Bijlage 3 Ruimtelijke onderbouwing Vof van der Weele (21.04)
Tekst van het document
Archeologie en cultuurhistorie
4.10.1 Archeologie Het wettelijk kader voor de archeologische monumentenzorg is vastgelegd in de Erfgoedwet. Naar aanleiding hiervan houden gemeenten bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning altijd rekening met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden (Wet ruimtelijke ordening). Volgens het bestemmingsplan Archeologie van de gemeente Rheden geldt voor het grootste deel van het plangebied de dubbelbestemming Waarde – Archeologie -1 www.ruimtelijkeplannen.nl). Dit betekent dat bij bodemingrepen dieper dan 30 cm beneden maaiveld en groter dan 100 m2 archeologisch onderzoek nodig is.
Figuur 20: bron ruimtelijke plannen aanduiding bouwvlak Waarde-archeologie 1.
De overige gronden zijn aangeduid met de dubbelbestemming Waarde- archeologie 3. Voor werken en het uitvoeren van werkzaamheden groter dan 2.500 m2 is een omgevingsvergunning. Toetsing Op de locatie Havikerwaard 49 te De Steeg is reeds veel jaren in gebruik als agrarische locatie. Op historische topografische kaarten zijn de contouren en gebouwen van de boerderij te herleiden. Uit het tijdsverloop blijkt dat de gebouwen in der loop der jaren meerdere zijn verplaatst of herbouwd. Hieronder zijn enkele uitsneden van historische topografische kaarten weergegeven met daarop de boerderij zoals gedocumenteerd door de website topotijdreis.nl
35
Figuur 21: bron Topotijdreis.nl
Figuur 22: bron Topotijdreis.nl
Figuur 23: bron Topotijdreis.nl
Bovenstaande afbeeldingen geven een historisch overzicht van de bebouwing op deze locatie. Onder de dierverblijven zijn drijfmestputten aanwezig. De bestaande werktuigenberging wordt aan twee zijden met 5 meter verlengd. Hier is sprake van kleine uitbreidingen (minder dan 100 m2) waarbij alleen de fundering dieper rijkt dan 30 cm onder maaiveld. In 2012 is de bestaande ligboxenstal (melkvee) vervangen en tevens uitgebreid. Voor het realiseren van de nieuwe stal is eind 2010 een bureau en booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek gold bij de aanvang van het veldonderzoek voor het plangebied een hoge verwachting voor het aantreffen van waardevolle (intacte) archeologische overblijfselen uit de periode Late Middeleeuwen t/m de Nieuwe tijd. Het veldonderzoek heeft deze verwachting niet waar kunnen maken: er zijn in het plangebied namelijk geen vondsten gedaan waaraan een archeologisch belang kan worden toegekend. (bron: archeologisch rapport RAAP- Notitie 3650 , samenvatting)
36
Het project van de nieuwe jongveestal ligt gedeeltelijk op gronden met de aanduiding Waarde archeologie 1. Vanwege de aanwezige mestputten onder de te amoveren jongveestal is het project gebied gedeeltelijk geroerd. In voorgaand onderzoek (RAAP-Notitie 3650) zijn boringen geplaatst op de rand van het voorliggende project gebied. Voorgaande boringen zijn geplaatst op de rand van de ligboxenstal en de uitbreiding van de jongveestal. Boring nummer 1 en 2 liggen zelfs op de rand van het nieuwe projectgebied. Deze boringen hebben voldoende zeggingskracht voor het nieuwe projectgebied. Om de benodigde ruwvoeropslagruimte te kunnen realiseren worden een tweetal extra sleufsilo’s aangelegd. Om de jongveestal en sleufsilo’s te kunnen realiseren is een vergroting van de terp noodzakelijk. De vergroting van de terp is weergegeven in de afbeeldingen bij figuur 23. De uitbreiding van de sleufsilo wordt gerealiseerd aan de oostzijde van het bedrijf parallel aan het achterhuis. Hiervoor worden geen grondwerkzaamheden onder maaiveld uitgevoerd de ondergrond wordt niet geroerd. De uitbreiding van de terp bedraagt 1.342 m2.
Figuur 24: Afbeelding uitbreiding terp tbv realiseren ruwvoeropslag.
Figuur 25: aanduiding uitbreiding jongveestal op gronden met aanduiding Waarde-archeologie 1
37
Conclusie De bestaande jongveestal incl. mestputten wordt gesloopt. De nieuwe jongveestal wordt grotendeels gerealiseerd op dezelfde footprint. Voor het gedeelte van de uitbreiding van de jongveestal dat is gelegen op gronden met de aanduiding Waarde archeologie 1 is de onderzoekplicht van toepassing. Op de rand van het projectgebied zijn eerdere boringen uitgevoerd. Gelet op de omvang van het onderzoeksgebied geven de eerdere boringen op de rand van het projectgebied voldoende zeggingskracht. Nader archeologisch onderzoek heeft derhalve geen toegevoegde waarde. De uitbreidingen aan de loods bedragen minder dan 100 m2 waarbij alleen de fundering dieper reikt dan 30 cm onder maaiveld. Voor de beoogde uitbreiding van de loods geldt geen onderzoeksplicht. Voor de aanleg van de nieuwe sleufsilo’s wordt de ondergrond niet dieper geroerd dan 30 cm onder maaiveld. Voor het uitvoeren van een werk kleiner dan 2.500m2 op gronden met de aanduiding Waarde archeologie 3 is geen nader onderzoek vereist. De uitbreiding van de terp bedraagt minder dan 2.500 m2, hiervoor geldt geen onderzoeksplicht.
4.10.2 Cultuurhistorie De boerderij en naast gelegen aardappelschuur is aangewezen als gemeentelijk monument en vanaf 24 december 2008 opgenomen in het beperkingen register. De boerderij met bijschuur is in 1909 herbouwd en sindsdien goed onderhouden. De boerderij en bijschuur zijn in het beperkingen register de onderstaande waarden opgenomen: Stedebouwkundige waarde: ○ Vanwege de beeldbepalende situering in het weidse landschap en de Havikerwaard; ○ Het pand maakt deel uit van een historisch gegroeid waardevol landschappelijk gebied en is bepalend voor het zichtbaar houden van deze situatie; ○ Als onderdeel van het landgoed Middachten en in samenhang met de overige tot het landgoed behorende bebouwing het complex een ensemble waarde. Architectuurhistorischewaarde waarde: ○ Vanwege de vrij gaaf bewaarde hoofdvorm, de detaillering en het materiaal gebruik; ○ Als goed voorbeeld van een vroeg 20 ste eeuwse boerderij van het hallehuistype met bijschuur; ○ Als zeldzaam voorbeeld van een in de Nieuw Historiserende stijl gebouwde boerderij. Cultuur-historische waarde: ○ Vanwege de ligging op een eeuwenoude bouwplaats en als onderdeel van het landgoed Middachten dat van groot belang is geweest voor de ontwikkeling van het dorp de Steeg en omgeving. De boerderij is exemplarisch voor de verfraaiing en het herstel van het landgoed in de vroege twintigste eeuw.
Het erf en gebouwen zijn door de ligging op de terp (watervrije ophoging) sterk geclusterd. De jongveestal wordt geplaatst tegen de ligboxenstal (clustering gebouwen, looplijnen dieren). De veestallen blijven hierdoor haaks geplaatst ten opzicht van de boerderij. De
38
gehele boerderij maakt onderdeel uit van het landgoed Middachten met de uitbreiding wordt aangesloten op de kleurstelling (ossenbloed rood) en uitstraling van het landgoed. Middels het inpassingsplan wordt aangesloten op de landschappelijke kenmerken van de omgeving. De bouwwerken worden gerealiseerd op de terp binnen het bouwvlak. In de jongveestal is een geleding in massa waardoor wordt aangesloten op de bestaande bebouwing. Op 13 september 2018 is de beoogde situatie voorgelegd aan de cultuurhistorische en welstandscommissie. Hun opmerkingen mbt de uitvoering van de geleding zijn meegenomen bij de gevel uitwerking van de bouwwerken. Conclusie De uitbreiding betreft functionele bedrijfsgebouwen voor agrarische doeleinden. Er wordt niet gebouwd of verbouwd aan het monument. Ook de bijschuur wordt niet geroerd en behoud zijn karakteristieke waarde. Door het bouwen op de terp en de aanwezigheid van een gemeentelijk monument zijn mogelijke cultuurhistorisch effecten op voorhand niet uit te sluiten. Het voorliggende plan is besproken met de gemeentelijke welstands en cultuurhistorische commissie, die hebben aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de voorgenomen ontwikkeling. 4.11
Verkeer en parkeren
Verkeersbewegingen Het plangebied ligt aan de Havikerwaard 49 te De Steeg. De uitbreiding wordt op het vigerende erf gerealiseerd. Deze weg heeft aansluiting op de A348. De weg is een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom. De uitbreiding van de jongveestal leidt niet tot een toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar het bedrijf. Gelet op de verkeersafwikkeling via de Havikerwaard en A348 zal de capaciteit van het wegennet geen belemmering vormen voor de voorgestane ontwikkeling. Parkeren Het voorliggende plan heeft geen effect op de parkeergelegenheid op het eigen terrein. Op het eigen terrein is voldoende parkeergelegenheid.
Conclusie De ontwikkeling van het plangebied zorgt niet voor knelpunten ten aanzien van verkeer en parkeren
39
5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een initiatief dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het voornemen. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: ○ het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; ○ het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; ○ het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13,tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. De realisatie van de uitbreiding inclusief de kosten die samenhangen met de procedures, komen voor rekening van aanvrager. De kosten voor het volgen van de procedure zullen via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemers worden doorberekend. Voor de gemeente zijn er verder geen kosten verbonden met de uitvoering van dit plan. Hiermee kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan.
De economische uitvoerbaarheid van dit initiatief wordt met het afsluiten anterieure overeenkomst aangetoond. Op basis van deze gegevens kan worden geconcludeerd dat het plan economisch uitvoerbaar is. 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het voorliggende plan kan middels een omgevingsvergunning voor het afwijken van de regels van het bestemmingsplan worden verleend. (conform artikel 2.12 , lid 1, onder a, sub 3 van de Wabo). De aanvraag is voorgelegd aan het Rijk, provincie en waterschap. Naar aanleiding van opmerkingen van de provincie is de ruimtelijke onderbouwing aangepast. De ontwerpbeschikking is gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Naar aanleiding van de ontwerpbeschikking zijn geen zienswijzen ontvangen. Hiermee is de maatschappelijke uitvoerbaarheid voldoende gewaarborgd.
40
Bijlagen: 1. Milieutekening beoogde situatie 2. Natuurvergunning 2018 09 12 3. Natuurvergunning Aerius berekening 4. Wbr beschikking 2019 10 27 5. Wrs beschikking 2019 09 10 6. Tekening bouwaanvraag 7. Tekening uitbreiding kapschuur 8. Tekening uitbreiding sleufsilo 9. Inschrijving beperkingen register Havikerwaard 49 10. Principebesluit gemeente Rheden 11. Besluit inzake noodzaak Mer 12. Inpassingsplan Havikerwaard 49 13. Quickscan flora fauna 14. Tekening vergroting terp 15. Archeologisch onderzoeksrapport 16. Overzicht toename verhard oppervlak 17. Voortoets stikstof
41
Jufferenwal 30
t
088 236 82 36
Postbus 432
e info@rombou.nl
8000 AK Zwolle
i
www.rombou.nl
Bijlagen behorend bij ruimtelijke onderbouwing Vof van der Weele 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 17a. 17b.
Milieutekening beoogde situatie Natuurvergunning dd 2018 09 12 Natuurvergunning Aerius berekening Wbr beschikking 2019 10 27 Wrs beschikking 2019 09 10 Tekening bouwaanvraag Tekening uitbreiding kapschuur Tekening uitbreiding sleufsilo Inschrijving beperkingen register Havikerwaard 49 Principebesluit gemeente Rheden Besluit inzake noodzaak Mer Inpassingsplan Havikerwaard 49 QuickScan flora fauna Tekening vergroting terp Archeologisch onderzoeksrapport Overzicht toename verhard oppervlak Voortoets stikstof Aeriusberekening sloop-/aanlegfase Aeriusverschilberekening tijdelijk minder koeien versus sloop-/aanlegfase
Bijlage 1 Milieutekening beoogde situatie
Bijlage 2 Natuurvergunning 12 september 2018
BESLUIT WET NATUURBESCHERMING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Wnb hfdst 2 gebieden Artikel 2.7 lid 2 en 3, artikel 2.8 lid 3 en 9 en artikel 1.13 Wet natuurbescherming en artikel 2.7 Besluit natuurbescherming
Datum besluit Onderwerp Activiteit
: 12 september 2018 : Wet natuurbescherming gebieden - 2018-003717 - gemeente Rheden : het wijzigen van een rundveehouderij aan Havikerwaard 49, 6994 JH De Steeg Verlenen/weigeren : verlenen vergunning Aanvrager Zaaknummer
: VOF van der Weele : 2018-003717
Documentnummer(s). inzagestukken: 02799210, 02820580
Beslissing van GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND op het verzoek van VOF van der Weele, Havikerwaard 49 te De Steeg, hierna te noemen aanvrager, van 7 maart 2018 om een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming, hierna de Wnb. Aanvraag en procesverloop De aanvraag voorziet in een wijziging ten opzichte van de vigerende natuurvergunning. De huidige jongveestal wordt vervangen door een nieuwe stal voor jongvee en melkkoeien. Op 20 maart 2018 hebben wij de aanvrager bij brief om aanvullende stukken verzocht. De aanvullende stukken zijn op 11 april 2018 ontvangen. Na ontvangst van de aanvullende gegevens was de aanvraag ontvankelijk en op deze datum is de aanvraag dan ook ingeboekt in AERIUS Register. Deze aanvraag is nog niet getoetst aan het soortendeel van de Wet natuurbescherming. Mogelijk is hier ook nog een ontheffing nodig van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten uit de Wnb. Indien dit het geval is, dient de aanvrager deze ook bij de provincie aan te vragen. Het ontwerpbesluit heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Wij hebben binnen deze termijn zienswijzen ontvangen van Coöperation Mobilisation for the Environment en Vereniging Leefmilieu te Nijmegen. Op deze vergunningaanvraag is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard.
Besluit Gedeputeerde Staten van Gelderland; Gelet op artikel 2.7 lid 2 en 3, artikel 2.8 lid 3 en 9 en artikel 1.13 van de Wnb en artikel 2.7 van het Besluit natuurbescherming; HEBBEN BESLOTEN VOF van der Weele een vergunning conform de beschrijving in de aanvraag te verlenen onder de volgende voorschriften: 1.
Deze vergunning met de bijbehorende AERIUS Register-bijlage (bijlage 1) met kenmerk Rpq6ohJW8dM5 dient op het bedrijf aanwezig te zijn.
2.
Op het moment dat deze vergunning in werking treedt, vervangt deze de op 9 september 2015 verleende natuurvergunning met zaaknummer 2015-005305.
Beoordeling van de aanvraag Historie onder de PAS Voor deze locatie is niet eerder een toestemmingsbesluit verleend onder de PAS. Wel is al eerder een vergunning op grond van de Wnb (voorheen Natuurbeschermingswet) verleend.
Gelderse Beleidsregels Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben voor het toedelen van de vrij beschikbare ontwikkelingsruimte (segment 2) aan projecten en andere handelingen beleidsregels vastgesteld. Provincies hebben een gezamenlijke set van beleidsregels vastgesteld voor de verdeling van de vrij beschikbare ontwikkelingsruimte. Deze hebben tot doel om de toedeling ontwikkelingsruimte eenvoudig en eerlijk uit te voeren. Verder voorkomen deze regels dat enkele aanvragers in één keer de beschikbare ontwikkelingsruimte verbruiken. Bovendien moeten ze voorkomen dat er ongelijkheid ontstaat tussen provincies. Aanvragen worden getoetst aan de volgende beleidsregels: 1. Per PAS-programmaperiode wordt bij een toestemmingsbesluit aan een activiteit niet meer dan 3 mol stikstof per hectare per jaar aan ontwikkelingsruimte toegedeeld. Voor landbouw, industrie, infrastructuur of voor het gebruik van gemotoriseerd voertuigen voor wedstrijden geldt deze waarde in cumulatie met eerdere gemelde of vergunde activiteiten voor hetzelfde bedrijf binnen één PAS-programmaperiode. 2. De activiteit, waarvoor ontwikkelingsruimte is toegedeeld, moet binnen twee jaar zijn gerealiseerd. Daarbij geldt als starttijdstip de datum waarop het besluit onherroepelijk is geworden. 3. Voor de toedeling van ontwikkelingsruimte geldt de volgorde van ontvangst van een volledige en ontvankelijke aanvraag.
Bij binnenkomst via de post geldt het tijdstip van 12.00 uur. De aanvraag past binnen de voornoemde beleidsregels en is derhalve ter toetsing aangeboden aan AERIUS Register. In onderstaande tabel wordt de beoogde situatie weergegeven. Deze komt overeen met situatie 2 in de bijgevoegde AERIUS-berekening. Tabel 1 beoogde situatie Stal Diersoort B Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar D Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar D Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar D Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar D Fokstieren en overig rundvee E Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar E Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar H Fokstieren en overig rundvee
Rav-code / BWL A3.100 A1.13 / BWL 2010.34.V5 A1.100 A3.100 A7.100 A1.13 / BWL 2010.34.V5 A1.100 A7.100
Aantal 100 23 7 57 1 165 7 34
Vaststellen van de referentie indien er voorafgaand aan de PAS al een Wnb-vergunning (voorheen Nbw-vergunning) is verleend De vergunde situatie in de voorgaande vergunning is de referentie. In dit geval betreft dit het besluit met zaaknummer 2015-005305 d.d. 9 september 2015. Deze komt overeen met situatie 1 in de bijgevoegde AERIUS-berekening. Vaststellen overige effecten Het bedrijf bevindt zich op minder dan 500 meter afstand van het Natura 2000-gebied Veluwe. Hierdoor zijn, naast de effecten van stikstofdepositie, andere effecten niet uit te sluiten. De bedrijfsactiviteiten zijn getoetst aan overige effecten (naast stikstofdepositie) op de Natura 2000instandhoudingsdoelen. Bij de aanvraag is een effectenstudie gevoegd.
3
De bestaande jongveestal wordt vervangen door een nieuwe stal. De uitbreiding wordt gerealiseerd op het bouwvlak tussen de ligboxenstal en het achterhuis. Gezien de locatie op het erf zijn effecten van verstoring door licht en geluid uit te sluiten en er treden ook geen andere effecten op. Bovendien zullen sloop- en bouwwerkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd worden. Effecten op Natura 2000-gebieden in Duitsland Op basis van de gewijzigde wet betrekken wij ook eventuele effecten op Natura 2000-gebieden buiten onze landsgrenzen bij ons besluit. De gewenste bedrijfsontwikkeling heeft ook invloed op Natura 2000-gebieden in Duitsland. Voor de beoordeling van de toename sluiten wij aan bij de Duitse beoordelingssystematiek, zoals deze is opgenomen in het Programma Aanpak Stikstof. De Duitse overheid oordeelt dat er geen sprake is van een negatief effect als de toename van stikstofdepositie lager is dan 7,14 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. De toename in de aangevraagde situatie veroorzaakt op geen enkel habitat op Duits grondgebied een stikstofdepositie die deze grenswaarde overschrijdt (zie bijlage 1). Nadere toetsing van effecten op Natura 2000-gebieden op Duits grondgebied is hierdoor niet nodig.
Conclusie Uit de AERIUS Register-bijlage (zie bijlage 1) blijkt dat er voldoende ontwikkelingsruimte beschikbaar is om de aangevraagde situatie te verlenen. Er is voor onderliggende aanvraag ontwikkelingsruimte vastgelegd in AERIUS Register. De aanvraag past eveneens binnen de Gelderse beleidsregels. De vergunning kan worden verleend. Zienswijzen Reactie op de zienswijze van Coöperation Mobilisation for the Environment en Vereniging Leefmilieu te Nijmegen van 30 mei 2018. Op grond van de volgende punten stellen vorengenoemde instanties dat de PAS in deze vergunningprocedure niet als grondslag kan dienen voor verlening van de aan de orde zijnde vergunningaanvraag 1.De natuurtypekaart is niet representatief. Natuurtypen en leefgebieden ontbreken op de kaart. Ad 1 De natuurtypekaart speelt geen rol in de beoordeling van deze vergunningaanvraag. 2.De PAS houdt onvoldoende rekening met de leefgebieden van soorten die niet ook zijn aangemerkt als habitatgebied. Ad 2 In de zienswijze is niet gespecificeerd om welke soorten en gebieden het gaat. 3/4. Met de emissies vanwege het bemesten en beweiden is in de PAS op ondeugdelijke wijze rekening gehouden worden ten onrechte buiten beschouwing gelaten. Het vergunnen van stalemissies indien ook sprake is van beweiding zonder die emissies te betrekken in de vergunning maakt een impliciet geweigerde vergunning.
Immers, opstallen noch beweiden zijn dan toegestaan. In beide gevallen wordt illegaal gehandeld. Ad 3 en 4 Met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming zijn bemesten en beweiden op grond van de Omgevingsverordening Gelderland vrijgesteld van vergunningplicht ingevolge de Wet natuurbescherming.
4
5/6. De PAS voldoet niet aan de te stellen eisen nu een beoordeling ontbreekt van de deposities op de relevante referentiedata. Ad 5 en 6 De aanvraag is beoordeeld op grond van de beoordelingssystematiek zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming en de PAS. In de PAS is aangegeven welke natuurherstel- en emissiebronmaatregelen met welke planning uitgevoerd zullen gaan worden en hoe de uitvoering van de maatregelen is geborgd. Per habitattype heeft daarop een beoordeling plaatsgevonden en of het maatregelenpakket voldoende is om het instandhoudingsdoel te realiseren. Daarbij is betrokken het treffen van generieke emissiebeperkende maatregelen en de uitgifte van de ontwikkelingsruimte. Op basis daarvan is geoordeeld dat er met de uitgifte van ontwikkelingsruimte in relatie tot het geschetste depositieverloop en bij de uitvoering van de in deze gebiedsanalyse genoemde en geborgde maatregelen op habitatniveau geen verslechtering optreedt. Onder deze condities is het verantwoord over te gaan tot het uitgeven van de ontwikkelingsruimte. 7.Het gebruikte `hand aan de kraan´-principe wordt bediend op basis van onduidelijke criteria. Ad 7 Uitgangspunt van de PAS is dat de stikstofdepositie een dalende lijn vertoont. Dit wordt nauwlettend gemonitord. Als blijkt dat deze daling zich niet of onvoldoende doorzet, zullen er extra brongerichte maatregelen genomen worden.
Er is dan ook een pakket aan reservemaatregelen voorhanden, die zullen worden ingezet wanneer dat nodig blijkt. Ook kan de beschikbare ontwikkelingsruimte per jaar worden herzien. 8. Verwezen wordt naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 mei 2017. Op grond van de in die uitspraak geconstateerde gebreken wordt verzocht geen besluit te nemen nadat die gebreken zijn opgelost. Ad 8 Uit de verwijzingsuitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak volgt niet dat de conclusies van de gebiedsanalyses en de passende beoordeling op onvolledig danwel onjuiste gegevens zijn gebaseerd. Evenmin heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het noodzakelijk geacht een voorlopige voorziening te treffen. Aanleiding voor aanhouding van de besluitvorming van deze vergunningprocedure doet zich derhalve niet voor. Hoogachtend, namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
M.J.B. Kaal Beroep Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na ter visie legging van het besluit hiertegen een beroepschrift indienen bij de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem). Zij die partij zijn in de hoofdzaak kunnen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem) een verzoek indienen om een voorlopige voorziening te treffen.
5
Voor individuele burgers (niet voor advocaten en ook niet voor gemachtigden namens een bedrijf of een organisatie) bestaat de mogelijkheid digitaal beroep of een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen. Meer informatie kunt u vinden op www.rechtspraak.nl. Voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven. Over de hoogte en de wijze van betaling van het griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de rechtbank Gelderland via telefoonnummer (088) 361 2000 of op www.rechtspraak.nl.
Bijlage: Bijlage 1: AERIUS Register-bijlage (kenmerk: Rpq6ohJW8dM5)
6
Bijlage 3 Verschilberekening Aerius bij Natuurvergunning 12 september 2018
Dit document is een bijlage bij het toestemmingsbesluit als bedoeld in artikel 2.7 eerste lid, van het Besluit natuurbescherming.
Bijlage, Vergunningaanvraag Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl en pas.natura2000.nl.
Rpq6ohJW8dM5 (14 mei 2018) pagina 1/17
Ontwikkelingsruimte toegekend
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Vof v.d. Weele
havikerwaard 49, 6994 JH de Steeg
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bevoegd gezag
projecteffect bepalen
Rpq6ohJW8dM5
Provincie Gelderland
Datum berekening
Rekenjaar
14 mei 2018, 09:46
2018
Sector
Deelsector
Landbouw
Stalemissies
Totale emissie
Situatie 1
Situatie 2
Verschil
NOx
-
-
-
NH3
2.416,80 kg/j
2.405,80 kg/j
-11,00 kg/j
Resultaten
Natuurgebied
Verschil
Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)
Rijntakken
+ 0,13
Toelichting
Vervanging jongveestal en kleine verschuivingen. Gering depositie verschil
Ontwikkelingsruimte toegekend
projecteffect bepalen
Rpq6ohJW8dM5 (14 mei 2018) pagina 2/17
Ontwikkelingsruimte toegekend Locatie vergund 2015
Emissie vergund 2015
Ontwikkelingsruimte toegekend
Bron Sector
projecteffect bepalen
Emissie NH3
Emissie NOx
stal B Landbouw | Stalemissies
352,00 kg/j
-
Stal D Landbouw | Stalemissies
608,00 kg/j
-
Stal E Landbouw | Stalemissies
1.246,00 kg/j
-
Stal H Landbouw | Stalemissies
210,80 kg/j
-
Rpq6ohJW8dM5 (14 mei 2018) pagina 3/17
Ontwikkelingsruimte toegekend Locatie beoogd
Emissie beoogd
Ontwikkelingsruimte toegekend
Bron Sector
projecteffect bepalen
Emissie NH3
Emissie NOx
stal B Landbouw | Stalemissies
440,00 kg/j
-
Stal D Landbouw | Stalemissies
509,00 kg/j
-
Stal E Landbouw | Stalemissies
1.246,00 kg/j
-
Stal H Landbouw | Stalemissies
210,80 kg/j
-
Rpq6ohJW8dM5 (14 mei 2018) pagina 4/17
Ontwikkelingsruimte toegekend Resultaten PASgebieden
Natuurgebied
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil *
(mol/ha/j)
Rijntakken
3,31
3,44
+ 0,13
Veluwe
0,91
0,97
+ 0,07
Landgoederen Brummen
0,34
0,34
+ 0,00
Sallandse Heuvelrug
>0,05
>0,05
0,00 (-)
Borkeld
>0,05
>0,05
- 0,00
Stelkampsveld
0,06
0,06
- 0,00
Boetelerveld
>0,05
>0,05
- 0,00
Ontwikkelingsruimte beschikbaar?
Ontwikkelingsruimte beschikbaar Geen ontwikkelingsruimte beschikbaar *
Ontwikkelingsruimte toegekend
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting tussen haakjes aangegeven.
projecteffect bepalen
Rpq6ohJW8dM5 (14 mei 2018) pagina 5/17
Ontwikkelingsruimte toegekend Resultaten per habitattype
Rijntakken
(mol/ha/j)
Ontwikkelingsruimte toegekend
Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil *
ZGLg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied
3,31
3,44
+ 0,13
Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied
0,99
1,06
+ 0,07 (+ 0,06)
ZGH91E0B Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen)
23,47
23,54
+ 0,07
ZGLg08 Nat, matig voedselrijk grasland
2,44
2,44
+ 0,00
ZGLg02 Geïsoleerde meander en petgat
0,06
0,06
+ 0,00
Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland
0,08
0,08
+ 0,00
Lg02 Geïsoleerde meander en petgat
>0,05
>0,05
+ 0,00
H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
0,07
0,07
0,00 (-)
H6120 Stroomdalgraslanden
0,06
0,06
- 0,00
H3150baz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen
0,06
0,06
- 0,00
H91E0B Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen)
>0,05
>0,05
- 0,00
ZGLg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei
0,07
0,07
- 0,00
H6510B Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart)
0,07
0,07
- 0,00
projecteffect bepalen
Ontwikkelingsruimte beschikbaar?
Rpq6ohJW8dM5 (14 mei 2018) pagina 6/17
Ontwikkelingsruimte toegekend
Ontwikkelingsruimte toegekend
Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil *
H91F0 Droge hardhoutooibossen
>0,05
>0,05
- 0,00
H6430C Ruigten en zomen (droge bosranden)
>0,05
>0,05
- 0,00
ZGH6120 Stroomdalgraslanden
>0,05
>0,05
- 0,00
ZGH6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
>0,05
>0,05
- 0,00
Lg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei
0,08
0,07
- 0,00
ZGH91F0 Droge hardhoutooibossen
0,21
0,21
- 0,00 (-)
ZGH3150baz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen
0,50
0,50
- 0,00 (-)
projecteffect bepalen
Ontwikkelingsruimte beschikbaar?
Rpq6ohJW8dM5 (14 mei 2018) pagina 7/17
Ontwikkelingsruimte toegekend Veluwe
Ontwikkelingsruimte toegekend
Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil *
Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
0,91
0,97
+ 0,07
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,86
0,92
+ 0,06
Lg13 Bos van arme zandgronden
0,24
0,25
+ 0,01
ZGLg01 Permanente bron & Langzaam stromende bovenloop
0,12
0,12
+ 0,01
L4030 Droge heiden
0,10
0,11
+ 0,01
H4030 Droge heiden
0,10
0,11
+ 0,01
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,21
0,21
+ 0,00
ZGLg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
0,15
0,15
+ 0,00
ZGL4030 Droge heiden
0,21
0,22
+ 0,00
Lg01 Permanente bron & Langzaam stromende bovenloop
0,31
0,31
+ 0,00
H9190 Oude eikenbossen
0,14
0,14
+ 0,00
Lg09 Droog struisgrasland
0,47
0,47
+ 0,00
ZGLg13 Bos van arme zandgronden
0,07
0,07
+ 0,00
H2330 Zandverstuivingen
0,06
0,06
+ 0,00
H6230vka Heischrale graslanden, vochtig 0,09 kalkarm
0,09
+ 0,00
H5130 Jeneverbesstruwelen
0,19
+ 0,00
projecteffect bepalen
0,19
Ontwikkelingsruimte beschikbaar?
Rpq6ohJW8dM5 (14 mei 2018) pagina 8/17
Ontwikkelingsruimte toegekend
Ontwikkelingsruimte toegekend
Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil *
ZGLg09 Droog struisgrasland
0,11
0,11
+ 0,00
ZGH9120 Beuken-eikenbossen met hulst
>0,05
>0,05
- 0,00
ZGH2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,07
0,07
- 0,00
H3160 Zure vennen
0,06
0,06
- 0,00
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,06
0,06
- 0,00
ZGH4030 Droge heiden
0,06
0,06
- 0,00
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
>0,05
>0,05
- 0,00
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,11
0,11
- 0,00
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,17
0,17
- 0,00
projecteffect bepalen
Ontwikkelingsruimte beschikbaar?
Rpq6ohJW8dM5 (14 mei 2018) pagina 9/17
Ontwikkelingsruimte toegekend Landgoederen Brummen
Ontwikkelingsruimte toegekend
Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil *
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,34
0,34
+ 0,00
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,21
0,21
+ 0,00
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,12
0,12
- 0,00
H6410 Blauwgraslanden
0,12
0,12
- 0,00
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,12
0,12
- 0,00
ZGH3130 Zwakgebufferde vennen
0,08
0,08
- 0,00
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,16
0,16
- 0,00
H6230vka Heischrale graslanden, vochtig 0,30 kalkarm
0,30
- 0,00
projecteffect bepalen
Ontwikkelingsruimte beschikbaar?
Rpq6ohJW8dM5 (14 mei 2018) pagina 10/17
Ontwikkelingsruimte toegekend Sallandse Heuvelrug Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil *
H4030 Droge heiden
>0,05
>0,05
0,00 (-)
Lg13 Bos van arme zandgronden
0,06
0,06
- 0,00
H5130 Jeneverbesstruwelen
>0,05
>0,05
- 0,00
H6230vka Heischrale graslanden, vochtig >0,05 kalkarm
>0,05
- 0,00
Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
>0,05
>0,05
- 0,00
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,06
0,06
- 0,00
H9999:42 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische aangewezen type (H6230;H2330;H3160;H6230)
0,06
0,06
- 0,00
H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
>0,05
>0,05
- 0,00
Ontwikkelingsruimte beschikbaar?
Borkeld
Ontwikkelingsruimte toegekend
Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil *
H4030 Droge heiden
>0,05
>0,05
- 0,00
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,06
0,06
- 0,00
H6230vka Heischrale graslanden, vochtig 0,06 kalkarm
0,06
- 0,00
H5130 Jeneverbesstruwelen
>0,05
- 0,00
projecteffect bepalen
>0,05
Ontwikkelingsruimte beschikbaar?
Rpq6ohJW8dM5 (14 mei 2018) pagina 11/17
Ontwikkelingsruimte toegekend Stelkampsveld Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil *
H7230 Kalkmoerassen
0,06
0,06
- 0,00
H6410 Blauwgraslanden
0,06
0,06
- 0,00
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,06
0,06
- 0,00
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,06
0,06
- 0,00
H4030 Droge heiden
0,06
0,06
- 0,00
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,06
0,06
- 0,00
H6230vka Heischrale graslanden, vochtig 0,06 kalkarm
0,06
- 0,00
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,07
- 0,00
0,07
Ontwikkelingsruimte beschikbaar?
Boetelerveld Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil *
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
>0,05
>0,05
Ontwikkelingsruimte beschikbaar?
- 0,00
Ontwikkelingsruimte beschikbaar Geen ontwikkelingsruimte beschikbaar *
Ontwikkelingsruimte toegekend
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting tussen haakjes aangegeven.
projecteffect bepalen
Rpq6ohJW8dM5 (14 mei 2018) pagina 12/17
Ontwikkelingsruimte toegekend Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
vergund 2015
Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3
Dier
RAV code
Omschrijving
A 3.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) (Overig)
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3
Dier
Ontwikkelingsruimte toegekend
stal B 203199, 446663 2,0 m 0,000 MW 352,00 kg/j
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
80 NH3
4,400
352,00 kg/j
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
Stal D 203189, 446627 2,0 m 0,000 MW 608,00 kg/j
RAV code
Omschrijving
A 3.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) (Overig)
57 NH3
4,400
250,80 kg/j
A 7.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar ) (Overig)
1 NH3
6,200
6,20 kg/j
A 1.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) (Overig)
27 NH3
13,000
351,00 kg/j
projecteffect bepalen
Rpq6ohJW8dM5 (14 mei 2018) pagina 13/17
Ontwikkelingsruimte toegekend
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3
Dier
RAV code
Omschrijving
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
A 1.13
ligboxenstal met roostervloer voorzien van cassettes in de roosterspleten en mestschuif (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) (BWL 2010.34.V5)
165 NH3
7,000
1.155,00 kg/j
A 1.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) (Overig)
7 NH3
13,000
91,00 kg/j
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
34 NH3
6,200
210,80 kg/j
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3
Dier
Ontwikkelingsruimte toegekend
Stal E 203176, 446614 8,6 m 0,000 MW 1.246,00 kg/j
RAV code
Omschrijving
A 7.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar ) (Overig)
projecteffect bepalen
Stal H 203163, 446666 2,0 m 0,000 MW 210,80 kg/j
Rpq6ohJW8dM5 (14 mei 2018) pagina 14/17
Ontwikkelingsruimte toegekend Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
beoogd
Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3
Dier
RAV code
Omschrijving
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
A 3.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) (Overig)
100 NH3
4,400
440,00 kg/j
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3
Dier
Ontwikkelingsruimte toegekend
stal B 203199, 446663 2,0 m 0,000 MW 440,00 kg/j
Stal D 203197, 446634 2,0 m 0,000 MW 509,00 kg/j
RAV code
Omschrijving
A 3.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) (Overig)
57 NH3
4,400
250,80 kg/j
A 1.13
ligboxenstal met roostervloer voorzien van cassettes in de roosterspleten en mestschuif (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) (BWL 2010.34.V5)
23 NH3
7,000
161,00 kg/j
A 7.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar ) (Overig)
1 NH3
6,200
6,20 kg/j
A 1.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) (Overig)
7 NH3
13,000
91,00 kg/j
projecteffect bepalen
Rpq6ohJW8dM5 (14 mei 2018) pagina 15/17
Ontwikkelingsruimte toegekend
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3
Dier
RAV code
Omschrijving
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
A 1.13
ligboxenstal met roostervloer voorzien van cassettes in de roosterspleten en mestschuif (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) (BWL 2010.34.V5)
165 NH3
7,000
1.155,00 kg/j
A 1.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) (Overig)
7 NH3
13,000
91,00 kg/j
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
34 NH3
6,200
210,80 kg/j
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3
Dier
Ontwikkelingsruimte toegekend
Stal E 203185, 446616 8,6 m 0,000 MW 1.246,00 kg/j
RAV code
Omschrijving
A 7.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar ) (Overig)
projecteffect bepalen
Stal H 203163, 446666 2,0 m 0,000 MW 210,80 kg/j
Rpq6ohJW8dM5 (14 mei 2018) pagina 16/17
Ontwikkelingsruimte toegekend Disclaimer
De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van de projectinvoer en de aanvraag wordt getoetst door het bevoegd gezag. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2016L_20171215_64190d2d2b Database versie 2016L_20170828_c3f058f00f Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg
Ontwikkelingsruimte toegekend
projecteffect bepalen
Rpq6ohJW8dM5 (14 mei 2018) pagina 17/17
Bijlage 4 Wbr beschikking 27 oktober 2009
Bijlage 5 Wrs beschikking 10 september 2015