Rapportage versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
Tekst van het document
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie Aanbod en behoefte in beeld Opdrachtgever: Netwerk Dementie Arnhem en Omstreken (NDAO) Mogelijk gemaakt door ZonMw Rotterdam, 15 september 2022
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
Aanbod en behoefte in beeld
Opdrachtgever: Netwerk Dementie Arnhem en Omstreken (NDAO)
Rotterdam, 15 september 2022
Inhoudsopgave Lijst met afkortingen
3
Samenvatting
4
1
Introductie onderzoek
4
1.1
Inleiding
4
1.2
Achtergrond en aanleiding voor het onderzoek
4
1.3
Aanpak onderzoek
5
1.4
Kaders van het onderzoek
5
1.5
Leeswijzer
7
2
3
4
5
6
Voorzieningen voor thuiswonende inwoners met dementie
8
2.1
Inleiding
8
2.2
Type voorzieningen
8
2.3
Toegang tot voorzieningen
9
Thuiswonende inwoners met dementie in de regio Arnhem en omstreken in beeld
12
3.1
Dementie in de regio Arnhem en omstreken
12
3.2
Factoren van invloed op het vóórkomen van dementie
13
3.3
Relevante factoren bepalend voor het aanbod in dagactiviteiten
19
3.4
Conclusie
25
Behoefte van thuiswonende inwoners met dementie in Arnhem en omstreken
26
4.1
De behoefte van thuiswonende inwoners met dementie
26
4.2
Wensen en behoefte van mantelzorgers van thuiswonende inwoners met dementie 41
4.3
Aandachtspunten om dagbesteding zinvol te maken voor inwoners met dementie
42
4.4
Conclusie
45
Aanbod dagactiviteiten in de regio Arnhem en omstreken
48
5.1
Inleiding
48
5.2
Type dagactiviteiten in de regio Arnhem en omstreken
48
5.3
Overzicht locaties per gemeente
49
5.4
Activiteiten op locaties per gemeente
52
5.5
Knelpunten en oplossingen volgens casemanagers
57
5.6
Conclusie
59
Gap-analyse – verbeterpunten aanbod
60
6.1
Wat kunnen partijen in de preventieve sfeer doen?
60
6.2
Welk aanbod mist?
60
6.3
Wat is nodig om aanbod toekomstbestendig te maken?
61
Bronnenlijst
63
Bijlage 1
Vragenlijsten
66
Bijlage 2
Deelnemers focusgroepen
86
Bijlage 3
Overzicht van locaties
87
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
Lijst met afkortingen
CBS
=
Centraal Bureau voor de Statistiek
CIZ
=
Centrum Indicatiestelling Zorg
GGD
=
Gemeentelijke Gezondheidsdienst
GZSP
=
Geneeskundige Zorg voor Specifieke Patiëntgroepen
NDAO
=
Netwerk Dementie Arnhem en Omstreken
OCO
=
Onafhankelijk cliëntondersteuner
Pgb
=
Persoonsgebonden budget
Wlz
=
Wet langdurige zorg
Wmo
=
Wet maatschappelijke ondersteuning
Zvw
=
Zorgverzekeringswet
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie 3
Samenvatting
Aanleiding en aanpak van het onderzoek Het Netwerk Dementie Arnhem en Omstreken (NDAO) heeft als doel om ondersteuning voor mensen met dementie integraal en toekomstbesteding vorm te geven waarbij duidelijkheid bestaat over ieders rol en verantwoordelijkheid. Eén van de vormen van ondersteuning waar het NDAO zich op richt is het aanbod van dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie. Dagactiviteiten zijn activiteiten die als doel hebben om plezier aan een dag te geven en te voorzien in een zinvolle dag invulling. Het NDAO ontvangt knelpunten uit de werkpraktijk van casemanagers dementie, gemeenten en zorgaanbieders over het aanbod van dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie. Om zicht te krijgen op deze knelpunten en daarvoor passende oplossingen te vinden, hebben de NDAO-partners besloten een onderzoek uit te laten voeren. Het onderzoek biedt inzicht in de bestaande vraag en het aanbod van dagactiviteiten en levert handvaten op voor gemeenten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars om een integraal aanbod voor dagactiviteiten te ontwikkelen dat aansluit bij verschillende behoeften van de doelgroep (thuiswonende mensen met dementie). Het onderzoek bestaat uit verschillende bouwstenen: 1.
Regiobeeld van de kenmerken van thuiswonende mensen met dementie in de regio Arnhem en omstreken en een overzicht van het aanbod van dagactiviteiten aan de hand van deskresearch en een online survey onder aanbieders. 2. Behoefteanalyse naar de behoefte en wensen van thuiswonende mensen met dementie aan de hand van een online en schriftelijke survey ingevuld door thuiswonende mensen met dementie en focusgroepen met casemanagers dementie. 3. Gapanalyse naar in hoeverre het huidige aanbod aan dagactiviteiten aansluit bij de behoefte van thuiswonende inwoners met dementie. 4. In werksessies, op basis van de aanbevelingen uit het onderzoek, aan de slag met het ontwerpen van een visie en routekaart voor toekomstbestendig aanbod.
Thuiswonende inwoners met dementie in de regio Arnhem en omstreken in beeld In de gemeenten Arnhem, Rheden, Renkum, Lingewaard, Overbetuwe en Rozendaal wonen in totaal 4.971 mensen met dementie. Circa 68% van de mensen met dementie woont thuis. De vergrijzing is van invloed op het aantal mensen dat dementie zal ontwikkelen. In alle zes gemeenten zal het aantal mensen met dementie toenemen in de periode tot en met 2050. De gemeenten en de zorgorganisaties moeten in hun beleid rekening houden met deze toenemende groep chronisch zieken in de vorm van passende ondersteuning. Er is een aantal knoppen – of beïnvloedbare factoren – waar gemeenten en samenwerkende partners aan kunnen draaien om een toename van het aantal mensen met dementie te verminderen en hun kwaliteit van leven te bevorderen. Partijen zouden meer moeten inzetten op het bevorderen van positieve gezondheid/leefstijl. Het helpt als gemeenten en samenwerkende partners hun beleid vanuit (positieve) gezondheid en minder vanuit zorg formuleren en uitvoeren. Zo kunnen gemeenten bijvoorbeeld tijdens het keukentafelgesprek als onderdeel van een Wmoaanvraag al met inwoners spreken over gezondheid, wat iemand kan, belangrijk vindt en wil
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie 4
veranderen. Ook kunnen partners gezamenlijk een campagne opzetten gericht op bevorderen van een gezonde leefstijl en (positieve) gezondheid bij ouderen. Ditzelfde geldt als het gaat om sociale en emotionele eenzaamheid en het hebben van sociale contacten, waar gemeenten en zorgaanbieders veel in kunnen betekenen. Wanneer mensen met dementie dreigen gevoelens van eenzaamheid te ontwikkelen kunnen locaties voor dagbesteding en ontmoeting fungeren als plek om eenzaamheid te voorkomen. Juist ook als wijkcoaches, Wmoconsulenten, casemanagers of andere zorgprofessionals bij mensen thuiskomen bijvoorbeeld vanwege een Wmo-aanvraag kunnen zij al uitvragen of mensen zich eenzaam voelen. Als dit het geval is kunnen zij tijdig sociale ondersteuning zoeken voor deze mensen. Daarnaast adviseren we gemeenten, in samenwerking met huisartsen en zorgpartners, meer werk te maken van het vroegtijdig signaleren en bereiken van inwoners met dementie. Vroegtijdige doorverwijzing is essentieel om tijdig de juiste begeleiding te zoeken voor iemand met dementie en diens naasten. De inzet van de casemanager als onafhankelijke cliëntondersteuner én goede afspraken met huisartsen, geriaters en andere specialisten over vroegtijdig doorverwijzen kunnen helpen om inwoners al eerder te bereiken en hulp te bieden.
Behoefte van thuiswonende inwoners met dementie in Arnhem en omstreken In totaal hebben 104 thuiswonende inwoners met dementie de vragenlijst ingevuld. De helft van deze thuiswonende mensen met dementie heeft aangegeven dat het aanbod van dagactiviteiten niet aansluit bij hun behoefte. Zij geven aan dat er verschillende redenen zijn om niet deel te nemen aan dagactiviteiten. De meest voorkomende redenen zijn: niet geassocieerd willen worden met ziekte (46%), het is spannend om aan iets nieuws mee te doen en men blijft daarom liever bij het bekende (41%) en dat men geen behoefte heeft om zich onder andere mensen met dementie te bevinden (39%). De meest voorkomende redenen voor thuiswonende mensen met dementie om wel deel te nemen aan dagactiviteiten zijn: mensen ontmoeten (74%), voorkomen dat geheugen en kennis achteruit gaan (72%) en willen voorkomen dat men fysiek achteruit gaat (63%). Specifieke kenmerken van dagactiviteiten die de voorkeur hebben van thuiswonende mensen met dementie in de regio. Er is aan thuiswonende mensen met dementie gevraagd welke thema’s zij plezierig vinden bij dagactiviteiten. De drie type dagactiviteiten die het vaakst naar voren kwamen zijn: muziek (72%), natuur (72%) en bewegen (68%). Er is ook gevraagd naar hun voorkeur voor groepsgrootte en reisafstand.
Voor meer dan 70% van de respondenten geldt dat zij het liefst naar activiteiten met een groepsgrootte van maximaal 6 personen gaan. De maximaal wenselijke reistijd ligt voor 56% van de respondenten tussen de 10 en 30 minuten. Thuiswonende mensen dementie hebben aangegeven dat zij de volgende aspecten van dagactiviteiten belangrijk vinden: de sfeer en veiligheid op de locatie waar de dagactiviteit plaatsvindt, de mate waarin het personeel of de vrijwilligers communiceren en de aanwezigheid van zorgprofessionals. Daarnaast vindt driekwart van de respondenten dat er bij dagactiviteiten rekening gehouden moet worden in verschillen in fase van dementie van de deelnemers. Minder belangrijke aspecten van dagactiviteiten vinden zij: dat deze alleen toegankelijk zijn voor mensen met dementie, dat de groep altijd bestaat uit mensen die dezelfde culturele achtergrond hebben als
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie 5
zijzelf en dat dagactiviteiten alleen toegankelijk zijn voor mensen die even oud zijn als zijzelf. Daarnaast geeft meer dan 60% van de respondenten financieel te kunnen en te willen bijdragen, met name uit de leeftijdsklasse 75 jaar en ouder. Thuiswonende mensen met dementie hebben verschillende verbeterpunten voor de dagactiviteiten aangegeven. Ten eerste is er te weinig aanbod gericht op sporten, buitenactiviteiten en nuttige activiteiten. Ten tweede wordt de groepsgrootte van activiteiten als te druk ervaren. Daarnaast is er te weinig variatie van activiteiten. Er is behoefte aan dagactiviteiten waarbij zij creatieve dingen kunnen maken en waarbij zij externe uitstapjes maken. Tot slot komen er aandachtspunten voor specifieke doelgroepen uit het onderzoek naar voren: •
Het aanbod voor mensen met beginnende dementie moet passen bij hun leefwereld.
•
Er is beperkt aanbod voor mensen met vergevorderde dementie.
•
Jonge mensen met dementie hebben behoefte aan bewegen en sporten, maar nu zijn er nog veel wachtlijsten voor deze activiteiten. Het is fijn als zij ergens terecht kunnen om te sporten en sociaal en geestelijk actief te blijven. Het uiterlijk van de locatie is voor hen belangrijk en zij willen activiteiten zelf bedenken.
•
Hoger opgeleiden hebben weinig behoefte aan groepsactiviteiten en willen graag contact met gelijkgestemden.
•
Voor praktisch opgeleiden geldt dat zij graag nuttig bezig willen zijn en dat de activiteit aansluit bij het eerdere beroep.
•
Inwoners met een migratieachtergrond zijn niet goed in beeld bij de casemanagers. Deze groep is lastig te bereiken en er is geen goed zicht op hun behoefte.
Behoefte van de mantelzorger De mantelzorger wilt vooral dat alles voor de naaste met dementie goed geregeld is. De mantelzorger heeft geen behoefte aan activiteiten om samen te doen, maar wilt met name ontzorgd worden.
Aandachtspunten volgens casemanagers Samengevat zijn de belangrijkste aandachtspunten volgens de casemanagers: •
Verlaag de drempels van dagactiviteiten en ga in gesprek over vooroordelen die mensen met dementie hebben over dagactiviteiten.
•
Kijk naar de mens in plaats van naar de dagactiviteit. Denk in mogelijkheden.
•
Cliënten missen écht contact, de 1-op-1 contacten. Dat wordt niet opgelost met een groepsactiviteit, want daarin kun je ook eenzaam zijn.
Het aanbod aan dagactiviteiten in beeld
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie 6
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie 7
In de regio Arnhem en omstreken zijn 109 ontmoetingslocaties en 41 dagbestedingslocaties. Er zijn even veel dagbesteding locaties toegankelijk met een Wmo-indicatie als met een Wlzindicatie. Specifiek in Renkum komt het aanbod in ontmoeting en dagbesteding niet overeen met het aantal mensen met dementie in de gemeente. In die gemeente moeten mensen relatief ver reizen om bij een activiteit te komen. Dit laatste geldt tevens voor alle inwoners met dementie die zich aan de buitenranden van de gemeenten bevinden, de activiteiten zijn namelijk gecentreerd in de centra van de verschillende kernen. Naast dit overzicht is middels een vragenlijst onder aanbieders verdiepende informatie opgehaald over 22 locaties verspreid over de gemeenten. De thema’s van de ontmoetings- en dagbestedingsactiviteiten lopen uiteen. Ditzelfde geldt voor het doel, dat gericht kan zijn op de persoon met dementie maar ook op de mantelzorger. De activiteiten bestaan vooral uit groepen van 7-10 of 11-16 personen, activiteiten voor grotere of kleinere groepen worden vrijwel niet georganiseerd. Daarnaast is dagbesteding vooral voor mensen vanaf 65 jaar en wordt de groep jongere mensen met dementie in de meeste gevallen uitgesloten. Er is slechts één locatie dat activiteiten voor mensen in het vergevorderd stadium van dementie aanbiedt.
Gap-analyse – verbeterpunten aanbod Wat kunnen partijen in de preventieve sfeer doen? In alle zes gemeenten zal het aantal mensen met dementie – als gevolg van de vergrijzing toenemen in de periode tot en met 2030. In de preventieve sfeer kunnen gemeenten en samenwerkende partners inzetten op positieve gezondheid/leefstijl om het aantal mensen met dementie te beperken, maar ook om de huidige populatie van mensen met dementie van een betere gezondheid te voorzien. Ook het aanpakken van sociale en emotionele eenzaamheid onder ouderen helpt om de negatieve gevolgen van dementie onder inwoners enigszins te verzachten. Wanneer mensen dreigen gevoelens van eenzaamheid te ontwikkelen kunnen locaties voor dagbesteding en ontmoeting fungeren als plek om eenzaamheid te voorkomen, maar ook breder kan er in het welzijnsbeleid meer aandacht voor eenzaamheid komen. Knelpunten en oplossingen rondom het aanbod van dagactiviteiten Het grootste knelpunt vanuit de aanbieders betreft het vervoer en het tekort aan vrijwilligers. Locaties regelen vaak zelf vervoer, maar dit leidt tot hoge kosten. Het tekort aan vrijwilligers maakt het een kwetsbare optie om het vervoer via hen te laten lopen. Dit maakt cliënten afhankelijk van het aanbod in de buurt, wat niet altijd passend is bij het betreffende individu.
Het bureaucratische systeem rondom het krijgen van een zorgindicatie voor mensen met dementie werkt demotiverend en draagt niet bij aan het vinden van passende ondersteuning. Dit kan er in het ergste geval zelfs toe leiden dat te zware zorg wordt ingezet. Mantelzorgers ervaren deze last ook, wat de druk op hun schouders vergroot. Er is behoefte aan meer aanbod waarbij huidige initiatieven in de gemeente gecombineerd worden met aanbod in dagactiviteiten voor mensen met dementie. Creativiteit en menselijkheid zijn hierin belangrijker dan krampachtig vasthouden aan regels, bijvoorbeeld rondom het vinden van begeleiders met het juiste opleidingsniveau. Welk aanbod mist? Het aanbod in dagactiviteiten in de regio Arnhem en omstreken is nog niet toereikend.
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
2
Ten eerste moet het individu met dementie meer centraal komen te staan. Dit betekent dat dagactiviteiten uitgaan van de behoefte van het individu en niet vanuit een bepaalde activiteit. Wat wil iemand met dementie het liefst doen? Hoe ziet zijn of haar leefwereld eruit ongeacht de fase van dementie? En hoe kunnen deze twee elementen gecombineerd worden? De antwoorden op deze vragen volgen door op individueel niveau contact te maken met de persoon met dementie en in mogelijkheden te denken. Het merendeel van de inwoners met dementie prefereert activiteiten in kleinere groepen dan nu het geval is. Zij wensen een maximale groepsgrootte van zes personen. Zij zijn bereid om te reizen voor de activiteit, maar niet veel langer dan tussen de 10 en 30 minuten. Verder is het belangrijk voor inwoners met dementie dat de activiteiten buiten plaatsvinden, een sportelement bevatten en zinvol zijn. De mantelzorgers benadrukken dat de activiteiten geen rekening hoeven te houden met hen omdat zij geen behoefte hebben om mee te doen in de activiteiten, maar liever ontlast worden. Praktisch opgeleide mensen zien liever dagactiviteiten die aansluiten bij een eerder beroep zodat zij zich nuttig voelen. Voor jonge mensen met dementie zijn autonomie en eigen regie essentieel, wat zich uit in de mogelijkheid om eigen activiteiten te bedenken.
Een doelgroep waar vooralsnog weinig zicht op is betreft mensen met een migratieachtergrond. Deze groep is lastig te bereiken en is volgens de casemanagers ondervertegenwoordigd in de caseload.. Er is bij de casemanagers behoefte naar meer handvaten voor cultureel sensitief werken. Mensen met dementie willen liever niet geassocieerd worden met de ziekte dementie. Zij benadrukken dat zij geen behoefte hebben om zich onder andere mensen met dementie te bevinden. Dit zijn obstakels die minder in de praktische vormgeving van de dagactiviteit liggen en meer bij de acceptatie van de ziekte bij de mensen met dementie zelf. Het is een taak voor zowel zorgaanbieders, gemeenten, verenigingen en het maatschappelijk middenveld om deze acceptatie te vergroten.
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
3
1
Introductie onderzoek
1.1
Inleiding In dit hoofdstuk geven we een introductie op het onderzoek. We beschrijven de achtergrond en aanleiding van het onderzoek, de betrokken partners, de opzet van het onderzoek en de scope. We sluiten het hoofdstuk af met een leeswijzer voor het vervolg van het rapport.
1.2
Achtergrond en aanleiding voor het onderzoek In 2021 telde Nederland ongeveer 250.000 mensen met de dementie1. Het merendeel (68%) is thuiswonend. Door vergrijzing neemt dit aantal de komende jaren toe. In 2040 ligt het voorspelde aantal mensen in Nederland met dementie op meer dan 500.000 en in 2050 op ruim 620.000 mensen.2 Passende zorg en ondersteuning voor mensen met dementie helpt de kwaliteit van leven van mensen met dementie en hun naasten te verbeteren. Gemeenten, zorgorganisaties en zorgverzekeraars hebben samen een belangrijke rol in het bieden van deze ondersteuning. In de regio Arnhem en omstreken hebben deze partijen met het oprichten van het Netwerk Dementie Arnhem en Omstreken (NDAO)3 de handen ineen geslagen. Het NDAO biedt ondersteuning en zorg aan mensen met dementie en hun naasten in de regio Arnhem en omstreken. Het NDAO faciliteert de samenwerking tussen partijen en zorgt ervoor dat informatie over dementie en het ondersteuningsaanbod op één plek beschikbaar is voor de inwoner. De doelstelling van het NDAO is om ondersteuning voor mensen met dementie integraal en toekomstbestendig vorm te geven waarbij duidelijkheid bestaat over ieders rol en verantwoordelijkheid. De ondersteuning is ingericht vanuit de personen met dementie en hun mantelzorgers, conform de Zorgstandaard Dementie4.
Eén van de vormen van ondersteuning waar het NDAO zich op richt is het aanbod van dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie. Dagactiviteiten zijn activiteiten die als doel hebben om plezier aan een dag te geven en te voorzien in een zinvolle dag invulling. Deze activiteiten – vaak groepsgewijs georganiseerd in buurthuizen, wijkcentra of zorginstellingen – bieden ontspanning, sociale contacten en steun in alle fasen van dementie. Ze verhogen de kwaliteit van leven van mensen met dementie en hun naasten en dragen eraan bij dat mensen met dementie langer thuis kunnen wonen. Ook verlichten deze activiteiten de druk op mantelzorgers. Het NDAO ontvangt de volgende knelpunten uit de werkpraktijk van casemanagers dementie, gemeenten en zorgaanbieders over het aanbod van dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie: •
Inwoners weten de voor hen passende dagactiviteiten niet altijd goed te vinden omdat er geen volledig overzicht is van het aanbod naar fasen van dementie;
1 2 3
4
Kroes, F, Huijsmans, K & Post, H (2021). Loketgezondleven.nl (z.d.). Gemeenten: Arnhem, Overbetuwe, Rheden/Rozendaal, Lingewaard en Renkum. Samenwerkende organisaties:Alzheimer Nederland, ACARE Thuiszorg, Baaszorg, Buurtzorg, DrieGastenhuizenGroep, Evital, Forte Welzijn, Innoforte, Insula Dei Huize Kohlmann, Menzis, MVT, Onze Huisartsen, Parago, Pleyade, Rijnstate, Rijnwaal, Santé Partners, Stichting Samen Zorgen, stmg, SWOA, Thuiszorg Groot Gelre, Thuiszorg Totaal, Verburg Molhuijsen, Wijkteams Arnhem, Zinzia, Zorg&CO, Zorg&Welzijn Arnhem, Home Instead Thuiszorg, Hulp in Gelderland, Attent. De Zorgstandaard Dementie is een leidraad voor professionals en beschrijft in algemene termen wat vanuit het perspectief van personen met dementie en hun mantelzorgers goede dementiezorg- en ondersteuning is.
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
4
•
Er zijn meer organisaties die het aanbod vanuit de Wlz dan vanuit de Wmo organiseren. Gevolg is dat er beperkt aanbod is voor inwoners in de beginnende fasen van dementie én gemeenten minder sturingsmogelijkheden hebben op het aanbod.
•
Er is beperkt zicht op de behoefte van thuiswonende inwoners met dementie aan dagactiviteiten. Gevolg is dat inwoners mogelijk niet het meest passende aanbod ontvangen.
•
Aanbieders in de regio kennen elkaars aanbod onvoldoende. Zij missen hierdoor de kans om te leren van elkaar en een gezamenlijk aanbod te ontwikkelen aansluitend bij de diverse behoeften van thuiswonende inwoners met dementie.
Doel onderzoek Om zicht te krijgen op bovenstaande knelpunten en daarvoor passende oplossingen te bieden, hebben de NDAO-partners besloten een onderzoek uit te laten voeren. Het onderzoek biedt inzicht in de bestaande vraag en het aanbod van dagactiviteiten en levert handvaten op voor gemeenten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars om een integraal aanbod voor dagactiviteiten te ontwikkelen dat aansluit bij verschillende behoeften van de doelgroep (thuiswonende mensen met dementie). Voor het uitvoeren van het onderzoek is gebruik gemaakt van een onderzoek subsidie van ZonMw.
1.3
Aanpak onderzoek Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Ecorys in de periode april 2022 tot en met oktober 2022 en bestaat uit verschillende bouwstenen. 1. Opstellen regiobeeld. Doel van het regiobeeld is inzicht krijgen in de omvang en kenmerken van thuiswonende inwoners met dementie in de regio Arnhem en omstreken (nu en in de toekomst) en een compleet overzicht krijgen van het aanbod aan dagactiviteiten voor inwoners met dementie in de regio. Voor het opstellen van het regiobeeld is deskresearch uitgevoerd en is een online survey ingevuld door aanbieders van 22 locaties. Er is gebruik gemaakt van databronnen van o.a. gemeenten, NDAO, Vektis, Menzis, GGD en Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 2. Behoefteanalyse. Doel van de behoefteanalyse is het verkrijgen van inzicht in de behoefte aan dagactiviteiten van thuiswonende inwoners met dementie in de regio. De behoefteanalyse is nader uitgesplitst in de kenmerken gender, leeftijd, fase van dementie en gemeente. Een online en schriftelijke survey ingevuld door 104 thuiswonende inwoners met dementie vormt de basis voor de behoefteanalyse. 3. Gap-analyse. Doel van de gap-analyse is onderzoeken in hoeverre het huidige aanbod aan dagactiviteiten aansluit bij de behoefte van thuiswonende inwoners met dementie. Deze analyse legt knelpunten en oplossingen bloot voor het toekomstig aanbod. 4.
Voor het opstellen van een visie en routekaart voor toekomstbestendig aanbod, op basis van de aanbevelingen uit het onderzoek, zijn drie werksessies georganiseerd met betrokken partners (o.a. gemeenten, zorgaanbieders en zorgverzekeraar).
1.4
Kaders van het onderzoek We bespreken hieronder de definitie van dagactiviteiten en de representativiteit van het onderzoek. Definitie dagactiviteiten Het onderzoek richt zich specifiek op dagactiviteiten voor thuiswonende inwoners met dementie in de gemeenten Arnhem, Overbetuwe, Lingewaard, Renkum, Rheden en Rozendaal5.
5
Dit wordt ook wel zinvolle dag invulling genoemd.
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
5
Dagactiviteiten kunnen we onderscheiden in dagbesteding/dagbehandeling6 en ontmoetingsplekken. Dagactiviteiten zijn alle activiteiten die als doel hebben om zingeving en plezier aan een dag te geven. De activiteiten – vaak groepsgewijs georganiseerd in buurthuizen, wijkcentra of zorginstellingen – bieden ontspanning, sociale contacten en steun in alle fasen van dementie. Dit zijn bijvoorbeeld een koffieochtend in een buurthuis, uitjes, vormen van welzijnswerk of muzieklessen. Het kunnen ook activiteiten zijn gericht op het verbeteren van cognitieve of fysieke vaardigheden. Er zijn dagactiviteiten waar meer begeleiding gegeven wordt. Dit is met name bedoeld voor inwoners in verdere fasen van dementie. Dit soort dagactiviteit noemen we ‘dagbesteding of dagbehandeling’. Locaties voor dagbesteding zijn niet vrij toegankelijk. Hier is meer professionele zorg en begeleiding aanwezig. Om die reden zijn dergelijke locaties alleen toegankelijk voor mensen met een zorgindicatie (Wmo maatwerk of Wlz). Ontmoetingsplekken zijn in tegenstelling tot locaties voor dagbesteding wel vrij toegankelijk voor alle inwoners in de regio. Inwoners hebben hiervoor geen zorgindicatie nodig. Representativiteit Het regiobeeld (hoofdstuk 5) heeft een regionaal dekkend beeld opgeleverd van locaties voor ontmoeting en dagbesteding.
Door middel van een enquête is vervolgens inzicht verkregen in specifieke kenmerken van 22 van de in totaal 120 locaties. Deze 22 locaties zijn verspreid over de verschillende gemeenten en verspreid naar typen locaties (ontmoeting of dagbesteding) en geven daarom een beschrijvend beeld van de variatie in locaties per gemeente. 104 thuiswonende inwoners met dementie hebben deelgenomen aan het behoefteonderzoek. Dit is 3% van het totaal aan thuiswonende inwoners met dementie in de zes gemeenten (circa 3400 inwoners). De spreiding van de respondenten over de gemeenten (tabel 1.1) laat zien dat in Arnhem en Renkum de respons een goede afspiegeling is van de populatie. Respondenten uit Lingewaard en Overbetuwe zijn (licht) oververtegenwoordigd in de respons. Er ontbreken respondenten uit Rheden en Rozendaal. De resultaten uit de behoefteanalyse laten een betrouwbaar beeld zien van de behoeften van thuiswonende inwoners met dementie uit Arnhem, Renkum, Lingewaard en Overbetuwe. Tabel 1.1
Vergelijking populatie en respons Aantal thuiswonende inwoners met dementie
Aantal thuiswonende inwoners met dementie respons
Arnhem
1.316
39%
40
38%
Rheden
666
20%
0
0%
Renkum
493
15%
18
17%
Lingewaard
432
13%
20
19%
Overbetuwe
442
13%
27
26%
Rozendaal
19
1%
0
0%
3359
100%
104
100%
Totaal
De spreiding over andere persoonskenmerken zoals geslacht, leeftijd en opleidingsniveau laat zien dat mannen en vrouwen in de respons gelijk verdeeld is, er een goede spreiding is naar opleidingsniveau en dat het merendeel (69%) 75 jaar of ouder is. Slechts 8 respondenten in de leeftijdsklasse
6
In de gemeente Arnhem gebruikt men de term ‘groepsbegeleiding’.
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
6
40-65 jaar heeft deelgenomen aan de enquête. Omdat we niet weten wat het werkelijk aantal thuiswonende inwoners met dementie in deze leeftijdsklasse is kunnen we geen uitspraken doen over de representativiteit.
1.5
Leeswijzer Dit rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 beschrijven we welke voorzieningen voor thuiswonende inwoners met dementie er zijn en hoe dit geregeld is. We schetsen het bredere kader waarbinnen dagactiviteiten een onderdeel zijn. In hoofdstuk 3 brengen we de thuiswonende inwoners met dementie in de regio in beeld. Hierin beschrijven wij de prevalentie, dus het vóórkomen van dementie in de regio, en enkele beïnvloedbare factoren van dementie. Hoofdstuk 4 beschrijft de behoefte van thuiswonende inwoners met dementie in de regio en hun mantelzorgers. In hoofdstuk 5 zetten we het aanbod aan dagactiviteiten uiteen. We beschrijven de locaties in verschillende gemeenten. Ook gaan we in op wat knelpunten zijn in de toegankelijkheid tot het aanbod in diverse gemeenten volgens de casemanagers dementie. In hoofdstuk 6 zetten we het aanbod en de behoefte tegenover elkaar en beschrijven we welk aanbod mist en voor wie.
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
7
2
Voorzieningen voor thuiswonende inwoners met dementie
2.1
Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we welke voorzieningen er voor thuiswonende inwoners met dementie in Nederland zijn. We schetsen het soort voorzieningen dat nodig is in welke fase van dementie. Vervolgens zoomen we in op de regio Arnhem en omstreken en beschrijven hoe de toegang tot deze voorzieningen is geregeld vanuit wet en gemeentelijk beleid. We focussen op voorzieningen voor thuiswonende inwoners met dementie. Voorzieningen voor inwoners in een instelling laten we in dit onderzoek buiten beschouwing.
2.2
Type voorzieningen Dementie is een verzamelnaam voor ruim vijftig hersenziektes. Deze ziektes tasten de hersenen aan en zorgen voor een geleidelijke achteruitgang van iemands geestelijke gezondheid. Dementie heeft veel impact op iemands leven en zijn/haar omgeving. Het is een progressieve ziekte waarbij effecten zowel in gedrag als in cognitie steeds groter worden. Om het ziekteproces van dementie te omschrijven, zijn vier fasen vastgesteld. •
In de eerste fase, de niet-pluisfase zijn er symptomen aanwezig die wijzen op mogelijke dementie. Er is nog geen officiële diagnose.
•
In de beginnende fase worden kleine veranderingen zichtbaar in het gedrag of de capaciteiten van de persoon met dementie. Er is een diagnose dementie vastgesteld.
•
In de gevorderde fase van dementie zijn veranderingen in het gedrag of de capaciteiten van de persoon met dementie duidelijk zichtbaar.
•
In de vergevorderde fase is de persoon met dementie afhankelijk van anderen en hulpbehoevend.
Omdat de ziekte dementie een progressief verloopt kent, kan de benodigde ondersteuning per fase sterk verschillen. In de beginnende fasen van dementie is dat vooral een luisterend oor, goede informatie, een casemanager dementie die gezamenlijk met de inwoner en zijn/haar naasten een plan maakt en eventueel helpt bij het vinden van een zinvolle tijdsbesteding. Voor inwoners die verder gevorderde vormen van dementie hebben is ondersteuning nodig bij meer praktische zaken, huishoudelijke taken en de weg weten te bewandelen in het ingewikkelde zorglandschap. Ook kan ondersteuning gewenst zijn op zorggebied of hulp bij het vinden van een zinvolle en plezierige dag invulling (dagactiviteiten). Zo divers de behoefte aan voorzieningen is, zo divers is ook het palet aan professionals en vrijwilligers dat deze ondersteuning biedt. Zo zijn het de casemanagers dementie die naast de persoon met dementie en zijn of haar naasten staan en helpen een weg te vinden in alle wetten, regels en zorgmogelijkheden. De wijkverpleegkundige die zorg aan huis verleent. De huishoudelijke hulp die de huishoudelijke taken oppakt, en de ambulant begeleider die aanvullende begeleiding biedt aan zowel thuiswonende inwoner met dementie als – indien gewenst – aan diens naaste. En de mantelzorgondersteuner die advies, praktische hulp of respijtzorg biedt aan de mantelzorger.
De activiteitenbegeleider, zorgprofessional of vrijwilliger in buurthuis, andere ontmoetingsplek of zorginstelling die voor een zinvolle dagactiviteit en de benodigde ondersteuning zorgt.
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
8
2.3
Toegang tot voorzieningen In deze paragraaf beschrijven we hoe thuiswonende inwoners met dementie in de regio Arnhem en omstreken toegang krijgen tot de verschillende voorzieningen. We gaan in op de meest voorkomende voorzieningen: de casemanager dementie, ondersteuning en zorg thuis en dagactiviteiten. Casemanager dementie De casemanager dementie is een onafhankelijke professional die naast de inwoner met dementie en zijn/haar naaste(n) staat. De casemanager gaat regelmatig langs en biedt een luisterend oor en advies over het omgaan met de ziekte en regelt de benodigde zorg en ondersteuning in huis en denkt mee over welke dagactiviteiten passend zijn en regelt ook de toegang hiertoe. Het doel van de ondersteuning door de casemanager is dat de inwoner met dementie zo lang en prettig mogelijk thuis kan blijven wonen. In de regio Arnhem en omstreken zijn circa 43 casemanagers werkzaam in de verschillende gemeenten. Inwoners met dementie krijgen toegang tot de hulp van een casemanager met een zorgindicatie vanuit de zorgverzekeringswet (Zvw) of de wet langdurige zorg (Wlz). Die zorgindicatie regelt de casemanager dementie of de wijkverpleegkundige. Inwoners zijn hiervoor verzekerd. In de gemeente Rheden is – anders dan in de andere gemeenten - ervoor gekozen om de casemanager als onafhankelijke cliëntondersteuning in te zetten.
Deze inzet wordt door de gemeente Rheden vergoed uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) totdat er een overdracht is naar de Zvw of Wlz. Ondersteuning en zorg thuis Thuiswonende Inwoners met dementie kunnen verschillende vormen van zorg en ondersteuning nodig hebben. Er kan hulp nodig zijn bij huishoudelijke taken, bij zorgtaken of praktische zaken (bijvoorbeeld het doen van de administratie). Zij krijgen toegang tot deze ondersteuning via Zvw, gemeente of via het zorgkantoor. Is er behoefte aan lichtere vormen van ondersteuning, praktische zaken en huishoudelijke ondersteuning dan vraagt de inwoner deze voorzieningen aan bij de gemeente. Inwoners kunnen dan gebruik maken van maatwerkvoorzieningen gefinancierd vanuit de Wmo. In geval er behoefte is aan geneeskundige zorg thuis, bijvoorbeeld wijkverpleging, dan vraagt de inwoner deze zorg aan bij de wijkverpleegkundige/casemanager dementie. De wijkverpleegkundige of casemanager dementie zal een indicatie stellen op grond van welke zorg er nodig is en maakt een zorgplan. Is er sprake va 24-uurszorg of toezicht dan vraagt de inwoner deze zorg aan via het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Het CIZ beoordeelt of de zorgvraag past binnen de kaders van de Wlz.
Als dit zo is dan ontvangt de inwoner een Wlz-indicatie - waarmee hij/zij toegang krijgt tot zorg Hieronder valt: persoonlijke verzorging en verpleging, begeleiding, huishoudelijke hulp, medische zorg, dagbesteding, vervoer naar de dagbesteding, hulpmiddelen. Het zorgkantoor Menzis in de regio Arnhem financiert alle Wlz-zorg in de regio. Dagactiviteiten Wat een zinvolle besteding is van een dag verschilt sterk tussen mensen en dus ook tussen mensen met dementie. Inwoners met dementie verschillen in welke type activiteiten zij nodig hebben voor een zinvolle daginvulling.
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
9
In geval er behoefte is aan een sociaal praatje zijn er in elk van de zes gemeenten in de regio Arnhem en omstreken locaties waar laagdrempelige activiteiten (ook) voor inwoners met dementie worden georganiseerd. Dit zijn bijvoorbeeld wijkcentra, dorps- of buurthuizen en inloophuizen. Deze plekken zijn vrij toegankelijk. Inwoners hebben hiervoor geen indicatie nodig. Sommige locaties organiseren specifiek activiteiten voor inwoners met dementie. Dan zijn er vaak professionals aanwezig. Verwijzers zijn de casemanager, de wijkcoach of de Wmo-consulent. Vaak nemen ze al deel aan een activiteit, of gaan zelf op zoek. In geval er behoefte is aan meer zorg en begeleiding bij activiteiten zijn er in de regio Arnhem verschillende plekken waar dagbesteding/groepsbegeleiding7 wordt aangeboden. Dagbestedingsactiviteiten worden veelal georganiseerd op locaties van gecontracteerde aanbieders. Anders dan bij vrij toegankelijke ontmoetingsplekken is er meer professionele zorg en begeleiding aanwezig. Dagbesteding kan daarom wenselijk zijn voor inwoners met verder gevorderde vormen van dementie. Wmo-groepbegeleiding De Wmo-indicatie voor dagbesteding – en eventueel ook voor het vervoer er naartoe als de inwoner dit nodig heeft - wordt door de gemeente afgegeven. In Arnhem gebeurt dit door de wijkcoach, in de andere gemeenten door de Wmo consulenten.
In Renkum en Overbetuwe kunnen casemanagers dementie zelf de indicatie aanvragen via een verkorte procedure in samenwerking met de Wmo consulent. In Rheden is afgesproken dat het plan van aanpak opgesteld door de casemanagers altijd wordt overgenomen door de Wmo consulent die vervolgens de beschikking afgeeft. In de regio Arnhem en omstreken hebben de gemeenten de groepsbegeleiding gezamenlijk aanbesteed. Het Inkoopbureau Sociaal Domein Centraal Gelderland verzorgt namens de deelnemende gemeenten het inkoopproces. De gecontracteerde aanbieders bieden gezamenlijk twee vormen van (groeps)begeleiding aan8. De eerste vorm is gericht op begeleiding voor inwoners als met het doel het bevorderen van de zelfredzaamheid (ontwikkeling). De tweede vorm is gericht op begeleiding voor inwoners met het doel het stabiliseren van de zelfredzaamheid (stabiel). Andere eisen die gesteld worden zijn: •
Voor groepsbegeleiding ontwikkeling: minimaal 60% van de begeleiding wordt uitgevoerd door een professional met een afgeronde hbo-opleiding richting Zorg en Welzijn. De overige begeleiding wordt uitgevoerd door een professional met een afgeronde Mbo-4 opleidingsrichting Zorg en Welzijn.
•
Voor groepsbegeleiding stabiel: minimaal 20% van de begeleiding wordt uitgevoerd door een professional met een afgeronde hbo-opleiding richting Zorg en Welzijn. De overige begeleiding wordt uitgevoerd door een professional met een afgeronde Mbo-4 opleidingsrichting Zorg en Welzijn
Wlz-dagbesteding De Wlz-indicatie wordt door het CIZ afgegeven. De Wlz-indicatie bevat ook toegang tot dagbesteding én tot vervoer naar die dagbesteding. Een verschil tussen Wlz- en Wmo-dagbesteding is dat Wlz-dagbesteding gericht is op intensievere vormen van zorg en ondersteuning. Het is meer geschikt voor inwoners in verder gevorderde stadia van dementie. Voor alle vormen van dagbesteding gefinancierd vanuit de Wlz geldt dat deskundigheid van medewerkers een belangrijke
7
8
In dit rapport kiezen we de term ‘dagbesteding’. Hieronder valt dus ook de groepsbegeleiding zoals in de regio Arnhem gecontracteerd door alle gemeenten. Inkoopdocument Groepsbegeleiding, inkoop sociaal domein, Centraal Gelderland.
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
10
randvoorwaarde is bij het bieden van passende dagbesteding 9. Het vervoer naar de Wlz dagbesteding moet de zorgorganisatie zelf regelen. De cliënt hoeft daarvoor niet te betalen.
9
College voor Zorgverzekeringen. Handreiking passende dagbesteding.
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
11
3
Thuiswonende inwoners met dementie in de regio Arnhem en omstreken in beeld
Dit hoofdstuk geeft inzicht in de ontwikkeling van het aantal (thuiswonende) mensen met dementie in de gemeenten Arnhem, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden en Rozendaal. Wij beschrijven risicofactoren van dementie en bieden gemeenten handvatten om te anticiperen op het aantal thuiswonende mensen met dementie in de toekomst. Daarnaast geeft dit hoofdstuk een beeld van de huidige populatie van mensen met dementie zodat gemeenten het aanbod in dagactiviteiten hierop kunnen afstemmen.
3.1
Dementie in de regio Arnhem en omstreken In 2021 telde Nederland ongeveer 250.000 mensen met de ziekte Dementie. 10 Het merendeel (68%) is thuiswonend, de rest (32%) woont in een zorginstelling. De tabel hieronder laat de verdeling zien van het aandeel mensen met dementie over de zes gemeenten in de regio Arnhem en omstreken in aflopende grootte. De tabel toont dat het percentage thuiswonende en uitwonende mensen met dementie in de gemeenten vergelijkbaar is met de landelijke cijfers. Het percentage thuiswonende mensen met dementie is vooral in de gemeente Overbetuwe hoger dan op landelijk niveau. In Rozendaal lijkt dit ook het geval te zijn, maar in deze gemeente wonen slechts 20 mensen met dementie. Tabel 3.1
Het totale aantal mensen met dementie, het percentage thuiswonende mensen met dementie en mensen wonend in een instelling voor de zes gemeenten (2021). 11
Gemeente
Percentage
Percentage wonend in
Totaal aantal mensen
thuiswonenden met
een instelling met
met dementie
dementie
dementie
Nederland
68%
32%
250.000
Arnhem
65%
35%
2.025
Rheden
63%
37%
1.041
Renkum
71%
29%
695
Lingewaard
71%
29%
608
Overbetuwe
76%
24%
582
Rozendaal
95%
5%
20
3.1.1 Prognose 2021-2025 Nederland vergrijst: het aantal 65-plussers neemt toe. Zo zullen er in Nederland naar in 2030 naar verwachting 4,2 miljoen 65-plussers in Nederland wonen, 920 duizend mensen meer dan begin 2019.12 De tabel hieronder toont het percentage 65-plussers per gemeente in 2018 en het percentage waarmee het aantal mensen binnen deze leeftijdsgroep zal toenemen in de periode tot en met 2030. Hieruit blijkt dat het aantal 65-plussers in Arnhem het hardst zal stijgen en in Rheden en Renkum het minst hard.
10 11 12
Kroes, F, Huijsmans, K & Post, H (2021). Kroes, F, Huijsmans, K & Post, H (2021). Centraal Bureau voor de Statistiek (2018).
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
12
De significant kleinere stijging in Rheden en Renkum kan verklaard worden doordat de grootste stijging in het aantal 65-plussers al geweest is. Zoals te zien in de tabel is het percentage 65plussers in die gemeente nu al relatief hoog, helemaal in vergelijking tot de gemeente Arnhem. Tabel 3.2
De trend in het percentage 65-plussers tot en met 2030 in de zes gemeenten en in Nederland
Gemeente
Totale populatie
65-plussers in
%65-plussers in
% 65-plussers in
in 2018
2018
2018
2018 ten opzichte van 203013
Nederland
17.230.000
3.256.470
19%
+23%
Arnhem
157.360
23.447
15%
+36%
Overbetuwe
47.481
8.784
19%
+33%
Lingewaard
46.373
9.414
20%
+33%
Rheden
43.527
11.273
26%
+12%
Renkum
31.339
8.493
27%
+18%
Rozendaal
1.575
427
27%
+27%
Volgens het Loket Gezond Leven stijgt door het toenemend aantal 65-plussers in Nederland ook het aantal mensen met dementie in Nederland.14 Alzheimer Nederland stelt zelfs dat leeftijd de belangrijkste risicofactor van dementie is.15 In 2040 ligt het voorspelde aantal mensen met dementie op meer dan 500.000 en in 2050 op ruim 620.000 mensen.16 Het aantal mensen met dementie zal zich in 2050 ten opzichte van 2021 met een factor 2,5 vermenigvuldigen. In de gemeenten Overbetuwe en Lingewaard zal het aantal mensen met dementie in de periode van 2021 tot en met 2050 toenemen met respectievelijk een factor 2,9 en 2,6. Alleen in die gemeenten ligt de toename in 2050 ten opzichte van 2021 hoger dan in Nederland. In de gemeenten Arnhem, Renkum en Rheden/Rozendaal wordt een toename van respectievelijk 2,4; 2,3 en 2,0 voorspeld. Er zijn verschillende verklaringen voor de verschillen in prognose van dementie in de gemeenten. Dit loopt uiteen van persoonskenmerken zoals leeftijd, etnische achtergrond en opleidingsniveau tot omgevings- en leefstijlfactoren. In de volgende paragrafen beschrijven wij deze factoren. 3.1.2 Tussenconclusie De vergrijzing is van invloed op het aantal mensen dat dementie zal ontwikkelen. In alle zes gemeenten zal het aantal mensen met dementie toenemen in de periode tot en met 2050.
De gemeenten en de zorgorganisaties moeten in hun beleid rekening houden met deze toenemende groep chronisch zieken in de vorm van passende ondersteuning.
3.2
Factoren van invloed op het vóórkomen van dementie In 2021 heeft het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een rapport gepubliceerd over de risicoreductie van dementie.17 Hierin wordt op basis van wetenschappelijk onderzoek een onderscheid gemaakt tussen beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare risicofactoren van dementie. De
13 14 15 16 17
Centraal Bureau voor de Statistiek (2018). Loketgezondleven.nl. Alzheimer Nederland. Loketgezondleven.nl. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2021).
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
13
eerste groep beschrijft factoren zoals leefstijl. De tweede groep beschrijft factoren zoals leeftijd en geslacht.18 Wat betreft de niet-beïnvloedbare factoren van dementie hebben wij hierboven beschreven dat de vergrijzing in alle zes gemeenten zal toenemen in de periode tussen 2018 en 2030. Dit is op haar beurt weer van invloed op het aantal mensen dat dementie ontwikkelt in die periode. Dit fenomeen is echter een niet-beïnvloedbaar gegeven, waar gemeenten slechts op kunnen anticiperen. Waar gemeenten, zorg- en welzijnsorganisaties en individuen wel invloed op kunnen uitoefenen betreft de beïnvloedbare risicofactoren. In deze paragraaf richten wij ons daarom op de beïnvloedbare risicofactoren van dementie: de ‘knoppen’ waar gemeenten aan kunnen draaien. Het zijn factoren die van invloed zijn op een stijging of daling in het aantal mensen met dementie in een gemeente. Wanneer gemeenten en zorg- en welzijnsorganisaties op deze factoren inzetten, kunnen zij een toename in het aantal mensen met dementie vertragen of zelfs afzwakken. Daarnaast kunnen gemeenten deze factoren in het achterhoofd houden bij het vormgeven van het aanbod in activiteiten voor mensen met dementie. Beïnvloedbare risicofactoren van dementie worden doorgaans onderverdeeld in vier categorieën: 1. Risicofactoren voor hart- en vaatziekten; 2. Leefstijlfactoren; 3. Psychosociale factoren 4.
Omgevingsfactoren zoals gehoorverlies en luchtverontreiniging. Risicofactoren voor hart- en vaatziekten zijn gerelateerd aan dementie omdat schade aan het hart en de bloedvaten het risico op dementie vergroot. Wetenschappelijke literatuur toont letterlijk dat “wat goed is voor je hart, goed is voor je hersenen”.19 Het betreft een viertal risicofactoren voor hart- en vaatziekten: hoge bloeddruk, ernstig overgewicht, verhoogd cholesterol, diabetes type II. De tweede categorie beschrijft leefstijlfactoren. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat lichamelijke activiteit op verschillende manieren geassocieerd is met dementie. Zo is lichamelijke inactiviteit van invloed op overgewicht en diabetes type II, welke op hun beurt weer gelinkt zijn aan hart- en vaatziekten en daarmee aan dementie.20 Daarnaast wordt gesteld dat bewegen van invloed is op de cognitie en de kans op dementie vermindert met 20 tot 50 procent. “Ook mensen met dementie zullen opknappen als ze voldoende bewegen, want het zal hun cognitie en stemming verbeteren.”21 Leefstijlfactoren die van invloed zijn op dementie zijn: roken, alcoholconsumptie, lichamelijke (in)activiteit, (on)gezonde voeding. Wat betreft psychosociale factoren toont onderzoek aan dat sociaal actief zijn beschermend werkt tegen het ontstaan van dementie.
Daarnaast is sociaal actief zijn belangrijk voor het tegengaan van cognitieve achteruitgang.22 De psychosociale factoren die gelinkt zijn aan dementie zijn: weinig sociale contacten, depressie, slaapstoornissen. Tot slot de vierde categorie: omgevingsfactoren zoals gehoorverlies en luchtverontreiniging. Het verband tussen een gehoorbeperking en dementie is vooralsnog echter onduidelijk. Er zijn verschillende theorieën uiteenlopend van een beperkter sociaal leven als gevolg van de
18 19 20 21 22
Livingston G, Huntley J, Sommerlad A, Ames D, Ballard C, Banerjee S, et al. (2020). Prince M, Albanese E, Guerchet M, Prina M. (2014). Kivimäki M, Singh-Manoux A, Pentti J, Sabia S, Nyberg ST, Alfredsson L, et al. (2019). Interview Erik Scherder (2018). Kuo, C.Y., Stachiv, I., & Nikolai, T. (2020, 14 oktober). Penninkilampi, R., Casey, A.N ., Singh, M.F., Brodayt, H. (2018).
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
14
gehoorbeperking tot de dementie zelf die verantwoordelijk is voor het aantasten van gehoor. 23 Verder is er beperkt bewijs dat bepaalde soorten luchtverontreiniging het risico op dementie kan verhogen.24 Dit verband kan namelijk ook via het negatieve effect van de verontreiniging op harten vaatziekten lopen. In de komende paragrafen bespreken wij deze vier categorieën toegepast op de zes gemeenten. De huidige beschikbare informatie is niet toereikend om inzicht te geven in alle subcategorieën per gemeente. De risicofactoren waarover wij data hebben met betrekking tot de gemeenten staan cursief. 3.2.1 Risicofactoren voor hart- en vaatziekten Wetenschappelijk onderzoek toont dat er verschillende risicofactoren zijn voor het ontwikkelen van hart- en vaatziekten. Dit zijn een hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol, ernstig overgewicht en diabetes type II. De figuur hieronder toont dat 1 op de 5 mensen in Nederland ernstig overgewicht heeft. In vijf gemeenten is dit percentage vergelijkbaar met Nederland. Het is echter opvallend dat het percentage mensen met ernstig overgewicht in de gemeente Rozendaal de helft minder is; hier heeft namelijk 1 op de 10 mensen ernstig overgewicht. Een trendanalyse die de ontwikkeling in het aantal mensen met overgewicht in de periode van 2015 tot en met 2030 vergelijkt toont dat dit aantal alleen maar zal stijgen.
De trendlijn in de regio Arnhem en omstreken ligt echter wel onder de Nederlandse lijn.25 Percentages over diabetes type II tonen in de gemeenten niet veel verschil met het landelijke beeld. Figuur 3.1
Het percentage mensen met ernstig overgewicht en diabetes type II in de zes gemeenten en in Nederland 18%
Nederland
7% 20%
Arnhem
6% 18%
Overbetuwe
7% 18%
Lingewaard
7% 16%
Renkum
9% 18%
Rheden
9% 10% 9%
Rozendaal 0%
5%
10% Ernstig overgewicht
15%
20%
25%
Diabetes type II
23
Alzheimer Nederland (z.d.). Zhang, X.X., Tian, Y., Wang, Z.T., Ma, Y.H., Tan, L., & Yu, J.T. (2021). Livingston G, Huntley J, Sommerlad A, Ames D, Ballard C, Banerjee S, et al. (2020). 25 Menzis (2019). 24
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
15
3.2.2 Leefstijlfactoren Leefstijlfactoren beschrijven de leefstijl van individuen en gaan onder andere over roken, alcoholconsumptie, lichamelijke inactiviteit en ongezonde voeding. De figuur hieronder laat zien dat de percentages van de onderzochte leefstijlfactoren in het grootste deel van de regio Arnhem en omstreken vergelijkbaar zijn met Nederland. Opvallend is dat meer dan de helft van de populatie in de zes gemeenten en in Nederland niet aan de beweegnorm voldoet. Door als gemeente beweging te promoten of op in te zetten in het activiteitenaanbod voor mensen met dementie kan een gemeente een positieve bijdrage leveren aan dit hoge percentage. Verder valt het op dat mensen in Rozendaal over het algemeen iets beter aan de beweegnorm voldoen en minder roken. Echter consumeren inwoners van deze gemeente juist significant meer alcohol. Volgens het regiobeeld van Menzis (2019) is de ontwikkeling in het aantal rokers positief. Een trendanalyse laat zien dat het aantal rokers in 2030 ten opzichte van 2015 zal dalen in de regio Arnhem en omstreken. Binnen dagactiviteiten kan simpel ingezet worden op het stimuleren van beweging door bijvoorbeeld wandelingen te organiseren. Figuur 3.2
Het percentage inwoners van de zes gemeenten en in Nederland dat niet voldoet aan de beweegnorm, overmatig alcohol gebruikt en rookt 62%
Nederland
12% 10%
Arnhem
13% 13%
Overbetuwe 9% Lingewaard
9% Renkum 8% Rheden
62%
58%
12%
57%
13%
58%
11%
61%
12% 9%
Rozendaal 0%
54%
16%
6% 15%
Voldoet niet aan beweegnorm
30%
45% Zwarte tot overmatige drinker
60%
75%
Roker
3.2.3 Psychosociale factoren De derde categorie beschrijft psychosociale factoren en gaat over het hebben van weinig sociale contacten, een depressie of een verstoord slaappatroon. 1 op de 3 mensen van 65 jaar of ouder in Nederland en in de zes gemeenten ervaart sociale of emotionele eenzaamheid. Ook als het gaat om het hebben van weinig sociale contacten of het hebben van depressieve of angstgevoelens liggen de percentages op dezelfde lijn als het landelijk niveau. Deze percentages liggen respectievelijk rond de 10% en 3%.
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
16
Ondanks dat de cijfers over psychosociale factoren vergelijkbaar zijn met het landelijk beeld is het wel van belang dat hier binnen het aanbod in dagbesteding en ontmoeting op wordt ingezet. Dit zorgt dat mensen deel blijven nemen aan de maatschappij, andere mensen ontmoeten, contacten opdoen en vaardigheden leren of behouden. Daarnaast is eenzaamheid bij ouderen met dementie een veelvoorkomend probleem. Dagbesteding kan wellicht structuur en een zinvolle invulling geven aan de dagelijkse gang van zaken. Figuur 3.3
Het percentage inwoners van de zes gemeenten en Nederland dat sociaal of emotioneel eenzaam is, weinig sociale contacten heeft en depressieve gevoelens of gevoelens van angst ervaart
33% 28%
Nederland
10% 4% 35% 32%
Arnhem
12% 5% 31% 27%
Overbetuwe
9% 3% 31% 27%
Lingewaard
9% 3%
32% 28%
Renkum
10% 3% 32% 30%
Rheden
10% 4% 33% 28%
Rozendaal
8% 2% 0%
10%
20%
30%
40%
Sociaal eenzaam Emotioneel eenzaam Weinig sociale contacten (ernstig/zeer eenzaam) Depressie/angst
3.2.4 Omgevingsfactoren De omgevingsfactoren zijn onder andere gehoorverlies en luchtverontreiniging. Zowel gehoorverlies en luchtverontreiniging zijn belangrijke risicofactoren van dementie en factoren die gemeenten goed kunnen aanpakken. Zo is het “Schone Lucht Akkoord” een voorbeeld van een initiatief waarbij het Rijk, provincies en een aantal gemeenten met elkaar om de tafel gaan om de luchtkwaliteit te verbeteren. Door middel van concrete afspraken en gezamenlijke acties wordt gewerkt aan een schonere lucht. Ook hebben VeiligheidNL en het RIVM een dossier gepubliceerd waarin staat wat gemeenten kunnen doen om gehoorschade tegen te gaan. 26 Dit geeft gemeenten handvatten om in te zetten op de preventie van gehoorschade en bewustzijn te creëren over de gezondheidsrisico’s van te hard geluid. 26
RIVM (2019, 24 april).
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
17
De beperking in horen ligt in alle gemeenten en in Nederland vrijwel gelijk. Het percentage ligt rond de 8% met minimale verschillen per gemeente. Met andere woorden, het is een knop waar gemeenten goed aan kunnen draaien maar momenteel is het geen relevante factor in het licht van dementie. Wat betreft luchtvervuiling is het ons bekend dat fijnstof, ozon, zwaveldioxide en stikstofdioxide schadelijk zijn voor de gezondheid. Ook wordt gesteld dat deze stoffen het risico op dementie kunnen vergroten.27 De wettelijke grenswaarden per jaar voor stikstofdioxide en fijnstof met een doorsnee van 10 en 2,5 micrometer zijn respectievelijk 40, 40 en 25 micrometer per kubieke meter. De Tabel hieronder toont de waarden in 2019 in de zes gemeenten. Figuur 3.4
De luchtvervuiling door stikstof en fijnstof uitgedrukt in microgram per kubieke meter in de zes gemeenten
Gemeente (2019)
Luchtverontreiniging NO2 µg/m
3
Luchtverontreiniging PM10 µg/m
3
Luchtverontreiniging PM2,5 µg/m3
Arnhem
20,4
18,4
11,1
Overbetuwe
17,5
17,9
10,8
Lingewaard
16,9
17,7
10,7
Renkum
16,7
17,7
10,6
Rheden
17,8
17,5
10,5
Rozendaal
18,3
17,6
10,5
In alle gemeenten ligt de luchtvervuiling ruim onder de toegestane jaarlijkse waarde. In Arnhem is de vervuiling het hoogst. Dit is te verklaren door het feit dat Arnhem de grootste stad is in termen van oppervlakte en inwoneraantal. Ook hier hoeft vanwege het positieve verschil tussen de uitstoot en de toegestane waarde niet op ingezet te worden door gemeenten. 3.2.5 Tussenconclusie Er is een aantal knoppen – of beïnvloedbare factoren – waar gemeenten en samenwerkende partners aan kunnen draaien om een toename van het aantal mensen met dementie te verminderen. Dit betreffen risicofactoren voor hart- en vaatziekten, leefstijlfactoren, psychosociale factoren en omgevingsfactoren. Daarnaast kunnen deze factoren een rol spelen bij het waarborgen van de kwaliteit van leven van mensen met dementie en de ziekte waar mogelijk afremmen. Risicofactoren voor hart- en vaatziekten en leefstijlfactoren liggen dicht bij elkaar. Beweging is zowel direct als indirect van invloed op het voorkomen van dementie doordat het in het laatste geval ook hart- en vaatziekten voorkomt. Het is daarom belangrijk om hier op locaties voor dagbesteding en ontmoeting op in te zetten. Het helpt als gemeenten en samenwerkende partners in zorg en welzijn hun beleid vanuit (positieve) gezondheid en minder vanuit zorg formuleren en uitvoeren.
Zo kunnen gemeenten bijvoorbeeld tijdens het keukentafelgesprek als onderdeel van een Wmo-aanvraag al met inwoners spreken over gezondheid, wat iemand kan, belangrijk vindt en wil veranderen. Ook gemeenten en partners in zorg en welzijn kunnen gezamenlijk een campagne opzetten voor alle inwoners en professionals gericht op het bevorderen van een gezonde leefstijl en (positieve) gezondheid bij ouderen. Ditzelfde geldt voor sociale en emotionele eenzaamheid en het hebben van sociale contacten. Wanneer mensen dreigen gevoelens van eenzaamheid te ontwikkelen kunnen locaties voor dagbesteding en ontmoeting fungeren als plek om eenzaamheid te voorkomen. Juist ook als wijkcoaches, Wmo-consulenten, casemanagers of andere zorgprofessionals bij mensen 27
Alzheimer Nederland (z.d.).
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
18
thuiskomen bijvoorbeeld vanwege een Wmo-aanvraag kunnen zij al uitvragen of mensen zich eenzaam voelen. Als dit het geval is kunnen zij tijdig sociale ondersteuning zoeken voor deze mensen. Het is hierbij wel belangrijk dat zij weten wat zij moeten doen bij het signaleren van eenzaamheidsgevoelens. Dit betekent dat zij op de hoogte zijn van het aanbod in ontmoeting en dagbesteding.
3.3
Relevante factoren bepalend voor het aanbod in dagactiviteiten Het doel van deze studie is om in te zoomen op thuiswonende mensen met dementie en het creëren van een passend en toekomstbestendig aanbod in dagactiviteiten voor deze populatie. Om tot een passend aanbod te komen is het belangrijk om te weten hoe de specifieke populatie van mensen met dementie eruitziet binnen de gemeenten. Daarom gaan wij in de volgende paragrafen dieper in op de kenmerken van deze groep. In dit hoofdstuk kijken wij naar de demografische kenmerken leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en migratieachtergrond, de fase van dementie waarin mensen met dementie zich bevinden op het moment van aanmelden bij de NDAO en bij de tweejaarlijkse telling van het NDAO28, de indicatie die mensen met dementie hebben en tot slot zoomen wij in op de mantelzorger. De reden dat wij deze indicatoren beschrijven is tweeledig. Enerzijds weerspiegelen de demografische kenmerken de populatie mensen met dementie waarop gemeenten het aanbod in dagactiviteiten kunnen aanpassen. Anderzijds biedt het gemeenten de mogelijkheid vroegtijdig te signaleren en zo tijdig de juiste begeleiding in te zetten.
3.3.1 Demografische kenmerken van mensen met dementie Leeftijd en geslacht In de zes gemeenten is de gemiddelde leeftijd van mensen met dementie vergelijkbaar en ligt tussen de 81 en 85 jaar.29,30 De grootste groep mensen met dementie is in Nederland boven de 80 jaar en daarmee vergelijkbaar met de situatie in regio Arnhem.31 8% van de mensen met dementie in Nederland is jonger dan 65 jaar. Het gaat om ongeveer 15.000 mensen. In de regio zijn 98 mensen met dementie jonger dan 70 jaar. Daarnaast is in Nederland 68% van de populatie van mensen met dementie vrouw.32 In de zes gemeenten is meer dan de helft vrouw, maar dit percentage ligt tussen de 50% en 60%.33 Gemeente
Gemiddelde leeftijd
Aantal mensen
Percentage mensen
jonger dan 70 jaar
jonger dan 70 jaar met
met dementie
dementie
Arnhem
82 jaar
49
2%
Overbetuwe
82 jaar
10
2%
Lingewaard
81 jaar
16
3%
Renkum
85 jaar
4
1%
Rheden/Rozendaal
83 jaar
19
2%
Opleidingsniveau Figuur 3.5 geeft inzicht in het opleidingsniveau van inwoners per gemeente en ten opzichte van Nederland. De Figuur toont dat het percentage middelhoog- en hoogopgeleide mensen hoger ligt
28
29 30
31 32 33
Twee keer per jaar tellen de casemanagers dementie de cliënten. Dit is op 1 juli en op 31 december. Op deze manier hebben casemanager twee keer per jaar zicht op de fase waarin een cliënt zit en wat het verloop van de dementie dus is. Alzheimer Nederland (z.d.). NDAO Factsheet (2021) > gaat dus over mensen met dementie die een casemanager hebben en geregistreerd staan bij NDAO. Alzheimer Nederland (z.d.). Alzheimer Nederland (z.d.). NDAO factsheet (2021).
Versterking aanbod dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie
19
dan het aantal laagopgeleide mensen. In alle gemeenten is het percentage laagopgeleiden vergelijkbaar met het landelijk niveau.34 Rozendaal valt op omdat hier slechts 1 op de 10 mensen laagopgeleid is tegenover ongeveer 1 op de 3 mensen in de andere vijf gemeenten en in Nederland. Figuur 3.5