Bijlage I Beleidskader Energie en Landschap def (21.26)
Tekst van het document
BELEIDSKADER
ENERGIE & LANDSCHAP GEMEENTE RHEDEN Beleidskader ter beoordeling van initiatieven grondgebonden energie-opwek
BELEIDSKADER | Energie & Landschap Beleidskader ter beoordeling van initiatieven grondgebonden energie-opwek
juni 2021
Vastegesteld door de raad: 9 juni 2021
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING
5
2
DE OPGAVE: ENERGIE IN HET RHEDENS LANDSCHAP
7
3
VISIE OP ENERGIE IN HET RHEDENS LANDSCHAP
11
4
SPEELVELD EN RANDVOORWAARDEN ENERGIE IN HET RHEDENS LANDSCHAP 13
5
HANDREIKING INPASSINGSPRINCIPES ZON
23
6
INTEGRALE GEBIEDSONTWIKKELING
29
BIJLAGEN 33 1 2 3 4 5
RELATIE MET ANDER BELEID DIVERSE LOPENDE INITIATIEVEN DRAAGVLAK VERKENNING “windenergie op en rond de Veluwe” CULTUURHISTORISCHE WAARDERING DORPSRAND EN POLDER ELLECOM
BRONNEN COLOFON
beleidskader energie & landschap gemeente rheden
3
1 Aanleiding
De gemeente Rheden streeft naar energieneutraliteit in 2040. In het Coalitieakkoord 2018 -2022 “Rheden geeft Energie” is afgesproken dat er voor 2019-2022 extra inzet wordt gepleegd op de klimaatactie. Het beleidskader “Aan de slag met een duurzaam klimaat” is uitgangspunt voor het uitvoeringsprogrammaplan “Klimaatprogramma 2019-2022”. Het klimaatprogramma bevat een vertaling van de ambitie naar opgaven en resultaten voor de periode 2019-2022. Een van de programmadoelen, naast o.a. besparing, zonnepanelen op daken, warmtewinning uit de bodem, is de grondgebonden opwek van duurzame energie. Dat kan door middel van zonnepanelen in veldopstelling, windmolens en waar mogelijk andere innovatieve energiebronnen. Het Rhedens landschap wordt alom gewaardeerd door zijn unieke ligging tussen stuwwal en uiterwaarden (Omgevingsvisie buitengebied Rheden). Niet voor niets draagt bijna de hele gemeente het predicaat ‘Nationaal Landschap’. Alle reden om hier zuinig op te zijn. Tegelijk verandert de maatschappij en dat leidt tot nieuwe ruimtelijke vraagstukken en transformaties van de energievoorziening. Ook het buitengebied van Rheden zal hierin een rol moeten spelen. Wij zijn ons er van bewust dat dit grote impact zal hebben op het landschap van onze gemeente. De bijzondere kwaliteiten van het landschap en de beperkt beschikbare ruimte maken de inpassing van duurzame energie een uitdaging.
De uitdaging schuilt in het vinden van gebieden in onze gemeente waar we duurzame grondgebonden duurzame energie kunnen inpassen met respect voor de kwaliteiten van landschap, natuur, milieu, ecologie en erfgoed. Dat vraagt om maatwerk en zorgvuldigheid.
Beleidskader Energie & Landschap
Met het beleidskader energie en landschap werken we aan het doel om in 2040 CO2-neutraal te zijn (Beleidskader Klimaataanpak 2019-2022). We vinden het belangrijk dat de gemeentelijke kaders, uitgangspunten en wensen voor de opwek van (grootschalige) duurzame energie uit wind en zon vastliggen zodat bij zowel lokale ontwikkelingen als bij (boven)regionale samenwerking op dit gebied de lokale belangen gefundeerd worden geborgd. Denk bijvoorbeeld aan de meerjarige regionale samenwerking in de regio Arnhem Nijmegen voor de Regionale Energie Strategie (RES). In dat kader wordt het speelveld vastgelegd waarbinnen zoekgebieden zijn opgenomenvoor de opwek van energie en staan handreikingen hoe we duurzame energie een plek in het landschap kunnen geven met respect voor de bestaande kwaliteiten en waar we deze kwaliteiten mogelijk zelfs kunnen versterken. Deze kaders zijn tot stand gekomen in dialoog met de inwoners van de gemeente Rheden en met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving op rijks-, provinciaal- en gemeentelijkniveau. Dit wil overigens niet zeggen dat op alle onderdelen van het beleidskader overeenstemming is met de inwoners. Onderbouwing voor de beleidskader energie & landschap gemeente rheden
INLEIDING gemaakte keuze zijn te vinden in de analyse inpassing duurzame energie in Rhedens landschap. Deze analyse is gemaakt op hoofdlijnen om zo het speelveld voor het beleidskader te duiden en is niet uitputtend. Van initiatiefnemers op het gebied van duurzame energie opwek wordt een nadere uitwerking en onderbouwing verwacht naar de haalbaarheid voor de plannen. Zie hiervoor de algemene randvoorwaarden. Er kunnen geen rechten aan de analyse worden ontleend. Het beleidskader Energie en Landschap is het kader waarbinnen de gemeente Rheden initiatieven ten aanzien van grondgebonden energie-opwek zal beoordelen. Ook willen we inspiratie leveren en initiatiefnemers uitnodigden om met plannen te komen. In het beleidskader Samen Energie Opwekken dat parallel aan dit beleidskader is opgesteld kunnen bewoners en belanghebbende lezen wat de gemeente verwacht van een initiatiefnemer, welke processtappen deze moet zetten en hoe belanghebbende daarbij moeten worden betrokken. Daarmee is het een beleidskader waarbinnen de gemeente Rheden initiatieven ten aanzien van grondgebonden energie-opwek zal beoordelen. Ook willen we inspiratie leveren en initiatiefnemers uitnodigden om met plannen te komen. Bewoners en belanghebbende kunnen in dit beleidskader lezen wat de gemeente verwacht van een initiatiefnemer en waar en onder welke voorwaarde initiatieven mogelijk worden geacht.
Opbouw
Het beleidskader bestaat uit 5 hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk wordt de aanleiding en doel van het stuk beschreven. De relatie met de Regionale Energie Strategie (RES) en ander beleid staat in bijlage 1 beschreven net als de reeds lopende initiatieven en het draagvlak voor dit beleidskader. Hoofdstuk 2 gaat in op de opgave die ons is gesteld om grondgebonden energie-opwek vorm te geven in het Rhedens landschap. De opgave is in hoofdstuk 3 verder uitgewerkt in een visie op energie in het Rhedense landschap. In hoofdstuk 4 is de visie concreet vertaald naar zoekgebieden en algemene randvoorwaarden, die gebruikt worden bij de beoordeling van initiatieven voor wind- en zonne-energie. Het beleidskader energie en landschap geeft nadrukkelijk geen voorkeurslocaties aan voor de ontwikkeling van grondgebonden energie-opwek maar onderscheidt verschillende categorieën (kans, minder kansrijk en nee), gebaseerd en voortbouwend op het geldende beleid. In het waardevolle, kleinschalige en gevarieerde landschap is het zoeken naar de juiste balans tussen de ruimte voor nieuwe energie en de bestaande waarden. Daarom is maatwerk geboden bij elk initiatief. De voorwaarden voor een zorgvuldige inpassing zonnevelden zijn vervat in inpassingsprincipes in hoofdstuk 5.
Hiermee is een goede balans gevonden in helderheid bieden aan de initiatiefnemer aan welke voorwaarde hij moet voldoen (waar op wordt getoetst door de gemeente, terwijl er tegelijk voldoende ruimte overblijft om, samen met de omgeving, het gewenste ruimtelijk plan te maken. 5
2
OPGAVE: ENERGIE IN HET RHEDENS LANDSCHAP
Energie in een waardevol landschap De inpassing van grootschalige opwek van duurzame energie in de gemeente Rheden is bepaald geen sinecure. Het landschap wordt gekenmerkt door bijzondere waarden zowel qua landschap, natuur, erfgoed als recreatie. Dat Rheden bepaald geen ‘gemiddelde’ gemeente is blijkt ook uit een vergelijking van het grondgebruik binnen de gemeente afgezet tegen het Gelders en Nederlands gemiddeld. De gemeente heeft 2x zoveel bos en natuur, ongeveer de helft van het gemiddeld agrarisch areaal en een aandeel bebouwd terrein dat meer dan gemiddeld vergeleken met het Gelders gemiddelde is. De speelruimte voor de inpassing van grootschalige opwekking van wind- en zonne-energie is hiermee beperkt. Maar niet alleen in kwantitatieve zin; ook de kwaliteit van natuur, landschap en erfgoed is bijzonder. Niet voor niets is het gehele grondgebied van de gemeente aangewezen als Nationaal Landschap (Veluwe). Daarnaast is een groot deel van het gemeentelijk areaal aangewezen als beschermd natuurgebied (Natura 2000, Gelders Natuurnetwerk) en is er sprake van een groot aantal beschermde landgoederen en buitenplaatsen (rijksmonumenten) en beschermde stad- en dorpsgezichten. Daarbij heeft de gemeente met het Nationaal Park Veluwezoom met de Posbank, een toeristisch recreatieve hotspot van regionaal zo niet nationaal belang binnen de grenzen.
De bescherming van deze bijzondere waarden zijn verankerd in beleid en wetgeving bij zowel Rijk, Provincie als gemeente Rheden zelf.
Landschapszones Rheden (Omgevingsvisie).
meer dan gemiddeld 10%
9%
13% bebouwd de helft
68%
61%
31% agrarisch
14%
23%
50% bos en natuur meer dan het dubbele
Vergelijking grondgebruik Nederland - Gelderland - Rheden in 2015 (bron: CBS). beleidskader energie & landschap gemeente rheden
7
veluwemassief
overgangszone
soerens beekdal
8
ijsselvallei
Essentie van de opgave: inpassing energie met respect voor kwaliteit De bijzondere kwaliteiten van het landschap en de beperkt beschikbare ruimte maken de inpassing van duurzame energie geen eenvoudige opgave. De uitdaging schuilt in het inpassen van duurzame energie met respect voor de kwaliteiten van landschap, natuur en erfgoed binnen de gemeente. Dat vraagt om maatwerk en zorgvuldigheid. Dit wordt in document verder uitgewerkt. Het is een benadering die ook is gevolgd bij het verduurzamen van de Priesnitzhoeve, waarbij traditionele zonnepanelen op het dak niet strookten met de uitgangspunten van het beschermd dorpsgezicht. Door een alternatieve vorm toe te passen (zonnepanelen geïntegreerd in dakpannen) is een maatwerk-oplossing gevonden die recht doet aan zowel erfgoed als de behoefte aan energieopwekking. Het is uiteraard niet de eenvoudigste oplossing, mogelijk ook niet met het hoogst energetisch rendement, maar wel een oplossing die een balans weet te vinden tussen bijzondere kwaliteiten en een urgente energieopgave. Het zelfde principe kan ook worden doorvertaald naar de inpassing van wind en zon in het waardevolle landschap van Rheden. Hoe kunnen we met respect voor de bestaande kwaliteiten duurzame energie een plek in het landschap geven? Een vraag die zowel gaat over het ‘waar’ als over het ‘hoe’.
Waar kan duurzame energie een bijdrage leveren aan behoud, mogelijk zelfs versterking van het landschap? En vervolgens: hoe dan - onder welke voorwaarde, op welke manier kan dit dan worden vormgegeven? In dit beleidskader zal op beide vragen worden ingegaan en worden kansen voor duurzame opwek in de gemeente in beeld gebracht. Daarbij is het van belang dat er naast de opgave voor duurzame energie ook een groot aantal andere (ruimtelijke) opgaven binnen de gemeente speelt. Opgaven ten aanzien van natuur, landschap, recreatie en economie. In de gemeentelijke Omgevingsvisie zijn de ambities hiervoor geformuleerd en vertaald naar een gebiedsgericht beleid in 4 deelgebieden (Veluweplateau, Velp-Rheden, De Steeg-Dieren en Spankeren-Laag Soeren). De inzet is de inpassing van duurzame energie aan te laten sluiten bij de ambities uit de omgevingsvisie, waar mogelijk bij te laten dragen aan gewenste ruimtelijke transformaties in de verschillende deelgebieden.
Visiekaart met de 4 deelgebieden uit Omgevingsvisie Rheden.
Ten aanzien van duurzame energie volgen we nu de Zonnelader zoals opgenomen in de uitvoergingsagenda van de NOVI (Nationale omgevingsvisie). “Voorkeur voor grootschalige clustering van de productie van duurzame energie (door windmolens, eventueel in combinatie met zonnevelden) gaat boven spreiding’, aldus de uitvoeringsagenda. De zonneladder zet in op het ‘beperken van de benutting van landbouwgrond en natuur voor de energieopwekking’ en kent deze voorkeursvolgorde voor het opwekken van zonne-energie: 1. Op daken en gevels. 2. Op onbenutte terreinen in bebouwd gebied. 3. In landelijk gebied (bermen van spoor- en autowegen) 4. Op landbouw- en natuurgrond Dit betekent overigens niet dat de eerste stap volledig gezet moet zijn voordat stap twee gezet kan worden. We weten dat in de energievraag binnen de gemeente Rheden niet kan worden voldaan door -naast isoleren en besparen- alleen de daken en gevels en onbenutte terreinen in bebouwd gebied te benutten.
Zonneladder - Nieuwe omgevingswet beleidskader energie & landschap gemeente rheden
9
3 VISIE ENERGIE IN HET RHEDENS LANDSCHAP Algemeen
Nieuwe energie & bestaande kwaliteiten
Inpassing van kleine- en grootschalige energieopwekking in het landschap vraagt om een zorgvuldige aanloop. Een zorgvuldigheid dat past bij de duurzame ambitie die we als Rheden hebben, in combinatie met het karakter- en waardevol landschap in onze gemeente. Bij de aanloop van dit kader zijn veel gesprekken en discussies met inwoners geweest over de effecten van energieopwekking op gezondheid, leefomgeving, natuur (denk aan de wespendief ) en landschap. We merken dat nog veel onbekend is en dat er zorgen zijn. Daarom kiezen we voor een beweging van kleinschalig naar grootschalig. Dit kader geeft ruimte aan kleinschalige en grootschalige zonnevelden en kleinschalige windinititieven. En creeërt perspectief voor grootschalige initiatieven op het gebied van wind. Concreet betekent het dat na het vaststellen van dit kader kleinschalige projecten wind (winmolens <26m) en projecten rondom zon in behandeling worden genomen en, mits voldoen aan de hierna genoemde kaders, ook tot uitvoering kunnen worden gebracht. Verzoeken tot grootschalige energieopwekking middels windmolens worden nog twee jaar aangehouden waarbij uitgegaan wordt dat over twee jaar meer zicht is op de mogelijkheden en gevolgen van grootschalige energieopwekvan windmolens. Met het vaststellen van RES 2.0 ziet het college een nieuw moment om hierover te besluiten.
Grootschalig energieopwek met wind (mogelijk in combinatie met zon) wordt nu niet expliciet uitgesloten.
De inpassing van duurzame energie in het landschap van Rheden is een opgave van formaat. De omslag van fossiele naar duurzame energie is urgent en noodzakelijk en vraagt een uiterste inspanning. Tegelijkertijd zal de plaatsing van windturbines en de aanleg van zonnevelden ontegenzeggelijk grote effecten hebben op het huidige beeld van het buitengebied. Het feit dat de gemeente gezegend is met een grote rijkdom aan natuurlijke, cultuurhistorische en landschappelijke waarden maakt de opgave complex en vraagt om een behoedzame benadering: noblesse oblige. In dit waardevolle, kleinschalige en gevarieerde landschap is het zoeken naar de juiste balans tussen ruimte voor nieuwe energie en de bestaande waarden en is maatwerk geboden.
Parallel aan deze inzet van energieopwek in het landschap streven wij de deelname aan zon op dak verder te bevorderen. Hiervoor zullen aanvullende acties en mogelijke stimuleringsmaatregelen worden ingezet.
Kwaliteit voor kwantiteit We passen nieuwe duurzame energie zorgvuldig in, met respect voor de bijzondere waarden van het landschap
Balans tussen zon en wind De speelruimte en kansen voor de opwek van duurzame energie zijn voor zon aanmerkelijk groter dan voor wind binnen de gemeente Rheden. Voor een belangrijk deel is dit het gevolg van harde wettelijke beperkingen en vastgesteld (provinciaal) beleid. Alhoewel we op zoek blijven naar een goede balans tussen wind- en zonne-energie en de mogelijkheden niet uitsluiten lijkt het niet reëel te verwachten dat er voor meer dan enkele windturbines binnen de gemeente ruimte wordt gevonden. Wel kijken we waar we aansluiting kunnen vinden bij regionale clusters ten aanzien van de inpassing van wind. De ontwikkeling van zonnevelden biedt daarentegen juist kansen voor maatwerk, landschapsontwikkeling en meekoppelkansen met andere ruimtelijke opgaven.
Focus op zon. We zetten in op zon als meest kansrijke vorm van duurzame energie en sluiten aan voor wind aan bij clusters waar we kunnen. Andere vormen van duurzame opwek kunnen hieraan ondersteunend zijn.
beleidskader energie & landschap gemeente rheden
11
Meekoppelkansen: nieuwe kwaliteit maken
Tijdelijkheid als uitgangspunt
De inpassing van nieuwe energie in het landschap kan op gespannen voet staan met bestaande kwaliteiten, maar biedt daarentegen ook kansen. De ontwikkeling van duurzame energie kan ook een motor achter een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zijn waarbij andere doelen en ambities kunnen meeliften. In haar omgevingsvisie heeft de gemeente een koers uitgezet voor een gebiedsgericht beleid in een viertal deelgebieden, waarbij verschillende ambities zijn geformuleerd en in kaart gebracht. Het gaat hierbij o.a. om de ontwikkeling van nieuwe ecologische verbindingen, natuurinclusieve landbouw, nieuwe recreatieve routes en ommetjes rond de dorpen. Door de opgave van nieuwe duurzame energie te verbinden met dergelijke gebiedsgerichte ambities ontstaan meekoppelkansen, die zicht bieden op het creëren van nieuwe kwaliteit.
We verwachten dat op lange termijn veldopstellingen van zonnepanelen in het buitengebied niet meer nodig zijn, bijvoorbeeld omdat door innovatie en prijsdalingen zonnepanelen kunnen worden verwerkt in gevelbekleding, beglazing en andere producten. Ook verwachten we dat door innovatie de opbrengst van de windmolens omhoog gaat, waardoor er op termijn minder windmolens nodig zijn. Nu al zien we dat de nieuwste generatie windturbines geen 3MW maar 5MW vermogen hebben. Ook andere innovaties van nieuwe energiebronnen (zoals energie uit grond- en oppervlaktewater) leiden tot nieuwe inzichten. De gronden willen we dan ook niet blijvend onttrekken aan de oorspronkelijke (vaak agrarische)bestemming. Dit betekent dat we de aanleg van zonnevelden en windmolens in het buitengebied alleen toestaan als tijdelijk (mede)gebruik. De maximale termijn is op 25 jaar gesteld. Dit is langer dan gebruikelijk. We doen dit om een sluitende businesscase te krijgen. Wanneer verlenging is gewenst zal dat t.z.t. worden bekeken in samenspraak met de omgeving en worden behandeld als nieuw initiatief. De tijdelijkheid geldt natuurlijk niet voor de gemaakte investeringen in landschap, erfgoed en natuur die van permanente aard zijn.
Gebiedsgerichte energie. We integreren de energieopgave in onze gebiedsgerichte aanpak. Nieuwe energie dient waar mogelijk bij te dragen aan de ruimtelijke doelen en ambities uit de omgevingsvisie.
Beperking als kans
Biovergisting
De speelruimte voor grootschalige opwekking van duurzame energie is binnen het kleinschalige en historistisch waardevolle landschap van de gemeente Rheden relatief beperkt. In die beperking schuilt ook een kans door hierin een uitdaging te zien tot innovatie. Op welke alternatieve wijzen kan de opwekking van duurzame energie worden geïntegreerd in een gebied met bijzondere waarden. De gemeente heeft feitelijk al een traditie op dit gebied. Van oudsher zijn juist de landgoedeigenaren voorlopers geweest met de introductie van nieuwe technieken op hun landgoed. Hierop voorbouwend kan Rheden zich onderscheiden door letterlijk ruimte te geven aan innovatie en experiment.
Ten aanzien van biovergisting wordt niet ingezet op grootschalige opwek. Alleen voor een agrariër op eigenterrein binnen het bouwvlak, voor eigen gebruik is het mogelijk een biovergisting silo te plaatsen. Deze silo moet passen binnen het bestaande beleid en bestemmingsplan. In dit beleidskader zijn hiervoor geen verdere maatregelen opgenomen.
Energie uit water
Ruimte voor innovatie.
Vanuit landschappelijk en historisch oogpunt liggen er aanknopingspunten voor het benutten van stromend water. Van oudsher zijn bijvoorbeeld de sprengen en beken op verschillende plekken al benut voor de lokale opwekking van watergedreven energie bij verschillende molens. Mogelijk biedt dit inspiratie voor nieuwe kleinschalige toepassingen; niet zozeer gericht op grote productiecapaciteit als wel op het duurzaam in standhouden van historische objecten en structuren.
We stimuleren en geven ruimte aan innovatie op het gebied van duurzame energie en inpassing in landschappelijk en historisch waardevolle gebieden.
Andere vormen van energie uit water worden in document niet verder uitgewerkt. Maar gemeente staat op voorhand niet afwijzend tegen over initiatieven.
12
4
SPEELVELD EN RANDVOORWAARDEN ENERGIE IN HET RHEDENS LANDSCHAP
beleidskader energie & landschap gemeente rheden
13
14
4.1
SPEELVELD EN RANDVOORWAARDEN INPASSING WIND
beleidskader energie & landschap gemeente rheden
15
Zoals uit de Analyse Energie & Landschap bleek zijn de kansen voor de opwekking van duurzame energie door middel van windturbines binnen de gemeente Rheden beperkt. Dit hangt samen met de vele beperkingen zowel vanuit veiligheid en milieu als vanuit de bijzondere waarden in het gebied ten aanzien van natuur, landschap en erfgoed. Het relatief kleinschalige en historische karakter van het Rhedens landschap, waar ook de vele landgoederen met hun zichtlijnen onderdeel van uit maken, biedt daarbij geen evidente aanknopingspunten voor opstellingen van (grote) windturbines die bijdragen aan versterking van het landschap. Het verschil in schaal tussen de thans gangbare windturbines en die van het Rhedens landschap en de kenmerkende structuren daarin is daarvoor te groot. Het streven is om zoveel mogelijk rendement te behalen uit windenergie met zo min mogelijk negatieve impact op de natuur, zo goed mogelijk passend in de ruimte en met zoveel mogelijk maatschappelijk begrip. De opwekking van duurzame energie zal hoe dan ook grote impact hebben op het landschap. Daarbij is het ook van belang te bedenken dat een zonneveld een fors groter ruimtebeslag heeft dan een windturbine met hetzelfde vermogen. Ook de inpassing van zonnevelden zal daarmee lang niet altijd eenvoudig blijken en concurreren met andere gebruiksvormen.
In de afweging is daarom de keuze gemaakt om op kleine schaal ruimte te bieden voor windmolens in de landschappelijk minst kwetsbare gebieden, ondanks het feit dat windmolens hier geen bijdrage kunnen leveren aan de kwaliteit van het landschap. Voorwaarde is wel dat dit past binnen de wet- en regelgeving ten aanzien van veiligheid en milieu. Wij doen dit om zo een bijdrage te kunnen leveren aan de gemeentelijke doelstelling ten aanzien van de landelijke energieopgave. Bij deze locaties zien wij kansen om de windmolens onderdeel te laten zijn van een groter, gemeentegrens-overschrijdend cluster. Per locatie zal in samenwerking met initiatiefnemer, gemeente en omwonenden gekeken worden naar de schaal van de windmolens. De komende twee jaar zal de provincie Gelderland in samenspraak met de RES regio’s rondom de Veluwe verder onderzoek doen naar mogelijkheden en onmogelijkheden van windturbines nabij de Veluwe. Lopende dit onderzoek zullen initiatieven ten aanzien van grootschalige windmolens worden aangehouden. Met het vaststellen van RES 2.0 ziet het college een nieuw moment om hierover te besluiten. Grootschalig energie opwek met wind (eventueel in combinatie met zon) wordt nu niet expliciet uitgesloten. (zie bijlage 4 persbericht Verkenning “Windenergie op en rond de Veluwe”)
Rol Provincie bij realisatie van windprojecten binnen de huidige wetgeving
In de RES worden afspraken gemaakt over zoekgebieden waarbinnen windprojecten kunnen plaatsvinden. Een gemeente kan ook projecten toestaan buiten de zoekgebieden. Als een gemeente niet instemt met een windproject en deze weigering niet gebaseerd is op goede ruimtelijke ordeningsaspecten, kan een initiatiefnemer naar de pro16
vincie stappen om alsnog medewerking te krijgen. Op basis van de Elektriciteitswet 1998 geldt voor de provincies een medewerkingsplicht. De provincie moet - zolang de minimum realisatienorm een energieneutraal Gelderland niet gehaald is - meewerken aan windprojecten, ook als zo’n project buiten de zoekzones van de RES valt. Wel kan de locatie worden afgewezen als er ruimtelijke bezwaren zijn. Als de locatie niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, is de provincie met handen en voeten gebonden en moet instemming verleend worden, ook als de gemeente het initiatief niet omarmd.
1. De Beemd - Velpverwaarden
Aansluitend bij het infrastructurele en industriële landschap langs de A12 is een opstelling van enkele windturbines nabij de Beemd-Velperwaard denkbaar. Door een opstelling dicht bij de A12 kan aangesloten worden op de plannen voor opstellingen van windturbines bij Arnhem, Westervoort en Duiven, waardoor een zekere mate van clustering ontstaat die in de RES verder wordt uitgewerkt. De technische ruimte bij locatie de Beemd is beperkt en vanuit provinciaal beleid liggen er in dit gebied restricties. Deze moeten nader worden onderzocht en uitgewerkt bij een initiatief.
2. Soerens Broek Enkele windturbines als onderdeel van een gemeentegrens overschrijdend cluster
De andere locatie binnen de gemeentegrenzen waar relatief weinig wettelijke belemmeringen liggen ten aanzien van veiligheid en milieu, is het Soerense Broek, ten noorden van Dieren en Spankeren. Er is hier ruimte voor 1 á 2 grote turbines als onderdeel van een groter gemeentegrens-overschrijdend cluster waarbij een groter landschappelijke samenhangend bosrijk gebied, met orthogonale ontginningsstructuur rond de Lichtenbelt (gemeente Brummen) wordt gemarkeerd. Deze optie vergt nauwe afstemming en samenwerking tussen initiatiefnemer, belanghebbenden RES-regio’s en gemeenten. De verkennende gesprekken tussen de betrokken gemeenten zijn inmiddels gestart. Verder blijkt uit de rapportage van de verkenning ‘Wind op en rondom de Veluwe’ dat het gebied zich bevindt in de invloedssfeer van het Natura-2000 gebied van de Veluwe. In de komende jaren moet uit nader onderzoek en bovenregionale afstemming uitwijzen wat de (on-)mogelijkheden voor windenergie in dit gebied zijn.
Kleine windturbines op boerenerven
De provincie heeft op 31 maart 2021 een herzieningsbesluit genomen ten aanzien het ganzenrustgebied. Hiermee wordt het onder voorwaarden mogelijk om bij boerenerven mini-turbines te kunnen plaatsen. Ook in het uiterwaarden gebied. Overigens is onderzoek ten aanzien van het ganzenrustgebied dan nog wel noodzakelijk. Kleine windturbines zijn turbines met een maximale tiphoogte kleiner dan 26m. Als voorbeeld geldt de EAZ-turbine. Situering dient onderdeel uit te maken van een erfinrichtingsplan.
ALGEMENE RANDVOORWAARDEN Voor eventuele initiatieven voor de ontwikkeling van grootschalige opwekking van wind-energie gelden de volgende randvoorwaarden waaraan vormgegeven moet worden in een zorgvuldig traject: •
Gedragscode. Een initiatiefnemer conformeert zich aan de Gedragscode acceptatie en participatie windenergie op land van de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA).
•
Tijdelijk. Windmolens zijn in principe tijdelijk. Er wordt een omgevingsvergunning voor een bepaalde periode (25jr) verleend.
•
Opruimplicht. Er geldt een opruimplicht. Aan het eind van de economische of technische levensduur van de windmolen, danwel na het verstrijken van de vergunningstermijn wordt de windmolen weer verwijderd door de initiatiefnemer. Per initiatief kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt over hoe de gronden moeten worden opgeleverd. Zonder afspraken geldt dat de gronden na opruiming weer gebruikt moet kunnen worden voor de functie waarvoor de gronden oorspronkelijk waren bedoeld.
•
•
•
Inrichtingsplan. Een initiatief wordt ruimtelijk ingepast door middel van een verantwoording in een landschappelijk inrichtingsplan over de passendheid van de schaal, maat en opstelling. Ook dienen de effecten op de landschapsbeleving vanuit de wijde omgeving in beeld gebracht te worden, bv aan de hand van foto-realistische visualisaties (zie analyse). Goede ruimtelijke ordening. Bij ruimtelijke procedures geldt in zijn algemeenheid het criterium dat er een goede ruimtelijke ordening moet zijn. De gemeente zal daarbij aansluiten bij wat vanuit de actuele jurisprudentie wordt gezien als van belang voor een goede ruimtelijke ordening (na inwerkingtreding van de Omgevingswet evenredige toekenning van functies). Participatie. Bij een initiatief wordt de omgeving vroegtijdig betrokken en is er ruimte om te participeren in de ruimtelijke en financiële vormgeving van het initiatief. Dit is verder uitgewerkt in het beleidskader Samen Energie Opwekken. .
beleidskader energie & landschap gemeente rheden
•
Afstemming met provincie. De zoekgebieden wind binnen de gemeente Rheden vallen onder de invloedssfeer van het Natura-2000-gebied de Veluwe. Uit de rapportage van de verkenning ‘Wind op en rondom de Veluwe’ blijkt dat we in deze gebieden extra rekening moeten houden met mogelijke beperkingen voor wind in verband met de instandhoudingsdoelstelling van de Wespendief (roofvogel). Nader onderzoek en bovenregionale afstemming tussen de verschillende RES-regio’s rondom de Veluwe en de provincie Gelderland moeten uitwijzen wat de (on-)mogelijkheden voor windenergie op langer termijn zijn.
•
Ruimtelijke meerwaarde. Van elk initiatief wordt een ruimtelijke meerwaarde op gebiedsniveau verwacht. Hiervoor wordt een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld.
•
Compensatie. De ruimtelijke effecten van een initiatief worden in beeld gebracht. Negatieve effecten worden ter plaatse of op gebiedsniveau gecompenseerd waarbij de inspanning van initiatiefnemer gericht moet zijn op een positief effect.
•
Gebiedsspecifiek. Bij het landschappelijk inrichtingsplan en de maatregelen in het kader van de benodigde compensatie dient aangesloten te worden bij de gebiedsspecifieke kwaliteiten van het landschap ter plekke en de gebiedsdoelen zoals beiden omschreven in de Rhedense Omgevingsvisie.
•
Gezondheid: De gezondheidseffecten ten aanzien van geluid en slagschaduw worden door de initiatiefnemer in beeld gebracht. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met het stapeleffect van geluid bij meerdere geluidsbronnen en stroboscoopeffect van de schaduwwerking. Plaatsing van windmolens mag geen onevenredige impact hebben op de gezondheid van omwonenden, hierbij gaat de gemeente uit van de richtlijnen als opgesteld door de GGD.
•
Bij positionering van windmolens wordt het effect meegewogen dat deze heeft op de gebruiksmogelijkheden van naast gelegen bedrijfspercelen of uitbreidingsmogelijkheden van bestaande bedrijven.
17
4.2
SPEELVELD EN RANDVOORWAARDEN INPASSING ZON
beleidskader energie & landschap gemeente rheden
19
Voor de opwekking van duurzame energie door middel van zon worden twee kansrijke categorieën onderscheiden. De eerste categorie betreft het combineren van de opwekking van zonne-energie met bestaande objecten: het gaat hierbij dus om ‘dubbelgebruik’. De tweede categorie heeft betrekking op de aanleg van nieuwe zonnevelden in het landschap. Hierbij is de zonneladder (zie blz. 9) uitgangspunt.
NIEUWE ZONNEVELDEN Grootschalige opwek Nieuwe zonnevelden kunnen worden gerealiseerd in de aangewezen kansrijke gebieden, zoals aangegeven op de kaart met het speelveld. In dit document worden de randvoorwaarden weergegeven waar deze initiatieven aan dienen te voldoen en een handreiking gedaan ten aanzien van de inrichtingsprincipes. De komende twee jaar (tot juli 2023) zal de gemeente in samenwerking met een burgerforum de wenselijkheid van grootschalige zonnevelden in de Gemeente Rheden onderzoeken. Lopende dit onderzoek zullen initiatieven ten aanzien van grootschalige zonnevelden worden aangehouden. Uitzondering hierop zijn de reeds lopende projecten zoals in de oksel van de A348 bij Ellecom De Beemd Velp en het talud bij diverse op- en afritten van de A348. Wanneer aangetoond kan worden dat het zonneveld landschappelijk goed inpasbaar is of dat er voldoende draagvlak is onder inwoners kan in afwijking van het hierboven gesteld een initiatief toch in behandeling worden genomen. Met het vaststellen van de RES 2.0 ziet het college een nieuw moment om over de grootschalige zon opwek te besluiten. Grootschalig energie opwek van zon (eventueel in combinatie met wind) wordt nu niet expliciet uitgesloten. Kleinschalige opwek Onder bepaalde voorwaarden zijn kleinschalige initiatieven tot 2 ha mogelijk.
Deze laatste gebieden zijn vanuit landschappelijke en cultuurhistorische waarden gezien kwetsbaarder dan de ‘kansrijke’-gebieden. Elk initiatief zal zorgvuldig en met grote terughoudendheid gewogen worden. Daarom zijn hier hooguit kleinschalige (2ha of kleiner) initiatieven mogelijk onder voorwaarden van een zorgvuldige landschappelijke inpassing die recht doet aan de aanwezige kwaliteiten (zoals in de Ellecomse polder en grond bij Biljoen). Dit betreft maatwerk en zal per initiatief beoordeeld worden. Dit zijn de oranje gekleurde gebieden op de kaart. In bijlage 5 is de cultuurhistorische waardering dorpsrand en polder Ellecom, van boerendorp naar ‘ parel van Rheden’ toegevoegd. Deze is opgesteld door Initiatiefgroep Duurzaam Opgewekt Ellecom. Deze kan als cultuurhistorische analyse ondersteunen bij ontwikkelingen in het gebied rondom Ellecom. Tevens is dit een voorbeeld voor een cultuurhistorische analyse in andere gebieden.
20
Particuliere opwek Opstellingen kleiner dan 1.000m2 voor eigen particulier gebruik, voor zover inpasbaar op het eigen erf, zijn in principe altijd mogelijk. Daarmee zijn er dus 3 categorieën zonnevelden te onderscheiden: • Erfopstelling: tot max 1.000m2, voor eigen gebruik, als onderdeel van het agrarisch of particulier erf: geen beperkingen t.a.v. locatie, mits inpasbaar. • Kleinschalige opstellingen: tot max 2ha zonneveld (excl. groene inpassing), mits inpasbaar qua landschap en erfgoed. • Grootschalige opstellingen: zonnevelden groter dan 2ha; alleen toegestaan in de kansrijke gebieden. (Zie Analyse Energie & Landschap). In de overige gebieden is het in de gemeente Rheden niet wenselijk om grondgebonden zonnevelden te plaatsen in het buitengebied. Voordat medewerking verleend kan worden aan een zonneveld moet duidelijk worden dat aan de Zonneladder wordt voldaan. Dat wil zeggen dat aangetoond moet worden dat met het project niet meer energie wordt opwekt dan dat er vraag is vanuit onze gemeentelijke doelstellingen. Allereerst worden de algemene randvoorwaarden beschreven voor zonneveld-initiatieven. Deze gelden voor alle aangewezen zoekgebieden (inclusief de oranje). Vervolgens worden in de handreiking de inrichtingsprincipes voor landschappelijke inpassing van een zonneveld beschreven.
Voor een goede inpassing zijn uitgangspunten geformuleerd op 3 schaalniveaus: het landschap, de directe omgeving en de kavel. Initiatieven dienen door middel van een inrichtingsplan aan te tonen op welke wijze aan deze inrichtingsprincipes is voldaan. In de Analyse Energie en Landschap (blz. 46 t/m 57) staan een aantal gebiedsspecifieke richtlijnen en aandachtspunten geformuleerd. Hierbij wordt per(deel)gebied aangeven wat belangrijke kwaliteiten in dit gebied zijn waarmee rekening gehouden dient te worden, en bij welke specifieke gebiedsopgaven aansluiting gezocht kan worden bij de ontwikkeling van een zonne-initiatief. Rol van de provincie bij realisatie van zonnevelden Voor de volledigheid hieronder kort de rol van de provincie bij zonprojecten. De provincie is voor zonprojecten niet het bevoegd gezag. Tot 50 MW is de gemeente het bevoegd gezag en daarboven het Rijk.
ALGEMENE RANDVOORWAARDEN Voor eventuele initiatieven voor de ontwikkeling van zonnevelden gelden de volgende randvoorwaarden waaraan vormgegeven moet worden in een zorgvuldig traject: •
Gedragscode: Een initiatiefnemer conformeert zich aan de gedragscode Zon op land, opgesteld door Holland Solar en ondertekend door Energie Samen, Greenpeace, Milieudefensie, Natuur& Milieu, de Natuur en Milieufederaties, Natuurmonumenten, NLVOW en Vogelbescherming Nederland.
•
Tijdelijk. Zonnevelden zijn in principe tijdelijk. Er wordt een omgevingsvergunning voor een bepaalde periode (25jr) verleend.
•
Opruimplicht. Er geldt een opruimplicht. Aan het eind van de economische of technische levensduur van het zonnepark, danwel na het verstrijken van de vergunningstermijn wordt het zonnepark weer verwijderd door de initiatiefnemer. Per initiatief kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt over hoe de gronden worden opgeleverd. Zonder afspraken geldt dat de gronden na opruiming weer gebruikt moet kunnen worden voor de functie waarvoor de gronden oorspronkelijk waren bedoeld.
•
Meerwaarde. Er dient meerwaarde te worden gecreëerd: tegelijk met de ontwikkeling van een nieuw zonneveld wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van het landschap en wordt aansluiting gezocht bij de gebiedsgerichte doelstellingen uit de omgevingsvisie
•
Goede ruimtelijke ordening. Bij ruimtelijke procedures geldt in zijn algemeenheid het criterium dat er een goede ruimtelijke ordening moet zijn. De gemeente zal daarbij aansluiten bij wat vanuit de actuele jurisprudentie wordt gezien als van belang voor een goede ruimtelijke ordening (na inwerkingtreding van de Omgevingswet evenredige toekenning van functies).
•
Inpassing. Een initiatief wordt ruimtelijk ingepast en hiervoor wordt een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld, waarin de inpassingsprincipes op 3 schaalniveaus worden beschreven (zie handreiking). De ruimtelijke effecten van een initiatief worden in beeld gebracht. Negatieve effecten worden ter plaatse of op gebiedsniveau gecompenseerd tot minimaal een neutraal effect en waarbij de inspanning van initiatiefnemer gericht moet zijn op een positief effect.
•
Participatie. Bij een initiatief wordt de omgeving vroegtijdig betrokken en is er ruimte om te participeren in de ruimtelijke en financiële vormgeving van het initiatief. Dit is verder uitgewerkt in het beleidskader Samen Energie Opwekken.
•
Verhouding techniek-groen. De landschappelijke inpassing dient robuust te zijn: • Een initiatief benut maximaal 70% van het grondoppervlak voor zonnepanelen en daarmee
beleidskader energie & landschap gemeente rheden
•
samenhangende technische bouwwerken: de ‘techniek’. Een initiatief benut minimaal 30% van het grondoppervlak voor landschappelijke inpassing en multifunctioneel ruimtegebruik: het ‘groen’. Het groen versterkt de bestaande gebiedskenmerken.
•
Biodiversiteit. Bij een initiatief moet de schade aan biodiversiteit voorkomen worden en waar mogelijk bijdrage aan verbetering.
•
Bodemkwaliteit. Om de bodemkwaliteit te behouden zijn toetreding van lucht, licht en water essentieel. Uitgaande van de op dit moment laatst beschikbare kennis is het uitganspunt nu: 2/3 bedekking met panelen en 1/3 van de grond tussen de rijen panelen vrijhouden. Ten aanzien van de te gebruiken materialen moet rekening worden gehouden met het voorkomen van bodemverontreiniging. Daarom zijn de toepassing van lood- en/of cadmium houdende zonnepanelen in veldopstellingen niet wenselijk. En moet bij het gebruik van verzinkt staal, vanwege uitloging, zorg worden gedragen dat dit materiaal zo min mogelijk blootgesteld wordt aan afstromend hemelwater.
•
Voor panelen op water is behoud van waterkwaliteit, waaronder ecologie en beleving essentieel. Hier is met de huidige kennis uitgangspunt een waterdekking van maximaal 50% als referentie voor een goede kwaliteit. Nieuwe kennis en maatwerk in de toepassing kan leiden tot een andere verhouding.
•
Beheer. Naast de opstelling van de zonnevelden is het beheer van het veld van belang voor de bodemkwaliteit en biodiversiteit. Hiervoor moet een beheerplan worden gemaakt.
•
Benutting van de gebieden voor grootschalige opwek. Aangezien er binnen de zoekgebieden ook andere gebiedsdoelen en ambities zijn, wordt de benuttingsruimte voor zonnevelden gemaximeerd. Per zoekgebied (of deel daarvan) is hiertoe bij de gebiedsspecifieke richtlijnen een maximaal te benutten percentage opgenomen. Dit percentage heeft betrekking op de maximale oppervlakte die zonneveld-initiatieven in dit gebied kunnen innemen: dit is inclusief de oppervlakte voor landschappelijke inpassing (techniek+groen). E.e.a. is nader uitgewerkt in de Analyse Energie & Landschap.
•
Benutting van de gebieden geschikt voor de kleinschalige opwek. Omdat deze laatste gebieden vanuit landschappelijke en cultuurhistorische waarden gezien kwetsbaar zijn wordt grote terughoudendheidgevraagd van de initiatiefnemer. Initiatieven moeten worden onderbouwd middels een landschappelijke/cultuurhistorische analyse. Schakeling van meerdere kleine zonnevelden in deze gebieden is niet mogelijk.
21
DUBBELGEBRUIK BESTAANDE OBJECTEN De tweede categorie betreft de mogelijkheid om zonnepanelen te integreren en combineren met bestaande elementen en structuren die over het algemeen als landschappelijke minder waardevol worden gezien of waarvan de ruimtelijke impact relatief bescheiden is. In alle gevallen zal desalniettemin sprake moeten zijn van een goed ruimtelijke inpassing en een goede afweging moeten plaatsvinden tussen mogelijk andere waarden (beleving, landschap) die in het geding kunnen zijn.
Parkeer- en opslagterreinen
Binnen de bebouwde kom en dan met name op bedrijventerreinen en bij sportcomplexen liggen vaak grote verharde oppervlakken die worden gebruikt voor parkeren, opslag of logistiek. Hier liggen kansen voor dubbelgebruik van de ruimte door boven deze terreinen zonnepanelen te installeren. Parkeren en opslag van materialen kan dan hieronder plaatsvinden.
A348
Zonnepanelen kunnen worden geïntegreerd in geluidschermen. Het bestaande geluidscherm bij Velp zou in hiervoor, ook gezien de ligging op het zuiden, in aanmerking komen. Een mogelijkheid is ook evt. gewenste nieuwe geluidwerende voorzieningen (wal, scherm) te combineren met zonnepanelen. Mogelijk komen (delen van ) de zuidrand van Rheden hiervoor in aanmerking. Het zuidtalud van de A348 kan worden bekleed met zonnepanelen. Mogelijk zijn ook (delen van) tussenruimtes bij de verschillende op- en afritten te benutten. Hierbij dient een afweging gemaakt te worden m.b.t. de eventueel aanwezige bestaande groene kwaliteiten van deze plekken. In de oksel van de afrit bij de Steeg ligt een parkeerplaats en verder naar het westen bevindt zich de parkeerplaats Vale Waard langs de snelweg. Op beide locaties (zowel boven de parkeerterreinen zelf, als mogelijk ook overige restruimtes) kunnen zonnepanelen gesitueerd worden.
Grote dakoppervlakken
Op de bedrijventerreinen binnen de gemeente ligt een groot potentieel aan (platte) daken dat benut kan worden voor zonne-energie. Ook de gebouwen op de oude steenfabrieksterreinen en de grotere agrarische bouwvolumes kunnen hiervoor goed benut worden.
Plassen
In de Havikerwaard wordt al een drijvend zonneveld gerealiseerd op een van de zandwinplassen aldaar. Een verdere uitbreiding hiervan is denkbaar. Mogelijk zijn ook nog (delen van) andere (kleinere) plassen geschikt voor een dergelijke ontwikkeling, zoals de plassen bij knooppunt Velperbroek.
22
5
HANDREIKING INPASSINGSPRICIPES ZON
beleidskader energie & landschap gemeente rheden
23
INRICHTINGSPRINCIPES ZONNEVELDEN Zonnevelden dienen op een goede manier landschappelijk ingepast te worden. Voor een goede inpassing zijn inrichtingsprincipes geformuleerd op 3 schaalniveaus: het landschap, de directe omgeving en de kavel. Het gaat hierbij om algemene principes die voor alle zoekgebieden gelden. Deze algemene principes worden verderop in dit hoofdstuk verder uitgewerkt specifiek per zoekgebied.
Overzicht algemene inrichtingsprincipes zonnevelden
24
In de bijlage “Analyse Energie en Landschap” zijn de gebiedsspecifieke randvoorwaarden, gebiedskwaliteiten, -doelen en ambities beschreven (blz. 46 t/m 57)
LANDSCHAP: Op de juiste plek Bij het landschappelijk schaalniveau gaat het om de situering van het zonneveld op de juiste plek. De volgende uitgangspunten zijn hierbij van belang:
1. Situeer het zonneveld daar waar landschappelijke winst valt te behalen. De inzet is om duurzame energie in te zetten om een kwaliteitsimpuls voor het landschap te realiseren. Een goede locatiekeuze is daarbij van belang: respecteer de bijzondere landschappelijke kwaliteiten en zet in op een transformatie van die gebieden die juist een impuls kunnen gebruiken. Sluit hierbij aan bij de gebiedsdoelen uit de omgevingsvisie.
2. Sluit met de omvang van het zonneveld aan bij de maat en schaal van het landschap. In grootschalige landschappen is ruimte voor grotere zonnevelden, in kleinschalige landschappen passen velden van een meer bescheiden formaat. In kleinschalige landschappen kan een zonnepark eventueel ook bestaan uit een verzameling van ruimtelijk duidelijk van elkaar gescheiden kleinere zonnevelden.
3. Volg de kavelrichting en kavelgrootte van het landschap. Zorg voor een vanzelfsprekend inbedding in de structuur van het landschap door met het zonneveld op een logische manier aan te sluiten bij de kavelrichting, en -grootte en andere landschappelijk belangrijke lijnen in het gebied.
4. Repecteer zichtassen landgoederen en panorama’s.
Houdt bij de situering van zonnevelden rekening met het behoud van de zichtassen van de landgoederen en kastelen. Deze zichtrelaties vallen onder de beschermde status van deze rijksbeschermde monumenten. Dit geldt ook voor de waardevolle panorama’s die zo karakteristiek zijn in het Rhedens landschap. beleidskader energie & landschap gemeente rheden
25
OMGEVING : Meerwaarde creëren Voor het schaalniveau van de omgeving gaat het om creëren van een goede landschappelijke inbedding en creëren van (landschappelijke, ecologische , recreatieve) meerwaarde voor de omgeving.
1. Zorg voor een passende en robuuste landschappelijke inpassing
Een zonneveld dient op een bij het betreffende landschap passende en ook robuuste wijze landschappelijk te worden ingepast. Dit betekent dat er een brede zone rondom het veld op een groene, landschappelijke wijze wordt ingericht, aansluitend bij de karakteristieken van het omringende landschap.
2 . Verbeter de recreatieve, natuurlijke of landschappelijke kwaliteit
De inzet is om de ontwikkeling van duurzame energie bij te laten dragen aan het creëren van landschappelijke meerwaarde. In aanvulling op de inpassing van het zonneveld zelf wordt er daarom een bij het gebied passende investering gevraagd, waarbij de recreatieve, natuurlijke en/of landschappelijke kwaliteit van de directe omgeving wordt versterkt.
3. Beperk het zicht op panelen, hekken en bouwwerken
Zorg met de inrichting van het zonneveld en de landschappelijke inpassing ervan dat het zicht op hekwerken, achterkanten van stellages, bouwwerken en camera’s etc. zoveel als mogelijk voorkomen wordt. Dit kan bijvoorbeeld door de inzet van hagen of andere vormen van beplanting en een slimme situering t.o.v. doorgaande wegen en recreatieve routes. Het zonneveld hoeft overigens niet volledig aan het zicht te worden onttrokken en mag zich plaatselijk en mits op representatieve wijze, tonen vanaf doorgaande routes.
4. Houdt afstand (tot woningen, infrastructuur, natuur en cultuurhistorie) Zorg met de inrichting van het zonneveld en de landschappelijke inpassing ervan dat er voldoende afstand ontstaat tot omliggende waarden en gebruiksfuncties. 26
VELD : Zorgvuldige vormgeving Voor het schaalniveau van het veld zelf gaat het met name om een zorgvuldige en nette vormgeving en situering van de verschillende noodzakelijke elementen.
1. Zorg voor een rustige eenduidige opstelling van de panelen
Draag zorg voor een rustige en eenduidige opstelling van de panelen binnen het veld, in een heldere structuur van parallelle rijen.
2. Stem de hoogte van de opstelling af op eventueel aanwezige waardevolle openheid en zichtlijnen.
In gebieden met een waardevolle openheid of in het geval van bijzondere vergezichten of zichtlijnen is het van belang dat de opstelling van zonnepanelen deze beleving geen geweld aandoen. In dergelijke gevallen dienen de panelen ruim onder ooghoogte te worden gesitueerd zodat de zichtrelaties intact blijven.
3. Zorg voor een rustige vormgeving en logische situering van de bouwwerken De bij het zonneveld benodigde bouwwerken (zoals de transformatorhuisjes) dienen zo onopvallend en terughoudend mogelijk vormgegeven en op een logische en eenduidige manier gesitueerd te worden.
4. Wees terughoudend met hekken en overige veiligheidsvoorzieningen
Opvallende hekwerken en andere zichtbare veiligheidsvoorzieningen dienen zoveel als mogelijk voorkomen te worden, om het landschappelijke karakter zo min mogelijk te verstoren. De afscheidende functie dient daarom (ook) met landschappelijke middelen (haag, sloot, wal) te worden ingevuld, met als doel zichtbare hekwerken zoveel als mogelijk te voorkomen .
beleidskader energie & landschap gemeente rheden
27
Verhouding techniek-groen Voor elk initiatief geldt dat maximaal 70 % van het totale oppervlak benut mag worden voor de opstelling van de panelen en de bijbehorende voorzieningen. Dit betreft dus het ‘technische’ deel van het zonneveld. De overige (minimaal) 30% dient ingezet te worden voor landschappelijke inpassing: het ‘groene’ deel van het zonneveld. Bijvoorbeeld: een zonneveld met 2ha ‘techniek’ beslaat inclusief groene inpassing dan ca 2,9 ha. Een zonneveld met 10 ha ‘techniek’ gaat gepaard met zo’n 4,3 ha groen en is in totaal dus 14,3 ha groot. Voor kleinschalige zonnevelden (tot 2ha) betekent dit dat er een groenstrook van zo’n 10-15 m rondom gerealiseerd kan worden: bijvoorbeeld in de vorm van een houtsingel. Bij meer grootschalige initiatieven kan er voor gekozen worden om een deel van het groen samen te brengen in een robuuster vlak: bijvoorbeeld in de vorm van een bosperceel.
Maximale benutting zoekgebieden Per zoekgebied is een percentage opgenomen van de maximale benutting voor zonneveld-initiatieven. Dit percentage heeft betrekking op het oppervlak van het zonneveld inclusief de groene inpassing. Als voorbeeld: wanneer maximaal 25% van het zoekgebied benut kan worden voor zonnevelden betekent dit dat er max 17,5% (70% van het initiatief ) van het zoekgebied beschikbaar is voor de daadwerkelijke opstelling van zonnepanelen. Bij de gebiedsspecifieke randvoorwaarden (zie Analyse Energie en Landschap) worden per deelgebied de betreffende percentages weergegeven. Hierin zijn het belang van andere gebruiksvormen en waarden die een nadrukkelijke rol spelen (m.n. in de uiterwaarden en in de broekgebieden tussen Velp en Rheden) meegenomen. In een aantal gevallen worden mogelijkheden gezien voor een hoger percentage: met name wanneer er grote kansen worden gezien voor een kwaliteitsimpuls in combinatie met zonnevelden (bv Industrierand bij Spankeren en steenfabrieksterrein bij Rheden). Dit moet dan worden aangetoond.
28
Voor de gebieden geschikt voor kleinschalige opwek is maatwerk vereist en wordt per keer bekeken of er nog ruimte is voor andere initiatieven. Maar het totaal mag in ieder geval niet meer dan maximaal 10% van het zoekgebied bedragen.
6
INTEGRALE GEBIEDSONTWIKKELING
beleidskader energie & landschap gemeente rheden
29
Integrale gebiedsontwikkeling We merken dat nog veel onbekend is, dat er zorgen zijn bij inwoners ten aanzien van duurzame opwek en dat er bij andere beleidsvelden ruimteclaims liggen in de gebied rondom Soerens Broek en Spankeren en de Beemd-Velperwaarden (incl. de gronden rondom Kasteel Biljoen). We voorzien hier een tweetal opgaven die in elkaars verlengde liggen. De eerste is om met behulp van een burgerforum of burgerpanel, in lijn van het advies van Brenninkmeijer (rapport ‘Betrokken bij klimaat; burgerfora aanbevolen’), tot een breed gedragen invulling van de energieopgave voor Rheden te komen. Vervolgens willen we met behulp van integrale gebiedsvisie keuzes maken over de invulling van de verkenningsgebieden. In de integrale gebiedsvisies worden dan keuzes gemaakt over o.a. de invulling van de gebieden op het vlak van natuur, landbouw, cultuurhistorie en grootschalige opwek. We gaan dit doen in samenspraak met grondeigenaren, agrariërs, ondernemers en omwonenden. Tot deze gebiedsontwikkelvisies gereed zijn zullen grootschalige initiatieven in deze gebieden ten aanzien grondgebonden duurzame energie opwek (windmolens groter dan 26m en zonnevelden groter dan 2ha) worden aangehouden. Voor de gronden bij kasteel Biljoen zal tot die tijd ook kleinschalige opwek door middel van zonnevelden (<2ha) worden aangehouden.
30
GEBIEDSONTWIKKELING SOERENSE BROEK-SPANKEREN Oppervlakte ontwikkelgebied (ca) 210 ha Deelgebied 1: 31,6 ha Deelgebied 2: 100,5 ha Deelgebied 3: 78,1 ha
Naast de duurzame opwek liggen er voor deze gronden nog meer ruimteclaims ten aanzien van andere beleidsvelden zoals natuur, landbouw en cultuurhistorie. Daarom zal de komende jaren gewerkt worden aan een integrale gebiedsontwikkeling visie. Deze visie wordt opgesteld in samenspraak met grondeigenaren, agrariers, ondernemers en omwonenden. Lopende deze verkenning zullen initiatieven ten aanzien grondgebonden grootschalige opwek (windmolens hoger dan 26 meter en zonnevelden groter dan 2 ha) in dit gebied worden aangehouden.
1km 1ha
beleidskader energie & landschap gemeente rheden
31
3 Deelgebieden 1. Dorpsrand Dieren-Spankeren 2. Soerense Broek 3. Buitengebied Spankeren
Gebiedskwaliteiten Initiatieven voor zonnevelden dienen de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten te respecteren en waar mogelijk verder te versterken. Hiervoor wordt verwezen naar de Omgevingsvisie buitengebied deel 2. Een korte opsomming van de belangrijkste kwaliteiten: SOERENSSCHE BROEK • Het stelsel van de Soerense Beek in samenhang met de elementen behorend bij het beeksysteem. • De openheid van het Soerensche Broek met natuurontwikkeling, fraaie zichtlijnen en de koppeling van de sloten aan de smalle en lange broekontginning. • Het kleinschalige (agrarische) karakter rondom Spankeren met beplantingselementen en verspreide bebouwing. • Landgoed De Bockhorst en de elementen behorend bij het landgoed zoals bossen, lanen en singels. • Het agrarische karakter. • Het Apeldoorns Kanaal met begeleidende beplanting als markante begrenzing. • Aanwezigheid zandwegen.
Kwaliteiten die behoren bij het Soerens beekdal (Omgevingsvisie)
DORPSRAND DIEREN-SPANKEREN • De samenhang tussen de historische bouwlandcomplexen, de herkenbare bolle open essen en de schaapsdriften van en naar de bouwlanden naar de heide. • Afwisselende kleinschalige karakter.
Kwaliteiten die behoren bij de Overgangszone (Omgevingsvisie)
32
Uitsnede uit Visiekaart Omgevingsvisie Buitengebied
Gebiedsdoelen en ambities Initiatieven voor zonnevelden dienen een bijdrage te leveren aan tenminste een maar bij voorkeur meerdere gebiedsdoelen en ambities: • • • • • • • • •
Bijdrage leveren aan versterking ecologische verbinding Soerens beekdal. Bijdrage leveren aan recreatieve verbinding tussen Veluwe en IJssel . Realisatie van dorpsommetjes vanuit Dieren en Spankeren. Beleving Apeldoorns Kanaal versterken. Versterken laanstructuren in het gebied. Versterken erfbeplantingen. Versterken kleinschalige landschapsstructuur, mogelijk herstel historische structuren en aanleg landschapselementen . Verbeteren landschappelijke inpassing rand industrie Dieren (deelgebied 1). Klimaatbeleid: naar een duurzame en klimaat-robuuste toekomst
beleidskader energie & landschap gemeente rheden
33
1900
2020
Kansen voor herstel van (historische) beplantingsstructuren en het oorspronkelijke kleinschalige karakter van het gebied.
Kansen voor versterken van de ecologische verbinding van het Soerens beekdal door natte natuurontwikkeling.
Kansen voor ontwikkelen van dorpsommetjes (Spankeren en Dieren) en doorgaande route tussen Veluwe en IJssel.
Kansen voor een betere landschappelijke inpassing van de detonerende industrie-rand bij Spankeren door het ter plekke ontwikkelen van een meer kleinschalig landschap met opgaande beplantingen (houtwallen, bosjes, erfbeplantingen). 34
GEBIEDSONTWIKKELING DE BEEMD-VELPERWAARDEN (incl. Biljoen)
Oppervlakte ontwikkelgebied (ca) 221ha Deelgebied 1: 25,7 ha Deelgebied 2: 57,0 ha Deelgebied 3: 138,3ha
Naast de duurzame opwek liggen er voor deze gronden nog meer ruimteclaims ten aanzien van andere beleidsvelden zoals natuur, landbouw en cultuurhistorie. Daarom zal de komende jaren gewerkt worden aan een integrale gebiedsontwikkeling visie. Deze visie wordt opgesteld in samenspraak met grondeigenaren, agrariers, ondernemers en omwonenden. Lopende deze verkenning zullen initiatieven ten aanzien grondgebonden grootschalige opwek (windmolens hoger dan 26 meter en zonnevelden groter dan 2 ha) en zonnevelden kleiner dan 2ha in dit gebied worden aangehouden.
1km 1ha beleidskader energie & landschap gemeente rheden
35
Deelgebieden 1. Kasteel Biljoen 2. Velp-Biljoen 3. De BeemdVelperwaarden
Gebiedskwaliteiten Initiatieven voor zonnevelden dienen de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten te respecteren en waar mogelijk verder te versterken. Hiervoor wordt verwezen naar de Omgevingsvisie buitengebied deel 2. Een korte opsomming van de belangrijkste kwaliteiten: OVERGANGSZONE (valt weliswaar buiten het feitelijke zoekgebied, maar grenst hier direct aan; daarom ook rekening houden met deze kwaliteiten) • De historische bewoningsplaatsen en de overgang naar het landschap met de steilranden op deze overgang. • Overige hoogteverschillen en hellingen. • Afwisselende kleinschalige karakter. • Aanwezigheid van de aaneenschakeling van vele kastelen, landgoederen en buitenplaatsen. • Beeldbepalende landgoedkarakter met buitenplaatsen met landhuizen, tuinen,(statige) lanen, hagen, boomgroepen, parkbossen, hoogteverschillen en aaneenrijging van monumentale open ruimten. IJSSELVALLEI (feitelijk zoekgebied) • Het ensemble van uiterwaarden met de IJssel, oude rivierarmen, (historische) dijken, hanken, bakenbomen en een gaaf microreliëf van richels en geulen. • Openheid uiterwaarden dichtbij de IJssel versus het kleinschaliger halfopen landschap met netwerk van landschapselementen verder van de rivier.
• Broeklanden met fijnmazig en rechtlijnig patroon van waterlopen en beplantingselementen (hagen, singels) die de kleinschalige ontginningsstructuur benadrukken en hebben geleid tot een kenmerkend ordeningsprincipe. • De historie van het steenfabrieksverleden. • Zichtlijnen over de rivier en over de stuwwal. • Restanten IJssellinie. • Stelsel van beken en sprengen. 36
Kwaliteiten die behoren bij de Overgangszone (Omgevingsvisie)
Kwaliteiten die behoren bij de IJsselvallei (Omgevingsvisie)
Uitsnede uit Visiekaart Omgevingsvisie
Gebiedsdoelen en ambities Initiatieven voor zonnevelden dienen een bijdrage te leveren aan tenminste een maar bij voorkeur meerdere gebiedsdoelen en ambities: • • • • • • • • • •
Bijdrage leveren aan versterking ecologische verbinding Beekhuizerpoort. Bijdrage leveren aan recreatieve verbinding tussen Veluwe en IJssel. Realisatie van dorpsommetjes vanuit Velp en Rheden. Steenfabrieksterrein ontwikkelen als recreatief knooppunt. Combinatie leggen met ontwikkeling Rivierklimaatpark IJsselpoort. Versterken / herstel karakteristieke beplantingsstructuren / verkaveling Worth-Rhedense broek. Behoud / versterking zichtrelaties vanuit landgoederen. Verbeteren recreatieve aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van het gebied, met name langs de dorpsrand van Rheden. Zichtbare / herkenbare gradiënt van hoog naar laag; visuele barrièrewerking snelweg verminderen. Klimaatbeleid: naar een duurzame en klimaat-robuuste toekomst
beleidskader energie & landschap gemeente rheden
37
1870
2020
Kansen voor het herstel en beter beleefbaar maken van kleinschalige, rechtlijnige broekontginningsstructuur van Worth-Rhedense broek en het kleinschalige bebouwingslint langs de Brinkweg. Kansen voor het aansluiten bij doelstellingen Rivierklimaatpark IJsselpoort:
38
BIJLAGEN 1 2 3 4 5
beleidskader energie & landschap gemeente rheden
RELATIE MET ANDER BELEID DIVERSE LOPENDE INITIATIEVEN DRAAGVLAK VERKENNING “ windenergie op en rond de Veluwe” CULTUURHISTORISCHE WAARDERING dorpsrand en polder Ellecom
39
1
RELATIE MET ANDER BELEID
Samenhang met Regionale Energie Strategie (RES) en beleidskader Samen Energie opwekken
Omgevingsvisie en –verordening Provincie Gelderland
We vinden het belangrijk dat de gemeentelijke ruimtelijke kaders, uitgangspunten en wensen voor de opwek van (grootschalige) duurzame energie uit wind en zon vastliggen. Hiermee worden de lokale belangen bij zowel lokale ontwikkelingen als bij (boven)regionale samenwerking op dit gebied de gefundeerd geborgd. Daarom werkt de gemeente Rheden parallel lopend aan het opstellen van de Regionaal Energie Strategie voor de regio Arnhem-Nijmegen aan een eigen afweging, het beleidskader Energie en Landschap. Het nagenoeg gelijktijdig opstellen van dit beleidskader door de gemeente en het formuleren van het RES bod in de regio hebben elkaar ondersteund in discussie’s, dilemma’s en uiteindelijk maken van keuzes.
Overig gemeentelijke beleid
Nederland heeft de internationale klimaatafspraken uitgewerkt in een nationaal Klimaatakkoord (2019) en klimaatwet. Eén afspraak uit dit akkoord is dat dertig regio’s in Nederland moeten onderzoeken waar en hoe het beste duurzame energie op land kan worden opgewekt. Dit moeten de regio’s vastleggen in een Regionale Energie Strategie (RES). Hierin staat welke bijdrage elke regio denkt te kunnen leveren aan de landelijke doelstelling van 35 TWh voor wind- en zonne-energie op land. Concreet richt de RES zich op: – De opwekking van duurzamen elektriciteit via windmolens, zonnevelden en zon op grote daken (>15kWP) – De warmtetransitie in de gebouwde omgeving en – De benodigde opslag en de energie infrastructuur. Elke regio maakt hierin zijn eigen keuzes. Rheden behoort met nog 17 andere gemeentes tot de regio Arnhem-Nijmegen.