CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8_Toelichting_Bijlagen

Raadsvergadering 31 mei 2022, gemeente RhedenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Laag-Soeren, Eerbeekseweg nabij nr 825.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

: Conform AS3150 prestatieblad 1 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3150 prestatieblad 1 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 5 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: LEKW-PFSE-FRLS-GDKP

Ref.: 966353_certificaat_v1

Hunneman Milieu-Advies T.a.v. de heer J.A.G. Hunneman Barkstraat 5 8102GV RAALTE

Uw kenmerk : 190905-NEN/VOA Eerbeekseweg 8 Laag Soeren. Ons kenmerk : Project 974716 Validatieref. : 974716_certificaat_v2 Opdrachtverificatiecode : KPQF-ZIVT-YTQJ-CKIR Bijlage(n) : 2 tabel(len) + 2 bijlage(n)

Amsterdam, 4 december 2019 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,

Ing. J. Tukker Manager productie

Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.

Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckbachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland

T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl

IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654

Tabel 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever

: 974716 : 190905-NEN/VOA Eerbeekseweg 8 Laag Soeren. : Hunneman Milieu-Advies

Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum

: 6172607 : Ruimtelijke eenheid, RE-01: 0-50 : 01/11/2019

Asbestonderzoek Initialen analist Datum geanalyseerd

: M.A. : 04-12-2019

Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving :

zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal

zeeffractie (mm)

14360 13800 96,1 nat

g g m/m %

massa percentage massa percentage aantal massa asbestzeeffractie zeeffractie onderzocht onderzocht asbest houdend materiaal (gram) (m/m %) (gram) (m/m %) (deeltjes) (mg) 12803,3 94,9 12,9 0,10 n.v.t. n.v.t. 419,2 3,1 85,9 20,49 0 0,0 164,4 1,2 48,9 29,74 0 0,0 52,7 0,4 52,7 100,00 0 0,0 19,1 0,1 19,1 100,00 0 0,0 33,7 0,2 33,7 100,00 0 0,0 0,0 0,0 0,0 100,00 0 0,0 13492,4 100,0 253,2 0 0,0 asbest totaal ondergrens bovengrens

gehalte asbest (mg/kg ds)

<0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal

(mg/kg ds)

(mg/kg ds)

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,1 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,4

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,5

Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen

gehalte asbest (mg/kg ds)

serpentijn asbest ondergrens bovengrens

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,5

(mg/kg ds)

(mg/kg ds)

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,1 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,4

gehalte asbest (mg/kg ds)

amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds)

(mg/kg ds)

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

: Geen : Geen

Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond

serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0

amfibool asbest 0,0 0,0 0,0

totaal afgerond 0,0 0,0

Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,5 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: KPQF-ZIVT-YTQJ-CKIR

Ref.: 974716_certificaat_v2

Tabel 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever

: 974716 : 190905-NEN/VOA Eerbeekseweg 8 Laag Soeren. : Hunneman Milieu-Advies

Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen Asbest Individuele monsters van dit project zijn als asbest verdacht gekwalificeerd. De analysedeelmonsters zijn met beschermende maatregelen in het laboratorium in behandeling genomen. Opmerking bij project:

- Eurofins Omegam heeft het asbestonderzoek in dit/deze monster(s) uitgevoerd volgens de NEN 5898, en zoals beschreven in een aparte bijlage als onderdeel van dit analysecertificaat. Voor de analyseresultaten van het asbestonderzoek geldt dat Eurofins Omegam de analyse heeft uitgevoerd in de monsters die de opdrachtgever, zoals deze staan vermeld in de koptekst van dit analysecertificaat, zelf heeft genomen of laten nemen en aan Eurofins Omegam heeft aangeboden. Eurofins Omegam draagt geen verantwoordelijkheid inzake de herkomst en representativiteit alsmede de veiligheid tijdens de monsterneming.

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: KPQF-ZIVT-YTQJ-CKIR

Ref.: 974716_certificaat_v2

Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever

: 974716 : 190905-NEN/VOA Eerbeekseweg 8 Laag Soeren. : Hunneman Milieu-Advies

Barcodeschema's Monstercode Uw referentie

monster

diepte

barcode

6172607

RE-01

0.0-0.5

0125478DI

Ruimtelijke eenheid, RE-01: 0-50

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: KPQF-ZIVT-YTQJ-CKIR

Ref.: 974716_certificaat_v2

Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever

: 974716 : 190905-NEN/VOA Eerbeekseweg 8 Laag Soeren. : Hunneman Milieu-Advies

Analysemethoden in Grond (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Asbestonderzoek

: Conform AS3070 prestatieblad 1 en NEN 5898

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: KPQF-ZIVT-YTQJ-CKIR

Ref.: 974716_certificaat_v2

BIJLAGE 4 Toetsingskader

Toetsingskader vaste bodem en grondwater Circulaire bodemsanering 2009 per 1 juli 2013: Streefwaarden grondwater, Interventiewaarden bodemsanering, Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging, bodemtypecorrectie en meetvoorschriften. Bron: Het toetsingskader is afkomstig uit de “Circulaire bodemsanering 2009 per juli 2013” (staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). In deze bijlage zijn in tabel 1 streefwaarden grondwater en interventiewaarden voor zowel grond als grondwater opgenomen. In tabel 2 zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging (INEV’s) en indien beschikbaar streefwaarden voor grondwater opgenomen. Voorafgaande aan deze tabel is een toelichting op de INEV’s opgenomen. Deze bijlage eindigt met de formules voor bodemtypecorrectie en instructies voor de toepassing.

A: Streefwaarden grondwater en interventiewaarden bodemsanering Streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. De getallen voor de streefwaarde grondwater zijn één op één overgenomen uit de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000). De streefwaarden zijn afgeleid binnen het project Integrale Normstelling Stoffen (INS) en zijn in december 1997 gepubliceerd (Ministerie van VROM, Integrale Normstelling Stoffen, Milieukwaliteitsnormen bodem, water, lucht, 1997). Met enkele uitzonderingen zijn de INS-streefwaarden overgenomen. De INS-streefwaarden zijn zoveel mogelijk risico-onderbouwd en gelden voor individuele stoffen. Voor metalen wordt er onderscheid gemaakt tussen diep en ondiep grondwater. Reden hiervoor is het verschil in achtergrondconcentraties tussen diep en ondiep grondwater. Als grens tussen diep en ondiep grondwater wordt een arbitraire grens van 10 m gebruikt. Hierbij dient te worden opgemerkt dat deze grens indicatief is. Indien informatie voorhanden is dat een andere grens aannemelijk is voor de te beoordelen locatie, dan kan een andere grens genomen worden. Hierbij valt te denken aan informatie over de grens tussen het freatische grondwater en het eerste watervoerend pakket.

• Voor ondiep grondwater (< 10 m) zijn de MILBOWA-waarden als streefwaarden overgenomen. Deze zijn gebaseerd op achtergrondconcentraties en gelden hierbij als handreiking. • Voor diep grondwater (> 10 m) worden de in INS voorgestelde streefwaarden overgenomen. Dit betekent dat de streefwaarde bestaat uit de van nature aanwezige achtergrondconcentratie (AC) plus de Verwaarloosbare Toevoeging. Hierbij worden de in INS opgenomen achtergrondconcentraties als handreiking gegeven. In beide gevallen geldt dat de gegeven achtergrondconcentratie als handreiking moet worden gezien. Indien informatie voorhanden is over de locale achtergrondconcentratie dan kan deze in combinatie met de Verwaarloosbare Toevoeging als streefwaarde worden gebruikt. Meer informatie over achtergrondconcentraties van metalen in verschillende gebieden in Nederland is te vinden in RIVM-rapport nummer 711701017. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. De interventiewaarden grond voor de eerste tranche stoffen zijn geëvalueerd.

Er zijn nieuwe voorstellen voor interventiewaarden gedaan die zijn opgenomen in tabel 7.1 van het RIVM-rapport 711701023 (febr 2001). Voor een aantal stoffen van de eerste tranche zijn de nieuw voorgestelde interventiewaarden op basis van beleidsmatige overwegingen aangepast. De normaan-passingen zijn beschreven in het NOBO-rapport: VROM, 2008: NOBO: Normstelling en bodemkwali-teitsbeoordeling. Onderbouwing en beleidsmatige keuzes voor de bodemnormen in 2005, 2006 en 2007. De interventiewaarden grond voor de andere tranches zijn niet geëvalueerd en blijven gelijk aan de interventiewaarden grond zoals opgenomen in de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000). De interventiewaarden grond gelden voor droge bodem. Voor bodems of oevers van een oppervlaktewaterlichaam zijn aparte interventiewaarden opgesteld die zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant 20 december 2007, nr. 247). De interventiewaarden grondwater zijn niet herzien en overgenomen uit de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000).

1

Tabel 1: Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater gehalten in grond zijn weergegeven voor standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum)

Streefwaarde Landelijke achter- Streefwaarde grond concentratie

Stofnaam

Interventiewaarden

ondiep

diep (AC)

diep (incl. AC)

(<10 m –mv)

(>10 m –mv)

(>10 m –mv)

grondwater 7 ( g/l)

grondwater ( g/l)

grondwater 7 ( g/l)

grond (mg/kg d.s.)

grondwater ( g/l)

10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65

0,09 7 200 0,6 2,4 0,6 1,3 1,6 0,7 2,1 24

0,15 7,2 200 0,06 2,5 0,7 1,3 0,01 1,7 3,6 2,1 24

22 76 -8 13 180 78 190 190 36 4 530 190 100 720

20 60 625 6 30 100 75 0,3 75 300 75 800

1. Metalen Antimoon Arseen Barium Cadmium Chroom Chroom III Chroom VI Kobalt Koper Kwik Kwik (anorganisch) Kwik (organisch) Lood Molybdeen Nikkel Zink

Streefwaarde grondwater 7 ( g/l)

Interventiewaarden grond grondwater

2. Overige anorganische stoffen Chloride (mg CL/l) Cyanide (vrij) Cyanide (complex) Thiocyanaat

100 mg/l 5 10 -

20 50 20

1.500 1.500 1.500

0,2 4 7 0,2 6 0,2 0,2

1,1 110 32 17 86 14 13

30 150 1000 70 300 2000 200

0,01 0,003* 0,0007* 0,003 0,003* 0,0001* 0,0005* 0,0004* 0,0004* 0,0003 -

40

70 5 5 1 0,2 0,5 0,05 0,05 0,05 0,05 -

0,01 0,01 7 7 0,01 0,01 0,8 6 0,01 0,01 24 0,01 0,01

0,1 3,9 15 6,4 0,3 1 2 5,6 15 10 2,5 0,7 8,8

5 1.000 900 400 10 20 80 400 300 130 500 10 40

3. Aromatische verbindingen Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) 1 Styreen (vinylbenzeen) Fenol Creosolen (som) 1

4. PAK’s Naftaleen Fenantreen Antraceen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)antraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno(1,2,3cd)pyreen Benzo(ghi)peryleen PAK’s (totaal) (som 10)1

5. Gechloreerde Koolwaterstoffen A: (vluchtige) koolwaterstoffen Monochlooretheen (Vinylchloride)2 Dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen2 1,2-dichlooretheen (som)1 Dichloorpropanen (som)1 Trichloormethaan (chloroform) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachloormethaan (Tetra) Tetrachlooretheen (Per)

2

Tabel 1: Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater Streefwaarde grondwater 7 ( g/l) 5. Gechloreerde Koolwaterstoffen (vervolg)

Interventiewaarden grond grondwater

b. chloorbenzenen5 Monochloorbenzeen Dichloorbenzenen (som)1 Trichloorbenzenen (som)1 Tetrachloorbenzenen (som)1 Pentachloorbenzenen Hexachloorbenzeen

7 3 0,01 0,01 0,003 0,00009*

15 19 11 2,2 6,7 2,0

180 50 10 2,5 1 0,5

0,3 0,2 0,03* 0,01* 0,04*

5,4 22 22 21 12

100 30 10 10 3

0,01*

1

0,01

-

50 0,00018 23

30 nvt6 6

0,02 ng/l* 0,004 ng/l* 0,009 ng/l* 0,1 ng/l* 0,04 ng/l* 0,2 ng/l* 33 ng/l 8 ng/l 9 ng/l 0,05 0,005 ng/l* 0,005 ng/l*

4 1,7 2,3 34 0,32 4 4 17 1,6 1,2 4 4

0,2 0,01 0,1 5 1 0,3 3

0,05* – 16 ng/l

2,5

0,7

0,02

4

50

29 ng/l 2 ng/l* 2 9 ng/l

0,71 0,45 0,017

150 50 100

0,5 0,5 50 0,5 0,5 0,5 -

100 150 82 53 17 36 48 220 60 5.000 11 7 8,8 75

15.000 5 600 30 300 5.000 630

c. chloorfenolen5 Monochloorfenolen(som)1 Dichloorfenolen(som)1 Trichloorfenolen(som)1 Tetrachloorfenolen(som)1 Pentachloorfenol

d. polychloorbifenylen (PCB’s) PCB’s (som 7) 1

e. Overige gechl. koolwaterstoffen Monochlooranilinen (som)1 Dioxine (som I-TEQ)1 Chloornaftaleen (som)1

6. Bestrijdingsmiddelen a.organochloorbestrijdingsmiddelen Chloordaan (som)1 DDT (som)1 DDE (som)1 DDD (som)1 DDT/DDE/DDD (som)1 Aldrin Dieldrin Endrin Drins (som)1 -endosulfan -HCH -HCH -HCH (lindaan) HCH-verbindingen (som)1 Heptachloor Heptachloorepoxide (som)1

b. organofosforpesticiden -

c. organotin bestrijdingsmiddelen Organotinverbindingen (som)1

d.chloorfenoxy-azijnzuur herbiciden MCPA

e. overige bestrijdingsmiddelen Atrazine Carbaryl Carbofuran

7. Overige stoffen Asbest3 Cyclohexanon Dimethyl ftalaat Diethyl ftalaat Di-isobutyl ftalaat Dibutyl ftalaat Butyl benzylftalaat Dihexyl ftalaat Di(2-ethylhexyl)ftalaat Ftalaten (som)1 Minerale olie4 Pyridine Tetrahydrofuran Tetrahydrothiofeen Tribroommethaan (bromoform)

3

Toelichting voetnoten tabel 1 * Getalswaarde beneden de detectielimiet/bepalingsondergrens of meetmethode ontbreekt. 1

Voor de samenstelling van de somparameters wordt verwezen naar bijlage N van de Regeling bodemkwaliteit (VROM, 2007). Bij het berekenen van een somwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten < vereiste rapportagegrens AS3000 vermenigvuldigd met 0,7. Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond of het grondwater voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarde. Indien er voor een of meer individuele componenten een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens. Het verkregen toetsingsresultaat, op basis van een berekende somwaarde waarin voor een of meer individuele componenten is gerekend met een waarde van 0,7 maal de rapportagegrens, heeft geen verplichtend karakter. De onderzoeker heeft de vrijheid onderbouwd te concluderen dat het betreffende monster niet in die mate is verontreinigd als het toetsingsresultaat aangeeft. Dit geldt bijvoorbeeld als bij een meting van PAK in het grondwater alleen naftaleen in een licht verhoogde concentratie is aangetoond en de overige PAK een waarde ‘< vereiste rapportagegrens AS3000’ hebben.

Voor die overige PAK worden dan relatief hoge gehalten berekend (door de vermenigvuldiging met 0,7), waarvan kan worden onderbouwd dat die gehalten niet in het grondwater aanwezig zullen zijn gezien de immobiliteit van de betreffende stoffen. 2

De Interventiewaarde voor grond voor deze stoffen is gelijk of kleiner dan de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). Indien de stof wordt aangetoond moeten de risico’s nader worden onderzocht. Bij het aantreffen van vinylchloride of 1,1-dichlooretheen in grond moet tevens het grondwater worden onderzocht. 3

Gewogen norm (concentratie serpentijn asbest + 10 x concentratie amfibool asbest).

4

De definitie van minerale olie wordt beschreven bij de analysenorm. Indien er sprake is van verontreiniging met mengsels (bijvoorbeeld benzine of huisbrandolie) dan dient naast het alkaangehalte ook het gehalte aan aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen te worden bepaald. Met deze somparameter is om praktische redenen volstaan. Nadere toxicologische en chemische differentiatie wordt bestudeerd.

5

Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien (Ci/Ii) >1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.

6

Voor grondwater is er een indicatief niveau voor ernstige verontreiniging.

7

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat ‘< rapportagegrens AS3000’ mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder < teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

8

De norm voor barium is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg d.s. Deze voormalige interventiewaarde is op dezelfde manier onderbouwd als de interventiewaarden voor de meeste andere metalen en is voor barium inclusief een natuurlijk achtergrondgehalte van 190 mg/kg d.s.

9

Indien het laboratorium een waarde ‘< dan een verhoogde rapportagegrens’ aangeeft (hoger dan de rapportagegrens AS3000), dan dient de betreffende verhoogde rapportagegrens te worden vermenigvuldigd met 0,7. De zo verkregen waarde (of hiermee berekende somwaarde) wordt getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Een dergelijke verhoogde rapportagegrens kan optreden bij de analyse van een zeer sterk verontreinigd monster of een monster met afwijkende samenstelling. Het zo verkregen toetsingsresultaat heeft geen verplichtend karakter. De onderzoeker heeft de vrijheid onderbouwd te concluderen dat het betreffende monster niet goed kan worden beoordeeld.

4

B: Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging (INEV’S) Voor de stoffen in tabel 2 zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging opgenomen. Het betreffen stoffen van de tweede, derde en vierde tranche afleiding interventiewaarden. Op basis van twee redenen is een indicatief niveau voor ernstige verontreiniging aangegeven en geen interventiewaarde: 1. er zijn geen gestandaardiseerde meet- en analysevoorschriften beschikbaar of binnenkort te verwachten; 2. de ecotoxicologische onderbouwing van de interventiewaarde is niet aanwezig of minimaal en in het laatste geval lijkt het erop dat de ecotoxicologische effecten kritischer zijn dan de humaan-toxicologische effecten. De ecotoxicologische onderbouwing dient te voldoen aan de volgende criteria: a. er dienen minimaal 4 toxiciteitsgegevens beschikbaar te zijn voor minimaal twee taxonomische groepen; b. voor metalen dienen alle gegevens betrekking te hebben op het compartiment bodem; c. voor organische stoffen mogen maximaal twee gegevens via evenwichtspartitie uit gegevens voor het compartiment water zijn afgeleid; d. er dienen minimaal twee gegevens voor individuele soorten beschikbaar te zijn.

Indien aan een of meerdere van deze criteria niet is voldaan en indien ecotoxicologische effecten kritischer zijn dan humaantoxicologische effecten, wordt volstaan met het vaststellen van een indicatief niveau voor ernstige verontreiniging. De indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarden. De status van de indicatieve niveaus is daarom niet gelijk aan de status van de interventiewaarde. Over- of onderschrijding van de indicatieve niveaus heeft derhalve niet direct consequenties voor wat betreft het nemen van een beslissing over de ernst van de verontreiniging door het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag dient daarom naast de indicatieve niveaus ook andere overwegingen te betrekken bij de beslissing of er sprake is van ernstige verontreiniging. Hierbij kan gedacht worden aan: • nagaan of er op basis van andere stoffen sprake is van ernstige verontreiniging en spoed tot saneren. Op verontreinigde locaties komen vaak meerdere stoffen tegelijk voor. Indien voor andere stoffen wel interventiewaarden zijn vastgesteld kan op basis van deze stoffen nagegaan worden of er sprake is van ernstige verontreiniging en spoed tot saneren. In zo’n geval is een risicoschatting voor de stoffen waarvoor slechts een indicatief niveau is aangegeven minder relevant.

Indien op basis van andere stoffen geen sprake blijkt te zijn van ernstige verontreiniging en spoed tot saneren, is een risicoschatting voor de stoffen waarvoor slechts een indicatief niveau is aangegeven wel belangrijk; • een ad hoc bepaling van de actuele risico’s. Bij de bepaling van actuele risico’s ten behoeve van het vaststellen van de spoed tot saneren spelen naast toxicologische criteria ook andere locatiegebonden factoren een rol. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de blootstellingmogelijkheden, het gebruik van de locatie of de oppervlaktes van de verontreiniging. Dergelijke factoren kunnen vaak goed bepaald worden waardoor het ondanks de onzekerheid met betrekking tot de indicatieve niveaus toch mogelijk is een redelijke schatting van de actuele risico’s uit te voeren. Het verdient aanbeveling hierbij gebruik te maken van bioassays, omdat hiermee niet alleen de onzekerheden in de ecotoxicologische onderbouwing maar ook de onzekerheden ten gevolge van het gestandaardiseerde meet- en analysevoorschriften ontweken worden. • aanvullend onderzoek naar de risico’s van de stof. Er kunnen aanvullende toxiciteitexperimenten uitgevoerd worden om een betere schatting van de risico’s van de stof te kunnen maken. De INEV’s zijn niet geëvalueerd en blijven gelijk aan de INEV’s zoals opgenomen in de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000).

Enkele voormalige interventiewaarden zijn omgezet in INEV’s. Dit wordt toegelicht in het NOBO-rapport: VROM, 2008, in druk: NOBO: Normstelling en bodemkwaliteitsbeoordeling. Onderbouwing en beleidsmatige keuzes voor de bodemnormen in 2005, 2006 en 2007. Alleen voor MTBE is het INEV voor grondwater aangepast naar de waarde die is genoemd in de Circulaire zorgplicht Wbb bij MTBE- en ETBE-verontreinigingen (Staatscourant 18 december 2008, nr. 2139).

5

Tabel 2: Streefwaarden grondwater en indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging 6 gehalten in grond zijn weergegeven voor standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum)

Streefwaarde 4

Stofnaam

grondwater ( g/l) ondiep4

diep4

(<10 m –mv)

(>10 m –mv)

-

0,05* 0,07 2* 2,2* 1,2 -

Interventiewaarden grond (mg/kg d.s.)

grondwater ( g/l)

30 100 600 15 900 250 15

15 160 70 7 50 70 40

1. Metalen Beryllium Seleen Tellurium Thallium Tin Vanadium Zilver

Streefwaarde grondwater 7 ( g/l)

Interventiewaarden grond (mg/kg d.s.) grondwater ( g/l)

3. Aromatische verbindingen Dodecylbenzeen Aromatische oplosmiddelen1 Dihydroxybenzenen (som)3 Catechol (o-dihydroxybenzeen) Resorcinol (m-dihydroxybenzeen) Hydrochinon (p-dihydroxybenzeen)

0,2 0,2 0,2

1.000 200 8 -

0,02 150 1.250 600 800

-

50 10 30 10 15 nvt 5

100 10 10 1 350 0,001 ng/l

0,1 ng/l * 0,05 ng/l*

2 22

2 0,1

0,08 -

0,1 30 200 75 270 100 0,1 220 30 35 100

5 5.600 6.300 15.000 13.000 5.500 50 31.000 24.000 6.000 9.400

5. Gechloreerde Koolwaterstoffen Dichlooranilinen Trichlooranilinen Tetrachlooranilinen Pentachlooranilinen 4-chloormethylfenolen Dioxine (som I-TEQ)2

6. Bestrijdingsmiddelen Azinfosmethyl Maneb

7. Overige stoffen Acrylonitril Butanol butylacetaat Ethylacetaat Diethyleen glycol Ethyleen glycol Formaldehyde Isopropanol Methanol Methylethylketon Methyl-tert-buthyl ether (MTBE)

Toelichting voetnoten tabel 2 * Getalswaarde beneden de detectielimiet/bepalingsondergrens of meetmethode ontbreekt. 1

Onder aromatische oplosmiddelen wordt een standaardmengsel van stoffen, aangeduid als ‘C9-aromatic naphta’ verstaan zoals gedefinieerd door de International Research and Development Corporation: o-xyleen 3,2%, i-isopropylbenzeen 2,74%, n-propylbenzeen 3,97%, 1-methyl-4-ethylbenzeen 7,05%, 1-methyl-3ethylbenzeen 15,1%, 1-methyl-2-ethylbenzeen 5,44%, 1,3,5-trimethylbenzeen 8,37%, 1,2,4-trimethylbenzeen 40,5%, 1,2,3-trimetylbenzeen 6,18% en > alkylbenzenen 6,19%. 2

Voor de samenstelling van de somparameters wordt verwezen naar bijlage N van de Regeling bodemkwaliteit (VROM, 2007). Bij het berekenen van een somwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten < vereiste rapportagegrens AS3000 vermenigvuldigd met 0,7. Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond of het grondwater voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarde. Indien er voor een of meer individuele componenten een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens. Het verkregen toetsingsresultaat, op basis van een berekende somwaarde waarin voor een of meer individuele componenten is gerekend met een waarde van 0,7 maal de rapportagegrens, heeft geen verplichtend karakter. De onderzoeker heeft de vrijheid onderbouwd te concluderen dat het betreffende monster niet in die mate is verontreinigd als het toetsingsresultaat aangeeft.

6

3

Onder dihydroxybenzenen (som) wordt verstaan: de som van catechol, resorcinol en hydrochinon.

4

De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat ‘< rapportagegrens AS3000’ mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder < teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.

5

Voor grond is er een interventiewaarde.

6

Indien het laboratorium een waarde ‘< dan een verhoogde rapportagegrens’ aangeeft (hoger dan de rapportagegrens AS3000), dan dient de betreffende verhoogde rapportagegrens te worden vermenigvuldigd met 0,7. De zo verkregen waarde (of hiermee berekende somwaarde) wordt getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Een dergelijke verhoogde rapportagegrens kan optreden bij de analyse van een zeer sterk verontreinigd monster of een monster met afwijkende samenstelling. Het zo verkregen toetsingsresultaat heeft geen verplichtend karakter. De onderzoeker heeft de vrijheid onderbouwd te concluderen dat het betreffende monster niet goed kan worden beoordeeld.

C: Bodemtypecorrectie Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de in de tabellen opgenomen waarden voor standaardbodem omgerekend naar de waarden voor de betreffende bodem gebruik makende van de gemeten gehalten aan organische stof en lutum. De omgerekende waarden kunnen vervolgens met de gemeten gehalten worden vergeleken.

Metalen Bij de omrekening voor metalen kan gebruik gemaakt worden van de volgende bodemtypecorrectieformule: (IW)b = (IW)sb x [{A + (B x % lutum) + (C x % organische stof)} / {A + (Bx25) + (C x 10)}] Waarin: (IW)b (IW)sb %lutum

= interventiewaarde voor de te beoordelen bodem; = interventiewaarde voor standaardbodem; = gemeten percentage lutum in de te beoordelen bodem. Voor bodem met een gemeten lutumgehalte van minder dan 2% wordt met een lutumgehalte van 2% gerekend; % org. stof = gemeten percentage organische stof in de te beoordelen bodem Voor bodem met een gemeten organisch stofgehalte van minder dan 2% wordt met een organisch stofgehalte van 2% gerekend; A, B, C = stofafhankelijke constanten voor metalen (zie hieronder); Tabel 3: Stofafhankelijke constanten voor metalen: Stof

A

Arseen Barium Beryllium Cadmium Chroom Kobalt Koper Kwik Lood Nikkel Tin Vanadium Zink

15 30 8 0,4 50 2 15 0,2 50 10 4 0, 12 50

B 0,4 5 0,9 0,007 2 0,28 0,6 0,0034 1 1 6 1,2 3

C 0,4 0 0 0,021 0 0 0,6 0,0017 1 0 0 0 1,5

7

Organische verbindingen De interventiewaarden en indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging voor organische verbindingen, zijn afhankelijk van het organische stofgehalte. Bij omrekening voor organische verbindingen, met uitzondering van PAK’s, kan gebruik gemaakt worden van de volgende bodemtypecorrectieformule: (IW)b = (IW)sb x (% organische stof / 10) Waarin: (IW)b (IW)sb % org. stof

= interventiewaarde voor de te beoordelen bodem; = interventiewaarde voor standaardbodem; = gemeten percentage organische stof in de te beoordelen bodem. Voor bodems met gemeten percentage organische stofgehalten van meer dan 30% respectievelijk minder dan 2% worden gehalten van respectievelijk 30% en 2% aangehouden.

PAK’s Voor interventiewaarde PAK’s wordt geen bodemtypecorrectie voor bodems met een organisch stofgehalte tot 10% en bodems met een organisch stofgehalte boven de 30% toegepast. Voor bodems met een organisch stofgehalte tot 10% wordt een interventiewaarde van 40 mg/kg d.s. en voor bodems met een organisch stofgehalte vanaf 30% een interventiewaarde van 120 mg/kg d.s. gehanteerd. Tussen de 10% en 30% organische stof gehalte kan gebruik gemaakt worden van de volgende bodemtypecorrectieformule: (IW)b = 40 x (% organische stof / 10) Waarin: (IW)b = interventiewaarde voor de te beoordelen bodem % organische stof = gemeten percentage organische stof in de te beoordelen bodem.

D: Meetvoorschriften De te hanteren analysemethoden zijn opgenomen in Bijlage L, behorende bij artikel 1.1 (versie 30 november 2007) van de Regeling bodemkwaliteit. Staatscourant 20 december 2007, nr. 247, pag 67.

8

BIJLAGE 5 Monsternemingsplan en -formulier asbest

BIJLAGE 6 Historische informatie

AANVRAAGFORMULIER BODEMINFORMATIE GEMEENTE APELDOORN EN EPE

GEGEVENS AANVRAGER Bedrijf/instelling Adres (geen postbusnummer) Postcode en plaats Telefoonnummer e-mail

LOCATIE-GEGEVENS Naam locatie Postcode en plaats Kadastrale gemeente Sectie Nummer

Hunneman Milieu advies Barkstraat 5 8102 GV Raalte 0572-360998 info@hunneman-milieu.nl

Eerbeekseweg 8

Laag Soeren Brummen/Rheden H/P 2267/ 2160

GEVRAAGDE INFORMATIE Hieronder kunt u invullen welke informatie u wenst.

Wij zouden graag m.n. de volgende relevante informatie (indien aanwezig) van de locatie willen ontvangen: o o o o o o o

relevante historische gegevens (bijvoorbeeld: ophogingen, dempingen, bodem vreemde lagen, bodembedreigende activiteiten); eventuele milieu-/hinderwetdossiers; voorgaande bodemonderzoeken; bouwvergunningen; aanwezigheid van boven- en/of ondergrondse tanks; aanwezigheid van overige verdachte deellocaties; Verwachting aanwezigheid asbest in de bodem.

BODEMINFORMATIE In de bijlage staat de informatie over de bij ons bekende bodemonderzoeken van de gemeente Brummen en de gemeente Rheden. INFORMATIE BEDRIJVENBESTAND Bij de gemeente Rheden aanvragen, de locatie ligt in de gemeente Rheden of de ODRA ONDERGRONDSE TANKS Bij de gemeente Rheden aanvragen, de locatie ligt in de gemeente Rheden of de ODRA.

-2-

OVERIG  Op het digitale bodemloket (www.bodemloket.nl) kunt u de overige bekende bodeminformatie (bijvoorbeeld van de provincie Gelderland) raadplegen. Ingevuld door: Omgevingsdienst Veluwe IJssel Datum: 25 oktober 2019

DISCLAIMER Hoewel de gegevens met de meeste zorgvuldigheid tot stand zijn gekomen, zijn de gemeenten en de omgevingsdienst niet aansprakelijk voor afwijkingen en/of onjuistheden in de informatieverstrekking.

Versie 1 januari 2018

BODEMINFORMATIECHECK Dit formulier bevat de bij het team Woon- en Leefomgeving van de gemeente Rheden bekende gegevens over de bodemkwaliteit van onderstaande locatie en gegevens van activiteiten die daarop van invloed kunnen zijn geweest.

Eerbeekseweg 8 te Laag Soeren Kadastraal: gemeente Dieren, sectie P, nr. 2160 (en ten oosten hiervan Perceel Brummen, sectie H, nr. 2267) Met betrekking tot deze locatie en de aangrenzende percelen (tot een maximum van 50 meter) zijn de volgende archieven geraadpleegd.  Squit XO-Bodem. Dit systeem bevat alle bij de gemeente Rheden bekende bodemonderzoeken, alle bekende particuliere ondergrondse tanks en alle voormalige bedrijven in de gemeente Rheden die vanaf 1880 een Hinderwet- of milieubeheervergunning hebben gehad, aangevuld met adressen uit de Kamer van Koophandellijst m.b.t. potentieel ernstig verontreinigende bedrijfsactiviteiten.  Nota Bodembeheer. In deze nota staat weergegeven wat de globale bodemkwaliteit van (delen van) de gemeente is. Daarbij is geen rekening gehouden met lokale verontreinigingsbronnen.  Bouwfiches. Hier zijn de afgegeven bouwvergunningen te vinden. Er is specifiek gekeken naar bedrijfsgebouwen.  Risicokaart explosieven. Hierop staan de gebieden aangegeven waar door gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog mogelijk explosieven zijn terechtgekomen. De kaart houdt geen rekening met naoorlogse werkzaamheden in de bodem. BODEMONDERZOEKEN Op of grenzend aan de locatie zijn geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Op en/of grenzend aan de locatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: Naam /adres

Soerense Zand Zuid 29

Soort onderzoek Verontreinigingssituatie grond Verontreinigingssituatie grondwater

Verkennend (Kruze, 14005710) Rapportcode Bovengrond: lokaal zeer licht verontreinigd met kwik. Ondergrond: niet verontreinigd. Zeer licht verontreinigd met barium.

Rapportdatum

Naam /adres

Rapportdatum

Soort onderzoek Verontreinigingssituatie grond Verontreinigingssituatie grondwater

Rapportcode

6 maart 2014 AA027502492

Mogelijk zijn in de omgeving grondwaterverontreinigingen aanwezig die invloed hebben op de locatie. Met de verrichte check is het niet mogelijk alle grondwaterverontreinigingen die (enige) invloed kunnen hebben te vermelden.

Formulier Bodeminformatiecheck Rheden (versie 20190702)

1/3

NOTA BODEMBEHEER (actualisatie in werking getreden op 11-12-2018) In al lang bewoonde gebieden is bijna altijd een vorm van (diffuse) bodemverontreiniging aanwezig. Een duidelijke oorzaak voor deze achtergrondverontreiniging is niet aan te wijzen. Uit onderzoek naar de ruimtelijke verdeling van deze verontreiniging is gebleken dat binnen de gemeente Rheden een aantal gebieden kan worden onderscheiden met een onderling verschillende mate van achtergrondverontreiniging. Deze zogenoemde bodemkwaliteitszones zijn als volgt ingedeeld (gerangschikt naar toenemende mate van achtergrondverontreiniging): voldoet aan de achtergrondwaarde; voldoet aan de maximale waarde wonen; voldoet aan de maximale waarde industrie – Stedelijk Wonen; voldoet aan de maximale waarde industrie – Traverse Dieren; is sterker verontreinigd dan de maximale waarde industrie.

Let op! De Nota Bodembeheer van de gemeente Rheden is NIET van toepassing op locaties: waar op basis van bepaalde (vroegere) (bedrijfs)activiteiten en/of reeds uitgevoerd bodemonderzoek een verhoogde kans bestaat op de aanwezigheid van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming of; die liggen in niet-gezoneerde gebieden of; waar een bodemsanering is uitgevoerd waarbij niet alle verontreiniging volledig is verwijderd en/of waarbij aanvulgrond is gebruikt waarvan de kwaliteit afwijkt van de zonekwaliteit. Geconcludeerd wordt dat op basis van bovenstaande informatie perceel 2160 kan worden gekwalificeerd als: een van ernstige bodemverontreiniging verdachte locatie waarop de Nota Bodembeheer niet van toepassing is; een niet van ernstige bodemverontreiniging verdachte locatie waarop de Nota Bodembeheer niet van toepassing is (omdat ); een niet van ernstige bodemverontreiniging verdachte locatie waarop de Nota Bodembeheer van toepassing is. Het perceel ligt in een bodemkwaliteitszone waarvan: de gemiddelde kwaliteit van de bovengrond voldoet aan de Achtergrondwaarde en; de gemiddelde kwaliteit van de ondergrond voldoet aan de Achtergrondwaarde. Met bovengrond wordt de bovenste meter bedoeld en met de ondergrond de bodemlaag van 1 tot 2 meter beneden maaiveld. Dieper dan 2 meter beneden maaiveld is de grond niet ingedeeld.

Als de gemiddelde kwaliteit niet voldoet aan de achtergrondwaarde dient bij eventuele afvoer van de grond rekening te worden gehouden met extra kosten. Indien het perceel in de zone ligt met maximale waarde industrie-Stedelijk Wonen, wordt de folder ‘Lood in de Bodem’ meegestuurd. In deze zone is vaak sprake van lood in de bodem. Jonge kinderen zijn gevoelig voor lood. In de folder vindt u tips om risico’s te voorkomen. BESCHERMINGSGEBIEDEN GRONDWATER De locatie bevindt zich: niet in een gebied waar aanvullende regels gelden in relatie tot grondwaterwinning; binnen de invloedssfeer van grondwaterwingebied Ellecom waardoor er bepaalde restricties aan de orde zijn. De locatie is gelegen in het grondwaterbeschermingsgebied, de KWO-vrije zone en de boringsvrije zone (en het Waterwingebied).

Formulier Bodeminformatiecheck Rheden (versie 20190702)

2/3

ONDERGRONDSE TANKS Op of grenzend aan de locatie zijn geen ondergrondse brandstoftank(s) bekend. Op en/of grenzend aan de locatie is/zijn de volgende ondergrondse brandstoftank(s) bekend: Adres

Inhoud in m³

Soort inhoud

Status tank

INFORMATIE UIT HET MILIEU- EN BOUWVERGUNNINGENARCHIEF Over de locatie en de aan de locatie grenzende percelen is geen bodemrelevante informatie bekend. Over de locatie en/of over de aan de locatie grenzende percelen is de volgende bodemrelevante informatie bekend: Adres Eerbeekseweg 17a

Informatie In 1974 is een aanvraag ingediend voor de bouw van een kas.

Eerbeekseweg 14-17a (Soerense Zand nr. 27)

Deze locatie is als groentekwekerij in gebruik geweest; nadien is (een deel van) de locatie omgevormd naar tuincentrum.

Eerbeekseweg 6

In 1974 is op deze locatie een traforuimte gebouwd. Onbekend is of er transformatorolie bij het omzettingsproces werd toegepast. In de periode 1967 – 1974 stond op dit adres bij de Kamer van Koophandel een container-, oplegger– en aanhangwagenverhuurbedrijf ingeschreven (M.C. de Vries).

Soerense Zand 19

RISICOKAART EXPLOSIEVEN Op de risicokaart explosieven ligt perceel 2160 in een gebied dat: niet verdacht is in verband met de mogelijke aanwezigheid van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog; verdacht is in verband met de mogelijke aanwezigheid van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. De mogelijke aanwezigheid van explosieven levert bij het gewone gebruik van het perceel (spelen, tuinonderhoud, wonen, lopen) geen risico op. Wanneer er gegraven gaat worden (aanleg vijver, graven bouwput e.d.) kan er wel sprake zijn van risico. Bent u voornemens om graafwerkzaamheden uit te (laten) voeren dan is het verstandig om een onderzoek naar explosieven te laten doen en na te gaan of er na de oorlog ter plaatse misschien al zo veel gegraven is, dat de kans op het nog steeds aanwezig zijn van explosieven verwaarloosbaar is. BEPERKINGEN BODEMINFORMATIECHECK Bij deze check is slechts een beperkt aantal bronnen geraadpleegd. In de tekst hierboven staat welke bronnen dit zijn. Er is dus niet naar andere bronnen gekeken en er heeft ook geen onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van asbest plaatsgevonden. Deze check geeft niet aan of er wel of geen sprake is van bodemverontreiniging maar geeft slechts inzicht in de bij de gemeente bekende gegevens die de bodemkwaliteit kunnen hebben beïnvloed.

Wilt u een volledig historisch onderzoek (een vooronderzoek conform NEN 5725) laten verrichten dan kunt u een Kwalibo-erkend adviesbureau opdracht geven om een dergelijk onderzoek uit te voeren. Hieraan zijn kosten verbonden. Aan deze gegevens kunnen geen rechten worden ontleend. Opgesteld op datum: 28 oktober 2019

Formulier Bodeminformatiecheck Rheden (versie 20190702)

3/3

Rapport Bodemloket GE027500032 Eerbeekseweg 14 Datum: 25-09-2019

Legenda

Locatie Voortgang onderzoek

Mijnsteengebieden

1/3

GE027500032 Eerbeekseweg 14

Inhoud 1

Algemeen

1.1 Administratieve gegevens 1.2 Statusinformatie 1.3 Verontreinigende (onderzochte) activiteiten 1.4 Onderzoeksrapporten 1.5 Besluiten 1.6 Saneringsinformatie 1.7 Contactgegevens 2

Disclaimer

1

Algemeen Dit rapport is opgesteld met de gegevens uit http://www.bodemloket.nl/

1.1

1.2

1.3

1.4

Administratieve gegevens Locatienaam:

Eerbeekseweg 14

Identificatiecode volgens bevoegd gezag:

GE027500032

Locatiecode gemeentelijk BIS:

AA027500032

Adres:

Soerense Zand Zuid 27 6961RA Eerbeek

Gegevensbeheerder:

Provincie Gelderland

Statusinformatie Vervolg:

voldoende onderzocht.

Omschrijving:

De resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming.

Verontreinigende (onderzochte) activiteiten Omschrijving

Start

Eind

groentenkwekerij (011211)

1974

onbekend

Onderzoeksrapporten Type

1.5

Auteur

Kenmerk

Datum

Saneringsinformatie Bovengronds

2/3

Datum

Besluiten Type

1.6

Nummer

Ondergronds

Start

Eind

Contact 1.7 Geen contact informatie beschikbaar voor GE-Rheden

2

Disclaimer De bodeminformatie omvat alleen informatie die bij de provincie en gemeenten bekend is. Wanneer er geen gegevens op de kaart staan kunnen we niet met zekerheid zeggen dat de ondergrond schoon is. Andersom wijzen historische bedrijfsactiviteiten op de kaart niet zonder meer op bodemverontreiniging. Om daar duidelijkheid in te krijgen moet de bodem verder onderzocht worden. De inhoud van deze bodeminformatiekaart is met de grootste zorg samengesteld. Toch kan het voorkomen dat de informatie verouderd is of onjuistheden bevat. Wij vragen daarvoor uw begrip. Neem voor de meest actuele situatie van een locatie contact op met de gegevensbeheerder van de locatie. De contactgegevens van de gegevensbeheerder staat hierboven. Uw reactie stellen we op prijs. Het geeft ons gelegenheid de fouten en gebreken te herstellen. Rijkswaterstaat beheert de website Bodemloket. Vragen over de werking van de website kunt u stellen via onze helpdesk: http://www.bodemplus.nl/helpdesk.

3/3

Bijlage 1 Locatie: HBB locatie: Harderwijkerweg 64 Locatie Locatienaam

HBB locatie: Harderwijkerweg 64

Locatiecode

AA027504534

WBB code

GE027504534

Adres Plaats

Laag-Soeren

Status Vervolg WBB

Hbb-cluster-inactief

Beoordeling

Status rapporten

Beschikking

Status besluiten

Status asbest

Eigenaar

Gelderland

Is van voor 1987

Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar Verontreinigende activiteiten Activiteit smederij

Start

Einde

NSX

Verontreinigd

Spoed

Voldoende onderzocht

1875

1954

54.0

Onbekend

Nee

Onbekend

transportbedrijf 1875

1954

137.0

Onbekend

Nee

Onbekend

Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar Besluiten Geen gegevens beschikbaar Saneringen Geen gegevens beschikbaar Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar

Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar Locatie: HBB: Tuincentrum Laag Soeren B.V.; Soerense Zand 1 Locatie Locatienaam

HBB: Tuincentrum Laag Soeren B.V.; Soerense Zand 1

Locatiecode

AA021300820

WBB code

GE021300909

Adres Plaats Status Vervolg WBB

Hbb-cluster-inactief

Beoordeling

Status rapporten

Beschikking

Status besluiten

Status asbest

Eigenaar

Gelderland

Is van voor 1987

Pot. verontreinigd

Ja

Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar Verontreinigende activiteiten Activiteit boomkwekerij

Start 9999

Einde 9999

NSX 25.0

Verontreinigd Onbekend

Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar Besluiten Geen gegevens beschikbaar Saneringen Geen gegevens beschikbaar Saneringscontouren

Spoed

Voldoende onderzocht Onbekend

Geen gegevens beschikbaar Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar Locatie: HBB locatie: Eerbeekseweg 4 Locatie Locatienaam

HBB locatie: Eerbeekseweg 4

Locatiecode

AA027503354

WBB code

GE027503354

Adres Plaats

Laag-Soeren

Status Vervolg WBB

Hbb-cluster-inactief

Beoordeling

Status rapporten

Beschikking

Status besluiten

Status asbest

Eigenaar

Gelderland

Is van voor 1987

Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar Verontreinigende activiteiten Activiteit hbo-tank (ondergronds)

Start 9999

Einde 9999

NSX 99.8

Verontreinigd Onbekend

Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar Besluiten Geen gegevens beschikbaar Saneringen Geen gegevens beschikbaar

Spoed Nee

Voldoende onderzocht Onbekend

Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar Locatie: Eerbeekseweg 14 Locatie Locatienaam

Eerbeekseweg 14

Locatiecode

AA027500032

WBB code

GE027500032

Adres Plaats

Eerbeek

Status Vervolg WBB

Voldoende onderzocht

Beoordeling

Status rapporten

Beschikking

Status besluiten

Status asbest

Eigenaar

Gelderland

Niet ernstig

Is van voor 1987

Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar Verontreinigende activiteiten Activiteit

Start

groentenkwekerij 1974

Einde 9999

NSX 0.0

Verontreinigd Onbekend

Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar Besluiten Geen gegevens beschikbaar Saneringen

Spoed Nee

Voldoende onderzocht Onbekend

Geen gegevens beschikbaar Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar Locatie: HBB locatie: Eerbeekseweg 6 Locatie Locatienaam

HBB locatie: Eerbeekseweg 6

Locatiecode

AA027503529

WBB code

GE027503529

Adres Plaats

Laag-Soeren

Status Vervolg WBB

Hbb-cluster-inactief

Beoordeling

Status rapporten

Beschikking

Status besluiten

Status asbest

Eigenaar

Gelderland

Is van voor 1987

Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar Verontreinigende activiteiten Activiteit onbekend

Start 1974

Einde 9999

NSX

Verontreinigd Onbekend

Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar Besluiten Geen gegevens beschikbaar

Spoed Nee

Voldoende onderzocht Onbekend

Saneringen Geen gegevens beschikbaar Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar Locatie: HBB: M.C. de Vries; Soerense Zand 19 Locatie Locatienaam

HBB: M.C. de Vries; Soerense Zand 19

Locatiecode

AA021300904

WBB code

GE021300993

Adres Plaats Status Vervolg WBB

Hbb-cluster-inactief

Beoordeling

Status rapporten

Beschikking

Status besluiten

Status asbest

Eigenaar

Gelderland

Is van voor 1987

Pot. verontreinigd

Ja

Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar Verontreinigende activiteiten Activiteit

Start

container-, oplegger- en 1967 aanhangwagenverhuurbedrijf

Einde 1974

NSX 82.0

Verontreinigd Onbekend

Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar Besluiten

Spoed

Voldoende onderzocht Onbekend

Geen gegevens beschikbaar Saneringen Geen gegevens beschikbaar Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar

TEKENING 1-1 Situatie met monsterpunten en peilbuis

DBL ARCHITECTEN BUREAU T.a.v. dhr. J. Nap Meulunterseweg 34 6741 HN Lunteren

Datum

14 mei 2020 (revisie op 20 augustus 2021)

Kenmerk

BE/2020/177/r

Uw kenmerk

Email d.d. 25-02-2020

Auteur(s)

ir. M. Poelman

Collegiale toets en revisie

ir. T.W.D. Schrader

Quickscan Wet natuurbescherming Eerbeekseweg 8 te Laag-Soeren Aan de Eerbeekseweg 8 te Laag-Soeren is een perceel met een woning en een grasweide gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens de woonbestemming uit te breiden naar de grasweide en hier een nieuwe woning te bouwen. De grasweide ligt deels in gemeente Brummen en deels in gemeente Rheden. Het deel in gemeente Brummen heeft bestemmingplan bedrijf en dient derhalve te worden gewijzigd van bedrijf naar wonen. De beoogde ontwikkeling heeft mogelijk een negatief effect op beschermde flora en fauna (soortenbescherming), beschermde natuurgebieden (gebiedsbescherming) en/of beschermde houtopstanden. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. Middels voorliggend ecologisch oriënterend onderzoek is de (potentiële) aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de betekenis van de planlocatie voor deze soorten in kaart gebracht. DBL architecten bureau begeleidt de ruimtelijke procedure en heeft Blom Ecologie B.V. verzocht de planlocatie te onderzoeken op aanwezigheid van beschermde flora en fauna en deze vervolgens te toetsen aan de effecten van de werkzaamheden en het geldende bestemmingsplan.

Onderzoeksdoelen Middels dit oriënterende onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Is het bestemmingsplan dat wordt opgesteld voor het project zoals hiervoor omschreven uitvoerbaar zoals het bepaalde in de Wro (art. 3.1.6 Bro)? • Welke, krachtens de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna zijn (potentieel) aanwezig op de planlocatie? • Welke negatieve effecten treden op voor (potentieel) aanwezige flora en fauna als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op het de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of de wezenlijke kenmerken en waarden van Gelders Natuurnetwerk? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd? • Dienen er vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming te worden genomen, en zo ja, welke?

Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Eerbeekseweg 8 te Laag-Soeren (figuur 1). Het betreft een grasweide achter een woonhuis. In de noordwestelijke hoek van het perceel staat een transformatorhuisje. Het grasveld zelf betreft een kort grasland uit raaigrassen en is recentelijk begraasd. Ecologische waarden kunnen gevonden ter plaatse van de westelijke en noordelijke erfscheiding, waar begroeiing in de vorm van knotelzen en klimplanten over de schutting aanwezig zijn. In de hoeken van het perceel zijn flinke zomereiken aanwezig. In figuur 2 en bijlage 1 zijn een aantal foto’s opgenomen die een impressie geven van de planlocatie en de directe omgeving hiervan. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door de bebouwde kom van LaagSoeren, en landelijk gebied met het Veluwsche bos ten noorden en westen en agrarische velden ten zuiden en oosten. Het Apeldoorns kanaal ligt op circa 600 m ten oosten. De A50 bevindt zich op ongeveer 8,7 km ten westen; de N786 op circa 40 meter ten zuidwesten, en de N787 op ongeveer 1,4 km ten noordoosten.

Figuur 1

2

De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Eerbeekseweg 8 te Laag-Soeren (bron kaartmateriaal: arcgis.com).

3

Figuur 2

Fotografische indruk van de planlocatie en de directe omgeving hiervan, foto genomen van zuidwest richting noordoost.

Figuur 3

Fotografische indruk van de planlocatie en de directe omgeving hiervan, foto genomen van zuid richting noordwest.

Functieverandering en effecten De beoogde ingrepen zijn permanent van karakter. De beoogde ontwikkeling betreft de bouw van een nieuwe woning op de grasweide achter de al bestaande woning (figuur 4). Het betreft deels een functieverandering van bedrijf naar wonen. Het transformatorhuisje blijft in de huidige vorm behouden. Er zijn geen kapwerkzaamheden voorzien in de beoogde ingreep, waar alle bomen in de huidige vorm behouden blijven. Onderstaand volgt een korte opsomming van de mogelijke ingrepen en effecten: • • • •

Verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het grasveld: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; Egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; Realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; Revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.

Figuur 4

Visuele representatie van de beoogde situatie (bron: DBL architecten bureau).

Methode Dit oriënterend onderzoek verkent alle relevante vakgebieden met betrekking tot de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt een beoordeling gegeven van de aanwezigheid van specifieke potentie voor beschermde flora en fauna op de planlocatie, de betekenis van de planlocatie voor de aanwezige soorten en de effecten van de voorgenomen ingrepen op de soorten. Dit onderzoek bestaat uit een veldbezoek en raadpleging van externe bronnen. Veldbezoek Het veldbezoek is een momentopname van de aanwezige flora en fauna. Tijdens het veldbezoek is de planlocatie nauwkeurig onderzocht, waarbij ook gelet werd op sporen en delen of restanten van planten en/of dieren. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 15 april 2020 en is uitgevoerd door ir. M. Poelman. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren; droog, 0/8 bewolkt, 14 Celsius en windkracht 0-1 (Bft). Externe bronnen Vaak zijn er al gegevens bekend over een planlocatie en de directe omgeving hiervan. Deze gegevens worden onder andere beheerd in rapporten en naslagwerken en door de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). Raadpleging van externe bronnen levert vaak nuttige aanvullende informatie op en biedt daarmee een vollediger beeld van de (mogelijk) aanwezige flora en fauna.

4

Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 zijn drie voormalige wetten; de Flora- en faunawet samen met de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998, vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Bevoegdheden zijn met het ingaan van deze wet overgedragen van het rijk naar de provincie. Algemene zorgplicht In de Algemene zorgplicht (art. 1.11) wordt voorgeschreven dat nadelige gevolgen voor flora en fauna voorkomen moet worden. Het uitgangspunt van de Algemene zorgplicht is dat het doden, verwonden, verontrusten of beschadigen van flora en fauna wordt vermeden. Deze zorgplicht geldt voor iedereen. (a) Soortenbescherming De soortenbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) en Andere soorten (art. 3.10). Hierin worden ook rust- en voortplantingsverblijfplaatsen en het functioneel leefgebied beschermd. Bij negatieve effecten op soorten in de specifieke soortenbescherming geldt een ontheffingsplicht. Van de verboden als bedoeld in Andere soorten art. 3.10 eerste lid kan door bevoegd gezag vrijstelling verleend worden voor het opzettelijk doden of vangen van individuen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen voor bepaalde soorten.

In de verordening Ruimte van de provincie Gelderland is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: Tabel 1 Vrijgestelde soorten in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Gelderland. Aardmuis Gewone bosspitsmuis Ondergrondse woelmuis Bastaardkikker

Gewone pad

Ree

Bosmuis

Haas

Rosse woelmuis

Bruine kikker Dwergmuis Dwergspitsmuis

Huisspitsmuis Kleine watersalamander Konijn

Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos

Egel

Meerkikker

Woelrat

(b) Gebiedsbescherming Naast de specifieke soortenbescherming kent Nederland ook gebiedsbescherming, waarbij bepaalde gebieden extra bescherming genieten. Het gaat hier hoofdzakelijk om Natura 2000gebieden en het Gelders Natuurnetwerk. In deze gebieden mogen in principe geen werkzaamheden binnen de grenzen uitgevoerd worden. Voor werkzaamheden in Natura 2000gebieden is bij mogelijke effecten een Voortoets vereist en binnen het Gelders Natuurnetwerk geldt het ‘nee, tenzij’-principe. In bepaalde gevallen dient er natuurcompensatie uitgevoerd te worden. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden kunnen ook externe effecten als stikstofdepositie en licht- of geluidsuitstraling van invloed zijn. Ten aanzien van het Gelders Natuurnetwerk geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Bij negatieve effecten op beschermde natuurgebieden geldt een ontheffingsplicht. (c) Houtopstanden Houtopstanden onder de Wnb betreffen zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer, of een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaand melding te doen bij gedeputeerde staten. Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, dient deze binnen drie jaar herplant te worden.

Het vellen van houtopstanden is niet meldingsplichtig in het kader van de Wnb als het één van de volgende typen houtopstanden betreft:

5

a) houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) houtopstanden op erven of in tuinen; c) fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e) kweekgoed; f) uit populieren of wilgen bestaande: (1) wegbeplantingen, (2) beplantingen langs waterwegen en/of (3) éénrijige beplantingen langs landbouwgronden; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: (1) ten minste eens per tien jaar worden geoogst, (2) bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en (3) zijn aangelegd na 1 januari 2013.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=d7fb62f7-10f4-400c-bd66-cdc6e42ae8ca