CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit Vaststelling Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2023 (22.78)

Raadsvergadering 1 november 2022, gemeente RhedenBij agendapunt: Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2023 (22.78)11.504 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

gemeente

22.78

Rhcdefl

Raadsvergadering 1 november 2022 Agendapunt 6 DR

Raadsbesluit De raad van de gemeente Rheden; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 september 2022;

gelet op de artikelen 2.1.3, artikel 2.1.4 eerste, tweede, derde, vierde en zesde lid en artikel 2.1.4a eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, 2.1.4b tweede lid, 2.1.5 eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6 vierde lid en 2.6.6 eerste lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikel 3.8 eerste lid en 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015; besluit:

vast te stellen de Verordening maatschappelijke ondersteuninggemeenteRheden 2023 Artikel 1 Begripsbepalingen

1

In deze verordening

en de daaropberustende bepalingen wordt verstaan onder:

a Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die: 1° niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; 2° daadwerkelijk beschikbaar is; 3° een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatiewaarin de cliënt in staatis tot zelfredzaamheid of participatie;en 4° financieel gedragen kan worden met maatschappelijke ondersteuning 2015 een inkomen op minimumniveau. b Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de wet. c Bijdrage in de kosten: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4 en 2.1.4a van de wet. d Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaatsheeft; en 1° in de gemeentelijke basisadministratie staatingeschreven dan wel; 2° het feitelijke woonadres indien de persoon met beperkingen met een briefadres is ingeschreven. e Ingezetene: cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Rheden. f Melding: kenbaar maken van de hulpvraagom maatschappelijke ondersteuning aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de wet. g Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet. h Uitvoeringsbesluit: uitvoeringsbesluit Wmo 2015. i Uitvoeringsregeling: uitvoeringsregeling Wmo 2015. j Voorziening in natura: een voorziening die bestaat uit goederen of diensten, niet uit geld. k Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 2

Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het uitvoeringsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht.

pagina

1

ons kenmerk

22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente

Rheden

Agendapunt 6 DR Artikel 2 Melding

1

Een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning kan door of namens een cliënt bij het college worden gemeld. Als de cliënt daarom verzoekt, zorgt het college voor ondersteuning bij het verhelderen van de ondersteuningsbehoefte.

2

Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk en wijst de cliënt op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning en op de mogelijkheid om gedurende zeven dagen na de melding een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 2 van de wet te overhandigen. Als de cliënt daarom verzoekt, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van een persoonlijk plan.

3 In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. Artikel3 Onderzoek

1

Het college onderzoekt in samenspraakmet degene door of namens wie de melding is gedaan en waarmogelijk met de mantelzorger(s) dan wel zijn vertegenwoordiger en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding: a de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; b het mogelijkheden gewenste resultaatvan het verzoek om ondersteuning; c de om op eigen kracht of met gebruikelijke hulpof algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatiete handhaven ofte verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; d de mogelijkheden om met mantelzorg of hulpvan andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie,ofte voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; e de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; f de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie,onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; g de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de

Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publiekegezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatieof aan beschermd wonen of opvang; h de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; i welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 en artikel 2.1.4a van de wet verschuldigd zal zijn, en j de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze.

2

Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2 lid 2 aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek.

3 Het college informeert de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger over de gang bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure.

pagina 2

van zaken

ons kenmerk 22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente

Rheden

Agendapunt 6 DR Artikel4 Verslag

Het college verstrekt aan de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger van de uitkomsten van het onderzoek (het verslag). Opmerkingen de cliënt worden aan het verslag toegevoegd.

een schriftelijke weergave of latere aanvullingen van

Artikel5 Aanvraag

1

Een aanvraag om een maatwerkvoorziening wordt door een cliënt of diens gemachtigde of wettelijk vertegenwoordiger schriftelijk ingediend bij het college. Een aanvraag wordt ingediend door middel van: a een door het college vastgesteld aanvraagformulier; of b een door of namens de cliënt ondertekend verslag als bedoeld in artikel 4.

2

Als een cliënt zelf wenst in te kopen met een pgb, dient de cliënt daartoe een pgb-plan in zoals bedoeld in artikel 11 van deze verordening. Het pgb-plan geldt als een aanvraag voor een pgb.

Artikel 6 Criteriavoor een maatwerkvoorziening

1

Het college neemt het verslag als bedoeld in artikel 4 als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening.

2

Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatiedie de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulpvan andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 3 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatiewaarin de cliënt in staatwordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatieen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.

3 Een cliënt met psychische of psychosocialeproblemen en een cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulpvan andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 3 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatiewaarin de cliënt in staatwordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.

4 Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven: a tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaaktekosten, of c als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. pagina 3

ons kenmerk 22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente

Rheden

Agendapunt 6 DR 5 Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequatetijdig beschikbare voorziening. 6 Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de vorm waarin en de duur waarvoorvoorzieningen worden verstrekt. 7 Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijkeparticipatieuitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving met een maximum van 1.500 kilometer op jaarbasis. 8 Een maatwerkvoorziening in de vorm van een autoaanpassing of een pgb hiervoor, wordt alleen verstrekt als de aan te passen autoniet ouder is dan 36 maanden op de datum van aanvraag voor een autoaanpassing. 9 Het college verstrekt de voorzieningen opvang en beschermd wonen conform het daartoe vastgesteld beleid van de (centrum)gemeente Arnhem, de geldende verordening maatschappelijkeondersteuning en de daaropgebaseerde nadere regels en/of beleidsregels maatschappelijke ondersteuning van deze centrumgemeente. Artikel7 Weigeringsgronden

1

Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt indien: a voor de problematiekdie aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van andere wet- of regelgeving bestaat; b er geen geobjectiveerde beperkingen in de zelfredzaamheid en participatiekunnen worden vastgesteld aan de hand van reguliere onderzoeksmethoden; c de gevraagde maatwerkvoorziening een anti-revaliderende werking heeft, niet veilig voor cliënt of zijn omgeving is, gezondheidsrisico's met zich meebrengt of het effect op de beperkingen van cliënt onvoldoende vaststaat; d cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoorhet voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen; e cliënt de gevraagde voorziening na de melding als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de wet en vóórdatum van besluit als bedoeld in artikel 2.3.5 lid 2 van de wet heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoorschriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achterafnog kan vaststellen; f deze niet in overwegende mate op het individu is gericht; g de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de cliënt rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan, niet verband houdende met de

overgang naar een volgende levensfase.

2

Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatiewordt verstrekt: a indien de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Rheden; b indien deze niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulpbij het huishouden of begeleiding.

pagina 4

ons kenmerk 22.78B

22.78 gemeente

Raadsvergadering 1 november 2022

Rheden

Agendapunt 6 DR 3 Geen woonvoorziening

wordt verstrekt:

a voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staatvan het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; b ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing; c indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoorgeen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatieen er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; d indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haarbeperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoorvoorafschriftelijk toestemming is verleend door het college; e de aanvrager verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is om het hele jaardoor bewoond te worden; f indien cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraande voorziening wordt getroffen, tenzij er sprake is van co-ouderschap; g voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatischedeuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaatsbij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte.

Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting worden verstrekt; h als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden. 4 Geen vergoeding

voor verhuiskosten wordt verstrekt indien:

a een persoon met beperking voor het eerst zelfstandig gaat wonen; b een persoon met beperking verhuist naar een instelling op grond van de Wet langdurige zorg. Artikel8 Advisering

Het college wint een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist. Artikel9 Inhoud beschikking

1

In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaartegen de beschikking kan worden gemaakt.

2

Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking ieder geval vastgelegd:

in

a welke de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan zijn; b wat de ingangsdatum en duurvan de verstrekking is; c hoe de voorziening wordt verstrekt.

pagina 5

ons kenmerk 22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente Rheden

Agendapunt 6 DR 3 Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a b c d e f

voor welk resultaathet pgb moet worden aangewend; welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; wat de duuris van de verstrekking waarvoorhet pgb is bedoeld; en de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.

4 Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd. Artikel10 Pgb-plan

1

Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, maarde ondersteuning zelf wenst in te kopen met een pgb, dient de cliënt daartoe een pgb-plan in volgens een door het college ter beschikking gesteld format.

2

Het college kan bij nadere regels bepalen welke eisen er gesteld worden aan de inhoud van een pgb-plan.

Artikel11 Regelsvoor pgb

1

Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen met een pgb, toetst het college of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6. lid 2 van de wet opgenomen voorwaarden. Het college maaktdaarbij gebruik van het pgb-plan zoals bedoeld in artikel 10.

2

De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding a b c d e

vanuit een pgb:

kosten voor bemiddeling; kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het voeren van een pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering.

Artikel 12 Hoogte pgb

1

De hoogte van het pgb voor een zaakwordt maximaalvastgesteld op: a het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, zo nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; of b het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten.

2

Indien een cliënt, die gebruik kan maken van het collectief vraagafhankelijk vervoer, in plaatsdaarvan aanspraakmaaktop een pgb, dan wordt de hoogte berekend aan de hand van de kosten die de gemeente zou maken als de cliënt met het collectief vraagafhankelijk vervoer zou reizen.

3 Het tarief voor individuele taxikosten bedraagt maximaalhet geldende tarief op basis van de Regeling maximumtariefen bekendmaking tarieven taxivervoer, waarbij het uitgangspunt geldt dat in totaal 1500 kilometer op jaarbasisbinnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd. pagina 6

ons kenmerk 22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente Rhed6n

Agendapunt 6 DR 4 Het tarief voor dienstverlening bedraagt maximaalhet tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura, als het gaat om personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma's die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. 5 Het tarief voor dienstverlening bedraagt maximaal85% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura, als het gaat om personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaastmoeten ze ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma'sdie nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. 6 Het tarief voor dienstverlening bedraagt het minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 21 jaarof ouder met een 36-urige werkweek, als het gaat om hulpuit het sociale netwerk zoals bedoeld in artikel 2 onderdeel b Uitvoeringsregeling.

7 Het tarief voor dienstverlening bedraagt het minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 21 jaarof ouder met een 36-urige werkweek, als het gaat om personen die niet uit het sociale netwerk komen, maarook niet voldoen aan het bepaaldein lid 4 en 5. 8 Indien op basis van het pgb-plan als bedoeld in artikel 10 een passende en toereikende voorziening voor een lager tarief kan worden ingekocht, wordt het in lid 1 t/m lid 5 bedoelde tarief hierop aangepast. 9 Indien het op basis van lid 1 t/m lid 5 vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen voorziening te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden ingekocht. Artikel 13 Financiëletegemoetkoming

Een cliënt komt in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming als dit een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatieen het om de kosten voor verhuizen en herinrichting gaat. De hoogte is gebaseerd op marktonderzoek naar de kosten voor verhuizing en de Nibud-normen voor stoffering. Het college legt de hoogte vast in de nadere regels. Artikel14Abonnementstarief voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen

1

Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of via een pgb zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maaktof gedurende de periode waarvoorhet pgb wordt verstrekt.

2

Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor de algemene voorziening bij het huishouden.

Hulp

3 De hoogte van de bijdrage voor de in lid 1 en lid 2 genoemde voorzieningen bedraagt voor een of meerdere voorzieningen tezamen € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënt tezamen.

pagina 7

ons kenmerk 22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente

Rheden

Agendapunt 6 DR 4 In afwijking van lid 1 is geen eigen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: a b c d

rolstoelvoorzieningen; kindvoorzieningen, uitgezonderd woningaanpassingen; voorziening in de verhuis- en herinrichtingskosten; bemoeizorg.

5 In afwijking van artikel 2.1.4a lid 4 van de wet is voor deelname aan het collectief vervoer een reizigersbijdrage verschuldigd. De hoogte is gelijk aan het openbaar vervoer tarief voor vervoer met een OV-chipkaart. 6 De hoogte van de bijdrage voor een hulpmiddel, woningaanpassing, de in lid 5 genoemde maatwerkvoorziening voor vervoer en de in lid 2 genoemde algemene voorziening, overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 7 De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura of een pgb is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende maatwerkvoorziening of het pgb zelf maakt. 8 De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 9 De kostprijs van de in lid 2 genoemde algemene voorziening is gelijk aan de kosten die het college voor de betreffende voorziening per cliënt maakt. 10 De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. Artikel 15Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning

1

Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door:

tot

a het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatievan de cliënt; b het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning; c erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijkesector erkende keurmerken; e de zelfredzaamheid van de cliënt en het vermogen om te participeren te stimuleren, en aldus zorgafhankelijkheid te verminderen. 2

Het college kan bij nadere regels bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen.

3 Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatsecontroleren van de geleverde voorzieningen.

pagina 8

ons kenmerk 22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente Rheden

Agendapunt 6 DR 4 Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden wijst het college aanbieders van een voorziening erop om overeenkomst, de betreffende privacywetgeving zorg te dragen voor de bescherming van cliënten afkomstig uit de gemeente Rheden. Artikel 16Meldingsregelingcalamiteiten en geweld

1

Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan.

2

Aanbieders melden iedere calamiteiten ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar.

3 De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. 4 Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen gelden van calamiteiten en geweld bij verstrekking van een voorziening.

voor het melden

Artikel 17 Voorkoming en bestrijdingten onrechteontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb's en misbruikof oneigenlijkgebruikvande wet

1

Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.

2

De cliënt heeft een inlichtingenplicht de wet.

richting

het college zoals bedoeld in artikel 2.3.8 van

3 Het college kan een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als sprake is van een of meerdere omstandigheden als bedoeld in artikel 2.3.10 van de wet. 4 Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen drie maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoorde verlening heeft plaatsgevonden. 5 Het college kan op basis van artikel 2.4.1 van de wet de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 6 Het college kan een terug te vorderen bedrag als bedoeld in lid 5 verrekenen betalingen op grond van de wet, die nog uitgekeerd moeten worden.

met

7 Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de cliënt het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten. Het college stelt de cliënt aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van dit verzoek.

pagina 9

ons kenmerk 22.78B

22.78 gemeente Rheden

Raadsvergadering 1 november 2022 Agendapunt 6 DR

Artikel 18 Onderzoeknaarkwaliteiten recht-en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb's

1

Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb's met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan.

2

Het college kan nadere regels stellen met betrekking

tot deze controle.

Artikel 19 Jaarlijkse waarderingmantelzorgers

1

Mantelzorgers van cliënten in de gemeente kunnen door middel van een melding bij het college voor het ontvangen van een jaarlijkse blijk van waardering in aanmerking worden gebracht.

2

De jaarlijkse blijk van waardering bestaat uit: een uitnodiging mantelzorgen, die jaarlijksgeorganiseerd wordt.

voor de dag van de

Artikel20 Tegemoetkomingmeerkosten personenmet eenbeperkingof chronische problemen

1

Het college kan ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatieop aanvraag een financiële tegemoetkoming voor medisch afval en/of voor een maaltijdservice verstrekken aan ingezetenen die als gevolg van een beperking of chronische psychische of psychosocialeproblemen aannemelijke meerkosten hebben en beschikken over een GelrePas.

2

Het college stelt nadere regels over de gevallen waarin een financiële tegemoetkoming kan worden verstrekt, de berekening van de hoogte en de wijze van verstrekking van de tegemoetkoming.

Artikel 21 Verhouding prijs en kwaliteitleveringdienstdoor derden

1

Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met derde; of b een reële prijs die geldt als ondergrens voor: I een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde; en II de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a.

2

Het college stelt de prijzen, als bedoeld in lid 1, vast: a overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3 lid 2 onderdeel c van de wet; en b rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5 lid 2 van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners.

pagina 10

ons kenmerk 22.78B

22.78 gemeente

Raadsvergadering 1 november 2022

Rheden

Agendapunt 6 DR 3 Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs onder andere op de volgende kostprijselementen : a de kosten van de beroepskracht; b redelijke overheadkosten; c kosten voor niet-productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d reis- en opleidingskosten; e indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. 4 Het college kan lid 1 onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in lid 2 en lid 3. Daaroverlegt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. 5 Het college bepaaltmet welke derde als bedoeld in lid 1 hij een overeenkomst aangaat. Artikel 22 Afstemming met de Jeugdwet

1

Het college draagt zorg voor een goede afstemming van voorzieningen verordening en voorzieningen op grond van de Jeugdwet.

op grond van deze

2

In het kader van deze voorgenoemde verantwoordelijkheden van het college wisselen consulenten jeugd en consulenten Wmo persoonsgegevens uit indien dat noodzakelijk is en cliënt daar ondubbelzinnige toestemming voor geeft.

3 Het college draagt zorg voor de continuïteit van de zorg onder zijn verantwoordelijkheid wanneer de jeugdige de leeftijd van 18 jaarheeft bereikt. Artikel 23 Afstemmingmet de Participatiewet

1

Het college draagt zorg voor een goede afstemming van voorzieningen op grond van deze verordening en (re-integratie) voorzieningen op grond van de Participatiewet,waaronder leerwerktrajecten .

2

In het kader van de voorgenoemde verantwoordelijkheden van het college wisselen consulenten Wmo en consulenten Werk en Inkomen persoonsgegevens uit indien dat noodzakelijk is en cliënt daar ondubbelzinnige toestemming voor geeft.

Artikel 24 Klachtregeling

1

Het college stelt een regeling vast voor afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen, verzoeken en aanvragen als bedoeld in deze verordening.

2

Aanbieders stellen een regeling aanzien van alle voorzieningen.

vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten

3 Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijkscliëntervaringsonderzoek.

pagina 11

ons kenmerk 22.78B

22.78 gemeente

Raadsvergadering 1 november 2022

Rheden

)

Agendapunt 6 DR Artikel 25 Medezeggenschap bij aanbieders vanmaatschappelijke ondersteuning

1

Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van alle voorzieningen.

2

Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijkscliëntervaringsonderzoek.

Artikel26 Betrekken vaningezetenenbij het beleid

1

Het college stelt ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, vroegtijdig gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijkeondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.

2

Het college zorgt ervoor dat ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie.

3 Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van lid 1 en lid 2. Artikel 27 evaluatie

1

Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per twee jaargeëvalueerd. Het college zendt hiertoe telkens twee jaarna de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.

2

Indien hier aanleiding toe bestaat, kan het beleid en/of de beleidsregels, en/of de nadere regels en/of het financieel besluit met inachtneming van de bevinden van de evaluatie worden aangepast.

Artikel 28 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 29 Intrekkingoude verordeningen overgangsrecht

1

De Verordening ingetrokken.

maatschappelijke ondersteuning

gemeente Rheden 2019 wordt

2

Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijkeondersteuning gemeente Rheden 2019, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.

3 Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2019 en waaropnog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld conform deze verordening. pagina 12

ons kenmerk 22.78B

22.78 gemeente

Raadsvergadering 1 november 2022

Rheden

Agendapunt 6 DR 4 Het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2019, gebeurt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2019 die daarvoorzijn geldigheid behoudt. 5 Van lid 4 kan ten gunste van de cliënt worden afgeweken. Artikel 30 Inwerkingtredingen citeertitel

1

Deze verordening

treedt in werking de dag na bekendmaking.

2

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening gemeente Rheden 2023.

maatschappelijke ondersteuning

Arnhem, 1 november 2022 De raad voornoemd,

griffier.

pagina

13

■>

ons kenmerk

22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente

Rheden

Agendapunt 6 DR Artikelsgewijze toelichting Algemeen

Deze verordening geeft uitvoering aan de Wet maatschappelijkeondersteuning 2015 (hierna: wet). Uitgangspunt van deze wet is dat er steeds wordt bekeken wat verwacht mag worden van de cliënt en zijn sociale netwerk. Als dat nodig is stelt de gemeente de cliënt in aanvulling hierop in staatgebruik te maken van een algemene voorziening of -als hekkensluiter- een maatwerkvoorziening. De voorzieningen zijn bedoeld om eraan bij te dragen dat ingezetenen ondanks een beperking mee kunnen blijven doen aan het maatschappelijk verkeer en zelfstandig kunnen functioneren. Er moet steeds een zorgvuldige toegangsprocedure worden doorlopen. De wet en deze verordening leggen deze toegangsprocedure (in hoofdlijnen) vast. Wanneer de toegangsprocedure goed wordt uitgevoerd, moet dit steeds tot een juist besluit leiden; ondersteuning waarondersteuning nodig is. Als de cliënt het niet eens is met het besluit, kan de cliënt daartegen natuurlijk bezwaar maken en daarna eventueel in beroep gaan tegen de beslissing op zijn bezwaar. De rechter zal toetsen of de gemeente zich heeft gehouden aan de voorgeschreven procedures. Ook kijkt de rechter of het onderzoek naar de omstandigheden van cliënt goed is uitgevoerd. En of de ondersteuning een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid of participatie van cliënt en hij of zij daardoorzo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.

De wet en deze verordening leggen veel bevoegdheden bij het college. De uitvoering hiervan gebeurt in de praktijknamens het college door deskundige consulenten, ambtenaren of bijvoorbeeld aanbieders. Deze verordening kan niet los worden gezien van de Nadere regels Wmo en Jeugdwet en de Beleidsregels Wmo en Jeugdwet. Artikelsgewijs

Hieronder worden de artikelen waardat nodig is verder toegelicht. Artikel 1 Definities

In artikel 1 staateen beperkt aantal definities. Veel definities staan namelijk al in de wet (in artikel 1.1.1) en gelden ook voor deze verordening. Voor de duidelijkheid staan hieronder een aantal belangrijke wettelijke definities: • • • • •

aanbieder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die jegens het college gehouden is een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren; algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; begeleiding: activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdathij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven; cliënt: persoon die gebruikmaakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid; cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatieen het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;

pagina 14

ons kenmerk 22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente Rheden

Agendapunt 6 DR • •

•

•

• • • • • •

gebruikelijke hulp: hulpdie naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten; maatschappelijke ondersteuning: 1° bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld; 2° ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatievan personen met een beperking of met chronische psychische of psycho-socialeproblemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving; 3°.bieden van beschermd wonen en opvang; maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: 1° ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoornoodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen; 2° ten behoeve van participatie,daaronder begrepen het daarvoornoodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen; 3°.ten behoeve van beschermd wonen en opvang; mantelzorg: hulpten behoeve van zelfredzaamheid, participatie,beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien

van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; participatie:deelnemen aan het maatschappelijke verkeer; persoonsgebonden budget: bedrag waaruitnamens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken; sociale netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt; vertegenwoordiger: persoon of rechtspersoon die een cliënt vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake; voorziening: algemene voorziening of maatwerkvoorziening; zelfredzaamheid: in staatzijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.

Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kent een aantal definities die voor deze verordening van belang zijn. Zoals: 'aanvraag' (artikel 1:3 lid 3 Awb) en 'beschikking' (artikel 1:2 Awb). Artikel2 Melding

Dit artikel legt vast dat bij het college een melding kan worden gedaan en door wie. De melding is vormvrij en kan schriftelijk, elektronisch, mondeling of telefonisch bij het college of een door het college aangewezen organisatie worden gedaan (Incluzio 2022). De melding kan verder 'door of namens de cliënt' worden gedaan. Dit kan ruim worden opgevat. Naast de cliënt kan bijvoorbeeld diens vertegenwoordiger, mantelzorger, partner, familielid, buurman of andere betrokkene de melding doen. Een persoon met een hulpvraagdie vanuit een andere wet kan worden beantwoord, wordt direct en gericht doorverwezen. Te denken valt hier bijvoorbeeld aan de Zorgverzekeringswet (hierna: Zvw), de Participatieweten de Wet langdurige zorg (hierna: WLZ). Als een cliënt behoefte heeft aan ondersteuning bij het verhelderen van zijn ondersteuningsbehoefte, dan wordt de cliënt hierbij ondersteund.

pagina 15

ons kenmerk 22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente Rheden

Agendapunt 6 DR In lid 2 is de verplichte ontvangstbevestiging vastgelegd (artikel 2.3.2 lid 1 van de wet). Registratie is ook belangrijk, omdat het onderzoek na een melding maximaalzes weken mag duren. Het college moet ervoor zorgen dat er voor alle ingezetenen cliëntondersteuning beschikbaar is (artikel 2.2.4 lid 1 van de wet). De cliënt en zijn mantelzorger moeten voor het onderzoek gewezen worden op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning (artikel 2.3.2 lid 3 van de wet). In lid 3 staateen uitzondering voor spoedeisende gevallen. Het college is verplicht in die gevallen een passende tijdelijke maatwerkvoorziening te verstrekken in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek dat volgt na de melding. Als een cliënt zich direct 'meldt' bij de aanbieder van een algemene voorziening, dan voert deze een 'lichte toets' uit. Er wordt dan in ieder geval getoetst of iemand onder de Wmodoelgroep valt, of de cliënt de eventuele eigen bijdrage voor de voorziening kan betalen en of bij de cliënt niet overduidelijk is dat de algemene voorziening niet passend is voor zijn of haarbeperkingen. Bij een lichte toets kan bijvoorbeeld gedacht worden aan vragen over algemene eigenschappen, zoals of iemand een bewoner is van de gemeente of iemand een bepaaldeleeftijd heeft.

Als de aanbieder constateert dat meer onderzoek nodig is of de cliënt aangeeft dat de algemene voorziening niet passend is, verwijst de aanbieder de cliënt door naar de gemeente. Overigens geldt voor de algemene voorziening hulpbij het huishouden dat de 'lichte toets' door de gemeente zelf wordt uitgevoerd en dus niet door de aanbieder. Tenzij het college hierover in de toekomst anders besluit. Artikel3 Onderzoek

Voor een zorgvuldig te nemen besluit is het belangrijk dat alle relevante feiten en omstandigheden van de specifieke hulpvraagworden onderzocht. Daarbij is het van belang dat het onderzoek in samenspraakmet de cliënt of diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger(s) wordt gedaan. Voor een zorgvuldig onderzoek is meestal persoonlijk contact nodig om een goed beeld van de cliënt en de thuissituatiete krijgen. Het ligt daarom ook voor de hand dat er één of meerdere gesprekken gevoerd worden met de cliënt of diens vertegenwoordiger en waarmogelijk met de mantelzorger(s). De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in een aantal uitspraken uiteengezet welke stappen de gemeente hierbij moet zetten (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2018:8191 . Allereerst onderzoekt de consulent met de cliënt wat de hulpvraagis (stap 1). Daarna wordt vastgesteld welke problemen cliënt ondervindt bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie(stap 2). Als dit in kaart is gebracht, kan worden bepaaldwelke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie(stap 3).

Er wordt onderzocht wat de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp,algemeen gebruikelijke voorzieningen, algemene voorzieningen, mantelzorg of met hulpvan zijn sociale netwerk kan doen om zijn zelfredzaamheid en participatiete handhaven ofte verbeteren (stap4). Zijn de problemen hiermee niet (helemaal) opgelost? Dan beoordeelt de consulent welke maatwerkvoorziening de beperkingen adequaatkan compenseren (stap 5). Artikel4 Verslag

Doordat de gemeente aan de cliënt een schriftelijk verslag van de uitkomsten van het onderzoek verstrekt, wordt deze in staatgesteld een aanvraag te doen voor een maatwerkvoorziening. Een verslag bevat geen volledige weergave van de gesprekken die tijdens het onderzoek zijn gevoerd. Alleen gegevens die noodzakelijk zijn voor het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van cliënt, zijn opgenomen. Een goede weergave hiervan maakt het voor de gemeente inzichtelijk om een juiste beslissing te nemen op een aanvraag. pagina 16

ons kenmerk 22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente Rheden

Agendapunt 6 DR En het draagt bij aan een inzichtelijke communicatie met de cliënt. De weergave van de uitkomsten van het onderzoek kan verschillen. Zo kan het verslag bijvoorbeeld heel beperkt zijn als de cliënt vindt goed geholpen te zijn en de uitkomst is dat geen aanvraag van een maatwerkvoorziening noodzakelijk is. Bij meer complexe onderzoeken zal een uitgebreidere weergave noodzakelijk zijn. Als een persoonlijk plan is overhandigd, wordt dit ook opgenomen of toegevoegd aan het verslag. Het verslag is op zichzelf geen besluit. Dit betekent dat tegen het verslag geen bezwaar of beroep openstaat. Artikel 5 Aanvraag

Een aanvraag kan niet worden gedaan voordat het onderzoek naar de melding is afgerond, tenzij dit niet binnen zes weken is gebeurd (artikel 2.3.2 lid 9 van de wet). Het college moet binnen twee weken na de ontvangst van de aanvraag een besluit nemen (artikel 2.3.5 lid 2 van de wet). In lid 1 staat eerst dat een aanvraag door of namens een cliënt of diens gemachtigde of wettelijk vertegenwoordiger kan worden gedaan. Bij een wettelijk vertegenwoordiger gaat het bijvoorbeeld om een mentor of om een ouder of voogd bij een minderjarige. De formele eis van machtiging of vertegenwoordiging is gesteld, omdat het hier gaat om de formele aanvraag om een beschikking in de zin van de Awb. Een aanvraag die niet is ingediend met gebruikmaking van een aanvraagformulierof in de vorm van een door de cliënt ondertekend verslag, kan het college buiten behandeling laten. Cliënt krijgt wel eerst de kans zijn aanvraag aan te vullen. Artikel6 Criteriavoor een maatwerkvoorziening

In dit artikel zijn de algemene criteria beschreven die gelden om een maatwerkvoorziening te kunnen krijgen. Allereerst moet duidelijk zijn dat sprake is van beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie.Daarnaastmoet duidelijk zijn dat oplossingen die de cliënt zelf kan inzetten om zijn zelfredzaamheid en participatiete verbeteren, zoals eigen kracht, gebruikelijke hulpen algemeen gebruikelijke voorzieningen, niet toereikend zijn om de beperkingen te compenseren. Het college verstrekt geen voorziening die al eerder is verstrekt als de cliënt verweten kan worden dat het middel verloren is gegaan, bijvoorbeeld door roekeloosheid of verwijtbare onoplettendheid (lid 4). Dus niet als de cliënt geen schuld treft. Hier speelt de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt een rol. Als bijvoorbeeld in een woning een verstelbare keuken of een andere dure voorziening is aangebracht, heeft dit gevolgen voor de te verzekeren waarde van de opstal. Dit risico moet in de opstalverzekering gedekt worden. Als vervolgens brand uitbreekt en blijkt dat de woning onvoldoende verzekerd is, kan op dat moment geen beroep op de Wmo worden gedaan. Voorzieningen die het college op grond van deze verordening verstrekt, moeten zowel adequaatals de goedkoopste voorziening zijn (lid 5). Met adequaatwordt bedoeld: volgens objectieve maatstaven nog toereikend.

Eigenschappen die kostenverhogend werken zonder dat ze de voorziening meer adequaatmaken, vergoedt het college niet. De bruikbaarheid van een voorziening wordt niet alleen door technische en functionele aspecten bepaald,maar is ook afhankelijk van de gebruiker. Ook is het denkbaar dat een productdat duurder is dan een vergelijkbaar product, langer meegaat en dus uiteindelijk goedkoper is. Voor het kwaliteitsniveau wordt aangesloten bij een verantwoord niveau, maarook niet meer dan dat. Als de cliënt een adequatevoorziening wil die duurder is dan de goedkoopst adequate voorziening, kan de cliënt eventueel kiezen voor een pgb en de extra kosten van de duurdere voorziening zelf te betalen.

pagina 17

ons kenmerk 22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente

Rheden

Agendapunt 6 DR Uit lid 7 volgt dat de te verstrekken maatwerkvoorziening voor vervoer voldoende passend is als deze de cliënt in staatstelt tot lokale verplaatsingen (zie CRvB 27-6-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1961 en CRvB 27-6-2018, ECLI:NL:CRVB:2018: 1972). Het college hoeft dus geen rekening te houden met een bovenregionale vervoersbehoefte (CRvB 9-5-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1487). Het college mag volstaan met een voorziening of een combinatie van voorzieningen, waarmee een cliënt 1500 kilometer perjaarkan reizen (CRvB 29-02-2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV7463, CRvB 06-06-2012, ECLI:NL:CRVB:2012. ■BW7705,Rechtbank Noord-Nederland 25-7-2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:3496). Als de cliënt een hogere vervoersbehoefte heeft, dan is het aan de cliënt om dit aan de hand van concrete en verifieerbare gegevens aan te tonen. Artikel7 Weigeringsgronden

Dit artikel noemt de situatieswaarin het college kan besluiten om geen maatwerkvoorziening te verstrekken. Enkele weigeringsgronden worden hieronder verder toegelicht. Lid1 onderdeel a Uit de wet blijkt niet dat andere wetten voorliggend zijn of dat de aanspraakop een andere wettelijke regeling kan leiden tot een afwijzing van de Wmo aanvraag. Wel is in de wet geregeld dat de maatwerkvoorziening, als daartoe aanleiding bestaat, wordt afgestemd op andere wetten (artikel 2.3.5 lid 5 van de wet). Ook verstrekt het college alleen een maatwerkvoorziening als de cliënt niet op eigen kracht in staatis tot zelfredzaamheid en participatieof kan voorzien in de behoefte aan beschermd wonen of opvang (artikel 2.3.5. lid 3 en 4 van de wet). Als cliënt een andere wettelijke regeling kan aanspreken, wordt dit gezien als een vorm van eigen kracht. Vandaar dat in deze bepaling expliciet is geregeld dat het college geen maatwerkvoorziening toekent als een andere wettelijke regeling in de ondersteuningsbehoefte kan voorzien. Het college kan alleen rekening houden met een voorziening op grond van een andere wet (een voorliggende voorziening), als de cliënt daarecht aanspraakop heeft.

Er is geen sprake van een voorliggende voorziening als de voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling is afgewezen of als vaststaatdat cliënt daarvoorniet in aanmerking komt (zie ook CRvB 03-08-2011, nr, 11/517 WMO en CRvB 19-04-2010, nr. 09/1082 Wmo). Lid1 onderdeel d en e Hier wordt gedoeld op de situatiedat de cliënt een voorziening realiseert of aankoopten daarna pas een beroep op de gemeente doet. Als de voorziening is gerealiseerd voor de melding, dan bestaan er eigenlijk geen beperkingen meer die het college moet compenseren. Er wordt alleen een uitzondering gemaakt als er sprakewas van een acute noodsituatie, waardoorcliënt niet in staatwas om eerst contact te zoeken met de gemeente. Is de voorziening na de melding, maarvoor de aanvraag of het besluit daaropgerealiseerd, dan kan het college de voorziening weigeren als de noodzaak, adequaatheiden passendheid van die voorziening en de gemaakte kosten achterafniet meer beoordeeld kan worden. Dat is alleen anders als van tevoren contact is gezocht en het college expliciet toestemming heeft gegeven voor de aankoop/realisering van de gevraagde voorziening. Lid1 onderdeel g Van een cliënt mag verwacht worden dat hij bij verhuizingen of de aanschaf van voorzieningen rekening houdt met zijn beperkingen. Doet hij dat niet, dan kan het college een voorziening om die reden afwijzen.

Bijvoorbeeld als een cliënt gaat verhuizen en het door zijn medische situatieop dat moment voorzienbaar is dat hij beperkingen gaat ondervinden bij het normale gebruik van de woning. Deze bepaling biedt dan een grond om geen voorziening toe te kennen.

pagina 18

ons kenmerk 22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente

Rheden

Agendapunt 6 DR Er mag niet van een cliënt gevraagd worden dat hij reserveert of andere maatregelen treft om te voorkomen dat toekomstige onzekere gebeurtenissen in zijn gezondheidstoestand door het ouder worden, leiden tot een beroep op de Wmo (CRvB 22-08-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2603). Lid2 onderdeel b Het college kan alleen een maatwerkvoorziening toekennen als deze langdurig noodzakelijk is. Wat langdurig noodzakelijk is, is afhankelijk van de concrete situatie. Het kan gaan om twee maanden, bijvoorbeeld bij mensen in een terminaal ziektestadium. Het kan ook gaan om veertig jaar, in situatieswaarin de beperking bijvoorbeeld aangeboren is en stabiel van aard is. Kenmerkend is in beide situatiesdat de ondervonden beperking, naar de stand van de medische wetenschap, op het moment van de aanvraag onomkeerbaar is. Er is dus geen verbetering te verwachten in de situatievan de cliënt. Hierbij is de prognose dus van groot belang. Zegt de prognose dat de cliënt na enige tijd zonder de benodigde hulpmiddelen of aanpassingen kan functioneren, dan mag het college meestal van een kortdurende noodzaak uitgaan. Bij een wisselend beeld, met periodes van verbetering en terugval, kan meestal uitgegaan worden van een langdurige noodzaak. De medisch adviseurspeelt een belangrijke rol bij de vraag of er een langdurige noodzaak is voor de betreffende voorziening.

Voor langere tijd betekent in ieder geval dat als vaststaatdat de beperkingen tijdelijk zijn, bijvoorbeeld door een ongeluk, geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt. Cliënt kan dan meestal een beroep doen op hulpmiddelen via de zorgverzekeraar in het kader van de Zorgverzekeringswet. Waarprecies de grens ligt tussen kortdurend en langdurig verschilt per situatie. Het is, afhankelijk van de situatie,wel mogelijk om kortdurend huishoudelijkeondersteuning of begeleiding in te zetten. Lid3 onderdeel a Deze afwijzingsgrond is bedoeld voor situatieswaarin gebruikte materialen voor problemen zorgen. Of als de ondervonden problemen komen door achterstallig onderhoud of doordat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt als de cliënt goede pogingen heeft ondernomen om de gebreken door de verhuurderweg te laten nemen. Lid3 onderdeel b Op basis van deze bepaling hoeft het college geen woningen aan te passen aan de beperkingen van een tijdelijk verblijvende bewoner. Wel moet de gemeente in deze situaties voldoen aan haarcompensatieplicht. Dit kan door het bieden van een alternatieve oplossing, zoals een verhuiskostenvergoeding. Het categorisch uitsluiten van aanpassingen in woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning, is toegestaan volgens rechtbankuitspraken (ECLI:NL:RBARN:2008:BH0126 en ECLI:NL:RBROE:2010:BM6304).

Lid3 onderdeel c Als er in de verlaten woning geen problemen werden ervaren, is de verhuizing naar de nieuwe woning kennelijk de oorzaakvan de problemen. Cliënt is dan dus verhuisd naar een ongeschikte woning. Niet de ondervonden beperking, maarde verhuizing naar een niet geschikte woning is dan de belangrijkste oorzaakvan de ondervonden problemen. Deze bepaling is vooral van toepassing op situatiesde cliënt verhuist zonder specifieke reden. Er wordt een uitzondering gemaakt als er een belangrijke reden voor de verhuizing is. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een verhuizing vanwege samenwoning, huwelijk of het accepteren van werk in een andere regio. De beoordeling of er een belangrijke reden is, is afhankelijk van een afweging van alle belangrijke feiten en omstandigheden. Bij een belangrijke reden kan er alleen een voorziening worden toegekend, als cliënt in redelijkheid niet zelf voor een oplossing had kunnen zorgen (zie ook ECLI:NL:CRVB:2012:BW6810).

pagina 19

ons kenmerk 22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente

Rheden

Agendapunt 6 DR Lid3 onderdeel d Als een cliënt verhuist, moet hij zoeken naar een zo geschikt mogelijke woning. Het is niet de bedoeling dat cliënt een ongeschikte woning kiest en vervolgens de rekening voor aanpassingen bij de gemeente indient. Voor de toepassing van deze weigeringsgrond is het belangrijk dat de gemeente zicht heeft op de aangepaste of eenvoudig aan te passen woningvoorraad. Daarnaastmoet de gemeente inwoners goed informeren over de gang van zaken bij dit soort verhuizingen. Alleen dan kan worden gemotiveerd dat cliënt wel/niet is verhuisd naar de meest geschikte woning. De bewijslast keert om als cliënt al is verhuisd en dan pascontact met de gemeente opneemt over mogelijke aanpassingen. Het is dan aan de cliënt om aan de hand van controleerbare gegevens aannemelijk te maken dat er geen geschikte woning beschikbaar was (zie ook ECLI:NL:CRVB:2019:2951). Artikel8 Advisering

Het college moet zorgvuldig onderzoek doen. Soms zal hiervoor specifieke deskundigheid nodig zijn en mag een specifiek deskundig oordeel en advies niet ontbreken. Denk bijvoorbeeld aan een medisch of ergonomisch advies. Het college moet ervoor zorgen dat die deskundigheid gewaarborgd is. Ook als er verschil van mening tussen het college en de cliënt bestaat over de medische beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie,is door een medisch deskundig adviseur noodzakelijk. Artikel9 inhoud beschikking

De cliënt moet op basis van de beschikking die hij ontvangt de informatie krijgen die nodig is om zijn rechtspositie te bepalen en te begrijpen. Hiervoor is nodig dat de beschikking de cliënt goed en volledig informeert. In dit artikel staatwat in ieder geval in de beschikking moet worden opgenomen. Artikel 10 Pgb-plan

Wanneer een dient in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen met een pgb, stelt de cliënt hier een pgb-plan voor op. In de nadere regels staataan welke eisen dit plan moet voldoen. Artikel 11 Regelsvoor pgb

De wet noemt in artikel 2.3.6. een aantal criteria om in aanmerking te kunnen komen voor een pgb. Het college toetst of aan deze criteria is voldaan. Daarbij maakt het college gebruik van het in artikel 10 genoemde budgetplan. Van belang is dat een pgb alleen wordt verstrekt als de cliënt dit gemotiveerd vraagt (zie artikel 2.3.6 lid 2 onderdeel b van de wet). In lid 2 zijn een aantal kostenposten genoemd die niet uit het pgb gefinancierd mogen worden. Het pgb is namelijk alleen bedoeld voor financiering van de noodzakelijke voorziening. Artikel 12 Hoogte pgb

In dit artikel staathoe het college de hoogte van een pgb vaststelt (zoals verplicht op basis van artikel 2.1.3 lid 2 onderdeel b van de wet). Een op basis van deze berekeningswijze vastgesteld budget moet de cliënt in staatstellen de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren van derden te betrekken (artikel 2.3.6 lid 1 van de wet). Daarbij geldt dat het college een pgb kan weigeren voor zover de kosten hiervan hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening in natura (artikel 2.3.6 lid 5 onderdeel a van de wet).

pagina 20

ons kenmerk 22.78B

22.78 Raadsvergadering 1 november 2022

gemeente

Rheden

Agendapunt 6 DR Met de berekeningswijze in deze verordening wordt de hoogte van een pgb voor een groot deel bepaalddoor wat het de gemeente zou kosten als het de betreffende maatwerkvoorziening in natura zou verstrekken. Als in een individueel geval aantoonbaar is dat de berekeningswijze leidt tot een pgb-hoogte waarmee de cliënt niet in staatis de benodigde maatschappelijke ondersteuning van derden te betrekken, wordt er in dat geval van de tarieven afgeweken (lid 9). Als op basis van het pgb-plan vaststaatdat de benodigde voorziening voor een lager tarief kan worden ingekocht, wordt het tarief juist naar beneden vastgesteld (lid 8). Voor zzp'ers (lid 5) wordt een lager tarief gehanteerd dan voor een instelling vanwege de lagere overheadkosten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=314f9cd2-209e-47bf-8d67-72a69085be4e