CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

PDFversie omgevingsvisie voor inzage

Oordeelsvormende vergadering 18 november 2025, gemeente RhedenBij agendapunt: Concept Omgevingsvisie en uitwerking thema energietransitie21.841 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

6.

Voorwoord .................................................................................................................. 2 1.1.

Voorwoord ........................................................................................................... 2

1.2.

Leeswijzer ........................................................................................................... 3

Opgaven voor de toekomst ........................................................................................... 4 2.1.

Sturen met een omgevingsvisie .............................................................................. 4

2.2.

Wat komt er op ons af ........................................................................................... 6

Rheden in 2025 .......................................................................................................... 15 3.1.

Foto van de Leefomgeving .................................................................................... 15

3.2.

Foto van de kernwaarden ..................................................................................... 17

3.3.

Foto van de themalijnen ....................................................................................... 20

3.4.

Foto per gebied ................................................................................................... 24

Rheden in 2040 .......................................................................................................... 26 4.1.

Natuurlijk Rheden ................................................................................................ 26

4.2.

Gemaakte keuzes ................................................................................................ 37

4.3.

Nog te maken keuzes ........................................................................................... 39

4.4.

Ontwikkelstrategie ............................................................................................... 40

Gebieden ................................................................................................................... 42 5.1.

Gebieden ............................................................................................................ 42

5.2.

Landelijk gebied .................................................................................................. 42

5.3.

Stedelijk gebied .................................................................................................. 49

5.4.

Bedrijventerrein .................................................................................................. 56

Doorwerking............................................................................................................... 59 6.1.

Beleidscyclus ...................................................................................................... 59

1.

Voorwoord

1.1.

Voorwoord

In onze gemeente leven we samen. In dorpen en wijken waar je elkaar op straat groet en elkaar helpt als dat nodig is. We zien hoe belangrijk het is dat mensen zich verbonden voelen met hun dorp en met elkaar. En dat er plekken zijn waar je rustig kunt zitten en waar kinderen kunnen spelen tussen het groen. Met deze omgevingsvisie staan onze inwoners centraal en kiezen we voor ontwikkeling en vooruitgang met respect voor het verleden. We kiezen voor een gemeente waar het prettig wonen, werken en leven is. We zien dat het op sommige vlakken niet goed gaat. Een tekort aan woningen en voorzieningen, de zorgn voor onze natuur, het klimaat en energiebehoefte leveren ons grote zorgen op. We maken ons daar niet alleen zorgen over, ook inwoners, bedrijven en andere partners maken zich zorgen. We willen met deze omgevingsvisie samen bouwen aan een omgeving die dichtbij en veilig voelt, waar je gezien wordt en waar iedereen mee kan doen. Onze dorpen liggen ingebed in mooie natuur, tussen de Veluwe en de IJssel. Deze natuur is van onschatbare waarde, voor onze gezondheid, biodiversiteit en leefkwaliteit. Het bepaalt onze identiteit en daarom voelen we ons verantwoordelijk om haar te beschermen, te versterken en door te geven aan toekomstige generaties. Die verantwoordelijkheid betekent ook dat we keuzes moeten maken waarvan de impact groot gaat zijn, voor iedereen.

We willen een gemeente zijn waar je veilig te voet of op de fiets naar de school of supermarkt kunt, waar je buren tegenkomt en elkaar leert kennen. We willen een gemeente zijn waar we omkijken naar elkaar, en waar iedereen de kans krijgt om zich thuis te voelen en te groeien. We kiezen voor een groene omgeving, met meer bomen en water in de wijk. Waar natuur en biodiversiteit de ruimte krijgen en waar we samen werken aan een gezonde toekomst. Deze eerste omgevingsvisie is geen eindpunt, maar een uitnodiging. Een uitnodiging om samen hard te werken aan een gemeente waar we met trots kunnen wonen, werken en leven.

Portefeuillehouder Omgevingswet, Paul Hofman

2

1.2.

Leeswijzer

Deze omgevingsvisie is geschreven voor een goede leesbaarheid in het landelijke digitale systeem Omgevingswet (DSO), daarmee is er soms dubbele tekst of zijn opvolgende alinea's of hoofdstukken niet altijd even soepel in volgorde te lezen. Dit maakt het dan wel weer leesbaarder bij het zoeken op de kaart, een van de belangrijkste onderdelen van het DSO. We hebben, los van de werkbaarheid in het DSO, het verhaal voor de gemeente Rheden verteld rond de opgaven die wij zien voor onze gemeente, startend met de opgaven en eindigend met de doorwerking van deze omgevingsvisie in de andere instrumenten van de Omgevingswet. Via de knoppen in Regelsopdekaart.nl kan op verschillende manieren de tekst opgeroepen worden. Hieronder een overzicht van de verschillende hoofdstukken voor diegene die meer vanuit de gehele tekst wil lezen. Hoofdstuk 2 Opgaven voor de toekomst In dit hoofdstuk beschrijven we de hoe en het waarom van deze omgevingsvisie. We laten zien welke landelijke opgaven op ons af komen en we beschrijven trends die zowel ruimtelijk als sociaal impact hebben op onze leefomgeving en onze manier van leven. We introduceren de vijf themalijnen waaraan we deze omgevingsvisie opgebouwd hebben. Ook beschrijven we de totstandkoming van de omgevingsvisie.

Met behulp van de uitkomsten van de Omgevingseffectscan (OES) zijn we van vier scenario's tot één Rhedens scenario 'Natuurlijk Rheden' gekomen. Hoofdstuk 3 Rheden in 2025 In dit hoofdstuk beschrijven we de huidige situatie van Rheden. Dit doen we mede door de belangrijkste bevindingen vanuit de 'Foto van de leefomgeving' uit te lichten. Een nadere uitleg over deze ‘Foto van de leefomgeving’ is ook in dit hoofdstuk te vinden. We beschrijven in hier de stand van de kernwaarden van gemeente Rheden en van de vijf themalijnen en zoomen we in op verschillende deelgebieden in Rheden, uitgesplitst in stedelijk gebied en landelijk gebied. Hoofdstuk 4 Rheden in 2040 Dit hoofdstuk beschrijft de ambitie van gemeente Rheden op de vijf themalijnen. Ook wordt (gemeentebreed) onderscheid gemaakt in ontwikkelstrategieën voor de ambities. Dit vormt alles bij elkaar het Rhedens scenario 'Natuurlijk Rheden'. We onderscheiden bij het aanpakken van onze ambities drie ontwikkelstrategieën. In dit hoofdstuk leggen we uit hoe we dit voor ons zien. Hoofdstuk 5 Gebieden In dit hoofdstuk werken we onze hoofdambities gebiedsgewijs uit. Dit doen we door allereerst een droom voor het gebied in 2040 te beschrijven en door deze vervolgens concreet uit te werken in gebiedsambities. Ook hier wordt onderscheid gemaakt in het landelijk gebied en het stedelijk gebied.

Hoofdstuk 6 Doorwerking Tenslotte komt in dit hoofdstuk de doorwerking van de omgevingsvisie aan bod. Hierin wordt uitgelegd hoe de omgevingsvisie zich verhoudt tot andere instrumenten van de Omgevingswet.

3

2.

Opgaven voor de toekomst

2.1.

Sturen met een omgevingsvisie

2.1.1. Waarom een omgevingsvisie 2.1.1.1.

Algemeen

Als gemeente Rheden staan we voor een grote uitdaging. Hoe behouden we de unieke samenhang tussen Veluwe, flank en IJssel, terwijl we inspelen op klimaatverandering, woningbouw, recreatie, mobiliteit en landbouwtransitie? Het antwoord ligt in het maken van slimme keuzes. Keuzes die recht doen aan het landschap, de bodem en het water, aan de geschiedenis, en aan de toekomst. De maatschappelijk opgaven van vandaag en morgen zijn veelzijdig en complex. We hebben te maken met een tekort aan woningen, stijgende huur- en koopprijzen. We moeten overstappen op duurzame energie en mobiliteit, onze omgeving aanpassen aan het klimaat, onze drinkwaterkwaliteit en -kwantiteit op peil houden, en ga zo maar door. Ook op sociaal en economisch vlak moeten we aan het werk. Hoe verbeteren we bijvoorbeeld de leefbaarheid in kwetsbare wijken? En hoe kunnen we onze agrariërs perspectief bieden binnen onze natuurlijke omgeving? Veel van deze opgaven hebben ruimte nodig en moeten een plek krijgen in onze leefomgeving. Deze ruimte hebben we helaas niet in overvloed. Dus moeten we keuzes maken voor wat wij als Rheden belangrijk vinden, hoe we willen handelen. Daarom hebben wij deze eerste Rhedense omgevingsvisie gemaakt. De omgevingsvisie is een richtinggevend beleidsinstrument onder de Omgevingswet. Deze wet is sinds 1 januari 2024 van kracht.

De omgevingsvisie vervangt onder andere de vroegere structuurvisies en delen van beleidsplannen en vormt een strategisch document waarin we onze langetermijnvisie, ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vastleggen. Dit gaat over onderwerpen zoals wonen, werken, mobiliteit, duurzaamheid, gezondheid en natuur. In de omgevingsvisie staan de integrale ambities van de gemeente: brede, samenhangende doelen voor de toekomst van onze leefomgeving. De omgevingsvisie is zelfbindend voor de gemeente. Het vormt de basis voor andere instrumenten zoals het omgevingsplan en omgevingsprogramma’s.

4

Deze omgevingsvisie is richtinggevend, prioriterend, samenhangend en uitvoerbaar. De raad stelt de omgevingsvisie vast en bepaalt daarmee de strategische koers van de gemeente. Het college van burgemeester en wethouders werkt deze omgevingsvisie verder uit in programma’s en regels. Zo vormt de omgevingsvisie de basis voor het aanpassen van het omgevingsplan en het beoordelen van nieuwe initiatieven. Deze omgevingsvisie is voorafgegaan door een 'Koers voor de Omgevingsvisie' waarin de gemeenteraad de eerste grote lijnen heeft vastgesteld, dat document is uitgangspunt geweest voor het uitwerken tot deze omgevingsvisie. 2.1.1.2.

Richtinggevend

De omgevingsvisie helpt duidelijke keuzes te maken voor de toekomst van Rheden. Het geeft richting en houvast bij het maken van plannen voor de leefomgeving. Het helpt uit te leggen wat inwoners en ondernemers kunnen verwachten. Ook wordt duidelijk welke onderwerpen de gemeente (voorlopig) niet oppakt. Bij grote veranderingen, zoals de overstap naar duurzame energie en warmte, helpt de omgevingsvisie om verschillende belangen goed af te wegen. Denk aan ruimte, economie en het sociale leven in de gemeente. Zo kan de raad bepalen wat prioriteit krijgt. De omgevingsvisie ondersteunt daarnaast de democratische rol van de raad. Het maakt politieke keuzes inzichtelijk en helpt om deze goed uit te leggen aan inwoners. Ook kan de raad plannen en besluiten toetsen aan de omgevingsvisie, wat helpt bij het controleren of het beleid goed wordt uitgevoerd. We hopen dat de omgevingsvisie voor overzicht zorgt: al het strategische beleid voor de leefomgeving staat op één plek. Aanpassingen aan de leefomgeving kunnen zo integraal worden bekeken. Dat voorkomt tegenstrijdige plannen. Door de beleidscyclus is ook duidelijk wanneer en waarom het beleid wordt aangepast. Met deze omgevingsvisie kan de gemeenteraad koersvast sturen op belangrijke maatschappelijke opgaven en een fijne leefomgeving. 2.1.1.3.

Samenhangend

Met onze omgevingsvisie willen we een samenhangend en integraal verhaal vertellen over de toekomst van onze gemeente. Dit betekent dat we kijken hoe de thema's binnen de fysieke leefomgeving gezamenlijk bijdragen aan de bredere, samenhangende visie van de gemeente. Concreet houdt dit bijvoorbeeld in dat we goed kijken naar wat de gemeente nodig heeft en welke ontwikkelingen hierbinnen elkaar versterken of juist tegenwerken. Op deze manier gaan we zo efficiënt mogelijk met onze middelen en ruimte om. Dit doen we in deze omgevingsvisie niet alleen voor de gemeente Rheden als één geheel. Maar we kijken ook naar de samenhang in verschillende deelgebieden. Zo bepalen we per dorpskern of bedrijventerrein en voor het buitengebied en landschap wat nodig is voor een vitale toekomst. 2.1.1.4.

Prioriterend

De opgaven en ambities in onze omgevingsvisie zijn groot. We kijken namelijk niet alleen naar de komende jaren, maar we werpen echt een blik op de ‘verre’ toekomst. We nemen het jaar 2040 als (tussen)stip op de horizon. Door vooruit te kijken, kunnen we zorgen voor houvast en continuïteit in ons beleid. Doordat we krachtige keuzes hebben gemaakt en concrete ambities hebben opgesteld, hebben we een rode draad ontwikkeld die we de komende jaren kunnen volgen. Deze wordt aangepast als veranderingen in de context waarin we leven daar om vragen. Omdat onze ambities en doelen in de toekomst liggen, hebben we vaak meerdere tussenstappen nodig om onze doelen te bereiken. Dit vraagt per doel, per thema of gebied, om een stapsgewijze aanpak. Dit betekent ook dat we gaan prioriteren. We hebben immers niet de middelen en mogelijkheden (denk aan afhankelijkheid

5

van andere partijen en andere randvoorwaardelijke uitdagingen) om al onze opgaven tegelijkertijd op te pakken. 2.1.1.5.

Uitvoerbaar

Het werken aan de ambities in deze omgevingsvisie doen we, als gemeente Rheden, niet alleen. We zien een grote rol voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties weggelegd. Veranderen doen we namelijk samen. En natuurlijk werken we ook samen met partners, zoals medeoverheden, wijk- en buurtverenigingen, ondernemers, woningcorporaties, nutsbedrijven en organisaties die zich bijvoorbeeld inzetten voor groen of cultuurhistorie. Zo werken we aan een toekomst die realistisch is en waarbij zoveel mogelijk belanghebbenden betrokken zijn. Op deze manier kunnen we de samenwerking met partners verbeteren en grensoverschrijdende opgaven gezamenlijk oppakken. De grote energie- en warmtetransitie vraagt om samenwerking met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en partners in de regio. Gezamenlijk zoeken we naar haalbare en doeltreffende manieren om energie te besparen en duurzaam op te wekken. De energietransitie is echter niet alleen een technische opgave, maar bovenal een sociale transitie die vraagt om betrokkenheid, bewustwording en ondersteuning. Hiermee vervullen we de belofte aan onze inwoners en aan de toekomstige generaties. We voelen het als onze verantwoordelijkheid om klimaatverandering tegen te gaan. Niet alleen omdat het internationaal wordt gevraagd, maar omdat we zélf die urgentie voelen. 2.2.

Wat komt er op ons af

2.2.1. Landelijke zorgen en opgaven 2.2.1.1.

Ruimtelijke verkenning

De zorgen en opgaven die we in Rheden zien, gelden natuurlijk ook voor andere gebieden in Nederland. Op dit moment staat Nederland voor grote uitdagingen: er moeten veel woningen komen, we moeten omgaan met klimaatverandering, we moeten de overstap maken van aardgas naar duurzame warmte en we willen een duurzame economie. De keuzes die we nu maken, hebben invloed op de leefomgeving voor de komende 50 tot 100 jaar. Om ons te helpen met het maken van plannen voor de toekomst heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een studie laten zien wat de mogelijke gevolgen zijn van verschillende keuzes. Het PBL heeft in haar 'Ruimtelijke Verkenning 2023' vier scenario's ontwikkeld voor de toekomstige inrichting van Nederland in 2050. Met het denken in scenario's is geprobeerd op verschillende manieren te kijken naar antwoorden op de verschillende opgaven. Deze landelijke opgaven zijn per themalijn hieronder (kort) benoemd en geven inzicht in alle opgaven die we de komende jaren met elkaar moeten aanpakken. 2.2.1.2.

Scenario's

Het PBL heeft vier scenario’s opgesteld op basis van wetenschappelijke analyses en gesprekken met experts en belanghebbenden vanuit de overheid, bedrijven, wetenschap en maatschappelijke organisaties. Hierbij is gekeken naar de grote veranderingen in de wereld, zoals klimaatverandering, digitalisering, migratie en economische groei.

6

Mondiaal Ondernemend

grote bedrijven bepalen veel. Snelle Wereld

digitalisering is belangrijk, afstanden doen er minder toe. 7

Groen Land

natuur en water krijgen veel ruimte. Regionaal Geworteld

burgers en regio’s nemen zelf het initiatief.

8

Elk scenario laat een andere manier van handelen zien: een mogelijke ruimtelijke vertaling van hoe Nederland eruit ziet als dat scenario werkelijkheid zou worden. De manier van denken rond deze scenario's heeft ons geholpen richting te geven aan het toekomstbeeld voor onze gemeente. 2.2.1.3.

Themalijnen

De vier landelijke scenario's zijn opgebouwd vanuit vijf themalijnen met daarin opgaven en trends die ons kunnen gaan raken in de toekomst: •

Sterke en gezonde steden en regio’s;

•

Ruimte voor klimaatadaptatie;

•

Ruimte voor energietransitie;

•

Duurzaam economisch groeipotentieel;

•

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

In hoofdstuk 2.2.2 geven we per themalijn een uitleg welke opgaven het planbureau voor de leefomgeving aan ziet komen. Deze themalijnen staan uiteraard niet op zichzelf maar vormen samen een integrale opgave. 2.2.2. De landelijke scenario's 2.2.2.1.

Algemeen

De ruimtelijke ontwikkeling in Nederland staat onder druk. Door demografische veranderingen, klimaatverandering, woningnood en veranderende economische structuren ontstaan er nieuwe uitdagingen en kansen. Per themalijn wordt hieronder weergegeven wat het planbureau voor de leefomgeving als de grootste landelijke trends en opgaven ziet. 2.2.2.2.

Sterke en gezonde steden en regio’s

Een van de grotere landelijke trends, en ook een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet, is het thema gezondheid. Er komt steeds meer aandacht voor de gezonde leefomgeving. Dit is enerzijds gericht op gezondheidsbescherming, wat als doel heeft de gezondheid van de bevolking te waarborgen door gezondheidsbedreigingen te voorkomen. Denk bijvoorbeeld door het verbeteren van de luchtkwaliteit en het beperken van geluidsoverlast. Anderzijds is dit gericht op gezondheidsbevordering, waarbij de inwoner wordt gestimuleerd om meer naar buiten te gaan, te bewegen, te ontmoeten en gezond te leven. Een gezonde leefomgeving is niet vanzelfsprekend en door bepaalde ontwikkelingen, zoals klimaatverandering en het toevoegen van ruimtelijke functies kan dit onder druk komen te staan. Een andere landelijke opgave is de woningbouwopgave. Het bouwen van nieuwe woningen is al een opgave op zich. Door de schaarse ruimte is het soms lastig om geschikte woningbouwlocaties te vinden. Daarnaast moet ook rekening gehouden worden met andere zaken, zoals de afstand tot voorzieningen, openbaar vervoer en andere functies. Ook de leefkwaliteit is een belangrijk aspect. Er zijn toenemende zorgen over de tweedeling tussen regio’s, binnen steden of dorpen of binnen wijken.

Zo ziet het PBL 'sterke' regio's groeien, terwijl andere gebieden meer te maken krijgen met krimp, vergrijzing en economische achterstand. Jongeren trekken weg, sommige voorzieningen verdwijnen, de woningmarkt is krap voor specifieke doelgroepen, zoals starters of ouderen of soms is sprake van een tweedeling. Zo zijn verschillen zichtbaar tussen wijken met hogere inkomens en goed onderhouden woningen en wijken met lagere inkomens, een verouderde woningvoorraad en minder sociale cohesie. Ook zien we verschillen in hoeverre men profiteert van trends, zoals digitalisering of verduurzaming. Mensen met lagere inkomens of beperkte vaardigheid van de Nederlandse taal haken bijvoorbeeld sneller af bij participatietrajecten of energietransities.

9

2.2.2.3.

Ruimte voor klimaatadaptatie

Klimaatverandering zorgt voor toenemende opgaven in zowel het stedelijk als het landelijk gebied. Zo zien we dat het op zomerse dagen steeds heter wordt in de steden, en zelfs ook al in dorpen. Daarnaast heeft onze natuur steeds meer te kampen met droogte, maar ook juist met wateroverlast door bijvoorbeeld piekbuien. Een van de belangrijkste zorgen voor de gezondheid is het tekort of juist het overschot aan water. We moeten leren omgaan met zeespiegelstijging, overstromingsrisico’s en extremere weersomstandigheden. Daarnaast hebben we te zorgen voor voldoende zoetwater voor landbouw, natuur en drinkwater. Landelijk zijn droogte en verzilting daarin groeiende zorgen. Vanuit de landelijke veiligheid geldt voor de toekomst het principe dat bouwen in kwetsbare gebieden, zoals natte, zakkende of laaggelegen bodems, zoveel mogelijk wordt vermeden. 2.2.2.4.

Ruimte voor energietransitie

Op het gebied van de energietransitie staan we voor meerdere grote uitdagingen. Deze vraagstukken worden bij voorkeur grensoverschrijdend aangepakt, tussen zowel gemeenten als regio’s. Een belangrijke opgave is de overgang naar een klimaatneutrale energievoorziening in 2050. Dit gaat gepaard met het terugdringen van broeikasgasemissies, onder andere door het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen en het toepassen van CO₂-opslag. Daarnaast vraagt de ruimtelijke inpassing van energieopwekking, zoals zon, wind (en landelijk de toepassing van waterstof en kernenergie), om zorgvuldige afwegingen. Ook de aanleg van energieinfrastructuur, zoals leidingen, netwerken en opslaglocaties, moet worden afgestemd op andere functies in de openbare ruimte. Denk hierbij aan wonen, natuur, landbouw en landschap. Deze ontwikkelingen hebben een aanzienlijke invloed op hoe mensen hun leefomgeving ervaren en gebruiken, zowel in dorpen als in het buitengebied. 2.2.2.5.

Duurzaam economisch groeipotentieel

Ook economische functies hebben impact op de ruimte. Een voorbeeld hiervan is de transitie naar een circulaire economie. Dit betreft efficiënter gebruik van grondstoffen en geld, recycling, hergebruik, reparatie en verwerking van grondstoffen en uiteindelijk een ander economisch verdienmodel. Om dit mogelijk te maken, is (fabrieks-)ruimte nodig, die in veel gevallen strategisch geplaatst dient te worden bij andere bedrijven. Andere economische activiteiten, zoals bedrijventerreinen, logistieke knooppunten, havens en circulaire hubs, hebben ook ruimte nodig. Dit is namelijk belangrijk voor het vestigingsklimaat. We willen landelijk graag aantrekkelijk blijven voor (internationale) bedrijven en werknemers. We zien daarnaast dat trends vanuit de veranderende arbeidsmarkt invloed hebben op het ruimtegebruik. Zo is er een grotere vraag naar multifunctionele woon-werkplekken en zijn er veranderingen in het woon-werkverkeer. 2.2.2.6.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Een van de meest urgente opgaven in het landelijk gebied is de transitie van de landbouw. De verduurzaming van de sector, het terugdringen van emissies en de omschakeling naar natuurinclusieve of circulaire landbouw vragen om ingrijpende veranderingen. Het herstel van biodiversiteit en natuur is een belangrijk onderdeel hiervan. De realisatie van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de uitbreiding van natuurgebieden stuiten echter op grote uitdagingen. Deze opgaven zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en vragen om een integrale benadering. In het landelijk gebied zijn droogte, verzilting (een probleem in het westen van Nederland, door verdroging van heel Nederland), waterkwaliteit en wateroverlast grote opgaven die grote gevolgen hebben voor de verschillende landelijke functies. Daarnaast is het in het landelijk gebied essentieel om een evenwichtige balans te vinden tussen landbouw, natuur, wonen, energie en recreatie. Dit

10

vraagt om een slimme en zorgvuldige combinatie van functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal en duurzaam wordt benut. 2.2.3. Van vier Rhedense scenario's 2.2.3.1.

Algemeen

Om een beeld te krijgen van de gevolgen van scenario's hebben we de effecten in beeld gebracht met een omgevingseffectenscan (OES). Dit is geen officieel document volgens de procedure voor de milieueffectrapportage, maar heeft ons als gemeente wel geholpen om een onderbouwde keuze te maken voor onze scenario's. Elk scenario (ondernemend , flexibel, groen en geworteld) biedt een ander perspectief op ruimtelijke inrichting en maatschappelijke ontwikkeling van onze gemeente. Met de eerste uitkomsten van de OES, waarin we goed hebben gekeken naar de effecten op onze kernwaarden hebben we een basis gevormd voor de selectie uit de verschillende scenario’s. Het gekozen voorkeursscenario is onze omgevingsvisie geworden: 'Natuurlijk Rheden'. 2.2.3.2.

De vier scenario's

Als eerste verkenning van de keuzes voor onze omgevingsvisie hebben we gewerkt met scenario's. Dit zijn onderscheidende invullingen van onze toekomst. Het planbureau voor de leefomgeving (PBL) heeft voor Nederland verschillende toekomstscenario's gemaakt die kunnen helpen met nadenken over waar je als gemeente heen wilt ontwikkelen. Samen met de huidige stand van zaken in onze de gemeente, opgenomen in de 'Foto van de Leefomgeving' (hoofdstuk 3.1) hebben we de scenario's van het PBL gebruikt om vier scenario's voor Rheden op te stellen: • Ondernemend Rheden: de focus op grootschalige verstedelijking, scheiding van functies en nadruk op bedrijventerreinen en infrastructuur; • Flexibel Rheden: focus op verspreide verstedelijking, tijdelijke bestemmingen en een lappendeken van functies; • Groen Rheden: focus op verdichting rond OV-knooppunten, groenblauwe netwerken en behoud van landschap; • Geworteld Rheden: focus op een mozaïek van regionale landschappen, kleinschalige woonvormen en een verweving van functies. 2.2.3.3.

Omgevingseffectscan

In de eerste ronde van de OES zijn de vier scenario's getoetst aan omgevingsaspecten, waarbij kansen en risico's van het nieuwe beleid ten opzichte van de huidige situatie met autonome ontwikkelingen worden weergegeven. Net als het PBL hebben we in onze scenario's gewerkt met een onderverdeling in vijf themalijnen: sterke en gezonde dorpen (inclusief veiligheid, voorzieningen en mobiliteit), klimaatadaptatie (zoals hittestress en wateroverlast), energietransitie (duurzame energie en mobiliteit), economisch bloeipotentieel (zoals werklocaties en recreatie) en toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied (zoals bodemkwaliteit en agrarische waarden). Elk onderwerp omvat specifieke omgevingsaspecten die gezamenlijk bijdragen aan een integrale beoordeling van onze ruimtelijke keuzes. Hoofdlijnen omgevingseffecten per scenario. Ondernemend Rheden Verhoogd risico voor: hittestress, wateroverlast, geluidhinder, luchtvervuiling en externe veiligheid, verstoring van de bodem- en waterkwaliteit. Kansen voor: versterkte economische vitaliteit, meer duurzame woningen en voorzieningen, versterking biodiversiteit door groene infrastructuur, circulaire bedrijfsvoering en innovatieve bedrijvigheid. Flexibel Rheden

11

Verhoogd risico voor: verstoring cultuurhistorie en biodiversiteit door tijdelijke functies, geluidhinder en externe veiligheid door windenergie, vervuiling door intensieve landbouw, onvoldoende aanbod voor intensieve bedrijvigheid. Kansen voor: duurzame energieopwekking met lokale initiatieven, circulaire bedrijvigheid en toekomstbestendige landbouw, veerkracht in wijken door digitale infrastructuur, recreatieve beleving door pop-up natuur. Groen Rheden Verhoogd risico voor: verstoring en cultuurhistorie (door verdichting in de dorpen), geluidhinder, luchtvervuiling en verkeersdruk door intensivering, effect in de kleine dorpen door focus op grote dorpen. Kansen voor: versterken biodiversiteit en cultuurlandschap, verbetering waterkwaliteit en klimaatbestendigheid, circulaire bedrijvigheid en duurzame energie, veerkrachtige wijken, recreatieve verbindingen. Geworteld Rheden Verhoogd risico voor: verstoring cultuurhistorie, geluidhinder door menging van functies, beperkt aanbod intensieve bedrijvigheid, externe veiligheid bij energieopwekking. Kansen voor: versterking van biodiversiteit en ruimtelijke kwaliteit, meer groen en recreatieve verbindingen in de dorpen, duurzame energieopwekking, veerkrachtige wijken en minder stikstofdepositie door kringlooplandbouw. 2.2.4. Naar één scenario: 'Natuurlijk Rheden' 2.2.4.1.

Natuurlijk Rheden

Het Rhedens scenario ‘Natuurlijk Rheden’ is het toekomstbeeld dat wij hebben gekozen als basis voor onze omgevingsvisie. Het is samengesteld uit onderdelen uit de scenario’s vanuit het PBL, samen met de effecten uit de OES. We leggen de nadruk op een groene, klimaatbestendige en sociaal veerkrachtige leefomgeving. Op hoofdlijnen bestaat dit scenario uit de volgende keuzes: • Groen en blauw als ruggengraat: een robuuste groenblauwe structuur (groen en water) verbindt dorpen en landschap; •

Ruimtelijke functies zijn te gast in de natuurlijke omgeving;

• Klimaatadaptatie: water vasthouden op de stuwwal, vergroening van dorpen, herstel van oude waterlopen; • Energietransitie: lokale, kleinschalige opwekking (zoals zonnecollectoren), wijkgerichte aanpak, focus op energiebesparing; • Circulaire economie: verduurzaming van bedrijventerreinen, ruimte voor MKB, lokale voedselproductie; • Wonen: 3.000 nieuwe woningen tot 2040, met focus op verdichting in grote kernen en kleinschalige toevoegingen in dorpen; • Landelijk gebied: natuurinclusieve landbouw, ruimte voor kleinschalige woonvormen en recreatie, behoud van biodiversiteit. 2.2.4.2.

Omgevingseffectscan

Het Rhedens scenario ‘Natuurlijk Rheden’ biedt veel kansen op positieve effecten, maar kent ook risico’s op negatieve effecten. Deze kunnen we, in de omgevingsvisie of later als we gaan uitwerken in de programma's wegnemen. Het is goed te weten waar we voor kiezen met dit scenario, hierdoor weten we waar we extra aandacht moeten besteden bij de uitwerkingen

12

(programma's of projecten) en waar we bij het doorlopen van een mer-procedure voor de uitwerkingen op kunnen rekenen. De OES heeft een beeld opgeleverd van risico's op negatieve gevolgen en kansen voor positieve effecten. Het aspect grondwater is in de huidige situatie een knelpunt, het voorkeursscenario leidt per saldo tot meer risico’s dan kansen waardoor er sprake is van een verslechterende trend. De aspecten hittestress, duurzame energieopwekking, duurzame woningen, groen in dorpen, recreatieve verblijfslocaties, woningaanbod en behoefte, oppervlaktewater en agrarische bedrijven zijn in de huidige situatie een knelpunt en laten per saldo meer kansen zien. Hiermee is er sprake van een verbeterende trend. De aspecten geluidhinder en luchtkwaliteit zijn in de huidige situatie een aandachtspunt en laten per saldo meer risico’s dan kansen zien. Er is sprake van een verslechterende trend waarmee deze aspecten een knelpunt kunnen worden bij uitvoering van het beleid uit dit scenario. De aspecten beschikbaarheid voorzieningen, verkeersveiligheid, hoofdverkeerswegen en landgoederen zijn in de huidige situatie respectievelijk een knelpunt en aandachtspunt en laten per saldo een gelijk aantal risico’s en kansen zien. Er is sprake van een gelijkblijvende trend waarmee het een knelpunt kan worden bij uitvoering van het beleid, onder invloed van algemene trends.

Het aspect bodemkwaliteit is in de huidige situatie een aandachtspunt, er zijn in het voorkeursscenario meer risico’s dan kansen waardoor er sprake is van een verslechterende trend, indien dit niet gemitigeerd wordt kan het een knelpunt worden. De aspecten dorpskernen, vraag- en aanbod werklocaties, ontmoeten, wateroverlast, beweegvriendelijke leefomgeving, veerkrachtige wijken en stations zijn in de huidige situatie een aandachtspunt, hiervoor geldt dat er per saldo meer kansen zijn en er sprake is van een verbeterende trend. De kernwaarde ‘unieke dorpen’ wordt mogelijk versterkt met dit scenario. Er is echter een mogelijk risico voor de kernwaarde ‘rijke cultuurhistorie’ door effecten van woningbouw en energietransitie (verstoring van de bodem en effect op ruimtelijke kwaliteit). De belangrijke aspecten sociale veiligheid, openbaar vervoer en fiets- en wandelvriendelijkheid zijn thema's vooral kansen opleveren. Ook voor de dorpscentra is het scenario kansrijk. Soms hebben we in deze omgevingsvisie al geprobeerd extra maatregelen te verwerken maar vaker zullen we in programma's goed moeten kijken hoe we de risico's voor negatieve effecten kunnen wegnemen.

Bijvoorbeeld bij het risico op negatieve effecten bij woningbouw en ontwikkeling van bedrijventerreinen, komt dat risico door een toename van het verkeer (effect op N2000/stikstof, geluidhinder, luchtkwaliteit en doorstroming op hoofdverkeerswegen). Bijvoorbeeld door lagere parkeernormen vaststellen, of deelauto's toevoegen in de planvorming, wordt dat effect (deels) weggenomen. Een ander voorbeeld is goed nadenken over de locaties van energie-infrastructuur en woningbouw (voor bedrijven geldt dit in mindere mate, bij het intensiveren van bedrijventerreinen) en rekening houden met aanwezige waarden in de bodem en de bodemkwaliteit.

13

14

3.

Rheden in 2025

3.1.

Foto van de Leefomgeving

3.1.1. Wat is de ‘Foto van de Leefomgeving' 3.1.1.1.

Basis

Om een beeld te krijgen van hoe onze Rhedense leefomgeving ervoor staat hebben we een zogeheten 'Foto van de Leefomgeving' gemaakt. Dit laat voor een breed scala aan onderwerpen zien hoe nu de huidige situatie in onze gemeente is. Daarnaast kunnen we zien hoe de situatie zou worden als we het huidige beleid zouden doorzetten, samen met al bekende nieuwe trends en ontwikkelingen in de autonome ontwikkeling. We werken in de ‘Foto van de leefomgeving’ met indicatoren. Dat zijn meetpunten die iets zeggen over de kwaliteit van een bepaald onderwerp, zoals luchtkwaliteit of verkeersveiligheid. We gebruiken de 'Foto van de Leefomgeving' als startpunt voor onze plannen voor de toekomst en voor het bepalen van effecten van onze plannen op de omgeving (de omgevingseffectenscan). In de toekomst zullen we de 'Foto van de Leefomgeving' en de indicatoren gebruiken om onze plannen te monitoren en om te kijken of we ons beleid moeten verbeteren en aanpassen. We kunnen hierdoor steeds beter zien of wat we doen, welk beleid we maken en de ambities die we nastreven tot verbeteringen leiden voor onze leefomgeving. Zo krijgen we een duidelijk beeld van waar het goed gaat en waar we moeten bijsturen. We hebben in deze ‘Foto van de Leefomgeving’ onderscheid gemaakt tussen de kernwaarden en themalijnen.

Hierbij hebben we de kernwaarden als los onderdeel opgenomen en deze staan niet in het Rad van de Leefomgeving. 3.1.2. Rad van de leefomgeving 3.1.2.1.

Het Rad

Het 'Rad van de Leefomgeving' is de conclusie van de 'Foto van de Leefomgeving' en laat in één oogopslag zien hoe het gaat met de verschillende onderwerpen van de leefomgeving in onze gemeente. Het 'Rad van de Leefomgeving' is verdeeld in de vijf verschillende themalijnen met daarbinnen verschillende onderwerpen die overeenkomen met de 'Foto van de Leefomgeving'. Het 'Rad van de Leefomgeving' laat per onderwerp zien waar het goed gaat en waar niet met de kleuren rood, oranje en groen. De kleuren zijn gebaseerd op de meetbare gegevens, dit is verder beschreven in de 'Foto van de Leefomgeving'. Het 'Rad van de Leefomgeving' helpt de gemeente om prioriteiten te stellen en beleid te maken. 3.1.2.2.

Conclusies

Op basis van het 'Rad van de Leefomgeving' kunnen we duidelijke conclusies trekken over de huidige stand van onze leefomgeving: • Rood zien we bij thema’s zoals energie, woningaanbod, hittestress, groen in de dorpen en grond- en oppervlaktewater. Dit zijn de grootste knelpunten waar we mee aan de slag moeten; • Oranje komt vooral voor bij verkeersveiligheid, luchtkwaliteit, voorzieningen en toegankelijkheid, veerkrachtige wijken of landgoederen. Bij oranje is het goed te kijken of verbeteringen mogelijk zijn in de ambities van de omgevingsvisie; • Groen is er bij sociale veiligheid, openbaar vervoer komt minder vaak voor. Dit zijn de grote pluspunten die we nu al hebben en die we zeker moeten behouden. Conclusie: De gemeente Rheden staat voor grote opgaven op het gebied van duurzaamheid, woningbouw, klimaatadaptatie. Het 'Rad van de Leefomgeving' laat zien waar de grootste uitdagingen liggen en waar de meeste winst te behalen is.

15

16

3.2.

Foto van de kernwaarden

3.2.1. Algemeen 3.2.1.1.

Algemeen

De natuur, het landschap, de geschiedenis en de zeven dorpen van Rheden horen bij elkaar. In de loop van de tijd hebben mens en natuur ervoor gezorgd dat ons landschap zich ontwikkeld heeft tot hoe het nu is: een afwisselend geheel van dorpen, landgoederen en natuurgebieden. Door de verschillen in hoogte, bodem en water is er veel variatie in planten, dieren en de manier van wonen. De samenhang hierin hebben we opgenomen in de kernwaarden van onze gemeente: rijke cultuurhistorie, de zeven verschillende dorpen met eigen identiteit en de fraaie natuur en landschappen. Inzicht in de stand van deze kernwaarden helpt ons om goede keuzes te maken voor de toekomst. Bijvoorbeeld bij het bouwen van huizen, het beschermen van de natuur of het koesteren van oude bomen en gebouwen. We kijken steeds of plannen passen bij wat Rheden bijzonder maakt. Zo zorgen we ervoor dat onze omgeving mooi en leefbaar blijft, nu en later. We hebben een verantwoordelijkheid voor de kwaliteiten van onze kernwaarden. Ze staan centraal in de afwegingen bij nieuwe ontwikkelingen. Zo kunnen we zorgen dat ook in de toekomst deze kernwaarden bovenaan staan als we denken aan onze gemeente. Hieronder zijn per kernwaarde de belangrijkste eigenschappen en uitdagingen beschreven zoals de situatie nu is. 3.2.2. De Rijke cultuurhistorie 3.2.2.1.

Algemeen

De gemeente Rheden ligt in een van de meest gelaagde cultuurlandschappen van Nederland. Eeuwenlang hebben mensen hier geleefd, gewerkt en gebouwd met respect voor de natuurlijke omgeving. Het resultaat is een landschap waarin stuwwallen, beken, uiterwaarden en oude routes samenkomen in een mozaïek van cultuurhistorische rijkdom. Maar juist die rijkdom brengt ook uitdagingen met zich mee. Op de flanken van de Veluwezoom liggen de dorpen op uitspoelingswaaiers onder aan de helling. Precies op de overgang van droog naar het nattere rivierlandschap vinden we oude kerken en kastelen zoals Geldersche Toren, Middachten, Biljoen en voormalig kasteel en historisch landgoed Hof te Dieren. Zij zijn strategisch geplaatst op plekken waar zicht, veiligheid en vruchtbaarheid samenkwamen. Hoger op de hellingen liggen landgoederen buitenplaatsen als Rhederoord en Valkenberg, met uitzicht over het IJsseldal. Deze zone van landgoederen, buitenplaatsen, villa’s en pensions vormt het hart van het Gelders Arcadië. In de lagergelegen uiterwaarden van de IJssel vinden we oude boerderijen op pollen, restanten van de baksteenindustrie en oude rivierarmen. Het zijn stille getuigen van een landschap dat voortdurend in beweging is, maar waarin de mens steeds opnieuw zijn plek weet te vinden. De grootste uitdaging voor dit eeuwenoude cultuurlandschap is het behouden van de samenhang.

De historische structuren, van karrensporen en koningswegen tot laanstructuren en beken met molenplaatsen, zijn kwetsbaar. Ze worden bedreigd door versnippering, verstedelijking, infrastructuur en functieverlies. Oude agrarische systemen, zoals de Spankerense enk met zijn prehistorische basis, staan onder druk door schaalvergroting en veranderend landgebruik. Ook de verbindingen tussen Veluwe en IJssel, ensembles van bos, akkers, lanen, kastelen en graslanden, dreigen hun samenhang te verliezen. De Soerense beek is daar een voorbeeld van: ooit een levensader van het landschap, nu deels verstopt of versnipperd. Om dit landschap te behouden, is het essentieel om integraal te kijken: natuur, cultuur, water en erfgoed zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Alleen door samenwerking tussen overheden, bewoners, terreinbeheerders, ondernemers en erfgoedeigenaren kan het verhaal van Rheden

17

levend blijven. Niet als museum, maar als dynamisch landschap waarin verleden en toekomst elkaar versterken. 3.2.3. De zeven verschillende dorpen met eigen identiteit 3.2.3.1.

Algemeen

Onze zeven dorpen, Velp, Rheden, De Steeg, Ellecom, Dieren, Spankeren en Laag-Soeren, hebben elk hun eigen unieke identiteit en karakter. Deze verscheidenheid draagt bij aan de charme van de gemeente, maar brengt ook uitdagingen met zich mee op het gebied van leefbaarheid en voorzieningen. De grotere dorpen zoals Velp, Rheden en Dieren beschikken over relatief meer voorzieningen, zeer goede bereikbaarheid en een actiever sociaal leven. Velp springt er positief uit met een voorzieningenaanbod dat zelfs boven het landelijk gemiddelde ligt. De ervaren leefbaarheid staat wel onder druk, vooral in de kwetsbare wijken en de dorpscentra zijn er zorgen. Daarentegen staan kleinere dorpen zoals Spankeren en De Steeg onder druk. De bevolkingskrimp en het mogelijk wegvallen van voorzieningen is een zorg. Bereikbaarheid van basisvoorzieningen zoals winkels, openbaar vervoer en zorg is vooral voor ouderen en minder mobiele inwoners een aandachtspunt. Een ander knelpunt is het tekort aan groen in de dorpen. Hoewel de gemeente Rheden grenst aan prachtige natuurgebieden zoals de Veluwezoom, is het openbare groen binnen de dorpskernen zelf vaak beperkt. Dit heeft invloed op de woonkwaliteit en het welzijn van bewoners. Daarnaast is er sprake van toenemende eenzaamheid, met name onder ouderen en alleenstaanden.

In sommige wijken stapelen de problemen zich op: deze kwetsbare wijken scoren slecht op meerdere leefomgevingsaspecten, zoals veiligheid, sociale cohesie, onderhoud van de openbare ruimte en gezondheid. Met ons huidige beleid zijn we al bezig met het verstevigen van de sociale veiligheid, het aanpakken van geluidhinder, het toegankelijk maken van de openbare ruimte en ook de fiets- en wandelvriendelijkheid is in ons beleid goed verankerd. 3.2.3.2.

Velp

Velp is een dorp dat zich onderscheidt door zijn krachtige eigen identiteit binnen de stedelijke dynamiek van de regio. Hoewel het officieel een dorp is, ademt Velp op veel plekken een stedelijk karakter uit, met een levendige Hoofdstraat, diverse voorzieningen en een rijke schakering aan woonmilieus. Velp is een dorp met twee gezichten. Aan de noordzijde vind je brede lanen, statige villa’s en veel groen. Een oase van rust voor wie de drukte van de stad wil ontvluchten. Aan de zuidzijde is het beeld anders: compact gebouwd, met veel sociale woningbouw en een levendige, maar soms drukke sfeer. De Hoofdstraat, die het dorp doorkruist, is het kloppend hart van Velp, maar ook (samen met de President Kennedylaan) een bron van verkeersdrukte. Velp is trots op zijn onderwijsinstellingen, zoals Van Hall Larenstein, Yuverta, Aeres, Astrum college en culturele instellingen zoals Studio26, die het dorp een vooruitstrevende uitstraling geven. De onderwijsinstellingen trekken veel groengeoriënteerde studenten (en docenten) aan die in de regio blijven hangen. Toch worstelt Velp met contrasten: sociaaleconomische verschillen, hittestress in dichtbebouwde wijken en een groeiende druk op de openbare ruimte door woningbouwplannen. De uitdaging is om de balans te krijgen tussen groei en leefbaarheid, tussen stedelijke dynamiek en dorpse rust. 3.2.3.3.

Rheden

Rheden ligt tussen de Veluwe en de IJssel, aan een landschap dat uitnodigt tot wandelen, fietsen en genieten. Het dorp ademt rust, met zijn symmetrische opbouw en de Groenestraat als ruggengraat. Toch is Rheden meer dan een woonplek: het kent een lange baksteenhistorie en het

18

bedrijventerrein Haveland vertelt het verhaal van industriële bedrijvigheid. De IJssel is dichtbij, maar voelt soms ver weg. Haveland, maar ook zeker de snelweg vormen een barrière tussen dorp en rivier. De herinrichting van Haveland tot een gemengd woon-werkgebied is in ontwikkeling. Het winkelcentrum van Rheden heeft het moeilijk met veel leegstand. Het dorp is nu te klein voor de voorzieningen die er nu zitten, maar te groot voor het verdwijnen van deze voorzieningen. Met de transformatie van Haveland zien we een kans deze voorzieningen overeind te houden. Rheden staat daarmee op een kruispunt: hoe behoud je de rust en het karakter van het dorp, terwijl je ruimte maakt voor nieuwe woningen en verbindingen, die het dorp qua leefbaarheid versterken. 3.2.3.4.

Dieren

Dieren verbindt onze gemeente door middel van haar intercitystation met de rest van het land. Wat ooit een agrarische nederzetting was, is nu een centrum van bedrijvigheid, zorg en innovatie. De Gazellefabriek is een icoon, net als het nieuwe stationsgebied. De verbinding van het ‘oude’ deel met het ‘nieuwe’ deel is echter nog niet goed gelukt. Dieren kent ook zijn uitdagingen: verkeersdrukte, hitte-eilanden, en wijken die vragen om vernieuwing. De Kanaalzone en het gebied rond de Dierense sluis bieden kansen voor herontwikkeling, maar vragen om zorgvuldige afwegingen. 3.2.3.5.

De Steeg

De Steeg is klein, maar groots in betekenis voor onze gemeente. Als bestuurlijk centrum van de gemeente huisvest hier het gemeentehuis, maar het is vooral de verbondenheid met de omliggende landgoederen die het dorp zijn ziel geeft. Middachten en Rhederoord zijn niet alleen monumenten, maar levende landschappen die het dorp omarmen. De lanenstructuur, de monumentale panden, het zicht op de Veluwe: alles ademt geschiedenis. Toch is er werk aan de winkel. Het Prinses Amaliaplein mist de allure die het dorp verdient en de verbinding met de Steegse Haven kan sterker. De Steeg is een parel, maar vraagt om zorgvuldige polijsting. 3.2.3.6.

Ellecom

Ellecom is een dorp dat je niet bezoekt, maar beleeft. Het ligt als een groene kamer tussen de landgoederen Hof te Dieren en Middachten, met villa’s, buitenplaatsen en een parkachtige sfeer. De geschiedenis is hier tastbaar, in de gebouwen, de tuinen, de lanen. Bewoners ervaren Ellecom als sfeervol en sociaal, een plek waar je elkaar kent en groet. Maar ook hier zijn er zorgen: wat te doen met de voormalige turnhal en Dalstein, hoe behoud je het karakter als nieuwe functies zich aandienen. 3.2.3.7.

Spankeren

Spankeren is misschien wel het meest landelijke dorp van Rheden. Hier heerst de stilte van het buitengebied, de openheid van het landschap, de eenvoud van een dorp dat zijn eigen tempo bepaalt. De historische dorpskern is nog goed herkenbaar, maar aan de westzijde dringt de bedrijvigheid zich op. Grote bedrijfshallen contrasteren met de kleinschalige bebouwing, barrières als spoor en provinciale weg verdelen het dorp. Spankeren zoekt naar balans: hoe het open karakter te behouden, terwijl je ruimte biedt aan economische functies. 3.2.3.8.

Laag-Soeren

Laag-Soeren is een dorp met een verhaal. De sprengen en beken herinneren aan een verleden van watermolens die wasserijen en papierproductie aandreven. En die later de bron waren voor kuuroorden en badhuizen, voor rustzoekers en genezing. Het dorp ligt aan de rand van de Veluwe en ademt natuur, met een landschap dat tot in het dorp voelbaar is. De geschiedenis is zichtbaar, maar mag nog meer beleefbaar worden gemaakt. De relatie met het water, de overgang naar het buitengebied, de sfeer van de Veluwe, het zijn kwaliteiten die

19

gekoesterd en versterkt kunnen worden. De zorgen zitten vooral in het verdwijnen van voorzieningen, bijna alles is verdwenen de afgelopen tijd. Alleen ‘t Sprengenhus is nu nog een plek voor ontmoeting. Laag-Soeren is een plek voor verstilling, maar ook voor vernieuwing met respect voor het verleden. 3.2.4. De fraaie natuur en landschappen 3.2.4.1.

Algemeen

De huidige situatie van de fraaie natuur en landschappen in onze gemeente is te omschrijven als rijk en gevarieerd, maar ook zeer kwetsbaar en staat onder grote druk. De gemeente ligt op een unieke overgangszone tussen de hoge, droge Veluwe en de lage, natte IJsselvallei. Deze natuurlijke verschillen zorgen voor een uitzonderlijke biodiversiteit en een landschap dat zowel ecologisch als cultuurhistorisch van grote waarde is. 3.2.4.2.

Veluwe

De Veluwe is het groene hart van Rheden. Bossen, heidevelden en zandverstuivingen wisselen elkaar af, doorkruist door oude wildpaden en sprengen. Het is een plek van rust, biodiversiteit en natuurlijke rijkdom. Maar met de planten en onder de oppervlakte gaat het niet zo goed. De bodem is droog, de bossen lijden onder verdroging, en de stikstofdruk tast de kwetsbare vegetatie aan. De recreatiedruk is hoog, vooral op populaire plekken zoals de Posbank. Wat ooit een oase van stilte was, wordt steeds vaker een plek waar natuur en mens botsen. De uitdaging is om deze balans te herstellen, en de magie van het gebied te behouden. 3.2.4.3.

Flank

De flanken van de Veluwe zijn als de aderen van het landschap. Hier ontspringen sprengen en beken, gevoed door kwelwater dat diep uit de Veluwe omhoogkomt. Het reliëf is grillig, gevormd door smeltwaterdalen uit de ijstijd. Maar dit systeem is kwetsbaar en verstoord. Door klimaatverandering worden de extremen groter: lange periodes van droogte worden afgewisseld met hevige regenval. Het water stroomt bij piekbuien razendsnel naar beneden, richting de dorpen. Daar, waar ooit natuurlijke afwatering plaatsvond, liggen nu barrières: spoorlijnen, snelwegen, bebouwing. Het gevolg is wateroverlast, juist op plekken waar mensen wonen. De flank is een gebied van grote ecologische en cultuurhistorische waarde en vraagt om zorgvuldige sturing en herstel van natuurlijke processen. 3.2.4.4.

IJssel

Aan de voet van de flank ligt de IJssel, met haar brede uiterwaarden en meanderende loop. Hier is het landschap weids, open en dynamisch. Het is een gebied van rust, van vogels die overwinteren in de natte graslanden, van oude rivierlopen en melkveehouderijen. Maar ook hier verandert het beeld. Ontgrondingen hebben diepe plassen achtergelaten waar vroeger weides lagen. De schaalvergroting in de landbouw heeft 60% van de kleinschalige landschapselementen doen verdwijnen. En nu, met de toenemende recreatiedruk op de Veluwe, is het idee dat in de IJsselvallei meer recreatie komt. Hier hebben we te zorgen voor balans tussen natuur, landbouw en recreatie. 3.3.

Foto van de themalijnen

3.3.1. Algemeen 3.3.1.1.

Algemeen

Voor onze omgevingsvisie hebben we ervoor gekozen om de vijf themalijnen van het Planbureau voor de Leefomgeving te gebruiken, iets aangepast op onze schaal. Op basis van deze themalijnen hebben we nieuw beleid geformuleerd. De themalijnen worden hieronder uitgebreid toegelicht. De themalijnen zijn: •

Sterke en gezonde dorpen;

•

Ruimte voor klimaat; 20

•

Ruimte voor energietransitie;

•

Economisch bloeipotentieel;

•

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

3.3.2. Sterke en gezonde dorpen 3.3.2.1.

Algemeen

De dorpen zijn over het algemeen fijne plekken om te wonen. Er is veel groen, de omgeving is rustig en mensen voelen zich vaak veilig. De grootste uitdaging in de dorpen is de ruimtedruk. Dit betekent dat zorgvuldig moet worden afgewogen aan welke functies, zoals groen, voorzieningen of woningen (toekomstige) beschikbare ruimte moet worden besteed. 3.3.2.2.

Identiteit

Elk dorp in de gemeente heeft haar eigen identiteit, die onder andere wordt bepaald door historische en landschappelijke kernmerken, buurtactiviteiten en de kleinschaligheid. Nieuwe ontwikkelingen, zoals het toevoegen van woningen, ruimtelijke ingrepen voor de energietransitie en het nemen van klimaatmaatregelen leiden tot een druk op bestaande functies. Dit kan impact hebben op de kernwaarden in de dorpen, waardoor het bijvoorbeeld een uitdaging wordt om de historische structuren in de dorpen te behouden. Identiteit wordt daarnaast ook bepaald door de inwoners zelf. Door een tekort aan woningen zien we jongeren wegtrekken. Dit beïnvloedt de leeftijdsopbouw en daarmee ook de levendigheid van de dorpen. Ook dit heeft invloed op identiteit van de dorpen. 3.3.2.3.

Woningbouw

Ook in onze gemeente is er een tekort aan (betaalbare) woningen. Dit geldt vooral voor starters en ouderen. Oorzaken hiervan zijn te weinig woningen, maar ook vindt te weinig doorstroming plaats: ouderen blijven vaak in (te) grote woningen wonen, waardoor starters geen plek vinden. Er zijn plannen voor het bouwen van nieuwe woningen. De ligging aan een Natura 2000-gebied brengt echter wel uitdagingen met zich mee, bijvoorbeeld op het gebied van stikstof. Daarnaast is er niet alleen een tekort aan woningen, ook is er een tekort aan bepaalde typen woningen, zoals levensloopbestendige woningen. 3.3.2.4.

Klimaat

De klimaateffecten zijn de afgelopen jaren toegenomen en dit gaat in de toekomst nog meer toenemen. Verdroging, wateroverlast en hittestress zorgen voor overlast in de dorpen. Daarom is behoefte aan klimaatadaptieve maatregelen, zoals waterberging, vergroening en herstel van natuurlijke systemen. 3.3.2.5.

Gezondheid

De uitdagingen voor een gezonde leefomgeving liggen vooral in de kwetsbare wijken, in het omgaan met klimaatverandering en in het versterken van sociale netwerken. 3.3.2.6.

Kwetsbare wijken

Een aantal wijken is te omschrijven als kwetsbaar. In zo'n wijk zijn meerdere ruimtelijke en sociale problemen tegelijk. Denk bijvoorbeeld aan slechte woningen, weinig groen, weinig ontmoetingsplekken en mensen die zich eenzaam voelen. Vooral ouderen en mensen met een laag inkomen hebben het soms moeilijk. Ook zijn er zorgen over de gezondheid van inwoners, bijvoorbeeld door luchtvervuiling of geluid van verkeer. Uitdaging is om deze wijken vitaler en gezonder te maken en op de leefbaarheid te verhogen. 3.3.2.7.

Leefbaarheid

Voor leefbaarheid is onderandere eenzaamheid een groeiend probleem in de kleinere dorpen en kwetsbare wijken, waar de sociale infrastructuur dunner is. Drie wijken, Velp-Zuid, Rheden-West en Dieren-Stenfert, scoren minder goed op leefbaarheid, veiligheid en sociale samenhang. De sociale

21

veiligheid is objectief redelijk goed en er zijn veel inwoners die zich inzetten voor hun wijk, subjectief wordt het niet altijd als goed ervaren. 3.3.2.8.

Basisvoorzieningen

Een onderdeel van de leefbaarheid in de dorpen en de zelfredzaamheid van de inwoners zijn de voorzieningen. Voorzieningen hebben niet alleen een praktische functie, maar ook een sociale. De grotere dorpen hebben een grote diversiteit in voorzieningen, terwijl de kleinere dorpen in sommige gevallen slechts beschikken over een aantal basisvoorzieningen, zoals een bakker, een dorpshuis of een café. Dit betekent dat inwoners van kleinere dorpen, in sommige gevallen, bijvoorbeeld bij een zorgbezoek, moeten uitwijken naar een van de grotere dorpen. De toenemende vergrijzing en de daarmee toenemende druk op de zorg kunnen ertoe leiden dat inwoners minder mobiel en daarmee minder zelfredzaam zijn. Een uitdaging is om de voorzieningen voor een ieder toegankelijk te houden. 3.3.2.9.

Mobiliteit

Het inzetten op het verbeteren van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid zijn belangrijke aandachtspunten. Niet alle dorpen zijn optimaal bereikbaar en de verkeersveiligheid is op sommige plekken niet goed genoeg. Fietsen en wandelen is niet overal prettig of veilig. Ook is de openbare ruimte niet overal optimaal ingericht en toegankelijk voor alle weggebruikers (zoals schoolgaande kinderen, mensen met een beperking en ouderen). Ook zijn er nog een aantal verkeersknooppunten in de gemeente. Door de toename van woningen en reisbewegingen kan de drukte op deze knooppunten toenemen. 3.3.3. Ruimte voor klimaat 3.3.3.1.

Algemeen

Het klimaat verandert. We krijgen steeds vaker te maken met hitte, droogte en hevige regen. Dat heeft gevolgen voor de dorpen, de natuur en de landbouw in Rheden. Daarom is het belangrijk dat we ruimte maken voor water, waterberging/vasthouden, schaduw en verkoeling. 3.3.3.2.

Droogte

Door de extremere omstandigheden is er veel droogte, waardoor beken droogvallen en bomen en planten het moeilijk hebben. Dit is voor de landbouw op de flank een groot risico. Een potentieel gevaar is daarbij expliciet het gevaar voor natuurbranden. 3.3.3.3.

Hitte

In de dorpen is er hittestress, vooral in de versteende wijken met weinig groen. Ook is er wateroverlast bij hevige regen, omdat het water niet goed weg kan. 3.3.3.4.

Wateroverlast

In sommige wijken hebben we nu al te maken met wateroverlast door extreme buien of door hoogwater in de IJssel. Dit zal in de toekomst alleen maar toenemen. 3.3.4. Ruimte voor energietransitie 3.3.4.1.

Algemeen

We moeten stoppen met het gebruik van kolen, olie en gas. Deze energiebronnen zorgen voor veel vervuiling en zijn slecht voor het klimaat. Ook raken ze op. Daarom moeten we overstappen op schone energie, zoals zon en wind. Deze bronnen zijn beter voor de aarde en raken nooit op. 3.3.4.2.

Elektriciteitsnetwerk

Het elektriciteitsnet raakt op veel plekken vol. Dat maakt het moeilijk om nieuwe ontwikkelingen aan te sluiten, ook voor projecten voor energieopwekking die voor verduurzaming moeten zorgen is dit moeilijk.

22

3.3.4.3.

Ruimtevraag

De overstap naar duurzame energie vraagt ruimte. Denk aan plekken voor zonnepanelen, windmolens of warmtenetten. Maar die ruimte is beperkt en er moet goed worden nagedacht over waar dit past zonder dat het ten koste gaat van natuur, cultuurhistorie, landschap of leefbaarheid. 3.3.4.4.

Zelfvoorzienend

Op dit moment is het aandeel duurzame energie in onze gemeente nog laag. Er zijn wel zonnepanelen op daken, maar er is weinig ruimte voor grootschaliger opwekking van energie. 3.3.4.5.

Verbruik

Veel woningen zijn slecht geïsoleerd en gebruiken veel gas. Vooral oudere huizen hebben energielabel D of lager. 3.3.4.6.

Mobiliteit

Er is weinig aanbod van deelauto’s of laadpalen, vooral buiten de grotere dorpen. Dit komt onder andere door netcongestie. 3.3.5. Economisch bloeipotentieel 3.3.5.1.

Algemeen

De economie in Rheden draait vooral om zorg, onderwijs, toerisme en kleine bedrijven. Er zijn ook een paar grotere werkgevers, zoals de Gazelle-fabriek in Dieren. De ligging van de gemeente is gunstig: dichtbij Arnhem en goed bereikbaar met trein en snelweg. 3.3.5.2.

Groeiruimte

Er is te weinig ruimte voor bedrijven om te groeien of zich te vestigen. Vooral voor de maakindustrie is er een tekort aan geschikte plekken. 3.3.5.3.

Toekomstbestendig

De bedrijventerreinen zijn verouderd, er is netcongestie, ze zijn niet duurzaam ingericht en missen vaak groen. 3.3.5.4.

Voorzieningen

De dorpskernen verschillen sterk in mate van voorzieningen. In de grotere dorpen zoals Velp en Dieren zijn meer winkels en voorzieningen. In kleinere dorpen verdwijnen steeds meer winkels en diensten. Dat maakt het moeilijker voor inwoners om dichtbij huis boodschappen te doen of zorg te krijgen. 3.3.5.5.

Recreatie

In de recreatie en toerisme zijn er kansen en uitdagingen. De natuur trekt veel bezoekers, maar het aanbod van overnachtingsplekken is beperkt. Er is behoefte aan meer en gevarieerdere verblijfsrecreatie, zoals campings of kleinschalige logeerplekken. 3.3.6. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied 3.3.6.1.

Algemeen

Het landelijk gebied in onze gemeente bestaat uit natuur, landbouw, landgoederen en kleine woonplekken. Dit gebied is belangrijk voor rust, biodiversiteit, voedselproductie en het landschap. Maar er zijn ook uitdagingen. 3.3.6.2.

Bodem

De kwaliteit van de bodem en het grondwater gaat achteruit. Dat is slecht voor de natuur, landbouw en drinkwater. Sommige gebieden hebben last van vervuiling, bijvoorbeeld door mest (natuurgebieden) of oude loodresten (vooral in stedelijk gebied een probleem). 3.3.6.3.

Droogte

Door de grote droogte en het niet vasthouden van regenwater is verdroging een zorgpunt. Hierdoor zijn beken en bossen minder gezond. Maar ook voor de landbouw is dit een bedreiging.

23

3.3.6.4.

Agrarische bedrijven

Boerenbedrijven hebben het moeilijk. Ze mogen niet zomaar uitbreiden en moeten aan steeds strengere regels voldoen. Tegelijk willen ze bijdragen aan natuur en duurzaamheid, maar daar is niet altijd genoeg ruimte of geld voor. 3.3.6.5.

Landgoederen

De landgoederen zijn belangrijk voor natuur, cultuur en recreatie. Maar niet alle landgoederen hebben een duidelijk plan voor de toekomst. Het onderhouden van een landgoed is moeilijk, je moet telkens inspelen op ontwikkelingen. Daardoor is het lastig om ze goed te onderhouden en te beschermen. 3.3.6.6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=3b8e9829-359f-440a-928e-1bd949d3a438