedeelte van een gebouw dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 meter boven maaiveld is gelegen (en waarbinnen zich één of meer bouwlagen kunnen bevinden die niet worden meegeteld bij het aantal bouwlagen zoals bedoeld in de artikelen in hoofdstuk 2 van deze regels);
1.41
ondergeschikte dakkapel dakkapel welke door zijn maatvoering als ondergeschikt deel van een gebouw kan worden aangemerkt, zijnde een dakkapel welke niet breder is dan 50% van de breedte van het betreffende gebouw tot een maximale breedte van 3 m, en met een fronthoogte van niet meer dan 1,75 m gemeten vanaf de voet dakkapel tot aan het hoogste punt van de dakkapel;
8 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
1.42
ondergeschikte detailhandel detailhandel die voortvloeit uit een andere ter plaatse toegelaten bedrijfs- of beroepsactiviteit en daarmee een directe relatie heeft bijvoorbeeld omdat de producten ter plaatse worden vervaardigd of gebruikt, waarbij de detailhandel in ruimtelijk, functioneel en inkomensverwervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de bedrijfs- of beroepsactiviteit die qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als zodanig herkenbaar blijft;
1.43
oorspronkelijke achtergevel van een hoofdgebouw de achtergevel van het hoofdgebouw zoals deze ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd met uitzondering van in bouwkundige zin van het hoofdgebouw te onderscheiden aangebouwde bouwwerken waarin slechts ondergeschikte functies plaatsvinden;
1.44
opslag het opbergen van goederen - inclusief (vloei)stoffen en materialen - met de bedoeling en op een dergelijke wijze, dat men later weer over de goederen kan beschikken;
1.45
overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand;
1.46
overige bouwwerken bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
1.47
peil Hieronder wordt verstaan: 1. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de straat grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.
1.48
professioneel vuurwerk vuurwerk, niet zijnde consumentenvuurwerk;
1.49
seksinrichting een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een hiervoor bedoelde inrichting worden in elk geval verstaan: een bordeel, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en erotische massagesalon, al of niet in combinatie met elkaar;
1.50
speelveld een openbaar terrein zoals een trapveld, basketbalterrein of skatevoorziening dan wel een terrein van vergelijkbare omvang waarop diverse speelvoorzieningen aanwezig zijn;
9 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
1.51
standplaats het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van goederen en diensten, gebruikmakend van fysieke middelen zoals een kraam, een wagen of een tafel;
1.52
straatmeubiliair hieronder wordt mede verstaan: (ondergrondse) inzamelbakken voor huishoudafval, papier, glas-, kleding en andere afvalbakken, toegangsconstructies voor ondergronde voorzieningen, werken van beeldende kunst, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, alsmede abri's en kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen;
1.53
tuin deel van een perceel dat vanwege zijn stedenbouwkundige, cultuurhistorische dan wel landschappelijke waarde(n) vrij van gebouwen en overkappingen dient te blijven en dat als zodanig geen deel uitmaakt van het erf bij een woning;
1.54
voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel;
1.55
wijziging een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening.
1.56
woning een complex van ruimten bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, alsmede in combinatie daarmee de verhuur van kamers aan maximaal twee personen welke niet tot het huishouden behoren en welke geen duurzame huishouding voeren, en niet zijnde een woonwagen;
1.57
woonwagen een voor de huisvesting van personen bestemde woonruimte die is geplaatst op een woonwagenstandplaats en die in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst;
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
2.2
het bebouwingspercentage de in procenten uitgedrukte verhouding van de oppervlakte van de bebouwing in een bouwvlak dan wel aanduidingsvlak tot de oppervlakte van dat bouwvlak dan wel aanduidingsvlak, per bouwperceel;
10 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
2.3
het verlengde van de voorgevel van een gebouw de evenwijdig aan de voorgevel doorgetrokken lijn van de feitelijke voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrens van het perceel waarop het gebouw is geplaatst.
2.4
de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.5
de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
2.6
de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.7
de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
11 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
12 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3
3.1
Groen
Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, hemelwaterinfiltratievoorzieningen en rioleringswerken alsmede in ondergeschikte mate voor verkeersdoeleinden; b. doorsnijdende fiets- en voetpaden, hondenuitlaatplaatsen; c.
watergangen en waterpartijen;
d. doorsnijdende wegen ter ontsluiting van de direct aanliggende percelen; e. bruggen en andere civieltechnische werken; f.
3.2
straatmeubilair en andere bijbehorende voorzieningen.
Bouwregels Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend overige bouwwerken worden gebouwd.
3.2.1
Overige bouwwerken Voor overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen; b. In overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 6 m bedragen. c.
Afwijkingen in afmetingen zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen gehandhaafd worden.
3.3
Specifieke gebruiksregels Een bestemmingsvlak mag beperkt worden ingericht voor verkeersdoeleinden en wel tot niet meer dan 1 m gemeten vanaf de bestemmingsgrens van de bestemming 'Groen'.
3.4
Afwijken van de gebruiksregels a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.3 ten behoeve van een verdergaande inrichting voor verkeersdoeleinden. b. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: 13
Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
1. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de stedenbouwkundige karakteristiek van het straatbeeld; 2. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de cultuurhistorische karakteristiek van het straatbeeld; 3. geen onevenredige aantasting plaats vindt ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel 4
4.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en parkeervoorzieningen bij de bijbehorende woningen. b. De gronden zijn tevens bestemd voor waterhuishoudkundige voorzieningen, hemelwaterinfiltratievoorzieningen en rioleringswerken, watergangen en waterpartijen, straatmeubilair en andere bijbehorende voorzieningen, alsmede voor de ontsluiting van direct aangrenzende percelen.
4.2
Bouwregels Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend overige bouwwerken worden gebouwd evenwel met uitzondering van overkappingen.
4.2.1
Overige bouwwerken Voor overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen. b. De bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen voor zover gesitueerd op hoekpercelen welke grenzen aan openbaar groen dan wel aan de openbare weg mag niet meer dan 2 m bedragen indien deze zijn geplaatst achter de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan. c.
De bouwhoogte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1,50 m bedragen en de breedte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1 m bedragen.
d. In overige gevallen mag de bouwhoogte van overige bouwwerken niet meer dan 6 m bedragen.
14 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Artikel 5
5.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. wegen met de daarbij behorende technische voorzieningen, bouwwerken en gebouwen; 2. (on)gelijkvloerse kruisingen; 3. geluidwerende voorzieningen; 4. passages ten behoeve van faunaverkeer (ecoducten en dergelijke). b. De gronden zijn tevens bestemd voor groen- en parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, hemelwater-infiltratievoorzieningen en rioleringswerken, straatmeubilair en andere bijbehorende voorzieningen.
5.2
Bouwregels a. Op de in lid 5.1 bedoelde gronden zijn toegestaan bouwwerken geen gebouw zijnde tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter met dien verstande dat 1. voor vrijstaande reclame uitingen de bouwhoogte maximaal 3,5 meter bedraagt; 2. voor erf- en perceelafscheidingen de bouwhoogte maximaal 2,5 meter bedraagt.
Artikel 6
6.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
a. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. grondgebonden woningen; 2. een beroep aan huis als genoemd in artikel 1.12 beroep aan huis of een bedrijfsactiviteit genoemd in Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis. b. De gronden zijn tevens bestemd voor parkeer- en groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, hemelwaterinfiltratievoorzieningen en rioleringswerken, watergangen en waterpartijen, straatmeubilair en andere bijbehorende voorzieningen, alsmede voor de ontsluiting van direct aangrenzende percelen.
15 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
6.2
Bouwregels Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen gebouwen en overige bouwwerken worden gebouwd.
6.2.1
Hoofdgebouwen Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. Een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd. b. Het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer dan 1 bedragen, dan wel het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. c.
De bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen.
d. In afwijking van het bepaalde onder c mag de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' niet meer bedragen dan de aangegeven bouwhoogte. e. Een hoofdgebouw mag bestaan uit: 1. een onderbouw; 2. niet meer dan 2 bouwlagen, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bouwlagen' een ander maximum is aangegeven; 3. een bovenbouw. 6.2.2
Bijgebouwen en overkappingen Voor bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. Bijgebouwen en overkappingen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd. b. De gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak mag per bouwperceel niet meer dan 75 m2 bedragen. c.
Het bebouwingspercentage van de bijgebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak mag per bouwperceel niet meer dan 40 bedragen.
d. De goothoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 3,50 m bedragen. e. De bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 5 m bedragen. f.
De bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 3,50 m bedragen.
g. Afwijkingen in percentages, maten en afmetingen zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen: 1. voor zover het betreft grotere percentages en oppervlaktes gehandhaafd worden waarbij tevens geldt dat het bestaande percentage/de bestaande oppervlakte geldt als maximale maat; 2. voor zover het betreft overige gevallen, gehandhaafd worden.
6.2.3
Overige bouwwerken Voor overige bouwwerken - niet zijnde overkappingen - gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 m
16 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
bedragen. b. De bouwhoogte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1,50 m bedragen en de breedte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1 m bedragen. c.
In overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 6 m bedragen.
d. Afwijkingen in afmetingen en situering zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen gehandhaafd worden.
6.3
Afwijken van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 1. lid 6.2.1 onder c en d ten behoeve van een vermeerdering dan wel een vermindering van de aangegeven hoogtemaatvoering met niet meer dan 5%; 2. 6.2.2 onder e ten behoeve van een vermeerdering van de bouwhoogte tot 6 m. b. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: 1. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de stedenbouwkundige karakteristiek van het straat- en bebouwingsbeeld; 2. geen onevenredige aantasting plaats vindt ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 3. de vermeerdering dan wel vermindering bijdraagt aan een substantiële verbetering van de architectonische dan wel technische situatie dan wel aan de ruimtelijke aansluiting op de belendende percelen.
6.4
Specifieke gebruiksregels a. Gebruik van ruimten binnen de woning dan wel een (vrijstaand) bijgebouw ten behoeve van de uitoefening van een beroep aan huis of een bedrijfsactiviteit als genoemd in Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis is toegestaan mits: 1. de activiteit wordt uitgeoefend door in ieder geval de bewoner van de woning, en naast de bewoner is tegelijkertijd niet meer dan 1 persoon werkzaam; 2. de ruimte(n) waar de activiteiten plaatsvinden niet groter is dan 50 m², gemeten vanaf de binnenzijde van (scheidings)muren; 3. buiten de ruimte als bedoeld onder 2 geen opslag plaatsvindt en geen beroeps- of bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend, met uitzondering van activiteiten die verband houden met het uitoefenen van een bed and breakfast of van gastouderschap; 4. de uiterlijke verschijningsvorm van de woning behouden wordt, waarbij reclame uitingen zich beperken tot een onverlichte oppervlakte van niet meer dan 0,50 m2 en deze bij grondgebonden woningen niet hoger worden aangebracht dan tot 1,5 m boven maaiveld; 5. het gebruik geen nadelige gevolgen voor het woon- en leefmilieu heeft; 17
Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
6. ten behoeve van de activiteit wordt voldaan aan het gestelde in artikel 10.2 Parkeren ; 7. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer. b. Behoudens het gestelde onder a, is het verboden bijgebouwen, gelegen buiten het bouwvlak, anders te gebruiken dan ten dienste van het hoofdgebouw. c.
Woningen mogen uitsluitend in gebruik genomen worden indien op de gronden met de bestemming Wonen voorzien is in de aanleg van een waterberging zoals beschreven in Bijlage 4 Geohydrologisch onderzoek. De waterberging dient duurzaam in stand gehouden te worden.
6.5
Afwijken van de gebruiksregels a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 1. lid 6.1 onder a sub 2 en een beroep aan huis toestaan dat naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met de beroepen aan huis zoals genoemd in artikel 1.12 beroep aan huis waarbij het gestelde in lid 6.4 onder a sub 1 tot en met 7 van overeenkomstige toepassing is; 2. lid 6.1 onder a sub 2 en bedrijfsactiviteiten toestaan die niet zijn genoemd in Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis en die naar aard en invloed vergelijkbaar zijn met bedrijfsactiviteiten die wel in die lijst zijn opgenomen, waarbij het gestelde in lid 6.4 onder a sub 1 tot en met 7 van overeenkomstige toepassing is; 3. lid 6.4 onder c. indien realisatie van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is. b. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. de sociale veiligheid; 6. de externe veiligheid.
18 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Artikel 7
7.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde.
7.2
Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Behoudens het onder c bepaalde dient, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 250 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundig archeoloog; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. c.
Het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Het onder b bepaalde is van overeenkomstige toepassing.
7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Ter plaatse van de aangewezen gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende vergunning de volgende werken en werkzaamheden groter dan 250 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, uit te (laten) voeren: 1. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden;
19 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
2. het ophogen van de gronden met meer dan 100 cm (waarbij het in de aanhef genoemde dieper graven dan 30 cm niet geldt), tenzij die werkzaamheden voortvloeien uit een verleende omgevingsvergunning; 3. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van sleufdrainage, ontginnen, frezen en aanbrengen van heipalen; 4. het aanbrengen van diepwortelende beplanting alsmede het verwijderen van stobben; 5. het graven, verdiepen of verbreden van greppels, sloten, vijvers, beken en andere watergangen; 6. het verlagen van het grondwaterpeil of het veranderen van de samenstelling van het grondwater; 7. het aanbrengen of vervangen van riolering en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen dan de daarmee verband houdende constructies; 8. alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden van het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik; 9. het slopen van ondergrondse gebouwen of een gedeelte daarvan; 10. het afdekken en/of overbouwen van archeologische vindplaatsen. b. Het onder a opgenomen verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: 1. welke op het tijdstip waarop het plan van kracht is, in uitvoering zijn, of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; 2.
waarvoor op grond van meer specifieke regelgeving vergunning of afwijking noodzakelijk is; 3. die van geringe omvang zijn dan wel het normale onderhoud betreffen. c.
De vergunning wordt niet verleend: 1. indien werken of werkzaamheden geen verband houden met het toegestane gebruik in de gegeven bestemming; 2. indien hierdoor, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarden van de gronden onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 3. dan nadat een advies is ontvangen van een deskundig archeoloog of een deskundig bureau over het door de aanvrager aan burgemeester en wethouders over te leggen rapport, waarin de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld.
d. In afwijking van het bepaalde in c kan de vergunning om zwaarwichtige redenen, voor een deel van de werken of werkzaamheden, alsnog worden verleend onder de voorwaarde dat voorafgaande aan de uitvoering van de vergunning adequaat archeologisch onderzoek plaatsvindt.
20 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 8
Anti-dubbelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 9
9.1
Algemene bouwregels
Algemene regels a. Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen bouwvlakken, tenzij in deze regels anders is bepaald. b. Bij het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen een bouwvlak worden buiten beschouwing gelaten: 1. ondergeschikte bouwdelen als funderingen, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, dakoverstekken, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en goten mits het bouwvlak met niet meer dan 0,5 meter wordt overschreden; 2. erkers, luifels, balkons en brandtrappen voor zover zij ondergeschikt zijn aan de gevel van het hoofdgebouw, mits het bouwvlak met niet meer dan 1,5 meter wordt overschreden; 3. entreepartijen op de begane grond, voor zover zij ondergeschikt zijn aan de gevel van het hoofdgebouw mits het bouwvlak met niet meer dan 1,5 meter wordt overschreden; c.
Een bouwvlak mag volledig worden bebouwd tenzij daaraan een maximum is gesteld in de vorm van een aantal vierkante meters aan gebouwen;
d. Bij het bepaalde ten aanzien van de bouwhoogte worden buiten beschouwing gelaten: liftschachten, trappenhuizen, balustrades, balkonhekken en opbouwen voor technische installaties.
9.2
Ondergronds bouwen a. Binnen de bestemmingen als gegeven in Hoofdstuk 2 is het ondergronds bouwen toegestaan voor: 1. ruimten die een functionele eenheid vormen met en/of dienstbaar zijn aan de toegestane functies;
21 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
2. voorzieningen voor het ter plaatse bergen of infiltreren van hemelwater en/of huishoudelijk afvalwater, voor zover geen negatieve gevolgen optreden voor het grondwatersysteem. b. Constructies ten behoeve van de ontsluiting van de ondergrondse ruimte zijn slechts toegestaan binnen het betreffende bouwperceel. c.
Ondergronds gerealiseerde of te realiseren bouwwerken blijven bij de berekening van het toegestane bebouwde oppervlakte en het toegestane bebouwingspercentage buiten beschouwing, tenzij hierover in deze regels expliciet anders is bepaald.
d. Binnen de bestemmingen als gegeven in Hoofdstuk 2 mogen ondergrondse bouwwerken worden gebouwd met een diepte van maximaal 4 meter respectievelijk 6 meter voor rioleringswerken.
Artikel 10
10.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik a. Als strijdig met de bestemming of het plan wordt in ieder geval aangemerkt het (doen of laten) gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van: 1. het opslaan, lozen of storten, al dan niet ten verkoop, van onbruikbare dan wel aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, materialen, stoffen, voer- of vaartuigen of machines; 2. het (doen of laten) gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting; 3. het gebruiken of laten gebruiken ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties dan wel als markt of standplaats. b. Gebruik dat afwijkt van het bepaalde onder a sub 3 echter waarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning, ontheffing of vrijstelling is verleend, dan wel waarvoor een melding is gedaan, mag worden gehandhaafd. c.
Als strijdig met de bestemming of het bestemmingsplan wordt niet aangemerkt: 1. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties, indien en voor zover daardoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning, ontheffing of vrijstelling vereist is en deze is verleend, dan wel een melding is gedaan; 2. het aanleggen of het laten aanleggen van kabels en leidingen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en de datacommunicatie, met uitzondering van: buisleidingen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing is, tenzij deze in het bestemmingsplan als zodanig zijn bestemd;
22 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
hoogspanningsleidingen, tenzij deze in het bestemmingsplan als zodanig zijn bestemd.
10.2
Parkeren
10.2.1 Terreininrichting Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen in deze regels mogen de gronden uitsluitend worden gebruikt overeenkomstig de bestemming indien de betreffende bouwpercelen zodanig zijn ingericht dat voldoende ruimte aanwezig is om zowel het parkeren of stallen van auto's, vrachtauto's en fietsen als ook het eventuele laden en lossen van goederen op het bijbehorende terrein te kunnen afwikkelen. Indien ten behoeve van het stallen of parkeren van auto's in, op of onder een gebouw ruimte wordt aangebracht zoals hierboven is beschreven, moet worden voldaan aan het gestelde in Bijlage 2 Parkeernormen. 10.2.2 Parkeergelegenheid 1. De gronden mogen enkel worden gebruikt onder voorwaarde dat ten behoeve van het parkeren of stallen van (motor)voertuigen in, op of onder het gebouw dan wel op het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, in voldoende mate parkeergelegenheid aanwezig is, zoals neergelegd in de op 26 mei 2015 door de raad vastgestelde nota 'Nota parkeernormen Rheden 2015' zoals opgenomen in Bijlage 2 Parkeernormen . 2.
het bevoegd gezag kan slechts een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten bouwen en/of gebruiken van gronden en/of de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, indien bij aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals neergelegd in de 'Nota parkeernormen Rheden 2015'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de gewijzigde parkeernormen en rekenmethode. 3. De onder 1. bedoelde plaatsen voor het stallen van voertuigen moeten afmetingen hebben die afgestemd zijn op gangbare (motor)voertuigen, zoals neergelegd in de 'Nota parkeernormen Rheden 2015'. Indien deze parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de desbetreffende wijzigingen.
Artikel 11
11.1
Algemene aanduidingsregels
veiligheidszone - niet-gesprongen explosieven
11.1.1 Omschrijving aanduiding Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - niet-gesprongen explosieven' geldt dat die gronden, naast de andere aangewezen bestemmingen, tevens bestemd zijn voor de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in verband met de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven in de bodem.
23 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
11.1.2 Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden -in aanvulling op de hiervoor gestelde in de overige bestemmingsplanregels- de volgende regels: a. Behoudens het onder c bepaalde dient, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, de aanvrager een rapport in de vorm van een risicoanalyse te overleggen, waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in voldoende mate is vastgesteld. b. Het rapport als bedoeld onder a kan bestaan uit een onderzoek naar de naoorlogse (graaf)werkzaamheden op de locatie, waaruit blijkt welke grond na de oorlog zodanig geroerd is dat de kans op het alsnog aantreffen van explosieven verwaarloosbaar klein wordt. c.
Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de bescherming van het woonen leefklimaat niet in voldoende mate is vastgesteld, dient de aanvrager aan te geven op welke wijze de risico's teniet gedaan worden. Dit kan door het indienen van: 1. een Projectgebonden Risicoanalyse, indien nodig gevolgd door 2. detectieonderzoek, en indien nodig gevolgd door een 3. benadering.
d. Alle onder c genoemde onderzoeken moeten worden uitgevoerd conform de WSCS-OCE. e. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die mogen worden opgericht krachtens een reeds verleende vergunning. 11.1.3 Specifieke gebruiksregels In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor op de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 11.1.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden op ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone niet-gesprongen explosieven' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werken en werkzaamheden uit te voeren waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm. b. Het verbod als bedoeld onder a is niet van toepassing indien een rapport in de vorm van een (beperkte) risicoanalyse is overgelegd, waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in voldoende mate is vastgesteld. c.
Het verbod als bedoeld onder b kan bestaan ujit informatie over de naoorlogse (graaf)werkzaamheden op de locatie, waaruit blijkt welke grond na de oorlog zodanig geroerd is dat de kans op het alsnog aantreffen van explosieven verwaarloosbaar klein wordt. Deze informatie hoeft niet te zijn verkregen van een gespecialiseerd bedrijf.
24 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
d. Het verbod als bedoeld onder a is tevens niet van toepassing op de volgende werken en/of werkzaamheden: 1. werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; 2. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. e. Ingevolge het bovenstaande is een omgevingsvergunning als bedoeld onder a vereist, indien: 1. geen rapport als bedoeld onder b is overgelegd of 2. uit het onder b genoemde rapport blijkt dat de bescherming van het woon- en leefklimaat niet in voldoende mate is vastgesteld. f.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning dient de aanvrager aan te geven op welke wijze de risico's teniet gedaan worden. Dit kan door het indienen van: 1. een Projectgebonden Risicoanalyse, indien nodig gevolgd door 2. detectieonderzoek, en indien nodig gevolgd door een 3. benadering.
g. Alle onder f genoemde onderzoeken moeten worden uitgevoerd conform de WSCS-OCE.
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. Een bestemmingsgrens en toestaan dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geeft. b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat een bouwvlak wordt verschoven indien dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein, of in het belang is van een technisch of ruimtelijk dan wel cultuurhistorisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, met dien verstande dat de afwijking maximaal 1 meter mag bedragen; c.
de bestemmingsbepalingen en toestaan dat schotelantennes worden geplaatst, waarbij aan de zijde van het openbare gebied de afwijking slechts gegeven kan worden voor zover de antenne wordt geplaatst binnen het horizontale en verticale vlak van een balkon.
d. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a tot en met c kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 25 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
5. de sociale veiligheid; 6. de externe veiligheid.
Artikel 13
Algemene procedureregels
Voor een besluit tot het stellen van een nadere eis geldt de volgende voorbereidingsprocedure: a. Het voornemen ligt, met bijhorende stukken, gedurende twee weken ter inzage. b. De terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze. c.
De bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het naar voren brengen van zienswijzen gedurende de onder a genoemde termijn.
d. Burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.
26 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 14
14.1
Overgangsrecht
Bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet worden vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 5%. c.
Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
14.2
Gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c.
Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
27 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Artikel 15
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Velp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o.'. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van ……………
28 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Bijlagen
29 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
30 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Bijlage 1
Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis
31 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis Activiteit
Randvoorwaarde
Kantoor
Alleen op afspraak
Reparatie van computers en
Geen auto’s, motorfietsen, bromfietsen, caravans en boten
consumenten artikelen, inclusief ondergeschikte detailhandel Haar- en schoonheids-
Alleen op afspraak.
verzorging,
Een pedicure of manicure valt hieronder. Sauna’s, solaria enz. vallen hier niet
inclusief ondergeschikte
onder net zo min als een hondentrimsalon
detailhandel webwinkels
Alleen opslag en verzending. Een showroom, afgiftepunt en verkoop ter plekke is uitgesloten
Bieden van bed and breakfast Gastouder
Maximaal 6 kinderen. Voldaan moet worden aan de kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang. Op de aanmelding als gastouder moet positief zijn beslist
Autorijschool
Lesvoertuigen of aanhangwagens moeten op het bijbehorende terrein worden geparkeerd
Huiswerkbegeleiding Het geven van cursussen
Aangepast per 1 november 2014
Bijlage 2
Parkeernormen
33 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (concept)
Parkeernormen A
Auto’s
1
Parkeernormen per functie
1.1 Bepalen parkeerbehoefte Burgemeester en wethouders bepalen de behoefte volgens onderstaande tabellen. Hoofdfunctie Wonen
Eenheid
Norm
Aandeel bezoekers
Vrijstaande woning, 2 onder 1 kapwoning
woning
1,60
0,40
Eengezinswoning, rijwoning, appartement
woning
1,40
0,40
woning
0,90
Service appartement voor zorgbehoevende
woning
0,80
Studentenwoning
woning
0,25
Verzorgingshuis
woning
0,50
Verpleeginrichting
100 m² bvo
0,33
Gezinsvervangend tehuis
100 m² bvo
0,33
Hoofdfunctie Winkel
Eenheid
Norm
Streekverzorgende winkel(centra)
100 m² bvo
3,50
Dorp-, wijk-, buurtverzorgende winkel(centra)
100 m² bvo
2,50
Fullservice supermarkt
100 m² bvo
3,00
Discountsupermarkt
100 m² bvo
4,00
Eenheid
Norm
Studio (max. 1 slaapkamer), woning voor alleenstaande
Aandeel bezoekers
Hoofdfunctie Bedrijven
Aandeel bezoekers
Arbeidsintensief / bezoekers extensief
100 m² bvo
1,70
100 m² bvo
0,70
Garage servicestation
100 m² bvo
2,50
Showroom
100 m² bvo
1,20
100 m² bvo
2,80
100 m² bvo
1,90
Eenheid
Norm
(industrie, werkplaats etc.) Arbeidsextensief / bezoekers intensief (loods, opslagruimte etc.)
Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie) Kantoor zonder baliefunctie
Hoofdfunctie Horeca en (verblijfs)recreatie
Aandeel bezoekers
Restaurant
100 m² bvo
10,00
Cafe, cafetaria
100 m² bvo
5,00
Hotel, motel
kamer
1,10
Discotheek
100 m² bvo
1,90
1
Hoofdfunctie Maatschappelijke instellingen
Eenheid
Norm
Aandeel bezoekers
100 m² bvo
2,70
bed
1,50
zitplaats
0,20
Religiegebouw (alternatieve berekeningswijze)
100 m² bvo
10,00
Vereniging, clubgebouw
100 m² bvo
2,00
zitplaats
0,30
Museum, bibliotheek
100 m² bvo
0,70
Begraafplaats, crematorium
begrafenis,
30,00
Medische en maatschappelijke diensten (arts, groene kruis, apotheek, fysiotherapie, schoonheidssalon, tandarts etc.) Ziekenhuis Religiegebouw
Bioscoop, schouwburg, concertzaal, theater
crematie
Hoofdfunctie Onderwijs
Eenheid
Norm
Aandeel bezoekers
Dagverblijf, creche, sociale werkplaats
Maximaal
0,70
gelijktijdig aanwezig personeel (excl. kiss and ride) basisonderwijs
leslokaal
0,80
Voortgezet onderwijs
leslokaal
0,80
MBO, hoger onderwijs
leslokaal
6,00 + 20 per collegezaal
Avondonderwijs
student
0,80
Hoofdfunctie Recreatie
Eenheid
Norm
Aandeel bezoekers
Sporthal
100 m² bvo
2,50
Sportveld, exclusief kantine en kleedruimtes
hectare netto
20,00 +0,2
terrein
per zitplaats bij wedstrijdfunctie
Zwembad
100 m² bassin
10,00
Sportschool, -studio, dansstudio
100 m² bvo
3,00
Squashbaan
baan
1,50
Tennisbaan
baan
3,00
Manege
box
0,50
Volkstuin
perceel
0,30
Jachthaven
ligplaats
0,50
2
1.2 Afronding Het volgens deze tabellen berekende aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond op hele aantallen. 1.3 Toegankelijkheid aandeel bezoekers Het bezoekersgedeelte dat onderdeel uitmaakt van de parkeernorm dient openbaar toegankelijk te zijn.
2
Parkeerplaatsverplichting
2.1 Beoordeling parkeerplaatsverplichting Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, nadat het benodigde aantal parkeerplaatsen volgens de norm is bepaald, om de aanleg van een ander aantal parkeerplaatsen te verplichten. Daarbij wordt gelet op de mogelijkheid om: • parkeerplaatsen dubbel te gebruiken; • de wijze waarop bij woningen het gebruik van de parkeerplaatsen op het bijbehorende terrein in de praktijk zal plaatsvinden. 2.2 Tabel aanwezigheidspercentages Bij de berekening van de parkeerplaatsverplichting wordt bij het realiseren van meerdere (verschillende) functies gebruik gemaakt van onderstaande aanwezigheidspercentages. Functies
Woonruimte
Werkdag Werkdag Werkdag Koop-
Werkdag Zaterdag Zaterdag Zondag
ochtend
middag
nacht
50%
60%
100%
avond
avond
middag
avond
middag
90%
100%
60%
70%
70%
Seniorenwoning
80%
80%
100%
90%
100%
80%
80%
90%
Kantoor,
100%
100%
5%
10%
0%
5%
0%
0%
100%
100%
5%
75%
0%
5%
0%
0%
Detailhandel
30%
70%
20%
100%
0%
100%
0%
0%
Sociaal-culturele
10%
40%
100%
100%
5%
60%
90%
25%
Sportfuncties
30%
50%
100%
90%
0%
100%
90%
85%
Bioscoop,
5%
25%
90%
90%
0%
50%
100%
50%
100%
100%
30%
15%
0%
15%
5%
5%
Dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Avondonderwijs
0%
0%
100%
100%
0%
0%
0%
0%
Bibliotheek
30%
70%
100%
70%
0%
75%
0%
0%
Horeca, vermaak
30%
40%
90%
95%
5%
75%
100%
45
bedrijven Commerciële dienstverlening
voorzieningen
theater, podium Sociaal-medische voorzieningen
2.3 Reductiefactor parkeerplaatsen op bijbehorend terrein 2.3.1 De mate waarop het aanbod aan parkeerplaatsen op eigen terrein bij de hoofdfunctie ‘Wonen’ wordt bepaald is afhankelijk van de vraag of een garage, oprit of carport als volwaardige of gedeeltelijke parkeerplaats meetelt.
3
2.3.2 Burgemeester en wethouders gebruiken voor het bepalen van het aanbod op eigen terrein het berekeningsaantal behorende bij de privé parkeervoorziening zoals genoemd in onderstaande tabel. Parkeervoorziening
Theoretisch aantal
Berekeningsaantal
Enkele oprit zonder garage
1
0,8
Lange oprit zonder garage
2
1,0
Dubbele oprit zonder garage
2
1,7
Garage zonder oprit
1
0,4
Garagebox (niet bij woning)
1
0,5
Garage met enkele oprit
2
1,0
Garage met lange oprit
3
1,3
Garage met dubbele oprit
3
1,8
2.4 Maatvoering parkeervoorziening Een parkeervoorziening op bijbehorend terrein moet voldoen aan de volgende fysieke maatvoering: • een enkele oprit is minimaal 5 m lang en 3,5 m breed; • een lange oprit is minimaal 10 m lang en 3,5 m breed; • een dubbele oprit is minimaal 5,5 meter breed (en eveneens minimaal 5 m lang); • een garage is minimaal 5 m lang en 2,5 m breed (binnenwerks); • een dubbele garage is minimaal 5 m lang en 4,5 m breed (binnenwerks); • een zodanige situering dat het veilig in- en uitrijden is gewaarborgd; • voor maatvoeringen van parkeergarages en parkeerterreinen op het bijbehorende terrein toetst de gemeente aan de publicatie ontwerpwijzer gebouwde parkeervoorzieningen (CROW publicatie 293 ontwerpwijzer parkeergarages en ASVV2012); • bij haaks parkeren: een verhard vak van ten minste 5,00 m bij 2,50 m; • bij langs parkeren: een verhard vak van ten minste 5,50 m bij 2,00 m. 2.5 Afronding naar volledige parkeerplaatsen Bij de berekening van de parkeerverplichting wordt gebruikt gemaakt van de tabellen 2.1 en 2.2. Het volgens deze parkeernormen benodigde aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond op een hele parkeerplaats.
3
Aanvullende eisen
3.1 Bevoegdheid stellen aanvullende eisen Burgemeester en wethouders beoordelen, indien de functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten aanvullende behoefte anders dan in de parkeernormen beschreven, de onderstaande bruikbaarheidvereisten. 3.2 Aanvullende eis voor laden en lossen 3.2.1 Indien de functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde gedeelte dat bij dat gebouw behoort. 3.2.2 Op basis van rijcurves wordt de bruikbaarheid van de laad en los mogelijkheid getoetst. Voor maatvoeringen wordt getoetst aan het gestelde in de ASVV2012.
4
3.3 Aanvullende eis voor scholen, kinderdagverblijven en BSO locaties 3.3.1 Naast de eis dat in de parkeerruimte voor het personeel op het bijbehorende terrein wordt voorzien, wordt ook bepaald in hoeverre het nodig is voorzieningen op te nemen voor het met de auto halen en brengen van kinderen. De hiervoor te gebruiken kiss and ride stroken zijn bedoeld voor het onmiddellijk in en uit laten stappen van passagiers. Het is niet toegestaan daarop te parkeren. 3.3.2 Het aantal kiss and ride plaatsen wordt volgens de berekeningen in onderstaande tabellen bepaald. Benodigde aantal kiss and ride
Formule
plaatsen Basisschool aantal leerlingen x % leerlingen auto halen en brengen
- onderbouw (groep 1 tot met 3)
x reductiefactor parkeerduur x reductiefactor aantal kinderen
- bovenbouw (groep 4 tot en met 8)
aantal leerlingen x % leerlingen auto halen en brengen x reductiefactor parkeerduur x reductiefactor aantal kinderen
Kinderdagverblijf en Buitenschoolse
aantal leerlingen x % leerlingen auto halen en brengen
Opvang
x reductiefactor parkeerduur x reductiefactor aantal kinderen
Voor de input van de formule wordt gebruik gemaakt van de volgende tabel. Doelgroep
% halen en
Reductiefactor
Reductiefactor
brengen met de
parkeerduur
aantal kinderen per
auto
auto
Groep 1 t/m 3
30 – 60 %
0,50
0,75
Groep 4 t/m 8
5 – 40 %
0, 25
0,85
Kinderdagverblijf en BSO
50 – 80 %
0,25
0,75
3.4 Aanvullende eis gehandicapten parkeerplaatsen 3.4.1 De gehandicaptenparkeerplaatsen maken onderdeel uit van het aantal parkeerplaatsen behorend bij de parkeerplaatsverplichting en komen dus niet boven op de berekende verplichting. 3.4.2 Bij de realisatie van de gehandicaptenparkeerplaats dient deze parkeerplaats zo dicht mogelijk bij de ingang van het gebouw te liggen. De afstand bedraagt waar mogelijk minder dan 25 meter. 3.4.3 De voor gehandicapten gereserveerde plaats bij haaks parkeren heeft een verhard oppervlak van ten minste 3,50 bij 5,00 meter. 3.4.4 Bij openbare voorzieningen wordt er naar gestreefd om 2% van de openbare parkeerplaatsen in te richten als gehandicaptenparkeerplaats. 3.5 Aanvullende eis voor kleinschalig beroep/bedrijf aan huis 3.5.1 Voor het door de bewoner aan huis uitoefenen van een beroeps- of bedrijfsactiviteit als bedoeld in het bestemmingsplan, wordt geen parkeereis gesteld. 3.5.2 Voor een personeelslid dient het op het bijbehorende terrein 1 parkeerplaats gerealiseerd te worden. 3.5.3 Burgemeester en wethouders kunnen, wanneer op het bijbehorende terrein niet voorzien kan worden in de benodigde parkeervoorziening, bij omgevingsvergunning afwijken van het
5
bepaalde onder 3.5.2 voor het parkeren in het openbare gebied indien aangetoond wordt dat geen sprake is van een onevenredige toename van de parkeerdruk op de omgeving.
4
Uitvoering parkeerplaatsverplichting
4.1 Voldoen aan parkeernormen 4.4.1 In, op of onder een bouwwerk dan wel op of onder het bijbehorende terrein dient blijvend voorzien te zijn in voldoende parkeergelegenheid volgens de parkeernormen. 4.1.2 De aanvrager dient ten behoeve van de berekening aan te leveren uit welke functies en bijbehorende oppervlakten zijn plan is opgebouwd. 4.1.3 Bij nieuwbouwplannen en bij algehele functiewijziging wordt de parkeerplaatsverplichting berekend aan de hand van het gestelde onder de hoofdstukken 2 en 3. 4.1.4 Bij verbouwplannen, waaronder ook uitbreidingsplannen worden begrepen, en bij gedeeltelijke functiewijzigingen wordt bij de berekening van de parkeereis ervan uitgegaan dat de huidige parkeersituatie een feit is. Een reeds aanwezig tekort komt niet voor rekening van de initiatiefnemer. Indien op een locatie een uitbreiding plaatsvindt of een functie wordt toegevoegd, zal slechts voor die extra oppervlakte of die toegevoegde functie voorzien moeten worden in de parkeernorm. Uiteraard moeten opgeheven parkeerplaatsen wel gecompenseerd worden. 4.1.5 Wanneer het totale gebouw, inclusief de uitbreiding, als geheel voldoende parkeerplaatsen heeft, voldoet het (bouw)plan eveneens aan de parkeerplaatsverplichting conform deze bijlage.
4.2 Stappenplan bepalen parkeerplaatsverplichting 4.2.1 Burgemeester en wethouders bepalen de parkeerplaatsverplichting en de invulling van deze verplichting op basis van onderstaande vier stappen. Stap 1: bepalen parkeerbehoefte De parkeerbehoefte wordt bepaald volgens de tabellen in hoofdstuk 2. Stap 2: aantonen parkeren op bijbehorend terrein Een aanvraag omgevingsvergunning dient in beginsel op het bijbehorend terrein aan de parkeerplaatsverplichting te voldoen. Met het begrip “bijbehorend terrein” in deze bijlage wordt bedoeld: de ruimte voor parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, passend binnen het vigerende bestemmingsplan en de vigerende bestemming. Stap 3: controle parkeren op bijbehorend terrein door gemeente Burgemeester en wethouders controleren de bij de aanvraag ingediende parkeerbehoefteberekening, zowel op de juiste toepassing van de parkeernormen en aanwezigheidspercentages als op de afwijkingsgronden van parkeren op eigen terrein.
(Luidt de conclusie dat voldaan kan worden aan de parkeerplaatsverplichting, dan vormt het aspect parkeren geen belemmering voor de ontwikkeling.) Burgemeester en wethouder kunnen meewerken aan de ontwikkeling en toepassing geven aan hun afwijkingsbevoegdheid, indien uit hun controle blijkt dat: niet kan worden voldaan aan de parkeerplaatsverplichting en de aanvraag niet zodanig aanpasbaar is dat de parkeereis in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, kan worden gerealiseerd zonder dat dit het functioneren buitensporig belemmerd.
6
Stap 4: onderzoek realiseren parkeerbehoefte in de openbare ruimte Burgemeester en wethouders onderzoeken, al dan niet op verzoek van de aanvrager, indien het realiseren van parkeren op eigen terrein (deels) onmogelijk is, of het mogelijk is om in de openbare ruimte te zoeken naar een oplossing. Hierbij worden drie mogelijkheden onderzocht. a. Parkeermogelijkheden in de directe omgeving Wanneer is aangetoond dat er geen parkeermogelijkheden zijn op bijbehorend terrein, is parkeren op bestaande plaatsen (in de openbare ruimte) mogelijk een optie. Indien parkeercapaciteit in de openbare ruimte beschikbaar is, heeft dit gevolgen voor de inspanningsverplichting om alternatieven te zoeken. Wanneer op een andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien, door het toewijzen van parkeerplaatsen uit de openbare ruimte, dient onderzocht te worden in hoeverre er restcapaciteit van parkeergelegenheid in de openbare ruimte aanwezig is. Dit kan op twee manieren: 1. door middel van tellingen, of 2. door middel van een berekening van de theoretische parkeerbehoefte van andere functies in de directe omgeving. Tellingen worden op verschillende tijdstippen en verschillende dagen verricht, zodat onderscheid gemaakt kan worden in het parkeren door verschillende groepen. Het doel is de maximale bezettingsgraad te bepalen.