Programmabegroting 2023-2026 (22.80)
Tekst van het document
Risicoprofiel Ten opzichte van de jaarrekening 2021 is het profiel geactualiseerd. In onderstaande tabel zijn de risico's weergegeven.
76
Tabel: Risico-inventarisatie PB 2023 nr. Risico
Kans
Financieel Invloed gevolg
1
Lagere algemene uitkering uit gemeentefonds
50%
1.500.000
24%
2
Aanvullende bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen / verbonden partijen i.v.m. mogelijke negatieve exploitatie.
25%
1.000.000
16%
3
Standaard risico met betrekking tot de Participatiewet: 1. Hogere lasten dan begroot omdat het aantal uitkeringsgerechtigden minder hard daalt dan het landelijk gemiddelde. 2. Tegenvallende inkomsten van het Rijk.
50%
750.000
12%
4
Kosten voor klimaatopgave
50%
600.000
9%
5
Door nieuwe, vaak meer flexibele taken, is huidige personele inzet vaak niet voldoende.
75%
500.000
8%
6
Mogelijke hogere uitgaven voor jeugdzorg. De budgetten hiervoor zijn bijgesteld, maar de kans bestaat dat een nadere bijstelling nodig zal zijn.
50%
500.000
8%
7
Kosten implementatie Omgevingswet
25%
250.000
4%
8
Beheer openbare ruimte: mogelijke meerlasten als gevolg van prijsstijgingen bouwmaterialen en grondstoffen.
50%
250.000
4%
9
Overige risico's (stelpost)
10%
1.000.000
16%
6.350.000
100%
Nog te kwantificeren risico's (pm-ramingen): Meerkosten voor re-integratie (o.a. loonkostensubsidie) Nationaal plan onderwijs en IHP Meerkosten Wmo (o.a. woon- en vervoersvoorzieningen) Meerkosten armoedebestrijding (oa schuldhulpverlening) Nieuwe economische visie en uitvoeringsprogramma Mogelijke kosten opvang statushouders / vluchtelingen Mogelijke verliesgevende grondcomplexen Onvoorziene ontwikkelingen (zoals de Corona-pandemie)
Totale inschatting risico's:
Toelichting op de kolommen De kolom “risico” bevat de omschrijvingen van het risico (gebeurtenis) die kan leiden tot een (nadelig) financieel gevolg. De waarschijnlijkheid dat de omschreven risico's zich daadwerkelijk voordoen wordt getoond in de kolom “kans”. Via de kolom “financieel gevolg” wordt getoond wat de financiële gevolgen zijn van het zich voordoen van het risico. Dit is een inschatting van het maximale financiële effect van het betreffende risico. De kolom “invloed” geeft aan welk aandeel het betreffende risico heeft in het totaal van alle mogelijke financiële risico's. Zichtbaar is dat de top 5 risico's 69% uitmaken van alle mogelijke risico's.
77
Ten opzichte van de jaarrekening 2021 (laatste bijstelling) is de omvang van het risicoprofiel toegenomen van afgerond € 5,2 miljoen naar € 6,4 miljoen. De top vijf posten lichten we hierbij kort toe. Onderaan deze paragraaf zijn enkele beheersingsmaatregelen opgenomen. 1. Lagere algemene uitkering Het is verstandig (ingegeven vanuit de systematiek “trap op, trap af”) om de hoge accressen (toename van het gemeentefonds) naar aanleiding van de mei- en septembercirculaire 2022 te matigen met een percentage voor onderuitputting. Er is namelijk sprake van een uitzonderlijk hoog accres en het is nog maar de vraag of het Rijk erin slaagt om de begrote uitgaven in de komende jaren te realiseren. In de berekening van deze risicopost gaan we uit van 15% op de berekende hogere AU in 2023. 2. Aanvullende bijdragen gemeenschappelijke regelingen / verbonden partijen Het risicobedrag voor dit onderdeel is verhoogd van € 250k (jaarrekening 2021) naar € 1.000k. Deze forse verhoging komt vooral doordat we bij deze inschatting nu ook rekening houden met de risico-inventarisatie van De Connectie (meest recent uit de Jaarstukken 2021 van De Connectie). De geïnventariseerde risico’s van DC tellen op tot een risicoscore van € 4.837.500. De Connectie heeft niet de beschikking over een (positieve) eigen algemene reserve waarmee algemene risico’s kunnen worden opvangen.
Tot het moment dat er bij DC evenwicht is tussen weerstandscapaciteit en risicoprofiel, geldt dat wanneer risico’s zich voordoen waar geen weerstandcapaciteit tegenover staat, de gemeenten hiervoor moeten worden aangesproken. Dit betekent dat de gemeenten hiervoor, pro rata, weerstandscapaciteit moeten organiseren. Op basis van de huidige verdeelsleutel is het aandeel van Rheden 17%, dit komt neer op € 822k van bovengenoemde risicoscore. Voor de meeste overige GR-en en verbonden partijen zijn de afgelopen jaren weinig substantiële verhogingen van de gemeentelijke bijdragen aan de orde geweest. Voor alle GR-en en verbonden partijen schatten we een risico-bedrag van € 1.000k. 3. Participatiewet Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. In lijn met de kadernota 2023 is de financiële bijstelling van de BUIG budgetneutraal in deze begroting 2023 verwerkt. Dat wil zeggen dat de lagere rijksbijdrage volledig is vertaald naar een verlaging van de uitkeringslasten. De mogelijkheid bestaat dat de uitstroom hierbij achterblijft en de uitkeringslasten toch hoger uitvallen. Het risicobedrag stellen we op € 750k (gebaseerd op een eerdere inschatting van de verwachte effecten m.b.t.
dit onderwerp in de Zomerrapportage 2022). 4. Klimaatopgave Bij programma Leefomgeving maken we melding van diverse werkzaamheden die nodig zijn voor borging van de klimaatopgave. Zie o.a. bij onderdeel 'Energie - en warmtetransitie'. Voor een structurele aanpak zijn op dit moment nog onvoldoende middelen beschikbaar. In afwachting van verdere uitwerking en informatie over mogelijke toekomstige rijksmiddelen, nemen we voor dit onderwerp een risicopost op van € 600k gebaseerd op de inventarisatie bij de Kadernota 2023. 5. Personele inzet Onze organisatie is continu in ontwikkeling. Onderdeel hiervan is het optimaliseren van beleid(sopgaven) en benodigd formatiebudget. Ziekteverzuim en openstaande vacatures in combinatie met de ‘krapte‘ op de arbeidsmarkt zorgen voor een hoge werkdruk. Dit heeft zijn weerslag op onze organisatie. Enerzijds formatief maar ook financieel. Ook de korte opzegtermijn leidt tot (langere dure) inhuur totdat openstaande vacatures zijn vervuld en dus extra kosten. Recentelijk hebben we, zoals aangekondigd in de kadernota 2023, een inventarisatie uitgevoerd m.b.t. de formatieve en financiële consequenties gerelateerd aan de professionalisering van onze organisatie. In voorliggende begroting zijn voor 2023 t/m 2026 middelen gereserveerd voor (gedeeltelijke) invulling van de betreffende functies.
Voor 2023 nemen we een risicobedrag op van € 500k (was € 250k in jaarrekening 2021). Dit risico loopt in komende jaren af als gevolg van 78
verhoogde budgetten voor 'professionaliseren organisatie' (zie hoofdstuk 'Financieel perspectief' in deze programmabegroting). In deze inventarisatie is een stelpost opgenomen voor diverse overige risico's. Bijvoorbeeld voor mogelijke rekeningstekorten, hogere energielasten en kostenstijgingen bij diverse projecten. Deze stelpost is opgehoogd van € 500k naar € 1 miljoen. Deze verhoging is ingegeven door de recente macro-economische en geopolitieke ontwikkelingen. Gebleken is dat we relatief snel geconfronteerd kunnen worden met nadelige financiële effecten. Daarnaast maken we melding van nog nader te kwantificeren risico's, zoals mogelijke meerkosten voor re-integratie, onderwijs en armoedebestrijding.
Beheersingsmaatregelen Uit de beschrijving van de risico's kunt u opmaken dat diverse risico's grotendeels door ons niet te beheersen zijn omdat ze buiten onze invloedssfeer liggen, dat geldt vooral voor de risico's 1, 2, 6 en 8. Voor alle risico's geldt dat we sturen op die onderdelen waar we wel invloed op hebben, dat is echter nog geen garantie dat de risico's zich niet voor zullen doen. Het verder uitwerken en implementeren van beheersmaatregelen is onderdeel van het groeiproces om te komen tot een professioneel niveau van risicobeheersing. Onderdeel van dit proces is het opstellen van een Nota risicomanagement die gepland staat voor 2024. In die nota geven we kaders ten aanzien van risicobeheer en leggen we vast hoe we hiermee omgaan. Dit groeiproces moet het mogelijk maken om bewust om te gaan met risico's en hiervoor in gesprek te gaan welke maatregelen we treffen en welke risico's we accepteren. In onderstaande tabel geven we m.b.t. een aantal risico's een eerste aanzet op welke wijze getracht wordt ze te beheersen. Tabel: Beheersmaatregelen Beheersmaatregelen Nr. 1
Maatregelen
3
Adequate verwerking van circulaires Ministerie BZK over het gemeentefonds en waar mogelijk anticiperen op verwachte ontwikkelingen en vertalen in meerjarenbegroting. Zorgen voor een realistische begroting en tijdige tussentijdse rapportages. Continue monitoring van de dienstverlening om knelpunten tijdig te signaleren en op te lossen. Aanvullende inspanningen om de instroom te beperken en uitstroom te verhogen.
4
Werkzaamheden m.b.t. klimaatopgave afstemmen op beschikbare rijksmiddelen.
5
Continue afweging in mate van uitvoering en prioritering van taken.
2
Weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit kan op verschillende manieren worden bepaald. Feitelijk komen alle budgetten, ook vrije reserves of bestemmingsreserves waarvan de bestemming nog gewijzigd kan worden, in aanmerking voor de bepaling van de weerstandscapaciteit. Om praktische redenen worden in deze paragraaf alleen de (nog) niet geoormerkte budgetten meegenomen voor de bepaling van de weerstandscapaciteit, deze ziet er daarmee als volgt uit:
79
Tabel: Beschikbare weerstandscapaciteit Dekkingen Risicoreserve (stand PB 2023 01012023)
Omvang € 3.293.210
Algemene reserve (stand PB 2023 01012023)
€ 8.781.249
Resultaat 2022 (Q2-rapportage 2022)
€ 2.053.000
Incidentele begrotingsruimte
€ 45.000
Totale weerstandscapaciteit
€ 14.172.459
Algemene reserve De algemene reserve is meegeteld omdat hierop geen nadere verplichtingen rusten. Die verplichtingen zijn afgedekt via de bestemmingsreserve "te besteden gemeentelijke budgetten" en de overige bestemmingsreserves. Om die reden komt ook de (vrij te besteden) algemene reserve in aanmerking voor de berekening van de weerstandscapaciteit.
Onbenutte belastingcapaciteit Bestaand beleid is dat er bij afval en riool al naar 100% kostendekkendheid wordt gestreefd. Ten aanzien van de onbenutte belastingcapaciteit gaat het dan vooral over de OZB. Hiervoor geldt als huidig uitgangspunt dat maximaal de inflatiecorrectie wordt gehanteerd. Om die redenen wordt de onbenutte belastingcapaciteit bij de berekening van de weerstandscapaciteit buiten beschouwing gelaten omdat deze door dat uitgangspunt momenteel feitelijk niet aanwezig is. Voor de hoogte van de OZB geldt overigens ook geen voorgeschreven norm, behalve bij een eventuele “artikel 12-aanvraag”, dan geldt een normtarief voor de OZB als één van de toelatingseisen. In dat geval dient een gemeente minimaal 20% meer OZB te heffen dan het landelijk gemiddelde. Op basis van die norm bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit voor de gemeente Rheden afgerond € 3 miljoen.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om de gevolgen van risico's op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en het risicoprofiel. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio.
Tabel: Weerstandsratio Weerstandsratio Totale weerstandscapaciteit
Begroting 2023 € 14.172.459
Risicoprofiel
€ 6.350.000
Weerstandsratio
2,2
Voor een nadere duiding van de ratio kan onderstaande normtabel worden gehanteerd.
Tabel: specificatie weerstandsratio Weerstandsratio > 2,0
Betekenis Uitstekend
1,4 - 2,0
Ruim voldoende
1,0 - 1,4
Voldoende
0,8 - 1,0
Matig
0,6 - 0,8
Onvoldoende
< 0,6
Ruim onvoldoende
80
Conclusie Ten opzichte van de jaarrekening 2021 (laatste actualisatie) zijn zowel het risicoprofiel als de weerstandscapaciteit toegenomen. De weerstandsratio is licht gedaald ten opzichte van de jaarrekening 2021, namelijk van 2,3 naar 2,2. Hoewel deze score op basis van bovenstaand normtabel als 'uitstekend' kan worden gekwalificeerd, is deze waardering onvoldoende om ook de solvabiliteit al op het gewenste niveau te brengen. Van belang daarvoor blijft dat we de komende jaren rekeningoverschotten creëren en daarmee onze algemene reserve (lees weerstandscapaciteit) kunnen verhogen.
Financiële Kengetallen De financiële positie van de gemeente is onder meer te beoordelen aan de hand van een aantal financiële kengetallen. Om ook de vergelijkbaarheid tussen gemeente te bevorderen zijn er met ingang van 2015 door het BBV een vijftal voorgeschreven. De betreffende kengetallen zijn hieronder opgenomen en nader toegelicht.
Tabel: Verloop van de kengetallen Kengetallen: Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
R 2021
GB 2022
B 2023
B 2024
B 2025
B 2026
66%
91%
97%
111%
128%
142%
62% 19% 1,80% 0,18% 90%
87% 16% 0,00% 1,60% 90%
93% 15% 0,00% 1,60% 92%
107% 14% 0,00% 2,40% 92%
124% 13% 0,00% 1,70% 92%
138% 10% 0,00% -3,00% 92%
Voor de goede orde: bovenstaande kengetallen zijn een resultaat van de cijfers in de meerjarenbegroting op basis van bestaande beleid.
Toelichting Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Normaal ligt de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog (oranje). Hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone (rood). Het bestuur moet er werk van maken om de schuld te verlagen. (Bron: VNG -website). De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio wordt berekend door het totale eigen vermogen te delen door het totaal van de passiva. De structurele exploitatieruimte dient om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een percentage van 0% betekent een sluitende begroting, een positief percentage wil zeggen dat er begrotingsruimte is. Feitelijk biedt het financieel meerjarig perspectief bij de begroting een betere indicatie.
Het kengetal grondexploitatie kan een grote invloed op de financiële positie van een gemeente hebben (zowel positief als negatief). Dit kengetal geeft een indicatie van het relatieve belang van
81
de grondexploitatie. Het percentage is de waarde van bouwgronden in relatie tot de totale baten exclusief de reserves. De jaarlijkse actualisatie van de grondexploitatie geeft overigens een concreter beeld van het verwachte verloop van grondexploitaties. De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen kan worden gerelateerd aan de totale woonlasten. De woonlasten worden bepaald aan de hand van de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met een gemiddelde WOZwaarde. Overigens zegt dit percentage niets over de feitelijke onbenutte belastingcapaciteit, dat is immers een politieke keuze (zie ook de passage hierover bij de weerstandscapaciteit op de vorige pagina's).
Beoordeling van de kengetallen Net zoals bij de bepaling van de weerstandscapaciteit gelden er ook voor deze kengetallen geen harde voorgeschreven normen. Door de Provincie Gelderland is wel een indeling in drie categorieën opgegeven als richtinggevend voor de beoordeling. Aan de categorieën wordt in principe geen kwalificatie gegeven, omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf dient plaats te vinden. Wel kan er worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles, de kengetallen moeten altijd in relatie tot elkaar worden bezien. In onderstaande tabellen is een en ander weergegeven.
Tabel: Ontwikkeling financiële positie Categorie A (minst Handreiking beoordeling risicovol)
Categorie B
Categorie C (meest risicovol)
Netto schuldquote
< 90 %
90 - 130 %
> 130 %
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 90 %
90 - 130 %
> 130 %
Solvabiliteitsratio
> 50 %
20 - 50 %
< 20 %
Structurele exploitatieruimte
BEGR en MJB > 0 % BEGR of MJB > 0 %
BEGR én MJB < 0 %
Grondexploitatie
< 20 %
20 - 35 %
> 35 %
Belastingcapaciteit
< 95 %
95 - 105 %
> 105 %
Conclusie De netto schuldquote komt door toename van afgesloten leningen boven de 90% in categorie B terecht en in het laatste begrotingsjaar 2026 boven de 130% en daarmee in de meest risicovolle categorie C. De solvabiliteitsratio is licht gedaald ten opzichte van de vorige begroting en is nog steeds minder dan 20%. De oorzaak van deze ontwikkeling is gelegen in de flinke omvang van investeringen in komende jaren. In de periode 2023 tot en met 2026 bedraagt het totaal aan geplande investeringen afgerond € 118 miljoen (zie bijlage investeringen). Om zowel de schuldquote als de solvabiliteitsratio te verbeteren, is het zaak om ons vreemd vermogen te verminderen en onze algemene reserve op te hogen. Van belang daarbij is om de geplande investeringen minder te gaan financieren door het afsluiten van leningen. Daarvoor is het nodig om structurele begrotingsruimte (overschotten) te creëren, zodat toekomstige kapitaallasten gedekt kunnen worden vanuit de reguliere exploitatie. Op die manier zorgen we voor een betere verhouding tussen ons eigen en vreemd vermogen en daarmee voor een verbetering van onze financiële positie. Een toename van de algemene reserve (door realisatie van rekeningoverschotten) zal moeten leiden tot verbetering van onze vermogenspositie.
De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn, ook op basis van het bestaande beleid, stabiel en vallen in categorie A. 82
C. Onderhoud Kapitaalgoederen De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor het beheer van de openbare ruimte. De openbare ruimte bestaat uit verschillende kapitaalgoederen (wegen, riolering, groen, openbare verlichting, speelvoorzieningen en gebouwen) welke dienen te worden onderhouden om de continuïteit te kunnen waarborgen. In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in het beleidskader en de financiële consequenties van het onderhoud van kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Het onderhoud van de kapitaalgoederen wordt zoveel mogelijk in samenhang met de diverse projecten uitgevoerd in integrale projecten.
Wettelijke eisen en informatievoorziening In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn de bepalingen opgenomen waaraan de verslaglegging inzake het onderhoud kapitaalgoederen moet voldoen. In de ‘financiële verordening gemeente Rheden’ zijn eveneens bepalingen opgenomen. Daarbinnen zijn met name Artikel 12 van het BBV en Artikel 18 lid 1 en 2 van de Financiële verordening van belang. In de uitwerking van deze paragraaf zijn deze bepalingen als uitgangspunt gehanteerd.
Openbare ruimte In 2020 is de Beheernota Openbare Ruimte vastgesteld. In 2023 wordt invulling gegeven aan de beheerplannen. De Beheernota is de integrale vertaling van de (politieke) visie en het vastgestelde beleid van de gemeente op de openbare ruimte (voor de groene, grijze en blauwe assets) tot een financieel, technisch en kwalitatief uitgangspunt voor de beheerplannen. Aan de hand van de Beheernota Openbare Ruimte en de beheerplannen zal de organisatie beter kunnen inspelen op kansen, ontwikkelingen en risico’s. Het is noodzakelijk om in een vroegtijdig stadium inzicht te hebben in de uit te voeren gemeentelijke projecten in de openbare ruimte. Hierdoor is het mogelijk de afzonderlijke planningen van de diverse disciplines op elkaar af te stemmen en prioriteiten hierin te stellen. Een dergelijke afstemming maakt uitvoering van integrale projecten mogelijk. Integrale uitvoering betekent per definitie dat bepaalde werkzaamheden vervroegd of vertraagd worden uitgevoerd ten opzichte van de optimale technische en financiële planning van de afzonderlijke disciplines. Op termijn (cyclische onderhoudsperiode) nivelleert echter dit verschil. Een integrale planning (“werk met werk maken”) heeft uit financieel en maatschappelijk oogpunt de voorkeur.
Ontwikkelingen De vraag naar uitvoerend personeel, bouwmaterialen en grondstoffen stijgt, waardoor we verwachten dat de prijzen verder door stijgen. In 2023 is de prognose dat de prijzen verder gaan stijgen. In de begroting van 2023 is er rekening gehouden met een stijging van 3% op groen en 10% op wegen. Wanneer de stijging groter of lager is kan dat leiden tot bijstelling van de beschikbare budgetten voor het beheer en herinrichting van de openbare ruimte. Daarnaast kan er bij leveringen vertraging ontstaan, welke een langere doorlooptijd tot gevolg kunnen hebben. Hieronder wordt per onderwerp ingegaan op kerncijfers, het beleidskader en ontwikkelingen. Indien van toepassing worden ook eventuele risico’s genoemd.
83
Riolering en water Tabel: Kerncijfers riolering en water Aspect Riolering: Infiltratieriool: Persleiding:
Hoeveelheid 243.756 m1 22.547 m1 38.515 m1
Kaders De gemeente heeft een verplichting tot het vaststellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan, op grond van de Wet milieubeheer. Hierin dient verwoord te zijn hoe de gemeente aan haar (wettelijke) zorgplicht, voor een doelmatige inzameling en transport van afvalwater, invulling geeft. Water en riolering zijn verweven met onze omgeving. We hebben de openbare ruimte nodig voor een goed, toekomstbestendig stedelijk waterbeheer. Anderzijds zijn water en riolering nodig om de omgeving goed te laten functioneren. De afvalwaterketen moet bijdragen aan een goede, schone en prettige werk- en leefomgeving met als belangrijkste doel de volksgezondheid. Daarbij moeten de doelen doelmatig worden gerealiseerd tegen minimale kosten. Uw raad heeft in 2020 de beheernota Openbare Ruimte vastgesteld. Op basis van de Beheernota maakt de gemeenteraad een onderbouwde keuze voor integraal beleid en beheer van de openbare ruimte. De gemeenteraad legt hiermee het beleid, de kwaliteit en bijbehorende budgetten vast. De kadernota vormt de basis om het beleid uit te werken tot concreet beheer in het watertakenplan. Het Watertakenplan Olburgen 2023-2027 (voorheen het Gemeentelijk Rioleringsplan) is samen met de partners gemeente Bronckhorst, gemeente Doesburg en het waterschap Rijn en IJssel opgesteld. Deze ligt ter besluitvorming voor in de Raad van december 2022.
In de begroting is rekening gehouden met de keuze voor scenario 1. Mocht bij het vaststellen van het WTPO gekozen worden voor scenario 2 of 3 dan zal de begroting hierop aangepast worden.
Uit te voeren in 2023 • •
Uitvoeren geplande maatregelen uit het WTPO Uitvoering geven aan de integrale investeringsprojecten.
Ontwikkelingen Wanneer de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking treedt, worden vele wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals de Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet, geïntegreerd. Dit houdt in dat de wettelijke planverplichting van het GRP komt te vervallen. Met andere woorden, dan komt het GRP niet terug als verplicht programma. Echter bepaalt artikel 3.14 van de Omgevingswet wel dat de gemeente een (onverplicht) gemeentelijk rioleringsprogramma vast kan stellen. Het klimaat heeft grote invloed op het water- en rioolbeheer en op de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. In de Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) hebben alle overheden samen de ambitie vastgelegd om Nederland voor 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Dat het klimaat verandert staat vast, maar het is nog onzeker hoeveel en hoe groot de effecten op het beheer zullen zijn. We nemen klimaatadaptie structureel mee in onze opgaven.
84
Wegen Tabel: Kerncijfers wegen Aspect Asfalt Elementen Beton Overig
Hoeveelheid 1.130.018 m² 1.249.941 m² 64.374 m² 40.230 m²
Kaders De gemeenteraad heeft in 2020 de Beheernota Openbare Ruimte vastgesteld. Op basis van de Beheernota en het in 2021 vastgestelde integrale beheerplan maakt de gemeenteraad een onderbouwde keuze voor integraal beleid en beheer van de openbare ruimte. De gemeenteraad legt hiermee het beleid, de kwaliteit en bijbehorende budgetten vast.
Planning uit te voeren in 2023 • • •
Groot onderhoud conform jaarplanning; Klein onderhoud conform jaarplanning (klachtenonderhoud maakt hier deel van uit, uitvoering deels door Buurtbeheer gemeente Rheden deels door aannemers); Uitvoering geven aan de integrale investeringsprojecten zoals aangeven bij riolering en water.
Openbare Verlichting Tabel: Kerncijfers openbare verlichting Aspect Lichtmasten Armaturen Lichtbronnen
Hoeveelheid 7.048 stuks 7.285 stuks 7.402 stuks
Planning uit te voeren in 2023 Implementatie van het in 2021 vastgestelde beleidsplan openbare verlichting. Hierbij gaan we voor een duurzamer beheer van onze OVL en gaan we door met het verdere verlaging van het energieverbruik van de OVL. • In 2023 is circa 75 % van de gemeente Rheden in duurzame energiebesparende verlichting ten opzichte van 71 % in 2022. Tevens gaan we verder met de uitrol naar 100% duurzame verlichting wat we uiterlijk in 2031 gerealiseerd willen hebben • Klein en groot onderhoud conform jaarplanning (klachtenonderhoud maakt hier deel van uit, uitvoering door aannemer); • Uitvoering, zover van toepassing, geven aan de integrale investeringsprojecten zoals aangeven bij water en riolering.
85
Risico’s Door het uitvoeren van de grootschalige vervanging zijn de risico’s teruggebracht naar het geringe niveau van een defecte lamp. Wel zien we meer en meer dat het (verouderde) net van Liander storingen veroorzaakt waardoor het lijkt alsof de verlichting stuk is maar de oorzaak in het net moet worden gezocht.
Ontwikkelingen De armaturen en masten die worden vervangen zijn vanaf 2021 100% circulair. Vanwege de vervanging is er een besparing op energieverbruik te verwachten voor 2023.
Groen en spelen Tabel: Kerncijfers groen en spelen Aspect Openbaar groen Bomen (in de openbare ruimte) Speelplaatsen Speeltoestellen
Hoeveelheid 157 ha 13.621 st 80 st 424 st
Kaders De gemeenteraad heeft in 2020 de Beheernota Openbare Ruimte vastgesteld. Op basis van de Beheernota en het in 2021 vastgestelde integrale beheerplan maakt de gemeenteraad een onderbouwde keuze voor integraal beleid en beheer van de openbare ruimte. De gemeenteraad legt hiermee het beleid, de kwaliteit en bijbehorende budgetten vast.
Uit te voeren in 2023 • • •
Uitvoering geven aan de integrale investeringsprojecten. Op basis van inspecties en meerjaren-onderhoudsplanning wordt per jaar een jaarprogramma groen en spelen uitgevoerd. Uitvoering geven aan het speelruimtebeleid.
Ontwikkelingen In 2023 continueren wij het proces om ons openbaar groen klimaatbestendiger in te richten en beheren. Het proces richt zich op gebruik van plantsoorten en het verwerken van groenafval. Duurzaamheid en circulariteit hangen hiermee samen. Een ontwikkeling die we de laatste jaren zien is de toename van het groenareaal. Dit heeft meerdere oorzaken. Nieuwbouw, minder verharding en percelen die uit de pacht komen.
86
Gebouwen Tabel: Gebouwen Soort
Locatie
Adres
1 Beleidsvolgend vastgoed Sport Sporthal De Dumpel
Gruttostraat 14 Velp
Gymzaal Jan Luijkenlaan
Jan Luijkenlaan 2-a Velp
Sporthal De Hangmat
IJsselsingel 9 Rheden
Openluchtbad Rheden
IJsselsingel 9 Rheden
Gymzaal Bloemershof
Burg. Bloemerstraat 3 Dieren
Sporthal Theotorne
Ericaplein 3 Dieren
Gymzaal Huijgenslaan
Huijgenslaan 44 Dieren
Kleedruimte De Pinkenberg
De Pinkenberg 5-a Rozendaal
Biljoenbad
Gruttostraat 3 Velp
WIK gebouw
IJsselsingel 95 Rheden
De Kroeseboom
Haverweg16/16a Rheden
Kon. Emmaschool
Hogestraat 31 Dieren
Onderwijs
Dorpshuizen MFA Het Kasteel
Heeckerenstraat 201 Velp
MFA Van Voorhuizenschool
Schoolstraat 12 Velp
MFA Nieuw Bergstein
Binnenweg 40-a Ellecom
MFA De Oase
Ericaplein 1 Dieren
De Bundel (bibliotheek Dieren)
Ericaplein 5 Dieren
Den Heuvel 32 (bibliotheek Velp)
Den Heuvel 32 Velp
Openluchttheater De Pinkenberg
De Pinkenberg 6 Rozendaal
Muziektent Velp
Overbeeklaan 7 Velp
Muziektent Rheden
Havelandseweg 90 Rheden
Muziektent Ellecom
Binnenweg 40c Ellecom
Muziektent Spankeren
Kerkplantsoen 2 Spankeren
Muziektent Laag-Soeren
Bosrichterlaan 1 Laag-Soeren
Parkeergarage Dieren
Hardewijkerweg 2 Dieren
Brandweergarage Velp
Noorder Parallelweg 21 Velp
Brandweergarage Rheden
Worth Rhedenseweg 66 Rheden
Brandweergarage Dieren
Burg. Bloemerstraat 1 Dieren
Cultuur
Parkeren Brandweer
Cultureel erfgoed Kerktoren NH-kerk Oude Jan Velp
Kerkstraat 56 Velp
Kerktoren NH-kerk Rheden
Dorpsstraat 51 Rheden
Kerktoren NH-kerk Ellecom
De Friedhof 6 Ellecom
Kerktoren NH-kerk Spankeren
Kerkweg 2 Spankeren
Poort Overbeek
Overbeeklaan ong. Velp
Gemaal De Volharding
Lathumseweerweg 2 Velp
87
Emmapyramide Velp
Kluizenaarsweg ong. Rozendaal
Veerwachtershuisje Dieren
Aan ’t Veer 1 Dieren
Israëlische begraafplaats
Bernard Zweerslaan 1 Dieren
Priesnitzmonument
Priesnitzlaan 25 Laag-Soeren
2 Eigen huisvesting Gemeentehuis De Steeg
Hoofdstraat 3 De Steeg
Gemeentewerf Velp
Biljoen 8-10 Velp
Gemeentewerf Dieren
Meidoornlaan 2 Dieren
Begraafplaats Heiderust
Lentsesteeg 21 Rheden
Begraafplaats Imboslaan
Imboslaan 63 Dieren
Begraafplaats Harderwijkerweg
Harderwijkerweg 3 Dieren
3 Overig vastgoed Woning sportpark Velp
De Pinkenberg 5 Rozendaal
Woning Heiderust
Lentsesteeg 21 Rheden
Koepel De Kaap
Beekhuizenseweg 2 Rheden
Woning Sportpark
IJsselsingel 89 Rheden
Woning Sportpark
Adm. Helfrichlaan 97 Dieren
Bedrijfsruimte
Adm. Helfrichlaan 97-a Dieren
Woning
Kappersweg 1 Spankeren
Woonwagenstandplaats
Van Aldenburglaan 38 De Steeg
Woonwagenstandplaats
Van Aldenburglaan 40 De Steeg
Bedrijfspand
Stationsplein 32 Dieren
Bedrijfspand
Spoorstraat 56 Dieren
Woning
Jan Luijkenlaan 2 Velp
Evenementen- en marktaansluitingen
9 evenementenkasten
Onderhoud vastgoed Er wordt voor het planmatig onderhoud gewerkt met een voorziening, genaamd “Onderhoud vastgoed”. De meerjarenonderhoudsplannen worden vierjaarlijks geactualiseerd. Het onderhoud is aanbesteed zodat de continuïteit en de kwaliteit van het onderhoud gewaarborgd blijft. Er vindt een jaarlijkse actualisatie van plaats van de verkochte en nieuwe panden vastgoedportefeuille, met een actualisatie van de onderhoudsbudgetten.
Uit te voeren in 2023 • • • • • •
Onderhoud conform jaarplanning Verduurzaming Theothorne Renovatie Openluchttheater Verduurzamingsplan op hoofdlijnen inclusief uitvoeringsplan Huisvestingsplan voor de organisatie Portefeuilleplan waarin de huisvesting van de beleidsdoelen is geborgd
Ontwikkelingen Er wordt gewerkt aan een energieneutrale vastgoedportefeuille in 2040. We werken ook aan duurzame huisvesting van onze eigen organisatie en zorgen we voor een bestendige en toekomstgerichte vastgoedportefeuille 88
D. Financiering In de paragraaf financiering wordt de financieringsfunctie uiteengezet. In de financiële verordening is opgenomen dat het college zorgdraagt voor de uitoefening van de financieringsfunctie. De kaders daarvoor zijn vastgelegd in het treasurystatuut, vastgesteld in 2014. Deze paragraaf bevat o.a. de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente wordt toegerekend. Daarnaast geeft het inzicht in de financieringsbehoefte van de gemeente. In deze paragraaf zijn de volgende onderdelen opgenomen: • Algemene ontwikkelingen • Doelstelling van de treasuryfunctie • Risicobeheer treasuryfunctie • Beleid inzake financiering en financieringspositie • Rentemethodiek
Algemene ontwikkelingen Rente ontwikkeling De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de centrale banken. De verwachting is dat de rente die zeer laag is, langzaam weer wat gaat stijgen dit wordt bijgehouden door de Europese centrale bank.
Langlopende leningen In 2023 zullen een drietal langlopende leningen aflopen. Deze zullen voor het volledige bedrag worden hergefinancierd. Dit gaat om een totaal van 20.000.000. Door het herfinancieren van deze leningen voldoet de gemeente aan de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet is het maximale bedrag dat de gemeente met kort geld mag lenen.
Kasgeldleningen Voor kortlopende financieringsbehoefte kan de gemeente een kasgeldlening afsluiten. In de huidige situatie wordt bij een kasgeldlening lage rente gehanteerd.
Omslagrente Als gevolg van onder andere de negatieve rente bij langlopende leningen (tot een bepaalde periode) en kasgeldleningen is de omslagrente in de begroting 2023 berekend op 0,59%. Zie voor een nadere toelichting het onderdeel "Rentemethodiek".
Doelstelling treasuryfunctie Aantrekken van middelen Bij het aantrekken van middelen wordt gestreefd naar het optimaliseren van de renteresultaten en het beperken van renterisico’s. De looptijd van nieuw aan te trekken leningen worden afgestemd op de actuele rente ontwikkeling en de verwachte liquiditeitsbehoefte.
89
Verstrekking van leningen en garantstellingen Ingevolge de Wet FIDO kan de gemeente slechts leningen en garanties verstrekken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak. De gemeente Rheden hanteert bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak de volgende uitgangspunten: a) de activiteit waarvoor een lening of garantie wordt gevraagd dient bij te dragen aan de realisering van één of meerdere voor de gemeente Rheden maatschappelijk relevant geachte doelstellingen, blijkende uit beleidsplannen en/of de begroting. b) de kredietrisico’s dienen aanvaardbaar te zijn. Het college zal hiervoor een schriftelijk advies vragen van een intern- en/of extern financieel deskundige over de kredietwaardigheid van de aanvrager; c) de aanvrager heeft schriftelijk verklaard dat de benodigde financiering niet kon worden verkregen bij derden in de vorm van subsidies etc.; d) de aanvrager heeft schriftelijk aangetoond in het bezit te zijn van alle eventueel voor de activiteit noodzakelijke (publiekrechtelijke en onherroepelijke geworden) vergunningen en eventueel benodigde privaatrechtelijke toestemmingen; e) de aanvrager verleent medewerking aan de door de gemeente geëiste voorwaarden, waaronder de lening c.q. garantstelling tot stand zal komen.
Deze voorwaarden betreffen onder meer de beperking van de financiële risico’s voor de gemeente, onder meer door het –zo mogelijk- vestigen van een zakelijk zekerheidsrecht (b.v. hypotheekrecht), een looptijd van de lening of garantstelling van maximaal 10 jaar na ondertekening van de overeenkomst, een vooraf bepaald aflossingsschema en de informatieplicht bij het niet nakomen van de betalingsplicht; f) het college verleent geen medewerking aan een aanvraag voor een lening of garantie van een winst beogende (commerciële) instelling’, als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de Vennootschapsbelasting. In bijzondere omstandigheden, dan wel onbillijkheden van overwegende aard, kan het college van deze voorwaarde afwijken. g) Voor het begrotingsjaar 2023 wordt uitgegaan van een maximale hoofdsom van leningen en garanties van € 1.000.000 welke door het college mag worden aangegaan. Het is het college niet toegestaan om dit budget te overschrijden, zonder instemming van de raad. Wij nemen, gelet op bovengenoemde voorwaarden, een beslissing of we zullen meewerken aan het verstrekken van een lening of een garantie. We stellen de aanvrager van de lening of garantstelling schriftelijk in kennis van (de argumenten van) het genomen besluit. Uw raad zal vooraf in kennis worden gesteld bij het verstrekken van leningen of garantstellingen voor een bedrag hoger dan € 250.000 per aanvraag.
Wij zullen in deze gevallen in onze besluitvorming de zienswijze van de raad meenemen.
Risicobeheer treasuryfunctie Hieronder wordt een analyse gegeven van de risicoaspecten die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie binnen de gemeente Rheden. Wij gaan daarbij in op de renterisico’s, kredietrisico’s, en debiteurenrisico.
Renterisico’s Voor het renterisicobeheer worden de normen gehanteerd conform de Wet FIDO. Het gaat hierbij om de kasgeldlimiet, waarbij een beperking wordt opgelegd aan de omvang van de netto vlottende schuld én de renterisiconorm. De renterisiconorm bepaalt het maximum aan leningen met een rente typische looptijd van één jaar of langer die geherfinancierd moeten worden of waarvan de rente herzien moet worden. Deze normen zijn ingesteld om de invloed van rentewijzigingen op het resultaat te beperken. Hieronder wordt een berekening gegeven van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
90
Tabel: Berekening kasgeldlimiet Post(bedragen x € 1.000) Begrotingstotaal (bedrag) Toegestane kasgeldlimiet (percentage) Kasgeldlimiet (bedrag)
2023 134.197 8,5% 11.407
De kasgeldlimiet geeft de maximale omvang van de netto vlottende schuld aan. De netto vlottende schuld is het saldo van rekening courant kredieten en tegoeden, het kasgeld en de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rent typische looptijd van korter dan één jaar. Indien 3 kwartalen achtereen de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder (de provincie) geïnformeerd worden en een plan worden ingediend. Wanneer de netto vlottende schuld boven de kasgeldlimiet uitkomt, wordt door omzetting naar een langlopende lening ruimte gecreëerd. Door middel van een goede planning en monitoring wordt de kasgeldlimiet bewaakt.
Tabel: Berekening renterisiconorm Post (bedragen x € 1.000) 1. Renteherzieningen
2023 0
0
0
0
2. Aflossingen 3. Renterisico (=1+2) 4a. Begrotingstotaal 4b. Percentage cf. ministeriële regeling 4. Renterisiconorm (=4ax4b) 5. Ruimte binnen de norm (=4 -3)
20.000 20.000 134.197 20% 26.839 6.839
20.500 20.500 135.015 20% 27.003 6.503
0 0 135.970 20% 27.194 27.194
15.000 15.000 130.149 20% 26.030 11.030
2024
2025
2026
De renterisiconorm geeft de som aan van het bedrag aan vaste schuld waarvan de rente mag worden herzien of het bedrag dat in aanmerking komt voor herfinanciering. Hiermee wordt nagestreefd dat de vaste leningenportefeuille zodanig gespreid is dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren zijn verdeeld. De renterisiconorm is vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Het renterisico wordt berekend door te bepalen welk deel van de portefeuille aan vaste schuld in enig jaar geherfinancierd moet worden door het aangaan van nieuwe leningen én voor welk deel van de vaste schuld op basis van de leningsvoorwaarden de rente wordt herzien. Het aldus berekende bedrag geeft dan het bedrag aan waarover renterisico’s worden gelopen.
Kredietrisico’s Kredietrisico’s worden gelopen bij het uitzetten van overtollige middelen en het verstrekken van leningen en garantstellingen. Kredietrisico’s worden beperkt door de eisen die de Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) stelt aan tegenpartijen en producten op de geld- en kapitaalmarkten en door de specifieke eisen die de gemeente stelt aan de partij waaraan middelen worden verstrekt. De verwachting is dat er in 2023 geen overtollige middelen worden uitgezet. Eventuele tijdelijke overtollige kasmiddelen zullen worden uitgezet conform de wettelijke kaders inzake het schatkistbankieren. Op de reeds verstrekte leningen is het risico minimaal gezien de geldnemers en de looptijd. Het gaat hier een achtergestelde lening aan Alliander, AV Gelre, Starterslening VROM, SVN duurzaamheids-leningen en SVN blijvers leningen. Begin 2022 bedraagt het saldo ca. € 5,1 miljoen.
91
Daarnaast neemt de gemeente Rheden deel in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Middels een achtervangovereenkomst staat de gemeente per 31-12-2021 garant voor ca. € 203,2 miljoen aan leningen die zijn verstrekt aan woningcorporaties. Gezien de vermogenspositie van het WSW, de goede controle en toetsing door dit fonds en de spreiding van de risico’s over de deelnemende gemeenten en het feit dat er nog nimmer een beroep op de achtervang is gedaan, is dit als een zeer laag risico te kwalificeren.
Debiteurenrisico’s De debiteuren worden in de balans gewaardeerd tegen nominale waarde, onder aftrek van een voorziening voor dubieuze debiteuren. Periodiek worden de posten beoordeeld op inbaarheid. Eventuele oninbare vorderingen worden afgeboekt ten laste van de voorziening. De hoogte van deze voorziening wordt jaarlijks bij de jaarrekening opnieuw vastgesteld.
Beleid inzake financiering en financieringspositie De financieringskosten worden in de begroting 2023 en de meerjarenraming 2023-2026 opgenomen op basis van een geactualiseerde middellange financieringsprognose. Hierbij wordt de financieringspositie van de gemeente berekend en over het overschot c.q. tekort rente gecalculeerd. In het volgende overzicht wordt de verwachte financieringsbehoefte weergegeven.
Tabel: Berekening financieringstekort Post (bedragen x € 1.000) Materiële vaste activa Immateriële vaste activa Financiële vaste activa Erfpachtgronden Totaal vaste activa Algemene reserve Bestemmingsreserve Voorzieningen Vreemd vermogen lang Financieringstekort
31-12-2022 125.896 309 5.229 690 132.124
31-12-2023 161.334 278 5.225 690 167.527
11.491 13.611 6.477 105.500 -4.955
12.074 14.829 7.379 105.500 27.745
Het verwachte financieringstekort is groter dan de kasgeldlimiet. Onderstaand is een overzicht opgenomen van de financieringsportefeuille voor langlopende leningen.
92
Tabel: Financieringsportefeuille voor langlopende leningen Jaar (bedrag en x € 1.000) 2013 2018 2018 2018 2019 2019 2021 2021 2022 2022
Looptijd
Rente
Jaar laatste aflossing
10 10 5 5 5 5 5 6 PM PM
2,62% 1,26 % 0,35% 0,43% 0,265% -0,01% -0,26% -0,20% PM PM
2023 2028 2023 2023 2024 2024 2026 2027 PM PM
Stand 1-12023
Aflossing
10.000 15.000 5.000 5.000 12.500 8.000 15.000 10.000 10.000 15.000 105.500
10.000
Herfinanciering/ extra lening 10.000
5.000 5.000
5.000 5.000
20.000
20.000
Stand 3112-2023
10.000 15.000 5.000 5.000 12.500 8.000 15.000 10.000 10.000 15.000 105.500
Rentemethodiek Met ingang van het begrotingsjaar 2017 worden de rentelasten toegerekend aan de taakvelden. Bij de toerekening van de rentelasten is de rente-omslag-methode voorgeschreven. Het totaal van de rentelasten wordt omgeslagen over het geheel van de investeringen. Als rentelasten worden beschouwd: ▪ Voor de externe financiering: het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen en de kortlopende financiering minus de renteopbrengsten van overtollige middelen. ▪ Voor de interne financiering: de bespaarde rente over de reserves en voorzieningen. Door toepassing van de rente-omslag-methode worden de rentelasten op basis van de stand van de investeringen toegerekend aan de taakvelden in de programmabegroting. De gedachte achter het toerekenen van bespaarde rente over de reserves en voorzieningen is dat het voor de kostprijsberekening niet uitmaakt of hiervoor externe financiering is aangetrokken of dat dit uit eigen middelen gefinancierd is. Voor 2023 bedraagt het voorgecalculeerde omslagpercentage 0,59%.
Tabel: Berekening omslag rente Post (bedragen x € 1.000) Externe rentelasten Externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente minus: Rente doorberekend aan de grondexploitatie Saldo door te rekenen rente plus: Rente over eigen vermogen per 1-1 Rente over voorzieningen Saldo aan taakvelden toe te rekenen rente *)
Bedrag 766 193 573
Rente omslag (= toe te rekenen rente/waarde vaste activa per 1-1 *) Inclusief taakveld Overhead
0,59%
6 567 154 44 765
93
E. Bedrijfsvoering Wat is onze visie? Een goede dienstverlening aan onze inwoners, ondernemers en instellingen vinden wij belangrijk. Daarvoor is een goed werkende gemeentelijke organisatie nodig, die kan inspelen op de uitdagingen die de komende tijd op ons staan te wachten. Slagvaardigheid en wendbaarheid in het realiseren van onze ambities is daarbij belangrijk, om te bouwen aan een toekomstbestendige en klantgerichte gemeente. Onze bedrijfsvoering staat voor deskundigheid, betrouwbaarheid, transparantie en kwaliteitszorg. Advies & partnerschap bij iedere stap! Bij alles wat we doen, zorgen we dat het in de toekomst / duurzaam is geborgd. Wij hebben onze visie vertaal in 5 beleidsdoelen: 1. Toegankelijke, effectieve en efficiënte dienstverlening 2. Goed werkgever- en werknemerschap 3. Interne en regionale samenwerking vanuit toegevoegde waarde 4. Stevig en betrouwbaar fundament 5. Transparante en kwalitatieve sturing De digitaliseringsopgave door middel van het programma Digitaal Rheden is geen sinecure en vergt een forse investering zoals aangegeven bij de bij Kadernota 2023. We willen en moeten een slag maken om onze publieke rol richting inwoners en ketenpartners waar te blijven maken. De samenleving digitaliseert, is gemiddeld 4 uur en 44 minuten per dag online en heeft hoge verwachtingen als het gaat om dienstverlening.
Nieuwe wet- en regelgeving dwingt ons om verder te digitaliseren (o.a. Omgevingswet, Wet open overheid, nieuwe Archiefwet, Wet modernisering elektronisch berichten verkeer, Baseline Informatievoorziening Overheid etc.) en digitaal werken wordt de norm bij ingebruikname van ons nieuwe gemeentehuis. Met Digitaal Rheden werken we aan de volgende beleidsdoelen: efficiëntere dienstverlening (inclusief digitaal werken), goed werkgeverschap, verbeteren interne en externe samenwerking, een stevig fundament en betrouwbare ICT en transparante sturing. Op deze beleidsdoelen zijn (maatschappelijke) effecten en resultaten noodzakelijk en onuitstelbaar. In dit programma zijn de volgende bestuurlijke doelstellingen actueel: Thema: Digitale toegankelijkheid van dienstverlening aan de inwoners, ondernemers en instellingen (Digitaal Rheden) 1. Toegankelijke effectieve en efficiënte dienstverlening Thema: Goed werkgever- en werknemerschap - 2. Goed werkgever- en werknemerschap Thema: Interne en regionale samenwerking vanuit toegevoegde waarde - 3. Interne en regionale samenwerking Thema: Verbeteren structurele inrichting van interne (administratieve) processen en systemen - 4. Stevig en betrouwbaar fundament Thema: Transparante en kwalitatieve sturing - 5. Transparante en kwalitatieve sturing De doelstellingen zijn verwerkt in een doelenboom, waarin wordt beantwoord: • • •
Welk doel willen we bereiken om te komen tot deze visie? Welke resultaten moet het opleveren? Hoe meten wij onze prestaties?
94
Hierbij gaan we alleen in op nieuw beleid en politiek relevante zaken. Na deze doelenboom is de bijdrage aan de SDG's, informatie over betrokken Verbonden Partijen en - de beschikbaar gestelde middelen opgenomen.
Digitale toegankelijkheid van dienstverlening aan de inwoners, ondernemers en instellingen (Digitaal Rheden) 1. Toegankelijke effectieve en efficiënte dienstverlening De verantwoordelijk portefeuillehouder is Dorus Klomberg Wat willen we bereiken? Verhogen van de digitale toegankelijkheid, effectiviteit en efficiëntie van onze dienstverlening aan de inwoners, ondernemers en instellingen. Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? • Weinig kennis van of over de digitale behoeften van Inwoners, Ondernemers en Instellingen uit de gemeente Rheden. Daardoor lopen we het risico dat ons aanbod niet aansluit op de behoefte. • Gemeentelijke organisatie heeft beperkt ervaring met digitale dienstverlening. De benodigde (wendbare) organisatie is nog geen feit. • De gemeente is voor haar dienstverlening ook zelf afhankelijk van anderen. Het stevige fundament wat samen met deze partners vormt krijgt is nog niet volledig op orde. Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: • Verbeterde digitale dienstverlening Rapportcijfer 7 in 2023 en toegroeien naar een 8 in 2026 • Volledig digitaal toegankelijke website Een website die voldoet aan de AA-norm van de WCAG 2.1 ((Web Content Accessibility Guidelines)
Goed werkgever- en werknemerschap 2. Goed werkgever- en werknemerschap De verantwoordelijk portefeuillehouder is Gea Hofstede Wat willen we bereiken? Verbeteren van ons werkgeverschap om medewerkers aan te trekken, te binden en boeien, vitaal te laten bijdragen aan succes vanuit eigen verantwoordelijkheid van de medewerker Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? Het werken aan goed werkgever- en werknemerschap heeft tijd en ruimte nodig. Dit komt naast onze reguliere taken als partner voor interne dienstverlening. Onze huidige dienstverlening kan hierdoor onder druk komen te staan, waardoor we genoodzaakt worden om extra kosten te maken op het gebied van inhuur tijdelijke expertise. Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: • • •
Score aantrekkelijk werkgeverschap Resultaten meting beschikbaar in 2023 met een score 'voldoende' % Ziekteverzuim Ziekteverzuim is gelijk aan landelijke gemeentescore (voor 2023 is dit 6,5%) % tijdige en passende invulling vacatures 80% van de vacatures die we hebben uitgezet is tijdig en passend ingevuld. 95
Interne en regionale samenwerking vanuit toegevoegde waarde 3. Interne en regionale samenwerking De verantwoordelijk portefeuillehouder is Dorus Klomberg Wat willen we bereiken? Verhogen van de toegevoegde waarde van onze interne en regionale samenwerking met onze (keten)partners. Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? Interne en regionale samenwerking staan op gespannen voet met urgente zaken in de waan van de dag. Het risico bestaat dat lange termijn meerwaarde op gespannen voet staat met korte termijn resultaat. Het risico is dan ook de factor 'tijd' of beter gezegd gebrek aan tijd. Een mogelijk tweede risico zijn de procedures en wet- en regelgeving. Deze kunnen vernieuwing als effect van interne en regionale samenwerking in de weg staan. Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: • Visie op partnerships Visie vastgesteld voor 1-1-2024 • Perceptie van partners over dienstverlening Inzicht in perceptie van partners over dienstverlening door middel van een gestructureerde manier van rapporteren • Dienstverlening De Connectie 95% van de dienstverlening voldoet aan de afgesproken servicenormen
Verbeteren structurele inrichting van interne (administratieve) processen en systemen 4. Stevig en betrouwbaar fundament De verantwoordelijk portefeuillehouder is Dorus Klomberg Wat willen we bereiken? Verbeteren van de structurele inrichting van onze interne (administratieve) processen en systemen. Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? In het geval dat administratieve processen en systemen niet adequaat ingericht zijn ingericht c.q. worden toegepast, kan dit leiden tot lagere kwalitatieve (financiële) informatievoorziening. Met mogelijk nadelige effecten op besluitvorming in de planning & control – cyclus. Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: • • •
Bestuurlijke P&C rapportages juist en tijdig De Raad beschikt over de juiste informatie om de besluitvorming over de P&C documenten zorgvuldig op te pakken. Jaarrekeningcontrole conform planning Goedkeurende controleverklaring Prestatie-indicatoren inkoop In 2023 doelstelling formuleren op prestatie-indicatoren inkoop in overleg met Raad
96
Transparante en kwalitatieve sturing De verantwoordelijk portefeuillehouder is Dorus Klomberg
5. Transparante en kwalitatieve sturing Wat willen we bereiken? Verhogen van de transparantie en kwaliteit van onze sturing. Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? Vraagt capaciteit en wendbaarheid van de organisatie. In de huidige omstandigheden achten wij de ambitie realistisch. Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: • Digitale werkomgeving bezwaarschriften I-BABS doorontwikkeld tot digitale werkomgeving voor commissie bezwaarschriften en ombudscommissie •
Nota risicomanagement Een actuele nota risicomanagement (helpt inzichtelijk maken hoe wij hiermee omgaan)
Hoe meten wij onze prestaties? Indicatoren per doel
Bron
1. Toegankelijke effectieve en efficiënte dienstverlening Perceptie digitale dienstverlening
Meting
Wettelijk SDG
nee
ja
nee
nee
Score aantrekkelijk werkgeverschap
nee
nee
% Ziekteverzuim
nee
nee
% tijdige en passende invulling vacatures
nee
nee
% uitstroom medewerkers (niet in PB)
nee
nee
% doorstroom medewerkers (niet in PB)
nee
nee
Toegankelijkheid website 2. Goed werkgever- en werknemerschap
3. Interne en regionale samenwerking Visie op partnerships
Ja/Nee
nee
nee
Perceptie dienstverlening aan partners
Meeting
nee
nee
Dienstverlening Connectie
Beraps
nee
nee
nee
nee
nee
nee
nee
nee
Gestandaardiseerd inkoopproces
nee
nee
Pilots datagedreven werken (niet in PB)
nee
nee
Interne samenwerking (niet in PB) 4. Stevig en betrouwbaar fundament Documenten P&C cyclus worden conform planning opgeleverd Opvolging bevindingen Externe audits
Integrale planning P&C cyclus Rapportage Concerncontroller
97
5. Transparante en kwalitatieve sturing Afhandeling bezwaarschriften
nee
nee
% Toegepaste effectindicatoren VNG (SDG indicatoren)
nee
nee
nee
nee
Inzicht in risico's doelen programmabegroting
concernbrede controle hierop door Concerncontroller
Personeelsbeleid Onze medewerkers zijn de brug naar onze inwoners en bepalen de kwaliteit van onze dienstverlening. De eisen aan de huidige dienstverlening zijn anders dan 5 – 10 jaar geleden en zullen ook in de komende jaren aan veranderingen onderhevig zijn. Die betekent dat organisatie en ons personeelsbeleid in moet meebewegen. Hiervoor is voorgaande jaren ene organisatieplan opgesteld. In 2021-2022 is uitvoering gegeven aan Fase 1 van het organisatieplan met als doel te komen tot een toekomstbestendige organisatie waarin “verandering de enige constante” is. We zitten nu midden in de implementatie daarvan. In 2023-2026 zal Fase 2 tot uitvoering worden gebracht. Het is belangrijk om enkele ontwikkelingen te benoemen. Wij hebben te maken met een hoog verzuim, een hoog verloop, te hoge werkdruk en een te grote span of control bij het management. Ook is er sprake van een sterk vergrijzende organisatie, die het noodzakelijk maakt ons te veranderen naar een aantrekkelijke werkgever waarin leeftijdsfase bewust personeelsbeleid, demotiebeleid en “binden en boeien” ontwikkeld wordt de komende jaren. De medewerkers moeten de aandacht krijgen die zij verdienen, zeker met de huidige krappe arbeidsmarkt en de persoonlijke ontwikkeling, die in de afgelopen jaren onvoldoende aandacht heeft gehad, maken de opgaven op ons “menselijk kapitaal” complex en omvangrijk.
Dit vraagt ook veel van de leidinggevenden. Inmiddels loopt er een benchmarkonderzoek naar de formatie voor het sociaal domein. In het ruimtelijk domein maken we nu een belangrijke inhaalslag omdat we moeite hebben met de uitvoering van taken in het “hier en nu” en er nieuwe structurele taken bij komen die voortkomen uit de woningbouwopgave, energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie en de stikstofproblematiek. Met het inzichtelijk worden van de gewenste organisatie is helder in kaart gebracht: • Welke functies samenhangen met “going concern”/bestaand beleid, • Welke functies direct verbonden kunnen worden aan nieuwe ambities of (nieuwe)(wettelijke) opgaven en, • Welke ondersteunende functies noodzakelijk zijn om het primaire proces te faciliteren. • Deze indeling maakt het mogelijk programmageld (beleid) en personeelsbudget op transparante wijze met elkaar te verbinden. De positieve waarden van onze familiecultuur (betrokkenheid, loyaliteit, inzet) gaan we verbinden met de professionele cultuur (resultaatgericht, kwaliteit en verantwoordelijkheid). Dit gaan we doen door de span of control van het management aan te passen zodat effectief leiderschap weer mogelijk wordt. Het doel is de huidige overbelasting aan te pakken en met meer aandacht te sturen op de medewerkers.
Onze gemeente wil daarbij medewerkers ondersteuning en ontwikkeling bieden om mee te kunnen (blijven) groeien met de constante veranderingen waarvoor wij ons als gemeente geplaatst worden. Er is een behoefte aan persoonlijk leiderschap door en voor iedereen. Medewerkers (inclusief management) zijn zelf (mede) verantwoordelijk voor het in balans houden van werk, privé en vrije tijd. Deze inhaalslag is nodig, hieraan gaan wij werken in de jaren de jaren 2023-2026. 98
Begroting 2023
( excl. griffie en bestuur)
Onderstaande tabellen zijn exclusief de ophoging professionalisering organisatie.
Tabel: Arbeidskosten Sturen op Arbeidskosten (€) Formatie begroting Inhuurbudgetten Totaal personele lasten
2022
2023
Verschil
24.729.672
26.073.047
1.343.375
308.546
871.885
563.339
25.038.218
26.944.932
1.906.714
De grootste stijging van het formatiebudget betreft de CAO ontwikkeling 2021-2022. Totaal 3,5%. Voor de versterking van de ambtelijke organisatie waren in de programmabegroting 2022 diverse stelposten opgenomen. De budgetten op de stelposten zijn in de Zomerrapportage 2022 en de Kadernota 2023 aan het formatiebudget toegevoegd.
Tabel: Mutaties in Formatie begroting Post
Bedrag
CAO stijging
910.830
Versterking ambtelijke organisatie
398.644
Overige mutaties
33.901
Totaal
1.343.375
De totale formatie is toegenomen met 4,59 fte naar 349,67 fte. De stijging komt voor het grootste deel voort uit de versterking van de ambtelijke organisatie, zoals hiervoor genoemd en verwerkt in de Kadernota 2023. Totaal 4,31 fte. Het bedrag voor inhuur bestaat voor het grootste deel, namelijk € 750.000, uit budget voor de implementatie omgevingswet. Dit budget is in de Kadernota 2023 toegekend. Voor de toekomstige CAO ontwikkelingen vanaf 2023 is in onze begroting een stelpost opgenomen van €783.000. We houden dan rekening met een stijging van 3% in 2023. De CAO onderhandelingen gaan binnenkort van start. De vraag is wat daarvan het resultaat is en in hoeverre er rekening wordt gehouden met de stijgende inflatie. Mogelijk volgt er in de zomerrapportage 2023 een bijstelling van het budget voor de CAO verhoging.
Verbonden partijen Voor het bereiken van de doelstellingen van het programma heeft de gemeente Rheden zich met een aantal partijen verbonden waarin waar zij nauw mee samenwerken. Voor bedrijfsvoering gaat dit met name om de Connectie. In de paragraaf Verbonden Partijen wordt nader inzicht gegeven in de beleidsmatige en financiële betrokkenheid en risico's van de gemeente in deze organisaties.
99
Interne Audit op Rechtmatigheid en Doelmatigheid Welke context speelt er? (kader, achtergrond, actualiteit, ontwikkeling) We richten ons in dit onderdeel van de begroting op de concern-brede beheersing van de gemeente Rheden. Dit omvat de financiële beheersing, informatiebeveiliging en voldoen aan privacywetgeving; maar ook de inrichting van de Planning en Controle Cyclus.
Wat willen we bereiken? Het meer 'in Control' komen is een ontwikkelproces waarbij we voortborduren op eerdere jaren. Wie beschouwen control (beheersing) in de brede zin, uiteraard gericht op financiën maar ook op andere facetten van bedrijfsvoering waaronder privacy en informatiebeveiliging. Daarbij is control niet alleen gericht op het voldoen aan wet en regelgeving, de zogenaamde rechtmatigheid, maar ook op efficiënt behalen van onze doelen (doelmatigheid en doeltreffendheid). Onze 'visie op control' is gestoeld op 4 pijlers: kernwaarden, (gewenst) gedrag, sturing en bijsturing & lerend vermogen. Control gaat enerzijds om de juiste balans vinden tussen risico's en beheersing; en anderzijds over de wijze van sturen, beheersen en verantwoorden gericht op een doeltreffende en doelmatige realisatie van (bestuurlijke) doelstellingen. Voor 2023 vertaalt dit zich in de volgende speerpunten: 1. Doorontwikkeling programmabegroting en bestuurlijke P&C cyclus In 2021 is een traject gestart gericht op het beter leesbaar maken van de Begroting om de Raad beter in staat te stellen haar controlerende rol op te pakken. Met deze begroting 2023 is een nieuwe stap gezet in dit groeimodel, waarbij de begroting meer doel- en resultaat gestuurd is opgesteld. Het antwoord op de vraag "Wat mag het kosten?" is vooralsnog alleen per Programma en per Taakveld opgenomen.
De volgende stap in het groeimodel richting 2024 is om directe relatie te leggen tussen beleid en de daarvoor beschikbaar te stellen middelen. Daarnaast gaan we de begroting ook beter digitaal toegankelijk maken. 2. Informatiebeveiliging (BIO) Een organisatie is afhankelijk van informatie. Vanaf 1 januari 2019 geldt de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), die de verouderde Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten opvolgt. De basis voor de in de BIO voorgestelde aanpak is het uitvoeren van risicoanalyses en het op basis daarvan nemen van maatregelen. Structurele aandacht voor informatieveiligheid is noodzakelijk, de risico’s nemen toe. De verdere invoering van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) pakken we samen met onze partners op. Een aantal concrete resultaten voor 2023: • Continueren de bewustwordingscampagne informatieveiligheid en privacy. • Wachtwoordkluis en standaard veilig mailen. • Monitorings en detectieomgeving (SOC/SIEM). 3. Rechtmatigheidsverantwoording & Interne Audits Per boekjaar 2023 is de rechtmatigheidsverantwoording verplicht. Hierin legt het college verantwoording af over de rechtmatigheid, als basis voor de dialoog met de raad. Het accent van de externe controle door de accountant verschuift dan van rechtmatigheid meer naar getrouwheid van de jaarrekening.