CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit Vaststelling Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2023 (22.78)

Raadsvergadering 1 november 2022, gemeente RhedenBij agendapunt: Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2023 (22.78)11.504 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

(lid 4),

Ook voor hulpuit het sociale netwerk kan de gemeente in de verordening voorwaarden stellen aan het tarief (artikel 2.3.6 lid 4 van de wet). Bij hulpuit het sociale netwerk kan sprakezijn van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht. Voor beide type overeenkomsten geldt sinds 1 januari 2018 de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). In lid 6 is dan ook geregeld dat het informeel pgb-tarief wordt vastgesteld op het wettelijk minimumloon. De cliënt kan daarmee altijd aan zijn arbeidsrechtelijke verplichtingen voldoen. Informele hulpbij hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen is minder goed denkbaar. Als ook hiervoor een pgb wordt aangevraagd, is voor het college van belang dat gewaarborgd is dat de in te kopen voorziening veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verstrekt (artikel 2.3.6 lid 2 onderdeel c van de wet). Hierbij weegt het college mee of de voorziening in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoorhet pgb wordt verstrekt (artikel 2.3.6 lid 3 van de wet). In lid 7 is een tarief opgenomen voor niet-professionele hulpdoor een hulpverlener die niet uit het sociale netwerk van de cliënt komt. Denk bijvoorbeeld aan een buurtgenoot waarde cliënt verder geen sociale relatie mee heeft. Het college vindt het terecht hier een lager tarief voor te hanteren, dan voor een hulpverlener die wel gediplomeerd is voor de hulp.

Door het tarief gelijk te stellen aan het wettelijk minimumloon, kan de cliënt altijd aan zijn arbeidsrechtelijke verplichtingen voldoen. Artikel 13 Financiële tegemoetkoming

Een financiële tegemoetkoming is een geldbedrag dat een cliënt krijgt als tegemoetkoming in de kosten die gemaakt worden om een voorziening aan te schaffen of hulpte organiseren. De financiële tegemoetkoming hoeft niet kostendekkend te zijn, maarmoet wel in de buurt komen van de daadwerkelijk gemaakte kosten. Het college hanteert een financiële tegemoetkoming voor de kosten voor verhuizing en herinrichting. De exacte hoogte hiervan is vooraf lastig bepalen. Een financiële tegemoetkoming is voor deze voorziening dan ook een geschikt instrument. Artikel 14Abonnementstarief voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen

Het college mag van cliënten een bijdrage in de kosten vragen voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen. In dit en het volgende artikel zijn de regels over deze bijdrage in de kosten opgenomen. Lid1 Hierin is vastgelegd dat een eigen bijdrage verschuldigd is zolang er gebruik wordt gemaakt van de voorziening. Hier wordt mee bedoeld dat een eigen bijdrage verschuldigd is gedurende de tijd dat een cliënt'in zorg' gemeld staatbij de aanbieder. De eigen bijdrage is niet langer meer verschuldigd op het moment dat de gemeente een 'einde zorg' bericht heeft ontvangen van de aanbieder. pagina 21

ons kenmerk 22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente Rheden

Agendapunt 6 DR

Lid2 Het college kan ook voor het gebruik van een algemene voorziening (behalve voor cliëntondersteuning) een bijdrage in de kosten van de gebruiker vragen. Als de gemeente dit wenst, dan moet dit in de verordening worden geregeld. In dit artikel staatalleen de algemene voorziening waarvoorhet abonnementstarief van € 19,00 per maand geldt. Uit de wet volgt dat het abonnementstarief verplicht is voor algemene voorzieningen waarbij een duurzamehulpverleningsrelatie wordt aangegaan tussen de cliënt en de hulpverlener. Bij een duurzamehulpverleningsrelatie gaat het in belangrijke mate om persoonlijke hulpverlening, is arbeid verreweg de grootste kostencomponent, is de continuïteit van de band tussen cliënt en hulpverlener belangrijk voor de ondersteuning van de cliënt en wordt er langdurig gebruik gemaakt van de voorziening. Bij de algemene voorziening Hulp bij het huishouden is sprake van een duurzamehulpverleningsrelatie en heeft de gemeente ervoor gekozen het abonnementstarief te hanteren. Lid3 Voor maatwerkvoorzieningen in natura en pgb's en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen geldt het abonnementstarief van in totaal maximaal€ 19,00 per maand. Het CAK stelt de eigen bijdrage vast en int deze. Lid4 Op grond van de wet en het uitvoeringsbesluit is er voor een rolstoel en kindvoorzieningen met uitzondering van woningaanpassingen geen bijdrage verschuldigd.

De gemeente heeft daarnaast besloten ook voor een voorziening in de verhuis- en herinrichtingskosten en voor bemoeizorg geen bijdrage te vragen. Lid5 Vervoer kan op grond van het uitvoeringsbesluit worden uitgezonderd van het abonnementstarief. In dit artikel is dit geregeld voor collectief vervoer. Reden voor deze uitzondering is dat er bij deze vorm van vervoer per rit lage prijzen worden gevraagd en het gebruik in veel gevallen incidenteel is. Er is daarom een afzonderlijke bepaling opgenomen over de hoogte van de bijdrage in de kosten voor het vervoer. Lid6 t/m 9 Sinds de invoering van het abonnementstarief, hoeft er niet meer voor alle voorzieningen gecontroleerd te worden of de bijdrage de kostprijs te boven gaat. In lid 6 is geregeld voor welke voorzieningen deze controle nog wel geldt. In lid 7, lid 8 en lid 9 is uitgelegd hoe de kostprijs tot stand komt. Lid10 Aan jeugdigen tot 18 jaarkan alleen een bijdrage in de kosten worden opgelegd voor een woningaanpassing. Voorwaardevoor het kunnen vragen van deze bijdrage, is dat dit door de gemeenteraad in de verordening is bepaald. Artikel 15Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning

De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van voorzieningen ligt bij de gemeente en de aanbieders. De gemeente moet in de verordening regelen welke eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, waaronder eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten (artikel 2.1.3 lid 2 onderdeel c van de wet). Deze bepaling geeft hier uitvoering aan. In lid 1 staan een aantal voor de hand liggende kwaliteitseisen. Het in lid 3 genoemde jaarlijksecliëntervaringsonderzoek is verplicht op grond van artikel 2.5.1 lid 1 van de wet.

pagina 22

ons kenmerk 22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente

Rheden

Agendapunt 6 DR Artikel 16Meldingsregelingcalamiteiten en geweld

In artikel 3.4 lid 1 van de wet is bepaalddat de aanbieder bij de toezichthoudend ambtenaar, direct melding doet van iedere calamiteiten geweld bij de verstrekking van een voorziening. In artikel 6.1 van de wet staatdat het college personen aanwijst die toezicht houden op de naleving van de wet. In aanvulling hierop regelt dit artikel dat er door het college een regeling wordt opgesteld over het doen van meldingen en dat de toezichthoudend ambtenaar deze meldingen onderzoekt en het college adviseert over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. Artikel 17 Voorkoming en bestrijdingten onrechteontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb's en misbruikof oneigenlijkgebruikvande wet

Om niet-gebruik, misbruik en oneigenlijk gebruik van een maatwerkvoorziening in natura of een pgb te voorkomen is het allereerst van belang dat de cliënt op de hoogte is van zijn rechten en plichten. Op basis van dit artikel wordt de cliënt hier op een begrijpelijke manier over geïnformeerd. Een cliënt moet het college informeren over veranderingen die van invloed kunnen zijn op de toegekende voorziening. Het college heeft ook daarnaastde mogelijkheid om periodiek te onderzoeken of er aanleiding is om de beslissing om een maatwerkvoorziening in natura of een pgb te verstrekken te heroverwegen (artikel 2.3.9 van de wet). Als hier aanleiding toe is, kan het college op grond van artikel 2.3.10 van de wet de beslissing vervolgens herzien of intrekken. Als het college een beslissing intrekt omdat de cliënt opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, dan kan het college overgaan tot het vorderen van geldswaarde van de ten onrechte ontvangen maatwerkvoorziening in natura of pgb (artikel 2.4.1 lid 1 van de wet). Het vierde lid is een 'kan'-bepaling. Een pgb wordt verstrekt met de bedoeling dat men daarmee een voorziening treft.

Als drie maanden na de beslissing tot het verstrekken van het pgb nog geen voorziening is getroffen, kan het college de toekenning van het pgb geheel of gedeeltelijk in te trekken. Deze bepaling is te zien als een verbijzondering van de bepaling in lid 3 onderdeel f (dat ook voor maatwerkvoorzieningen in natura geldt). Op basis van lid 7 is het mogelijk om de SVB te verzoeken om betalingen uit het pgb tijdelijk op te schorten, bijvoorbeeld in situatieswaarbij de cliënt tijdelijk in het ziekenhuis is opgenomen of voor langere tijd in het buitenland verblijft. De voorziening hoeft dan niet direct te worden beëindigd, maarkan tijdelijk worden stopgezet. Artikel 18Onderzoeknaarkwaliteiten recht-en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb's

Het college moet periodiek onderzoeken of er aanleiding is om een besluit tot verstrekking van een maatwerkvoorziening te heroverwegen (artikel 2.3.9 van de wet). Soms bestaat er ook twijfel over de kwaliteit, doelmatigheid en rechtmatigheid van geleverde ondersteuning. Op basis van dit artikel moet het college ook periodiek onderzoeken of de verstrekte maatwerkvoorzieningen in natura en pgb's worden gebruikt of besteed voor het doel waarvoorze zijn verstrekt, of de besteding op een rechtmatige manier gebeurt en of de geleverde ondersteuning van goede kwaliteit is. Er kan onderzoek worden gedaan naar het handelen van een cliënt, maarook naar de aanbieder. Het onderzoek kan bijvoorbeeld bestaan uit dossieronderzoek, bezoek aan de cliënt, bezoek aan de locatie waarde cliënt ondersteuning krijgt en gesprekken met de aanbieder.

pagina 23

ons kenmerk 22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente

Rheden

Agendapunt 6 DR Artikel 19 Jaarlijkse waarderingmantelzorgers

Mantelzorgers van cliënten in de gemeente komen in aanmerking voor een jaarlijkse blijk van waardering (artikel 2.1.6 van de wet). Een cliënt is een persoon die gebruikmaakt van een algemene voorziening, maatwerkvoorziening of pgb, of door of namens wie een melding is gedaan (artikel 1.1.1 van de wet). Het gaat dus ook om mantelzorgers van cliënten die een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning hebben gemeld, ook al is daar geen Wmo voorziening uitgekomen. Verder is de woonplaatsvan de cliënt bepalend. Het kan dus ook gaan om mantelzorgers die in andere gemeenten wonen. Artikel20 Tegemoetkomingmeerkosten personenmet eenbeperkingof chronische problemen

Deze bepaling is een uitwerking van artikel 2.1.7 van de wet. Daarin staatdat bij verordening kan worden bepaalddat door het college aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosocialeproblemen die daardooraannemelijke meerkosten hebben, een tegemoetkoming wordt verstrekt ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. De tegemoetkoming kan op aanvraag kan verstrekt. De beslissing op een dergelijke aanvraag is een (subsidie)beschikking. De bepalingen in de Awb, onder andere over bezwaar en beroep en subsidies, zijn hierop van toepassing. Verstrekking van de tegemoetkoming is mogelijk voor kosten voor medisch afval en voor een maaltijdservice. Een tegemoetkoming is alleen mogelijk voor ingezetenen met een beperking of chronische psychische of psychosocialeproblemen en een minimuminkomen (aan te tonen met de GelrePas). Het college heeft de verstrekking van de tegemoetkoming in de meerkosten uitgewerkt in de nadere regels. Artikel 21 verhoudingprijs en kwaliteitleveringdienstdoor derden

Voor een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een voorziening en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan, moet de gemeente in de verordening hierover regel stellen (artikel 2.6.6 lid 1 van de wet). In artikel 5.4 van het uitvoeringsbesluit is uitgewerkt wat hierin van de gemeente wordt verwacht. Doel is dat een vaste of reële prijs wordt vastgesteld voor diensten die derden verlenen in opdrachtvan het college. In dit artikel is dit uitgewerkt. Artikel22 Jeugdweten artikel23 Participatiewet

Het college vindt goede samenhang en integrale dienstverlening belangrijk. Dit artikel regelt de afstemming tussen de dienstverlening op basis van de Wmo met de Jeugdwet en met de Participatiewet. Artikel24 Klachtregeling

De cliënt kan ontevreden zijn over het gedrag van een gemeenteambtenaar, bijvoorbeeld over de wijze waaropeen gesprek is gevoerd of een gebrek aan deskundigheid. Daarvoorstaatde klachtenprocedure van de gemeente open. In de Awb staan regels over hoe het college moet omgaan met klachten tegen hem of zijn medewerkers (titel 9.1 Awb). Lid 2 gaat over de afhandeling van klachten door aanbieders. De gemeente is verplicht in de verordening te bepalen voor welke voorzieningen een is vereist (artikel 2.1.3 lid 2 onderdeel e van de wet). Het ligt voor de hand dat cliënten die zich benadeeld voelen zo veel mogelijk deze klacht eerst bij de betreffende aanbieder indienen. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat de aanbieder de klacht snel In behandeling neemt en de klacht ook snel afhandelt. Als de afhandeling niet naar wens is, staatde weg naar de gemeente voor het indienen van de klacht open. pagina 24

ons kenmerk 22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente RhedCD

Agendapunt 6 DR Artikel 25 Medezeggenschap bij aanbieders vanmaatschappelijke ondersteuning

In de verordening moet staan voor welke voorzieningen een regeling vereist is voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn (artikel 2.1.3 lid 2 onderdeel f van de wet). Dit is uitgewerkt in lid 1. In lid 2 staan een aantal instrumenten die het college kan inzetten om te zorgen dat de verplichting tot medezeggenschap door aanbieders goed wordt uitgevoerd. Artikel 26 Betrekken vaningezetenenbij het beleid

Deze bepaling geeft uitvoering aan artikel 2.1.3 lid 3 van de wet. Daarin staatdat in de verordening wordt bepaaldhoe ingezetenen worden betrokken bij de uitvoering van de wet. Met lid 3 wordt het aan het college overgelaten om de exacte invulling van de medezeggenschap vorm te geven. Artikel 27 Evaluatie

Geen verdere toelichting nodig. Artikel 28 Hardheidsclausule

In bijzondere gevallen kan het college in het voordeel van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening. Afwijken van de in de wet zelf genoemde bepalingen kan niet. Voor toepassing van de hardheidsclausulewordt zo nodig advies ingewonnen. Afwijken kan alleen maarin het voordeel, en nooit in het nadeel van de betrokken cliënt. Verder is met nadruk gemeld: in bijzondere gevallen. Het gebruik maken van de hardheidsclausuleis een uitzondering en geen regel. Het college moet dan ook duidelijk aangeven waarom in een bepaaldesituatievan de verordening wordt afgeweken. Dan is ook duidelijk waarom dat in andere situatiesniet gebeurt. Artikel 29 Intrekkingoude verordeningen overgangsrecht

Geen verdere toelichting nodig. Artikel30 Inwerkingtredingen citeertitel

Geen verdere toelichting nodig.

pagina 25

ons kenmerk 22.78B

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=314f9cd2-209e-47bf-8d67-72a69085be4e