CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport VDLR def versie 122020.pdf

Informatiebijeenkomst sessie 2 18 januari 2022, gemeente RhedenBij agendapunt: Verkenning duurzame(re) landbouw Rheden10.867 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verkenning duurzame(re) landbouw gemeente Rheden Bij de boer aan de (digitale) keukentafel 24 keukentafelgesprekken met Rhedense boeren over het bedrijf, ambities en duurzaamheid

November 2020

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

3

2.

Uitkomsten van de gesprekken 2.1 Profiel van het Rhedense boerenbedrijf 2.2 Over toekomstvisies, kansen en bedreigingen, trots en duurzaamheid 2.3 Algemene indruk uit de gevoerde gesprekken

4

3. Inzoomen op de thema’s 3.1 Thema Energie 3.2 Thema Klimaat 3.3 Thema Natuur, biodiversiteit en landschap 3.4 Thema Bodem 3.5 Thema Kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw 3.6 Thema Lokale afzet en andere functies

11

4. Actiegerichte aanbevelingen

19

Bijlagen 1 Verslag bijeenkomst Verkenning duurzame(re) landbouw Rheden d.d. 8 juli 2020 2 Verslag bijeenkomst Verkenning duurzame(re) landbouw Rheden d.d. 29 september 2020

Verkenning duurzame(re) landbouw gemeente Rheden | 2

1 Inleiding Dit rapport is het resultaat van de ‘Verkenning duurzam(ere) landbouw Rheden’ uitgevoerd in opdracht van de gemeente Rheden en met ondersteuning van de LTO afdeling Zuid Oost Veluwe. Thema’s omgevingsvisie De agrarische bedrijven in het buitengebied van Rheden vormen om meerdere redenen een belangrijk onderdeel van de gemeente; als vormgevers van het landschap, als producenten van ons voedsel en als bewoners van een actief en leefbaar buitengebied. De in 2019 vastgestelde omgevingsvisie Buitengebied spreekt over de ambitie om duurzame(re) landbouw in de gemeente Rheden te bevorderen. Thema’s die in dit kader worden genoemd zijn: • Energiebesparing en opwekking op het bedrijf • Veranderend klimaat en de invloed daarvan op het bedrijf • Natuur, biodiversiteit en landschap op het bedrijf • De vitaliteit van de bodem • Door het Ministerie ingebrachte spoor van kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw • Andere functies, zoals lokale afzet of toerisme Inventarisatie huidige situatie Om te weten hoe duurzame(re) landbouw bevorderd kan worden, moeten we beginnen met het inventariseren van de huidige situatie. Daarvoor is de gemeente de ‘Verkenning duurzame(re) landbouw Rheden’ gestart. De eerste stap hierin is het voeren van keukentafelgesprekken met een representatief deel van de Rhedense boeren.

Hierdoor komen we te weten wat er al gedaan wordt op het gebied van duurzame landbouw en waar mogelijke knelpunten, ambities en kansen liggen. Uit deze verkenning willen we daarnaast een beeld krijgen van wat nodig is om een duurzame(re) landbouw in Rheden te bevorderen. De uitkomsten van deze verkenning worden vervolgens met de boeren, verpachters en overige partijen die een rol kunnen spelen in een duurzame(re) landbouw besproken. Wat moet leiden tot, waar mogelijk, een plan van aanpak/actieplan met concrete vervolgacties. Keukentafelgesprekken In totaal zijn 25 bedrijven benaderd. Voor het voorliggende rapport zijn met 24 boeren (een score van maar liefst 96%) keukentafelgesprekken gevoerd, waarbij de boeren op een open en eerlijke manier de ontwikkelingen en toekomstbeelden van hun bedrijf en de daarmee samenhangende ambities deelden.

Twee van de 24 bedrijven bevinden zich met de huiskavel buiten de gemeentegrenzen, maar pachten gronden binnen de gemeentegrenzen. Om deze reden zijn ook deze bedrijven in deze verkenning meegenomen. Een deel van de gesprekken kon door het COVID-19 virus niet plaatsvinden aan de keukentafel, maar is in overleg via de digitale weg gevoerd. Thema’s In de keukentafelgesprekken is gesproken over waar de bedrijven op zijn gericht en wat er in de dagelijkse praktijk speelt. Hoe wordt gedacht over duurzaamheid, waar is men trots op, en wat zijn kansen en bedreigingen voor hun toekomstvisie. Vervolgens is ingegaan op zes thema’s en hoe deze, al dan niet, spelen op de boerenbedrijven. Zijn er kansen en knelpunten te benoemen waarom sommige zaken wel of niet tot ontwikkeling komen.

Kortom, wat is de boerenpraktijk, bij de boer aan tafel.

Leeswijzer Het voorliggende rapport bevat een weergave op hoofdlijnen van de gevoerde gesprekken. Er is over veel onderwerpen gesproken en dit heeft een breed verkennend beeld opgeleverd van de huidige situatie van deze onderwerpen. Het rapport probeert aan dit brede beeld recht te doen. In de uitwerking is gekozen voor een combinatie van beschrijvend (kwalitatief) en waar mogelijk en bekend, aangevuld met cijfers (kwantitatief). Tussendoor zijn citaten opgenomen die aan de keukentafel genoemd zijn door de boeren. Het rapport eindigt met concrete, actiegerichte aanbevelingen ter verduurzaming van de Rhedense landbouw. De aanbevelingen zijn op hoofdlijnen benoemd en bedoeld om nader te bespreken met de gesproken boeren en met mogelijke samenwerkingspartners in het gebied. Als bijlagen zijn de verslagen van de bijeenkomsten bijgevoegd.

Overal waar boer, man of hij staat wordt ook de vrouwelijke vorm bedoeld.

Bij de boer aan de (digitale) keukentafel | 3

2 Uitkomsten van de gesprekken

Geïnterviewde boerenbedrijven gemeente Rheden

13

2

2

1

1

1

1

1

1

Melkvee gangbaar (13)

Akkerbouw (1)

Wijngaard bio (1)

Landwinkel/zorg/

Melkvee/akkerbouw (2)

Melkvee bio (1)

Zoogkoeien bio (1)

paardenpension (1)

Gemengd bedrijf bio (2)

Paardenhouderij (1)

Jongveeopfok/recreatie (1)

1

2.1 Profiel van het Rhedense boerenbedrijf Van de gesproken boeren in de gemeente Rheden runt het grootste deel een gangbaar melkveebedrijf (65%) met een gemiddeld aantal van 110 koeien en met de beschikking over 75 hectare grond. Dit is vergelijkbaar met het landelijke gemiddelde dat ligt op 97 koeien en 60 hectare (Bron: CBS 2016). Het andere deel van de geïnterviewden runt een variatie aan bedrijven als gemengde biologische bedrijven, een akkerbouwbedrijf, biologisch melkveebedrijf, een paardenhouderij, biologische wijngaard en een biologisch zoogkoeienbedrijf.

•

21% van de boeren voert een biologische bedrijfsvoering. Het landelijk percentage ligt op zo’n 5%. (Hierbij is uitgegaan van 1849 biologische bedrijven in Nederland in 2019 t.o.v. van 37.000 gangbare bedrijven. Bron: boeren business & www.ad.nl)

•

Bij benadering hebben de gesproken boeren 1.600 hectare grond in gebruik. Hiervan wordt ruim 320 hectare natuurgericht beheerd (natuurgronden of agrarisch natuurbeheer). 73% van de Rhedense boeren doet aan agrarisch natuurbeer. Het landelijk gemiddelde ligt op 36% (Hierbij is uitgegaan van cijfers uit 2016: 14.000 bedrijven die meedoen

Wat valt verder op? • De gemiddelde leeftijd van de boer in Rheden ligt rond de 46 jaar. Dit ligt onder het landelijke gemiddelde van 54 jaar. Voor een groot deel van deze boeren geldt dat zij, vanwege de jonge leeftijd van eventuele kinderen, nog niet in beeld hebben of zij een bedrijfsopvolger hebben. Van de boeren ouder dan 50 jaar hebben er 3 zeker een opvolger. • Op 95% van de melkveebedrijven krijgen koeien weidegang aangeboden. Dit ligt iets hoger dan het landelijke gemiddelde van 83%.

t.o.v. 39.000 boerenbedrijven in Nederland, Bron: WUR: Agrarisch natuurbeheer, 2016)

• •

Meer dan 50% van de gesproken boeren boert al meerdere generaties op dezelfde plek. Meer dan 80% van de boeren heeft met pachtsituaties te maken van meerdere verpachtende instanties als landgoed Middachten, de Gelderse Toren, Stichting Twickel, Natuurmonumenten, Rijkswaterstaat, Gelders Landschap en de gemeente Rheden. Dit zijn reguliere, maar ook liberale pachten (eenjarig).

(Bron: Melkveebedrijf.nl/2019)

Verkenning duurzame(re) landbouw gemeente Rheden | 4

2.2 Over toekomstvisies, kansen en bedreigingen, trots en duurzaamheid In deze paragraaf komen beelden van de toekomstvisies van de boeren aan bod. Welke kansen en bedreigingen ondervinden zij in het realiseren van hun toekomstige bedrijfsvoering. Wat is zijn trots en hoe wordt gedacht over duurzaamheid. Bedrijfsontwikkeling Op de vraag waar boeren hun bedrijfsontwikkeling op richten, is het goed te noemen dat verreweg de meeste gemengde en melkveebedrijven de laatste jaren een groei hebben doorgemaakt. Zij hebben zich daarbij gericht op het vergroten van de veestapel, het investeren in stalsystemen en het versterken van de grondpositie. Met dit laatste wordt bedoeld dat gewerkt is aan een goede verhouding tussen het aantal koeien en beschikbare grond (grondgebonden melkveehouderij: zie kader). Deze schaalvergroting en grondgebondenheid sluit aan bij de landelijke trend van bedrijfsontwikkeling in de melkveehouderij. Opvallend is dat een groot deel van de melkveebedrijven die een groei hebben doorgemaakt in het kader van hun toekomstige bedrijfsontwikkeling, aangeven met hetzelfde aantal koeien en grond (of lichte groei) het inkomen te willen verdienen. De hoge kosten voor het aankopen van fosfaatrechten, de beperkingen van de omgeving (Natura 2000 regelgeving) en de hoge

gronddruk worden genoemd als redenen voor deze toekomstvisie. Over hoe dit te gaan doen, worden verschillende scenario’s (of combinaties) genoemd: • Opbrengsten verhogen van de producten, bijvoorbeeld door in te zetten op programma’s als “On the way to PlanetProof” • Productie en/of kwaliteit verhogen door voermanagement/technologie • Kostprijs verlagen bijvoorbeeld door in te zetten op energieopwekking • Arbeidsefficiëntie vergroten • Nieuwe verdienmodellen aan het bedrijf toevoegen (groene diensten, nevenfuncties) Door de niet melkveeboeren worden toekomstbeelden genoemd als de afzet vergroten van hun lokaal geproduceerde producten, nevendiensten als natuurbeheer, verantwoorde groei vleesveestapel in combinatie met voldoende grond en inspelen op kansen in vrijkomend quotum akkerbouwproducten. Kansen en bedreigingen Als het gaat over kansen en bedreigingen die invloed hebben op de bedrijfsvoering en toekomstige ontwikkeling geven de boeren een variatie aan antwoorden.

Grondgebonden melkveehouderij in de zuivelsector De vier bouwstenen 1 Minimaal 65% van het eiwit in het rantsoen van de koe moet afkomstig zijn van eigen grond of de directe omgeving van de melkveehouder. 2 Om lokale ruwvoer-mestkringlopen te realiseren, kan een melkveehouder een buurtcontract afsluiten met een andere agrariër binnen een straal van 20 kilometer over de levering van voer en de afzet van mest. 3 Voor het grondgebonden karakter van een melkveehouderij is een voldoende grote huiskavel met gras nodig. 4 Door een hogere zelfvoorzieningsgraad in eiwit neemt de behoefte aan de import van eiwitrijke grondstoffen zoals soja en palmpitten sterk af. Bron: Friesland Campina

Bij de boer aan de (digitale) keukentafel | 5

Kansen De grootte van het bedrijf: Het bedrijf is economisch gezond en kan tegen een stootje. Dit maakt mijn bedrijf toekomstbestendig. Het geeft mogelijkheden om te investeren mocht dit nodig zijn, bijvoorbeeld vanwege de komst van nieuwe wet- en regelgeving.

De geest van de tijd: Er is vanuit de consument steeds meer aandacht voor lokale producten of diensten die wij op ons bedrijf aanbieden. Bijvoorbeeld belevingen op de boerderij, maar ook het leveren van groene diensten. Dit biedt kansen voor ons verdienmodel.

Energie: De energietransitie kan voor mijn verdienmodel kansen bieden, bijvoorbeeld door een windmolen te plaatsen op mijn erf/grond. Of ik zet in op opwekking van energie op mijn bedrijf om zelfvoorzienend te zijn.

Locatie: Ik zit met mijn bedrijf dicht bij een dorp/stad, dit biedt kansen voor een nevenactiviteit.

Deelnemen aan duurzaamheidsprogramma’s zuivelsector: Wij doen mee met PlanetProof van Friesland Campina. Hierdoor ontvangen wij een meerprijs voor maatregelen die wij nemen op het gebied van duurzaamheid. Hieraan mee blijven doen is een grote kans voor ons.

Ik heb daar geen beeld bij: Een aantal boeren geeft aan niet zozeer in kansen te denken, of niet zozeer een beeld te hebben bij de vraag wat kansen zijn voor het bedrijf. Zij geven aan vooral in te spelen op wat zich aandient.

Verkenning duurzame(re) landbouw gemeente Rheden | 6

Bedreigingen Natura 2000, stikstof en scheurverbod: Ik zit met mijn bedrijf in Natura 2000 gebied. Vanwege de stikstofproblematiek kan ik gevolgen gaan ondervinden van nieuwe regelgeving (bijvoorbeeld uitkoop). Met één streep kan mijn toekomst er anders uitzien. Door het scheur/ploegverbod in Natura 2000 gebied mag ik mijn grond niet ploegen en opnieuw inzaaien. Daardoor is het moeilijk voor mij om kruidenrijk grasland te ontwikkelen die ik voor mijn biologische bedrijfsvoering graag wil toepassen. Complexe wet- en regelgeving: Ik ervaar veel regelgeving en lange procedures, zowel vanuit EU, landelijk, provinciaal als gemeentelijk. Daardoor heb ik soms het gevoel dat ik weinig eigen boerenverstand in kan brengen. De regelgeving bemoeilijkt en verzwaart (vaak onnodig denk ik) de kosten van mijn bedrijfsvoering. Liberale pachtovereenkomsten: Ik heb een groot deel van mijn gronden in liberale pacht (o.a. 1 jarige) pachtcontracten. Dit is ieder jaar weer een stoelendans en beïnvloedt de continuïteit van mijn bedrijfsvoering. Het heeft ook invloed op de investering die ik bijvoorbeeld doe in bodemvitaliteit. Concurrentie gronden /grondprijs: Door de concurrentie op grond (energietransitie, natuur, verstedelijking, weinig stoppers) en hoge prijzen is het lastig aan gronden te komen om bijvoorbeeld als boer te extensiveren of natuurgericht te werken.

Ganzen gedooggebieden: Een groot deel van mijn gronden ligt in ganzen gedooggebied, dit zorgt voor grote schade. Ik krijg hiervoor een vergoeding maar dit dekt niet alle kosten en is een energie- en tijdrovende zaak.

Ik heb daar geen beeld bij: Een aantal boeren geeft aan niet zozeer in bedreigingen te denken, of niet zozeer een beeld te hebben bij de vraag wat bedreigingen zijn voor hun bedrijf. Zij geven aan om te gaan met wat er speelt.

Bij de boer aan de (digitale) keukentafel | 7

PlanetProof, voorbeeld van duurzaamheidsprogramma zuivelsector Het onafhankelijke keurmerk On the way to PlanetProof bewijst ('Proof') dat je een product koopt dat duurzamer is geproduceerd en daardoor beter is voor natuur, milieu, klimaat en dier. Met On the way to PlanetProof streven boeren en tuinders ernaar om hun manier van werken in balans te laten zijn met de draagkracht van onze planeet. Dat is een proces van steeds verdere stappen zetten om onze aarde minder te belasten ('On the way to...'). Er wordt gewerkt op de thema’s: dierenwelzijn, natuur en biodiversiteit, energie, water en klimaat. In Rheden doen twee boeren mee aan PlanetProof. Vier boeren geven aan hier interesse in te hebben, maar net niet te voldoen aan de strenge criteria. Er is plaats in dit programma voor 200 boeren in heel Nederland. Voor alle melkveebedrijven geldt dat zij door de zuivelsector gestimuleerd worden te investeren in duurzaamheid in basisprogramma’s als Focus Planet en Duurzaam Leerdammer.

Waar zijn de Rhedense boeren trots op? Op de vraag waar men trots op is, noemen boeren vaak de groei die het bedrijf heeft kunnen doormaken tot het niveau waarop het nu is. Ook wordt regelmatig de kwaliteit van de geleverde melk en de veestapel genoemd. Anderen noemen de bijdrage die ze leveren aan het verfraaien van het landschap, de samenwerking binnen het gezin of met medewerkers, of de rol die zij invullen in de samenleving door actief te zijn in het dorpsleven. Duurzaamheid op de Rhedense bedrijven Als het gaat over duurzaamheid en het bedrijf wordt voornamelijk gesproken over het belang van de houdbaarheid van het bedrijf voor de toekomst. Het bedrijfseconomische aspect is daarbij belangrijk en de balans tussen arbeid en investering. Verder noemen boeren uiteenlopende onderwerpen op de vraag wat zij met duurzaamheid doen op het bedrijf: •

meedoen aan duurzaamheidsprogramma’s van de zuivelsector, zoals PlanetProof van Friesland Campina (zie inzet)

• • • • • • • • •

het grondgebonden zijn (voer van eigen land en mest op eigen land) (zie inzet pagina 5) het voeren van een biologische of bijna biologische bedrijfsvoering het goed zorgen voor het vee (laag antibioticagebruik, lange levensduur koeien) zuinig zijn met machines en materieel plaatsen van zonnepanelen en aan energiebesparing doen aan agrarisch natuurbeheer of natuurbeheer doen vaste mest gaan toevoegen aan de bedrijfsvoering bijdragen aan activiteiten in het dorp (sociale duurzaamheid) bedrijf open stellen voor de omgeving

Alle boeren kunnen op de vraag wat zij doen met duurzaamheid een beeld schetsen van hun inzet. De genoemde duurzaamheidsonderwerpen zijn nauw verbonden met de inpasbaarheid binnen de bedrijfsvoering en de visie van de ondernemer op zijn bedrijf. Iedere ondernemer maakt hierin zijn keuzes die te maken hebben met zaken als investeringsmogelijkheden, verplichtingen vanuit afnemende partijen en/of wet- en regelgeving, de geschiktheid van de locatie of persoonlijke motivatie.

Verkenning duurzame(re) landbouw gemeente Rheden | 8

Sommige boeren geven aan dat zij het gevoel hebben dat duurzaamheid en wat duurzaam is, vaak wordt besproken op basis van beeldvorming en niet op basis van vakmanschap en kennis. Zij vragen om nuance in de terminologie en een gedegen aanpak. Als voorbeeld wordt genoemd dat het beeld wordt opgeroepen dat produceren voor de lokale keten per definitie duurzamer zou zijn ten opzichte van een gangbaar melkvee-

bedrijf dat produceert voor de wereldmarkt. Boeren geven overwegend aan mee te willen bewegen richting wat de maatschappij vraagt. Op verschillende manieren doen zij dit al. Als er andere aanvullende behoeften zijn, op wat zij al doen, dan doen zij een beroep op de haalbaarheid en financierbaarheid van de gevraagde ontwikkelingen.

2.3 Algemene indruk uit de gevoerde gesprekken De boeren deelden op een open en eerlijke manier de ontwikkelingen en toekomstbeelden van hun bedrijf en de daarmee samenhangende ambities. Positief en toekomstgericht Het valt op dat de Rhedense boer overwegend een positief beeld schetst van zijn toekomstvisie. Hij is trots op zijn geleverde prestaties en gaat volop voor de toekomstvisie die hij voor zichzelf en zijn bedrijf heeft geformuleerd. Hij voelt zich daarbij redelijk autonoom en heeft overwegend het gevoel zelf grip te hebben op zijn bedrijfsvoering. Hij ziet kansen voor zijn bedrijfsontwikkeling en probeert deze te verzilveren. Met een gemiddelde leeftijd van 46 jaar is de Rhedense boer jong in verhouding tot de landelijke cijfers (54). Veel van de boeren in Rheden hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in hun bedrijf. Zij hebben bijvoorbeeld recent het bedrijf overgenomen, zitten in een afrondende overname van een voorgaande generatie of hebben een bedrijf gestart op een nieuwe locatie. Allen zetten in op het doorgaan met hun bedrijven en deze toekomstbestendig doorontwikkelen. Door het grote aantal bedrijven dat volop in bedrijf is en door wil voor

de toekomst, zijn er weinig stoppers te verwachten in dit gebied. Een gevolg hiervan is dat er weinig vrijkomende gronden zijn te verwachten.De beschikking over grond is in relatie tot duurzame toekomstbestendigheid (bijvoorbeeld kunnen voldoen aan grondgebonden melkveehouderij) een belangrijk aspect. Maar ook in relatie tot het verduurzamen van het bedrijf op onderwerpen als extensiever of natuurgerichter beheer. Uitgaande van hetzelfde aantal koeien is dan meer grond nodig. Variatie en context De Rhedense boer is niet over één kam te scheren. Er is grote variatie tussen de ondernemers onderling (persoonlijkheid), tussen de bedrijfssituaties (locatie of financiële situatie) en tussen de sectoren (bijvoorbeeld melkvee ten opzichte van akkerbouw). In relatie tot wat nodig is om het bedrijf toekomstbestendig te houden, maar ook in relatie tot het stimuleren van duurzaamheid op de bedrijven is het belangrijk bewust te zijn van deze variatie en de context waarin de boer zich bevindt te kennen. Zo geldt voor de groep melkveehouders die in de context van de wereldmarkt produceert met een grote zuivelafnemer andere

Bij de boer aan de (digitale) keukentafel | 9

Scheurverbod in Natura 2000 gebieden Binnen Natura 2000 is blijvend grasland beschermd. Dit wordt gezien als kwetsbaar grasland dat in stand moet blijven. Ook het scheuren van blijvend grasland in Natura 2000 gebied en weer inzaaien mag niet. Dit wordt ook wel ploegverbod genoemd. Bepaalde vormen van lichte grondbewerking mogen wel. Met lichte grondbewerking bedoelen we technieken voor graslandvernieuwing, waarbij de ondergrond vrijwel onberoerd blijft en er altijd een dekkende vegetatie zichtbaar blijft. Andere vormen van mechanische grondbewerking zijn niet toegestaan. Bron: RVO

factoren die invloed hebben op de inzet op duurzaamheid, dan voor een biologisch vleesveebedrijf of biologische wijngaard die voornamelijk voor de lokale markt produceert. Een melkveehouderij is bijvoorbeeld stroomintensief en wordt vanuit de zuivelsector gestimuleerd te verduurzamen op energie. Werken aan duurzaamheid kent dan ook een zeker maatwerk. Complexiteit wet- en regelgeving voor toekomst bedrijven Als het gaat over de toekomst van hun bedrijven noemen overwegend alle boeren de effecten van de complexiteit van de wet- en regelgeving. Men ervaart dit in meer of mindere mate op verschillende niveaus, zowel op gemeentelijk, provinciaal als op rijksniveau. Op gemeentelijk niveau noemt een deel van de boeren de behoefte aan een praktische en gelijkwaardig meedenkende overheid. Een overheid die inzet op korte en heldere procedures en zich bekend maakt met de landbouwmaterie. Proactief en ondernemersgericht meedenkt en oog en waardering heeft voor wat er wel goed gaat in de sector. En oog heeft voor de toegevoegde waarde van deze (familie)bedrijven voor landschap en sociale zin. Deze verkenning wordt daarin ook gewaardeerd. De meeste wet- en regelgeving heeft relatie met de provincie Gelderland en het Rijk. De meeste invloed op de praktische bedrijfsvoering zijn de beperkingen van Natura 2000 gebied en het ganzen gedooggebied. Als voorbeeld wordt genoemd het scheurverbod dat

geldt in Natura 2000 gebieden. Dit maakt dat boeren deze gronden niet mogen ploegen en opnieuw inzaaien, bijvoorbeeld met klimaatbestendigere of kruidenrijke mengsels. Ook geven zij aan op deze percelen moeilijk aan bodemverbetering te kunnen doen (bijvoorbeeld opbrengen van vaste mest). Doorzaaien mag wel, maar op kleigronden is de slagingskans laag. Ook is het niet mogelijk deze gronden te betrekken bij de wisselteelt op het bedrijf, die voor de andere percelen wat betreft bodemvitaliteit van toegevoegde waarde kan zijn. Gevoelsmatig spreekt hier de regelgeving verduurzaming tegen. Duurzaamheid en pachtsituaties Meer dan 80% van de boeren in Rheden heeft te maken met pachtsituaties van uiteenlopende partijen als Rijkswaterstaat, Gelders Landschap, Natuurmonumenten, gemeente, landgoederen en andere partijen. Zij hebben naast reguliere pacht te maken met liberale pachtovereenkomsten. Dit zijn flexibele overeenkomsten waarbij een einddatum van pacht wordt afgesproken (variërend van 1 t/m 6 jaar) en waarbij de verpachter niet lange tijd ‘vast hoeft te zitten’ aan een pachter. Boeren die hier mee te maken hebben, geven aan dat dit voor onrust in de bedrijfsvoering zorgt. In het slechtste geval verliezen boeren deze gronden en gaan daarmee van een extensief bedrijf naar een intensief bedrijf.

Langdurige afspraken zouden volgens hen bij kunnen dragen aan verduurzaming van hun bedrijven en aan onderwerpen als bodemvitaliteit en natuurgericht ondernemen. Het zou de verbinding tussen boer en grond versterken.

Verkenning duurzame(re) landbouw gemeente Rheden | 10

3 Inzoomen op de thema's 3.1 Thema Energie De gemeente streeft naar een CO2-neutrale gemeente in 2040. Alle energie die nodig is voor wonen, werken, industrie, vervoer en recreëren wordt binnen de eigen gemeentegrenzen duurzaam opgewekt, zonder dat daar CO2 bij vrijkomt. Daar waar dit niet mogelijk is binnen de gemeentegrenzen, wordt dit ergens anders gecompenseerd of opgeslagen. De gemeente zet daarmee ook in op energiebesparing. Alles wat niet wordt gebruikt, hoeft niet te worden opgewekt.

Wat gebeurt er op de bedrijven aan energiebesparing en opwekking, welke ambities worden genoemd en wat is er nodig om verdere verduurzaming op dit thema te realiseren? Energiebesparing op de bedrijven • Besparingen die bedrijven doorvoeren in hun bedrijfsvoering liggen vooral op het vlak van frequentieregelaars op de vacuümpomp, voorkoelers voor de melktank, warmteterugwinning melktank en LED lampen in de veestallen. • Wat opvalt is dat de besparingen veelal worden ingevoerd op het moment dat nieuwbouw wordt gepleegd. Die nieuwbouw geldt naar schatting voor meer dan de helft van de melkveebedrijven. Daarnaast spelen duurzaamheidsprogramma’s vanuit de zuivelsector (bijvoorbeeld Duurzaam Leerdammer; boeren kunnen extra punten scoren en daarmee een financiële plus op de melk krijgen als zij maatregelen nemen op duurzaamheid) een stimulerende rol bij boeren in het nemen van maatregelen om energie te besparen en op te wekken. • 95% van de boeren geeft aan zich wel bewust te zijn van de mogelijkheden van energiebesparing en waar het kan energiebesparende maatregelen te nemen of te hebben genomen. Ambities energiebesparing De ambities op het gebied van energiebesparing liggen vooral in het aanschaffen of vervangen van energiebesparende apparatuur. Het vervangen van TL verlichting door LED verlichting wordt daarbij het meest genoemd.

Energieopwekking op de bedrijven • 10 van de 24 boeren hebben zonnepanelen op hun daken. Van deze groep geeft 80% aan in de toekomst de zonnepanelen te willen uitbreiden. • 10 van de 14 boeren die nu nog geen zonnepanelen hebben, geven aan in de toekomst wel zonnepanelen te willen plaatsen. Gebrek aan financieringsruimte/prioritering wordt als voornaamste reden genoemd waarom de zonnepanelen nog niet worden geplaatst. Ook wordt een ongeschikt dak als belemmering genoemd. • Een aantal boeren geeft aan dat het plaatsen van zonnepanelen is doorgerekend, maar dat het rendement onvoldoende bleek. • Het valt op dat bij de ambitie ook wordt gesproken over kleine windmolens (maximaal 25 meter). Acht boeren geven aan hier interesse in te hebben. De belangrijkste belemmeringen voor het plaatsen van deze kleine windmolens volgens de boeren, vormt de regelgeving omtrent de Natura 2000 gebieden. • In een aantal gevallen wordt ook gesproken over de ambitie van een grote windmolen. Zij staan open voor een grote windmolen op het erf. Hier zijn echter voor- en tegenstanders waar te nemen. Voorstanders zien liever een windmolen dan een zonneakker. Zonneakkers zouden beslag leggen op vruchtbare landbouwgrond. Tegenstanders zien een grote windmolen als vervuiling van landschappelijke kwaliteiten, zoals in het Soerense Broek.

Verkenning duurzame(re) landbouw gemeente Rheden | 11

“Zonne- of windenergie zie ik als mogelijkheid om zelfvoorzienend te zijn en daarmee als aanvulling op mijn verdienmodel” Concluderend Energiebesparing en opwekking is een bekend thema bij de boeren. Dit zal mede ontstaan zijn doordat veel programma’s vanuit de zuivelsector (denk hierbij aan PlanetProof) op dit onderwerp eisen stellen aan de boeren. Verduurzaming op het thema energie kent kansen en beperkingen. Kansen ligger er in dat boeren overwegend open staan voor het opwekken van energie voor het eigen bedrijf. Een kleiner deel van de groep staat open voor grootschalige opwek, bijvoorbeeld middels een grote windmolen of zonnepanelen op het dak. Mits dit voldoende rendement haalt. Een aantal boeren noemt nadrukkelijk hier geen

belangstelling voor te hebben. Als reden wordt genoemd de onzekerheid die er volgens hen nog bestaat over restafval van zonnepanelen en het feit dat de technische ontwikkelingen snel gaan, waardoor de toekomstbestendigheid van veel zonnepanelen ter discussie kan komen te staan. Belemmeringen die de boeren noemen variëren van prioriteit en beschikbaarheid van financiële middelen, beperkingen van de gebouwen (draagkracht en monumenten) en bedrijfslocatie (wel of geen wind, wel of geen Natura 2000). Behoeftes van de boeren zijn adviezen en open gesprekken met gemeente en materiedeskundigen over vergunningen, functionele eisen en financiering. Als voorbeeld wordt genoemd een flexibele houding in de energiezuinige verbouw van monumentale boerderijen (welstandscommissie) of het aangaan van een pilot kleine windmolens in Natura 2000 gebied.

3.2 Thema Klimaat

Het vertrekpunt van deze verkenning was de volgende stelling: “We hebben te maken met een veranderend klimaat. Dit kan grote gevolgen hebben voor de landbouw, niet alleen door direct veranderende omstandigheden voor gewassen (zachte winters, meer droogte, waterpieken) en vee, maar ook door indirecte effecten, zoals nieuwe ziekten en plagen, behoeften aan andere teelten en rassen en risico’s van bedrijfsvoering (oogstzekerheid)”.

Met de boeren is gesproken over het klimaat en de veranderingen die daarin merkbaar zijn op de bedrijven en de bedrijfsvoering, zoals droogte, waterpieken en plagen. Op welke wijze speelt dit thema in de bedrijfsvoering? Gedachten over klimaat De meeste boeren vragen zich af of er sprake is van klimaatverandering zoals wordt gesteld. Of dat het “gewoon het weer” is. Zij noemen dat de periode waarover nu wordt gesproken relatief kort is. Een aantal boeren geeft aan zich oprecht zorgen te maken. De meeste boeren komen met het thema klimaat in aanraking via duurzaamheidsprogramma’s vanuit de sector, op eigen motivatie en/of door

bijeenkomsten te volgen via Vruchtbare Kringloop Achterhoek (VKA). Wat het ook is, de droogte voor het derde jaar op rij wordt genoemd als belangrijkste knelpunt in het kader van dit onderwerp. Dit maakt de bedrijfsvoering uitdagender. Het zorgt bijvoorbeeld voor onvoldoende voeropbrengst van het land en daardoor extra kosten voor de aankoop van voer. Een ander gevolg is de keuze voor het inzetten van beregening, waarbij de ene boer vroeg begint (bodem niet laten uitdrogen) en de andere boer dat het liefst zolang mogelijk uitstelt (energiekosten) en op regen wacht: “maar dan ben je vaak te laat en is het kwaad al geschied”. Belangrijk punt dat wordt genoemd, is de behoefte grondwater te

Bij de boer aan de (digitale) keukentafel | 12

Vruchtbare Kringloop Achterhoek (VKA) Vruchtbare Kringloop wil agrarische ondernemers inspireren en faciliteren in het creëren en benutten van kansen om hun bedrijven verder te verduurzamen en zich klaar te maken voor de toekomst wat betreft bedrijfsresultaten, milieukwaliteit, waterbeheer en bodemvruchtbaarheid. Hoofddoel van het project is de regio Achterhoek en Liemers te positioneren als duurzame regio die voorop loopt op gebied van kringlooplandbouw en duurzaam water- en bodembeheer. Bron: www.vruchtbarekringloopachterhoek.nl

mogen blijven gebruiken in droge tijden. Anders wordt het heel lastig. In de uiterwaarden speelt de kans op overstromingen een rol, zoals in de winter van 2019-2020. Dit heeft direct negatief effect op de bodem en de kwaliteit van de graslanden. In combinatie met het ganzen foerageergebied zorgt dit voor schade aan de percelen. Voor schade met betrekking tot ganzen ontvangen grondeigenaren een vergoeding. Een aantal boeren vragen zich af of klimaatverandering ook positieve gevolgen kan hebben. Langere en warmere zomers zorgen voor een langer groeiseizoen. Voor de wijnboerderij vormen de droogte (tot op zekere hoogte) en warmere zomers een positieve ontwikkeling. Heftige (hagel)buien daarentegen hebben een negatieve invloed op de oogst. Wat opvalt is dat vrijwel alle boeren veranderingen opmerken en hier praktisch mee omgaan. Zo proberen zij het watervasthoudend vermogen van de bodem te vergroten door het toevoegen van organische stof, tijdig te beregenen en/of rekening te houden door aanschaf van extra voer. Een aantal boeren geeft aan bezig te zijn met weerbaardere gewassen, zoals het doorzaaien van vlinderbloemigen in het grasland of water vast te houden met greppels of slootsluisjes. Door de veehouders wordt genoemd dat zij bij extreme hitte de koeien binnen houden en bijvoorbeeld ventilatoren hebben aangeschaft of overwegen deze aan te schaffen.

Door een enkeling wordt genoemd de wens voor ondersteuning bij de bestrijding van plagen als gevolg van klimaatverandering zoals eikenprocessierups, ook op private erven. Op veel bedrijven zorgen muizen en ganzen voor de nodige schade.

Kansen en belemmeringen Boeren zien kansen in het verbeteren van het watervasthoudend vermogen van de bodem, het inzetten van gewassen die beter tegen droogte kunnen of teeltwisseling toepassen (bijvoorbeeld op droge stukken mais en minder droge stukken gras). Een knelpunt dat in meerdere gevallen realisatie in de weg staat, is het scheurverbod in Natura 2000 gebied. Dit maakt het lastig het watervasthoudend vermogen van graslanden te verbeteren en staat teeltwisselingen niet toe. Waar het wel is toegestaan geven boeren aan met bodemverbetering het watervasthoudend vermogen te verbeteren.

“Als boer voeg je je naar de omstandigheden van het weer, dat hebben we altijd gedaan, dat doen we en dat blijven we doen”

Concluderend Klimaat is op veel boerenbedrijven een thema aan de voorkant. Dat wil zeggen dat zij bezig zijn de impact van hun bedrijfsvoering op het klimaat terug te dringen. Bijvoorbeeld door het voeren van een biologische bedrijfsvoering, energie te besparen of door mee te doen aan duurzaamheidsprogramma’s vanuit de zuivelsector. Als het gaat om klimaatverandering in de dagelijkse praktijk zoeken boeren naar praktische oplossingen. De beste oplossingen passen echter niet altijd in de regelgeving.

Verkenning duurzame(re) landbouw gemeente Rheden | 13

3.3 Thema Natuur, biodiversiteit en landschap

De gemeente Rheden heeft de ambitie natuur en biodiversiteit te vergroten en achteruitgang van biodiversiteit te remmen, zoals genoemd in de Omgevingsvisie. De vraagstelling in deze verkenning is wat doen en willen boeren op dit onderwerp?

Natuur in de bedrijfsvoering Alle boeren geven aan in meer of mindere mate iets te doen met betrekking tot natuur en landschap. Dit varieert van medewerking verlenen aan de verpachter bij de aanplant van hagen, akkers met akkerkruiden tot vrijwillig weidevogelbeheer. 73% van de gesproken boeren is lid van Vereniging Veluwe IJsselzoom (VIJZ) of van Vereniging Streekbeheer Rijnstromen (VSR) en doet aan vormen van agrarisch natuurbeer en/of beheert natuurgronden van bijvoorbeeld Natuurmonumenten. Gezamenlijk beheren zij ruim 320 hectare. Van het deel van de boeren dat geen lid is van de VIJZ doet 80% op andere wijze iets met natuur, bijvoorbeeld hoekjes overlaten of op eigen initiatief bloemrijke akkerranden zaaien. Rol in natuur en landschap Wat opvalt is dat veel boeren aangeven open te staan voor en bij te willen dragen aan het beheer of onderhoud van natuur en landschap. En dit ook al doen, gezien het grote percentage dat lid is van de agrarische natuurvereniging. Als er meer gedaan moet worden hebben zij er vragen en voorwaarden bij: • Wat verstaat de gemeente precies onder biodiversiteit? Men vraagt zich af of er sprake is van een afname of van verandering. Is dat te wijten aan de landbouw, welke rol spelen predatoren in het geheel? • Er kan veel, maar wel in overleg en praktisch en financieel haalbaar.

Ruimte voor hagen of bomen heeft effect op mijn bedrijfsvoering en kost mij gemiddeld genomen inkomsten. Hoe gaan we hier mee om? Is er financiering onder te leggen? • Geen beperkingen voor de bedrijfsvoering of extra regelgeving. Als ik meewerk aan projecten voor biodiversiteit wil ik niet het risico lopen dat ik beperkingen opgelegd krijg in mijn bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld dat ik een haag niet meer weg mag halen als blijkt dat deze voor bedrijfsontwikkelingen beter op een andere plek kan staan.

Een klein aantal ziet niet direct kansen meer aan natuur te doen op het bedrijf. Zij noemen dat het bedrijf ‘strak’ in elkaar zit. Dat wil zeggen dat zij de gronden nodig hebben voor de voerproductie om de balans koeien, voer en grond goed te houden. Samenwerking derden Een gehoord punt is dat de gronden uit de landbouwpacht worden gehaald en omgevormd worden naar natuur. Boeren zouden hier meer in willen samenwerken met natuurbeherende instanties zoals Natuurmonumenten die een belangrijke speler is in dit gebied. Bijvoorbeeld om samen te kijken hoe een dergelijk perceel zowel natuurdoelen kan halen, als betrokken kan worden in de agrarische bedrijfsvoering. Een concreet voorbeeld dat wordt genoemd, zijn de gronden in de uiterwaarden. Deze gronden worden door Rijkwaterstaat in liberale pacht (eenjarig) aan de hoogste bieder uitgegeven. Hierdoor verliezen boeren die plannen hebben voor duurzame landbouw en natuurbeheer mogelijk deze gronden. De vraag is wat de visie van de hoogste bieder is.

“Ik vind dat we een mooi landschap hebben in de gemeente, daar dragen wij als boeren ook zeker aan bij door het groen en open te houden. Ik hoop dat de gemeente dit ook ziet”

Concluderend Wat opvalt is dat dit onderwerp een grote variatie kent in opvattingen. Zowel over de definitie van biodiversiteit als in de beleving van het beeld van natuur en biodiversiteit. De opmerkingen variëren van ‘het gaat ten koste van efficiëntie van mijn bedrijfsvoering’ tot ‘het is mijn drijfveer’. Er is niet een duidelijk onderscheid te maken tussen de boeren. Dit ligt genuanceerder. De wil tot samenwerking biedt kansen op dit thema verder te verduurzamen. Het is belangrijk daarbij om oog te hebben voor de haalbaarheid, financierbaarheid, kenmerken van de bedrijfssituatie en zaken in gelijkwaardigheid op te pakken.

Bij de boer aan de (digitale) keukentafel | 14

3.4 Thema Bodem

Met de boeren is gesproken over de bodem en de kwaliteit daarvan. Het gaat hierbij niet alleen om voldoende voedingsstoffen, maar ook over organische stofgehalte, voldoende mineralen en een rijk en divers bodemleven. Hoe speelt dit onderwerp in hun bedrijfsvoering?

Gedachten over de bodem Alle boeren geven aan dat de bodem een belangrijk onderdeel is van de bedrijfsvoering in relatie tot de opbrengst van de gewassen. Over het algemeen ervaart men de bodem van redelijk goede kwaliteit. Dit wordt opgemaakt uit bodemonderzoeken die worden gedaan in het kader van de KringloopWijzer die verplicht is vanuit de zuivelsector. Boeren waarvoor dit niet geldt doen dit veelal op gevoel. Veel boeren noemen het belang van organische stofgehalte in de bodem, voor bodemvruchtbaarheid maar ook ten behoeve van het watervasthoudend vermogen. Hiervoor brengen zij, indien mogelijk, bijvoorbeeld vaste mest op het land. Een deel van de boeren geeft ook aan bewust te zijn van verdichting van de bodem door gebruik van zware machines en kiezen voor alternatieven als sleepslangen.

Waar lopen boeren tegenaan? Boeren geven aan dat er veel eisen rondom bodemgebruik en teeltplan worden gesteld. Dit beperkt volgens de boeren de mogelijkheden om maatregelen voor bodemverbetering te nemen. Genoemd wordt dat in verband met het scheurverbod het niet mogelijk is wisselteelten op de blijvende graslandpercelen toe te passen of aan bodemverbetering te doen. Degene die wel grond mogen bewerken, geven aan in te zetten op vergroten van het organische stofgehalte in de bodem. Er wordt ook gewerkt aan meer vaste mest. Een aantal boeren geeft aan dat er behoefte is aan bodemverbeteraar en ook wordt de interesse in groene reststromen genoemd. Belangrijk is dat deze reststroom schoon genoeg is. In het verleden bleek dit niet altijd het geval te zijn.

“Vanuit logisch boerenverstand zou ik mijn graslanden wel willen vernieuwen met meer kruidenrijk grasland en bodemverbetering willen toepassen. Dit is ook vanuit maatschappelijk oogpunt gewenst, maar het scheurverbod laat dit niet toe. Hier wringt de logica met de regelgeving op mijn bedrijf”

Kringloopwijzer De KringloopWijzer is vooral een managementtool. Deze tool helpt de melkveehouder bij het in beeld brengen van milieuprestaties op zijn bedrijf, zodat hij zijn bedrijfsvoering beter kan managen en efficiënter omgaat met mineralen. Het invullen van de KringloopWijzer is sinds 2016 verplicht gesteld door de zuivelverwerkers voor alle Nederlandse melkleveranciers. De zuivelsector wil zich graag ook in de toekomst op een duurzame manier blijven ontwikkelen. Met het produceren van duurzame zuivel kan de sector zich onderscheiden in de markt. Goed voor de keten, waarin de melkveehouder een belangrijke schakel is. Maar hoe produceer je als producent op duurzame manier melk? De basis hiervoor ligt in een efficiëntere mineralenbenutting. Bron: www.kringloopwijzer.nl

Verkenning duurzame(re) landbouw gemeente Rheden | 15

Concluderend De bodem is de basis. Het houdt boeren bezig hoe deze in goede conditie te houden. Er is veel kennis op dit onderwerp onder de boeren en zij leren in de praktijk iedere dag bij. Ook worden er binnen andere projecten of samenwerkingen ervaringen opgedaan in bodemverbetering en vitaliteit. Het is een zeer actueel thema. Veel zaken zijn van invloed op wat wel en niet op dit thema ten uitvoer komt; zoals wet- en regel-

geving rondom scheurverbod en mestwetgeving. Maar ook gebrek aan nieuwe inzichten of kennis over bodem kan een rol spelen waardoor gedaan wordt wat er altijd wordt gedaan. Gezien de aandacht die dit thema op het boerenbedrijf heeft, liggen hier kansen voor verdere verduurzaming. Bijvoorbeeld door in samenwerking met andere partijen te kijken (waarbij de gemeente wordt genoemd) wat er mogelijk is met groene reststromen in relatie tot bodemverbetering.

3.5 Thema Kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw

Landelijk wordt gestuurd op kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw. Natuurinclusieve landbouw is kringlooplandbouw met aandacht voor natuur en landschap. Het gaat om een economisch rendabel landbouwsysteem dat duurzaam natuurlijke hulpbronnen gebruikt met zorg voor ecologie en biodiversiteit. Wat speelt er op de boerenbedrijven in Rheden?

Gedachten over kringlooplandbouw Alle boeren geven aan dat zij op hun bedrijf bezig zijn met vormen van kringlooplandbouw. Landbouw is kringloop geven zij aan. De veehouders noemen hierbij het belang van het grondgebonden zijn, waarbij voer zoveel mogelijk op eigen land wordt geproduceerd en de mest ook weer teruggeplaatst (zie kader hoofdstuk 1). Andere zaken die genoemd worden zijn; gebruik van meer vaste mest en het terugdringen van het gebruik van kunstmest en aanvoeren van krachtvoer. De meeste boeren geven aan hun kringloop (grotendeels) gesloten te hebben. Gedachten over natuurinclusieve landbouw Als het gaat over natuurinclusieve landbouw lopen de reacties uiteen: •

•

•

Het grootste deel van de boeren geeft aan niet te weten wat er exact mee wordt bedoeld en vraagt om meer duidelijkheid. Een kleinere groep vindt het ver van de praktijk afstaan en ziet hier geen aanknopingspunten voor hun bedrijfsvoering. De groep die inschat een goede invulling te geven aan natuurinclusieve landbouw zijn de biologische boeren en deelnemers aan de Heideboerderij

(zie inzet op volgende pagina). Zij zien kansen op dit onderwerp en noemen concreet dit onderwerp te willen uitdiepen voor hun bedrijf, maar ook in relatie tot het Heideboerderijconcept.

“Ik denk dat ik al heel natuurinclusief bezig ben, door hoekjes over te houden, vaste mest te gebruiken en aan agrarisch natuurbeheer te doen”

Concluderend Boeren geven aan dat voor hen kringlooplandbouw niet nieuw is. Op de boerderij is altijd met de kringloop voer, mest, land, producten gewerkt en er wordt sterk gestuurd vanuit wet- en regelgeving op balansen op de bedrijven. Daarnaast wordt denken in kringlopen ook vanuit ondernemerschap ingegeven; efficiënt omgaan met bronnen heeft weerslag op de financiële balans. Meer dan 50% van de boeren neemt deel aan de bijeenkomsten van Vruchtbare Kringloop Achterhoek waar kringlooplandbouw op de agenda staat of is er op eigen wijze mee bezig. Verder is de verplichte

Bij de boer aan de (digitale) keukentafel | 16

Kringloopwijzer voor de melkveebedrijven een instrument waarmee kringlopen op het bedrijf in kaart worden gebracht.

weet het niet. Een kleine groep vraagt om verdieping op dit onderwerp (Heideboerderij boeren).

Boeren denken het goede te doen, maar ze vragen zich hardop af of dit ook is wat de gemeente of samenleving verwacht? Over welke kringloop hebben we het, hoe groot kan die zijn en wat is haalbaar?

Er ligt een kans op het thema kringlooplandbouw door hier verder over in gesprek te gaan en van elkaar te leren. Kennen boeren en samenleving voldoende elkaars beelden, waar liggen uitdagingen en wat is hiervan te realiseren?

Als het gaat om natuurinclusieve landbouw noemt het merendeel zich hier nog onvoldoende beeld van te kunnen vormen. Zij vragen zich af of ze het misschien al doen door aan agrarisch natuurbeheer te doen. Men

Op het thema natuurinclusief ligt een kans om met een kleinere groep de diepte in te gaan (Heideboerderij) en onderdelen uit te werken. Een grotere groep kan hiervan profiteren en kennis op doen.

Heideboerderij Veluwezoom De Heideboerderij is gericht op het gezamenlijke beheer van gemeenschappelijke natuurlijke hulpbronnen ('commons'). In het Heideboerderijsysteem werken hele verschillende partijen als boeren, schaapherders, natuurorganisaties en bewoners met elkaar samen als een gemeenschap, waarbij niet alle partijen een even grote betrokkenheid hebben. Schrijver benoemt voor de Heideboerderij vier gemeenschappelijke hulpbronnen: • Bodem (bodemleven, nutriënten, organische stof); • Landschap (habitat, elementen, structuur, infield, outfield); • Natuur (biodiversiteit, biomassa, het weerbeeld); • Cultuur (historisch bouwplan, historische rassen, recreatief gebruik, agrarische productie). Bron: www.heideboerderij.nl

Verkenning duurzame(re) landbouw gemeente Rheden | 17

3.6 Thema Lokale afzet en andere functies

Steeds meer agrariërs zetten in op andere bedrijfsvormen door bijvoorbeeld lokaal af te zetten en/of andere nevenfuncties in relatie tot toerisme en recreatie. Hoe speelt dit op de bedrijven in de gemeente Rheden?

Welke lokale afzet en functies zijn er en wat hebben ze nodig? Negen van de gesproken boeren doen aan vormen van lokale afzet of hebben andere functies, zoals recreatiewoningen, kamperen, zorg, educatie of een skybox. Vier van deze negen bedrijven hebben een boerderijwinkel of een andere vorm van huisverkoop. Eén landwinkel ligt buiten de gemeentegrens. De producten die worden aangeboden, variëren van biologisch vlees, groenten, eieren, zuivel tot wijnen. Toerisme zoals kamperen of overnachten bij de boer wordt door 4% aangeboden. Wat opvalt is dat het grootste deel van de bedrijven aangeeft dat het vermarkten van hun producten in de lokale markt de nodige energie vraagt. Het bereiken/ zichtbaar zijn voor de klant, het ontwikkelen van een goede afzetstrategie en het bieden van voldoende volume worden als knelpunten genoemd. In het verleden (VEELUWE) en ook nu zijn er initiatieven (Coöperatie Boerenhart) die erop inzetten om deze marketing vlot te trekken. Ook deze samenwerking vraagt de nodige inspanning om tot een succes te komen.

Hebben nevenfuncties (9) Misschien in de toekomst (8) Geen nevenfuncties (7)

Ideeën voor verbreding Naast de negen boeren die al aan vormen van verbreding doen, noemen acht boeren dat zij wel eens nadenken over vormen van verbreding. Dit varieert van meedoen aan cultuuractiviteiten tot zelf verzuivelen (verwerken van melk tot producten als kaas), tot verwaarden van stierkalveren, tot “nog geen idee”. De één is daarbij verder in zijn idee of uitvoering dan de ander.

“Gebruik als gemeente producten van je lokale ondernemers, bijvoorbeeld in de kantine of bij bijeenkomsten” Concluderend Boeren die werken met lokale afzet of andere functies lijken gebaat te zijn bij een proactieve inzet en samenwerking met de gemeente en andere partijen. Er liggen kansen om dit thema verder te ontwikkelen bijvoorbeeld door ondersteuning te bieden om de afzet te stimuleren of in een flexibel en meedenkend vergunningtraject. In het kader van afzetondersteuning wordt als voorbeeld het Korte Voedsel Keten project genoemd, waarbij de gemeente Brummen een actief trekkende rol pakt.

Bij de boer aan de (digitale) keukentafel | 18

4 Actiegerichte aanbevelingen Op basis van de gesprekken zijn er actiegerichte aanbevelingen te benoemen om duurzame(re) landbouw in de gemeente Rheden te stimuleren. Deze aanbevelingen zijn niet statisch of compleet te noemen, maar bedoeld als aanzet voor verder gesprek

met betrokken boeren, gemeente en andere mogelijke samenwerkingspartners. Voor alle aanbevelingen geldt dat de insteek is om praktisch en toegepast te werk te gaan.

1. Leren van elkaar, successen delen en gesprekken over duurzaamheid Omschrijving

Er lijkt in sommige gevallen een kloof te zijn tussen theorie, beeldvorming en boerenpraktijk als het gaat over de verduurzaming van de landbouw. Zowel vanuit overheid/samenleving richting de boeren als andersom. Vanuit beide kanten lijkt er een behoefte te zijn om elkaar te vertellen wat er speelt en wat de wensen zijn. De insteek zou dan zijn deze gesprekken te voeren, niet om elkaar te overtuigen, maar op basis van openheid, dialoog en gelijkwaardigheid. Met als resultaat meer kennis en inzicht in elkaars wereld, wat mogelijk leidt tot succesvolle verduurzaming met winst voor beide partijen.

Actie

Investeren in de onderlinge relatie door van elkaar te leren, successen te delen en themagesprekken te voeren. Dit geeft kennis en inzicht voor beide partijen. Concreet door het komende jaar een aantal (4 á 5) erfgesprekken te voeren op de verschillende duurzaamheidsthema’s, bijvoorbeeld kringlooplandbouw. Hierbij wordt aandacht besteed aan het delen van kennis, vakmanschap en afstemming over de gebruikte terminologie.

Trekkers

Gemeente Rheden en LTO afdeling Zuid Oost Veluwe.

Partners

ODRA, politiek, andere overheden en boeren, boereninitiatieven zoals IJsselvallei Boert en Eet Bewust.

2. Agrarisch loket (Eén centraal aanspreekpunt/persoon) Omschrijving

Op het boerenerf komt alle wet- en regelgeving samen: Europees, nationaal, provinciaal en gemeentelijk. Daarnaast ook de maatschappelijke wensen en eisen vanuit de samenleving die niet direct vertaald zijn in regelgeving. Uit de gesprekken komt naar voren dat de veelheid aan loketten, complexe regelgeving en de administratieve lasten, stappen die te maken hebben met verduurzaming in de weg kunnen staan. Dit resulteert vaak in het behoud van de situatie of langdurige procedures. Dit speelt ook op gemeentelijk niveau.

Actie

Het instellen van een agrarisch loket bij de gemeente. Deze persoon is aanspreekpunt op verschillende onderwerpen en ondersteunend bij verdere verduurzaming. Legt verbindingen tussen overheden en versnelt door deze verbinding mogelijk (gemeentelijke) procedures.

Trekkers

Gemeente Rheden

Partners

LTO Zuid Oost Veluwe, Odra, provincie Gelderland, P.M.

Verkenning duurzame(re) landbouw gemeente Rheden | 19

3. Relatie leggen tussen verpachters en verduurzaming landbouw (extensief/natuurgericht) Omschrijving

Veel boeren in de gemeente Rheden hebben te maken met pachtsituaties. Een deel daarvan heeft te maken met liberale pachtovereenkomsten. De kans dat deze contracten niet worden verlengd is aanwezig en zorgt voor druk in de bedrijfsvoering en belemmert mogelijk verduurzaming. Investeren in bijvoorbeeld bodemkwaliteit gaan boeren niet aan voor één jaar.

Actie

Kun je met deze verpachters kijken of er overeenstemming kan worden gevonden hoe de verduurzaming onderdeel kan zijn van de pachtcontracten. De boeren hebben daar zelf ook ideeën over.

Trekkers

P.M.

Partners

Boeren, verpachters, LTO Zuid Oost Veluwe en gemeente Rheden.

4. Opwekken duurzame energie op boerenbedrijven Omschrijving

Er is bij een grote groep boeren interesse om verder te werken aan het opwekken van energie op de bedrijven. Een deel geeft aan interesse te hebben in kleine windmolens, maar ook zonnepanelen op de daken is een thema. Daarnaast worden grote windmolens genoemd. Mogelijk dat er een impuls kan worden gegeven aan deze verdere verduurzaming.

Actie

Pilot naar de haalbaarheid en opbrengst van (kleine) windmolens op boerenbedrijven en een verkenning naar de mogelijkheid van zon op maaiveld en maximaal zon op boerendaken.

Trekkers

Gemeente Rheden en LTO Zuid Oost Veluwe.

Partners

Boeren, Rijn en IJssel Energiecoöperatie.

5. Bodem als basis voor verduurzaming Omschrijving

De bodem is een belangrijk onderdeel van de verduurzaming op het boerenbedrijf. Het houdt boeren bezig hoe deze in goede conditie te houden. Er zijn verschillende aspecten die hierbij een rol spelen; de behoefte aan bodemverbeteraar, de beperking van grondbewerking in de wet- en regelgeving en mogelijk de kennis over alternatieve bodembewerking.

Actie

Aanscherpen bodemvraagstuk en mogelijke oplossingen uitwerken waaronder: • Mogelijkheden onderzoeken van groene reststromen voor bodemverbetering en leren van fouten uit het verleden. • Pilot alternatieve grondbewerking scheurverbod gebied. • Pilot ophef scheurverbod – kruidenrijk grasland - bodemverbetering.

Trekkers

P.M.

Partners

Boeren, LTO Zuid Oost Veluwe, VKA, Waterschap en gemeente Rheden.

Bij de boer aan de (digitale) keukentafel | 20

6. Landbouw en Klimaat Omschrijving

Vooral de droogte wordt genoemd in relatie tot effecten die klimaatverandering teweeg brengt. Boeren zoeken hierbij naar praktische oplossingen als bodemverbetering, beregening en rekening houden met kosten voor aankoop voer of hier al op anticiperen op andere momenten. Sommigen kijken naar minder droogtegevoelige gewassen, anderen denken aan wisselen teelt op droogtegevoelige gronden. De verdroging geldt niet alleen voor landbouw, maar ook voor natuur en landgoederen.

Actie

Ondanks dat er niet direct door de boeren aangegeven is hier concrete actie op te zien is het mogelijk zinvol om gesprekken te voeren met boeren, waterschap en stakeholders. Dit zou kunnen gaan over waterbergend vermogen van de bodem (relatie met 5), watervasthoudende maatregelen die praktisch zijn voor het boerenbedrijf en kennis uitwisselen over waterbesparing.

Trekkers

LTO/Waterschap Rijn en IJssel.

Partners

Boeren, VKA landgoederen, natuurorganisaties, provincie Gelderland, gemeente Rheden en Rijkswaterstaat.

7. Natuurinclusieve landbouw Omschrijving

Uit de gemeente doen zes boeren mee met het concept 'Heideboerderij'. Boeren die hierbij betrokken zijn, geven aan dat verdere uitvoering van het project op de lange baan lijkt te komen. Verder geven deze betrokken boeren aan onderwerpen op het gebied van natuurinclusieve landbouw te willen uitdiepen voor hun bedrijven. Mogelijk is een combinatie te maken tussen doorontwikkeling van het concept in combinatie met natuurinclusieve maatregelen. Binnen deze aanpak zou ook ruimte kunnen zijn voor een bredere groep boeren om kennis op te doen over natuurinclusieve landbouw en mogelijke maatregelen toe te passen.

Actie

Pilot ontwikkelen en uitvoeren voor natuurinclusieve landbouw.

Trekkers

P.M.

Partners

Groep Heideboerderij, verpachtende instanties, natuurorganisaties, project Natuurinclusieve landbouw, gemeente Rheden.

Verkenning duurzame(re) landbouw gemeente Rheden | 21

8. Samenwerking stimuleren op gebied van biodiversiteit en natuur Omschrijving

Naast de inspanningen die boeren al plegen in het kader van agrarisch natuurbeheer geeft een groot deel aan open te staan voor samenwerking ten behoeve van het stimuleren van biodiversiteit in de gemeente. Men verbindt daar wel vragen en voorwaarden aan. Mogelijk dat hierin samen opgetrokken kan worden, waarmee ook een relatie gelegd kan worden met onder aanbeveling nummer 7 Natuurinclusieve landbouw. Het is daarbij ook belangrijk met elkaar te delen wat het beeld is van biodiversiteit en waar naartoe gewerkt wordt. Wanneer is het goed, waar gaan we voor? Hoe pak je dit samen op? Wie moet de kosten dragen? Waar liggen de quickwins?

Actie

Voeren van gesprek over biodiversiteit in de gemeente Rheden (heeft ook een relatie met het op te stellen gemeentelijk biodiversiteitsplan). Deze gesprekken leiden tot meer inzicht en begrip van elkaars beelden en waar wel of geen mogelijkheden liggen. Dit kan mogelijk leiden tot concrete acties.

Trekkers

P.M.

Partners

Boeren, Natuurbeherende instanties als Natuurmonumenten, Natuurcollectief Veluwe/Veluwe IJsselzoom (bomenproject Schouten), gemeente Rheden, buurgemeenten en provincie Gelderland.

9. Stimuleer lokale afzet en ondersteun nevenfuncties Omschrijving

Boeren die produceren in de lokale keten geven aan dat het, ondanks de toegenomen aandacht voor producten van dichtbij door de Coronacrisis, een uitdaging is producten te vermarkten. Daarnaast geven boeren aan behoefte te hebben aan vergunningprocedures die niet onnodig lang of kostbaar worden. Het verdienmodel is al uitdagend genoeg. Als laatste is er een groep die aangeeft onderzoekend te zijn in een nevenfunctie, maar niet goed weet wat de markt vraagt of wat de mogelijkheden zijn.

Actie

Kijk op welke wijze boeren ondersteund kunnen worden in het versterken van de afzetmarkt (bijvoorbeeld lokale markten) en de marketing van hun producten. Er zijn voorbeelden in de regio waarin partijen samenwerken op dit vlak (project Korte Voedsel Keten). Laaghangend fruit kan zijn als gemeente ondernemers met een neventak ondersteunt door gebruik te maken van producten uit eigen streek binnen de gemeentelijke organisatie en/of ondersteuning verleent in vergunningstrajecten.

Trekkers

P.M.

Partners

Producenten korte keten, gemeente Rheden, regio Arnhem Nijmegen, LTO, P.M.

10. Green Deal Bedrijven, maatschappelijke organisaties of andere overheden lopen soms tegen problemen aan als ze een duurzame stap willen maken. De Rijksoverheid kan helpen de knelpunten op te lossen door een Green Deal met ze aan te gaan. Green Deals zijn afspraken tussen de Rijksoverheid en andere partijen. Die andere partijen zijn bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden. De Green Deal helpt om duurzame plannen uit te voeren. Bijvoorbeeld voor energie, klimaat, water, grondstoffen, biodiversiteit, mobiliteit, biobased economy, bouw en voedsel. Mogelijk zijn bovengenoemde actiegerichte aanbevelingen (3 t/m 10) te bundelen in een Green Deal tussen overheden en boeren om daarmee een krachtige impuls te geven aan de samenwerking en de benodigde stappen voor een duurzamere landbouw.

Bij de boer aan de (digitale) keukentafel | 22

Bijlage 1: Verslag bijeenkomst Verkenning duurzame(re) landbouw Rheden d.d. 8 juli 2020 Welkom Arthur Hofstad (adviseur duurzaamheid – gemeente Rheden) opent samen met Wilco Nieuwenhuis de avond en heet de ruim 20 belangstellende boeren van harte welkom. Arthur neemt de aanwezigen kort mee door het programma van de avond en bedankt Alma Frederiks en Eric Tijhaar voor hun gastheerschap. Wethouder Ronald Haverkamp geeft aan dat de aanleiding voor deze verkenning ligt in het Rhedense klimaatprogramma en de Omgevingsvisie Buitengebied. Met deze verkenning geven we op een aantal duurzaamheidsthema’s een beeld van wat er al op boerenbedrijven gedaan wordt op duurzaamheidsgebied en waar kansen liggen om verder te verduurzamen. Gezien de hoge deelname aan de keukentafelgesprekken (24) en de opkomst op de avond heeft hij er veel vertrouwen in dat deze avond het begin is van een mooie samenwerking.

Presentatie Heidi Uenk Heidi Uenk (zelfstandig adviseur) heeft in opdracht van de gemeente de keukentafelgesprekken gevoerd en op basis daarvan een rapport opgesteld. Ze neemt de aanwezigen mee in de meest opvallende bevindingen. Zo is de Rhedense boer toekomstgericht, is er een grote variatie in het type bedrijven, zijn de Rhedense boeren zich bewust van de context waarin het bedrijf zich bevindt en de complexiteit van wet- en regelgeving en dat er veel afhankelijk is van een pachtsituatie. Op basis van de keukentafel-gesprekken is een tiental aanbevelingen in het rapport gedaan. Deze aanbevelingen worden doorgelopen en zijn onderwerp van gesprek in het vervolg van de avond.

Naar aanleiding van de presentatie zijn er aantal vragen en opmerkingen. Een paar boeren geeft aan het rapport niet ontvangen te hebben en deze wordt alsnog toegezonden. Iemand merkt op dat het gevoel bestaat dat bestuurders, overheden en inwoners weinig van het boerenbedrijf afweten. Een ander geeft aan dat er vooral behoefte is aan minder praten en meer praktische hulp. Een vraag is of we allemaal aan de nevenactiviteiten moeten en of de reguliere landbouw niet goed genoeg is. Het antwoord daarop is nee. Ieder bedrijf is uniek, maakt eigen keuzes en heeft een andere ambitie. Dat is prima. De verkenning laat alleen zien dat er kansen worden gezien en ambities zijn en dat we, op basis van vrijwilligheid, samen kunnen onderzoeken hoe we daar invulling aan kunnen geven. In gesprek over de aanbevelingen Met de deelnemers wordt in vier groepjes de aanbevelingen doorgenomen. Bij de aanbeveling Leren van elkaar wordt aangegeven dat door boeren en gemeente meer onderling en naar inwoners gedeeld moet worden over het boerenbedrijf, duurzaamheid, het verdienmodel en de successen. Bij Agrarisch loket wordt aangegeven dat het wenselijk is als er bij de gemeente een algemeen aanspreekpunt is voor landbouwgerelateerde zaken, een soort accountmanager dus.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=789de9e9-6979-4f96-b0e5-6350bb0cfeac