CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

PDFversie omgevingsvisie voor inzage

Oordeelsvormende vergadering 18 november 2025, gemeente RhedenBij agendapunt: Concept Omgevingsvisie en uitwerking thema energietransitie21.841 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Gebiedsambities

Om deze droom voor Dieren te realiseren hebben we een aantal gebiedsambities geformuleerd. 1. We gaan in Dieren 1000 woningen toevoegen, deels door herstructurering van bestaande wijken zoals Dieren-midden, deels door rondom het centrum of het station plekken te vinden voor woningen. 2.

We mengen woningtypen om sociale verbindingen te maken.

3. Dieren is in 2040 volledig aardgasvrij en heeft een lokaal gedragen, toekomstbestendig energiesysteem op basis van warmte en koelte. 52

4. Intercitystation Dieren uitbouwen tot regionaal overstappunt naar fiets en wandelroutes voor zowel forenzen als recreanten. 5. Versterken van de groenblauwe dooradering in bestaande wijken om hittestress te verminderen en klimaatadaptatie te bevorderen. 6.

Versterken van ontmoeting en verblijfskwaliteit in de openbare ruimte.

7. Verbinding tussen oude centrum en het winkelgebied Calluna versterken via onder andere de Spoorstraat. 8. Versterken oude centrum als recreatief gebied, hierbij willen we de ligging aan de IJssel optimaal inzetten voor recreatieve doeleinden. 9. Bij herontwikkeling en plannen voor nieuwbouw wordt ingezet op het verbeteren van de milieukwaliteiten, zoals bodemsanering. 5.3.5. De Steeg 5.3.5.1.

Gebiedsdroom 2040

In 2040 is De Steeg het dorp waar de verbondenheid tussen dorp, landgoederen en landschap het sterkst is. Het kenmerkt zich door haar sterke ontwikkelgeschiedenis en verbondenheid van de inwoners met de landgoederen Middachten en Rhederoord. Als ons jongste dorp heeft het een groene en vriendelijke sfeer en kent het geen harde grenzen met het landelijk gebied. Inwoners verbouwen hun eigen groenten in de oude moestuingronden van Middachten en Twickel of lopen richting IJssel, IJssel-zijtak 'De Engel' of Veluwe om te ontspannen in de natuur. In het centrum van het dorp komen mensen bij elkaar op het groene plein voor de kerk, in een van de kleine horecagelegenheden of op het schoolplein. Het dorp is de afgelopen jaren nauwelijks gegroeid in woningaantal of inwoners. Grote voorzieningen zijn er niet. Om toch goed en veilig bij de winkels en zorgvoorzieningen in de grotere dorpen te komen zijn er goede fiets-, wandel- en OV-verbindingen ondersteund met deelmobiliteit. Deze verbindingen worden ook vanuit de andere dorpen gebruikt om veilig in De Steeg naar school te gaan. Na schooltijd is het schoolgebouw toegankelijk voor ontmoeting voor jong en oud. De Steeg en haar buitengebied kennen een zeer hoge cultuurhistorische waarde met veel monumenten, gebouwd en ongebouwd. Middachten is hierbij het centrale punt binnen het dorp voor recreatie en toerisme.

De Steeg is energieneutraal op een manier die recht doet aan het erfgoed, landschap en het dorpse karakter. Er is gebruik gemaakt van kleinschalige collectieve en individuele oplossingen. Van kleinschalige warmtenetten, warmtepompen, zonneboilers, zon op daken tot het benutten van restwarmte waar mogelijk. Inwoners zijn actief ondersteund met maatwerkadvies en het zoeken van onderlinge samenwerking in lokale energie-initiatieven. 5.3.5.2.

Gebiedsambities

Om deze droom voor De Steeg te realiseren hebben we een aantal gebiedsambities geformuleerd. 1. Verbeteren van OV-verbindingen naar de grotere dorpen en versterken en veiliger maken van fiets- en wandelroutes. 2. Ruimte voor het ontwikkelen van plannen gericht op toekomstbestendigheid van landgoederen. 3. Middachten en Rhederoord versterken als toeristisch-recreatieve ankerpunten in de gemeente. 4. Zachte overgang naar Veluwe behouden via landgoederen en volkstuinen. 5. Versterken van de verbinding tussen De Steeg en de IJssel (inclusief IJssel-zijtak 'de Engel'). 6. Zichtbaarheid en toegankelijkheid van bestaande horeca verbeteren. 7. Recreatieve potentie van de IJssel benutten. 53

8. De Steeg is in 2040 volledig aardgasvrij en heeft een lokaal gedragen, toekomstbestendig energiesysteem op basis van warmte en koelte. 9. Mogelijkheid voor toevoegen kleinschalige verblijfsrecreatie zoals B&B. 5.3.6. Ellecom 5.3.6.1.

Gebiedsdroom 2040

Ook in 2040 is de rijke geschiedenis van Ellecom op veel plekken in het dorp prominent aanwezig. De karakteristieke (villa)bebouwing, landgoed Avegoor, verschillende buitenplaatsen (Hofstetten, Bernhalde) en sporen van het agrarisch en toeristisch verleden leveren pittoreske plaatjes op. Daarnaast kent Ellecom een groene en parkachtige uitstraling, liggend tussen de grote landgoederen Hof te Dieren en Middachten. Ellecom kent een zeer hoge cultuurhistorische waarde met veel monumenten, gebouwd en onbebouwd. Door de kleinschaligheid van het dorp en de aantrekkelijke rustige woonomgeving is het goed wonen in Ellecom. Bewoners beleven het als een sfeervol en gezellig dorp met veel activiteiten. Nieuwe woningen worden nauwelijks toegevoegd. Wanneer dit wel gebeurt, is dat altijd op kleine schaal passend binnen het bestaande landelijke karakter van het dorp. Daarbij wordt meteen een toevoeging aan de groenblauwe dooradering en het verbeteren van de bodemkwaliteit meegenomen. Net als voor de andere kleine dorpen geldt voor Ellecom dat er slechts enkele basisvoorzieningen zijn, zoals de bakker met een terras en het PostNL-punt. Voor de grote voorzieningen kan men goed terecht in bijvoorbeeld Dieren of Rheden. Door de ligging tussen de landgoederen en de hoge cultuurhistorische waarde is Ellecom een populaire plek voor recreanten en toeristen.

De hoeveelheid hotels, restaurants en cafés is de afgelopen jaren nauwelijks veranderd, recreanten waarderen de kleinschaligheid en zijn desondanks het dorp blijven vinden. Er is de afgelopen jaren ingezet op betere bereikbaarheid van de grote dorpen per fiets of met het openbaar vervoer. De duurzame deelauto's hebben menig inwoner naar de winkels in de omgeving gebracht. In het dorp zelf past het autoverkeer zich aan ten opzichte van andere weggebruikers waardoor fietsers, voetgangers en spelende kinderen meer de ruimte krijgen. De woningen in Ellecom hebben minder overlast van de omliggende wegen doordat de groenblauwe dooradering ook rondom het dorp is aangelegd, als een buffer tegen het geluid van de omliggende wegen. In Ellecom is het gelukt om grotendeels zelfstandig volledig aardgasvrij te worden op een manier die past bij het dorp: kleinschalig, zorgvuldig en toekomstgericht. De Energiecorporatie Ellecom Energie Neutraal is hierbij ondersteund door de gemeente met maatwerkadvies, subsidies en begeleiding mogelijk via bijvoorbeeld REDO. Met kleinschalige collectieve en individuele oplossingen is er aangesloten op de bestaande bouwstructuur. Denk aan warmtepompen, zonneboilers, isolatie en zon op daken. Waar mogelijk zijn kleine collectieven gevormd om gezamenlijk op te wekken of te verwarmen. 5.3.6.2.

Gebiedsambities

Om deze droom voor Ellecom te realiseren hebben we een aantal gebiedsambities geformuleerd. 1. We staan voor het toekomstbestendig maken en ruimte geven voor herbestemmen van monumenten en karakteristieke bebouwing. 2. Ellecom is in 2040 volledig aardgasvrij en heeft een lokaal gedragen, toekomstbestendig energiesysteem op basis van warmte en koelte. 3.

Mogelijkheid voor kleinschalige verblijfsrecreatie.

4. Verbeteren van voetgangersroutes en veilige oversteken, met aandacht voor de Zutphensestraatweg.

54

5.

Versterken samenhang landgoed Avegoor en het beleefbaar aken van het landgoed.

6.

De (geluids-)overlast van omliggende doorgaande wegen aanpakken.

5.3.7. Spankeren 5.3.7.1.

Gebiedsdroom 2040

Spankeren is in 2040 nog steeds het kleinschalige dorp met open karakter waar je het gevoel van rust en ruimte ervaart. Het dorp heeft een sterke relatie met het omliggend agrarisch gebied die terugkomt in de opbouw van het dorp. Vanuit het historische hart wordt het naar de randen toe steeds landelijker. Het agrarisch leven is typerend voor Spankeren. De bodem, bijvoorbeeld de Spankerense Enk, is uitermate geschikt voor akkerbouw. Mensen voelen zich verbonden met elkaar en het dorp. Woningen toevoegen gaat niet zomaar in Spankeren, zonder de open structuur en ruimte aan te tasten en er zijn maar een paar woningen bij gekomen de laatste jaren. Spankeren is in 2040 aardgasvrij. Met de dorpse maatregelen, met zelfstandige karakter, zoals kleinschalig collectief en individuele oplossingen, gericht op warmte met luchtwarmtepompen, zonneboilers en zonnepanelen op daken is het de inwoners gelukt. Er zijn ook kleinschalige samenwerking tussen bewoners, bijvoorbeeld in een energiecoöperatie opgezet. De abrupte overgang van het dorp naar de grootschalige bedrijvigheid langs het Apeldoorns kanaal is met een groenblauwe dooradering verzacht. Hiermee is ook gelijk de fiets- en wandelverbinding met Dieren aangepakt en sluit aan op de fiets- en wandelverbinding op het bedrijventerrein Kanaalzone Dieren. De provinciale weg naar Brummen is vanaf de Dierense sluis aangepakt.

Het veilige fietspad ligt in het groen en heeft mooie uitzichtpunten op het open uiterwaardengebied. De weg zelf is zo ver mogelijk weg gelegd van de bebouwing waarlangs een groene buffer is aangelegd, onderdeel van de groenblauwe dooradering door en om het dorp in. In Spankeren zijn geen winkels meer in het dorp zelf, wel kan men bij agrarische bedrijven in het gebied rond het dorp inkopen doen. Voor dagelijkse en grotere boodschappen gaan veel inwoners naar Dieren, Doesburg of Zutphen. De inwoners hebben samen het initiatief genomen een school en tegelijk ontmoetingsruimte te exploiteren. Ook het kermisterrein heeft een speciaal plekje in de harten van de inwoners. 5.3.7.2.

Gebiedsambities

Om deze droom voor Spankeren te realiseren hebben we een aantal gebiedsambities geformuleerd. 1.

Behoud van het agrarisch karakter, met name rond de Spankerense Enk.

2. Het bedrijventerrein Kanaalzone breidt niet verder uit naar het buitengebied, inclusief de huidige bestemming bij 'de Timp', deze wordt onderdeel van het gebied Soersens Beekdal. 3. Spankeren is goed bereikbaar per fiets en ter voet de fiets- en wandelroutes zijn veilig en goed aangelegd. 4. Spankeren is in 2040 volledig aardgasvrij en heeft een lokaal gedragen, toekomstbestendig energiesysteem op basis van warmte en koelte. 5.

Er is extra aandacht voor het nu nog bestaande open landschap direct tegen het dorp aan.

6.

Versterken van de samenhang tussen buurten (vooral noord-zuid over het spoor).

7. Versterken van de relatie tussen dorp, Apeldoorns kanaal, IJsselvallei en omliggende landgoederen. 8. Behoud en versterking van het kleinschalige, open en groene dorpskarakter, wat ook centraal staat bij eventuele nieuw kleinschalige ontwikkelingen zoals het Kraaienbos.

55

5.3.8. Laag-Soeren 5.3.8.1.

Gebiedsdroom 2040

In Laag-Soeren woon je in 2040 letterlijk in het groen. Het dorp vormt, samen met het Soerens Beekdal de natuurlijke verbinding tussen de landschappen van de Veluwe, de IJssel en het Apeldoorns kanaal. De beek versterkt de blauwgroene structuur die van oudsher al in het dorp aanwezig is. Het samenspel van dorp en landschap wordt door iedereen in het dorp omarmd. De verbinding met water en natuur is duidelijk voelbaar. Groene linten dooraderen het dorp en zorgen voor een natuurlijke verbinding met het omliggende landschap. Zichtlijnen zijn in ere hersteld en zorgen ervoor dat de sfeer van de Veluwe tot diep in het dorp voelbaar is. Ook de geschiedenis en relatie van het dorp met het water is zichtbaar en beleefbaar. De Soerense beek en Bovenbeek zijn het middelpunt van het dorp. Recreanten en toeristen op de fiets doen Laag-Soeren graag even aan en maken in het dorp graag gebruik maken van het terras bij het café en bruisend hart 't Sprengenhus of overnachten in de verschillende B&B's. Ze zorgen voor reuring en gezelligheid. Inwoners hebben het heft in eigen hand genomen om een klein winkeltje in het dorp te realiseren, gekoppeld aan een multifunctioneel centrum, de gezamenlijke moestuin en het plukbos. Hier kan iedereen met behoefte aan een praatje of zin in een kopje koffie binnen lopen om gezellig af te spreken met dorpsgenoten of een klein boodschapje te doen.

Voor grotere boodschappen kunnen de inwoners makkelijk op de fiets of met het openbaar vervoer in Dieren of Eerbeek komen. In de winter komt men elkaar ook graag tegen bij de natuurijsbaan. Niet alleen vanuit Laag-Soeren, maar ook vanuit de andere dorpen is dit een populaire recreatieve plek in ijsperioden. De Harderwijkerweg is de belangrijkste fietsverbinding geworden met een vrij liggend fietspad. Het centrum van Dieren is makkelijk en veilig met de fiets te bereiken. Kinderen gaan veilig alleen op de fiets naar school of naar het station. Ook het station in Dieren is dan ook goed bereikbaar, waardoor makkelijk overgestapt kan worden op de intercity naar Arnhem of Zutphen. 5.3.8.2.

Gebiedsambities

Om deze droom voor Laag-Soeren te realiseren hebben we een aantal gebiedsambities geformuleerd. 1. Behoud en versterking van het Soerens Beekdal als ecologische en cultuurhistorische drager. 2.

Beleefbaar en meer zichtbaar maken van de sprengenbeken Soerense Beek en Bovenbeek.

3.

Verbeteren van verkeersveiligheid op de Harderwijkerweg.

4. Laag-Soeren is in 2040 volledig aardgasvrij en heeft een lokaal gedragen, toekomstbestendig energiesysteem op basis van warmte en koelte. 5.

Bevorderen van doorstroming op de woningmarkt (geschikte woningen voor ouderen).

6. Beperkte ontwikkeling van woningen door woningsplitsing of bij herontwikkeling landgoed Laag-Soeren, passend in het samenspel van landschap en dorp. 5.4.

Bedrijventerrein

5.4.1. De Beemd 5.4.1.1.

Gebiedsdroom 2040

In 2040 is De Beemd een bedrijventerrein dat volledig is meegegroeid met de eisen van deze tijd. Het terrein is overzichtelijk, goed georganiseerd en duurzaam ingericht. De meeste bedrijfsdaken zijn voorzien van zonnepanelen of PVT-panelen. Op centrale plekken staan energieopslagunits die onderdeel zijn van een gezamenlijke energy hub. Deze hub verdeelt opgewekte energie slim over het terrein en is gekoppeld aan het energiestation in Arnhem.

56

De infrastructuur is aangepast aan elektrische mobiliteit. Er zijn voldoende laadpunten voor de bedrijven voor hun personeel, strategisch geplaatst en afgestemd op de netcapaciteit en milieuzonering. Bedrijven maken gebruik van slimme laadsystemen die piekbelasting voorkomen. Restwarmte van productiebedrijven wordt benut door andere bedrijven op het terrein, waardoor energieverspilling tot een minimum is beperkt. De ruimte op De Beemd is efficiënt benut. Door herstructurering zijn verouderde panden vervangen of vernieuwd, en is er ruimte ontstaan voor nieuwe, circulaire bedrijven. Denk aan bedrijven die zich richten op hergebruik van materialen, reparatie, of het verwerken van reststromen. Er is geen uitbreiding mogelijk, dus elke vierkante meter telt. Daardoor is er geen ruimte voor bedrijven die ook in een woon-werk omgeving zich kunnen vestigen. Ondermijning wordt actief tegengegaan. Leegstand wordt gemonitord en er is goed zicht op wie waar actief is. Dit zorgt voor een veilig en betrouwbaar ondernemersklimaat. De samenwerking tussen ondernemers, gemeente en regionale partners is sterk en zichtbaar in gezamenlijke initiatieven en projecten. De Beemd is in 2040 een toekomstbestendig terrein: duurzaam, circulair, veilig en goed ingebed in de regionale economie. 5.4.1.2.

Gebiedsambities

Om deze droom voor De Beemd te realiseren hebben we een aantal gebiedsambities geformuleerd. 1. Bloei betekent herstructurering. We benutten de bestaande ruimte intensiever en slimmer. 2. Bedrijven die werken met hergebruik, reparatie, recycling en reststromen krijgen voorrang. 3. Via ondernemersverenigingen, het gemeentelijk loket voor verduurzaming of bijvoorbeeld REDO bevorderen we de verduurzaming en vergroening van de bestaande bedrijven. 4. Een gedeelde infrastructuur voor energieopwekking, -opslag en -verdeling, mogelijk aangesloten op het energiestation in Arnhem. 5. De beschikbare daken worden benut voor zonnepanelen of PVT-panelen. 5.4.2. Kanaalzone Dieren 5.4.2.1.

Gebiedsdroom 2040

In 2040 is bedrijventerrein Kanaalzone Dieren een groen bedrijventerrein, waar een duidelijke milieuzonering ruimte geeft aan bedrijven. Met de grote herstructurering die heeft plaatsgevonden is er meer ruimte gekomen voor groen. Er is een groene zone aangelegd die vanuit het Soerens Beekdal (zie 5.2.5 Soerens Beekdal) langs het Apeldoorns kanaal loopt. Het bedrijventerrein is daarmee een aantrekkelijke plek voor een rondje wandelen vanuit het dorp of biedt ruimte voor een lunchwandeling in het groen. Het dorp wordt van de industriële bebouwing gescheiden door een robuuste groene zone. De locatie trekt veel verschillende soorten bedrijven, van startende ondernemers tot grotere bedrijven. De herstructurering heeft ruimte gemaakt voor nieuwe bedrijven, en de faciliteiten voor het opslaan van energie maakt het terrein interessant voor bedrijven die meer circulair zijn gaan werken of meer energie willen opwekken of opslaan. Door het principe van inwaarts zoneren is er in de woonwijken en het dorp Spankeren weinig overlast van deze activiteiten. Aan de Industrielaan staan bedrijfsverzamelgebouwen die een buffer vormen voor geluid richting het dorp Dieren. Het terrein draait zo veel mogelijk op duurzame energie. Deze wordt deels op locatie opgewekt, de meeste bedrijfsdaken zijn voorzien van zonnepanelen of PVT-panelen. Er is een gezamenlijke 'energy hub'.

Deze hub verdeelt de opgewekte energie slim over het terrein en is gekoppeld aan het energienetwerk rond de bedrijven in Eerbeek. Er zijn voldoende laadpunten voor elektrische auto's en fietsen van de werknemers. Restwarmte van productiebedrijven wordt benut door andere bedrijven op het terrein, waardoor energieverspilling tot een minimum is beperkt. 57

5.4.2.2.

Gebiedsambitie

Om deze droom te realiseren hebben we een aantal gebiedsambities geformuleerd. 1. Bij herstructurering wordt goed gekeken naar de impact op de omgeving. Om overlast voor de omliggende woonwijken te verkleinen wordt actief gekeken naar het principe van inwaarts zoneren. Hierbij worden de zwaarste bedrijven omringt door bedrijven met minder impact, waardoor deze als buffer dienen. 2. Bij het aantrekken van bedrijven wordt vooral gekeken naar productie, ambachtelijke bedrijvigheid, kleinschalige logistiek en dienstverlening. 3. Via ondernemersverenigingen, het gemeentelijk loket voor verduurzaming of bijvoorbeeld REDO bevorderen we de verduurzaming en vergroening van de bestaande bedrijven. 4. Een gedeelde infrastructuur voor energieopwekking, -opslag en -verdeling, mogelijk aangesloten op het energiestation in Eerbeek. 5. De beschikbare daken worden benut voor zonnepanelen of PVT-panelen.

58

6.

Doorwerking

6.1.

Beleidscyclus

6.1.1. Kerninstrumenten 6.1.1.1.

Algemeen

Gemeenten hebben op grond van de Omgevingswet vier kerninstrumenten. Dit zijn: •

Omgevingsvisie;

•

Omgevingsprogramma;

•

Omgevingsplan;

•

Omgevingsvergunningen.

Deze instrumenten vormen, samen met toezicht, handhaving, evaluatie en monitoring, de beleidscyclus voor de fysieke leefomgeving. De beleidscyclus start met deze omgevingsvisie waarin de strategische beleidskaders worden vastgelegd. In programma’s kan dit beleid verder worden uitgewerkt en kan de realisatie van ambities concreet worden gemaakt. In het omgevingsplan worden juridisch de regels verankerd die voor iedereen gelden. Omgevingsvergunningen worden aan deze regels getoetst. De ervaringen die daarbij worden opgedaan, en bij toezicht en handhaving, kunnen aanleiding vormen om ambities aan te scherpen of aan te passen. Zo is de cirkel rond en kan de cyclus weer opnieuw doorlopen worden. 6.1.2. Omgevingsvisie 6.1.2.1.

Algemeen

De omgevingsvisie is bedoeld als een integraal langetermijnperspectief voor de fysieke leefomgeving. Wij gebruiken deze omgevingsvisie om ambities en beleidsdoelen te formuleren op het gebied van onder andere wonen, mobiliteit, duurzaamheid, klimaatadaptatie, natuur en gezondheid. Het doel is om: •

Samenhang te creëren tussen verschillende beleidsvelden; 59

•

Keuzes te maken over de ruimtelijke inrichting en gewenste omgevingskwaliteit;

•

Initiatiefnemers houvast te bieden bij het ontwikkelen van plannen;

•

En duurzame ontwikkeling te stimuleren door belangen in samenhang te wegen.

De omgevingsvisie vervangt de strategische onderdelen van diverse losse beleidsdocumenten en bundelt deze tot één samenhangend verhaal, wat zorgt voor meer overzicht en bestuurlijke efficiëntie. De omgevingsvisie is zelfbindend, dus niet direct regelgevend voor inwoners en ondernemers. De omgevingsvisie geeft richting aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties bij wijzigingen van het omgevingsplan of omgevingsvergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. 6.1.3. Programma’s onder de Omgevingswet 6.1.3.1.

Algemeen

De door de gemeenteraad vastgestelde strategische beleidskaders uit de omgevingsvisie kunnen door het college van B&W worden uitgewerkt in een programma als bedoeld in artikel 3.5 van de Omgevingswet (hierna: omgevingsprogramma). Dat kan ook dienen om maatregelen te formuleren waarmee beleidsdoelen of concrete zichtbare resultaten in de fysieke leefomgeving ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Waar de omgevingsvisie de lange termijn ambities en doelen formuleert, vertaalt een programma deze naar praktische acties die bijdragen aan het realiseren van omgevingswaarden, ambities of andere beleidsdoelstellingen, zoals op het gebied van klimaat, natuur, mobiliteit of gezondheid. Programma’s kunnen thematisch of gebiedsgericht zijn en zijn zelfbindend: ze verplichten alleen het bestuursorgaan dat ze heeft vastgesteld, zoals onze gemeenteraad. Ze bevatten dus geen juridische regels voor burgers of bedrijven, maar geven net als de omgevingsvisie richting aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties bij wijzigingen van het omgevingsplan of omgevingsvergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s zouden we kunnen denken aan een programma rond een wijk (integrale wijkaanpak) of een programma voor de transformatie van het industrieterrein Haveland.

Thematische omgevingsprogramma’s zouden kunnen gaan over volkshuisvesting, energie en warmte, of mobiliteit. Voor een drietal onderwerpen gaan we (waarschijnlijk) omgevingsprogramma’s opstellen. Deze worden hierna benoemd en toegelicht. 6.1.3.2.

Gebiedsgericht programma Haveland Met het gebiedsgerichte programma Haveland richten we ons als gemeente op de transformatie van een bestaand bedrijventerrein Haveland in Rheden naar een duurzaam, gemengd woon-werkgebied. Binnen dit programma wordt ruimte gecreëerd voor innovatieve woonconcepten, zoals hoogbouw met collectief groen, en wordt ingezet op circulaire bedrijvigheid en lokale werkgelegenheid. Haveland is een van de drie grote ontwikkellocaties waar de gemeente tot 2040 een belangrijk deel van de geplande 3.000 woningen wil realiseren. Het programma draagt bij aan de integrale wijkaanpak voor Rheden-West, waarbij klimaatadaptatie, energie, sociale cohesie en mobiliteit samenkomen. Door de ligging nabij een OV-knooppunt en de koppeling met het STOMP-principe (Stappen, Trappen, OV, Mobility as a Service, Personenauto’s), wordt Haveland een voorbeeld van duurzame, toekomstgerichte gebiedsontwikkeling in Rheden. Het programma Haveland wordt naar verwachting begin 2026 vastgesteld.

60

6.1.3.3.

Verplicht energie- en warmteprogramma

Het Energie- en Warmteprogramma is het centrale beleidsinstrument waarmee wij de overstap naar aardgasvrije gebouwen vormgeven. Het wordt vanaf 1 januari 2026 verplicht op grond van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie. Het realiseren van een CO₂-neutraal Rheden in 2040 is een opgave van grote omvang, die in evenwicht moet zijn met de sociale en maatschappelijke draagkracht. Het nationale doel is vastgesteld op 2050 en hiermee ontstaat er ruimte om, waar nodig, extra tijd te nemen om de uitvoering zorgvuldig vorm te geven. Het programma beschrijft op hoofdlijnen wanneer, waar en hoe buurten in de gemeente van het aardgas af gaan en welke alternatieve warmteoplossingen daarvoor in beeld zijn. Hiermee zetten we de koers uit voor een stapsgewijze, eerlijke en realistische transitie naar duurzame warmte in 2040. Door het Energie- en Warmteprogramma versterken we als gemeente de regie op de energie- en warmtetransitie zorgvuldig, realistisch en in samenspraak met bewoners en partners. Zo bouwen we aan een warmtevoorziening die werkt voor álle inwoners van Rheden. Het warmteprogramma is méér dan een technische onderbouwing. Het is een samenhangende, gebiedsgerichte strategie waarin bewonersparticipatie, betaalbaarheid, leveringszekerheid en duurzaamheid centraal staan.

Het verbindt wijkuitvoeringsplannen (WUP’s), infrastructuurplanning, bronontwikkeling, netcapaciteit en het gemeentelijk warmtebedrijf tot één logisch geheel. Daarom kiezen we voor een gebiedsgerichte en participatieve aanpak. We nemen de tijd om per wijk of gebied de juiste oplossing te vinden, op basis van vier kernlagen: bodem, infrastructuur, gebruiker en functie. Zo zorgen we ervoor dat de energietransitie niet over de hoofden van mensen heen gaat, maar met hen samen wordt vormgegeven. Het warmteprogramma wordt zo snel mogelijk na inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie vastgesteld. 6.1.3.4.

Verplicht volkshuisvestingsprogramma

Op dit moment is het wetsvoorstel Wet versterking regie volkshuisvesting in behandeling. Als deze wet wordt ingevoerd, worden gemeenten verplicht op een volkshuisvestingsprogramma vast te stellen. Het heeft als doel om landelijke ambities te vertalen naar doelen op lokaal niveau. Het gaat erom hoeveel woningen worden gebouwd, op welke locaties en voor welke doelgroepen. De gemeente moet in het programma 130% plancapaciteit borgen. De gemeente Rheden heeft de ambitie om het programma breder op te zetten dan alleen de in de wet genoemde verplichte onderdelen. Het volkshuisvestingsprogramma is voor ons als gemeente van groot belang omdat het helpt om de lokale woonopgaven doelgericht en samenhangend aan te pakken. Het programma vertaalt onze ambities uit de omgevingsvisie naar concrete maatregelen, zoals het bouwen van betaalbare woningen, het verbeteren van bestaande woonwijken en het bevorderen van doorstroming. Het biedt houvast bij het maken van keuzes over locatie, woningtypen en doelgroepen, en maakt samenwerking met woningcorporaties, ontwikkelaars en zorginstellingen mogelijk. Zo draagt het programma bij aan een evenwichtige, inclusieve en toekomstbestendige woonomgeving die aansluit bij de behoeften van inwoners. Het volkshuisvestingsprogramma wordt naar verwachting vanaf 2027 opgesteld.

61

6.1.4. Omgevingsplan 6.1.4.1.

Algemeen

Het omgevingsplan vervangt de eerdere bestemmingsplannen en lokale verordeningen voor zover die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Dit nieuwe plan bevat, samen met de waterschapsverordening, alle regels voor de fysieke leefomgeving op lokaal niveau. Deze regels zijn direct bindend voor inwoners en ondernemers. Het omgevingsplan geeft met die regels invulling aan de ambities van onze omgevingsvisie en de doelen en resultaten van omgevingsprogramma’s. De regels van het omgevingsplan kunnen meer ruimte bieden en/of specifieker zijn in wat wel/niet wenselijk is.

62

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=3b8e9829-359f-440a-928e-1bd949d3a438