Rapportage behoeftenonderzoek expertisecentrum
Tekst van het document
Regionaal expertiseteam energie (REE) voor bedrijven: goed idee?
Rapportage voor de bestuurlijke platforms Circulaire Regio en Productieve Regio 7 december 2022 Versie 1.0
1 van de 51
Inhoud 1
Samenvatting...................................................................................................................................3
2
Introductie ........................................................................................................................................7
3
4
5
6
2.1
Aanleiding idee vanuit Gelders EnergieAkkoord ....................................................................7
2.2
Aanleiding vanuit de uitdaging voor het bedrijfsleven ............................................................8
2.3
Aanleiding vanuit de uitdagingen voor de 16 gemeenten ....................................................10
Gevolgde werkwijze.......................................................................................................................14 3.1
Werkgroep vanuit overheid en bedrijfsleven ........................................................................14
3.2
De stappen ...........................................................................................................................14
Bedrijven in de regio ......................................................................................................................15 4.1
Aantal en soort bedrijven .....................................................................................................15
4.2
Waar zit de grootste opgave ten aanzien van energiegebruik en CO2-uitstoot? .................16
Voorbeelden uit land en regio........................................................................................................19 5.1
Energie Expertisecentrum Flevoland ...................................................................................19
5.2
ECUB ...................................................................................................................................20
5.3
Duurzaam energie besparen (DEB); de digitale bespaar-assistent .....................................20
5.4
Nijmegen schakelt Regionaal Energieloket (REL) in ...........................................................21
5.5
Groene Allianties de Liemers (GADL) ..................................................................................21
5.6
Pro-actieve aanpak in Duiven (2-Stroom) ............................................................................21
5.7
Green Business Club kantorenpark Gelderse Poort ............................................................22
5.8
Tiel; zon op dak met garantstelling gemeente .....................................................................22
Uitkomsten behoeftenonderzoek ...................................................................................................24 6.1
Uitkomsten gesprekken met bedrijvenorganisatie ...............................................................24
Voorwaarden bedrijven..................................................................................................................24 6.2
Uitkomsten onderzoek onder de gemeenten .......................................................................26
Behoefte gemeenten? ...................................................................................................................26 Voorwaarden gemeenten ..............................................................................................................26
7
8
6.3
Eerste verkenning met ODRN en ODRA .............................................................................27
6.4
Eerste verkenning Liander ...................................................................................................28
Vertaling onderzoek naar programma van eisen/wensen .............................................................29 7.1
Expertisecentrum gewenst? .................................................................................................29
7.2
Voorwaarden ........................................................................................................................29
7.3
Doelgroep expertisecentrum ................................................................................................30
7.4
Taken ...................................................................................................................................30
Opzet REE Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen .................................................................31 8.1
Geen centrum maar een team .............................................................................................31
8.2
Doel van het expertiseteam .................................................................................................31
2 van de 51
8.3
Opzet van het REE ..............................................................................................................31
8.4
De diensten aan bedrijven ...................................................................................................32
1a. Het hart: de expertpool van het REE .......................................................................................32 1b. De vindplaats: website en KCC per gemeente ........................................................................32 8.5
De ondersteuning .................................................................................................................33
Programmateam REE ...................................................................................................................33 De financiering van maatregelen (garanties & revolving fund) ......................................................33 De faciliteiten .................................................................................................................................34 8.6
De rechtsvorm ......................................................................................................................34
8.7
Plek van REE binnen het totale aanbod ..............................................................................34
9
Financiën .......................................................................................................................................36 9.1
10
Begroting ..............................................................................................................................36
Vervolg ..........................................................................................................................................39
10.1
Stappen ................................................................................................................................39
Bijlage 1 Afkortingen......................................................................................................................40 Bijlage 2 Uitkomsten behoefteonderzoek bedrijven .....................................................................41 Bijlage 3 Uitkomsten behoefteonderzoek gemeenten ...................................................................42 Bijlage 4 elektriciteit en aardgasgebruik in de regio ......................................................................50 Bijlage 5 kosten per gemeente ......................................................................................................51 Leeswijzer Als u weinig tijd heeft dan adviseren wij u om vooral hoofdstuk 1, 6, 8 en 9 te lezen. In hoofdstuk 2 is te vinden hoe het onderzoeksteam te werk is gegaan en in hoofdstuk 3 staat een analyse van het aantal en soort bedrijven in de regio. In hoofdstuk 4 hebben we een aantal inspiratiebronnen omschreven op landelijk en regionaal niveau. In hoofdstuk 5 leest u de uitkomsten van de gesprekken die zijn gevoerd. Aansluitend maken we hiervan in hoofdstuk 6 een vertaling naar de randvoorwaarden voor het expertisecentrum. Wat moet het expertisecentrum doen en in welke mate? In hoofdstuk 7 vertalen we dit naar de resultaten die dit kan opleveren (de business case) en in hoofdstuk 8 vindt u een begroting van de activiteiten.
We sluiten in hoofdstuk 9 af met een doorkijk naar het vervolg. Dank De werkgroept: Chris Lorist Gelders (EnergieAkkoord) Tjerry Verhoeven (VNO-NCW-Midden) Kristie Lamers (RvN@) Martijn de Haas (RvN@) Emile Pilage (gemeente Nijmegen) Carolien van Merksteijn (gemeente Arnhem) Eline Bijl (Groene Metropoolregio) Henny Pries (Groene Metropoolregio)
We hebben input gehad van onder andere: Wim Nabbe (GADL) Vince Schulte (ODRN) Ingeborg Dieperink (ODRA) Stef Aerts en Christian Klep (Liander) Jeroen Smits (gemeente Duiven)
1 Samenvatting
3 van de 51
Opgave om CO2-reductie te behalen Bedrijven en instellingen in de Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen gebruikten in 2020 2.400.000.000 Kwh elektriciteit en 390.000.000 m3 gas. Daarmee hebben zij een behoorlijk aandeel in de CO2-uitstoot in de regio. In het Klimaatakkoord hebben overheid en bedrijfsleven gezamenlijk afgesproken om in 2030 49% CO2 te besparen. Daar komt nog bij dat door het EU-beleid geformuleerd in Fit for 55 en het regeerakkoord de doelen naar boven bijgesteld zijn naar 55% reductie. Al veel gebeurd door bedrijven Door bedrijven in de regio zijn in de afgelopen jaren allerlei initiatieven ontplooid en ingrepen gedaan om aan de bovenstaande doelstelling bij te dragen. Het toekomst bestendig maken van hun bedrijven is geen sine cure. Een groep koplopers heeft al vergaande maatregelen genomen en daarmee het goede voorbeeld gegeven. Er is echter ook een grote middengroep, die het om allerlei redenen nog lastig vindt om in actie te komen en een kleine groep achterblijvers, die dit ook niet van plan is. Door de stijgende energieprijzen neemt bij bedrijven de urgentie om maatregelen te nemen toe, maar dat wil niet zeggen dat de belemmeringen die er de afgelopen jaren waren opeens verdwenen zijn. Er zijn ook belemmeringen bij gekomen in de vorm van netcongestie.
Wortel-en-stok-benadering van gemeenten De gemeenten hanteerden de afgelopen jaren de zogenaamde wortel-en-stok-benadering bij de benadering van bedrijven die verplicht waren aan energiebesparing te doen. Er werden adviezen gegeven en energiescans aangeboden (de wortel) en controles door de omgevingsdiensten uitgevoerd (de stok) maar dat leidde nog niet tot voldoende tempo. Daar komt bij dat de gemeenten in het kader van de Regionale EnergieStrategie 0,49 TWh van de 1,62 TWh gepland hebben als grootschalige zonop-dak. De uitvoering hiervan zal voor een groot deel moeten gebeuren door de regionale bedrijven. Ook hierbij speelt het probleem van netcongestie. Kortom, de urgentie om de energietransitie bij bedrijven te versnellen neemt toe, maar de aanpak van gemeenten is nu niet toereikend. Kan expertiseteam helpen? We hebben onderzocht of een expertiseteam energie voor bedrijven een bijdrage kan leveren aan bedrijven in de regio bij hun streven hun bedrijf toekomstbestendig te maken zodat de gestelde doelen ten aanzien van CO2-reductie behaald worden. Het idee is afkomstig van het Gelders Energie Akkoord, maar ook bij een aantal gemeenten broedde men al op een soortgelijke oplossing. Om de behoefte te onderzoeken hebben we een enquête gehouden onder ambtenaren van de 16 gemeenten van de Groene Metropoolregio en gesprekken gevoerd met 21 bedrijven(organisaties).
Daarnaast hebben we een aantal voorbeelden in het land en in de regio bestudeerd om te zien wat de mogelijkheden zijn en waar we op moeten letten. Conclusie We hebben uit het onderzoek de conclusie getrokken dat er behoefte is aan een pro-actieve op de uitvoering gerichte vorm van ondersteuning van ondernemers. Daarbij wordt geconstateerd dat de energievraagstukken waar ondernemers mee zitten anders zijn dan de vraagstukken van bewoners. Er is specialistische hulp gericht op ondernemers nodig, die momenteel niet voorhanden is bij de gemeenten of de omgevingsdiensten. Er zijn wel commerciële aanbieders van allerlei advies, maar veel bedrijven zien daarbij door de bomen het bos niet meer en missen hier onafhankelijkheid. Randvoorwaarden Vanuit de enquêtes en interviews hebben we een aantal voorwaarden aan het expertiseteam opgehaald: • •
De houding van het expertisecentrum moet pro-actief en praktisch zijn. De focus moet liggen op uitvoering en het maken van businesscases. Organiseer kennis en capaciteit regionaal, maar sluit voor de benadering van de bedrijven aan bij lokale netwerken. 4 van de 51
• • • • • •
Geen focus op innovatie, hier zijn andere partijen mee bezig. Zorg dat het team ‘de taal van het bedrijfsleven spreekt” en bijdraagt aan de verbetering van de relatie tussen overheid/bedrijfsleven. Zorg dat de organisatie gezamenlijk door bedrijven en gemeenten aangestuurd wordt en geen winstoogmerk heeft. Start niet iets voor een jaar, maar voor een langere tijd. Voor het goed kunnen functioneren van het team is een betere samenwerking afdelingen economie en duurzaamheid binnen gemeenten nodig. Maak heldere afspraken over de afstemming met andere organisaties en vooral over de relatie met de omgevingsdiensten.
We hebben vervolgens een ontwerp gemaakt en als een van de eerste punten de naam veranderd in expertiseteam in plaats van expertisecentrum. Hiermee willen we benadrukken dat we niet ergens een kantoor gaan huren waarin allerlei mensen gaan wachten tot de bedrijven bij hen langskomen, maar dat het hart van het REE gevormd wordt door een pool van experts die op pad gaan. We hebben het doel van het REE als volgt omschreven; Het doel van het expertiseteam is om bedrijven en instellingen in de Groene Metropoolregio te ondersteunen bij de maatregelen om hun organisaties toekomstbestendig te maken door het terugdringen van het verbruik van aardgas en elektriciteit en het vergroten van de productie van duurzaam opgewekte energie. Dit zal leiden tot CO2-reductie en een gezondere groenere leef- en werkomgeving voor iedereen.
Qua doelgroep zal de focus liggen op het Midden- en KleinBedrijf met nadruk op de bedrijven die informatieplichting zijn en dus meer dan 50.000 Kwh elektriciteit en 25.000 m3 gas gebruiken. In overleg met het lokale netwerk van ondernemers en gemeente zal bezien moeten worden hoe dit in een specifiek gebied uitvalt. In kleinere gemeenten met weinig grootverbruikers kan de focus dan toch op de bedrijven met een lager energieverbruik komen te liggen. We hebben geconstateerd dat een aantal gemeenten voor de website met informatie over alles rond de energietransitie voor bedrijven en voor een KlantContactCentrum (KCC) waar men met eenvoudige vragen, gebruik maken van de bedrijvenmodule van het RegionaalEnergieLoket. Als alle gemeenten dit doen kan het REE hier gemakkelijk op aansluiten. Het REE is dan meer te zien als een backoffice dat voortbouwt op de contacten die gemeenten, ondernemersorganisaties, omgevingsdiensten en het KCC hebben. De taken voor het REE hebben we uitgesplitst in de expertpool en de ondersteuning (programmateam en faciliteiten). Expertpool REE Het hart van het REE zal gevormd worden door een pool van mensen met verschillende expertises op het gebied van de energietransitie bij bedrijven. Deze pool zal bedrijven kunnen helpen bij de vragen die zich voordoen. We hebben een globale indeling gemaakt naar soorten adviezen;
a. Individuele begeleiding basis: hierbij gaat het om de ingrepen vanuit de ErkendeMaatregelenLijst: het expertiseteam ondersteunt het bedrijf bij de implementatie van deze maatregelen (ook als het bedrijf hier niet toe verplicht is). b. Individuele begeleiding plus: een adviseur vanuit de expertpool helpt de ondernemer bij het realiseren van de verdere energiebesparing in het bedrijfsproces en van energieopwek, oplossen van problemen rond netcongestie et cetera. c. Collectieve begeleiding: er wordt procesbegeleiding en expertise geboden aan een cluster van bedrijven om gezamenlijk energievraagstukken aan te pakken (bijvoorbeeld ontwikkelen Smart Energy Hub, inzet energieopslag).
5 van de 51
Om de diensten goed te kunnen verlenen is een kleine kernorganisatie nodig; het programmateam. Programmateam REE Dit team is te zien als het raderwerk binnen het REE; het is haar taak om verbinding te leggen tussen het REE en de lokale netwerken van bedrijvenorganisaties en de gemeenten en om de expertpool in staat te stellen hun werk goed te doen. Het programmateam zal aangestuurd worden door een vertegenwoordiging van bestuurders van de GMR en vanuit het bedrijfsleven. Faciliteiten Voor de benodigde ruimtes, ICT, personeelszaken en overige faciliteiten willen we zoveel mogelijk gebruik maken van medegebruik met bestaande organisaties. Op termijn zal bezien worden wat de mogelijkheden zijn om rond financiering van maatregelen ondersteuning te bieden. Financiën We hebben een begroting gemaakt voor de eerste drie jaren. We gaan ervan uit dat 2023 een startjaar is waarin het REE nog niet op volle kracht kan functioneren, maar hopen dat dit in 2024 en 2025 wel het geval zal zijn.
Met deze begroting gaan wij het gesprek aan met de diverse gemeenten en de provincie over de dekking van de kosten. Daarnaast hebben wij het project opgevoerd bij de regiodeal met het oogmerk om ook hieruit middelen te krijgen (additioneel of ter vervanging van gemeentelijke bijdragen). Vervolg We gaan deze rapportage terugleggen aan het Bestuurlijk Platform Circulaire Regio, het Bestuurlijk Platform Productieve Regio en bij de geraadpleegde ondernemers(verenigingen). Als onze adviezen overgenomen worden gaan we in het eerste kwartaal van 2023 kwartiermaken met de verwachting dat het REE in het tweede kwartaal 2023 kan starten.
6 van de 51
2 Introductie 2.1
Aanleiding idee vanuit Gelders EnergieAkkoord
Is het niet vreemd dat er in alle gemeenten energieloketten voor bewoners zijn en dat er niet iets vergelijkbaars is voor ondernemers? Wellicht dat dergelijke gedachten in 2021 de aanleiding zijn geweest dat er binnen het GEA (Gelders Energie Akkoord) het idee van Regionale Energieexpertisecentra voor het bedrijfsleven ontstond.
Beschrijving van het oorspronkelijke idee van het GEA Onder de werktitel ‘Energie Expertise Centra’ bundelen de professionals en vertegenwoordigers van ondernemersaanpakken in diverse Gelderse regio’s hoe we op duurzame wijze ‘middelgrote en grote ondernemers en bedrijven op vooral bedrijvenparken collectief kunnen stimuleren en ondersteunen bij het verankeren van innovatie, duurzaamheid, energie en circulariteit in hun bedrijfsstrategie en bedrijfsvoering’. Naast de informatie- en communicatiefunctie heeft een Energie Expertise Centrum meer in huis. Namelijk de mogelijkheid om ondernemers te ondersteunen bij individuele en collectieve energieprojecten. Er wordt gedacht aan zes regionale Energie Expertise Centra in Gelderland, aansluitend op bestaande initiatieven en in de praktijk herkenbare clustering. Een ‘Energie Expertise Centrum’ is nu nog een concept in ontwikkeling. Met waar mogelijk een gemeenschappelijke basis-aanpak en regionaal in te kleuren. Het doel staat voorop: meer continuïteit en minder versnippering in communicatie richting ondernemers vanuit ‘regelingen’ en ‘projecten’, maar een door ondernemers zelf gedragen en regionaal georganiseerde netwerkaanpak om bedrijven goed te informeren en praktisch te ondersteunen bij energiebesparing, zon-op-dak en de warmtetransitie. Individueel waar dat moet, collectief waar dat kan.
Gebaseerd op de couleur locale en daarbij maximaal gebruikmakend van succesvol gebleken aanpakken. Dus zo veel mogelijk van elkaar leren – zowel binnen als tussen regionale netwerken en zo min mogelijk wielen opnieuw uitvinden. Er zijn drie hoofdrollen te benoemen voor de Energie Expertise Centra. Deze staan hieronder weergegeven.
De Groene Metropoolregio heeft het idee omarmt en het doen van een behoeftenonderzoek naar een dergelijk centrum opgenomen in de regio-agenda voor 2022. Deze rapportage is de weerslag van dit onderzoek. Het idee sluit aan bij de uitdagingen waar de gemeenten en het bedrijfsleven voor staan.
7 van de 51
2.2
Aanleiding vanuit de uitdaging voor het bedrijfsleven
Bedrijfsleven belangrijke rol in uitvoering klimaatakkoord. Ambities stijgen nog. In het klimaatakkoord zijn doelen geformuleerd om Nederland richting klimaat-neutrale samenleving te transformeren. Het bedrijfsleven speelt daarin een belangrijke rol in en heeft als mede-ondertekenaar van het Klimaatakkoord de afgelopen jaren al de nodige stappen gezet. Het kabinet Rutte IV heeft, in lijn met het Europese beleid geformuleerd in Fit-for-55, de ambities naar boven bijgesteld; we moeten niet 49% maar 55% CO2-reductie behalen in 2030 en plannen hebben voor 60%. Daarbij is ook een rol weggelegd voor het bedrijfsleven. Juist omdat het bedrijfsleven momenteel koploper is in de realisatie van de CO2-reductie.
Uit coalitieakkoord: “Omzien naar elkaar, vooruitzien naar de toekomst” Industrie en bedrijfsleven De industrie van de toekomst draait op schone energie en op biogrondstoffen en maakt circulaire producten. Het is onze ambitie in de kopgroep te zitten van deze transitie naar een groene industrie. Daarvoor is een groene industriepolitiek nodig. Dat is een aanpak van wederkerigheid tussen overheden, bedrijfsleven en samenleving. Niet op basis van vrijblijvendheid, maar op basis van stevige, bindende maatwerkafspraken zorgen we ervoor dat de Nederlandse industrie in Europa en wereldwijd de duurzame norm stelt. Daarmee versterken we het vestigingsklimaat en behouden we duurzame werkgelegenheid voor Nederland. • We gaan in de industrie de ambitie verhogen. In principe kijken we bij de hogere nationale ambities eerst naar reductie in de ETS-sectoren, naast onze ‘Fit-for-55’ verplichtingen. • We maken bindende maatwerkafspraken met de 10 tot 20 grootste uitstoters van broeikasgassen. …....... • De prikkels voor verduurzaming worden versterkt door het verhogen van de marginale heffing bovenop de prijs in het Europese emissiehandelssysteem (ETS). …...
8 van de 51
•
•
•
Er wordt extra geïnvesteerd in onderzoek en innovatie van klimaatneutrale technologieën. De nadruk ligt daarbij op grote samenhangende programma’s die ook bijdragen aan het betaalbaar houden van de energietransitie. Er komt een ambitieus klimaatdoel voor de circulaire economie en een uitvoeringsprogramma. De overheid neemt hier een voorbeeldrol in. We zorgen voor een betere aansluiting tussen klimaatbeleid en circulariteit. We helpen het mkb met verduurzamen. We zorgen voor inzicht in en advies over de stappen die het mkb kan zetten. We stimuleren verduurzaming en versimpelen de regelingen voor ondernemers. Toekomstig klimaatbeleid toetsen we op de effecten op het mkb. We zorgen voor een schone en gezonde leefomgeving door het steviger aanpakken van milieucriminaliteit en milieurisico’s. Het rapport van de Adviescommissie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (commissie-Van Aartsen) wordt hierbij betrokken.
Op dit moment wordt er binnen diverse ministeries gewerkt aan de uitwerking van het coalitieakkoord. Dit zal leiden tot aanpassingen van wet- en regelgeving die het bedrijfsleven zal raken. Energietransitie: veel potentie bij bedrijfsleven Het bedrijfsleven is koploper in de energietransitie. Dit is met name het geval door uitvoering van MeerJarenAfspraken energie-efficiencyverbetering in de afgelopen jaren. Er is nog voldoende potentie om energiebesparing bij het MKB te versnellen. Op zoek naar informatie over de redenen waarom juist energiebesparing binnen het bedrijfsleven nog te weinig vaart heeft stuiten we op de 10 O’s die al in 2015 in het rapport “Belemmeringen voor duurzame energie in het MKB” van de Topsector Energie opgenomen stond. De tien belemmeringen van MKB-bedrijven om energie te besparen In een onderzoek van Jonkers naar energiebesparing zijn verschillende belemmeringen in kaart gebracht aan de hand van diepte-interviews met ondernemers en een literatuurscan. Een aantal hiervan is nog steeds actueel en kan worden vertaald naar de acceptatie van duurzame energie. (…) • •
• •
•
•
onbekendheid: veelal is relevante kennis over mogelijkheden voor het bedrijf op het gebied van duurzame energie onvoldoende aanwezig. onbeduidendheid: energiekosten maken over het algemeen slechts een klein deel uit van de totale bedrijfskosten in het MKB (2 tot 5%). Hierdoor krijgen energiekwesties weinig prioriteit. onbetaalbaarheid: er is in het MKB vaak gebrek aan voldoende kapitaal om de (geadviseerde) investering te kunnen financieren. Krijgt men kapitaal van de banken? onaantrekkelijkheid: vaak zijn veel subsidies en fiscale faciliteiten noodzakelijk om de terugverdientijd van maatregelen binnen de drie jaar te houden. Op zo’n moment kost het de gemiddelde MKB ondernemers gewoonweg te veel moeite om zich hierin te verdiepen. onzekerheid: hoewel de meerkosten van de activiteiten bekend zijn, kan er onzekerheid zijn over de precieze hoogte van de baten. Dit verhoogt de risico’s van de investeringen. Met andere woorden hoeveel gaat men daadwerkelijk besparen? onverenigbaarheid: bij de beslissing over nieuwe investeringen speelt energiebesparing over het algemeen een bijrol. Andere aspecten kunnen van groter belang zijn. Er kan bijvoorbeeld onverenigbaarheid bestaan tussen energiebesparing en comfort.
9 van de 51
• • •
•
onuitvoerbaarheid (intern): binnen het MKB bedrijf is soms gebrek aan kennis, tijd of mankracht om de geadviseerde besparingsmaatregelen te implementeren. onbevoegdheid: een huurder kan minder aan energiebesparing realiseren dan een ondernemer die zijn pand in eigendom heeft. onmiddellijk: veel MKB ondernemers moeten in korte tijd beslissen over de vervanging van een apparaat. Op zo’n moment heeft de ondernemer niet altijd voldoende tijd om mogelijke energiebesparende alternatieven in de beslissing adequaat mee te nemen. onuitvoerbaarheid (extern): rond het MKB spelen externe partijen een rol die invloed uitoefenen op het gedrag van de ondernemers. Dit zijn de installateurs, leveranciers en afnemers. Deze partijen hebben vaak een eigen ‘agenda’ ten aanzien van energiebesparing.
De bij de beoogde energietransitie te maken kosten zijn meer dan fors, zoals uit de MKB-impacttoets Klimaatakkoord die het ministerie van EZK in 2020 door KPMG heeft laten uitvoeren. De destijds gestelde doelen (energieneutraal 2050, 49 % CO2-reductie eind 2030) zijn niet onhaalbaar, maar vergen veel inspanning, investeringen, actie en ondersteuning. Daar komt nu bij dat de huidige ontwikkelingen in de energiemarkt en de vastlopende infrastructuur ervoor zorgen dat steeds meer bedrijven wel willen investeren in duurzame maatregelen, maar niet weten hoe, en in veel gevallen ook de financiële positie niet meer hebben om deze te kunnen bekostigen. Diverse ondersteunings- en stimuleringsprogramma’s van regionale ondernemersorganisaties Voor het bedrijfsleven is de energietransitie buitengewoon relevant, maar het is niet haar core business. Daarom kan het bedrijfsleven activiteiten slechts voor een deel op eigen kracht ontwikkelen. Onder andere is ondersteuning nodig vanwege lacunes in kennis, gebrek aan tijd, het organiseren collectieve aanpak en/of grotere projecten en soms voor de mogelijkheden om maatregelen te financieren. Uit een analyse van de energiebesparingsprojecten die in de periode 2017-2021 (bron) zijn uitgevoerd blijkt dat vrijwel alle initiatiefnemers aan ondernemerszijde behoefte hebben aan een langjarige en structurele aanpak om bedrijven te ondersteunen.
Niet alleen met energiescans of een dakonderzoek, maar vooral in de begeleiding naar realisatie van de maatregelen. De Kamer van Koophandel heeft op haar site de impact van het klimaatakkoord op het mkb en een tiental branches inzichtelijk gemaakt en een overzicht gegeven van de huidige opties voor de ondernemer.
2.3
Aanleiding vanuit de uitdagingen voor de 16 gemeenten
Ontwikkeling gemeentelijk instrumentarium De gemeenten zijn al jaren bezig om de verduurzaming van en de energietransitie bij bedrijven te bevorderen. Een overzicht van de ontwikkeling van het instrumentarium bij de gemeenten • • • • • •
1993: Wet Milieubeheer – verruimde reikwijdte 2008: art 2.15 Activiteitenbesluit Milieubeheer (AB) 2015: Erkende maatregelenLijst (EML) in AB GEA/provincie: 80% wortelaanpak (zelfstimulering) 20% stokaanpak (toezicht) 2015: Energy Efficiency Directieve (EED) 2019: Informatieplicht
10 van de 51
Gemeenten hebben de afgelopen jaren op basis van het bovenstaande instrumentarium bedrijven gecontroleerd en geadviseerd. Daarbij is ook vaak een aanvullend aanbod gedaan bijvoorbeeld in de vorm van energiescans. Tot 2015 heeft dat bijzonder weinig opgeleverd. Waar het Gelders EnergieAkkoord in 2016 ervan uitging dat met de komst van de EML 80% van de bedrijven wel snel de maatregelen zou uitvoeren en voor de resterende 20% extra toezicht nodig zou zijn, bleek het omgekeerde het geval. Zo is de volledige naleving van de Erkende Maatregelen Lijst slechts 25%, de naleving van de informatieplicht circa 60%, hebben bedrijven gemiddeld 60-70% van de maatregelen genomen en is er slechts 6-8% van de bedrijfsdaken belegd met pv-panelen. Men constateert dat er grofweg 20% koplopers zijn die goed op streek zijn, 60% die wel wil maar niet weet hoe en 20% achterblijvers die niet willen. Naast de maatregelen vanuit de wet Milieubeheer geldt ook dat per 1 januari 2023 elk kantoorgebouw minimaal energielabel C hebben. Het gaat om gebouwen die feitelijk als kantoor in gebruik zijn. Voldoet het gebouw dan niet aan de eisen, dan mag je het per 1 januari 2023 niet meer als kantoor gebruiken. Deze verplichting staat in het Bouwbesluit 2012.
In april 2022 heeft RVO geconstateerd dat 11% van de kantoren een rood label (label D of slechter) heeft. En van 43% is nog geen energielabel geregistreerd. Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB - april 2022) schat dat ongeveer 30% van de bedrijven die zich nog moeten laten registreren een groen label krijgt. Tot die tijd voldoen kantoren zonder label en kantoren met een rood label niet aan de energielabel-C-verplichting. Ook bij kantoren is dus nog een flinke slag te maken. Vanuit de gemeenten wordt geconstateerd dat zowel bij de EML als bij de label-C-verplichting voor kantoren het benodigde tempo niet gehaald wordt. Een overheid die bedrijven pro-actief benadert, begeleidt en faciliteert bij de uitvoering wordt als mogelijke oplossing genoemd. Voor een deel wordt dit al ingevuld door de energiecontroles op de erkende maatregelen en op het behalen van label C voor kantoren door de ODRN en de ODRA. Voor de daadwerkelijke implementatie van die maatregelen weten we nu dat ondernemers daar toch vaak veel vragen en ondersteuning bij nodig hebben. Dit ondanks dat de erkende maatregelen inmiddels aardig gestandaardiseerd zijn.
11 van de 51
Hetzelfde geldt voor duurzame opwek. Bij het realiseren van een groot zonneproject op een bedrijfsdak zijn inmiddels vele voorbeelden voorhanden. Het lijkt een standaardproject maar er komt altijd maatwerk bij kijken. Een REE kent alle ins- en outs hiervan en kan hierdoor een ondernemer hierin goed begeleiden.
Zon op dak en RES-doelstelling Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen Naast het hierboven genoemde instrumentarium werken de 16 gemeenten ook samen aan de Regionale Energie Strategie. In de RES 1.0 van Arnhem Nijmegen zijn de volgende ambities opgenomen om 1,2 TWh aan duurzame opgewekte energie te realiseren Met name het onderdeel zon op grote daken is van belang in het kader van het Expertisecentrum. Bij dit onderdeel gaat het om daken waar minimaal 40 panelen op passen, goed voor een vermogen van 15kWp of meer. Hieronder een weergave van een onderzoek van de provincie naar de geschiktheid van daken in de regio Arnhem-Nijmegen voor grootschalige zonne-energie-projecten. Op dit moment wordt in regionaal verband gewerkt aan een Plan-MER en aan de RES 2.0.
12 van de 51
13 van de 51
3 Gevolgde werkwijze De rapportage is in samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven tot stand gekomen. De gesprekken met vertegenwoordigers en gemeenten zijn de belangrijkste onderleggers voor ons onderzoek naar de behoefte. We hebben ons laten inspireren door voorbeelden in het land en in de regio.
3.1
Werkgroep vanuit overheid en bedrijfsleven
Na de goedkeuring van de opdrachtomschrijving in het Ambtelijk Platform Circulaire Regio is een werkgroep gestart bestaande uit vertegenwoordigers van VNO-NCW-Midden, RvN@, de GMR, de gemeenten Arnhem en Nijmegen. In deze werkgroep werd al veel kennis over en ervaring met het onderwerp gebundeld.
3.2
De stappen
Analyse In de werkgroep zijn de volgende zaken onderzocht. • •
Er is op basis van diverse online tools een overzicht gemaakt van welke bedrijven zich in de regio bevinden en wat hun opgave is ten aanzien van de CO2-uitstoot. We hebben een aantal voorbeelden bezocht en de geleerde lessen beschreven.
Onderzoek wensen gemeenten Bij de benadering van de gemeenten was de aandacht aan de ene kant om gemeenten van het idee op de hoogte te brengen en aan de andere kant om hun mening te polsen. Aan de klimaatcoördinatoren van de zestien gemeenten is via Microsoft Forms een digitale vragenlijst gestuurd. Daarbij zijn de coördinatoren uitdrukkelijk aangegeven dat zij geen officiële standpunten hoeven te geven. De uitkomsten zijn besproken in een interactieve bijeenkomst waarbij vooral ingezoomd is op een programma van eisen/wensen en op de mogelijk rol van de gemeenten. In een aparte bijlage doen we verslag van de vragenlijst. Onderzoek wensen ondernemersverenigingen In de werkgroep is een lijst opgesteld van te benaderen organisaties. Daarbij was het de bedoeling om een dwarsdoorsnede van het regionale bedrijfsleven te krijgen. Verschillende sectoren, grootten en gebieden. De organisaties rond Nijmegen zijn telefonisch benaderd door RvN@ en rond Arnhem door VNO-NCW-Midden. De gesprekken zijn uitgewerkt in korte verslagen (zie aparte bijlage). Onderzoek overige partijen Vanuit de GMR zijn gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de ODRNA en de ODRN. Daarnaast heeft een vertegenwoordiger van Liander een bijdrage geleverd aan de bijeenkomst met de gemeenten.
Vertaling van eisen en wensen naar een business case De input vanuit alle analyses en de onderzoeken bij de diverse partijen is het oorspronkelijke ontwerp vanuit het GEA uitgewerkt in een businesscase voor het expertisecentrum. De vervolgstap zal zijn om deze businesscase te bespreken met vertegenwoordigers van gemeenten en de ondernemersverenigingen.
14 van de 51
4 Bedrijven in de regio We hebben een eerste beeld geschetst van de aantallen en soorten bedrijven in de regio. Er zijn 92.000 bedrijven in de regio waarvan een groot deel bestaat uit kleine bedrijfjes. Vanuit de gegevens over informatieplicht hebben we een schatting kunnen maken dat er in de regio 3850 bedrijven zijn die meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 gas verbruiken. We hebben deze aantal gebruikt om een schatting te maken van het aantal bedrijven dat gebruik zal gaan maken van het REE.
4.1
Aantal en soort bedrijven
Volgens opgave van de “kvk regiodata” zijn er per 1 april 2022 in totaal ruim 92.000 bedrijven in de regio gevestigd. Daarbij gaat het om de volgende verdeling over de sectoren:
Bij dit totale aantal gaat het om een groot aantal kleine bedrijfjes. Daarnaast zal er een beperkt aantal bedrijven zijn, die heel veel energie gebruiken en onder provinciaal en/of Rijksprogramma’s vallen. Dit zijn veelal grotere bedrijven die zelf professionele ondersteuning bij hun energievraagstukken kunnen realiseren. Om zicht te krijgen op hoeveel bedrijven een appel gaan doen op het expertisecentrum hebben we gebruik gemaakt van de volgende indeling op basis van de wet Milieubeheer: •
Inrichtingen type A zijn inrichtingen die minder milieubelastende activiteiten uitvoeren, zoals veel kantoor- en schoolgebouwen. Ze hoeven bij de oprichting of een wijziging geen melding te doen aan het bevoegd gezag. Ook hebben ze geen omgevingsvergunning milieu nodig. Ze vallen volledig onder het Activiteitenbesluit. Los van het Activiteitenbesluit kunnen ook andere milieuregels gelden.
15 van de 51
•
•
Inrichtingen type B zijn inrichtingen die bij de oprichting of een wijziging een melding moeten doen aan het bevoegd gezag. Ze hebben geen omgevingsvergunning milieu nodig. Soms hebben ze een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) nodig. Ze vallen volledig onder het Activiteitenbesluit. Los van het Activiteitenbesluit kunnen ook andere milieuregels gelden. Voorbeelden van type B inrichtingen zijn garagebedrijven, metaalbewerkende bedrijven en jachthavens. Inrichtingen type C zijn inrichtingen die een omgevingsvergunning milieu nodig hebben. Ze moeten een melding Activiteitenbesluit doen voor activiteiten waarop hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit van toepassing is. Voor die activiteiten hoeven dan geen voorschriften in de vergunning te staan. Soms hebben inrichtingen type C ook een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) nodig. Alleen een gedeelte van het Activiteitenbesluit is van toepassing op inrichtingen type C. De rest van de milieuregels staat in de omgevingsvergunning van het bedrijf. Los van het Activiteitenbesluit en de omgevingsvergunning kunnen ook andere milieuregels gelden.
Naast deze 3 types zijn er ook bedrijven die niet onder de wet Milieubeheer vallen en de kantoren met de verplichting om minimaal label C te hebben.
We hebben de volgende indeling gemaakt op welke bedrijven waarschijnlijk gebruik gaan maken van het expertisecentrum hebben we de volgende indeling gemaakt; 1. Bedrijven die verplicht zijn iets te doen vanuit Activiteitenbesluit a. Type A en B bedrijven die meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 gas verbruiken b. Type C bedrijven c. Kantoren met verplichting behalen label C 2. Bedrijven die niet verplicht iets te doen vanuit Activiteitenbesluit a. Type A en C bedrijven die minder dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 gas verbruiken b. Bedrijven die niet onder de wet Milieubeheer vallen (bijvoorbeeld winkels).
We gaan de volgende alinea op deze indeling door.
4.2
Waar zit de grootste opgave ten aanzien van energiegebruik en CO2uitstoot?
Uit de Klimaatmonitor is te halen dat bedrijven en instellingen in de regio in 2020 bijna 2.400.000.000 Kwh elektriciteit gebruikten en 390.000.000 m3 gas. Om wat meer zicht te krijgen op een middengroep voor wat betreft energiegebruik hebben we de gegevens achterhaald van de bedrijven die informatieplichtig zijn oftewel de categorie 1a. uit de vorige paragraaf. Uit de RVO monitor (Informatieplicht energiebesparing (arcgis.com)) blijkt dat op dit moment (augustus 2022) in de Regio Arnhem Nijmegen 2.310 bedrijven hebben voldaan aan de informatieplicht en hun gegevens met betrekking tot de wettelijk verplicht (erkende) maatregelen hebben aangeleverd. Dit zijn dus bedrijven met een elektriciteitsverbruik groter dan 50.000 kWh en een gasverbruik groter dan 25.000 m3. Hieronder staat een overzicht van het aantal bedrijven dat voldaan heeft aan de informatieplicht per gemeente.
16 van de 51
aantal indieningen schatting nog Totaal IP in informatieplicht niet ingediend IP regio (IP) 60% (40%) Arnhem Berg en Dal Beuningen Doesburg Druten Duiven Heumen Lingewaard Nijmegen Overbetuwe Renkum Rheden Rozendaal Westervoort Wijchen Zevenaar totaal
574 98 73 30 56 111 43 110 478 184 68 142 20 172 151 2.310
383 65 49 20 37 74 29 73 319 123 45 95 13 115 101 1.540
957 163 122 50 93 185 72 183 797 307 113 237 33 287 252 3.850
Verbruik elektricitieit Verbuik gas (kWh) (Nm3 AE)
213.195.256 18.622.324 37.525.414 8.662.378 18.728.509 45.968.438 11.943.531 35.266.516 180.178.734 72.613.847 17.175.088 42.892.201 3.289.970 58.256.034 38.738.454 803.056.694
31.534.863 2.861.786 3.333.467 761.612 1.494.410 2.222.123 1.295.351 5.749.586 25.243.043 4.880.127 3.901.200 9.095.657 269.742 6.476.019 3.303.514 102.422.500
Verbruik totaal (PJ) 60% 2,9 0,3 0,4 0,1 0,2 0,5 0,1 0,5 2,4 0,8 0,3 0,7 0,0 0,7 0,5 10,4
schatting alle IPbedrijven 4,8 0,5 0,7 0,2 0,3 0,8 0,2 0,8 4,0 1,3 0,5 1,2 0,0 1,2 0,8 17,3
Vanuit de omgevingsdiensten is aangegeven dat de verwachting is dat op dit moment 60% van de bedrijven die verplicht zijn zich te melden dit ook daadwerkelijk gedaan hebben. Daarom schatten wij het totaal aantal bedrijven dat informatieplichtig is op 3850. Deze bedrijven hebben een geschat totaalverbuik van 20,8 PJ. Hieronder is nog een overzicht waarin de bedrijven die voldaan hebben aan de informatieplicht uitgesplitst worden naar bedrijfstak. In de aantallen zijn detailhandel, kantoren en horeca de grootste groepen. Dit betekent overigens niet dat hier ook de meeste CO2 uitgestoten wordt.
17 van de 51
We hebben in de fase van het behoefteonderzoek bij dit globale beeld gelaten. Als het expertisecentrum gaat starten zal men uiteraard de aantal en soorten bedrijven beter in beeld moeten krijgen.
18 van de 51
5 Voorbeelden uit land en regio Het expertisecentrum zal niet vanaf nul hoeven te beginnen. We hebben een aantal voorbeelden op landelijk en regionaal niveau bekeken. Zij bieden inspiratie wat we wel en soms vooral ook niet moeten doen.
5.1
Energie Expertisecentrum Flevoland
Het EEF is ontstaan uit een initiatief van de provincie Flevoland. Het is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk of commercieel belang. De provincie heeft hiervoor 7,5 miljoen euro ter beschikking gesteld. Ondernemers, non-profit organisaties en energiecoöperaties in Flevoland worden bij de ontwikkeling en realisatie van hun duurzame energie- en energiebesparingsprojecten geholpen. De directie rapporteert aan een driehoofdige Raad van Toezicht met een financiële, een juridische en een specialist op het gebied van energietransitie. Het team bestaat uit een directeur, drie relatiemanagers, 6 adviseurs projectontwikkeling, een adviseur financiën en een adviseur communicatie. Advies/kennis Bij dit onderdeel heeft het EEF een online kennisbank beschikbaar.
19 van de 51
Daarnaast kunnen bedrijven gebruik maken van een aantal adviseurs die een spreekuur hebben in de diverse gemeenten. Naast de kennisbank en de adviseurs biedt het Eef ook ondersteuning om in te spelen op de hoge energieprijzen en de mogelijkheid om een energiescan te doen. Financiering
EEF verstrekt financieringen voor duurzame projecten als zonne-energie, biomassa & biogas, duurzame warmte en energiebesparing in zowel de ontwikkelfase als de bouw- en exploitatiefase. Deze financieringen zijn mogelijk vanaf kleine bedragen tot maar liefst 1,5 miljoen euro. Grotere financieringen vragen om maatwerk. Meer info: www.eef-flevoland.nl
5.2
ECUB
Het Energie Collectief Utrechtse Bedrijven is een coöperatie zonder winstoogmerk opgericht door en voor ondernemers. ECUB gelooft in de kracht van het collectief, maar ook in het eigen verantwoordelijkheidsgevoel van ondernemers. Zij maken ondernemers bewust van de noodzaak, maar zeker ook van de voordelen van verduurzaming. ECUB luistert naar de duurzaamheidswensen van de ondernemer, verbindt met gerenommeerde partijen en helpt om ambities te realiseren. Concreet helpt ECUB de ondernemer verduurzamen door het energiebesparingspotentieel inzichtelijk te maken, en het begeleiden bij het doorvoeren van energiebesparende maatregelen of hernieuwbare energieopwekking.
5.3
Duurzaam energie besparen (DEB); de digitale bespaar-assistent
Er zijn op landelijk niveau een flink aantal tools en databanken ontwikkeld om het bedrijfsleven te ondersteunen. In het kader van het onderzoek naar het expertisecentrum hebben we ons verdiept in één daarvan; het DEB. Sinds eind 2018 en begin 2019 zijn 56 consortiumpartners bij de landelijke Wattjemoetwetencampagne aangesloten, waarin gebruik wordt gemaakt van het DEB platform. Ook partners uit Arnhem Nijmegen maken al gebruik van dit platform (DEB | Digitale bespaarassistent | Haal meer winst uit je onderneming). In de afgelopen campagne zijn naar schatting 100.000 - 150.000 ondernemers benaderd, met als doel energiebesparende maatregelen te nemen en te voldoen aan de Wet Milieubeheer (Informatieplicht voor bedrijven en instellingen (rvo.nl)). Met de consortiumpartners heeft MKB-Nederland overeenkomst afgesloten, waarin de gezamenlijke acties en inzet van middelen zijn benoemd. Iedere partner heeft een eigen werkplan opgesteld waarbij MKB-Nederland de monitor gegevens van alle partners heeft opgehaald en verwoord in een (tussenrapportage). Al met al zijn inmiddels 57.000 ondernemers opgenomen in de RVO Informatieplicht database. Doel is om vanaf 2022 de aanpak van MKB-Nederland en het consortium te verbreden naar meer ondernemersverenigingen en intermediairs. Door ook de communicatie in te zetten via de gemeenten (Milieudiensten) en provincies, maar ook via b.v.
energiebedrijven en anderen, moet het bereik verdubbelen naar 200.000 bedrijven. De aard van de communicatie is deels gericht op het invullen van de Wet Milieubeheer en voor andere ondernemers gericht op ‘van bewustwording naar handelen’. In tweede instantie gaat het ook om vergroten van het aantal gebruikers van het DEB platform en de naamsbekendheid en vindbaarheid daarvan.
20 van de 51
5.4
Nijmegen schakelt Regionaal Energieloket (REL) in
Bij de gemeente Nijmegen is men in het begin van dit jaar gestart meteen website en KCC voor ondernemers via het Regionaal EnergieLoket. Dit bedrijf werkt voor een groot aantal gemeenten in Nederland. Zij zijn gestart met een aanbod voor bewonersloketten, maar hebben hun aanbod uitgebreid met een aanbod voor het bedrijfsleven. Doordat men landelijk werkt kan men de kosten van het op een rij zetten van voor ondernemers belangrijke kennis (informatie op landelijk en provinciaal niveau) efficiënt oppakken. Hetzelfde geldt voor de benodigde ICT-infrastructuur en voor het klantcontactcentrum. De lokale en regionale informatie moet wel aangeleverd worden vanuit de gemeente.
5.5
Groene Allianties de Liemers (GADL)
We hebben in de voorbereiding contact gehad met de coördinator van GADL Wim Nabbe. Hij heeft ook een inspirerend verhaal gehouden tijdens de bijeenkomst voor de gemeenten. GADL is een Liemers samenwerkingsverband van, voor en door ondernemers en heeft als onafhankelijk netwerk de afgelopen jaren - samen met tal van deskundigen en partners: • •
•
• •
een aantal unieke diensten voor ondernemers ontwikkeld rond energie en circulaire economie een breed netwerk opgebouwd van onafhankelijke deskundigen/specialisten op allerlei terreinen om daarmee ondernemers te ondersteunen bij het nemen van (duurzame) maatregelen een groot netwerk ontwikkeld binnen de Liemers onder ondernemers, ondernemersverenigingen, gemeenten en instellingen. Daardoor ontstaan sneller verbindingen veel kennis en ervaring opgedaan met betrekking tot energie/grondstoffentransitie en de bijbehorende wet- en regelgeving een visie ontwikkeld om te komen tot een slagvaardige aanpak, met name op bedrijventerreinen.
Voor individuele ondernemers en afzonderlijke ondernemersverenigingen is het opbouwen van een dergelijk netwerk en expertise vaak onbereikbaar, maar door bundeling van krachten kan er veel meer. Ook gemeenten zijn hiermee geholpen. Hierbij heeft men de volgende rollen vervuld: • • • •
5.6
GADL als vraagbaak en coach voor ondernemers GADL als spreekbuis van ondernemers en ondernemersverenigingen GADL als uitvoeringsorganisatie voor ondernemers, - hun verenigingen en voor gemeenten. GADL als coöperatieve gebiedsregisseur
Pro-actieve aanpak in Duiven (2-Stroom)
Vanuit de gemeente Duiven zijn initiatieven genomen om bedrijven meer pro-actief te benaderen. We hebben hierover contact gehad met Jeroen Smits van de gemeente: “We hebben de afgelopen jaren ervaring opgedaan dat thematische projecten, die vanuit de inhoud worden aangevlogen, zoals bijvoorbeeld. ‘Verzilver je dak’, onvoldoende effect sorteren. Feitelijk ben je dan met koude acquisitie bezig en dat zie je terug in de participatiegraad (maximaal 2-3%). Op dit moment voeren we een pilot uit op ons kleinste bedrijventerrein. Dit terrein beslaat 11 ha netto en heeft circa 70 bedrijven. De aanpak die we hiervoor ontwikkeld hebben steken we in vanuit ‘de relatie’. We gaan 1:1 gesprekken aan met ondernemers en gebruiken hun netwerk om een
21 van de 51
olievlek te creëren. Dit leidt vooralsnog tot een participatiegraad van > 30%. Deze aanpak vergt echter wel een grote inspanning. Zo zijn de kosten over de looptijd van het project (2 jaar) ongeveer 150.000 en zetten we er ½ fte/jaar op in. De opgave wordt dan ook om de lessen die we uit de pilot trekken te vertalen naar een kostenefficiënte aanpak richting onze bedrijventerreinen in de A-12 zone (ca 350 ha en meer dan 2.200 bedrijven).
5.7
Green Business Club kantorenpark Gelderse Poort
Green Business Club (GBC) Gelderse Poort is een vereniging van gebruikers en eigenaren, mede ondersteund door de gemeente Arnhem, die zich richt op concreet resultaat door het initiëren van verduurzamings- en verlevendigingsprojecten. GBC Gelderse poort heeft als doelstelling een vereniging van eigenaren en gebruikers te zijn die de aantrekkelijkheid van het park vergroten door concrete projecten met thema’s als circulariteit, energie, mobiliteit en levendigheid. Binnen GBC Gelderse Poort vinden participanten – grote en kleine bedrijven, overheden en kennisinstellingen – elkaar in de projectgroepen Energie, Mobiliteit, Circulair en Levendig om projecten uit te werken en best practices uit te wisselen. De businessclub heeft voor één dag per week een programmamanager ingehuurd om deze projectgroepen te ondersteunen. GBC Gelderse Poort is onderdeel van een landelijk netwerk van lokale Green Business Clubs, onder andere in Amsterdam Zuidas, Rotterdam Alexander, Eindhoven Spoorzone, Utrecht Stationsgebied, Zaanstad en Twente. De programmamanagers van deze onafhankelijke stichtingen, komen regelmatig samen voor kennis deling. Het landelijke netwerk telt zo’n 300 bedrijven.
5.8
Tiel; zon op dak met garantstelling gemeente
Er kan ook worden gekozen door de bedrijvenvereniging om met (een deel van de leden) te werken aan een gezamenlijk zonneproject. Hierbij is ervaring in Tiel met het inzetten van een businessdeveloper die helpt onderstaande stappen uit te voeren met een marktpartij naar keuze. Voorwaarde hiervoor is dat er minimaal zes bedrijven samen een zon op dak project willen starten. In de casus ‘zon op de bedrijfsdaken Tiel I, II en III’ is een garantstelling ingezet voor diverse zon op dak projecten. Het eerste project had een opbrengst van 2,2 MWp, de 2e van 5,5 MWp en het 3e van 6,5 MWp.
22 van de 51
Bij het project zijn de volgende stappen doorlopen: • •
•
•
•
Het vinden van een ervaren marktpartij om het proces van plan tot realisatie te begeleiden; Fase 1: Voorbereidingsfase o Het verkrijgen van voorfinanciering door de gemeente om de voorbereiding uit te voeren en te begeleiden; o Het vinden van subsidie en/of co-financiering; o Het samenbrengen van de verschillende individuele ondernemers in 1 entiteit om er een gezamenlijk project van te maken; o Het tekenen van een LOI; o Het uitwerken van de businesscase en juridische structuur; Fase 2: Ontwikkelfase o Detaillering van projectontwerp; o Het vinden van investeerders voor risicodragend vermogen; o Het vinden van de financieringspartner; o Het vinden van subsidie en/of co-financiering; o Voorbereiden van de diverse overeenkomsten, waaronder de EPC-overeenkomst, de OM-overeenkomst, de leaseovereenkomst, etc; o Aanbesteding uitvoering; Fase 3: Realisatiefase o Afronding projectontwerp; o Tekenen aanneemovereenkomsten; o Uitvoering en oplevering project; o Voorbereiding beheerfase; Fase 4: Beheerfase o Tekenen van de beheerovereenkomst; o Overdragen project van aannemer aan Project BV; o Jaarlijks beheer en onderhoud borgen middels bestuur StAK (huishoudelijk regelement);
Hieronder het plaatje dat in Tiel gebruikt werd om de voordelen voor de ondernemers aan te geven
23 van de 51
6 Uitkomsten behoeftenonderzoek Vanuit contact met 20 bedrijvenorganisaties en 16 gemeenten hebben we het draagvlak voor het idee gepeild. Men onderschrijft de behoefte bij bedrijven in de regio aan pro-actieve ondersteuning gericht op de uitvoering van maatregelen en geeft wensen en randvoorwaarden mee.
6.1
Uitkomsten gesprekken met bedrijvenorganisatie
Om het regionaal experticecentrum regio Arnhem & Nijmegen goed in te richten is er in de fase van kwartiermaken een uitgebreide consultatieronde in de regio gehouden onder belanghebbenden. De volgende ondernemers (verenigingen) zijn gesproken:
1. OKA (Ondernemers Kontakt Arnhem) 2. StAB (Stichting Arnhemse bedrijventerreinen) 3. Lindus + Groene Alliantie 4. Veron (ondernemersvereniging Lingewaard) 5. OCO (ondernemersvereniging Overbetuwe) 6. Green Businessclub/Gelderse Poort 7. VNO-NCW Midden (bestuur 5 ondernemers) 8. IPKW (bedrijventerrein) 9. Greenport 10. Rijn IJssel energiecoöperatie 11. Bedrijventerrein TPN West 12. OndernemersVereniging Druten 13. Ondernemersvereniging Molenveld 14. Ondernemersvereniging Heumen 15. Ondernemersvereniging Groesbeek 16. Industriële Kring Nijmegen 17. Huis voor de Binnenstad 18. Economisch Collectief Nijmegen 19. Health Ingrediënts Trading (RvN@ Food Community) 20. Bedrijvenpark Bijsterhuizen 21. Cinergie Bovenstaande partijen zijn bevraagd op welke behoefte aan ondersteuning zij nodig achten om de energietransitie verder te brengen. Daarnaast is gevraagd hoe we dit dan vorm zouden moeten geven. Uit de behoefteanalyse is het volgende naar voren gekomen:
Behoefte bedrijven? Er is een duidelijke behoefte opgehaald voor ondersteuning voor ondernemers om de energietransitie te versnellen. Ondernemers zien soms door de bomen het bos niet meer en willen wel starten, maar weten niet hoe en waar. Een plek waar verschillende opties duidelijk zijn en waar je met vragen terecht kan is daarom wenselijk. Deze behoefte bestaat uit: kennisdeling, helpen met businesscase (gezamenlijke) projecten en hulp bij problematiek als netcongestie.
Voorwaarden bedrijven De volgende uitgangspunten zijn veelvuldig benoemd: •
Zorg in contact met de ondernemer dat iemand in ondernemerstaal ze benadert 24 van de 51
• • • • • • •
Het moet gericht zijn op de businesscase, actiegericht en hands-on Zo min mogelijk administratieve rompslomp Laat de rol van de omgevingsdienst bij handhaven Advies moet onafhankelijk zijn Er moet voldoende kennis van de markt en techniek zijn Begin klein en bouw daarna uit Gefaseerde aanpak met maatwerk
Deze laatste vraagt om extra toelichting. Uit de analyse bleek dat het goed is om bij de inrichting van het experticecentrum rekening te houden de fase waarin de partners zitten. Ondernemers, ondernemersverenigingen en ook parkmanagement zit in de regio niet elk in dezelfde fase. Sommigen zijn bezig met informatievoorzieningen rondom energiebesparing, anderen met individuele projecten zon op dak en enkelen zijn al gestart met gezamenlijke grootschalige projecten rondom zon opwek, windmolens en projecten met waterstof. De expertise die zij nodig hebben is dan ook verschillend. Hoe zien ondernemers een experticecentrum voor zich? • • • • • • • • • • • •
Kanaal waar je problemen kan voorleggen Geen ‘one size fits all’ oplossing, maar meerdere mogelijkheden als oplossing krijgen Onafhankelijk advies en waar nodig doorverwijzing naar de markt die specifieke oplossingen heeft Leren van anderen/koplopers Grotere projecten samen oppakken, zelf eigenaar van oplossing blijven Creatief aan de slag met netcongestie Ontzorgen alleen waar nodig Geen vouchers, maar businesscases Communicatiekanaal. Als ondernemersvereniging kun je hier werkende voorbeelden ophalen, info over financiering en hulp voor projecten krijgen De kennis van de regio (denk aan waterstof en zonnepanelen met folies) delen en waarbij gemeente inzet op innovatie en regio als launching customer Zo snel mogelijk een aantal voorbeeldprojecten aanpakken en te laten zien wat je doet. Kanaal moet twee kanten op werken dus ook signalerend naar de overheden
Bovenstaande vraag Als laatste is bij de inrichting meegegeven dat een publiek-private samenwerking de grootste voorkeur heeft. Partijen zien hierin de meeste voordelen, omdat het dan gedeeld eigenaarschap is. Quotes
“Ondernemers nemen graag iets aan van andere ondernemers. Als een ambtenaar komt vertellen wat ze moeten gaan doen is dat niet iets wat als positief wordt ervaren.” “Er is niet “een ondernemer” of “een MKB”, de groep is niet homogeen en heeft dus een maatwerk benadering nodig.” “De ondernemersvereniging kan de vragen van opvangen en doorgeven. Het moet goed voelen en dicht bij huis zijn.”
25 van de 51
“Het centrum moet ondernemers ontzorgen en niet met extra problemen opzadelen en dat is wat er gebeurd als het ODRN erbij wordt betrokken.” “Een centrum moet niet het werk uit handen nemen. Om de commitment te krijgen, maar geen uitvoeringsorganisatie van maken. Er is een grote financiële prikkel, maar ook in de filosofie van veel bedrijven. Ondernemers gaan uit zichzelf wel aan de slag.”
6.2
Uitkomsten onderzoek onder de gemeenten
Behoefte gemeenten? Als eerste is bezien hoe de gemeenten staan ten opzichte van hun taak ten aanzien van de begeleiding van bedrijven bij de energietransitie. Daaruit komt dat de gemeenten meer willen doen dan alleen maar informatie geven en ook meer dan alleen de wettelijke taken. De reactie op de noodzaak van de backoffice was dat 40% aangaf “meteen doen” en 60% antwoordde met “goed idee, maar….”. Wij constateren hieruit dat het draagvlak voor het idee ambtelijk groot is alhoewel een enkeling er weinig in ziet: Quotes “Voor ons als kleinere gemeente geldt dat capaciteit hiervoor intern vrij maken lastig is. Ik denk dat een regionale aanpak veel kan helpen, in efficiëntie, kennis en capaciteit. We hebben de kennis ook niet in huis om ondernemers inhoudelijk echt te helpen. Regionaal organiseren kan daarbij helpen. Ook omdat ik denk dat er tussen gemeenten als het over dit onderwerp gaat, vergelijkbare problematiek speelt. Daar leren we van zodat we dat weer snel in kunnen zetten in andere gemeenten.” “Mijn ervaring tot nu toe is dat bedrijven hier niet op zitten te wachten. Elke aanpak kost ontzettend veel tijd en levert weinig op.”
Voorwaarden gemeenten De antwoorden uit het onderzoek (als bijlage bijgevoegd) geeft de volgende aandachtspunten voor het voor het vervolg: • • • • • •
Men constateert een duidelijke behoefte bij ondernemers aan meer ondersteuning: het is geen core-business en het is goed om hen meer te ontzorgen. De behoefte aan het ontsluiten van specifieke kennis op het gebied van energiebesparing en energieopwekking wordt breed genoemd: ervaring uitwisselen, subsidiekennis, aandacht voor zon op dak en collectieve aanpak energiebesparing. De gemeenten geven aan dat zij het zelf lastig vinden om voor deze opgave voldoende capaciteit te bieden. Het op regionale schaal bemensen van een pool van experts kan hier soelaas bieden. Met waarschuwt dat er wel een duidelijke rolverdeling tussen gemeente en expertisecentrum en goede inbedding tussen alle initiatieven die er al zijn bij overheden en in bedrijfsleven Het expertisecentrum kan regionaal opgezet worden maar zorg dan wel voor behoud van de lokale identiteit: sluit aan op lokale netwerken of maak subregio’s, sluiten qua looks & feels bij de gemeentelijk portal Men vraagt aandacht voor de balans tussen overheid en markt. Daarbij waarschuwt men ervoor om niet over te nemen wat de markt zelf kan doen. Tegelijkertijd constateert men ook dat het alleen de koplopers lukt om zaken te regelen en vindt men dat de overheid nu toch meer initiatief moet nemen.
26 van de 51
• •
Men geeft aan dat het expertisecentrum enige tijd nodig zal hebben om op stoom te komen. De aanbeveling is om het expertisecentrum alleen te beginnen als het langere tijd kan functioneren. Ten aanzien van de aansturing van het expertisecentrum is men voorstander van een gezamenlijke verantwoordelijkheid van bedrijfsleven en overheid.
Quotes “Start hiermee! De tijd dringt. Perfectioneren kan gaande de rit.” “De kracht van een Expertisecentrum zit hem naar mijn idee vooral in dat er maatwerk geleverd kan worden. Dat houdt ook in bezoek op locatie. We merken ook dat als het gaat verduurzaming van huizen, inwoners behoefte hebben aan persoonlijk contact en hulp. Er is zo veel informatie te vinden over verduurzaming, dat prikkelt niet. Ik kan me voorstellen dat dit vergelijkbaar is voor ondernemers. Er zijn zoveel regels, initiatieven, informatie dat het moeilijk is de keuze te maken. Ontzorging en helpen hen te prikkelen om de stap te zetten is iets waar het Expertisecentrum op in kan zetten.”