Evaluatie Jeugdaanpak gemeente Rheden 2022 (2303)
Tekst van het document
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN 2022
Dr. Erik van Marissing Onderzoek & Mediaproducties Amersfoort, 29 augustus 2022
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding ............................................................................................................................................................... 3 2. Opzet en uitvoering............................................................................................................................................. 4 3. De beleidscontext ............................................................................................................................................... 6 4. De cijfers............................................................................................................................................................ 13 5. Ervaringen van directbetrokkenen.................................................................................................................... 19 6. Hoe doen ze dat in andere gemeenten? ........................................................................................................... 36 7. Op naar de toekomst ........................................................................................................................................ 43 Bronnen.................................................................................................................................................................
47 Bijlage 1: Tijdlijn van de jeugdaanpak (2009‐2022) .............................................................................................. 49 Bijlage 2: Referentiegemeenten ........................................................................................................................... 50 Bijlage 3: Gesprekken met de jeugd in Velp, Spankeren en Dieren ...................................................................... 51
ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 2
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
1. INLEIDING 1.1 AANLEIDING De samenwerking rond de aanpak van overlast door jeugd in de openbare ruimte kent een lange en dynamische geschiedenis. In 2009 vormde aanhoudende overlast rond het Callunaplein in Dieren aanleiding voor de ge‐ meente om te starten met een pilot genaamd ‘Pak(je)Kans’. Groepen jongeren werden vanaf dat moment op basis van de ‘shortlistmethodiek’ in kaart gebracht en de ketenpartners (politie, jongerenwerk en outreachende jeugdhulpverlening) formuleerden onder regie van de gemeente een gezamenlijke aanpak om de overlast terug te dringen. In 2010 werd de aanpak onderdeel van het reguliere beleidskader en werd deze uitgebreid naar Rhe‐ den en Velp, de twee andere grote kernen in de gemeente. Om de aanpak kracht bij te zetten, werden in 2011 twee straatcoaches aangesteld, geleverd door het bedrijf TSAP BV. De ervaringen van deze eerste periode zijn opgetekend in het rapport ‘signaleren, corrigeren en activeren’ (Van Marissing, 2013) en gespreksverslagen van werkbijeenkomsten (Van Marissing & Jansma, 2013a, 2013b, 2013c). Net als in veel andere gemeenten kwam ook in Rheden de inzet van straatcoaches onder druk te staan, met name vanwege de hoge kosten. Voor de gemeente vormde dit aanleiding om in 2016 opnieuw een evaluatie uit te voeren, waarin specifiek aandacht werd besteed aan enkele toekomstscenario’s.
Uit het rapport, getiteld ‘Jeugd in de openbare ruimte’ (Van Marissing & De Meere, 2016) kwam naar voren dat het belangrijk was om de functionaliteit van de straatcoach te behouden, ofwel de verkennende rol binnen de samenwerking met onder andere het jongerenwerk en de politie. In het rapport ‘Jongeren aan het woord’ (Van Marissing, 2016), keken we specifiek naar de beleving en ervaringen van jongeren uit Velp en Dieren en hun ideeën ten aanzien van de straatcoaches, jeugdboa’s, wijkagenten en jongerenwerkers. Op 24 januari 2017 besloot de gemeenteraad bij vaststelling van de Nota Integrale Veiligheid 2017‐2020 tot het instellen van buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) met taakaccent jeugd in plaats van straatcoaches. Deze ontwikkeling staat niet op zichzelf: vrijwel alle gemeenten die met straatcoaches werkten, maken inmiddels gebruik van jeugdboa’s of BOA’s met een taakaccent jeugd. Een jaar na dato zijn de eerste ervaringen met de nieuwe werkwijze in gezamenlijkheid besproken tijdens een werkbijeenkomst in Dieren (Van Marissing, 2018). Uit dat gesprek kwam onder meer naar voren dat de kernpartners nog geregeld onduidelijkheid ervaren over eenieders rol binnen de samenwerking en over de mate en wijze van onderlinge informatiedeling.
De afgelopen jaren is de samenwerking zowel inhoudelijk als procesmatig regelmatig van karakter veranderd, onder andere als gevolg van personele wisselingen, de komst van nieuwe partijen en ‐meer recent‐ de Corona‐ maatregelen en de gevolgen daarvan voor ambulant werk en fysiek vergaderen. Reden voor de gemeente Rhe‐ den om de jeugdaanpak opnieuw te evalueren. Daarmee geeft de portefeuillehouder gehoor aan de motie die op 9 november 2021 door Groen Links werd ingediend en waarin werd gevraagd om een evaluatie van de inzet van BOA’s vanaf 2017 als vervangers voor de tot dan toe ingezette straatcoaches. Deze motie werd later overi‐ gens weer ingetrokken, maar de wens voor een evaluatie bleef ongewijzigd. 1.2 LEESWIJZER Het rapport is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 bespreken we de opzet en uitvoering van het onderzoek. Vervolgens lichten we in hoofdstuk 3 de beleidscontext toe. In hoofdstuk 4 bespreken we de cijfers en in hoofd‐ stuk 5 gaan we uitgebreid in op de ervaringen van directbetrokkenen. In hoofdstuk 6 bespreken we vervolgens de ideeën van ervaringsdeskundigen uit een aantal andere gemeenten. En tot slot kijken we in hoofdstuk 7 naar de toekomst: wat gaat er goed, wat kan er beter en wat is daarvoor nodig?
ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 3
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
2. OPZET EN UITVOERING 2.1 INLEIDING DOELSTELLING Met de evaluatie beoogt de gemeente Rheden actueel inzicht te verkrijgen in de aanpak rond jeugdoverlast in de openbare ruimte (kortweg: jeugdaanpak) en de mate waarin die volgens directbetrokkenen toereikend en effectief is. CENTRALE VRAAG De centrale vraag van de evaluatie luidt: hoe functioneert de huidige jeugdaanpak van de gemeente Rheden op dit moment en welke eventuele verbeteringen zijn er mogelijk en nodig, zowel qua inhoud als qua proces? AANDACHTSPUNTEN Om de centrale vraag te beantwoorden, kijken we zowel naar aspecten met betrekking tot de inhoud als naar kenmerken van het proces van samenwerking. Bij inhoud gaat het onder meer om de gezamenlijke aanpak van de kernpartners, de afspraken die hieraan ten grondslag liggen, de methoden die worden ingezet en de wijze waarop informatiedeling is geborgd. Bij het proces gaat de aandacht uit naar de manier waarop de samenwerking is georganiseerd, de samenstelling van het kernteam, de waarde van het overleg en de mate van betrokkenheid. 2.2 WERKWIJZE GEFASEERDE AANPAK Het onderzoek is uitgevoerd tussen maart en juli en bestond uit een gefaseerde aanpak, waarbij we zowel kwa‐ litatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden hebben ingezet. In de eerste fase hebben we de belangrijkste beleidsdocumenten en cijfers over ervaren overlast opgevraagd en verzameld.
Tevens namen we deel aan het jeugdoverleg op 5 april 2022, zodat we konden kennismaken met de kernpartners van de jeugdaanpak, zijnde de jeugdboa’s1, de politie, de jongerenwerkers en de procesregisseur veiligheid van de gemeente Rheden. Ook kon‐ den we vragen stellen over de actuele situatie, afspraken maken voor het verkrijgen van aanvullende cijfers en documenten en afspraken maken voor de interviews. Het aanleveren van de cijfers bleek uiteindelijk, onder meer vanwege personele wisselingen, meer tijd te vergen dan we vooraf hadden voorzien. Hierdoor konden we de respondenten in de interviews niet vragen om duiding te geven aan de cijfers. Ook over sommige documenten konden we pas aan het eind van het onderzoek beschik‐ ken. Tot slot bleken er soms nog wat verduidelijkende vragen nodig over de cijfers en de documenten. De meeste van die vragen hebben we in juni en juli aan de betreffende functionarissen gesteld. INTERVIEWS MET KERNPARTNERS In de tweede fase hebben we alle kernpartners geïnterviewd over de jeugdaanpak. We spraken ook met enkele andere professionals die niet aan het overleg deelnemen, te weten een leerplichtambtenaar en een medewerker
1 Omwille van de leesbaarheid spreken we in dit rapport in principe alleen van jeugdboa’s, met uitzondering van de passages waarin we specifiek ingaan op het verschil tussen een jeugdboa en een BOA met taakaccent jeugd.
ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 4
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
van Bureau HALT. Voor de interviews maakten we gebruik van een topiclijst met vragen over zowel de inhoud als het proces. In totaal spraken we op deze manier met negen directbetrokkenen. GESPREKKEN MET JONGEREN Verder spraken we op locatie met jongeren uit Velp en Dieren over hun ervaringen met onder meer ontmoe‐ tingsplekken (verwijsplekken), hangen op straat en het contact met wijkprofessionals zoals de jongerenwerker, de jeugdagent en de jeugdboa. In Velp vond een gesprek plaats met een kleine groep jongeren die regelmatig samenkomt in Buurthuis De Poort. Bij dat gesprek was ook een jongerenwerker aanwezig. In Dieren bezochten we een aantal locaties waar de jeugd regelmatig wordt gezien en spraken we in totaal met zo’n 15 jongeren. Met de jeugd in Rheden is geen gesprek gevoerd, omdat er in Rheden geen bekende plekken of groepen op straat zijn en er ook geen ontmoetingsruimte is, zoals in Velp en Dieren. RONDGANG LANGS ANDERE GEMEENTEN Daarnaast hebben we met in totaal zeven professionals gesproken die betrokken zijn bij de jeugdaanpak in Does‐ burg, Doetinchem, Veenendaal, Zaanstad en Zevenaar. We deden dit om inzicht te verkrijgen in verschillen in aanpak en afwegingen die daaraan ten grondslag liggen. In hoofdstuk 6 lichten we de keuze voor deze gemeenten toe en beschrijven we de bevindingen van deze kleine rondgang.
VERSLAGLEGGING EN PRIVACY De meeste interviews werden via MS Teams afgenomen, maar er was ook een aantal telefonische interviews. Alle geïnterviewden kregen de mogelijkheid om te reageren op het conceptverslag van het gesprek en kregen het verzoek om eventuele feitelijke onjuistheden te signaleren en desgewenst aanvullingen te doen. Sommigen maakten hier gebruik van, anderen waren direct akkoord met het verslag. De respondenten die buiten de ge‐ meente werkzaam zijn hebben een privacy formulier ingevuld, waarmee zij toestemming geven voor het gebrui‐ ken van de door hen verstrekte informatie ten behoeve van het opstellen van een rapport en eventueel afgeleide producten, zoals een presentatie of een factsheet. Voor respondenten die in dienst zijn bij de gemeente of een door de gemeente ingehuurde partij geldt dat de privacy is gewaarborgd middels de opdrachtbevestiging, waarin wordt verwezen naar onze offerte en naar de algemene inkoopvoorwaarden van de gemeente Rheden. Vanwege de privacy noemen we de respondenten in het rapport niet bij naam, maar gebruiken we in plaats daarvan hun functie en werkgebied.
ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 5
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
3. DE BELEIDSCONTEXT 3.1 INLEIDING In dit hoofdstuk beschrijven we hoe de jeugdaanpak zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld en markeren we belangrijke momenten in de tijd. We doen dat aan de hand van een aantal relevante beleidsdocumenten en eerdere evaluaties. 3.2 DE JEUGDAANPAK DOOR DE JAREN HEEN De huidige jeugdaanpak verschilt in de basis niet zo heel veel van de aanpak, zoals die oorspronkelijk was ont‐ wikkeld in 2009. Toch hebben er in de loop der jaren wel enkele belangrijke wijzigingen plaatsgevonden. Deze hebben met name betrekking op de samenstelling van het kernteam en de gehanteerde werkwijze. Een overzicht van alle ontwikkelingen vanaf 2009 tot heden is te vinden in Bijlage 1. DOELSTELLINGEN M.B.T. JEUGD EN VEILIGHEID In de Nota Integrale Veiligheid 2017‐2020 (Gemeente Rheden 2106a) stelt de gemeente dat het beleid de afge‐ lopen jaren succesvol is geweest, doordat de focus heeft gelegen op de sluitende aanpak problematische jeugd‐ groepen (PakJeKans). De meldingen van jeugdoverlast, vandalisme en baldadigheid zijn in de vier voorgaande jaren gedaald en er waren minder jeugdgroepen die in de openbare ruimte voor overlast zorgden. Ook werd er op minder locaties overlast ervaren.
Voor de periode 2017‐2020 voorziet de gemeente in een verlegging van de focus van de sluitende aanpak, naar de individuele aanpak van problematische jeugd: ‘Dit betekent verbeteren van de verbinding tussen onder andere zorg, werk en inkomen, scholen en veiligheid. Ook het vroeg signaleren van problematiek door bijvoorbeeld partijen die op straat toezicht houden en het oppakken van deze signalen, is belangrijk’ (Gemeente Rheden, 2016a, p.8). In het Convenant & Privacyreglement 2018 is de aanpak vertaald in vier doelstellingen (zie kader ‘Doelstellingen van de jeugdaanpak’). In 2020 spreekt de gemeente in stevigere bewoordingen van de aanpak van jeugdoverlast. Zo lezen we in het Integraal Veiligheidsplan 2021‐2022 het volgende: ‘Extra aandacht en toezicht op specifieke onderwerpen en doelgroepen is noodzakelijk om te voorkomen dat de problemen te groot worden om ze beheersbaar te houden’ (Gemeente Rheden, 2020b, p.3). In het Coalitieakkoord ‘Rheden geeft Energie’ (Gemeente Rheden, 2018b, p.28) worden twee belangrijke voorwaarden benoemd voor het adequaat aanpakken van veiligheidsvraagstukken: ‘We werken samen met private en publieke partijen, zoals inwoners, brancheorganisaties en onze veiligheids‐ partners om samen weerbaarder te zijn.
Een optimale benutting van onze basisregistratiesystemen is een voor‐ waarde.’ In het Coalitieakkoord ‘Groener, socialer, dichterbij’ (Gemeente Rheden, 2022), wordt in meer algeme‐ nere bewoordingen over jeugd en overlast gesproken. Overlast wordt alleen genoemd in relatie tot drugsproble‐ matiek en jeugd wordt vooral genoemd in de context van het bieden van gelijke kansen en betrekken bij de politiek. Ook preventie en vroegsignalering is een speerpunt als het gaat om zorg voor elkaar, waaronder dus ook zorg voor jongeren. VERANDERDE SAMENSTELLING KERNTEAM In 2015 werd de inzet van ambulante hulpverlening, beter bekend als het JEKK (Jongeren En Kleine Kriminaliteit), beëindigd als gevolg van een grootschalige bezuinigingsoperatie (Gemeente Rheden, 2015). In 2017 werden de extern ingehuurde straatcoaches vervangen door twee Buitengewoon Opsporingsambtenaren (BOA’s) met taak‐ accent jeugd in dienst van de gemeente Rheden, in de volksmond ‘jeugdboa’s’ genoemd (Fractie Groen Links, 2021; Gemeente Rheden, 2016b). Door bezuinigingen is de formatie vanaf 2020 weer iets afgebouwd, met als
ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 6
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
gevolg dat er in de praktijk nog een van de twee jeugdboa’s is overgebleven (Gemeente Rheden, 2019).2 Naast het wegvallen van partijen, vond er ook meerdere malen een ‘wisseling van de wacht’ plaats. Zo werden de straatcoaches de eerste jaren ingehuurd bij TSAP en later bij FRED Beveiligt. Het jongeren‐ werk werd achtereenvolgens verzorg door Carion, Radar en In‐ cluzio. En tot slot zijn er sinds de vorige evaluatie in 2016 en zelfs ten tijde van het uitvoeren van deze evaluatie, meerdere personele wisselingen geweest, onder andere als gevolg van het aangaan van een nieuwe functie binnen de eigen organisa‐ tie, het veranderen van werkgebied, het vertrek naar een an‐ dere gemeente en verlof. 3 Ook dit heeft gevolgen gehad voor de samenstelling van het kernteam. CENTRALISATIE VAN HET OVERLEG EN ANDERE MA‐ NIER VAN MONITOREN Een andere belangrijke verandering is de centralisatie van het overleg waarin het kernteam bijeenkomt. Daar waar er tot een aantal jaren geleden een apart Pak(je)Kans‐overleg voor Die‐ ren, Rheden en Velp was (de drie grootste kernen in de ge‐ meente), is er nu alleen nog een centraal overleg voor de hele gemeente. In de beginjaren van Pak(je)Kans werkten de kernpartners met een door de gemeente zelf ontwikkeld databestand, waarin groepen en locaties systematisch werden bijgehouden.
Aan de hand van dit bestand kon tijdens het overleg in gezamenlijkheid de urgentie van een bepaalde plek of situatie worden bepaald en konden de kernpartners tot afspraken komen over de in te zetten interventies en de daarvoor verantwoordelijke partijen. Het bijhouden van dit overzicht was een tijdsintensieve klus en leverde niet altijd het gewenste resultaat op, omdat de ge‐ meente voor de informatie afhankelijk was van het aanleveren van informatie door derden (Van Marissing, 2013; Van Maris‐ sing & De Meere, 2016).
Doestellingen van de jeugdaanpak De gemeente Rheden hanteert vier doelstellingen met betrek‐ king tot de aanpak van over‐ lastgevende jeugd: 1.
2. 3. 4.
Het verminderen van over‐ last en criminaliteit door het terugdringen van over‐ lastgevend gedrag. Het zo veel mogelijk voor‐ komen van eerste delicten. Het terugdringen van reci‐ dive. Het bieden van perspectief door adequate zorg en an‐ dere ondersteuning.
Bron: Gemeente Rheden (2018a)
Sinds een paar jaar heeft de gemeente de beschikking over de app van Straatcontact, waarin alle leden van het kernteam in‐ formatie kunnen invoeren, zowel vanaf een mobiele telefoon als een laptop of vaste computer. Hiermee kunnen alle partners altijd over de laatste inzichten beschikken. De verantwoorde‐ lijkheid voor een actueel beeld van de situatie op straat is
2
De bezuinigingen voorzien in een afbouw tussen 2020 en 2023 met 0,6 fte door een integrale inzet van BOA’s in plaats van een inzet per domein (Gemeente Rheden 2019, p.15).
3 Ten tijde van deze evaluatie nam de beleidsondersteuner afscheid vanwege het aangaan van een nieuwe baan. Een deel
van zijn werkzaamheden werd tijdelijk overgenomen door een stagiair. Vanaf augustus start er een nieuwe beleidsonder‐ steuner. Ook vertrok een van de BOA’s naar een andere gemeente en gingen twee professionals met verlof. ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 7
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
daarmee verschoven naar het kernteam als geheel. In hoofdstuk 5 zullen we ingaan op het feit dat deze app in de praktijk amper ge‐ bruikt wordt en in plaats daarvan gebruik gemaakt wordt van een Whatsappgroep waarin informatie wordt gedeeld zonder herleid‐ bare persoonsgegevens. Om de vertaling te maken naar de ge‐ vraagde interventies en werkafspraken, houdt de gemeente nog wel een overzicht bij van locaties, waarop met een kleur wordt aan‐ geduid hoeveel prioriteit er aan de betreffende locatie moet wor‐ den toegekend. Groen betekent geen overlast, oranje betekent aandachtsgebied en rood staat voor overlastlocatie. Dit overzicht vormt de basis voor het maandelijkse overleg van het kernteam. NIEUWE METHODIEK EN APP VOOR INFORMATIE‐UITWIS‐ SELING De jeugdaanpak zelf wordt formeel nog steeds aangeduid met de term ‘Pak(je)Kans’, de term die in 2009 werd gebruikt voor de pilot die toen werd opgestart in reactie op de overlast in Dieren. Deze term blijkt anno 2022 niet bij iedereen even bekend (meer) en be‐ trokkenen zelf spreken bovendien meestal van ‘Pakjekans’. De methodiek die wordt gehanteerd om de aanpak handen en voe‐ ten te geven, volgt de ontwikkelingen in het land. Tot een aantal jaren geleden werd er in Rheden, net als in veel andere gemeenten, nog gebruik gemaakt van de Shortlist Methodiek van Bureau Beke4.
Omdat steeds duidelijker werd dat het classificeren (het maken van onderscheid tussen hinderlijk, overlastgevend en crimineel gedrag) onvoldoende aansloot bij het fluïde karakter van groepen en men tot het inzicht kwam dat online en offline rondhangen elkaar moei‐ teloos afwisselen, ontstond er behoefte aan een nieuwe kijk op groepsdynamiek. Het resultaat is het Zeven Stappen Model dat in 2015 zijn intrede deed. Bij deze methode staat niet het classifice‐ ren, maar het duiden van de groepen centraal (zie kader ‘Het Zeven Stappen Model’).
Het Zeven Stappen Model Het Zeven Stappen Model gaat uit van de gedachte dat alle partners even be‐ langrijk zijn in het aanleve‐ ren van de informatie aan de gemeente. Tezamen geeft dit een integraal beeld over een jeugdgroep. Dit vormt de basis voor een in‐ tegrale aanpak op maat. 1. 2. 3.
4. 5. 6. 7.
Bron: www.straatcontact.nl
De bekendste methodiek die op deze stappen is gebaseerd, is die van Straatcontact. De Methode Straatcontact is bij veel uitvoe‐ rende professionals bekend als de Plus Min Mee Methodiek. Deze methodiek maakt het mogelijk om groepen uiteen te rafelen in jon‐ geren die een positief effect hebben binnen de groep (Plus), jonge‐ ren die een negatief effect hebben (Min) en jongeren die vooral meelopen en vatbaar zijn voor ofwel positief of negatief gedrag (Mee). Inzicht in deze groepsdynamiek biedt aangrijpingspunten voor de benodigde interventies. Bij de introductie van de metho‐ diek hebben alle betrokkenen een meerdaagse training gevolgd.
4 Zie de website van Bureau Beke.
ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 8
Signalen over groepsge‐ drag delen Informatie verzamelen en verbinden Integraal beeld maken en opstellen concept plan van aanpak Adviseren en prioriteren Maken plan van aanpak Uitvoeren en monitoren plan van aanpak Afronden en evalueren
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
3.3 DE HUIDIGE JEUGDAANPAK KERNTEAM EN OVERLEGSTRUCTUUR Het huidige kernteam bestaat uit vertegenwoordigers van de gemeente, de politie, de BOA’s en het jongeren‐ werk. Dit team komt eens in de vier weken op een vast moment bij elkaar om de situatie op straat te bespreken, inzichten te delen en werkafspraken te maken. Het overleg, dat voorheen ook wel ‘operationeel overleg’ werd genoemd, staat onder leiding van een procesregisseur en wordt secretarieel ondersteund door een beleidson‐ dersteuner. Als er onvoldoende partners aanwezig kunnen zijn, kan worden besloten het overleg op te schorten. Tussendoor benaderen en informeren de partners elkaar wanneer dat nodig is. Ze doen dat naar eigen inzicht en maken daartoe onder meer gebruik van een gezamenlijke Whatsappgroep. Soms is er ook sprake van één‐op‐ één contact, met name wanneer het heel concrete vragen of urgente situaties betreft. Van samen optrekken tijdens diensten is maar zelden sprake, maar de kernpartners zien elkaar wel geregeld, bijvoorbeeld door samen koffie te drinken. Soms kan er aanleiding zijn om een tactisch overleg te organiseren. Dat gebeurt vaak naar aanleiding van een specifiek vraagstuk, dat extra aandacht en inzet vraagt. Een jaar of tien geleden was dat bijvoorbeeld de opkomst van middelengebruik onder jongeren.
De agendapunten van het tactisch overleg komen vooral voort uit het operationeel overleg en worden aangedragen door het werkveld. De gemeente nodigt in dat geval de agendale‐ den uit voor de vergadering en ‐indien gewenst‐ een aantal gelegenheidsdeelnemers (Van Marissing & De Meere, 2016). De afgelopen jaren zijn er geen tactische overleggen geweest. Naast het doen van mededelingen en het bespreken van een specifieke situatie, al dan niet met op agenda uit‐ genodigde gasten, staat de vergadering vooral in het teken van het met elkaar doornemen van een overzicht van locaties, waarop met een kleur wordt aangeduid hoeveel prioriteit er aan de betreffende locatie moet worden toegekend. Groen betekent geen overlast, oranje betekent aandachtsgebied en rood staat voor overlastlocatie (zie ook hoofdstuk 4). Wanneer in de vergadering wordt geconcludeerd dat er een interventie moet worden gepleegd op een bepaalde groep of locatie, wordt in gezamenlijkheid conform het Zeven Stappen Model (zie kader ‘Het Zeven Stappen Mo‐ del’) bekeken wat voor interventie dat zou moeten zijn, welke afspraken hiertoe moeten worden gemaakt en hoe de resultaten en effecten worden gemonitord. In het Convenant & Privacyreglement (Gemeente Rheden 2018a, p.6) stelt de gemeente: ‘Deze stappen kunnen in willekeurige volgorde worden genomen en/of terugke‐ ren.
Ook hoeven niet alle stappen doorlopen te worden als daar geen aanleiding (meer) toe is.’ De methodiek vormt, met andere woorden, houvast en biedt structuur, maar is geen blauwdruk. ONDERLIGGENDE AFSPRAKEN Hoewel overlast een subjectief begrip is, proberen de partners de situatie op de verschillende locaties zo objec‐ tief mogelijk te benaderen en hanteren zij een gezamenlijk kader om te bepalen of er daadwerkelijk sprake is van overlast: de basis hiervoor wordt gevormd door het Zeven Stappen Model van Straatcontact en de Plus Min Mee Methodiek. Naast de aard en omvang van de eventuele overlast, kijken de kernpartners ook naar de fre‐ quentie: gaat het om een incident of is er sprake van structurele overlast? De samenwerking binnen het kernteam is geborgd in een convenant en volgt het bijbehorend privacyreglement (Gemeente Rheden, 2018a). Het convenant voorziet in een gezamenlijke visie op de aanpak van overlast door jeugd in de openbare ruimte door de gemeente Rheden, de Politie‐eenheid Oost en Incluzio (de partij die o.a. het jongerenwerk verzorgt in Rheden). De doelstellingen zijn ontleend aan die van het Veiligheidshuis Regio Arn‐ hem (zie kader ‘Doestellingen van de jeugdaanpak’).
ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 9
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
INZET JEUGDBOA’S De gemeente is verantwoordelijk voor de inzet van de jeugd‐ boa’s. In Rheden zijn geen jeugdboa’s actief, zoals we die kennen uit bijvoorbeeld Zaanstad of Veenendaal. In plaats daarvan wer‐ ken er integraal toezichthouders met taakaccent jeugd, maar in de dagelijkse praktijk worden deze ook vaak jeugdboa’s ge‐ noemd. Deze toezichthouders zijn in dienst van de gemeente Rheden. In algemene zin houdt een taakaccent in dat de betreffende BOA op zijn/haar thema aanspreekpunt is voor zowel interne als ex‐ terne partijen, kennis en ervaring heeft, fungeert als vraagbaak en klankbord voor collega’s, verantwoordelijk is voor de afstem‐ ming tussen beleid en uitvoering en overleggen bijwoont die ge‐ relateerd zijn aan het taakaccent. Ook het opzetten en coördine‐ ren van projecten die gerelateerd zijn aan het taakaccent be‐ hoort tot de mogelijkheden. Tot slot geeft de BOA voorlichting en presentaties op het gebied van zijn of haar taakaccent. In de gemeente Rheden houdt het taakaccent jeugd in dat de be‐ treffende BOA expertise heeft op het gebied van jeugd en deel uitmaakt van het Pak(je)Kans netwerk, zoals we lezen in de vaca‐ turetekst van maart (zie kader ‘Wat houdt het taakaccent jeugd in?’).
In de Uitvoeringsnota die de gemeente Rheden in 2016 op‐ stelde, stelt de gemeente: “Jeugdboa’s werken binnen alle fasen in de sluitende aanpak: proactief (verkennen), preventief (signa‐ leren), curatief (toezicht houden) en repressief (handhavend op‐ treden)” (Gemeente Rheden, 2016b, p.8). Een verdere uitwer‐ king van de vier hoofdtaken en de indicatoren die daaraan ver‐ bonden zijn, ontbreekt. In 2020 liet de Rekenkamercommissie onderzoek uitvoeren naar de inzet van Toezicht & Handhaving, met het oog op de (invoe‐ ring van de) Omgevingswet en concludeerde zij dat de doelstel‐ lingen en prioriteiten zeer algemeen geformuleerd waren, waar‐ door zij onvoldoende houvast boden aan de ambtelijke organisa‐ ties. De doelstellingen en prioriteiten omschreef zij als ‘vooral procesmatig en organisatorisch van aard en qua formulering ab‐ stract en weinig specifiek’. Het resultaat was volgens de onder‐ zoekers dat er in de praktijk nauwelijks tot geen monitoring met gerichte sturing plaatsvond. In het raadsvoorstel van september 2020 gaf de gemeenteraad aan alle aanbevelingen uit het rap‐ port te zullen overnemen (Gemeente Rheden, 2020c; Veth, 2020). Een passage die specifiek van belang is voor deze evalua‐ tie van de jeugdaanpak, betreft de uitspraak dat uit de interviews blijkt ‘dat toezichthouders en handhavers in belangrijke mate hun eigen werkzaamheden en keuzes bepalen’ (Gemeente
Wat houdt het taak‐ accent jeugd in? Jeugdboa’s werken binnen alle fasen in de sluitende aan‐ pak: proactief (verkennen), preventief (signaleren), cura‐ tief (toezicht houden) en re‐ pressief (handhavend optre‐ den). Als jeugdboa zorg je ervoor dat de leefbaarheid wordt ver‐ groot. Je bent zichtbaar en aanspreekbaar in de wijk. De manier waarop je dit doet is laagdrempelig en gericht op het vinden van aansluiting bij de doelgroep. Je werkt hierbij nauw samen ketenpartners waaronder de politie, het jongerenwerk en het sociaal gebiedsteam. In de ‘Pak je Kans’ overleggen (aanpak jeugdoverlast met ke‐ tenpartners) worden de priori‐ teiten en inzet bepaald in af‐ stemming met reguliere hand‐ havingstaken. Bronnen: Gemeente Rheden (2016b) en Vacaturetekst Ge‐ meente Rheden (Maart 2022).
ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 10
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
Rheden 2020, p.13). De Rekenkamercommissie beschouwt dit als onwenselijk en pleit voor meer sturing en een meer programmatische benadering met oog op de toekomst. INZET JONGERENWERK Het jongerenwerk is in tien jaar tijd drie keer van aanbieder gewisseld. Tot 2012 werd het uitgevoerd door Carion en in de periode 2013‐2020 door Radar Uitvoering. Vanaf 2020 wordt het jongerenwerk verzorgd door Incluzio. Belangrijke uitgangspunten van de gemeente Rheden voor de uitvoering van de opdracht zijn onder andere dat de inwoner centraal staat, dat de menselijke maat leidend is en dat zorg en ondersteuning gebaseerd zijn op het principe van samenredzaamheid (Gemeente Rheden 2020a, p.9). In een presentatie van Incluzio van 15 oktober 2020, zien we dat er in drie werelden wordt gewerkt aan de ondersteuning van de jeugd namelijk in de vrije tijd, op school en thuis. Bij vrije tijd gaat het onder andere om outreachend werk (overlast aanpakken en jongeren activeren), maar ook om het verzorgen van activiteiten voor kinderen en jongeren en ‐meer specifiek‐ het ondersteunen van de kinderraden in Rozendaal en Rheden. Hiertoe werkt Incluzio onder andere samen met de jeugdconsulenten, de BOA´s en de politie (Leih, 2020).
Uit het aanbestedingsdocument (Gemeente Rheden, 2020a) blijkt dat de gemeente nadrukkelijk een taak voor het jongerenwerk ziet weggelegd als het gaat om het voorkomen en beperken van jeugdoverlast. Op pagina 17 en 18 benoemt de gemeente 26 gewenste resultaten, gekoppeld aan de uitgangspunten en doelstellingen met betrekking tot de organisatie en uitvoering van het welzijnswerk. Daarin stelt zij: ‘De overlast door jongeren wordt voorkomen en is beperkt’. Voor de operationalisering van dit resultaat verwijst zij naar de op dat moment nog te maken afspraken (Key Performance Indicators ofwel KPI’s) met de uiteindelijke opdrachtnemer. In een overzichtsdocument met alle KPI’s is de doelstelling met betrekking tot jeugdoverlast als volgt geformu‐ leerd: ‘Ten opzichte van het jaar 2021 is het aantal overlastmeldingen over jeugd verminderd met 25% in het jaar 2023’. Deze doelstelling wordt stapsgewijs opgebouwd: 15% minder meldingen in 2021, 20% minder meldingen in 2022 en 25% minder meldingen in 2023. Er zijn twee indicatoren aan gekoppeld, namelijk het aantal meldingen over overlast door jeugd in de openbare ruimte (gebaseerd op data aangeleverd door de politie en de BOA’s) en het aantal ondersteuningsvragen en korte contacten met als hulpvraag ‘hangjongeren’.
De gemeente is als opdrachtgever verantwoordelijk voor wat het jongerenwerk doet en de opdrachtnemer is verantwoordelijk voor hoe zij dat doet. De jongerenwerkers zijn in die zin redelijk vrij in het kiezen van de manier waarop ze hun werk vorm geven en ‐meer specifiek‐ hoe ze ertoe bijdragen dat de jeugdoverlast afneemt, maar de opdrachtgever kijkt wel of dit in afstemming is met de partners van Pak(je)Kans. Bij de beoordeling van de geleverde prestaties kijkt de gemeente in hoeverre de gewenste resultaten zijn behaald en als dat (ten dele) niet het geval is welke redenen daarvoor aan te wijzen zijn en wat de opdrachtnemer gaat doen om de doelen in de toekomst alsnog te behalen. ‘Het verhaal achter de cijfers’ is daarbij zeker ook van belang. De basis voor de beoordeling vormen de halfjaarlijkse‐ en jaarlijkse rapportages. 3.4 CONCLUSIES Daar waar de samenstelling van het kernteam in de voorbije jaren nog wel eens wisselde door de komst van nieuwe partijen en er regelmatig werd gezocht naar de best passende vorm, de te gebruiken methodieken en de te maken afspraken, lijkt er nu een wat rustiger periode te zijn aangebroken, waarbij de gemeente, politie, jon‐ gerenwerkers en jeugdboa’s vooral kunnen doorgaan op de ingeslagen weg. Het operationele Pak(je)Kans over‐ leg vormt de basis voor de aanpak, de monitoring en de te maken afspraken.
Indien nodig kan er een tactisch overleg worden ingepland, waarbij ook andere partijen kunnen worden uitgenodigd.
ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 11
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
De aanpak van jeugdoverlast en de bijbehorende doelstellingen zijn duidelijk omschreven. De samenwerkingsaf‐ spraken zijn helder vastgelegd in het convenant en privacyreglement. Dat kunnen we niet zeggen voor de speci‐ fieke opdracht van de jongerenwerkers en de jeugdboa’s. De verwachtingen met betrekking tot hun inzet en hun rol in het geheel zijn in vrij algemene bewoordingen vastgelegd, waardoor er ruimte is voor discussie over onder meer de rolverdeling en de mate waarin zij kunnen worden afgerekend op hun inspanningen en resultaten. We zullen hier in hoofdstuk 5 op terugkomen.
ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 12
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
4. DE CIJFERS 4.1 INLEIDING In dit hoofdstuk kijken we kort naar de belangrijkste cijfers over jeugdoverlast in de gemeente Rheden. Deze dienen vooral om een ontwikkeling in de tijd inzichtelijk te maken en om de gesprekken met directbetrokkenen van context te kunnen voorzien. Omdat de cijfers afkomstig zijn uit verschillende bronnen, die bovendien door de tijd heen anders zijn geregistreerd5, kunnen we geen volledig beeld geven en ook geen goede ontwikkeling door de tijd laten zien. De cijfers moeten dan ook vooral als indicatief worden beschouwd. In een eerdere evaluatie (Van Marissing & De Meere, 2016) stelden we vast dat de mate waarin inwoners overlast ervaren door jeugd op straat door de tijd nogal eens wisselt. Bekende momenten waarop het aantal meldingen van overlast vaak toeneemt, zijn de zomermaanden, wanneer men meer buiten leeft en bepaalde evenementen, zoals de jaarlijkse kermis. De jaren 2020 en 2021 zijn daarnaast atypisch te noemen, omdat het leven toen gedo‐ mineerd werd door de Coronacrisis. Veel mensen waren vaker thuis en keken anders naar hun woonomgeving dan ze voor die tijd deden, hetgeen ook terug te zien is in de cijfers van de politie (paragraaf 4.2). Uit de Veiligheidsmonitor 2019 blijkt dat overlast door jongeren door de jaren heen wisselend wordt beleefd.
Tabel 4.1 laat zien dat iets meer dan een kwart van de inwoners wel eens rondhangende jongeren in de buurt ziet. Wanneer we naar de ontwikkeling van de afgelopen jaren kijken, valt vooral de forse daling in Rheden/De Steeg op. Tabel 4.1: Rondhangende jongeren in de buurt komt wel eens voor (2013‐2019) 6 Deelgebied
2013
2015
2017
2019
Velp‐Noord
23,2%
17,8%
22,5%
23,8%
Velp‐Zuid
33,4%
29,2%
33,5%
32,9%
Rheden / De Steeg
39,1%
21,9%
29,1%
7,0%
Dieren‐Noord / Laag Soeren
35,9%
35,0%
38,0%
31,6%
Dieren‐Zuid / Ellecom / Spankeren
29,3%
24,5%
29,4%
27,8%
Gemeente Rheden
33,2%
27,1%
31,7%
28,7%
Bron: Veiligheidsmonitor 2019 Het percentage bewoners dat vindt dat het veel voorkomt, schommelt tussen de 6% in 2013 en 3% procent in 2019 (Tabel 4.2). De verschillen tussen de kernen zijn klein, al valt ook hier het lage percentage voor Rheden/De Steeg op.
5 De gemeente Rheden neemt tegenwoordig eens in de vier jaar deel aan de Algemene Veiligheidsmonitor, daar waar dat
voorheen eens in de twee jaar was. De meest actuele inzichten dateren daardoor van 2019, verwerkt in de publicatie van 2020. In 2023 volgt er weer een nieuwe monitor, die in 2024 gepubliceerd zal worden. 6 De gebiedsindeling is in de periode 2013‐2019 een aantal keren gewijzigd. Vanwege het overzicht is gekozen voor de indeling in de vijf genoemde gebieden.
ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 13
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
Tabel 4.2: Rondhangende jongeren in de buurt komt veel voor (2013‐2019) Deelgebied
2013
2015
2017
2019
Velp‐Noord
2,8%
3,3%
2,2%
3,5%
Velp‐Zuid
7,2%
2,6%
7,4%
3,2%
Rheden / De Steeg
6,4%
0,8%
4,5%
1,1%
Dieren‐Noord / Laag Soeren
6,8%
5,7%
4,5%
3,6%
Dieren‐Zuid / Ellecom / Spankeren
4,0%
3,3%
3,2%
3,8%
Gemeente Rheden
5,9%
3,4%
4,7%
3,2%
Bron: Veiligheidsmonitor 2019 Gevraagd naar welk buurtprobleem als eerste zou moeten worden aangepakt, antwoordt iets meer dan 2 pro‐ cent ‘rondhangende jongeren’ (Tabel 4.3). Te zien is dat er wel wat schommelingen zijn tussen de verschillende jaren. Dat kan te maken hebben met een toename of juist afname van ervaren overlast door jongeren, maar het kan ook zijn dat er andere buurtproblemen als meer urgent werden beoordeeld. Tabel 4.3: Als eerste aanpakken: Rondhangende jongeren (2013‐2019) Deelgebied
2013
2015
2017
2019
Velp‐Noord
3,8%
1,5%
1,6%
3,3%
Velp‐Zuid
3,3%
0,8%
1,3%
0,0%
Rheden / De Steeg
3,5%
1,2%
4,1%
0,3%
Dieren‐Noord / Laag Soeren
2,9%
3,1%
3,0%
4,2%
Dieren‐Zuid / Ellecom / Spankeren
3,1%
1,9%
4,6%
2,2%
Gemeente Rheden
3,3%
1,8%
2,7%
2,6%
Bron: Veiligheidsmonitor 2019 Los van of er daadwerkelijk sprake is van overlast, geven behoorlijk wat inwoners aan zich soms of zelfs vaak onveilig te voelen op plekken waar jongeren rondhangen. Gemiddeld geldt dat voor ongeveer 1 op de 3 inwoners, met uitschieters naar meer dan 40%. Ook hier zien we een forse afname in Rheden/De Steeg in het jaar 2019. Tabel 4.4: Onveiligheidsgevoelens vanwege rondhangende jongeren (2013‐2019) Deelgebied
2013
2015
2017
2019
Velp‐Noord
33,7%
25,8%
27,2%
27,3%
Velp‐Zuid
43,4%
36,9%
35,7%
28,5%
Rheden / De Steeg
42,8%
24,6%
30,0%
12,1%
Dieren‐Noord / Laag Soeren
37,4%
46,4%
36,5%
36,1%
Dieren‐Zuid / Ellecom / Spankeren
37,6%
29,1%
31,5%
37,1%
Gemeente Rheden
39,4%
34,6%
33,0%
30,3%
Bron: Veiligheidsmonitor 2019 De gemeente Rheden heeft zichzelf in 2020 tot doel gesteld om samen met de ketenpartners te streven naar een maximum van 150 meldingen per jaar met betrekking tot problematische jeugd op straat (Bremer & Zeeman, ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 14
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
2020, p.7). In de notitie vinden we geen toelichting op dit aantal. In het verlengde van de doelstelling om het aantal meldingen te verminderen, streeft de gemeente ernaar om het percentage inwoners dat zich onveilig voelt als gevolg van groepen jeugd op straat terug te dringen naar 30%. Ook voor dit percentage wordt geen verklaring gegeven. 4.2 MELDINGEN EN MUTATIES De belangrijkste bronnen die inzicht geven in de ontwikkeling van ervaren overlast door jeugd op straat zijn de meldingen die door de politie worden geregistreerd, meldingen die bij de gemeente binnenkomen via het Klant Contact Centrum (KCC), mutaties die door de BOA’s worden ingevoerd en de overzichten die worden gebruikt door het kernteam jeugdaanpak. MELDINGEN BIJ DE POLITIE De cijfers van de politie worden al geruime tijd op dezelfde manier en voor dezelfde gebieden geregistreerd en zijn door de tijd heen dus goed vergelijkbaar. In tabel 4.5 geven we een overzicht van het aantal meldingen vanaf 2016 tot heden. Deze cijfers zijn goed vergelijkbaar met die uit de eerdere evaluatie (Van Marissing & De Meere 2016, pp.7‐8). Te zien is dat het aantal meldingen van de verschillende vormen van ervaren overlast door de jaren heen schom‐ melt. In verhouding zijn er veel meldingen van verwarde personen en van overlast door jeugd. Vooral in de afge‐ lopen twee jaar nam het aantal meldingen hierover fors toe.
Tabel 4.5: Meldingen van overlast gerelateerde incidenten in de gemeente Rheden 2016‐2021 Type incident
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Overlast i.v.m. alcohol/drugs
56
70
70
68
99
73
Openbare dronkenschap
15
10
14
9
8
4
Aantreffen drugs (geen verdachte)
10
17
12
20
28
7
Overige drugsdelicten
14
5
1
2
3
1
Overlast verward/overspannen persoon
211
189
253
230
264
305
Melding overlast jeugd
167
240
151
200
462
352
Overlast zwervers
23
13
21
19
66
55
Afsteken vuurwerk
50
47
76
100
190
91
Parkeerproblemen
98
98
114
116
123
94
Verkeersstremming
9
17
12
14
12
17
653
706
724
778
1.255
999
Totaal aantal overlastmeldingen Bron: Politie Oost‐Nederland (2022)
Wanneer we specifiek naar het aantal meldingen over jeugd kijken en deze uitsplitsen per kern (tabel 4.6), valt op dat vooral in Dieren en Velp veel meldingen zijn gedaan in de afgelopen jaren. Ook in Rheden is sprake van een toename in Coronatijd (2020‐2021) ten opzichte van de periode daarvoor (2016‐2019). Het aantal meldingen in de vier kleinere kernen is nagenoeg te verwaarlozen.
ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 15
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
Tabel 4.6: Meldingen van overlast door jeugd in de afzonderlijke kernen 2016‐2021 Kern
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Dieren
94
144
64
91
216
169
Rheden
33
35
16
33
54
50
Velp
37
54
64
71
178
123
De Steeg
0
0
0
0
0
0
Ellecom
0
3
2
3
3
4
Laag Soeren
2
2
4
1
4
3
Spankeren
1
2
1
1
7
3
167
240
151
200
462
352
Totaal aantal overlastmeldingen Bron: Politie Oost‐Nederland (2022)
Zowel in het totaaloverzicht van alle overlastmeldingen als in de ontwikkeling van het aantal meldingen van overlast door jeugd is een flinke stijging te zien in de afgelopen twee jaren, met name in 2020. We zien hier vermoedelijk het effect van de Coronacrisis terug. MELDINGEN VIA HET GEMEENTELIJK KLANT CONTACT CENTRUM EN MUTATIES BOA’S Wanneer bewoners overlast ervaren, kunnen zij de politie bellen, maar zij kunnen ook contact opnemen met de gemeente. De meldingen komen dan telefonisch binnen via het Klantcontactcentrum (KCC) of doordat bewoners een formulier op de website invullen. De ervaring leert dat bewoners dit ook geregeld achteraf doen en dat er soms ook sprake is van overlap met meldingen bij de politie. Bewoners melden soms namelijk zowel bij de ge‐ meente als bij de politie, in de hoop dat hun melding snel wordt opgepakt of omdat ze niet weten bij wie van beiden ze hun klacht het beste kenbaar kunnen maken. De meldingen bij de gemeente worden sinds enige tijd in een nieuw systeem geregistreerd, genaamd ‘Fixi’. Een van de kopjes in het onderliggende systeem is ‘Meldingen Openbare Ruimte’ (MOR). Daarin worden meldingen met zaaknummers weggeschreven die betrekking hebben op overlast in de openbare ruimte. Het betreft niet alleen meldingen over jeugd, maar bijvoorbeeld ook over groen, geparkeerde auto’s en overlast van horecage‐ legenheden.
De meeste meldingen in Fixi die betrekking hebben op jeugd komen terecht onder de categorieën ‘jongeren’ of ‘overlast’. Soms vinken de melders echter per abuis een verkeerde categorie aan. De BOA’s lopen daarom altijd alle meldingen na en sturen ‘verkeerde’ meldingen door naar de juiste afdeling. Mutaties van partners, zoals bezwaarschriften en uitgeschreven bonnen, komen in een ander systeem terecht, genaamd Greenvalley. Ook meldingen die bewoners doen via de onafhankelijke landelijke app ´BuitenBeter´, komen binnen in dat systeem. En dan is er nog de eerder genoemde overlap met de meldingen die bij de politie binnenkomen. Volgens de geïnterviewde medewerkers is het daarom lastig om een goed en volledig beeld te geven van de meldingen die bij de gemeente zelf binnenkomen en is het vooral belangrijk dat er in het Pak(je)Kans overleg met elkaar besproken wordt wat er is binnengekomen en welke acties dat vraagt (zie 3.3). Om die reden nemen we in deze rapportage geen cijfers op van Fixi, want zonder de duiding van de kernpartners hebben ze te weinig zeggingskracht en zouden ze zelfs een vertekend beeld kunnen geven. CIJFERS OVER GROEPEN EN LOCATIES In de evaluatie uit 2013 (Van Marissing, 2013) beschreven we de werkwijze zoals die volgend op de pilot van in Dieren werd ontwikkeld.
De basis werd gevormd door een overzicht van hinderlijke en overlastgevende groepen en overlastlocaties dat onder regie van de gemeente periodiek werd besproken door de kernpartners en diende ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 16
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
als vertrekpunt voor eventuele interventies. Ook in de daaropvolgende jaren was dat het geval, met als grootste verschil dat de dagelijkse rapportages van de Straatcoaches de belangrijkste informatiebron vormden, aangevuld met inzichten vanuit de politie, het jongerenwerk, het sociaal gebiedsteam, het meldpunt van de gemeente en alle informatie die via genoemde partijen binnenkomt (Van Marissing & De Meere, 2016). Onder invloed van de doorontwikkeling van de groepsmethodiek van Bureau Beke naar het Zeven Stappen Mo‐ del, is de aandacht verschoven van het monitoren van aantallen groepen naar het monitoren van overlastloca‐ ties. De gemeente hanteert daartoe een indeling in drie kleuren: rood staat voor een overlastgebied, oranje voor een aandachtsgebied en groen voor een gebied waar geen feitelijke overlast kan worden vastgesteld. De locaties worden geagendeerd door de samenwerkingspartners en besproken in het maandelijkse overleg van het kern‐ team. Afhankelijk van de gepleegde inzet kan een locatie drie maanden tot een jaar op de agenda staan. De kleur kan bovendien door de tijd heen veranderen, bijvoorbeeld van rood naar oranje of van oranje naar groen. Tabel 4.7: aantal besproken locaties per kern (april 2022) Kern
Rood
Oranje
Groen
Totaal
(overlast)
(aandacht)
(geen overlast)
Velp
0
1
3
4
Rheden
0
2
1
3
Dieren
0
1
2
3
Spankeren
0
0
1
1
Totaal
0
4
7
11
Bron: Gemeente Rheden (April 2022) Het overzicht wordt samengesteld op basis van zowel meldingen van burgers als eigen ervaringen van de betrok‐ ken professionals. Gezamenlijk wordt een periode afgesproken waarin wordt bepaald of er daadwerkelijk sprake is van overlast en of en hoe lang een locatie op de agenda blijft staan en welke kleur daar aan wordt toegekend. Het meest actuele overzicht (april 2022; tabel 4.7) laat zien dat er in het Pak(je)Kans overleg 11 locaties werden besproken, waarvan het merendeel plekken betrof waar geen overlast (meer) werd geconstateerd. Het zijn na‐ genoeg dezelfde plekken en kwalificaties als het overzicht van maart 2022, dat 10 locaties telde. Tabel 4.8: aantal besproken locaties per kern (januari 2021‐april 2022) Kern
2021
2022
Jan
Apr
Aug
Nov
Jan
Mrt
Apr
Velp
5
4
5
7
5
4
4
Rheden
4
4
2
6
4
2
3
Dieren
6
6
6
6
5
3
3
Spankeren
0
0
1
1
1
1
1
Totaal
15
14
14
20
15
10
11
Bron: Gemeente Rheden (2022) In de afgelopen twee jaar varieerde het aantal besproken locaties van in maart 2022 tot 20 in november 2021 (tabel 4.8). Begin 2021 was er nog één rode locatie, namelijk het Oranjeplein in Velp. Verder valt op dat locaties vaak van kwalificatie wisselen: soms zijn ze weer oranje en behoeven ze extra aandacht, dan zijn ze weer een tijdje groen. En andersom. Dat er slechts enkele locatieoverzichten per jaar worden gemaakt, heeft te maken ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 17
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
met het feit dat vergaderingen soms niet doorgaan en de overzichten niet gezamenlijk geactualiseerd kunnen worden. Bij de vergaderingen die wel doorgaan vormen de overzichten de leidraad voor het overleg. Van de jaarwisseling wordt een uitgebreide evaluatie opgesteld. In dit bijna 20 pagina’s tellend rapport geven de gemeente Rheden, gemeente Rozendaal, Incluzio en de politie onder andere een overzicht van incidenten, kos‐ ten en sfeerrapportages van hotspots (Gemeente Rheden et al., 2022). 4.3 CONCLUSIE Het feit dat meldingen van (ervaren) overlast door jeugd op straat op verschillende manieren en op verschillende plekken worden geregistreerd, zorgt ervoor dat het lastig is om een goed en volledig beeld te vormen van de aard, omvang en ernst van (ervaren) overlast en de ontwikkelingen door de tijd. Dat is opvallend, omdat er wel doelstellingen zijn verbonden aan de aantallen meldingen in de veiligheidsanalyse van de gemeente én in de opdracht aan het jongerenwerk. Het is daardoor lastig te meten of die doelstellingen worden behaald. Als we alleen al kijken naar de cijfers van de politie is de eerder genoemde doelstelling van maximaal 150 mel‐ dingen per jaar bij lange na niet behaald. In de laatste twee jaar bedroeg het aantal meldingen zelfs meer dan het dubbele.
Het is aannemelijk dat er ook bij het KCC nog een aantal meldingen is binnengekomen dat betrek‐ king heeft op overlast door jeugd in de openbare ruimte, waardoor ‐een gedeeltelijke overlap in acht nemend‐ het totaal aantal meldingen vermoedelijk nog iets hoger ligt. De auteurs van de veiligheidsanalyse hebben twee verklaringen voor het hoge aantal meldingen. Ten eerste leidt overlast vaak tot een toename van het aantal meldingen. Politie en andere partijen vragen bewoners namelijk om zoveel mogelijk te melden, zodat zij hierop actie kunnen ondernemen. Ten tweede noemen de auteurs de Coronapandemie, die begin 2020 opkwam. Doordat veel mensen in die periode thuis waren, zagen zij meer en meldden zij ook meer, ook over situaties waarbij door de kernpartners geen overlast kon worden vastgesteld (Bremer & Zeeman, 2020). In het volgende hoofdstuk zullen we ingaan op deze verklaringen vanuit het perspec‐ tief van de betrokken professionals. De overzichten van besproken locaties worden bijgehouden en gearchiveerd door de beleidsondersteuner. Een ontwikkeling in de tijd, zoals die in tabel 4.4, wordt echter niet gemaakt. Daardoor is het moeilijk om de ontwik‐ keling van het aantal locaties in de gemeente te volgen.
De leden van het kernteam geven aan dat zij dit ook niet zo belangrijk vinden om te monitoren, omdat de aantallen locaties alleen niet zoveel zeggen en het vooral gaat om wat er wordt gemeld over en/of geconstateerd op die locaties. Tot slot: in 2020 kwam namelijk de Coronapandemie op en veranderde het leven van veel inwoners van de ge‐ meente Rheden. Dat heeft ook gevolgen gehad voor de ontwikkeling van het aantal meldingen over jeugdover‐ last. Met de kennis van nu is dat jaar daarom wat ongelukkig te noemen als referentiejaar voor het afrekenen van de partners op hun inzet, in het bijzonder het jongerenwerk dat een forse reductie van het aantal meldingen als opdracht heeft, die is vastgelegd in de KPI’s. Zonder een kwalitatieve duiding hebben de cijfers die betrekking hebben op de Coronaperiode te weinig zeggingskracht om als beoordelingscriterium te worden gehanteerd.
ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 18
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
5. ERVARINGEN VAN DIRECTBETROKKENEN 5.1 INLEIDING In de vorige hoofdstukken hebben we een beeld geschetst van de ontwikkelingen van de afgelopen jaren. Deze inzichten vormen de context voor de uitspraken en ervaringen van de professionals die betrokken zijn bij de jeugdaanpak in Rheden. We kijken achtereenvolgens naar de situatie op straat, de ervaringen met de huidige aanpak, de wijze waarop informatie wordt gedeeld, de samenwerking, de overlegstructuren en tot slot de eigen betrokkenheid van de directbetrokkenen. 5.2 DE SITUATIE OP STRAAT TOEGENOMEN AANTAL MELDINGEN In het vorige hoofdstuk zagen we dat het aantal meldingen van overlast door jeugd op straat in de afgelopen jaren enorm is toegenomen. Als verklaringen noemden we onder andere het feit dat bewoners veel meer thuis waren, veel meer op hun omgeving letten en dus ook meer meldden. Een verklaring voor de specifieke stijging van het aantal meldingen in Velp, is het feit dat daar geruime tijd sprake was van een groep jongeren die overlast veroorzaakte in de omgeving van het Oranjeplein, ook bekend als het Guus Dijkhuizenplein. Professionals vroe‐ gen bewoners daar actief om de overlast te melden, zodat zij daarop konden acteren.
Het belang van meldingen door bewoners ‘We kunnen niet alles zien en constateren. We hebben de mensen in het dorp wel nodig. En we raden mensen altijd aan om te melden. Dan ligt het namelijk ook vast, kunnen we het terugvinden en is er dossieropbouw.’ Bron: BOA Gemeente Rheden (2022)
Dit heeft er uiteindelijk mede toe geleid dat er een aanpak kon worden ontwikkeld en de overlast is afgenomen. Dit zou aan het eind van het jaar terug te zien moeten zijn in de cijfers van het gehele kalenderjaar 2022. Een van de jeugdagenten noemt nog een derde reden waarom het aantal meldingen alleen niet altijd alles zegt, maar vooral ook gekeken moet worden naar de aard van de meldingen: ‘soms krijg je wel meerdere meldingen van verschillende plekken, maar dat is vaak gedurende de avond. (…) Dat heeft ook te maken met het leeftijdsver‐ schil. Afhankelijk van de leeftijd zie je ander gedrag.’ OP STRAAT IS HET RUSTIG Uit gesprekken met de kernpartners komt naar voren dat het grote aantal meldingen niet overeenkomt met de situatie op straat, zoals zij die waarnemen. Vrijwel allemaal omschrijven ze de situatie op straat als ‘rustig’ en ‘beheersbaar’. Er lijkt op dit punt een groot verschil tussen datgene dat bewoners als overlast zien en de mate waarin de kernpartners dit uiteindelijk na eigen waarnemingen als overlast kwalificeren. Wel zijn er af en toe incidenten met jeugd, zoals brandstichting en andere vormen van baldadig gedrag. Met het loslaten van de Groepsmethodiek van Bureau Beke is ook de kwalificatie van de groepen geen onderdeel meer van de besprekingen van Pak(je)Kans.
De professionals spreken desgevraagd van enkele hinderlijke groe‐ pen, maar zien geen overlastgevende of zelfs criminele groepen meer. Dat het ten tijde van de Coronamaatre‐ gelen zo rustig zou zijn, hadden sommige professionals niet verwacht. Enkele groepen waren toen zelfs even uit beeld. Het overtreden van de regels werd weinig waargenomen. ‘Ik heb zelf maar één keer een boete geschreven voor een samenscholende groep en daarna heb ik ze niet meer gezien’, aldus een van de BOA’s. De
ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 19
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
procesregisseur stelt: ‘Daar zijn meerdere verklaringen voor denk ik. Nu met Corona zijn ze misschien meer ge‐ wend om elkaar vanuit huis te ontmoeten, online bijvoorbeeld. Wat ook kan is dat de jeugdgroepen in het ver‐ leden uitvergroot zijn geweest.’ JEUGD OP STRAAT IS NIET ALTIJD ZICHTBAAR In Dieren is de jeugd zichtbaar op straat, maar vergeleken met een tijdje terug is het daar relatief rustig. ‘In de afgelopen jaren waren er bijvoorbeeld momenten dat ik in Dieren soms wel vijf groepen sprak’, aldus de jonge‐ renwerker. Dat is nu niet meer het geval. De jeugdagent legt uit: ‘Het gaat met ups en downs. Er zijn groepen even in beeld, dan ebt het weer weg en dan popt er weer een nieuwe groep op.’ Bovendien geldt dat jeugdover‐ last ‘echt seizoensgebonden is’, zo vertelt de jeugdboa, ‘in de zomerperiode zie je veel meer jongeren buiten.’ Voor de Coronaperiode waren er in Dieren meer groepen waar aandacht voor was, zoals een groep ‘jongeren met opgepimpte auto’s die gingen racen’ en groep die rondhing in ‘De Kuil’. Onder meer door onderlinge ruzies is een van deze groepen uit elkaar gevallen. ‘Een groep blijft nooit lang bij elkaar. Ze wisselen in samenstelling’, aldus de jeugdagent. Wat daarbij opvalt is dat het niet alleen jongeren uit Dieren zelf zijn, maar ook jongeren van buiten. Uit Loenen en Eerbeek bijvoorbeeld.
Door gemeenschappelijke vrienden vinden ze elkaar dan in Dieren op straat, ondanks dat de plekken waar ze hangen volgens de professionals ‘helemaal niet zo aantrekkelijk’ zijn. In Rheden worden vooral kinderen in de basisschoolleeftijd buiten gezien, maar jeugd wordt maar weinig op straat gezien. ‘Ze zijn wel degelijk buiten, maar ze trekken denk ik meer naar Velp en Dieren, omdat daar mid‐ delbare scholen zijn en hun vrienden daar wonen’, zo verklaart de jeugdagent. Het is in Rheden lastig om contact met de jeugd te leggen. De jeugdagent geeft aan: ‘we spreken ze vaker achter de deur dan dat we ze op straat treffen. Heel af en toe zie je plekken waar ze afval achterlaten, zoals achter de Dekamarkt.’ Afgelopen zomer was er kortstondig overlast door een groep jongeren die ’s nachts in het zwembad rondhing. In Rheden is op dit moment geen accommodatie waar jongeren terecht kunnen. In Velp was een tijdje terug een overlastgevende groep in de buurt van het Oranjeplein, maar die situatie lijkt nu onder controle, onder meer door het ophangen van regels, (extra) inzet van handhaving en intensief contact met de buurt. Die groep is nu niet meer zo in beeld. Net als in Dieren en Rheden, kan ook in Velp de situatie zomaar weer veranderen.
In Velp komt een aantal jongeren ook bij elkaar in Buurthuis De Poort, waar zij met ondersteu‐ ning van jongerenwerkers activiteiten bedenken en uitvoeren, waaronder eens in de zoveel tijd samen koken en eten. Deze jongeren zeggen zelf niet op straat te hangen en hebben ook nauwelijks tot geen contact met bijvoor‐ beeld de jeugdagent of de jeugdboa. Naast ruzies en interventies door professionals is er nog een derde reden aan te wijze waarom groepen soms uit beeld raken: een deel van de jeugd ‘wordt ouder en verplaatst zich vooral naar [plekken waar voor hen meer te doen is, zoals] Arnhem of Doesburg’, aldus een van de BOA’s. BALDADIG EN HINDERLIJK GEDRAG Met uitzondering van de locatie in Velp zijn er in de afgelopen jaren geen locaties als overlastlocatie aangemerkt. Er zijn wel enkele aandachtsgebieden, die extra in de gaten worden gehouden omdat daar mogelijk overlast kan ontstaan of omdat daar in het verleden sprake was van overlast. Ook komen in het jeugdoverleg enkele locaties voorbij waar normaalgesproken geen sprake van overlast is, maar die wel belangrijk zijn om in beeld te houden. Een voorbeeld van een locatie die geregeld van kleur wisselt (oranje is ‘aandachtsgebied’, groen is ‘geen over‐ last’) is de JOP in Spankeren. Het zijn vaak ook de locaties waar het voor de professionals makkelijk is om contact te maken met de jeugd.
ERIK VAN MARISSING ONDERZOEK & MEDIAPRODUCTIES 20
EVALUATIE JEUGDAANPAK GEMEENTE RHEDEN
5.3 DE AANPAK VAN JEUGDOVERLAST DE AANPAK SLUIT AAN OP WAT NODIG IS Alle directbetrokkenen zijn van mening dat de huidige aanpak redelijk tot goed aansluit op de situatie op straat. Zo stelt een van de jeugdagenten: ‘De aanpak sluit op zich wel redelijk aan op wat er nodig is.’ De jongerenwerker vindt dat ook: ‘Ik denk dat het nu voldoende is. De situatie op dit moment is beheersbaar.’ De jeugdboa stelt: ‘Mocht er een groep ontstaan, dan wordt die besproken. Dat is voor nu voldoende’ en de procesregisseur is het daarmee eens: ‘Als je vasthoudt aan de groepsaanpak zoals ie nu is, heb je voldoende aan de mensen die er nu aan tafel zitten.’
Bewoners spreken al snel van overlast ‘Er is nu een mooie skatebaan aangelegd door de gemeente. Na een week komen er dan al meldingen van overlast. We treffen geen afval aan, de jeugd picknickt daar met muziek aan, maar zorgt niet voor overlast. We hoeven daar niet direct iets mee, maar contact maken en houden is wel fijn.’ Bron: Jeugdagent Gemeente Rheden (2022)
Uit de reacties spreekt ‐al dan niet onbewust‐ een klein voorbehoud, namelijk dat de huidige situatie beheersbaar is met de huidige formatie en slagkracht en in relatie tot de huidige benadering. Mocht er in de toekomst sprake zijn van een toename van de overlast of van zwaardere vormen van overlast of meer naar individuen gekeken gaan worden, dan is er misschien een andere aanpak nodig. We komen hier nog op terug in hoofdstuk 7. ZEVEN STAPPEN MODEL Conform de elementen van het zeven stappen model dat we in hoofdstuk 3 beschreven, worden in het Pak(je)Kans overleg signalen uit het veld besproken en worden deze in gezamenlijkheid op waarde geschat en beoordeeld op urgentie. Vervolgens kunnen er afspraken worden gemaakt voor eventuele interventies, zoals het verbaliseren van ruziemakende jongeren in Dieren of het plaatsen van borden met regels bij het Oranjeplein in Velp. Voordat het zover is, moet er wel voldoende bewijs zijn verzameld dat er daadwerkelijk sprake is van over‐ last en/of strafbare feiten.
De door bewoners en soms ook individuele professional ervaren overlast moet, met andere woorden, eerst op waarde worden geschat: is er daadwerkelijk sprake van overlast of niet? In de meeste gevallen betekent dit dat plekken waar overlast wordt ervaren gedurende een aantal weken intensiever worden bezocht door de politie, de jeugdboa en/of de jongerenwerker, zodat een goed beeld kan worden gevormd van de jeugd die zich op die plek ophoudt en het gedrag dat ze vertonen. Ook kunnen omwonenden worden aange‐ spoord om te melden wat zij zien. Na die periode wordt de balans opgemaakt en wordt bekeken wat er nodig is om eventuele overlast aan te pakken. Een recent voorbeeld is het Biljoenbad in Velp, waar volgens bewoners veel aan de hand was. Een deel van de signalen bereikte de gemeente via een ambtenaar die zich bezighoudt met spelen, groen en de openbare ruimte. In het Pak(je)Kans overleg werd uitgebreid aandacht besteed aan de signalen en werd vervolgens besloten om gedurende een periode van vier weken extra aandacht aan deze locatie te besteden door deze vaker te bezoeken om vast te stellen of er daadwerkelijk sprake was van overlast. Het feit dat daar jongeren zijn, betekent immers niet automatisch dat zij ook overlast veroorzaken.