CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 toelichting (21.24)

Raadsvergadering 26 april 2022, gemeente RhedenBij agendapunt: Vaststellen bp Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (22.24)16.252 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.6.3 Conclusie Het plan ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10 -6 van een inrichting, buisleidingen en transportroute met een extern veiligheidsrisico. De plaatsgebonden risicocontour vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plan alleen in het invloedsgebied van de spoorlijn Arnhem-Zutphen. Op basis van de beperkte verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het plan geen significant effect heeft op het groepsrisico en op de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het plan.

4.7

Verkeer Verkeersbewegingen De Lentsesteeg heeft een zodanig capaciteit dat de verkeersafwikkeling en de verkeersintensiteit op deze straat niet negatief beïnvloed zullen worden. Parkeren Voldaan moet worden aan de normen van de Nota Parkeren met betrekking tot de aanwezigheid van voldoende parkeergelegenheid op het onderhavige perceel. Op basis van de (maximale) mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, heeft een voorlopige toets plaatsgevonden. Op het bijbehorende terrein kunnen de daarvoor benodigde vier parkeerplaatsen (twee per woning) gerealiseerd worden.

4.8

Water Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en waterlast voorkomen worden en kan ook de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Daarom is het noodzakelijk dat gebiedseigen water zo lang mogelijk in het gebied zelf blijft. Dit gebeurt door het schone hemelwater (regen) dat op verhardingen valt, zoals bijvoorbeeld de wegen en daken, niet aan te sluiten op -of af te koppelen van- de riolering voor huishoudelijk afvalwater. Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Ook in deze wet is afstemming van ruimtelijke ontwikkelingen en water voor ruimtelijke plannen opgenomen. In de onderstaande tabel wordt aangegeven welke waterthema's voor het bestemmingsplan relevant zijn. Na de tabel volgt een toelichting op de relevante aspecten. waterhuishoudkundig

relevant omschrijving

aspect

33 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

1

Veiligheid

Nee

In het plangebied liggen geen gronden die behoren tot zomer- en/of winterbed van de IJssel. De beleidslijn Grote Rivieren is niet aan de orde.

2

Wateroverlast

Ja

(oppervlaktewater)

- Er is geen toename van verhard oppervlak met meer dan 500 m² dat loost op oppervlaktewater. - In het plangebied bevinden zich geen natte en laag gelegen gebieden, beekdalen en/of overstromingsvlaktes. - Van nature afstromend hemelwater van de helling kan waterlast veroorzaken in het plangebied.

3

Riolering

Ja

Voorkomen dient te worden dat schoon regenwater wordt afgevoerd via het riool (vasthouden-bergen-afvoeren).

4

Watervoorziening

Nee

Het plan ligt niet in een beschermingsgebied voor drinkwaterwinning. Het plangebied ligt niet in een regionaal waterbergingsgebied.

5

Volksgezondheid

Nee

Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. In het plangebied bevinden zich geen riooloverstorten.

6

Bodemdaling

Nee

In het plangebied gaat het hoofdzakelijk om zandige ondergrond.

7

Grondwateroverlast

Ja

In het plangebied is mogelijk sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond. Hierdoor kunnen schijngrondwaterstanden aanwezig zijn. Mogelijk kan kwel optreden in de laaggelegen gebieden.

8 9

Oppervlaktewater-kw Nee

In de omgeving van het plangebied is geen

aliteit

oppervlaktewater aanwezig.

Grondwaterkwaliteit

Nee

Het plan ligt niet in een beschermingsgebied voor drinkwaterwinning of een infiltratiegebied voor (kwelafhankelijk) natuurgebied.

10 Verdroging

Nee

- Het plangebied bevat geen hydrologische beïnvloedingszones rond natuurgebieden of ecologische wateren. - In de omgeving is geen gebied aangemerkt als (gering) verdroogd.

11 Natte natuur

Nee

- Het plangebied bevat geen hydrologische beïnvloedingszones rond natuurgebieden of ecologische wateren. - Het plangebied grenst niet aan een gebied met kwelafhankelijke land- en waternatuur.

12 Inrichting en beheer

Nee

Binnen het plangebied bevinden zich geen oppervlaktewateren van het waterschap.

Ad 2 Wateroverlast Het plangebied ligt onderaan de helling van de Veluwezoom en tegen het hogere grondlichaam van de spoorlijn. Van nature afstromend hemelwater van de helling kan 34 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

waterlast veroorzaken in het plangebied. Dit is al enkele malen gebeurd. Door de klimaatontwikkeling kan deze situatie zich vaker gaan voordoen. Het is van belang voor de bouwer hiermee rekening te houden. Ad 3 Riolering In het plangebied moet een gescheiden rioolstelsel worden aangelegd. Ten opzichte van het huidige gebruik van het plangebied wordt een geringe toename van afvalwater / droogweerafvoer (dwa) verwacht. Het huishoudelijke afvalwater wordt ingezameld en afgevoerd via een gemengde riolering naar het rioolstelsel van het dorp Rheden. Voor afvoer van afvalwater naar de openbare riolering is de gemeentelijke aansluitverordening van toepassing. De riolering in het gebied moet het afvalwater doelmatig inzamelen en afvoeren. Om riooloverstortingen (bij regenbuien) op oppervlaktewater te beperken moet de riolering voldoende bergingscapaciteit hebben. Dit wordt onder andere bereikt door het hemelwater niet af te voeren via de riolering. Met hemelwater moet worden omgegaan overeenkomstig de provinciale beslisboom hemelwater (waarbij de volgorde vasthouden, bergen, afvoeren wordt gehanteerd). Het hemelwater en huishoudelijk afvalwater dienen van elkaar gescheiden te blijven. Hemelwater kan infiltreren in de bodem. Het is niet toegestaan hemelwater of grondwater af te voeren via de (gemengde) riolering.

In het onderhavige bestemmingsplan zijn alle rioleringsvoorzieningen toegestaan. Onder andere boven- en ondergrondse infiltratievoorzieningen, bergingskelders en rioleringen. Ter voorkoming van bodem- en/of grondwaterverontreiniging moeten uitlogende en verontreinigende materiaaltoepassingen vermeden worden. Ad 7 Grondwateroverlast In het plangebied is mogelijk sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond. Hierdoor kunnen schijngrondwaterstanden aanwezig zijn. In de ondergrond / laaggelegen gebieden kan kwel optreden. In het bestemmingsplan is ondergronds bouwen toegestaan. Hiervoor dient de bouwer aan te tonen dat er geen negatieve of verstorende gevolgen zijn te verwachten voor het grondwatersysteem. De voorwaarden zijn: een deskundig geohydrologisch onderzoek naar de bestaande waterhuishoudkundige situatie en de effecten van het bouwplan op de waterhuishouding. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met ontwikkelingen in de toekomst. Indien van toepassing dient een voorstel worden gedaan voor neutraliserende of compenserende maatregelen. Er is overleg gevoerd met waterschap Rijn en IJssel over de waterparagraaf. Het waterschap heeft enkele opmerkingen gemaakt (zie Bijlage 18 Advies waterschap), welke inmiddels in de waterparagraaf zijn verwerkt. Geconcludeerd wordt dat het aspect water geen belemmering vormt voor onderhavig plan.

35 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

4.9

Cultuurhistorie en archeologie De locatie waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft, ligt niet in een beschermd dorpsgezicht. Het pand is evenmin aangewezen als beschermd monument. Niet alleen het bovengronds zichtbare kan een waarde vertegenwoordigen. Ook het behoud en de kennis van archeologische waarden vertegenwoordigt een waarde. De bescherming van deze waarden is per 1 september 2007 wettelijk verankerd in de Monumentenwet 1988 en later in de Erfgoedwet. Gemeenten moeten zorgdragen dat in de bestemmingsplannen het belang van de archeologische monumentenzorg wordt meegewogen. Gebeurt dit niet of onvoldoende, dan kan de provincie archeologische attentiegebieden aanwijzen waarvoor de gemeente binnen een door de provincie te bepalen termijn archeologievriendelijke bestemmingsplannen moet hebben vastgesteld. De gemeenteraad heeft in 2008 de archeologienota Uitgediept vastgesteld. Hierin wordt een aantal beleidsvoornemens ten aanzien van archeologie verwoord. Archeologie wordt op grond van deze nota voortaan beschermd via de bestemmingsplannen. Dit laat onverlet dat mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd zijn beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren.

Of een vondst van archeologische resten uiteindelijk moet leiden tot behoud van deze resten of een opgraving wordt door de regioarcheoloog bepaald aan de hand van de in de archeologienota uitgewerkte selectiemethode. Op 26 februari 2013 heeft de gemeenteraad van Rheden de geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaart met toelichting vastgesteld, ter vervanging van de verwachtings- en advieskaart die op 28 juni 2008 is vastgesteld. In het op 15 april 2014 vastgestelde 'Parapluplan Archeologie Rheden 2013 en aanpassing regels Buitenplaatsen' is de geactualiseerde archeologische verwachtingsen beleidskaart planologisch geregeld. Voor onderhavig plangebied is het volgende geconstateerd. In het oostelijk bouwvlak in de woonbestemming kan maximaal 160 m2 bebouwing worden opgericht. Er zijn verder geen bijgebouwen toegestaan. De bestaande schuur wordt gesloopt. De schuur is circa 320 m2 groot.

36 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Rheden. Rood is aandachtsgebied. Oranje is onderzoeksgebied. Het meest westelijke bouwvlak binnen de woonbestemming en de te slopen schuur liggen conform de beleidskaart van de gemeente Rheden in een aandachtsgebied. Binnen het aandachtsgebied worden resten van oude erven en woningen verwacht. Hierdoor zijn ingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld onderzoeksplichtig. Het meest oostelijke bouwvlak binnen de woonbestemming valt conform de beleidskaart van de gemeente Rheden in aandachtsgebied en in onderzoeksgebied. Hierdoor zijn ingrepen groter dan 100 m2 resp. 250 m2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld onderzoeksplichtig.

37 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

Kaart 1832. In het plangebied zijn woningen en erven zichtbaar. Noord is rechts op de kaart. Door de gemeente Arnhem is in oktober 2007 voor het gehele graslandperceel, waar het plangebied deel van uitmaakt, een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 12 Archeologisch onderzoek 2007). Geconcludeerd is dat ter plaatse van het plangebied een bodemopbouw wordt verwacht dat bestaat uit een plaggendek op de onderliggende Pleistocene ondergrond van smeltwater- en daluitspoelingsafzettingen. Op de overgang tussen het plaggendek en de onderliggende daluitspoelingsafzettingen kunnen in situ liggende archeologische resten en/of sporen worden verwacht. Dit resulterende in een middelhoge verwachting voor bewoningsresten uit de IJzertijd, Romeinse tijd, en Middeleeuwen. Uit het toen uitgevoerde booronderzoek is gebleken dat de bodemopbouw ter plaatse inderdaad bestaat uit een plaggendek met daaronder daluitspoelingsafzettingen. Afgezien van enkele spikkels rood aardewerk en puinspikkels zijn er destijds geen archeologische indicatoren aangetroffen. Hierbij dient wel gemeld te worden dat het booronderzoek in de verkennende fase is uitgevoerd.

Deze fase richt zich op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken van de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen. Op basis van dit onderzoek is geadviseerd een aanvullend archeologisch inventariserend onderzoek uit te laten voeren in de vorm van karterende boringen indien bodemverstorende ingrepen gepland zijn die dieper zullen reiken dan 0,5 m onder het huidige maaiveld. Door Econsultancy is bijna 10 jaar na voorgaand onderzoek, in december 2016, voor onderhavig plangebied een aanvullend archeologisch gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 13 Archeologisch onderzoek 2016). De resultaten van dit veldonderzoek hebben een vergelijkbare bodemopbouw opgeleverd, bestaande uit hellingsafspoelingen/sneeuwsmeltwaterafzettingen, 38 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

behorend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Ter plaatse van het westelijke deel van het plangebied hebben recentere, bodemverstorende ingrepen plaatsgevonden, zichtbaar door middel van de bijmenging van gelig zand in de laag tussen circa 30 en maximaal 70 cm -mv, direct onder de huidige bouwvoor. Voor het centrale en oostelijke deel van het plangebied is het bodemprofiel onder de bouwvoor intact en bestaat uit een resterend deel van het plaggendek (Aa2-horizont), een overgangs-AC-horizont en vervolgens de C-horizont. Het van nature gevormde bodemprofiel betrof zeer waarschijnlijk een holtpodzolgrond (bruine bosgrond). Tijdens het opbrengen van het plaggendek heeft opmenging plaatsgevonden waarbij zowel de oorspronkelijke minerale bovenlaag (Ah-horizont) als de verbruinings-Bws-horizont is opgemengd. Diepe verstoringen hebben binnen het plangebied echter niet plaatsgevonden. Het archeologisch sporenniveau is waarschijnlijk nog deels intact aanwezig, zeker ten aanzien van dieper doorlopende sporen. Archeologische sporen zullen zichtbaar in het vlak kunnen worden aangetroffen in de overgangs-AChorizont en de top van de C-horizont.

Het merendeel van de boringen (ook de boringen in het westelijke deel van het plangebied) heeft archeologisch vondstmateriaal opgeleverd, bestaande voornamelijk uit fragmenten kogelpotaardewerk met steengruismagering, daterend uit de 9e tot 12e eeuw na Chr. (Vroege-Middeleeuwen D/Late-Middeleeuwen A). Tevens er nog een fragment klappersteen aangetroffen. Het vondstmateriaal is aangetroffen in het plaggendek en in de overgangs-AC-horizont. Ondanks de opmenging in het plaggendek en de overgangs-AC-horizont, duiden de diverse vondsten zeer waarschijnlijk op een archeologische vindplaats uit het einde van de Vroege Middeleeuwen en/of begin van de Late-Middeleeuwen in het plangebied. De vondst van een fragment klappersteen kan duiden op een site waar klappersteen werd verzameld en vervolgens gebruikt werd voor ijzerproductie. IJzerwinning uit klapperstenen is een bekend fenomeen dat plaatsvond aan het einde van de Vroege-middeleeuwen in en langs het stuwwallengebied van de Veluwe. Op basis van het aanvullend booronderzoek is geconcludeerd dat de voorziene graafwerkzaamheden ter plaatse van het plangebied mogelijk kunnen leiden tot de aantasting van archeologische resten. Het uitgangspunt voor nieuwbouw betekent meestal dat funderingen dienen te worden aangelegd in de onverstoorde ondergrond (top van de C-horizont), waardoor er geen sprake is van in situ behoud.

Voor graafwerkzaamheden waarbij de bodem dieper wordt verstoord dan het archeologisch relevant niveau dient dan ook archeologisch vervolgonderzoek te worden uitgevoerd. Door Econsultancy is in het najaar van 2018 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 14 Archeologisch onderzoek proefsleuven). Het proefsleuvenonderzoek heeft geresulteerd in het aantreffen van paal - en kuilsporen door de gehele proefsleuf. Het was (nog) niet mogelijk om op basis van de aangetroffen paal- en kuilsporen een concrete uitspraak te doen over het aanwezige complextype en de datering. Meest waarschijnlijk is dat de aangetroffen behoudenswaardige vindplaats deel uitmaakt van een nederzettingsterrein of huisplaats uit de Middeleeuwen. Indien er niet gekozen wordt voor planaanpassing dan wordt geadviseerd een definitieve opgraving te laten uitvoeren, om daarmee de eventueel nog aanwezige archeologica ex situ veilig te stellen. Wanneer planaanpassing wel mogelijk is zal worden gekeken voor welke terreindelen een opgraving noodzakelijk is of dat een opgraving niet meer nodig is (bijvoorbeeld wanneer de gewenste nieuwbouw niet wordt uitgevoerd).

39 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

Het plaggendek bevat zeer waarschijnlijk de meeste vondsten. Deze vondsten behoren tot de vindplaats en tot de onderliggende sporen. Het afgraven tot op deze vondstlaag (in feite de archeologisch relevante laag) betekent dat er geen buffer meer aanwezig is. Om in situ te kunnen bewaren dient hier bovenop nog een buffer aangehouden te worden. Dat betekent dat bodemingrepen tot 25 cm onder het huidige maaiveld zijn toegestaan. Dit wordt in de regels van dit bestemmingsplan verankerd. Om te kunnen bouwen is ophoging een mogelijkheid. Er zal dan circa 35 cm opgehoogd dienen te worden indien de bodemverstoring niet dieper reikt dan 60 cm onder de op te brengen ophoging. Vanuit de waterhuishouding is ophogen eveneens wenselijk. Indien gekozen wordt voor heien, dient meer dan 5 meter ruimte aangehouden te worden tussen de rijen boorpalen. Op deze manier blijft de vindplaats in de verre toekomst (als de woning weer wordt gesloopt) toegankelijk.

4.10 Ecologie Er is door LooPlan (zie Bijlage 15 Quick scan flora en fauna) onderzoek verricht of de geplande werkzaamheden uitvoerbaar zijn in het kader van natuurwetgeving . Op basis van een veldbezoek door een ervaren ecoloog is de (kans op) aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten onderzocht. Tevens is een algemene inschatting gemaakt of de aangrenzende terreinen geschikt zijn als leefgebied voor beschermde soorten. Aan de hand van de resultaten van het veldbezoek is getoetst welke effecten de geplande werkzaamheden op de beschermde soorten kunnen hebben. De aard van de werkzaamheden (en kennis hiervan) is hierbij essentieel. Mogelijke effecten die op kunnen treden zijn: Verstoring door aanwezigheid van mensen en (groot) materieel. Verstoring door geluid, licht en trillingen. Tijdelijk ongeschikt worden van leefgebied (door aanleg werkstroken, materiaalopslag e.d.). Doden of verwonden van individuen van een populatie. Verdwijnen van nestgelegenheid. Verlies van leefgebied (verblijfplaatsen, foerageergebied en essentiële verbindingszones) door verandering van grondgebruik.

Wanneer er geen beschermde soorten aanwezig zijn (of verwacht worden) kan het project zonder aanvullende maatregelen doorgang vinden. Als het op basis van de quickscan aannemelijk is dat er beschermde soorten (kunnen) voorkomen én dat de voorgenomen plannen deze zouden kunnen beïnvloeden, zijn er vervolgstappen nodig.

40 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

Gebiedsbescherming De locatie ligt in de Ecologische Hoofdstructuur (nu Gelders Natuurnetwerk). Ook in de herijking die in de omgevingsvisie Gelderland is opgenomen, blijft deze functie gehandhaafd. Ontwikkelingen binnen de Ecologische Hoofdstructuur dienen getoetst te worden volgens het ‘nee, tenzij-afwegingskader’. Beschermde Natura 2000-gebieden liggen op korte afstand van de planlocatie. De ingreep heeft een beperkte uitstraling, waarbij de beschermde natuurwaarden geen nadelige effecten ondervinden. Desondanks is onderzoek gedaan naar eventuele significante gevolgen door stikstof (zie 4.11 Stikstofdepositie ). Beschermde soorten Op het terrein zijn geen beschermde soorten aangetroffen en worden hier ook niet verwacht. Het terrein wordt intensief onderhouden, waardoor het niet of op zijn hoogst incidenteel geschikt is voor beschermde soorten. Op enige afstand zijn nestkasten van steenuilen bekend (mondelinge mededeling A. van de Berg, steenuilcoördinator), maar de locatie ligt buiten het foerageergebied. De voorgenomen werkzaamheden kunnen zonder beperkingen vanuit de Wet Natuurbescherming worden uitgevoerd. Voorwaarden Afhankelijk van het tijdstip waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd dient rekening gehouden te worden met broedende vogels. Vogels die broeden mogen nimmer verstoord worden.

Geconcludeerd kan worden dat het aspect ecologie geen belemmering is voor uitvoer van dit bestemmingsplan.

4.11 Stikstofdepositie In het kader van de Natuurbeschermingswet moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. De effectbeoordeling stikstofdepositie heeft tot doel de NOx (stikstof) en NH3 (ammoniak) emissies naar de lucht door het voornemen inzichtelijk te maken, de toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden te berekenen. De effectbeoordeling stikstofdepositie wordt afgesloten met conclusies waarbij duidelijk wordt of in het kader van de Wet Natuurbescherming significante effecten uitgesloten kunnen worden, dan wel een nader onderzoek nodig is (passende beoordeling). In Nederland zijn ongeveer 160 Natura 2000-gebieden aangewezen: gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten’ op de beschermde natuurgebieden, wat alleen is toegestaan met een Wet natuurbescherming (Wnb) vergunning.

Daarom dient voor nieuwe plannen en 41 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

projecten onderzocht te worden of er sprake kan zijn van een significante depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden. Op basis van de berekende NOx en ammoniak emissies die een project, andere handeling of planologische mogelijkheden van een plan uitstoot wordt met een verspreidingsmodel de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura2000-gebieden berekend. Er wordt gebruik gemaakt van Aerius voor wat betreft informatie over de actuele stikstofdepositie en kritische depositiewaarde (kdw) van stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in de Natura 2000-gebieden. Depositieberekeningen worden uitgevoerd met AERIUS Calculator versie 2019. Door Langelaar Milieuadvies is een Aeriusberekening en memo effectbeoordeling stikstofdepositie opgesteld (zie Bijlage 20 Memo stikstofdepositie, Bijlage 21 Aeriusberekening bijlage bouw en Bijlage 22 Aeriusberekening bijlage gebruik ). Uit de uitgevoerde effectbeoordeling stikstofdepositie, blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling in een periode tot het jaar 2030 zowel in de tijdelijke fase (de bouw van de woningen) als in de permanente fase (bewoning) niet leidt tot een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden op nabij gelegen Natura-gebieden. Significante gevolgen door stikstof kunnen op voorhand worden uitgesloten.

Er is geen vergunningplicht op grond van de Wet Natuurbescherming ten gevolge van stikstoftoename. Een passende beoordeling is niet noodzakelijk.

4.12 Landschappelijke inpassing

Uitgangspunt bij de functieverandering op basis van het "Gemeentelijke beleid functieveranderingen" is onder andere dat dit alleen is toegestaan wanneer die verandering per saldo een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving. Vanuit het gemeentelijk landschapsbeleid moet ook een landschappelijke inpassing bij het nieuwbouwplan worden gerealiseerd. Hiervoor is een landschapsanalyse gemaakt, waaruit een advies ten aanzien van de landschappelijke inpassing volgt. Het plangebied aan de Lentsesteeg 13 te Rheden ligt aan de rand van het overgangsgebied tussen stuwwal en uiterwaarden. In het overgangsgebied zijn naast de kenmerkende landgoederen, ook (boeren)erven en andere functies aanwezig. Buiten de landgoedbossen kenmerkt het overgangsgebied zich door afwisselende open stukken, en stukken met landgoedachtige structuren als bomenrijen, lanen en singels. Van oudsher was de omgeving van het plangebied vrij open, maar de laatste tientallen jaren zijn daar steeds meer bebouwingsstructuren en opgaande groene structuren bijgekomen. Het plangebied ligt tegen de verhoogd gelegen spoordijk aan, die uitzicht op de uiterwaarden beperkt. De lijnstructuren sluiten echter nog wel op elkaar aan. Om het plangebied heen staan deze veelal haaks op het spoor.

De zone langs de Lentsesteeg (alleen de westzijde) laat nu nog wat zien van de kenmerkende openheid met kleine weides en restanten van een boomgaard. Aan de oostzijde langs de kwekerij is het 42 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

gebied verdicht door hagen. Komend vanaf de Lentsesteeg, en over het spoor, is er nu een open beeld richting de bebouwing in het plangebied. De aanplant van een erfsingel langs de nieuwe woning neemt het zicht op de bebouwing vanaf de straat weg, en geeft het geheel een groener aanzicht. Vanwege de aanwezigheid van een kwekerij op korte afstand is verzocht om een dichte singel (landschappelijke gezien was een bomenrij voldoende geweest). Een dichte singel onttrekt de bebouwing geheel aan het zicht, wat landschappelijk gezien geen nadelig effect heeft. Er is verzocht om een singel van minimaal 7 meter hoog en 5 meter breed om drift van bestrijdingsmiddelen tegen te gaan. Ook dat heeft landschappelijk gezien geen nadelige effecten. Een wat forsere structuur versterkt het groene beeld, en past in het "landgoedkarakter" met forse en statige erfbeplantingselementen. Door de singel met de lijn van de weg mee te laten lopen, wordt aangesloten bij bestaande lijnen haaks op de Veluwe: zoals de Lentsesteeg (zie Bijlage 16 Landschappelijke inpassing). Wel dient gebruik te worden gemaakt van beplanting die aansluit bij de Overgangszone (landelijk gebied, landgoedachtig/agrarisch) en dient daarom gebruik te worden gemaakt van de volgende inheemse beplanting.

De voorkeur moet gezien het beeld worden gegeven aan inlandse bomen zoals eik en zomer/winterlinde (mix), maar ook een meer gecultiveerde toepassing in de vorm van hoogstam perenbomen is mogelijk. Voor de ondergroei wordt gezien de locatie een mix van beplanting (zoveel mogelijk van de genoemde soorten), bestaande uit liguster, wegedoorn, mispel, sleedoorn, inlandse vogelkers, heggenroos, hondsroos, egelantier, gelderse roos, lijsterbes, vlier, hazelaar en vuilboom te worden geplant. Bij voorkeur wordt inheems bronmateriaal gebruikt. De struiken dienen groepsgewijs per soort (minimaal 3-4 bij elkaar) te worden aangeplant. Voor de driftreductie is door experts aangegeven dat plantmateriaal van minimaal 2 meter hoogte aangeplant dient te worden en dat de optische dichtheid minimaal 80% dient te zijn. Aanplant op korte termijn vanwege aanslaan van de beplanting en verdichting ervan is gewenst. Hierdoor wordt bereikt dat de singel op termijn voldoende driftreductie bereikt. Conclusie van deze landschapsstudie is dat, rekening houdend met de wens voor een brede singel in verband met een nabijgelegen spuitzone, een zorgvuldige en passende landschappelijke inpassing van het initiatief mogelijk is. Daarbij wordt opgemerkt dat uit het oogpunt van landschappelijke inpassing situering van de groensingel nabij de woning wenselijk is.

Vanuit het oogpunt van de gewenste driftreducerende werking van de groensingel is situering van de groensingel zo dicht als mogelijk nabij de kwekerij wenselijk. Er wordt meer prioriteit gegeven aan het aspect van een goed woon- en leefklimaat boven het aspect van landschappelijke inpassing.

4.13 Trillinghinder

Door M+P is onderzoek verricht naar mogelijke trillingshinder door treinpassages (zie 43 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

Bijlage 17 Trillingshinderonderzoek). In dat onderzoek wordt beoordeeld of er sprake kan zijn van hinder in de toekomstige woning vanwege trilling door railverkeer. Uit de metingen is gebleken dat er sprake zal zijn van matige hinder ter plaatse van de geplande bebouwing. De gemeten trillingen op maaiveld zijn sterker dan de streefwaarden genoemd in SBR B Hinder voor personen in gebouwen voor nieuwbouwsituaties. Om hinder te voorkomen wordt geadviseerd om voldoende afstand aan te houden tussen de bebouwing en het spoor. Het is mogelijk om te bouwen op de locatie waar het bouwvlak is aangegeven, door toepassing van bepaalde maatregelen tijdens de bouw om trillingen te reduceren, zoals bijvoorbeeld trillingsisolatoren op de fundering. Daarbij dient het trillingsniveau maximaal 0.1 (100 dB) te bedragen. Om op een afstand van 23 meter van het spoor te kunnen bouwen (waar het bouwvlak is gelegen), is daarbij een reductie nodig van 16 dB. In de regels wordt hiervoor een voorwaardelijke verplichting opgenomen.

44 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten

5.1

Algemeen Een bestemmingsplan is een juridisch instrument waarbij de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de grond en de opstallen zijn vastgelegd. Het plan is voor iedereen juridisch bindend: burger, bedrijf of overheid. In de digitale omgeving zijn de bestemming en de daarbij geldende regels reeds gekoppeld. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een verbeelding op papier. Nadat op de verbeelding de locatie is opgezocht waarover informatie wordt gewenst, kan in de regels worden nagelezen welke mogelijkheden zijn vastgelegd. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat wordt toegelaten. De digitale versie is bindend bij een verschil met de papieren versie. De toelichting is een beschrijving van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt en bevat de resultaten van het overleg met gemeenten, waterschappen en diensten van de provincie en rijk wiens belangen in het plan in geding zijn. Per 1 januari 2010 geldt de verplichting dat bestemmingsplannen volgens een landelijke digitale opzet (digitale standaarden) worden opgesteld. De Wro geeft voorts een aantal verplichtingen, die bij de totstandkoming van een bestemmingsplan gevolgd moeten worden.

Daarmee wijkt onderhavig bestemmingsplan in de (benaming) van bestemmingen, gebruikte symbolen en de (opbouw) van regels af van de systematiek zoals die is gehanteerd voor de actualisatie van de bestemmingsplannen en daarmee van de systematiek van het bestemmingsplan Landelijk Gebied. De strekking van hetgeen in het thans voorliggende digitale plan wordt geregeld, sluit wel aan bij de werkwijze die voorheen werd gehanteerd.

5.2

Bestemmingsplanprocedures tot nu toe Het doorlopen van een bestemmingsplanprocedure is destijds uitgesteld in afwachting van de herziening van bestemmingsplan Landelijk Gebied. Bestemmingsplan Landelijk Gebied is op 27 januari 2009 vastgesteld. In bestemmingsplan Landelijk Gebied heeft de bedrijfswoning een woonbestemming gekregen en is er een bouwtitel opgenomen voor twee woningen. In ruil hiervoor zou de voormalige bedrijfshal gesloopt worden. Dit paste in de regeling van het functieveranderingenbeleid van de stadsregio en het Streekplan. In beroep bij de Raad van State is dit planonderdeel vernietigd. Dit aangezien de aanduiding 'spuitvrije zone' op het terrein van de boomkweker is vernietigd en hierdoor de woningen op een te korte afstand van een boomkweker met spuitzone zouden komen te liggen zonder dat er onderzoek aan ten grondslag lag.

45 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

Bestemmingsplan Landelijk Gebied De raad van de gemeente Rheden heeft het bestemmingsplan Landelijk Gebied op 27 januari 2009 vastgesteld. Op 11 september 2009 hebben Gedeputeerde Staten een besluit tot goedkeuring genomen. Hiertegen is beroep ingesteld. Op 26 februari 2010 heeft de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak gedaan op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (ABRS 200908372/2/R2 zie Bijlage 1 Uitspraak 200908372 vovo). In de uitspraak heeft de voorzitter het volgende overwogen: “Nu hierdoor spuiten met bestrijdingsmiddelen op korte afstand van de voorziene woningbouw op het perceel Lentsesteeg 13 mogelijk is, heeft de voorzitter twijfel of deze woningbouw in de bodemprocedure in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening zal worden geacht. De voorzitter ziet daarom ook aanleiding om de goedkeuring van dit plandeel, zoals nader aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart, te schorsen”.Bij de uitspraak (zie bijlage 1) is een kaart gevoegd waar het oostelijk deel van het perceel aan de Lentsesteeg 13 met blokjes is aangeduid. Op 22 december 2010 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in de bodemprocedure (ABRS 200908372/1/R2 zie Bijlage 2 Uitspraak 200908372 bodemprocedure).

Hierbij heeft de afdeling onder andere overwogen: “Ter zitting heeft het college zich echter op het standpunt gesteld dat bij nadere beschouwing gelet op het gemeentelijke en provinciale beleid geen goedkeuring had kunnen worden verleend aan de woonbestemming op het perceel Lentsesteeg 13 en derhalve ook goedkeuring had moeten worden onthouden aan de vanwege deze woonbestemming toegekende spuitvrije zone op het perceel. Nu het college zich in zoverre op een ander standpunt stelt dat hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit reeds hierom in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.” Het bestreden besluit, voor zover het betreft de verlening van goedkeuring aan het plandeel met de bestemming 'Wonen' wat betreft het perceel Lentsesteeg 13 is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Het bestreden besluit is op dit onderdeel vernietigd (uitspraak zie bijlage 2). Hierdoor geldt voor het hele perceel Lentsesteeg 13 het bestemmingsplan “Buitengebied 1995”, waarin de gronden deels een agrarische bestemming en deels een bedrijfsbestemming hebben.

Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben op 29 april 2011 een heroverwegingsbesluit genomen (zie Bijlage 3 Besluit GS goedkeuring bestemmingsplan Landelijk Gebied) en alsnog goedkeuring onthouden aan het hele perceel Lentsesteeg 13. Op een bijbehorende kaart is dat met een rode lijn om het perceel heen aangegeven. Op 29 februari 2012 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een ingediend beroep ongegrond verklaard (zie Bijlage 4 Uitspraak 201107216). Het heroverwegingsbesluit van GS is het laatste besluit dat voor het perceel Lentsesteeg 13 geldt. Hierdoor geldt voor het hele perceel Lentsesteeg 13 het bestemmingsplan “Buitengebied 1995”, waarin de gronden deels een agrarische bestemming en deels een bedrijfsbestemming hebben.

46 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, witte vlekken De raad heeft in 2012 besloten om enkele tientallen oude bestemmingsplannen te gaan herzien. Dit waren veelal kleinere locaties waarvoor nog een verouderd bestemmingsplan gold (zogenaamde witte vlekken). Hierin was tevens de locatie Lentsesteeg 13 meegenomen. Op 7 maart 2013 is het ontwerp bestemmingsplan "Landelijk Gebied, witte vlekken" gedurende zes weken ter visie gelegd. Tot voor kort waren er daarnaast verschillende kleinere locaties waarvoor nog een verouderd bestemmingsplan gold. Het ging daarbij om locaties waarvoor tijdens de actualisatie bewust voor is gekozen om deze geen onderdeel uit te laten maken van het nieuwe bestemmingsplan. Een zogenaamde 'witte vlek' werd bijvoorbeeld niet opgenomen in het bestemmingsplan omdat bij de opstelling van het bestemmingsplan bekend was dat op onderhavige locatie een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling was gepland. Deze nieuwbouwplannen waren echter nog onvoldoende uitgewerkt om ze op te nemen in het actualisatieplan. Voorts zijn er enkele locaties die uit het betreffende actualisatieplan moesten worden gehaald naar aanleiding van een besluit van de gemeenteraad, Gedeputeerde Staten of na een uitspraak van de Raad van State.

Op 20 september 2012 heeft de raad besloten om in te stemmen met de memo Actualiseren oude bestemmingsplannen in de gemeente Rheden en daarmee in te stemmen met de wijze van bestemmen die per locatie wordt aangegeven. Lentsesteeg 13 maakte hier onderdeel van uit. Op 24 september 2013 heeft de raad besloten om de locatie Lentsesteeg 13 e.o. uit het bestemmingsplan "Landelijk Gebied, witte vlekken" te halen omdat het bestemmingsplan op dit onderdeel onvoldoende was voorbereid. Gezien de datum van vaststelling van het bestemmingsplan was het niet haalbaar om deze locatie mee te nemen. Besloten is om voor deze locatie een apart bestemmingsplan op te stellen en in procedure te brengen. Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg Op 27 januari 2015 heeft de raad het bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg vastgesteld. Het plan voorziet in een aanpassing van het geldende bestemmingsplan om een dubbele woning mogelijk te maken op het perceel Lentsesteeg 13-15 en om de bedrijfsbestemming te wijzigen in een woonbestemming waarbij de voormalige bedrijfswoning als woning kan blijven bestaan. Er is beroep ingesteld door de bewoners van Lentsesteeg 2, welke mondeling is behandeld ter zitting van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 augustus 2015.

Na het sluiten van het onderzoek heeft de Afdeling ter zitting het onderzoek heropend met toepassing van artikel 8:68 Awb en de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening verzocht heeft om een deskundigenbericht uit te brengen. De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak heeft op 4 december 2015 advies uitgebracht. De Afdeling heeft de zaak opnieuw behandeld op 19 april 2016. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 15 juni 2016 een tussenuitspraak gedaan (zie Bijlage 5 Uitspraak 20160615 ), waarin de raad is opgedragen om binnen 20 weken na de verzending van de tussenuitspraak het bestemmingsplan zodanig te wijzigen dat tussen de gronden met de bestemming 'Wonen' waarop twee woningen zijn voorzien en de gronden van de kwekerij, een 47 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

zodanige afstand zal bestaan dat ter plaatse van de bestemming 'Wonen' een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gegarandeerd. De raad kan van de Afdeling de begrenzing van de bestemming 'Wonen' en de ligging van het bouwvlak daarop wijzigen, alsmede de regels voor het plandeel met de bestemming 'Agrarisch met waarden-natuur en landschap'. Burgemeester en wethouders hebben uitstel gevraagd bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, omdat niet binnen de gestelde 20 weken een raadsbesluit genomen kon worden aangezien het locatieonderzoek niet terstond plaats kon vinden vanwege vakantie van de kweker en vanwege het ongunstig uitkomen van de raadscyclus. De Afdeling heeft besloten om geen uitstel te verlenen en heeft op 9 november uitspraak gedaan (zie Bijlage 6 Uitspraak 20161109). De Afdeling vernietigd het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan voor zover dat ziet op het plandeel met de bestemming 'Wonen' en draagt de raad van de gemeente op om binnen 16 weken na de verzending van de uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen. Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg Zuid Tijdens de zitting van 5 augustus 2016 is gebleken dat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State woningbouw op het perceel aan de Lentsesteeg 13 niet als onmogelijk beschouwd.

Uitsluitend omdat wegens omstandigheden niet voldaan kon worden aan de termijn waarin het bestemmingsplan aangepast diende te worden, is het plan op onderdelen vernietigd. Om toch op het onderhavige perceel in woningbouw te kunnen voorzien, is onderhavig bestemmingsplan opgesteld, waarbij rekening is gehouden met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak en met hetgeen daarin is overwogen. In de uitspraak van 9 november 2016 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het besluit van 27 januari 2015 (vaststelling bestemmingsplan) voor zover dat betrekking heeft op het plandeel met de bestemming "Wonen" vernietigd. Hierdoor blijft voor dat plandeel het bestemmingsplan "Buitengebied 1995 Rheden" gelden. Voor het overige geldt het bestemmingsplan "Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg". Het verloop van de procedure en onderhavige aanpassing is beschreven in paragraaf 1.2 Aanleiding bestemmingsplan

5.3

Procedure van dit bestemmingsplan De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan wordt met de daarbij behorende stukken en het ontwerpbesluit, gepubliceerd waarbij de gelegenheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Nadat de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft genomen, ligt het plan ter inzage. Belanghebbenden kunnen dan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De herziening treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als geen beroep is ingesteld.

48 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

Is er beroep ingesteld dan treedt de herziening wel in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt dan met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak op het beroepschrift.

5.4

Inhoud van dit bestemmingsplan De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. Ze moeten in samenhang worden bezien en toegepast.

5.4.1 Verbeelding Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. In onderhavig bestemmingsplan word(t)(en) de bestemmingen gelegd: Agrarisch met waarden - natuur en landschap Wonen

5.4.2 Regels De planregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken: 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels bepaald (artikel 2); 2 Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook een aanlegvergunningstelsel opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen de (mogelijke) afwijkingsmogelijkheden met betrekking tot de bouw en/of het gebruik. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld.

Toegespitst op onderhavig plan wordt hier het volgende opgemerkt: Agrarisch met waarden - natuur en landschap Deze bestemming heeft betrekking op de gronden van de boomkwekerij en een 49 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

strook bestaand grasland tussen de Lentsesteeg en de op te richten woningen. De boomkwekerij is, in aansluiting op bestemmingsplan Landelijk Gebied, specifiek aangeduid om aan te geven dat ter plaatse een boomkwekerij is toegestaan. Wonen Er is per bouwvlak een maximale maatvoering vastgelegd. Om te bewerkstelligen dat een bouwplan welke wordt gerealiseerd aansluit bij de omgeving is in onderhavig plan uit stedenbouwkundig oogpunt voor het oostelijke bouwvlak een maximale (goot)hoogte opgenomen welke aansluit op de (goot)hoogte van de woning Lentsesteeg 13. Verder is bepaald dat in het westelijk bouwvlak één woning is toegestaan en in het oostelijke bouwvlak twee woningen. Daarnaast is opgenomen dat in het oostelijke bouwvlak maximaal 160 m2 gebouwd mag worden zodra de schuur met een oppervlak van 321 m2 is afgebroken. Zoals standaard wordt toegelaten mag de bewoner ook hier aan huis een bedrijf of beroep uitoefenen. Hiervoor gelden de gebruikelijke voorwaarden. In een Lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten aan huis is na te lezen welke bedrijven dit zijn. Opgemerkt wordt het vereiste van voldoende parkeergelegenheid op het bijbehorende terrein ook geldt bij de uitoefening van een bedrijf of beroep aan huis. In een bijlage bij de regels zijn parkeernormen opgenomen uit de Nota Parkeren.

Voor de hoogte van de erfafscheidingen geldt dat de standaard hoogte is overgenomen gezien de ligging en de functie van de gronden. Waarde - Archeologie 1a (dubbelbestemming) Waarde - Archeologie 2a (dubbelbestemming)

In de verschillende dubbelbestemmingen wordt de bescherming van de archeologische waarden geregeld via een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (oude aanlegvergunning). Zonder een dergelijke vergunning mag niet zomaar de grond worden geroerd, en daardoor blijven de (mogelijke) archeologische waarden in de grond onaangeroerd. De vergunningsplicht ziet er op toe dat éérst inzicht ontstaat in de mogelijke waarde van de bodem waarna, op basis van een afweging, alsnog een vergunning afgegeven kan worden voor het roeren van de bodem. Om inzicht in de mogelijke waarde van de bodem op het gebied van archeologie te verkrijgen is onderzoek nodig. Dit onderzoek zal vaak een archeologisch bureauonderzoek zijn gevolgd door een archeologisch booronderzoek. Deze dienen uitgevoerd te worden door deskundige onderzoekers die voldoen aan de benodigde certificeringen. Op basis van die eerste onderzoeken kan vervolgonderzoek nodig zijn (proefsleuvenonderzoek en eventueel opgraven). Indien aangetoond kan worden dat binnen (bepaalde delen van) het te onderzoeken gebied geen archeologische waarden meer aanwezig kunnen zijn, kan (met betrekking tot deze delen) worden afgezien van archeologisch onderzoek.

Voor de verschillende te onderscheiden gebieden geldt een aanlegvergunningenstelsel waarbij de oppervlakte van de bodemingreep en de diepte ervan bepalen of een omgevingsvergunning nodig is of niet. Er moet dus aan beide criteria worden voldaan voordat een omgevingsvergunning nodig is. De diepte is daarbij maatgevend op het diepste punt (dus een ingreep boven de maatgevende oppervlakte en op één punt dieper dan de maatgevende diepte is 50 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

vergunningplichtig). De volgende gebieden worden onderscheiden waarbij per gebied het maatgevend minimale oppervlakte (in vierkante meters) wordt aangegeven als ook de maatgevende diepte (in strekkende centimeters). Om verwarring te voorkomen met de reguliere archeologische bestemmingen, is er voor gekozen om de normale nummering aan te houden voor archeologische bestemmingen en een 'a' toe te voeren (zoals Waarde - Archeologie 1a). onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen

Dubbelbestemming

groter dan 100 m2 en dieper dan 25 cm

Waarde - Archeologie 1a

groter dan 250 m2 en dieper dan 50 cm

Waarde - Archeologie 2a

3 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Denk aan de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, de algemene gebruiksregels en de regels met betrekking tot mogelijke afwijkingen. De (bestemmings) regels moeten altijd in samenhang met de algemene regels worden gelezen vóórdat op basis van de bestemmingregels interpretaties worden verricht. Artikel 4.4 Specifieke gebruiksregels behoeft een nadere toelichting. In dit artikel is het gebruik van een bijgebouw geregeld. Omdat bijgebouwen bouwkundig ondergeschikt zijn aan het hoofgebouw, ziet dit artikel toe op het niet zelfstandig kunnen bewonen van bijgebouwen en het gebruik van bijgebouwen voor primaire woonfuncties als woon- of slaapkamer of keuken wel toelaat. 4 Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel).

5.5

Reikwijdte bestemmingsplan Om te beoordelen of een ontwikkeling kan worden gerealiseerd, is het soms niet voldoende om alleen af te gaan op de inhoud van het bestemmingsplan. Ook indien het bestemmingsplan een ontwikkeling toestaat, kan het voorkomen dat andere regelgeving of dat gesloten verdragen de daadwerkelijke uitvoering verhinderen of pas na bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek mogelijk maken. De kaders die het bestemmingsplan biedt ten aanzien van nieuwe bouwmogelijkheden/bouwplaninitiatieven, bieden geen garantie voor de te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen. Bouwplannen zullen naast de toets aan onderhavig bestemmingsplan tevens worden getoetst aan, en dienen te voldoen aan, zowel het landelijke Bouwbesluit als de bouwverordening (vastgesteld door de gemeenteraad). Waarbij de (onafhankelijke) welstandscommissie adviseert of het bouwplan op basis van de Welstandsnota (vastgesteld door de gemeenteraad) voldoet aan redelijke eisen van welstand. 51

Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

52 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid

Het perceel is geen eigendom van de gemeente en de particuliere eigenaar draagt de kosten van het bouwplan, eventuele gemeentelijke maatregelen op het perceel of in het openbaar gebied. De eigenaar vrijwaart de gemeente van planschade. Daarmee is het verhaal van kosten voldoende verzekerd en behoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld. Realisatie binnen de planperiode door de eigenaar is reëel. Overigens betreft de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt geen bouwplan waarvoor op grond van de Wro een grondexploitatieplan behoeft te worden opgesteld.

53 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

54 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1

Vooroverleg en inspraak Het provinciale beleid omtrent de toepassing van de instrumenten die de provincie heeft ingevolge de Wet ruimtelijke ordening geeft aan dat plannen van lokaal belang niet voor overleg behoeven te worden aangeboden. Ook gezien de aard van het bestemmingsplan bestaat hiertoe geen aanleiding. Aangezien het plan bestaat uit het toelaten van twee woningen, is ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening vooroverleg gepleegd met het waterschap Rijn en IJssel en de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden. In de reactie van het waterschap Rijn en IJssel d.d. 29 november 2018 heeft het waterschap enkele opmerkingen gemaakt. Deze zijn verwerkt in de waterparagraaf. De watertoetstabel is volledig opgenomen en de relevante waterthema's zijn voldoende uitgewerkt. De reactie is als Bijlage 18 Advies waterschap bij deze toelichting opgenomen. De VGGM heeft omtrent het aspect externe veiligheid een reactie gegeven (zie Bijlage 19 Advies veiligheidsregio). Uit haar reactie blijkt dat er geen aanleiding bestaat om advies uit te brengen over de eventuele optimalisatie van de mogelijkheden voor de rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Wel wordt geadviseerd om aandacht te besteden aan risicocommunicatie om daarmee de zelfredzaamheid te verhogen. De reactie is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. De gemeentelijke inspraakverordening schrijft geen inspraak voor.

Gezien het vorenstaande is geen aanleiding gevonden om onverplicht inspraak te geven. De vooraankondiging is op 30 januari 2019 geplaatst op de gemeentelijke pagina, de Rhedenaar, in een huis-aan-huis blad.

7.2

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met het ontwerpbesluit van 18 april 2019 tot en met 29 mei 2019 voor een ieder ter inzage gelegen. De tervisielegging is bekendgemaakt op de gemeentelijke pagina, de Rhedenaar, in een huis-aan-huis blad, de Staatscourant en op de gemeentelijke website www.rheden.nl.

Via www.ruimtelijkeplannen.nl konden ze worden ingezien en worden gedownload. De verbeelding op papier lag tevens ter inzage in het gemeentehuis.

55 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

De beantwoording van de ingediende zienswijzen heeft plaatsgevonden via een bijlage bij het raadsbesluit omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan.

56 Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg zuid 2019 (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=46667359-1b1a-4ba8-8d3f-d480bd421e38