Notitie_Scherp_op_signalen
Tekst van het document
De hoogste verbetering in gemiddelde score op de kennisvragen wordt waargenomen voor jongeren met een middelbaar opleidingsniveau, terwijl ook voor vrouwen een groter verschil tussen de metingen wordt waargenomen dan voor mannen.
2. In welke mate zijn de deelnemers aan de les in staat om ronselpraktijken te herkennen? Jongeren die het programma gevolgd hebben, geven gemiddeld een 6,9 als cijfer als het gaat om het herkennen van jongeren die in de criminaliteit zitten. Jongeren met een middelbaar opleidingsniveau geven hiervoor een hogere beoordeling dan jongeren met een laag opleidingsniveau. Dit pleit ervoor om nog een kritisch te kijken dan wel nader te onderzoeken in hoeverre het #Alertprogramma nog beter kan doordringen bij jongeren met een laag opleidingsniveau (zie ook onder punt 5). Uit enkele belinterviews met ouders en docenten komt eveneens naar voren dat zij zich meer bewust zijn van signalen die duiden op criminaliteit na het volgen van het programma.
13. Op verzoek van de opdrachtgever is de periode tussen de start en het opleveren van de evaluatie betrekkelijk kort gehouden. Dit had gevolgen voor de periode tussen eerste en tweede meting (ongeveer een maand). In eerder onderzoek naar de effectiviteit van de Halt-straf Alcohol (Kuppens e.a., 2014) hebben we mogelijke effecten op deze termijn benoemd als kortetermijneffecten.
27
Nagenoeg alle ouders en docenten geven aan dat zij denken dat jongeren zich door het #Alertprogramma meer bewust zijn van de risico’s om in de criminaliteit terecht te komen. Ook geven zij een betere beoordeling aan het programma, als het gaat om het leren herkennen van jongeren die in de criminaliteit zitten, dan de jongeren zelf. Van de jongeren geeft bijna de helft (46%) aan dat ze na het volgen van het programma anders zijn gaan denken over hoe het ronselen van jongeren door criminelen werkt. Daarnaast is de helft van de jongeren (51%) anders gaan denken over hoe eenvoudig je in de criminaliteit kunt belanden en dat strafbare klusjes, die onschuldig lijken en makkelijk te doen zijn, soms onderdeel zijn van georganiseerde criminaliteit (51%). Wel lijkt het herkennen van criminaliteit op straat kennelijk wat lastiger; 34 procent van de jongeren geeft aan dat zij anders zijn gaan denken over hoe ze criminaliteit op straat kunnen herkennen. Dit lagere percentage is mogelijk te verklaren doordat het #Alertprogramma zich grotendeels richt op criminaliteit in de directe omgeving, het herkennen van ronselpraktijken en mogelijke betrokkenheid van jongeren daarbij. Al met al geven veel respondenten aan dat ze anders zijn gaan denken over het herkennen van jongeren die de criminaliteit in (dreigen te) gaan.
Opvallend is dat over het algemeen een beduidend hoger percentage ouders en docenten na het #Alertprogramma anders is gaan denken over aspecten van criminaliteit dan jongeren. Een voorbeeld hiervan is hoe het ronselen werkt: 79/74 procent van de ouders/docenten om 46 procent van de jongeren is hier anders over gaan denken. Als de wens bestaat om onderzoek naar de doelmatigheid van het #Alertprogramma te continueren, dan zou het interessant zijn om mee te nemen op welke manier de jongeren hierover anders zijn gaan denken.
sproken als het gaat om ronselen. Met de kennisvraag in de uitgezette survey ‘waar kun je het beste criminaliteit melden’ is getoetst of jongeren weten waar ze vermoedens kunnen melden. Na het volgen van het programma blijken meer jongeren te weten dat ze vermoedens bij Meld Misdaad Anoniem kunnen melden. Het handelingsperspectief van jongeren is versterkt na het volgen van het #Alertprogramma. De meerderheid van de jongeren geeft aan beter te weten wat ze moeten doen als: 1) er jongeren in de omgeving geronseld worden, 2) ze door iemand benaderd worden voor een illegaal klusje, 3) ze criminaliteit willen melden en 4) zij zelf of een vriend(in) in de criminaliteit is gekomen. In de vragenlijst is daarnaast aan jongeren gevraagd hoe zij denken dat jongeren weerstand kunnen bieden tegen criminaliteit. Zij geven aan dat het vooral een kwestie is van ‘gewoon nee zeggen’. ‘Sterk in je schoenen staan’, ‘niet laten beïnvloeden’ en ‘nadenken over de gevolgen’ zijn andere suggesties. Daarnaast geven jongeren aan dat ze na het #Alertprogramma eerder om hulp zouden vragen als ze benaderd worden. Denk hierbij aan het praten met ouders, leraren of politie. Ook ouders en docenten zijn van mening dat criminaliteit een bespreekbaar onderwerp moet zijn.
Uit de vragenlijst blijkt dat zij hopen dat jongeren door het #Alertprogramma in ieder geval meer bewust worden van de consequenties van criminaliteit. 4. Hoe waarderen de deelnemers een ervaringsdeskundige op het moment dat deze wordt toegevoegd aan een les? Zowel uit de metingen als uit de interviews blijkt dat de ervaringsdeskundige van toegevoegde waarde is binnen het #Alertprogramma. De jongeren die het programma met een ervaringsdeskundige bijwoonden, geven vaker aan dat zij na de les nog met iemand over het #Alertprogramma hebben gesproken. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen in welke richting deze gesprekken zich ontwikkelden. Daarnaast geven deze jongeren
3. In hoeverre zijn de deelnemers aan de les in staat om aan te geven welke handelingsperspectieven er zijn als jongeren geronseld (dreigen te) worden? In het #Alertprogramma worden diverse handelingsperspectieven be-
28
ook een hogere beoordeling aan het programma als het gaat om het leren herkennen van jongeren die in de criminaliteit zitten. Ook geven zij vaker aan dat jongeren door het programma meer bewust worden van de risico’s om in de criminaliteit terecht te komen. Verder heeft de ervaringsdeskundige een positieve invloed op de score op de kennisvragen en scoren jongeren die een programma met ervaringsdeskundige bijwoonden beter op de houding ten opzichte van criminaliteit. De ervaringsdeskundige eindigde ook bovenaan in de gegeven antwoorden van jongeren op de open vraag: ‘kan jij je nog drie onderdelen van het Alertprogramma herinneren die de meeste indruk op je maakten?’. Naast jongeren gaven ook docenten en ouders aan dat de ervaringsdeskundige een meerwaarde heeft in lessen. Het is laagdrempelig, prikkelend en jongeren nemen mogelijk meer aan van iemand die uit ervaring spreekt.
deze programma’s qua kennis zo interactief mogelijk en vertel daarnaast vooral over de impact die #Leerlingalert op jongeren heeft; Geef docenten nog meer handvatten om a) jongeren met problemen te herkennen en b) het gesprek met (criminele) jongeren aan te gaan; Voer #Leerlingalert altijd met een ervaringsdeskundige uit. Een aandachtspunt is hierbij dat nog nader bepaald kan worden aan welk competentieprofiel de ervaringsdeskundige moet voldoen. Bekijk kritisch of #Leerlingalert voldoende aansluit bij het laagste opleidingsniveau. De doelmatigheid van het programma bij deelnemers met het laagste opleidingsniveau kan mogelijk vergroot worden door het lesmateriaal nog meer aan te passen. Denk hierbij aan het nog verder vereenvoudigen van het taalgebruik en het verminderen van het abstractieniveau. Hoewel het #Alertprogramma niet aangeboden wordt aan kinderen in de bovenbouw van het primair onderwijs, wordt op voorhand door ons aangeraden daarin een zorgvuldige afweging te maken. Het onderzoek wijst namelijk uit dat de doelmatigheid sterker is op het moment dat jongeren een hoger begripsniveau hebben. Daarom moet nader onderzocht worden of het programma wel voldoende kan aansluiten bij dit niveau.
5. Welke aanbevelingen kunnen er worden gedaan om het programma te optimaliseren? Een klein aantal jongeren, ouders en docenten geeft suggesties voor het optimaliseren van het programma. Een aantal suggesties is vanuit jongerenperspectief: het tempo verhogen/de duur van het programma verkorten, het programma interactiever maken, de groepen jongeren kleiner maken, qua taal beter aansluiten bij de leeftijd, een ervaringsdeskundige nog meer inzetten en een Kahoot-quiz toevoegen. Door ouders wordt het volgende genoemd: het uitvoeren van een gezamenlijk #Alertprogramma voor ouders en jongeren, nog meer tips geven en een centraal contactpersoon per school noemen. Ten slotte geven docenten het volgende aan: speciale lesmodaliteit voor Pabo-studenten toevoegen, handvatten geven om gesprek met een criminele jongere aan te gaan, meer structuur aanbrengen in de presentatie en meer verwijzingsinstanties noemen. Op basis van de onderzoeksbevindingen geven wij zelf ook enkele suggesties om het #Alertprogramma te optimaliseren:
6. Welke andere preventieve instrumenten (trainingen, lessen en films) naast het #Alertprogramma zouden scholen kunnen inzetten om aanwas van jongeren in het criminele circuit te voorkomen? In een bondige vergelijkende analyse heeft de focus gelegen op interventies die in meer of mindere mate dezelfde invulling hebben en thema’s behandelen als het #Alertprogramma. Dergelijke interventies zijn preventief van aard, richten zich op (eenmalige) informatieoverdracht van ongeveer drie uur en richten zich op de brede doelgroep van jeugdigen (van de hoogste klassen in het po tot de eerste klassen in het v(s)o). Ook is gekeken of ouders dan wel docenten worden betrokken. Uit deze analyse komen de volgende interventies naar voren: de mobiele escaperoom ‘Foute
Probeer #Ouderalert en #Docentalert ook zoveel mogelijk fysiek te geven, bijvoorbeeld via een ouderavond. Als dit niet mogelijk is: maak
29
Literatuur
centen’, de interactieve les ‘Buit’, de game ‘Cyber24-koffer’, de voorlichting via Halt-lessen, de film ‘Zicht’, de voorstellingen van ‘Confro-theater’, het lesprogramma ‘Wie grijpt in?’, de praktijksimulaties van ‘Risk factory’ en het interactief lesprogramma van ‘Educatief Programma Jongeren’. Deze interventies hebben een soortgelijke focus, vooral wat betreft het verstrekken van informatie over risico’s van (ingroei in) criminaliteit en het ontwikkelen van weerbaarheid hiertegen. Ook is de doelgroep in meer of mindere mate gelijk. Veel van deze interventies richten zich ook op ouders, docenten en andere professionals. Met name ouders (ouderbetrokkenheid) en docenten (signaleren van afwijkend gedrag op school) beschouwen wij als relevante partijen voor dergelijke interventies. Een verschil met het #Alertprogramma is dat geen van deze interventies is geëvalueerd op doelmatigheid. Daardoor is ook niet inzichtelijk welke bestanddelen van dergelijke interventies werkzaam zijn en welke niet. Het is daarom sterk aan te bevelen om dergelijke interventies ook te evalueren en, na bewezen impact, te kijken in hoeverre deze bijeen te brengen zijn in één leerlijn. Hiervoor is wel het nodige aanvullende onderzoek nodig.
Berg, P. van den en Rekers, M. (2021a). Criminelen ronselen jongeren. Resultaten van het onderzoek naar de mate van ronselen van jongeren in Gelderland door criminelen (voortgezet en beroepsonderwijs) uitgevoerd in de periode 2020 -2021. Berg, P. van den en Rekers, M. (2021b). Evaluatie van de bewustwordingslessen van het #Alertprogramma 2021. Centraal Bureau voor de Statistiek. 28 juli 2023. Opleidingsniveau. Centraal Bureau voor de Statistiek. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/33/verschillevensverwachting-hoog-en-laagopgeleid-groeit/opleidingsniveau Kuppens, J., & Ferwerda, H. (2014). Doordringen of doordrinken: Effectevaluatie Halt-straf Alcohol. Arnhem: Bureau Beke.
Ten slotte Dit doelmatigheidsonderzoek geeft zicht op het behalen van de beoogde doelen achter het #Alertprogramma op korte termijn. Het is naar onze mening overwegenswaardig om het doelmatigheidsonderzoek voort te zetten en daarbij te focussen op de (middel)lange termijn. In dat geval kan ook worden doorgevraagd naar de houding van jongeren ten opzichte van criminaliteit en de wijzen waarop met anderen over het thema wordt gesproken. Daarnaast is een interessante doelgroep, namelijk kwetsbare jongeren op praktijkscholen en ISK-scholen (voor asielzoekers), buiten beschouwing gelaten. Onderzoek naar de doelmatigheid van het #Alertprogramma voor deze groepen is zeer aan te bevelen, ook om nader te bepalen in hoeverre het programma daadwerkelijk aansluit bij het begripsniveau.
30
Bijlage 1: Tweede meting jongeren
Welke opleiding volg je op dit moment? Basisberoepsgerichte leerweg (vmbo-bb) Kader beroepsgerichte leerweg (vmbo-kb) Gemengde leerweg (vmbo-gl) Theoretische leerweg (vmbo-tl)/mavo Havo Vwo Praktijk-/speciaal onderwijs
Algemene gegevens Wat is jouw leeftijd? 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23
Op welk mbo-niveau volg je onderwijs? Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 In welk leerjaar zit je? Leerjaar 1 Leerjaar 2 Leerjaar 3 Leerjaar 4 Leerjaar 5 Leerjaar 6
Wat is jouw geslacht? Man Vrouw Anders Zit je op de middelbare school of op het mbo? � Middelbare school � Mbo
31
Een paar stellingen
Een paar kennisvragen
Hieronder leggen we je een paar stellingen voor. Geef aan in hoeverre je het met de stelling (on)eens bent.
Hieronder leggen we je een paar kennisvragen voor. Zou je die willen beantwoorden? Wel strafbaar
Niet strafbaar
Weet ik niet
In bezit hebben van naaktfoto’s van iemand onder de 18 jaar.
�
�
�
Het online verspreiden van naaktfoto’s van iemand zonder dat je weet of hij/zij dat goed vindt.
�
�
�
Gebruik maken van de identiteitskaart van iemand anders.
�
�
�
Het bij je hebben van één joint.
�
�
�
Zes wietplanten in huis hebben.
�
�
�
�
�
�
Helemaal niet mee eens
Niet mee eens
Neutraal
Mee eens
Helemaal mee eens
Is de volgende situatie volgens jou strafbaar?
Als een vriend(in) mij vraagt of hij/zij mijn bankpas mag lenen om iets te kopen, dan vind ik dit prima.
�
�
�
�
�
Als klasgenoten heel dure merkkleding dragen, vind ik dat verdacht.
�
�
�
�
�
Twee wietplanten in huis hebben.
Ik vind het raar dat mijn vriend(in) met mijn telefoon wil bellen als hij/zij zelf een telefoon bij zich heeft.
�
�
�
�
�
Wat is een geldezel?
Als ik zie dat er rond mijn school wordt gedeald in drugs, meld ik dat.
�
�
�
�
�
Als een vriend(in) mij zomaar een naaktfoto van een 16-jarige stuurt, dan zeg ik daar wat van.
�
�
�
�
�
Een persoon die altijd uit is op geld. Een persoon die zijn of haar bankpas en pincode uitleent aan criminelen. Een crimineel die briefjes geld rondbrengt naar andere criminelen. Een gekochte ezel die is betaald met gestolen geld. Weet ik niet. Wat betekent exposen? Als je opschept over het aantal volgers dat je hebt op social media. Zonder toestemming seksuele beelden of teksten van iemand anders verspreiden via sociale media. Een naaktfoto van jezelf naar bekenden of onbekenden sturen. Als meerdere personen online afspreken om iemand in elkaar te slaan. Weet ik niet.
32
Wat kan er met jou gebeuren als een crimineel je bankrekening gebruikt en de politie daar achter komt?
Enkele vragen over het #Alertprogramma
A - Ik kan dan een lange tijd geen nieuwe bankrekening openen of geld lenen bij de bank. B - Het geld dat de crimineel gestolen heeft, moet ik direct terugbetalen. A en B zijn juist. A en B zijn onjuist. Weet ik niet.
Hebben je vader en/of moeder ook een les van het #Alertprogramma bijgewoond of gaan ze dat nog doen?
Waar kun je het beste criminaliteit melden?
Weet jij of een/meer docenten een les van het #Alertprogramma bijgewoond hebben of gaan ze dat nog doen?
Nee Weet ik niet Ja, via een online sessie Ja, via een sessie op school
Bij het Team Criminele Inlichtingen (TCI). Bij de politie. Bij Meld Misdaad Anoniem (MMA). Weet ik niet.
Nee Weet ik niet Ja, via een online sessie Ja, via een sessie op school
Even een paar vragen over jouw directe omgeving Maak je je zorgen om jezelf of een ander die in de criminele wereld zit?
Werd de les die jij hebt gevolgd samen met iemand gegeven die zelf in de criminaliteit heeft gezeten (een ervaringsdeskundige)?
Ja, daar maak ik mij zorgen over Nee, daar maak ik mij geen zorgen over
Ja Nee
Over wie maak jij je zorgen? Om mezelf Om een ander Hoe kunnen jongeren makkelijker ‘nee’ zeggen op de vraag om strafbare klusjes te doen? Weet ik niet Op de volgende manier:
33
Er was iemand bij de les aanwezig die in de criminaliteit heeft gezeten. Waar vertelde deze persoon vooral over? Ging dit over: Ja
Nee
Weet ik niet meer
De omvang van de criminele wereld (hoe veel geld er in de criminele wereld omgaat en hoeveel mensen erbij betrokken zijn).
�
�
�
De nabijheid van de criminele wereld (hoe dichtbij de criminele wereld kan zijn).
�
�
�
Dat er geweld voorkomt in de criminele wereld.
�
�
�
Hoe het ronselen (benaderen) van jongeren door criminelen werkt.
�
�
�
Dat strafbare klusjes, die onschuldig lijken en makkelijk te doen zijn soms onderdeel zijn van grote georganiseerde criminaliteit.
�
�
�
Hoe je criminaliteit kunt herkennen op straat.
�
�
Bij wie je criminaliteit kunt melden.
�
Hoe eenvoudig je in de criminaliteit terecht kunt komen. Wat je kunt doen als jijzelf of een vriend(in) in de criminaliteit is gekomen.
Heb je na het #Alertprogramma nog met iemand over het programma gesproken? Meerdere antwoorden mogelijk. Nee Ja, met vrienden Ja, met ouders Ja, met een leraar Ja, met de mentor Ja, met de studieloopbaanbegeleider Ja, met iemand anders, namelijk: __________ Ben je door het #Alertprogramma anders gaan nadenken over: Ja, daar ben ik anders over gaan
Nee, daar ben ik niet anders over
denken
gaan denken
Hoe groot de criminele wereld is.
�
�
�
Hoe dichtbij de criminele wereld is.
�
�
�
�
Geweld in de criminele wereld.
�
�
�
�
�
Hoe het ronselen (benaderen) van jongeren door criminelen werkt.
�
�
�
�
�
Dat strafbare klusjes, die onschuldig lijken en makkelijk te doen zijn soms onderdeel zijn van grote georganiseerde criminaliteit.
�
�
Hoe je criminaliteit kunt herkennen op straat.
�
�
Bij wie je criminaliteit kunt melden.
�
�
Hoe eenvoudig je in de criminaliteit kunt belanden.
�
�
Wat je kunt doen als jijzelf of een vriend(in) in de criminaliteit is gekomen.
�
�
Waren er naast de mensen van het #Alertprogramma ook nog mensen van andere instanties aanwezig? Meerdere antwoorden mogelijk. Nee Weet ik niet Ja, de politie Ja, straatcoaches Ja, jongerenwerkers Anders, namelijk: __________
34
Kan jij je nog drie onderdelen van het #Alertprogramma herinneren die de meeste indruk op je maakten?
Weet jij door het #Alertprogramma beter hoe je zou moeten reageren in de volgende situaties? Ja, ik weet
Nee, dat is
nu beter
gelijk
wat ik
gebleven
moet doen Als er jongeren in jouw omgeving geronseld worden voor criminaliteit.
�
�
Als je door iemand benaderd wordt voor een illegaal klusje.
�
�
Als je criminaliteit ziet op straat.
�
�
Als je criminaliteit wilt melden.
�
�
Als jijzelf of een vriend(in) in de criminaliteit is gekomen.
�
�
Ten slotte: heb je nog tips om het Alertprogramma te verbeteren? Nee Ja, het volgende: ___
Welk cijfer (van 1, heel slecht, tot 10, heel goed) geef jij het #Alertprogramma als het gaat om het leren herkennen van jongeren die in de criminaliteit zitten? __________ Denk je dat jongeren door het #Alertprogramma zich meer bewust zijn van de risico’s om in de criminaliteit terecht te komen? Nee, ze zijn zich niet meer bewust van de risico’s. Ja, ze zijn zich meer bewust van de risico’s. Wat was het doel van de les volgens jou?
35
Bijlage 2: Achtergrond jongeren in de metingen (in n en %) 1e meting (n=4.727)
2e meting (n=2.273)
Vervolg
1e meting (n=4.727)
2e meting (n=2.273)
Leeftijd
n
%
n
%
Mbo
n
%
n
%
Jonger dan 14 jaar
897
20%
486
22%
Niveau 1*
65
10%
27
28%
14 tot 16 jaar*
2271
51%
1327
60%
Niveau 2
166
25%
24
25%
16 tot 18 jaar*
918
21%
334
15%
Niveau 3*
137
21%
9
9%
18 jaar of ouder*
359
8%
71
3%
Niveau 4
295
44%
35
37%
Geslacht
n
%
n
%
Leerjaar
n
%
n
%
Man
2278
48%
1148
51%
Leerjaar 1*
579
14%
124
6%
Vrouw
2337
49%
1079
47%
Leerjaar 2
1518
37%
769
39%
Anders
112
2%
46
2%
Leerjaar 3*
1354
33%
806
41%
Leerjaar 4
535
13%
239
12%
School Middelbare school*
4064
86%
2178
96%
Leerjaar 5*
146
4%
27
1%
Mbo*
663
14%
95
4%
Leerjaar 6
10
0%
5
0%
Middelbare school
n
%
n
%
Basisberoepsgerichte leerweg (vmbo-bb)*
315
8%
132
6%
Kaderberoepsgerichte leerweg (vmbo-kb)*
799
20%
501
23%
Gemengde leerweg (vmbo-gl)
142
4%
96
4%
Theoretische leerweg (vmbo-tl)/mavo
707
17%
385
18%
Havo
1062
26%
549
25%
Vwo
870
21%
438
20%
Praktijk-/speciaal onderwijs
161
4%
69
3%
* p < .05
36
Bijlage 3: achtergrond ouders en docenten in de meting (in n en %) Ouders (n=123)
Docenten (n=158)1
Vervolg
Ouders (n=123)
Docenten (n=158)14
School
n
%
n
%
Leerjaar
n
%
n
%
Middelbare school
119
97%
117
74%
Leerjaar 1
31
25%
122
77%
Mbo
4
3%
41
26%
Leerjaar 2
54
44%
101
64%
Middelbare school
n
%
n
%
Leerjaar 3
19
15%
73
46%
Basisberoepsgerichte leerweg (vmbo-bb)
9
8%
37
23%
Leerjaar 4
12
10%
48
30%
Kaderberoepsgerichte leerweg (vmbo-kb)
11
9%
27
17%
Leerjaar 5
6
5%
18
11%
Gemengde leerweg (vmbo-g)
7
6%
26
16%
Leerjaar 6
1
1%
14
9%
Theoretische leerweg (vmbo-tl)/mavo
14
12%
56
35%
Havo
30
25%
64
41%
Vwo
46
39%
51
32%
Praktijk-/speciaal onderwijs
2
2%
14
9%
Mbo
n
%
n
%
Niveau 1
0
0%
21
51%
Niveau 2
2
50%
25
61%
Niveau 3
0
0%
8
20%
Niveau 4
2
50%
11
27%
14. Docenten konden bij de vragen m.b.t. de achtergrond meerdere antwoorden aanklikken. Hierdoor tellen de percentages in sommige gevallen niet op tot honderd procent.
37
Bijlage 4: kennisvragen
Wat is een geldezel? Een persoon die altijd uit is op geld Een persoon die zijn of haar bankpas en pincode uitleent aan criminelen Een crimineel die briefjes geld rondbrengt naar andere criminelen Een gekochte ezel die is betaald met gestolen geld Weet ik niet
Het in bezit hebben van naaktfoto’s van iemand onder de 18 jaar is: Wel strafbaar Niet strafbaar Weet ik niet
Wat verstaan we onder exposen?
Het online verspreiden van naaktfoto’s van iemand zonder dat je weet of hij/zij dat goed vindt is:
Als je opschept over het aantal volgers dat je hebt op social media Zonder toestemming seksuele beelden of teksten van iemand anders verspreiden via sociale media Een naaktfoto van jezelf naar bekenden of onbekenden sturen Als meerdere personen online afspreken om iemand in elkaar te slaan Weet ik niet
Wel strafbaar Niet strafbaar Weet ik niet Gebruik maken van de identiteitskaart van iemand anders is:
Wat zijn de gevolgen voor jou als een crimineel je bankrekening gebruikt?
Wel strafbaar Niet strafbaar Weet ik niet
Ik kan dan een lange tijd geen nieuwe bankrekening openen of geld lenen bij de bank Het geld dat de crimineel gestolen heeft, moet ik direct terug betalen Antwoord a en b zijn beiden waar Antwoord a en b zijn beiden niet waar Weet ik niet
Het bij je hebben van één joint is: Wel strafbaar Niet strafbaar Weet ik niet Zes wietplanten in huis hebben is:
Waar kun je het beste criminaliteit melden?
Wel strafbaar Niet strafbaar Weet ik niet
Team Criminele Inlichtingen (TCI) Algemene nummer van de politie Meld Misdaad Anoniem (MMA) Weet ik niet
Twee wietplanten in huis hebben is:15 Wel strafbaar Niet strafbaar Weet ik niet
15. De antwoorden op deze vraag bleken niet volledig. Strikt genomen is men wel strafbaar, maar wordt men niet vervolgd (gedoogbeleid). Toch is deze vraag meegenomen in het onderzoek, om de ontwikkeling in kennis inzichtelijk te maken.
38
Colofon Met dank aan: Surveyondersteuners Petra van den Berg – Gemeente Rheden Silke Janssen – student Hogeschool Saxion Leescommissieleden Janet te Hope – Halt Josefien Hofstede – Gemeente Rheden Melissa Rekers – Gemeente Rheden Sheila Adjiembaks – Halt Willem Bronkhorst – Stuurgroep Samen Weerbaar Gelderland-midden Opdrachtgever: Gemeente Rheden, burgemeester Carol van Eert Uitvoerend programmaleider: Petra van den Berg Het #Alertprogramma maakt onderdeel uit van de aanpak Ondermijning Gelderland-midden, onder verantwoordelijkheid van Stuurgroep Samen Weerbaar Gelderland-midden, voorzitter Arend van Hout (burgemeester Westervoort). Auteurs: Jos Kuppens, Leanne Sixma, Juno van Esseveldt en Henk Ferwerda (Bureau Beke) Opmaak: Marcel Grotens (Bureau Beke) Foto’s Pag. 1: Amirhossein Hasani, pag. 2: Florian Divo, pag. 3: Sam Balye, pag. 6: Kiko Camaclang, pag. 8: Andres Gomez, pag. 16: Igor Miske, pag. 24: Markus Spitske, pag. 26: Egor Vikhrev. Via Unsplash.com.
© 2023, Bureau Beke
bureaubeke.nl