pdf_opstellen_routewijzer_houtstook_en_overlast
Tekst van het document
Schone lucht akkoord
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast 3 april 2025
Inhoudsopgave Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast Status en totstandkoming Status en totstandkoming Routewijzer houtstook en overlast Route 1: een wijkgerichte aanpak Wijkgerichte aanpak - voorbereiding Wijkgerichte aanpak - uitgangssituatie bepalen en aankondiging Wijkgerichte aanpak - bouwtechnische eisen en voorlichting Wijkgerichte aanpak - terugkoppeling Wijkgerichte aanpak - monitoring Route 2: individuele overlastmeldingen In gesprek met de stoker Wel of geen overlast door houtstook Beoordeling mate van hinder Gecertificeerde neus Beoordeling van gezondheidsschade Eenvoudige meetapparatuur of sensoren Route 3: regels in het omgevingsplan Samenhang omgevingsplan met andere instrumenten en maatregelen Houtstook regelen in het omgevingsplan Denkrichtingen voor houtstookregels in het omgevingsplan Houtstook toestaan met algemene regels Stookverbod tenzij Absoluut stookverbod Specifieke zorgplicht (tegen rookoverlast) Meldingsplicht of informatieplicht Stookrestricties bij ongunstig weer, stooktijden, stookduur Regels over schoner stoken Immissie-eisen voor gebruik houtkachels Bouwvoorwaarden voor gebruik houtkachels Vergunningplicht met beoordelingsregels Absoluut verbod op het stoken van hout Bijlagen Beoordelen houtstookoverlast: lessen uit jurisprudentie Checklist beoordelen houtstookoverlast
3 3 3 4 4 5 6 10 11 12 12 13 14 15 16 17 17 18 18 21 22 22 22 22 24 24 26 28 30 31 33 34 34 36
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast Met de pdf-knop kunt u eenvoudig een pdf-bestand maken van de Routewijzer houtstook en overlast. De pdf-knop vindt u onderaan op deze webpagina en ziet er zo uit:
Status en totstandkoming Status en totstandkoming routewijzer houtstook en overlast
Status en totstandkoming Routewijzer houtstook en overlast De Routewijzer houtstook en overlast is bedoeld als hulpmiddel om de uitstoot of overlast van particuliere houtstook aan te pakken. Het is geen blauwdruk. De Routewijzer houtstook en overlast is tot stand gekomen in samenwerking met diverse partijen, waaronder gemeenten en omgevingsdiensten.
Aanleiding en doel routewijzer In de Kamerbrief van 30 maart 2022 schrijft staatssecretaris Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat dat er wordt gewerkt aan de actualisatie van het stappenplan ‘Overlast van houtstook’: 'Doel is om een handreiking op te stellen met praktisch toepasbare tips en opties om handhaving bij overlast in de praktijk vorm te kunnen geven. Hierbij wordt gekeken naar zowel de huidige juridische mogelijkheden als de mogelijkheden onder de omgevingswet.' Houtstook is de grootste bron voor fijnstofuitstoot. De bijdrage aan gezondheidseffecten is 14%.
Totstandkoming routewijzer Deze Routewijzer is ontwikkeld in samenwerking met: • • • • • • •
gemeenten Venray, Arnhem, Den Haag en Helmond omgevingsdiensten Regio Arnhem, Midden West-Brabant, Zuid-Holland Zuid en IJmond GGD-GHOR (werkgroep Luchtkwaliteit) TNO Rijkswaterstaat RIVM ministerie Infrastructuur en Waterstaat
Daarnaast heeft een consultatieronde plaatsgevonden bij de gemeenten Amsterdam, Maastricht, Haarlem en Utrecht en het ministerie van Binnenlandse Zaken. De gemeente Leeuwarden heeft bijgedragen door haar beoordeling van houtstookoverlast in een concrete situatie te delen.
Status routewijzer De Routewijzer maakt gebruik van bestaande informatie, inzichten, kennis en ervaringen, en verwijst ook door naar informatie en hulpmiddelen. Deze Routewijzer is geen blauwdruk. Het is een hulpmiddel voor beleidsmedewerkers en toezichthouders van gemeenten en omgevingsdiensten bij de aanpak van de uitstoot of overlast door houtstook van particulieren. De Routewijzer pretendeert niet volledig te zijn. Deze moet worden gezien als een eerste aanzet, die op een later moment kan worden aangevuld met nieuwe inzichten of ontwikkelingen.
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 3
Route afhankelijk van lokale situatie Sommige overheden zijn al gestart met onderdelen die in deze Routewijzer beschreven staan. Niet alle onderdelen uit deze Routewijzer zullen voor iedere gemeente haalbaar zijn of passen bij de lokale ambities. Lokale ambities kunnen gericht zijn op gezondheid, wonen, duurzaamheid en milieu. De route die een gemeente doorloopt, hangt af van de lokale situatie.
Feedback Feedback maakt het mogelijk om de Routewijzer te actualiseren en te verbeteren. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat nodigt gemeenten van harte uit om feedback te geven, op basis van opgedane ervaringen. Dit kan door contact op te nemen met Helpdesk Informatiepunt Leefomgeving.
Lees ook: Interview over totstandkoming van de Routewijzer houtstook en overlast. Een jurist, handhaver en beleidsmedewerker vertellen over hun kennis en ervaringen die mede geleid hebben tot de Routewijzer houtstook en overlast.
Route 1: een wijkgerichte aanpak Route 1 van de Routewijzer houtstook en overlast beschrijft een methode waarmee de gemeente overlast door houtstook in een bepaald gebied zoveel mogelijk kan voorkomen of verminderen. Er wordt niet gefocust op het beoordelen van de overlast, maar op het wel of niet voldoen aan de regels uit het Bouwbesluit/Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het verminderen van overlast.
Wijkgerichte aanpak - voorbereiding De 1e stap bij een wijkgerichte aanpak van overlast door houtstook is de voorbereiding. Daarbij moet u denken aan kennisvergaring over de houtstook en het bepalen van uw strategie.
Kennisvergaring over bouwtechnische eisen Het kennisniveau tussen gemeenten verschilt. U kunt er daarom voor kiezen om allereerst de kennis over het thema houtstook binnen de eigen organisatie te vergroten. Een bouwkundig specialist kan u bijpraten over de bouwtechnische aspecten bij houtstook. Een communicatiespecialist kan meedenken over de voorlichting en een beleidsmedewerker milieu kan informeren over milieuaspecten.
Communicatie en gedragsverandering Wetenschappelijke inzichten uit de gedragspsychologie en communicatiewetenschap kunnen van pas komen bij het voeren van gesprekken met wijkbewoners. In trainingen kunt u zelf aan de slag gaan met beïnvloedingsstrategieën. Die leiden tot (beter) naleefgedrag door de doelgroep. Zo is er de training ‘Gedragsverandering voor toezicht en handhaving’ van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Deze training geeft inzicht in gedrag en op welke manier verschillende partijen (zoals bewoners en overheid) met elkaar kunnen samenwerken. Ook leert u een strategie ontwikkelen voor een wijkgerichte aanpak. Deze trainingen zijn nuttig vooral voor beleidsmedewerkers bij een toezicht- of handhavingsorganisatie, senior handhavers en senior toezichthouders.
Getest reukorgaan toezichthouders U kunt er ook voor kiezen als gemeente om het reukorgaan van toezichthouders te laten testen of dit door een omgevingsdienst laten doen. Zie als voorbeeld het Protocol getest reukorgaan toezichthouder van DCMR. U kunt naar eigen inzicht een acceptatiecriterium formuleren op basis van een minimale en
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 4
maximale geurdrempel. Toezichthouders die aan het criterium voldoen, zijn organoleptisch geschikt om vast te kunnen stellen of in de leefomgeving sprake is van onaanvaardbare overlast. De toezichthouders stellen dit vast op basis van waargenomen geur. Meer informatie leest u in het onderdeel: Gecertificeerde neus.
Wijkgerichte aanpak - uitgangssituatie bepalen en aankondiging De 2e stap bij een wijkgerichte aanpak is: • • • •
het gebied afbakenen waarop de gemeente wil focussen de uitgangssituatie bepalen de monitoring in gang zetten de gekozen wijk aankondigen
Uitgangssituatie bepalen Komen er uit een bepaalde wijk structureel meer overlastmeldingen dan uit andere delen van de gemeente? Dan kunt u als gemeente ervoor kiezen om in (een deel van) deze wijk een nulmeting uit te voeren. Met luchtfoto’s bijvoorbeeld kunt u in kaart brengen hoeveel kachels/haarden zich hier bevinden. U kunt ook andere middelen inzetten, zoals een enquête, klachtenanalyse, inventarisatie van het aantal stookuren per stoker/wijk of geteste geurorgaan toezichthouders. Deze nulmeting is de uitgangssituatie. Voorbeeld van stappen die een Nederlandse gemeente heeft doorlopen De gemeente telt sinds 2019 jaarlijks op wijkniveau de meldingen van stookoverlast. Er is een woonwijk geselecteerd waar veel klachten waren. Ook waren de klachten in deze woonwijk hardnekkiger dan in de rest van de stad. Een bouwkundig toezichthouder heeft een inventarisatie gemaakt van de schoorstenen die mogelijk niet voldoen aan de bouwtechnische eisen (deze eisen staan sinds 2024 in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving, en daarvóór in het Bouwbesluit). Dit heeft hij gedaan aan de hand van een luchtfoto. Een dergelijke inventarisatie maken was eigenlijk heel simpel, zoals het plaatje hieronder laat zien. De relatief strenge eisen voor nieuwbouw/verbouw vormden het uitgangspunt voor de selectie.
Uitfilteren schoorstenen die mogelijk niet voldoen aan bouwtechnische eisen De gemeente heeft de wijk vervolgens verdeeld in 10 deelgebieden. Die deelgebieden ging zij een-vooreen langs om de huisbezoeken aan te kondigen in verband met de meldingen van stookoverlast. Woningen met een kruisje (zie plaatje) zijn vervolgens bezocht. Vaak bleken ze gewoon te voldoen aan de bouwtechnische eisen. Dan kregen de bewoners stooktips. Voldeden ze niet aan de eisen, dan
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 5
moesten ze de situatie aanpassen of stoppen met stoken. In de gekozen woonwijk was hiervan in ongeveer 150 gevallen sprake. Na afloop werden alle bewoners in de wijk geïnformeerd over het resultaat.
Voortgang monitoren Door de voortgang te monitoren krijgt u als gemeente inzicht in de situatie op latere tijdstippen en is vergelijking mogelijk ten opzichte van de uitgangssituatie. Dit maakt het effect van de inspanningen om overlast door houtstook te reduceren inzichtelijk. U kunt ervoor kiezen om bepaalde gegevens te monitoren om: • •
meer grip te hebben op een overlastsituatie bewoners van concrete informatie te geven bij gesprekken over houtstookoverlast
Voorbeelden van te monitoren gegevens zijn: het aantal kachels in een wijk, het aantal stookuren per stoker of wijk, het klachtenpatroon en het waargenomen geurniveau door toezichthouders. Een monitoringsmoment voorafgaand aan (nulmeting) én na afloop van de uit te voeren acties (evaluatie) kan inzicht geven in de effecten van de gekozen aanpak.
Aankondiging Gaat u als gemeente aan de slag met een wijk of buurt, dan is het belangrijk dat u eventuele acties aankondigt. Dit kan bijvoorbeeld met een aankondigingsbrief, zoals de aankondigingsbrief van de gemeente Helmond. Ook kunt u nadenken over een wijkgerichte benadering, want iedere wijk is anders. De trainingen over beïnvloedingsstrategieën kunnen hierbij helpen.
Wijkgerichte aanpak - bouwtechnische eisen en voorlichting De 3e stap bij een wijkgerichte aanpak is: • • •
controleren van bouwtechnische eisen, zoals de afvoerhoogte de houtopslag bezoeken gesprekken voeren met wijkbewoners
Controleren bouwtechnische eisen Eén of meerdere toezichthouders controleren of houtkachels in de gekozen wijk voldoen aan de technische eisen, zoals opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit is sinds 1 januari 2024 de opvolger van het Bouwbesluit. Bij afwijkingen van het Bbl kunt u als gemeente optreden. Meer informatie staat op: • •
de pagina Technische bouwregels voor houtkachels van het Informatiepunt Leefomgeving in het kennisdocument over houtstook van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (STAB), dat in 2024 geactualiseerd is.
De bouwtechnische eisen aan de afvoerhoogte verschillen voor een nieuwe rookgasafvoer en bestaande afvoeren. Bij verbouw gelden vaak de nieuwbouweisen. Afvoerhoogte bij verbouw Als op een bestaand bouwwerk een nieuwe afvoer voor rookgas wordt geïnstalleerd, dan gelden de nieuwbouweisen. Dit volgt uit artikel 5.16, lid 1 Bbl.
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 6
Als er al een bestaande rookgasafvoer is, dan hangt het ervan af of de plaats van de uitmonding wijzigt: • •
Als bij het vervangen van een rookgasafvoer de plaats van de uitmonding wijzigt, dan gelden de nieuwbouweisen. Dat staat in artikel 5.16, lid 1, en de artikelen 4.138 en 4.141 van het Bbl. Als de plaats van de uitmonding niet wijzigt, dan geldt het rechtens verkregen niveau (artikel 5.16, lid 3 Bbl). Wanneer een afvoer bijvoorbeeld is aangebracht in 2015, zult u moeten uitzoeken welke eisen er op dat moment gesteld werden aan de desbetreffende afvoer.
Afvoerhoogte bij een nieuwe afvoer Voor een nieuwe rookgasafvoer vindt u de bouwtechnische eisen in de NEN-norm 2757 (met name paragraaf 5.2.2 en 5.2.3).
Minimale hoogte bij nieuwe afvoer De vereiste afvoerhoogte voor natuurlijke afvoer verschilt voor verschillende hellingshoeken en afstanden tot de nok, maar is minimaal 0,5 m boven nokhoogte. Hoe verder van de nok, hoe hoger de afvoer boven de nok moet uitkomen. Boven het huis is een trechtervormig gebied weergegeven in wit. Dit is het toegestane uitmondingsgebied. Bij een hellingshoek van minder dan 23 graden geldt (net als bij bestaande bouw), dat de afvoer overal 0,5 meter boven het dakvlak liggen.
Let op: voor een nieuwe schoorsteen op een (lage) aanbouw gelden aanvullende eisen, omdat de bestaande gevel als 'belemmering' geldt voor de stromingsrichting van de rookgassen. De schoorsteen moet dan hoog genoeg zijn om de rook te laten wegstromen. De benodigde hoogte hangt af van de precieze situatie, maar dat kan metershoog boven het dakvlak zijn! In NEN 2757 staat meer informatie (paragraaf 5.2.2). Een grove vuistregel is dat de pijp bijna moet reiken tot de nokhoogte van het dak van het aanliggende gebouw (de uitmonding mag in een hoek van 10 graden lager liggen). Maar dat hangt dus wel van de precieze situatie af.
Daarnaast gelden de volgende voorwaarden voor de locatie van afvoer van rookgas van vaste brandstoffen, zoals hout: • •
De uitmonding van de afvoer moet boven het dak liggen (dus geen gevelafvoer). Dit staat in artikel 4.138, lid 4, van het Bbl. De uitmonding van de afvoer moet op minimaal 1 m van de buren (bouwwerkperceelgrens) liggen. Deze regel geldt sinds 1 januari 2024 en staat in artikel 4.138, lid 3, van het Bbl.
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 7
Afvoerhoogte bij een bestaande afvoer De bouwtechnische eisen voor een bestaande natuurlijke rookgasafvoer staan in de NEN-norm 8757. De eisen hangen af van de hellingshoek van het dak. Als de helling kleiner is dan 23 graden, dan moet de afvoer overal 0,5 meter boven het dakvlak liggen.
Minimale hoogte bij bestaande afvoer Als de dakhelling groter is dan 23 graden, dan moet de afvoer hoger zijn. In onderstaande tabel staan de vereiste afvoerhoogten bij dakhellingen van 45 graden en 35 graden, bij verschillende (horizontale) afstanden tot de nok.
Bestaande bouw NEN 8757
Dakhelling
Afstand tot nok (m)
Hoogte afvoer (m)
Afvoerhoogte ten opzichte van nokhoogte
45
0
0,5
+0,5
45
1
1,23
+0,23
45
2
1,96
-0,04
45
3
2,7
-0,3
45
4
3,43
-0,57
35
0
0,5
+0,5
35
1
0,93
+0,23
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 8
35
2
1,36
-0,04
35
3
1,8
-0,3
35
4
2,23
-0,57
Vanaf ongeveer 2 meter van de nok mag ook onder nokhoogte worden afgevoerd. In NEN 8757 vindt u de precieze formules voor de vereiste afvoerhoogte bij bestaande bouw. Verdunningsfactor Het Bbl (artikel 4.138, lid 1) schrijft ook een minimale verdunningsfactor voor de rook van verbrandingstoestellen voor. Dit is om te voorkomen dat deze rook weer onverdund het gebouw ingezogen wordt. Deze verdunningsfactor kan ook van invloed zijn op de vereiste afvoerhoogte of plaats van de schoorsteen. Het berekenen van de verdunningsfactor kan via rekentools van de Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche of Itho Daalderop.
Checklist Onderdeel van het huisbezoek kan een (digitale) checklist zijn. De toezichthouder neemt die samen met de bewoner door. Wanneer stookt de bewoner? En houdt hij hierbij rekening met de weersomstandigheden?
Houtopslag De toezichthouder kan de bewoner ook vragen of hij/zij in de houtopslag mag kijken. Vervolgens kan hij een vochtmeter demonstreren en uitreiken zodat de stoker zelf vochtmetingen kan uitvoeren. Dit is een manier om naleving te belonen en bewustwording te stimuleren. Goed hout geeft namelijk minder roetaanslag op het glas, in de kachel en in de schoorsteen.
Voorlichting Tegelijk met de controles op bouwtechnische eisen, vindt er communicatie plaats. Niet alleen de aankondigingsbrief is belangrijk. Ook tijdens het bezoek aan de wijk is communicatie essentieel. U kunt als gemeente de bewoners informeren over de stookoverlast in de buurt en het gesprek met de stoker aangaan over andere manieren om het huis te verwarmen, minder stoken of stooktips geven. Zoek een geschikt moment uit voor de communicatie, bijvoorbeeld in de middag, wanneer de kachel nog niet aan staat. In de training van de CCV komt gedragsbeïnvloeding aan de orde. Licht de stoker(s) voor over de wijze waarop zij door minder stoken of ander stookgedrag de negatieve effecten kunnen beperken. Gebruik bijvoorbeeld het voorlichtingsmateriaal houtstook, of de informatie op de website van Milieu Centraal. Bespreek ook de gezondheidsaspecten voor de stoker(s) zelf. Daarnaast kunt u stimuleren dat de stoker adviezen van de Stookwijzer opvolgt (niet stoken bij ongunstig weer). Probeer tot een goede oplossing te komen door afspraken te maken. Bijvoorbeeld om de afvoer van het rookgasafvoerkanaal aan te passen, om minder te stoken en op een betere manier te stoken. Zijn de rookgasafvoer en de rest van de installatie in orde en staat de stoker open voor de tips om overlast te voorkomen? Dan kunt u als gemeente besluiten toezicht en handhaving eventueel stop te
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 9
zetten.
Wijkgerichte aanpak - terugkoppeling U kunt er als gemeente voor kiezen om aan de inwoners van een wijk een terugkoppeling te geven van de uitgevoerde acties: • •
de gesprekken die er geweest zijn met bewoners de controles die toezichthouders hebben uitgevoerd op de bouwtechnische eisen
Dit kan bijvoorbeeld door een kaart aan alle bewoners te sturen.
Voorbeeld terugkoppeling Voorkant kaart Beste bewoner van [naam van de wijk], Eind vorig jaar zijn we in uw wijk geweest om de rookafvoeren van houtkachels en haarden te controleren. We bezochten adressen waar de rookafvoer op het eerste oog niet helemaal leek te voldoen aan de bouwtechnische eisen. Voor iedereen waar we langs zijn geweest: bedankt voor uw medewerking! We gaven tips en hopen dat dit leidt tot minder overlast Met alle bewoners met een rookkanaal bespraken we hoe de kachel het beste aangemaakt kan worden. Iedereen kent nu de tips en weet ook hoe ze het beste kunnen worden nageleefd. Iedereen wil graag rekening houden met de buren bij het stoken, maar hield nog niet altijd rekening met het weer. Bij windsnelheden lager dan windkracht 3 en bij mistig weer blijft rook lang hangen en geeft het stoken eerder overlast. Hebt u een houtkachel of haard, doet u voor de kachel aangaat dan de weercheck? Dat kan bijvoorbeeld via https://www.atlasleefomgeving.nl/stookwijzer. Alle gecontroleerde rookgaskanalen (schoorstenen) voldeden aan de regels. Ook werd op alle adressen schoon en droog hout gestookt. Op de achterzijde van deze kaart hebben we alle tips nogmaals voor u op een rijtje gezet. We zijn benieuwd naar uw ervaringen Natuurlijk hopen we dat onze aanpak het juiste effect heeft en dat iedereen de stooktips hanteert bij het genieten van het haardvuur.
Ervaart u overlast of wilt u reageren, belt u dan met [telefoonnummer van gemeente]. Achterkant kaart
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 10
Kaart terugkoppeling acties gemeente
Wijkgerichte aanpak - monitoring Ook na afloop van de wijkgerichte aanpak blijft monitoring van de overlast belangrijk. Dit kan met een klachtenregistratie, bewonerspeilingen, enquêtes, inzet gecertificeerde neuzen of indicatieve metingen.
Monitoring overlast houtstook Bij het in kaart brengen van de uitgangssituatie bepaalt u als gemeente ook hoe de effecten van de gekozen aanpak gemonitord worden. Het is namelijk belangrijk om te blijven monitoren hoeveel overlast er is. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door in een klachtenregistratie het aantal en de aard van de klachten bij te houden. Maar bijvoorbeeld ook door bewonerspeilingen of enquêtes, en die regelmatig te herhalen. Ook kan een gecertificeerde neus worden ingezet of indicatieve metingen worden uitgevoerd.
Metingen met roet Het Samenwerking houtrookonderzoek van RIVM laat zien dat overlast door houtstook minder lokaal is dan gedacht. Om de overlast aan te pakken moet een groter gebied onderzocht worden dan alleen de directe omgeving van de houtstook. Roetmonitor Uit het onderzoek blijkt ook dat houtrook te meten is met een continu metende roetmonitor, een relatief kostbaar en niet-draagbaar instrument. Hiermee is het mogelijk om (verhoogde) blootstelling aan houtrook in een buurt aan te tonen en te monitoren. De continu metende roetmonitor is niet bedoeld voor de beoordeling van individuele hinder of gezondheidsschade. De gemeten concentraties zijn niet gekoppeld aan 1 gehinderde of stoker, maar geven een indicatie van luchtverontreinigende stoffen in een wijk. Om een beter beeld te krijgen is het nodig om deze
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 11
(steekproef)metingen met enige regelmaat te herhalen in perioden met veel en weinig houtstook. Een roetmonitor is goed bruikbaar om indicaties van concentraties roet in de buitenlucht te verkrijgen. Hiermee kunnen in overlastwijken (of verschillende wijken) met enige regelmaat steekproefmetingen gedaan worden. Alternatieven: middenklasse roetinstrument en roetsensor Het middenklasse roetinstrument (MA200) en de bij TNO in ontwikkeling zijnde roetsensor zijn goedkopere en kleinere instrumenten, waardoor ze makkelijker te verplaatsen zijn. Ze zullen dan ook in de praktijk beter inzetbaar zijn dan de roetmonitor. Beide instrumenten (MA200 en roetsensor) zijn in ontwikkeling, maar veelbelovende manieren om houtrook te kunnen meten.
Route 2: individuele overlastmeldingen Er kan zich een situatie voordoen waarin er vanuit een wijk niet per se structureel meer overlastmeldingen komen dan uit andere delen van een gemeente, maar er toch bewoners zijn die (ernstige) overlast ervaren en dit melden. Ook dan wil een gemeente iets doen om de overlast te reduceren. Daarnaast kan het zo zijn dat een gemeente de wijkgerichte aanpak in route 1 van de Routewijzer graag wil uitvoeren, maar: • •
hiervoor momenteel de capaciteit niet heeft, of op zeer korte termijn al actie wil ondernemen.
Route 2 van de Routewijzer brengt in kaart welke acties een gemeente (op korte termijn) kan ondernemen bij individuele overlastmeldingen.
In gesprek met de stoker De toezichthouder kan met de stoker het gesprek aangaan over de overlast in de omgeving en stooktips geven.
In gesprek met de stoker U kunt als gemeente het gesprek met de stoker aangaan en stooktips geven, of de melder van de overlast verleiden om zelf in gesprek te gaan met de veroorzaker van de overlast. Ook kan buurtbemiddeling worden ingezet om partijen met elkaar in gesprek te laten gaan en samen een oplossing te vinden. Het gesprek gaat over: • •
de overlast die in de omgeving wordt ervaren door houtstook wat de stoker eraan kan doen om te voorkomen dat hij/zij deze overlast veroorzaakt.
Zoek een geschikt moment uit voor de communicatie, bijvoorbeeld in de middag, wanneer de kachel nog niet aanstaat. In de training van de CCV komt nuttige gedragsbeïnvloeding aan de orde. Hulpmiddelen bij voeren gesprek veroorzaker overlast Licht de stoker(s) voor over de wijze waarop zij door ander stookgedrag de negatieve effecten van houtstook kunnen beperken. Gebruik bijvoorbeeld het voorlichtingsmateriaal houtstook dat jaarlijks wordt gepubliceerd of de informatie op de website van Milieu Centraal. Bespreek ook de gezondheidsaspecten voor de stoker(s) zelf. Probeer tot een goede oplossing te komen door afspraken te maken, bijvoorbeeld om de afvoer van het
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 12
rookgasafvoerkanaal aan te passen, het stoken te beperken en goed stookgedrag te vertonen.
Schoon en droog hout als brandstof De toezichthouder kan de bewoner met een kachel vragen of hij/zij in de houtopslag mag kijken. Vervolgens kan hij een vochtmeter demonstreren en uitreiken zodat de stoker zelf ook vochtmetingen kan uitvoeren. De toezichthouder kan informatie verstrekken over geschikt hout. Dit stimuleert bewustwording.
Bouwregels voor rookgasafvoer Eén of meerdere toezichthouders gaan op pad om te checken of kachels in het gebied waar de klacht vandaan komt, voldoen aan de technische eisen, zoals opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Meer informatie vindt u op de pagina Bouwtechnische eisen en voorlichting. Bij afwijkingen kan de gemeente optreden.
Wel of geen overlast door houtstook Houtstook mag niet leiden tot overlast bij buurtbewoners. Gebruikers van een bouwwerk, open erf of terrein moeten alle redelijke maatregelen nemen om overlast of hinder van onder andere rook, roet, walm en stof te voorkomen of te stoppen.
Wat is overlast? De regel dat houtstook geen overlast mag geven, staat als 'specifieke zorgplicht' in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, in de bruidsschat. Het gaat om artikel 22.18 (bouwwerken) en 22.20 (open erven en terreinen) van deze bruidsschat. Beide artikelen vervangen het overlastartikel 7.22 uit het Bouwbesluit. Gemeenten kunnen deze specifieke zorgplicht verduidelijken of verder invullen in het omgevingsplan. Bijvoorbeeld door toetsings- en handhavingscriteria op te stellen voor het beoordelen van overlast. Zo kan de gemeente overlast op eenzelfde manier beoordelen en eventuele handhaving onderbouwen. De gemeente kan ook specifieke stookregels opnemen in het omgevingsplan, waarop ze direct kan handhaven. Als uw gemeente het overlastartikel uit de bruidschat ongewijzigd overneemt, dan zijn er (in theorie) 2 sporen om vast te stellen of sprake is van overlast. Het is niet nodig om ze beide aan te tonen:: • •
Is er sprake van voor de omgeving hinderlijke verspreiding van rook? Is er sprake van voor de omgeving schadelijke verspreiding van rook?
De rechter benoemt in uitspraken steeds beide invalshoeken afzonderlijk. Daaruit blijkt dat gemeenten de mate van hinder kunnen beoordelen en daarop kunnen handhaven. Ze hebben daarbij beoordelingsruimte. Het aantonen van gezondheidsschade is nog niet mogelijk.
Schadelijkheid rook voor de gezondheid Het is (nog) niet mogelijk om in individuele situaties de schadelijkheid van rook voor de gezondheid van de gedupeerden te beoordelen. Op dit aspect kunt u als gemeente dus niet handhaven; er ontbreken hiervoor nog ‘algemeen aanvaarde inzichten’. Dat hoeft geen probleem te zijn, omdat u wel kunt beoordelen of er overmatige hinder is. Daarnaast kunt u onder de Omgevingswet zelf duidelijkere regels stellen voor het stoken van hout. Zie ook de pagina Beoordeling van de gezondheidsschade voor de (on)mogelijkheden om de schadelijkheid in individuele situaties aan te tonen.
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 13
Beoordeling mate van hinder U hebt als gemeente beoordelingsruimte bij het vaststellen van overmatige hinder. Bij toezicht is het belangrijk om zorgvuldig bewijzen te verzamelen en goed vast te leggen.
Handhaving bij overlast Handhaving bij overlast veroorzaakt door particuliere houtstook is mogelijk. Technische bouwvoorschriften en zorgplichtbepalingen vormen hiervoor de juridische grondslag. Gebruikers van een bouwwerk, open erf of terrein moeten alle redelijke maatregelen nemen om overlast of hinder van onder andere rook, roet, walm en stof te voorkomen of te stoppen. Deze specifieke zorgplicht staat in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, in de bruidsschat. Het gaat om artikel 22.18 (bouwwerken) en 22.20 (open erven en terreinen) van deze bruidsschat. Beide artikelen vervangen sinds 2024 het overlastartikel 7.22 uit het Bouwbesluit. Gemeenten kunnen deze specifieke zorgplicht verduidelijken of verder invullen in het omgevingsplan. Om vernietiging van besluiten te voorkomen, is het belangrijk bij het toezicht bewijzen zorgvuldig te verzamelen en goed vast te leggen. Ook moet een besluit goed gemotiveerd zijn. Zie voor tips ook: • •
pagina jurisprudentie over beoordeling overlast pagina checklist beoordeling houtstookoverlast
Beoordelingsruimte Bij het vaststellen van overmatige hinder hebben gemeenten beoordelingsruimte (Raad van State uitspraak 201907239/1/R3). Dit blijkt ook uit bijvoorbeeld deze uitspraak van de Rechtbank OostBrabant:
Uitspraak ECLI:NL:RBOBR:2019:4055: “Het argument van verweerder dat er geen landelijke regels gelden of landelijke richtlijnen voor het gebruik van houtkachels is niet voldoende. Ook bij het ontbreken van deze regels of richtlijnen geldt artikel 7.22 van het Bouwbesluit nog steeds en zal verweerder dus een antwoord moeten geven op de vraag of het gebruik van een houtkachel tot hinder leidt.” Uitgevoerde inspecties Een besluit moet duidelijke conclusies trekken uit uitgevoerde inspecties. De inspectierapporten moeten duidelijk vastleggen waar toezichthouders stonden. Ook weersomstandigheden en wanneer (in dit geval) een kachel was aangestoken, moeten zijn vastgelegd. Bevoegde gezagen kunnen beoordelen of een houtkachel hinder veroorzaakt. Zij hebben beoordelingsruimte bij het vaststellen van de aanvaardbaarheid van de hinder. Zij mogen beleid vaststellen, maar dit hoeft niet. Zij moeten antwoord geven op de vraag of het gebruik van een houtkachel tot hinder leidt en de zorgplichtbepaling wordt nageleefd. Representatief beeld van de situatie Het doel van controles door toezichthouders is om een representatief beeld van de situatie in kaart te brengen. De aard, inhoud en frequentie van controles kunnen gemeenten zelf bepalen, maar het is redelijk aannemelijk dat 1 momentopname niet volstaat. Zelfs niet wanneer er een (landelijke) meetmethode en norm beschikbaar zouden zijn.
Op de pagina checklist beoordeling houtstookoverlast staan suggesties die toezichthouders kunnen gebruiken. Een voorbeeld is een representatieve beoordeling door de gemeente Leeuwarden. Zij hebben
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 14
een representatief beeld van de situatie in kaart gebracht en de inspecties voldoende en zorgvuldig vastgelegd. Deze aanpak heeft standgehouden bij de Raad van State. In het kennisdocument van de STAB staat ook een checklist (tabel 10.1).
Modelleren van een lokale situatie Het is op dit moment niet mogelijk om een immissienorm te toetsen via rekenmodellen zoals SRM3/ Nationaal Nieuw Model. De rekenmodellen zijn niet ontworpen om op korte afstand te rekenen in bebouwde omgeving en in zeer lokale situaties. Dit komt mede door de vele obstakels die niet gemodelleerd kunnen worden. Daardoor kennen de uitkomsten van een SRM3 berekening veel onzekerheden. De uitkomsten van de SRM3 zijn dus niet voldoende betrouwbaar en nauwkeurig om de situatie te monitoren of te beoordelen. De berekening van geurimmissie vereist volgens de rechtbank nog nader onderzoek en kan nog niet worden toegepast (SHE 18/596 ECLI:NL:RBOBR:2019:4055). Zie ook de pagina Documenten modelleren houtstook.
Gecertificeerde neus Bij overlast door houtstook kunt u als gemeente een toezichthouder inzetten waarvan het reukvermogen is getest: een gecertificeerde neus.
Emissies van houtstook lastig te meten Emissies van schadelijke stoffen door houtstook zijn in de praktijk erg lastig te meten. Er bestaan wel referentiemeetnormen voor diverse schadelijke stoffen, maar die methoden zijn nauwelijks toepasbaar in de particuliere ontluchtingskanalen en/of in de buitenlucht. Deze methoden zijn toegespitst op industriële situaties. Het is aannemelijk dat de geurconcentratie toeneemt met de toename van schadelijke stoffen, bijvoorbeeld als gevolg van slecht stookgedrag. In hoofdstuk 7 van het Kennisdocument van de STAB staat geur als maatstaf uitgebreid beschreven. Het meten van geur in de leefomgeving is met de huidige modelkennis en meettechnieken voorlopig niet mogelijk, maar met de menselijke neus is wél veel mogelijk. Het is wel verstandig om dit organoleptisch (reuk)vermogen van bijvoorbeeld een toezichthouder aantoonbaar te controleren en te toetsen. Dit voorkomt discussie over de waarneming(en) vanuit bevoegd gezag. Er zijn 3 geurlaboratoria in Nederland die geurtesten afnemen.
Bandbreedte reukvermogen toezichthouder Een toezichthouder met een zeer goed ontwikkeld reukvermogen (lage geurdrempel) is niet geschikt om situaties te beoordelen in de leefomgeving. Andersom is een toezichthouder met een hoge geurdrempel eveneens niet geschikt. In beide situaties representeert de individuele waarneming niet de ‘gemiddelde neus’. Als de individuele geurdrempel van de toezichthouder ligt tussen de geformuleerde bandbreedte, dan is het reukvermogen van de toezichthouder ‘geschikt’ om (onaanvaardbare) geurhinder organoleptisch vast te kunnen stellen. Er kan dan aanvullend in lokaal beleid worden vastgesteld hoe vaak zo’n waarneming gedaan moet worden voordat repressief handelen nodig is. Bijvoorbeeld: • •
streng beleid: bij elke constatering minder streng: bij x waarnemingen over verschillende dagen
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 15
Slim inzetten van geteste toezichthouders Als er meerdere toezichthouders worden getest, kunnen deze toezichthouders (bij hardnekkige klachtensituaties) ‘slim’ worden ingezet op basis van de vastgestelde individuele geurdrempels. Een toezichthouder met een lage geurdrempel is bijvoorbeeld zeer geschikt voor bronduiding/lokalisering. Een toezichthouder met een minder sterk reukvermogen kan erg nuttig zijn bij de beoordeling van hinder bij de melder(s). Het reukvermogen moet wel acceptabel zijn binnen de gedefinieerde bandbreedte.
Beoordeling van gezondheidsschade Blootstelling aan houtrook leidt tot gezondheidsklachten, maar er zijn nog geen algemeen aanvaarde inzichten voor het beoordelen van gezondheidsschade door houtstook. Wél kunt u overmatige hinder van houtstook aantonen. Zie daarvoor de pagina Beoordeling mate van hinder.
Geen algemeen aanvaarde inzichten Uit diverse jurisprudentie is gebleken dat er nog geen algemeen aanvaarde inzichten bestaan of, en zo ja, onder welke omstandigheden en bij welke frequentie rook afkomstig van een houtkachel schade aan de mens toebrengt. Bijvoorbeeld Raad van State uitspraak 201907239/1/R3, ECLI:NL:RVS:2021:690. Er bestaan ook geen algemeen aanvaarde inzichten over de wijze waarop concentraties fijnstof in de omgeving als gevolg van het gebruik van houtkachels moeten worden gemeten. Dit blijkt ook uit het Samenwerking Houtrookonderzoek van RIVM. Relatie overlast naar mogelijke stoker is complex Het lastige is dat de relatie tussen specifieke gezondheidsschade, veroorzaakt door een specifieke stoker zeer complex is. De samenstelling van de lucht in de leefomgeving wordt door meerdere factoren (en soms meerdere stokers) bepaald. Ook de reproduceerbaarheid van dit soort metingen is een uitdaging door een verscheidenheid aan (karakteristieken van) kachels en schoorstenen, de luchtstroming ten opzichte van de opbouw van de wijk en de plaats waar gemeten zou moeten worden. De bijdrage van fijnstof door een specifieke houtkachel is daarom niet vast te stellen.
Maar zelfs wanneer de bijdrage van houtrook door een specifieke kachel bepaald kan worden, door metingen van bijvoorbeeld roet, dan is een directe koppeling van aantoonbare gezondheidsschade bij een gehinderde vrijwel onmogelijk te bepalen. De resultaten uit het samenwerkingsonderzoek geven onvoldoende handvatten voor een individuele situatie.
Gezondheidsklachten door houtrook Het Samenwerking Houtrookonderzoek van RIVM toont aan dat blootstelling aan houtrook tot gezondheidsklachten leidt. Op dagen dat er meer houtrook aanwezig was, zijn mensen meer kortademig in rust en is het medicijngebruik hoger dan op andere dagen. Mensen met bestaande luchtwegaandoeningen, hart- en vaatziekten, ouderen en kinderen behoren tot de gevoeligste groepen van de bevolking. Zij kunnen meer en eerder klachten ontwikkelen wanneer zij met houtrook in aanraking komen. Deze gezondheidseffecten zijn niet specifiek voor houtrook en worden ook gevonden bij bijvoorbeeld luchtverontreiniging door verkeer.
Gezondheidsschade fijnstof Fijnstof is schadelijk voor de gezondheid, zie pagina What are the WHO air quality guidelines. Emissieregistratie heeft berekend dat het aandeel PM2.5 uit houtstook 23% van de totale fijnstof
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 16
uitstoot bedraagt. Gezondheidseffecten hangen af van de mate waarin mensen met rook in aanraking komen, de fysieke gesteldheid en de samenstelling van de rook. Daarnaast zijn er ook mensen die aangeven geurhinder te ondervinden van houtrook.
Minder schadelijke stoffen door juiste stookwijze De uitstoot van schadelijke stoffen neemt significant af door: • • •
een juiste ‘stookwijze’, volg de instructies van de fabrikant een geschikte kachel met de juiste capaciteit voor de ruimte gebruik van geschikt, schoon hout
Eenvoudige meetapparatuur of sensoren Eenvoudige meetapparatuur maakt het werk van toezichthouders makkelijker. Voorbeelden zijn warmtecamera, roetinstrument, roetsensor en vochtmeter. Deze meetapparatuur geeft een indicatie van de overlast door houtstook.
Warmtecamera Warmtecamera’s kunnen gebruikt worden om bronnen te detecteren en de uitstroomtemperatuur te meten. Er zijn IR-meters (infrarood) van circa 1000 euro die geschikt zijn voor dit doel. Het is een makkelijke/toegankelijke techniek die toezichthouders (dus geen meetdeskundigen) kunnen inzetten. Er zijn meerdere leveranciers die apparaten kunnen leveren. Er zijn nog weinig gemeenten die ervaring hebben opgedaan met particuliere houtstookbronnen opsporen met IR-camera’s.
Meten van roet Uit het Samenwerking houtrookonderzoek van RIVM is gebleken dat roet gemeten kan worden. Er is ook onderzocht of andere stoffen dan roet en andere instrumenten gebruikt kunnen worden om houtrook te meten. Fijnstof, ultrafijn stof en koolmonoxide komen ook vrij bij houtverbranding. Deze stoffen zijn ook detecteerbaar als er houtrook aanwezig is in de lucht, maar geen van deze stoffen kan op zichzelf staand gebruikt worden als eenduidige indicator voor houtrook. Ze worden namelijk ook beïnvloed door andere bronnen (zoals verkeer). Middenklasse roetinstrument en roetsensor Het middenklasse roetinstrument (MA200) en de bij TNO in ontwikkeling zijnde roetsensor zijn goedkopere en kleinere instrumenten, en daardoor makkelijker te verplaatsen. Beide instrumenten zijn dan ook in de praktijk beter inzetbaar dan de roetmonitor. Het MA200 ende roetsensor zijn veelbelovende manieren om houtrook te kunnen meten, maar ze zijn nog in ontwikkeling.
Vochtmeter Een vochtmeter meet het vochtpercentage in het brandhout. Als het hout te veel vocht bevat (meer dan 15-20%), komt er veel rook vrij bij de verbranding. Een vochtmeter kan door iedereen gebruikt worden op het gekloofde hout. Voordat het vochtpercentage wordt afgelezen, moet het hout vers gekloofd worden. De vochtmeter bestaat uit 2 pinnen die in het hout gestoken worden. De pinnen moeten overdwars in het hout gestoken worden. De vochtmeter leest dan het vochtpercentage. Op internet zijn ook diverse filmpjes te vinden over het gebruik van een vochtmeter.
Route 3: regels in het omgevingsplan
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 17
Route 3 van de Routewijzer wijst op de mogelijkheden voor gemeenten om in het omgevingsplan regels op te nemen om inwoners te beschermen tegen nadelige effecten van houtstook door particulieren. Het kan daarbij gaan om houtstook afkomstig van houtstook binnenshuis zoals houtkachels, pelletkachels en open haarden. Het kan ook gaan om houtstook buitenshuis zoals vuurkorven, buitenhaarden en eventueel barbecues. In route 3 staan verschillende richtingen en bouwstenen, die gemeenten in hun omgevingsplan kunnen opnemen. Gemeenten bepalen zelf welke richting ze kiezen. De lokale smaak zal een combinatie van ingrediënten zijn, passend bij de lokale ambities en situatie.
Samenhang omgevingsplan met andere instrumenten en maatregelen In het omgevingsplan kunt u als gemeente juridische regels over houtstook vastleggen. Het omgevingsplan hangt sterk samen met andere instrumenten van de Omgevingswet. Daarin staat bijvoorbeeld het beleid en niet-juridische maatregelen over houtstook. De figuur geeft de samenhang weer tussen Omgevingswet-instrumenten die gebruikt kunnen worden om inwoners te beschermen tegen overmatige houtrook.
Houtstook regelen in het omgevingsplan In het omgevingsplan zijn verschillende typen regels mogelijk: houtstook toestaan met algemene regels, een vergunningplicht instellen of houtstook helemaal verbieden. U kunt als gemeente het stoken van hout als milieubelastende activiteit aanwijzen in het omgevingsplan.
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 18
Op deze pagina • • • • • • •
Soorten regels in omgevingsplan Definitie van houtstook Regels aan het gebruik Onderscheid regels voor gebieden Relatie met de APV Motivering en afweging belangen Toezicht en handhaving
Soorten regels in omgevingsplan Het omgevingsplan bevat algemene regels van een gemeente over hoe zij de fysieke leefomgeving wil ontwikkelen of beschermen. De gemeente kan voor ieder gebied zeggen welke activiteiten zij wel of niet toestaat, en onder welke voorwaarden. De pagina Samenhang omgevingsplan en andere instrumenten/maatregelen noemt verschillende typen regels die gemeenten in het omgevingsplan kunnen opnemen. De mate van regulering is hierbij oplopend: • • • • • • • •
Houtstook niet regelen: dus toestaan, dan is geen handhaving op overlast mogelijk. Er gelden wel altijd enkele rijksregels. Houtstook toestaan met algemene regels: alleen specifieke zorgplicht: ‘overlastartikel’ verder uitgewerkte algemene regels eventueel in combinatie met meldplicht eventueel in combinatie met informatieplicht Houtstook verbieden, tenzij vergunning met beoordelingsregels Houtstook ‘absoluut’ verbieden. Dit kan ook een verbod zijn op specifieke locaties, bijvoorbeeld bij scholen of in een drukke woonwijk.
Typen regels in het Omgevingsplan Het ambitieniveau en de uiteindelijke impact op stokers en gehinderden hangt uiteraard samen met de inhoud van de regels, de communicatie erover en de mate van toezicht en handhaving. Als gemeente maakt u daarin uw eigen afwegingen. Deze afwegingen kunnen afhangen van de mate van ervaren overlast of politieke kleur.
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 19
Een algemene regel moet duidelijk en concreet zijn, want de regel is direct handhaafbaar.
Definitie van houtstook In het omgevingsplan kunt u als gemeente het stoken van hout als ‘milieubelastende activiteit’ aanwijzen. Als u het stoken van hout verder wilt reguleren, dan kan dat via de specifieke zorgplicht. Daarbij zult u duidelijk moeten specificeren wat in welke situatie wordt verstaan onder ‘houtstook’. Onderscheid is bijvoorbeeld mogelijk in houtstook binnen de woning en houtstook buiten de woning (tuin of erf). En binnenshuis kan het verschil uitmaken of iemand een open haard of oude kachel aansteekt, versus een moderne kachel die voldoet aan de Europese Ecodesign-eisen. In het rapport 'Sturen op houtstook in het omgevingsplan' (pdf, 3 MB) (2024) staan in hoofdstuk 2 voorbeelden van begripsbepalingen, waarmee gemeenten houtstook kunnen definiëren en afbakenen.
Regels aan het gebruik U kunt als gemeente regels stellen aan het gebruik van kachels, haarden en vuurkorven. De aanwezigheid van houtkachels en aanverwante producten kan niet worden verboden. Deze zijn namelijk als product toegestaan op de (Europese) markt. Ook is er nauwelijks ruimte voor gemeenten om lokale regels te stellen voor het rookgaskanaal (schoorsteen), omdat het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) daarover al regels stelt.
Onderscheid regels voor gebieden U kunt als gemeente regels opstellen voor specifieke gebieden of gebiedstypen, als daarvoor een goede onderbouwing voorhanden is. Hierbij valt te denken aan: • • • •
dichtbevolkte gebieden (wijken) versus landelijk gebied gebieden met veel hoogbouw gebieden met relatief veel gevoelige groepen, bijvoorbeeld scholen en kinderdagverblijven recreatiegebied, bijvoorbeeld aangewezen barbecueplekken in een park, zoals in Den Haag of Amsterdam
Houtstookregels voor een bepaald gebied noem je ook wel een 'houtstookreguleringszone'. Voorbeelden ervan staan ook in het hierboven genoemde rapport 'Sturen op houtstook in het omgevingsplan'.
Relatie met de APV De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) bevat vooral regels over openbare orde en veiligheid. Ook staan er enkele regels in over de fysieke leefomgeving; die regels mogen of moeten (op termijn) naar het omgevingsplan overgeheveld worden. Artikel 5:34 APV richt zich op open vuren, zoals sfeervuren buitenshuis (bijv. terrashaarden en vuurkorven), en koken en bakken buitenshuis (BBQ). Dit artikel mogen gemeenten overzetten naar het omgevingsplan en ook aanpassen. Wanneer moet/mag een regel uit de APV naar het omgevingsplan? Daarover geven de volgende bronnen meer informatie: • • •
VNG: vuur stoken en afval verbranden VNG, handreiking Verordeningen en het omgevingsplan Webinar VNG, Verordeningen in het omgevingsplan 23 maart 2020 - YouTube (rond minuut 30 gaat het over houtstook).
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 20
Motivering en afweging belangen Bij het opstellen van nieuwe regels gelden algemene bestuursprincipes, zoals een zorgvuldige voorbereiding, belangenafweging en evenredigheid. Zeker als houtstook jarenlang is toegestaan, zal de gemeente scherpere regels goed moeten motiveren, de gevolgen in beeld moeten brengen en moeten nagaan of het middel nodig is om het doel te bereiken. Dit kan ertoe leiden dat een compensatieregeling of overgangsrecht nodig is. En uiteraard zult u als gemeente nieuwe maatregelen duidelijk naar de inwoners moeten communiceren. Het hierboven genoemde rapport 'Sturen op houtstook in het omgevingsplan' bevat veel juridische voorbeeldregels vanuit diverse doelen en motieven. Daarbij beschrijft het rapport verschillende redenen die gemeenten kunnen gebruiken als basis voor de onderbouwing. Daarnaast bevat het rapport een voorbeeldbepaling voor een overgangsperiode. Overschrijding normen luchtkwaliteit Een zeer sterk argument voor een gemeente om strengere (gebiedsgebonden) regels op te nemen is als grenswaarden/omgevingswaarden voor luchtkwaliteit al worden benaderd of overschreden. Dat kan dan bijvoorbeeld de norm voor fijnstof of NO2 zijn. U kunt als gemeente dan houtstookregels stellen om verdere vervuiling/verslechtering van de luchtkwaliteit te voorkomen.
Houtstookregels voor nieuwbouwwijken Voor nieuwbouwwijken kan het eenvoudiger zijn om houtstookregels in te voeren dan voor bestaande woningen. Uitgebreide voorlichting aan de toekomstige bewoners is ook dan uiteraard een must, zodat bewoners bewust kunnen kiezen. Voor bewoners van koopwoningen zijn de keuzemogelijkheden wel groter dan bijvoorbeeld voor sociale huurwoningen. Al is de keuzevrijheid op een gespannen woningmarkt sowieso relatief.
Toezicht en handhaving Gemeenten zullen toezicht en handhaving van de regels moeten prioriteren. Het ligt voor de hand om het toezicht te concentreren op situaties, waarbij houtstookoverlast gemeld wordt. Daarbij moet een harde handhaving op de regels ook gezien worden als sluitpost; voorlichting en gesprekken met bewoners gaan daaraan vooraf. Handhaving op duidelijke regels in het omgevingsplan kan eenvoudiger zijn dan het beoordelen of er in een specifieke situatie overlast optreedt (oftewel: handhaving op de specifieke zorgplicht). Een combinatie van regels in het omgevingsplan kan op deze manier zorgen voor een vermindering van het aantal overlastsituaties en een verbetering van de luchtkwaliteit in de gemeente.
Denkrichtingen voor houtstookregels in het omgevingsplan De Routewijzer beschrijft per type regel in het omgevingsplan enkele denkrichtingen. De mate van uitwerking verschilt, en hangt af van de beschikbare kennis en ervaringen bij gemeenten en andere betrokkenen bij het opstellen van deze Routewijzer. U kunt verschillende regels combineren. Uiteindelijk zal een logisch geheel van regels en andere maatregelen zorgen voor minder houtstookemissies en overlast, passend bij de ambities van uw gemeente. Aanvullend verscheen eind mei 2024 het rapport 'Sturen op houtstook in het omgevingsplan' (pdf, 3 MB), met juridische voorbeeldregels en motivatieteksten die gemeenten in het omgevingsplan kunnen opnemen. In de Routewijzer staan verwijzingen hiernaar. De voorbeeldregels in dat rapport zijn anders gegroepeerd dan in deze Routewijzer. Het rapport volgt namelijk 3 motieven: 1.
Module 1: Sturing op de bescherming van kwetsbare groepen
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 21
2. 3.
Module 2: Sturing op functies en functiescheiding (zonering) in gebieden Module 3: Sturing op de realisatie van doelen voor de leefomgeving
Houtstook toestaan met algemene regels • • • • • •
Specifieke zorgplicht (tegen rookoverlast) Melding- of informatieplicht Stookrestricties (weer, tijden) Schoner stoken Immissie-eisen houtkachels Bouwvoorwaarden voor gebruik
Stookverbod tenzij Vergunningplicht met beoordelingsregels
Absoluut stookverbod Absoluut houtstookverbod
Specifieke zorgplicht (tegen rookoverlast) Met de specifieke zorgplicht hebt u als gemeente een kapstok om op te treden tegen ernstige rookhinder door het stoken van hout en andere stoffen. Gemeenten kunnen dit overlastartikel lokaal aanpassen en/of uitwerken.
Op deze pagina • • • • •
Wijzigingen in de Omgevingswet Ruimte voor bestuurlijke afweging Samenhang met andere (voorbeeld)regel(s) in het omgevingsplan Voorbeeld beoordelingscriteria specifieke zorgplicht Overgangsregeling en/of financiële compensatie
Wijzigingen in de Omgevingswet Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet (2024) geldt voor particuliere houtstook de specifieke zorgplicht voor bouwwerken, open erven en terreinen. Deze zorgplicht staat in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, in de bruidsschat. Het gaat om artikel 22.18 (bouwwerken) en 22.20 (open erven en terreinen) van deze bruidsschat. Beide artikelen vervangen het eerdere overlastartikel 7.22 uit het Bouwbesluit. Artikel 22.18 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk Lid 2: Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; […] Artikel 22.20 bevat dezelfde zorgplicht, maar dan voor het gebruik van open erven en terreinen. De
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 22
toelichting geeft aan dat deze zorgplicht een kapstok kan zijn bij om op te treden tegen ernstige rookhinder door het stoken van hout of andere stoffen. Gevaar voor de gezondheid of veiligheid In artikel 22.18 en 22.20, lid 1 van de bruidsschat staat nog een specifieke zorgplicht, ter voorkoming van ‘gevaar voor de gezondheid of veiligheid’: ''Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.'' Het is onduidelijk of lid 1 ook bruikbaar is/wordt voor particuliere houtstook. Op dit moment bestaan er (volgens vaste jurisprudentie) nog geen algemeen aanvaarde inzichten of en zo ja, onder welke omstandigheden en bij welke frequentie, rook, afkomstig van gebruik van een houtkachel schade aan de mens toebrengt. Aan de andere kant ontwikkelt de kennis hierover zich wel; bijvoorbeeld via het ‘Samenwerking Houtrookonderzoek’ van het RIVM.
Ruimte voor bestuurlijke afweging Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet kunnen gemeenten de specifieke zorgplicht van de bruidsschat lokaal aanpassen en/of uitwerken. Bijvoorbeeld door er beoordelingscriteria aan te koppelen. Zo kan de gemeente overlast op eenzelfde manier beoordelen en eventuele handhaving onderbouwen. Daarnaast kunt u als gemeente in individuele gevallen een maatwerkvoorschrift opstellen, om de specifieke zorgplicht in een concrete situatie te verduidelijken. Bijvoorbeeld: de bewoners van adres X mogen de kachel alleen gebruiken bij een bepaalde windrichting, omdat er anders te veel overlast is voor de omgeving.
Samenhang met andere (voorbeeld)regel(s) in het omgevingsplan Naast de specifieke zorgplicht kunt u als gemeente ook aanvullende algemene stookregels opnemen in het omgevingsplan. Dan is het niet nodig om aan te tonen dat er sprake is van overlast, maar u kunt direct handhaven op de algemene regel. Het gaat dan bijvoorbeeld om regels over stoken bij specifieke weersomstandigheden en schoner stoken. Handhaving op die regels zal een deel van de overlastsituaties kunnen beperken. Gemeenten kunnen er ook voor kiezen om weersomstandigheden of schoon stookgedrag op te nemen in de beoordelingscriteria bij de specifieke zorgplicht. In het omgevingsplan kunnen maatwerkregels en omgevingswaarden worden opgenomen. In deze route werken we geen voorbeelden van standaard-omgevingswaarden met emissie-en/of immissieniveaus uit, omdat dit nog nader onderzoek vereist naar acceptabele niveaus. Zie pagina Algemene regels: Immissieeisen voor het gebruik van houtkachels.
Voorbeeld beoordelingscriteria specifieke zorgplicht In het rapport 'Sturen op houtstook in het omgevingsplan' (pdf, 3 MB) (2024) staat in hoofdstuk 5 het volgende voorbeeld voor mogelijke beoordelingscriteria bij de specifieke zorgplicht: 1. Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de houtstookactiviteit die hij verricht of laat verrichten in, op of aan een bouwwerk, erf of terrein gezondheidsschade, milieuverontreiniging of onaanvaardbare geurhinder veroorzaakt of kan veroorzaken, onder andere als gevolg van het verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal, is verplicht alle maatregelen
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 23
te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden verwacht om die schade of hinder te voorkomen en niet te laten voortduren. 2. Deze plicht houdt in ieder geval in dat sprake moet zijn van schoon stookgedrag en dat alle passende preventieve maatregelen worden getroffen tegen: a. milieuverontreiniging; b. het vermijden van waarneembare geur afkomstig van houtstook; c. ernstige aantasting van de gezondheid van omwonenden. Optioneel artikellid: Deze plicht houdt ook in dat: d. de houtstookactiviteit alleen dient voor sfeerverwarming; e. niet wordt gestookt wanneer een code rood geldt, afgegeven door Stookwijzer. Dit voorbeeld geeft handvatten over wat de zorgplicht ten minste inhoudt en wanneer hieraan is voldaan. De precieze invulling van deze criteria zou nog verder uitgewerkt kunnen worden.
Overgangsregeling en/of financiële compensatie Als u als gemeente kiest voor strikte beoordelingscriteria, kan een overgangsregeling of financiële compensatie wenselijk zijn. De specifieke zorgplicht in de bruidsschat is op zichzelf niet nieuw, omdat een ‘verbod’ op overlast eerder in artikel 7.22 Bouwbesluit was geregeld. Het hierboven genoemde rapport 'Sturen op houtstook in het omgevingsplan' bevat de volgende algemene voorbeeldbepaling voor een overgangsperiode: Degene die vóór [datum] een houtstookactiviteit verricht die bestaat uit het gebruik van een verbrandingstoestel voor vaste brandstof bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis voor sfeerverwarming mag deze activiteit nog gedurende vier [ of ander getal ] jaar na [ datum ] verrichten.
Meldingsplicht of informatieplicht U kunt als gemeente algemene regels voor houtstook koppelen aan een meldingsplicht of informatieplicht, bijvoorbeeld voor nieuw te installeren kachels. Decentrale overheden kunnen een meldingsplicht of informatieplicht instellen. Als gemeente kunt u zo'n plicht combineren met algemene regels over het stoken van hout in het omgevingsplan. Aan de melding kunt u criteria koppelen waaraan de melding moet voldoen. Een gesprek/controle wordt dan gekoppeld aan de melding.
Actualisatie en monitoring uitgangsituatie U hebt mogelijk al een uitgangssituatie van een gebied/woonwijk in kaart gebracht, bijvoorbeeld op basis van luchtfoto’s. Via deze meldingen is de uitgangssituatie dan eenvoudig te actualiseren en te monitoren.
Voorbeeldregels Het rapport 'Sturen op houtstook in het omgevingsplan' (pdf, 3 MB) (2024) bevat enkele voorbeeldteksten die gemeenten kunnen gebruiken voor een meldingsplicht of informatieplicht voor een houtstookactiviteit (paragraaf 3.3).
Stookrestricties bij ongunstig weer, stooktijden, stookduur
Pdf opstellen Routewijzer houtstook en overlast
Schone lucht akkoord | 24
Als gemeente kunt u in algemene regels stookrestricties vastleggen voor houtstook. Deze stookrestricties kunnen gekoppeld zijn aan specifieke weersomstandigheden, stooktijden, stookfrequentie of gebruiksduur.
Op deze pagina • • • • •
Stookrestricties bij specifieke weersomstandigheden Stooktijden Maximale stookfrequentie of gebruiksduur Voorbeeldregels Tips voor effectieve uitvoering en handhaving
Stookrestricties bij specifieke weersomstandigheden Bij ongunstige weersomstandigheden kan houtstook zich minder goed verspreiden in de (omgevings)lucht. Bijvoorbeeld als er weinig wind staat, of als de onderste luchtlaag relatief dun is. Ook kan de luchtkwaliteit al slecht zijn door smogvorming. Mogelijkheden stookverbod bij ongunstig weer Het Rijk heeft samen met enkele gemeenten een verkenning (pilot) uitgevoerd naar de mogelijkheden voor een stookverbod tijdens ongunstig weer. Onderdeel daarvan was een juridische analyse. Deze analyse richt zich op de destijds geldende regelgeving en geeft een doorkijk naar de situatie onder de Omgevingswet. De onderbouwing van een stookverbod bij ongunstig weer is onder de Omgevingswet eenvoudiger dan onder het eerdere recht. In de pilot is ook gewerkt aan een handhavingsprotocol en een communicatiestrategie. Het ziet ernaar uit dat het stookalert en de Stookwijzer samengevoegd zullen worden. De Stookwijzer is ondertussen geschikt gemaakt als instrument voor zo'n tijdelijk stookverbod. Enkele gemeenten hebben inmiddels een stookverbod bij ongunstig weer ingevoerd, bijvoorbeeld Amersfoort. Vastleggen stookrestricties in omgevingsplan Als gemeente kunt u stookrestricties bij bepaalde weersomstandigheden vastleggen in algemene regels.
U kunt er ook voor kiezen om deze aspecten als beoordelingscriteria op te nemen bij de specifieke zorgplicht of als beoordelingsregel bij een vergunningplicht. Bovendien kunnen stookrestricties gelden voor een specifiek gebied (houtstookreguleringszone).
Stooktijden U kunt een algemene regel opnemen over stooktijden. Bijvoorbeeld: geen houtstook tussen 21 uur en 9 uur. Dit verkleint de overlast van houtstook voor omwonenden. Omwonenden kunnen hun huis (en slaapkamers van de kinderen) luchten en hoeven niet in de rook te slapen. Eventueel kunt u als gemeente daarbij onderscheid maken in houtstook binnenshuis en buitenshuis. Jurisprudentie De rechtbank Oost-Brabant acht een onderscheid tussen emissieduur van houtkachels als hoofdverwarming en sfeerverwarming plausibel. Zie uitspraak 12 juli 2019, nr SHE 19/596, rechtsoverweging 11.2. In het houtverbruik huishoudens woononderzoek 2018 van CBS is in kaart gebracht wat het gemiddelde aantal uren per jaar is dat een open haard en/of kachel wordt gebruikt. Maatwerkvoorschrift De gemeente kan ook stooktijden in individuele gevallen opleggen als er sprake is van overlast. Dit is dan een maatwerkvoorschrift, gekoppeld aan de specifieke zorgplicht.