CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie Jeugdaanpak gemeente Rheden 2022 (2303)

Raadsvergadering 31 januari 2023, gemeente RhedenBij agendapunt: Integraal veiligheidsbeleid 2023-2026 (23.03)26.940 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Je kunt nog een half jaar verlengen als dat nodig is.’ 6.3 OPVATTINGEN OVER JEUGDAANPAK VERSCHUIVING VAN GROEPEN NAAR GROEPSDYNAMIEK In het voorgaande noemden we het al even: de term “groepsdynamische aanpak”. De coördinator van het jeugd‐ interventieteam in Doetinchem legt uit: ‘Groepen zijn namelijk fluïde. Als er (al wel) gedoe is maar (nog) weinig gedonder, krijg je juist meer afstand als je er gelijk bovenop zou duiken met allerlei repressieve maatregelen. We spreken daarom van een groepsdynamische aanpak.’ De regisseur aanpak overlastgevende jeugdgroepen uit Zaanstad sluit zich hierbij aan: ‘Groepen zijn fluïde, verplaatsen zich veel meer. We kijken (…) bijvoorbeeld ook naar individuen waar zorgen om zijn. Daar kijken we dan wat er nodig is. Soms doen we dat wat strakker, zodat er ruimte ontstaat voor een goed gesprek. En wat we doen om het inzichtelijker te maken, kijken we naar wie er negatieve invloed heeft (rood), anderen typeren we met oranje (lopen risico) en groen (zijn aanspreekbaar en doen het goed). Dan zie je direct hoe de groep eruit ziet.’ De dynamiek bestaat volgens de coördinator van Doe‐ tinchem uit ‘de cohesie die de jongeren bij elkaar brengt. Er is nog geen symboliek, maar jongeren zijn wel naar elkaar en naar de buurt toe op zoek naar hun status en positie.’ Door te spreken van een groepsdynamische

ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 38

EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN

aanpak wordt de kwalificatie van overlastgevend minder bepalend voor de inzet die wordt gepleegd door de partners van de jeugdaanpak en komt er meer ruimte voor een bredere kijk op wat de jeugd nodig heeft. MEEBEWEGEN MET DE SITUATIE OP STRAAT Vanuit de wetenschap dat jeugdoverlast van alle tijden is en groepen komen en gaan, vroegen we de referentie‐ gemeenten naar hun ervaringen met het ‘meebewegen’. Stel dat er opeens allemaal nieuwe groepen op straat worden gesignaleerd, wat doen zij dan? ‘De relatie [met de jeugd] op straat blijft voorop staan. We laten ons niet zo gauw gek maken door bewoners of de politiek ofzo. Wat betreft beeldvorming proberen we wel feitelijk te zijn: we zorgen dat we weten wat er gaande is. We kunnen dan opschalen of juist weerleggen’, aldus de coördi‐ nator uit Doetinchem. En omgekeerd kan er ook worden afgeschaald als het rustiger is. Je kunt dan bijvoorbeeld wat vaker en wat langer bij de bestaande groepen aanwezig zijn. In het algemeen zien we dat in de meeste gemeenten zoveel mogelijk geanticipeerd wordt op veranderingen in de situatie op straat door structureel te bespreken wat het beeld op straat is, vaak in een breed overleg. ‘De ene keer is het intensiever (op casuïstiek), de andere keer meer op trends en ontwikkelingen’, aldus de Coördinator zorg en veiligheid van de gemeente Zevenaar.

AFSPRAKEN EN AFSTEMMING In de meeste gemeenten die we spraken worden afspraken gemaakt tussen de verschillende partijen die met jeugd op straat in aanraking komen. ‘Het gedrag op de vroege avond is anders dan op de latere avond. Het meeste gedrag dat opvalt is bij 15‐16 jarigen. Jongerenwerkers zijn daarom tot 21:00 op straat, na dat tijdstip is het Toezicht & Handhaving. We maken daarover afspraken met elkaar, we hebben een avondcyclus’, aldus de coördinator van het Jeugdinterventieteam in Doetinchem. De meerwaarde van een dergelijke afspraak is dat de jongerenwerker de jongeren op straat soms kan waarschuwen: ‘Als het gedrag niet verandert, zijn ze later op de avond aan de beurt als de politie of handhaving langskomt. En dan zie je dat je de Plus Min Mee methodiek ook kunt toepassen.’ Ook in Zaanstad wordt op die manier gewerkt: ‘de BOA’s rijden op een avond met 4 man, doordeweeks tot 0:00, in het weekend tot 01:00. De meldkamer van de politie meldt door aan jeugdboa’s. Alle geprioriteerde groepen zien ze minimaal twee keer per dienst. Soms is het wat spannender of vervelender en dan zijn ze er vaker. Soms vormen ze ook een koppel met de politie’, aldus de regisseur aanpak overlastgevende jeugdgroepen. De inzet van het jongerenwerk is wat minder te sturen, omdat ze nog een grotere mate van zelfstandigheid kennen voor de uitoefening van hun functie.

Het feit dat er binnen de gemeente drie aanbieders van jongerenwerk zijn, helpt daar niet bij. En soms loopt men daar ook tegen de grenzen aan van bijvoorbeeld de capaciteit: ‘Als er een acti‐ viteit gepland is, kun je een jongerenwerker niet naar een groep of locatie sturen.’ 6.4 DE METHODE PLUS MIN MEE EN DE STRAATCONTACT APP De methode Plus Min Mee en de app van Straatcontact zijn goed bekend bij de referentiegemeenten waar we mee spraken. De toepassing verschilt per gemeente. In de ene gemeente zweren ze erbij, zoals in Veenendaal, terwijl ze in de andere gemeente vooral de praktische nadelen zien, zoals in Zaanstad. DE METHODIEK KAN OOK PREVENTIEF WORDEN INGEZET De uitgangssituatie voor het bespreken van jeugd in Veenendaal is dat de jeugd altijd in wisselende samenstelling bij elkaar komt. Dit vormt geen reden om de groepsaanpak met behulp van de methode Straatcontact los te laten. In tegendeel: ‘De wisselende samenstelling is er altijd. Je komt met het zeven stappen model tot een groepsaanpak. (…) Er kan wel eens iemand bijkomen. En soms kun je een jongere ook even buiten de cirkel

ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 39

EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN

plaatsen. En als iemand een tijdje niet meer wordt gezien of besproken, krijgt ie een afsluitbrief’, zo legt de adviseur jeugd en veiligheid uit. Ze voegt daaraan toe dat de hoge frequentie waarin het kernteam bij elkaar komt, namelijk eens in de twee weken, belangrijk is om te weten wat er speelt. ‘Als je het niet op die manier bespreekt, kan het over vier weken bij wijze van spreken weer helemaal anders zijn. Als je er goed bovenop zit, signaleer je de wisselingen ook snel. Juist door het met elkaar te bespreken, houd je het overzicht met elkaar.’ Gevraagd of dit niet vooral een aanpak is die past bij een grotere gemeente met wat meer nadrukkelijke proble‐ matiek dan in een gemeente Rheden waar nu vooral sprake is van brandjes, vandalisme en vervuiling, antwoordt zij: ‘In de ene wijk kan een brandje veel onrust geven, in de andere helemaal niet. Het gaat ook om de impact. Het is altijd maatwerk en je moet het altijd kunnen verantwoorden. Je moet altijd kunnen uitleggen waarom je een jongere gaat volgen. Meestal hebben we de ouders er dan ook bij. Als ze meerderjarig zijn, vragen we ook of de jongere dat goed vindt.’ Het middel is in dezen dus niet groter dan het doel. PRAKTISCHE BEZWAREN EN BELEMMMERINGEN Hoe handig een gezamenlijke app ook lijkt: in de praktijk blijkt het vaak lastig deze te gebruiken zoals deze be‐ doeld is.

Ten eerste zien we dat de opvattingen over het nut en de noodzaak uiteenlopen. ‘Straatcontact wordt gezien als het speeltje van de BOA’s. Het is een signaleringssysteem, geen uitvoeringssysteem,’ aldus de beleids‐ adviseur. Zijn collega vult aan ‘voor heel veel mensen is het een zoveelste systeem dat niet gekoppeld is.’ Hier‐ door is de drempel om informatie te delen via Straatcontact hoog en valt of staat het succes met de discipline van de kernpartners: ‘het betekent een extra handeling. En als je bent ingelogd met je laptop en je wilt later met je telefoon iets invoeren, dan is dat ook ingewikkeld.’ Anderen ervaren deze technische belemmeringen wat minder, zoals de HALT‐medewerker in Doetinchem: ‘Het duurt wel even voor je in het systeem zit, maar verder is het makkelijk. Ik maak toch al een gespreksverslag voor HALT, dus vaak kun je ook Copy‐Pasten.’

Informatiedeling ‘Jongeren hebben geen probleem met informatiedelen, dat hebben wij.’ Bron: Adviseur Jeugd en Veiligheid, Zaanstad (2022)

Een tweede punt waar gemeenten tegenaanlopen is de wetgeving rondom het delen van informatie. Een van de belangrijkste taken van het kernteam, het op waarde schatten van overlastmeldingen, wordt hierdoor namelijk bemoeilijkt. In Zaanstad wachten ze dan ook met smart op een nieuw landelijk convenant aanpak jeugdgroepen: ‘Er is veel onduidelijkheid op het moment. De wet staat niet altijd in de weg, maar het voelt voor mensen soms wel zo. Alles wat volgens protocollen moet, kost meer dan het oplevert. We hopen dat we straks weten wat er mogelijk is’, aldus de beleidsadviseur jeugd en veiligheid. Zijn collega vult aan: ‘er is veel nodig om samen vast te stellen of iets wel zo is of niet. Die analyse is bijna niet te maken, omdat je vast zit aan AVG.’ Ook in Zevenaar loopt men af en toe tegen deze vraag aan en voorziet het privacy convenant niet altijd. Het staat in schril contrast met de manier waarop de jeugd elkaar informeert over waar bijvoorbeeld de BOA’s of de politie gesignaleerd zijn en waarschuwt wanneer zij in aantocht zijn of iets over hen weten. 6.5 OMGAAN MET MELDINGEN EN DATA Net als in Rheden, ervaren ook de kernpartners van de jeugdaanpak in andere gemeenten de nadelen van het feit dat meldingen op verschillende manieren en op verschillende plekken worden geregistreerd.

De geïnter‐ viewde professionals geven aan dat het niet alleen belangrijk is om te kijken naar het aantal meldingen, maar vooral ook naar de aard van de meldingen en het type overlast dat wordt geconstateerd. Zo was er Doetinchem een situatie waarin er sprake was van bedreiging, vuurwerkoverlast en rotte eieren gooien. Door de inzet vanuit

ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 40

EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN

de jeugdaanpak veranderde dit na verloop van tijd in geluidsoverlast en zwerfafval. Daarmee was de situatie nog niet opgelost, maar was de impact voor de bewoners wel een stuk minder groot. Om de meldingen zoveel mogelijk op waarde te schatten, leggen de partners in Doetinchem drie systemen naast elkaar. ‘Soms zijn de meldingen dubbel, want ze worden wel eens langs meerdere lijnen gemeld, dus Je moet daar wel even wat voor uitzoeken.’ Ook in Zaanstad zouden ze de systemen graag koppelen. ´Ja, ik zeg wel eens ik doe het werk met een blinddoek op. Je ziet helemaal niet om wie het gaat. We zijn nu al jaren bezig en hebben de wens om dat bij elkaar te krijgen. De politie kan op basis van meldingen bijvoorbeeld wel inschatten dat het voor hen is, maar in de prioritering kan het wegvallen. Dan gaat er op een later moment een mailtje naar de wijkagent. Als daar dan niet of te laat op gereageerd wordt, weten we niet goed wat er aan de hand is en voelen mensen zich niet gehoord. En daar hebben we allemaal last van,´ aldus de regisseur aanpak overlastgevende jeugdgroepen. Tot slot kunnen de beschikbare data gebruikt worden om patronen uit te halen. De beleidsadviseur uit Zaanstad legt uit: ‘Je hebt overlastluwe perioden, januari t/m maart met name. De vraag is in hoeverre we daar ook reke‐ ning mee houden in onze planningen. Daar zou je best eens naar kunnen kijken.

In die periode kun je bijvoorbeeld iets minder ambulant werk inzetten, zodat je vanaf half april weer aan de bak kunt.’ Dit is een interessante vraag, aangezien bijna alle betrokkenen aangeven dat overlast vaak seizoensgebonden is en op de piekmomenten graag meer inzet zouden willen kunnen plegen. De adviseur jeugd en veiligheid van de gemeente Veenendaal stelt: ‘eigenlijk zou je elke dag wel een jeugdboa willen hebben. Hoe vaak je niet hoort: “we zien ze niet”. Dat komt omdat ze maar 3 diensten in de week hebben. En je wilt dat ze ook scholen en sportclubs e.d. kunnen bezoeken. Ik denk dat het goed is dat naast de jongerenwerker ook de jeugboa geregeld dit soort gesprekken voert.’ Meer zicht op de specifieke inzet gedurende het jaar zou hier wellicht ten dele uitkomst kunnen bieden. 6.6 HET BELANG VAN VERWIJSPLEKKEN Tot slot hebben we specifiek contact gezocht met de gemeente Doesburg, omdat dit in veel interviews naar voren kwam als een jaloersmakend voorbeeld van een gemeente waar de voorzieningen centraal gelegen zijn en ervoor zorgen dat het gemakkelijk is voor de professionals om contact te maken met een groot deel van de jeugd. In werkelijkheid is het niet zo rooskleurig. Momenteel wordt bijvoorbeeld onderzocht of het jongerencentrum multifunctioneel kan worden ingezet, met het oog op de kosten. Daarnaast is het zo dat niet alle groepen met elkaar willen zijn.

Er is ook een groep die verderop hangt, bij een pannakooi. En soms verandert de samenstelling en het gedrag door ruzies. En bovenal geldt nog dat de aanwezigheid van een mooi jongerencentrum niet garandeert dat alle jongeren zich daartoe aangetrokken voelen. Hoewel ze dat niet met zoveel woorden kenbaar maken, mijden sommige jonge‐ ren het centrum juist vanwege het feit dat ze daar geen alcohol of drugs kunnen gebruiken, zo legt de beleids‐ adviseur van de gemeente Doesburg uit. En datzelfde geldt voor de sportfaciliteiten buiten. Een groep jongeren uit Doesburg vroeg om een container om te kunnen chillen. ´De wethouder wilde wel mee in hun verhaal, maar het is niet gelukt, want de jongeren wilden niet zelf de verantwoordelijkheid dragen. In Bronkhorst onderhouden de jongeren zelf hun plekken, dus het kan wel.´ Net als Rheden worstelt ook Doesburg met de vraag waar je zo´n JOP dan moet neerzetten: ‘Langs het fietspad kan het bijvoorbeeld, zeker in de winter, voor onveiligheidsgevoe‐ lens zorgen bij voorbijgangers.’

ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 41

EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN

Ondanks de moeite om een geschikte plek te vinden en het gegeven dat je niet alle jongeren hiermee bedient, zijn de geïnterviewden het erover eens dat je verwijsplekken voor de jeugd moet hebben.

Wi‐Fi gebruiken om jeugd te sturen naar verwijsplekken ‘We hebben van die grote borden, waar je kunt zien wat er in de stad te doen is en daar zit een wifipunt in. Daar zit ook de horeca in de buurt en de bewoners hadden daar op een gegeven moment veel last van: intimidatie, rondrijdende scooters, drugs dealen. We kwamen er in gesprek met jongeren achter dat onbe‐ perkt wifi een belangrijke rol speelde. Toen hebben we het uitgezet na 18:00 ’s avonds. Omgekeerd kunnen we het ook aanbieden, bijvoorbeeld bij een JOP. Je moet ook verwijsplekken hebben.’ Bron: Adviseur Jeugd en Veiligheid, Veenendaal (2022)

Verwijsplekken zijn niet alleen belangrijk om jongeren makkelijker weg te kunnen sturen op plekken waar zij overlast veroorzaken, maar kunnen ook worden ingezet om jongeren te belonen en hen te leren om zelf verant‐ woordelijkheid te dragen. Met het oog op de bredere boodschap “de jeugd mag er zijn” is dat eigenlijk onmis‐ baar. Het aanbieden van Wi‐Fi kan daarbij worden ingezet als sturingsinstrument. 6.7 CONCLUSIES Samenvattend kunnen we vaststellen dat veel gemeenten, ongeacht de grootte, de aard en omvang van de situ‐ atie op straat en de (groepen) jongeren met wie ze te maken hebben, met dezelfde vraagstukken zitten. De belangrijkste zijn het afstemmen van de inzet op de situatie (formatie, instrumentarium, breedte van de samen‐ werking), het koppelen van informatie uit verschillende bronnen en het zorgen voor een actueel en adequaat (feitelijk) beeld. Opvallend is dat de partners in Rheden Straatcontact vooral zien als een methode die kan worden toegepast op het moment dat er sprake is van overlastgevende groepen, terwijl andere gemeenten de methodiek en app van Straatcontact consequent gebruiken, vanuit de gedachte dat je veel kunt voorkomen als je er op tijd bent. Ze schromen er niet voor om jongeren en ouders te informeren dat ze besproken worden, ook al gaat het soms niet alleen om ernstig afwijkend gedrag, maar ook om zorgen.

Interessant is daarom de term “groepsdynamische aanpak”, omdat die er in alle opzichten voor zorgt dat je bre‐ der kunt kijken naar wat er speelt en wat er nodig is. Niet alleen kan ook meer vanuit preventie worden gekeken, maar ook het aantal en type betrokken partners kan hierdoor variëren, al naar gelang de behoefte van het mo‐ ment. In meer algemene zin lijkt ‘de kunst van het meebewegen’ een belangrijke factor voor succes. De rondgang langs de vijf referentiegemeenten maakt duidelijk dat een jeugdaanpak niet alleen moet bestaan uit reageren op de situatie, maar ook uit anticiperen. Inzicht in de beschikbare data is daarvoor cruciaal. De ruimte om gedurende het jaar te schuiven met de inzet en prioriteiten van afzonderlijke partners is een interessante suggestie. Tot slot hebben we vastgesteld dat de zo vurig gewenste verwijsplekken niet per se de oplossing zijn. Niet alle jongeren komen daar en niet alle jongeren kunnen zelf verantwoordelijkheid dragen. Desalniettemin zijn ze wel nodig vanuit het oogpunt van straffen en belonen en met het oog op talentontwikkeling.

ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 42

EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN

7. OP NAAR DE TOEKOMST In dit hoofdstuk zetten we de belangrijkste conclusies op een rij, gevolgd door een aantal aanbevelingen die volgens ons nodig zijn om de aanpak nog effectiever te maken, zowel inhoudelijk als qua proces. 7.1 CONCLUSIES DE AANPAK SLUIT AAN OP WAT NODIG IS De huidige aanpak van Pak(je)Kans sluit inhoudelijk goed aan op wat er volgens het kernteam nodig is. De situatie op straat is op dit moment overzichtelijk en beheersbaar en dus kan worden volstaan met een maandelijks over‐ leg aan de hand van locatieoverzichten en het gebruik van een eigen Whatsappgroep. De Zeven Stappen Metho‐ diek en het gebruik van de Straatcontact app zijn op dit moment niet aan de orde omdat er geen overlastgevende groepen zijn. DE INZET IS IN VERHOUDING TOT DE PROBLEMATIEK De inzet is in verhouding tot de problematiek, hoewel het enigszins lastig is in te schatten in hoeverre dit te maken heeft met de relatief rustige Coronaperiode die goed beschouwd nog maar net achter ons ligt. Enkele kernpartners geven aan dat ze, als dat zou kunnen, wel graag iets meer uren zouden willen hebben om contact te maken met de jeugd en hen beter te leren kennen.

Ze willen graag iets meer preventief kunnen werken, naast het reageren op meldingen en het bezoeken van de ‘usual suspects’, bijvoorbeeld door jeugd te bezoeken op plekken die niet in meldingen voorkomen of door het bezoeken van scholen en sportverenigingen. De relatief kleine formatie is maakt de aanpak kwetsbaar. In Rheden is op dit moment slechts 1 jeugdboa actief en er is ook maar 1 ambulant jongerenwerker. Wanneer een van deze schakels onverhoopt wegvalt, is er niet direct een collega beschikbaar die over dezelfde contacten met de jeugd en over dezelfde informatie beschikt. Bij de politie is dit wat minder aan de orde, omdat er altijd voor voldoende formatie wordt gezorgd, maar ook daar geldt dat er uiteindelijk maar 1 agent per gebied is met taakaccent jeugd. DE AFSPRAKEN ZIJN HELDER, MAAR IN HET VELD NIET BIJ IEDEREEN BEKEND De onderliggende afspraken zijn helder en goed gedocumenteerd, maar ze blijken niet bij iedereen even goed bekend. De kernpartners op straat vertrouwen erop dat er een goed privacy convenant is, maar weten geen van allen te benoemen wat daar precies in staat. Dit is op zichzelf geen probleem, zolang de gemeente Rheden als gastheer en facilitator van Pak(je)Kans erop toeziet dat de afspraken worden nagekomen. De methode Straatcontact is tegelijk met de komst van de jeugdboa’s geïntroduceerd.

Alle partners die destijds bij Pak(je)Kans waren aangesloten hebben toen ook een training gevolgd. In de praktijk zien we dat de elementen van het Zeven Stappen Model worden gebruikt om signalen over jeugdoverlast op waarde te schatten en om een eventuele aanpak te formuleren, maar ze het model an sich wordt niet expliciet genoemd. Tijdens de maande‐ lijkse vergaderingen van Pak(je)Kans wordt bovendien niet actief gesproken over de methodische kant. Deels komt dat omdat er op dit moment geen overlastgevende groepen zijn en er geen situaties zijn waarop niet direct een antwoord kan worden geformuleerd. Sommige partners hebben hier wel belangstelling voor, vooral van‐ wege het feit dat je, als het wat rustiger op straat is, meer kunt inzetten op preventie. DE BESCHIKBARE INFORMATIE WORDT NIET OPTIMAAL BENUT Samen beschikken de kernpartners over veel informatie over (ervaren) overlast. Meldingen van inwoners komen echter op verschillende plekken binnen en worden op verschillende manieren geregistreerd en datzelfde geldt ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 43

EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN

voor eigen mutaties door professionals. Hierdoor is er geen volledig en geen compleet beeld te construeren als het gaat om de cijfers. De gemeente Rheden staat hierin niet alleen, veel gemeenten worstelen met dit pro‐ bleem. In theorie zou de app Straatcontact hierin uitkomst kunnen bieden, omdat daarin ook privacygevoelige informatie verwerkt kan worden, iets wat in de Whatsapp groep van de leden van Pak(je)Kans niet kan. Dit vraagt extra inzet en discipline van alle partners, omdat informatie dan in meerdere systemen moet worden ingevoerd. De kwalitatieve inzichten krijgen betekenis doordat ze collectief besproken worden tijdens de maandelijkse ver‐ gadering van Pak(je)Kans. De overzichten van locaties die door de beleidsondersteuner van de gemeente worden gemaakt, vormen daarvoor de basis. Uit de gesprekken met de kernpartners blijkt dat deze overzichten vooral gebruikt worden om elkaar te informeren en om te bepalen wie er aan zet is bij een specifieke locatie of situatie. Er is echter geen totaaloverzicht, waarbij op basis van de kwalificaties kan worden voorspeld hoe de situatie zich door het jaar heen zal ontwikkelen. Dit zou bijvoorbeeld gebruikt kunnen worden om naar een meer variabele inzet te gaan (meer gerichte inzet in de zomer, minder en andersoortige inzet in de winter).

Daarnaast kunnen deze overzichten ook als evaluatie‐instrument gebruikt worden om bijvoorbeeld de gemeenteraadsleden te in‐ formeren over de gepleegde inzet en de gemaakte keuzes in een specifieke periode of op een specifieke plek. HET ONTBREEKT AAN EEN PLAN VOOR DE TOEKOMST De ernst en omvang van overlast door jeugd in de openbare ruimte verschilt door de jaren heen en is vaak ook nog eens seizoensgebonden. Door de Coronajaren die achter ons liggen is het moeilijk om trends te zien. Desal‐ niettemin is het niet onwaarschijnlijk dat er een keer een moment komt waarop de situatie op straat opeens verandert, misschien wel in korte tijd. Het is daarom opvallend te noemen dat er geen plan klaarligt voor als dat het geval is. Oplossingen die door de kernpartners worden genoemd, beperken zich tot voor de hand liggende veranderingen, zoals het vaker bij elkaar komen, het uitbreiden van de formatie en het weer oppakken van de app van Straatcontact. Er is geen document waarin bijvoorbeeld aan de hand van scenario’s wordt vooruitgeke‐ ken, zodat de partners als het zover is snel en adequaat kunnen handelen. 7.2 AANBEVELINGEN Uit bovenstaande conclusies volgt een aantal concrete aanbevelingen. Ze hebben betrekking op de houding van de kernpartners, de invulling van de aanpak en de manier waarop gecommuniceerd wordt over jeugd over straat. We bespreken ze hieronder.

WEES WAAKZAAM Om te kunnen anticiperen op situaties op straat is meer nodig dan een overzicht van locaties met kwalificaties “geen overlast”, “aandacht” en “overlast” dat vooral wordt gebruikt om te reageren. Het is belangrijk om waak‐ zaam te zijn. Bestaande data kunnen helpen met het voorspellen van toekomstige situaties. Denk daarbij aan de locatieoverzichten van Pak(je)Kans, maar bijvoorbeeld ook aan cijfers over de bevolking. Scholen kunnen vaak goed voorspellen hoe de nieuwe aanwas van kinderen zich ontwikkelt. Een verwachte toename van het aantal kinderen betekent natuurlijk niet automatisch meer overlast, maar zou wel kunnen betekenen dat er meer tijd en inzet nodig gaat zijn om contact te maken met de jeugd in de verschillende kernen en de eventuele begin‐ nende groepen in beeld te brengen. We pleiten er daarom voor om het locatieoverzicht uit te breiden met actu‐ ele cijfers en in te richten als ‘dashboard’. WEES VOORBEREID In het verlengde van het vorige punt, raden we ook aan om periodiek het onderwerp “toekomst” op de agenda van Pak(je)Kans te zetten. Bespreek met elkaar hoe je voorbereid kunt zijn in het geval de overlast onverhoopt en snel toeneemt: hoe gaan de verschillende kernpartners dan zorgen voor voldoende slagkracht en capaciteit? ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 44

EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN

Kan er geschoven worden met uren of budgetten? Moet er eventueel teruggegrepen worden op de eerdere structuur van een overleg per kern? Kunnen de rollen anders ingevuld worden, wellicht zelfs per kern? Er is op dit moment geen plan waarin bijvoorbeeld aan de hand van scenario’s wordt geschetst wat de mogelijkheden zijn en wat daarvoor nodig is. En zelfs als de situatie op straat niet verandert, is het van belang om van tijd tot tijd met elkaar te spreken over de slagkracht en capaciteit, hetgeen we nu zien met het toevallig samenvallende vertrek en verlof van enkele vaste krachten van (Pak)jeKans. Verder zouden de kernpartners met elkaar kunnen bekijken of de extra budgetten die in de Meicirculaire zijn aangekondigd (Ministerie van BZK, 2022), aangewend zouden kunnen worden om een tweede BOA met taakac‐ cent aan te stellen. Voor de gemeente Rheden komt er 0,6 fte extra beschikbaar. Dat komt precies overeen met de inzet die in de bezuinigingen van 2020 is verdwenen. Deze extra uren zouden kunnen worden ingezet om meer in te zetten op de verkennersrol, zoals dat ooit bedoeld was toen de straatcoaches plaatsmaakten voor de jeugdboa’s. KIJK VERDER DAN DE HUIDIGE OPZET VAN PAK(JE)KANS De kunst van het meebewegen is niet gemakkelijk. Regels en protocollen bieden houvast en afbakening zorgt voor structuur.

Desalniettemin zien we ruimte om Pak(je)Kans meer te laten aansluiten bij wat we voor het ge‐ mak maar even ‘het tempo en de kleur’ van de situatie op straat noemen. Is er sprake van hardnekkige overlast, dan verdient dat uiteraard alle aandacht en inzet. Maar is het rustig, dan hoeft er niet achterover geleund te worden en kan er meer in preventieve zin worden gewerkt aan het contact maken met en ondersteunen van de jeugd. De door sommigen gewenste beweging van een groepsaanpak naar meer individuele casuïstiek past goed bij dit denken. Het is de vraag of een dergelijke benadering niet in een ander overleg of netwerk thuishoort, zoals in het verleden gebeurde met het 12‐ en het 12+ overleg. Maar dat is voor later. Op dit moment is het vooral belangrijk om met elkaar een eenduidige manier te vinden om mee te bewegen, met behoud van betrokkenheid. Een aanbeveling die duidelijk naar voren komt uit zowel de gesprekken met kernpartners van Pak(je)Kans als uit de ervaringen van professionals van andere gemeenten, is dat het goed is om een aantal keren per jaar in breder verband samen te komen. Dat hoeft niet rond een concrete casus te zijn, maar kan alleen al dienen om elkaar beter te leren kennen en een gevoel van saamhorigheid te creëren.

De meest voor de hand liggende professio‐ nals om uit te nodigen zijn de leerplichtambtenaar en de HALT‐medewerker, maar ook ambtenaren van de ge‐ meente zelf (bijvoorbeeld de jeugdconsulent), scholen en sportverenigingen zouden bijvoorbeeld uitgenodigd kunnen worden voor zo’n brede netwerkbijeenkomst. DENK NA OVER ALTERNATIEVEN De term ‘Straatcontact’ roept niet bij iedereen positieve associaties op. Velen denken bij het horen van de term aan gedoe en bureaucratie, al hebben we ook voorbeelden gezien van gemeenten die de app meer preventief inzetten en consequent gebruiken. Sommige respondenten zijn van mening dat het bespreken van een jongere soms onnodig is en niet altijd in het belang van de jongere. De Plus Min Mee Methodiek wordt door de kernpartners in Rheden gezien als een (te) geforceerde manier om jongeren die in groepen worden gezien te kwalificeren en levert daardoor onvoldoende handelingsperspectief op. Bovendien past deze manier van kijken volgens sommige van hen niet meer bij een tijd waarin groepen dy‐ namisch zijn. Jongeren maken dan weer wel, dan weer niet deel uit van een groep of bewegen zich in meerdere groepen bewegen.

ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 45

EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN

Deze opvattingen komen niet uit de lucht vallen. De rondgang langs een aantal referentiegemeenten heeft dui‐ delijk gemaakt dat de app vooral goed werkt wanneer er echt sprake is van overlastgevende groepen en de noodzaak om de jongeren gedetailleerd in kaart te brengen groot is. Ook hebben we vastgesteld dat veel ge‐ meenten het lastig vinden om de groepsdynamiek te reduceren tot een beschrijving van plussers, minners en meelopers. We kunnen ons voorstellen dat de app van Straatcontact niet geheel aansluit bij de huidige situatie in Rheden en het is alleszins begrijpelijk dat deze nu ‘slapende’ is. Alternatieven zijn echter niet bekend. We raden de ge‐ meente Rheden dan ook aan om bij vergelijkbare gemeenten te verkennen welke alternatieven er zijn voor de Plus Min Mee Methodiek en de app van Straatcontact. VERGEET DE POSITIEVE KANTEN VAN HET VERHAAL NIET Tot slot benadrukken we dat de jeugdaanpak meer is dan alleen het aanpakken van negatief en strafbaar gedrag. De jeugdaanpak is er ook om jongeren te zien, te horen en waar nodig en mogelijk door te verwijzen naar hulp en ondersteuning. Deze kant van het verhaal blijft wat onbelicht. En dat vinden we jammer, want met de meeste jongeren gaat het gewoon goed. Maar ook de berichtgeving over jongeren waar het wat minder goed mee gaat en die om welke reden dan ook extra aandacht vragen, zou iets meer in balans mogen zijn.

Op de gemeentelijke website lezen we vrijwel niets over het feit dat de jeugd er mag zijn en dat er niet vanzelfsprekend sprake is van overlast, als zij elkaar op straat ontmoeten. Net als in voorgaande evaluaties pleiten we ook nu weer voor meer positieve berichtgeving en vooral een heldere uitleg over de aanpak van jeugdoverlast. Om de jongeren zelf betrokken te houden, is het belangrijk om ze te kennen en om ze te stimuleren om zelf verantwoordelijkheid te dragen voor plekken waar zij zich thuis voelen. Blijf daarom vooral doorgaan met het contact maken met de jeugd, luister naar hun wensen en behoeften en stimuleer hen om zelf in actie te komen. Beloon jongeren die het goed doen, bijvoorbeeld met gratis Wi‐Fi bij een JOP of met een bezoek van een aan‐ sprekend persoon. En wacht daar niet mee tot het ergens mis dreigt te gaan of al mis is gegaan, maar doe dit juist ook als de jeugd het niet verwacht.

ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 46

EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN

BRONNEN Bremer, C. & R. Zeeman (2020), Veiligheidsanalyse gemeente Rheden. De Steeg: Gemeente Rheden. Fractie Groen Links (2021), Motie ‘evaluatie jeugdboa’s’. De Steeg: 9 november 2021. Gemeente Rheden (2015), Rhedense keuzes. Bezuinigingsmogelijkheden 2016‐2019. De Steeg: Gemeente Rhe‐ den. Gemeente Rheden (2016a), Samen een nog veiliger Rheden maken. Nota Integrale Veiligheid 2017‐2020. De Steeg: Gemeente Rheden. Gemeente Rheden (2016b), Uitvoeringsnota waarborgen sluitende aanpak problematische jeugd(groepen). De Steeg: Gemeente Rheden. Gemeente Rheden (2018a), Convenant & Privacyreglement Aanpak jeugd(groepen) gemeente Rheden 2018‐ 2022. De Steeg: Gemeente Rheden. Gemeente Rheden (2018b), ‘Rheden geeft energie’. Coalitieakkoord 2018‐2022. De Steeg: Gemeente Rheden. Gemeente Rheden (2019), Rheden financieel stabiel. Ombuigingen 2020‐2023. De Steeg: Gemeente Rheden. Gemeente Rheden (2020a), Het geheel is meer dan de som der delen. Offerteaanvraag ten behoeve van de open‐ bare aanbesteding Versterken Sociale Basis 2021 met Europese aankondiging op basis van het regime van sociale en andere specifieke diensten. De Steeg: Gemeente Rheden. Gemeente Rheden (2020b), Integraal Veiligheidsplan 2021‐2022. De Steeg: Gemeente Rheden. Gemeente Rheden (2020c), Raadsvoorstel 20.54. De Steeg: Gemeente Rheden Gemeente Rheden (2022), ‘Groener, socialer, dichterbij’.

Coalitieakkoord 2022‐2026. De Steeg: Gemeente Rhe‐ den. Gemeente Rheden, Gemeente Rozendaal, Incluzio & Politie (2022), Evaluatie Jaarwisseling 2021‐2022. De Steeg: Gemeente Rheden. Leih, E. (2020), Rheden samen sterker. Presentatie Incluzio voor gemeente Rheden, 15 oktober 2020. Marissing, E. van (2013), Signaleren, corrigeren en activeren. Evaluatie aanpak jongerenoverlast gemeente Rhe‐ den. Utrecht: Verwey‐Jonker Instituut. Marissing, E. van (2016), Jongeren aan het woord. Een beknopt verslag van gesprekken met jongeren in Velp en Dieren. Utrecht: Erik van Marissing Onderzoek & Mediaproducties. Marissing, E. van (2018), Pak(je)Kans Gemeente Rheden. Verslag van een werkbijeenkomst met de kernpartners. Amersfoort: Erik van Marissing Onderzoek & Mediaproducties. Marissing, E. van & A. Jansma (2013a), Verslag werkbijeenkomst aanpak jongerenoverlast Dieren. Utrecht: Ver‐ wey‐Jonker Instituut. Marissing, E. van & A. Jansma (2013b), Verslag werkbijeenkomst aanpak jongerenoverlast Rheden. Utrecht: Ver‐ wey‐Jonker Instituut.

ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 47

EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN

Marissing, E. van & A. Jansma (2013c), Verslag werkbijeenkomst aanpak jongerenoverlast Velp. Utrecht: Verwey‐ Jonker Instituut. Marissing, E. van & F. de Meere (2016), Jeugd in de openbare ruimte Een advies over de samenwerking rond jeugd(groepen) in de gemeente Rheden. Utrecht: Erik van Marissing Onderzoek & Mediaproducties. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) (2022), Gemeentefonds. Meicirculaire 2022. Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Rekenkamercommissie Rheden (2020), Toezicht en handhaving in het fysieke domein. In opmaak naar de Omge‐ vingswet. De Steeg: Rekenkamercommissie Rheden. Rheden.nieuws.nl (2019), Is de JOP in De Steeg een flop? Bericht op Rheden.nieuws.nl op 10 januari 2019. Roelofs, P. (2017), Straatcoaches in Rheden vervangen door jeugdboa’s. In: De Gelderlander, 27 januari 2017. Snowden, D.J. & M.E. Boone (2017), A leader’s framework for decisionmaking. Harvard Business Review, novem‐ ber 2007. Veth, H. (2020), Toezicht en handhaving Rheden voldoet niet. ‘Schaamrood op kaken’. In: De Gelderlander, 30 september 2020.

ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 48

EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN

BIJLAGE 1: TIJDLIJN VAN DE JEUGDAANPAK (2009‐2022)

2011

2009

2010

Start pilot Pak(je)Kans in Dieren als reactie op hevige overlast

Start Pak(je)Kans in de hele gemeente Rheden

2012

Radar Uitvoering nieuwe organisatie voor jongerenwerk

2014

Evaluatie Jeugdaanpak

Geen bijzonderheden

Aanstelling straatcoaches TSAP (later overgegaan in FRED Beveiligt)

2013

Faillissement Welzijnsstichting Carion (Jongerenwerk)

Nieuw convenant en privacyreglement

2015

2016

Stapsgewijze beëindiging JEKK (Lindenhout)

2017

Beëindiging contract straatcoaches FRED Beveiligt (met ingang van 2017)

Start Jeugdboa's

Introductie Zeven Stappen Model

Start gebruik app Straatcontact

2018 Nieuw convenant en privacyreglement Werkbijeenkomst en evaluatie met kernpartners

2020 2019 Geen bijzonderheden

Radar Uitvoering gaat verder als Incluzio 1 Jeugdboa wegbezuinigd

2021

2022

Geen bijzonderheden

Evaluatie Jeugdaanpak

ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 49

EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN

BIJLAGE 2: REFERENTIEGEMEENTEN

Gemeente

Aanleiding en kenmerken

Doesburg

In deze gemeente is Pak(je)Kans ontwikkeld. Er is een centrale voorziening, het jongerencen‐ trum ‘0313’. Buiten zijn o.a. een skatebaan en een basketbalveld. Gemakkelijk om met een deel van de jeugd in contact te komen en hen te verwijzen als zij elders rondhangen en on‐ gewenst of ontoelaatbaar gedrag vertonen.

Doetinchem

Zwaardere jeugdproblematiek Meerdere kernen, grotere schaal Structureel aansluiten HALT‐medewerker

Veenendaal

Inzet Jeugdboa’s (i.p.v. BOA met taakaccent) Actieve inzet Straatcontact

Zaanstad

Inzet Jeugdboa’s (i.p.v. BOA met taakaccent) Actieve inzet Straatcontact Grote gemeente, meerdere kernen

Zevenaar

Zwaardere jeugdproblematiek Intensiever overleg

ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 50

EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN

BIJLAGE 3: GESPREKKEN MET DE JEUGD IN VELP, SPANKEREN EN DIEREN In deze bijlage vatten we de gesprekken samen met jongeren in Velp, Spankeren en Dieren. Omwille van de privacy noemen we in onderstaand verslag geen namen en geven we geen andere informatie waarmee herleid kan worden om welke jongeren het gaat. De volledige verslagen nemen samen ongeveer 10 pagina´s in beslag. OP BEZOEK BIJ DE JONGEREN IN DE POORT (VELP) ‐ MAANDAG 23 MEI De jongeren ‐als wij er zijn toevallig allemaal jongens‐ komen samen in een ontmoetingsruimte op de eerste verdieping van het multifunctionele gebouw, waar ze film kunnen kijken, kunnen gamen en chillen. Daarachter bevindt zich nog een keuken en een aantal stoelen en tafels. Verder is de ruimte ronduit sober te noemen. Hier kunnen de jongeren samen koken en eten, onder begeleiding van jongerenwerkers, vrijwilligers en stagiairs. Be‐ neden zitten nog wat andere organisaties en buiten is een grote voetbalkooi. NATUURLIJK VERLOOP MET EEN BELANGRIJKE ROL VOOR HET JONGERENWERK De jongeren zelf spreken niet over ‘De Poort’, maar zeggen ‘we gaan naar Farid’, doelend op de jongerenwerker die onlosmakelijk met deze plek verbonden is en die de meeste jongeren naar deze plek heeft toe geleid. De groep is gevarieerd: sommigen zijn al wat ouder, komen er al langer en hebben ook taken en verantwoordelijk‐ heden, zoals het maken van een planning.

Anderen zijn er pas net bijgekomen, vaak op voorspraak van een van de jongerenwerkers. Voor de meesten geldt dat ze ooit een keer met iemand mee zijn gekomen en zijn gebleven. De jongeren spreken ook over jongens en meiden die hier niet meer komen. Vaak is dat omdat ze ouder worden en gaan werken of omdat ze voor vertier naar Arnhem gaan. Zo is er een natuurlijk verloop van de groep. Opval‐ lend is dat enkele jongeren die er vanavond niet zijn zich netjes hebben afgemeld, terwijl dat helemaal niet hoeft. Het is immers een inloop. Het geeft volgens de jongerenwerker aan hoe betrokken de jongeren zijn. JE THUIS VOELEN EN GEZIEN WORDEN De betekenis van deze plek is voor de jongeren niet moeilijk te verwoorden: ze kunnen thuis niet goed ontspan‐ nen en andere voorzieningen, zoals voetbalveldjes, zijn te ver weg. Als je daar wilt afspreken, moet je het alweer gaan organiseren en dus meer moeite doen. Hier kunnen ze allemaal lopend naartoe en weten ze wat te ver‐ wachten. Hangen op straat doen ze volgens eigen zeggen niet en contact met buurtbewoners hebben ze ook niet. Ze staan in die zin ver af van groepjes jongeren die op straat gezien worden en soms voor overlast zorgen. Een van de jongens laat trots een foto zien waarop ze bij de verkiezingsposter van wethouder Marc Budel staan.

De jongerenwerker vertelt dat de wethouder geboren en getogen is in Velp en dat hij een tijdje terug als porte‐ feuillehouder bij de jongeren langs is geweest om te vertellen over het jeugdbeleid en te luisteren naar hun wensen en ideeën. Dat weten de jongeren wel te waarderen. CONTACT OPBOUWEN MET DE JEUGD De inloop is voor de jongerenwerker een belangrijke manier om contact te leggen en op te bouwen. Hier hoort en ziet hij van alles. De jongeren vertellen het als het niet goed gaat en vragen ook van alles. Daarmee kunnen beginnende problemen tijdig gesignaleerd worden. Daarnaast valt de kracht van de groep op. De jongeren steu‐ nen elkaar en zullen elkaar ook helpen als dat nodig is. Het hebben van een eigen plek die veilig en vertrouwd is, draagt daar aan bij.

ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 51

EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN

IN GESPREK MET JONGEREN IN DIEREN EN SPANKEREN – DONDERDAG 7 JULI 2022 In gezelschap van de jongerenwerker bezochten we tussen 19:30 en 21:00 verschillende plekken in Dieren en Spankeren, waar jeugd vaak samenkomt, zoals speeltuintjes, schoolpleinen, het veer bij de IJssel, de JOP in Span‐ keren, de parkeergarage bij Station Dieren8 en de omgeving van het Callunaplein. De afstanden tussen die plek‐ ken zijn dermate groot, dat de meeste verplaatsingen met de auto moesten worden gedaan. JE TREFT ALLERLEI SOORTEN JONGEREN OP STRAAT Tijdens deze ronde kwamen we, verdeeld over de verschillende locaties, een stuk of 15 jongeren tegen. Een groot deel daarvan betrof voor de jongerenwerker nieuwe gezichten. Een enkeling was bekend van een eerdere ont‐ moeting op straat of een activiteit. De jongeren die we spraken waren tussen de 13 en 20 jaar oud, zowel jongens als meiden. Allen kwamen zij lopend of met de fiets naar de plek waar we hen aantroffen. Tijdens onze ronde stelden we vast dat de jeugd mobiel is en rondzwerft door Dieren. Een aantal van hen zagen we namelijk op meerdere locaties. Verder viel op dat een deel van de jongeren niet in Dieren woont, maar uit naburige plaatsen als Eerbeek en Doesburg. Ze kennen elkaar vooral van school. Lang niet alle jongeren zijn jongeren waarover nu of later zorgen zullen zijn. Sommigen zijn ook serieus, hebben al werk of volgen een opleiding.

UIT HET ZICHT, MAAR WEL ONDER DE MENSEN We vroegen de jongeren hoe het is om buiten te hangen. Vrijwel zonder uitzondering gaven ze aan dat ze zich nergens gewenst voelen en dat ze het daardoor moeilijk vinden om elkaar buiten op te zoeken. Thuis afspreken is voor de meesten geen optie. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat ze graag uit het zicht blijven van hun ouders, maar ook omdat ze niet allemaal bij elkaar in de buurt wonen en met name de hangplekken rond het Callunaplein mooi centraal gelegen zijn. Een aantal van de jongeren heeft ervaring met de politie. Ze worden regelmatig ergens weggestuurd, bijvoor‐ beeld na klachten van bewoners. Op het niet opvolgen van dit verzoek staat een flinke boete en daar hebben ze geen trek in. De politie en BOA’s moeten het daarbij vooral hebben van praten, want er hangen nergens bordjes met regels, zoals bij het Marinus Dijkhuizenplantsoen in Velp. Opvallend genoeg kent bijna niemand de jeugdboa. Slechts een enkeling weet wie we bedoelen, maar niemand weet een naam te noemen. Ook de agenten met wie ze wel eens te maken hebben, kennen ze niet bij naam. Ze zien de politie ook vooral als vervelend en niet als partij die er ook is om hen te helpen.

WAT ZOUDEN DE JONGEREN ZELF WILLEN? Hoewel ze het vervelend vinden dat ze voor hun gevoel nergens terecht kunnen, vinden de jongeren het moeilijk om aan te geven wat voor soort plek ze graag voor zichzelf zouden willen hebben en wat ervoor nodig is om niet direct als overlastgevend te worden gezien. Onderling zijn ze het ook niet eens: een wat oudere jongen legt een jongere vriend uit dat je ook niet altijd je muziek op een box hoeft af te spelen en dat het begrijpelijk is dat mensen daar last van hebben. Los van hoe een gewenste plek eruit zou kunnen zien, is ook de locatie een vraagstuk. De aanwezigheid van een supermarkt, waar energydrinks, sigaretten en soms ook alcohol gekocht kunnen worden is belangrijk. En ook het kat‐en‐muisspel met boze buurtbewoners en de politie vindt een deel van de jongeren wel spannend, al zeggen ze dat niet met zoveel woorden. Plekken zoals de passage tussen De Oase en de Bibliotheek en de bankjes op de

8 Een aantal dagen later verscheen er een bericht in De Gelderlander over brandstichting, waarin een omwonende spreekt van aanhoudende overlast door jongeren (De Gelderlander, 13 juli 2022).

ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 52

EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN

parkeerplaats van het Callunaplein blijven daardoor onverminderd aantrekkelijk. Ook de gratis Wi‐Fi van de bi‐ bliotheek is voor sommige jongeren een reden om juist daar te hangen. Een aantal jongeren zou wel graag een JOP willen hebben op de plek van de bankjes op de parkeerplaats, maar dan wel zo gepositioneerd dat ze uit het zicht van omwonenden blijven.9 Dat zal er niet snel van komen, aange‐ zien hun aanwezigheid niet prettig is voor het winkelend publiek en ze daar vaak weggestuurd worden. Een enigszins bescheiden wens om op het pleintje tussen De Oase en de Bibliotheek een paar bankjes en eventueel een dakje te plaatsen, is wat dat betreft best realistisch te noemen, al bespeuren we wel wat aarzeling als we uitleggen dat het ook betekent dat ze daar zelf verantwoordelijkheid voor moeten dragen.

9 Saillant toeval is dat vlak voor ons bezoek precies op deze plek twee minderjarigen werden aangehouden die in het bezit waren van een nepwapen (Omroep Gelderland, 7 juli 2022).

ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=29d3cf10-9f6a-4500-b35c-96a368a2c247