CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

Informatiebijeenkomst sessie 2 7 maart 2023, gemeente RhedenBij agendapunt: Ondersteuning van inwoners bij geheugenproblemen en dementie32.214 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De organisaties met een Roze Loper zetten zich in om iedereen, ongeacht gender of voorkeur, zo goed mogelijk te verzorgen en een veilig thuis te geven. Eenzaamheid Zoals eerder benoemd is de meest voorkomende reden voor inwoners met dementie om deel te nemen aan dagactiviteiten om inwoners te ontmoeten. De casemanagers zien ook bij hun cliënten dat activiteiten waarbij iemand 1 of 2 keer per week sociaal contact maakt met iemand veel waarde toevoegen. Dagbesteding kan volgens hen van hele grote waarde zijn in de bestrijding tegen eenzaamheid. Er is vaker een crisis mee voorkomen. Zij zien echter ook dat hun cliënten vooral de echte 1-op-1 contacten missen, gesprekken met iemand die hun geschiedenis kent. De behoefte aan individueel contact en aansluiting op iemands interesses is heel groot. Inwoners willen erkend worden, door bijvoorbeeld over hun beroep te praten. “In een groep kan je ook eenzaam zijn.”

Het is heel erg afhankelijk of een inwoner een groepsmens is of niet. Inwoners die zich nooit senang hebben gevoeld in groepen vallen erbuiten bij groepsactiviteiten. Dit is een belangrijk aandachtspunt om rekening mee te houden.

4.4

Conclusie De belangrijkste conclusies wat betreft de behoefte van thuiswonende inwoners met dementie zijn hieronder weergeven. Het aanbod sluit voor helft van inwoners niet aan.

Zij geven aan dat er verschillende redenen zijn om niet deel te nemen aan dagactiviteiten. De meest voorkomende redenen zijn: niet geassocieerd willen worden met ziekte (46%), het is spannend om aan iets nieuws mee te doen en men blijft daarom liever bij het bekende (41%) en dat men geen behoefte heeft om zich onder andere mensen met dementie te bevinden (39%).

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

45

De meest voorkomende redenen voor thuiswonende mensen met dementie om wel deel te nemen aan dagactiviteiten zijn: mensen ontmoeten (74%), voorkomen dat geheugen en kennis achteruit gaan (72%) en willen voorkomen dat men fysiek achteruit gaat (63%). 4.4.1 Specifieke kenmerken van dagactiviteiten die de voorkeur hebben van thuiswonende mensen met dementie in de regio. Er is aan thuiswonende mensen met dementie gevraagd welke thema’s zij het plezierig vinden bij dagactiviteiten. De drie type dagactiviteiten die het vaakst naar voren kwamen zijn: muziek (72%), natuur (72%) en bewegen (68%). Bij verbeterpunten voor de dagactiviteit kwam naar voren dat men meer wil bewegen dan alleen wandelen. Er is ook gevraagd naar hun voorkeur voor groepsgrootte en reisafstand. Voor meer dan 70% van de respondenten geldt dat zij het liefst naar activiteiten met een groepsgrootte van maximaal 6 personen gaan. De maximaal wenselijke reistijd ligt voor 56% van de respondenten tussen de 10 en 30 minuten. Thuiswonende mensen dementie hebben aangegeven dat zij de volgende aspecten van dagactiviteiten belangrijk vinden: de sfeer en veiligheid op de locatie waar de dagactiviteit plaatsvindt, de mate waarin het personeel of de vrijwilligers communiceren, de aanwezigheid van zorgprofessionals.

Daarnaast vindt driekwart van de respondenten dat er bij dagactiviteiten rekening gehouden moet worden in verschillen in fase van dementie van de deelnemers. Minder belangrijke aspecten van dagactiviteiten vinden zij: dat deze alleen toegankelijk zijn voor mensen met dementie, dat de groep altijd bestaat uit mensen die dezelfde culturele achtergrond hebben als zijzelf en dat dagactiviteiten alleen toegankelijk zijn voor mensen die even oud zijn als zijzelf. Daarnaast vindt men de vergoeding van de activiteit ook minder belangrijk. Meer dan 60% van de respondenten kan en wil financieel bijdragen, met name uit de leeftijdsklasse 75 jaar en ouder. Thuiswonende mensen met dementie hebben verschillende verbeterpunten voor de dagactiviteiten aangegeven. Ten eerste is er te weinig aanbod gericht op sporten, buitenactiviteiten en nuttige activiteiten. Ten tweede wordt de groepsgrootte van activiteiten als te druk ervaren. Daarnaast is er te weinig variatie van activiteiten. Er is behoefte aan meer aanbod waarbij zij creatieve dingen kunnen maken en aan externe uitstapjes, waar deelnemers zelf inbreng in hebben. Tot slot komen er aandachtspunten voor specifieke doelgroepen uit ons onderzoek naar voren: •

Het aanbod voor mensen met beginnende dementie moet passen bij hun leefwereld.

•

Er is beperkt aanbod voor mensen met vergevorderde dementie.

•

Jonge mensen met dementie hebben behoefte aan bewegen en sporten, maar nu zijn er nog veel wachtlijsten voor deze activiteiten. Het is fijn als zij ergens terecht kunnen om te sporten en sociaal en geestelijk actief te blijven. Het uiterlijk van de locatie is voor hen belangrijk en is er meer dan gemiddeld de wens om activiteiten zelf te bedenken.

•

Hoger opgeleiden hebben weinig behoefte aan groepsactiviteiten en willen graag contact met gelijkgestemden.

•

Voor praktisch opgeleiden geldt dat zij graag nuttig bezig willen zijn en dat de activiteit aansluit bij het eerdere beroep.

•

Inwoners met een migratieachtergrond zijn niet goed in beeld bij de casemanagers. Deze groep is lastig te bereiken en er is geen goed zicht op hun behoefte.

4.4.2 Behoefte van de mantelzorger De mantelzorger wil vooral dat alles voor naaste goed geregeld is. De mantelzorger heeft geen behoefte om activiteiten om samen te doen, maar wilt met name ontzorgd worden.

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

46

4.4.3 Aandachtspunten volgens casemanagers Samengevat zijn de belangrijkste aandachtspunten volgens de casemanagers: •

Verlaag drempel van dagactiviteiten en ga in gesprek over vooroordelen die mensen met dementie hebben over dagactiviteiten.

•

Kijk naar de mens in plaats van naar de dagactiviteit. Denk in mogelijkheden.

•

Cliënten missen écht contact, de 1-op-1 contacten. Dat wordt niet opgelost met een groepsactiviteit, want daarin kun je ook eenzaam zijn.

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

47

5

Aanbod dagactiviteiten in de regio Arnhem en omstreken

5.1

Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we het huidige aanbod van dagactiviteiten voor thuiswonende inwoners met dementie in de regio Arnhem en omstreken. Allereerst herhalen wij kort hoe dit aanbod in de regio georganiseerd is en hoe inwoners toegang krijgen tot deze voorzieningen. Vervolgens tonen wij de locaties in de regio waar dagactiviteiten worden georganiseerd. Op een aantal locaties zoomen wij verder in op basis van een aantal relevante achtergrondkenmerken. Tot slot beschrijven wij de knelpunten die casemanagers ervaren in het huidige aanbod en de oplossingen die zij hiervoor noemen.

5.2

Type dagactiviteiten in de regio Arnhem en omstreken Voor inwoners met dementie worden verschillende dagactiviteiten georganiseerd om een zinvolle betekenis te geven aan de dag. Deze activiteiten worden grofweg onderverdeeld in twee categorieën: ontmoeting en dagbesteding50. Ontmoetingsplekken zijn vrij toegankelijk voor alle inwoners in de regio. Inwoners hebben hiervoor geen zorgindicatie nodig en worden vaak op dergelijke locaties gewezen door de casemanager, wijkcoach, Wmo-consulent of omdat zij de locatie al kenden vóór de diagnose dementie. De locaties die deze ontmoetingen aanbieden krijgen veelal subsidie van de gemeente. Locaties voor dagbesteding zijn in tegenstelling tot ontmoetingsplekken niet vrij toegankelijk. Hier is meer professionele zorg en begeleiding aanwezig. Om die reden zijn dergelijke locaties alleen toegankelijk voor inwoners met een zorgindicatie (Wmo maatwerk of Wlz). Welk type indicatie nodig is hangt af van iemands persoonlijk situatie, dus de mate van zelfstandigheid en zelfredzaamheid, en van wie de dagbesteding financiert. Als iemand zelfstandig en zelfredzaam is kan men eerder naar een ontmoetingslocatie zoals een buurthuis. Is de mate van zelfstandigheid en zelfredzaamheid echter niet hoog, dan volgt al snel een Wmo-indicatie. Een Wlz-indicatie volgt als iemand continue zorg en toezicht behoeft.

Indien de dagbesteding gefinancierd wordt door de gemeente, dan is het alleen toegankelijk met een Wmoindicatie. Wordt het gefinancierd door het zorgkantoor, dan hebben uitsluitend inwoners met een Wlz-indicatie toegang. Als een inwoner een casemanager heeft via de wijkverpleging wat betaald wordt vanuit de Zvw, dan heeft de inwoner uitsluitend toegang tot Wmo-dagbesteding. In onderstaande paragrafen beschrijven wij het huidige aanbod in ontmoeting en dagbesteding in de regio Arnhem en omstreken. Daarna geven wij een gedetailleerder beeld van de activiteiten op een aantal locaties in deze regio.

50

In de gemeente Arnhem gebruikt men de term ‘groepsbegeleiding’.

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

48

5.3

Overzicht locaties per gemeente Het kaartje hieronder geeft inzicht in het aantal ontmoetings- en dagbestedingslocaties in de regio Arnhem en omstreken gericht op inwoners met dementie.51 De lijst locaties is samengesteld door middel van de NDAO-website en in overleg met de projectleider van NDAO.

51

Dit betekent dat sommige ontmoetingslocaties die algemeen toegankelijk zijn om mensen te ontmoeten en niet per se gericht zijn op mensen met dementie, niet zijn opgenomen in het kaartje.

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

49

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

50

In deze regio zijn er 94 ontmoetingslocaties en 26 dagbestedingslocaties. Daarnaast zijn er vijftien locaties die zowel ontmoeting als dagbesteding aanbieden. Van de totaal 41 locaties waar dagbesteding wordt aangeboden is 83% toegankelijk met een Wmo-indicatie en 83% toegankelijk met een Wlz-indicatie52. Er zijn dus even veel dagbesteding locaties toegankelijk met een Wmoals met een Wlz-indicatie. Uit het kaartje volgt dat de gemeente Arnhem 22 ontmoetingslocaties, drie dagbestedingslocaties voor Wmo-indicatie, vier dagbestedingslocaties voor Wlz-indicatie en zeven dagbestedingslocaties voor zowel een Wmo- als een Wlz-indicatie telt. Verder zijn er vijf locaties die zowel ontmoeting als dagbesteding voor mensen met een Wmo- en Wlz-indicatie aanbieden. De gemeente Renkum heeft acht ontmoetingslocaties en twee dagbestedingslocaties waar mensen zowel met een Wmoals een Wlz-indicatie terecht kunnen. Verder telt deze gemeente twee locaties die zowel ontmoetingen als dagbesteding voor mensen met Wmo-indicatie aanbieden en één locatie die zowel ontmoetingen als dagbesteding voor mensen met een Wmo- of een Wlz-indicatie aanbiedt. De gemeente Overbetuwe telt de meeste ontmoetingslocaties, namelijk 25.

Verder is er één dagbestedingslocatie voor mensen met een Wlz-indicatie, zijn er vijf dagbestedingslocaties zowel voor mensen met een Wmo- als een Wlz-indicatie en is er één locatie die zowel ontmoeting als dagbesteding aanbiedt voor mensen met een Wmo- of een Wlz-indicatie. In de gemeente Lingewaard zijn er 21 ontmoetingslocaties en twee dagbestedingslocaties voor mensen met een Wmo- of een Wlz-indicatie. Verder telt deze gemeente drie locaties waar zowel ontmoeting als dagbesteding voor mensen met een Wmo- of Wlz-indicatie wordt aangeboden. In de gemeenten Rheden/Rozendaal zijn achttien ontmoetingslocaties, er is één dagbestedingslocatie voor mensen met een Wmo-indicatie en één voor mensen met een Wlz-indicatie. Ook tellen deze gemeenten samen zowel 1 locatie waar ontmoeting en dagbesteding voor mensen met een Wmo, Wlz of een Wmo- of een Wlz-indicatie wordt aangeboden. Samenvattend is het opvallend dat Renkum slechts elf ontmoetingslocaties heeft tegenover minimaal 21 ontmoetingslocaties in de andere vijf gemeenten. In vergelijking tot de andere vijf gemeenten, telt Renkum ook het minste aantal dagbestedingslocaties. Namelijk vijf voor mensen met een Wmo-indicatie en drie voor mensen met een Wlz-indicatie. Van de gemeenten heeft Renkum echter meer inwoners met dementie dan de gemeente Lingewaard en Overbetuwe. Dit staat dus niet in verhouding met het aanbod voor de inwoners.

Daarnaast heeft Arnhem opgeteld vijftien locaties waar mensen met een Wmo-indicatie terecht kunnen en zestien locaties waar mensen met een Wlz-indicatie terecht kunnen. Dit is relatief veel in vergelijking tot de andere vijf gemeenten, waar het aantal locaties dat mensen kunnen bezoeken met een Wmo-indicatie niet hoger dan zes ligt en met een Wlz-indicatie niet hoger dan zeven. Dit is in lijn met de grootte van de gemeente en dus zowel het totale aantal inwoners als het aantal inwoners met dementie in die gemeente. Tot slot toont de Figuur dat de locaties gecentreerd zijn en in beperkte mate verspreid zijn over de zes gemeenten. Zo zijn er veel locaties in Arnhem-Zuid, in het zuiden van Rozendaal en in het zuidwesten van Rheden, maar is er voor mensen in het noorden van beide gemeenten weinig aanbod.

52

Berekend door: Totaal aantal locaties toegankelijk met Wmo-indicatie (= 34) gedeeld door totaal (=41) locaties. Totaal aantal locaties toegankelijk met Wlz-indicatie (= 34) gedeeld door totaal (=41).

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

51

5.4

Activiteiten op locaties per gemeente In deze paragraaf geven wij een verdiepend beeld van de activiteiten die worden aangeboden op locaties per gemeente. We baseren ons op de resultaten van de enquête die wij hebben uitgezet onder aanbieders. Hieruit hebben wij informatie opgehaald over 22 locaties verspreid over de gemeenten. De antwoorden op de vragenlijst zijn niet toereikend om te generaliseren naar de gehele omgeving Arnhem en omstreken, maar geven wel een verdiepend beeld van de activiteiten die worden aangeboden op locaties per gemeente.

5.4.1 Beschrijvende gegevens locaties In totaal geeft de vragenlijst inzicht in 22 verschillende locaties in de regio Arnhem en omstreken. De tabel hieronder toont in welke gemeenten de locaties zich bevinden en wat voor type activiteiten zij aanbieden: ontmoeting of dagbesteding. Met uitzondering van de gemeente Rozendaal worden alle gemeenten vertegenwoordigd in de vragenlijst (tabel 5.1). Tabel 5.1

Locaties vertegenwoordigd in de enquête

Gemeente

Aantal locaties met

Aantal locaties met

Aantal locaties met

ontmoetingsactiviteiten

dagbesteding

ontmoeting en dagbesteding

Arnhem

2

2

4

Lingewaard

1

4

-

Overbetuwe

1

2

-

Renkum

-

1

1

Rheden

3

-

-

Per gemeente zoomen wij in op een aantal onderwerpen die uit de vragenlijst volgen. Met betrekking tot de toegankelijkheid van de locatie kijken wij naar de vereiste indicatie en de fase van dementie. Verder kijken wij naar het vereiste opleidingsniveau van werknemers binnen de locatie en de toegestane capaciteit van deelnemers binnen de locatie. 5.4.2 Gemeente Arnhem In de gemeente Arnhem hebben wij gegevens van acht locaties: twee locaties met alleen ontmoeting, twee locaties met alleen dagbesteding en vier locaties met zowel ontmoeting als groepsbegeleiding53. De ontmoetingslocaties bieden activiteiten gericht op handarbeid, kunst, dans/muziek, spel en sport/bewegen. De locaties met groepsbegeleiding bieden activiteiten gericht op planten/natuur, handarbeid, koken, kunst, dans/muziek, spel en sport/bewegen. Op alle locaties zijn activiteiten weinig gericht op dieren en theater. De meeste activiteiten zijn geschikt voor inwoners die zich gematigd tot veel willen inspannen. Er zijn bijna geen activiteiten waar geen fysieke of mentale inspanning bij vereist is. Het doel van zowel de ontmoeting als groepsbegeleiding is om inwoners te ontmoeten, een steentje bij te dragen, iets te leren, de cognitie te stimuleren en ter fysieke ontwikkeling. Als aanvulling geven de respondenten aan dat zij activiteiten organiseren om de mantelzorger te ontlasten.

De activiteiten zijn gericht op inwoners van 40 jaar en ouder. Er zit één ontmoetingsactiviteit tussen voor inwoners van 18 jaar en ouder. Verder lopen de groepsgroottes uiteen. Het aantal inwoners in een groep is op alle locaties kleiner dan 25 inwoners. In overeenstemming met de beschreven informatie in Hoofdstuk 2 zijn de ontmoetingslocaties toegankelijk zonder zorgindicatie. De locaties 53

Zoals eerder beschreven in dit rapport wordt in de gemeente Arnhem gesproken van groepsbegeleiding in plaats van dagbesteding. In de casestudie gebruiken wij dus het woord groepsbegeleiding wat hetzelfde betekent als het woord dagbesteding in de andere casestudies.

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

52

met groepsbegeleiding zijn in de gemeente Arnhem evenveel toegankelijk voor inwoners met een Wmo- als een Wlz-indicatie. De ontmoetingen en groepsbegeleiding zijn gericht op inwoners in de eerste drie fasen van dementie: niet-pluisfase, beginnende fase en de gevorderde fase. Twee locaties bieden groepsbegeleiding voor alle fasen van dementie. Naast de fase van dementie wordt rekening gehouden met de etnische achtergrond, religie en het geslacht van inwoners met dementie. Er is maar één locatie die geen activiteiten aanbiedt die met die factoren rekening houden. Op die locatie wordt alleen naar de fase van dementie gekeken. Er zijn altijd vrijwilligers aanwezig op de locaties in de gemeente Arnhem. Het aantal loopt uiteen van twee tot zeven vrijwilligers. Van de aanwezige zorgverleners wordt ofwel het opleidingsniveau Mbo-4 of Hbo gevraagd. Op sommige locaties werken zowel zorgverleners met een Mbo en Hboachtergrond. Vooral bij dagbestedingen worden vrijwilligers ook vaak ingezet om inwoners met dementie te vervoeren naar de locatie. Het probleem hierbij is echter dat de uitval onder vrijwilligers groot is en een tekort aan vrijwilligers dus meteen invloed heeft op het wel of niet kunnen bereiken van een locatie. Daarnaast wordt van cliënten gevraagd om zelf vervoer te regelen of wordt het vanuit de gemeente/regio geregeld.

Een enkele keer wordt het vanuit de activiteit georganiseerd of ingekocht. Wat betreft de ontmoetingslocaties wordt vervoer vooral zelf geregeld, vanuit de gemeente/regio of vanuit de activiteit. Lastig is echter dat de kosten van vervoer dus op kunnen lopen en niet elke cliënt krijgt een vervoersindicatie. Dientengevolge lopen de kosten voor het vervoer voor de locatie op. Dit werkt averechts want cliënten willen vaak niet deelnemen aan groepsbegeleiding als het vervoer niet is geregeld. De mantelzorger is over het algemeen welkom bij ontmoetings- en groepsbegeleidingslocaties. Op één locatie zijn de activiteiten niet geschikt voor deelname van de mantelzorger. Er wordt echter gezegd door de respondenten dat het belangrijk is om ook activiteiten te bieden die meer aansluiten bij jongere inwoners met dementie en ook specifiek bij hun mantelzorgers. Verder geeft één aanbieder in Arnhem aan dat er behoefte is aan activiteiten voor een vrouwelijke multiculturele doelgroep. Het is echter niet gespecificeerd wat bedoeld wordt met ‘multicultureel’. Tot slot is een drietal punten benoemd dat verandering behoeft. Locaties moeten zich meer richten op maatwerk zodat gevarieerder en meer vraaggericht aanbod gecreëerd wordt.

Ook is het belangrijk dat binnen dezelfde locatie zorgverleners aanwezig zijn die zowel vanuit de Wmo als de Wlz gefinancierd worden zodat cliënten met zowel een Wmo- als een Wlz-indicatie naar dezelfde locatie toe kunnen en tegelijkertijd de zorg krijgen die zij behoeven met de nieuwe indicatie (in geval hun zorgbehoefte groter wordt). Als laatste wordt genoemd dat meer individuele aandacht nodig is om activiteiten te organiseren die passen bij de verschillende behoeften van de doelgroep. 5.4.3 Gemeente Lingewaard In de gemeente Lingewaard hebben wij informatie over vijf locaties. Het gaat om één locatie waar ontmoetingen worden aangeboden en vier locaties waar dagbesteding wordt aangeboden. Op beide locaties zijn de activiteiten gericht op dieren, planten, natuur, handarbeid, ICT, koken, dans/muziek, spel en sport/bewegen. Het overgrote deel van de activiteiten is niet gericht op kunst en theater. Zowel de ontmoetingen als dagbesteding vereisen gematigde fysieke en mentale inspanning van de deelnemers. De activiteiten dienen het doel om zingeving te geven, inwoners te ontmoeten, iets te leren en om de cognitieve en fysieke ontwikkeling te stimuleren. De respondenten gaven expliciet aan dat de

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

53

activiteiten worden afgestemd op de deelnemers en dat het dus lastig is om op voorhand te zeggen wat het thema en het doel van een activiteit is. Met betrekking tot het doel geven de respondenten ook aan dat activiteiten er zijn om cliënten uit te dagen en de mantelzorger te ontlasten. Wat betreft de toegang zijn de activiteiten gericht op inwoners van 65 jaar en ouder. Dagbestedingsactiviteiten zijn in evenveel gevallen toegankelijk met een Wmo-indicatie als met een Wlz-indicatie. Dagbesteding is gericht op inwoners die in de eerste drie fasen van dementie zitten. Eén locatie organiseert activiteiten die niet gericht zijn op de niet-pluisfase en juist wel op de beginnende, gevorderde en vergevorderde fase van dementie. De dagbestedingen hebben een overwegend inclusief karakter. Zo zijn inwoners welkom ongeacht hun geslacht, afkomst, religie, leeftijd en fase van dementie. Dit betekent echter niet dat de activiteiten deze factoren ook daadwerkelijk in acht nemen. De groepsgrootte van de dagbesteding varieert van 7 tot en met 16 personen. Per groep is er minimaal één vrijwilliger en zijn er maximaal vier vrijwilligers per dagdeel aanwezig. Voor de vaste werknemers is Mbo-3 of Mbo-4 vereist. Wat betreft het vervoer komen cliënten vaak via eigen vervoer bij ontmoetingen. Daarnaast wordt dit vanuit de gemeente of regio geregeld.

Hierin worden geen knelpunten ervaren, in tegenstelling tot het vervoer naar dagbestedingen. In vervoer naar dagbestedingen speelt vervoer via vrijwilligers, in aanvulling op de andere twee manieren, ook een grote rol. Echter zorgt het tekort aan vrijwilligers ervoor dat dit al snel een “kwetsbare” manier van vervoer is. Ook geven de aanbieders aan dat professioneel vervoer beperkingen kent, maar zij specificeren niet waarom dit het geval is. Tot slot geven de aanbieders in de gemeente Lingewaard aan dat er dagbesteding in de regio mist voor jonge inwoners met dementie, dus inwoners tussen de 30 en 65 jaar oud. Zij stellen dat het bij deze doelgroep belangrijk is om een werkachtige setting te creëren op een locatie, wat beter aansluit bij het leven van jonge inwoners met dementie. Om de behoeften echt goed in beeld te krijgen is het belangrijk dat de doelgroep hier zelf over bevraagd wordt. Activiteiten zoals in de tuin werken, gespreksgroepen, lotgenotencontact en passend vrijwilligerswerk worden geopperd als activiteiten die aansluiten bij jonge inwoners met dementie. 5.4.4 Gemeente Overbetuwe In de gemeente Overbetuwe zoomen wij verder in op drie locaties. Eén locatie kent een vrije inloop gericht op ontmoeten en op twee locaties wordt dagbesteding aangeboden. De ontmoetingslocatie richt zich vooral op handarbeid, kunst, dans/muziek, sport en bewegen.

Tijdens de dagbestedingen komen deze thema’s ook aan bod aangevuld door thema’s gericht op dieren, planten/natuur, koken, spel, theater en ICT. Het doel van de ontmoetingen ligt vooral op het ontmoeten van inwoners, zingeving en om iets te leren. Bij de dagbesteding ligt de focus ook nog op het stimuleren van de cognitieve en fysieke ontwikkeling. Daarnaast geven de aanbieders aan dat dagbesteding het doel dient om de mantelzorger te ontlasten. Zowel de ontmoetingen als de dagbesteding vragen een gematigde hoeveelheid fysieke en mentale inspanning. De ontmoetingslocatie is toegankelijk voor alle leeftijden. De dagbestedingslocaties zijn toegankelijk voor inwoners met een Wmo- of Wlz-indicatie in de leeftijd 65 jaar en ouder. Verder is de ontmoetingslocatie specifiek gericht op inwoners die in de niet-pluisfase of beginnende fase van

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

54

dementie zitten en de dagbesteding is juist op de laatste drie fasen van dementie gericht, dus niet op de niet-pluisfase. Op alle locaties wordt rekening gehouden met de etnische achtergrond van inwoners met dementie, hun religie en met verschillen in geslacht. De aanbieder van de ontmoetingslocatie benoemt expliciet dat iedereen die mee kan doen met de activiteiten of werkzaamheden welkom is. De aanbieder van de ontmoetingslocatie geeft aan niet te weten of de ontmoetingsactiviteiten ook toegankelijk zijn voor de mantelzorger. Van de dagbestedingslocatie is één locatie wel en één niet toegankelijk voor de mantelzorger. De ontmoetingen en dagbestedingen hebben een uiteenlopende capaciteit van 2-6 personen tot en met 7-10 personen. Een enkele keer wordt een ontmoetingsactiviteit aangeboden voor 11-16 personen. Bij de ontmoetingsactiviteiten zijn geen vrijwilligers aanwezig. Het is niet bekend hoeveel vrijwilligers er aanwezig zijn bij de dagbestedingsactiviteiten. Van de betaalde krachten is Mbo-3 vereist bij de ontmoetingen en Mbo-4 bij de dagbesteding. Tot slot het vervoer in de gemeente Overbetuwe. Vervoer naar de ontmoetingslocatie wordt door de inwoners met dementie zelf geregeld of vanuit een indicatie wanneer iemand niet zelfstandig woont. Het vervoer naar de dagbesteding wordt georganiseerd vanuit de activiteit of loopt via de vrijwilligers.

Een knelpunt hierbij is dat het de locatie veel kost en dat het tekort aan vrijwilligers het vervoer via die groep kwetsbaar maakt. 5.4.5 Gemeente Renkum In de gemeente Renkum gaan wij specifieker in op één locatie met dagbestedingen en één locatie die zowel ontmoetingen als dagbesteding aanbiedt. Op beide locaties komen alle eerder genoemde thema’s terug in de activiteiten. Dit gaat om activiteiten gericht op dieren, planten/natuur, handarbeid, koken, kunst, dans/muziek, spel, sport/bewegen, theater en ICT. Op beide locaties wordt gematigde tot veel inspanning verwacht van de deelnemers. Het doel van de activiteiten op deze locaties is om inwoners te ontmoeten, voor zingeving, om iets te leren en om de cognitieve en fysieke ontwikkeling te stimuleren. Daarnaast geven de aanbieders aan dat de activiteiten erop gericht zijn om achteruitgang in de dementie te voorkomen en om inwoners emotioneel te ondersteunen. De activiteiten zijn gericht op inwoners van 65 jaar en ouder. De ontmoetingen zijn net als in de andere gemeenten toegankelijk zonder indicatie en de dagbesteding is toegankelijk voor inwoners met een Wmo, of Wlz indicatie. De locatie die ook ontmoetingen aanbiedt is gericht op inwoners die zich in de niet-pluisfase, beginnende of gevorderde fase van dementie bevinden. De locatie met dagbestedingen is alleen gericht op de beginnende en gevorderde fase met dementie.

Op beide locaties is iedereen welkom, wat inhoudt dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen inwoners op basis van religie, etnische achtergrond of geslacht. Op de locatie waar zowel ontmoeting als dagbesteding wordt aangeboden is de mantelzorger welkom. Op de andere locatie zijn de activiteiten niet toegankelijk voor de mantelzorger. Op de locatie waar zowel ontmoetingen als dagbestedingen worden aangeboden loopt de capaciteit tijdens de activiteiten uiteen van 7-10 tot 11-16 personen. Hierbij zijn zes vrijwilligers aanwezig en van de werknemers wordt Mbo-4 gevraagd. Op de locatie met alleen dagbesteding zijn de activiteiten voor 11-16 of 17-25 personen. Op deze locatie is slechts één vrijwilliger aanwezig en ook hier is Mbo-4 vereist voor de werknemers. Voor de ontmoetingsactiviteiten wordt een eigen bijdrage gevraagd.

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

55

Er worden geen knelpunten ervaren in het vervoer naar beide locaties. Het vervoer wordt zelf geregeld, vanuit de regio of de activiteit, of door vrijwilligers. In een enkel geval komen inwoners vanuit de Geneeskundige Zorg voor Specifieke Patiëntgroepen (GZSP) met zittend ziekenvervoer, vanuit de Zvw met een taxi of de organisatie regelt dat inwoners vanuit een zorginstelling met een busje kunnen komen. Tot slot geven de aanbieders aan dat zij geen activiteiten missen, echter zou het aanbod vaker toegankelijk moeten zijn. Dit betekent dat locaties vaker dan vier dagdelen open moeten zijn. 5.4.6 Gemeente Rheden In de gemeente Rheden zoomen wij in op drie locaties die ontmoetingen aanbieden. De ontmoetingsactiviteiten zijn op beide locaties vooral gericht op planten/natuur, handarbeid en sport/bewegen. Op één locatie komen ook de thema’s koken, kunst, dans/muziek, spel en ICT terug. In deze gemeente draait de ontmoeting vooral om het maken van contact, gezelligheid en om ontspanning. Ook zijn de activiteiten belangrijk voor zingeving, om iets te leren, om de cognitieve en fysieke ontwikkeling te stimuleren, of om de mantelzorger te ontlasten. De ontmoetingsactiviteiten lopen uiteen qua inspanning, het kan zowel weinig, gematigd als veel inspanning vereisen. De ontmoetingslocaties zijn toegankelijk voor inwoners van 55 jaar en ouder.

Inwoners hebben op twee locaties geen indicatie nodig, maar op één locatie juist een Wlz-indicatie. De ontmoetingsactiviteiten zijn toegankelijk voor inwoners in de niet-pluis, beginnende of gevorderde fase. Op één locatie zijn de activiteiten alleen voor inwoners in de eerste twee fasen van dementie toegankelijk. Verder wordt op één locatie alleen rekening gehouden met de fase van dementie, terwijl op de andere locaties ook rekening wordt gehouden met religie, etnische achtergrond en het geslacht van potentiële deelnemers van de ontmoetingsactiviteiten. Verder is de mantelzorger op één locatie niet welkom. Wat betreft de kenmerken van de ontmoetingsactiviteiten loopt de capaciteit uiteen van 2-6, 7-10, 17-25 of meer dan 25 personen. De categorie 11-16 personen ontbreekt op deze locaties. Het aantal vrijwilligers varieert tussen nul en vier, en van de werknemers wordt een Mbo-4 of Hboopleiding vereist. Binnen één locatie kan dit per activiteit verschillen. De financiering gebeurt via een eigen bijdrage of via eigen fondsen of inkomsten van de locatie. Op één locatie worden de activiteiten bekostigd door een eigen bijdrage of de Wlz. Op alle locaties wordt het vervoer zelf verzorgd of vanuit de activiteit. Een knelpunt is echter dat het duur is voor de locatie om de activiteit te organiseren.

Ook voor de inwoners met dementie kan het regelen van eigen vervoer via een plusbus of regiotaxi ingewikkeld en ook duur zijn. Tot slot geven de aanbieders aan dat activiteiten met toneel, drama of dans missen. Zij beschrijven verder dat het bij de activiteiten belangrijk is dat inwoners worden aangesproken bij hun voornaam en echt als persoon worden behandeld in plaats van als een ‘dementerende’. De focus moet in de activiteit liggen op wat inwoners nog kunnen zodat zij in hun kracht gezet worden.

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

56

5.5

Knelpunten en oplossingen volgens casemanagers In het gesprek met de casemanagers van inwoners met dementie zijn ook knelpunten en oplossingen van het aanbod ter sprake gekomen. De zogenoemde “bureaucratie” en de gevolgen hiervan blijken het grootste knelpunt. Deze twee knelpunten zijn hieronder uitgewerkt. Bureaucratie De casemanagers merken op dat de regelgeving om iemand kennis te laten maken met en vervolgens deel te laten nemen aan dagbesteding belemmerend werkt. Dit uit zich met name in het aanvragen en krijgen van een zorgindicatie en de verschillen in dagbesteding per indicatie. Dit heeft weer gevolgen voor het aanbod in dagbesteding en de communicatie tussen wijkcoaches, Wmo-consulenten, gemeenten en casemanagers. Uiteindelijk komt hierdoor meer druk op de mantelzorgers te liggen. Lange wachttijd De casemanagers geven aan dat cliënten door een hele administratieve molen heen moeten waardoor de doorlooptijd tot het krijgen van een indicatie erg lang is. De quote van casemanagers uit de gemeente Rheden/Rozendaal hieronder onderstreept de gevolgen hiervan. Uit gesprekken met NDAO kwam ook naar voren dat hetzelfde knelpunt wordt ervaren in de gemeenten Arnhem en Lingewaard. “Als cliënt word je soms door het lange wachten op de indicatie ingehaald door de dementie.” – Gemeente Rheden/Rozendaal

In de praktijk betekent dit dat cliënten die op dit moment geïnteresseerd zijn in activiteiten die georganiseerd zijn vanuit de Wmo – maar op termijn naar de Wlz moeten doorstromen – opnieuw in een administratief proces terechtkomen. Zij moeten dan opnieuw wachten op hun indicatie, waardoor zij weer thuis komen te zitten. Verschillende casemanagers hebben aangegeven hierdoor vooruit te kijken en bij voorbaat al een Wlz-indicatie aan te vragen om dit te voorkomen. Casemanagers laten zich momenteel dus leiden door de toekomstige indicatie. Idealiter denken zij niet op deze manier, maar het is makkelijker voor de cliënt om direct een Wlz-indicatie te krijgen. Hierdoor hoeft de cliënt niet meer door te stromen van een Wmo- naar een Wlz-indicatie en dit bespaart hem of haar administratieve lasten. Echter ontneemt dit de cliënt er ook van om naar Wmo-dagbesteding te gaan wat in termen van fase van dementie beter bij de cliënt past. “We zitten eigenlijk gevangen in onze eigen regeltjes en bureaucratie” – Gemeente Lingewaard

Ook werkt de lange wachttijd belemmerend om cliënten te enthousiasmeren over dagbesteding. Daarnaast moet vaak een afspraak gemaakt worden om naar ontmoeting of dagbesteding te gaan. Een cliënt kan niet altijd zomaar ergens binnenlopen om een kijkje te nemen en ter plekke te beslissen om wel of niet deel te nemen. Verschil in indicaties en vergoedingen De toegankelijkheid van dagbesteding wordt bepaald door de wet, dus de Wmo of Wlz, waar vanuit de activiteit is opgezet. Inwoners met een Wmo-indicatie kunnen niet naar activiteiten die georganiseerd worden vanuit de Wlz en vice versa. Voor aanbieders van dagbesteding is de Wlz-indicatie qua financiering gunstiger omdat Wmovergoedingen vanuit gemeenten lager zijn.

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

57

Geografisch gezien is er aanbod, maar in de praktijk valt het tegen De casemanagers geven aan dat ondanks dat er in sommige plaatsen, zoals in Arnhem, wel veel aanbod is in dagactiviteiten er in de praktijk nog steeds gekozen kan worden uit een beperkt aantal opties. Cliënten hebben niet altijd toegang tot alle activiteiten vanwege hun indicatie, het vervoer en de tijd. Als er bijvoorbeeld Wmo-dagbesteding in de buurt is en iemand heeft een Wlz-indicatie, dan is er alsnog geen passend aanbod. De casemanagers geven ook aan dat de locaties waar de dagactiviteiten georganiseerd worden zorgen voor een drempel. Hun cliënten geven aan dat de dorpen echt verschillende culturen hebben en dat zij het liefst naar een locatie in hun eigen dorp gaan. Zij willen niet altijd naar een ander dorp in de buurt. Communicatie tussen wijkcoaches, Wmo-consulenten, gemeenten en casemanagers De ingewikkelde regelgeving heeft ook gevolgen voor de communicatie tussen wijkcoaches, Wmoconsulenten, gemeenten en casemanagers. Voor een Wmo-indicatie voor dagbesteding moet in sommige gemeenten ook eerst een wijkcoach of Wmo-consult langskomen nadat de casemanager al heeft vastgesteld dat diegene daarvoor in aanmerking komt. De wijkcoach of Wmo-consulent stelt vervolgens dezelfde vragen, wat confronterend en beangstigend kan zijn voor de cliënt.

Dit is in principe onnodig, omdat vanuit de casemanagers is gewerkt aan het opbouwen van een vertrouwensrelatie en dezelfde vragen al zijn gesteld. In de gemeenten Renkum en Overbetuwe kunnen casemanagers van mensen met dementie zelf de indicatie aanvragen via een verkorte procedure in samenwerking met de Wmo-consulent. Zowel de casemanagers als inwoners ervaren dit als een prettige aanpak, zodat zij niet steeds hetzelfde verhaal hoeven te vertellen. Meer druk op de mantelzorger Door de ingewikkelde regelgeving en de financiële rompslomp moet de mantelzorger veel regelen, bijvoorbeeld als zij het Pgb moeten beheren. Dit legt veel druk op de mantelzorgers. Denk aan de persoon in plaats van aan het systeem Er moet meer gekeken worden naar wat de cliënt nodig heeft en wat er bij hem of haar past. Het zou volgens de casemanagers enorm helpen als inwoners gewoon kunnen binnenlopen bij een dagbesteding zonder indicatie. De casemanagers benoemen dat er in Rheden voorliggende voorzieningen zijn waar geen diagnose voor nodig is. Echter kunnen deze activiteiten niet altijd doorgaan vanwege het ontbreken van vervoer door het tekort aan vrijwilligers. Zoek aansluiting bij bestaande activiteiten De casemanagers geven de suggestie dat de dagbesteding gecombineerd zou kunnen worden met een andere activiteit in de buurt.

Een voorbeeld is om iemand met beginnende dementie een rondleiding in een museum te laten verzorgen. De casemanagers benadrukken dat creativiteit belangrijk is: er hoeven niet per se nieuwe activiteiten opgezet te worden waarbij altijd hboopgeleide medewerkers aanwezig zijn. Soms kan het ook gecombineerd worden met een activiteit die al bestaat waarbij de medewerkers via een cursus leren over het omgaan met mensen met dementie. “De gedachte dat begeleiders of vrijwilligers altijd hoogopgeleid moeten zijn is achterhaald. Een training “dementievriendelijke wijk” kan al verschil maken. Het is belangrijk dat mensen ‘menselijk’ zijn en betrokkenheid tonen. Je moet feeling hebben met mensen. Je hebt inspirerende mensen nodig met een passie om anderen te helpen, maar dat zit niet in een opleiding op een bepaald niveau.” – Gemeente Overbetuwe

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

58

5.6

Conclusie In de regio Arnhem en omstreken zijn 109 ontmoetingslocaties en 41 dagbestedingslocaties. Er zijn even veel dagbesteding locaties toegankelijk met een Wmo-indicatie als met een Wlz-indicatie. Specifiek in Renkum komt het aanbod in ontmoeting en dagbesteding niet overeen met het aantal mensen met dementie in de gemeente. In die gemeente moeten mensen relatief ver reizen om bij een activiteit te komen. Dit laatste geldt tevens voor alle inwoners met dementie die zich aan de buitenranden van de gemeenten bevinden, de activiteiten zijn namelijk gecentreerd in de centra van de verschillende kernen. De thema’s van de ontmoeting en dagbesteding lopen uiteen. Ditzelfde geldt voor het doel, welke gericht kan zijn op de persoon met dementie maar ook op de mantelzorger. De activiteiten bestaan vooral uit groepen van 7-10 of 11-16 personen, activiteiten voor grotere of kleinere groepen worden vrijwel niet georganiseerd. Daarnaast is dagbesteding vooral voor mensen vanaf 65 jaar en wordt de groep jongere mensen met dementie in de meeste gevallen uitgesloten. Het grootste knelpunt vanuit de aanbieders betreft het vervoer en het tekort aan vrijwilligers. Locaties regelen vaak zelf vervoer, maar dit leidt tot hoge kosten. Het tekort aan vrijwilligers maakt het een kwetsbare optie om het vervoer via hen te laten lopen. De casemanagers onderstrepen de complexiteit rondom het vervoer.

Dit maakt cliënten afhankelijk van het aanbod in de buurt, wat vaak niet passend is bij het betreffende individu. Daarnaast concluderen de casemanagers dat het bureaucratische systeem rondom het krijgen van een zorgindicatie voor mensen met dementie demotiverend werkt en dus ook niet bijdraagt aan het vinden van passende ondersteuning voor deze doelgroep. Dit kan er in het ergste geval zelfs toe leiden dat te zware zorg wordt ingezet. Mantelzorgers ervaren deze last ook, wat de druk op hun schouders vergroot. Een tweetal oplossingen biedt ondersteuning in het aanpakken van bovenstaande knelpunten. Enerzijds werkt het motiverend als locaties continu open zijn en cliënten binnen kunnen lopen wanneer zij willen. Dit maakt hen minder afhankelijk van vervoer en biedt de mogelijkheid om zelf passend aanbod te vinden. Anderzijds kan veel aanbod gecreëerd worden door huidige initiatieven in de gemeente te combineren met aanbod in dagactiviteiten voor mensen met dementie. Creativiteit en menselijkheid zijn belangrijker dan krampachtig vasthouden aan regels, bijvoorbeeld rondom het vinden van begeleiders met het juiste opleidingsniveau.

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

59

6

Gap-analyse – verbeterpunten aanbod

In dit hoofdstuk beantwoorden we de vraag in hoeverre het huidige aanbod aan dagactiviteiten aansluit bij de behoefte van thuiswonende inwoners met dementie. We beantwoorden deze vraag door de resultaten opgehaald vanuit de diverse perspectieven - de inwoners, de zorgaanbieders en de gemeenten – bij elkaar te brengen.

6.1

Wat kunnen partijen in de preventieve sfeer doen? In alle zes gemeenten zal het aantal mensen met dementie – als gevolg van de vergrijzing toenemen in de periode tot en met 2030. Passende zorg en ondersteuning – onder andere in de vorm van dagactiviteiten – is essentieel om kwaliteit van leven voor deze mensen optimaal te houden. In de preventieve sfeer kunnen gemeenten en samenwerkende partners inzetten op leefstijl om het aantal mensen met dementie te beperken, maar ook om de huidige populatie van mensen met dementie van een betere gezondheid te voorzien. Het helpt als gemeenten en samenwerkende partners hun beleid vanuit (positieve) gezondheid en minder vanuit zorg formuleren en uitvoeren. Zo kunnen gemeenten bijvoorbeeld tijdens het keukentafelgesprek als onderdeel van een Wmo-aanvraag al met inwoners spreken over gezondheid, wat iemand kan, belangrijk vindt en wil veranderen. Ook kunnen partners gezamenlijk een campagne opzetten gericht op bevorderen van een gezonde leefstijl en (positieve) gezondheid bij ouderen. Ook het aanpakken van eenzaamheid onder ouderen helpt om de negatieve gevolgen van dementie onder inwoners enigszins te verzachten.

Wanneer mensen dreigen gevoelens van eenzaamheid te ontwikkelen kunnen locaties voor dagbesteding en ontmoeting fungeren als plek om eenzaamheid te voorkomen, maar ook breder kan er in het welzijnsbeleid meer aandacht voor eenzaamheid komen door het organiseren van diverse acties of het trainen van Wmo-consulenten, casemanagers of andere zorgprofessionals op het herkennen van eenzaamheid.

6.2

Welk aanbod mist? Het aanbod in dagactiviteiten in de regio Arnhem en omstreken is volgens de helft van de respondenten met dementie en de mantelzorgers en een groot deel van de casemanagers nog niet toereikend. Voor de inwoners met dementie ligt dit aan een drietal punten. Allereerst betreft dit de kenmerken van een dagactiviteit en ten tweede de doelgroep waarop een dagactiviteit is gericht. Een derde punt betreft de ervaren drempels van mensen met dementie die zij moeten overwinnen om uiteindelijk naar een dagactiviteit te gaan. Het merendeel van de inwoners met dementie prefereert activiteiten met een maximale groepsgrootte van zes personen. Zij zijn bereid om te reizen voor de activiteit, maar niet veel langer dan tussen de 10 en 30 minuten. Verder is het belangrijk voor inwoners met dementie dat de activiteiten buiten plaatsvinden, een sportelement bevatten en zinvol zijn. De mantelzorgers benadrukken dat de activiteiten geen rekening hoeven te houden met hen omdat zij geen behoefte hebben om mee te doen in de activiteiten, maar liever ontlast worden. Praktisch opgeleide mensen zien liever dagactiviteiten die aansluiten bij een eerder beroep zodat zij zich nuttig voelen. Voor jonge mensen met dementie zijn autonomie en eigen regie essentieel, wat zich uit in de mogelijkheid om eigen activiteiten te bedenken. Daarnaast is het voor hen

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

60

belangrijk dat de locatie waar de dagactiviteit plaatsvindt sfeervol en uitnodigend is en niet teveel de associatie met een verzorgingstehuis opwekt. Een doelgroep waar vooralsnog weinig zicht op is betreft mensen met een migratieachtergrond. Deze groep is lastig te bereiken en is volgens de casemanagers ondervertegenwoordigd in de caseload. Het is echter belangrijk om inzicht te krijgen in de behoefte van mensen binnen deze doelgroep. Naast het anders vormgeven van de dagactiviteiten om het aanbod aan te laten sluiten bij de behoefte van inwoners met dementie speelt een aantal drempels ook een grote rol. Mensen met dementie willen liever niet geassocieerd worden met de ziekte dementie en kunnen hierdoor besluiten om niet naar een dagactiviteit te gaan. Hierbij aansluitend benadrukken zij dat zij geen behoefte hebben om zich onder andere mensen met dementie te bevinden. Dit zijn obstakels die minder in de praktische vormgeving van de dagactiviteit liggen en meer bij de acceptatie van de ziekte bij de mensen met dementie zelf. Tot slot benadrukken de casemanagers dat in de dagactiviteiten het individu met dementie centraal moet staan. Dit betekent dat dagactiviteiten uitgaan van de behoefte van het individu en niet vanuit een bepaalde activiteit.

Wat wil iemand met dementie het liefst doen? Hoe ziet zijn of haar leefwereld eruit ongeacht de fase van dementie? En hoe kunnen deze twee elementen gecombineerd worden? De antwoorden op deze vragen volgen door op individueel niveau contact te maken met de persoon met dementie en in mogelijkheden te denken.

6.3

Wat is nodig om aanbod toekomstbestendig te maken? Uit de aanbodanalyse blijkt dat het aanbod bestaat uit 109 ontmoetingslocaties en 41 dagbestedingslocaties. Er is een totaal van 140 locaties voor circa 3.500 thuiswonende inwoners met dementie. Dit lijkt een ruim aanbod, maar het blijft van belang om het aanbod goed kenbaar te maken aan de thuiswonende inwoners met dementie en belangrijke betrokkenen. Er zijn even veel dagbesteding locaties toegankelijk met een Wmo-indicatie als met een Wlzindicatie. De locaties zijn vaak gecentreerd in de centra van de verschillende kernen. Dit heeft gevolgen voor inwoners die zich aan de buitenranden van de gemeenten bevinden. Zij moeten relatief ver reizen. Het vervoer naar locaties en het tekort aan vrijwilligers is een knelpunt. Locaties regelen vaak zelf vervoer, maar dit leidt tot hoge kosten. Het tekort aan vrijwilligers maakt het een kwetsbare optie om het vervoer via hen te laten lopen. De casemanagers onderstrepen de complexiteit rondom het vervoer. Dit maakt cliënten afhankelijk van het aanbod in de buurt, wat vaak niet passend is bij het betreffende individu. Activiteiten in kleinere groepen aanbieden helpt om het aanbod toekomstbestendig te maken.

Op dit moment bestaan activiteiten vooral uit groepen van 7-10 of 11-16 personen, activiteiten voor kleinere groepen worden vrijwel niet georganiseerd terwijl hier wel een behoefte van een groot deel van de doelgroep ligt. Het tekort aan vrijwilligers werkt als een belemmering om aan deze behoefte te voldoen. Daarnaast helpt het aanbieden van meer activiteiten voor inwoners in verder gevorderde fasen van dementie om toe te werken naar een toekomstbestendig aanbod. Het werkt motiverend als locaties langer open zijn en cliënten binnen kunnen lopen wanneer zij willen. Dit maakt hen minder afhankelijk van vervoer en biedt de mogelijkheid om zelf passend aanbod te vinden, maar het tekort aan vrijwilligers is hierbij wederom een knelpunt. Ook kan er meer aanbod gecreëerd worden door huidige initiatieven in de gemeente te combineren met aanbod in dagactiviteiten voor mensen met dementie. Creativiteit en menselijkheid zijn hierin

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

61

belangrijker dan krampachtig vasthouden aan regels, bijvoorbeeld rondom het vinden van begeleiders met het juiste opleidingsniveau.

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

62

Bronnenlijst

Alzheimer Nederland (z.d.). Factsheet cijfers en feiten over dementie. Geraadpleegd op 15 september 2022, van https://www.alzheimer-nederland.nl/factsheet-cijfers-en-feiten-overdementie#:%7E:text=%2D%20De%20gemiddelde%20leeftijd%20is%2065,met%20dementie%20is %20zwaar%20belast Alzheimer Nederland (z.d.). Gehoorschade risicofactor dementie. Geraadpleegd op 15 september 2022, van https://www.alzheimer-nederland.nl/dementie/oorzaken-preventie/gehoorschade Alzheimer Nederland (z.d.). Levensverwachting dementie. Geraadpleegd op 13 september 2022, van https://www.alzheimer-nederland.nl/levensverwachting-dementie Alzheimer Nederland. (2022, 21 juni). Omgaan met verbloemend gedrag en het ontbreken van ziekte-inzicht. Geraadpleegd op 15 september 2022, van https://www.dementie.nl/omgaan-metdementie/veranderingen-in-gedrag/ontkenning-en-gebrek-aan-ziekte-inzicht/omgaan-metverbloemend-gedrag-en-het-ontbreken-van-ziekte-inzicht Alzheimer Nederland (z.d.). Veroorzaakt luchtvervuiling dementie? Geraadpleegd op 13 september 2022, van https://www.alzheimer-nederland.nl/over-dementie/diagnose-en-behandeling/medicijnen-tegendementie/alternatieve-behandelingen/luchtvervuiling Centraal Bureau voor de Statistiek (2018, 18 december). Prognose: 18 miljoen inwoners in 2029.

Geraadpleegd op 13 september 2022, van https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/51/prognose-18miljoen-inwoners-in2029#:%7E:text=In%202030%20zullen%20er%20naar,begin%202019%2C%20voorlopig%20cijfer) Centraal Gelderland (z.d.). Inkoopdocument Groepsbegeleiding. Geraadpleegd op 13 september 2022, van https://www.inkoopsdcg.nl/home+inkoop/download+documenten+website/handlerdownloadfiles.ash x?idnv=1467489 College Voor Zorgverzekeringen (2014, 29 januari). Handreiking passende dagbesteding. VGN. Geraadpleegd op 13 september 2022, van https://www.vgn.nl/nieuws/handreiking-passendedagbesteding Kennisplein Zorg voor Beter. (2022, 21 juli). Verloop van dementie. Zorg voor Beter. Geraadpleegd op 15 september 2022, van https://www.zorgvoorbeter.nl/dementie/diagnose/verloop Kivimäki, M., Singh-Manoux, A., Pentti, J., Sabia, S., Nyberg, S. T., Alfredsson, L., et al. (2019). Physical inactivity, cardiometabolic disease, and risk of dementia: An individual- participant meta-analysis. Geraadpleegd op 13 september 2022, van https://www.bmj.com/content/bmj/365/bmj.l1495.full.pdf Kroes, F., Huijsmans, K. & Post, H. (2021, 13 december). Data bij factsheet dementie. Vektis.

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

63

Kuo, C.Y., Stachiv, I., & Nikolai, T. (2020, 14 oktober). (Non-) modifiable risk and protective factors with dementia and Alzheimer’s disease: Literature review on current evidences, preventive interventions and possible future trends in prevention and treatment of dementia. International Journal of Environmental Research and Public Health. Geraadpleegd op 15 september 2022, van https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33066592/ Livingston, G., Huntley, J., Sommerlad, A., Ames, D., Ballard, C., Banerjee, S. et al. (2020, 8 augustus). Dementia prevention, intervention, and care: 2020 report of the Lancet Commission. The Lancet Commissions. Geraadpleegd op 13 september 2022, van https://www.thelancet.com/article/S01406736(20)30367-6/fulltext Loketgezondleven.nl (z.d.). Cijfers en feiten dementie. Geraadpleegd op 13 september 2022, van https://www.loketgezondleven.nl/gezondheidsthema/gezond-en-vitaal-ouder-worden/wat-werktdossier-dementie/cijfers-en-feitendementie#:%7E:text=Op%20basis%20van%20bevolkingsonderzoek%20zijn,en%20ruim%20620.0 00%20in%202050. Loketgezondleven.nl (2021, 27 oktober). Rapport wat werkt risicoreductie dementie. Geraadpleegd op 13 september 2022, van https://www.loketgezondleven.nl/documenten/rapport-wat-werktrisicoreductie-dementie MantelzorgNL. (2019, 8 november). Meer druk op mantelzorgers.

Geraadpleegd op 15 september 2022, van https://www.mantelzorg.nl/nieuws/meer-druk-op-mantelzorgers/ Penninkilampi, R., Casey, A. N., Singh, M. F., & Brodayt, H. (2018). The Association between Social Engagement, Loneliness, and Risk of Dementia: A Systematic Review and Meta-Analysis. Journal of Alzheimer’s Disease. Geraadpleegd op 15 september 2022, van https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30452410/ Prince, M., Albanese, E., Guerchet, M., & Prina, M. (2014, september). World Alzheimer Report 2014. Dementia and Risk Reduction. An Analysis of Protective and Modifiable Factors. London: Alzheimer’s Disease International. Geraadpleegd op 13 september 2022, van https://www.alzint.org/u/WorldAlzheimerReport2014.pdf RIVM. (2019, 24 april). Weten wat werkt: preventie van gehoorschade. Geraadpleegd op 15 september 2022, van https://www.rivm.nl/nieuws/weten-wat-werkt-preventie-van-gehoorschade Stichting Philadelphia Zorg (z.d.). Dementie en de fasen van ‘Ik beleving’. Geraadpleegd op 15 september 2022, van https://www.philadelphia.nl/documents/10184/11810539/dementie-en-de-fasen-van-ikbeleving.pdf/4a17e9a9-b438-112e-802a-33ed9c34291a?t=1532610420000 Van den Broeke, C., Smits, C., & Noorlander, L. (2019). Preventie van dementie bij mensen met een lage sociaal-economische status (ses) en in het bijzonder migranten met een lage ses.

Geraadpleegd op 15 september 2022, van https://www.pharos.nl/wp-content/uploads/2019/11/Notitie-preventievan-dementie-Pharos-2021-b.pdf Vektis (2020). Regiobeeld 2019-2030 Arnhem. Geraadpleegd op 13 september 2022.

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

64

Volksgezondheid Toekomst Verkenning. (z.d.). Ouderdomsziekten zorgen voor grote druk op de zorg. Geraadpleegd op 15 september 2022, van https://www.vtv2018.nl/ouderdomsziekten#referenties Zhang, X.X., Tian, Y., Wang, Z.T., Ma, Y.H., Tan, L., & Yu, J.T. (2021). The epidemiology of Alzheimer’s Disease Modifiable Risk Factors and Prevention. Geraadpleegd op 15 september 2022, van https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34101789/ Zorgstandaard Dementie (z.d.). Geraadpleegd op 13 september 2022, van https://zorgstandaarddementie.nl/

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

65

Bijlage 1

Vragenlijsten

Vragenlijst aanbieders dagactiviteiten dementie *

*

1. Wat is uw functie?

2. Wat is de naam van uw organisatie?

Hierna volgen vragen over de dagbestedingsactiviteiten die uw organisatie aanbiedt. Met dagbestedingsactiviteiten wordt een activiteit bedoeld die structuur en een zinvolle invulling geeft aan de dagelijkse gang van zaken voor personen met dementie en zijn of haar naasten. Dit kunnen zijn: ontmoetingsplekken, inloopplekken of bijeenkomsten waar mensen met dementie goed terecht kunnen.

*

3. Hoeveel dagbestedingsactiviteiten biedt u aan?

Een

Twee

Drie

Vier

Vijf

Zes of meer

U heeft eerder aangegeven {{respondent.questions.AantalActiviteiten}} dagbestedingsactiviteiten aan te bieden. Indien u meer dan zes dagbestedingsactiviteiten aanbiedt, vragen wij u om de volgende vragen in te vullen voor de zes grootste activiteiten in termen van het aantal deelnemers. Hieronder volgen de vragen over deze dagbestedingsactiviteiten;

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

66

*

*

*

*

*

*

4. Wat is de naam van dagbestedingsactiviteit 1?

5. Wat is de naam van dagbestedingsactiviteit 2?

6. Wat is de naam van dagbestedingsactiviteit 3?

7. Wat is de naam van dagbestedingsactiviteit 4?

8. Wat is de naam van dagbestedingsactiviteit 5?

9. Wat is de naam van dagbestedingsactiviteit 6?

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

67

*

10. Gelieve onderstaande informatie per dagbestedingsactiviteit in te vullenIndien u de website, het e-mailadres of de postcode niet weet kunt u 'nvt' invullen. Website (vul URL in)

Emailadres (vul e-mail in)

Postcode (vul postcode in)

Activiteit 1 Activiteit 2 Activiteit 3 Activiteit 4 Activiteit 5 Activiteit 6

*

11. Welke thema's komen terug in de dagbestedingsactiviteiten die worden georganiseerd?Meerdere antwoorden mogelijk

Activ iteit 1 Activ iteit 2 Activ iteit 3 Activ iteit 4 Activ iteit 5 Activ iteit 6

Dier en

Plan ten /Nat uur

Ha ndarb eid

Kok en

❑

❑

❑

❑

❑

❑

Ku nst

Dan s/ Muz iek

Sp el

Sport / bewe gen

The ater

IC T

And ers

❑ ❑

❑ ❑

❑

❑

❑ ❑

❑

❑ ❑

❑ ❑

❑

❑

❑ ❑

❑

❑

❑ ❑

❑ ❑

❑

❑

❑ ❑

❑

❑

❑

❑ ❑

❑ ❑

❑

❑

❑ ❑

❑

❑

❑

❑ ❑

❑ ❑

❑

❑

❑ ❑

❑

❑

❑

❑ ❑

❑ ❑

❑

❑

❑ ❑

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

Specifi ceer indien 'ander s' ingevu ld

68

*

12. Wat is het doel van de dagbestedingsactiviteit?Meerdere antwoorden mogelijk

Activiteit 1 Activiteit 2 Activiteit 3 Activiteit 4 Activiteit 5 Activiteit 6

*

Zingeving /steentje bijdragen

Om iets te leren

Om de cognitieve ontwikkeling te stimuleren

Om de fysieke ontwikkeling te stimuleren

Anders

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

Specificeer indien 'anders' ingevuld

13. Wat is de mate van fysieke inspanning tijdens de dagbestedingsactiviteit?

Activiteit 1 Activiteit 2 Activiteit 3 Activiteit 4 Activiteit 5 Activiteit 6

*

Mensen ontmoeten

Geen

Weinig

Gematigd

Veel

Niet van toepassing

     

     

     

     

     

14. Wat is de mate van mentale inspanning tijdens de dagbestedingsactiviteit?

Activiteit 1 Activiteit 2 Activiteit 3 Activiteit 4 Activiteit 5 Activiteit 6

Geen

Weinig

Gematigd

Veel

Niet van toepassing

     

     

     

     

     

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

69

*

15. Wat is de benodigde zorgindicatie om deel te kunnen nemen aan de dagbestedingsactiviteit?Meerdere antwoorden mogelijk

Activiteit 1 Activiteit 2 Activiteit 3 Activiteit 4 Activiteit 5 Activiteit 6

Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo, zowel maatwerk als algemene voorziening)

Wet Langdurige Zorg (Wlz)

Zorgverzekeringswet (Zvw) (inclusief Geneeskundige Zorg voor Specifieke Patiëntgroepen (GZSP)

Persoonsgebonden Budget (Pgb)

Er is geen indicatie nodig

Weet ik niet

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

❑

Vragen met betrekking tot de doelgroep

*

16. Wat is de leeftijdscategorie waarvoor de dagbestedingsactiviteit wordt georganiseerd?Meerdere antwoorden mogelijk

Activiteit 1 Activiteit 2 Activiteit 3 Activiteit 4 Activiteit 5 Activiteit 6

40-65 jaar

65-75 jaar

75+ jaar

Het is voor alle leeftijden

Anders

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

Specificeer indien 'anders' ingevuld

Voor de volgende vraag hanteren wij deze definities: Niet pluis fase:In de niet-pluis fase komen symptomen voor die wijzen op mogelijke dementie, maar de diagnose is nog niet gesteld. Beginnende fase: In de beginnende fase van dementie zijn kleine veranderingen in het gedrag of de capaciteiten van de persoon met dementie zichtbaar. Gevorderde fase: In de gevorderde fase van dementie zijn de veranderingen in het gedrag of de capaciteiten van de persoon met dementie duidelijker. Vergevorderde fase: In de vergevorderde fase van dementie is de persoon met dementie afhankelijk van anderen en heeft hulp nodig.

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

70

17. Voor mensen met welke fase van dementie is de dagbestedingsactiviteit geschikt?Meerdere antwoorden mogelijk

Activiteit 1 Activiteit 2 Activiteit 3 Activiteit 4 Activiteit 5 Activiteit 6

Niet pluis fase

Beginnende fase

Gevorderde fase

Vergevorderde fase

De dagbestedingsactiviteit is voor iedereen geschikt

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

18. Is de dagbestedingsactiviteit toegankelijk voor mensen met dementie die een beperking hebben?

Activiteit 1 Activiteit 2 Activiteit 3 Activiteit 4 Activiteit 5 Activiteit 6

Ja, voor mensen met een lichamelijke beperking

Ja, voor mensen met een verstandelijke beperking

Ja, zowel mensen met een lichamelijke als voor mensen met een verstandelijke beperking

Nee

     

     

     

     

19. Voor mensen met welke lichamelijke beperking is de dagbestedingsactiviteit allemaal toegankelijk?Meerdere antwoorden mogelijk

Activiteit 1 Activiteit 2 Activiteit 3 Activiteit 4 Activiteit 5 Activiteit 6

Voor mensen met dementie en een hoorbeperking

Voor mensen met dementie en een zichtbeperking

Voor mensen met dementie en een beperking het bewegen

Anders

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie

Specificeer indien 'anders' ingevuld

71

20. Vink aan wat voor de dagbestedingsactiviteiten van toepassing is. Binnen de dagbestedingsactiviteiten wordt rekening gehouden met:Meerdere antwoorden mogelijk

Activiteit 1 Activiteit 2 Activiteit 3 Activiteit 4 Activiteit 5 Activiteit 6

Fase van dementie

Etnische achtergrond/afkomst

Religie

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

Verschillen in geslacht

Anders

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

❑ ❑ ❑ ❑ ❑ ❑

Specificeer indien 'anders' ingevuld

21. Is er ruimte voor de mantelzorger om deel te nemen aan of aanwezig te zijn bij de dagbestedingsactiviteit?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=47faaffa-c378-42e9-b677-318af58acab7