CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Lokale klimaatadaptatiestrategie gemeente Rheden

Raadsvergadering 27 januari 2026, gemeente RhedenBij agendapunt: Vaststelling lokale klimaatadaptatiestrategie12.799 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Lokale klimaatadaptatiestrategie

1

Colofon

Titel: Opdrachtgever: In samenwerking met:

Lokale klimaatadaptatiestrategie Gemeente Rheden, Leefomgeving Beleid, klimaatadaptatie Advies en ingenieursbureau TAUW, gebieds- en samenwerkingspartners in gemeente Rheden

Kenmerk: Datum:

Versie 5 Januari 2026

Foto voorpagina:

Bron Gemeente Rheden

2

Voorwoord De gevolgen van klimaatverandering zijn niet langer toekomstmuziek — ze zijn hier en nu merkbaar. Hevige regenbuien, langdurige droogte en extreme hittegolven stellen onze leefomgeving op de proef. Als gemeente kunnen en willen we niet afwachten, dus moeten we ons aanpassen aan deze nieuwe realiteit.

Met enige trots presenteren wij onze lokale klimaatadaptatiestrategie. Deze strategie is het resultaat van intensieve gesprekken met gebiedspartners, inwoners, belanghebbenden en de gemeenteraad. Samen hebben we gekeken naar de kwetsbaarheden in onze gemeente én naar de kansen die klimaatadaptatie biedt. Onze ambitie is helder: een leefbare, gezonde en klimaatbestendige gemeente in 2050. Dat vraagt om slimme keuzes vandaag, zoals het vergroenen van straten en pleinen, het vasthouden van regenwater in de wijk en het bouwen van woningen die bestand zijn tegen hitte. Maar ook aan het versterken van de biodiversiteit en het betrekken van onze inwoners bij het klimaatbestendig maken van hun eigen leefomgeving. Deze strategie is geen eindpunt, maar een stevige basis als vertrekpunt. Dit is een uitnodiging aan iedereen om mee te doen, want alleen samen kunnen we de veerkracht van onze gemeente vergroten.

Ik wil iedereen bedanken die heeft bijgedragen aan de totstandkoming van deze strategie. Laten we samen blijven werken aan een toekomst waarin we niet alleen voorbereid zijn op het klimaat van morgen, maar waarin we ook floreren dankzij de keuzes die we vandaag maken.

Dorus Klomberg, Wethouder Klimaatadaptatie

3

Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Aanleiding & participatie 1.2 Beleidskaders & omgevingswet 1.3 Opzet & leeswijzer

5 5 6 7

2. Weten - Huidige situatie 2.1 Context: (water)systeem Veluwezoom 2.2 Samenvatting thema's

8 8 9

3. Willen - Strategie 3.1 Inleiding 3.2 Strategie: visie & ambitie 3.3 Thema's: doel & aanpak

11 11 12 13

4. Financiering

18

Bijlagen 1. Huidige situatie: per thema 2. Participatie: samenvatting risicodialogen 3. Overlastlocaties 4. Beleidskaders 5. Gelders kader voor Leefbare verstedelijking

19

Bron foto's blz 3, 4, 5, 11, 18 en 19: Gemeente Rheden

4

1.1 Aanleiding & participatie

1. Inleiding Waarom een lokale klimaatadaptatiestrategie (ofwel: LAS)?

Aanleiding

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

Financiering 4. Uitvoering

5. Financiering

Bijlagen 5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

Het klimaat in Nederland verandert. Steeds vaker hebben we te maken met extreem weer, zowel in intensiteit als toename in aantallen: hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien met hagel en valwinden, drogere zomers en hittegolven. Dit verhoogt onder andere het risico op (grond)wateroverlast, droogte, verdroging en hittestress. Met gevolgen voor natuur, economie, gezondheid en veiligheid. Aangezien de huidige inrichting van de (bebouwde) omgeving niet op deze extremen is berekend, is het belangrijk dat we ons aanpassen. Vanuit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (hierna: DPRA) is afgesproken om wateroverlast, droogte, hittestress en de gevolgen van overstromingen te beperken. Het uiteindelijke doel is om Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te hebben. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk werken samen aan dit programma. Dit wordt gedaan vanuit zeven ambities, voor de vier thema's hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen. Een lokale klimaatadaptatiestrategie brengt de lokale gevolgen van extreem weer in beeld en maakt het mogelijk om maatregelen te nemen die specifiek zijn afgestemd op de lokale situatie (maatwerk). Ook helpt het om beter voorbereid te zijn op calamiteiten en biedt het kansen om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren.

Zoals de zorg voor voldoende en schoon zoetwater voor landbouw, natuur en drinkwater en creëren, versterken en behouden van groenblauwe structuren. Daarnaast vereist het opstellen samenwerking tussen verschillende partijen wat zorgt voor een brede betrokkenheid en een gezamenlijke aanpak.

Participatie Risicodialogen zijn een onderdeel in het proces om te komen tot een lokale adaptatiestrategie. Meerdere dialogen hebben in 2025 plaatsgevonden met verschillende stakeholders: gebiedspartners, inwoners, belanghebbenden en de gemeenteraad. De uitkomsten van deze dialogen zijn verwerkt in deze adaptatiestrategie.

Definitie klimaatbestendig: de omgeving is zo ingericht dat het de effecten van klimaatverandering kan opvangen zonder onaanvaardbare schade – nu en in de toekomst. Definitie waterrobuust: de omgeving is veilig en in staat om te blijven functioneren, zelfs bij extreme weersomstandigheden en veranderingen in het systeem. Ook de zoetwaterbeschikbaarheid is op orde, nu en in de toekomst.

5

1.2 Beleidskaders & omgevingswet Beleidskaders Op verschillende schaalniveaus (Europees, landelijk, provinciaal, regionaal en lokaal) is beleid aanwezig dat gerelateerd is aan het onderwerp klimaatadaptatie. Deze beleidskaders zijn terug te vinden in bijlage 4.

Adaptatiestrategie in relatie tot de Omgevingsvisie 1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

Financiering 4. Uitvoering

5. Financiering

Bijlagen 5. Financiering

In de Rhedense omgevingsvisie is de hoofdambitie opgenomen dat “Rheden kiest voor een toekomst waarin we te gast zijn in de groene omgeving”. Wij werken aan een klimaatbestendige en waterrobuuste gemeente die aansluit bij onze natuurlijke groene omgeving en bestand is tegen wateroverlast, hitte en droogte. Hiervoor creëren wij actief boven- en ondergrondse ruimte in onze dorpen en landelijk gebied voor robuuste klimaatadaptieve oplossingen en stimuleren wij de biodiversiteit. De lokale klimaatadaptatiestrategie is een doorvertaling van de omgevingsvisie voor het thema klimaatadaptatie en wordt in de eerste herziening van de visie opgenomen. De adaptatiestrategie bevat de kaders voor een nadere uitwerking door het college van B&W, in een uitvoeringsagenda. Deze kan als een programma als bedoeld in artikel 3.5 van de Omgevingswet worden vastgesteld.

Bijlagen

Bijlagen

6

1.3 Opzet & leeswijzer Opzet & leeswijzer Het DRPA gebruikt de methodiek ‘weten, willen, werken’. De gemeente Rheden gebruikt deze methodiek voor het maken van deze adaptatiestrategie.

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

Financiering 4. Uitvoering

Dit document is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 Weten – Huidige situatie: in beeld brengen van kwetsbaarheden op basis van stresstesten. De thema's die aan de orde komen zijn: wateroverlast, droogte, veiligheid (natuurbranden & overstroming), biodiversiteit & groen en hitte & gezondheid.

5. Financiering Bijlagen

Hoofdstuk 4 Financiering: gaat in op de denkrichting om de ambities en doelen te financieren.

Bijlagen

Onderzoeken: wat gebeurt er bij bepaalde weersextremen?

In de nog op te stellen uitvoeringsagenda komt het onderdeel Werken (uitvoering) aan bod, waarin acties per thema zijn geformuleerd. Het financiële hoofdstuk betreft de uitwerking van de acties in kosten, capaciteit en prioritering.

Hoofdstuk 3 Willen – Strategie: voeren van risicodialogen over de aanpak van knelpunten. Vervolgens komen de visie, ambities, doelen en de aanpak aan bod.

Bijlagen 5. Financiering

Weten – huidige situatie

Achtergrondinformatie is te vinden in de bijlagen.

Willen - strategie Wat vinden we van de gevolgen? En hoe gaan we daarmee om?

Werken – uitvoeringsagenda Welke acties nemen we?

7

2.1 Context: watersysteem Veluwezoom De gemeente Rheden ligt aan de rand van de zuidelijke Veluwezoom, op de overgang van de stuwwal naar rivierengebied. Door deze ligging zijn er grote verschillen in bodemtypen, hoogteligging en grondwaterpeil. De sprengbeken in Velp en Laag-Soeren en droogdalen tussen Velp en Dieren zijn verbindende lijnelementen tussen de stuwwal, stuwwalflank met dorpen en landgoederen en het rivierengebied van de IJssel en de uiterwaarden. Dit uit zich in het volgende: 1. Inleiding

1. Inleiding

o

Op de Veluwezoom is wateraanvoer vanuit grote rivieren niet mogelijk. De stuwwal en flanken zijn afhankelijk van regenwater. De natuur op de stuwwal maakt gebruik van hangwater en is niet afhankelijk van grondwater. Hangwater is water dat in de bovenste lagen van de bodem wordt vastgehouden, boven het grondwater, en dat niet in direct contact staat met het grondwater.

o

Op de overgang van flank naar IJsselvallei komt grondwater aan het oppervlak (kwel).

o

Het watersysteem en de uiterwaarden staan (sterk) onder invloed van de IJssel.

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

Financiering 4. Uitvoering

5. Financiering

Bijlagen 5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

2. Weten Huidige situatie Een samenvatting van de huidige situatie op basis van de stresstesten. Een uitgebreide toelichting per thema is te vinden in bijlage 1 en 3.

De onderstaande afbeeldingen geven het grondwaterverloop op de Veluwe weer tijdens en na een periode van veel regenval, in de winter van ‘23 en ‘24. De afbeeldingen laten zien dat met name op de flank van de Veluwe ook maanden na een natte winter de grondwaterstand nog hoog kan zijn.

Bron foto rechterzijde: Klimaatatlas Rheden (thema: hitte)

8

2.2 Huidige situatie als samenvatting

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

Financiering 4. Uitvoering

5. Financiering

Bijlagen 5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

Wateroverlast

Veiligheid (natuurbranden en overstroming)

Wateroverlast ontstaat bij hevige regenval door oppervlakkig afstromend regenwater vanaf hellend gebied (stuwwal), onder andere via de (droge) beekdalen na perioden van extreme droogte waarbij de bodem vrijwel geen infiltratiecapaciteit meer heeft. Of doordat waterlopen, beken of riolering het water onvoldoende kunnen verwerken of door hoge grondwaterstanden. De wateroverlast komt vooral voor in bebouwd gebied, omdat de dorpen aan de voet van de stuwwal liggen. Daarnaast vormt parallel aan de stuwwal gelegen infrastructuur, zoals de spoorlijn en snelweg, een barrière voor het oppervlakkig afstromende water richting de IJssel.

Op de droge zandgronden van de Veluwe zijn natuurbranden een groot risico. Door lange droge periodes sterft grasvegetatie en ondergroei in de bossen af, waardoor een grote hoeveelheid brandbaar materiaal in de bossen aanwezig is. Daarnaast is er een beperkt aantal waterputten aanwezig. Mede afhankelijk van windrichting kunnen deze factoren een groot gevaar zijn voor de natuur en omliggende dorpen.

Droogte Wateraanvoer op de Veluwezoom is vanuit de IJssel of Neder-Rijn naar de Veluwe door het grote hoogteverschil niet mogelijk. Bij lange droge en warme perioden zonder neerslag, kan de toevoer en daarmee doorspoeling van het watersysteem kritisch worden. En daarmee een verslechtering van de waterkwaliteit veroorzaken. Andere effecten die droogte en verdroging teweeg brengen zijn lage (rivier)waterstanden met gevolgen voor de bevaarbaarheid en waterbevoorrading. Of natuurbranden, aantasting van het groen/natuur, meer ziektes en plagen en bodemdaling.

De dorpen Velp en Rheden zijn beschermd door een waterkering, te zien op onderstaande afbeelding. Bij een mogelijke overstroming is voor bebouwd gebied het risico het grootst voor Velp-Zuid. Dit deel van het dorp kan meer dan 5 meter onder water komen te staan. De Havikerwaard en de Beimerwaard liggen buitendijks. Dit gebied stroomt regelmatig over. Er ligt een zomerdijk omheen die ervoor zorgt dat het gebied niet bij iedere piek op de IJssel overstroomt.

Daarnaast is de landbouw op de rand van de Veluwe, evenals de natuur, van oudsher ingesteld op een beperkt wateraanbod van alleen lokale neerslag. Er is een trend gaande waarbij de landbouw meer beregeningsinstallaties plaatst om de gewassen van water te voorzien. Intensiveren van grondwatergebruik kan tot structurele grondwaterproblemen leiden op een veel grotere schaal.

9

2.2 Huidige situatie als samenvatting

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

Biodiversiteit & groen

Hitte & gezondheid

Door verschillende landschapstypen en hoogteverschillen kent de gemeente een zeer rijke natuur met veel variatie en een hoge biodiversiteit. De zand- en leemgronden zijn zeer gevoelig voor stikstof, verdroging en verzuring. Het veranderende klimaat heeft impact op onder andere plekken met vegetaties op vochtige bodem, de heidebloei en daarmee allerlei soorten die daarvan gebruik maken. Door verdroging en verzuring zijn onder andere diverse soorten dagvlinders uit Rheden verdwenen of bedreigd zoals bosparelmoervlinder, argusvlinder, heideblauwtje en heivlinder.

Het verschil in temperatuur tussen bebouwd gebied en het buitengebied is ‘s nachts het grootst. Het temperatuurverschil kan dan oplopen tot wel 7 graden. Het stedelijk hitte-eiland effect (UHI) is hoog in bebouwd gebied in de dorpskernen en wijken met smalle straten, met veel verharding en weinig groen. Dit betekent extra aandacht naar wijken en gebieden waar kwetsbare doelgroepen vaak komen of wonen. Zoals zorginstellingen en –voorzieningen, scholen en loop- en fietsroutes hier naartoe.

Kwetsbare ecosystemen die zich hebben ontwikkeld gedurende zeer lange tijd onder relatief constante omstandigheden worden nu sterk bedreigd. De snelle verandering kunnen deze systemen in veel gevallen niet aan. Habitats en soorten evenals het ecologisch evenwicht komen hierdoor sterk in het geding, zoals:

Het grootste risico op hittestress is in Velp, zoals (oud) Velp-Zuid en het centrumgebied. In Rheden, zoals het centrumgebied, Grinthuizen en HavelandWest. En Dieren, zoals Stenfert en het centrumgebied Calluna – Ericaplein.

4. Uitvoering

Financiering 4. Uitvoering

5. Financiering

Bijlagen 5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

○

Verandering van leefgebieden. Soorten migreren naar koudere gebieden;

○

Verstoring van voedselketens. Er ontstaat een mismatch in seizoengebondenheid;

○

Verandering van de waterhuishouding. Droge zomers en nattere winters beïnvloeden de bodemkwaliteit en de beschikbaarheid van water, wat gevolgen heeft voor de plant- en diersoorten;

○

Verlies of schade van specifieke boom- en plantensoorten door droogte: heide, bosbes, fijnspar, eik en beuk;

○

Stijging van temperatuur zorgt voor verandering van groei- en bloeiseizoenen en ongewenste soorten, zoals de tijgermug en eikenprocessierups;

○

Verandering van boomsoorten. Inheemse bomen worden vervangen door mediterrane soorten. Bron: rapportage hitte, Gemeente Rheden.

10

3.1 Inleiding

3. Willen Strategie Dit hoofdstuk gaat in op de visie, ambities, doelen en aanpak.

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

4. Uitvoering Financiering

5. Financiering

Bijlagen 5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

In de dorpen maken we ruimte voor een robuuste groenblauwe dooradering die aansluit bij onze groene omgeving. Het creëren van bovengrondse ruimte voor robuuste klimaatadaptieve oplossingen vangt de effecten op van weersextremen. We zorgen daarmee voor koelte en verbinden de dorpen met de omliggende natuur. Dit betekent een andere werkwijze in denken en handelen. Om de klimaatadaptieve opgave te borgen is de adaptatiestrategie opgesteld.

De adaptatiestrategie is tot stand gekomen via de methodiek 'weten, willen, werken'. Onderdeel van deze methodiek zijn de stresstesten en het voeren van risicodialogen (willen). De risicodialogen zijn een belangrijk onderdeel in het proces om te komen tot een integrale lokale adaptatiestrategie en een uitvoeringsagenda. In 2025 hebben verschillende risicodialogen plaatsgevonden. De uitkomsten hiervan zijn verwerkt in deze adaptatiestrategie. In bijlage 2 is een samenvatting van de gevoerde risicodialogen terug te vinden. Een risicodialoog is een zich herhalend proces dat bestaat uit meerdere gesprekken en heeft twee doelen:

o

Met de dialoog wordt het bewustzijn vergroot over hoe kwetsbaar het gebied is voor klimaatverandering. Tijdens de dialoog zijn met de deelnemers de resultaten uit de stresstesten besproken, welke risico’s acceptabel zijn en welke niet. En welke prioriteit we stellen om samen aan de knelpunten en risico's te werken.

o

In de dialoog is besproken hoe de kwetsbaarheid met concrete maatregelen kan worden verkleind. Daarbij is gekeken naar meekoppelkansen en de inzet die nodig is om maatregelen uit te voeren.

11

3.2 Strategie

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

Visie

Doelen & aanpak

Ook na 2050 is het aantrekkelijk om in de gemeente Rheden te wonen, werken en recreëren. De gemeente heeft een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving die biodivers en groen is, bestand is tegen wateroverlast, hitte en droogte en overstromingen.

Om de ambities te realiseren, is per thema een doel en een aanpak geformuleerd:

Ambities

2. Veiligheid (natuurbranden & overstroming);

1.

3. Biodiversiteit & groen en;

3. Strategie

3. Strategie

Ontwikkelingen in de leefomgeving dragen bij aan meer verkoeling en robuuste groenblauwe dooradering in de leefomgeving;

3.

We zijn voorbereid op weersextremen van hitte, droogte, wateroverlast en overstroming;

4.

De natuurlijke kenmerken van water en bodem zijn sturend bij alle ontwikkelingen;

5.

Uitval van, of schade aan, vitale en kwetsbare functies zoals beschreven in het DPRA als gevolg van extreme weerssituaties, wordt daar waar mogelijk voorkomen of beperkt;

6.

De aanpassingen aan de leefomgeving doen we samen met regionale en bovengemeentelijke samenwerkingen, gebiedspartners, inwoners, bedrijven en ondernemers. We werken samen in hetzelfde tempo om de leefomgeving klimaatbestendig in te richten.

5. Financiering

Bijlagen 5. Financiering

De klimaatrisico's nemen niet toe. Het tempo waarmee we onze leefomgeving en ons gedrag aanpassen aan het veranderende klimaat ligt daarom net zo hoog als het veranderende klimaat;

2.

4. Uitvoering

4. Uitvoering Financiering

1. Wateroverlast en –beschikbaarheid & droogte;

Bijlagen

Bijlagen

4. Hitte & gezondheid.

12

3.3 Thema's

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

1. Wateroverlast en –beschikbaarheid & droogte

Toelichting

Wat willen we bereiken?

Het natuurlijke systeem van bodem en water is leidend

We zetten in op meer infiltratie van hemelwater in de hoger gelegen gebieden, zoals op de stuwwal. Door water beter vast te houden waar het valt, beperken en voorkomen we zoveel mogelijk wateroverlast in de lagergelegen gebieden en schade door verdroging. Tegelijkertijd werken we aan het verbeteren van de waterkwaliteit, zodat mens en natuur er baat bij hebben.

In ons handelen is het natuurlijke systeem van bodem en water leidend. We sluiten zoveel mogelijk aan bij de eigenschappen en mogelijkheden van dit systeem. Het is bepalend voor de keuzes die we maken bij het nemen van maatregelen. Omdat de omstandigheden per buurt of wijk sterk kunnen verschillen, vraagt dit om maatwerk.

Hoe pakken we dit aan?

Bij het kiezen van passende oplossingen hanteren we vier belangrijke uitgangspunten:

4. Uitvoering

Bij ruimtelijke ontwikkelingen laten we het bodem- en watersysteem leidend zijn. We passen natuurlijke en bovengrondse oplossingen toe, om de sponswerking van de bodem te benutten en het risico op hittestress te verkleinen. Zo kan regenwater direct en lokaal infiltreren en worden de gevolgen van extreme neerslag beter opgevangen.

5. Financiering

Voor de omgang met hemelwater hanteren we daarbij een voorkeursvolgorde in vier stappen:

Tijdelijk: We anticiperen op toekomstige klimaatomstandigheden en nemen deze mee in onze plannen.

1.

Benutten en besparen – we gebruiken regenwater waar mogelijk en gaan zuinig om met water;

Financieel: We kijken niet alleen naar de initiële kosten, maar ook naar de kosten over de gehele levensduur van een ontwikkeling.

2.

Vasthouden en infiltreren – we zorgen dat water lokaal de bodem in kan trekken;

3.

Bergen – we creëren ruimte om tijdelijk water op te slaan;

4.

Vertraagd afvoeren – pas als het echt niet anders kan, voeren we het water af.

3. Strategie

3. Strategie 4. Uitvoering Financiering Bijlagen 5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

Daarnaast nemen we maatregelen in de openbare ruimte om de risico’s van wateroverlast te verkleinen. Dit doen we onder andere door afkoppelen van verhard oppervlak en het creëren van een robuust groenblauw raamwerk dat water kan opvangen en vasthouden.

1.

Niet afwentelen (in ruimte, tijd en geld)

Ruimtelijk: We houden rekening met de impact van een project op de waterkwaliteit en -kwantiteit in omliggende gebieden.

2. Functies volgen het water- en bodemsysteem: We respecteren de capaciteit van het water- en bodemsysteem en stemmen onze ruimtelijke programmering hierop af. Zo voorkomen we situaties die op termijn niet houdbaar zijn. 3. Flexibele inrichting: Gebieden worden zo ingericht dat ze in de toekomst eenvoudig aangepast kunnen worden aan veranderende omstandigheden of inzichten. 4. Herstel van het natuurlijke systeem: Waar het water- en bodemsysteem is uitgeput of aangetast, zetten we in op herstel. We keren kwaliteitsverlies om en werken we aan herstel van de oorspronkelijke kwaliteit.

Tot slot maken we onderscheid tussen hinder, overlast en schade. We werken aan het vergroten van de acceptatie van tijdelijke hinder, het beperken van overlast en het zoveel mogelijk voorkomen van daadwerkelijke schade.

13

3.3 Thema's

1. Wateroverlast en –beschikbaarheid & droogte Toelichting: Voorkeursvolgorde voor hemelwaterbeheer 1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

4. Uitvoering Financiering

5. Financiering

Bijlagen 5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

Bij fysieke ingrepen in de leefomgeving wegen we af welke kansen er zijn voor klimaatadaptatie. Voor de omgang met hemelwater hanteren we een voorkeursvolgorde. Dit betekent vasthouden en bergen van water in het gebied zelf, voordat we het afvoeren. Dit kan bijvoorbeeld via infiltratie in tuinen, groene openbare ruimtes of pleinen. Op deze manier beperken we wateroverlast bij extreme neerslag en creëren we een buffer voor droge perioden. De voorkeursvolgorde is echter niet overal toepasbaar. In gebieden met een hoge grondwaterstand is maximale infiltratie bijvoorbeeld niet geschikt.

Streefwaarden voor schade, hinder en overlast Wanneer het watersysteem de neerslag van een bui niet snel genoeg kan verwerken, kan dit leiden tot (kortdurende) wateroverlast of hinder. In het Watertakenplan Olburgen 2023–2027 zijn streefwaarden vastgelegd voor verschillende typen buien die we hanteren om de risico’s te beperken. Natuurlijke en bovengrondse maatregelen Waar de fysieke ruimte het mogelijk maakt, kiezen we voor natuurlijke en bovengrondse oplossingen boven technische en ondergrondse varianten. Natuurlijke maatregelen zijn vaak multifunctioneel: ze combineren goed met functies als groen en spelen, en zijn bovendien eenvoudiger te beheren en onderhouden dan (technische) ondergrondse maatregelen.

14

3.3 Thema's

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

4. Uitvoering Financiering

5. Financiering

Bijlagen 5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

2. Veiligheid (natuurbranden & overstromingen)

3. Biodiversiteit & groen (groenblauw raamwerk)

Wat willen we bereiken?

Wat willen we bereiken?

We verlagen het risico op natuurbranden en overstromingen binnen onze gemeente. Tegelijkertijd zorgen we ervoor dat we goed voorbereid zijn op calamiteiten als gevolg van natuurbranden en overstromingen.

We creëren, realiseren en behouden robuuste groenblauwe structuren en ecologische verbindingen binnen onze gemeente. Daarbij voorkomen we zoveel mogelijk schade aan bestaande groenstructuren. Tegelijkertijd werken we aan het verbeteren en herstellen van de biodiversiteit, zodat verdere achteruitgang wordt voorkomen.

Hoe pakken we dit aan? Om het risico op natuurbranden te verlagen, werken we samen met diverse partners. Dit doen we door enerzijds handelingsperspectieven te creëren, en anderzijds door het treffen van fysieke en preventieve maatregelen. Daarnaast zetten we actief in op het informeren van onze inwoners over de risico's van weersextremen. Door preventieve communicatie vergroten we het bewustzijn. In samenwerking met regionale partners beperken we het aantal gelijktijdige evenementen in de regio. Om zo de hulpdiensten minder te belasten. Bij het verlenen van vergunningen stellen we bovendien eisen aan het veiligheidsplan van het evenement.

Om onze gemeente weerbaar te houden tegen overstromingen, werken we nauw samen met andere overheden en organisaties zoals waterschappen en Rijkswaterstaat. Tot slot maken we inzichtelijk hoe we omgaan met kwetsbare infrastructuur in het geval van een overstroming. Toelichting: Door middel van onderzoek krijgen we steeds beter inzicht in de kwetsbaarheden binnen onze gemeente. Deze kennis gebruiken we om samen met onze gebiedspartners actief in te zetten op gerichte communicatie, handelingsperspectieven en nemen van concrete maatregelen.

*(1) Dit is beleidsmatig geborgd in het Biodiversiteitsplan 2022-2032. *(2) Dit is een huidige werkwijze, echter nog niet beleidsmatig geborgd. Met vaststellen van deze adaptatiestrategie wordt deze werkwijze wel beleidsmatig geborgd.

Hoe pakken we dit aan? We bevorderen natuurinclusief bouwen*(1). Om schade aan de natuur te voorkomen en bij te dragen aan het herstel van biodiversiteit, hebben we een transitie ingezet naar natuurlijker ingericht openbaar groen. Deze koers zetten we de voort. In het landelijke gebied werken we aan verbetering van de landschaps-ecologische kwaliteiten door waar mogelijk, het realiseren en versterken van habitats en ecologische infrastructuur. Om de groenblauwe structuur in de gebouwde omgeving te versterken, zetten we ons bijvoorbeeld in om de beek in Velp bovengronds en zichtbaar te maken. Dit draagt bij aan biodiversiteit, gezondheid en het voorkomen van hittestress. In het landelijk gebied bevorderen we onder andere aanleg van landschapselementen en realisatie van natuurvriendelijke wateroevers, passend bij het landschapstype en breiden we het ecologische beheer uit. We blijven inzetten op het behoud, herstel en versterking van de biodiversiteit. Dit is gebiedsgericht en gebaseerd op de zes V’s*(1). Daarnaast blijven we ons inzetten voor inheemse gebiedseigen soorten met mogelijkheden voor uitheemse soorten in bebouwd en landelijk gebied, indien voldoende onderbouwd kan worden waarom inheemse soorten niet de voorkeur hebben (zoals waar het gaat om het Groene Erfgoed).*(2) Toelichting: Bij de keuze voor beplanting houden we rekening met de lokale omstandigheden.

Per locatie of ontwikkeling selecteren we soorten die passen bij de omgeving, bodem- en watersysteem en die bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit.

15

3.3 Thema's

4. Hitte & gezondheid Wat willen we bereiken?

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

4. Uitvoering Financiering

We zetten in op een leefomgeving die meer verkoeling biedt. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt de gemiddelde gevoelstemperatuur op een hete dag in het plangebied lager dan in de oorspronkelijke situatie. (nieuw)bouwen, renovatie en inrichting van de buitenruimte gebeurt klimaatbestendig. Bij nieuwbouw zorgen gebouwen, installaties of inrichting van de buitenruimte niet voor (extra) directe opwarming van de leefomgeving. Daarnaast zetten we ons in om gezondheidsrisico’s als gevolg van hitte zoveel mogelijk te beperken en te voorkomen. Hoe pakken we dit aan? Om de urgentie van de hitte-opgave in bebouwd gebied goed te kunnen bepalen, gaan we een prioritering hanteren:

5. Financiering

Rood: directe en urgente aanpak vereist;

Bijlagen 5. Financiering

Oranje: schakelen en;

Bijlagen

Bijlagen

Bij ontwikkelingen in de leefomgeving zetten we in om het verharde oppervlak met ten minste 10% te verminderen ten opzichte van de oorspronkelijke situatie. Dit oppervlak wordt omgevormd tot biodivers groen, waarmee we bijdragen aan een robuust groenblauw raamwerk. Het vergroten van het groene oppervlak in wijken, zowel op privéterrein als in de openbare ruimte, doen we onder andere door het actief stimuleren van groeninitiatieven in samenwerking met zorginstellingen, woningcorporaties en via programma’s zoals Operatie Steenbreek*(4). Denk hierbij aan de aanleg van groene daken en gevels, en het opvangen van hemelwater, aanplanten van bomen en struiken en aanleg van (nieuwe) groenblauwstructuren. Als het gaat om bomen kiezen we voor kwaliteit boven kwantiteit: bomen hebben een toekomst onder goede groeiomstandigheden, zowel boven- als ondergronds. Waar mogelijk laten we bomen oud worden, mits dit veilig en verantwoord is. Tot slot passen we in de openbare ruimte zo min mogelijk warmteabsorberende materialen toe. Hierdoor wordt ’s nachts minder warmte uitgestraald.

Groen: meekoppelkansen benutten. Voor hittebestendige dorpen passen we vier ontwerprichtlijnen toe, waarvan drie zijn opgenomen in de vuistregel 3-30-300 *(3): 1.

Vanuit elke woning zicht op minimaal drie bomen;

2.

Minimaal 30% schaduw per wijktype;

3.

Maximaal 300 meter afstand tot een koele plek;

4.

Minimaal 40% schaduw op belangrijke looproutes.

*(3) De toepassing van de 3-30-300 vuistregel is een huidige werkwijze, echter nog niet beleidsmatig geborgd. Met vaststellen van deze adaptatiestrategie wordt deze werkwijze wel beleidsmatig geborgd. *(4) De huidige werkwijze is ondersteunen bij initiatieven. De aanpak zoals geformuleerd is een wijziging ten opzichte van de bestaande werkwijze.

16

3.3 Thema's

4. Hitte & gezondheid

Water en groen: robuuste structuren

Toelichting:

We sturen op een inrichting waarbij zoveel mogelijk hemelwater lokaal wordt opgenomen en vastgehouden in de bodem. Dit principe is een onderdeel van robuuste groenblauwstructuren. Bij nieuwbouwprojecten, herstructurering en renovaties geven we hier voorwaarden voor mee. Deze werkwijze blijven we hanteren en breiden we de komende jaren verder uit. Het Gelders Kader voor Leefbare verstedelijking (bijlage 5) is een van de instrumenten.

Ontwerprichtlijnen voor een hittebestendige leefomgeving 1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

4. Uitvoering Financiering

5. Financiering

Bijlagen 5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

Om de opgave rond hitte(stress) beter in beeld te brengen, ontwikkelen we een kaart die gebieden indeelt op basis van urgentie en de daarbij horende criteria. Deze kaart maakt gebruik van drie kleuren. Bij een groene aanduiding heeft het gebied geen hoge urgentie om (pro)actief maatregelen te nemen tegen hittestress. We pakken bij nieuwe ontwikkelingen echter wel de kans om een makkelijk uit te voeren maatregel die bijdraagt aan meer verkoeling, uit te voeren. Dit is een meekoppelkans. In de adaptatiestrategie zijn vier ontwerprichtlijnen opgenomen, waaronder de vuistregel 3-30-300. Deze bestaat uit drie onderdelen, waarbij de derde ontwerprichting gaat over 300meter. '300' is de indicatie in meters voor afstand tot koelte. Een koele plek is een gebied met een groene inrichting, met een oppervlak van minimaal 200m2 en voldoende schaduw.

De vierde ontwerprichtlijn, gaat over 40% schaduw op belangrijke looproutes. Dit betekent dat op de warmste momenten op de dag, schaduw op openbare verblijfsplekken en looproutes aanwezig is. Klimaatbestendig bouwen, renoveren en inrichten Bij nieuwbouw en renovaties houden we rekening met het veranderende klimaat. Door nu te investeren in klimaatbestendige oplossingen, voorkomen we toekomstige schade aan woningen en infrastructuur. Een goed ontworpen woon- en werkomgeving die hittebestendig is ingericht en vormgegeven draagt bij aan het beperken van gezondheidsrisico’s.

17

4. Financiering

4. Financiering Dit hoofdstuk gaat in op de denkrichting die we voor ogen hebben om de ambities en doelen te financieren.

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

4. Uitvoering Financiering

5. Financiering

Bijlagen 5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

Het klimaatadaptief en waterrobuust inrichten van onze leefomgeving vraagt om investeringen en om loslaten van traditioneel denken en handelen. De insteek is om met slimme combinaties onze ambities te realiseren en te financieren. De meest relevante denkrichtingen staan in dit hoofdstuk omschreven. In de nog op te stellen uitvoeringsagenda wordt uitgebreider ingegaan op de financiën (kosten, capaciteit, planning).

Bestaande middelen en kanalen bundelen De klimaatadaptieve opgave is overstijgend en raakt een breed scala aan sectoren. Voor uitvoering van maatregelen en onderzoeken is financiering gedeeltelijk mogelijk uit bestaande budgetten, vanuit diverse vakgebieden. De bundeling van budgetten is mogelijk in projecten, oftewel 'werk-met-werk' maken. Daarnaast maakt een integrale werkwijze het mogelijk om vanuit de verschillende sectoren en domeinen bestaande communicatiekanalen en processen te benutten. Hierdoor bereiken we meerdere doelgroepen en partijen. (regionale) samenwerking gebiedspartners en partijen In overeenkomsten en regionale samenwerkingsverbanden maken we afspraken over gezamenlijke inzet en handelen. Dit kan zijn door concreet nemen van maatregelen, procesondersteuning en onderzoek. Denk hierbij aan Provincie Gelderland, Groene Metropool Regio (GMR), waterschappen, Vitens, zorginstellingen en woningbouwcoöperaties. Maar ook projectontwikkelaars en verzekeringsmaatschappijen kunnen hierin een rol spelen. Subsidie Vanuit de EU zijn verschillende subsidies beschikbaar voor klimaatadaptatie, waaronder HORIZON EUROPE, LIFE, en INTERREG. Ook de Rijksoverheid en Provincie Gelderland stellen subsidies beschikbaar, al dan niet gekoppeld aan het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Deze zijn rechtstreeks aan te vragen of via de DPRAwerkregio's.

18

Bijlagen Bijlage 1 Huidige situatie Bijlage 2 Samenvatting risicodialogen Bijlage 3 Overlastlocaties

Bijlage 4 Beleidskaders 1. Inleiding

1. Inleiding

Bijlage 5 Gelders kader voor Leefbare verstedelijking

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

4. Uitvoering Financiering

5. Financiering

Bijlagen 5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen Bijlagen

19

Bijlage 1 Huidige situatie Wateroverlast Hemelwater

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

4. Uitvoering

5. Financiering

5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

Wateroverlast ontstaat bij hevige regenval door oppervlakkig afstromend regenwater vanaf hellend gebied (stuwwal), onder andere via de (droge) beekdalen na perioden van extreme droogte waarbij de bodem vrijwel geen infiltratiecapaciteit meer heeft. Of doordat waterlopen, beken of riolering het water onvoldoende kunnen verwerken of door hoge grondwaterstanden. De wateroverlast komt vooral voor in bebouwd gebied, omdat de dorpen aan de voet van de stuwwal liggen. Daarnaast vormt parallel aan de stuwwal gelegen infrastructuur, zoals de spoorlijn en snelweg, een barrière voor het oppervlakkig afstromende water richting de IJssel. Kwel Het is momenteel moeilijk in te schatten wat exact de verandering van het klimaat betekent voor de grondwaterstand en kwel langs de randen van de Veluwezoom. De klimaatscenario's '23 van het KNMI zijn hier niet eenduidig over. Er zijn langere aaneengesloten droge perioden en een toename van extreme neerslag. Wanneer meer hemelwater op de Veluwe infiltreert, kan de kweldruk op de randen groter worden. De verwachting is dat de kweldruk op korte- en middellange termijn niet een groot risico vormt. Grondwateroverlast bebouwd gebied Grondwateroverlast ontstaat in Velp-Zuid, Ellecom en Laag-Soeren door de lage ligging onder aan de stuwwal. In het geval van Velp en Ellecom is er ook invloed van de IJssel.

Dominante waterstromen en hoogte gevisualiseerd (bron: gemeente Rheden) Gerelateerd (beleids)kader: Watertakenplan Olburgen 2023-2027

20

Bijlage 1 Huidige situatie Wateroverlast

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

Klimaatatlas Rheden De Klimaatatlas Rheden toont waar in de gemeente de effecten van klimaatverandering zoals hitte, droogte en wateroverlast verwacht worden als er geen actie wordt ondernomen. De kaarten in de klimaatatlas worden ook wel ‘stresstesten’ genoemd. De kaart rechts is de stresstestkaart wateroverlast uit de klimaatatlas. De kaart toont het effect van extreme neerslag bij een bui van 70 mm in 2 uur. De kans dat deze bui voorkomt is eens per 100 jaar.

4. Uitvoering

4. Uitvoering

5. Financiering

5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

Bovenregionale stresstest Het Waterschap Rijn en IJssel heeft in kaart gebracht wat in hun werkgebied het effect zou zijn van een 'waterbom'. Dit zijn de bovenregionale stresstesten, waarin scenario’s doorgerekend zijn op basis van de extreme bui die in Limburg in 2021 viel. De resultaten zijn te raadplegen via Grootschalige extreme regen Klimaateffectatlas. De provincie Gelderland initieert risicodialogen, waarbij de resultaten van de bovenregionale stresstesten een nadere uitwerking krijgen. Als gemeente blijven we dit volgen en waar nodig participeren we in het proces.

21

Bijlage 1 Huidige situatie Droogte

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

4. Uitvoering

5. Financiering

5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

In het DPRA wordt droogte vooral benaderd vanuit het ontstaan van een neerslagtekort waardoor een daling van de grondwaterstand optreedt. Langs delen van heuvelruggen zoals de Veluwe, zal mogelijk het omgekeerde plaatsvinden; namelijk dat de gemiddelde grondwaterstand (iets) stijgt. De jaarlijkse neerslag is grilliger, terwijl de verdamping ongeveer gelijk blijft. De neerslag die op de Veluwe valt, zakt zeer snel en diep de bodem in en krijgt dus niet de kans om te verdampen. Die neerslag komt uiteindelijk als (ondiep) grondwater aan de randen van de Veluwe weer omhoog. Andere effecten die vaak samen gaan met langdurige warme perioden zonder neerslag zijn: afname van kwaliteit oppervlaktewater, natuurbrandrisico, aantasting van groen, ziektes en plagen en bodemdaling.

1. Afname kwaliteit oppervlaktewater

(Spreng)bekensysteem omgeving Velp, uiterwaarden IJssel en Laag-Soeren. Bron: BAV Beken Atlas Veluwe 2.0

In de gemeente is beperkt oppervlaktewater aanwezig, waaronder de sprengbeken, singels in Velp-Zuid en het Apeldoorns Kanaal. Kenmerk van sprengbeken op de zuidelijk Veluwerand is dat ze niet gevoed worden door water afkomstig van de hogere delen van de Veluwe, maar van grondwater uit de directe omgeving. De watertoevoer van de beken komt uit lokaal toestromend grondwater en neerslag. Het grondwater is afkomstig van lokaal geïnfiltreerde neerslag dat met een vertraging in of langs de beken weer omhoog kwelt. Deze toevoer van grondwater is stabiel en kan, mits de beken niet teveel vertakkingen hebben, bij niet te lange droge en hete perioden de waterkwaliteit op peil houden. Wateraanvoer vanuit de IJssel of Neder-Rijn naar de Veluwe is door het grote hoogteverschil niet mogelijk.

Daarnaast is de landbouw op de rand van de Veluwe, evenals de natuur, van oudsher ingesteld op een beperkt wateraanbod van alleen lokale neerslag. Er is een trend gaande waarbij de landbouw meer beregeningsinstallaties plaatst om de gewassen van water te voorzien. Intensiveren van grondwatergebruik kan tot structurele grondwaterproblemen leiden op een veel grotere schaal. Bij lange droge en warme perioden met lage rivierstanden, kan de toevoer en daarmee doorspoeling van het watersysteem kritisch worden. En daarmee een verslechtering van de waterkwaliteit veroorzaken, zoals blauwalg.

Dit verandert als de verdamping groter wordt dan de aanvoer. De beken (in de parken) vallen niet droog, maar zullen geen afvoer meer hebben. Vanuit het waterschap Rijn en IJssel zijn signalen bekend dat de beken binnen de Veluwezoom al minder water afvoeren. Een gevolg van het ontbreken van doorstroming is dat de watertemperatuur stijgt en de waterkwaliteit daalt.

22

Bijlage 1 Huidige situatie Droogte

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

4. Uitvoering

5. Financiering

5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

De waterstanden op de Neder-Rijn en IJssel hebben een binnendijks effect op het grondwater. Vanaf een bepaalde lage rivierwaterstand worden de effecten in de meeste gevallen gecompenseerd door de grondwaterstroming die afkomstig is van de Veluwe. Een uitzondering vormt de waterpartij de Laak in Rheden en de Steegse haven. Deze waterpartijen staan onder te grote invloed van de IJssel om positieve effecten vanuit het grondwater te hebben. In de afgelopen jaren is de Laak ook vaker droog gevallen. 2. Natuurbrandrisico Op de droge zandgronden van de Veluwe zijn natuurbranden een groot risico. Door lange droge periodes sterft grasvegetatie en ondergroei in de bossen af. Hierdoor is een grote hoeveelheid brandbaar materiaal in de bossen aanwezig. Uit onderzoek gebleken dat er momenteel te weinig waterputten zijn om een brand afdoende te kunnen bestrijden. Mede afhankelijk van windrichting kan dit een groot gevaar zijn voor de gemeente. 3. Aantasting groen Het noordelijke deel van gemeente op de flanken van de stuwwal bestaat vooral uit bossen en heidevelden. Deze vegetatie is afhankelijk van hangwater, wat soms meer dan 50m dieper aanwezig is. Hangwater is water dat na een regenbui blijft plakken (hangen) aan de bodemdeeltjes voordat het wegzakt naar het diepe grondwater. Bij elke regenbui wordt het hangwater aangevuld.

Langdurige perioden van droogte heeft grote gevolgen voor de vegetatie. De vitaliteit van beplanting gaat achteruit, waardoor een grotere kans is op ziektes of plagen, eerder bladuitval of sterfte van vegetatie. In het overgangsgebied van de Veluwe naar de (voormalige) uiterwaarden is het effect van droogte op het groen groter. Dit betreft bebouwd gebied, waarbij de vegetatie voornamelijk afhankelijk is van het grondwater. Vooral vegetatie in het straatprofiel heeft het moeilijker omdat deze naar verhouding weinig ondergrondse groeiruimte en waterreserves heeft en is relatief snel door de watervoorraad heen.

Drooggevallen kanovijver en De Laak in Rheden door sterke invloed van de IJssel bij lage rivierwaterstanden. Bron foto's: Omroep GLD en Mediapartner Studio Rheden (2022)

4. Ziektes en plagen Er ontstaan nieuwe risico's voor zowel de natuur als voor de mens. Meer fijnstof blijft in de lucht blijft hangen en slaat niet neer door uitblijven van neerslag. Door een langer groeiseizoen, bloeien bomen en planten langer of vaker waardoor meer pollen in de lucht komen. Door de temperatuurverandering kunnen nieuwe ziektes beter overleven in ons land. En doordat het aantal soorten en de totale biomassa aan soorten afneemt, komt het ecologisch evenwicht en de natuurlijke regulering verder onder druk te staan. Door zachte winters handhaven zuidelijke soorten zich in ons klimaat, waaronder de tijgermug, eikenprocessierups en letter-zetter. Inheemse soorten zoals slakken planten zich bij warmer en vochtiger weer enorm snel voort en dit leidt tot grote aantallen. 5. Bodemdaling Veengrond komt voor in de voormalige uiterwaardgebieden van Velp-Zuid. De gebouwen in de wijken zijn gefundeerd op betonnen palen en niet gevoelig voor grondwaterstandsdaling en de daardoor voorkomende paalrot in de funderingspalen. Wegen en verhardingen zijn gevoelig voor inklinking van de bodem en kunnen verzakken. Ook het cultureel erfgoed (landgoederen) zijn zeer kwetsbaar en hebben al te maken met verzakkingen als gevolg van droogte en verdroging.

Bron: De Gelderlander (2022) Gerelateerd (beleids)kader: Integraal veiligheidsbeleid 2023-2026 en Plan van aanpak project gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing.

23

Bijlage 1 Huidige situatie Droogte

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

4. Uitvoering

5. Financiering

5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

De kaart laat zien hoe diep het grondwater in een gemiddelde zomer weg kan zakken. Deze kaart toont de gemiddelde situatie in 2050 door klimaatverandering. Vooral in de vlakke delen (IJsselvallei) zijn veranderingen.

De kaart toont de droogtegevoeligheid van verschillende bodemtypen bij een lage grondwaterstand. Getoond wordt de situatie in een normaal jaar rond 2050. De stuwwal is zeer droogtegevoelig vanwege de neerslagafhankelijkheid van de natuur. Bron: Klimaatatlas Rheden

24

Bijlage 1 Huidige situatie Overstroming

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

4. Uitvoering

5. Financiering

5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

De kans op een overstroming is niet overal even groot. Daarom verschilt ook de noodzaak om maatregelen te nemen per gebied. Door het aanwezige hoogteverschil is er slechts in een klein deel van de gemeente kans op overstromingen. Bij een mogelijke overstroming is voor bebouwd gebied het risico het grootst voor Velp-Zuid. De dorpen Velp en Rheden zijn beschermd door een waterkering. Omdat dit maar een klein gebied is met ‘hoge randen’ door de helling van de Veluwe, kan Velp Zuid bij een overstroming meer dan 5 meter onder water komen te staan. De Havikerwaard en de Beimerwaard liggen buitendijks. Dit gebied stroomt regelmatig over. Er ligt een zomerdijk omheen die ervoor zorgt dat het gebied niet bij iedere piek op de IJssel overstroomt. De gevolgen van een mogelijke overstroming worden bepaald door de overstromingsdiepte, de snelheid waarmee een gebied volstroomt, de evacuatiemogelijkheden, de economische waarde en het aantal inwoners van het overstroomde gebied.

Bron foto: Klimaatatlas Rheden (thema overstroming)

Plaatsgebonden overstromingskans > 50 cm in het huidige klimaat. Bron: Klimaatatlas Rheden.

Volgens de KNMI’23-scenario’s neemt de hoeveelheid neerslag van september – februari in de stroomgebieden van de Rijn en de Maas toe. In de zomer valt gemiddeld minder neerslag, met zeer lage rivierwaterstanden tot gevolg. De rivierafvoer is grilliger.

25

Bijlage 1 Huidige situatie Overstroming De kaart rechts komt uit de klimaatatlas Rheden. Deze kaart laat de overstromingsdiepte zien als een dijk van de IJssel bezwijkt. 1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

4. Uitvoering

5. Financiering

5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

26

Bijlage 1 Huidige situatie Biodiversiteit

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

4. Uitvoering

5. Financiering

5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

Grote delen van de gemeente Rheden maken deel uit van Natura-2000 gebied Veluwe en Natura-2000 gebied Rijnstrangen-deelgebied Uiterwaarden IJssel. Hierdoor is het een zeer gradiëntrijk gebied met een grote verscheidenheid aan abiotische milieus en natuurlijke omstandigheden. Van droog tot nat, van voedselarm tot voedselrijk, van kalkarm tot kalkrijk en van nature voornamelijk laag dynamisch milieu op de Veluwe tot van nature hoog dynamisch milieu langs de IJssel. De zand- en leemgronden zijn zeer gevoelig voor stikstof, verdroging en verzuring. Dit geldt in het bijzonder voor plekken met vegetaties op vochtige bodem, maar heeft bijvoorbeeld ook duidelijke effecten op de heidebloei en daarmee allerlei soorten die daarvan gebruik maken. Mede door deze variatie kent de gemeente een zeer rijke natuur met een hoge biodiversiteit en veel bedreigde soorten. Door verdroging en verzuring zijn onder andere diverse soorten dagvlinders uit Rheden verdwenen of bedreigd zoals bosparelmoervlinder, argusvlinder, heideblauwtje en heivlinder.

De impact van het veranderende klimaat op biodiversiteit is: ○

Verandering van leefgebieden. Soorten migreren naar koudere gebieden;

○

Verstoring van voedselketens. Er ontstaat een mismatch in seizoensgebondenheid;

○

Verandering van de waterhuishouding. Droge zomers en nattere winters kunnen de bodemkwaliteit en de beschikbaarheid van water beïnvloeden, wat gevolgen heeft voor de plant- en diersoorten;

○

Toename van extreme weersomstandigheden. Een groter risico op natuurbranden, stormen/omvallende bomen en erosie van de droogdalen door extreme neerslag;

○

Verlies of schade van specifieke boom- en plantensoorten door droogte: heide, bosbes, fijnspar, eik en beuk;

○

Stijging van temperatuur zorgt voor verandering van groei- en bloeiseizoenen en ongewenste soorten zoals de tijgermug en eikenprocessierups.

o de natte hooilanden van het Soerense broek en;

○

o de sprengbeken met bijvoorbeeld het zeldzame paarbladig goudveil op Beekhuizen.

Verandering van boomsoorten. Inheemse bomen worden vervangen door mediterrane soorten.

Gerelateerd (beleids)kader: Biodiversiteitsplan 2022-2032

Kwetsbare ecosystemen die zich hebben ontwikkeld gedurende zeer lange tijd onder relatief constante omstandigheden worden nu sterk bedreigd door een snelle verandering die ze in veel gevallen niet aan kunnen. Habitats en soorten evenals het ecologisch evenwicht komen hierdoor sterk in het geding.

Kwel Onder aan de flanken van de Veluwezoom treedt op diverse plaatsen ecologisch waardevol kwelwater uit. Hier bevinden zich zeer bijzonder waardevolle en kwetsbare milieus met kwelgebonden vegetatie en bijzondere bronmilieus. Voorbeelden zijn;

o het bronbos op Middachten met landelijk zeldzame bedreigde plantensoorten als paarbladig goudveil, knikkend nagelkruid en bosereprijs.

27

Bijlage 1 Huidige situatie Hitte & gezondheid

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

4. Uitvoering

5. Financiering

5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

Wanneer mens en dier door extreme hitte lichamelijke klachten ervaren, omdat je de warmte niet kwijt kan, krijg je hittestress. De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee hittestress. De aanwezigheid van schaduw en groen verlaagt de gevoelstemperatuur. De tabel aan de rechterzijde laat de gradaties van hittestress zien. Hoe hoger de gevoelstemperatuur, hoe hoger de mate van hittestress en dus ook grotere gezondheidsrisico’s.

Wanneer zwemwater snel opwarmt, is de kans op zwemmersjeuk en blauwalg groter. Daar waar een riool-overstort tijdens een hoosbui vuil(regen)water op het stadswater loost, neemt de kans op waterkwaliteitsproblemen verder toe.

Hittestress is met name gevaarlijk voor kwetsbare groepen zoals ouderen, jonge kinderen, zwangere vrouwen, personen in een sociaal isolement, daklozen, mensen met overgewicht en/of met chronische aandoeningen. Ook mensen die in de hitte actief zijn, zoals sporters en buitenwerkers lopen een risico. Langdurige hitte kan leiden tot klachten als vermoeidheid, concentratieproblemen en hoofdpijn, uitdroging, oververhitting, uitputting, hitteberoertes en in uiterste gevallen sterfte.

Gevoelstemperatuur

Ervaring

18-23°C

Comfortabel

Geen stress

Daarnaast zorgt hitte voor een toename van ozon (zomersmog) en fijnstof in de lucht. Dit leidt tot hart- en vaataandoeningen en vaker voorkomen van bepaalde infectieziekten zoals en luchtwegklachten. Ook neemt de blootstelling aan UV-straling toe. Dit vergroot de kans op huidkanker en oogaandoeningen. Klimaatverandering kan dus leiden tot hevigere en langere perioden met klachten en meer medicatiegebruik.

23-29°C

Beetje warm

Lichte hittestress

29-35°C

Warm

Matige hittestress

35-41°C

Heet

Grote hittestress

>41°C

Zeer heet

Extreme hittestress

Aanhoudende hitte heeft ook gevolgen voor de infrastructuur (zoals wegen, bruggen, rails), (sociale huur)woningen en wateren. Door hoge temperaturen smelt asfalt en zetten constructies zoals bruggen en rails uit. Bij (sociale huur)woningen kan door slechte of zeer goede isolatie het binnenklimaat te warm worden om te verblijven. Ook een verkeerde inrichting van de buitenruimte draagt bij aan opwarming. Denk hierbij aan het gebruik van donkere kleuren in materialen, veel verharding, weinig groen en schaduw.

Watertemperatuur beïnvloedt de hygiënische en ecologische kwaliteit van het water. Blauwalg en ziekteverwekkers groeien snel in warm water, wat risico’s voor de volksgezondheid kan opleveren. Ook leidt warmte tot dichte algenlagen en zuurstofgebrek met negatieve invloed op vissen, larven en ander waterleven.

Fysiologisch stressniveau

Bron: rapportage hitte, Gemeente Rheden.

Gerelateerd (beleids)kader: Koersdocument Sociaal Domein

28

Bijlage 1 Huidige situatie Hitte & gezondheid Urgentie

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

Het stedelijk hitte-eiland effect (UHI) is hoog in bebouwd gebied in de dorpskernen en wijken met smalle straten, met veel verharding en weinig groen. Het verschil in temperatuur tussen de stad en het buitengebied is ‘s nachts het grootst. Het temperatuurverschil kan dan oplopen tot 7 graden. Zie de afbeelding rechtsboven. Het grootste risico op hittestress is in Velp, zoals (oud) Velp-Zuid en het centrumgebied. Rheden, zoals het centrumgebied, Grinthuizen en HavelandWest. En Dieren, zoals Stenfert en het centrumgebied Calluna – Ericaplein.

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

4. Uitvoering

5. Financiering

5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

Bron: rapportage hitte, Gemeente Rheden.

29

Bijlage 1 Huidige situatie Hitte Hittekaart: gevoelstemperatuurverschil in het huidige klimaat

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

Op de hittekaart is het gevoelstemperatuurverschil te zien. Het temperatuurverschil wordt berekend door de temperatuur in de kernen te vergelijken met de referentietemperatuur. Dit is de temperatuur van het buitengebied.

3. Strategie

4. Uitvoering

4. Uitvoering

5. Financiering

5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

30

Bijlage 1 Huidige situatie Gezondheid Kwetsbare inwoners Vanuit het perspectief 'hitte' is extra aandacht nodig voor kwetsbare doelgroepen en wijken en gebieden waar kwetsbare doelgroepen vaak komen of wonen. Zoals zorginstellingen en –voorzieningen, scholen en wandelroutes hier naartoe. 1. Inleiding

1. Inleiding

2. Huidige situatie

2. Huidige situatie

3. Strategie

3. Strategie

4. Uitvoering

4. Uitvoering

5. Financiering

5. Financiering

Bijlagen

Bijlagen

Kwetsbaarheid verwijst naar de mate waarin mensen en hun middelen negatieve gevolgen ervaren als ze worden geraakt door weersextremen zoals hittegolven en extreme neerslag. Ook individuele kenmerken spelen een rol, zoals leeftijd, gezondheid en inkomen. Mensen met een laag inkomen en ouderen, hebben vaak minder middelen om zich aan te passen aan de veranderingen, waardoor ongelijkheid wordt vergroot. Dit speelt bijvoorbeeld dat door te hoge grondwaterstand en/of extreme buien schimmelvorming in woningen kan ontstaan en er niet altijd middelen zijn om het probleem op te lossen. Langdurige blootstelling aan schimmels veroorzaakt gezondheidsklachten.

Sociale kwetsbaarheid hitte Bron: Klimaateffectatlas, RIVM (2023)

Gemeente Rheden heeft van oudsher relatief veel zorginstellingen, waarin mensen met een kwetsbare gezondheid wonen. De combinatiekaart sociale kwetsbaarheid (rechts) laat zien welke buurten extra kwetsbaar zijn voor hitte op basis van het percentage broze ouderen en het percentage huishoudens onder het sociaal minimum.

Gerelateerd (beleids)kader: Koersdocument Sociaal Domein

31

Bijlage 2 Samenvatting risicodialogen Interne dialoog Water(overlast)

Droogte

Met betrekking tot wateroverlast is van belang wat voor type weg overlast ervaart. Hoofdwegen zijn namelijk belangrijker om begaanbaar te houden dan overige wegen. Water in panden bij een bui van T=100 is onacceptabel, tot aan de drempel mag wel.

Met betrekking tot droogte, is de schade en achteruitgang van ecosystemen en soorten een urgent probleem. De gemeente wil meer droogtebestendige bomen aanplanten. Voor nieuwe aanplant moet er blijvend aandacht zijn voor de optimalisatie van groeiomstandigheden en juiste soortenkeuze.

Daarnaast is er een verschil in aanpak van het klimaatbestendig maken van nieuwbouw en bestaande bouw. Bij het klimaatbestendig maken van nieuwbouw is de insteek om te focussen op regulering. Bij bestaande bouw is de inzet beperkt. Bij de bestaande bouw moet het klimaatbestendig meer ‘samen’ met de bewoners en ontwikkelden partijen worden opgepakt.

Naast de achteruitgang van groen, is het risico op natuurbranden aanzienlijk vanwege de bosrijke en groene omgeving. Branden hebben een grote impact op natuur, maar ook op recreatie en toerisme. De gemeente probeert het risico op natuurbranden te verminderen door brandgangen aan te leggen en dennenbomen te vervangen door loofbomen (verloven van het bos). Daarnaast wil de gemeente samen met haar partners inzetten op bewustwording van inwoners, zodat zij weten hoe hun gedrag het risico op natuurbranden kan beïnvloeden.

Hitte(stress) Met betrekking tot hitte(stress) zijn de kwetsbare doelgroepen relevant. De gemeente Rheden heeft van oudsher veel zorginstellingen, en daarmee relatief veel kwetsbare inwoners. Om deze groepen te beschermen richt de gemeente zich op communicatie en op vergroening in de buitenruimte. De gemeente is zuinig op bestaande bomen, en de robuuste groenstructuur behouden. Bomen mogen niet worden gekapt voor ander functies of ruimtegebruik.

Daarnaast wil de gemeente inzetten op Steenbreek acties, om versteende wijken te ontharden. Hierbij wordt de samenwerking met bewoners opgezocht en worden (bestaande) initiatieven vanuit de samenleving om te vergroenen, benut.

32

Bijlage 2 Samenvatting risicodialogen Externe dialoog Er is gesproken met verschillende partijen gesproken. Dit waren onder andere met de VGGM (GGD en Brandweer), ODRA, Provincie Gelderland, het waterschap Rijn en IJssel, de Bekenstichting, Vitens, woningbouwcorporatie, zorgorganisatie, natuurorganisaties en landgoedeigenaren en/of -beheerders.

Water(overlast) Met betrekking tot wateroverlast, is het van belang om te weten wie welke rol heeft. Het waterschap is verantwoordelijk voor het oppervlaktewatersysteem en de kwaliteit daarvan. Maar het watersysteem is een samenhangend geheel. Wat het waterschap doet heeft invloed op het gemeentelijke systeem en andersom. De zorginstelling geeft aan dat op particulier terrein dezelfde lastige afwegingen met betrekking tot ruimtegebruik (groen of verharding) als op openbaar terrein genomen moeten worden. De woningcorporatie benadrukt het risico van funderingsschade door verdroging en vernatting. Financiële risico’s voor gebouweigenaren en investeerders. De GGD benadrukt hierbij ook de mentale impact van water in huis. Mensen ervaren stress en dit kan mentale gevolgen hebben. De GGD heeft informatie en kennis voorhanden en kan ondersteunen in het communiceren hiervan.

Hitte(stress) Met betrekking tot hitte en bijbehorende gezondheidseffecten probeert de woningcorporatie de omgeving rondom de woningen en de woningen zelf aan te pakken (bijvoorbeeld zonwering), zodat woningen minder snel opwarmen. Daarnaast werkt de GGD ook samen met een aantal woningcorporaties aan informatievoorziening richting bewoners.

Droogte Vanuit de landgoederen en natuurorganisaties is aangegeven dat de achteruitgang van ecosystemen en soorten door droogte heeft een hoge prioriteit. Natuur moet beheerd worden, veel meer dan vroeger. Ook is het opdrogen van waterbuffers, sprengen en beken een probleem. We moeten water niet te snel afvoeren en kijken of we het kunnen opslaan of laten infiltreren. Daarnaast is er effect van de droogte op funderingen. De landgoedbeheerders geven aan dat er rijksmonumenten zijn die verzakken. Er wordt al aan gewerkt om dit te voorkomen, door bijvoorbeeld de bodems van sloten en beken te verhogen. Echter is de mening ook dat het redden van natuur en de mens prioriteit moet krijgen, boven gebouwen.

Met betrekking tot watergebruik communiceert Vitens richting inwoners over het besparen van het gebruik van drinkwater. De Bouwtafel Waterzuinige Wijken Gelderland is een initiatief van Vitens, de provincie Gelderland en Waterschap Vallei en Veluwe. Diverse gemeenten, ontwikkelaars, bouwbedrijven, leveranciers en brancheverenigingen zijn hierbij betrokken en zullen actief bijdragen aan de realisatie van watervriendelijke wijken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=7506cb3f-47f8-4945-9003-645254f284f5