NL.IMRO.0275.BPVN24-ON01_Bijlagen bij de toelichting.pdf
Tekst van het document
Negatieve effecten op de foerageermogelijkheden van vleermuizen worden derhalve uitgesloten. 4.3 Overige zoogdieren Gelet op de aanwezige ecotopen van het plangebied en de geografische ligging (zie Broekhuizen e.a., 2016) wordt het de aanwezigheid van overige internationaal beschermde zoogdieren uitgesloten. Voor steenmarter is het plangebied geen leefgebied omdat er geen sporen zijn vastgesteld gedurende het verkennend veldonderzoek op vrijdag 3 juli 2020. De kerk aan de Waldeck Pyrmontlaan 4 te Velp was (tot voor kort) in gebruik als kerk en momenteel anti kraak waardoor het voorkomen van de steenmarter kan worden uitgesloten. Adviesbureau Mertens
9
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Waldeck Pyrmontlaan 4 te Velp. Eindrapport juli 2020 In het plangebied, in het cultuurgroen, komen mogelijk bosmuis en huisspitsmuis voor. Voor deze algemeen voorkomende zoogdieren bestaat een algemene provinciale vrijstelling in de Provincie Gelderland.
Figuur 3. Geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aan de Waldeck Pyrmontlaan 4 te Velp. 4.4 Broedvogels Gedurende het verkennend veldonderzoek op vrijdag 3 juli 2020 zijn geen geschikte (potentiële) nestlocaties aangetroffen voor vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen. De te slopen voormalige kerk aan de Waldeck Pyrmontlaan 4 te Velp bezit geen mogelijkheden voor vogels om in te verblijven. Voor gierzwaluw en huismus ontbreken geschikte openingen in muren en dak. Er zijn gedurende het verkennend veldonderzoek op vrijdag 3 juli 2020 geheel geen (sporen van) huismussen vastgesteld. Negatieve effecten op nesten en eieren van vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen kunnen derhalve worden uitgesloten. In het opgaand cultuurgroen kunnen algemene broedvogels broeden zoals houtduif, merel en roodborst. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om de start van de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden.
4.5 Amfibieën In het cultuurgroen komen mogelijk gewone pad en bruine kikker voor. Voor de algemene soorten amfibieën bestaat een algemene provinciale vrijstelling in de Provincie Gelderland.
Adviesbureau Mertens
10
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Waldeck Pyrmontlaan 4 te Velp. Eindrapport juli 2020
4.6 Vissen Door het ontbreken van oppervlaktewater in en direct rond het plangebied aan de Waldeck Pyrmontlaan 4 te Velp, wordt de aanwezigheid van vissen uitgesloten. 4.7 Reptielen Gezien de huidige aanwezige ecotopen van de opstallen en directe omgeving ten opzichte van de verspreiding van reptielen (zie Ravon.nl, Creemers & Delft, 2009), kan de aanwezigheid van reptielen worden uitgesloten. 4.8 Overige Gezien de huidige aanwezige ecotopen kan de aanwezigheid van beschermde ongewervelden (o.a. diverse soorten dagvlinders en libellen) worden uitgesloten. Nationaal beschermde dagvlinders en libellen komen alleen voor in specifieke ecotopen.
Adviesbureau Mertens
11
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Waldeck Pyrmontlaan 4 te Velp. Eindrapport juli 2020
5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE
Er is het voornemen voor een ruimtelijke ontwikkeling van de Waldeck Pyrmontlaan 4 te Velp. Deze activiteit zou kunnen samen gaan met effecten op beschermde planten- en diersoorten. Op grond hiervan is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om de start van de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in de Provincie Gelderland. Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen wordt uitgesloten. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Het voorkomen van overige beschermde soorten wordt uitgesloten. Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de ruimtelijke ontwikkeling van de Waldeck Pyrmontlaan 4 te Velp is niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming.
De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hierbij rekening gehouden te worden.
Adviesbureau Mertens
12
Renkum
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Waldeck Pyrmontlaan 4 te Velp. Eindrapport juli 2020
GERAADPLEEGDE LITERATUUR
Literatuur Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., 2016. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, VZZ, Nijmegen, 1-348. Creemers, C.M., Delft, J., 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nijmegen, 1-476. EEG, 1979. Richtlijn 79/43/EEG inzake het behoud van de Vogelstand. Publicatieblad den Europese Gemeenschap, nummer L. 103. EEG, 1992. Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van wilde flora en fauna. Publicatieblad van den van de Europese Gemeenschap, nummer L. 206/7. Gerstmeier, R., Romig, T., 1997. Zoetwatervissen van Europa, Tirion, Baarn, 1-368. Hustings, F., Vergeer, J.W., Eekelder, P., 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, SOVON, Beek-Upbergen, 1-584. Limpens, H., Mostert, K., Bongers, W., 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV, Gelderland, 1-260. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009a. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009b. Uitleg aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag.
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2004. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2009. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Economische Zaken, 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 34 (2016), 1-84. SOVON, 1987. Atlas van de Nederlandse broedvogels. Nie, H.W. de, 1996. Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. Media Publishing, Doetinchem, 1-151. Spikmans, F, Jong, T. de, 2006. Het waarnemen van zoetwatervissen, Nijmegen, 1-55.
Website www.ravon.nl www.waarneming.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.zoogdiervereniging.nl www.netwerkecologischemonitoring.nl www.verspreidingsatlas.nl
Adviesbureau Mertens
13
Renkum
BIJLAGEN
1. PLANGEBIED
N▲
2. BEGRIPPEN
Baltsplaats
Plaats waar een vleermuis al roepend rondvliegt in de herfst en die doorgaans wordt verdedigd tegen andere mannetjes.
Foerageergebied
Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert. Dat gebied wordt regelmatig bezocht door vleermuizen om in te foerageren en dat doorgaans meerdere foerageerplaatsen kent die langere tijd worden gebruikt.
Foerageerplaats
Plek (jachtplek) waar wordt gejaagd door vleermuizen. De plek kan in de directe omgeving van de kolonieplaats liggen maar ook kilometers verderop.
Kolonie
Groep vleermuizen (kleine groep mannetjes of meestal grotere groep vrouwtjes, soms gemengd (soorten, geslacht)) die in het voorjaar tot de herfst bijeen blijven. De groep kan zich vestigen in gebouwen (in spouwmuren of onder daklijsten e.d.) of bomen (spechtengaten, scheuren). Een groep vrouwelijke vleermuizen wordt ook wel aangeduid als een kraamkolonie. In zo'n groep worden jongen geboren en grootgebracht. Een kolonie maakt vaak gebruik van meerdere verblijfplaatsen die soms gelijktijdig worden gebruikt.
Migratieroute
Een vaste route van zomerverblijfplaats naar winterverblijfplaats en visa versa (zie ook vliegroute) of een route in een andere tijd; bijvoorbeeld tussen foerageerplaatsen.
Paarplaats
Territorium van territoriale mannetjes. Voor de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis is dit doorgaans te vinden in boomholten. Voor de laatvlieger en de dwergvleermuis is dit te vinden in gebouwen. Voor de watervleermuis is dit te vinden in bomen en later, tegen de winter, zijn ze te vinden in overwinteringverblijven. Het mannetje vormt een harem met meerdere vrouwtjes. De paartijd valt in de herfst (uitgezonderd de grootoorvleermuis waarbij het in april valt (vroege voorjaar). De hier geschetste situatie van de paring wordt in dit rapport omschreven als “herfst situatie”.
Verblijfplaats
Een object (huis, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters permanent).
Vliegroute
Route die door vleermuizen elke avond wordt gebruikt om van de kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en visa vers (zie ook migratieroute). Vrouwtjes met jongen keren soms midden in de nacht terug om de jongen te zogen en gebruiken dan de route. Vliegroutes liggen over het algemeen langs lijnvormige (landschaps)elementen als bomenlanen, huizenrijen e.d. De functies zijn beschutting bij winderig en koud weer, oriëntatie in verband met de echolokatie-geluiden en het vinden van voedsel.
Voorbijvliegend
Vleermuizen die voorbijvliegen, niet via een vaste route. Het betreft meestal zwervers of trekkers.
Zwermen
Direct na het uitvliegen, naar vooral voor het invliegen bij een kolonie zwermt een deel van de kolonie rond de kolonieplaats. Zwermgedrag is derhalve een indicatie voor een eventuele kolonieplaats.
Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Deze ruimte is doorgaans donker, heeft een hoge luchtvochtigheid en
temperatuurwisselingen zijn nihil. Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. In sommige gevallen vormen bijvoorbeeld mannetjes kleine groepjes.
3. VOORWAARDEN
Adviesbureau Mertens BV (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 09110429) richt zich op de inventarisatie van natuur- en landschapswaarden en de eventuele effecten van plannen of projecten op deze waarden. Vaak wordt daarom getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Dieren en planten kunnen zich vestigen na onderzoek en ook is er een mogelijkheid, dat ondanks onderzoek dieren zich verborgen houden of dat planten niet zijn opgekomen in een bepaald jaar doordat het bijvoorbeeld een droog of koud voorjaar is. Ook komt het zeer soms voor dat wilde dieren zich anders gedragen in bepaalde situaties zoals op plaatsen waar veel mensen komen, waar veel geluid is of veel lichtverstrooiing. Daarom heeft Adviesbureau Mertens BV een inspanningsverlichting en geen resultaatverplichting bij inventarisaties. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor het zich verborgen houden, nadien vestigen of verplaatsen van soorten. Zoals bovenstaand weergegeven wordt getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Een plan of project wordt met de grootste zorg getoetst door Adviesbureau Mertens BV. De geldende interpretatie van de wet- en regelgeving is aan verandering onderheving en sinds de decentralisatie van bevoegde gezagen treden er ook regionale verschillen op. Adviesbureau Mertens BV is niet verantwoordelijk voor veranderde interpretatie van de wet- en regelgeving.
Na verrichtte werkzaamheden worden projecten soms overgedragen of wordt er op een andere manier invulling gegeven aan de uitvoering. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor gevolgschade, of schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens afkomstig van Adviesbureau Mertens BV. De opdrachtgever vrijwaart Adviesbureau Mertens BV voor aansprakelijkheid van derden als gevolg van deze toepassingen. Omdat dieren en planten zich verplaatsen, zich kunnen vestigen na onderzoek en de geldende interpretatie van wet- en regelgeving aan verandering onderhevig is, is een onderzoek twee jaar geldig. Na twee jaar dient een onderzoek en/of advies geactualiseerd te worden. De opdrachtgever is hiervoor zelf verantwoordelijk. De interpretatie van wet- en regelging kan zijn gewijzigd na advies, de situatie kan veranderd zijn en daarnaast dient voldaan te worden aan de Zorgplicht van bijvoorbeeld de Wet natuurbescherming. Tijdig maar in ieder geval voorafgaand van start van eventueel fysieke werkzaamheden dient de initiatiefnemer / uitvoerder zich daarom opnieuw op de hoogte te stellen van eventueel aanwezige natuur- en landschapswaarden in en rond een plangebied en hoe hiermee moet worden omgegaan.
Voor uitvoer dienen natuur- en landschapswaarden en eventueel gewijzigde situaties in kaart gebracht te worden en dient nagegaan te worden hoe hiermee moet worden omgegaan. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor indirecte en/of gevolgschade, waaronder mede wordt verstaan gederfde winst en schade als gevolg van bedrijfstagnatie. Inzake schadevergoeding geldt bij een toerekenbare tekortkoming van Adviesbureau Mertens BV een aansprakelijkheidsbedrag van maximaal drie maal de opdrachtwaarde.
92 V elp-Noord, locatie Waldeck P yrmontlaan 4 (ontwerp)
Bijlage 3 Stikstofdepositie-onderzoek, KuiperCompagnons, 8 september 2020
93 V elp-Noord, locatie Waldeck P yrmontlaan 4 (ontwerp)
NOTITIE Betreft Opdrachtgever Werknummer Datum
Stikstofdepositie-onderzoek 2 woningen Waldeck Pyrmontlaan Velp Harm Post Advies 620.132.70 8 september 2020
Inleiding In opdracht van Harm Post Advies is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd voor de bouw van twee woningen op het adres Waldeck Pyrmontlaan 4 in de kern Velp binnen de gemeente Rheden. De bestaande kerk op het perceel wordt gesloopt waarna de beide woningen worden gebouwd.
Afbeelding 1: Locatie adres Waldeck Pyrmontlaan 4 Velp met bestaande bebouwing.
In deze notitie is de stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase voor de sloop van de bestaande kerk en de bouw en het gebruik van de beide nieuwe woningen in beeld gebracht. Onderzocht is in hoeverre een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats gelegen binnen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het initiatief te verwachten is. Het nu uitgevoerde onderzoek betreft een eerste globale verkenning op basis van de nu beschikbare informatie over het initiatief. Dit om de haalbaarheid van het plan te onderzoeken. In de toekomst kan het bij de aanvraag van een omgevingsvergunning noodzakelijk zijn het onderzoek verder te detailleren, met name voor wat betreft de uitgangspunten van de aanlegfase.
1/6
In de volgende hoofdstukken wordt eerst de relevante wet- en regelgeving behandeld, waarna de ligging van het plangebied en de uitgangspunten van de berekeningen worden beschreven. Daarna worden de berekeningsresultaten gepresenteerd. De notitie wordt afgesloten met de conclusies van het onderzoek.
Wet- en regelgeving De wettelijke grondslag waarop toetsing van de planontwikkeling noodzakelijk is, betreft de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze toets dient om vast te stellen of, en zo ja, onder welke voorwaarden een menselijke activiteit in en rondom een Natura 2000-gebied kan worden toegelaten. Meer concreet heeft deze toets de volgende twee doelen: 1 Zekerheid bieden dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast; 2 Zekerheid bieden dat een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel een verstoring van soorten niet optreedt. De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitats kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Indien ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen de Natura 2000-gebieden geen stikstofdepositie (0,00 mol/ha/jr) wordt berekend, kunnen negatieve gevolgen in die gebieden worden uitgesloten.
Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden Rondom het plangebied zijn diverse Natura 2000-gebieden gelegen. Ten noorden van de locatie ligt binnen een afstand van 1 km het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Ten zuiden van de locatie ligt binnen een afstand van 2 km het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’. Binnen beide gebieden zijn stikstofgevoelige habitats aanwezig, zodat het stikstofonderzoek betrekking heeft op deze natuurgebieden. Alle andere stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn op veel grotere afstand gelegen. Deze gebieden spelen vanuit de haalbaarheid van dit stikstofdepositieonderzoek geen rol. Op de hierna gepresenteerde afbeelding 2 is de locatie aangeduid ten opzichte van de beide Natura 2000-gebieden.
Stikstofdepositie-onderzoek 2 woningen Waldeck Pyrmontlaan Velp 620.132.70 / 8 september 2020
2/6
Afbeelding 2: Ligging van het plan ten opzichte van Natura 2000-gebieden
Aanlegfase De sloop van de bestaande kerk, het bouwrijp maken, de bouw van de beide woningen en het woonrijp maken (het afwerken van de openbare ruimte rondom de nieuwe gebouwen) wordt de aanlegfase genoemd. In de aanlegfase wordt de stikstofemissie voornamelijk gegenereerd door de (mobiele) werktuigen op de bouwplaats en de verkeersbewegingen van en naar de bouwplaats. Op dit moment is nog niet in detail bekend hoe deze aanlegfase concreet vormgegeven zal worden en welke mobiele installaties precies worden gebruikt en hoeveel verkeersbewegingen van en naar de bouwplaats optreden. Op basis van de kennis en ervaring van de architect die het ontwerp heeft gemaakt en de bouw zal begeleiden aangevuld met ervaringscijfers voor woningbouwprojecten is zo goed als mogelijk een aanname gedaan ten aanzien van de inzet van mobiele installaties en de hoeveelheid verkeersbewegingen van en naar de bouwplaats. Daarnaast is ook onderzocht hoeveel stikstof maximaal geëmitteerd kan worden voordat een depositie boven 0,00 mol/ha/jr optreedt binnen stikstofgevoelige habitats in Natura 2000gebieden. Inzet mobiele installaties aanlegfase Voor de sloop van het bestaand gebouw wordt een inzet van een sloopkraan verwacht gedurende 2 weken.
Stikstofdepositie-onderzoek 2 woningen Waldeck Pyrmontlaan Velp 620.132.70 / 8 september 2020
3/6
Onder één woning wordt een souterrain aangelegd (circa 200 m2). Dit resulteert in de inzet van een graafmachine. De 600 m3 zand afkomstig van het uitgraven van het souterrain wordt hergebruikt op het perceel. Verdere graafwerkzaamheden zijn nodig voor het graven van de funderingssleuven en voor het straatwerk. Deze graafwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd in een periode van in totaal 3 weken. Voor het verdichten van het zand is gedurende 3 dagen een trilplaat nodig. Dit verdichten van het zand is nodig voor de zandlaag onder de begane grondvloer en het verdichten van de zandlaag onder het straatwerk. Verder wordt de inzet van een betonpomp geschat op 6 dagen. Deze inzet kan worden verdeeld in 3 dagen betonwerkzaamheden voor het souterrain en de fundering van de westelijke woning op het perceel en 1 dag voor de funderingsstroken van de oostelijke woning. Daarnaast is voor het aanbrengen van de zandcementvloeren van de beide woningen uitgegaan van de inzet van 2 dagen van een betonpomp. Het vermogen en bouwjaar van de bovengenoemde installaties is op dit moment nog niet bekend. Deze parameters worden naast de aard van de werkzaamheden ook bepaald aan de hand van de beschikbare stikstofruimte. Doel van dit onderzoek is een realistische maar ook haalbare stikstofemissie te bepalen waarbinnen de benodigde werkzaamheden in de aanlegfase kunnen worden uitgevoerd.
Heien is op deze locatie niet nodig. Er wordt op staal gefundeerd. Er komt een luchtwarmtepomp en geen bodemwarmtepomp. Boren naar bodemwarmte is daarom niet nodig. De bouwwerkzaamheden zoals het plaatsen van de kalkzandsteenblokken, dakplaten e.d. wordt met een elektrische bouwkraan(tje) gedaan. De schaal van het werk is zodanig klein dat een dieselaangedreven grotere kraan niet noodzakelijk is. Aantal verkeersbewegingen aanlegfase De machinist van de sloopkraan rijdt gedurende de 10 werkdagen heen en weer in een personenwagen. Verder zijn er 15 vrachtwagenladingen nodig om het sloopafval af te voeren. Dit resulteert in 20 verkeersbewegingen van een personenwagen en 30 verkeersbewegingen van een zware vrachtwagen. De aanvoer van de bouwmaterialen voor de beide woningen vindt plaats met 10 vrachtwagens. Dit resulteert in 20 vrachtwagenbewegingen. De duur van de bouw is 200 werkdagen (globaal 1 jaar). Per werkdag zijn van de aannemer 4 personen aanwezig. Deze komen met 2 voertuigen (personenwagen en/of een licht bestelbusje). Dit betekent 800 verkeersbewegingen gedurende de gehele bouwperiode. De installateurs (elektra en water) zijn beiden 30 werkdagen bezig in beide woningen. Uitgegaan wordt van twee E- en twee W-installateurs die samen gebruikmaken van 1 voertuig per werkdag (personenwagen en/of een licht bestelbusje). Dit betekent in totaal 120 verkeersbewegingen.
In totaal worden 940 verkeersbewegingen van personenwagens (of lichte bestelwagens) en 50 verkeersbewegingen van zware vrachtwagens verwacht. Het verkeer moet worden meegenomen in de stikstofberekening, totdat het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. In het document van Bij12 ‘Instructie gegevensinvoer voor Aerius calculator’ van oktober 2019 is dit als volgt omschreven:
Stikstofdepositie-onderzoek 2 woningen Waldeck Pyrmontlaan Velp 620.132.70 / 8 september 2020
4/6
Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Het verkeer in de aanlegfase is hoofdzakelijk via de gemeentelijk hoofdinfrastructuur geörienteerd op de A12. De route vanaf de bouwlocatie is via de Waldeck Pyrmontlaan, de Arnhemsestraatweg, de Nordlaan, de Larensteinselaan en verder naar het knooppunt Velperbroek. De lengte van de route vanaf de bouwlocatie die in Aerius is ingevoerd is 1 km lang. Vanaf deze lengte kan er voetstoots van worden uitgegaan dat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. De rijsnelheid en het rijgedrag onderscheidt zich niet meer van het overige verkeer. Vanaf dat moment hoeft het verkeer niet verder meer in het onderzoek te worden betrokken. Gerekend is voor het beoordelingsjaar 2020. Dit kan ook worden gezien als worst case omdat de emissie van stikstof van motorvoertuigen in toekomstige jaren afneemt. In bijlage 1 zijn voor de mobiele installaties en de verkeersbewegingen samenvattende overzichten gegeven. In de berekening is een vlakbron ingevoerd, die de mobiele werktuigen representeert. Deze vlakbron is over het gehele perceel ingevoerd. Resultaten aanlegfase In bijlage 2 zijn de resultaten van de berekeningen opgenomen.
In deze berekening wordt uitgegaan van een emissie van 6,74 kg stikstof van de mobiele installaties en 0,53 kg voor de verkeersbewegingen waarbij is uitgegaan van de inzet van mobiele installaties en verkeersbewegingen zoals hiervoor is beschreven. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat met deze emissie geen depositieresultaten boven 0,00 mol/ha/jr optreden. De maximale emissie door de mobiele installaties, voordat juist sprake is van de kleinst mogelijk toename van de depositie van 0,01 mol/ha/jr, bedraagt 8,46 kg. De totale emissie, inclusief de emissie van de verkeersbewegingen, bedraagt in dat geval 8,99 kg. De resultaten van deze berekening zijn in bijlage 3 gepresenteerd. Beschouwing beschikbare maximale emissie Uit het bovenstaande blijkt dat de emissie van stikstof door de mobiele installaties gedurende de aanlegfase maximaal 8,46 kg mag bedragen zonder dat sprake is van een depositiebijdrage op stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden. De daadwerkelijke emissie is afhankelijk van het aantal uur dat een machine in bedrijf is, het vermogen van de betreffende machine en de emissieklasse van de machine. Daarnaast dient ook het verkeer van en naar de bouwplaats te worden meegenomen, waarbij wordt opgemerkt dat met name de emissie van de zware vrachtwagens relevant is.
Om te voorkomen dat de emissie wordt overschreden zal naar verwachting hoofdzakelijk modern materieel (bouwjaar vanaf 2015) ingezet moeten worden. Zo emitteert een graafmachine van 60 kW en bouwjaar 2011 die het hele jaar (1.600 uur) wordt ingezet circa 190 kg NOx, terwijl een graafmachine met bouwjaar 2015 circa 17 kg NOx emitteert, wat een factor 10 lagere emissie betekent. Geconcludeerd wordt dat met de inzet van nieuw, modern materiaal de werkzaamheden redelijkerwijs uitvoerbaar zijn, maar dat - om volledig uit te sluiten dat er geen negatieve
Stikstofdepositie-onderzoek 2 woningen Waldeck Pyrmontlaan Velp 620.132.70 / 8 september 2020
5/6