CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

In stelling voor de nieuwe jeugdwet Bijlagenboek (21.75)

Raadsvergadering 14 december 2021, gemeente RhedenBij agendapunt: Rapport Rekenkamercommissie ‘In stelling voor de nieuwe jeugdwet’ (21.75)17.152 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De afspraken in het kader van de NvO geven daarmee op langere termijn richting aan wat de partijen in een jeugdregio samendoen en hoe dit lokaal en bovenregionaal is verbonden. In de norm is geen datum opgenomen voor welke de afspraken dienen te zijn gerealiseerd. De ambitie is om samen met het jeugdveld een duurzame beweging in gang te zetten om kwalitatief goede, beschikbare en betaalbare hulp voor jeugdigen, ouders en gezin te borgen. Niet alleen nu, maar ook in de toekomst. Gemeenten hebben zich gecommitteerd aan de 8 afspraken van de NvO. De afspraken 2 t/m 8 krijgen een plek in de regiovisie (afspraak 1). De afspraken zijn: 1. Opstellen regiovisie. 2. Borgen functies. 3. Verbinding lokale toegang. 4. Niet-vrijblijvende governance. 5. Bovenregionale samenwerking. 6. Beperken van de administratieve lasten. 7. Zorgvuldigheidseisen voor inkoop. 8. Reële tarieven. De ondersteuningsstructuur voor de implementatie van de NvO voor Jeugd is in onderstaand schema weergegeven.

20

Bijlagenboek In stelling voor de nieuwe Jeugdwet

Rekenkamercommissie gemeente Rheden

In het vervolg van deze paragraaf staat de regiovisie centraal en beschreven aan de hand van inhoud op hoofdonderdelen. Daarbij wordt de link gelegd met de overige 7 afspraken.

0. Opstellen regiovisie (Afspraak 1) Gemeenten stellen in regionaal verband een regiovisie op die door de verschillende gemeenteraden wordt vastgesteld. De regiovisie komt tot stand in overleg met aanbieders (en met gecertificeerde instellingen en Veilig Thuis), professionals, (vertegenwoordigers van) jongeren en ouders en ketenpartijen. Belangrijke vragen volgens de handreiking: Opstellen regiovisie -

Welke stappen doorloop je hiervoor? Waarover praat je in welke fase met wie? Hoe kom je tot een goed proces? De vragen behorende bij afspraken 2 t/m 8.

De regiovisie geeft richting aan de opdracht voor de jeugdregio en is noodzakelijk voor het vormgeven van de inkoop en de uitvoering van de regionale opdracht. De regiovisie is daarmee dus ook voldoende concreet en bevat duurzaam vastgelegde afspraken binnen de regio over samenwerking die op langere termijn richting geven aan wat de regio samendoet. Afspraken 2 t/m 8 krijgen een plek in de regiovisie (afspraak 1). Een ander belangrijk onderdeel van de regiovisie is dat deze lokaal, regionaal en bovenregionaal met elkaar verbindt. In een regiovisie beschrijft de regio: 1. Gewenste inhoudelijke ontwikkeling van het zorglandschap. 2. Vraag & aanbod (Afspraken 2 en 5) 3. Lokale toegang (Afspraak 3) 4. Governance (Afspraak 4) 5. Sturing & bekostiging (Afspraak 6 t/m 8) 1. Gewenste inhoudelijke ontwikkeling van het zorglandschap Wat is, op basis van cijfers, trends en ervaringen de maatschappelijke opgave van de regio m.b.t. (de ondersteuning van) jeugdigen en gezinnen? Betrek hierbij ook de ervaringen van gezinnen en zorgaanbieders. Bij de gewenste inhoudelijke ontwikkeling kan bijvoorbeeld gedacht worden aan: De (strategische) beleidsdoelen van de regio. Wat (boven)regionaal nodig is om deze beleidsdoelen te bereiken. De gewenste inhoudelijke ontwikkeling van het zorglandschap en de transformatiestappen die daarvoor nodig zijn. 2.

Vraag & aanbod (Afspraken 2 en 5) De regiovisie bevat een beschrijving van het hulpaanbod dat nodig is in de regio. Welke jeugdhulp wordt regionaal gecontracteerd, welk deel lokaal en hoe komt de verbinding daartussen tot stand voor een soepele procesgang voor gezinnen en zorgaanbieders. Daarbij kan ook gedacht worden aan het aanbod binnen de aanpalende domeinen zoals bijvoorbeeld volwassenzorg, onderwijs en gezondheidszorg. Tevens wordt antwoord gegeven op de vraag hoe (tenminste voor de looptijd van de regiovisie) in regioverband de beschikbaarheid en continuïteit van jeugdfuncties wordt geborgd en voor welke functies bovenregionaal wordt samengewerkt/afgestemd. Afspraak 2: Borgen functies De regiovisie geeft helderheid over hoe gemeenten, ten minste voor de looptijd van deze visie, in regioverband de beschikbaarheid en continuïteit van jeugdfuncties borgen. Hierbij kan als leidraad de lijst met functies uit de regeling Jeugdautoriteit dienen, die regionaal een eigen invulling kan krijgen. De regiovisie geef ook aan wat de gewenste ontwikkeling van het zorglandschap is.

21

Bijlagenboek In stelling voor de nieuwe Jeugdwet

Rekenkamercommissie gemeente Rheden

Belangrijke vragen volgens de handreiking: Borgen functies -

Voor welke functies is het noodzakelijk om in elk geval als regio gezamenlijk op te trekken? Welke modellen zijn er denkbaar voor de verhouding tussen lokaal en regionaal? Wat zijn de randvoorwaarden die vanuit het opdrachtgeverschap nodig zijn om de continuïteit van zorg door regionale aanbieders te garanderen?

Uitgangspunt is dat samenwerking tussen gemeenten voor het behoud van de continuïteit van bepaalde jeugdhulpfuncties wenselijk of zelfs noodzakelijk is. Daarom is het aan te bevelen om een op basis van een gezamenlijk gesprek over de inhoud, visie en ambitie te bepalen wat je als regio samen wilt bereiken. Richt vervolgens de samenwerking in, volgens een van de drie smaken: lokaal tenzij, regionaal en regionaal tenzij. Houd bij het aanpassen van de huidige samenwerking rekening met de impact voor gemeenten, aanbieders en jeugdigen. Afspraak 5: Bovenregionale samenwerking Regio’s geven in hun regiovisie aan hoe en voor welke functies ze bovenregionaal samenwerken, met als doel dat deze bovenregionale functies beschikbaar blijven. Belangrijke vragen volgens de handreiking: Bovenregionale samenwerking -

Wanneer is het van belang om bovenregionaal samen te werken? Wat zijn de randvoorwaarden voor deze samenwerking? Wat is de positie van de regio ten opzichte van andere regio’s? Hoe geef je de verantwoordelijkheid als accounthoudende regio vorm (indien van toepassing)? Hoe wordt de verhouding tot het bovenregionaal expertisecentrum vormgegeven?

Om de continuïteit van functies te waarborgen is bovenregionale samenwerking tussen jeugdregio’s nodig. Bovenregionale afspraken omvatten meer dan alleen productieafspraken, maar zijn ook strategisch van aard en gericht op de toekomst en continuïteit van functies. De start van bovenregionale samenwerking is een goede analyse, gevolgd door gesprekken met de bestaande aanbieders. Bestaande afspraken met expertisecentra en afspraken over accounthoudende regio’s kunnen hierbij als vertrekpunt dienen. Gemeente Nijmegen is aangewezen als het expertisecentrum voor de regio Gelderland. 3. Lokale toegang (Afspraak 3) De regiovisie bevat de wijze waarop de lokale toegang verbonden is met de gecontracteerde hulp met de 5 basisfuncties voor lokale teams10 als leidraad. Met als doel om te komen tot een eenduidige samenwerking met gecontracteerde aanbieders. In de regiovisie is ook beschreven hoe het Regionale Expertteam is georganiseerd en verbonden met enerzijds de lokale teams en anderzijds de Expertisecentra en hoe de aansluiting met het onderwijs en de veiligheidsketen wordt gerealiseerd. Afspraak 3: Verbinding lokale toegang De regiovisie gaat in op de wijze waarop de lokale toegang verbonden is met de gecontracteerde hulp, met de vijf basisfuncties voor lokale teams als leidraad.

10

Basisfuncties voor lokale teams in kaart de route en componenten onder de loep (30 september 2019), KPMG: 1) Veilige leefomgeving: heb oog voor een veilige leefomgeving van de inwoner en pas de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling toe. 2) Tijdig signaleren van vraag: wees aanwezig daar waar de doelgroep is, zodat vragen gezien worden. Maak verbinding met de wijk en werk ‘outreachend’. Investeer in preventie. 3) Vindbare en toegankelijke hulp: wees toegankelijk en vindbaar en voer een goede triage uit. 4) Handelen met een brede blik: verhelder de vraag, maak een plan van en met het gezin en verleen ondersteuning, beleg de regie, maak duidelijke afspraken, houd een vinger aan de pols en blijf zichtbaar en benaderbaar. 5) Leren en verbeteren: Verzamel inzichten over je handelen, deel ze, ga erover in gesprek en trek er lessen uit.

22

Bijlagenboek In stelling voor de nieuwe Jeugdwet

Rekenkamercommissie gemeente Rheden

Belangrijke vragen volgens de handreiking: Verbinding lokale toegang -

Wat moet in elk geval in de lokale teams beschikbaar zijn? Hoe ga je vanuit de gemeentelijke toegang om met aanbieders die regionaal gecontracteerd zijn? Wat zijn de afspraken die je met aanbieders, gemeentelijke toegang en Gecertificeerde Instelling (GI) hierover moet maken om deze aansluiting te garanderen?

Het verbinden van de (gemeentelijke) toegang is noodzakelijk om praktische zaken te regelen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het delen van informatie, taakverdeling, ketenafspraken en terugkoppeling, leren en verbeteren. Voor het effectief verbinden van de huisartsen is overleg en inzet van praktijkondersteuners een goede optie. Voor effectief verbinden van de GI-functie zijn hernieuwde bestuurlijke afspraken tussen GI’s en gemeenten noodzakelijk. 4. Governance (Afspraak 4) De gemeenten leggen meerjarige afspraken vast over de organisatie van de regiofuncties zoals inkoop, contractmanagement, monitoring, handhaving en regionale transformatie. Afspraak 4: Niet-vrijblijvende governance Regio ́s kiezen in hun regiovisie een niet-vrijblijvende governance, met één onderling overeengekomen en gedragen aanspreekpunt dat extern kan optreden namens de regio. Belangrijke vraag volgens de handreiking: Niet-vrijblijvende governance -

Aan welke eisen moet een niet-vrijblijvende governance in elk geval voldoen?

In de regiovisie kiezen de gemeenten voor een niet vrijblijvende samenwerkingsvorm. Deze voldoet aan de volgende eisen: De samenwerking is meerjarig. De samenwerking is geformaliseerd. Binnen de samenwerking is er helderheid over de taakverdeling. Binnen de samenwerking is er één bestuurlijk aanspreekpunt. 5. Sturing & bekostiging (Afspraken 6 t/m 8) In de regiovisie wordt vastgelegd hoe de gemeenten de strategische beleidsdoelen bereiken via de sturing & bekostiging. Hoe wordt bijvoorbeeld gestuurd op kwaliteit, toegankelijkheid en geld? De visie omvat keuzes op het gebied van: Inkoop. Met aandacht voor de zorgvuldigheidseisen: tijdige start en afronding van de contractering, meerjarige contracten en continuïteit bij aflopende contracten. Het bekostigingsmodel. Met aandacht voor toepassing van de 3 uitvoeringsvarianten en reële tarieven. De contractvorm. Met aandacht voor uniformiteit in contractvoorwaarden en contractbeheer. Toegangs- en leveranciersmanagement. Met aandacht voor eenduidige verantwoording en wachtlijstbeheer. Afspraak 6: Beperken van de administratieve lasten Regio’s verplichten zich tot beperking van administratieve lasten door 1) de drie uitvoeringsvarianten consequent toe te passen; 2) bij regionale contractering als gemeente dezelfde contractvoorwaarden en gezamenlijk contractbeheer te hanteren.

Belangrijke vragen volgens de handreiking: Beperken administratieve lasten -

Wat zijn de oorzaken van de oplopende administratieve lasten? En hoe kunnen de administratieve lasten worden beperkt?

De administratieve lasten zijn in de afgelopen jaren flink toegenomen. Een regio kan stappen ondernemen om deze lasten te verlagen en zo meer tijd vrijmaken voor de transformatie van de jeugdhulp. 23

Bijlagenboek In stelling voor de nieuwe Jeugdwet

Rekenkamercommissie gemeente Rheden

De belangrijkste mogelijkheden zijn volgens de handreiking: Uniformeren waar mogelijk. Reduceren waar dat kan. Consequent toepassen van de drie uitvoeringsvarianten11, werkwijzen, protocollen en landelijke standaarden, eisen en definities. Aandacht besteden aan administratieve lasten bij het ontwerp van nieuwe werkwijzen en bij nieuwe inkoopprocedures. Betrekken van mensen in de uitvoering bij het ontwerp. Grote stappen voorwaarts zijn centraliseren van de backoffice in de regio(‘s) en werken aan vertrouwen en samenwerking met de aanbieders. Afspraak 7: Zorgvuldigheidseisen voor inkoop Gemeenten houden zich aan zorgvuldigheidseisen voor inkoop. Dit betekent dat ze inzetten op tijdige start en afronding van contractering, op meerjarige contracten en op continuïteit van zorg bij aflopende contracten. Belangrijke vraag volgens de handreiking: Zorgvuldigheidseisen voor inkoop -

Wat zijn naast de formele afspraken kenmerken van een regio die zorgvuldig inkoopt?

Door zorgvuldigheidseisen voor inkoop toe te passen hebben aanbieders bij nieuwe contracten voldoende implementatietijd. De Zeven Goede Gewoonten geven verdere invulling van de zorgvuldigheidseisen12. Samenwerking met aanbieders is nodig om tot transformatie te komen. Afspraak 8: Reële tarieven Regio ́s hanteren in hun contractering reële tarieven en kunnen rekenen op transparantie van aanbieders in de opbouw van hun tarief. Belangrijke vragen volgens de Norm van opdrachtgeverschap: -

Wat is een reëel tarief? Hoe kom je in samenspraak met aanbieders tot een reëel tarief? Hoe ziet het proces eruit om hier te komen?

Een reëel tarief is gebaseerd op verschillende kostprijselementen (personeel, overhead, huisvesting, indexatie, reis- en opleidingskosten, etc.). De gemeenten zijn verplicht op basis van een AMvB om kostprijsonderzoek te doen wanneer er nieuwe producten worden geformuleerd of tarieven worden aangepast. In het AMvB is ook het proces van het kostprijsonderzoek vastgelegd. Door op tijd te beginnen kan de gemeente voorkomen dat het tarief het struikelblok bij de inkoop wordt.

11

VNG, iZA en Zorginstituut Nederland hebben drie uitvoeringsvarianten uitgewerkt, gebaseerd op ervaringen in de praktijk: 1) De inspanningsgerichte uitvoeringsvariant: prijs x aantal, b.v. 2 uur begeleiding á € 30,-. 2) De outputgerichte uitvoeringsvariant: Te realiseren output, b.v. cliënt met zorgvraag krijgt ondersteuning à 100 euro per week. 3) De taakgerichte uitvoeringsvariant: Populatiegerichte bekostiging, b.v. het leveren van begeleiding aan specifieke doelgroep in een bepaalde wijk/dorp. 12 In de publicatie Zeven Goede Gewoonten van het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ) zijn Zeven Goede Gewoonten bij het inkopen van jeugdhulp opgenomen: 1) Maak je huiswerk 2) Kies pragmatische doelen 3) Zet het hele instrumentarium in 4) Communiceer vanuit het Toekomstperspectief 5) Denk samen 6) Vertrouw, maar controleer 7) Regel je mandaat. 24

Bijlagenboek In stelling voor de nieuwe Jeugdwet

Rekenkamercommissie gemeente Rheden

Bijlage 6: Het jeugdhulplandschap in Rheden tot nu toe In deze bijlage geven we inzicht in de wijze waarop het jeugdlandschap zich in de periode vanaf 2013 heeft ontwikkeld (paragraaf 1) en welke rol de gemeenteraad hierin op dit moment vervult (paragraaf 2). 1. (Boven)regionale samenwerking in historisch perspectief

Op basis van een uitgebreide documentenanalyse, aangevuld met de informatie uit interviews en overige informatie blijkt dat de inkoop van alle gedecentraliseerde jeugd taken in de periode van 2013 tot en met 2020 (boven)regionaal heeft plaats gevonden (paragraaf 1.1)13. Vanaf 2021 heeft de gemeente Rheden samen met Rozendaal besloten om een aantal jeugdhulpvoorzieningen lokaal in te kopen (paragraaf 1.2). 1.1.

Van 2013 tot en met 2020 alle gedecentraliseerde jeugdhulp (boven) regionaal

In de periode van 2013 tot en met 2020 heeft de inkoop van alle vormen van jeugdhulp die naar de gemeenten zijn gedecentraliseerd plaatsgevonden op regionaal niveau. Eerst in een netwerkorganisatie met centrale sturing door Arnhem en later via de inkooporganisatie verbonden aan de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Centraal Gelderland. Daarbij stond continuering van de zorg, samenwerking met aanbieders en betrokkenen centraal. De basisafspraken: Regionale visie en het regionaal Transitiearrangement In de regionale sociale visie (september 2013) zijn de uitgangspunten benoemd voor de intergemeentelijke samenwerking in de regio; in het regionaal transitiearrangement (RTA) is de basis gelegd van de samenwerking tussen gemeenten, zorgaanbieders en andere regio’s vanaf 2014. In het transitiearrangement zijn afspraken gemaakt met betrekking tot de overdracht van verantwoordelijkheden. Het betreft een uitwerking van de verplichting om een regionaal transitiearrangement uit te werken met als doelen: 1. De continuïteit van zorg te garanderen; 2. De hiervoor benodigde infrastructuur te realiseren en 3. De frictiekosten als gevolg van de transitie per 1 januari 2015 te beperken. Door gemeenten en zorgaanbieders is ervoor gekozen om de verplichte transitieperiode van 1 jaar (2015) met twee jaar uit te breiden en daarmee te kiezen voor een transitieperiode van 2014 tot en met 2016.

Het arrangement is door de Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd (TSJ) beoordeeld en ingedeeld in de eerste categorie: regio’s die óf al met aanbieders afspraken hebben gemaakt over zorgcontinuïteit en behoud van zorginfrastructuur óf met helderheid over het beschikbare budget snel tot afspraken kunnen komen. Inrichten infrastructuur ter voorbereiding op de decentralisatie Jeugdwet Na het vastleggen van deze basisafspraken is vervolgens gebouwd aan een infrastructuur voor participatie, zorg, hulp en ondersteuning in het sociaal domein. Allereerst heeft besluitvorming plaatsgevonden over onderwerpen die georganiseerd moesten zijn om op 1 januari 2015 aan het werk te kunnen gaan. Ook is samen met zorgaanbieders een transformatieagenda opgesteld, wat onder meer een impuls moest geven aan de transformatie gericht op het terugbrengen van de inzet en het gebruik van de langdurige zorg. De regionale paragraaf voor regionale verwerving en monitoring van jeugdhulp was tijdig (op 1 juli 2014) beschikbaar voor zorgaanbieders. Ook heeft voor 1 juli 2014 besluitvorming plaats gevonden over welke zorgfuncties in de overgangsjaren 2015 en 2016 bovenregionaal wordt afgestemd en op welke wijze.

Werken aan transformatie op regionaal niveau Vanaf 2018 wordt aan 4 ontwikkelingen gewerkt die zijn opgenomen in het regionaal transformatieplan jeugdhulp, te weten: versterking lokale toegang, ambulante specialistische jeugdhulp, verblijf en complexe scheidingen.

13

Een klein deel is via het Landelijk Inkoop Jeugdzorg en Wmo door de VNG ingekocht. Het gaat om zeer hoog specialistische vormen van jeugdhulp met een landelijke functie.

25

Bijlagenboek In stelling voor de nieuwe Jeugdwet

Rekenkamercommissie gemeente Rheden

Het jongerennetwerk is nauw betrokken bij de 4 ontwikkellijnen in het transformatieplan. Ook zijn er bijeenkomsten georganiseerd met lokale teams waarbij met jongeren wordt gesproken. Het regionaal transformatieplan loopt af in 2021. Er wordt dan bezien welke regionale projecten kunnen doorlopen. Dit gaat ook deel uitmaken van een op te stellen Regiovisie. Een van de uitgangspunten bij het transformatieplan is het verhogen van kennis van lokale teams. Er is een expertiseteam sinds mei 2020 (de perspectieftafel). Daarin worden complexe casussen besproken. Alle inkoop gedecentraliseerde Jeugdhulp regionaal Daarbij gaat het om 468 zorgaanbieders gecontracteerd tot 1 juli 2020 voor Wmo en Jeugdhulp. En vanaf 1 juli 2020 om 321 aanbieders. Inkoop vindt plaats via het interactief aankoopsysteem /semi open house constructie14 op basis van inspanningsgerichte bekostiging (prijs x kwantiteit).15 Dit heeft, volgens gegevens uit de ambtelijke organisatie, geleid tot in totaal 468 zorgaanbieders in de periode tot 1 juli 2020 (Jeugdhulp en Wmo). Eind 2018 is de inkoop geëvalueerd, wat heeft geleid tot aanscherping van de uitgangspunten en minder aanbieders, namelijk 321 zorgaanbieders16 in 2020 (Jeugdhulp en Wmo). Ten behoeve van de inkoop van 2020 is een deel van de zorg (verblijfszorg) via een Europese openbare procedure aanbesteed.

In de interviews wordt aangegeven dat 70 van de gecontracteerde aanbieders nooit zorg hebben verleend. Voor de nieuwe inkoop 2020 zijn de vier uitgangspunten17:

• • • •

De inkoop voert intensievere kwalitatieve toetsing bij toetreding en bij naleving van de contractering uit; De inkoop is ondersteunend aan de financiële doelstellingen van de gemeenten; De inkoop is ondersteunend aan de transformatiedoelstellingen; De inkoop draagt bij aan het vereenvoudigen en aanscherpen van (maatwerk)voorzieningen en het gebruik daarvan.

Wanneer aanbieders gedurende 12 maanden geen zorg hebben verleend kan daar afscheid van worden genomen. De inkooporganisatie geeft aan dat veel mogelijk is. Zo kunnen er pilots worden geïnitieerd en is de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling (MGR) Sociaal Domein bereid om mee te kijken en daarvan te leren. Ook worden andere financieringsvormen niet uitgesloten en kan het palet aan in te kopen producten en diensten worden aangepast. Ook tussentijds zal aanscherping plaatsvinden. (Boven)regionale afstemming Er zijn op dit moment diverse vormen van afstemming binnen de regio op bestuurlijk en ambtelijk niveau. Zoals de Bestuurlijke Regiegroep Sociaal Domein (BRESDO), het RPO Zorg (portefeuillehouders overleg van de wethouders in het Sociaal domein), de bestuurscommissie Inkoop, periodiek overleg met aanbieders en een bestuurlijk overleg met de belangrijkste aanbieders. Alle beleidsambtenaren jeugd komen iedere maand bij elkaar tijdens het Regionaal Ambtelijk Overleg (RAO) Jeugd en RAO Zorg (Ambtelijk overleg op managementniveau). Daar wordt de verbinding gelegd tussen lokaal, regionaal en bovenregionaal. Hier wordt gesproken over transformatielijnen en kwantitatieve data, maar ook over hoe de zorg kan worden verbeterd en het zorgverbruik te verminderen. In de regio bestaat een experttafel waarin ingewikkelde casuïstiek kan worden ingebracht (het perspectiefoverleg).

Volgens de geïnterviewde personen betreft het een goed ontwikkeld expertteam en zijn veel andere regio’s hier nog niet zo ver mee. Er is sprake van een intensieve samenwerking. Dit wordt van belang geacht voor zaken die specialistisch zijn, zoals verbetering jeugdbescherming, jeugdzorg Plus en een bovenregionaal expertisecentrum Gelderland.

14

In de semi open house constructie gaat de procedure pas open indien een gemeente of de regio dit noodzakelijk vindt. Bij het interactief aankoopsysteem, blijft de procedure open staan voor nieuwe toetreders die aan de vereisten voldoen. Voor de inkoop van 2020 is een deel van de zorg (verblijfszorg) via een Europese openbare procedure aanbesteed; En dus niet via de openhouse-procedure. 15 Opdrachtgever betaalt de aanbieder het gecontracteerd tarief per eenheid van geleverde inspanning. 16 Gegevens zoals bekend binnen de ambtelijke organisatie van gemeente Rheden. 17 Uit nieuwsbericht van 20-08-2019 op de site www.inkoopsdcg.nl: Stand van zaken nieuwe inkoop 2020 regio Centraal Gelderland 26

Bijlagenboek In stelling voor de nieuwe Jeugdwet

Rekenkamercommissie gemeente Rheden

Volgens de geïnterviewde personen wordt in de regio het cliëntperspectief actief betrokken. Via de regioambassadeur, maar ook via het jongerennetwerk worden jongeren actief betrokken bij de transformatietafels. Ook wordt advies uitgebracht over lokale en regionale beleidsplannen en het transformatieplan. Het jongerennetwerk zal tevens betrokken worden bij de op te stellen regiovisie. Tot begin 2021 kwamen de transformatietafels maandelijks bijeen over verschillende thema’s. De wens van gemeenten is om deze voort te zetten. Andere stakeholders die deelnemen aan de tafels zijn aanbieders, de vertegenwoordigers van de lokale toegang en de inkooporganisatie. Nieuwe organisaties, die sinds de transitie actief zijn, zijn vaak wat minder vertegenwoordigd. De resultaten van de transformatietafels zijn meegenomen bij de aanbesteding en pilots voor het opzetten van nieuwe zorgvormen en een andere inrichting van zorg. Ook bovenregionaal wordt samengewerkt in projecten. Voorbeeld hiervan is het project Gelderse verbeteragenda Jeugd Bescherming (GVJB). Dit is opgezet als een van de gezamenlijke acties naar aanleiding van een inspectierapport waarbij tekorten en niet goed lopende zaken zijn gesignaleerd.

De regionaal adviseur Jeugd is trekker van een aantal regionale projecten en vertegenwoordigt de regio in regionale, bovenregionale en landelijke overleggen en is tevens voorzitter van het G7overleg dat iedere 6 weken bij elkaar komt. Vanuit het Rijk wordt gestimuleerd dat er bovenregionale expertisecentra komen, ter ondersteuning van de regio’s. Die is recent van start gegaan en de gemeente Nijmegen heeft de opdracht die in stand te houden. Het Bovenregionaal Expertisenetwerk voor jeugdhulp in Gelderland (BOEG) is bedoeld voor ingewikkelde casussen die de regio overstijgen en het creëren van nieuwe voorzieningen. BOEG kijkt naar hiaten in het zorglandschap. Wat ontbreekt er en kan daarvoor iets worden georganiseerd? 1.2.

Vanaf 2021 gaat Rheden een aantal voorzieningen zelf inkopen

De verslechterende financiële positie van de gemeente Rheden heeft ertoe geleid dat begroting breed een ombuigingsoperatie is gestart. Uitgangspunt hierbij is dat ombuigingen in eerste instantie worden gezocht bij de uitgaven waar de tekorten worden veroorzaakt. De grootste financiële knelpunten doen zich voor in de Jeugdzorg. Aanpassing inkoop jeugdhulp nodig om financiële positie te verbeteren Rheden wil de jeugdzorg en beheersbaarheid daarvan verbeteren door aanbesteding op basis van prestatiegerichte lumpsumfinanciering met een beperkt aantal (grote) zorgaanbieders (met eventuele specialistische onderaannemers). Waar mogelijk binnen de MGR, maar eventueel ook daarnaast. Gemeenten als Amsterdam, Rotterdam, Venlo en Utrecht gingen Rheden voor en daar hebben, volgens de interne gesprekspartners, de rode cijfers langzaam maar zeker plaatsgemaakt voor zwarte cijfers. Volgens hen heeft het werken met een groot aantal zorgaanbieders een prijsopdrijvend effect, leidt dit tot versnippering van zorg en meer coördinatie/administratie. Voorstellen niet overgenomen in regionaal verband De gemeente Rheden heeft bij de voorbereiding van de nieuwe regionale aanbesteding “Inkoop 2020” op deze punten aangestuurd, maar dit is uiteindelijk niet overgenomen in regionaal verband.

Volgens enkele geïnterviewden werden de financiële problemen door niet alle andere gemeenten als zo urgent ervaren dat transformeren noodzakelijk was. Dit was daarom geen reden voor de regio om de inkoop hierop aan te passen. Hierop is door de gemeenten Rheden en Rozendaal aangegeven dat zij een deel van de jeugdhulp zelf gaan aanbesteden. De inkooporganisatie heeft niet het signaal gekregen dat de gemeenten het massaal anders willen gaan inkopen. Aanbesteding gemeente Rheden Naar aanleiding van de aanbesteding zijn door de gemeente Rheden 8 partijen gecontracteerd die op onderdelen de jeugdhulp uitvoeren, waaronder begeleiding en (deels) behandeling. Met deze aanbieders vindt een langjarige samenwerking plaats, waarmee periodiek het gesprek wordt gevoerd over de transformatiedoelen. De scheidslijn tussen wat regionaal en lokaal wordt uitgevoerd is de veel voorkomende ambulante dienstverlening. Dit wordt lokaal uitgevoerd. Regionaal blijft onder meer de hoog-specialistische behandeling, jeugdbescherming, verblijfszorg en dyslexie. Daarnaast is het doel om de sociale basis te versterken. Hoewel de externe gesprekspartners begrip hebben voor de situatie van Rheden, zijn zij over het algemeen niet blij met de beweging die Rheden heeft gemaakt. Zij geven aan van meerdere kanten gehoord te hebben dat het proces niet zo zorgvuldig is verlopen.

Zo is volgens hen te veel uit financieel belang gehandeld en het perspectief van jongeren en hun ouders onvoldoende meegenomen. Terwijl er een jongerennetwerk actief is in Rheden. Ook wordt er door hen op gewezen dat als alle gemeenten zouden kiezen voor lokale inkoop dit ertoe zou leiden dat een nog 27

Bijlagenboek In stelling voor de nieuwe Jeugdwet

Rekenkamercommissie gemeente Rheden

groter deel van jeugdmiddelen naar bureaucratie gaat. Door de ambtelijke organisatie van Rheden wordt hierover aangegeven dat bij de overgang van zorg de ouders door de betreffende zorgaanbieders betrokken worden om de overgang goed te laten verlopen. Meer aandacht nodig voor transformatie op regionaal niveau Door meerdere gesprekspartners wordt erop gewezen dat in de regio Centraal Gelderland veel aandacht uitgaat naar gezamenlijke inkoop en minder op inhoud en het inzetten op een gezamenlijke transformatie van de jeugdhulp met als uiteindelijke doel het versterken van de eigen kracht van de jongere en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van zijn gezin en sociale omgeving. Volgens hen moet duidelijk zijn wat je met elkaar wilt bereiken en wat daarvoor nodig is. Het is belangrijk dat lokaal en regionaal communicerende vaten zijn. De regionale afspraken mogen de lokale afspraken niet in de weg staan en andersom. Het moet zo simpel en logisch mogelijk worden ingericht. Een regionale visie in ontwikkeling Ten tijde van het onderzoek werkt een regionale ambtelijke werkgroep aan de totstandkoming van een regionale visie in het kader van de Norm voor Opdrachtgeverschap. Volgens de gesprekspartners betreft het vooral een voortzetting van de eerdere visie18; een nadere uitwerking van de NvO Jeugden én de NvO Beschermd Wonen/Maatschappelijke Opvang. 2.

De rol van de gemeenteraad in het huidige jeugdhulplandschap De geïnterviewde personen zijn het erover eens dat de lokale politiek dicht bij de burger staat. En dat dit zeker in het geval van regionale samenwerking lastig kan zijn. Zeker als het nodig is om het voorzieningenniveau terug te brengen of scherper af te bakenen, want dat raakt altijd individuele inwoners. Daarbij wordt erop gewezen dat de gemeenteraad zich niet blind moet staren op wat er lokaal gebeurt. Het jeugdveld strekt zich ook uit op regionaal en bovenregionaal niveau. Men is het er ook over eens dat gemeenteraden ver afstaan van de regionale samenwerking. Een van de redenen hiervoor wordt gezien in de veelheid van schakels in het besluitvormingsproces, zoals bestuurscommissies, het Dagelijks Bestuur (DB), het Algemeen Bestuur (AB), het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. De portefeuillehouders zitten in de bestuurscommissies en vertegenwoordigen daarin de gemeente Rheden. De invloed van de raad is beperkt tot het stellen van vragen aan de portefeuillehouders en via de P&C documenten. Volgens deze geïnterviewden is de tijd vaak erg kort voor de gemeenteraad om een zienswijze te geven over bijvoorbeeld de begroting van de MGR.

Als mogelijkheid om hierin verandering te brengen wordt gewezen op de mogelijkheid van rondetafelgesprekken op lokaal niveau, in plaats van lange notities, waarbij gemeenschappelijke regelingen tegen het licht worden gehouden en het college en de ambtelijke organisatie de raad kan informeren over de stand van zaken en wat hij kan verwachten. Thema’s daarbij zouden bijvoorbeeld kunnen zijn: Wordt voldaan aan het vastgestelde beleid? En grote wetswijzigingen. Informatievoorziening aan de gemeenteraad vanuit de MGR vindt op dit moment plaats als dat nodig is en altijd via de beleidsambtenaren of de portefeuillehouders van de betreffende gemeente. Daarnaast heeft Inkoop SDCG een rondje gemaakt langs de gemeenteraden ter voorbereiding op de nieuwe contractering en geeft aan raadsbijeenkomsten en workshops te verzorgen om op te halen wat gemeenteraden bezighoudt. En ook bereid is om bij gemeenteraden langs te komen om eventuele vragen te beantwoorden.

18

Het leidende principe voor de 11 gemeenten is: maximale ruimte voor lokaal sociaal beleid en lokaal maatwerk en vooral samenwerken op die taken waarin dit van expliciete toegevoegde waarde is voor de inwoners. Onze gemeenschappelijke visie op de transformatie van het sociale domein vormt de basis van onze regionale samenwerking in 2016 e.v. De visie is puntsgewijs uitgewerkt.

28

Bijlagenboek In stelling voor de nieuwe Jeugdwet

Rekenkamercommissie gemeente Rheden

Bijlage 7: De beoogde rol van de gemeenteraad na aanvaarding van het conceptwetsvoorstel Ten aanzien van de regionale inkoop zijn er twee hoofdthema’s in het conceptwetsvoorstel te onderscheiden waarin de gemeenteraad een rol dient te vervullen: de vaststelling van de regiovisie (kaderstelling) en de controle van de uitvoering van de gemeentelijke taken die in regionaal verband worden uitgevoerd. In het conceptwetsvoorstel wordt gemeenteraden opgedragen om een regiovisie op te stellen. Ook dienen gemeenteraden toestemming te verlenen voordat een door de colleges opgestelde gemeenschappelijke regeling in werking kan treden om een Jeugdregio in te richten. Naast de kaderstellende rol door het vaststellen van de regiovisie, heeft de gemeenteraad een controlerende rol waarover in de memorie van toelichting de volgende passage is opgenomen:

In het conceptwetsvoorstel is hierover de volgende passage opgenomen in relatie tot de rol van de gemeenteraad: “Dit wetsvoorstel beoogt een samenwerking waarbij de democratische legitimiteit is geborgd. Daarom is er gekozen voor een gemeenschappelijke regeling op grond van de Wgr. Het beleggen van werkzaamheden bij een gemeenschappelijke regeling kan een gevoel geven van afstand tot het lokale bestuur. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) schrijft in haar rapport ‘Wisselwerking’: ‘Gemeentelijke samenwerking is nodig en (zonder gemeentelijke herindeling) zelfs noodzakelijk. Voor de democratische legitimiteit van die samenwerking is actieve betrokkenheid van gemeenteraden essentieel. Zonder die betrokkenheid zal het steeds moeilijker worden om in het stelsel van representatieve democratie over belangrijke thema’s besluiten te nemen. Dus: gegeven dat samenwerking blijft en steeds belangrijker wordt, zullen gemeenteraden zich zelfbewust moeten bemoeien met samenwerkingsverbanden. En de samenwerkingsverbanden zullen er tijd en energie in moeten stoppen om de gemeenteraden meer invloed te geven op hun werkzaamheden. De grotere betrokkenheid van gemeenteraden betekent niet dat de één op de stoel van de ander gaat zitten, maar dat de houding ten opzichte van elkaar wezenlijk verandert.

De Raad adviseert dat die houding van gemeenteraden ten opzichte van samenwerking verandert van statisch naar dynamisch. Van een houding waarbij gemeenteraden budgetten bepalen en doelstellingen formuleren en samenwerkingsverbanden uitvoeren en verantwoorden, naar een houding waarbij gemeenteraden samen zich zelfbewust opstellen om gezamenlijk regionale publieke problemen op te lossen.’ De ROB doet op grond van zijn conclusies een aantal aanbevelingen in het rapport. Tevens heeft de Minister van BZK een wijziging van de Wgr in voorbereiding. Dat voorstel heeft tot doel om de positie van gemeenteraden ten opzichte van samenwerkingsverbanden te versterken. Dit sluit tevens aan op de ambitie uit het regeerakkoord “Vertrouwen in de toekomst” om de democratische legitimiteit van samenwerkingsverbanden te versterken.”

In het vervolg van deze bijlage zullen we eerst ingaan op de rol van de gemeenteraad bij de totstandkoming van de regiovisie (paragraaf 1) gevolgd door de rol van de gemeenteraad in samenwerkingsverbanden (paragraaf 2). Het betreft een algemene weergave van de instrumenten die de gemeenteraad ter beschikking staan. 1. De beoogde rol van de gemeenteraad in de totstandkoming van de regiovisie Gemeenten in een jeugdregio dienen (aanvullend op hun lokale beleid) een regiovisie op te stellen waarin de gewenste ontwikkeling van het zorglandschap is beschreven. De regiovisie wordt toegevoegd aan het lokale beleidsplan Jeugd en maakt hier deel vanuit. De gemeenteraad heeft hierbij dus een rol in de kaderstelling. In de regiovisie wordt ten minste ingegaan op de gezamenlijke organisatie van kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en bij of krachtens AMvB te bepalen vormen van jeugdhulp. Inhoud Gelet op het belang en strategisch karakter van de regiovisie, dient iedere gemeenteraad deze, als onderdeel van het algemene beleidsplan voor de Jeugdwet, periodiek vast te stellen.

29

Bijlagenboek In stelling voor de nieuwe Jeugdwet

Rekenkamercommissie gemeente Rheden

In de regiovisie zou in ieder geval beschreven moeten worden: • De strategische doelen; • De analyse van vraag en aanbod; • De sturingsfilosofie (Hoe willen gemeenten de strategische doelen bereiken middels hun inkoop? Welke keuzes maken zij daarvoor in hun contractvorm, bekostigingsmodel, toegangsmanagement en leveranciersmanagement?); • De implicaties voor de uitvoering (Wat zijn de implicaties voor de uitvoering: welke effecten heeft het bovenstaande op onder andere de inkoop en verantwoording, zodat deze eenduidig vorm krijgt in de regio?). Naast bovenstaande punten, is er een aantal zaken dat regionaal onderwerp van gesprek is. Het is vanzelfsprekend dat deze ook in de regiovisie worden verwerkt. Het gaat hier om: • Hoe de regionaal georganiseerde zorg voor jeugdigen aansluit op het lokale niveau en sociale basis infrastructuur, sociaal domein breed; • De wijze waarop de lokale toegang verbonden is met de gecontracteerde hulp, met de vijf basisfuncties voor lokale teams als leidraad; • De regionale aanpak wachtlijstbeheer; • Hoe de sociale kaart georganiseerd is en deze actueel blijft; • Hoe de regionale expertteams zijn georganiseerd; • Hoe de aansluiting plaatsvindt met de expertisecentra; • Hoe de aansluiting met de veiligheidsketen en het onderwijs plaatsvindt. Proces Ten aanzien van het proces is in het wetsvoorstel opgenomen dat: 1.

Jeugdigen, ouders/verzorgers en professionals zijn betrokken bij het opstellen van de regiovisie; 2. De regiovisie richting geeft aan de regionale opdracht voor de ‘Jeugdregio’; 3. De eenduidige regionale inkoop onnodige administratieve lasten vermindert; 4. Afstemming plaatsvindt met samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs. 1.2.

Huidige mogelijkheden van de raad bij kaderstelling

De gemeenteraad moet de algemene beleidskaders vaststellen waarbinnen het college van burgemeester en wethouders kan bewegen. Zo bepaalt de raad de beleidsmatige en financiële grenzen voor de uitvoering door het college. Dit doet de gemeenteraad ook bij de vaststelling van de regionale visie. Volgens de VNG vereist kaderstellen dat raadsleden nadenken over de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen en het kunnen afwegen van verschillende belangen. Belangrijkste vraag is: hoeveel ruimte wil de raad het college (en in dit geval het regionaal samenwerkingsverband) geven. Inhoudelijke kaderstelling De gemeenteraad zal hierbij moeten voldoen aan de inhoudelijke eisen waaraan de regionale visie dient te voldoen volgens het conceptwetsvoorstel, maar kan ook aanvullende inhoudelijke kaders stellen. Dat kan in de regiovisie, die gezamenlijk met andere gemeenten in de regio wordt opgesteld of in het lokale beleidsplan waarvan de regiovisie onderdeel uitmaakt. Daarnaast kan de gemeenteraad ook procedurele kaders stellen bijvoorbeeld met betrekking tot de planning of de inbreng van partners en inwoners of de wijze van controle en verantwoorden. Financiële kaderstelling De gemeenteraad dient realistische financiële kaders te stellen.

De raad dient daarbij zicht te hebben op de financiële consequenties en financiële uitgangspunten vast te stellen en de financiële kaderstelling verbonden aan de inhoudelijke kaderstelling. Werkwijze kaderstelling Naast de inhoud van de kaderstelling is het ook belangrijk op welke manier tot kaderstelling wordt overgegaan. Welke rol speelt de gemeenteraad daarbij? Startpunt hierbij is dat de gemeenteraad zelf een duidelijke eigen rolopvatting heeft over kaderstelling. Hoeveel ruimte wil hij het college geven? Kiest hij voor een proactieve of reactieve aanpak? Daarnaast is het belangrijk dat de gemeenteraad voldoende basis (instrumenten, kennis, ondersteuning) heeft om de kaderstellende rol te kunnen oppakken. Van belang is tevens op wijze het college de gemeenteraad ondersteunt in zijn rol. Denk hierbij bijvoorbeeld aan informatievoorziening maar ook de mate waarin het college rekening houdt met de wensen van de raad, of rekening houdt met de complexe praktijk van jeugdzorg.

30

Bijlagenboek In stelling voor de nieuwe Jeugdwet

Rekenkamercommissie gemeente Rheden

Toezicht en verantwoording kaderstelling Het is belangrijk om bij de kaderstelling ook al stil te staan bij de controlerende rol van de gemeenteraad. Hoe vindt de controle en bijsturing door de gemeenteraad plaats? Op welke wijze verantwoordt het college (en de regionale entiteit) zich richting de raad? Is er een goede samenhang tussen visie, uitvoering en beheersbaarheid? En biedt de kaderstelling voldoende (bij)sturingsmogelijkheden voor de gemeenteraad? 2.

De huidige rol van de gemeenteraad in samenwerkingsverbanden

Volgens het conceptwetsvoorstel dienen specialistische jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering regionaal te worden ingekocht (gecontracteerd door de regionale entiteit) en de verantwoording vindt plaats op een eenduidige manier per product per aanbieder. De Jeugdregio zal over de regionaal ingekochte zorg verantwoording afleggen aan de gemeenten in de regio voor wie zij werkt. Bij of krachtens AMvB kunnen aanvullende taken worden opgedragen aan de Jeugdregio. Zo overweegt het kabinet de betaling ook via de regionale entiteit te laten verlopen om uitvoeringslasten te verlagen. Jeugdregio’s kunnen naast bovenstaande vormen van zorg voor jeugdigen besluiten om andere vormen van jeugdhulp toe te voegen aan de regionale inkoop. Gemeenten dienen hiervoor regionaal te bespreken welke producten om regionale samenwerking, opdrachtgeverschap en beschikbaarheid vragen. Aangezien het een uitvoeringsregeling betreft, zijn de sturingsmogelijkheden van de gemeenteraad beperkt. Om te kunnen bepalen op welke wijze de gemeenteraad op het conceptwetsvoorstel kan anticiperen is het van belang om na te gaan op welke wijze de gemeenteraad van Rheden vorm en inhoud geeft aan de kaderstelling en controle van samenwerkingsverbanden. Deze is verankerd in de beleidsnotitie Samenwerkingsverbanden die door de raad op 30 mei 2017 is vastgesteld.

De hoofdlijnen hiervan vindt u terug in paragraaf 2.1. Daarnaast is het belangrijk om aandacht te besteden aan een tweetal documenten die ingaan op de (toekomstige) rol van de gemeenteraad bij gemeenschappelijke regelingen, te weten: Het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) (paragraaf 2.2) en de beoogde wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regeling ten aanzien van de rol van de gemeenteraad in samenwerkingsverbanden (paragraaf 2.3). 2.1.

De huidige mogelijkheden van de gemeenteraad bij samenwerkingsverbanden

Op 30 mei 2017 heeft de gemeenteraad de beleidsnotitie Samenwerkingsverbanden gemeente Rheden vastgesteld. Met deze notitie wordt vorm en inhoud gegeven aan de wijze van kaderstelling en controle van samenwerkingsverbanden door de gemeenteraad als gekozen volksvertegenwoordiging. Doel is de betrokkenheid van de raad te verbeteren bij zowel het oprichten van samenwerkingsverbanden, de invoering ervan, de reguliere uitvoering van taken als de eventuele beëindiging van deelname aan een samenwerkingsverband of de opheffing ervan. De gemeenteraad kan, volgens de notitie tal van instrumenten inzetten om de controlefunctie te vervullen. Actief en passief. Het college van burgemeester en wethouders verschaft de gemeenteraad alle informatie die deze nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak – sturing, controle en vertegenwoordiging van de inwoner (actieve informatieplicht). Het college dient de raad structureel over deze zogenaamde ‘verbonden partij’ te informeren via de planning-en-control cyclus. Het is aan de raadsleden om die informatie ter bespreking te agenderen. Daarnaast informeert het college de raad naar aanleiding van raadsvragen (passieve informatieplicht). Informatievoorziening gebeurt via: • De planning-en-control cyclus, • Bestuurlijk overleggen, • Raadsinformatiebrieven, • Mededelingen en • Ingekomen stukken.

Verder dient het college de raad waar nodig via raadsinformatiebrieven en via mededelingen en ingekomen stukken op de agenda geïnformeerd over specifieke ontwikkelingen en gebeurtenissen in de samenwerking. De informatievoorziening stemt het samenwerkingsverband af met het college. Naast schriftelijke informatie kan het hierbij ook gaan om bijeenkomsten waarin een bestuurlijke of ambtelijke vertegenwoordiger van het samenwerkingsverband met de raad in gesprek gaat over de taakuitvoering.

31

Bijlagenboek In stelling voor de nieuwe Jeugdwet

Rekenkamercommissie gemeente Rheden

Instrumenten die de gemeenteraad zelf kan inzetten of gebruiken

A. Raadsvragen, indienen

De gemeenteraad kan naar aanleiding van door het college verstrekte informatie raadsvragen stellen, een motie indienen, of (ingeval van raadsvoorstellen) een amendement indienen. Ook heeft een raadslid het recht om een verzoek in te dienen om het college te bevragen over een onderwerp dat niet op de agenda van de raadsvergadering staat (recht van interpellatie).

B. Agendastukken agenderen

Naar aanleiding van bijvoorbeeld agendastukken kan de raad onderwerpen agenderen voor bijvoorbeeld een informatieavond waarin nadere informatie en/of toelichting van de portefeuillehouder kan worden gevraagd.

C. Bespreken

Om voldoende tijd en aandacht aan de paragraaf Verbonden partijen te kunnen schenken en ook de prestaties en effecten te bespreken, hebben gemeenteraad en het college afgesproken om buiten de begrotingsbehandeling om over de samenwerkingsverbanden spreken. Daarbij wordt in de notitie uitgegaan van de januarivergadering. De raad kan ten minste via moties uitspraken doen over de door hem gewenste ontwikkelingen in de uitvoering van de samenwerking. Uit de interviews, werkbijeenkomst en documentenanalyse is gebleken dat van deze mogelijkheid in de praktijk nog geen gebruik is gemaakt.

D. Periodieke evaluatie

Een andere afspraak die college en gemeenteraad hebben gemaakt en in de praktijk nog niet heeft plaatsgevonden is om elke raadsperiode een evaluatie te doen, waarbij de gemeenteraad de te onderzoeken samenwerkingsverband(en) kiest met een onderzoeksperiode die is vastgesteld op 6 jaar (Deze termijn is voor de MGR Sociaal domein nog niet verstreken). Gedachte achter deze afspraak is dat per per raadsperiode, aan de hand van een evaluatie over het meerjarig functioneren van de samenwerking, een gedachtewisseling plaats tussen de gemeenteraad en het college over de prestaties, effecten en overige ervaringen van deelname aan de samenwerking. De uitkomst van een dergelijke evaluatie kan resulteren in herbezinning op deelname aan de samenwerking.

E. Contact met andere

Een ander instrument dat de gemeenteraad, volgens de notitie, kan inzetten is het contact met de gemeenteraden van de andere gemeenten die aan het samenwerkingsverband deelnemen. Idee is dat de raad daardoor niet alleen afhankelijk van de informatie die via het college komt, maar ook nog eigen kanalen heeft voor informatie en invloed. De raad communiceert met andere raden zoals het college communiceert met bestuurders van andere gemeenten. Op die wijze verkrijgen raadsleden rechtstreeks inzicht in de wensen, percepties, vraagstukken en opvattingen van andere gemeenten en gemeenteraden in het samenwerkingsverband. Er zijn verschillende mogelijkheden: • Raadsleden en raadsfracties van gemeenten zoeken elkaar op (al dan niet via de partijlijnen); • Er wordt een bijeenkomst van raden van de samenwerkende gemeenten georganiseerd; • De raadsleden delen op een efficiënte wijze informatie met raadsleden van andere gemeenten.

moties en amendementen en recht van interpellatie

samenwerkingsverbanden in januari vergadering

samenwerkingsverbanden

gemeenteraden

Noch uit de gevoerde gesprekken en de werkbijeenkomst, noch uit de documentenanalyse is gebleken dat dit instrument is ingezet in de afgelopen periode. 2.2.

Advies Wisselwerking van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB)

In haar advies Wisselwerking19 concludeert de ROB “dat de wisselwerking tussen gemeenteraden en gemeenschappelijke regelingen voor verbetering vatbaar is, dat die verbetering nodig is en – dat is het goede nieuws – ook mogelijk is.” 19

Wisselwerking; Naar een betere wisselwerking tussen gemeenteraden en de bovengemeentelijke samenwerking, (december 2015), Raad voor het Openbaar bestuur, Den Haag. Op verzoek van de Tweede kamer heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het zicht van de decentralisaties aan 32

Bijlagenboek In stelling voor de nieuwe Jeugdwet

Rekenkamercommissie gemeente Rheden

Volgens de ROB is het democratische gehalte van intergemeentelijke samenwerking al decennia onderwerp van discussie. Want in welke mate werkt het democratische systeem, waarin inwoners invloed kunnen uitoefenen door volksvertegenwoordigers te kiezen die op hun beurt richting geven aan overheidsoptreden, op regionaal niveau? En over dat overheidsoptreden moet rekenschap worden afgelegd. Burgers kiezen gemeenteraadsleden, niet het bestuur van een samenwerkingsverband en gemeenteraden ervaren minder invloed, transparantie, controle en participatie tot een samenwerkingsverband. Daarnaast worden geldstromen en bekostigingssystematiek als schimmig ervaren. De Raad concludeert dat gemeentelijke samenwerking nodig is en zelfs noodzakelijk, maar dat tegelijkertijd voor de democratische legitimiteit van die samenwerking actieve betrokkenheid van gemeenteraden essentieel is. Volgens de raad zullen gemeenteraden zich zelfbewust moeten gaan bemoeien met samenwerkingsverbanden en zullen samenwerkingsverbanden tijd en energie moeten stoppen om de gemeenteraden meer invloed te geven op hun werkzaamheden. Volgens de raad vraagt dat om de volgende maatregelen: • Gemeenteraden zullen, met name ten aanzien van samenwerkingsverbanden waarvan de maatschappelijke belangen het grootst zijn, schakelkracht moeten ontwikkelen en een dynamische houding.

Met schakelkracht wordt bedoeld het vermogen om niet alleen lokale belangen maar ook regionale belangen te behartigen; • De raadsgriffiers ondersteunen de gemeenteraad als procesadviseur in het bepalen van de strategische positie bij samenwerking; • Colleges van B&W zorgen ervoor dat alle gemeenteraden tegelijk beschikken over dezelfde informatie en schromen niet een raadsdebat uit te lokken over onderwerpen die hen in het samenwerkingsverband sterk bezighouden; • Het bestuur van het samenwerkingsverband investeert in de kwaliteit van de verbindingen met de samenleving en het politieke bestuur. “Gemeenteraden zijn geen stempelmachines voor besluiten van samenwerkingsverbanden, hun actieve betrokkenheid is een eis van democratie”; • De provincie neemt de rol van bewaker van de kwaliteit van het openbaar bestuur op zich door het gesprek over kwalitatief goed bestuur aan te gaan met gemeenten en regio’s. • De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) neemt passende afstand in acht en investeert in scholing en opleiding van gemeenteraadsleden, griffiers, besturen en directie van samenwerkingsverbanden; • Regering en parlement moeten de gevolgen van grote decentralisaties voor de hoofdstructuur van het binnenlands bestuur meer doordenken. 2.3.

Wetsvoorstel Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen

In het regeerakkoord is afgesproken dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) wordt aangepast om de politieke verantwoording over gemeentelijke samenwerking te verbeteren en gemeenteraden in staat te stellen hun controlerende rol beter uit te voeren. Met het wetsvoorstel wordt hieraan invulling gegeven.20 Op 1 juni 2021 is het wetsvoorstel geamendeerd aangenomen in de Tweede kamer.21 Doel van dit wetsvoorstel is om de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. Het gaat daarbij om de kaderstellende en controlerende rol van met name gemeenteraden.

de Raad voor het openbaar bestuur aan de Raad gevraagd wat gemeenteraadsleden nodig hebben om hun democratische taak bij regionale samenwerkingen te vervullen. 20 Tweede kamer (vergaderjaar 2019-2020) 35513, nr. 3 Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen. 21

Het amendement 35513 nr. 10 heeft betrekking op het verankeren van de mogelijkheid van burgerparticipatie in gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast is een drietal moties aangenomen die het kabinet verzoekt om: in overleg met decentrale overheden een kader op te stellen voor democratische controle op privaatrechtelijke samenwerkingen (35513, nr.11), het doen van wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit, legitimiteit en doelmatigheid van regionale regelingen (35513, nr.13) en het voeren van een fundamentele discussie over de ontwikkelingsrichting van het binnenlands bestuur (35513, nr.14)

33

Bijlagenboek In stelling voor de nieuwe Jeugdwet

Rekenkamercommissie gemeente Rheden

Daarnaast richt het wetsvoorstel zich op het vergroten van participatiemogelijkheden van burgers en belanghebbenden bij de besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen. Het wetsvoorstel bevat een combinatie van nieuwe bevoegdheden voor gemeenteraden en verplichtingen om in de gemeenschappelijke regeling afspraken over bepaalde onderwerpen te maken, waarbij de inhoud van deze afspraken aan de betrokken partijen wordt overgelaten. Dat kan ook zijn dat een onderwerp niet speelt bij een bepaalde regeling. Zo kan per gemeenschappelijke regeling de door raden gewenste controle en invloed worden gecreëerd. Omdat gemeenteraden uiteindelijk moeten instemmen met het treffen en wijzigen van een gemeenschappelijke regeling, ook als zij geen deelnemer aan de regeling zijn, is geborgd dat de manier waarop raden bij een gemeenschappelijke regeling betrokken worden op steun van de deelnemende raden kan rekenen. De voorgestelde wijzigingen worden in drie categorieën ingedeeld: a) Het versterken van de positie van gemeenteraden bij besluitvorming; b) Aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden; c) Verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling. a) Versterken van de positie van gemeenteraden bij besluitvorming door:

•

•

•

•

•

Verruiming zienswijzen bij het treffen van de regeling en omtrent besluiten: De raad kan een zienswijze naar voren brengen bij een ontwerpregeling van het college. De verplichting om een zienswijze te vragen aan de raden geldt nu alleen voor de begrotingsprocedure. In het wetsvoorstel wordt de verplichting geïntroduceerd om in de gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over besluiten, waarop door het bestuur van de regeling een zienswijze aan de raden wordt gevraagd. Tevens is in het wetsvoorstel opgenomen dat altijd gemotiveerd en schriftelijk wordt gereageerd op zienswijzen, voorafgaande aan het nemen van het besluit waarop de zienswijze is gegeven. Introductie regionale gemeenschappelijke adviescommissie: Het wetsvoorstel introduceert de mogelijkheid van een nieuwe commissie waar raadsleden zitting in hebben, die op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten wordt ingesteld door het algemeen bestuur. Met de gemeenschappelijke adviescommissie wordt beoogd dat de raden in een vroegtijdig stadium kunnen worden betrokken bij voorgenomen besluiten door het bestuur van de regeling. De gemeenschappelijke adviescommissie wordt ingesteld op voorstel van de raden van de aan de regeling deelnemende gemeenten gezamenlijk. Alle raden dienen dus in te stemmen met het voorstel.

Verplichte afspraken over participatie: Deze wijziging ziet erop (na amendering) dat in elke regeling bepalingen zijn opgenomen omtrent de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden. Actieve informatieplicht: Het bestuur van een gemeenschappelijke regeling krijgt een actieve informatieplicht omtrent hetgeen in een regeling speelt. De verplichting richt zich niet alleen op informatie over te nemen besluiten, maar betreft alles dat de raad behoort te weten om zijn taak goed te kunnen vervullen. Extra vergoeding voor lidmaatschap nieuwe gemeenschappelijke commissies: Voorgesteld wordt om te voorzien in de mogelijkheid van een extra vergoeding voor raadsleden die lid zijn van de gemeenschappelijke onderzoekscommissie en gemeenschappelijke adviescommissie.

b) Aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden door: •

Introductie gemeenschappelijk onderzoeksrecht: Met de introductie van het gemeenschappelijk recht van enquête krijgen de gezamenlijke gemeenteraden de mogelijkheid om onderzoek te doen naar eventuele misstanden bij een gemeenschappelijke regeling als geheel, door een gezamenlijke enquête uit te voeren naar de bestuur voering van een gemeenschappelijke regeling. De gemeenteraden zullen het gezamenlijk eens moeten worden over de inzet ervan en kunnen enkel een gemeenschappelijke onderzoekscommissie instellen als alle raden hiermee instemmen. 34

Bijlagenboek In stelling voor de nieuwe Jeugdwet

•

Rekenkamercommissie gemeente Rheden

Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers richting bestuur gemeenschappelijke regeling.

c) Verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling • •

•

Afspraken over evaluatie in de gemeenschappelijke regeling: Een verplichting wordt gecreëerd om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. Aanpassing regels gevolgen uittreding: Toegevoegd is dat in de afspraken moeten worden gemaakt ingeval van uittreding over de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Veranderingen in de begrotingscyclus: Om gemeenteraden meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting aan te passen. Dit gebeurt door drie wijzigingen: o De kadernota moet voor 30 april naar gemeenteraden worden gestuurd in plaats van 15 april; o De begroting van een regeling moet uiterlijk 15 september naar gedeputeerde staten worden gestuurd in plaats van 1 augustus; en o De ontwerpbegroting moet uiterlijk 12 weken voor 15 september voor een zienswijze aan gemeenteraden aangeboden worden, in plaats van 8 weken.

Na inwerkintreding van de Wet gemeenschappelijke regelingen zullen alle gemeenschappelijke regelingen moeten worden aangepast om, gezien de aangebrachte wijzigingen, in de regeling op te nemen van welke instrumenten de deelnemende gemeenten gebruik willen maken en op welke wijze.

35

Bijlagenboek In stelling voor de nieuwe Jeugdwet

Rekenkamercommissie gemeente Rheden

Bijlage 8: Overzicht zorgvormen Jeugdhulp- naar schaalniveau Op basis van beleidskader Jeugdhulp 2015-2016 gemeente Rheden en Inkoopdocument Sociaal Domein Centraal Gelderland. LANDELIJK

REGIONAAL INGEKOCHT BOVENREGIONAAL AFGESTEMD

Landelijke specialismen Jeugdzorg plus • Gesloten verblijf en behandeling 24-uur

Jeugdzorg-plus • Gesloten verblijf en behandeling 24- uur

GGZ met landelijke functie • Voortgezette diagnostiek, • (Gesloten) 24 uurs- zorg, • Verblijf deeltijd • Dag- en deeltijdbehandeling

Gesloten Psychiatrische zorg • Gesloten verblijf en behandeling 24- uur

Expertise en behandelcentrum op het terrein van geweld in afhankelijkheidsrelaties onder de 18 jaar. • Voortgezette diagnostiek • (Gesloten) 24 uurs- zorg

Open verblijf residentieel: terreinvoorzieningen • Verblijf 24 uur zorg

Jeugd licht verstandelijk beperkt, sterk gedragsgestoord • Voortgezette diagnostiek • (Gesloten) 24 uurs- zorg

(L)VB-jongeren ZZP 4 en 5 samenloop (Gesloten) verblijf en behandeling 24- uur

Gespecialiseerde diagnostiek, observatie en behandeling aan (L)VB jeugd GGZ met bijkomende complexe problematiek • Voortgezette diagnostiek • (Gesloten) 24 uurs- zorg

Crisis residentieel Verblijf 24-uurs zorg

Forensische Jeugdzorg • Verblijf deeltijd, • Dag- en deeltijdbehandeling

Spoedeisende zorg (SEZ), ambulant team • Meldpunt, • Ambulant crisishulp

REGIONAAL

Ondersteuning Pleegzorg • Werving • Matching LOKAAL (voorheen ook lokaal)

Activerend werk

Preventieve opvoed- en opgroeiondersteuning (Informatie en advies, Signaleren, Toeleiding naar hulp, Licht pedagogische hulp, Coördinatie van zorg

• Oriëntatie • Ontwikkeling

• Jeugdgezondheidszorg (JGZ) 0-19 jaar • Zorgconsulent 0-4 jaar • Schoolmaatschappelijk werk • Jongerenwerk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=b2a243e0-b666-43d2-9f03-d7bd6c4a4313