Bijlage Toelichting 05_Aanvullend soortenonderzoek Wnb_Eikenstraat_Grasadvies_14 nov 2023
Tekst van het document
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom Versie: 1.0 Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 1 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
Colofon Titel
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat te Ellecom
Projectcode Versie Datum
P05346 1.0 14-11-2023
Opdrachtgever
BOEi Daam Fockemalaan 22 3818 KG Amersfoort Nederland
Uitvoerder
Email Website
GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo ecologie@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/
Contactpersoon Telefoon Email
M.W.J. Witjes 074 2020258 michael.witjes@grasadvies.nl
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 2 van 25
Huismanstraat 6 6851 GT Huissen
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 4 1
Inleiding ............................................................................................................................................ 5
2
Gebiedskenmerken en beoogde ontwikkeling ................................................................................. 7
2.1
Gebiedsbeschrijving ......................................................................................................................... 7
2.2
Natuurnetwerk Nederland .............................................................................................................. 10
2.3
Beoogde ontwikkeling .................................................................................................................... 11
3
Onderzoeksmethodiek ................................................................................................................... 12
4
Wettelijk kader ................................................................................................................................ 13
5
Resultaten ...................................................................................................................................... 14
5.1
Vleermuizen ................................................................................................................................... 15
5.2
Huismussen .................................................................................................................................... 19
5.3
Gierzwaluwen ................................................................................................................................. 19
5.4
Uilen ............................................................................................................................................... 20
5.5
Steenmarter .................................................................................................................................... 21
5.6
Reptielen ........................................................................................................................................ 22
5.7
Rugstreeppadden ........................................................................................................................... 22
6
Conclusies ...................................................................................................................................... 23
Bronnen ........................................................................................................................................................... 24
Bijlagen Bijlage 1: Onderzoeksmethoden Bijlage 2: Wet- en regelgeving Bijlage 3: Stappenplan ontheffingsplicht
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 3 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
Samenvatting De initiatiefnemer BOEi is voornemens om aan de Eikenstraat 5 te Ellecom renovatiewerkzaamheden uit te voeren aan een oude turnhal. Hierbij worden de kopse kanten omgevormd tot kantoren en woningen en bestaat voor het middengedeelte een culturele functie. Om in het kader van ruimtelijke ontwikkeling te voldoen aan de Wet natuurbescherming, heeft GRAS Advies op verzoek van BOEi een aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming uitgevoerd op bovengenoemde locatie. Dit aanvullend onderzoek vloeit voort uit de resultaten van een eerder uitgevoerd verkennend onderzoek (quickscan) Wet natuurbescherming (GRAS Advies, 2023). Het geeft uitsluitsel over de mogelijke aanwezigheid van wettelijk beschermde steenmarters, vleermuizen, huismussen, gierzwaluwen, uilen, rugstreeppadden en reptielen en hun essentiële habitatfuncties in het projectgebied. Het beoordeelt of deze soorten(groepen) en hun functioneel leefgebied negatieve effecten ondervinden van de beoogde ingreep en of verbodsbepalingen mogelijk worden overtreden. Met deze kennis is onderbouwd of de beoogde ontwikkeling redelijkerwijs uitvoerbaar is of dat mogelijk een ontheffingsaanvraag of andere maatregelen en/of vervolgstappen noodzakelijk zijn. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn als volgt: 1
De aanwezigheid van essentiële habitatfuncties van de volgende soorten is vastgesteld. Deze soorten zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn.
● ● ● ● ●
Gewone dwergvleermuis (1 zomerverblijfplaats) Gewone dwergvleermuis (1 zomer/paarverblijfplaats) Gewone dwergvleermuis (3 paarverblijfplaats) Gewone grootoorvleermuis (jaarrond gebruikte verblijfplaats) Kerkuil (één vaste rustplaats)
Ontheffingsplicht Gezien de resultaten van dit aanvullend soortenonderzoek en de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, geldt voor de bovenstaande soorten een ontheffingsplicht. 2
De aanwezigheid van essentiële habitatfuncties van huismussen, gierzwaluwen, steenmarters, reptielen en rugstreeppadden kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten Door de volgende noodzakelijke maatregelen in acht te nemen, worden negatieve effecten op habitatfuncties voor onderstaande beschermde soorten en op gebieden voorkomen:
● ●
3
Het aansluitende bosperceel (NNN-gebied) wordt vrijgehouden van kunstlicht. Het is niet toegestaan nachtelijke verlichting deze richting op te schijnen om verstoring van de aanwezige soorten uit te sluiten. Nesten van broedvogels worden niet verstoord. Verstoring wordt voorkomen door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren, maatregelen te nemen zodat nesten binnen het projectgebied en binnen het NNN-gebied geen hinder ondervinden, of een broedvogelinspectie en vrijgave te laten plaatsvinden vóór aanvang van desbetreffende werkzaamheden. De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het: a. voorkomen, b. beperken en c. ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur (Wnb Artikel 1.11).
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 4 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
1 Inleiding In opdracht van BOEi heeft GRAS Advies een aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming uitgevoerd in de Eikenstraat 5 te Ellecom. De opdrachtgever is voornemens hier de bestaande turnhal uit 1943 te renoveren en inpandig te voorzien van enkele woningen en kantoren. Voor het middengedeelte bestaat een culturele functie. Het omliggende terrein wordt opnieuw ingericht waarbij de parkeerplaatsen verschuiven en kleine bijgebouwen worden mogelijk gesloopt. Bij dergelijke ruimtelijke ingrepen verplicht de Wet natuurbescherming te toetsen of aanwezige beschermde plant- en diersoorten geen negatieve effecten ondervinden van de beoogde ontwikkeling. Eerder uitgevoerd verkennend onderzoek (quickscan) naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna op de bovengenoemde locatie (GRAS Advies, 2023), kon de aanwezigheid van de volgende soorten niet uitsluiten: ● ● ● ● ● ● ●
Vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis) Huismussen Gierzwaluwen Uilen Rugstreeppadden Steenmarters Reptielen
Op basis hiervan is nader onderzoek naar deze soorten verricht. Dit aanvullende soortenonderzoek geeft uitsluitsel over de aanwezigheid of afwezigheid van bovengenoemde soorten en adviseert over de te nemen vervolgstappen. Het onderbouwt of de beoogde ruimtelijke ontwikkeling redelijkerwijs uitvoerbaar is of dat mogelijk verbodsbepalingen worden overtreden en een ontheffingsaanvraag en/of andere maatregelen noodzakelijk zijn. Aanvullend soortenonderzoek is een uitgebreid en afgestemd soortgericht onderzoek. Het bestaat uit een bureaustudie en meerdere veldinventarisaties waarbij onderzoeksmethoden en richtlijnen uit erkende en soort specifieke kennisdocumenten en/of soortprotocollen worden toegepast. Met inachtneming van wettelijke kaders, de kenmerken van de beoogde ontwikkeling en de gerelateerde werkzaamheden wordt beoordeeld of aanwezige soorten, hun functioneel leefgebied en essentiële habitatfuncties negatieve effecten ondervinden van de beoogde ingreep. Indien een ontheffingsaanvraag of andere ecologische maatregelen en/of vervolgstappen noodzakelijk worden geacht, kan GRAS Advies adviseren en begeleiding bieden in het vervolgtraject. Verspreidingsgegevens In dit rapport is informatie verwerkt afkomstig uit de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF).
Deze informatie mag (zolang de datavoorziening niet open en toegankelijk is) zonder toestemming van BIJ12 niet worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar worden gemaakt. Indien relevant zal GRAS Advies verspreidingsgegevens die zijn verkregen door veldinventarisaties binnen en/of rondom het projectgebied na een periode van 2 jaar openbaar maken binnen de omgeving van de NDFF. Dit rapport presenteert de uitkomsten van het aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming en de eventuele noodzakelijke vervolgstappen. Het is onlosmakelijk verbonden aan het verkennend onderzoek (quickscan) Wet natuurbescherming, Eikenstraat 5, Ellecom (GRAS Advies, 2023). GRAS Advies adviseert, indien van toepassing, uitkomsten als verplichting vast te leggen voor de uitvoerende partij. Gebiedskenmerken van het huidige projectgebied en een globale beschrijving van de beoogde ontwikkeling zijn opgenomen in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 beschrijft de toegepaste onderzoeksmethodiek, gevolgd door een beknopte samenvatting van het relevante wettelijk kader in hoofdstuk 4. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in hoofdstuk 5. Hier worden alle relevante soorten beschreven die mogelijk voorkomen, inclusief het effect van de beoogde ontwikkeling op deze soorten en hun functionele leefgebied.
De conclusies zijn opgenomen in hoofdstuk 6 waarin de belangrijkste resultaten, mogelijke maatregelen en vervolgstappen worden samengevat. Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 5 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
Reikwijdte en beperkingen Dit aanvullend soortenonderzoek richt zich tot Hoofdstuk 3 Artikel 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming. Informatie met betrekking tot gebiedsbescherming, houtopstanden en stikstof vallen buiten de scope van dit onderzoek. De ecologen van GRAS Advies spannen zich maximaal in om onderzoek zo zorgvuldig mogelijk uit te voeren. Desondanks zal nooit een volledig beeld van de aanwezige flora en fauna gegeven kunnen worden. GRAS Advies kan daarom geen aansprakelijkheid aanvaarden voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en/of fauna. Geldigheidsduur onderzoek: Momenteel bestaan er geen landelijke richtlijnen betreft de geldigheidsduur van aanvullende soortenonderzoeken. Desalniettemin kan bevoegd gezag hieraan een termijn koppelen en actuele gegevens vereisen. Doorgaans wordt een termijn van 3 jaar aanbevolen. GRAS Advies adviseert daarom de termijn van 3 jaar niet te overschrijden. Dit rapport gaat in op de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling zoals beschreven in paragraaf 2.2. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten en hun functioneel leefgebied leiden.
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 6 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
2 Gebiedskenmerken en beoogde ontwikkeling 2.1
Gebiedsbeschrijving
Gegevens Adres: Plaats: Gemeente: Provincie:
Eikenstraat 5 Ellecom Rheden Gelderland
Locatie en omgeving Het projectgebied bevindt zich aan de buitenrand van het landelijke Ellecom in de groene gemeente Rheden tussen de plaatsen De Steeg en Dieren. Het wordt grotendeels omgeven door bossen en weilanden. Ten noordwesten ligt de Zutphensestraatweg die meerdere plaatsen verbindt. Net naast het projectgebied ligt aan deze zijde een hotel. Het projectgebied wordt omsloten door bos, bomen, wei- en graslanden. Een deel van het aangrenzend bos aan de zuidwestzijde van het projectgebied is recent gekapt. Het overige aangrenzende bos aan de oost-, zuid- en westzijde is onderdeel van beschermd Natuurnetwerk Nederland gebied (Paragraaf 2.2). Afbeelding 2.1 toont de ligging van het projectgebied. Terrein en kenmerken De oppervlakte van het projectgebied bedraagt ca. 10000m2. Afbeelding 2.2 toont een luchtfoto van het projectgebied, inclusief begrenzing. Het terrein wordt bepaald door een oude turnhal uit 1943, twee bijgebouwen, een “tiny house” en braakliggend terrein. Afbeelding 2.3 geeft een impressie van het projectgebied.
Afbeelding 2.1: Ligging van het projectgebied (rood kader).
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 7 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
Afbeelding 2.2: Luchtfoto met begrenzing van het projectgebied (rood kader).
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 8 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
Afbeelding 2.3: Impressie van het projectgebied.
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 9 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
2.2
Natuurnetwerk Nederland
Het dichtstbijzijnde gebied behorend tot het Natuurnetwerk Nederland ligt tegen de zuidelijke grenzen van het projectgebied aan en is onderdeel van het zogeheten Gelders Natuurnetwerk (GNN). Afbeelding 2.4 toont de locatie van het projectgebied t.o.v. GNN. Dit GNN gebied wordt gekenmerkt door broekbos ofwel vochtige alluviale bossen en bestaat voornamelijk uit soorten waaronder populieren en zwarte els. Het projectgebied zelf maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en is onderdeel van de Groene ontwikkelingszone (Afbeelding 2.4). Gezien de oppervlakte van dit aangrenzend bosperceel en de locatie, is het niet aannemelijk dat dit deel geschikt is als essentiële verblijfplaats voor beschermde soorten. Zoals Afbeelding 2.5 laat zien betreft het hier een relatief smalle bosstrook tussen bebouwing, een voetbalveld, paddelbaan, akkerland en weilanden in. Het bos is relatief open, er loopt een weg doorheen, het is een bekende wandelplek en toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer. Wel maakt het bosperceel onderdeel uit van een mogelijke migratieroute aldaar het bospercelen verbindt. De beoogde ontwikkeling veroorzaakt geen habitatverlies. Het blijft buiten de grenzen van het NNN-gebied.
Daarnaast zal directe verstoring door bijvoorbeeld licht, geluid en trillingen door de beperkte omvang van de werkzaamheden en beoogde ontwikkeling minimaal zijn of (gezien de locatie en omgeving) zelfs te verwaarlozen. Desalniettemin zijn er maatregelen betreffende werktijden en broedvogels noodzakelijk om het voorkomen van eventuele verstoring te garanderen. Dus staan beschreven in een ecologisch werkprotocol. Het is aannemelijk dat zangvogels de bomen en bosschages om het projectgebied als broedlocatie (gaan) gebruiken. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen, globaal tussen 15 maart en 15 juli, uit te voeren. Ook is het mogelijk vlak voor de werkzaamheden het onderzoeksgebied te laten controleren op de aanwezigheid van broedende vogels door een deskundig ecoloog.
Afbeelding: 2.4: Projectgebied (rood kader) ten opzichte van Gelders Natuurnetwerk (gearceerd) (Bron: Gelderland.nl, z.d.).
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 10 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
Afbeelding 2.5: Kenmerken van het NNN-gebied aangrenzend aan het projectgebied.
2.3
Beoogde ontwikkeling
De initiatiefnemer is voornemens om het gebouw, een turnhal uit 1943, te renoveren. Aan de kopzijden worden twee woningen gerealiseerd en komen kantoren. Voor de hal in het midden van het gebouw staat een culturele functie gepland. Het stenen bijgebouw achter de turnhal (zuidzijde) en houten bijgebouw (zuidwestzijde) zullen mogelijk worden afgebroken. De exacte planning van de werkzaamheden is nog niet bekend maar omvatten in ieder geval: ● steigerwerk ● inbouw ● stut- en sloopwerk ● beton- en metselwerk ● dakwerkzaamheden en dakbedekking ● timmerwerk en schilderwerk aan kozijnen, ramen en deuren ● loodgieterswerk ● straalwerkzaamheden ● aanbrengen beveiligingsinstallies
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 11 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
3 Onderzoeksmethodiek Het onderzoek wordt uitgevoerd om te beoordelen of de beoogde ruimtelijke ontwikkeling een mogelijk significant negatief effect heeft op (wettelijk) beschermde plant- en diersoorten. Hiervoor is het noodzakelijk om aanwezige soorten vast te stellen en locaties van habitatfuncties te bepalen. De door GRAS Advies gehanteerde onderzoeksmethodiek is globaal onder te verdelen in 3 stappen. 1 Bureauonderzoek Voor relevante datavisualisatie, projectinformatie en soorteninformatie is onder andere Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Eikenstraat 5, Ellecom (GRAS Advies, 2023) geraadpleegd. Hierbij zijn gegevens overgenomen en aanvullende informatie verzameld over: ● ● ● ●
locaties van habitatfuncties van mogelijk aanwezige beschermde soorten; gebiedskenmerken en mogelijke huidige ruimtelijke en ecologische veranderingen; soortspecifieke verspreidingsgegevens (indien van toepassing) waaronder broedgegevens en verspreidingsatlassen; geschikte onderzoeklocaties.
Mogelijke aanwezigheid van soorten, locaties van soortspecifieke/gebonden gebiedsfuncties en de locaties waar de trefkans van de te onderzoeken soorten het hoogst zijn, worden hiermee bepaald. Aan de hand van deze gegevens zijn soortspecifieke onderzoeksmethoden vastgesteld en veldonderzoeken gepland. 2 Veldonderzoek Soortgerichte onderzoeken zijn in en rondom het projectgebied uitgevoerd. De door GRAS Advies gehanteerde veldonderzoeksmethodiek is (indien beschikbaar) conform aanbevolen methoden en richtlijnen, beschreven in erkende soortspecifieke kennisdocumenten en protocollen. Onderzoek vereist doorgaans meerdere veldbezoeken en onderzoeksperioden zijn veelal verbonden aan vaste perioden. GRAS Advies combineert waar mogelijk soortspecifiek onderzoek om zodoende veldbezoeken te beperken. In Bijlage 1 worden de soortspecifieke onderzoeksmethoden beschreven. 3 Analyse Na afronding van veldonderzoeken worden gegevens zoals velddata, waarnemingen en bevindingen verzameld. De analyse van deze gegevens bestaat uit: ● ● ● ● ●
bepalen soort en aanwezigheid; bepalen locaties (essentiële) habitatfuncties; beoordelen kenmerken van beoogde ontwikkeling (zoals duur, periode, invloedsfeer); beoordelen effecten beoogde ontwikkeling op aanwezige soorten en habitatfuncties; bepalen mogelijke gevolgen, maatregelen en (wettelijke) vervolgstappen.
GRAS Advies is een ecologisch adviesbureau en voert verkennend veldonderzoek uit volgens geldende soortprotocollen. De deskundige ecologen van GRAS Advies zijn middels opleiding en ervaring bevoegd voor de verrichte werkzaamheden. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NEN-EN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 12 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
4 Wettelijk kader Wet- en regelgeving omtrent natuurbeleid is voornamelijk geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Binnen deze kaderwet is Internationale en Europese wet- en regelgeving opgenomen en het biedt provincies de mogelijkheid op provinciaal niveau natuurbeleid toe te passen. In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen en soortgelijke activiteiten dient deze wet in acht te worden genomen. De wet is gericht op het beschermen van gebieden, houtopstanden en soorten. Bijlage 3 bevat een uitgebreid overzicht betreft Wet- en regelgeving omtrent soorten. Beschermde soorten Alle in het wild levende plant- en diersoorten zijn tot op zekere hoogte beschermd. Hiervoor geldt de zorgplicht. De Wet natuurbescherming heeft de bescherming van soorten onderverdeeld in drie beschermingsregimes, namelijk 1. soorten die vallen onder de Vogelrichtlijn, 2. soorten die vallen onder de Habitatrichtlijn (beide Internationaal beschermd) en 3. soorten die vallen onder Andere soorten (Nationaal beschermd). Deze verschillende beschermingsregimes hebben ieder specifieke verbodsbepalingen. Uitzonderingen op de verbodsbepalingen binnen de Wnb zoals beschreven onder Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en Andere soorten kunnen gelden indien: ● ● ●
een vrijstelling voor de specifieke soort geldt (nationaal beschermde soorten); gewerkt wordt met een Gedragscode (nationaal en internationaal beschermde soorten); een ontheffing is verkregen (nationaal en internationaal beschermde soorten).
Broedvogels Bij ruimtelijke ingrepen of activiteiten van soortgelijke aard, dient er zorg gedragen te worden voor broedvogels die effecten ondervinden van de geplande werkzaamheden. Nesten mogen niet worden beschadigd of vernield. Voor vogelsoorten die ieder jaar een nieuw nest bouwen geldt dat nesten beschermd zijn zolang de broedperiode van de soort duurt. Indien er soorten aanwezige zijn die vallen onder soorten met jaarrond beschermde nesten, is, indien deze groep effecten ondervindt van de werkzaamheden, te allen tijde een ontheffing nodig.
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 13 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
5 Resultaten Hoofdstuk 5 behandeld welke beschermde soorten mogelijk voorkomen in en rondom het projectgebied, welke habitatfuncties zijn onderzocht, of deze functies aanwezig en essentieel zijn, en wat de verwachte negatieve effecten op deze functies zijn als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Soorten en functies zijn opgenomen op basis van het eerder uitgevoerd verkennend onderzoek (GRAS Advies, 2023). De aanwezigheid van habitatfuncties; in hoeverre deze essentieel zijn voor de aanwezige soort en het negatief effect op deze functie, is gebaseerd op resultaten verkregen tijdens dit onderzoek. Tabel 5.1 toont alle data en specificaties van veldbezoeken. Tabel 5.1: Data en specificaties veldbezoeken.
Datum
Soort
Tijdstip
15-03-2023
Uilen
27-03-2023
Uilen
03-04-2023
Huismus
19-04-2023
24-04-2023
Huismus & Reptielen Uilen & Rugstreeppad Steenmarter
02-05-2023
Steenmarter
15-05-2023
31-05-2023
Steenmarter & Reptielen Vleermuizen & Gierzwaluw & Rugstreeppad Gierzwaluw
19.30 – 21.45 21.43 – 23.33 10.31 – 11.45 09.55 – 11.33 21.30 – 00.00 15:50 – 16:30 11:56 – 13:00 11:30 – 13:46 21.19 – 23.40
06-06-2023
Reptielen
21-06-2023
Vleermuizen & Gierzwaluw & Rugstreeppad Vleermuizen
19-04-2023
17-05-2023
22-06-2023 17-07-2023 16-08-2023
Steenmarter & Reptielen Reptielen
30-08-2023
Vleermuizen & uilen
12-09-2023
Reptielen
21-09-2023
Vleermuizen
Projectcode: Versie: 1.0
Aantal onderzoekers 1 1 1 1 1 1 1 1 3
20.30 22.30 10.22 12.20 21.00 00.10
–
1
–
1
–
3
03.16 05.30 14:00 15:30 11:38 12:38 22:00 00:00 09:30 10:30 21:0023:00
–
2
–
1
–
1
–
1
–
1 1
Weersomstandigheden
Reden veldbezoek / onderzoek
7° C, onbewolkt, droog, wind O, 1 Bft 4° C, bewolkt, droog, wind NO, 3 Bft 3° C, onbewolkt, droog, wind O, 4 Bft 9° C, onbewolkt, droog, wind NO, 4 Bft 10° C, onbewolkt, droog, wind NO, 2 Bft 10° C, licht bewolkt, motregen, wind W, 2 Bft 9° C, licht bewolkt, droog, wind N, 2 Bft 16° C, onbewolkt, droog, wind NW, 2 Bft 12° C, onbewolkt, droog, wind N, 3 Bft
Nest- en rustplaatsen
24° C, onbewolkt, droog, wind NO, 2 Bft 11° C, onbewolkt, droog, wind N, 3 Bft 26° C, onbewolkt, droog, wind ZW, 1 Bft 18° C, onbewolkt, droog, wind NO, 1 Bft 17° C, bewolkt, droog, wind ZW, 4 Bft 22° C, onbewolkt, droog, wind N, 1 Bft 16° C, licht bewolkt, droog, wind W, 2 Bft 19° C, bewolkt, droog, wind Z, 3 Bft 18° C, onbewolkt, droog, wind NO, 1 Bft
Pagina 14 van 25
Nest- en rustplaatsen Nest- en rustplaatsen Nest- en rustplaatsen Plaatsen herpetoplaten Nest- en rustplaatsen Kooractiviteit en eisnoeren Plaatsing materiaal Verversen materiaal Verversen materiaal Herpetoplaten check Kraam- en zomerverblijven Nest- en rustplaatsen Kooractiviteit en eisnoeren Nest- en rustplaatsen Herpetoplaten check Kraam- en zomerverblijven Nest- en rustplaatsen Kooractiviteit en eisnoeren Kraam- en zomerverblijven Ophalen materiaal Herpetoplaten check Herpetoplaten check Paarverblijven Nest- en rustplaatsen Herpetoplaten check Ophalen materiaal Paarverblijven
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
5.1
Vleermuizen
Alle vleermuizen zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn. Verblijfplaatsen zijn doorgaans te vinden in holten, kieren en andere openingen in bomen of gebouwen. Vleermuizen komen bijna overal voor en prefereren gesloten tot halfopen landschap waar ze in de beschutting van opgaande elementen foerageren langs een vast netwerk van lijnvormige structuren zoals kanalen, lanen, tuinen, boomkruinen, bebouwing en waterpartijen. Volgens verspreidingsgegevens komen in en rondom het projectgebied mogelijk de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), rosse vleermuis (Nyctalus noctula), gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) en laatvlieger (Eptesicus serotinus) voor. Uit het verkennend onderzoek is gebleken dat er mogelijk zomer- en paarverblijfplaatsen van vleermuizen onder balken, riet, dakbekleding, dakpannen en aan de binnenzijde van de turnhal aanwezig zijn. Rondom de turnhal en de bijgebouwen zijn meerdere openingen in de muren en ramen gevonden waar vleermuizen door naar binnen kunnen vliegen. In de turnhal is tevens een stapel vlindervleugels en uitwerpselen aangetroffen wat duidt op de mogelijk aanwezigheid van de gewone grootoorvleermuis (BIJ12, 2017b). Massawinterverblijfplaatsen zijn uitgesloten vanwege de hoogte van het gebouw. Milde winterverblijfplaatsen zijn niet uitgesloten.
Daarnaast is gebleken dat het projectgebied mogelijk geschikt is als foerageergebied en als vliegroute voor vleermuizen. Gezien de omgeving en de aanwezigheid van alternatieve foerageergebieden en vliegroutes, zijn deze functies niet geclassificeerd als essentieel. In het voor- en najaar van 2023 is aanvullend vleermuisonderzoek uitgevoerd conform het protocol voor vleermuisinventarisaties Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging (2021) (Zie Bijlage 1). Dit onderzoek bestaat uit in totaal 5 onderzoekmomenten met meerdere waarnemers. Zie tabel 5.2 voor de data, tijden, aantal onderzoekers en weersomstandigheden tijdens de onderzoeken. Waargenomen soorten De gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en gewone grootoorvleermuis zijn waargenomen tijdens de voorjaarsonderzoeken. De ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis zijn beide tweemaal foeragerend waargenomen waarvan eenmaal ten noordoosten van het projectgebied. Ook de laatvlieger is waargenomen waarbij het dier noordwaarts overvloog. In het geval van de gewone dwergvleermuis zijn ten noorden van het projectgebied en rondom de turnhal meerdere waarnemingen gedaan, variërend tussen 1 en 4 dieren.
Het betrof hier foeragerende dieren waarbij soms strak langs de turnhal langs meerdere hoeken werd gevlogen, en ook onder het dak door heen en weer naar de bosschages en over het gebouw richting het bos aan de zuidzijde van het projectgebied. Aan de zuidzijde van de turnhal is eenmaal een gewone grootoorvleermuis gehoord. Deze soort is hoogstwaarschijnlijk ook binnen de turnhal actief aangezien hier mogelijk beeldmateriaal van deze soort is vastgelegd. Tijdens de onderzoeken in het najaar zijn er op 30 augustus 1 tot 3 baltsende gewone dwergvleermuizen waargenomen zowel langs de westelijke gevel van de turnhal als binnen in de turnhal. Op 21 september zijn er 2 tot 3 baltsende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Op 30 augustus is binnen de hal een gewone grootoorvleermuis aangetroffen hangend aan een balk. Onder het dier op de grond lagen restanten vinder vleugels. Verblijfplaatsen Tijdens de veldbezoeken in zowel het voorjaar als het najaar zijn verblijfplaatsen vastgesteld. Jaarrond gebruikte verblijfplaats gewone grootoorvleermuis Tijdens het veldbezoek op 30 augustus 2023 is een gewone grootoorvleermuis hangend aan een balk waargenomen aan de binnenzijde van de turnhal (Afbeelding 5.1). Direct onder deze gewone grootoorvleermuis is een hoopje vlindervleugels gevonden wat duidt op langer gebruik van deze locatie.
Er wordt uitgegaan van een jaarrond gebruikte verblijfplaats van de gewone grootoorvleermuis.
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 15 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
Afbeelding 5.1. Gewone grootoorvleermuis hangend aan een balk (links) en vraatsporen (rechts).
Zomerverblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek op 22 juni 2023 zijn twee gewone dwergvleermuizen waargenomen die in de nok aan de westzijde van de turnhal zijn ingevlogen (Afbeelding 5.2). Zomerverblijfplaatsen (2) zijn hiermee vastgesteld (BIJ12, 2017a).
Afbeelding 5.2: Invlieglocaties gewone dwergvleermuizen (één zomerverblijfplaats en één zomer/paarverblijfplaats).
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 16 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
Paarverblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek op 30 augustus is een baltsende invliegende gewone dwergvleermuis waargenomen op de zelfde locatie als de zomerverblijfplaats. Tijdens het veldbezoek van 21 september zijn drie invliegende baltsende gewone dwergvleermuizen waargenomen binnen het projectgebied. Een van de paarverblijfplaatsen bevind zich in een balk onder de overkapping van de turnhal en de ander in de reling van de trap op een van de bijgebouwen (Afbeelding 5.3). De laatste baltsende gewone dwergvleermuis is aangetroffen aan de binnenzijde van de hal. Deze vleermuis tikte een aantal keer alvorens in te vliegen.
Afbeelding 5.3. Locaties gevonden paarverblijfplaatsen van de gewone dwergveermuis.
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 17 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
Effectenbeoordeling Er zijn binnen het projectgebied meerdere zomer- en paarverblijfplaatsen aangetroffen van de gewone dwergvleermuis en 1 jaarrond gebruikte verblijfplaats van de gewone grootoorvleermuis. Deze laatste verblijfplaats kan daarnaast ook de functie als zomer- en winterverblijfplaats hebben (BIJ12, 2017b) en wordt daarom beschouwd al een jaarrond verblijf. De verblijfplaatsen zijn aangetroffen aan twee kanten net onder de westelijke nok van de turnhal, in het trappenframe van het stenen bijgebouw, onder de overkapping en binnen in de turnhal. Afbeelding 5.4 toont alle locaties van aangetroffen verblijfplaatsen binnen het projectgebied. Deze verblijfplaatsen voorzien in een essentiële habitatfunctie en bevinden zich binnen de invloedsfeer van beoogde ontwikkeling. Doordat er renovatie plaatsvindt, inclusief bouw en mogelijk een functieverandering, worden deze verblijfplaatsen mogelijk verstoord of vernield en kunnen mogelijk verdwijnen. De beoogde ontwikkeling heeft hierdoor een negatief effect op deze essentiële habitatfunctie van de vleermuizen in het projectgebied. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor de uitvoering van de werkzaamheden vereist.
Afbeelding 5.4: Locaties van verblijfplaatsen van vleermuizen in het projectgebied. Zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis (rood), zomer/paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis (geel), paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis (groen) en jaarrond verblijfplaats van de gewone grootoorvleermuis (paars).
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 18 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
5.2
Huismussen
De huismus (Passer domesticus) wordt beschermd onder de Vogelrichtlijn. Het is een standvogel die vooral nestelt in de buurt van bebouwing. Ze komen vooral voor in steden, dorpen en landelijk gebied en in mindere mate in agrarisch gebied. Huismussen zijn sociale dieren die alles in groepsverband doen en ze blijven het gehele jaar dicht bij de nestplaats. Essentieel is dat alle habitatfuncties rondom de nestplaats aanwezig zijn. Dit omvat nestgelegenheid, voedsel, water, stofbaden en voldoende dekking (BIJ12, 2023). Huismussen komen volgens verspreidingsgegevens mogelijk voor binnen en/of rondom het projectgebied. Uit verkennend onderzoek is gebleken dat het dak van de turnhal en de daken van de twee bijgebouwen door de aanwezigheid van openingen mogelijk geschikt zijn voor verblijfplaatsen van gebouw bewonende soorten waaronder de huismus. Er zijn tijdens het verkennend onderzoek geen huismussen of nesten waargenomen. In het voorjaar van 2023 is aanvullend onderzoek uitgevoerd conform Het Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2023) en Netwerk Groene Bureaus (2017) (Zie Bijlage 1). Dit onderzoek bestaat uit in totaal 2 onderzoekmomenten. Zie tabel 5.2 voor de data, tijden, aantal onderzoekers en weersomstandigheden tijdens de onderzoeken. Nest- en rustplaatsen Tijdens veldbezoeken zijn geen nestlocaties van huismussen aangetroffen binnen het projectgebied.
Aan de overzijde van het projectgebied is een nestlocatie aangetroffen onder de eerste rij dakpannen van een vrijstaande woning. Deze broedende huismus is eenmalig waargenomen binnen het projectgebied, foeragerend op een vetbol. Overige waarnemingen zijn binnen het projectgebied niet gedaan. De aanwezigheid van nestlocaties binnen de grenzen van het projectgebied kan hiermee worden uitgesloten. Foerageergebied Het projectgebied maakt slechts in zeer beperkte mate deel uit van het leefgebied van de aanwezige huismussen. Grote delen zijn ongeschikt als foerageergebied wat wordt bepaald door het braakliggend terrein. Er zijn, op een eenmalige waarneming van een huismus op een vetbol na, geen foeragerende huismussen binnen het projectgebied waargenomen. Er is geen sprake van een essentieel foerageergebied. Effectenbeoordeling Er zijn geen nest- of rustplaatsen binnen het projectgebied aangetroffen en op een enkel foeragerend individu na, wordt het projectgebied niet gebruikt als foerageerlocatie door de huismussenpopulatie in de buurt. Aangezien huismussen in het naastgelegen pand buiten de invloedsfeer van de beoogde ontwikkeling broeden en er kwalitatief hoogwaardig foerageergebied (bosschages, stuiken, weilanden e.d.) in de gehele omgeving aanwezig is, voorziet het projectgebied niet in essentiële habitatfuncties voor huismussen.
De beoogde ontwikkelingen leiden daarmee niet tot overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor de huismus is daarom niet nodig.
5.3
Gierzwaluwen
De gierzwaluw (Apus apus) wordt beschermd onder de Vogelrichtlijn. Het is een trekvogel met zijn winterbiotoop in tropisch Afrika en komt enkel rond de zomermaanden in ons land voor. Gierzwaluwen zijn semi koloniebroeders en gebruiken doorgaand jaarlijks hetzelfde nest. Nestplaatsen zijn gebonden aan bebouwing en ze komen voor in steden en dorpen waar ze nestelen in spleten, kieren en ventilatieschachten van gebouwen of onder dakpannen. Gierzwaluwen kunnen niet opvliegen en om het nest te verlaten, gebruiken ze een vrijeval. Foerageergebieden zijn afhankelijk van het voedselaanbod en kunnen ver van de nestlocatie liggen (BIJ12, 2017c). De gierzwaluw komt volgens verspreidingsgegevens mogelijk binnen en/of rondom het projectgebied voor. Uit het verkennend onderzoek is gebleken dat door de aanwezigheid van openingen aan beide korte zijdes van de nokken in de turnhal, nestlocaties van gierzwaluwen mogelijk aanwezig kunnen zijn. Er zijn tijdens het verkennend onderzoek geen gierzwaluwen of nesten waargenomen. In het voorjaar en zomer van 2023 is aanvullend onderzoek uitgevoerd conform Het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017c) en Netwerk Groene Bureaus (2017) (Zie Bijlage 1). Dit onderzoek bestaat uit in totaal Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 19 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
3 onderzoekmomenten. Zie tabel 5.2 voor de data, tijden, aantal onderzoekers en weersomstandigheden tijdens de onderzoeken. Nestplaatsen Tijdens de veldbezoeken die deels zijn gecombineerd met vleermuisonderzoek, zijn geen in- of uitvliegende gierzwaluwen of laagvliegende gierzwaluwen nabij het projectgebied vastgesteld. Wel zijn er tijdens de 3 veldbezoeken 2 tot 3 hoogvliegende gierzwaluwen waargenomen. Geen van deze gierzwaluwen had gebouw gebonden gedrag. Het projectgebied voorziet hiermee niet in essentiële nestplaatsen en/of essentieel foerageergebied voor gierzwaluwen. Effectenbeoordeling Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van essentieel leefgebied voor gierzwaluwen. Er zijn geen broedende gierzwaluwen in of rondom het projectgebied vastgesteld. Wel zijn er hoogvliegende gierzwaluwen waargenomen waarbij er geen relatie met het projectgebied gelegd kan worden. Gezien de beoogde ontwikkeling kan worden geconcludeerd dat gerelateerde werkzaamheden geen negatief effect hebben op de essentiële habitatfuncties van gierzwaluwen. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor gierzwaluwen is niet nodig.
5.4
Uilen
Uilen zijn beschermd onder de Vogelrichtlijn en het zijn doorgaans standvogels. Bosuilen (Strix aluco) zijn extreme standvogels en zijn gebonden aan oude bomen in gemengde bossen en loofbossen. De soort is af en toe te vinden in oude parken en tuinen in de bebouwde omgeving. Het is doorgaans een holenbroeder al broeden ze incidenteel op daken, op de grond of in grote nestkasten. De aanwezigheid van oude bomen is dan ook belangrijk voor de soort en in jaren waarin voedsel schaars is begint de soort vaak niet aan een broedsel (Sovon, z.d.). Kerkuilen (Tyto alba) keren meestal terug naar hetzelfde gebied. Ze prefereren cultuurland met gras- en bouwlanden die worden begrensd door bosjes, houtwallen, heggen en kruidenrijke akkerranden. Ondanks ze incidenteel in holle bomen broeden, broeden ze doorgaans in hoge donkere en tochtvrije delen van bijvoorbeeld schuren (deze kunnen in strenge winters als foerageergebied dienen) en torens. Nesten worden soms jaarrond gebruikt (als rustplaats) al kan de winterverblijfplaats verschillen. Belangrijk is voldoende voedselaanbod, weinig versnippering van het gebied, donkere plekken en voldoende schuilplekken en uitkijkplaatsen (BIJ12, 2017d). De steenuil (Athene noctua) verblijft het gehele jaar in hun relatief klein territorium.
Ze prefereren kleinschalig agrarisch cultuurlandschap met afwisselende vegetatie en komen voor op erven, bij boerderijen, langs dorpsranden, moestuinen en weilandjes. Ze broeden in nestholten (van bomen of in gebouwen) die ze doorgaans jaarrond gebruiken als verblijf- en rustplaats. Voldoende variatie in voedselaanbod is belangrijk evenals voldoende uitkijkposten om te foerageren en een aaneengesloten leefgebied (BIJ12, 2017e). Volgens verspreidingsgegevens komen er binnen en/of rondom het projectgebied mogelijk uilen voor. Dit zijn de bosuil en kerkuil. De steenuil komt hier volgens expert judgement ook mogelijk voor gezien de omgeving en gebouwkenmerken. Tijdens het verkennend onderzoek zijn er in de turnhal braakballen van uilen gevonden en veren van de kerkuil. In de zolder van de turnhal is een (leeg/oud) nest aangetroffen en in het stenen bijgebouw (zuidzijde turnhal) hangt een kerkuilenkast. Nest- en rustplaatsen en foerageergebied Er zijn tijdens de veldbezoeken op 15 maart, 27 maart en 19 april geen waarnemingen van beschermde uilen gedaan binnen het projectgebied. Op 27 maart 2023 is er een kerkuil waargenomen. Deze vloog boven het veld ten noorden van de turnhal net buiten het projectgebied. Een territoriale krijs was duidelijk hoorbaar. Op 19 april zijn er baltsende bosuilen gehoord in de omgeving van de turnhal.
Op 19 april is een dode bosuil aangetroffen binnen de turnhal. Daarnaast is er op 16 augustus binnen de turnhal ook een dode kerkuil aangetroffen. Beide dieren waren recent overleden. Naar alle waarschijnlijkheid zijn deze dieren gestorven doordat ze geen uitgang hebben kunnen vinden.
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 20 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
Tijdens de najaarsonderzoeken voor vleermuizen zijn er door een aanwezige ecoloog op 30 augustus twee kerkuilen in de turnhal waargenomen. Hierbij vlogen de dieren meerdere malen door het gebouw en zijn op verschillende plekken in het gebouw aangetroffen. De dieren vertoonde ook territoriaal (krijsend) gedrag. De uilen zijn op meerdere momenten waargenomen met een minimale tussenperiode van ten minste 30 dagen. De uilen lijken de turnhal te gebruiken als vaste rustplaats en mogelijk als toekomstige nestlocatie. Op ongeveer 100 meter ten noordoosten van de turnhal hangt een kerkuilenkast in een open schuur. Effectenbeoordeling In gebruik zijnde nestplaatsen van uilen zijn binnen het projectgebied niet aangetroffen. Er zijn ook geen foeragerende uilen binnen het projectgebied waargenomen. Gezien de omliggende bossen, bosschages, velden en weilanden dienen de omliggende gebieden hoogstwaarschijnlijk als foerageergebied en bieden ze mogelijk ook nestgelegenheid. De waarnemingen van kerkuilen en het territoriale gekrijs duidt op de aanwezigheid van een territorium (BIJ12, 2017d). Daarnaast kan er door de waarnemingen binnen de turnhal (zowel dode als levende dieren) worden geconcludeerd dat tenminste één vaste rustplaats voor de kerkuil binnen de turnhal aanwezig is. Het projectgebied voorziet in essentiële rustplaatsen binnen de invloedsfeer van de beoogde ontwikkeling liggen.
Gezien de renovatie en bouw binnen de turnhal, heeft dit een negatief effect op deze essentiële habitatfunctie van de kerkuil. De beoogde ontwikkelingen leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor de kerkuil is daarom nodig.
5.5
Steenmarter
De steenmarter (Martes foina) is een nationaal beschermde soort die niet is vrijgesteld in de provincie Gelderland. De soort wordt gezien als een 'cultuurvolger' en dankt zijn naam aan zijn voorkeur voor steenachtig habitat zoals steengroeven en gebouwen. De soort is te vinden in parklandschap maar vooral in de buurt van dorpen, boerderijen en zelfs grote steden. Oude schuren, heggen en geriefbosjes zijn erg geschikt. Essentieel is de aanwezigheid van groenstroken, heggen, bosjes en bermen waar de soort foerageert (Zoogdiervereniging, z.d.). De steenmarter komt volgens verspreidingsgegevens mogelijk binnen en/of rondom het projectgebied voor. Er zijn tijdens het verkennend onderzoek sporen gevonden van steenmarter gevonden. Deze zijn binnen in de turnhal aangetroffen en bestaan uit meerdere (oude) uitwerpselen. Ook zijn er openingen in het pand aangetroffen waardoor de steenmarter makkelijk kan binnenkomen. In het voorjaar van 2023 is aanvullend onderzoek uitgevoerd conform Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming (Bouwens, 2017) en Brochure Soortenbescherming in Overijssel (Veldman & Troost, 2019). Dit onderzoek bestaat uit in totaal 2 onderzoekmomenten waarbij ingezet materieel (3 wildcamera’s) 12 weken operationeel zijn geweest. Zie tabel 5.1 voor de data, tijden, aantal onderzoekers en weersomstandigheden tijdens de onderzoeken.
Nest- en rustplaatsen Gedurende de onderzoeksperiode zijn er eenmalig beelden vastgelegd (video) van een steenmarter buiten de turnhal. De wildcamera die in de turnhal naast de oude uitwerpselen is gepositioneerd, heeft geen beelden van de steenmarter (of andere soorten) opgeleverd. Hiermee is aangetoond dat de turnhal in het Afbeelding 5.5: Passerende steenmarter aan de zuidzijde projectgebied niet meer voorziet in een nest- en/of buiten de turnhal. rustplaats voor de steenmarter.
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 21 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
Foerageergebied en verbindingsroutes Er zijn eenmalig beelden (video) van de steenmarter in het projectgebied vastgelegd waarbij het dier één wildcamera’s passeert (Afbeelding 5.5). Deze zijn allen op dezelfde datum opgenomen. Deze beelden zijn gemaakt buiten de turnhal aan de zuidzijde van het pand. Omdat het dier slechts eenmalig is waargenomen is het redelijkerwijs te concluderen dat het projectgebied niet voorziet in essentieel foerageergebied en/of in essentiële verbindingsroute. Effectenbeoordeling Gezien de omgeving (landelijk karakter, voldoende beschutting, dekking, groenstroken, boerderijen en overige gebouwen) en het feit dat de steenmarter maar enkele keren op wildcamera’s is vastgelegd, kan er geconcludeerd worden dat ondanks het projectgebied onderdeel is van zijn leefomgeving, het niet als essentieel kan worden geclassificeerd. Het leefgebied van de steenmarter bevinden zicht buiten de turnhal en buiten de invloedsfeer van de beoogde ontwikkeling en de ontwikkelingen hebben hierdoor geen negatief effect op (essentiële) habitatfunctie van de steenmarter. De beoogde ontwikkelingen leiden niet tot een overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor de steenmarter is daarom niet nodig.
5.6
Reptielen
Reptielen vormen een klasse van koudbloedige dieren waarvan een deel Nationaal beschermd wordt, of valt onder de bescherming van de Habitatrichtlijn. Reptielen komen voor in verschillende habitats, variërend van droge heide en zandgronden onder vegetatie en dood hout tot vochtige plaatsen, duinen, hoogveen en andere waterrijke gebieden. Habitatfuncties Tijdens het controleren van de herpetoplaten zijn geen reptielen aangetroffen. Tevens is er tijdens het systematisch aflopen van het projectgebied ook geen waarneming gedaan van reptielen. Effectenbeoordeling Het projectgebied voorziet niet in essentiële habitatfuncties van beschermde reptielen. De beoogde ontwikkelingen hebben daarmee geen negatief effect op deze soorten. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is niet nodig.
5.7
Rugstreeppadden
De rugstreeppad (Bufo calamita) is beschermd onder de habitatrichtlijn. Deze soort komt voor in stabiele vennen en sloten maar ook in gebieden met veel dynamiek waaronder braakliggend bouwterrein en zand- en klei afgravingen. Regenplassen, volgelopen greppels en gestagneerd water in bandensporen vormen ideale voortplantingsplaatsen. Voor zomer- en winterverblijfplaatsen gaat zijn voorkeur uit naar een zandige losse bodem op zonnige vorstvrije locaties met een snel opwarmende bodem maar ook dekking biedende tegels, banden etc. (BIJ12, 2017f). Habitatfuncties Uit eerdere waarnemingen is bekend dat de rugstreeppad bij plassengebied Rhederlaag in een straal van 2 km van het projectgebied voorkomt. Er zijn geen waarnemingen bekend van rugstreeppad binnen het projectgebied (NDFF; waarneming.nl). Tijdens de locatiebezoeken zijn geen exemplaren of ei-snoeren van rugstreeppadden waargenomen. Ook zijn er geen reacties gehoord na het afspelen van koorzang van de rugstreeppad. Effectenbeoordeling Het projectgebied voorziet niet in essentiële habitatfuncties van de rugstreeppad. De beoogde ontwikkelingen hebben daarmee geen negatief effect op deze soort. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is niet nodig.
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 22 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
6 Conclusies Op basis van de resultaten van dit aanvullend soortenonderzoek kan redelijkerwijs worden geconcludeerd dat onderstaande door de Wet natuurbescherming beschermde soort aanwezig zijn. Negatieve effecten op essentiële habitatfuncties van deze soorten als gevolg van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, zijn niet uit te sluiten. Met betrekking tot de beoogde ontwikkeling geldt voor deze soorten daarom een ontheffingsplicht. ● Gewone dwergvleermuis ● Gewone grootoorvleermuis ● Kerkuil Tabel 6.1 geeft per soort(groep) aan welke essentiële habitatfuncties worden aangetast, het aantal, areaal en/of lengte dat het betreft en wat het gevolg van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling op de desbetreffende habitatfunctie is. Tabel 6.1: Negatieve effecten op aanwezige essentiële habitatfuncties per soort(groep).
Soort(groep)
Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Kerkuil
Essentiële habitatfunctie Zomerverblijfplaats Paarverblijfplaats Zomer/paarverblijfplaats Jaarronde verblijfplaats Vaste rustplaats
Aantal/areaal/lengte 1 3 1 1 1
Negatief effect Verdwijning Verdwijning Verdwijning Verdwijning Verdwijning
De aanwezigheid van essentiële habitatfuncties van huismus, gierzwaluw, steenuil, steenmarter, reptielen en rugstreeppad kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Op sporadisch passerende exemplaren na, zijn er geen exemplaren of habitatfuncties van desbetreffende soorten binnen het projectgebied aangetroffen. GRAS Advies adviseert de resultaten en conclusies voor te leggen aan het bevoegd gezag, de provincie Gelderland. Het projectgebied maakt mogelijk deel uit van het leefgebied voor diverse (zang)vogels (GRAS Advies, 2023) Nesten van broedende vogels en hun omgeving zijn wettelijk beschermd en mogen niet worden verstoord. Verstoring wordt voorkomen door: ● verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren, of; ● maatregelen te nemen zodat nesten geen hinder ondervinden, of ● een broedvogelinspectie en vrijgave te laten plaatsvinden vóór aanvang van desbetreffende werkzaamheden. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het: a. voorkomen, b. beperken en c. ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur (Wnb Artikel 1.11).
Bij twijfel, of wanneer er tijdens werkzaamheden beschermde diersoorten worden aangetroffen, dient er direct contact opgenomen te worden met een ecoloog die kan bepalen of en op welke wijze de werkzaamheden binnen de Wet natuurbescherming plaats mogen vinden
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 23 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
Bronnen BIJ12 (2017a). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017, Utrecht. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Gewone grootvleermuis Plecotus auritus. Versie 1.0, juli 2017, Utrecht. BIJ12 (2017c). Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus, Versie 1.0, juli 2017, Utrecht. BIJ12 (2017d). Kennisdocument Kerkuil Tyto alba, Versie 1.0, juli 2017, Utrecht BIJ12 (2017f). Kennisdocument Rugstreeppad Bufo calamita, Versie 1.0, juli 2017 Utrecht. BIJ12 (2017e). Kennisdocument Steenuil Athene noctua, Versie 1,0, juli 2017, Utrecht BIJ12 (2023). Kennisdocument Huismus Passer domesticus, Versie 2.1, februari 2023, Utrecht. BIJ12 (z.d.). N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos. https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/natuurtypen/n14-vochtige-bossen/n14-01-rivier-en-beekbegeleidend-bos/ Geraadpleegd op 08-11-2023. Bouwens, S. (2017). Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Provincie Noord-Brabant. Zoogdiervereniging, 13 oktober 2017. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. – Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Gelderland.nl (z.d.). Gelderse natuurgebieden.
https://gelderland.maps.arcgis.com/apps/dashboards/c7b302b57c1b4ba4861cf95ca71eefa4 Geraadpleegd op 08-11-2023. GRAS Advies (2023). Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Eikenstraat 5, Ellecom. Versie 1. Huissen. Hunink, S. (2022). Lijst beschermde soorten Wet natuurbescherming. Natuurinclusief, Borculo. 13 p. Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. December 2016. Versie 1.3, 5p. Netwerk Groene Bureaus (2017). Soorteninventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. Juli 2017. Versie juli 2017. Overheid.nl (2021). Wet natuurbescherming. https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01 Datum geraadpleegd:12-01-2023. Raad van State (2021). Uitspraak 201903159/1/R2. https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@125948/ 201903159-1-r2/ Datum geraadpleegd: 16-01-2021. Sovon (z.d.). Bosuil. https://stats.sovon.nl/stats/soort/7610 Geraadpleegd op: 21-07-2023. Veldman, J., Troost, C. (2019). Brochure Soortenbescherming in Overijssel; Bunzing, egel, hermelijn en wezel. November 2019. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021). Vleermuisprotocol 2021, januari. Zoogdiervereniging (2021). Wet natuurbescherming. https://www.zoogdiervereniging.nl/wnb Datum geraadpleegd: 16-01-2023.
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 24 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
Zoogdiervereniging (z.d.). Steenmarter. https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/steenmarter Datum geraadpleegd: 07-11-2023.
Projectcode: Versie: 1.0
Pagina 25 van 25
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
Bijlage 1: Onderzoeksmethoden
Onderstaande beschrijft de gehanteerde soortspecifieke onderzoeksmethoden. Hoofdstuk 5, Tabel 5.1 geeft een overzicht van alle veldbezoekspecificaties. Vleermuizen Onderzoek wordt uitgevoerd om het aantal en de soort vast te stellen en om gebiedsfuncties (foerageergebied, vliegroute en verblijfplaats) te bepalen. Van een eventuele verblijfplaats kan worden vastgesteld of het een zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijf betreft. Hoofdstuk 5, tabel 5.1 toont de veldbezoekspecificaties. De methodiek gehanteerd door GRAS Advies is conform het protocol voor vleermuisinventarisaties Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging (2021) en de soortspecifieke kennisdocumenten van BIJ12. Het vleermuisprotocol hanteert de volgende richtlijnen: ● ● ●
● ●
Een voorjaarsonderzoek om een mogelijke functie als zomer- en/of kraamverblijf te onderzoeken. Dit onderzoek bestaat uit 3 bezoeken tussen 15 mei en 15 juli, waarvan minimaal één ’s ochtends en één in juni. Mogelijke vliegroutes en foerageergebied wordt ook tijdens deze periode vastgesteld. Een najaarsonderzoek om een mogelijke functie als paar- en/of winterverblijf te onderzoeken. Dit onderzoek bestaat uit 2 bezoeken tussen 15 augustus en 1 oktober. Minimaal een periode van 20 dagen tussen veldonderzoeken in het voor- en najaar m.u.v. (massa)winterverblijfplaatsen. De begin- en eindtijd is in de regel tot 2 uur na zonsondergang en vanaf 2 uur voor zonsopkomst. Bij paarverblijfplaatsen is dit doorgaans vanaf 1 uur na zonsondergang of tot zonsopkomst met minimaal één bezoek rond middernacht. Exacte planning omtrent vleermuisonderzoek is soortspecifiek en is afgestemd op de te verwachte soorten. Indien bijzondere soorten aanwezig zijn, kan eerdergenoemde onderzoekstijd worden verlengd door eerder te starten of later te eindigen. Tenminste 75% van het te observeren object moet worden overzien tijdens onderzoeken die gericht zijn op habitatfuncties.
Bepalen habitatfuncties en type verblijfplaats Tijdens het observeren van vleermuizen bepaalt het gedrag en aantallen welke habitatfuncties en typen verblijfplaatsen worden toegekend. GRAS Advies hanteert de volgende kenmerken: ● ● ● ● ● ● ●
Kraamverblijfplaats: uitvliegers zijn terugkerend en het betreft meer dan 10 exemplaren*. Zomerverblijfplaats: uitvliegers zijn terugkerend en het betreft minder dan 10 exemplaren* of individuen vliegen uit en keren niet terug. Wanneer de toegang wordt ‘aangetikt’ betreft het mogelijk een zomerverblijfplaats. Paarverblijfplaats: het betreft zwermgedrag en baltsroepen. (Soortspecifiek en zwermgedrag komt bij meer verblijfsfuncties voor). Massa winterverblijfplaats: het betreft zwermactiviteit van meer dan 10 exemplaren*. Winterverblijfplaats: het betreft zwermactiviteit van 5-10 exemplaren* of minder dan 5 exemplaren waarbij sociaal geluid detecteerbaar is. Vliegroute: frequent gebruik van lijnvormige structuren door meerdere exemplaren. Foerageergebied: frequent gebruik van een gebied en/of lijnvormige structuren zoals bomenrijen en water door meerdere exemplaren.
* Toegekende functies a.d.h.v. aantallen kunnen afwijken en zijn afhankelijk van lokale omstandigheden en intern deskundig oordeel. Voor het onderzoek naar vleermuizen aan de Eikenstraat 5 te Ellecom zijn vijf veldbezoeken afgelegd. Tijdens veldbezoeken wordt geïnventariseerd op geluid en zichtwaarnemingen en is gebruik gemaakt van Ultrasone microfoons (Echo Meter Touch 2 Pro) en een Pettersson D240x batdetector. Ultrasone geluiden zijn hiermee hoorbaar, opneembaar en analyseerbaar. Bij de uitgevoerde onderzoeken is gebruik gemaakt van een felle zaklamp.
Projectcode: Versie: 1.0
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5 te Ellecom
Huismus Onderzoek wordt uitgevoerd om de aanwezigheid van exemplaren, aantal, nestlocaties, rustplaatsen en locaties van (essentieel) functioneel leefgebied vast te stellen. Hoofdstuk 5, tabel 5.1 toont de veldbezoekspecificaties. De methodiek is conform Het Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2023) én Netwerk Groene Bureaus (2017) uitgevoerd. Dit houdt het volgende in: ● ● ● ●
● ●
De afwezigheid van nesten wordt aangetoond door minimaal 2 veldbezoeken in de optimale periode van 1 april tot en met 15 mei met een interval van 10 dagen. Inventarisatie vindt bij voorkeur plaats tussen enkele uren na zonsopkomst en enkele uren voor zonsondergang bij gunstige weersomstandigheden (geen regen, kou en harde wind) (BIJ12, 2023). Het is mogelijk eenmalig pannen te lichten in de periode van 15 september tot 1 maart. Dit kan niet gedurende periodes met vorst (BIJ12, 2023). Deze methode wordt door GRAS Advies niet standaard uitgevoerd. De aanwezigheid van een nest kan worden aangetoond door waarnemingen van nesten (inclusief uitstekende takjes en veertjes), nestbouw, bezoek aan een nestplaats, transport van voedsel of ontlastingspakketjes, bedelende jongen, zingende mannetjes in broedbiotoop, paartjes bij een potentiële nestplaats, baltsgedrag, paring e.d. (BIJ12, 2023). Aan de hand van waarnemingen worden indien relevant en mogelijk, het aantal individuen en nest- en/of verblijfplaatsen geschat. De afwezigheid van broedende huismussen is aannemelijk wanneer er minimaal 1 uur geen nest- of rustplaats gerelateerde waarnemingen zijn gedaan, gedurende 2 veldbezoeken in de optimale periode en onder bovengenoemde omstandigheden (BIJ12, 2023).
Voor huismussenonderzoek aan de Eikenstraat 5 te Ellecom zijn twee veldbezoeken afgelegd. Tijdens veldbezoeken zijn mogelijke habitatfuncties in het projectgebied en de omgeving onderzocht en beoordeeld. Gierzwaluw Onderzoek wordt gedaan om de aanwezigheid van exemplaren, aantal, nestlocaties en rustplaatsen vast te stellen. Hoofdstuk 5, tabel 5.1 toont de veldbezoek specificaties. De methodiek is conform Het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017c) en Netwerk Groene Bureaus (2017) uitgevoerd. Dit houdt het volgende in: ● ● ● ● ● ●
De afwezigheid van een nest of rustplaats wordt aangetoond door minimaal 3 veldbezoeken met een interval van tenminste 10 dagen in de optimale periode van 1 juni tot en met 15 juli (NGB, 2017). Hierbij wordt minimaal 1 veldbezoek uitgevoerd tussen 20 juni en 7 juli (NGB, 2017; BIJ12, 2017c). De grens van de onderzoeksperiode is 15 mei tot en met half juli (BIJ12, 2017c). De inventarisaties vinden bij voorkeur ’s avonds plaats 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang (NGB, 2017; BIJ12c) tijdens goede weersomstandigheden (droog en weinig wind) (BIJ12, 2017c). Voor (broedende soorten) wordt gelet op (gierende) dieren en in- en uitvliegende dieren (NGB, 2017). Aan de hand van typen waarnemingen, worden het aantal individuen en/of nest- en/of verblijfplaatsen bepaald waarbij het waargenomen aantal vluchten op dakgoot-, nok- en huishoogte wordt gedeeld door 1.5 (BIJ12, 2017c). De afwezigheid van broedende gierzwaluwen is aannemelijk wanneer er minimaal 3 inventarisatiemomenten hebben plaatsgevonden met een interval van minimaal 10 dagen, waarvan 1 heeft plaatsgevonden tussen 20 juni en 7 juli en waarbij er tijdens goede weersomstandigheden 2 uur voor zonsondergang tot aan zonsondergang is geïnventariseerd (BIJ12, 2017c).