Definitieve rapportage Honingbijen en wilde bestuivers op het Rozendaalse Veld (lage resolutie)
Tekst van het document
Locatie Doornspijk Havelte Rozendaal
jaar
Totale oppervlakte 2020 1500 2021 230 2022 408
Oppervlakte bloeiende struikhei* 205** 70 65
Aantal kasten 231 9 258
Dichtheid (kasten / ha) 1,13 0,13 3,97
Wanneer men veronderstelt dat de heide in Rozendaal inderdaad met 1900 honingbijen per hectare effectief vol zat en het kental van De Groot en Roessink (2022) van 64 honingbijen per kast per hectare zou volgen, dan zou er op het Rozendaalse Veld maximaal ruimte zijn voor 30 honingbijkasten. Dit is gebaseerd op de waargenomen dichtheden in de proefvlakken en houdt dus geen rekening met de slechtere staat van de heide buiten de proefvlakken. Ook houdt dit resultaat geen rekening met concurrentie op de wilde bestuivers. De conclusie is dat, ondanks de aanzienlijke mate van onzekerheid, de waargenomen dichtheid honingbijen op struikhei in het Rozendaalse veld aanzienlijk lager lagen (ten minste een factor 4,5) dan dat op grond van het aantal aanwezige honingbijkasten, de oppervlakte van het gebied en de mate van bloei van de struikhei verwacht had mogen worden. Honingbijen zouden verder kunnen vliegen dan het Rozendaalse veld, maar zullen dat alleen doen als de heide op het Rozendaalse veld als voedselbron niet meer toereikend is. Omdat struikhei een superieure waardplant is, leidt dit tot de alternatieve verklaring dat de heide ‘vol’ zat, en dus compleet verzadigd was. In andere woorden, het aantal honingbijkasten van 258 was hoger dan de draagkracht van het heideveld, en wel ten minste met een factor 9.
Bij verzadiging hangt de dichtheid honingbijen in het veld niet langer af van het aantal honingbijkasten, maar uitsluitend van de kwaliteit van de struikhei. In retrospectief speelt dit niet alleen in Rozendaal, maar ook in het eerdere onderzoek van Doornspijk. Alleen in het onderzoek Havelte was geen sprake van verzadiging, maar daar was het aantal honingbijkasten ook aanzienlijk lager dan in beide andere gebieden.
27
Rapport: EIS kenniscentrum Insecten
Dichtheden in relatie tot de afstand van de honingbijkasten De oorspronkelijke doelstelling van het onderzoek naar honingbijen en wilde bestuivers op struikhei op het Rozendaalse veld was om te kijken of er net als eerder op Havelte en Doornspijkse heide een relatie zou zijn tussen de dichtheden honingbijen en wilde bestuivers en de afstand tot de honingbijkasten. Hoewel honingbijen zeker 5 kilometer ver kunnen vliegen naar rijke foerageergebieden, zullen ze om redenen van energie-efficientie een voorkeur hebben minder ver te vliegen wanneer dat mogelijk is. Omdat struikheide een superieure waardplant voor honingbij is en de kasten op de heide staan, moet verwacht worden dat de honingbijen op de heide eerst lokaal zullen foergareen. Een positieve relatie zou een bewijs zijn voor negatieve invloed van de kasten op wilde bestuivers. Helaas stonden de honingbijkasten op het Rozendaalse veld niet allemaal bij elkaar, in tegenstelling tot Havelte. Bij de start van het onderzoek was bekend dat honingbijkasten geplaatst zouden worden in het noordwesten van het Rozendaalse veld, verspreid over de bosrand. Uiteindelijk bleken de kasten over een afstand van zo’n 700 meter verspreid te staan. Extra complicatie is dat het aantal kasten per locatie uiteen liep van 2 tot 33 (fig. 32).
Later bleek dat ook in het zuidoosten, in het naastgelegen Herikhuizerveld van Natuurmonumenten, 50 kasten te staan. Om bovenstaande verstorende factoren een plek te geven in de analyse, klusteren we naburige honingbijkasten van elk 50-52 kasten. Er liggen dan vier locaties in het noordwesten en eentje op het Herikhuizerveld (fig. 36). Een overzicht van de relatie van de dichtheid honingbij met de afstand tot het dichtstbijzijnde cluster honingbijkasten wordt weergegeven in figuur 37. De oranje lijn is de exponentiële regressielijn. De dichtheid honingbijen lijkt toe te nemen met de afstand tot de kasten, maar deze stijging is niet significant (rc = 0,24; sd = 0,19). Desalniettemin is het een opvallend resultaat, omdat je zou verwachten dat de dichtheid honingbijen afneemt met de afstand naar de kasten, een resultaat dat we ook eerder vonden. Het lijkt er dus op dat honingbijen op het Rozen-
Figuur 36 Rozendaalse veld met de kwantitatieve plots weergegeven in geel en de geklusterde locaties met honingbijkasten in blauw, welke zin genummerd van 1-5, met tussen haakjes erachter het aantal honingbijkasten per kluster.
28
Smit & Zeegers Honingbijen en wilde bestuivers op het Rozendaalse Veld
dichtheid honingbij 0,4
aantal / m2 bloeiende heide
Figuur 37 Dichtheid honingbijen per m2 bloeiende heide als functie van de afstand tot de dichtstbijzijnde cluster honingbijkasten in km, met exponentieel verband, welke niet significant is.
0,3
0,2
0,1
0,0
0,00
0,50
1,00
1,50
2,00
2,50
Afstand dichtstbijzijnde kastlocatie (km.) waarneming Figuur 38 Verhouding van wilde bestuivers / honingbijen op struikheide als functie van de afstand tot de dichtstbijzijnde cluster honingbijkasten in km, met exponentieel verband, welke niet significant is.
model
wilde bestuivers / honingbij 2,0
verhouding
1,5
1,0
0,5
0,0
0,0
0,5
1,0 1,5 Afstand dichtstbijzijnde kastlocatie (km.) waarneming
2,0
2,5
model
daalse veld veel verder moesten vliegen dan verwacht. Dat kan ofwel het gevolg zijn van de wisselende kwaliteit van de struikhei (verder weg beter dan dichtbij, hiervoor zijn geen aanwijzingen in het veld gevonden) ofwel het gevolg zijn van verzadiging van de struikhei. Ook de verhouding van wilde bestuivers (wilde bijen plus zweefvliegen) met honingbijen lijkt hier niet af te hangen van de afstand tot de dichtstbijzijnde kasten (fig 38) (rc = 0,11; sd = 0,31). Deze verhouding hebben we eerder als de belangrijkste variabele beschouwd, omdat verwacht mag worden dat deze niet of minder gevoelig is voor wisselende kwaliteit van de heide, die zou immers honingbijen en wilde bestuivers in gelijke mate beïnvloeden. In Havelte vonden we eerder een duidelijke stijging van de verhouding met de afstand tot de honingbijkasten en was dit verband sterk significant.
29
Rapport: EIS kenniscentrum Insecten
Samenvattend kunnen we stellen dat 1. er geen significante relatie is tussen dichtheden honingbijen met de afstand tot honingbijkasten op het Rozendaalse veld en 2. er geen significante relatie is tussen dichtheden wilde bestuivers met de afstand tot honingbijkasten op het Rozendaalse veld. Dit resultaat staat in contrast met het eerdere resultaat in Havelte. De mate van verzadiging van de struikhei met honingbijen (geheel verzadigd op Rozendaalse veld, niet verzadigd in Havelte) kan de gevonden verschillen verklaren.
Correlaties tussen dichtheden honingbijen en wilde bestuivers Op een heideveld in bloei vliegen honingbijen, wilde bijen en zweefvliegen vrijwel uitsluitend op struikhei. De wilde bijen in het onderzoek (heidezandbij en heizijdebij, met hun bijbehorende broedparasieten de heidewespbij en heideviltbij) zijn zelfs strikt gebonden aan struikhei. Honingbijen en veel soorten zweefvliegen hebben theoretisch een veel breder spectrum aan bloemen die ze kunnen bezoeken, maar in de praktijk vliegen ook zij op een heideveld vrijwel uitsluitend op de struikhei zelf, omdat er weinig andere bloeiende planten aanwezig zijn. Plekken op de heide die goed zijn voor honingbijen, zijn naar verwachting ook goed voor andere bestuivers. Zonder interactie zouden zowel honingbijen, wilde bijen als zweefvliegen allemaal naar de beste plekken met de best bloeiende heide (de beste heidebloemen) vliegen. Als er geen concurrentie zou zijn zou er dus een positieve correlatie tussen de gevonden dichtheden zichtbaar moeten zijn. Door de dichtheden honingbijen per plot af te zetten tegen de dichtheden wilde bestuivers kan getest worden of er inderdaad een positieve correlatie tussen die twee aanwezig is. Figuur 39 toont een scatterplot van de dichtheden van honingbij en wilde bestuivers (wilde bijen plus zweefvliegen), figuur 40 voor honingbij en uitsluitend wilde bijen, voor de drie onderzochte locaties.
Op het oog is er per locatie geen duidelijke correlatie tussen de dichtheden van honingbijen en wilde bestuivers of honingbijen en wilde bijen. Exacte berekening van correlaties bevestigt dit (tabel 5). Omdat aantallen statistisch niet normaal, maar Poisson verdeeld zijn, kan er geen standaard lineaire regressie op deze data toegepast worden. Het aantal plots is – in statistische zin – te laag om verdelingsvrije methoden kansrijk te kunnen toepassen. Daarom wordt de correlatie berekend, net als in eerdere rapporten (Slikboer et al. 2019, Smit & Zeegers 2020a, 2020b), op de (natuurlijke) logaritme van de dichtheid van insecten (in exemplaren per m2). De gevonden correlaties zijn alle laag tot negatief. De waarnemingen wijzen dus op aanwezigheid van concurrentie.
30
Smit & Zeegers Honingbijen en wilde bestuivers op het Rozendaalse Veld
0,4 0,35
Wilde bestuivers / m2 bloeiende heide
Figuur 39 Waarnemingen aan dichtheden van honingbij (x-as) en wilde bestuivers (y-as) voor de drie onderzochte locaties.
0,3 0,25 0,2 0,15 0,1 0,05 0
0
0,05
0,1
0,15 0,2 Honingbij / m2 bloeiende heide Havelte
Figuur 40 Waarnemingen aan dichtheden van honingbij (x-as) en wilde bijen (y-as) voor de drie onderzochte locaties.
Doorspijk
0,25
0,3
0,35
0,25
0,3
0,35
Rozendaal
0,3
Wilde bij / m2 bloeiende heide
0,25
0,2
0,15
0,1
0,05
0
0
0,05
0,1
0,15 0,2 Honingbij / m2 bloeiende heide Havelte
Tabel 5 Correlaties tussen de logaritme van dichtheden honingbij en bestuivers of wilde bijen voor de drie onderzochte locaties, met tevens het aantal plots per locatie.
Doorspijk
Rozendaal
Locatie Bestuivers Wilde bijen n plots Havelte -0,011 0,203 14 Doornspijk -0,286 -0,247 22 Rozendaal 0,027 0,024 18
31
Rapport: EIS kenniscentrum Insecten
Conclusie Kwalitatief Tijdens het kwalitatief onderzoek zijn 9 proefvlakken van 5 hectare op een gestandaardiseerde wijze onderzocht op bestuivers. In totaal zijn er 68 soorten bijen en 48 soorten zweefvliegen waargenomen. Deze soortenlijst is aangevuld met enkele losse waarnemingen van andere vliegengroepen. Voor een terrein van dergelijke omvang valt de soortrijkdom een beetje tegen. In vergelijking met de andere drie onderzochte terreinen van de afgelopen drie jaar (Arnhemse heide, Doornspijk en Havelte) is de soortrijkdom vergelijkbaar met die van de Doornspijkse heide, met respectievelijk 68 en 39 soorten en iets soortenrijker dan de Arnhemse heide, met respectievelijk 50 en 23 soorten, maar beduidend minder soortenrijk dan Havelte met respectievelijk 109 en 48 soorten. Havelte had een hogere diversiteit aan biotopen dan het Rozendaalse Veld, vooral de verschillende stukken heischraal grasland, die ontbreken in Rozendaal. In totaal 29 soorten zijn vermeldenswaardig, deze worden besproken bij de resultaten. Deels zijn deze insecten kenmerkend voor de aanwezige habitattypen (o.a. droge hei, natte hei, randen van naaldbos), deels betreft het zeldzame soorten of soorten van een rode lijst. De lijsten van soorten wijzen op de waarde van de het Rozendaalse Veld als één van de vertegenwoordigers van een zeer kwetsbaar geworden habitattype.
Het Rozendaalse veld bevat een aantal plekken die rijk zijn aan (bijzondere) insecten. Het betreft de heidecorridor bij de Koningsweg, de brandtoren, het bosbesbos ten noorden van het Rozendaalse zand, het fietspad in het zuidoosten, het stuk brem gaspeldoornheide en de bosrand in het zuidwesten. De belangrijkste soorten die hier zijn aangetroffen betreffen de bedreigde zadeldwergzandbij en vooral de ernstig bedreigde ericabij. Deze laatste is concurrentiegevoelig voor honingbijen en afhankelijk van dopheide.
Kwantitatief De dichtheid honingbijkasten per hectare bloeiende struikhei is op het Rozendaalse Veld in vergelijking met de andere onderzochte terreinen zeer hoog. De waargenomen dichtheid honingbijen op struikhei is aanzienlijk hoger dan in de andere onderzochte heidevelden maar lager dan dat op grond van het aantal aanwezige honingbijkasten, de oppervlakte van het gebied en de mate van bloei van de struikhei verwacht had mogen worden. De dichtheid honingbijen neemt niet af met de afstand tot de honingbijkasten. Alle bovenstaande constateringen wijzen erop dat de struikhei op Rozendaal volledig verzadigd is met honingbijen, en dat de struikhei ‘vol’ zit. In andere woorden, het aantal honingbijkasten van 258 was hoger dan de draagkracht van het heideveld. Op plekken waar een hoge dichtheid aan honingbijen zat is gemiddeld geen hoge dichtheid aan wilde bestuivers geconstateerd. Er lijkt geen correlatie te zijn tussen beide dichtheden, wat duidt op concurrentie. Exacte berekening van correlaties bevestigt dit, waarbij de gevonden correlaties alle laag tot negatief zijn (tabel 5). De waarnemingen wijzen dus op aanwezigheid van concurrentie.
32
Smit & Zeegers Honingbijen en wilde bestuivers op het Rozendaalse Veld
Aanbevelingen De aanbeveling voor het aantal te plaatsen honingbijkasten hangt sterk af van de beleidsdoelstellingen (natuurbescherming, bevorderen imkerij) en van de mate van bloei van de struikhei. Doordat de struikhei meer en meer vergrast onder druk van stikstofdepositie en de bloei sterk afneemt ten gevolge van de vele droge en hete zomers, is het aandeel effectief bloeiende struikhei aanzienlijk lager dan dertig jaar geleden. Het is duidelijk dat het Rozendaalse Veld op dit moment verzadigd is met honingbijen ten gevolge van de aanwezigheid van een (te) groot aantal honingbijvolken. Dat beperkt niet alleen de honingopbrengst per kast, maar ook wilde bestuivers lijden onder concurrentie met de honingbij. Het Rozendaalse Veld had in de onderzoeksperiode een oppervlakte van 409 hectare, waarvan 184 ha heide, waarop 258 honingbijvolken gehuisvest waren. Voor een dergelijke situatie is de aanbeveling volgens Van der Spek (2012) een maximum van 92 honingbijkasten en volgens Slikboer & Smit (2019) 27 honingbijkasten. De effectieve hoeveelheid bloeiende heide was evenwel veel lager en werd geschat op (maximaal) 65 hectare, waarmee de aanbevelingen naar beneden geschroefd zou moeten worden naar respectievelijk 33 en 10 kasten.
Op basis van De Groot & Roessink (2022) zou er op het Rozendaalse Veld een vergelijkbaar aantal kasten kunnen staan als Van der Spek (2012) adviseert, namelijk 30, dit advies houdt echter geen rekening met eventuele concurrentie op wilde bestuivers. Wanneer gekozen wordt voor een natuurbeschermingsuitgangpunt, waarbij een kwart van het terrein binnen de invloedssfeer van de honingbijkasten ligt, zou volgens de eerdere aanbeveling van het aantal kasten tot 5 beperkt moeten worden (Smit et al. 2021). Dat is zeer veel lager dan de huidige praktijk, maar in verhouding weinig lager dan de situatie in Havelte in 2020. Onze aanbeveling voor het Rozendaalse veld is om het aantal honingbijkasten zeer sterk terug te brengen waarbij rekening gehouden wordt met de afnemende kwaliteit van de heide, dit jaar was dat dus slechts zo’n 35% van het totaal. Tevens bevelen we aan om hierover ook in overleg te treden met de buren, Natuurmonumenten. Aanbevolen dichtheden honingbijkasten kunnen vermoedelijk bereikt worden door alleen lokale imkers toe te laten en imkertoeristen te weren. De rekenmodule voor het maximaal aantal te plaatsen honingbijkasten op basis van de grootte van het terrein en het oppervlakte bloeiende heide, evenals het aantal locaties waarop de kasten komen te staan, is te vinden op: https://www.bestuivers.nl/bijenkasten-op-heideterreinen.
Met de huidige getallen komt de aanbeveling, bij een kwart van het terrein met concurrentiedruk, op een maximum van 5 kasten op één locatie van maximaal enkele vierkante meters.
33
Rapport: EIS kenniscentrum Insecten
Literatuur Barendregt, A., Th. Zeegers, W. van Steenis & E. Jongejans 2022. Forest hoverfly community collapse: Abundance and species richness drop over four decades. – Insect Conservation and Diversity, 2022: 1-12; https://doi.org/10.1111/ icad.12577 De Groot, A., I. Roessink 2022. Haalbaarheid van context-afhankelijke richtlijnen ter preventie van concurrentie tussen wilde en gehouden bijensoorten op basis van risicoschattingen. – Wageningen Environmental Research Rapport 3158, Wageningen. Gemeente Rheden 2019. Beheervisie Rozendaalse Veld 2019. Hallmann, C.A., A. Ssymank, M. Sorg, H.de Kroon & E. Jongejans 2021. Insect biomass decline scaled to species diversity: General patterns derived from a hoverfly community. – PNAS January 12, 2021 118 (2) e2002554117; https://doi. org/10.1073/pnas.2002554117 Peeters, T.M.J., H. Nieuwenhuijsen, J. Smit, F. van der Meer, I.P. Raemakers, W.R.B. Heitmans, K. van Achterberg, M. Kwak, A.J. Loonstra, J. de Rond, M. Roos & M. Reemer 2012. De Nederlandse bijen (Hymenoptera: Apidae s.l.). – Natuur van Nederland 11: 1–544. Reemer, M. 2018. Basisrapport voor de Rode lijst. – EIS2018-06, EIS Kenniscentrum Insecten, Leiden. Reemer, M., W. Renema, W. van Steenis, Th. Zeegers, A. Barendregt, J.T. Smit, M.P. van Veen, J. van Steenis & L.J.J.M. van der Leij 2009. De Nederlandse zweefvliegen (Diptera: Syrphidae). – Nederlandse Fauna 8: 1-442.
Slikboer, L., Smit, J.T. & Zeegers, Th. 2019. Honingbijen en wilde bestuivers in defensieterreinen. Deel I: Doorspijkse heide. – EIS2019-24, EIS Kenniscentrum Insecten, Leiden. Smit, J.T. & E. de Bree 2018. De grote knikspriet Microdon major nieuw voor Nederland (Diptera: Syrphidae). – Nederlandse Faunistische Mededelingen 51: 39-47. Smit, J.T., E. de Bree, R. van den Broek, M. Reemer, M. van Veen & Th. Zeegers 2019. Verspreidingsatlas ‘leuke vliegen’. Blaaskopvliegen, dazen, roofvliegen, wapenvliegen, bastvliegen, wolzwevers & mierwolzwevers (Diptera: Conopidae, Tabanidae, Asilidae, Stratiomyidae, Xylomyidae, Bombyliidae & Mythicomyiidae). – EIS Kenniscentrum Insecten, 180 pp. Smit, J.T. & Zeegers, Th., 2020a. Honingbijen en wilde bestuivers in defensieterreinen. Deel II: Arnhemse heide. – EIS2020-18, EIS Kenniscentrum Insecten, Leiden. Smit, J.T. & Zeegers, Th., 2020b. Honingbijen en wilde bestuivers in defensieterreinen. Deel III: Militair oefenterrein Havelte. – EIS2020-19, EIS Kenniscentrum Insecten, Leiden. Smit, J.T., Th. Zeegers & L. Slikboer 2021. Richtlijn plaatsing honingbijkasten op heideterreinen van defensie. – EIS2021-05, EIS Kenniscentrum Insecten, Leiden. Van der Spek, E. 2012. Effecten van honingbijen, Apis mellifera, op insecten in natuurterreinen. – Entomologische berichten, 72(1-2): 103-111. Van der Steen, J. 2015.
Factoren die het foerageergedrag van honingbijen bepalen. Plant research international, Wageningen UR.
34
Smit & Zeegers Honingbijen en wilde bestuivers op het Rozendaalse Veld
Vujic, A., Gilbert, F., Flinn, G., Englefield, E., Ferreira, C.C., Varga, Z., Eggert, F., Woolcock, S., Böhm, M., Mergy, R., Ssymank, A., van Steenis, W., Aracil, A., Földesi, R., Grkovic, A., Mazanek, L, Nedeljkovic, Z., Pennards, G.W.A., Pérez, C., Radenkovic, S., Ricarte, A., Rojo, S., Ståhls, G., van der Ent, L.-J., van Steenis, J., Barkalov, A., Campoy, A., Jankovic, M., Likov, L., Lillo, I., Mengual, X., Milic, D., Milicic, M., Nielsen, T., Popov, G., Romig, T., Sebic, A., Speight, M., Tot, T., van Eck, A., Veselic, S., Andric, A., Bowles, P., De Groot, M., Marcos-García, M.A., Hadrava, J., Lair, X. , Malidzan, S., Nève, G., Obreht Vidakovic, D., Popov, S., Smit, J.T., Van De Meutter, F., Velickovic, N. and Vrba J. 2022. Pollinators on the edge: our European hoverflies. The European Red List of Hoverflies. Brussels, Belgium: European Commission. Wallis de Vries, J. Bokelaar, J.T. Smit, R. Versluijs & A.J.M. Jansen 2021. Knelpunten voor terugkeer van bedreigde insecten in het natte zandlandschap: zijn de grote gebieden hersteld? – Rapportnummer 2021/OBN246-NZ, Kennisnetwerk OBN, Driebergen. Winston, M.L. 1987. The biology of the honey bee. – Harvard University Press. Zeegers, Th. & A. Schulten 2021. De vliegenfamilies met drie voetkussentjes. Veldgids voor Noordwest Europa. – Jeugdbondsuitgeverij, Utrecht.
35
Rapport: EIS kenniscentrum Insecten
Bijlage 1 Overzicht van de waargenomen bijen op het Rozendaalse veld
Per soort is het aantal waargenomen individuen, de zeldzaamheidsklasse en de rode lijstcategorie weergegeven.
36
Wetenschapelijke naam Andrena barbilabris Andrena cineraria Andrena denticulata Andrena falsifica Andrena fucata Andrena fulva Andrena fuscipes Andrena haemorrhoa Andrena helvola Andrena lapponica Andrena nigroaenea Andrena nitida Andrena ovatula Andrena scotica Andrena subopaca Andrena vaga Anthophora furcata Apis mellifera Bombus campestris Bombus hortorum Bombus hypnorum Bombus jonellus Bombus lapidarius Bombus lucorum Bombus pascuorum Bombus pratorum Bombus rupestris Bombus sylvestris Bombus terrestris complex Bombus vestalis Colletes succinctus Dasypoda hirtipes Epeolus variegatus Halictus confusus Halictus rubicundus Halictus scabiosae Hylaeus communis Hylaeus incongruus Lasioglossum albipes Lasioglossum brevicorne Lasioglossum calceatum Lasioglossum fratellum Lasioglossum fulvicorne Lasioglossum leucopus Lasioglossum leucozonium Lasioglossum monstrificum Lasioglossum prasinum Lasioglossum punctatissimum Lasioglossum sexnotatum Lasioglossum sexstrigatum
Nederlandse naam witbaardzandbij asbij kruiskruidzandbij zadeldwergzandbij gewone rozenzandbij vosje heidezandbij roodgatje valse rozenzandbij bosbesbij zwartbronzen zandbij viltvlekzandbij bremzandbij meidoornzandbij witkopdwergzandbij grijze zandbij andoornbij honingbij gewone koekoekshommel tuinhommel boomhommel veenhommel steenhommel veldhommel akkerhommel weidehommel rode koekoekshommel vierkleurige koekoekshommel aardhommel complex grote koekoekshommel heizijdebij pluimvoetbij gewone viltbij heidebronsgroefbij roodpotige groefbij breedbandgroefbij gewone maskerbij weidemaskerbij berijpte geurgroefbij kortsprietgroefbij gewone geurgroefbij bosgroefbij slanke groefbij gewone smaragdgroefbij matte bandgroefbij glanzende franjegroefbij viltige groefbij fijngestippelde groefbij zesvlekkige groefbij gewone franjegroefbij
Aantal Rode Lijst 7 3 2 17 Bedreigd 2 3 864 22 1 19 7 2 51 Kwetsbaar 1 2 3 2 4742 2 7 22 20 Kwetsbaar 43 1 89 48 5 Bedreigd 102 473 16 Kwetsbaar 17 12 1 2 8 1 4 5 Kwetsbaar 1 6 Kwetsbaar 1 1 10 9 93 5 7 Bedreigd 21 1 1
Zeldzaamheid
vrij zeldzaam zeer zeldzaam vrij zeldzaam vrij zeldzaam zeldzaam zeldzaam vrij zeldzaam vrij zeldzaam
zeldzaam
vrij zeldzaam
zeldzaam
vrij zeldzaam vrij zeldzaam vrij zeldzaam vrij zeldzaam zeldzaam vrij zeldzaam vrij zeldzaam zeldzaam zeldzaam vrij zeldzaam vrij zeldzaam zeldzaam zeldzaam vrij zeldzaam vrij zeldzaam
Smit & Zeegers Honingbijen en wilde bestuivers op het Rozendaalse Veld
Bijlage 1 vervolg Overzicht van de waargenomen bijen op het Rozendaalse veld Per soort is het aantal waargenomen individuen, de zeldzaamheidsklasse en de rode lijstcategorie weergegeven.
Wetenschapelijke naam Lasioglossum villosulum Megachile analis Megachile versicolor Megachile willughbiella Nomada alboguttata Nomada flava Nomada goodeniana Nomada lathburiana Nomada leucophthalma Nomada panzeri Nomada ruficornis Nomada rufipes Nomada succincta Panurgus banksianus Panurgus calcaratus Sphecodes albilabris Sphecodes monilicornis Sphecodes reticulatus
Nederlandse naam biggenkruidgroefbij ericabij gewone behangersbij grote bladsnijder bleekvlekwespbij gewone wespbij smalbandwespbij roodharige wespbij vroege wespbij sierlijke wespbij gewone dubbeltand heidewespbij geelzwarte wespbij grote roetbij kleine roetbij grote bloedbij dikkopbloedbij rimpelkruinbloedbij
Aantal Rode Lijst Zeldzaamheid 21 2 Ernstig bedreigd zeer zeldzaam 1 vrij zeldzaam 1 10 2 3 vrij zeldzaam 3 1 vrij zeldzaam 2 vrij zeldzaam 1 45 Kwetsbaar vrij zeldzaam 1 vrij zeldzaam 3 Kwetsbaar vrij zeldzaam 1 2 1 1 vrij zeldzaam
37
Rapport: EIS kenniscentrum Insecten
Bijlage 2 Overzicht van de waargenomen zweefvliegen op het Rozendaalse veld Per soort is het aantal waargenomen individuen, de zeldzaamheidsklasse en de rode lijstcategorie weergegeven.
Wetenschappelijke naam Chalcosyrphus nemorum Chalcosyrphus piger Cheilosia albipila Cheilosia bergenstammi Cheilosia vernalis Chrysotoxum cautum Criorhina floccosa Dasysyrphus albostriatus Dasysyrphus neovenustus Didea intermedia Epistrophe nitidicollis Episyrphus balteatus Eristalis arbustorum Eristalis horticola Eristalis intricaria Eristalis nemorum Eristalis pertinax Eristalis similis Eristalis tenax Eupeodes bucculatus Eupeodes corollae Eupeodes latifasciatus Eupeodes luniger Helophilus hybridus Helophilus pendulus Helophilus trivittatus Melanostoma mellinum Melanostoma scalare Meliscaeva auricollis Microdon major Myathropa florea Paragus haemorrhous Pelecocera lusitanicus Pipizella viduata Platycheirus albimanus Psilota atra Scaeva pyrastri Scaeva selenitica Sphaerophoria batava Sphaerophoria scripta Syritta pipiens Syrphus ribesii Syrphus torvus Syrphus vitripennis Volucella bombylans Volucella pellucens Xanthandrus comtus Xylota segnis
38
Nederlandse naam korte bladloper roodpuntbladloper tweekleurig gitje kruiskruidgitje kustgitje grote fopwesp pluimwoudzwever bretelwimperzweefvlieg zwartbandwimperzweefvlieg dennendidea zwarthaarbandzweefvlieg snorzweefvlieg kleine bijvlieg bosbijvlieg hommelbijvlieg puntbijvlieg kegelbijvlieg onvoorspelbare bijvlieg blinde bij variabele kommazweefvlieg terrasjeskommazweefvlieg gele kommazweefvlieg grote kommazweefvlieg moeraspendelvlieg gewone pendelvlieg citroenpendelvlieg gewone driehoekszweefvlieg slanke driehoekszweefvlieg variabel elfje grote knikspriet doodskopzweefvlieg gewoon krieltje duinheidedwerg gewone langsprietplatbek micaplatvoetje dennenspitsbek witte halvemaanzweefvlieg gele halvemaanzweefvlieg zandlanglijf grote langlijf menuetzweefvlieg bessenbandzweefvlieg bosbandzweefvlieg kleine bandzweefvlieg hommelreus witte reus platte zweefvlieg gewone rode bladloper
Aantal Rode Lijst 1 4 1 1 1 5 1 2 1 7 1 18 1 2 8 2 7 3 189 1 20 4 8 1 34 11 3 2 1 2 Bedreigd 18 4 2 Gevoelig 1 5 2 2 11 7 5 1 4 88 18 2 1 1 4
Zeldzaamheid zeer zeldzaam
vrij zeldzaam zeldzaam
zeldzaam
zeldzaam
zeldzaam
zeldzaam
Smit & Zeegers Honingbijen en wilde bestuivers op het Rozendaalse Veld
Bijlage 3 Overzicht van enkele waargenomen vliegen op het Rozendaalse veld Per soort is het aantal waargenomen individuen, de zeldzaamheidsklasse en de rode lijstcategorie weergegeven.
Wetenschappelijke naam Blaaskopvliegen Conopidae Conops vesicularis Myopa buccata Myopa fasciata Myopa testacea Physocephala rufipes Sicus ferrugineus
Nederlandse naam
Aantal Rode Lijst
hoornaarblaaskop bont blaaskaakje heideblaaskaakje stipblaaskaakje gewoon knuppeltje roestbruine kromlijf
3 afgenomen 3 3 afgenomen 1 1 2002
Spinvliegen Acroceridae Paracrocera orbiculus
kleine spinvlieg
1
Wolzwevers Bombyliidae Exoprosopa capucina
roodbruine heiderouwzwever
1
Zeldzaamheid
zeldzaam
afgenomen
39
EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden Stichting EIS is het kenniscentrum voor insecten en andere ongewervelden. De stichting doet onderzoek en geeft adviezen over beleid en beheer. Daarnaast houden we ons bezig met voorlichting en educatie. We hebben een brede kennis over de ecologie, verspreiding en bescherming van ongewervelden. Het bureau werkt samen met ruim 3000 vrijwilligers verdeeld over meer dan 60 werkgroepen, elk gericht op een specifieke diergroep. Door dit netwerk van specialisten en vrijwilligers hebben we naast goede kennis over populaire groepen zoals libellen en sprinkhanen ook ruime expertise met betrekking tot andere insecten en ongewervelden. EIS Kenniscentrum Insecten is daardoor in staat om projecten uit te voeren met betrekking tot een grote diversiteit aan diergroepen.