CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Handreiking BRW NL Bluswatervoorziening (2012)

Raadsvergadering 26 april 2022, gemeente RhedenBij agendapunt: Overeenkomsten Harderwijkerweg 5-7, Priensnitzalaan 2-2a te Laag-Soeren37.919 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Zie Een nieuwe kijk op straalpijpvoering (NIFV, Arnhem 2008) p. 56. Zie ook BRZO Handboek: Mobiele en stationaire installaties.

84

Wanneer vanaf een TS met een waterkanon en/of lagedruk stralen wordt ingezet, is een grotere capaciteit van 1500 tot 2000 liter per minuut benodigd. Hiervoor is een dubbele transportleiding van 75 mm nodig (maximale afstand 160 meter). Daarnaast heeft een waterkanon een worplengte van minstens 40 meter, zodat een totale afstand van 200 meter kan worden bereikt. Het is dan wel noodzakelijk extra 75 mm slangen (om het waterkanon te voeden) van een andere TS te betrekken. De tijd die verstrijkt voordat men operationeel is, kan variëren tussen de 3 en 40 minuten. Dit is mede afhankelijk van de afstand tot het object, de opkomsttijd van een tweede TS, eventuele geografische bijzonderheden en de benodigde tijdsduur voor het opbouwen van het watertransportsysteem. Bij afstanden van 500 tot 2500 m en een debiet boven de 2000 liter per minuut, is het echter noodzakelijk om gebruik te maken van bluswatervoorzieningen met onbeperkte waterlevering en dompelpompen met 150 mm slangen, waarbij de inzettijd kan oplopen tot 60 minuten. Hiervoor zijn watertransportsystemen (WTS 1000 en WTS 2500) benodigd. Primaire, secundaire In deze Handreiking wordt de oorspronkelijke definitie van primaire, secundaire en tertiaire en tertiaire blus- bluswatervoorzieningen36 aangepast.

watervoorzieningen Hieronder volgen de nieuwe definities: Primaire bluswater- De bluswatervoorziening kan binnen 3 minuten worden opgebouwd en operationeel zijn. voorziening De brandweer beschikt over materieel en middelen om de bluswatervoorziening in stand te houden, zodat continuïteit van blussing gegarandeerd is voor tenminste 1 uur. Bluswater wordt geleverd door brandkranen37 of alternatieve voorzieningen (zie hiervoor ook het rapport ‘Alternatieven voor primaire bluswatervoorziening’ 38). In deze filosofie kan een tankwagen of tankautospuit ook als primaire bluswatervoorziening beschouwd worden. Er moet dan wel gezorgd worden voor aanvulling van de watervoorraad, zodat continuïteit van blussing voor tenminste 1 uur gegarandeerd wordt. Secundaire blus- De bluswatervoorziening kan binnen een half uur worden opgebouwd en operationeel zijn. watervoorziening De brandweer beschikt over materieel en middelen om de bluswatervoorziening in stand te houden, zodat continuïteit van blussing gegarandeerd is voor tenminste 4 uur. De minimale bluswatercapaciteit die uit de bluswatervoorziening te onttrekken is, bedraagt 90 kubieke meter per uur, oftewel 1500 liter per minuut. Tertiaire bluswater- De bluswatervoorziening kan binnen een uur worden opgebouwd en operationeel zijn.

voorziening De brandweer beschikt over materieel en middelen (zoals bijvoorbeeld grootschalige watertransportsystemen) om de bluswatervoorziening in stand te houden, zodat continuïteit van blussing gegarandeerd is voor onbepaalde tijd. De te onttrekken bluswatercapaciteit bedraagt minimaal 120 kubieke meter per uur, oftewel 2000 liter per minuut, en het bluswater is onbeperkt leverbaar. Maateenheden De brandweer drukt bluswaterdebieten doorgaans in liters per minuut (l/min) uit. Andere organisaties rekenen echter in het aantal kubieke meters per uur (m3 /uur). Het omrekenen van liter per minuut naar kubieke meter per uur is vrij eenvoudig, namelijk: delen door 1.000 (om van liters naar kubieke meter te gaan) en vermenigvuldigen met 60 (om van minuten naar uren te gaan). In tabel 1 is dit voor de meest gangbare debieten gedaan.

Tabel 1 Van liter per minuut naar m 3 per uur

36 37 38

liter per minuut

125

250

500

1.000

1.500

2.000

2.500

3.000

3.500

4.000

4.500

m 3 per uur

7,5

15

30

60

90

120

150

180

210

240

270

‘Alternatieven voor primaire bluswatervoorziening’; uitgave NVBR, 2009. Om de juiste hoeveelheid bluswater op de plaats van het incident te kunnen krijgen is het waterleidingnet over het algemeen niet toereikend (C max 1000 l/min): brandkranen in een sternet of leegloopnet hebben beperkingen en meestal is het niet mogelijk om meer dan één brandkraan gelijktijdig te gebruiken zonder capaciteitsverlies. ‘Alternatieven voor primaire bluswatervoorziening’; uitgave NVBR, 2009

85

BIJLAGE 2 Wet- en regelgeving

De vanzelfsprekend- De afgelopen decennia vormde het drinkwaterleidingnet met de daarop aanwezige brandheid voorbij kranen op de meeste plekken in Nederland een welhaast vanzelfsprekende en gegarandeerde bron van bluswater. In bebouwde gebieden kon de brandweer er meestal vanuit gaan dat er binnen veertig meter vanaf een opstelplaats (80 m onderling) een brandkraan geplaatst was die een debiet leverde van honderden liters per minuut. Deze vanzelfsprekendheid staat meer en meer onder druk. Om verschillende redenen zijn waterleidingmaatschappijen steeds minder genegen om de beschikbaarheid van brandkranen en grote leidingdiameters als een vanzelfsprekendheid te beschouwen. Waterleidingmaatschappijen hebben sinds de komst van de Drinkwaterwet geen verplichting meer tot het leveren van bluswater. Door sanering zullen alle waterleidingnetten worden omgebouwd tot ‘leegloopnetten’. In de praktijk heeft dit consequenties voor de capaciteit en positie van de brandkranen. Een gevolg hiervan is dat het debiet afneemt en het aantal locaties voor afname van bluswater vermindert. Als consequentie kan een verminderde beschikbaarheid van bluswater ontstaan, door bijvoorbeeld een afname in aantallen brandkranen of een vermindering van de capaciteit van brandkranen.

De noodzaak tot het hebben van brandkranen met een bepaald debiet op een bepaalde locatie zal dan ook beargumenteerd moeten worden. In deze handreiking komen ook andere manieren aan de orde om voldoende bluswater ter plaatse te krijgen. Hierbij speelt ook een tijdsaspect. Voor een nog uitgebreider overzicht van alternatieven voor de brandkraan, verwijzen wij naar de NVBR-publicatie ‘Alternatieven voor primaire bluswatervoorziening’ 39. Wet- en regelgeving De zorg voor bereikbaarheid en (openbare) bluswatervoorziening ligt hoofdzakelijk bij de gemeente. Volgens de Wet veiligheidsregio’s zijn burgemeester en wethouders namelijk belast met de organisatie van de brandweerzorg (artikel 2). Impliciet betekent dit ook dat zij de zorg hebben voor de voorwaarden om een brand te kunnen bestrijden. Hierbij hoort ook de zorg voor bereikbaarheid en bluswatervoorziening40. Voor de eisen t.a.v. bluswatervoorziening en bereikbaarheid is het Bouwbesluit 2012 het uitgangspunt. De nieuwe ‘Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid’ voorziet in een praktische uitwerking van de wet- en regelgeving. Bovendien zijn bereikbaarheid en bluswater thema’s die een directe relatie hebben met ruimtelijke ordening. Daarom zijn bestemmingsplannen bij uitstek documenten waarin deze thema’s aan bod kunnen komen.

Voor het handhaven van de bereikbaarheid, bieden de Wegenverkeerswet (en in sommige gevallen een Algemene Plaatselijke Verordening) en de notitie Duurzaam Veilig (zie het hoofdstuk ‘Bereikbaarheid’) aanknopingspunten. Naast het feit dat de gemeente de zorg heeft voor de openbare bluswatervoorziening, kan de gemeente in specifieke gevallen (zie Bouwbesluit 41) een niet-openbare bluswatervoorziening op eigen terrein eisen. Deze eis kan gesteld worden als de openbare bluswatervoorziening niet voldoet voor het benodigde specifieke gebruik. Dit is het geval, wanneer het gebruik een verhoogd risico oplevert ten opzichte van het gemiddelde van het bestemmingsplan. Het onderhouden van die voorziening wordt ook geëist via het Bouwbesluit. Wanneer een niet-

38 39 40

‘Alternatieven voor primaire bluswatervoorziening’; uitgave NVBR, 2009. Brief van de Minister van Veiligheid en Justitie aan het Bureau Veiligheidsberaad, d.d. 22 oktober 2010, opgenomen als Bijlage 2. Bouwbesluit 2012.

86

openbare bluswatervoorziening op eigen terrein geëist wordt, kan eventueel ook de mogelijkheid van publiek-private samenwerking onderzocht worden.

Wet veiligheidsregio’s Artikel 2 Verantwoordelijkheid College B&W Artikel 3 Artikel 3 Brandweerzorg

Relevante selectie uit bouwbesluit 2012 Artikel 6.27 Aansturingsartikel Artikel 6.27 Brandslanghaspels Artikel 6.29 Droge blusleiding Artikel 6.30 Bluswatervoorziening Artikel 6.31 Blustoestellen Artikel 6.32 Automatische brandblusinstallatie en rookbeheersingssysteem Artikel 6.33 Aanduiding blusmiddelen Artikel 6.34 Tijdelijke bouw Artikel 6.35 Aansturingsartikel Artikel 6.36 Brandweeringang Artikel 6.37 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten Artikel 6.38 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen Artikel 6.39 Brandweerlift Artikel 6.40 Mobiele radiocommunicatie hulpverleningsdiensten

Brief van de Minister van Veiligheid en Justitie aan het Veiligheidsberaad Zie pagina 87 en 88.

87

88

89

BIJLAGE 3 Gedachtenraamwerk aanleg en

aanwijzing bluswatervoorzieningen Omdat ruimte in Nederland schaars is, worden afspraken gemaakt over waar welke functies mogelijk zijn middels de Wet ruimtelijke ordening (WRO). Die afspraken volgen uit een proces waarin een belangenafweging van verschillende aspecten plaatsvindt. De afspraken vinden uiteindelijk hun plek in structuurvisies en bestemmingsplannen. Aangezien bestemmingsplannen aangeven hoe grond gebruikt mag worden en wat daarop gebouwd mag worden, is het bestemmingsplan tevens de plek om over een adequate bluswatervoorziening en bereikbaarheid na te denken. De bluswatervoorziening kan tenslotte het beste worden vormgegeven op basis van de aanwezige (brand)risico’s. Bovendien is het bestemmingsplan het aanknopingspunt om bluswatervoorzieningen en voorzieningen voor bereikbaarheid (zoals aanvalswegen en opstelplaatsen) ruimtelijk een plek te geven (bijvoorbeeld door open water of blusvijvers op de plankaart aan te geven) én financieel weg te zetten (bijvoorbeeld via de grondexploitatie). Het is tevens de plek om met andere partijen in overleg te treden over de bestrijding van incidenten in het gebied. Belangrijk is, dat al op dat moment de veiligheidsketen bij elkaar wordt gebracht. Maatregelen moeten immers in de repressieve sfeer gebruikt kunnen worden en toepasbaar zijn.

De gemeente is verantwoordelijk voor een adequate bluswatervoorziening en daarmee ook voor de bereikbaarheid daarvan (zie ook bijlage 2). De veiligheidsregio of het brandweerkorps moet nu in samenspraak met de gemeente het opgestelde bluswaterbeleid daadwerkelijk uitwerken en implementeren. De gemeente is verantwoordelijk voor de realisatie van de bluswatervoorzieningen en de kosten die daaruit voortvloeien. Duidelijk is dat de ruimtelijke ordening een belangrijk uitgangspunt is voor het brandrisico van een gebied. De brandweer bereidt de basisbrandweerzorg op basis van het gebruik van een object voor. Het Besluit Veiligheidsregio’s legt normen vast voor de opkomsttijd van de brandweer voor verschillende functies. Het bestuur van een veiligheidsregio mag hier beargumenteerd van afwijken. Daartoe baseert het bestuur zich op een (brand)risicoprofiel. Op basis van de Wet veiligheidsregio’s is elke regio verplicht een regionaal risicoprofiel op te stellen. Zowel bereikbaarheid als bluswatervoorziening hebben een belangrijke relatie met brandrisico’s omdat beiden mogelijkheden bieden het brandrisico beheersbaar te houden. Zo zorgt een goede bereikbaarheid voor een snellere opkomst van brandweereenheden. De beschikbaarheid van bluswater maakt een efficiënte bestrijding van het incident mogelijk, zodat een brand minder snel of niet escaleert.

Bovendien dient in het bestemmingsplan rekening te worden gehouden met activiteiten met gevaarlijke stoffen die risico’s opleveren voor de omgeving. In een verantwoording van externe veiligheidsrisico’s 42 in het bestemmingsplan, als gevolg van opslag en/of transport van gevaarlijke stoffen, moet worden ingegaan op mogelijke maatregelen om de risico’s te beperken, en de bestrijdbaarheid van incidenten (met gevaarlijke stoffen) te vergroten. De basis hiervoor ligt in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (BEVB) en de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (RNVGS)43. Bluswatervoorziening en bereikbaarheid zijn instrumenten die hier als maatregelen kunnen worden opgevoerd. Wanneer de activiteiten met gevaarlijke stoffen een verhoogd risico opleveren ten opzichte van het gemiddelde van het bestemmingsplan, kan het voorkomen dat de openbare blus42 43

Verantwoording groepsrisico in het kader van BEVI of RNVGS. Er is een Besluit Transportroutes Externe Veiligheid (BTEV) in voorbereiding ter vervanging van de RNVGS en in lijn met BEVI en BEVB.

90

watervoorziening niet toereikend is. In die specifieke gevallen (zie Bouwbesluit 201244) kan de gemeente een niet-openbare bluswatervoorziening op eigen terrein eisen. Een dergelijke eis zou ook kunnen resulteren in een publiek-private samenwerking ten aanzien van de totale benodigde bluswatervoorziening. De eis om deze voorzieningen te onderhouden, is ook vastgelegd in het Bouwbesluit.

44

Ministerie van BZK (2011) Bouwbesluit 2012.

91

BIJLAGE 4 Literatuur

‘Inspectiesignaal brandwerendheid woningscheidende constructies’; Ministerie van VROM 2009 ‘De brandweer over morgen: strategische reis als basis voor vernieuwing’; NVBR 2010 ‘Bouwbesluit 2012’; Ministerie van BZK 2011 ‘Besluit transportroutes externe veiligheid’; Ministerie van Infrastructuur en Milieu 2012 ‘NFPA 1142: Standard on Water Supplies for Suburban and Rural Fire Fighting’; National Fire Protection Association (United States) 2012 ‘Een nieuwe kijk op straalpijpvoering’; NIFV 2008 ‘Mobiele en stationaire blusinstallaties’; Landelijk Expertisecentrum BrandweerBRZO (LECBRZO) 2009 ‘BrandweerBRZO - Scenarioboek’; Landelijk Expertisecentrum BrandweerBRZO (LECBRZO) 2009 ‘Zakboek grootschalig optreden’; W. Tates, Koninklijke Vermande 2002 ‘Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid’; NVBR 2003 ‘Alternatieven voor primaire bluswatervoorziening’; NVBR 2009 ‘Onderzoek en resultaten bluswater Apeldoorn/Epe’; H. Koopman, www.brandweerkennisnet.nl, 2011 ‘Handleiding PREVAP 2009’; NIFV 2009 ‘Operationele Handreiking Ongevalsbestrijding Gevaarlijke Stoffen’; NVBR Vakgroep OGS 2012 ‘Naar een duurzaam veilig wegverkeer. Nationale Verkeersveiligheidverkenning voor de jaren 1990/2010’; M.J.

Koornstra et al., SWOV 1992 ‘Handboek wegontwerp (Publicatie 164 a t/m d)’; CROW 2002 ‘Hulpdiensten snel op weg (Publicatie 165)’; CROW 2002 ‘Concept-Leidraad repressieve brandweerzorg’; NVBR 2008 ‘Bronnenboek natuurbrandbeheersing’; NVBR 2011

92

BIJLAGE 5 Verklarende woordenlijst

AGS adviseur gevaarlijke stoffen BHV bedrijfshulpverlening BLEVE boiling liquid expanding vapour explosion BR BLEVE-resistent BRZO besluit risico’s zware ongevallen CAFS compressed air foam system LD lagedruk (stralen) HD hogedruk (stralen) NFPA national fire protection association OGS ongevallen met gevaarlijke stoffen PREVAP preventie-activiteiten plan RV redvoertuig (hoogwerker) SBV schuimblusvoertuig SVM schuimvormend middel TS tankautospuit VAB volautomatische autobergingen WBDBO weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag WK waterkanon WTS watertransportsysteem

93

Colofon Dit is een uitgave van Brandweer Nederland adres Kemperbergerweg 783 6816 RW Arnhem post Postbus 7010 6801 HA Arnhem t (026) 355 24 55 f (026) 351 50 51 e info@brandweernederland.nl i www.brandweernederland.nl

projectleider Mevrouw dr. G.J. (Gerda) Bouma projectgroep dr. G.J. (Gerda) Bouma Veiligheidsregio Utrecht De heer ing. M.A.G. (Marc) Bus Veiligheidsregio Twente; Netwerk Repressie De heer ing. R.T.J. (Ronald) van Miltenburg Veiligheidsregio Gooi & Vechtstreek; Netwerk Risicobeheersing, sector Milieu en Industrie De heer ing. M. (Marcel) Nijssen Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond; Netwerk Risicobeheersing, sector Milieu en Industrie De heer ir. M. (Marcel) Reefhuis Veiligheidsregio Twente; Netwerk Risicobeheersing, sector Externe Veiligheid De heer B. (Bert) Vis Veiligheidsregio Haaglanden De heer W. (Wout) Werensteijn Veiligheidsregio Utrecht De heer ing. M. (Maikel) van der Hulst Veiligheidsregio Flevoland De heer ing. D. (Dick) Arentsen, MSc CSP RVK NVBR Landelijke vakgroep OGS De heer drs. J. (Jop) Perrée Veiligheidsregio Utrecht illustraties bereikbaarheid De heer N. (Nick) Naber Veiligheidsregio Flevoland vormgeving HSTOTAAL Communicatie & Design, Haarlem © Brandweer Nederland november 2012

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=a62064c4-da2a-46aa-a35d-fe155a16371c