ontwerp bestemmingsplan Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving
Tekst van het document
Bestemming Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving Toelichting
Velp
Rheden
De Steeg
Ellecom
Dieren
Spankeren
Laag-Soeren
Landelijk gebied
Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving
2 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
7 8 9 11 13 13 13 14 19
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
19 24 34
Milieu- en omgevingsaspecten
Geluid Archeologie en Cultuurhistorie Bedrijfshinder Bodem Externe veiligheid Luchtkwaliteit Landschap Ecologie - Natuur Vormvrije m.e.r beoordeling Rivierkunde Verkeer Water
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
7
Beleidskader
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
Projectbeschrijving
Historie Bestaande situatie Toekomstige situatie
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Inleiding
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende bestemmingsplannen Leeswijzer
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
5
Juridische planopzet
Standaard en plansystematiek Opzet bestemmingsplan
Hoofdstuk 6
Economische en maatschappelijk uitvoerbaarheid
37 37 40 43 44 45 46 48 48 52 54 56 56 59 59 59 63 3
Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
4 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
63 63
Toelichting
5 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
6 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
Hoofdstuk 1 Inleiding
1.1
Aanleiding Sinds 2004 wordt gewerkt aan de Visie Havikerpoort (2006) en de realisatie daarvan. Een onderdeel van de visie is de realisatie van een niet aangekoppeld systeem van watergeulen (strang) langs de IJssel. De naam voor dit deelplan is Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid. Het plangebied Havikerwaard Zuid wordt heringericht ten behoeve van een betere doorstroming van de IJssel, natuur- en landschapsontwikkeling en recreatieve doelen. Onderdeel van dit plan betreft het Bbk (Besluit bodemkwaliteit) Verondiepingsproject aan de zuidoever van Plas Bingerden. Voor dit deelplan is in november 2016 het bestemmingsplan 'Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid' vastgesteld. De basis voor dit bestemmingsplan was het Voorkeursalternatief uit de eerdere milieueffectrapportage. De initiatiefnemer wil nu op verzoek van de eigenaar van de plas het (vergunde) Bbk Verondiepingsproject verplaatsten in noordelijke richting, dichter tegen het bedrijventerrein Havikerwaard 8a aan. Daarnaast is er vanuit Rijkswaterstaat (RWS) verzocht om een rivierkundige optimalisatie van het bedrijventerrein aan de Havikerwaard 8a ten behoeve van de doorstroming. Voor dit bedrijventerrein geldt het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied, Locatie Havikerwaard 8A'.
De verplaatsing van het verondiepingsproject, dichter tegen het bedrijventerrein Havikerwaard 8a aan, biedt gelijktijdig kansen om het bedrijventerrein te herstructureren om zo de huidige logistiek op het bedrijventerrein aan te passen. De optimalisatie van het terrein heeft als bijkomend voordeel dat er meer natuur wordt toegevoegd aan het gebied en gezorgd wordt voor een rivierkundige optimalisatie en doorstroming. De wijziging van het verondiepingsproject en de optimalisatie van het bedrijventerrein leiden tot een ander eindgebruik, wat niet passend is binnen de vigerende bestemmingen in het bestemmingsplannen 'Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid', 'Landelijk Gebied, Locatie Havikerwaard 8A' en 'Landelijk Gebied'. Het opstellen van een nieuw bestemmingsplan is hiervoor nodig. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologische regeling om bovengenoemde aanpassingen mogelijk te maken. Op afbeelding 1.1 is de bestaande/vergunde situatie weergegeven én de toekomstige situatie.
7 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
Afbeelding 1.1: links: bestaande/vergunde situatie; rechts: toekomstige situatie
1.2
Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied van de totale gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid maakt deel uit van het uiterwaardensysteem van de IJssel en ligt ter hoogte van Ellecom en De Steeg op de westelijke oever van de rivier, in de gemeente Rheden. Het plangebied ligt in één van de acht ecologische poorten (Havikerpoort) op de rand van de Veluwe en verbindt de Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken met elkaar. Het gebied ligt voor een belangrijk deel op het domein van Landgoed Middachten. Het gebied wordt gekenmerkt door het open agrarische karakter en door de IJssel, IJsselstrangen en waterpartijen. In een deel van Havikerwaard Zuid is in het verleden al zand gewonnen. De bedrijvigheid op locatie Havikerwaard 8a vormt een uitzondering op dit karakter. De weg Havikerwaard ontsluit het plangebied en verbindt deze met de omliggende gebieden. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied (binnen rode vierkant) opgenomen.
Afbeelding 1.2: Ligging plangebied (binnen rode vierkant) 8 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
1.3
Vigerende bestemmingsplannen Het plangebied is gelegen binnen de gemeente Rheden. Voor het plangebied gelden momenteel de volgende bestemmingsplannen (deels): 1. Landelijk Gebied (2009); 2. Landelijk Gebied, Locatie Havikerwaard 8A (2014); 3. Parapluplan Archeologie Rheden 2013 en aanpassing regeling Buitenplaatsen (2014); 4. Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid (2016); 5. Parapluplan huisvesting arbeidsmigranten en bijzondere woonvormen (2021).
Op onderstaande afbeelding zijn de bestemmingen weergegeven.
Afbeelding 1.3: Geldende bestemmingen en aanduidingen De gronden waar de ontwikkelingen (en/of bestemmingswijzigingen) plaatsvinden, hebben de volgende enkelbestemmingen: 1. Water; 2. Natuur; 3. Bedrijf; 4. Agrarisch gebied met landschaps- en natuurwaarden.
Daarbij zijn de volgende dubbelbestemmingen en aanduidingen opgenomen: 9 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
1. Dubbelbestemming Waterstaat – Waterstaatkundige functie 2. Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 3. Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 4. Dubbelbestemming Leiding - Gas 5. Gebiedsaanduiding geluidzone - industrie 6. Gebiedsaanduiding overige zone - ontzanding 7. Gebiedsaanduiding overige zone - ontzanding 1 8. Gebiedsaanduiding overige zone - huisvesting arbeidsmigranten en bijzondere woonvormen 9. Functieaanduiding opslag 10. Functieaanduiding specifieke vorm van bedrijf - winning en verwerking zand en grind 11. Functieaanduiding specifieke vorm van bedrijf - betonproductie 12. Functieaanduiding bedrijfswoning uitgesloten
De verplaatsing van het Bbk Verondiepingsproject en de optimalisatie/verlegging van het bedrijventerrein zijn niet mogelijk binnen de vigerende bestemmingen. Ten behoeve van de voorgenomen wijzigingen zijn de volgende wijzigingen dan ook gewenst. Verplaatsen Bbk-verondiepingsproject: bestemming Water naar Natuur en huidige bestemming Natuur (t.p.v. voormalige locatie Bbk-verondieping) wordt Water. Optimalisatie/verlegging hoogwatervrije bedrijventerrein: Water naar Bedrijf en Bedrijf naar Natuur. De gewenste eindsituatie in het plangebied is op onderstaande afbeelding weergegeven.
10 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
Afbeelding 1.4: Beoogde eindsituatie Aan het overige deel van het bedrijventerrein (inclusief aanlegsteiger ten westen van het plangebied) wijzigt in juridisch-planologisch opzicht niets.
1.4
Leeswijzer Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en de regels. De bestemmingen zijn geometrisch bepaald en worden digitaal verbeeld en vastgesteld. Daarnaast zijn de bestemmingen voorzien van planregels ten aanzien van bouwen en gebruik. Deze regels bepalen de randvoorwaarden waarbinnen het project kan worden gerealiseerd. Het bestemmingsplan gaat daarnaast vergezeld van deze toelichting. De toelichting dient als onderbouwing van het plan en kent geen rechtstreeks bindende werking. Deze toelichting is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 de beschrijving van het voorgenomen project, waarbij allereerst kort wordt ingegaan op de huidige situatie in het plangebied. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de geldende (ruimtelijke) beleidskaders op rijks-, provinciaal-, regionaal,- en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 komen de verschillende relevante omgevingsaspecten aan bod komen, waarbij mede op basis de resultaten van diverse onderzoeken de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan wordt aangetoond. Hoofdstuk 5 bevat de toelichting op de juridische planopzet. Tot slot biedt hoofdstuk 6 vervolgens inzicht in respectievelijk de financiële en procedurele uitvoerbaarheid van het project.
11 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
12 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
Hoofdstuk 2 Projectbeschrijving
2.1
Historie Sinds 2004 wordt gewerkt aan de Visie Havikerpoort (2006) en de realisatie daarvan. De Havikerpoort is een van de acht ecologische poorten van de Veluwe en verbindt de Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken met elkaar. Het project Havikerpoort is een samenwerkingsproject van de provincie Gelderland, de gemeente Rheden, Vereniging Natuurmonumenten, Stichting Twickel, Landgoed Middachten, Rijkswaterstaat, Vitens, Waterschap Rijn en IJssel en K3Delta. In dit kader is in 2008 een landschapsontwikkelingsvisie opgesteld voor het gebied Havikerwaard. In deze visie is ingegaan op de beoogde toekomstige functies, waaronder verruiming van de waterberging capaciteit, ontwikkeling van landschap, langjarige instandhouding van Landgoed Middachten, natuur, recreatie, zandwinning en fondsvorming en herinrichting door zandwinning. Een onderdeel van deze visie is de realisatie van een niet aangekoppeld systeem van watergeulen (strang) langs de IJssel. De naam voor dit deelplan is Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid. In 2017 is het ontwikkelingsplan Havikerwaard Zuid vastgesteld. Voor dit ontwikkelingsplan zijn het bestemmingsplan 'Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid', een ontgrondingsvergunning, een natuurbeschermingswetvergunning, een Wabo-vergunning (omgevingsvergunning) en Waterwetvergunning vastgesteld en/of benodigd.
Vanuit het rivierkundig belan g is ook gezorgd voor een goede hydraulische (veiligheid), morfologische (aanzanding), nautische (scheepvaart) situatie. Havikerwaard Zuid is het ontwikkelingsplan uit 2017 dat, als onderdeel van de totaalvisie Havikerpoort sinds 2017, wordt uitgevoerd. Het Bbk Verondiepingsproject Plas Bingerden liep hier als zelfstandig pilot op vooruit, maar past naadloos in de totaalvisie.
2.2
Bestaande situatie Havikerwaard Zuid maakt deel uit van het uiterwaardensysteem van de IJssel en ligt ter hoogte van Ellecom en De Steeg op de westelijke oever van de rivier, in de gemeente Rheden. Het Bbk Verondiepingsproject is vergund, maar tot op heden nog niet gerealiseerd. Het uitgangspunt van het pilot Bbk-project, namelijk het realiseren van nieuwe natuur, blijft echter ongewijzigd. Het bedrijventerrein aan Havikerwaard 8a biedt invulling aan een hoogwatervrij bedrijventerrein. Het betreft een gezoneerd industrieterrein op grond van de Wet geluidhinder. Op het bedrijventerrein is bedrijvigheid aanwezig dat is gespecialiseerd in de winning en verwerking van zand en grind en betonproductie. Op het terrein is tevens een laad- en loswal aanwezig voor het laden en lossen van schepen. Het bedrijventerrein wordt ontsloten via de weg Havikerwaard en de rivier de IJssel.
13 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
2.3
Toekomstige situatie De Havikerpoort moet de corridor vormen voor dieren die willen trekken tussen de Veluwe en de uiterwaarden van de IJssel. Hiervoor zijn al een aantal initiatieven geformuleerd en in uitvoering; een ecoduct bij Dieren, versmalling van de Middachterallee en afsluiting van de Doesburgsedijk voor gemotoriseerd verkeer. Maar ook in het gebied zelf dient het nodige te gebeuren om het gebied aantrekkelijker te maken voor mens en dier. Onderdeel daarvan is het versmallen en verondiepen van de bestaande ontzandingsplassen in de Havikerwaard, zodat de flora en fauna zich beter kan ontwikkelen. Het totale project kent een aantal doelstellingen voor natuurontwikkeling, zoals zachthout- en hardhout ooibossen en diverse moeraszones. Dit zijn zeldzame landschapstypes in Nederland. Dit type landschap kan pas goed tot ontwikkeling komen als er regelmatig overstromingen plaatsvinden. Dat kan alleen als de IJssel toegang krijgt tot de Havikerwaard-Zuid. Het grootste deel van de Havikerwaard wordt thans gebruikt voor de landbouw. De natuurwaarde is daardoor bijna nihil. Het toevoegen van natuur in bovengenoemde vorm is dan ook van wezenlijk belang om een gebied te krijgen waar het goed vertoeven is voor mens en dier (samenhang tussen natuurontwikkeling en recreatie).
Dit wel altijd in samenhang met een goede situatie voor de landbouw, een belangrijke economische drager voor het Landgoed Middachten. De verondieping van de plas Bingerden maakt onderdeel uit van het creëren van moeraszones. Dit samen met de realisatie van een nevengeul langs de IJssel vormt een belangrijk onderdeel van de opgave. Door de zandwinning in combinatie met de herinrichting wordt de ruimtelijke kwaliteit in het gebied verbeterd en meer natuur ontwikkeld e.e.a. passend binnen de visie op de Havikerpoort. Dit voorliggende initiatief is een optimalisatie van het plan Bbk-Plas Bingerden en de gewenste rivierkundige optimalisatie van het bedrijventerrein. Het betreft enerzijds het verleggen van het verondiepingsproject van de zuidoever van Plas Bingerden naar het midden van de huidige Havikerwaard Plas. Het oppervlak te realiseren moeras neemt hiermee toe van 6 naar 6,6 hectare. Anderzijds betreft het een rivierkundige optimalisatie door de reconstructie van het hoogwatervrije bedrijventerrein. Het zuidelijke terrein komt daarmee te vervallen als bedrijventerrein. Ter compensatie wordt aan de noordkant het terrein uitgebreid en geherstructureerd. Per saldo neemt het oppervlak bedrijventerrein af met circa 0,47 ha.
De reden om het bedrijventerrein te verleggen, heeft te maken met de gewenste optimalisatie vanuit rivierkunde (RWS) voor deze locatie, het centraliseren van de werkzaamheden op locatie en de mogelijkheid om het bedrijventerrein landschappelijk in te passen in combinatie met de verplaatsing van het Bbk-verondiepingsproject. De huidige vergunde werkzaamheden/activiteiten op het bedrijventerrein blijven hetzelfde, maar worden gecentraliseerd. Een revisie van het terrein is wenselijk. Daarbij dient het nieuwe terrein aangemerkt te worden als formeel hoogwatervrij terrein in het kader van de Waterwetvergunning/beleidsregels grote rivieren. De uitgangspunten van het bestemmingsplan locatie Havikerwaard 8a en het pilot Bbk-project blijven ongewijzigd. De noordelijke verplaatsing van de verondieping past binnen de visie op de
14 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
Havikerpoort omdat het creëren van moeraszones binnen het gehele gebied onderdeel is van de genoemde visie. Met 'moeraszones' wordt in dit geval (in ecologische termen) een hoogdynamische zone bedoeld die mee inundeert met de waterstanden van de IJssel. De betreffende zone zal namelijk niet ten allen tijde onder water staan of erg nat zijn, wat het woord 'moeras' suggereert. Verplaatsing van de verondieping past binnen dit geformuleerde uitgangspunt en draagt daarmee bij aan de geformuleerde doelstellingen in de ontwikkelingsvisie Havikerpoort: Verruiming van de bergingscapaciteit en het stroomprofiel in het winterbed; Landschapsontwikkeling en structuurversterking; Natuurontwikkeling en vergroten milieudiversiteit; Realiseren van een duurzame methode zandwinning.
In bijlage 1 "Aanpassing verondiepingsproject BBK zuidoever Plas Bingerden Havikerwaard" (Adri Voorwinden Ruimtelijke Vormgeving en Landschap, 2019) is de aanpassing tevens toegelicht. Ten behoeve van de voorgenomen wijzigingen vinden de volgende bestemmingswijzigingen plaats: Verschuiven Bbk-verondieping: bestemming 'Water' naar 'Natuur'. Huidige bestemming 'Natuur' wordt op oude locatie bestemming 'Water'. Optimalisatie/verlegging hoogwatervrije bedrijventerrein: bestemming 'Water' naar 'Bedrijf'. Huidige zuidelijke terreininrichting van het bedrijventerrein rivierkundig optimaliseren: bestemming 'Bedrijf' naar 'Natuur'. Omdat de verondieping niet meer langs de zuidoever plaatsvindt, is op deze plek de bestemming 'Water' toegekend, conform het bestaande gebruik. Op afbeelding 2.1 is weergegeven op welke activiteiten/werkzaamheden dit bestemmingsplan betrekking heeft. In afbeelding 2.2 is de beoogde eindsituatie weergegeven. Ten westen van het plangebied blijft, conform voorgaand bestemmingsplan, daarnaast de mogelijkheid bestaan om een aanlegsteiger te realiseren.
Afbeelding 2.1: Voorgenomen wijzigingen. 15 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
Afbeelding 2.2: Beoogde eindsituatie (buiten het plangebied van dit bestemmingsplan, ten westen van het plangebied, zijn ook enkele aanpassingen nodig aan groen i.v.m. de doorstroombaarheid bij hoog water, maar maken geen onderdeel uit van voorliggend plan.) Landschappelijke inpassing en toekomstige natuur De dynamische zone kent op de top een hoogte van +7 meter NAP die afloopt met een helling van 1:5. Hierdoor blijft de bovenzijde van de zone het grootste deel van het jaar boven de gemiddelde waterlijn liggen. Er is hier geen sprake van een harde kade, maar een hogere zone met kansen voor diverse natuurwaarden die af en toe onder water komen te staan. Door de schuin aflopende hellingen van 1:5 waarover de waterlijn zal gaan fluctueren op het ritme van de IJssel ontstaat veel diversiteit in habitats. Door de aanleg van een natte hoogdynamische zone wordt een plek gecreëerd, waar veel soorten kunnen foerageren en schuilen. Dit is met name gericht op soorten die in natte natuur leven zoals diverse watervogelsoorten (meerkoet, fuut, zwaan, lepelaars, roerdomp, enzovoort), vissen en zoogdieren (onder andere bever, woelmuizen, waterspitsmuis, otter en vleermuizen). Met voorliggend plan wordt er een doorstroomzone gerealiseerd op de plek waar momenteel industrie aanwezig is.
Door de doorstroomzone kan met hoogwater de rivier dit deel inunderen zodat het rivierwater de Havikerwaard-Zuid in en weer uit kan. Dit levert een zone op met diversiteit en dynamiek. Vissen kunnen dan zowel migreren als foerageren op deze zone en eenmaal in de Havikerwaard-Zuid kunnen de ondiepten gebruikt worden als paaigebied, schuilgelegenheid en foerageergebied. Er zijn in het ontwerp bewust luwe zones aangegeven zodat de aanwezige industrie goed wordt ingepast en gezoneerd zodat er ruimte is voor zowel menselijke activiteit als natuurontwikkeling. De aanwezige industrie wordt landschappelijk zorgvuldig ingepast met de aanleg van een natuurzone en aanplant van bosschages rondom het bedrijventerrein, zodat er, in vergelijking met de huidige situatie, geen nieuwe (optische) verstoring zal plaatsvinden. Door in de diepe zandwinplas met stilstaand water (huidige situatie) een hoogdynamische zone te maken ontstaat een situatie die geschikt is voor het ontwikkelen van zeer diverse natuur. Ten opzichte van de huidige situatie wordt het gebied geschikter voor diverse soorten (zie hiervoor paragraaf 4.7). 16 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
Aan de zuidkant van het plangebied en aan de zuidwestrand van de bestaande plas is het ten behoeve van de doorstroombaarheid van het gebied noodzakelijk om bomen te kappen. De bosschage, onderdeel van GNN, verdwijnt hiermee. Voor deze bomen geldt een herplantplicht. Als gevolg hiervan worden binnen het plangebied, ter plaatse van de toekomstige natuurzone (binnen de bestemming 'Natuur'`) ten noorden en oosten van het bedrijventerrein, nieuwe bomen geplant (zie Bijlage 3). Deze bomen vormen dan tevens afschermende beplanting rondom het bedrijventerrein. Het zuidelijk deel van het plangebied, waar dus bomen worden verwijderd, blijft onderdeel van GNN en krijgt een natuurbestemming en wordt ingericht als glanshaverhooiland. Over de definitieve inrichting heeft afstemming plaatsgevonden met de provincie Gelderland. De inrichting van glanshaverhooiland past binnen de doelstellingen voor GNN van de provincie. Voor het beheer van het glanshaverhooiland wordt aangesloten bij de richtlijn N12.03 Glanshaverhooiland. Deze inrichting is geborgd door middel van een voorwaardelijke verplichting in de regels. In bijlage 2 "Landschappelijke notitie Havikerwaard 8a" is een nadere toelichting en onderbouwing gegeven van de landschappelijke inpassing.
In bijlage 3 van deze toelichting is tevens een beplantingsplan (bron: K3 Delta B.V., 20-04-2023) opgenomen, welke ook middels een voorwaardelijke verplichting is geborgd in de regels. In dit beplantingsplan zijn tevens de toekomstige hoogtes t.o.v. NAP weergegeven. De nieuwe locatie van de Bbk-verondieping ligt op minimaal +7 m NAP, tot aan het industrieterrein 11 meter boven NAP. De natuurzone wordt ingericht met hardhoutooibos, zachthoutooibos en riviermoeras.
17 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
18 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
Hoofdstuk 3 Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het relevante (planologische) beleid van de rijksoverheid, de provincie Gelderland, de regio en de gemeente Rheden.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 zijn de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de bijbehorende Uitvoeringsagenda vastgesteld door de Tweede Kamer. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting aan een duurzaam perspectief voor onze fysieke leefomgeving (tot 2050). Er zijn in totaal 21 nationale belangen benoemd in de NOVI, die samen komen in vier prioriteiten: 1. Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat botsende belangen veelal niet los van elkaar kunnen worden opgelost. Het streven vanuit de NOVI is dan ook om combinaties te maken en belangen waar mogelijk te koppelen, zodat een win-win situatie ontstaat. Echter niet alles kan overal, waardoor er soms scherpe keuzes gemaakt moeten worden. Bij de keuzes die we willen maken wil het Rijk dat overheden dezelfde afwegingsprincipes hanteren. Hiertoe worden drie afwegingsprincipes gebruikt: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen.
In de NOVI is een aantal (voorlopige) NOVI-gebieden opgenomen. Het Rijk is van plan om hier samen met de regio, met aandacht voor de brede ruimtelijk-fysieke opgaven een extra impuls te geven aan grote transities, passend bij de NOVI-prioriteiten. Daarnaast wil het Rijk in deze gebieden extra steun geven aan de aanpak van grote, integrale fysieke opgaven, die heel belangrijk zijn voor Nederland. Plangebied Het plangebied is op de kaart Nationale Hoofdstructuur aangewezen als een gebied met ruimte voor water en rivieren, waar water kan worden vastgehouden en geborgen. Daarnaast ligt het plangebied in een gebied waar wordt ingezet op het 19 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
versterken van bos- en natuurgebieden op land. Het plangebied, met uitzondering van het bedrijventerrein, ligt in een door het Rijk aangewezen Natura 2000-gebied. Het plangebied maakt tevens onderdeel uit van het hoofdwatersysteem, zoals te zien is op de kaart Nationale Keuzes Klimaatadaptatie. In het plangebied wordt ingezet op het beschermen en versterken van de biodiversiteit (kaart Nationale Keuzes toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied). In het rivierengebied ligt een grote en urgente waterveiligheidsopgave die voortkomt uit de nieuwe normen voor waterveiligheid en door klimaatverandering toenemende rivierafvoeren. Deze opgave kan worden opgepakt door een combinatie van dijkversterking en rivierverruiming. De overheid betrekt daar eveneens belangen bij van laagwater, waterkwaliteit, natuur, ecologie, scheepvaart en zoetwater en treft maatregelen die leiden tot een duurzaam functionerend rivierensysteem. Het Rijk werkt aan een aanpak om de stikstofbelasting op Natura 2000-gebieden te verminderen. Dat is nodig om de doelen uit Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen binnen bereik te brengen. Dit gebeurt enerzijds door herstel en versterking van de natuur en biodiversiteit en anderzijds door het terugdringen van de stikstofuitstoot (bronmaatregelen).
Beoordeling en conclusie Voorliggend plan draagt bij aan de nationale belangen en doelen op het gebied van water(veiligheid), natuur en biodiversiteit. Met voorliggend plan wordt per saldo meer natuur gerealiseerd en wordt er meer ruimte voor de rivier gecreëerd door het bedrijventerrein te herinrichten. Het plan voldoet aan de NOVI.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wet ruimtelijke ordening, ter waarborging van nationale en provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kan het Rijk of de provincie eisen stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de 'oude' ontwerp AMvB Ruimte die in 2009 al aan inspraak is onderworpen, en deels uit nieuwe onderwerpen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 juli 2014. De laatste wijziging van het Barro trad op 1 december 2020 in werking. Met die laatste wijziging zijn voor de grote rivieren de toegestane activiteiten in uiterwaarden uitgebreid met bijvoorbeeld extensieve uiterwaardrecreatie, zoals aanleg van fiets- en voetpaden. Ook is er meer ruimte in het rivierbed voor duurzame energievoorzieningen, zoals windmolens en zonnepanelen.
In het Barro zijn de volgende nationale belangen geborgd: 1) Rijksvaarwegen, 2) Project Mainportontwikkeling Rotterdam, 3) Kustfundament, 4) Grote Rivieren, 5) Waddenzee en waddengebied, 6) Defensie, 7) Hoofdwegen en landelijke spoorwegen, 8) Elektriciteitsvoorziening, 9) 'Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen' 10) Ecologische hoofdstructuur, 11) Primaire 20 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
waterkeringen buiten het kustfundament, 12) IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte), 13) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en 14) Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Plangebied Ten aanzien van het plangebied is het nationale belang Grote Rivieren relevant. Op basis van de kaart Grote Rivieren van het Barro ligt het plangebied zowel in rivierbed als het stroomvoerend rivierbed. In artikel 2.4 van het Barro is het beleid opgenomen ten aanzien van deze zones.
Afbeelding 3.1: Uitsnede kaart Grote Rivieren Barro (ruimtelijkeplannen) In artikel 2.4.3 zijn de randvoorwaarden opgenomen ten aanzien van het rivierbed. In het Barro is bepaald dat een bestemmingsplan in het rivierbed alleen nieuwe bestemmingen mag toestaan indien er sprake is van: a. een zodanige situering van de bestemming dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; b. geen feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; c.
een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is;
d. een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert. Daarnaast dient in het bestemmingsplan te worden vastgelegd hoe de effecten op de waterstand en de afname van het bergend vermogen worden gecompenseerd. In artikel 2.4.4 zijn de randvoorwaarden opgenomen ten aanzien van het stroomvoerend deel van het rivierbed. Onverminderd artikel 2.4.3 kan een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het stroomvoerend deel van het rivierbed ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan uitsluitend een wijziging mogelijk maken, voor zover daarbij een of meer van de volgende activiteiten worden 21 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
mogelijk gemaakt: a. de aanleg of wijziging van waterstaatkundige kunstwerken; b. de verwezenlijking van voorzieningen voor een betere en veilige afwikkeling van de beroeps- of recreatievaart; c.
de bouw of wijziging van waterkrachtcentrales;
d. de vestiging of uitbreiding van overslagbedrijven of het realiseren van overslagfaciliteiten, uitsluitend voor zover de activiteit gekoppeld is aan het vervoer over de rivier; e. de aanleg of wijziging van scheepswerven voor beroeps- of pleziervaartuigen en specifiek daaraan verbonden bedrijfsactiviteiten; f.
de verwezenlijking verbetering of het beheer van natuurterreinen;
g. de uitbreiding of wijziging van bestaande steenfabrieken; h. de verwezenlijking van voorzieningen die onlosmakelijk met de waterrecreatie of extensieve uiterwaardrecreatie zijn verbonden; i.
de winning van oppervlaktedelfstoffen;
j.
de verwezenlijking van voorzieningen van groot openbaar belang die niet buiten het rivierbed kunnen worden gerealiseerd;
k.
activiteiten van een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven die niet buiten het rivierbed kunnen worden gerealiseerd;
l.
een functieverandering binnen de bestaande bebouwing;
m. het behoud van bekende of te verwachten archeologische monumenten; n. de verbetering van de waterkwaliteit; o. de verwezenlijking van voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het agrarisch, landschappelijk of daarmee vergelijkbaar beheer van het rivierbed; p. het behoud of herstel van cultuurhistorische landschapselementen; q. de verduurzaming van de energievoorziening van bestaande voorzieningen in het rivierbed; r.
de opwekking van zonne- of windenergie en die activiteit niet redelijkerwijs buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd.
Beoordeling en conclusie In voorliggend geval wordt de verondieping enkel verplaatst en de natuurontwikkeling blijft doorgang houden. Het veilige en doelmatige gebruik van het oppervlaktewaterlichaam blijft gewaarborgd, want er worden geen nieuwe bestemmingen toegevoegd, alleen enkele bestemmingen worden gewisseld. Bovendien is de planontwikkeling voorzien buiten vaarwegen en buiten voor natuur waardevolle ondiepe wateren. De effecten op de waterstand en de afname van het bergend vermogen zijn nihil. Hiertoe is een rivierkundige berekening uitgevoerd. In paragraaf 4.10 wordt hier nader op ingegaan. Het plan heeft daarnaast een positief effect op de ecologische toestand van het 22 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
oppervlaktewaterlichaam, omdat er verbeteringen worden aangebracht door de aanleg van meer ondiepe zones. De verondieping leidt tot een ecologische betere situatie en meer biodiversiteit. Hier wordt in paragraaf 4.8 nader op ingegaan. Dit plan voorziet in nieuwe natuur en er vindt een rivierkundige optimalisatie plaats door de reconstructie van het hoogwatervrije bedrijventerrein. Zoals hierboven omschreven, en in de rivierkundige rapportage verwoord wordt, heeft dit plan nauwelijks invloed op de IJssel en voldoet het plan aan de regels zoals vastgelegd in het Barro.
3.1.3 Nationaal Water Programma Het ontwerp van het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is op 18 maart 2022 vastgesteld. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid voor deze periode en geeft een doorkijk naar 2050. Het NWP bevat: Een uitwerking van het te voeren beleid (inclusief het nationale ruimtelijke en ecologische beleid) voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming of het behoud van water; Maatregelen vanwege nationale belangen en om wateropgaven te bereiken en daaraan te blijven voldoen. In het NWP worden de nationale componenten van de herijking van het Deltaprogramma vastgelegd. In het NWP worden de voor het waterbeleid relevante nationale belangen uit de NOVI en de toepassing van de afwegingsprincipes hierbij, verder uitgewerkt. Verder geeft het NWP uitvoering aan de Europese richtlijnen voor waterkwaliteit, de mariene strategie en overstromingsrisico's. Plangebied In het NWP is voor het rivierengebied, waar het plangebied onderdeel van uitmaakt, het beleid georganiseerd rondom een aantal ontwikkelingen, namelijk vaker droogte, meer extreme neerslag, bodemerosie rivieren, ontwikkeling van robuuste riviernatuur en het verbeteren van de zoetwaterbeschikbaarheid.
Deze ontwikkelingen worden aangepakt langs een aantal beleidssporen, die bij elkaar komen in het programma Integraal Riviermanagement: beschermen van het rivierengebied bij hoge afvoeren, in stand houden en uitbreiden van de afvoercapaciteit, het bevaarbaar houden van de rivieren, optimaal verdelen van het beschikbare zoetwater, verbeteren van de waterkwaliteit en de natuur, en ruimte bieden voor ruimtelijk-economische rivierfuncties, zoals recreatie, havenontwikkeling, etc. Beoordeling en conclusie Het NWP heeft geen directe consequenties voor het plangebied. Wel sluit het planvoornemen aan op de doelen, zoals geformuleerd in het NWP.
23 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
3.1.4 Besluit ruimtelijke ordening Het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. Hierbij moet ten eerste de behoefte aan de ontwikkeling worden beschreven en ten tweede moet bij buitenstedelijke ontwikkelingen worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk plaats kan vinden. Indien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dan moet er getoetst worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling indien een project ziet op de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Bij de beoordeling of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt gekeken of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als een nieuw ruimtelijk besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of volgens het voorheen geldende planologische regime kon worden gerealiseerd.
Indien de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is moet worden beschreven in hoeverre de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Beoordeling en conclusie Het verleggen van het verondiepingsproject en de rivierkundige optimalisatie door reconstructie van het hoogwatervrije bedrijventerrein betreffen geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Het project hoeft niet te worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (2018) Provinciale Staten hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De omgevingsvisie is met ingang van 1 maart 2019 in werking getreden. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie zijn zeven met elkaar samenhangende ambities geformuleerd: 1. Energietransitie: van fossiel naar duurzaam; 2. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer; 3. Circulaire economie: sluiten van kringlopen; 4. Biodiversiteit: werken met de natuur; 5. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; 6. Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; 7. Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. De Omgevingsvisie betreft een visie op hoofdlijnen. Een vijftal wettelijk verplichte planfiguren (ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer) voor het provinciaal 24 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
beleid voor de leefomgeving gaat wel op in de Omgevingsvisie. Sinds 2014 zijn al gebieden en functies aangewezen in verband met deze planfiguren. Deze blijven voortbestaan onder deze Omgevingsvisie. Dit gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden. Andere kaarten en functiebeschrijvingen hebben een uitvoerend of informerend karakter en zijn daarom overgeheveld naar programma's of andere beleidsdocumenten. In dit kader zijn een viertal themakaarten opgenomen in de Omgevingsvisie: 1. Themakaart Ruimtelijke beleid; 2. Themakaart Waterbeleid; 3. Themakaart Milieubeleid; 4. Themakaart Natuur- en landschapsbeleid.
Plangebied Ruimtelijk beleid Op de themakaart Ruimtelijke beleid is het gehele plangebied aangewezen als gebied waar windenergie is uitgesloten. Daarnaast is het huidige bedrijventerrein aangewezen als gebied waar grote zonneparken niet mogelijk zijn. In het overige deel van het plangebied zijn grote zonneparken onder voorwaarden mogelijk. De wijzigingen die in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt hebben echter geen betrekking op wind- en/of zonne-energie. Waterbeleid en Milieubeleid Op themakaarten Waterbeleid en Milieubeleid zijn voor het plangebied geen specifieke onderwerpen en/of functies opgenomen. Natuur- en landschapsbeleid Op onderstaande afbeelding is een uitsnede opgenomen van de themakaart Natuuren landschapsbeleid.
Afbeelding 3.3: Uitsnede themakaart Natuur- en landschapsbeleid
25 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
Het plangebied is volledig gelegen in een Groene ontwikkelingszone en deels in het Gelders natuurnetwerk, Natura 2000-gebied en Rustgebied voor winterganzen. De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, behalve ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan. In de GO is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals de weidevogelgebieden en de rustgebieden voor winterganzen. De provincie treft maatregelen vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen, leefgebieden, een gunstige staat van instandhouding en het Natuurnetwerk Nederland. De provincie beschermt de achttien Natura 2000-gebieden die in het GNN liggen.
Verder richt het beleid zich op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland. Voor de landschappen van bovenregionale waarde geldt een beschermingsregiem met kernkwaliteiten en met een juridisch vangnet in de verordening, zodat de provincie in gesprek kan komen indien het provinciaal belang in het geding raakt. Beoordeling en conclusie De wijzigingen die in dit bestemminsplan mogelijk worden gemaakt dragen bij aan de ambities die de provincie in de Omgevingsvisie heeft vastgesteld. Het plan omvat onder andere natuur- en landschapsontwikkeling, waarmee de kwaliteit van het landschap wordt versterkt. Onderhavig plan is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie. In de Omgevingsverordening is het provinciale beleid juridisch verankerd. Hier wordt in de volgende paragraaf op ingegaan.
3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland (2018) In 2014 is het moederplan van de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. De laatste actualisering (Actualisatieplan 9) is in juli 2022 vastgesteld en in januari 2023 in werking getreden. De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. De provincie geeft hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de verordening heeft de provincie alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. De provincie heeft daarom bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Alleen de Waterverordeningen (per waterschap) en de Gelderse Vaarwegverordening 2009 zijn 26 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
(nog) niet in de Omgevingsverordening opgenomen. De Omgevingsverordening heeft daarom de status van: Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening; Milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet Milieubeheer; Natuurverordening in de zin van de Wet Natuurbescherming; Waterverordening in de zin van de Waterwet; Verkeersverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2 A van de Wegenverkeerswet. Deze wetten worden opgenomen in de Omgevingswet, die naar huidige planning op 1 januari 2024 in werking treedt. Door de provinciale verordeningen die gebaseerd zijn op deze wetten alvast op te nemen in één provinciale Omgevingsverordening wordt geanticipeerd op de situatie onder de Omgevingswet. In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen die bij bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. Plangebied Voor de in onderhavig plan opgenomen ontwikkelingen zijn de volgende regels uit de Omgevingsverordening van belang: Regels natuur: Ganzenrustgebied; Groene ontwikkelingszone; GNN. Regels landschap: Nationaal landschap buiten Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone en Nieuw Hollandse Waterlinie
Op afbeelding 3.4 is een uitsnede opgenomen van de kaart 'Regels Natuur' uit de Omgevingsverordening.
Afbeelding 3.4: Uitsnede kaart 'Regels Natuur' uit de Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening zijn de volgende instructieregels hiervoor opgenomen. GNN 27 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
Paragraaf 2.6.1 Instructieregels bestemmingsplan bescherming Gelders natuurnetwerk Artikel 2.39 (bescherming kwaliteit Gelders natuurnetwerk) 1. Voor zover een bestemmingplan van toepassing is op het Gelders natuurnetwerk wordt een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toegelaten als die geen nadelige gevolgen kan hebben voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone. 2. Er is geen sprake van nadelige gevolgen voor de oppervlakte als die in overeenstemming met paragraaf 2.6.2 worden gecompenseerd: a. buiten het Gelders natuurnetwerk; of b. in het Gelders natuurnetwerk op gronden die op de ambitiekaart bij het Natuurbeheerplan zijn aangeduid met code N00.01.
Ganzenrustgebied Paragraaf 2.6.4 Instructieregel Ganzenrustgebied Artikel 2.51b (bescherming Ganzenrustgebied) Voor zover een bestemmingsplan betrekking heeft op een Ganzenrustgebied laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als: a. uit onderzoek blijkt dat deze activiteit of ontwikkeling wordt uitgevoerd op een locatie waar de nadelige gevolgen voor de functie als rustgebied voor overwinterende ganzen zoveel mogelijk worden beperkt; en b. na uitvoering minimaal 500 hectare in het betreffende Ganzenrustgebied overblijft.
Groene ontwikkelingszone Paragraaf 2.6.5 Instructieregels bestemmingsplan Groene ontwikkelingszone Artikel 2.52 (nieuwe ontwikkelingen in bestemmingsplan Groene ontwikkelingszone) 1. Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone maakt geen nieuwe grootschalige ontwikkeling mogelijk die leidt tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone van het betreffende gebied, tenzij: a. er geen reële alternatieven zijn; b. sprake is van redenen van groot openbaar belang; c.
de negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang zoveel mogelijk worden beperkt;
d. de overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang gelijkwaardig worden gecompenseerd overeenkomstig paragraaf 2.6.2 (van de Omgevingsverordening). 2. Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone kan een nieuwe kleinschalige ontwikkeling mogelijk maken, als: a. in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang 28 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
bezien, per saldo substantieel worden versterkt; b. deze versterking planologisch is verankerd in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan.
Artikel 2.53 (uitbreiding bestaande bedrijven of functies in Groene ontwikkelingszone) 1. Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone kan uitbreiding van bestaande functies met meer dan 30 procent mogelijk maken, als: a. in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt; b. deze versterking is verankerd in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan. 2. n.v.t. 3. n.v.t. 4. Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone kan uitbreiding van bestaande functies met ten hoogste 30 procent mogelijk maken, als: a. in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de uitbreiding zodanig wordt ingepast in het betreffende landschapstype dat de kernkwaliteiten, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo niet significant worden aangetast; b. deze inpassing planologisch is verankerd in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan.
§ 2.6.5a Wijzigingsbevoegdheid begrenzing Artikel 2.54a (wijziging begrenzing Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone) Gedeputeerde Staten kunnen de begrenzing van het Gelders natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone wijzigen: 1. voor een verbetering van de samenhang of een betere planologische inpassing van het Gelders natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone, voor zover: a. de kernkwaliteiten van het Gelders natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone behouden blijven; en b. de oppervlakte van het Gelders natuurnetwerk ten minste gelijk blijft; 2. voor de toepassing van paragraaf 2.6.1; of 3. voor zover er op 17 oktober 2014 sprake was van een onherroepelijk bestemmingsplan met daarin bestemmingen die strijdig zijn met de begrenzing van het Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone.
29 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
Op afbeelding 3.5 is een uitsnede opgenomen van de kaart 'Regels Landschap' uit de Omgevingsverordening.
Afbeelding 3.5: uitsnede kaart 'Regels Landschap' van de Omgevingsverordening Nationaal Landschap § 2.6.6 Instructieregels bestemmingsplan bescherming landschap Artikel 2.56 (ontwikkeling in Nationaal landschap) 1. Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen (van de Omgevingsverordening), niet aantasten. 2. In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als: a. er geen reële alternatieven zijn; b. er sprake is van redenen van groot openbaar belang; c.
compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen (van de Omgevingsverordening).
Regels Water en Milieu Kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied.
Het gehele plangebied is gelegen in een kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied. Het is verboden om in dit gebied grond of baggerspecie toe te passen in oppervlaktewater of in een omvang van meer dan 5.000 m3 als de kwaliteit daarvan de achtergrondwaarde overschrijdt. Dit geldt echter niet voor toepassing op grond van het Besluit bodemkwaliteit: a. in oppervlaktewater, van grond of baggerspecie met de kwaliteitsklasse A; b. in een omvang van meer dan 5.000 m3 als wordt aangetoond dat de risico's op verontreiniging van het grondwater niet toenemen en de kwaliteit daarvan de maximale waarden van de kwaliteitsklasse wonen of de kwaliteitsklasse A niet overschrijdt. 30 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
Van het voornemen tot een toepassing als bedoeld hierboven onder a. en b. doet degene die de activiteit wil ondernemen een melding (3 weken voor start werkzaamheden). Beoordeling plan en conclusie Ganzenrustgebied De nieuwe locatie van het Bbk-verondiepingsproject en de nieuwe locatie voor (een deel van) het bedrijventerrein zijn gelegen in Ganzenrustgebied, waar de functie van rustgebied voor overwinterende ganzen centraal staat. Momenteel bestaan deze locaties nog uit water. Eventuele nadelige gevolgen van nieuwe activiteiten of ontwikkelingen moeten in dit gebied zoveel mogelijk beperkt worden. Op de nieuwe locatie van het Bbk-verondiepingsproject wordt nieuwe natuur gerealiseerd. Het grenst direct aan een al bestaand natuurgebied. De realisatie van nieuwe natuur heeft geen nadelige gevolgen voor het ganzenrustgebied. Het biedt juist meer ruimte voor rustmogelijkheden van ganzen. De nieuwe locatie voor (een deel van) het bedrijventerrein sluit tevens aan op het reeds bestaande bedrijventerrein. Momenteel bestaat dit deel nog uit diep water. Daarnaast wordt er nieuwe natuur gerealiseerd aan de zuidzijde (wat nu nog bedrijventerrein is en geen onderdeel uitmaakt van Ganzenrustgebied). Hiermee zijn eventuele gevolgen zoveel mogelijk beperkt. Het ganzenrustgebied waar het plangebied onder valt heeft een oppervlakte van circa 1150 hectare.
Net buiten het ganzenrustgebied, op de locatie waar nu nog een bedrijventerrein ligt, wordt nieuwe natuur gerealiseerd. Bovendien wordt ruimschoots voldaan aan de randvoorwaarde dat minimaal 500 hectare behouden moet blijven. Daarnaast is binnen het MER bij het oorspronkelijke plan (NL.IMRO.0275.BPLG33-VA01) destijds uitvoerig onderzoek gedaan naar de te realiseren natuurwaarden en de effecten van de planuitvoering op bestaande natuurwaarden. In dat kader is o.a. bepaald dat er per saldo grote natuurwinst wordt geboekt, zowel binnen het GNN als de GO. De afname aan ganzenfourageergebied is feitelijk geconstateerd maar is acceptabel in het licht van de totaalontwikkeling. Groene Ontwikkelingszone (GO) In voorliggend plan wordt een directe natuurbestemming opgenomen voor grote delen van het plangebied, die na de herinrichting ook als natuurterrein worden opgeleverd en beheerd. Het grootste deel van het plangebied behoort tot de GO.
Binnen deze zone zijn geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk die leiden tot significante aantasting van de kernkwaliteiten van de 'Groene ontwikkelingszone', tenzij er geen reële alternatieven zijn, er sprake is van redenen van groot openbaar belang, de negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang zoveel mogelijk worden beperkt en/of de overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang gelijkwaardig worden gecompenseerd. De kernkwaliteiten van de natuur en het landschap in de Havikerwaard zijn: matig dynamische rivier met geologische en geomorfologische dynamiek, water-, sediment- en diasporentransport; ecologisch kerngebied (Natura 2000-gebied) én verbinding tussen Midden-Europa en de Noordzeekust; onderdeel van Nationaal Landschap Veluwe; qua schaal, volledigheid en kwaliteit unieke gradiënt van Veluwe naar rivier, met 31 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
bronbossen, zacht- en hardhoutooibos, grondwater gevoede beken en sloten, oude rivierlopen met rietmoeras, bosjes, hogen en knotbomen; onderdeel van de Havikerpoort waarvan het ecoduct over de A348 in 2012 is geopend; onderdeel van de klimaatcorridor Veluwe - Reichswald; het vanuit ecologisch opzicht samenhangend geheel van landgoederen en beken in de Zuidelijke IJsselvallei waarin soorten als de das, amfibieën en vleermuizen voorkomen; het goed bewaard gebleven reliëf en de daarmee samenhangende variatie en hoge kwaliteit van de natuur in de IJsseluiterwaarden. Met in deze uiterwaarden zowel gave kronkelwaarden met stroomdalgraslanden, hagen en hardhoutooibossen; Parel/A-locaties bos Havikerwaard: twee bosjes in de uiterwaard zijn A-locaties bos: een klein essenhardhoutbosje met slangelook en een spontaan zachthoutbos in een voormalige kleiafgraving; leefgebied das; leefgebied steenuil; weidse vergezichten over de rivier en vaak fraai zicht op de stuwwallen (Veluwezoom), fraaie stadsgezichten bij Doesburg; abiotiek: aardkundige waarden (o.m. reliëf van oeverwallen, strangen en andere stromingspatronen), kwel, bodem; onbebouwdheid van de uiterwaarden (enkele boerderijen op pollen, steenfabrieken, jachthavens, waterstaatswerken); rust, ruimte en duisternis m.u.v. de omgeving van stedelijke gebieden.
De ontwikkelingsdoelen voor natuur en landschap binnen de Groene ontwikkelingszone zijn als volgt geformuleerd: ontwikkeling stroomdalgraslanden en glanshaverhooilanden; ontwikkeling waterplanten-gemeenschappen in kwelsloten en oude rivierlopen; ontwikkeling gemeenschappen van slikkige oevers; ontwikkeling hardhoutooibossen; ontwikkeling zachthoutooibossen; ontwikkeling moerassen, ruigteranden en laag gelegen bloemrijke graslanden; ontwikkeling heggenlandschap; ontwikkeling populaties van water- en moerasvogels, waaronder porseleinhoen, kwartelkoning, zwarte stern en ijsvogel; ontwikkelen populatie knoflookpad en kamsalamander; ontwikkeling populaties van vissen van traagstromende en stilstaande wateren, waaronder: bittervoorn, kleine en grote modderkruiper, rivierdonderpad; ontwikkeling populatie bevers en otters;
32 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
ontwikkeling coulissenlandschap met lokaal doorzichten op stuwwallen en stadsgezichten; behoud reliëf kronkelwaarden.
Voorliggende ontwikkeling voorziet met de verplaatsing van het Bbk-verondiepingsproject in een formeel hoogwatervrij gebied dat rivierkundig beter gestroomlijnd is, natuurvriendelijke oevers omvat en de aanleg van verschillende natuurtypen. Hiermee wordt aangesloten op de kernkwaliteiten en de ontwikkelingsdoelen in dit gebied. De beoogde natuurlijke doelen van het Bbk-verondiepingsproject blijven gehandhaafd, zij het op een andere plek binnen hetzelfde gebied. Door de koppeling met het natuureiland, ontstaat een groot (zelfs qua oppervlakte iets groter) oppervlak natuur, met een overgang van ooibos, via een natuurlijke oever naar natte moerasnatuur en onderwaternatuur. Door het Bbk-verondiepingsproject te verleggen, ontstaat één formeel hoogwatervrij gebied (in plaats van diep water) dat rivierkundig beter gestroomlijnd is met als doel een betere beheersbaarheid. In paragraaf 4.8 wordt nader ingegaan op de ecologische aspecten van deze ontwikkeling. GNN Een deel van het plangebied is ten zuiden van de Havikerwaard in de omgevingsverordening aangeduid als GNN. Dit deel van het plangebied krijgt de directe bestemming 'Natuur' en wordt ingericht als glanshaverhooiland. Over de definitieve inrichting heeft afstemming plaatsgevonden met de provincie Gelderland. De inrichting van glanshaverhooiland past binnen de doelstellingen voor GNN van de provincie.
Daarnaast zijn binnen deze zone zijn geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk die leiden tot significante aantasting van de kernkwaliteiten van het 'Gelders Natuurnetwerk', tenzij er geen reële alternatieven zijn, er sprake is van redenen van groot openbaar belang, de negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang zoveel mogelijk worden beperkt en/of de overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang gelijkwaardig worden gecompenseerd. Hoe het project aansluit op de kernkwaliteiten van het gebied is beschreven in voorgaande paragraaf (Groene Ontwikkelingszone). Daarmee is het plan in overeenstemming met de regels die gesteld zijn ten aanzien van het GNN. Nationaal Landschap Voor de gronden gelegen in het Nationaal Landschap gelden dezelfde eisen m.b.t. gebruik en inrichting als voor de gronden gelegen in de Groene ontwikkelingszone. De volgende kernkwaliteiten zijn aanwezig in dit nationale landschap, IJsseluiterwaarden (incl. Havikerwaard): Enige nog breed meanderende rivier, leesbaar rivierenlandschap. Met het brede meanderen onderscheidt de IJssel zich van de andere Rijntakken en de Maas. Leesbaar rivierenlandschap komt tot uiting zowel in de richting dwars op de rivier als in de lengterichting.
Dwars op de rivier is er de opeenvolging van dijk, iets hoger gelegen grasland, lager grasland met veel microreliëf, rivier. In de lengterichting verandert het karakter van het landschap diverse malen. In het 33 Landelijk Gebied, herinrichting Havikerwaard 8A en omgeving (ontwerp)
zuidelijke stuk is de ligging aan de hoge Veluwezoom karakteristiek, in het middenstuk tussen Zutphen en Deventer bepaalt de meanderende rivier met oude cultuurlanden en oude bewoning (terpen, aanzienlijke huizen) op klei het beeld en in het uiterste noorden bij Hattem is opnieuw de Veluwe karakteristiek maar ook lage, vlakke en natte gronden in de uiterwaarden zelf. Karakteristieken van andere Rijntakken komen toch ook hier voor: dijken, voormalige dijken, kaden, kolken, voormalige rivierarmen. Gaaf microreliëf van lage rivierduinen, complexen van richels en geulen (kronkelwaarden) en dergelijke. Complexen van richels en geulen komen parallel aan de IJssel in min of meer rechte vorm op vele plaatsen voor; in de vorm van kronkelwaarden, waarbij de vorm van de meander is gevolgd, zijn ze te vinden in de uiterwaarden bij Wilp, Voorst, Brummen en Gorssel. Grote openheid van de uiterwaarden met nauwelijks bebouwing. Steile en gave gradiënt van beboste stuwwallen van de Zuid-Veluwe en Hattem naar uiterwaarden, bedijking ontbreekt daar. De Zuid-Veluwe tussen Rheden en Dieren is vanwege de ligging op de steile overgang van de Veluwe naar de IJsselvallei altijd van strategisch belang geweest. Het (spreng)beekwater uit het Veluwemassief werd en wordt gebruikt op diverse landgoederen (Kasteel Biljoen, Kasteel Middachten, Hof te Dieren).
Gave broekgebieden en in de Havikerwaard oeverwallen en oude rivierarmen. Tussen Hattem en Wapenveld komt het Veluwemassief bijna tot aan de uiterwaarden. Rijk reliëf en microreliëf. Zicht op Veluwemassief, fraaie stadsgezichten bij Kampen, Zwolle, Deventer, Zutphen, Doesburg; weidse vergezichten over de rivier. Rust, ruimte en donkerte m.u.v. de omgeving van stedelijke gebied. Voor voorliggend plan, als onderdeel van de totaalontwikkeling in de Havikerwaard, kan gesteld worden dat één van de plandoelen, te weten het creëren van een rivierenlandschap waarin het patroon van geulen en gebiedseigen plantstructuren wordt versterkt, zich voegt naar de doelstellingen binnen dit waardevolle landschap. Kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied Bij voorliggend plan is sprake van toepassing op grond van het Besluit bodemkwaliteit. Er is dan ook geen sprake van een verbod. Het plan is passend binnen de Omgevingsverordening.