Ontwerp Meerjarenprogrammabegroting 2022-2025 (21.38)
Tekst van het document
Er zijn aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor het programma 1!Connect en voor het plan van aanpak voor Basisregistraties. Hiermee zijn in 2019 belangrijke stappen gezet om achterstanden in te lopen en de basis bij ICT en bij Basisregistraties op orde te krijgen. Zodra de achterstanden zijn ingelopen zal dit risico significant afnemen. Totdat de achterstanden daadwerkelijk zijn ingelopen en er geen nieuwe achterstanden worden geconstateerd, blijft dit risico onverminderd hoog. Ad 3. Het risico op afhankelijkheid van inhuur doet zich nog steeds voor, maar wel in afnemende mate. De inhuur op vacatureruimte neemt gestaag af doordat De Connectie actief stuurt om meer formatie met eigen mensen in te vullen. Niettemin is er nog steeds sprake van een aanzienlijke vacatureruimte. Krapte op de arbeidsmarkt is daar een belangrijke oorzaak van. Hierin wordt voorzien door in te huren. Er moet ook worden ingehuurd voor het opvangen van het ziekteverzuim dat een dalende trend laat zien, maar nog steeds bovengemiddeld is. Het (noodzakelijk) gebruik maken van inhuur heeft zich, net als de afgelopen jaren, breed voorgedaan binnen de organisatie. De inhuur op vacatureruimte laat een sterk dalende trend zien. Dit is het resultaat van het actief sturen vanuit De Connectie hierop.
Daarentegen is het ziekteverzuim nog steeds bovengemiddeld hoog, waarmee afhankelijkheid van inhuur blijft bestaan. Dit geldt ook voor specifiek benodigde expertise. De risicoscore wordt per saldo op hetzelfde niveau gehandhaafd. Ad 4. Vanaf 2019 is afgesproken dat maat- en meerwerk alleen zal worden uitgevoerd wanneer vooraf overeenstemming is bereikt over dekking van de kosten. Dit heeft een belangrijke winst opgeleverd als het gaat om het voorkomen van discussies achteraf. Het risico volgt met name uit de (financiële) impact van autonome ontwikkelingen op de dienstverlening die tot discussies met de gemeenten leiden, doordat de bedrijfsvoering op meer afstand tot de gemeenten is komen te staan. De Connectie krijgt steeds vaker te maken met onvoorziene en onontkoombare meerkosten. De effecten van (autonome) prijsontwikkelingen worden niet automatisch toegekend. De indexering van materiele budgetten wordt bepaald aan de hand van specifieke (prijs-) ontwikkelingen van leveranciers voor diensten en producten. Dit risico is nog steeds opportuun. De kwaliteit van de financiële afspraken uit de maat- en meerwerkovereenkomsten en de opvolging hiervan behoeven nog de nodige aandacht. Bij de MJPB 2022-2025 zal worden voorgesteld de genoemde uitgangspunten te herzien en De Connectie op een andere wijze te compenseren voor autonome kostenontwikkelingen.
Hiermee worden deze voorspelbaarder voor de gemeenten en zekerder voor De Connectie. Ad 5. Door het ontbreken van een goed functionerende governance, komt de opgave van De Connectie onder druk komt te staan. Als één van de verbeterpaden is in 2019 een traject opgestart om de huidige governance te herzien. Het gaat dan met name om het vertalen van de gezamenlijke visie op de samenwerking en de gewenste taak- en rolinvulling. Daarnaast is een juiste inrichting van de besluitvorming en verantwoordelijkheden rondom interne en externe businessprojecten cruciaal voor de prioritering en beheersing hiervan. Hiermee kan de samenhang in projecten, de prioritering en businessrelevantie en niet in de laatste plaats het capaciteitsbeslag bij de afdelingen die belast zijn met de uitvoering worden geborgd. Het portfoliomanagement ontwikkelt zich gestaag.
29
Er is nog steeds behoefte aan meer proactieve strategische en tactische sturing vanuit het collectief opdrachtgeverschap van de gemeenten. In de praktijk blijkt dat dit erg lastig is, bijvoorbeeld bij de totstandkoming van de strategisch visie van de gemeenten op de dienstverlening van De Connectie. Niettemin is deze noodzakelijk voor het ontwikkelperspectief van, en hiermee de opgave voor, De Connectie. Daarbij wordt steeds manifester dat de beleidscyclus van De Connectie onvoldoende aansluit bij die van de gemeenten. Dit leidt ertoe in de gemeentelijke begrotingen ook onvoldoende wordt geanticipeerd op aanpassingen in opgave voor De Connectie. De uitvoering van deze opgaves komt hiermee onder druk te staan, zeker in tijden van schaarste. Ad 6. Het afschalen van dienstverlening aan derden leidt tot dalende volume-afname bij De Connectie. Gevolg hiervan is een herverdeling van de overhead; de structurele kostencomponent wordt relatief hoger. Deze stijging werkt door in de integrale kostprijs per af te nemen product voor de deelnemende gemeenten en met name voor de gemeente die deze dienstverlening heeft ingebracht in De Connectie. Het is van belang de mogelijkheden om het volume van de dienstverlening van De Connectie op peil te houden en zo mogelijk te vergroten, actief te verkennen en benutten en hier beleid voor te ontwikkelen.
Vanaf 2019 rechtstreekse dienstverleningsovereenkomsten met derden afgesloten. Daaruit blijkt dat deze partijen kritisch zijn als het gaat om de pricing van onze dienstverlening, ondanks dat deze tegen het werkelijke kostenniveau worden doorberekend. Het is derhalve geen zekerheid dat deze derde partijen de dienstverlening van De Connectie blijven afnemen. We zien inmiddels dat derden, mede ingegeven door de coronacrisis, de afname van werkplekken afschalen. Tegelijkertijd doen zich ook mogelijkheden voor om diensten te verlenen aan nieuwe samenwerkingspartners. Per saldo blijft de huidige risicoscore gehandhaafd. Ad 7. Totdat interventies in ICT geëffectueerd zijn, zijn de continuïteitsrisico’s groot. Deze interventies komen tot uitdrukking in de uitgezette verbeterpaden naar aanleiding van de onderzoeken van Arlande (ICT: onder de motorkap) en PWC (IV-keten). Vanaf 2019 zijn hier aanvullende middelen voor beschikbaar gesteld en is de taakstelling op ICT teruggedraaid. Hiermee is het programma 1!Connect van start gegaan waarmee de eerste noodzakelijke interventies plaats hebben kunnen vinden. Daarnaast kost de uitvoering van dergelijke interventies tijd. Hierdoor zijn de continuïteitsrisico’s verminderd, maar nog niet volledig weggenomen.
Het programma 1!Connect heeft in 2020 een vervolg gekregen in 2!Connect om uiteindelijk het minimaal noodzakelijke volwassenheidsniveau te bereiken (CMM-2). Met het toekennen van aanvullende middelen voor businesscontinuïteit kunnen beheersmaatregelen worden getroffen rondom dit risico en wordt deze daarmee ingeperkt. Dit heeft als effect dat met name de impact van het risico lager is ingeschat.
30
Ad 8. Het risico bestaat dat De Connectie (op termijn) niet de beoogde kwaliteit van die dienstverlening meer kan leveren, omdat de benodigde personele bezetting (kwalitatief en kwantitatief) niet meer voldoet aan de nieuwe eisen van het werk. Het grootste deel van het personeel is één op één overgenomen van de gemeenten. We zien frictie ontstaan tussen de beschikbare kennis, vaardigheden en competenties en de veranderende eisen aan het werk. Voor een deel proberen we deze frictie op te lossen door middel van het investeren in opleidingen en trainingen. Niettemin kan of wil niet iedere medewerker mee in deze ontwikkeling. In de MJPB 2021-2024 is opgenomen dat De Connectie voor alle teams een strategische personeelsplanning implementeert, zodat De Connectie voorbereid is op de toekomst. Strategische personeelsplanning helpt om de juiste match tussen vraag naar en aanbod van arbeid te behouden, dusdanig dat er geen personeelstekorten ontstaan die impact hebben op de dienstverlening aan gemeenten. Een eerste inventarisatie heeft opgeleverd dat een gedeelte van de medewerkers niet mee kan komen met de ontwikkelingen die op de organisatie afkomen. De verwachting is dat van een aantal van deze medewerkers afscheid genomen moet worden, al dan niet door begeleiding naar een functie buiten De Connectie.
Met dit inzicht neemt de kans op dit risico toe, maar kan tegelijkertijd worden gestuurd op het beperken van de impact. . Ad 9. De structurele doorwerking van de in 2020 genomen maatregelen vindt zijn vertaling in de eerste Bestuursrapportage 2021 en de Meerjarenprogrammabegroting 2022-2025. Daarnaast bestaat het risico dat er vanaf 2021 nog extra kosten gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld door het team Belastingen voor de uitbreiding van de invorderingsacties en de verwerking van meer kwijtscheldingsverzoeken. Een mogelijk neveneffect hiervan is dat de opbrengsten uit dwanginvordering zullen afnemen. Ook heeft het team belastingen in 2020 niet alle (bezwaar)processen kunnen afronden van dat jaar. Hiermee wordt het risico gelopen op een verschuiving van uit te keren proceskostenvergoedingen naar 2021. Daarnaast moet een disclaimer worden gemaakt voor het risico van ‘verborgen kosten’ die deze crisis met zich mee brengt. Onze eigen medewerkers hebben in 2020 ruim 3.700 uur ingezet in het kader van deze crisis. Deze uren konden derhalve niet worden ingezet voor de uitvoering van geplande projecten en activiteiten voor 2020. Bij het hervatten van deze projecten bestaat het risico dat deze niet meer uit de reguliere capaciteit kunnen worden bekostigd. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat het werk minder efficiënt kan worden uitgevoerd als gevolg van de coronacrisis.
Ook is het nog onzeker hoe de crisis verder zal verlopen en wat de mogelijke (financiële) impact hiervan is. Ad 10. Het advies vanuit de VNG (en onderschreven door onze CISO) is om een stroppenpot voor cyber/ informatieveiligheid-incidenten te hebben. Dit in navolging op de situaties die zich bij Hof van Twente en de Universiteit van Maastricht hebben voorgedaan. Op dit moment is er geen sprake van een dergelijke faciliteit. Tegelijkertijd neemt de dreiging op het gebied informatiebeveiliging en privacy toe. Er is nog weinig inzicht in de risico’s en de bijbehorende schade. De ervaring leert dat de financiële afwikkeling van schade soms moeizaam kan verlopen. Dit leidt tot risico’s ten aanzien van het herstel van vitale processen. Totdat hier (regionaal) beleid op wordt gevoerd, is dit één van de belangrijkste risico’s.
31
Gevolgen Voornoemde risico’s hebben tot gevolg dat: 1. De organisatiedoelstellingen van De Connectie onder druk komen te staan; 2. Belangrijk potentieel van de samenwerking onbenut blijft.
32
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen drukt de mate uit waarin de organisatie in staat is om met de beschikbare risicodekking (weerstandscapaciteit) de benodigde risicodekking te matchen. De huidige inventarisatie van de weerstandscapaciteit leidt tot een beschikbare risicodekking van € 0 (jaarrekening 2020). De geïnventariseerde risico’s tellen op tot een risicoscore van € 5.962.500. De Connectie heeft geen beschikking over een eigen algemene reserve waarmee algemene risico’s kunnen worden opvangen. Tot het moment dat er evenwicht is tussen weerstandscapaciteit en risicoprofiel, geldt dat wanneer risico’s zich voordoen waar geen weerstandcapaciteit tegenover staat, de gemeenten hiervoor moeten worden aangesproken. Dit betekent dat de gemeenten hiervoor, pro rata, weerstandscapaciteit moeten organiseren. De ontwikkeling van het weerstandsvermogen zal periodiek met de gemeenten, op ambtelijk en bestuurlijk niveau, worden besproken, met als doel grip te houden op de aard en omvang hiervan. Ratio’s kengetallen Rekening 2020 Financiële kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
25,39% 25,39% 0,39% 0,46%
Begroting 2021
Begroting 2022
27,49% 27,49% -1,16% 0,05%
18,61% 18,61% -1,37% 0,05%
2023
meerjarenraming 2024 2025
10,64% 10,64% -0,92% 0,05%
3,95% 3,95% -0,30% 0,05%
0,40% 0,40% 0,00% 0,05%
De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat op basis van de nieuwe verantwoordingsregels vijf financiële kengetallen. Van deze vijf financiële kengetallen zijn er drie van toepassing op De Connectie. Op basis van deze kengetallen wordt de financiële positie van De Connectie geanalyseerd. De VNG heeft een aantal normen ontwikkeld om een grofmazige waardering te geven aan deze indicatoren. Netto schuldquote: dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de totale schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. Dit percentage is in 2022 gedaald met 8,9%-punt ten opzichte van 2021 als gevolg van wijzigingen in de omvang van de leningenportefeuille. De benodigde investeringen in ICT zijn hierin dominant. Solvabiliteit: dit cijfer geeft de mate aan waarin de bezittingen (balanstotaal) zijn gefinancierd uit eigen middelen (eigen vermogen). De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. De Connectie scoort hier onvoldoende op gezien de beperkte omvang van het eigen vermogen. Hiertegenover staat dat de eigenaren, conform G.R., ervoor dienen te zorgen dat De Connectie altijd in staat moet zijn om haar financiële verplichtingen te voldoen.
Structurele exploitatieruimte: dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om (structurele) tegenvallers op te vangen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. Het eerste is bij De Connectie het geval, hetzij voor een zeer gering percentage.
33
4.2 Financiering Beleidsvoornemen financieringsfunctie De financieringsfunctie van De Connectie is enkel gericht op ondersteuning van de publieke taak. Het beheer heeft een voorzichtig en risicomijdend karakter. In het geval financiering nodig is, vindt de uitvoering daarvan plaats binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en hetgeen door het bestuur van De Connectie aan kaders is vastgesteld in de financiële verordening. Zo worden voor het aantrekken van financieringen met een looptijd van langer dan één jaar tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instelling gevraagd en wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet Fido. In overeenstemming met het advies van de accountant zal De Connectie in 2021 een treasurystatuut opstellen om zo de wettelijke regels te vertalen naar beleidsrichtlijnen waarmee de organisatie kan werken. Risicoprofiel De begroting van De Connectie wordt goeddeels door de deelnemende gemeenten gedragen. Afspraken over de bevoorschotting voor het lopende jaar zijn erop gericht om de kortlopende liquiditeitsbehoefte af te dekken en liquiditeitsoverschotten zoveel mogelijk te voorkomen. Door het matchen van de inkomende en uitgaande geldstromen zal de financieringsbehoefte en het daarmee samenhangende renterisico gering zijn.
Investeringen van De Connectie worden gefinancierd met geldleningen, die qua looptijd zoveel mogelijk overeenstemmen met de levensduur van de activa. Gezien de aard en activiteiten van De Connectie is het risicoprofiel beperkt. Omslagrente In de BBV is een wijziging doorgevoerd ten aanzien van het berekenen van de omslagrente. De omslagrente wordt berekend door de werkelijke aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente moet vervolgens op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele activa. Het bij de begroting gecalculeerde omslagrentepercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. In de MJPB 2022-2025 de omslagrente afgerond naar 0,5%. Dit is 1%-punt lager dan waarmee is gerekend in de MJPB 2021-2024. Leningenportefeuille Rekening 2020 Bedragen x 1.000 euro Leningportefeuille Looptijd < 1 jaar 2 jaar 3 jaar 4 jaar 5 jaar 7 jaar 8 jaar 9 jaar Totaal
3.000 1.000 280 3.300 5.052 3.920 16.552
Begroting 2021
Begroting 2022
500 1.900 2.475 5.708 200 3.430 14.213
1.267 1.650 4.084 160 2.940 10.101
2023
meerjarenraming 2024 2025
633 825 2.460 120 2.450 6.488
1.420 80 1.960 3.460
380 40 1.470 1.890
Voor de financiering van de van de gemeenten overgedragen activa is begin 2018 een aantal leningen afgesloten. Om de financiering, conform de vastgestelde uitgangspunten, aan te laten sluiten op het boekwaardeverloop van de materiele vaste activa was in 2020 een inhaalfinanciering nodig van € 5,1 mln.
34
Daarnaast is rekening gehouden met de financiering voor geplande investeringen voor het eerste kwartaal van 2020. Dit heeft geleid tot het aantrekken van een drietal nieuwe leningen met een totale waarde van € 7,6 mln. Op de al lopende leningen is conform aflossingsschema afgelost. Het monitoren van de financieringsbehoefte ten opzichte van de looptijd van de activa en nieuwe investeringen is een continu proces. Kasgeldlimiet Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
2023
meerjarenraming 2024 2025
Bedragen x 1.000 euro Kasgeldlimiet Begrotingstotaal (euro's) Toegestaan kasgeldlimiet (%) Toegestaan kasgeldlimiet (euro's)
51.602 8,2% 4.231
46.271 8,2% 3.794
45.054 8,2% 3.694
44.710 8,2% 3.666
44.070 8,2% 3.614
44.076 8,2% 3.614
Vlottende schuld Vlottende middelen Netto-vlottende schuld
3.000 10.954 -7.954
9.080 -9.080
9.080 -9.080
9.080 -9.080
9.080 -9.080
9.080 -9.080
Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)
12.185
12.875
12.775
12.747
12.694
12.695
De kasgeldlimiet geeft aan hoeveel De Connectie kort mag financieren als percentage van de begroting. De toegestane kasgeldlimiet bedraagt 8,2%1 van het begrotingstotaal. Voor 2022 betekent dit dat De Connectie gemiddeld per kwartaal, maximaal € 3,8 miljoen aan kortlopende gelden mag opnemen. Komt de netto vlottende schuld voor een periode langer dan één kwartaal boven dit bedrag, moet dit worden omgezet in een langlopende geldlening. Naar verwachting zal De Connectie de kasgeldlimiet niet overschrijden, maar biedt nog voldoende ruimte voor kortlopende financiering. Renterisiconorm Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
2023
meerjarenraming 2024 2025
Bedragen x 1.000 euro Renterisiconorm Toegestaan renterisico (%) Toegestaan renterisico (euro's)
20% 10.320
20% 9.254
20% 9.011
20% 8.942
20% 8.814
20% 8.815
Bedrag waarover renterisico wordt gelopen
1.354
3.339
3.059
2.559
1.975
1.150
Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)
8.966
5.915
5.952
6.383
6.839
7.665
De renterisiconorm is een instrument voor de beheersing van het risico van een rentewijziging bij herfinanciering. Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20%2 van het begrotingstotaal. Het renterisico beperkt zich tot de jaarlijkse aflossing op de huidige leningenportefeuille. De renterisiconorm zal de komende jaren niet worden overschreden.
1 Art 2 lid 1d uitvoeringsregeling wet FIDO 2 Art. 2 lid 2d uitvoeringsregeling wet FIDO 35
4.3 Bedrijfsvoering In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de stand van zaken en de realisatie van de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. De bedrijfsvoering van De Connectie zelf wordt ten dele verzorgd door medewerkers van het bedrijfsbureau. Daarnaast maakt De Connectie gebruik van de diensten van haar eigen afdelingen. Organisatiestructuur Medio 2019 is de sturingsfilosofie van De Connectie aangepast. Een belangrijk onderdeel van deze aanpassing was het invoegen van een extra laag leidinggevenden (teamleiders) in de organisatiestructuur. Hierdoor is de span of attention voor de leidinggevenden beter in balans gekomen. De afdeling Belastingen en de afdeling Basisregistratie en de afdeling Inkoop en Aanbestedingen en de afdeling Administratie en Beheer zijn samengevoegd. Het samenvoegen van deze afdelingen draagt bij aan het optimaliseren van de dienstverlening. Het doel van de sturingsfilosofie is om De Connectie een toekomstbestendige organisatie te maken met een adequate dienstverlening in nauwe samenwerking met de deelnemende organisaties. Dit doel kan worden versterkt door naast uitvoerende capaciteit ook (beleids-)adviserende capaciteit op de verschillende vakgebieden binnen De Connectie te realiseren. Het ontvlechten van (beleids-) adviserende capaciteit uit de deelnemende organisaties is complex en een proces in ontwikkeling.
Sturing op het bedrijfsplan Het realiseren van het bedrijfsplan gebeurt onder regie van de directie. De afdelingen hebben ROP’s (Resultaat- en ontwikkelplannen) opgesteld waarin de activiteiten zijn benoemd die bijdragen aan de realisatie van de opgaven. Het management van De Connectie geeft gezamenlijk sturing aan deze realisatie onder regie van de directie. In 2020 is het eerste deel van het Ontwikkelperspectief 20202024 aan de raden aangeboden. Dit beschrijft de richting en geeft inzicht in de eerste stappen die gezet worden richting een servicegerichte organisatie. In het tweede deel wordt hier samen met de gemeenten, op basis van de visie die gemeenten hebben op de dienstverlening van De Connectie en de aanbevelingen uit de evaluatie van De Connectie door bureau Berenschot, nader invulling aan gegeven. Dit wordt de opvolger van het bedrijfsplan 2017-2020 waarmee De Connectie in 2017 van start is gegaan. Personeelsbeleid Bij de vormgeving van het P&O-beleid staat het ontwikkelen van kansen voor medewerkers centraal. Hiertoe kent De Connectie het programma Leren & Ontwikkelen. Dit programma heeft als doel om invulling te geven aan de ‘K’ van Kansen en om de organisatieontwikkeling te ondersteunen. Uitgangspunt daarbij is om het leren te koppelen aan de dagelijkse praktijk van de medewerker.
In 2020 zijn we begonnen met het actief invulling geven aan de K van kansen door middel van het programma leren en ontwikkelen. Leidinggevenden maken afspraken met medewerkers over hun bijdrage aan de organisatieontwikkeling en hun eigen persoonlijke ontwikkeling. Deze afspraken worden vastgelegd in zogenaamde resultaat- en ontwikkelplannen, die in lijn zijn met de plannen van de afdeling waartoe zij behoren. In verband met de coronacrisis is wel vertraging ontstaan doordat medewerkers thuis zijn gaan werken en doordat workshops en trainingen niet meer fysiek gevolgd konden worden. Inmiddels worden veel workshops en trainingen digitaal aangeboden.
36
De Connectie geeft ruimte en verantwoordelijkheid en investeert in mensen. Omgekeerd zijn de medewerkers zich bewust van hun talenten en competenties (en die van elkaar) en blijven die ontwikkelen om de dienstverlening van De Connectie te optimaliseren. Het doel is dat iedereen zoveel mogelijk op de juiste plek zit. Hoe meer het werk past bij iemands talenten en ambitie, hoe groter het werkplezier en hoe beter de prestaties. Medewerkers en managers kijken samen wat de juiste plek is voor de medewerker en hoe daar te komen. Daarnaast willen we ook inzetten op de ontwikkeling van medewerkers wiens functies en rollen veranderen of zelfs helemaal verdwijnen. In de MJPB 2021-2024 is opgenomen dat De Connectie voor alle teams een strategische personeelsplanning implementeert, zodat De Connectie voorbereid is op de toekomst. Om ons heen zien we dat veranderingen elkaar steeds sneller opvolgen en de uitdagingen complexer worden. Er is een veranderende blik op politiek en overheid. Digitalisering speelt een grote rol, de klantvraag verandert en er is een schaarste aan gekwalificeerd personeel. Strategische personeelsplanning helpt om de juiste match tussen vraag naar en aanbod van arbeid te behouden, dusdanig dat er geen personeelstekorten ontstaan die impact hebben op de dienstverlening aan gemeenten.
Inmiddels heeft er een analyse plaatsgevonden van de leeftijd, het opleidingsniveau, de ontwikkelingsbereidheid en -mogelijkheid van de medewerkers gemaakt. Voor het grootste deel kunnen we de opgave aan met onze medewerkers. Tijdens de presentatie van de resultaten uit deze eerste cyclus van de strategische personeelsplanning aan het bestuur (16 december 2020), hebben we echter ook geconstateerd dat een deel van de medewerkers niet mee kan komen met de ontwikkelingen die op de organisatie afkomen en impact hebben op hun huidige functie. Allereerst zal worden onderzocht binnen De Connectie naar een passende functie, maar de verwachting is dat van een aantal van deze medewerkers afscheid genomen moet worden, al dan niet door begeleiding naar een functie buiten De Connectie. De Connectie zal de ingezette interventies blijven monitoren en tegelijkertijd hier continue op bijsturen door jaarlijks onze strategische personeelsplanning te herijken. Er wordt gestuurd op duurzame inzetbaarheid van mensen. Onder andere door leren en ontwikkelen, ruimte en verantwoordelijkheid en vitale medewerkers. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van managers door teamgerichte trainingen en maatwerkafspraken. De actieve aanpak van het hoge verzuim bij de start van De Connectie heeft op een aantal plekken wel geleid tot resultaat.
We zullen hier actief op blijven sturen en verwachten het verzuim daarmee verder terug te kunnen brengen. Daarnaast wordt ingezet op preventiebeleid waarbij aandacht is voor vitaliteit, de gezonde werkplek en een veilige werkomgeving. Administratieve organisatie Het is van belang om processen goed vast te leggen en te formaliseren. Deze professionaliseringslag van de administratieve organisatie en interne beheersing (AO/IB) laten wij gelijk op lopen met de met de harmonisatie en standaardisatie van de processen zoals deze zijn overgekomen van de gemeenten. De opzet, het bestaan en de werking van de interne controles in financiële werkprocessen zal worden getoetst door een externe auditor. Hierbij wordt jaarlijks een ISAE 3402, type 2 verklaring afgegeven. Hiermee toont De Connectie aan in hoeverre zij voldoet aan de gestelde eisen. ISAE 3402 is een internationale standaard die door de nationale beroepsorganisaties wordt gehanteerd. Dit maakt dat de accountants van de klantorganisaties kunnen steunen op deze verklaring. Dit leidt tot een efficiënt controleproces bij zowel De Connectie, als bij de klantorganisaties.
37
Parallel aan de ingebruikname van het nieuwe financieel systeem is gewerkt aan het harmoniseren en formaliseren van financiële werkprocessen. Het is voor ons belangrijk om onze klanten en opdrachtgevers zekerheid te verschaffen over de opzet, het bestaan en de werking van de interne beheersmaatregelen in onze financiële werkprocessen. In 2020 heeft de eerste onafhankelijke audit naar de opzet en het bestaan (type-1) hiervan plaatsgevonden. Vanaf 2021 zal ook de werking van de interne beheersmaatregelen worden betrokken in de audit. Dit leidt tot een ISAE 3402, type-2 verklaring, zodat de accountants van de klantorganisaties hierop kunnen steunen bij de beoordeling van de jaarstukken van de gemeenten. Finance & control De Connectie wil continu en aantoonbaar in control zijn. Dit blijkt onder andere uit het tijdig beschikbaar stellen van rapportages in het kader van de beleidscyclus, die worden gekenmerkt door eenvoud en een hoge informatiewaarde. De producten en diensten van De Connectie moeten transparant zijn geprijsd, zodat gemeenten weten hoe de integrale kostprijs voor geleverde producten en diensten tot stand is gekomen. Daarnaast kunnen de financiële effecten van volumeontwikkelingen zo eenvoudig worden bepaald.
In 2020 heeft De Connectie het model van een integrale kostprijsberekening doorontwikkeld, waarmee we verder invulling geven aan outputfinanciering en -verrekening met de deelnemers. Dit is een belangrijke stap in opmaat naar een servicegerichte organisatie. Van servicegericht spreken we wanneer we onze klanten proactief kunnen informeren en adviseren over de effecten van prijs- en hoeveelheidsontwikkelingen. In 2021 zal met het model worden ‘geoefend’ waarmee aannames in het model kunnen worden gevalideerd en de uitkomsten van prijs- en hoeveelheidontwikkelingen geanalyseerd. Vanaf 2022 wordt voorzien dat het model kan worden gebruikt voor (gedeeltelijke) verrekening op basis van output. Informatievoorziening en business-intelligence De Connectie hecht belang aan een regionale Informatiestrategie. De I-visie van De Connectie zal hierop worden bijgesteld, zodat er een congruent geheel ontstaat. Op het gebied van Business Intelligence (BI) wordt geleidelijk een goed functionerend stelsel van kritische performance indicatoren (KPI’s) opgebouwd. Een expliciete rol voor BI ligt hierbij in het ontsluiten van deze data en het genereren van sturings- en verantwoordingsrapportages. In 2020 zijn voorbereidingen getroffen om te komen tot een regionale I-Visie inclusief harmonisatie agenda opstellen. De eerste regionale gesprekken hebben hierover plaatsgevonden.
De vastgestelde I-visie van De Connectie zal hierop worden bijgesteld, zodat er een congruent geheel ontstaat. Binnen De Connectie zijn daarnaast verdere stappen gezet om het projectportfoliomanagement te professionaliseren. In 2021 krijgt dit een vervolg. Binnen het project dienstverlening is een stap gezet om kpi’s op productniveau inzichtelijk te krijgen. Ook is de maandrapportage ten behoeve van de planning- en controlcyclus gerealiseerd en is de spendanalyse voor Inkoop en aanbesteding doorontwikkeld.
38
Informatieveiligheid en privacy Vanaf 1 januari 2020 geldt de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), die de verouderde Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten opvolgt. De basis voor de in de BIO voorgestelde aanpak is het uitvoeren van risicoanalyses en het op basis daarvan nemen van maatregelen. Er is een aanzet gegeven om te komen tot een nieuw regionaal strategisch informatiebeleid. Dit beleid vormt, wanneer deze in 2021 is vastgesteld, samen met de ISO27001 standaard voor informatiebeveiliging, een belangrijk kader voor de te nemen maatregelen. De voorbereidingen voor een onafhankelijke nulmeting, het regionale strategisch informatieveiligheidsbeleid en de selectie van een ondersteunend managementsysteem voor informatieveiligheid hebben plaatsgevonden in 2020. Samen vormen ze de basis voor de daaropvolgende projectmatige aanpak voor de ISO27001 en BIO-implementatie. De CISO-functie van de drie gemeenten en De Connectie hebben frequent overleg om beleid, processen en maatregelen gezamenlijk te opstellen vanuit de harmonisatie en standaardisatie agenda 3G-DC. Dit geeft de eerste resultaten al in het gezamenlijk optrekken in advisering en opstellen beleid. Het regionaal strategisch informatiebeveiligingsbeleid is daar een voorbeeld van.
Aangezien het merendeel van alle informatieveiligheidsincidenten begint bij medewerkers, is het noodzakelijk om continue aandacht te besteden aan gedrag, houding en kennis. In 2020 is ook hierbij het bewustwordingsprogramma van Recourse ingezet. De roep om een meer gedifferentieerde aanpak bij verhogen bewustzijn gebruikers heeft geresulteerd in de voorbereiding van een nulmeeting (begin 2021) en zal daarop gevolgd worden met een 2-jarig programma met noodzakelijke externe begeleiding. Business continuity management (BCM) Door het inrichten en implementeren van een business continuity management system (BCMS) kan de bedrijfscontinuïteit worden geborgd. Doel is de instandhouding en continue verbetering van processen en maatregelen die nodig zijn voor het realiseren en borgen van de continuïteit van onze bedrijfsvoering. De Connectie implementeert een BCMS conform de NEN-EN-ISO 22301:2019 standaard. Doel is momenteel niet om tegen deze norm te certificeren, maar om BCM naar een hoger volwassenheidsniveau te brengen. In de begroting zijn een aantal voorstellen gedaan om aan deze ontwikkeling een impuls te geven. Huisvestingsbeleid De Connectie maakt in eerste instantie gebruik van de huisvesting van de gemeenten Arnhem, Renkum en Rheden. Hiervoor zijn huurovereenkomsten gesloten tussen De Connectie en de gemeenten.
Hierin zijn zowel het aantal werkplekken als de prijs per werkplek in opgenomen. Het huisvesten van De Connectie op drie verschillende locaties is niet ideaal en gaat ten koste van de ambities ten aanzien van het werken aan uniformiteit en integraliteit. De Connectie heroverweegt huisvesting en betrekt daarbij de huisvestingsvraagstukken van de drie gemeenten. Hiervoor worden, in opdracht van het bestuur, verschillende scenario’s uitgewerkt in een businesscase.
39
Juridische zaken De Connectie hecht er groot belang aan om zich zeker te stellen dat ze voldoet aan alle vigerende weten regelgeving. Indien De Connectie niet compliant is, kan dit financiële-, juridische- en imagorisico’s met zich meebrengen. Derhalve is het beleid erop gericht om permanent actueel inzicht te hebben in de vigerende wet- en regelgeving en de naleving hiervan cyclisch te borgen. Communicatie De Connectie kent drie pijlers op het gebied van communicatie; corporate- interne- en marketingcommunicatie. Deze worden zowel offline als online toegepast. De relatie en dialoog met opdrachtgevers en klanten staat centraal. De interne communicatie richt zich op medewerkers om hen te informeren en te verbinden. Door hen te enthousiasmeren, te faciliteren en waar mogelijk deelgenoot te maken van het proces wordt de organisatiecultuur van De Connectie versterkt. De Connectie heeft drie verschillende portalen. Namelijk service.connectie.nl, info.connectie.nl en www.connectie.nl. De portalen blijven continue in ontwikkeling zodat ze duurzaam aansluiten bij de wensen en behoeften van de verschillende gebruikers. Het kanaal info.connectie.nl is het huidige intranet van De Connectie. De gemeenten Arnhem, Renkum, Rheden en De Connectie willen komen tot één gezamenlijk intranet.
Communicatie blijft zich ontwikkelen tot een interactief proces waarbij De Connectie, haar klanten en medewerkers informatie uitwisselen. Ook in de keuze van communicatiemiddelen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de behoefte van medewerkers, klanten en andere geïnteresseerden zoals leveranciers, potentiele werknemers en de media. In de fase dat communicatie volledig bijdraagt aan de servicegerichte organisatie is de communicatie vooral gericht op luisteren naar de klanten.
40
5. Overzicht van baten en lasten en toelichting 5.1 Uitgangspunten voor de begroting De belangrijkste uitgangspunten voor de MJPB 2022-2025 het reeds bekende financiële meerjarenbeeld zoals deze is opgenomen in de MJPB 2021-2024 en de structurele doorwerking van besluiten die het bestuur bij de eerste bestuursrapportage 2021 heeft genomen over de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het komende jaar. Aanvullend hierop zijn de volgende, meer algemene, uitgangspunten van toepassing: Loonontwikkelingen De loonkostenbudgetten worden aangepast op basis van de reële loonkostenontwikkeling op grond van CAO-afspraken en premieontwikkelingen. Prijsontwikkelingen Voor het begroten van de effecten van (autonome) prijsontwikkelingen wordt de prijsindexatie voor de materiële overheidsconsumptie gehanteerd. De raming hiervan wordt gepubliceerd in de Macro Economische Verkenning (MEV) en in het Centraal Economisch Plan (CEP). Omslagrente De omslagrente wordt berekend door de werkelijk aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente moet vervolgens op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele activa. Het bij de begroting gecalculeerde omslagrentepercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond.
In de MJPB 2022-2025 is de omslagrente afgerond naar 0,5%. Dit is 1%-punt lager dan waarmee is gerekend in de MJPB 2021-2024. Verrekensystematiek De bijdrage van de deelnemers voor de basisdienstverlening is gebaseerd op de verdeelsleutel zoals deze in de financiële onderbouwing van het bedrijfsplan is opgenomen. Grondslag voor de verdeling is de inbreng van de gemeenten in De Connectie. Omdat de bijdragen per jaarschijf (pro-rata) enigszins verschillen komt de verdeelsleutel voor 2022 uit op: Arnhem: 71,60% Renkum: 10,90% Rheden: 17,50% In de context van het toewerken naar outputsturing- en verrekening, zullen in 2022 zoveel mogelijk producten en diensten worden afgerekend op basis van werkelijk verbruik. In gevallen waar dit niet mogelijk is, zal worden teruggegrepen op bovenstaande verdeelsleutel. Maat- en meerwerk De financiële effecten van structureel maat- en meerwerk worden verwerkt in het begrotingjaar volgend op het jaar waarin de maat- of meerwerk overeenkomst tot stand is gekomen.
41
5.2 Grondslagen voor de ramingen De begroting is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het BBV en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het bestuur de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende balanspost anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. Op de materiële activa wordt lineair afgeschreven. Over investeringen gedurende het lopende boekjaar worden een half jaar afgeschreven. De afschrijvingstermijnen zijn vastgelegd in de verordening ex artikel 212 Gemeentewet. Samengestelde activa met een verkrijgingsprijs < € 10.000 worden niet geactiveerd. In 2017 vormden de overgenomen activa van de gemeenten hier een uitzondering op.
Voorzieningen worden gevormd ingeval er sprake is van verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs in te schatten óf voor op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten. Dotaties aan een voorziening worden als last in het betreffende jaar verantwoord. Onttrekkingen aan een voorziening vinden rechtstreeks ten laste van de voorziening plaats, zonder de exploitatie hiervoor te belasten. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Als gevolg van de uitbraak van het coronavirus wereldwijd, zijn door de Nederlandse overheid ingrijpende maatregelen genomen om de verspreiding van dit virus onder controle te krijgen.
Deze maatregelen en mogelijke maatregelen die nog volgen, hebben naar verwachting belangrijke, maar soms nog niet te overziende financiële gevolgen voor instellingen in Nederland. De gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de continuïteitsveronderstelling van De Connectie.
42
5.3 Ontwikkeling begroting 2022 en meerjarenraming Begroting Begroting 2021 2022 Bedragen x 1.000 euro MJPB 2021-2024 Totaal lasten Totaal baten Primitieve begroting na interne kaderwijzigingen Totaal lasten na kadercorrecties Totaal baten na kadercorrecties Primitieve begroting na kadercorrecties Ontwikkeling begroting 2022 en meerjarenraming Loon- en prijsontwikkelingen Onderhoudsronde HR21 Autonome prijsontwikkelingen 2021 Autonome prijsontwikkelingen 2022 Kapitaalslasten agv omslagrente
2023
meerjarenraming 2024 2025
I/S 42.443 -42.464 -21 44.733 -44.754 -21
42.457 -42.478 -21 44.244 -44.265 -21
42.296 -42.317 -21 43.987 -44.008 -21
41.287 -41.308 -21 42.978 -42.999 -21
41.287 -41.308 -21 43.073 -43.095 -21
S S S S
32 562 -42
32 562 276 -24
32 562 274 -42
32 562 265 -37
32 562 265 -32
Opgave ICT Programma 2!Connect Kapitaallasten verschuiving van exploitatie naar investering -/- Vrijval bestemmingsreserve Opgave ICT Kapitaallasten verschuiving van investering naar exploitatie Toevoeging aan Algemene reserve
I S I S I
99 121 -34 -149 149
-375 121 162 -149 149
-573 121 162 -149 149
121 -149 149
121 -149 59
Inventarisatie ICT-projecten ICT projecten -Digitale werkplekICT projecten -Achterstanden PatchenICT projecten -2!Connect programma besturingKapitaallasten aanvullende investeringen OBC Telefonie (o.b.v. scenario 1)
I I I S I/S
236 75 70 66 -
274 57
200 415 17
415 17
415 17
Informatieveiligheid en businesscontinuiteit Awarenessprogramma informatieveiligheid Audits informatieveiligheid Vervanging ISMS Business Continuity Management Cybersecurity/ informatieveiligheid
S S S I I/S
75 67 40 -
40 10 70 60
40 10 70 10
40 10 70 10
40 10 70 10
Begrote vrijval bestemmingsreserves Plan van aanpak Basisregistraties Implementatie nieuw financieel systeem Veranderopgave DIV -/- Vrijval bestemmingsreserves
I I I I
150 86 20 -256
-
-
-
-
Huisvesting De Connectie Huurovereenkomst Arnhem Lagere huurprijs Toename gebruik werkplekken
S S
-327 65
-327 65
-327 65
-327 65
-327 65
Huurovereenkomst Rheden Nog toe te voegen aan het kader
I
114
-
-
-
-
I
80 1.298 46.322 -46.343 -21
120 1.122 45.204 -45.225 -21
1.036 44.862 -44.883 -21
1.244 44.221 -44.243 -21
1.159 44.232 -44.254 -21
Overige ontwikkelingen E-HRM Totaal ontwikkeling begroting 2022 en meerjarenraming Totaal lasten Totaal baten Saldo baten en lasten
43
Met het vaststellen van de eerste bestuursrapportage over 2021 worden een aantal wijzigingen in het financieel kader vastgesteld. Het betreft hier weten correcties die het gevolg zijn van omissies in het kader, correcties naar aanleiding van (bestuurlijke) besluitvorming en correcties als gevolg van maaten meerwerk. Al deze wijzigingen werken structureel door naar 2022 en in de meeste gevallen ook naar latere jaren. Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar de eerste bestuursrapportage 2021. Met het vaststellen van de eerste bestuursrapportage over 2021 worden eveneens wijzigingen van de begroting vastgesteld als gevolg van bekende en voorziene ontwikkelingen. Een deel van deze wijzigingen heeft een meerjarig incidenteel danwel een structureel karakter en werken door naar 2022 en verder. Wijzingen in de begroting 2022 en in de meerjarenraming worden in de hiernavolgende paragrafen nader toegelicht. 5.3.1. Loon- en prijsontwikkelingen Voor de loonontwikkelingen geldt het uitgangspunt dat de loonkostenbudgetten worden aangepast op basis van de reële loonkostenontwikkeling op grond van CAO-afspraken en premieontwikkelingen. De huidige CAO Gemeenten liep af op 1 januari 2021. De onderhandeling over een nieuwe CAO lopen nog. De financiële effecten zullen worden verwerkt in het kader zodra deze bekend zijn.
Dit geldt evenwel voor nog niet bekende en geëffectueerde premieontwikkelingen. Onderhoudsronde HR21 (€ 32.436) Binnen De Connectie vindt jaarlijks een onderhoudsronde HR21 plaats, waarin getoetst wordt of de organisatiefunctiematrix en de gekozen normfuncties voldoende aansluiten bij de werkzaamheden van de medewerkers en de (verandering in de) doelstelling. De resultaten van deze onderhoudsronde worden op basis van de richtlijnen (procedureregeling) voorgelegd aan een gecertificeerde HR21specialist van Bureau Leeuwendaal. De onderhoudsronde heeft zodoende geen gevolgen voor de totale formatie, maar wel voor de totale loonsom. De ingeschatte kosten van de laatste onderhoudsronde in 2021 bedragen structureel € 32.436. Autonome prijsontwikkelingen 2021 (€ 562.000) In 2021 is de indexering van de materiële budgetten nog bepaald aan de hand van specifieke (prijs-) ontwikkeling van leveranciers. Deze worden in de eerste bestuursrapportage 2021 nader toegelicht. De genoemde prijsontwikkelingen lopen structureel door naar latere jaren. Autonome prijsontwikkelingen 2022 (€ 276.000) Voor het begroten van de effecten van (autonome) prijsontwikkelingen wordt vanaf 2022 de prijsindexatie voor de materiële overheidsconsumptie gehanteerd. De meest recente raming hiervan komt uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB (maart 2021).
Op basis hiervan zijn de materiële budgetten vanaf 2022 met 1,4% geïndexeerd. Kapitaalslasten a.g.v. omslagrente (- € 24.000) In de MJPB 2021-2024 is gerekend met een omslagrente van 1,0%. Het bij de begroting gecalculeerde omslagrentepercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. Doordat de daadwerkelijk te betalen rente meer dan deze 0,5% afwijkt, is de begroting voor de rentekosten hierop aangepast. De omslagrente is nu bepaald op 0,5%.
44
5.3.2. Opgave ICT Programma 2!Connect (- € 254.000) Daar waar programma 1!Connect is gericht op het wegwerken van achterstanden en het op orde brengen van de basis, is 2!Connect daarnaast ook gericht op het bereiken van het CMM 2 niveau en het komen tot een geharmoniseerde ICT-omgeving. De kosten van het programma 2!Connect zijn op € 2.293k geraamd. Om flexibiliteit in te bouwen in de fasering van het project, zijn de kosten initieel over 4 jaren (2020-2023) verdeeld (€ 573k per jaar). De prognose van de kosten voor 2022 bedraagt € 198k. Dit is een voordeel ten opzichte van de initiële begroting van € 375k. De oorzaak ligt in het feit dat de activiteiten voortuitlopen op de begroting. Daarentegen zijn er hogere kapitaalasten ad € 121k door de schuif van investeringsproject naar exploitatieproject (SaaS-oplossing). Vrijval bestemmingsreserve opgave ICT (€ 162.000) Het bestuur heeft besloten om, gezien het activiteiten- en kostenverloop, ook de onttrekking uit de bestemmingsreserve Opgave ICT hierop aan te sluiten, in plaats van een exacte verdeling over 4 jaren ad € 162k. Dit heeft effect op de onttrekking uit de bestemmingsreserve in 2021-2023. In de jaarschijf 2021 is het restant uit de reserve ad € 196k volledig ingezet en daarmee 34k extra onttrokken. In de jaren 2022 en 2023 is er geen reserve meer beschikbaar.
De uitvoering van het totale programma valt nog steeds binnen het kader plaats. Kapitaallasten verschuiving investering naar exploitatie (€-149.000) Bij de start van een project wordt getoetst aan de regelgeving BBV of deze moet worden gekwalificeerd als investeringsproject of exploitatieproject. De scheidslijn tussen groot onderhoud voor, en investeringen in, bestaande activa is dun. Dit heeft er in 2020 toe geleid dat een deel van de begrote investeringen in het kader van de Opgave ICT uiteindelijk tot het onderhoud moesten worden gerekend. De incidentele kosten hiervan zijn ten laste van de Algemene reserve zijn gebracht. De vrijgevallen kapitaalslastenbudgetten worden aangewend om deze reserve weer aan te vullen. Inventarisatie ICT-projecten De noodzakelijke stap om het consolideren van de ICT-omgevingen van de verschillende organisaties tot één centrale, moderne omgeving is een grote en complexe opgave. Tot nu toe was de eerste fase financieel goed in beeld. Deze bestond uit het wegwerken van achterstanden en het analyseren van de impact en het voorbereiden van de grote migratie naar een nieuwe gezamenlijke omgeving. Deze analyse en voorbereiding zijn gereed en de kosten van de volgende fase zijn op verzoek van het opdrachtgeversoverleg (OGO) geïnventariseerd en financieel vertaald.
Hiermee wordt getracht te voorkomen dat binnen een al lopend begrotingsjaar telkens middelen voor nieuwe ontwikkelingen en afwijkingen in bestaande ontwikkelingen te vragen. Daarom is er met advies van het RCIOO een inventarisatie opgesteld. Het resultaat hiervan leidt tot de volgende meerkosten voor 2022-2025: Digitale werkplek: Datamigratie naar sharepoint (€ 200.000) De werkplek in zijn huidige vorm voldoet niet aan de eisen die tijd eraan stelt. Er zijn projecten gaande die om extra investeringen vragen, maar daarmee wel de voorwaarden scheppen voor medewerkers om ook op een eigentijdse manier te kunnen (samen)werken. Voor de implementatie van de nieuwe digitale werkplek is in 2023 € 200.000 nodig voor de noodzakelijke datamigratie naar Sharepoint.
45
De volgende stap ‘na’ de VDI werkomgeving is een cloud gebaseerd ‘mobiele’ werkomgeving. Hoe snel deze ontwikkeling gaat is afhankelijk van verschillende factoren zoals de mogelijkheden tot harmonisatie van applicaties, de beschikbaarheid van SaaS-applicaties en van de benodigde platformen. Ook de financiële effecten zijn nog niet goed in te schatten en maken geen deel uit van bovenstaande kosten. Kapitaallasten aanvullende investeringen (€ 274.000) De aanvullende nodigde investeringen zijn nader toegelicht in de geactualiseerde investeringsplanning (hoofdstuk 3.3). Het bijbehorende kapitaalslastenniveau is gebaseerd op het verwachte moment van ingebruikname. OBC Telefonie o.b.v. scenario 1 (€ 57.000) Door het opzeggen van de Raamovereenkomst van GT Connect door VNG is het project om de telefooncentrales te vervangen door de VNG stopgezet. Hierdoor is de Connectie geconfronteerd met een herijking van de vervanging van de bestaande telefooncentrales zoals op dit moment in gebruik. De telefooncentrales van de gemeenten Arnhem (incl. De Connectie), Rheden en Renkum zijn in de aanloop naar de vorming van De Connectie niet meer geüpgraded of vernieuwd. Na oprichting van De Connectie is gestart met een onderzoek naar de mogelijkheden om de verschillende telefooncentrales te harmoniseren en de dienstverlening te uniformeren.
Daarnaast wordt onderzocht hoe we de telefonie en de dienstverlening vanuit de KKC's en de Frontoffice zo geïntegreerd mogelijk kunnen aanbieden, passend bij de doelen uit de dienstverleningsprogramma's van de gemeenten en voorbereidend op Omni-Channel communicatie. In 2018 is besloten om deel te nemen aan de VNG-aanbesteding GT Connect. In 2019 is deze aanbesteding gegund aan Atos en begin 2020 is gestart met de on-boardingfase om vast te stellen welke dienstverlening De Connectie aan haar klanten aan kan bieden. Eind december 2020 heeft VNG de Raamovereenkomst GT Connect tussen VNG en Atos eenzijdig opgezegd, leidend tot een juridisch dispuut. Samen met 150 andere deelnemers heeft de Connectie aan VNG aangegeven de eenzijdige ontbinding te ondersteunen. Daarmee komt de weg vrij om opnieuw te kijken naar de huidige marktpartijen en een roadmap vast te stellen. Deze Outline Business Case is opgesteld om mogelijke alternatieven voor een opvolging van GT Connect in kaart te brengen en één van deze alternatieven als oplossing te adviseren. De financiering voor de huidige telefooncentrales, die zijn afgeschreven, bieden het financieel kader voor de vervanging van de telefooncentrales naar één eenduidig platform. Er zijn een 3-tal scenario’s uitgewerkt. In de meerjarenbegroting zijn de financiële meerkosten van scenario 1 verwerkt.
In 2022 zijn de extra kosten 57.000 en vanaf 2023 structureel 17.000 extra.
46
5.3.3. Informatieveiligheid en businesscontinuïteit Awareness programma (€ 40.000) Bewustwording is één van de allerbelangrijkste onderdelen van informatieveiligheid en privacy. Bij de meeste datalekken en security incidenten spelen gebruikershandelingen en fouten een belangrijke rol. Dit bleek ook bij het Hof van Twente en Maastricht incidenten. Het belang hiervan wordt ook onderschreven door de CISO’s van de drie gemeenten en De Connectie. Op verzoek van de CISO’s en goedgekeurd door het RCIOO, wordt in 2021 assessment uitgevoerd op het gebied van informatieveiligheid en privacy. Dit assessment wordt periodiek herhaald. De opstartkosten zijn meegenomen in de eerste bestuursrapportage van 2021 en bedragen € 75.000. Aangezien de gemeenten en De Connectie gebruik maken van hetzelfde digitale landschap vraagt dit om een regionale, risico gebaseerde, aanpak. Harmonisatie en gezamenlijk gebruik van informatievoorziening geeft ook een gedeeld gedragen risico ten aanzien van gebruik en gebruikers. Het structurele programma zal onder andere gebruik maken van online tooling en gamificiation, om het gewenste kennisniveau te behalen en dit ook te testen. Daarnaast is het nodig om periodiek te meten hoe hoog het bewustzijn is en waar nodig het programma op deze uitkomsten aan te passen. Phishing simulaties horen ook bij de middelen die worden ingezet.
Deze methoden worden steeds geavanceerder waardoor training op dit gebied gewenst is. Dit programma heeft een brede en daarmee effectieve aanpak en wordt ondersteund door videolearning, e-learning, microlearning en posters. Audits informatieveiligheid (€ 10.000) Het is noodzakelijk en wettelijke verplicht om onafhankelijk vast te stellen of de getroffen maatregelen op het gebied van informatieveiligheid effectief zijn. Deze audits richten zich voornamelijk op technische toetsing van de genoemde maatregelen. Deze middelen zijn nodig om periodiek deze audits te laten uitvoeren en daarmee tevens te voldoen aan de BIO-richtlijn. Information security management systeem (€ 70.000) Het huidige information security management systeem (ISMS) moet vervangen worden. Waar de vorige oplossing zich meer op de self-assessment richtte wordt gekeken naar een tool die breder ondersteunt en hiermee meer aansluit bij de behoefte van de organisaties. Deze applicatie wordt ingezet bij de operationele, tactische en strategische verbeter cyclus van o.a. de informatieveiligheid, privacy en business continuity. De vervanging van het systeem wordt regionaal ingestoken en is gericht op aantoonbaarheid van de beheersing van informatieveiligheid en privacy in overeenstemming met de wettelijke kaders.
Het benodigde jaarlijkse bedrag betreft hoofdzakelijk de licentiekosten van de applicatie voor de regio per jaar. Cybersecurity/ Informatieveiligheid (€ 60.000) Binnen dit vakgebied moeten een aantal verplichte kaders worden geïmplementeerd om compliance te kunnen zijn met het normenkader informatieveiligheid en privacy. Daarmee is het ook van belang om op dit vlak de agenda’s van de verschillende organisaties te harmoniseren en standaardiseren. Dit wordt vormgegeven in een business verbetertraject in samenwerking met externe consultants. Expliciete aandacht is hier voor de regierol van de drie gemeenten en de verzwaarde rol van de Connectie als leverancier. Het is van belang hier gezamenlijk in op te trekken zodat de vier organisaties een gelijkwaardige groei naar volwassenheid in informatieveiligheid en privacy hebben. De organisaties zijn ieder verantwoordelijk voor hun eigen traject en financiering hiervan. 47
De Connectie start hiervoor een traject op, met een verwachte omvang van € 50.000, dat zich onder andere richt op de opvolging en implementatie van de resultaten uit de audits op het gebied van de BIO- en privacyregelgeving, waarmee in 2021 zal worden gestart. Daarnaast vindt ook de invulling van het ISMS en de begeleiding c.q. implementatie hiervan plaats binnen dit project. In bredere zin wordt met dit traject de compliance aan de vigerende regelgeving verder ingevuld en worden de hiervoor benodigde interne processen ingeregeld. De CISO moet onafhankelijk kunnen adviseren en toegang hebben tot kennis. De beschikbare kennis van de organisatie en lopende projecten is hiervoor onvoldoende en vaak ook onvoldoende onafhankelijk. Daarom is het noodzakelijk een beperkt en onafhankelijk budget van € 5.000 beschikbaar te stellen om deze advisering in te richten. Om de security- en privacy functie effectief te kunnen laten zijn, is het de bedoeling dat er aanspreekpunten binnen alle afdelingen worden aangewezen. Informatieveiligheid en privacy speelt organisatiebreed en om meer zicht te hebben op wat er binnen afdelingen speelt, welke risico’s zich hier voordoen en zorg te dragen dat eventuele maatregelen worden opgepakt, is het inrichten van deze “focal-points” van belang.
Dit organisatiemodel geeft een effectief middel om specifieke risico’s en aandachtspunten per afdeling te beheersen en acties op te pakken. De verwachte kosten voor ondersteuning en training op het gebied van security- en privacy gebied bedragen eveneens € 5.000. 5.3.4. Huisvesting De Connectie Huurovereenkomst Arnhem (€ - 263.000) De voorgestelde kaderwijziging wordt veroorzaakt door meerdere factoren. De eerste houdt verband met de lagere huurprijs per 1 juli 2020 die gemeente Arnhem overeen is gekomen. Daarnaast worden vanaf 2021 geen werkplekken meer betrokken van de gemeente Renkum en is het aantal in gebruik zijnde werkplekken bij de gemeente Arnhem toegenomen. Overigens zullen in de loop van 2021 ook de medewerkers die nu nog zijn gehuisvest bij de gemeente Rheden (De Steeg) naar het Stadskantoor worden overgeplaatst. Dit in verband met de nieuwbouw van het gemeentehuis in De Steeg. Gezien de bovenstaande ontwikkeling is het uitgangspunt dat iedere gemeente hetzelfde bedrag bijdraagt aan de huisvestingskosten van De Connectie, zoals in de huurovereenkomst tussen deze gemeente en De Connectie is overeengekomen, niet meer houdbaar. Derhalve ligt het in de rede om de inbreng van de huisvestingskosten op basis van de verdeelsleutel te herverdelen. De effecten van deze herverdeling zullen in het kader worden verwerkt, zodra hier overeenstemming over is bereikt. 5.3.5.
Overige ontwikkelingen E-HRM (€ 120.000) Juist omdat dit project een grote impact heeft op alle klantorganisaties, is het aanstellen van een professional (projectleider) noodzakelijk om een optimale e-HRM pakket selectie te realiseren dat naadloos aansluit op de behoeften van de klantorganisaties en het implementeren van het gekozen e-HRM systeem in 2022. Voor deze implementatie is in 2022 een budget van € 120.000 nodig.
48
5.4 Baten en lasten per programma Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Bedragen x 1.000 euro PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING GEMEENTEN Lasten Baten Saldo baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo na reserves
40.473 -3.641 36.832 -973 35.859
38.308 -270 38.039 -452 37.587
37.063 -270 36.793 36.793
36.635 -270 36.365 36.365
36.003 -270 35.734 35.734
36.008 -270 35.738 35.738
PROGRAMMA BELASTINGEN GEMEENTEN Lasten Baten Saldo baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo na reserves
4.556 -625 3.930 3.930
3.520 -308 3.212 3.212
3.382 -308 3.074 3.074
3.383 -308 3.076 3.076
3.383 -308 3.076 3.076
3.384 -308 3.076 3.076
6.573 -45.313 -38.740 206 -361 -38.894
4.345 -44.889 -40.544 149 -425 -40.820
4.609 -44.491 -39.882 149 -155 -39.888
4.692 -44.303 -39.611 149 -39.462
4.683 -43.663 -38.980 149 -38.831
4.683 -43.578 -38.895 59 -38.835
2.023 895
706 -21
-15 -21
-170 -21
-170 -21
-81 -21
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN OVERHEAD Lasten Baten Saldo baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo na reserves Totaal saldo baten en lasten Totaal saldo na reserves
2023
Meerjarenraming 2024
2025
De ontwikkeling van de begroting 2022 en de meerjarenraming zoals geschetst in de vorige paragraaf leidt tot het bovenstaande overzicht op programmaniveau.
49
5.5 Bijdragen gemeenten De bijdrage van de deelnemers voor de basisdienstverlening is gebaseerd op de verdeelsleutel zoals deze in de financiële onderbouwing van het bedrijfsplan is opgenomen. Omdat de bijdragen per jaarschijf (pro-rata) enigszins verschillen wordt de verdeelsleutel jaarlijks aangepast. De bijdragen van de gemeenten kunnen als volgt worden gespecificeerd: Arnhem Begroting 2022 Bedragen x 1.000 euro Arnhem Primitieve begroting Totaal kadercorrecties Primitieve begroting na kadercorrecties Ontwikkeling begroting 2022 en meerjarenraming Loon- en prijsontwikkelingen Onderhoudsronde HR21 Autonome prijsontwikkelingen 2021 Autonome prijsontwikkelingen 2022 Kapitaalslasten agv omslagrente
2023
meerjarenraming 2024 2025
I/S 28.739 787 29.526
28.623 691 29.314
28.210 691 28.901
28.210 691 28.901
S S S S
23 402 196 -17
23 402 194 -30
23 402 188 -27
23 402 189 -23
Opgave ICT Programma 2!Connect Kapitaallasten verschuiving van exploitatie naar investering -/- Vrijval bestemmingsreserve Opgave ICT Kapitaallasten verschuiving van investering naar exploitatie Toevoeging aan Algemene reserve
I S I S I
-268 87 116 -107 107
-410 87 116 -107 107
87 -107 107
87 -107 43
Inventarisatie ICT-projecten ICT projecten -Digitale werkplekKapitaallasten aanvullende investeringen OBC Telefonie (o.b.v. scenario 1)
I S I/S
196 41
143 297 12
297 12
297 12
Informatieveiligheid en businesscontinuiteit Awarenessprogramma informatieveiligheid Audits informatieveiligheid Vervanging ISMS Cybersecurity/ informatieveiligheid
S S S I/S
29 7 50 43
29 7 50 7
29 7 50 7