CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij nota grondbeleid Omgevingsvisie Buitengebied 2019

Raadsvergadering 22 april 2025, gemeente RhedenBij agendapunt: Nota Grondbeleid43.724 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Omgevingsvisie buitengebied Rheden DEEL I - OMGEVINGSVISIE

NL.IMRO.0275.SVBuitengebied-VA01

Colofon Projectgroep Rheden Maarten van der Leeden Marian van de Hulsbeek Karen Hoorn - Engelsman

LOS stadomland Hans van Kempen Loes van Schie Vastgesteld 29 oktober 2019

Figuur 1 Het plangebied van deze visie omvat het gehele grondgebied van de gemeente Rheden met uitzondering van de dorpen. 2

3

De hoofdlijn van de visie informatiesamenhang

Het buitengebied van Rheden is een van de mooiste buitengebieden van Nederland. De lat ligt, terecht, hoog in Rheden. Dat mooie gebied maken en beheren we samen: burgers, bedrijven, overheden en andere organisaties. Want ook al ziet het er ‘natuurlijk’ uit, het ontstaat niet vanzelf. Verandering is de basis voor duurzaam behoud. Voortdurende aanpassing aan nieuwe omstandigheden houdt ons gebied vitaal én duurzaam aantrekkelijk. Verandering is bij ons bijna altijd maatwerk, het omgaan met kwaliteiten staat centraal. Om kansen te benutten en vraagstukken aan te pakken streven wij naar een buitengebied dat, nog meer dan nu, samenhangt. Die samenhang moet gelaagd, sterk en zichtbaar zijn. We willen een sterke maatschappelijke samenhang tussen het gebied en de mensen die er leven, wonen, recreëren en werken. Een flink deel van deze mensen voelt zich betrokken bij de omgeving en dat kan nog sterker. We willen de samenleving een actievere rol geven in het nadenken over de ontwikkeling van ons gebied. We stellen ons daarbij een ‘permanent gesprek’ voor. Daardoor wordt kennis opgebouwd over de mogelijkheden van ons gebied. En er kunnen creatieve oplossingen worden bedacht om initiatieven mogelijk te maken en de kwaliteiten van ons gebied daarbij te benutten. Wij zullen als gemeente, vanuit onze eigen verantwoordelijkheden, deelnemen aan dit gesprek.

We willen een sterke beleefbare samenhang op de overgangen tussen hoog en laag. Op die gradiënt liggen de belangrijkste ver4

beteringsmogelijkheden voor kwaliteiten en voor gebruik. We denken dan onder andere aan ecologische, cultuurhistorische en toeristisch-recreatieve samenhang. In het, soms letterlijk, maken van verbindingen tussen laag en hoog is veel te winnen. We willen een goede en duurzame samenhang tussen gebruik, fysieke kenmerken en de kwaliteiten van ons gebied. Denk daarbij aan robuuste natuur, natuurinclusieve landbouw, beheerste recreatiestromen, meer aandacht voor beweging, duurzaam vervoer, benutten van natuurlijke grondwaterstromen en duurzame energie. We willen een vitale functionele samenhang. Ons gebied is druk en wordt gevarieerd en intensief gebruikt. Daardoor zijn er veel mogelijkheden voor functionele verbanden en dit kunnen er meer worden. Denk bijvoorbeeld aan landbouwproductie met zoveel mogelijk lokale afzet, aan meer toeristischrecreatieve arrangementen tussen verschillende plekken, voorzieningen en bedrijven en aan meer verbanden tussen de dorpen en het buitengebied (ommetjes en de centra). We willen een beleefbare samenhang in de tijd tussen verleden, heden en toekomst. Daarvoor moeten we soms duidelijker dan nu kiezen om enerzijds het verleden zichtbaar te maken, en anderzijds ruimte te geven aan moderniteit. Het huidige beeld van ons gebied is geen eindbeeld.

Juist zichtbare verschillen tussen oud en nieuw versterken de samenhang tussen oud en nieuw en geeft vorm aan onze identiteit. Omdat we ons moeten voorbereiden op veranderingen op langere termijn (klimaat, technologie) moeten we

ook ruimte maken voor nieuwe onderwerpen zoals zonnepanelen en windmolens.

maatschappelijke samenhang

De samenhang met onze ‘buitenwereld’ moet een wederkerige samenhang worden. Wij zijn een geliefd bezoekersdoel en willen dat ook blijven. We willen de verantwoordelijkheden voor een duurzame relatie niet alleen bij onze eigen bewoners maar ook bij onze bezoekers leggen. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in beperkingen van de toegankelijkheid. Kennis wordt steeds belangrijker in onze samenleving. We willen een sterkere informatiesamenhang dan nu tussen de fysieke omgeving en de virtuele omgeving van data en informatie over en van ons gebied. Daarmee leggen we een basis voor versterking van de beleving van de ruimtelijke kwaliteit, versnellen we het leggen van lokale functionele verbanden, kunnen we ons gebied beter beheren (denk aan verduurzaming, circulariteit, bezoekersstromen, verkeersstromen), kunnen we een proeftuin voor allerlei vormen van onderzoek worden en kunnen functionele vernieuwingen sneller plaatsvinden.

wederkerige samenhang

tastbare samenhang

We voeren thematisch én gebiedsgericht beleid. Thema’s en gebieden beïnvloeden elkaar. Als we bijvoorbeeld voor het thema ‘duurzaam toegankelijk’ gaan sturen op de bereikbaarheid, dan pakken de wijzigingen in verkeerstromen in deelgebieden op verschillende manieren uit.

zichtbare samenhang

functionele samenhang

5

De hoofdlijn van de visie

Zeven thema’s om aan te werken De thema’s worden uitgewerkt in hoofdstuk 3. Doorbouwen aan onze omgeving. Initiatieven van burgers, bedrijven en andere overheden zijn een drijvende kracht voor verandering. De algemene lijn is dat we dat ondersteunen, ‘je moet verandering willen’. Wat gaan we doen? Ten eerste gaan we onze regelgeving aanpassen, we gaan bestemmingen flexibeler maken en we richten ons meer op effecten dan op functies. Daarnaast gaan we ‘gebiedstafels’ instellen waar per gebied gediscussieerd wordt hoe initiatieven mogelijk gemaakt kunnen worden.

Gebiedstafels We gaan voor een groot deel van het buitengebied een permanente overlegstructuur inrichten, in de vorm van gebiedstafels. Alle initiatieven van enige omvang voor de fysieke leefomgeving worden hier besproken. We nodigen alle partijen uit die een belang hebben in het gebied. De tafels hebben twee taken. Ten eerste geven zij een advies aan de gemeenteraad over initiatieven die gevolgen voor de publieke ruimte hebben. Ten tweede voeren de tafels een aantal opdrachten uit die we in deze omgevingsvisie noemen. Dit zijn opdrachten voor bijvoorbeeld versterking van natuur, klimaatadaptatie, beleving en recreatie.

6

Samenhang tussen hoog en laag. We zijn een reliëfrijke gemeente. We gaan de mogelijkheden van de ‘gradiënt’ voor natuur, landschap, water, recreatie, cultuurhistorie, landbouw en beweging meer ontwikkelen. Hier komen concrete uitdagingen en opdrachten voor de gebiedstafels uit. Daarmee activeren we gebiedspartijen, stimuleren we samenwerking en kunnen we onze omgeving daadwerkelijk verbeteren. Beleving van de kwaliteiten. De belevingseconomie ontwikkelt zich snel en wij hebben daar een goede positie in. De Posbank is bijvoorbeeld een van de sterkste heidebelevingen van Nederland en er zijn meer sterke belevingen in ons gebied. We gaan inzetten op de belevingseconomie en op belevingsversterking zonder in te boeten op onze kwaliteiten. Belevingsversterking maken we concreet door fysiek soms echt iets te maken, door de toegankelijk van ons gebied te verbeteren, door meer gericht te kijken naar activiteiten en evenementen en door meer in te zetten op virtualisering en kennisverspreiding. Duurzaam toegankelijk. De gemeente Rheden wordt een steeds populairder bezoekersdoel en we willen dat op een goede manier mogelijk maken. We willen recreanten meer spreiden over de gemeente en geleiden via aantrekkelijke toegangspoorten. Doelgroepen van recreanten gaan we bewust sturen naar plaats en tijd. Op de Veluwezoom willen we meer rust creëren en ruimte geven aan langzaam verkeer.

Via toegangspoorten willen we ondernemers meer laten profiteren van recreatie en toerisme. Gemotoriseerd verkeer concentreren we in een zone tussen de Veluwezoom en de IJssel. Op de Veluwezoom gaan we van ‘toerwegen’ naar

‘toegangswegen’. Een concrete maatregel is het ‘knippen’ van de Beekhuizenseweg voor doorgaand auto- en motorverkeer, terwijl we de voorzieningen bereikbaar houden. Nu stappen zetten voor een duurzame toekomst: klimaatadaptatie. Met het aanpassen van onze omgeving aan het veranderende klimaat zullen we vele decennia bezig zijn. We kiezen voor de komende jaren voor een aantal maatregelen waarmee we de uitvoering starten. Voor het buitengebied gaat dat om maatregelen om extreme waterafstroming van de hellingen tegen te gaan, de natuur robuuster te maken (meer natuurverbindingen en kwaliteitsverbetering) en verder te gaan met het voorbereiden op extreem hoge en lage waterstanden in de IJssel. Daarnaast zullen we ons op drie manieren voorbereiden op natuurbranden: samen met anderen werken aan risicoverlaging, goede afspraken voor de aanpak van beheersbare branden en een calamiteitenaanpak bij onbeheersbare natuurbranden. Nu stappen zetten voor een duurzame toekomst: energietransitie. We werken vanuit onze algemene doelstelling om CO2 neutraal te zijn in 2040. Voor de komende jaren willen we daar praktische stappen in maken. Voor het buitengebied starten we stap voor stap met ruimte geven voor de opwekking van windenergie en ruimte voor zonneparken. Zo dragen we bij aan de energietransitie.

Met de ervaring die we als Rhedense samenleving opdoen kunnen we dan besluiten wat de volgende stappen zullen zijn. We gaan een breed beeld van de reikwijdte van de energietransitie ontwikkelen, zodat we onze algemene doelstelling op termijn genuanceerder kunnen maken. We zullen alert

zijn op pragmatische kansen om energie op te wekken of te besparen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Omgaan met kwaliteiten. We zetten in op verschillende strategieën om onze kwaliteiten duurzaam in stand te houden. Ten eerste gaan we in de gebiedstafels ‘kwaliteitsinclusief ontwikkelen’. Dat doen we door een meer ontwerpende (hoe kan het wél) en minder toetsende houding te kiezen (wat kan er niet). En we gaan kwaliteiten als leidend principe aan de voorkant van het planproces meenemen. Ieder initiatief zien we als een kans om nieuwe kwaliteiten te maken en bestaande kwaliteiten meer betekenis te geven. Ook zetten we in op kennisontwikkeling over de kwaliteiten als werkbasis voor initiatiefnemers en de gebiedstafels. Vervolgens zullen we ook meer inzetten op een actief toezicht en handhaving van onze gebiedskwaliteiten en deze zullen we ook borgen in het omgevingsplan.

Vier gebieden met een eigen ontwikkelrichting De visie op gebieden wordt toegelicht in hoofdstuk 4. Een groot deel van ons buitengebied bestaat uit heide en bossen op het plateau van de Veluwe. Op de hellingen komen daar ook de buitenplaatsen bij. Het ‘bewoonde’ deel van ons gebied is een relatief smalle zone tussen de IJssel en het bos. Die zone bestaat uit de uiterwaarden, de oude bouwlanden en delen van de hellingen. De grote dorpen Velp, Rheden en Dieren omvatten bijna de hele breedte van deze zone waardoor het cultuurlandschap tussen de dorpen min of meer zelfstandige gebieden zijn geworden met een

eigen samenhang. Zo ontstaan vier logische deelgebieden in het buitengebied van de gemeente: het landschap van Velp tot Rheden, het landschap van De Steeg tot Dieren, het landschap van Spankeren tot Laag-Soeren en het landschap van het Veluweplateau. In de visie op de gebieden pakt het beleid voor de thema’s gebiedspecifiek uit. Wij gaan de aanleidingen voor eigenheid benutten en daarmee de kracht van ieder gebied ontwikkelen. Gebiedsdeel Velp-Rheden: ‘De historie ontwikkelt door’. We gebruiken de historie als vertrekpunt voor het recreatief beleven, economisch ontwikkelen en natuurlijk verbinden van Veluwe tot IJssel. Voor het landschap tussen Velp en Rheden zien we een doorontwikkeling van het historische landschap uit de 17-19 de eeuw naar de moderne tijd als de hoofdrichting. Het gebied kan een op beleving gerichte ‘tijdmachine’ zijn waarin kwaliteiten van de verschillende perioden worden benut, herkenbaar blijven en daardoor elkaar versterken. Gebiedsdeel De Steeg-Dieren: ‘Landgoederen verbinden’. De landgoederen zijn een duurzaam verbindende schakel in recreatieve en economische opgaven. Hierin zijn de historische en natuurlijke kwaliteiten van Veluwe tot IJssel sturend. De schaal van de uiterwaarden zien we als geschikt gebied voor robuuste groene en blauwe opgaven.

Tussen De Steeg en Dieren zien wij vooral de duurzame continuïteit van een landgoedlandschap als richting. Het gebied ontwikkelt zich naar een goed voorbeeld van een ‘duurzaam buitengebied’ zoals we dat in Nederland graag willen hebben. Financieel duurzaam,

‘natuurinclusief’, maatschappelijk duurzaam, veilig en circulair (gesloten productie- en consumptieketens). Gebiedsdeel Spankeren-Laag-Soeren, “Het verhaal van ontginning en beek weer boven”. We zien de gave ontginningsgeschiedenis van de Veluwerand als leidraad voor een historisch landschapspark waarin ruimte is voor economische ontwikkeling van recreatie en landbouw. En waar de Soerense beek een ecologisch en landschappelijk verbindend element vormt. Het gebied van Spankeren tot Laag-Soeren bevat bijna alle kenmerken van de landschappen die typerend zijn voor de rand van de gehele Veluwe. Het gebied is daarom geschikt om het ‘verhaal van de Veluwe’ te vertellen. Denk dan aan soorten landbouw, soorten natuur, watermolens, landgoederen en industrie uit verschillende tijdvakken en oude dorpjes. Dat verhaal van de Veluwe willen we hier verder ontwikkelen. Gebiedsdeel Veluweplateau. Voor de Veluwe zelf, het plateau, zien wij een ontwikkeling van een natuurpark (huidige situatie) naar wildernis. Steeds meer zelfregulerend en inherent robuust. De heidevelden zijn een vorm van cultuur-natuur die maatschappelijk zeer hoog gewaardeerd wordt en actief in stand gehouden worden. Dit zijn blijvende natuurparkdelen te midden van steeds natuurlijker wordende bossen.

7

Visiekaart omgevingsvisie buitengebied Rheden

8

9

1.1 Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 De omgevingsvisie voor het buitengebied van Rheden 1.2 De opzet van de visie 1.3 Omgevingswet

13 14 16 20

2 2.1 2.2 2.3 2.4

23 24 24 38 42

Uitgangspunten Waarop is de visie gebaseerd? Beschrijving van de fysieke leefomgeving Verantwoordelijkheden van de overheid Vraagstukken

3 Visie op thema’s 3.1 Inleiding 3.2 Doorbouwen aan onze omgeving INTERMEZZO Regionale samenwerking 3.3 Samenhang tussen hoog en laag 3.4 Beleving van de kwaliteiten INTERMEZZO Gezondheid 3.5 Duurzaam toegankelijk 3.6 Nu stappen zetten voor een duurzame toekomst – klimaatadaptatie INTERMEZZO Technologie, kennis en de circulaire economie 3.7 Nu stappen zetten voor een duurzame toekomst – energietransitie 3.8 Omgaan met kwaliteiten

51 52 52 62 66 72 80 84 92 98 100 104

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

109 110 116 118 124 128 134

Visie op de gebieden Inleiding Opdrachten voor de gebiedsplannen Het landschap van Velp tot Rheden Het landschap van De Steeg tot Dieren Het landschap van Spankeren tot Laag-Soeren Plateau van de Veluwe

5 Uitvoering 5.1 Uitvoeringsagenda 5.2 Planning & control

10

139 142 148

11

1

Inleiding

Figuur 2 Fotograaf: Familie De Groot.

12

13

1.1 De omgevingsvisie voor het buitengebied van Rheden

Voor u ligt de omgevingsvisie voor het buitengebied van Rheden. Deze omgevingsvisie is een integrale visie voor de fysieke leefomgeving. Het bevat de strategische hoofdkeuzen van ons beleid voor de lange termijn. De visie heeft drie werkdoelen. Ten eerste gebruiken wij, als gemeente, de visie om initiatieven die bij ons binnenkomen te beoordelen en te begeleiden. Daarnaast gebruiken wij deze visie om ons eigen uitvoerende beleid te coördineren. Ten derde hopen we dat u als burger, ondernemer of andere belanghebbende inspiratie zult opdoen uit deze visie én kennis verwerft van de collectieve doelen. U kunt dan inschatten hoe u een eigen initiatief kansrijk maakt (door in te spelen op de doelen). En wellicht wilt u samen met anderen aan de slag naar aanleiding van deze visie! Want lang niet alles kan door de overheid zelf worden uitgevoerd, het is een gezamenlijke taak om het buitengebied mooi te houden en te maken!

14

Een nieuwe visie is om verschillende redenen nodig: • De directe en praktische aanleiding is dat het huidige bestemmingsplan buitengebied verouderd is en nieuwe beleidskeuzes nodig zijn. • De tweede aanleiding is inhoudelijk. De huidige structuurvisie ‘Een droom om in te wonen’ (2006) en het Landschapsontwikkelingsplan (2007) zijn inmiddels ruim 10 jaar oud. Onze leefomgeving moet bruikbaar blijven en geschikt zijn voor een veranderende samenleving waarin steeds nieuwe vragen, problemen, mogelijkheden en beleidsthema’s voorkomen. Actuele ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld de energietransitie en de klimaatverandering. Daarnaast is de dynamiek van ruimtelijke, maatschappelijke en economische ontwikkelingen groter en veelzijdiger geworden. En daarvoor zijn er steeds aanpassingen aan het beleid nodig. • De derde aanleiding is de komst van de Omgevingswet. In paragraaf 1.3 geven we daar enkele achtergronden bij.

De samenhang met de dorpsvisies Voor ieder dorp in de gemeente is in de afgelopen tijd een visie opgesteld. Daarbij zijn de plangrenzen strak aan de rand van het dorp gelegd. Deze visie op het buitengebied begint bij die begrenzingen. In de gemeente Rheden zijn er in principe nergens uitbreidingslocaties; de grens tussen bebouwd en onbebouwd gebied ligt vast. Maar er zijn natuurlijk vele verbanden tussen bebouwd en onbebouwd. Velen wonen in de dorpen vanwege de kwaliteit en het recreatieve gebruik van het buitengebied. Er zijn verbanden op verschillende schaalniveaus: • Ten eerste de algemene samenhang tussen dorp en buitengebied. Het buitengebied is daarmee onderdeel van de woon- en leefomgeving van inwoners uit de dorpen. Wij verwachten daarom dat er zeker bewoners uit de dorpen deel zullen nemen aan de ‘gebiedstafels’ die in deze visie wordt voorgesteld. Daar kan de inbreng worden geleverd en de discussie gevoerd. • Ten tweede gaat het over ‘ommetjes’; wandelingen vanuit de dorpen, de ligging van het dorp in het landschap en om de stationslocaties als toegang tot het buitengebied. Voorstellen op dit schaalniveau zijn verspreid in deze visie opgenomen. • Ten derde kan het gaan om de concrete randen van stad en land, zoals bijvoorbeeld de zuidflank van Rheden. Deze visie bevat geen voorstellen voor aanpassingen van dergelijke randen.

Wethouder Ronald Haverkamp: “Rheden heeft een prachtig buitengebied. De Veluwe als groot bos-, heide- en natuurgebied, de IJssel en haar uiterwaarden met het agrarisch landschap en de historische landgoederenzone die daar tussenin ligt. We koesteren al dat moois en we zijn er trots op. We willen graag dat inwoners, ondernemers en bezoekers hiervan kunnen blijven genieten. Maar een landschap staat niet stil, kijk maar naar de afgelopen eeuwen. Het landschap ontwikkelt zich verder aan de behoeften van de tijd. En dat betekent dat we ook ruimte willen bieden aan nieuwe ontwikkelingen, zoals voor recreatie en toerisme. Ik denk dat we in deze omgevingsvisie een mooie balans hebben gevonden tussen het beschermen en benutten van ons buitengebied. Zullen we hier samen mee aan de slag gaan?”

Wat is de Omgevingswet? De Omgevingswet, waarvan de introductie in 2021 verwacht wordt, verplicht gemeenten voor hun hele grondgebied één omgevingsvisie maken. Gemeenten worden door het Rijk aangemoedigd om nu al te beginnen met onderdelen van de wet. Veel gemeenten, waaronder Rheden, hebben gekozen om te beginnen met visieontwikkeling op een bepaald gebiedsdeel van de gemeente om zo ervaring op te doen met de Omgevingswet. Deze visie is opgesteld ‘in de geest van de Omgevingswet’, maar zal formeel als een structuurvisie conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden vastgesteld. In paragraaf 1.3 geven we achtergronden bij de belangrijkste Omgevingswetskenmerken van de aanpak van dit project.

15

1.2 De opzet van de visie

hoofdstuk 6 Pijler 1

Algemeen

Visie op hoofdlijnen

DEEL I OMGEVINGSVISIE

Deze omgevingsvisie kent de volgende opzet: • Het fundament van de visie bestaat uit drie pijlers; de fysieke leefomgeving, de verantwoordelijkheden van de overheid en de vraagstukken. Dit fundament is beschreven in hoofdstuk 2. • Vanuit de drie pijlers is een strategie (de visie) gevormd die voorin dit boekje staat. Deze strategie wordt uitgewerkt in een visie op thema’s (hoofdstuk 3) en in een visie op gebieden (hoofdstuk 4). De samenvatting van visie op de thema’s en de gebieden staat ook voorin. • De uitvoering van het beleid komt aan bod in hoofdstuk 5.

hoofdstuk 1 en 2 Introductie & uitgangspunten

hoofdstuk 3 Visie op thema’s

hoofdstuk 4 Visie op gebieden

hoofdstuk 5 Uitvoering

Aanleiding, achtergronden en uitgangspunten

Uitwerking visie en beleid in thema’s Doorbouwen aan onze omgeving, samenhang tussen hoog en laag, beleving van de kwaliteiten, duurzaam toegankelijk, nu stappen zetten voor een duurzame toekomst en omgaan met kwaliteiten.

Uitwerking visie en beleid in gebieden met gebiedsdoelen Landschap van Velp tot Rheden, landschap van De Steeg tot Dieren, landschap van Spankeren tot Laag-Soeren en het plateau van de Veluwe.

Visie op de uitvoering en tabel uitvoeringsparagraaf

DEEL II VERDIEPING

hoofdstuk 6 Pijler 1

Beschrijving van de fysieke leefomgeving

Figuur 5 Opzet van de omgevingsvisie. De kleur refereert naar de kleur van het hoofdstuk. Figuur 4 Middachterallee (bron: gemeente Rheden). 16

17

Hoe leest u de visie? De visie kent thema’s en gebieden. De thema’s zijn gebaseerd op de vraagstukken die we hebben opgehaald. In ieder thema kunnen bepaalde belangen of inhoudelijke onderwerpen voorkomen. Als u bijvoorbeeld wilt weten wat er over natuur of over economie in deze visie staat dan zult u dat verspreid tegenkomen. De gebieden zijn op een bepaalde manier begrensd die nieuw is voor de gemeente.

door te lezen. De meeste onderwerpen (bijvoorbeeld ‘recreatie’ en ‘natuur’) komen in de verschillende thema’s terug. Het gebiedsgerichte beleid voor het hele buitengebied van de gemeente is in vier deelgebieden beschreven. Dit gebiedsgerichte beleid bevat alleen de onderdelen die specifiek voor dat gebied zijn. Als u wilt weten welke gebieden er zijn en wat de hoofdlijn van het

evenals ambtenaren van veel verschillende afdelingen en medewerkers van verschillende organisaties. De gemeenteraad en college B&W hebben diverse discussies over het beleid gevoerd. In de visie wordt zo nu en dan verwezen naar momenten uit het proces. We geven hier in vogelvlucht aan wat dat proces geweest is. Deze visie is vraaggestuurd en die vraag is opgehaald in een groot aantal interviews, gesprekken en getoetst in een eerste gebiedsconferentie. De bundeling van de vraagstukken in thema’s en eerste oplossingen voor die vraagstukken zijn bedacht en getoetst in dezelfde gebiedsconferentie en vervolgens tijdens een internetdiscussie. Daarna is er een uitgebreide ambtelijke periode geweest waarin de samenhangen in het beleid besproken zijn. De gebiedsindeling en de ontwikkelrichtingen zijn besproken in een tweede gebiedsconferentie. Tenslotte is een ontwerp van de omgevingsvisie voor reacties ter inzage gelegd.

Niet eerder werden gebieden op deze manier als samenhangende eenheid gepresenteerd. Voor een goed inzicht in het voorgestelde beleid is het nodig de hele visie te door te nemen. Maar de onderdelen van de visie zijn wel zoveel mogelijk opgesteld als zelfstandig leesbare stukken. De tekst aan de start van dit document is de hoofdlijn van de visie. Daar staan alle hoofdkeuzes bij elkaar. Als u op zoek bent naar uw eigen ‘belang’ dan raden wij aan alle thema’s van hoofdstuk 3 18

beleid is dan heeft u genoeg aan dit hoofdstuk. Voor een goed begrip van de inhoud van het beleid is het noodzakelijk om óók hoofdstuk 3 te lezen. Als u nieuwsgierig bent naar de beschrijving van de fysieke leefomgeving dan vindt u een samenvatting in dit eerste deel van de omgevingsvisie (paragraaf 2.2) en het volledige verhaal in een apart deel II.

Het proces om te komen tot de visie Deze omgevingsvisie is het resultaat van bijna twee jaar werk. Enkele honderden mensen uit de samenleving hebben bijgedragen

vraagstukken uit maatschappelijke en fysieke veranderingen

Thema’s en gebieden

VISIE

THEMA’S

vraagstukken

GEBIEDEN

gebiedsgerichte doorwerking

generieke uitvoering

gebiedsgerichte uitvoering

Figuur 6 Relatie tussen de thema’s en de gebieden.

Figuur 7 Impressie van de gebiedsconferenties in 2017 en 2018 (zie ook foto op pagina 18).

We gaan thematisch én gebiedsgericht beleid voeren. Met het themabeleid brengen we vraagstukken bij elkaar en kunnen we integrale oplossingen voorstellen. Met het gebiedsgericht beleid wordt de organisatorische en ruimtelijke samenhang van gebieden versterkt en worden lokale opgaves aangepakt. In figuur 7 is de relatie tussen de thema’s en de gebieden verbeeld. En we geven aan hoe dat leidt tot generieke uitvoeringsvoorstellen en gebiedsgerichte uitvoering in hoofdstuk 5.

19

1.3 Omgevingswet

Wat is de Omgevingswet? Op weg naar uitnodigingsplanologie De omgevingsvisie is een van de instrumenten van de omgevingswet. Een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is de introductie van ‘uitnodigingsplanologie’.

Waarom doen we dat en wat is uitnodigingsplanologie? De samenleving verandert voortdurend. De inrichting van onze fysieke leefomgeving moet die veranderingen mogelijk maken, faciliteren en soms ook initiëren. De veranderingen zijn breed, diep en versnellen onder invloed van demografische ontwikkeling, klimaatverandering en de ontwikkeling van technologie. Hoewel de veranderingen omvangrijk zijn, gaat de ruimtelijke transformatie met kleine stapjes en via kleine projecten. De overheid kan dit, namens de samenleving, alleen op hoofdlijnen aansturen. En zij kan dit zeker niet alleen uitvoeren. Een nieuwe vorm van planologie is nodig om dit voor elkaar te krijgen: uitnodigingsplanologie. Uitnodigingsplanologie is een algemene uitnodiging aan de samenleving om transformatieprojecten te initiëren en uit te voeren. De overheid zet daar wat tegenover, zij zal die initiatieven zo actief mogelijk faciliteren wanneer er wordt bijgedragen aan de collectieve doelen. Hoewel de Omgevingswet een op verandering en ontwikkeling gerichte wet is, is het ook een wet die in het spanningsveld tussen behoud en ontwikkeling is opgesteld. De volledige titel van de Omgevingswet luidt niet voor niets: ‘regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving’. De Omgevingswet verandert dit principe niet, maar stelt dat het zoeken naar de balans niet 20

Minister Kajsa Ollongren begin 2018: “De Omgevingswet is om meerdere redenen

De wet die gaat over ‘regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving’ wordt de Omgevingswet genoemd. De wet is aangenomen en de introductie wordt in 2021 verwacht. Een van de onderdelen van de wet is een verplichting voor gemeenten om voor hun hele grondgebied één omgevingsvisie maken. Veel gemeenten, waaronder Rheden, hebben gekozen om te beginnen met visieontwikkeling op een bepaald gebiedsdeel van de gemeente om zo ervaring op te doen met de Omgevingswet. Deze visie is opgesteld ‘in de geest van de Omgevingswet’, maar zal formeel als een structuurvisie conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden vastgesteld.

een bijzondere wet, deze daagt nadrukkelijk uit om oplossingsgericht naar maatschappelijke opgaven te kijken. Grote opgaven als klimaatadaptatie maar ook minder groot, als lokale oplossingen voor agrarisch ondernemerschap. Met deze wet gaan we zaken mogelijk maken”.

Van

kan en mag leiden tot stilstand. Deze balans moet wij zelf in Rheden zien te vinden.

De omgevingsvisie bevat de doelen voor het buitengebied, het strategisch beleid. Al het strategisch beleid voor het fysieke domein staat in de omgevingsvisie bij elkaar zodat burger, ondernemer en ontwikkelaar weten waar ze aan toe zijn. Er is dus in principe geen strategisch (sectoraal) beleid dat elders is geformuleerd*.

komst (rivierwaterafvoer in 2050) en weer andere vraagstukken spelen nu en in de toekomst (wateroverlast bij zware buien, afname biodiversiteit en de energietransitie). Deze visie kijkt zo’n 10-15 jaar vooruit, maar per vraagstuk zijn de onzekerheden over de toekomst verschillend. Wij verwachten dat herziening of bijstelling op onderdelen iedere gemeenteraadscyclus noodzakelijk is. Naast de omgevingsvisie blijft er ook nog uitvoeringsbeleid. Dat is bijvoorbeeld landschapsontwikkelingsbeleid, cultuurhistorisch beleid en verkeersplannen.

Dit kan alleen als de omgevingsvisie actueel is. Er zijn altijd wel aanleidingen om beleid te herzien (zoals maatschappelijke of technologische ontwikkelingen). Deze omgevingsvisie is vraaggestuurd. Sommige vraagstukken zijn erg actueel (zoals de drukte op de Posbank), andere spelen vooral in de toe-

* Omdat we te maken hebben met een visie voor het buitengebied en in een overgangsperiode zitten, kunnen we nog niet voor 100% aan deze voorwaarde voldoen. We kunnen bijvoorbeeld geen strategisch woonbeleid in een omgevingsvisie voor het buitengebied ontwikkelen, dat is niet de juiste setting.

De omgevingsvisie voor strategisch beleid

toelatingsplanologie

via

ontwikkelingsplanologie

naar

uitnodigingsplanologie (Omgevingswet)

Van

kaderstellend

via

vraagstellend

naar

activerend.

Van

belangen als uitgangspunt

via

gebiedsgerichtheid

naar

vraagstukken als uitgangspunt.

Van

afwegingen maken die leiden tot keuzes tussen belangen

via

gebiedsgerichte oplossingen bedenken

naar

het zoeken naar oplossingen voor vraagstukken en problemen.

Van

kaderstelling door de gemeenteraad

via

doelafspraken

naar

verbinding op doelen tussen overheid en samenleving.

Van

toetsen en reactief

via

organiseren

naar

faciliteren en proactief.

Van

een overheid die ruimte geeft voor burgerparticipatie

via

een overheid die samen met partijen ontwikkelingen opstart

naar

overheidsparticipatie en burgerparticipatie in wisselende vormen.

Van

een overheid die initiatieven vanuit de samenleving toetst aan haar algemene kader (gelijke monniken…)

via

extra: een overheid die voor bepaalde gebieden specifieke doelen stelt en daaraan toetst

naar

samenleving en overheid die een initiatief als uitvoering van een gedeeld doel zien en zo mogelijk maken (maatwerk).

Van

een samenleving die inspreekt op een plan zonder daar zelf verantwoordelijkheid voor te hoeven nemen

via

een samenleving die deels meedoet in ontwikkeling en deels traditioneel inspreekt

naar

een samenleving waarvan de positie sterker wordt naarmate ze zelf meer verantwoordelijkheid op zich neemt.

Van

afgestemd beleid

via

extra: gebiedsgericht beleid voor ontwikkelingsgebieden

naar

geïntegreerd beleid.

Van

een overheid die afwegingen maakt en daar draagvlak voor werft

via

een overheid die binnen bepaalde gebiedskaders samen met stakeholders tot voorstellen komt

naar

een overheid die samen met de betrokken samenleving tot voorstellen komt.

21

2

Uitgangspunten

Fotograaf S. Grefte 22

23

2.1 Waarop is de visie gebaseerd?

verstoven zandgronden

Dit hoofdstuk bevat in drie paragrafen de drie pijlers van de omgevingsvisie, zij vormen samen de input van de visie. Deze pijlers zijn: • De beschrijving van de huidige situatie van de fysieke leefomgeving; • De verantwoordelijkheden van de overheid die we expliciet maken; • Vraagstukken die de motor achter verandering zijn.

2.2 Beschrijving van de fysieke leefomgeving In deze eerste pijler beschrijven we de kenmerken van ons gebied. De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval bouwwerken, infrastructuur, water(systemen), bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed (artikel 1.2 van de Omgevingswet), en milieuomstandigheden zoals geluid en luchtkwaliteit. Deze paragraaf bevat een samenvatting van de beschrijving. De volledige gebiedsbeschrijving staat in deel II.

staan. In de rand van de Veluwe liggen droge en natte beekdalen waardoor er een gevarieerd reliëf is ontstaan met toppen en dalen. Aan de voet van de stuwwal is een overgangszone ontstaan. De IJssel is ongeveer 1500 jaar geleden ontstaan, maar ook eerder al lag er een rivierloop. De IJssel is deels een vlechtende en deels een meanderende rivierloop (geweest) die zowel materiaal afzette (waaronder rivierduinen) als erodeerde. Veel oude lopen zijn nog steeds herkenbaar.

Kenmerkend • De steilte van de hellingen; • De natuurlijke waterstromen uit de Veluwe; • De natte gebieden met schoon kwelwater aan de voet van de stuwwal; • Reliëf dat specifiek door verstuivingen is ontstaan; • Gevarieerd reliëf in de rand van de Veluwe; • De overgangszone aan de voet van de heuvelzone; • De huidige en oude rivierlopen van de IJssel, en het reliëf dat door de rivier gemaakt is.

beekdalen

gestuwde delen van de heuvels

afgegraven gronden

De natuurlijke uitgangssituatie Rheden ligt op de zuidelijke flank van de stuwwal, die we de Veluwe noemen. De Veluwe is opgestuwd door een gletsjer in de voorlaatste ijstijd. De randen van de stuwwal zijn steiler dan elders. Omdat de Veluwe een gestuwd gebied is zitten er onregelmatig verspreid verschillende grondsoorten in de stuwwal, waaronder grondlagen die water slecht doorlaten. Regenwater dat op de stuwwal valt, stroomt daardoor op verschillende plekken van de stuwwal, soms hoger en soms lager. Op sommige delen van de Veluwe zijn gronden verstoven en zijn zandduinen ont24

Figuur 8 Dit schema verbeeldt de 3 pijlers, ofwel de input voor de omgevingsvisie (de rode, oranje en groene pijl) en de opzet van de inhoud van het beleid.

Figuur 9 De geomorfologische kaart.

kleiige rivierafzettingen 25

Landschapsvorming door de mens Het landbouwsysteem stuurde voor een belangrijk deel de landschapsvorming. De dorpen ontstonden uit landbouwbedrijven op de overgangszone aan voet van de stuwwal. Deze lagen niet ver van het water maar hadden wel droge voeten. De Veluwe is in de loop van de eeuwen gebruikt als heidegebied waar de schapen graasden. Deze werden ’s nachts ondergebracht in de potstal. De mest werd gemengd met heideplaggen en deze grond werd op de overgangszone rond de dorpen gebracht waar de akkers lagen, soms werd dit pakket wel een meter dik (de zogenaamde enkeerdgronden). Rond 1800 bestond de Veluwe bijna geheel uit heide of zandverstuivingen. Als laatste werden de oorspronkelijke bossen in de natste lage delen gekapt (Beekbergerwoud in de gemeente Apeldoorn 1871). Alleen de jachtbossen op de zoom bleven over (zie bij landgoederen).

In de lage natte gronden en in het grootste deel van de uiterwaarden werd het land begraasd. De percelen werden begrensd door (meidoorn)hagen en houtsingels want de waterstanden waren te wisselend voor waterhoudende sloten als veekeringen. Langs de IJssel werden delen van het lage gebied beschermd tegen regelmatige overstromingen met zomerkades. Later werden op sommige plekken ook hoogwaterkeringen aangelegd. Het water in de Veluwe werd, al dan niet met sprengkoppen, afgetapt. Het liefst zo hoog mogelijk. Dit water werd verzameld en via beken (al dan niet ‘opgeleid’) naar plekken geleid waar een flink verval gemaakt kon worden. Daar werd een watermolen gebouwd. Waar mogelijk werd een serie molens gebouwd zodat het verzamelde water een paar molens kon aandrijven.

Figuur 10 de Middachterallee met schade kort na de 2de wereldoorlog, en deel van de dorpenroute. De historische verbinding tussen Arnhem en Zutphen werd op verschillende plekken deel van een landgoedomgeving. Hier, maar ook bij Biljoen/Beekhuizen en in het verlengde van deze laan bij Hof te Dieren (bron: Het Gelders Archief).

26

Figuur 11 Het oude spoor van Dieren naar Apeldoorn.

Figuur 12 de landschapszones. In deze kaart zijn de landschapskenmerken in onze gemeente samengevat. Iedere zone heeft er een eigen combinatie van landschappelijke, cultuurhistorische, natuurlijke en ook functionele kenmerken. Voor de details kunt u deel II van deze visie bekijken.

27

Aan de voet van de Veluwe werden binnen de gemeente vanaf 1100-1200 kastelen gebouwd (locaties zoals Middachten, Overhagen, Hof te Dieren en Gelderse toren). Deze hadden een permanent watervoerende gracht. In de 16de en 17de eeuw werden deze kastelen uitgebreid tot grotere landgoederen en kwamen er ook buitenplaatsen en villa’s bij. Onderdeel van de landgoederen was de aanleg van jachtbossen op de zoom, parken rond de huizen, de integratie van de molenbeeksystemen en de aanleg van verbindende lanenstelsels. In de volgende eeuwen werden er, steeds hoger op de helling, meer buitenplaatsen en landhuizen aangelegd. Voor een deel langs de weg Arnhem-Zutphen (dorpenroute), voor een deel langs de grotere beken en voor een deel nog wat hoger op de helling. Vanaf de landhuizen, objecten in de tuinen, kastelen, kerktorens en heuveltoppen werden parken met zichtlijnen gemaakt. Langs de dorpenroute werden villa’s gebouwd. Na de komst van de kunstmest verviel het oude landbouwsysteem. De heide verboste op natuurlijke wijze en daarnaast werden dennenbossen geplant op de Veluwe ten be-

hoeve van de mijnbouw en om voortgaande zandverstuivingen tegen te gaan. Vanaf de jaren ‘70 van 20ste eeuw werden stukken heide actief in stand gehouden en vanaf de jaren 90 werd een deel van het bosbeheer meer gericht op natuur en minder op houtproductie. De Veluwe is het grootste bos-, heide- en natuurgebied van Nederland. In de 20ste eeuw werden de dorpen sterk uitgebreid. Vooral Velp en Dieren strekken zich uit over het hele gebied tussen uiterwaard en bos. Maar in feite heeft de zoom van de Veluwe zich overal verschillend ontwikkeld. In 1865 werd de spoorlijn Arnhem Zutphen in gebruik genomen en in 1887 werd de spoorlijn Dieren Apeldoorn geopend. Aan het eind van de 19de eeuw werd het Apeldoorns kanaal verlengd naar Dieren en het bleef tot kort na de oorlog in gebruik als vaarverbinding. In 1974 werd de A348 geopend. Deze ligt op de rand van de broeklanden en de uiterwaarden, soms direct langs de IJssel. De snelweg is op een dijk aangelegd met verschillende verbindingen naar de Dorpenroute.

Figuur 13 Meidoornhagen in de uiterwaarden. Nog steeds zijn er meidoornhagen die de percelen begrenzen, een oude traditie. 28

Kenmerkend • De grootschalige heide in Rheden; • Gevarieerde bossen op de hellingen; • De dorpen, boerderijen en oude akkers aan de voet van de stuwwal met de opgebrachte grond; • De routes van schaapdriften en potstallen en de routes die over de Veluwe liepen (inclusief ‘koningswegen’); • Hagen en houtsingels als perceelsbegrenzingen in de uiterwaarden en broekgronden; • Dijken en zomerkades rond de ‘waarden’; • Het systeem van beken en sprengen met bijbehorende elementen zoals watermolens; • Kastelen, landgoederen en buitenplaatsen. Het samenhangende systeem van de gebouwen met de lanenstelsels, de bossen, de parken, de bekensystemen en de zichtlijnen; • De dorpenroute; • Veelvormige Veluwezoom, deels landelijk deels stedelijk; • Grotendeels horizontaal verlopende spoorlijn in een reliëfrijk gebied. Het museumspoor; • Apeldoorns Kanaal en alle onderdelen en voorzieningen die daarbij horen; • Dicht wegennet aan oostzijde van de gemeente met zeer zichtbare A348 als ruggengraat.

Figuur 14 Zanden en kribben in de IJssel van boven de Engel in de Steeg tot beneden het huis Middachten, 13 november 1661, in de namiddag. De IJssel was moeilijk bevaarbaar. Deze kaart laat ziet welke werken er zoal nodig waren om de waterstroom te concentreren. Er zijn talloze kribben voor nodig (bron: Gelders Archief).

Figuur 15 Gezicht op de IJssel met Kasteel Middachten ca. 1745; achter het hek herberg De Engel. In deze gravure is de diep ingesleten buitenbocht van de rivier goed te zien (bron: Gelders Archief). 29

Figuur 17 De historische landgoederen (bron:Gelders Arcadië en Figuur 16 Heuveltoppenkaart (bron: ahn.nl).

gemeente Rheden).

De afbeeldingen op deze pagina’s laten belangrijke kenmerken zien van het buitengebied in de gemeente Rheden. Hierboven staan de heuveltoppen afgebeeld. In figuur 17 zijn alle landgoederen afgebeeld zoals tegenwoordig begrensd en in figuur 19 is te zien dat in 1783 door de aanleg van de landgoederen ook het landschap werd vorm gegeven. Figuur 18 laat de systemen van de verschillende beken zien. Op deze pagina’s staat een selectie van kaarten, in deel II zijn alle kaarten afgebeeld.

Figuur 19 Historie van de landgoederen en buitenplaatsen. Bron: Hottinger-kaart van Zutphen uit de Atlas Topographique van het frontier des IJssels, Wedde en Westerwoldingerland, 1783 (uit: Nationaal Archief Den Haag).

30

Figuur 18 De beeksystemen (bron: sprengenbeken.nl).

31

Figuur 20 Ontwikkeling dieraantallen in Rheden. Tussen 2000 en 2010 is er een herschikking van de ‘hokdierbedrijven’ geweest in Nederland. In Rheden is er nu geen enkele meer, met uitzondering van een nertsenfokkerij (bron: CBS).

Het huidige functioneren Het buitengebied van de gemeente bestaat voor een groot deel uit bos- en natuurgebied. In de gemeente liggen twee van de grootste natuursystemen van Nederland dicht bij elkaar: de Veluwe en het rivierengebied. Er zijn ongeveer 40 agrarische bedrijven; meest melkveehouderijen, en voor een deel als onderdeel van landgoederen. De agrariërs zijn naar verhouding jonge ondernemers. Een relatief groot deel van de grond in het gebied is eigendom van slechts enkele eigenaren. Er is veel toerisme en recreatie in het buitengebied. Voor dagrecreatie is de

32

Figuur 21 Ontwikkeling agrarisch grondgebruik (are) in Rheden. Veruit het grootste deel van het agrarische gebied wordt voor grasland gebruikt (bron: CBS).

Veluwezoom, en met name de Posbank een regionale topbestemming. Het is een aantrekkelijk gebied voor evenementen, voor routegebonden recreatie, voor verblijfsrecreatie en natuurlijk voor de eigen bevolking. Een klein deel van de woningen van de gemeente staat in het buitengebied, vooral op de overgangszone en in de buurt van de dorpen. De gemeente is aan de zuidzijde van de Veluwe via de A348, de dorpenroute en de spoorlijn goed bereikbaar, aan de noordwestzijde van de dorpenroute lopen de meeste verbindingen niet door.

Kenmerkend: • Natuur op de Veluwe, natuur in het rivierengebied en de onderlinge nabijheid van deze systemen; • De specifieke ecosystemen van heide, bos, natte graslanden en riviernatuur; • Landbouwbedrijven in een waardevolle omgeving; • De eigendomsverdeling van de grond met veel grootgrondbezit; • Een topbestemming voor dagrecreatie gericht op natuurbeleving, voor wandelen, fietsen, paardrijden en andere routegebonden recreatievormen en voor verblijfrecreatie in het bos; • Een relatief dun bewoond buitengebied, maar wel met een concentratie langs de dorpenroute; • De geconcentreerde en goede bereikbaarheid.

Figuur 23 Uitsnede Strava Global Heatmap. Deze kaart geeft een beeld van de intensiteit en routes van wandelaars en hardlopers. Te zien is dat een groot deel van ons buitengebied zeer intensief gebruikt wordt, vooral de hellingen van de Veluwe (bron: Strava).

A348

N348

Velperbroek - Rheden

32.600

Rheden - De Steeg

30.200

De Steeg - Ellecom

26.700

A348 - Ellecom

22.200

Ellecom - Dieren

26.000

passage Dieren

19.600

Dieren - Brummen

15.900

Figuur 22 De bereikbaarheid via de A348 en N348 (dagintensiteit van auto’s in 2015) (bron: Wikipedia). Uit deze tabel blijkt dat deze wegen niet alleen een doorgaande route zijn maar ook veel lokaal verkeer hebben. Ten noorden van Dieren is er ongeveer half zoveel verkeer als bij de aansluiting Velperbroek.

33

Figuur 24 De verdeling van gronden binnen de gemeente. Het valt op dat een groot deel binnen het grondgebied wordt bepaald door een aantal eigenaren met veel grondbezit (bron: gemeente Rheden). 34

Figuur 25 Het agrarisch gebruik. Het grondgebruik bestaat voor het grootste gedeelte uit grasland, uitgezonderd van het bos- en heidegebied van de Veluwe (bron: gemeente Rheden en PDOK). 35

< 10

12 - 14

16 - 18

20 - 25

30 - 39

10 - 12

14 - 16

18 - 20

25 - 30

> 39

< 0.5 m getallen in ug/m3

0.5 - 1.0 m

1.0 - 2.0 m

2.0 - 4.0 m

4.0 - 6.0 m

Figuur 27 Maximale waterdiepte bij een overstroming 2015 (bron: Atlas van de Leefomgeving).

Figuur 26 Berekende stikstofdioxide (NO2). De hoogste concentratie stikstofdioxide is gecentreerd rondom de wegen. Het beeld voor stikstofdioxide is vergelijkbaar met dat van roet, fijnstof en geluid. Ook die concentraties zijn vooral het effect van verkeer. (bron: Atlas voor de Leefomgeving).

Kenmerkend

De huidige situatie van het milieu en de gezondheid

• De milieukwaliteit van het buitengebied is over het algemeen goed; • De hoge landelijke stikstofdepositie heeft nadelige invloed op alle natuur in de gemeente; • Duisternis en stilte op de Veluwe; • Klimaatverandering werkt vooral door op natuur, afstromend water, natuurbranden en waterveiligheid.

De kwaliteit van de bodem is over het algemeen goed. Het grondwater is schoon. Een deel van het bosgebied is donkerder en stiller dan de meeste plekken in de regio. Klimaatverandering kan grote gevolgen hebben voor de natuur. De hellingen zijn gevoelig voor afstromend water. De bossen kunnen brandgevaarlijk zijn. Het water in de rivier kan gevaarlijk hoog komen. Minder goed gaat het met de natuurkwaliteit op de Veluwe door de hoge stikstofdepositie. De negatieve invloed van stikstof op de natuur vindt al bij lage concentraties plaats.

Uit de, uitgevoerde, gezondheidsscan blijkt dat het buitengebied van de gemeente geen structurele gezondheidsrisico’s kent. Dat komt vooral omdat er in het buitengebied weinig woningen in de buurt van de snelwegen staan. Als je gemeentebreed kijkt kan dit anders uitpakken. Vooral in het dorp Velp is er nogal een stapeling van effecten (twee snelwegen, een aansluitpunt en een spoorlijn). Ook onder de normen voor bijvoorbeeld luchtkwaliteit en geluid is gezondheidswinst mogelijk. Er zijn verschillende voorstellen in deze visie de zullen bijdragen aan betere milieukwaliteit. Vooral de voorstellen waarmee we het gebruik van de trein en de fiets bevorderen, en de auto in de buurt van A348 willen houden dragen daaraan bij.

Figuur 28 Licht en duisternis op de Veluwe (bron: De bosatlas van Nederland, 2007). 36

37

2.3 Verantwoordelijkheden van de overheid

Deze visie is vraaggericht opgezet en deze vraagstukken komen voor een belangrijk deel uit de samenleving. Wij vinden het belangrijk dat die vraagstukken benoemd worden (derde pijler). Niet alle vraagstukken worden automatisch door ons als overheid opgepakt, veel vraagstukken kunnen beter door anderen worden opgelost. En áls wij een rol hebben in een vraagstuk dan kan die rol in het ene geval anders uitpakken dan in het andere. Om onze rol te kunnen vaststellen geven we in deze pijler aan welke verantwoordelijkheden wij kiezen. De gemeente is niet de enige overheid waar de burger, maatschappelijke organisaties en bedrijven mee te maken hebben. De Omgevingswet daagt de verschillende overheden die actief zijn in ons gebied uit om ‘met één mond te spreken’. Want de burger en ondernemer die langs verschillende overheden moet voor een initiatief, wil graag een eenduidig antwoord. De betrokken overheden zijn in ons geval: gemeente, waterschap Vallei en Veluwe, waterschap Rijn en IJssel, provincie Gelderland, Rijkswaterstaat en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Een deel van onze taken hebben wij overgedragen naar uitvoeringsorganisaties. In ons geval zijn dat de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA), Veiligheids- en Gezondheidsregio GelderlandMidden (VGGM) en het Gelders Genootschap.

Deze organisaties hebben, naast de opdracht die wij ze geven, een eigen rolinvulling vanuit eigen verantwoordelijkheden. De verantwoordelijkheden van al deze organisaties voor ons gebied staan in deze paragraaf. 38

Verantwoordelijkheden van de gemeentelijke overheid in Rheden Wij kijken op een bepaalde manier naar de vraagstukken. Als gekozen overheid hebben wij immers op voorhand een beeld van onze taakopvatting en onze aandachtspunten. Die komen voort uit onze wettelijke taken, uit de politieke afspraken die we gemaakt hebben bij de vorming van een coalitie en de langjarige beleidslijnen die we volgen. Wat zijn onze belangrijkste uitgangspunten en verantwoordelijkheden voor het buitengebied? • In de afweging tussen ‘beschermen en benutten’ (van de fysieke leefomgeving) moeten we maatwerk toepassen en een maatschappelijk gedragen evenwicht bereiken. Dit vraagt van alle partijen bereidheid tot gesprek en een houding om creatieve oplossingen te vinden. • Bescherming staat voor ons niet synoniem met stilstand. De wereld verandert en daarmee onze omgeving ook. Wij stimuleren verandering binnen het evenwicht van beschermen en benutten. • Wij vinden het zelf-organiserend vermogen van de samenleving belangrijk. Als de samenleving zelf iets kan oplossen of oppakken, wellicht met wat ondersteuning, dan heeft dat onze voorkeur. • Het is belangrijk dat burgers en bedrijven, binnen het juiste evenwicht van beschermen en benutten, de ruimte krijgen om zich te ontplooien.

• Het buitengebied zien we op voorhand niet als een locatie voor nieuwe woningbouw of reguliere (niet specifiek aan het buitengebied gebonden) bedrijvigheid, dat moet binnen de dorpen en op bedrijventerreinen plaatsvinden. Woningbouw of bedrijven passen alleen als het bijdraagt

aan verschillende gebiedsdoelen, zoals bijvoorbeeld bij vrijkomende agrarische bebouwing. • Wij anticiperen actief op klimaatverandering. We hebben een trekkende rol in de keuze van de richting van de klimaatadaptatie en de energietransitie. • Wij werken actief samen met andere overheden. Voor de realisatie van onze doelen hebben we die andere overheden nodig. Omgekeerd blijven we open staan om doelen van andere overheden te helpen realiseren. • Wij vinden het onze verantwoordelijkheid om een gezonde leefomgeving aan te bieden, gezond leven is een verantwoordelijkheid van mensen zelf.

Verantwoordelijkheden van de andere overheden in Rheden Deze andere overheden en uitvoeringsorganisaties geven in onderstaande aan wat zij als hun specifieke verantwoordelijkheid voor het buitengebied (inclusief het water) van Rheden zien.

Schoon water (waterkwaliteit) Onze missie is om een gezond en schoon watersysteem te realiseren, passend bij de gebruiksfuncties van het water. We benaderen dit in samenhang met de waterkwantiteitsopgave.

dere partners kunnen wij onze uitdagingen aangaan. We scheiden regenwater en rioolwater Samen met gemeenten investeren we in het ontvlechten van schoon en gebruikt water. We zorgen voor schoon water in een natuurlijke omgeving Wij zorgen voor schoon water en daarmee voor een goede leefomgeving voor onze inwoners en van dieren en planten’.

Waterschap Rijn en IJssel

Waterschap Vallei en Veluwe

Waterveiligheid (Hoogwaterbeschermingsprogramma) De gezamenlijke strategie van alle waterbeheerders in Nederland is gebaseerd op drie lagen: waterkeringen, ruimtelijke inrichting en crisisbeheersing. Voor elke laag is aangegeven wat dit voor Rheden inhoudt. De primaire kering van de IJssel in de gemeente Rheden zal voor 2021 worden beoordeeld n.a.v. de nieuwe normering. Verwachting is dat verbetering van eventueel ‘afgekeurde dijktrajecten’ voor 2030 plaats gaan vinden. Wanneer dit vanuit gebiedsurgentie van belang is (bijv. Rivierklimaatpark) kan uitvoering eerder plaatsvinden.

We beschermen uw omgeving tegen overstromingen De komende jaren zorgen we ervoor dat onze dijken langs de IJssel en de Nederrijn voldoen aan de nieuwe eisen.

Voldoende water (waterkwantiteit) Uitgangspunten voor Rheden zijn onderdeel van ons reguliere beheer en in de projecten die we samen met de gemeente oppakken. Specifiek zijn we nu gezamenlijk aan de slag met onder andere De Laak (onderdeel Masterplan Zuidflank Rheden), het zichtbaar en beleefbaar maken van de Rozendaalse Beek (t.h.v. Kennedylaan), hemelwater afkoppelen, De Beemd, Velp, toekomstvisie Havikerwaard en de visie/ambitiedocument Beekhuizerbeek.

We brengen samenhang aan in het beheer van waterstromen Samen met onze partners gaan we in de komende jaren meer kennis opbouwen over hoe de waterstromen elkaar beïnvloeden. Waterkwaliteit en -hoeveelheid op de kaart Op zogenoemde ‘waterpotentiekaarten’ staan de gebieden waar wij de komende jaren de waterkwaliteit willen verbeteren en de ecologische waarden willen verhogen. We halen waardevolle stoffen uit water In het afvalwater dat op onze rioolwaterzuiveringen binnenkomt, zitten diverse waardevolle grondstoffen. Dat willen we er uit halen zodat ze opnieuw gebruikt kunnen worden. We werken samen Samen sta je sterker, dat geldt ook voor ons werk. Alleen door een goede samenwerking met inwoners, scholen, bedrijven en an-

Rijkswaterstaat De uiterwaarden van de IJssel zijn onderdeel van het plangebied van de Omgevingsvisie Buitengebied van de gemeente Rheden. RWS Oost Nederland is beheerder van de IJssel en daarmee bevoegd gezag in de uiterwaarden van de IJssel voor de vergunningverlening op grond van de Waterwet. Rijkswaterstaat heeft drie verantwoordelijkheden. Rijkswaterstaat is samen met het waterschap verantwoordelijk voor hoogwaterveiligheid waarbij het waterschap gaat over de hoogwaterkeringen (waterkerende dijken) en Rijkswaterstaat gaat over de rivier zelf en het zomer- en winterbed. Rijkswaterstaat is tevens verantwoordelijk voor de waterkwaliteit in het buitendijkse gebied, schoon en gezond water (Kader Richtlijn Water (KRW) en voor een vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart. Zie ook het Beheer- en Ontwikkelplan Rijkswateren (BPRW) en het Nationaal Waterplan 2016-2021. 39

Rijkswaterstaat neemt vanuit de drie verantwoordelijkheden deel aan het project Rivierklimaatpark IJsselpoort en het Bestuurlijk Overleg Havikerpoort. In het Deltaprogramma 2016 -2021 is voor Oost Nederland rivierverruiming Havikerwaard opgenomen.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) voert wet- en regelgeving en erfgoedbeleid uit dat het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) samen met de dienst ontwikkelt. Omdat erfgoed ook een eigentijds gebruik behoeft, denkt de RCE mee hoe monumenten – met behoud van kwaliteit – kunnen veranderen. De gemeente, meestal het bevoegd gezag, speelt daarbij een belangrijke rol. De Rijksdienst adviseert gemeente en eigenaar bij ingrijpende veranderingen van beschermde gebouwen. Als het om archeologische rijksmonumenten gaat, verleent de dienst zelf vergunningen. Daarnaast adviseert de RCE bij de omgevingsvergunning. De Rijksdienst heeft een adviesplicht waar het gaat om: (gedeeltelijke) sloop, ingrijpende wijziging, functiewijziging van het pand of een deel daarvan als dit gepaard gaat met een ingrijpende wijziging, reconstructie.

40

Uitvoeringsorganisaties

Provincie Gelderland De provincie Gelderland werkt aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Hierbij zijn voor ons de volgende thema’s van belang: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, het economisch vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Door samen te werken (partnerschap) en aan te sluiten bij energie van anderen en open te staan voor nieuwe ontwikkelingen, werken wij aan een Gaaf Gelderland. Daar waar het gaat om gemeentelijke initiatieven die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, kiezen wij voor dezelfde open basishouding. Wij willen samen met de gemeente en inwoners werken aan de realisatie van initiatieven door mee te denken, handreikingen te geven en waar mogelijk maatwerk toe te passen. Wij handelen hierbij vanuit de kaders die wij in onze Omgevingsvisie en Omgevingsverordening stellen. Daarnaast is de provincie bevoegd gezag voor de vergunningverlening op grond van onder andere de Wet natuurbescherming.

Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland- Midden (VGGM) VGGM is de, wettelijk aangewezen, hulpverleningsorganisatie op het terrein van brandweer, volksgezondheid en rampen voor de veiligheidsregio Gelderland-Midden. VGGM streeft naar een optimale waarborging van de kwaliteit van het leven, in dit geval de veiligheid en de gezondheid, van de inwoners van het verzorgingsgebied.

Gelders Genootschap ‘Het Gelders Genootschap’ is een vereniging van gemeenten met als doel de bevordering en instandhouding van de schoonheid van stad en land. De adviesdiensten worden namens de vereniging, waarvan de gemeente Rheden lid is, uitgevoerd door het bureau het Gelders Genootschap in Arnhem. Belangrijke kernwaarden van ons profiel zijn schoonheid, maatschappelijk betrokken, onafhankelijk en deskundig. Wij staan voor integrale kwaliteitsborging van de publieke ruimte en het erfgoed’.

Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) ODRA streeft een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving na. De kerntaken zijn vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van bouw en milieu. ODRA verzorgt tevens juridische ondersteuning en specialistische advisering op gebied van geluid, licht, Omgevingsveiligheid en milieumetingen. ODRA voert voor de gemeente Rheden de basistaken milieu en asbest uit.

41

2.4 Vraagstukken

De veranderingsvraag die in de samenleving speelt is de stuwende kracht achter de transitie van onze leefomgeving. Er kunnen heel veel aanleidingen zijn voor verandering, zoals het klimaat dat verandert, een kwaliteit van de omgeving die achteruit gaat, een nieuw inzicht dat ontstaat, een bedrijf dat mee wil op een nieuwe economische mogelijkheid, een inspirerende nieuwe technologie of een veranderende bevolking (ouder of diverser). Het totaalbeeld van deze veranderingsvraag noemen we de ‘vraagstukken’. In deze paragraaf staat daarvan een overzicht.

• De rol van de overheid (361) • Toerisme en recreatie (325) • Beleving (254) • Kwaliteiten en waarden (202) • Samenhang (123) • Landbouw (97) • Economie (80) • Verkeer (78) • Water (75) • Grondeigendommen (41) • Wonen (32) • Duurzaamheid/klimaat (29) • Maatschappelijke thema’s (26)

Voor het ophalen van de vraagstukken voor ons buitengebied zijn 30 gesprekken gevoerd met mensen die dagelijks met het buitengebied van de gemeente bezig zijn, zoals professionals, burgers en ondernemers. Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met medewerkers van de vakafdelingen van gemeente, provincie, waterschappen, Rijksdienst voor het Cultuurhistorisch Erfgoed (RCE), Omgevingsdienst regio Arnhem (ODRA), Gelders Genootschap, Veiligheids en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) en Rijkswaterstaat.

Vraagstukken over het gebruik van het gebied

De onderwerpen waar veel vraagstukken over zijn opgehaald De vraagstukken die we hebben opgehaald zijn ‘gelabeld’. Veel vraagstukken hebben wel 3 of 4 labels gekregen. In onderstaand lijstje ziet u wat de meest voorkomende labels zijn.

De meeste gebruiksvraagstukken gaan over recreatie en toerisme. Er zijn veel effecten. Denk hierbij vooral aan de drukte die ontstaat bij mooi weer en in het hoogseizoen. De spreiding in tijd en ruimte van deze drukte is een probleem. Het gebied is niet overal ingericht op het grote aantal bezoekers, de recreatieve verbindingen zijn soms onbekend of niet toegankelijk, de bewegwijzering is soms onduidelijk of niet aanwezig*. Ten tweede speelt dat er vanuit de ondernemers meer behoefte is aan ruimte voor ontwikkeling. De toeristisch-recreatieve sector is voor het buitengebied van de gemeente een belangrijke economische tak. De vraag is hoe je inspeelt op de aantrekkelijkheid van de gemeente en welke mogelijkheden er zijn voor meer voorzieningen. Het antwoord op die vraag is niet altijd duidelijk, want wat wil je nu met je gebied? Zou het helpen als je duidelijke eenduidige keuzes voor gebruik zou maken? Het ontbreken van zo’n keuze uit zich in langdurige procedures en vele regels binnen de gemeente.

Het is moeilijk om iets gebiedsdekkend te organiseren zoals bijvoorbeeld een wielerwedstrijd. Er zijn veel grondeigenaren waarmee overlegd moet worden. De vraag van ‘wie het bos is’ komt regelmatig terug. Grondeigenaren zeggen dat bezoekers zich te weinig realiseren dat ze te gast zijn, en ze geven aan dat ze soms wel erg veel overlast moeten managen. Anderen zien het bos als een vanzelfsprekende publieke voorziening.

Toegankelijkheid vanuit de dorpen.

De gronddruk binnen de landbouw is hoog.

Als we naar de toekomst kijken dan wordt de vraag gesteld of er wel voldoende geëxperimenteerd en geïnnoveerd wordt door de toeristisch-recreatieve sector, maar ook of men de ruimte krijgt om te experimenteren. De landbouw is een relatief kleine sector met ongeveer 40 ondernemers. De boeren in het gebied zijn jong, er zijn weinig stoppers waardoor de gronddruk erg hoog is. Er spelen verschillende belangen die soms moeilijk samengaan (bijvoorbeeld natuur versus landbouw). Ontwikkeling van het bedrijf is lastig. Dit komt vooral door nationale regels en procedures, en om daar adequaat mee om te kunnen gaan is meer vakspecifieke kennis van de lokale overheid nodig. Een complicerende factor in de bedrijfsvoering is dat er veel grootgrondbezit in de gemeente is waardoor er veel grond gepacht wordt. Dat maakt investeringsbeslissingen lastiger.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=4687e441-74c8-491f-936a-c48a43233dbd