CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2024-2027 (23.65)

Raadsvergadering 7 november 2023, gemeente RhedenBij agendapunt: Programmabegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (23.65)33.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Kwijtscheldingsbeleid Rheden kent de mogelijkheid tot kwijtschelding van belastingen. Daarvoor is een kwijtscheldingsverordening opgesteld die in 2018 door de Raad is vastgesteld. De kwijtscheldingsverordening is opgesteld om een goed overzicht te hebben van de kaders. Voorheen was in diverse belastingverordeningen een artikel opgenomen over de kwijtschelding. Door alles in één verordening vast te leggen voorkomen we misverstanden in de uitvoering. Zeker nu de uitvoering van belastingen bij de Connectie is belegd. Inwoners kunnen geheel of gedeeltelijk kwijtschelding krijgen voor de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Daarnaast is ook kwijtschelding mogelijk voor de leges van een ID-kaart en voor de hondenbelasting (gedeeltelijk). Inwoners die één keer kwijtschelding kregen toegekend, krijgen vervolgens automatische kwijtschelding indien hun financiële situatie niet is veranderd. Hierbij maken we gebruik van de gegevens van het Inlichtingenbureau. Voor het jaar 2024 verwachten we geen verhoging van de kwijtscheldingen t.o.v. de begroting 2023.

81

B. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Algemeen Om te kunnen beoordelen hoe de gemeente Rheden er financieel voorstaat, is het van belang om inzicht te hebben in de financiële positie en de financiële weerbaarheid (welke mogelijkheden zijn er in financieel moeilijke tijden). Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre wij in staat zijn om mogelijke tegenvallers (de risico's) op te vangen zonder dat de uitvoering van het beleid in gevaar komt. De programmabegroting die wij u nu voorleggen is een programmabegroting ‘onder spanning’, dit wil zeggen dat er risico’s op mogelijke afwijkingen genomen zijn op grond van onzekerheden die zich daarin kunnen voor doen. Hiermee creëren wij ruimte om tot een herziening van onze ambities voor de komende jaren te komen. Met behulp van financiële kengetallen die betrekking hebben op de balans en de begroting wordt een beeld geschetst van onze financiële positie. Voor de beoordeling of een kengetal matig of goed is sluiten wij aan bij de richtlijnen van onze provinciale toezichthouder. Het weerstandsvermogen en de kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van onze financiële positie. Voor een adequate bedrijfsvoering is het belangrijk dat we risico's en onzekerheden tijdig in beeld hebben en ze op een gestructureerde wijze beheersen.

We nemen deel aan een samenleving de complex is en continu aan verandering onderhevig is. Dit vraagt om een passend risicobewustzijn.

Risicomanagement In voorliggende programmabegroting hebben we ook bij de programma's en paragraaf bedrijfsvoering aandacht voor risico's. Daarbij gaan we vooral in op mogelijke effecten op de beleidsrealisatie en bedrijfsvoering. Het risicoprofiel binnen de paragraaf Weerstandsvermogen ziet vooral toe op de belangrijkste financiële risico's die nog niet op een of andere wijze volledig zijn afgedekt. Hier kan sprake zijn van overlap, waardoor risico's zowel bij de beleidsdoelen als in deze paragraaf terugkomen. Bij onderstaand onderdeel Risicoprofiel is een inventarisatie opgenomen van diverse ontwikkelingen met een mogelijk financieel risico. Ons weerstandsvermogen (is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en het risicoprofiel) drukken we uit in de weerstandsratio. De weerstandsratio is ten opzichte van de jaarrekening 2022 (laatste actualisatie) gedaald van 1,7 naar 0,8. In de hierna volgende onderdelen geven we hierover een nadere toelichting.

Risicoprofiel Ten opzichte van de jaarrekening 2022 is het risicoprofiel geactualiseerd. In onderstaande tabel zijn de risico's weergegeven.

82

Tabel: Risico-inventarisatie PB 2024 Risico-inventarisatie PB2024 nr .

Risico

Kans

Financieel gevolg

Invloed

1

Uitkering uit gemeentefonds:

a

onderuitputting rijksuitgaven

50%

1.500.000

20%

b

nieuwe systematiek gemeentefonds

75%

1.000.000

13%

2

Aanvullende bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen / verbonden partijen i.v.m. mogelijke negatieve exploitatie.

25%

1.000.000

13%

3

Mogelijke hogere uitgaven voor WMO en jeugdzorg. De budgetten hiervoor zijn bijgesteld, maar vanwege toenemende en onvoorspelbare zorgvragen kan nadere bijstelling noodzakelijk blijken.

75%

1.000.000

13%

4

Bezuinigingsmaatregelen van het Rijk

50%

500.000

7%

5

Beheer openbare ruimte en vastgoed: mogelijke meerlasten als gevolg van prijsstijgingen bouwmaterialen en grondstoffen en door vertraging agv stikstofproblematiek .

75%

500.000

7%

6

Standaard risico met betrekking tot de Participatiewet: 1. Hogere lasten dan begroot omdat het aantal uitkeringsgerechtigden minder hard daalt dan het landelijk gemiddelde. 2. Tegenvallende inkomsten van het Rijk.

25%

500.000

7%

7

Kosten voor klimaatopgave

50%

300.000

4%

8

Kosten van personele inzet. Door nieuwe, vaak meer flexibele taken, is huidige personele inzet vaak niet voldoende. Dit i.c.m. krapte op arbeidsmarkt.

75%

250.000

3%

9

Implementatie Omgevingswet

75%

250.000

3%

10

Minima- en armoedebeleid: hogere kosten agv economische ontwikkelingen

50%

200.000

3%

11

Meerkosten als gevolg van hoge inflatie en CAOontwikkelingen.

50%

200.000

3%

12

Overige risico's (stelpost)

10%

250.000

3%

7.450.000

100%

Totaal risicoprofiel 2024:

Toelichting op de kolommen De kolom “risico” bevat de omschrijvingen van risico's (gebeurtenissen) die kunnen leiden tot een (nadelig) financieel gevolg. De waarschijnlijkheid dat de omschreven risico's zich daadwerkelijk voordoen wordt getoond in de kolom “kans”. Via de kolom “financieel gevolg” wordt getoond wat de financiële gevolgen zijn van het zich voordoen van het risico. Dit is een inschatting van het maximale financiële effect van het betreffende risico. De kolom “invloed” geeft aan welk aandeel het betreffende risico heeft in het totaal van alle mogelijke financiële risico's. Zichtbaar is dat de top 5 risico's 68% uitmaken van alle mogelijke risico's. Voor deze paragraaf merken we het totaalbedrag aan als risicoprofiel.

83

Ten opzichte van de jaarrekening 2022 (laatste bijstelling) is de omvang van het risicoprofiel licht toegenomen van afgerond € 7,2 miljoen naar € 7,45 miljoen. De top vijf posten lichten we hierbij kort toe. 1a. Uitkering uit gemeentefonds: onderuitputting rijksuitgaven Het is verstandig om de hoge accressen (toename van het gemeentefonds) naar aanleiding van de mei- en septembercirculaire 2022 te matigen met een percentage voor onderuitputting. Er is namelijk sprake van een uitzonderlijk hoog accres en het is nog maar de vraag of het Rijk erin slaagt om de begrote uitgaven in de komende jaren te realiseren. In het kader van de ‘trap op, trap af’ – systematiek is dit een financieel risico. In de berekening van deze risicopost gaan we uit van 15% (is afgerond € 1,5 miljoen) op de berekende hogere algemene uitkering in 2023 (ongewijzigd t.o.v. jaarstukken 2022). Beheersmaatregel: Strak monitoren en waar mogelijk pro-actief acteren in onze eigen begroting door het maken van (beleids)keuzes. 1b. Uitkering uit gemeentefonds: nieuwe systematiek gemeentefonds Op basis van de huidige systematiek groeit het gemeentefonds mee met de rijksuitgaven. Vanaf 2026 is dit niet meer het geval. Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota 2023 gezegd dat het gemeentefonds vanaf 2027 geïndexeerd wordt op basis van de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (BBP).

Deze aanpassing in systematiek geeft financiële onzekerheden en kan leiden tot een substantieel lagere uitkering uit het fonds. Over deze ontwikkeling is nog overleg gaande met de VNG. De VNG heeft een zorg uitgesproken over of de nieuwe systematiek de gemeenten de gewenste financiële zekerheid en stabiliteit zal geven. We zien voldoende aanleiding om hiervoor een risicopost van € 1 miljoen op te nemen (ongewijzigd t.o.v. jaarstukken 2022). Beheersmaatregel: Lobby richting het rijk via o.a. de VNG en (lokale) media. 2. Aanvullende bijdragen gemeenschappelijke regelingen / verbonden partijen Bij deze inschatting is ook rekening houden met de risico-inventarisatie van De Connectie. De geïnventariseerde risico’s van DC tellen op tot een risicoscore van € 5.375 duizend. De Connectie heeft niet de beschikking over een (positieve) eigen algemene reserve waarmee algemene risico’s kunnen worden opvangen. Tot het moment dat er bij DC evenwicht is tussen weerstandscapaciteit en risicoprofiel, geldt dat wanneer risico’s zich voordoen waar geen weerstandscapaciteit tegenover staat, de gemeenten hiervoor moeten worden aangesproken. Dit betekent dat de gemeenten hiervoor, pro rata, weerstandscapaciteit moeten organiseren. Op basis van de huidige verdeelsleutel is het aandeel van Rheden 17%, dit komt neer op € 914 duizend van bovengenoemde risicoscore.

Voor de meeste overige GR-en en verbonden partijen zijn de afgelopen jaren weinig substantiële verhogingen van de gemeentelijke bijdragen aan de orde geweest. Voor alle GR-en en verbonden partijen schatten we een risico-bedrag van € 1.000k (ongewijzigd t.o.v. jaarstukken 2022). Beheersmaatregel: Kritisch beoordelen van de begrotingen en uitgaven van de GR’n en nog sterker aandringen op verklaringen nut en noodzaak van de aanpassingen. Indien nodig afname van diensten aanpassen. 3. Hogere uitgaven voor WMO en Jeugdzorg De zorgvraag van inwoners is de afgelopen jaren op onderdelen sterk toegenomen en daarmee ook de kosten voor deze zorg. Tegelijkertijd blijven zorgvragen een onvoorspelbaar karakter dragen in wanneer zij zich gaan voordoen, wat de aard en duur ervan is en tot welk financieel beslag dit leidt. Vanwege de wettelijke zorgplicht en de afgesloten contracten met aanbieders tot en met 2026 is de beïnvloeding hiervan gering. Beheersmaatregel: Monitoren, pro-actief acteren en indien nodig en mogelijk maken van nieuwe keuzes in het proces van het koersdocument sociaal domein.

84

In de kadernota 2024 is gerekend met een ophoging van € 1,9 miljoen o.b.v. indexering zorgkosten met 7,27% (obv destijds beschikbare info). Door de NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) en Ministerie van VWS is later bericht dat dit percentage onjuist c.q. te hoog is en bijgesteld dient te worden. Door de VNG is recent geadviseerd om uit te gaan van 5,52%. In regionaal verband vindt er nog overleg plaats over welke percentage definitief te hanteren, laatstgenoemde % of een % gebaseerd op de NZa-methode. Die bedraagt 6,53%. Dit jaar (Q4-2023) wordt een kostprijs onderzoek uitgevoerd voor diverse zorgvormen en zal er een herijking plaatsvinden wat kan leiden tot een hogere bijstelling van de indexering. 4. Bezuinigingsmaatregelen van het Rijk Het ministerie van financiën heeft begin augustus 2023 een ombuigingslijst opgesteld en deze lijst bevat een overzicht van mogelijkheden om uitgaven te verlagen om daarmee de overheidsfinanciën te verbeteren. Dit overzicht van ombuigingen biedt technische ondersteuning voor politieke keuzes. De maatregelen zijn technisch vorm gegeven. Dit wil zeggen dat bekeken is of de maatregelen technisch mogelijk zijn, zonder daarbij een inhoudelijk of politiek oordeel te geven over de maatregelen. In deze lijst zijn besparingen opgenomen m.b.t. de gemeentelijke financiën.

Dit betreft onder andere: • overhevelen van specifieke uitkeringen naar het gemeentefonds en het afschaffen van het BTW-compensatiefonds (BCF): deze acties zouden gepaard gaan met door te voeren kortingen vanuit de gedachte dat beide voorstellen zouden moeten leiden tot een besparing op gemeentelijke lasten. • toepassen van een generieke korting op het gemeentefonds. Het nieuwe kabinet zal hierover besluiten moeten nemen. Tot die tijd is onduidelijk wat de financiële impact hiervan zal zijn. In het risicoprofiel is hiervoor een bedrag van € 500k opgenomen (nieuwe post t.o.v. de jaarrekening 2022). Beheersmaatregel: Lobby richting het rijk via o.a. de VNG en (lokale) media. 5. Beheer openbare ruimte en vastgoed In de begroting 2023 en in de jaarstukken 2022 hadden we een risicobedrag van € 250K vermeld voor mogelijke meerlasten als gevolg van prijsstijgingen bouwmaterialen en grondstoffen. Door de recente inflatie zal hier nog meer spanning op komen staan. Voor dekking van de kapitaallasten investeringen wegen zetten we de reserve wegen in. Om ook op de langere termijn voldoende dekking te hebben zal de reserve wegen mogelijk op termijn nader gevoed moeten worden. Het risicobedrag in voorliggende paragraaf verdubbeld naar € 500K. Beheersmaatregel: Monitoren, goed budgetbeheer toepassen en waar mogelijk combineren van werkzaamheden om kosten te besparen.

Stelpost overige risico's In deze inventarisatie is een stelpost opgenomen voor diverse overige risico's. Bijvoorbeeld voor mogelijke rekeningtekorten, hogere energielasten en kostenstijgingen bij projecten en grondcomplexen. Deze stelpost is t.o.v. de jaarstukken 2022 bijgesteld naar € 250k vooral naar aanleiding van de in juni 2023 gevormde verliesvoorziening ad € 2,8 miljoen voor project grondcomplex IJssel District.

Beheersingsmaatregelen Uit de beschrijving van de risico's kunt u opmaken dat diverse risico's grotendeels op korte termijn door ons of door ons alleen niet te beïnvloeden zijn. Voor alle risico's geldt dat we sturen op die onderdelen waar we wel direct of samen met anderen invloed op hebben (zgn. beheersing), dat is echter nog geen garantie dat de risico's zich niet voor zullen doen.

85

Het verder uitwerken en implementeren van beheersmaatregelen is onderdeel van het groeiproces om te komen tot een professioneel niveau van risicobeheersing. Onderdeel van dit proces is het opstellen van een 'Nota risicomanagement' die gepland staat voor 2024. In die nota geven we kaders ten aanzien van risicobeheer en leggen we vast hoe we hiermee omgaan. Dit groeiproces moet het mogelijk maken om (meer) bewust om te gaan met risico's en hiervoor in gesprek te gaan welke maatregelen we treffen en welke risico's we accepteren.

Weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit kan op verschillende manieren worden bepaald. Feitelijk komen alle budgetten, ook vrije reserves of bestemmingsreserves waarvan de bestemming nog gewijzigd kan worden, in aanmerking voor de bepaling van de weerstandscapaciteit. Om praktische redenen worden in deze paragraaf alleen de (nog) niet geoormerkte budgetten meegenomen voor de bepaling van de weerstandscapaciteit, deze ziet er daarmee als volgt uit: Tabel: Beschikbare weerstandscapaciteit Dekkingen Risicoreserve (stand PB 2024 01012024) Algemene reserve (stand PB 2024 01012024) Resultaat 2022 (dotatie AR nog te bepalen) Resultaat 2023 (obv 2e berap 2023) Incidentele begrotingsruimte Totale weerstandscapaciteit

Omvang € 3.293.210 € 5.510.657 ntb -/- € 2.892.000 € 45.000 € 5.956.867

Risicoreserve en Algemene reserve Deze beide reserves zijn meegeteld omdat hierop geen nadere verplichtingen rusten. Die verplichtingen zijn afgedekt via de bestemmingsreserve "te besteden gemeentelijke budgetten" en de overige bestemmingsreserves. Resultaat 2022 Bij de vaststelling van de jaarstukken 2022 op 4 juli 2023 heeft de Raad besloten om, in afwachting van nadere bestemming, € 2.411.000 van het totale rekeningresultaat (ad € 3,3 miljoen voordelig) te storten in een 'reserve rekeningresultaat 2022'. Naar verwachting zal over deze bestemming in het najaar 2023 een besluit worden genomen. Dan zal duidelijk worden of er ook een dotatie aan de algemene reserve plaatsvindt. Resultaat 2023 Het saldo van de door uw raad vastgestelde Begroting 2023 bedroeg € 530.000. De Raad heeft op 4 juli 2023 de 1e bestuursrapportage 2023 voor kennisgeving aangenomen en op 26 september 2023 de 2e bestuursrapportage 2023 vastgesteld. In die 2e berap is het verwachte saldo over 2023 bijgesteld naar € 2.892.000 nadelig. Incidentele begrotingsruimte In de begroting 2024 is voor onvoorziene incidentele lasten een budget van € 45.000 geraamd. Dit bedrag is vrij beschikbaar en onderdeel van de weerstandscapaciteit. Onbenutte belastingcapaciteit Bestaand beleid is dat er bij afval en riool al naar 100% kostendekkendheid wordt gestreefd.

Ten aanzien van de onbenutte belastingcapaciteit gaat het dan vooral over de onroerende zaakbelastingen (OZB). Hiervoor geldt als huidig uitgangspunt dat de opbrengst van de OZB 86

jaarlijks met maximaal het verwachte inflatiepercentage wordt verhoogd, tenzij de raad anders besluit al dan niet op voorstel van het college. Om die redenen wordt de onbenutte belastingcapaciteit bij de berekening van de weerstandscapaciteit buiten beschouwing gelaten.

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om de gevolgen van risico's op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en het risicoprofiel. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Tabel: Weerstandsratio Weerstandsratio Totale weerstandscapaciteit

Begroting 2024 € 5.956.867

Risicoprofiel

€ 7.450.000

Weerstandsratio

0,8

Voor een nadere duiding van de ratio kan onderstaande normtabel worden gehanteerd. Tabel: specificatie weerstandsratio Weerstandsratio > 2,0

Betekenis Uitstekend

1,4 - 2,0

Ruim voldoende

1,0 - 1,4

Voldoende

0,8 - 1,0

Matig

0,6 - 0,8

Onvoldoende

< 0,6

Ruim onvoldoende

Conclusie Ten opzichte van de jaarrekening 2022 (laatste actualisatie) is het totaalbedrag risicoprofiel toegenomen en is de weerstandscapaciteit afgenomen. Hierdoor is de weerstandsratio ten opzichte van de jaarrekening 2022 gedaald van 1,7 naar 0,8. Op basis van bovenstaande normtabel kan deze score als 'matig' worden gekwalificeerd. Het is van belang om deze daling van het weerstandsvermogen om te buigen en ervoor te zorgen dat de score weer uitkomt in de categorie 'ruim voldoende'. Dit kan worden gerealiseerd door intensivering van risicobeheer en door het verhogen van de algemene reserve. Hiertoe is het zaak om in komende jaren (nog) meer in te zetten op beheersmaatregelen als onderdeel van risicomanagement en om rekeningoverschotten te realiseren.

Financiële Kengetallen De financiële positie van de gemeente is onder meer te beoordelen aan de hand van een aantal financiële kengetallen. Om ook de vergelijkbaarheid tussen gemeente te bevorderen zijn er met ingang van 2015 door het BBV een vijftal voorgeschreven. De betreffende kengetallen zijn hieronder opgenomen en nader toegelicht.

87

Tabel: Verloop van de kengetallen Financiële kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027 59% 97% 89% 96% 121% 131% 55% 93% 85% 92% 117% 127% 21% 0,18% 1,89% 90%

15% 0% 1,60% 92%

14% 0% 1,1% 92%

14% 0% 0,7% 92%

10% 0% -4,2% 92%

6% 0% -5,7% 92%

Voor de goede orde: bovenstaande kengetallen zijn een resultaat van de cijfers in de meerjarenbegroting op basis van bestaande beleid.

Toelichting Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Normaal ligt de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog (oranje). Hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone (rood). Het bestuur moet er werk van maken om de schuld te verlagen. (Bron: VNG -website). De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio wordt berekend door het totale eigen vermogen te delen door het totaal van de passiva. De structurele exploitatieruimte dient om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een percentage van 0% betekent een sluitende begroting, een positief percentage wil zeggen dat er begrotingsruimte is. Feitelijk biedt het financieel meerjarig perspectief bij de begroting een betere indicatie.

Het kengetal grondexploitatie kan een grote invloed op de financiële positie van een gemeente hebben (zowel positief als negatief). Dit kengetal geeft een indicatie van het relatieve belang van de grondexploitatie. Het percentage is de waarde van bouwgronden in relatie tot de totale baten exclusief de reserves. De jaarlijkse actualisatie van de grondexploitatie geeft overigens een concreter beeld van het verwachte verloop van grondexploitaties. De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen kan worden gerelateerd aan de totale woonlasten. De woonlasten worden bepaald aan de hand van de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met een gemiddelde WOZwaarde. Overigens zegt dit percentage niets over de feitelijke onbenutte belastingcapaciteit, dat is immers een politieke keuze (zie ook de passage hierover bij de weerstandscapaciteit op de vorige pagina's).

Beoordeling van de kengetallen Net zoals bij de bepaling van de weerstandscapaciteit gelden er ook voor deze kengetallen geen harde voorgeschreven normen. Door de Provincie Gelderland is wel een indeling in drie categorieën opgegeven als richtinggevend voor de beoordeling. Aan de categorieën wordt in principe geen kwalificatie gegeven, omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf dient plaats te 88

vinden. Wel kan er worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles, de kengetallen moeten altijd in relatie tot elkaar worden bezien. In onderstaande tabellen is een en ander weergegeven.

Tabel: Ontwikkeling financiële positie Categorie A (minst Handreiking beoordeling risicovol)

Categorie B

Categorie C (meest risicovol)

Netto schuldquote

< 90 %

90 - 130 %

> 130 %

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90 %

90 - 130 %

> 130 %

Solvabiliteitsratio

> 50 %

20 - 50 %

< 20 %

Structurele exploitatieruimte

BEGR en MJB > 0 % BEGR of MJB > 0 %

BEGR én MJB < 0 %

Grondexploitatie

< 20 %

20 - 35 %

> 35 %

Belastingcapaciteit

< 95 %

95 - 105 %

> 105 %

Conclusie De netto schuldquote 2024 bedraagt 89% en valt daarmee in categorie A, maar komt in komende jaren boven de 90% in categorie B terecht en in het laatste begrotingsjaar 2027 boven de 130% en daarmee in de meest risicovolle categorie C. De solvabiliteitsratio is licht gedaald ten opzichte van de vorige begroting (PB2023: 15%) en is nog steeds minder dan 20%. De oorzaak van deze ontwikkeling is gelegen in de flinke omvang van investeringen in komende jaren. Om zowel de schuldquote als de solvabiliteitsratio te verbeteren, is het zaak om ons vreemd vermogen te verminderen en onze algemene reserve op te hogen. Van belang daarbij is om de geplande investeringen minder te gaan financieren door het afsluiten van leningen. Daarvoor is het nodig om structurele begrotingsruimte (overschotten) te creëren, zodat toekomstige kapitaallasten gedekt kunnen worden vanuit de reguliere exploitatie. Op die manier zorgen we voor een betere verhouding tussen ons eigen en vreemd vermogen en daarmee voor een verbetering van onze financiële positie. Een toename van de algemene reserve (door realisatie van rekeningoverschotten) zal moeten leiden tot verbetering van onze vermogenspositie. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn, ook op basis van het bestaande beleid, stabiel en vallen in categorie A.

89

C. Onderhoud Kapitaalgoederen De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor het beheer van de openbare ruimte. De openbare ruimte bestaat uit verschillende kapitaalgoederen (wegen, riolering, groen, openbare verlichting, speelvoorzieningen en gebouwen) welke dienen te worden onderhouden om de continuïteit te kunnen waarborgen. In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in het beleidskader en de financiële consequenties van het onderhoud van kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Het onderhoud van de kapitaalgoederen wordt zoveel mogelijk in samenhang met de diverse projecten uitgevoerd in integrale projecten.

Wettelijke eisen en informatievoorziening In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn de bepalingen opgenomen waaraan de verslaglegging inzake het onderhoud kapitaalgoederen moet voldoen. In de ‘financiële verordening gemeente Rheden’ zijn eveneens bepalingen opgenomen. Daarbinnen zijn met name Artikel 12 van het BBV en Artikel 18 lid 1 en 2 van de Financiële verordening van belang. In de uitwerking van deze paragraaf zijn deze bepalingen als uitgangspunt gehanteerd.

Openbare ruimte De gemeenteraad heeft in 2020 de Beheernota Openbare Ruimte vastgesteld. De Beheernota is de integrale vertaling van de (politieke) visie en het vastgestelde beleid van de gemeente op de openbare ruimte (voor de groene, grijze en blauwe assets) tot een financieel, technisch en kwalitatief uitgangspunt voor de beheerplannen. In 2024 wordt invulling gegeven aan het in 2021 vastgestelde integrale beheerplan en onderliggende beheerplannen. Aan de hand van de Beheernota Openbare Ruimte en het integrale beheerplan openbare ruimte met de daar onderliggende beheerplannen zal de organisatie beter kunnen inspelen op kansen, ontwikkelingen en risico’s. Het is noodzakelijk om in een vroegtijdig stadium inzicht te hebben in de uit te voeren gemeentelijke projecten in de openbare ruimte. Hierdoor is het mogelijk de afzonderlijke planningen van de diverse disciplines op elkaar af te stemmen en prioriteiten hierin te stellen. Een dergelijke afstemming maakt uitvoering van integrale projecten mogelijk. Integrale uitvoering betekent per definitie dat bepaalde werkzaamheden vervroegd of vertraagd worden uitgevoerd ten opzichte van de optimale technische en financiële planning van de afzonderlijke disciplines. Op termijn (cyclische onderhoudsperiode) nivelleert echter dit verschil.

Een integrale planning (“werk met werk maken”) heeft uit financieel en maatschappelijk oogpunt de voorkeur.

Ontwikkelingen De vraag naar uitvoerend personeel, bouwmaterialen en grondstoffen stijgt, waardoor we verwachten dat de prijzen verder door stijgen. In 2024 is de prognose dat de prijzen verder gaan stijgen. In de begroting van 2024 is er rekening gehouden met een stijging. Hieronder wordt per onderwerp ingegaan op kerncijfers, het beleidskader en ontwikkelingen. Indien van toepassing worden ook eventuele risico’s genoemd.

90

Riolering en water Tabel: Kerncijfers riolering en water Aspect Riolering: Infiltratieriool: Persleiding:

Hoeveelheid 243.756 m1 22.547 m1 38.515 m1

Kaders De gemeente heeft een verplichting tot het vaststellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan, op grond van de Wet milieubeheer. Hierin dient verwoord te zijn hoe de gemeente aan haar (wettelijke) zorgplicht, voor een doelmatige inzameling en transport van afval-hemel en grondwater, invulling geeft. Water en riolering zijn verweven met onze omgeving. We hebben de openbare ruimte nodig voor een goed, toekomstbestendig stedelijk waterbeheer. Anderzijds zijn water en riolering nodig om de omgeving goed te laten functioneren. De afvalwaterketen moet bijdragen aan een goede, schone en prettige werk- en leefomgeving met als belangrijkste doel de volksgezondheid. Daarbij moeten de doelen doelmatig worden gerealiseerd tegen minimale kosten. Uw raad heeft in 2020 de beheernota Openbare Ruimte vastgesteld. Op basis van de Beheernota maakt de gemeenteraad een onderbouwde keuze voor integraal beleid en beheer van de openbare ruimte. De gemeenteraad legt hiermee het beleid, de kwaliteit en bijbehorende budgetten vast. De kadernota vormt de basis om het beleid uit te werken tot concreet beheer in het watertakenplan. In december 2022 is het Watertakenplan Olburgen 2023-2027 vastgesteld door de Raad.

Uit te voeren in 2024 •

Uitvoeren geplande maatregelen uit het Watertakenplan Olburgen 2023-2027.

•

Uitvoering geven aan de integrale investeringsprojecten.

Ontwikkelingen Wanneer de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt, worden vele wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals de Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet, geïntegreerd. Dit houdt in dat de wettelijke planverplichting van het GRP komt te vervallen. Met andere woorden, dan komt het GRP niet terug als verplicht programma. Echter bepaalt artikel 3.14 van de Omgevingswet wel dat de gemeente een (onverplicht) gemeentelijk rioleringsprogramma vast kan stellen. Het klimaat heeft grote invloed op het water- en rioolbeheer en op de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. In de Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) hebben alle overheden samen de ambitie vastgelegd om Nederland voor 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Dat het klimaat verandert staat vast, maar het is nog onzeker hoeveel en hoe groot de effecten op het beheer zullen zijn. We nemen klimaatadaptie structureel mee in onze opgaven.

91

Wegen Tabel: Kerncijfers wegen Aspect Asfalt

Hoeveelheid 1.153.298 m2

Elementen

1.280.210 m2

Beton Overig

82.684 m2 45.437 m2

Kaders De gemeenteraad heeft in 2020 de Beheernota Openbare Ruimte vastgesteld. Op basis van de Beheernota en het in 2021 vastgestelde integrale beheerplan maakt de gemeenteraad een onderbouwde keuze voor integraal beleid en beheer van de openbare ruimte. De gemeenteraad legt hiermee het beleid, de kwaliteit en bijbehorende budgetten vast.

Planning uit te voeren in 2024 • • •

Groot onderhoud conform jaarplanning; Klein onderhoud conform jaarplanning (klachtenonderhoud maakt hier deel van uit, uitvoering deels door Buurtbeheer gemeente Rheden deels door aannemers); Uitvoering geven aan de integrale investeringsprojecten vanuit met name het Watertakenplan Olburgen 2023-2027.

Openbare Verlichting Tabel: Kerncijfers openbare verlichting Aspect Lichtmasten Armaturen Lichtbronnen

Hoeveelheid 7.339 stuks 7.456 stuks 7.456 stuks

Planning uit te voeren in 2024 Implementatie van het in 2021 vastgestelde beleidsplan openbare verlichting. Hierbij gaan we voor een duurzamer beheer van onze OVL en gaan we door met het verdere verlaging van het energieverbruik van de OVL. • In 2024 is circa 79 % van de gemeente Rheden in duurzame energiebesparende verlichting ten opzichte van 75 % in 2023. Tevens gaan we verder met de uitrol naar 100% duurzame verlichting wat we uiterlijk in 2031 gerealiseerd willen hebben; • Klein en groot onderhoud conform jaarplanning (klachtenonderhoud maakt hier deel van uit, uitvoering door aannemer); • Uitvoering, zover van toepassing, geven aan de integrale investeringsprojecten zoals aangeven bij water en riolering.

92

Risico’s Door het uitvoeren van de grootschalige vervanging zijn de risico’s teruggebracht naar het geringe niveau van een defecte lamp. Wel zien we meer en meer dat het (verouderde) net van Liander storingen veroorzaakt waardoor het lijkt alsof de verlichting stuk is maar de oorzaak in het net moet worden gezocht.

Ontwikkelingen De armaturen en masten die worden vervangen zijn vanaf 2021 100% circulair. Vanwege de vervanging is er een besparing op energieverbruik te verwachten voor 2024.

Groen en spelen Tabel: Kerncijfers groen en spelen Aspect Openbaar groen Bomen (in de openbare ruimte) Speelplaatsen Speeltoestellen

Hoeveelheid 159 ha 14.113 st 95 st 452 st

Kaders De gemeenteraad heeft in 2020 de Beheernota Openbare Ruimte vastgesteld. Op basis van de Beheernota en het in 2021 vastgestelde integrale beheerplan maakt de gemeenteraad een onderbouwde keuze voor integraal beleid en beheer van de openbare ruimte. De gemeenteraad legt hiermee het beleid, de kwaliteit en bijbehorende budgetten vast.

Uit te voeren in 2024 • • •

Uitvoering geven aan de integrale projecten vanuit met name het Watertakenplan Olburgen 2023-2027. Op basis van inspecties en meerjaren-onderhoudsplanning wordt per jaar een jaarprogramma groen en spelen uitgevoerd. Uitvoering geven aan het speelbeleid Buiten spelen en sporten in Rheden 2022-2026.

Ontwikkelingen In 2024 continueren wij het proces om ons openbaar groen klimaatbestendiger in te richten en beheren. Het proces richt zich op gebruik van plantsoorten en het verwerken van groenafval. Duurzaamheid en circulariteit hangen hiermee samen. Een ontwikkeling die we de laatste jaren zien is de toename van het groenareaal. Dit heeft meerdere oorzaken. Nieuwbouw, minder verharding en percelen die uit de pacht komen.

93

Gebouwen Tabel: Gebouwen Soort

Locatie

Adres

1 Beleidsvolgend vastgoed Sport Sporthal De Dumpel

Gruttostraat 14 Velp

Gymzaal Jan Luijkenlaan

Jan Luijkenlaan 2-a Velp

Sporthal De Hangmat

IJsselsingel 9 Rheden

Openluchtbad Rheden

IJsselsingel 9 Rheden

Gymzaal Bloemershof

Burg. Bloemerstraat 3 Dieren

Sporthal Theotorne

Ericaplein 3 Dieren

Gymzaal Huijgenslaan

Huijgenslaan 44 Dieren

Kleedruimte De Pinkenberg

De Pinkenberg 5-a Rozendaal

Biljoenbad

Gruttostraat 3 Velp

WIK gebouw

IJsselsingel 95 Rheden

De Kroeseboom

Haverweg16/16a Rheden

Kon. Emmaschool

Hogestraat 31 Dieren

Onderwijs

Dorpshuizen MFA Het Kasteel

Heeckerenstraat 201 Velp

MFA Van Voorhuizenschool

Schoolstraat 12 Velp

MFA Nieuw Bergstein

Binnenweg 40-a Ellecom

MFA De Oase

Ericaplein 1 Dieren

De Bundel (bibliotheek Dieren)

Ericaplein 5 Dieren

Den Heuvel 32 (bibliotheek Velp)

Den Heuvel 32 Velp

Openluchttheater De Pinkenberg

De Pinkenberg 6 Rozendaal

Muziektent Velp

Overbeeklaan 7 Velp

Muziektent Rheden

Havelandseweg 90 Rheden

Muziektent Ellecom

Binnenweg 40c Ellecom

Muziektent Spankeren

Kerkplantsoen 2 Spankeren

Muziektent Laag-Soeren

Bosrichterlaan 1 Laag-Soeren

Parkeergarage Dieren

Hardewijkerweg 2 Dieren

Brandweergarage Velp

Noorder Parallelweg 21 Velp

Brandweergarage Rheden

Worth Rhedenseweg 66 Rheden

Brandweergarage Dieren

Burg. Bloemerstraat 1 Dieren

Cultuur

Parkeren Brandweer

Cultureel erfgoed Kerktoren NH-kerk Oude Jan Velp

Kerkstraat 56 Velp

Kerktoren NH-kerk Rheden

Dorpsstraat 51 Rheden

Kerktoren NH-kerk Ellecom

De Friedhof 6 Ellecom

Kerktoren NH-kerk Spankeren

Kerkweg 2 Spankeren

Poort Overbeek

Overbeeklaan ong. Velp

Gemaal De Volharding

Lathumseweerweg 2 Velp

Emmapyramide Velp

Kluizenaarsweg ong. Rozendaal

94

Veerwachtershuisje Dieren

Aan ’t Veer 1 Dieren

Israëlische begraafplaats

Bernard Zweerslaan 1 Dieren

Priesnitzmonument

Priesnitzlaan 25 Laag-Soeren

2 Eigen huisvesting Gemeentehuis De Steeg

Hoofdstraat 3 De Steeg

Gemeentewerf Velp

Biljoen 8-10 Velp

Gemeentewerf Dieren

Meidoornlaan 2 Dieren

Begraafplaats Heiderust

Lentsesteeg 21 Rheden

Begraafplaats Imboslaan

Imboslaan 63 Dieren

Begraafplaats Harderwijkerweg

Harderwijkerweg 3 Dieren

3 Overig vastgoed Woning sportpark Velp

De Pinkenberg 5 Rozendaal

Woning Heiderust

Lentsesteeg 21 Rheden

Koepel De Kaap

Beekhuizenseweg 2 Rheden

Woning Sportpark

IJsselsingel 89 Rheden

Woning Sportpark

Adm. Helfrichlaan 97 Dieren

Bedrijfsruimte

Adm. Helfrichlaan 97-a Dieren

Woning

Kappersweg 1 Spankeren

Woonwagenstandplaats

Van Aldenburglaan 38 De Steeg

Woonwagenstandplaats

Van Aldenburglaan 40 De Steeg

Bedrijfspand

Stationsplein 32 Dieren

Bedrijfspand

Spoorstraat 56 Dieren

Woning

Jan Luijkenlaan 2 Velp

Evenementen- en marktaansluitingen

9 evenementenkasten

Onderhoud vastgoed Er wordt voor het planmatig onderhoud gewerkt met een voorziening, genaamd “Onderhoud vastgoed”. De meerjarenonderhoudsplannen worden vierjaarlijks geactualiseerd. Het onderhoud is aanbesteed zodat de continuïteit en de kwaliteit van het onderhoud gewaarborgd blijft. Er vindt een jaarlijkse actualisatie van plaats van de verkochte en nieuwe panden vastgoedportefeuille, met een actualisatie van de onderhoudsbudgetten.

Uit te voeren in 2024 • • • • •

Onderhoud conform jaarplanning Verduurzaming Theothorne Verduurzamingsplan op hoofdlijnen inclusief uitvoeringsplan Huisvestingsplan voor de organisatie Portefeuilleplan waarin de huisvesting van de beleidsdoelen is geborgd

Ontwikkelingen Er wordt gewerkt aan een energieneutrale vastgoedportefeuille in 2040. We werken ook aan duurzame huisvesting van onze eigen organisatie en zorgen we voor een bestendige en toekomstgerichte vastgoedportefeuille

95

D. Financiering In de paragraaf financiering wordt de financieringsfunctie uiteengezet. In de financiële verordening is opgenomen dat het college zorgdraagt voor de uitoefening van de financieringsfunctie. De kaders daarvoor zijn vastgelegd in het treasurystatuut, vastgesteld in 2014. Deze paragraaf bevat o.a. de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente wordt toegerekend. Daarnaast geeft het inzicht in de financieringsbehoefte van de gemeente. In deze paragraaf zijn de volgende onderdelen opgenomen: • Algemene ontwikkelingen • Doelstelling van de treasuryfunctie • Risicobeheer treasuryfunctie • Beleid inzake financiering en financieringspositie • Rentemethodiek

Algemene ontwikkelingen Rente ontwikkeling De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de centrale banken. De rente is in 2023 weer gestegen, de verwachting is dat de rente in 2024 op het niveau van 2023 zal blijven. Voor de renteberekening 2024 is hier van uitgegaan.

Langlopende leningen In 2024 zullen een tweetal langlopende leningen aflopen. Deze zullen voor het volledige bedrag worden hergefinancierd. Dit gaat om een totaal van 20.500.000. Door het herfinancieren van deze leningen voldoet de gemeente aan de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet is het maximale bedrag dat de gemeente met kort geld mag lenen.

Kasgeldleningen Voor kortlopende financieringsbehoefte kan de gemeente een kasgeldlening afsluiten. In de huidige situatie wordt bij een kasgeldlening lage rente gehanteerd.

Omslagrente Als gevolg van de oplopende rente bij langlopende leningen is de omslagrente in de begroting 2024 berekend op 2,067%. Zie voor een nadere toelichting het onderdeel "Rentemethodiek".

Doelstelling treasuryfunctie Aantrekken van middelen Bij het aantrekken van middelen wordt gestreefd naar het optimaliseren van de renteresultaten en het beperken van renterisico’s. De looptijd van nieuw aan te trekken leningen worden afgestemd op de actuele rente ontwikkeling en de verwachte liquiditeitsbehoefte.

96

Verstrekking van leningen en garantstellingen Ingevolge de Wet FIDO kan de gemeente slechts leningen en garanties verstrekken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak. De gemeente Rheden hanteert bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak de volgende uitgangspunten: a) de activiteit waarvoor een lening of garantie wordt gevraagd dient bij te dragen aan de realisering van één of meerdere voor de gemeente Rheden maatschappelijk relevant geachte doelstellingen, blijkende uit beleidsplannen en/of de begroting. b) de kredietrisico’s dienen aanvaardbaar te zijn. Het college zal hiervoor een schriftelijk advies vragen van een intern- en/of extern financieel deskundige over de kredietwaardigheid van de aanvrager; c) de aanvrager heeft schriftelijk verklaard dat de benodigde financiering niet kon worden verkregen bij derden in de vorm van subsidies etc.; d) de aanvrager heeft schriftelijk aangetoond in het bezit te zijn van alle eventueel voor de activiteit noodzakelijke (publiekrechtelijke en onherroepelijke geworden) vergunningen en eventueel benodigde privaatrechtelijke toestemmingen; e) de aanvrager verleent medewerking aan de door de gemeente geëiste voorwaarden, waaronder de lening c.q. garantstelling tot stand zal komen.

Deze voorwaarden betreffen onder meer de beperking van de financiële risico’s voor de gemeente, onder meer door het –zo mogelijk- vestigen van een zakelijk zekerheidsrecht (b.v. hypotheekrecht), een looptijd van de lening of garantstelling van maximaal 15 jaar na ondertekening van de overeenkomst, een vooraf bepaald aflossingsschema en de informatieplicht bij het niet nakomen van de betalingsplicht; f) het college verleent geen medewerking aan een aanvraag voor een lening of garantie van een winst beogende (commerciële) instelling’, als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de Vennootschapsbelasting. In bijzondere omstandigheden, dan wel onbillijkheden van overwegende aard, kan het college van deze voorwaarde afwijken. g) Voor het begrotingsjaar 2023 wordt uitgegaan van een maximale hoofdsom van leningen en garanties van € 1.000.000 welke door het college mag worden aangegaan. Het is het college niet toegestaan om dit budget te overschrijden, zonder instemming van de raad. Wij nemen, gelet op bovengenoemde voorwaarden, een beslissing of we zullen meewerken aan het verstrekken van een lening of een garantie. We stellen de aanvrager van de lening of garantstelling schriftelijk in kennis van (de argumenten van) het genomen besluit. Uw raad zal vooraf in kennis worden gesteld bij het verstrekken van leningen of garantstellingen voor een bedrag hoger dan € 250.000 per aanvraag.

Wij zullen in deze gevallen in onze besluitvorming de zienswijze van de raad meenemen.

Risicobeheer treasuryfunctie Hieronder wordt een analyse gegeven van de risicoaspecten die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie binnen de gemeente Rheden. Wij gaan daarbij in op de renterisico’s, kredietrisico’s, en debiteurenrisico.

Renterisico’s Voor het renterisicobeheer worden de normen gehanteerd conform de Wet FIDO. Het gaat hierbij om de kasgeldlimiet, waarbij een beperking wordt opgelegd aan de omvang van de netto vlottende schuld én de renterisiconorm. De renterisiconorm bepaalt het maximum aan leningen met een rente typische looptijd van één jaar of langer die geherfinancierd moeten worden of waarvan de rente herzien moet worden. Deze normen zijn ingesteld om de invloed van rentewijzigingen op het resultaat te beperken. Hieronder wordt een berekening gegeven van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

97

Tabel: Berekening kasgeldlimiet Post(bedragen x € 1.000) Begrotingstotaal (bedrag) Toegestane kasgeldlimiet (percentage) Kasgeldlimiet (bedrag)

2024 149.773 8,5% 12.731

De kasgeldlimiet geeft de maximale omvang van de netto vlottende schuld aan. De netto vlottende schuld is het saldo van rekening courant kredieten en tegoeden, het kasgeld en de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rent typische looptijd van korter dan één jaar. Indien 3 kwartalen achtereen de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder (de provincie) geïnformeerd worden en een plan worden ingediend. Wanneer de netto vlottende schuld boven de kasgeldlimiet uitkomt, wordt door omzetting naar een langlopende lening ruimte gecreëerd. Door middel van een goede planning en monitoring wordt de kasgeldlimiet bewaakt.

Tabel: Berekening renterisiconorm Post (bedragen x € 1.000) 1. Renteherzieningen

2024 0

0

0

0

2. Aflossingen 3. Renterisico (=1+2) 4a. Begrotingstotaal 4b. Percentage cf. ministeriële regeling 4. Renterisiconorm (=4ax4b) 5. Ruimte binnen de norm (=4 -3)

20.500 20.500 149.773 20% 29.955 9.455

0 0 151.466 20% 30.293 30.293

15.000 15.000 152.086 20% 30.417 15.417

20.000 20.000 151.299 20% 30.260 10.260

2025

2026

2027

De renterisiconorm geeft de som aan van het bedrag aan vaste schuld waarvan de rente mag worden herzien of het bedrag dat in aanmerking komt voor herfinanciering. Hiermee wordt nagestreefd dat de vaste leningenportefeuille zodanig gespreid is dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren zijn verdeeld. De renterisiconorm is vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Het renterisico wordt berekend door te bepalen welk deel van de portefeuille aan vaste schuld in enig jaar geherfinancierd moet worden door het aangaan van nieuwe leningen én voor welk deel van de vaste schuld op basis van de leningsvoorwaarden de rente wordt herzien. Het aldus berekende bedrag geeft dan het bedrag aan waarover renterisico’s worden gelopen.

Kredietrisico’s Kredietrisico’s worden gelopen bij het uitzetten van overtollige middelen en het verstrekken van leningen en garantstellingen. Kredietrisico’s worden beperkt door de eisen die de Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) stelt aan tegenpartijen en producten op de geld- en kapitaalmarkten en door de specifieke eisen die de gemeente stelt aan de partij waaraan middelen worden verstrekt. De verwachting is dat er in 2024 geen overtollige middelen worden uitgezet. Eventuele tijdelijke overtollige kasmiddelen zullen worden uitgezet conform de wettelijke kaders inzake het schatkistbankieren. Op de reeds verstrekte leningen is het risico minimaal gezien de geldnemers en de looptijd. Het gaat hier een achtergestelde lening aan Alliander, AV Gelre, Starterslening VROM, SVN duurzaamheids-leningen en SVN blijvers leningen. Begin 2023 bedraagt het saldo ca. € 5,2 miljoen.

98

Daarnaast neemt de gemeente Rheden deel in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Middels een achtervangovereenkomst staat de gemeente per 31-12-2022 garant voor ca. € 211,1 miljoen aan leningen die zijn verstrekt aan woningcorporaties. Gezien de vermogenspositie van het WSW, de goede controle en toetsing door dit fonds en de spreiding van de risico’s over de deelnemende gemeenten en het feit dat er nog nimmer een beroep op de achtervang is gedaan, is dit als een zeer laag risico te kwalificeren.

Debiteurenrisico’s De debiteuren worden in de balans gewaardeerd tegen nominale waarde, onder aftrek van een voorziening voor dubieuze debiteuren. Periodiek worden de posten beoordeeld op inbaarheid. Eventuele oninbare vorderingen worden afgeboekt ten laste van de voorziening. De hoogte van deze voorziening wordt jaarlijks bij de jaarrekening opnieuw vastgesteld.

Beleid inzake financiering en financieringspositie De financieringskosten worden in de begroting 2024 en de meerjarenraming 2024-2027 opgenomen op basis van een geactualiseerde middellange financieringsprognose. Hierbij wordt de financieringspositie van de gemeente berekend en over het overschot c.q. tekort rente gecalculeerd. In het volgende overzicht wordt de verwachte financieringsbehoefte weergegeven.

Tabel: Berekening financieringstekort Post (bedragen x € 1.000) Materiële vaste activa Immateriële vaste activa Financiële vaste activa Erfpachtgronden Totaal vaste activa Algemene reserve Bestemmingsreserve Voorzieningen Vreemd vermogen lang Financieringstekort

31-12-2023 128.026 472 5.229 690 134.417

31-12-2024 165.480 435 5.225 690 171.830

8.804 20.834 10.892 100.500 6.613

5.912 19.075 10.873 100.500 35.470

Het verwachte financieringstekort is groter dan de kasgeldlimiet. Onderstaand is een overzicht opgenomen van de financieringsportefeuille voor langlopende leningen.

Tabel: Financieringsportefeuille voor langlopende leningen Jaar (bedrag en x € 1.000) 2023 2018 2023 2023

Looptijd

Rente

Jaar laatste aflossing

10 10 5 5

3,48% 1,26% 3,35% 3,35%

2028 2028 2028 2028

Stand 1-12024

10.000 15.000 5.000 5.000

Aflossing

Herfinanciering/ extra lening

Stand 3112-2024

10.000 15.000 5.000 5.000

99

2019 2019 2021 2021 2022 2023

5 5 5 6 5 PM

0,265% -0,01% -0,26% -0,20% 2,62% PM

2024 2024 2026 2027 2027 PM

12.500 8.000 15.000 10.000 10.000 10.000 100.500

12.500 8.000

12.500 8.000

20.500

20.500

12.500 8.000 15.000 10.000 10.000 15.000 100.500

Rentemethodiek Met ingang van het begrotingsjaar 2017 worden de rentelasten toegerekend aan de taakvelden. Bij de toerekening van de rentelasten is de rente-omslag-methode voorgeschreven. Het totaal van de rentelasten wordt omgeslagen over het geheel van de investeringen. Als rentelasten worden beschouwd: ▪ Voor de externe financiering: het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen en de kortlopende financiering minus de renteopbrengsten van overtollige middelen. ▪ Voor de interne financiering: de bespaarde rente over de reserves en voorzieningen. Door toepassing van de rente-omslag-methode worden de rentelasten op basis van de stand van de investeringen toegerekend aan de taakvelden in de programmabegroting. De gedachte achter het toerekenen van bespaarde rente over de reserves en voorzieningen is dat het voor de kostprijsberekening niet uitmaakt of hiervoor externe financiering is aangetrokken of dat dit uit eigen middelen gefinancierd is. Voor 2024 bedraagt het voorgecalculeerde omslagpercentage 2,067%.

Tabel: Berekening omslag rente Post (bedragen x € 1.000) Externe rentelasten Externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente minus: Rente doorberekend aan de grondexploitatie Saldo door te rekenen rente plus: Rente over eigen vermogen per 1-1 Rente over voorzieningen Saldo aan taakvelden toe te rekenen rente *)

Bedrag 1.775 20 1.755

Rente omslag (= toe te rekenen rente/waarde vaste activa per 1-1 *) Inclusief taakveld Overhead

2,067%

6 1.749 581 134 2.464

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=d3bd8797-1a59-44f4-b4c5-ab165e534ff9