bijlage Was-wordt lijst beleidsregels 2023.docx
Tekst van het document
9 maanden
c. En/of het methodisch trainen van 3,0 vaardigheden volgend op behandeling.
Begeleiding zelfstandig wonen
9 maanden
Ambulante specialistische begeleiding
9 maanden
Ouderschap blijft
9 maanden
Ambulante spoedhulp
4 weken
d. En/of ontwikkelingsgericht trainen van 3,5 vaardigheden met behulp van methodische 3,5 interventies. e. Er is aantoonbaar sprake van een noodzaak om naast geplande ondersteuningsmomenten 2,0 ook op ongeplande momenten ondersteuning te moeten bieden in verband met een te groot N.v.t. (gezondheid)risico bij de inwoner. f. De ondersteuning is gericht op het verbeteren of stabiliseren van de situatie en het toeleiden van de hulpvraag naar een vorm van ondersteuning vanuit de Sociale Basis. 3. Specialistische begeleiding wmo vanuit een maatwerkvoorziening betreft in principe tijdelijke ondersteuning waarna er afgeschaald wordt. Bijvoorbeeld naar lichtere vormen van begeleiding geboden vanuit de “sociale basis”. Daarom zal in eerste instantie begeleiding ingezet worden vanuit de “Sociale Basis” en is begeleiding vanuit een maatwerkvoorziening slechts aanvullend mogelijk op de begeleiding vanuit de “Sociale Basis”. 4. Indien blijkt dat er aanvullend een vorm van specialistische begeleiding vanuit een Wmo maatwerkvoorziening nodig is dan zal dit altijd tijdelijk van aard zijn en in de meeste gevallen in combinatie en in samenwerking met een ondersteuningsvorm zijn vanuit de Sociale Basis. 5.
Van zorgaanbieders die zorg en ondersteuning bieden vanuit een Wmo maatwerkvoorziening wordt verwacht dat zij periodiek de vorderingen op de in de indicatie van de inwoner afgesproken doelen middels een schriftelijk evaluatieverslag deelt met de consulent van de gemeente.
Artikel 18 Maximale belastbaarheid en leerbaarheid voor jeugdige inwoners bij ambulante ondersteuning
-
1. Activiteit
Frequentie
Maximaal aantal uur
1. Oefenen algemeen
1 tot 3 x per week
Maximaal 3 uur per week
2. Ondersteuning bij aanbrengen structuur en bij regie voeren
1 tot 6 x per week
Maximaal 3 tot 9 uur per week
4. Toezicht houden bij oefenen (jeugd)
1 tot 3 x per week
Maximaal 3 uur per week
Voor het formuleren van doelen en het aantal uur ambulante ondersteuning in de thuissituatie voor jeugdige inwoners, wordt onderstaande richtlijn gehanteerd bij de doelen (conform Ciz richtlijn): 2. Dit betekent dat voor ambulante ondersteuning in de thuissituatie, gericht op aanleren, oefenen en structuur, maximaal 17,5 uur per week kan worden ingezet. Dit is gemiddeld 2 tot 3 uur per dag, naast een dagactiviteit zoals school. Hierdoor komt een jeugdige inwonersvoldoende tot leren zonder overvraagd te worden. Artikel 19 Verblijf
Artikel 18 Verblijf
1. Uitgangspunt bij verblijf is dat er slechts aanspraak op gemaakt kan worden indien de inwoner meer dan drie etmalen per week daarop is aangewezen. Uitzondering hierop zijn kortdurend verblijf, logeerhuis en weekend/deeltijdpleegzorg.
1. Uitgangspunt bij verblijf is dat er slechts aanspraak op gemaakt kan worden indien de inwoner meer dan drie etmalen per week daarop is aangewezen. Uitzondering hierop zijn kortdurend verblijf, logeerhuis en weekend/deeltijdpleegzorg.
2.Wanneer er sprake is van blijvend intensieve zorgbehoefte, en wanneer er 24 uur per dag zorg dichtbij of permanent toezicht nodig is, komt de inwoner hoogstwaarschijnlijk in aanmerking voor verblijf vanuit de WLZ. Van de inwoner wordt verwacht dat deze aantoonbaar actief inspanningen verricht om een aanvraag voor een overige voorziening in te dienen.
2. Wanneer er sprake is van blijvend intensieve zorgbehoefte en wanneer er 24 uur per dag zorg dichtbij of permanent toezicht nodig is, komt de inwoner hoogstwaarschijnlijk in aanmerking voor verblijf vanuit de WLZ. Van de inwoner wordt verwacht dat deze aantoonbaar actief inspanningen verricht om een aanvraag voor een overige voorziening in te dienen. Dagen per week
Verblijf Wmo
Periode
Kortdurend verblijf (respijtzorg)
1 jaar
1-7 Artikel 24 Verblijf Wanneer er sprake is van blijvend intensieve zorgbehoefte en wanneer er 24 uur per dag Dagen per toezicht week nodig is, zorg dichtbij of permanent komt de inwoner hoogstwaarschijnlijk in 7 aanmerking voor verblijf vanuit de WLZ. Van de inwoner wordt 7 verwacht dat deze aantoonbaar actief inspanningen verricht om 7 een overige voorziening in een aanvraag voor te dienen. 7
Verblijf jeugd
Periode
Kamertraining
9 maanden
Behandelgezinshuis
6 maanden
Crisisbed
Max. 28 dagen
Gezinshuis
N.v.t.
Mentorhuis
N.v.t.
7
Flexibel verblijf (groep)
6 maanden
7
Vervangend wonen (groep)
6 maanden
7
Logeerhuis
6 maanden
1-7
Pleegzorg
N.v.t.
7
GGZ verblijf en behandeling
9 maanden
7
Artikel 20 Vervoer
Artikel 19 Vervoer
1. Wanneer een inwoner aanspraak wil maken op de maatwerkvoorziening vervoer, wordt er altijd eerst gekeken naar de leerbaarheid van de inwoner. Mogelijk kan een inwoner geactiveerd worden om zelfstandig reizen aan te leren.
1. Het vervoeren van jeugdige inwoners naar school, dagbesteding, vrijetijdsactiviteiten en jeugdhulp valt onder de gebruikelijke zorg van ouders.
2. Aanvullende criteria voor vervoer: a. Wanneer een inwoner niet in staat is om 500 meter of meer te lopen, kan de inwoner in aanmerking komen voor collectief vervoer op grond van de Wmo. Voor vervoer tot 500 meter kan de inwoner zelf algemeen gebruikelijke hulpmiddelen aanschaffen zoals een wandelstok of rollator. Hiervoor wordt er in principe geen collectief vervoer op grond van de Wmo ingezet.
2. Vanuit de Jeugdwet is alleen vervoer mogelijk voor een jeugdige van en naar de locatie waar jeugdhulp gegeven wordt en de jeugdige in verband met een medische noodzaak of een gebrek aan zelfredzaamheid niet in staat is om zelfstandig van en naar de locatie te komen waar de jeugdhulp wordt gegeven. Op voorwaarde dat er geen sprake is van gebruikelijke hulp en er geen verdere mogelijkheden zijn vanuit de eigen kracht, en/of andere voorliggende voorzieningen. Dit
b. Wanneer een inwoner beschikt over een scootmobiel, wordt er in principe geen andere maatwerkvoorziening voor vervoer ingezet tot en met 4 kilometer. Dit is immers de afstand die een inwoner kan afleggen met de scootmobiel. c. Wanneer het noodzakelijk is dat er een medisch begeleider meereist met de maatwerkvoorziening, kan een inwoner niet alleen reizen. Dit zou voor onveilige situaties kunnen zorgen. d. Wanneer de maatwerkvoorziening voor instellingenvervoer niet passend is, wordt er eerst ingezet op kleinschalig vervoer. Dit is een groep van maximaal 4 inwoners. Individueel vervoer wordt alleen bij uitzonderingssituaties ingezet. e. Een vervoersvoorziening wordt niet ingezet om het inkomen te compenseren. f. Een vervoersvoorziening wordt niet ingezet wanneer een inwoner niet gemotiveerd is om gebruik te maken van de eigen mogelijkheden en mogelijkheden binnen de gemeente. g. Het vervoeren van jeugdige inwoners naar school, dagbesteding, vrijetijdsactiviteiten, jeugdhulp, valt onder de gebruikelijke zorg van ouders. h. Echter als een jeugdige inwoner op grond van de jeugdwet hulp ontvangt en in verband met een medische noodzaak of zijn gebrek aan zelfredzaamheid niet in staat is om zelfstandig van en naar de locatie te komen waar de jeugdhulp wordt gegeven, kan deze in aanmerking komen voor vervoer vanuit de gemeente.
Op voorwaarde dat er geen sprake is van gebruikelijk hulp en er geen verdere mogelijkheden zijn vanuit de eigen kracht, en/of andere voorliggende voorzieningen. Dit vervoer kan binnen of buiten de gemeentegrenzen zijn. i. Er kan een maatwerkvoorziening vervoer worden ingezet wanneer de
vervoer kan binnen of buiten de gemeentegrenzen zijn. 3. Er kan een maatwerkvoorziening vervoer worden ingezet wanneer de jeugdhulpondersteuning aan de jeugdige inwoner stagneert, als deze vervoersvoorziening niet wordt ingezet. 4. Er kan een maatwerkvoorziening vervoer worden ingezet wanneer het (bovengebruikelijke) vervoer door ouders aantoonbaar leidt tot overbelasting van ouders en er geen andere voorliggende mogelijkheden/voorzieningen zijn. 5. Vormen van vervoer in het kader van de jeugdwet zijn: •
Aangepast vervoer
•
Kilometervergoeding aan ouders
•
OV-vergoeding met begeleiding
6. De frequentie van de jeugdhulp is niet bepalend voor het toekennen van een vervoersvoorziening.
Artikel 25 Vervoer 1. Een inwoner kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening voor vervoer, indien een inwoner vanwege zijn beperkingen: a. geen gebruik kan maken van het Openbaar Vervoer; b. geen gebruik kan maken van eigen vervoer; c. onvoldoende of geen mogelijkheden heeft in de omgeving om in de behoefte te voorzien. 2. Wanneer een inwoner aanspraak wil maken op de maatwerkvoorziening vervoer, wordt er altijd eerst gekeken naar de leerbaarheid van de inwoner. Mogelijk kan een inwoner
jeugdhulpondersteuning aan de jeugdige inwoner stagneert, als deze vervoersvoorziening niet wordt ingezet. j. Er kan een maatwerkvoorziening vervoer worden ingezet wanneer het (bovengebruikelijke) vervoer door ouders aantoonbaar leidt tot overbelasting van ouders en er geen andere voorliggende mogelijkheden/voorzieningen zijn. k. Vormen van vervoer in het kader van de jeugdwet zijn:
geactiveerd worden om zelfstandig reizen aan te leren. 3. Aanvullende criteria voor vervoer: a. De maatwerkvoorziening collectief vraag afhankelijk vervoer heeft voorrang boven individuele vervoersvoorzieningen. Dat wil zeggen dat een cliënt alleen in aanmerking komt voor een individuele vervoersvoorziening als het collectief vervoer voor cliënt geen adequate compensatie vormt.
• Aangepast vervoer.
b. Wanneer een inwoner niet in staat is om 500 meter of meer te lopen, kan de inwoner • Kilometervergoeding aan ouders. in aanmerking komen voor collectief vervoer op grond van de Wmo. Voor vervoer tot 500 • OV-vergoeding met begeleiding. meter kan de inwoner zelf algemeen l. De frequentie van de jeugdhulp is niet bepalend gebruikelijke hulpmiddelen aanschaffen zoals voor het toekennen van een vervoersvoorziening. een wandelstok of rollator. Hiervoor wordt er in principe geen collectief vervoer op grond van de Wmo ingezet. c. Wanneer een inwoner beschikt over een scootmobiel of aangepaste fiets, wordt er in principe geen andere maatwerkvoorziening voor vervoer ingezet tot en met 4 kilometer. Dit is immers de afstand die een inwoner kan afleggen met de scootmobiel of fiets. d. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening(en) wordt bij de vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving. Daarbij gaat het om een gebied van 25 kilometer rondom het adres waar de inwoner zijn hoofdverblijf heeft. Met de verstrekte vervoervoorziening(en) en eventuele eigen vervoersmogelijkheden moet de inwoner in totaal 1.500 kilometer op jaarbasis kunnen reizen. Als de inwoner een hogere vervoersbehoefte heeft, dan is het aan hem/haar om aan de hand van concrete en
verifieerbare gegevens aan te tonen dat dit zo is. Een vervoersvoorziening voor verplaatsingen op loop- en fietsafstand in de directe omgeving, bijvoorbeeld een scootmobiel, stelt de inwoner in staat een afstand van 750 km per jaar af te leggen. Beschikt cliënt over een dergelijke voorziening, dan wordt de reisafstand voor een vervoersvoorziening voor de middellange afstanden, bijvoorbeeld collectief vervoer, op maximaal 750 km gesteld. e. Wanneer het noodzakelijk is dat er een medisch begeleider meereist met de maatwerkvoorziening, kan een inwoner niet alleen reizen. Dit zou voor onveilige situaties kunnen zorgen. f. Individueel vervoer wordt alleen bij uitzonderingssituaties ingezet. Alleen wanneer (op basis van medisch advies) is vastgesteld dat collectief vervoer of (kleinschalig) instellingsvervoer voor de betreffende inwoner niet voldoet (bijvoorbeeld in geval van onbeheersbare incontinentie of ernstige gedragsproblemen), kan de vervoerder gevraagd worden individuele ritten te verzorgen of een vergoeding voor gebruik eigen auto of vervoer door derden worden verstrekt. Een vergoeding voor het gebruik van de eigen auto wordt verder alleen verstrekt als dat in het concrete geval niet algemeen gebruikelijk is. Het uitgangspunt is dat het gebruik van de eigen auto algemeen gebruikelijk is.
Ook iemand met een inkomen op minimumniveau wordt geacht de vervoerskosten te kunnen voldoen om in aanvaardbare mate deel te kunnen nemen aan het leven van alledag en sociale contacten te onderhouden. Alleen in bijzondere omstandigheden is daarom een vergoeding mogelijk. Bijvoorbeeld als de kosten veel hoger dan gemiddeld zijn, doordat iemand door zijn beperkingen ook voor alle
verplaatsingen op de korte afstand de auto moet gebruiken of afhankelijk is van een auto met veel hogere gebruikskosten. g. Een vervoersvoorziening wordt niet ingezet om het inkomen te compenseren. h. Een vervoersvoorziening wordt niet ingezet wanneer een inwoner niet gemotiveerd is om gebruik te maken van de eigen mogelijkheden en mogelijkheden binnen de gemeente, tenzij deze niet toereikend zijn. Artikel 21 De eigen en andere mogelijkheden voor hulp bij het huishouden
Artikel 26 De eigen en andere mogelijkheden voor hulp bij het huishouden
1. Er wordt alleen een maatwerkvoorziening geboden, wanneer er geen andere oplossingen zijn. Voorbeelden van mogelijkheden, algemene en andere voorzieningen bij hulp bij het huishouden zijn:
1. Er wordt alleen een maatwerkvoorziening geboden, wanneer er geen andere oplossingen zijn.
a. Glazenwassersbedrijf voor ramen wassen aan de buitenzijde van de woning. b. Een tuinman voor het tuinonderhoud. Daarnaast is verhuizen een mogelijkheid als het tuinonderhoud te veel wordt. c. Boodschappenbezorgservice, de Plusbus voor het vervoer naar de supermarkt voor boodschappen. d. Maaltijdenservice voor maaltijdverzorging. 2. Activiteiten die door de inwoner zelf kunnen worden uitgevoerd, behoren ook tot de eigen verantwoordelijkheid. In de dagelijkse praktijk kan dit ook betekenen dat een deel van het huishouden door de inwoner wordt uitgevoerd en voor een ander deel ondersteuning wordt geboden. 3. Een inwoner kiest voor een type en grootte van de woning. Dit is een keuze waarop de inwoner zelf invloed kan uitoefenen. Daarom is dit niet van invloed op de hoeveelheid
2. Activiteiten die door de inwoner zelf kunnen worden uitgevoerd, behoren ook tot de eigen verantwoordelijkheid. In de dagelijkse praktijk kan dit ook betekenen dat een deel van het huishouden door de inwoner wordt uitgevoerd en voor een ander deel ondersteuning wordt geboden. 3. Een inwoner kiest voor een type en grootte van de woning. Dit is een keuze waarop de inwoner zelf invloed kan uitoefenen. Daarom is dit niet van invloed op de hoeveelheid ondersteuning. Het onderhoud van de tuin wordt hierdoor ook niet tot het huishouden gerekend. 4. Hetzelfde geldt voor het verzorgen van huisdieren. De gevolgen hiervan op de schoonmaak en het zoeken van oplossingen daarvoor behoort in de eerste plaats tot de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Tenzij een inwoner gebruik maakt van een gecertificeerde en opgeleide hulphond op basis van de zorgverzekeringswet er aantoonbaar sprake is van extra vervuiling van de woning door deze hulphond.
ondersteuning. Het onderhoud van de tuin wordt hierdoor ook niet tot het huishouden gerekend. 4. Hetzelfde geldt voor het verzorgen van huisdieren. De gevolgen hiervan op de schoonmaak en het zoeken van oplossingen daarvoor behoort in de eerste plaats tot de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. 5. Wanneer een inwoner een aantoonbaar gecertificeerde en opgeleide hulphond heeft, wordt dit wel meegewogen. Een hulphond is immers een hulpmiddel die de inwoner ondersteunt om zo zelfstandig mogelijk te leven. 6. Het beschikken over en aanschaffen van een wasmachine is de verantwoordelijkheid van de inwoner. 7. Een andere vorm van eigen mogelijkheden is, het meewerken aan zo efficiënt mogelijke ondersteuning. Dit betekent dat van de inwoner mag worden verwacht dat de inwoner rekening houdt of veranderingen aanbrengt bij de inrichting van de woning (ergonomisch verantwoord) en planning voor de uitvoering van de huishoudelijke werkzaamheden. Voorbeelden hiervan zijn: a. Voorbereiden van de was. b. Aanschaffen van strijkloze kleding. c. Aanschaffen van een droger. d. De wasmachine en droger op hoogte plaatsen zodat bukken en reiken wordt vermeden. e. Voorwerpen voor de sier of verzameling zo veel als mogelijk beperken. f. Beperken van de was door het gebruiken van incontinentiemateriaal of anti-allergieproducten. g.
Beperken van de reikwijdte en bukken door bijvoorbeeld een wasmachine op een juiste hoogte te plaatsen of een bed te verhogen.
5. Het beschikken over en aanschaffen van een wasmachine is de verantwoordelijkheid van de inwoner. 6. Een andere vorm van eigen mogelijkheden is, het meewerken aan zo efficiënt mogelijke ondersteuning. Dit betekent dat van de inwoner mag worden verwacht dat de inwoner rekening houdt of veranderingen aanbrengt bij de inrichting van de woning (ergonomisch verantwoord) en planning voor de uitvoering van de huishoudelijke werkzaamheden. Voorbeelden hiervan zijn: a. Voorbereiden van de was. b. Aanschaffen van strijkloze kleding. c. Aanschaffen van een droger. d. De wasmachine en droger op hoogte plaatsen zodat bukken en reiken wordt vermeden. e. Voorwerpen voor de sier of verzameling zo veel als mogelijk beperken. f. Beperken van de was door het gebruiken van incontinentiemateriaal of antiallergieproducten. 7. Bij verwaarlozing van het huishouden wordt altijd gekeken of behandeling eerst noodzakelijk is.
8. Bij verwaarlozing van het huishouden wordt altijd gekeken of behandeling eerst noodzakelijk is. Artikel 22 Normtijden hulp bij het huishouden
Artikel 23 Normtijden hulp bij het huishouden
Wanneer een maatwerkvoorziening voor hulp bij het huishouden wordt ingezet, worden de richtlijnen van het CIZ hiervoor gebruikt. Deze worden aangevuld met extra uren op maat indien noodzakelijk. De basisrichtlijn hiervoor is:
Wanneer een maatwerkvoorziening voor hulp bij het huishouden wordt ingezet, worden de richtlijnen van het CIZ hiervoor gebruikt. Deze worden aangevuld met extra uren op maat indien noodzakelijk.
Alleenstaande (seniorenwoning)
Alleenstaande (eengezinswoning)
Twee- en meerpersoonshuishou den
Huishoudelijke taak
Minuten per week
Minuten per week
Minuten per week
Boodschappen dagelijkse leven
60
60
60
Licht huishoudelijk werk
60
60
90
Zwaar huishoudelijk werk
90
180
180
Wasverzorging (kleding/linnengoed wassen)
60
60
90
Organisatie van het huishouden (regie)
-
-
30
Broodmaaltijd (per keer)
15
15
15
Warme maaltijd (per keer)
30
30
30
Meerzorg
15/30
15/30
15/30
Artikel 23 Regie voeren en aanleren van huishoudelijke taken
Artikel 28 Regie voeren en aanleren van huishoudelijke taken
1. Ondersteuning bij regie voeren, het organiseren van huishoudelijke taken wordt ingezet wanneer de inwoner niet zelf tot regie en planning van de werkzaamheden in staat is.
1. Ondersteuning bij regie voeren, het organiseren van huishoudelijke taken wordt ingezet wanneer de inwoner niet zelf tot regie
2. Daarnaast wordt er altijd gekeken naar de leerbaarheid en activeringsmogelijkheden van een inwoner. Voordat het duidelijk is dat huishoudelijke taken structureel moeten worden overgenomen, onderzoekt de zorgverlener of het mogelijk is de inwoner in de eigen kracht te zetten door taken aan te leren en de inwoner te activeren. Dit betekent zowel het oefenen van huishoudelijke taken als het inzetten van algemeen gebruikelijk huishoudelijke hulpmiddelen uitproberen. Wanneer er binnen 3 tot 6 maanden onvoldoende leerbaarheid en activeringsmogelijkheden blijken te zijn, wordt er overgegaan op structurele overname van handelingen. Dit staat los van de motivatie en de wil van de inwoner hier aan mee te werken. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner mee te werken aan het onderzoek, de in samenwerking opgestelde doelen en het zoeken naar de best passende oplossing. 3. Er wordt bij de volgende situaties altijd eerst gekeken naar de leerbaarheid en activeringsmogelijkheden: a. Wegvallen van partner door overlijden, opname, verhuizing of einde relatie. b. Onduidelijkheid over de beperking of mogelijkheden. c. Om leren gaan met een ziekte of beperking. d. Verstandelijke of psychische beperking. e. Zelfstandig of thuis wonen na opname of verblijf in een instelling. f.
Het aanleren van huishoudelijk taken bij kinderen wanneer van hen verwacht mag worden dat zij deze gebruikelijke zorg op zich kunnen nemen.
en planning van de werkzaamheden in staat is. 2. Daarnaast wordt er altijd gekeken naar de leerbaarheid en activeringsmogelijkheden van een inwoner. Voordat het duidelijk is dat huishoudelijke taken structureel moeten worden overgenomen, onderzoekt de zorgverlener of het mogelijk is de inwoner in de eigen kracht te zetten door taken aan te leren en de inwoner te activeren. Dit betekent zowel het oefenen van huishoudelijke taken als het inzetten van algemeen gebruikelijk huishoudelijke hulpmiddelen uitproberen. Wanneer er binnen 3 tot 6 maanden onvoldoende leerbaarheid en activeringsmogelijkheden blijken te zijn, wordt er overgegaan op structurele overname van handelingen. Dit staat los van de motivatie en de wil van de inwoner hieraan mee te werken. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner mee te werken aan het onderzoek, de in samenwerking opgestelde doelen en het zoeken naar de best passende oplossing. 3. Er wordt bij de volgende situaties altijd eerst gekeken naar de leerbaarheid en activeringsmogelijkheden: a. Wegvallen van partner door bijvoorbeeld overlijden, opname, verhuizing of einde relatie. b. Onduidelijkheid over de beperking of mogelijkheden. c. Om leren gaan met een ziekte of beperking. d. Verstandelijke of psychische beperking. e. Zelfstandig of thuis wonen na opname of verblijf in een instelling. f.
Het aanleren van huishoudelijk taken bij kinderen wanneer van hen verwacht mag worden dat zij deze gebruikelijke zorg op zich kunnen nemen.
Artikel 24 Zware vervuiling huishouden
Artikel 29 Zware vervuiling huishouden
1. Bij uitzonderingsituaties is er sprake van een zware vervuiling van het huishouden waardoor er gezondheidsrisico’s ontstaan. Hiervoor is in principe geen maatwerkvoorziening beschikbaar.
1. Bij uitzonderingsituaties is er sprake van een zware vervuiling van het huishouden waardoor er gezondheidsrisico’s ontstaan. Hiervoor is in principe geen maatwerkvoorziening beschikbaar. De inwoner is zelf verantwoordelijk voor de kosten. De gemeenten ondersteunt wel in het aanvragen van een huis schoonmaak.
De inwoner is zelf verantwoordelijk voor de kosten. De gemeenten ondersteunt wel in het aanvragen van een huis schoonmaak. 2. Bij uitzondering en onvoldoende (financiële) draagkracht van de inwoner, kan de gemeente een financiële bijdrage leveren. Artikel 25 Langdurige noodzakelijkheid bij woningaanpassingen, hulpmiddelen en verhuizen
Artikel 30 Langdurige noodzakelijkheid maatschappelijke ondersteuning
1. Bij het bepalen van de meest passende goedkoopst adequate voorziening voor woningaanpassingen, hulpmiddelen en verhuizen, wordt rekening gehouden met de (te verwachten) gebruiksduur en intensiteit van het gebruik. Bij kortdurend of incidenteel gebruik, wordt een groter beroep op eigen mogelijkheden of de inzet van algemene of andere voorzieningen gedaan. Uiteraard wordt hierbij rekening gehouden met de feitelijke aanwezigheid hiervan.
1. Bij het bepalen van de meest passende goedkoopst adequate Wmo voorziening, wordt rekening gehouden met de (te verwachten) gebruiksduur en intensiteit van het gebruik. Er wordt geen maatwerkvoorziening toegekend als deze niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het huishouden of begeleiding. Is hulp bij het huishouden of begeleiding kortdurend of incidenteel mogelijk, dan wordt een groter beroep op eigen mogelijkheden of de inzet van algemene of andere voorzieningen gedaan. Uiteraard wordt hierbij rekening gehouden met de feitelijke aanwezigheid hiervan.
2. Onder langdurig adequaat wordt een periode langer dan 6 maanden bedoeld.
2. Onder langdurig noodzakelijk wordt een periode langer dan 6 maanden bedoeld. Artikel 26 Wonen in een geschikt huis
Artikel 31 Wonen in een geschikt huis
1. Het zoeken, vinden en beschikken over een woning behoort tot de eigen verantwoordelijkheid. Dit geldt in beginsel ook voor het beschikken over een zo geschikt mogelijke woning.
1. Het zoeken, vinden en beschikken over een woning behoort tot de eigen verantwoordelijkheid. Dit geldt in beginsel ook voor het beschikken over een zo geschikt mogelijke woning. Het behoort tot de eigen verantwoordelijkheid om passende maatregelen te nemen behorend bij de levensfase en te verwachten beperkingen. Kleine aanpassingen die voor iedereen
Het behoort tot de eigen verantwoordelijkheid om passende maatregelen te nemen behorend bij de levensfase en te verwachten beperkingen.
Kleine aanpassingen die voor iedereen algemeen toegankelijk zijn, worden niet vanuit de Wmo verstrekt. 2. Een woningaanpassing of ondersteuning bij het vinden van een geschikte woning wordt in het kader van de Wmo alleen verleend, indien het ontstaan van beperkingen, verminderde zelfredzaamheid en/of participatieproblemen het gevolg is/zijn van onvoorziene en onverwachte omstandigheden, gelegen buiten eigen toedoen. Er kan alleen gebruik worden gemaakt van een woningaanpassing vanuit de Wmo, indien de algemene en andere voorzieningen, niet passend zijn gebleken bij de situatie.
algemeen toegankelijk zijn, worden niet vanuit de Wmo verstrekt. 2. Een woningaanpassing of ondersteuning bij het vinden van een geschikte woning wordt in het kader van de Wmo alleen verleend, indien het ontstaan van beperkingen, verminderde zelfredzaamheid en/of participatieproblemen het gevolg is/zijn van onvoorziene en onverwachte omstandigheden, gelegen buiten eigen toedoen. Er kan alleen gebruik worden gemaakt van een woningaanpassing vanuit de Wmo, indien de algemene en andere voorzieningen, niet passend zijn gebleken bij de situatie.
3. De inwoner kan bij verhuizen alleen rekening houden met de (medische) situatie, als op dat moment duidelijk is dat er beperkingen zijn bij het normale gebruik van de nieuwe woning. Indien een inwoner alsnog besluit te verhuizen naar een woning waarbij bekend is dat deze niet passend is in gebruik of qua onderhoud bij de (medische) situatie van de inwoner, is de inwoner zelf verantwoordelijk om ondersteuning en aanpassingen te organiseren en te betalen. De inwoner had immers de mogelijkheid om te zoeken naar een woning passend bij de situatie.
3. De inwoner kan bij verhuizen alleen rekening houden met de (medische) situatie, als op dat moment duidelijk is dat er beperkingen zijn of ontstaan bij het normale gebruik van de nieuwe woning. Indien een inwoner alsnog besluit te verhuizen naar een woning waarbij bekend is dat deze niet passend is in gebruik of qua onderhoud bij de (medische) situatie van de inwoner, is de inwoner zelf verantwoordelijk om ondersteuning en aanpassingen te organiseren en te betalen. De inwoner had immers de mogelijkheid om te zoeken naar een woning passend bij de situatie.
Artikel 27 Aard en omvang van de woningaanpassing
Artikel 32 Aard en omvang van de woningaanpassing
1. Bij het bepalen van de aard en omvang van de te verstrekken woningaanpassing gelden de volgende uitgangspunten:
1. Bij het bepalen van de aard en omvang van de te verstrekken woningaanpassing gelden de volgende uitgangspunten:
a. Het op de woning van toepassing zijnde bouwbesluit wordt als uitgangspunt genomen voor wat betreft wat er bij de woning aanwezig hoort te zijn.
a. Het op de woning van toepassing zijnde bouwbesluit wordt als uitgangspunt genomen voor wat betreft wat er bij de woning aanwezig hoort te zijn.
b. Renovaties passend bij het afschrijvingstermijn, komen voor eigen rekening van de inwoner of de eigenaar van de woning.
b. De woningaanpassing is functioneel, passend en langdurig adequaat. Langdurig adequaat betekent langer dan 6 maanden.
c. De woningaanpassing is functioneel, passend en langdurig adequaat. Langdurig adequaat betekent langer dan 6 maanden. Hierdoor hoeft de woningaanpassing in de toekomst niet nogmaals aangepast te worden.
Hierdoor hoeft de woningaanpassing in de toekomst niet nogmaals aangepast te worden.
2. Wanneer er om een woningaanpassing verzocht wordt terwijl de afschrijvingstermijn verstreken is, komt de inwoner niet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening. De afschrijvingstermijn uit het ‘Beleidsboek huurverhoging na woningverbetering’ wordt hierin als richtlijn gehanteerd. Hieronder staan de meest voorkomende afschrijvingstermijnen: a. Vervangen sanitair: 25 jaar. b. Aanleggen/Vervangen bad of douche: 25 jaar. c. Uitbreiden badkamer: 25 jaar. d. Toilet vervangen: 15 jaar. e. Keuken vervangen: 15 jaar. f. Renovatie huis: 25 jaar. Artikel 28 Vervangende woningaanpassing of hulpmiddel, reparatie en onderhoud
Artikel 33 Vervangende woningaanpassing of hulpmiddel, reparatie en onderhoud
Een maatwerkvoorziening wordt alleen vervangen wanneer dit noodzakelijk is, het afschrijftermijn verstreken is en als de voorziening technisch is afgeschreven. Een maatwerkvoorziening wordt niet vervangen als:
1.Om te bepalen of een voorziening technisch is afgeschreven als bedoeld in artikel 6 lid 4 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning, hanteert het college de termijnen zoals opgenomen in bijlage II.
a. de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die aan de inwoner zijn toe te rekenen;
2. Onderhoud en reparatie van een hulpmiddel of woningaanpassing worden ook gerekend als maatwerkvoorziening. Indien van toepassing, geldt hiervoor ook een eigen bijdrage.
b. de inwoner de veroorzaakte kosten zelf wil betalen, of; c. de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de beperking van de inwoner; d. onderhoud en reparatie van een hulpmiddel of woningaanpassing worden ook gerekend als
maatwerkvoorziening. Indien van toepassing, geldt hiervoor ook een eigen bijdrage. Artikel 29 Verhuizen op indicatie van de gemeente (verhuisindicatie)
Artikel 34 Verhuizen op indicatie van de gemeente (verhuisindicatie)
1.Een inwoner komt in aanmerking voor een verhuisindicatie bij alle onderstaande criteria:
1. Een inwoner komt in aanmerking voor een verhuisindicatie als aan alle onderstaande criteria wordt voldaan:
a. Er is sprake van langdurige, aantoonbare beperkingen in het normale gebruik van de woning, bijvoorbeeld met traplopen. Daardoor is het medisch noodzakelijk om uit de woning te verhuizen. Dit was nog niet bekend bij de inwoner, toen de inwoner de huidige woning accepteerde. b. Verhuizen is de goedkoopst adequate oplossing binnen de Wmo, en kan plaatsvinden binnen een medisch verantwoorde termijn. c. De inwoner woont zelfstandig en verhuist naar een zelfstandige woning waar het hele jaar gewoond wordt (geen recreatiewoning). d. De inwoner verhuist naar een geschikte woning binnen Nederland. De woning voldoet aan de eisen die in het besluit (de beschikking) staan die de inwoner ontvangt. e. De inwoner heeft tijdens het onderzoek en de aanvraag de huur nog niet opgezegd of het huis nog niet verkocht. 2. Een verhuisindicatie is één keer inzetbaar. Na het accepteren van een geschikte woning vervalt de geldigheid van de indicatie. 3. Indien een inwoner 3 keer een geschikte woning afwijst, is de inwoner hierna zelf verantwoordelijk. De inwoner wijst immers een passende oplossing af. 4. De inwoner ontvangt een verhuisindicatie voor de periode van 1 jaar. Voor een tussentijdse oplossing kan de inwoner gebruikmaken van uitleen hulpmiddelen vanuit de Zvw.
a. Er is sprake van langdurige, aantoonbare beperkingen in het normale gebruik van de woning, bijvoorbeeld met traplopen. Daardoor is het medisch noodzakelijk om uit de woning te verhuizen. Dit was nog niet bekend bij de inwoner, toen de inwoner de huidige woning accepteerde. b. Verhuizen is de goedkoopst adequate oplossing binnen de Wmo, en kan plaatsvinden binnen een medisch verantwoorde termijn. c. De inwoner woont zelfstandig en verhuist naar een zelfstandige woning waar het hele jaar gewoond wordt (geen recreatiewoning). d. De inwoner verhuist naar een geschikte woning binnen Nederland. De woning voldoet aan de eisen die in het besluit (de beschikking) staan die de inwoner ontvangt. e. De inwoner heeft tijdens het onderzoek en de aanvraag de huur nog niet opgezegd of het huis nog niet verkocht. 2. Een verhuisindicatie is één keer inzetbaar. Na het accepteren van een geschikte woning vervalt de geldigheid van de indicatie. 3. Indien een inwoner 3 keer een geschikte woning afwijst, is de inwoner hierna zelf verantwoordelijk. De inwoner wijst immers een passende oplossing af. 4. De inwoner ontvangt een verhuisindicatie voor de periode van 1 jaar. Voor een tussentijdse oplossing kan de inwoner
5. Een woningzoekende die in de gemeente mantelzorg verleent of ontvangt, komt in aanmerking voor een verhuisindicatie (mantelzorgurgentieverklaring) wanneer: a. er sprake is van een ondersteuningsvraag in de vorm van huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging en/of verpleging en individuele begeleiding; b. de ondersteuning thuis geboden wordt; c. sprake is van een mantelzorgrelatie waarin de mantelzorger voor gemiddeld 2 uur per dag en minimaal 10 uur per week besteedt aan het bieden van mantelzorg; en d. waarbij de verwachting is dat de mantelzorgrelatie minimaal een jaar in stand blijft; e. de reisafstand tussen de woningen van mantelzorggever en mantelzorgontvanger binnen dezelfde gemeente of plaats is na de verhuizing; f. het aannemelijk is dat door de mantelzorg er in mindere mate aanspraak gemaakt wordt op een algemene of maatwerkvoorziening vanuit de Wmo of Jeugdwet. 6. Het inkomen van het huishouden van de aanvrager is niet hoger dan de door de rijksoverheid vastgestelde inkomensnorm voor sociale huurwoningen.
gebruikmaken van uitleen hulpmiddelen vanuit de Zvw. 5. Een woningzoekende die in de gemeente mantelzorg verleent of ontvangt, komt in aanmerking voor een verhuisindicatie (mantelzorgurgentieverklaring) wanneer: a. er sprake is van een ondersteuningsvraag in de vorm van huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging en/of verpleging en individuele begeleiding; b. de ondersteuning thuis geboden wordt; c. sprake is van een mantelzorgrelatie waarin de mantelzorger voor gemiddeld 2 uur per dag en minimaal 10 uur per week besteedt aan het bieden van mantelzorg; en d. waarbij de verwachting is dat de mantelzorgrelatie minimaal een jaar in stand blijft; e. de reisafstand tussen de woningen van mantelzorggever en mantelzorgontvanger binnen dezelfde gemeente of plaats is na de verhuizing; f. het aannemelijk is dat door de mantelzorg er in mindere mate aanspraak gemaakt wordt op een algemene of maatwerkvoorziening vanuit de Wmo of Jeugdwet.
Artikel 30 Vergoeding voor verhuis- en herinrichtingskosten
Artikel 35 Vergoeding voor verhuis- en herinrichtingskosten
1.Er kan alleen een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten geboden waren, wanneer er door de gemeente ook een verhuisindicatie is afgegeven. Hiervoor gelden dezelfde criteria als bij een verhuisurgentie.
1. Er kan alleen een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten geboden worden, wanneer er door de gemeente ook een verhuisindicatie is afgegeven. Hiervoor gelden dezelfde criteria als bij een verhuisurgentie.
2. Er wordt alleen een vergoeding geboden voor de noodzakelijke kosten. Ook hierbij wordt gekeken naar de goedkoopst adequate oplossing en in hoeverre een inwoner (niet) in staat is zelf
2. Hoe hoog de tegemoetkoming is, staat in de nadere regels en wordt vastgelegd in het
een bijdrage te leveren. Wat er vergoed wordt, staat vastgelegd in het besluit (de beschikking) die de inwoner ontvangt. Voorbeelden zijn: a. eerste inschrijving bij een woningcorporatie; b. de waarborgsom; c. kosten voor de huur van een bus voor de verhuizing en/of de kosten van de noodzakelijke opslag van de bestaande inboedel tijdens de verhuizing; d. de dubbele huur voor 1 maand;
besluit (de beschikking) die de inwoner ontvangt. 3. Indien een inwoner voor het eerst op zichzelf gaat wonen, komt de inwoner niet in aanmerking voor een verhuiskostenvergoeding. Dit valt onder algemene gebruikelijk kosten zoals bij ieder ander. 4. Indien er sprake is van een verhuizing naar een Wlz-instelling, wordt er geen verhuiskostenvergoeding verstrekt.
e. eenmalige kosten van materiaal van het witten, schilderen en behangen van de nieuwe woning. 3. Indien een inwoner voor het eerst op zichzelf gaat wonen, komt de inwoner in principe niet in aanmerking voor een verhuiskostenvergoeding. Dit valt onder algemene gebruikelijk kosten zoals bij ieder ander. 4. Indien er sprake is van een verhuizing naar een instelling vanuit de WLZ, wordt er geen verhuiskostenvergoeding verstrekt. 5. De hoogte van de tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten is vastgelegd in de nadere regels. Artikel 31 Hulpmiddelen
Artikel 36 Hulpmiddelen
1. Er zijn diverse hulpmiddelen die de inwoner behulpzaam kunnen zijn bij het zich verplaatsen in of om de woning. Deze zijn in de reguliere handel verkrijgbaar en zijn algemeen gebruikelijke voorzieningen. 2. Voorbeelden van algemeen gebruikelijke woonvoorzieningen zijn:
1. Er zijn diverse hulpmiddelen die de inwoner behulpzaam kunnen zijn bij het zich verplaatsen in of om de woning. Deze zijn in de reguliere handel verkrijgbaar en zijn algemeen gebruikelijke voorzieningen zolang deze financieel draagbaar zijn met een minimuminkomen. Voorbeelden hiervan kunnen zijn:
a. Aankoppelfietsen voor kinderen.
a. Aankoppelfietsen voor kinderen.
b. Airco-units.
b. Airco-units.
c. Antisliptegels en/of antislipcoating.
c. Antisliptegels en/of antislipcoating.
d. Auto aanpassingen (automatische transmissie, stuur- en rembekrachtiging, verstelbare voorstoelen/buitenspiegels, elektrische raambediening, neerklapbare achterbank, derde/vijfde deur, interval op ruitenwissers, airconditioning, trekhaak- en aanhanger). e. Automatische deuropeners voor garages. f. Bad. g. Bed (ook waterbed). h. Bromfiets, bromscooters en brommobielen. i. Centrale verwarming, verwarming units (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). j. Dakkapellen. k. Douche; ruimte/bak verwijderen en/of plaatsen (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). l. Douchekop en glijstang, douchescherm. m. Eenvoudige handgrepen/standaard muurbeugels (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). n. Eengreeps-mengkranen (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). o. Extra bel (aanschaf en plaatsen). p. Fiets (ook: ligfiets, bakfiets, tandem). q. Fiets met trap-/elektrische ondersteuning. r. Kookplaten (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). s. Kantelbare spiegels. t. Keukenapparatuur (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). u. Korfladen in de keuken (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo).
d. Auto aanpassingen (automatische transmissie, stuur- en rembekrachtiging, verstelbare voorstoelen/buitenspiegels, elektrische raambediening, neerklapbare achterbank, derde/vijfde deur, interval op ruitenwissers, airconditioning, trekhaak- en aanhanger). e. Automatische deuropeners voor garages. f. Bad. g.Bed (ook waterbed). h. Bromfiets, bromscooters en brommobielen. i. Centrale verwarming, verwarming units (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). j. Dakkapellen. k. Douche; ruimte/bak verwijderen en/of plaatsen (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). l. Douchekop en glijstang, douchescherm. m. Eenvoudige handgrepen/standaard muurbeugels (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). n. Eengreeps-mengkranen (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). o. Extra bel (aanschaf en plaatsen). p. Fiets (ook: ligfiets, bakfiets, tandem). q. Fiets met trap-/elektrische ondersteuning. r. Kookplaten (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). s. Kantelbare spiegels. t. Keukenapparatuur (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo).
v. Kosten voor halen rijbewijs en APK. w. Kosten leges bij aanvraag gehandicaptenparkeerkaart en/of plaats.
u. Korfladen in de keuken (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo). v. Kosten voor halen rijbewijs en APK.
x. Luchtbevochtigers en ontvochtigers.
w. Luchtbevochtigers en ontvochtigers.
y. Losse antislipvoorzieningen (zoals badmat en antislipstickers).
x. Losse antislipvoorzieningen (zoals badmat en antislipstickers).
z. Oplaadkosten van een scootermobiel.
y. Oplaadkosten van een scootermobiel.
aa. Sta-op stoel.
z. Sta-op stoel.
bb. Thermostatische mengkranen (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo).
aa. Thermostatische mengkranen (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo).
cc. Trapleuningen, extra (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo).
bb. Trapleuningen, extra (niet gerelateerd aan woningaanpassing vanuit de Wmo).
dd . Toilet (tweede toilet, hangtoilet).
cc. Toilet (tweede toilet, hangtoilet).
3. Bij de beoordeling van de vraag of een voorziening algemeen gebruikelijk is, onderzoekt de gemeente altijd of de voorziening ook algemeen gebruikelijk is voor de inwoner/aanvrager.
dd. losse douchestoel op poten
Uit de jurisprudentie volgt dat daarbij de volgende criteria een rol spelen: a. Is de voorziening gewoon verkrijgbaar? b. Is de prijs van de voorziening vergelijkbaar met soortgelijke producten die algemeen gebruikelijk worden geacht? c. Is de voorziening specifiek voor gehandicapten ontworpen? d. Zou een gezond persoon, ook gelet op de individuele omstandigheden van het geval, waaronder de leeftijd, over de voorziening beschikken? 4. Hulpmiddelen voor revalidatie en kortdurend gebruik vallen tot 6 maanden onder de Zorgverzekeringswet. Daarnaast mag van een inwoner verwacht worden dat een gewenst
ee. inpandige drempels ff. badplank gg. toiletverhoger 2. Hulpmiddelen voor revalidatie en kortdurend gebruik vallen tot 6 maanden onder de Zorgverzekeringswet. Daarnaast mag van een inwoner verwacht worden dat een gewenst hulpmiddel uitgeprobeerd wordt bij de uitleenwinkel, wanneer dit mogelijk is. 3. Wanneer een hulpmiddel langdurig nodig is, en/of de algemeen gebruikelijke voorzieningen leiden tot onvoldoende resultaat, wordt onderzocht of de inzet van een maatwerkvoorziening noodzakelijk is en zo ja, welke. 4. Een rolstoel wordt verstrekt indien er een langdurige noodzaak is voor zittend verplaatsen.
hulpmiddel uitgeprobeerd wordt bij de uitleenwinkel, wanneer dit mogelijk is. 5. Wanneer een hulpmiddel langdurig nodig is, en/of de algemeen gebruikelijke voorzieningen leiden tot onvoldoende resultaat, wordt onderzocht of de inzet van een maatwerkvoorziening noodzakelijk is en zo ja, welke. 6. Een rolstoel wordt verstrekt indien er een langdurige noodzaak is voor zittend verplaatsen. Bij de vaststelling van de specificaties van een hulpmiddel wordt binnen de mogelijkheden van de goedkoopst adequate oplossing rekening gehouden met de behoeften van de inwoner en betrokkenen. Waar nodig wordt er gebruikgemaakt van het advies van een ergotherapeut.
5. Bij de vaststelling van de specificaties van een hulpmiddel wordt binnen de mogelijkheden van de goedkoopst adequate oplossing rekening gehouden met de behoeften van de inwoner en betrokkenen. Waar nodig wordt er gebruikgemaakt van het advies van een ergotherapeut. 6. Bij een scootmobiel is het van belang dat een scootmobiel opgeladen en veilig en droog gestald kan worden. Bij de stalling wordt er gekeken naar de brandveiligheid (bijv. vrijhouden van vluchtwegen). Mogelijk is er toestemming nodig van de woningeigenaar om de scootmobiel te mogen stallen.
7. Bij een scootmobiel is het van belang dat een scootmobiel opgeladen en veilig en droog gestald kan worden. Bij de stalling wordt er gekeken naar de brandveiligheid (bijv. vrijhouden van vluchtwegen). Mogelijk is er toestemming nodig van de woningeigenaar om de scootmobiel te mogen stallen. Artikel 32 Sportvoorziening
Artikel 37 Sportvoorziening
1. Een sportvoorziening kan bijdragen aan de participatie van betrokkene. Onder een sportvoorziening wordt een hulpmiddel om de sport te kunnen beoefenen verstaan. Voorbeelden zijn een sportrolstoel of handbike.
1. Uniek Sporten is een voorliggende mogelijkheid op een sportvoorziening. Uniek Sporten is een uitleenservice van sportrolstoelen en handbikes voor inwoners. Inwoners met een fysieke beperking kunnen kosteloos, voor een periode van maximaal 6 maanden, via Uniek Sporten sporthulpmiddelen en verschillende sporten uitproberen. Uniek Sporten kan hierna in samenwerking met de inwoner een melding en aanvraag indienen voor en sportvoorziening bij de gemeente.
2. De inwoner blijft zelf verantwoordelijk voor de aanschaf van sportattributen die nodig zijn bij sportbeoefening zoals bij ieder ander die de sport beoefent. Voorbeelden van sportattributen die niet vergoed worden door de gemeente, zijn een tennisracket, hockeystick, sportballen, paard, contributie, sportschoenen en sportkleding. 3. Wheels2Sport is een voorliggende mogelijkheid op een sportvoorziening. Wheels2Sport is een uitleenservice van
2. Er wordt voor maximaal één sport één sportvoorziening toegekend.
sportrolstoelen en handbikes voor inwoners. Inwoners met een fysieke beperking kunnen kosteloos, voor een periode van maximaal 6 maanden, via Wheels2Sport sporthulpmiddelen en verschillende sporten uitproberen. Wheels2Sport kan hierna in samenwerking met de inwoner een melding en aanvraag indienen voor en sportvoorziening bij de gemeente. 4. Een sportvoorziening wordt een financiële tegemoetkoming verstrekt. De financiële tegemoetkoming voor sportvoorzieningen is gemaximeerd en wordt maximaal één keer per drie jaar verstrekt.
3. Het sporten is gericht op de maatschappelijke participatie. Daarom wordt een voorziening hiervoor alleen verstrekt voor sporten in verenigd verband of aantoonbaar vergelijkbaar met een verenigd verband. Zoals een trainingsgroep onder leiding van een professional. 4. Sportvoorzieningen voor gezamenlijk of collectief gebruik komen niet voor individuele compensatie in aanmerking.
5. Er wordt voor maximaal één sport een tegemoetkoming geboden voor één sportvoorziening. 6. Het sporten is gericht op de maatschappelijke participatie. Daarom wordt een financiële tegemoetkoming hiervoor alleen verstrekt voor sporten in verenigd verband, of aantoonbaar vergelijkbaar met een verenigd verband. Zoals een trainingsgroep onder leiding van een professional. 7. Sportvoorzieningen voor gezamenlijk of collectief gebruik komen niet voor individuele compensatie in aanmerking. 8. Voor alle sportvoorzieningen geldt een eigen bijdrage. 9. Bij jeugdige inwoners kan gebruikgemaakt worden van een aanvraag bij het sportfonds en/of Sjors Sportief. Artikel 33 Mantelzorgwoning/unit of aanbouw
Artikel 38 Mantelzorgwoning/unit of aanbouw
Een inwoner kan in aanmerking komen voor financiële tegemoetkoming vanuit de gemeente voor een mantelzorgwoning of aanbouw, wanneer alle onderstaande criteria gelden:
1. Een inwoner kan in aanmerking komen voor een mantelzorgwoning of aanbouw, wanneer alle onderstaande criteria gelden:
a. Er is dagelijkse mantelzorg noodzakelijk in de vorm van huishoudelijke hulp, persoonlijke
a. De inwoner ervaart belemmeringen in het normale gebruik van de woning en het verstrekken van een mantelzorgwoning of het ombouwen van een bestaande woning tot een
verzorging en/of verpleging en individuele begeleiding.
mantelzorgwoning is hiervoor de goedkoopst adequate oplossing;
b. De ondersteuning wordt thuis geboden.
b. Er is dagelijkse mantelzorg noodzakelijk in de vorm van huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging en/of verpleging en individuele begeleiding.
c. Er wordt voor gemiddeld 2 uur per dag en minimaal 10 uur per week mantelzorg geleverd. d. De verwachting is dat de mantelzorgrelatie minimaal een jaar in stand blijft. e. De woningen van mantelzorggever en mantelzorgontvanger liggen buiten dezelfde gemeente waardoor er sprake is van een grote reisafstand; f. Het is aannemelijk dat door de mantelzorg er in mindere mate aanspraak gemaakt wordt op een algemene of maatwerkvoorziening vanuit de Wmo of Jeugdwet. g. De woning of aanbouw is conform bestemmingsplan en de Bor. h. De woning of aanbouw is functioneel, passend en langdurig adequaat, waardoor de woning of aanbouw in de toekomst niet nogmaals hoeft te worden aangepast.
c. De ondersteuning wordt thuis geboden. d. Er wordt voor gemiddeld 2 uur per dag en minimaal 10 uur per week mantelzorg geleverd. e. De verwachting is dat de mantelzorgrelatie minimaal een jaar in stand blijft. f. De woningen van mantelzorggever en mantelzorgontvanger op een dusdanige reisafstand waardoor de mantelzorger niet de nodige mantelzorg kan (blijven) geven; g. Het is aannemelijk dat door de mantelzorg er in mindere mate aanspraak gemaakt wordt op een algemene of maatwerkvoorziening vanuit de Wmo of Jeugdwet. h. De woning of aanbouw is conform bestemmingsplan en de Bor.
i. De mantelzorgwoning/unit wordt verwijderd als i. De woning of aanbouw is functioneel, het doel van mantelzorg verdwijnt. passend en langdurig adequaat, waardoor de j. De aanbouw (bijbehorende bouwwerk) mag woning of aanbouw in de toekomst niet blijven staan, maar het mag niet als aparte nogmaals hoeft te worden aangepast. woning gebruikt worden. Een eventuele keuken of badkamer moet hierom worden verwijderd. j. De mantelzorgwoning/unit wordt verwijderd als het doel van mantelzorg verdwijnt. k. De aanbouw (bijbehorende bouwwerk) mag blijven staan, maar het mag niet als aparte woning gebruikt worden. Een eventuele keuken of badkamer moet hierom worden verwijderd. Artikel 34 Persoonlijke verzorging
Artikel 20 Persoonlijke verzorging
1. Persoonlijke verzorging is een vorm van begeleiding die de inwoner ondersteunt bij bijvoorbeeld het wassen, aan- en uitkleden, in of
1Persoonlijke verzorging is een vorm van begeleiding die de inwoner ondersteunt bij bijvoorbeeld het wassen, aan- en uitkleden, in
uit bed komen, toiletteren, drinken, eten, verzorging van haren, tanden, huid en nagels. Bij volwassenen worden er geen handelingen overgenomen. Indien overname noodzakelijk is, kan hiervoor aanspraak gemaakt worden op de Zvw. Vanuit de Zvw kan er aanspraak gemaakt worden op persoonlijke verzorging, als er behoefte is aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop. De wijkverpleegkundige beoordeelt dit. Als het onduidelijk is of de verzorging vanuit de Wmo of Zvw moet worden ingezet, is het daarom van belang om af te stemmen met de wijkverpleegkundige. 2. Jeugdige inwoners ontvangen op basis van de Jeugdwet persoonlijke verzorging bij het ondersteunen of het overnemen van activiteiten. Wanneer er sprake is van een fysieke medische diagnose, zal dit uitgevoerd worden door de Zvw. 3. Voor persoonlijke verzorging, wordt onderstaande richtlijn gehanteerd.
of uit bed komen, toiletteren, drinken, eten, verzorging van haren, tanden, huid en nagels. Meestal gaat het om aansturing en worden er geen handelingen overgenomen. Als overname noodzakelijk is, kan hiervoor meestal namelijk aanspraak gemaakt worden op de Zvw. Vanuit de Zvw kan er aanspraak gemaakt worden op persoonlijke verzorging, als er behoefte is aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop. De kinderverpleegkundige beoordeelt dit. Als het onduidelijk is of de verzorging vanuit de Jeugdwet of Zvw moet worden ingezet, is het daarom van belang om af te stemmen met de kinderverpleegkundige.
Artikel 39 Persoonlijke verzorging Persoonlijke verzorging is een vorm van begeleiding die de inwoner ondersteunt bij bijvoorbeeld het wassen, aan- en uitkleden, in of uit bed komen,Duur toiletteren, drinken, eten, verzorging van haren, tanden, huid en nagels. Meestal gaat het20 omminuten aansturing en worden er geen handelingen overgenomen. Als 10 minuten overname noodzakelijk is, kan hiervoor meestal namelijk aanspraak gemaakt worden op de Zvw. Als de15zorg verband houdt met de minuten behoefte aan de geneeskundige zorg of een 10valt minuten hoog risico daarop de persoonlijke verzorging namelijk onder de Zvw. De 10 minuten wijkverpleegkundige/kinderverpleegkundige beoordeelt dit. Als het onduidelijk is of de 7 minuten verzorging vanuit de Wmo/Jeugdwet of Zvw 10 minuten moet worden ingezet, is het daarom van belang om af te stemmen met de 10 minuten wijkverpleegkundige/kinderverpleegkundige.
Activiteit
Frequentie
1. Wassen gehele lichaam
1 x per dag
2. Wassen delen van het lichaam
1 x per dag
3. Volledig aan-/uitkleden
2 x per dag
4. Gedeeltelijk uitkleden
1 x per dag
5. Gedeeltelijk aankleden
1 x per dag
6. Steunkousen uittrekken
1 x per dag
7. Steunkousen aantrekken
1 x per dag
8. Hulp bij uit bed komen
1 x per dag
9. Hulp bij in bed gaan
1 x per dag
10 minuten
10. Zich verplaatsen in zit/lighouding
Naar noodzaak
20 minuten
11. Toiletteren en ondersteunen
Naar noodzaak
5 minuten
12. Toiletteren en reinigen
Naar noodzaak
15 minuten
13. Hulp bij broodmaaltijd
2 x per dag
10 minuten
14. Hulp bij warme maaltijd
1 x per dag
15 minuten
15. Hulp bij drinken
6 x per dag
10 minuten
16. Zorg voor tanden
2 x per dag
5 minuten
17. Zorg voor haren
1 x per dag
5 minuten
18. Zorg voor nagels
1 x per week
5 minuten
19. Scheren
1 x per dag
10 minuten
20. Inspectie huid (bij aandoening)
Naar noodzaak
10 minuten
21. Verzorging huid (bij aandoening)
Naar noodzaak
10 minuten
Artikel 35 Financiële tegemoetkoming
Artikel 40 Financiële tegemoetkoming
1.Een financiële tegemoetkoming is niet bedoeld als inkomenscompensatie.
1. Een financiële tegemoetkoming is niet bedoeld als inkomenscompensatie.
2.De wijze van declaratie wordt vastgelegd in het besluit.
2. De hoogte en de uitbetaling van de financiële tegemoetkoming is geregeld in de nader regels.
Artikel 36 Slotbepalingen
Artikel 41 Slotbepalingen
1.Deze beleidsregels treden in werking de dag na bekendmaking.
1. De beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rheden 2019 worden ingetrokken.
2.Dit besluit wordt aangehaald als de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rheden 2019.
2. Deze beleidsregels treden in werking de dag na bekendmaking. 3. Dit besluit wordt aangehaald als de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rheden 2023.
- (voorheen in nadere regels)
BIJLAGE I Gebruikelijke hulp
- (voorheen in nadere regels)
BIJLAGE II Afschrijftermijn voorzieningen