CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 vast te stellen bp Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18 - toelichting en regels (21.11)

Raadsvergadering 30 maart 2021, gemeente RhedenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18' (21.11)13.304 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Specifieke gebruiksregels

a. Gebruik van ruimten binnen de woning dan wel een (vrijstaand) bijgebouw ten behoeve van de uitoefening van een beroep aan huis of een bedrijfsactiviteit als genoemd in Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis is toegestaan mits: 1. de activiteit wordt uitgeoefend door in ieder geval de bewoner van de woning, en naast de bewoner is tegelijkertijd niet meer dan 1 persoon werkzaam; 2. de ruimte(n) waar de activiteiten plaatsvinden niet groter is dan 50 m², gemeten vanaf de binnenzijde van (scheidings)muren; 3. buiten de ruimte als bedoeld onder 2 geen opslag plaatsvindt en geen beroeps- of bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend, met uitzondering van activiteiten die verband houden met het uitoefenen van een bed and breakfast of van gastouderschap; 4. de uiterlijke verschijningsvorm van de woning behouden wordt, waarbij reclame-uitingen zich beperken tot een onverlichte oppervlakte van niet meer dan 0,5 m2 en deze niet hoger worden aangebracht dan tot 1,5 m boven maaiveld; 5. het gebruik geen nadelige gevolgen voor het woon- en leefmilieu heeft; 6. ten behoeve van de activiteit wordt voldaan aan het gestelde in artikel 8.2; 7. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer. b.

Behoudens het gestelde onder a is het verboden vrijstaande bijgebouwen ten dienste van functies als bedoeld in lid 3.1 onder b, voor zover gelegen buiten het bouwvlak en niet behorende bij woningen, anders te gebruiken dan als stallings- of opslagruimte, tenzij het bijgebouw is voorzien van een aanduiding als bedoeld in artikel 3.1 onder b in welk geval het aangeduide gebruik is toegestaan. c. Het is niet toegestaan gronden en/of bebouwing te (laten) gebruiken voor en/of als: 1. huisvesting van arbeidsmigranten 2. beschermd wonen. 3.5

Afwijken van de gebruiksregels

a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 1. lid 3.1 onder a en een beroep aan huis toestaan dat naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met de beroepen aan huis zoals genoemd in artikel 1.11 waarbij het gestelde in lid 3.4 onder a sub 1 tot en met 7 van overeenkomstige toepassing is; 2. lid 3.1 onder a en activiteiten toestaan die niet zijn genoemd in Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis en die naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met bedrijfsactiviteiten die wel in die lijst zijn opgenomen, waarbij het gestelde in lid 3.4 onder a sub 1 tot en met 7 van overeenkomstige toepassing is;

38

Regels (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18 b. De onder a opgenomen bevoegdheid kan niet worden toegepast ten behoeve van activiteiten van horecabedrijven en detailhandelsbedrijven. c. De omgevingsvergunning onder a kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. de sociale veiligheid; 6. de externe veiligheid.

Regels (concept)

39

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Artikel 4 4.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. 4.2

Bouwregels

Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Behoudens het onder c bepaalde dient, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 250 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundig archeoloog; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. c.

Het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Het onder b bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Ter plaatse van de aangewezen gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende vergunning de volgende werken en werkzaamheden groter dan 250 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, uit te (laten) voeren: 1. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; 2. het ophogen van de gronden met meer dan 100 cm (waarbij het in de aanhef genoemde dieper graven dan 30 cm niet geldt), tenzij die werkzaamheden voortvloeien uit een verleende omgevingsvergunning; 3. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van sleufdrainage, ontginnen, frezen en aanbrengen van heipalen; 4. het aanbrengen van diepwortelende beplanting alsmede het verwijderen van stobben; 5. het graven, verdiepen of verbreden van greppels, sloten, vijvers, beken en andere watergangen; 6. het verlagen van het grondwaterpeil of het veranderen van de samenstelling van het grondwater; 7.

het aanbrengen of vervangen van riolering en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen dan de daarmee verband houdende constructies; 8. alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden van het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik; 9. het slopen van ondergrondse gebouwen of een gedeelte daarvan; 10. het afdekken en/of overbouwen van archeologische vindplaatsen. b. Het onder a opgenomen verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: 1. welke op het tijdstip waarop het plan van kracht is, in uitvoering zijn, of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; 2. waarvoor op grond van meer specifieke regelgeving vergunning of afwijking noodzakelijk is; 3. die van geringe omvang zijn dan wel het normale onderhoud betreffen. c. De vergunning wordt niet verleend: 1. indien werken of werkzaamheden geen verband houden met het toegestane gebruik in de

40

Regels (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18 gegeven bestemming; 2. indien hierdoor, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarden van de gronden onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 3. dan nadat een advies is ontvangen van een deskundig archeoloog of een deskundig bureau over het door de aanvrager aan burgemeester en wethouders over te leggen rapport, waarin de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. d. In afwijking van het bepaalde in c kan de vergunning om zwaarwichtige redenen, voor een deel van de werken of werkzaamheden, alsnog worden verleend onder de voorwaarde dat voorafgaande aan de uitvoering van de vergunning adequaat archeologisch onderzoek plaatsvindt.

Regels (concept)

41

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Artikel 5 5.1

Waarde - Cultuurhistorie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bevordering van het open stedenbouwkundig karakter van de gronden en van het representatieve straatbeeld alsmede voor de instandhouding en bevordering van de aanwezige cultuurhistorische waarden. De gronden worden aldus voor wat betreft het vergunningvrij bouwen geacht geen deel uit te maken van het erf bij het hoofdgebouw. 5.2

Bouwregels

Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden -in afwijking van het hierover gestelde in de andere met de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' samenvallende bestemming(en) de volgende regels: a. De gronden gelegen tussen het openbare gebied en de voorgevels van de hoofdgebouwen en het verlengde hiervan, dienen vrij van gebouwen en overkappingen te blijven. b. De bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen op de onder a bedoelde gronden, mag niet meer dan 1 m bedragen. c. De bouwhoogte van vrijstaande reclame uitingen mag niet meer dan 1,50 m bedragen en de breedte van vrijstaande reclame uitingen mag niet meer dan 1 m bedragen. d. In overige gevallen mag de bouwhoogte van andere bouwwerken niet meer dan 6 m bedragen. 5.3

Nadere eisen

a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats, afmeting en uitvoering (mate van transparantie) van de overige bouwwerken ten behoeve van de instandhouding en bevordering van het open stedenbouwkundig karakter van de gronden, het representatieve straatbeeld en de instandhouding en bevordering van aanwezige cultuurhistorische waarden. b. Voor het stellen van een nadere eis geldt de in artikel 12 vermelde voorbereidingsprocedure. 5.4

Afwijken van de bouwregels

a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 onder b ten behoeve van een vermeerdering van de bouwhoogte tot 2 m. b. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: 1. dit noodzakelijk is uit oogpunt van beveiliging; 2. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de stedenbouwkundige karakteristiek, de representativiteit van het straat- en bebouwingsbeeld en de aanwezige cultuurhistorische waarden.

42

Regels (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Regels (concept)

43

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Artikel 7 7.1

Algemene bouwregels

Algemene regels

a. Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen bouwvlakken, tenzij in deze regels anders is bepaald. b. Bij het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen een bouwvlak worden buiten beschouwing gelaten: 1. ondergeschikte bouwdelen als funderingen, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, dakoverstekken, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en goten mits het bouwvlak met niet meer dan 0,5 meter wordt overschreden; 2. erkers, luifels, balkons en brandtrappen voor zover zij ondergeschikt zijn aan de gevel van het hoofdgebouw, mits het bouwvlak met niet meer dan 1,5 meter wordt overschreden; 3. entreepartijen op de begane grond, voor zover zij ondergeschikt zijn aan de gevel van het hoofdgebouw mits het bouwvlak met niet meer dan 1,5 meter wordt overschreden. c. Het bepaalde onder b geldt tevens in situaties waarbij hierdoor een bestemmingsgrens wordt overschreden. d. Een bouwvlak mag volledig worden bebouwd tenzij daaraan een maximum is gesteld. e. Bij het bepaalde ten aanzien van de bouwhoogte worden buiten beschouwing gelaten: liftschachten, trappenhuizen, balustrades, balkonhekken en opbouwen voor technische installaties en dergelijke. 7.2

Nutsvoorzieningen

Binnen de bestemmingen als gegeven in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels zijn toegestaan gebouwen ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een goothoogte van maximaal 3,5 meter en een bouwhoogte van maximaal 5 meter en maximale oppervlakte van 10 m². 7.3

Ondergronds bouwen

a. Binnen de bestemmingen als gegeven in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels is het ondergronds bouwen toegestaan, voor zover uit geohydrologisch onderzoek blijkt dat geen negatieve gevolgen optreden voor het grondwatersysteem, voor: 1. ruimten die een functionele eenheid vormen met en/of dienstbaar zijn aan de toegestane functies, tot een diepte van maximaal 4 meter; 2. voorzieningen voor het ter plaatse bergen of infiltreren van hemelwater en/of huishoudelijk afvalwater, tot een diepte van maximaal 6 meter. b. Constructies ten behoeve van de ontsluiting van de ondergrondse ruimte zijn slechts toegestaan binnen het betreffende bouwperceel. c. Ondergrondse bouwwerken als bedoeld onder a en onder b worden bij het toepassen van deze regels niet betrokken bij de in de regels aangegeven maten en afmetingen, voor zover het betreft de bouwgedeeltes welke zijn gelegen onder het maaiveld, tenzij hierover in deze regels expliciet iets anders is bepaald.

44

Regels (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Artikel 8 8.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

a. Als strijdig met de bestemming of het plan wordt in ieder geval aangemerkt het (doen of laten) gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van: 1. het opslaan, lozen of storten, al dan niet ten verkoop, van onbruikbare dan wel aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, materialen, stoffen, voer- of vaartuigen of machines; 2. het (doen of laten) gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting; 3. het gebruiken of laten gebruiken ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties dan wel als markt of standplaats. b. Gebruik dat afwijkt van het bepaalde onder a sub 3 echter waarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning, ontheffing of vrijstelling is verleend, dan wel waarvoor een melding is gedaan, mag worden gehandhaafd. c. Als strijdig met de bestemming of het bestemmingsplan wordt niet aangemerkt: 1. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties, indien en voor zover daardoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning, ontheffing of vrijstelling vereist is en deze is verleend, dan wel een melding is gedaan; 2.

het aanleggen of het laten aanleggen van kabels en leidingen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en de datacommunicatie, met uitzondering van: buisleidingen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing is, tenzij deze in het bestemmingsplan als zodanig zijn bestemd; hoogspanningsleidingen, tenzij deze in het bestemmingsplan als zodanig zijn bestemd. 8.2

Parkeren

8.2.1

Terreininrichting

Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen in deze regels mogen de gronden uitsluitend worden gebruikt overeenkomstig de bestemming indien de betreffende bouwpercelen zodanig zijn ingericht dat voldoende ruimte aanwezig is om zowel het parkeren of stallen van auto's, vrachtauto's en fietsen als ook het eventuele laden en lossen van goederen op het bijbehorende terrein te kunnen afwikkelen. Indien ten behoeve van het stallen of parkeren van auto's in, op of onder een gebouw ruimte wordt aangebracht zoals hierboven is beschreven, moet worden voldaan aan het gestelde in Bijlage 2 Parkeernormen.

8.2.2

Park eergelegenheid

Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen in deze regels, geldt dat in, op of onder een bouwwerk dan wel op of onder het bijbehorende terrein voorzien dient te zijn in voldoende parkeergelegenheid volgens de normen zoals opgenomen in Bijlage 2 Parkeernormen. 8.3

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. Het (doen of laten) gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting mits: 1. het totaal aantal seksinrichtingen op het grondgebied van de gemeente niet meer dan 1 bedraagt; 2. de totale maximale oppervlakte van de inrichting niet meer dan 250 m² bedraagt; 3. geen onevenredige negatieve gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende privacy en gebruiksmogelijkheden van die percelen; 4. de activiteiten binnen de inrichting daarbuiten niet zintuiglijk waarneembaar zijn; 5. in de omgeving van de betreffende inrichting geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande dat: het parkeren op eigen terrein plaatsvindt;

Regels (concept)

45

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18 behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsmatige activiteit in de openbare ruimte rond de inrichting mogen plaatsvinden; 6. de activiteiten van de inrichting door hun aard en visuele aspecten zoals reclame-uitingen en technische of andere installaties, het woon- en leefmilieu niet onevenredig aantasten; 7. de vestiging niet plaatsvindt : in een gebied waar het wonen de hoofdfunctie is; binnen een straal van 200 meter rondom scholen, kerken en moskeeën. b. het bepaalde in 8.1 lid a onder 3 indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. de sociale veiligheid; 6. de externe veiligheid. c. De gestelde parkeernormen voor zover in die afwijkingsmogelijkheid wordt voorzien in Bijlage 2 Parkeernormen.

46

Regels (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Artikel 9

Algemene aanduidingsregels

9.1

veiligheidszone - niet-gesprongen explosieven

9.1.1

Omschrijving aanduiding

Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - niet-gesprongen explosieven' geldt dat die gronden, naast de andere aangewezen bestemmingen, tevens bestemd zijn voor de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in verband met de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven in de bodem.

9.1.2

Bouwregels

Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden -in aanvulling op het hierover gestelde in de overige bestemmingsregels- de volgende regels: a. Behoudens het onder c bepaalde dient, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, de aanvrager een rapport in de vorm van een risicoanalyse te overleggen, waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in voldoende mate is vastgesteld. b. Het rapport als bedoeld onder a kan bestaan uit een onderzoek naar de naoorlogse (graaf)werkzaamheden op de locatie, waaruit blijkt welke grond na de oorlog zodanig geroerd is dat de kans op het alsnog aantreffen van explosieven verwaarloosbaar klein wordt. Deze informatie hoeft niet te zijn verkregen van een gespecialiseerd bedrijf. c. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de bescherming van het woon- en leefklimaat niet in voldoende mate is vastgesteld, dient de aanvrager aan te geven op welke wijze de risico's teniet gedaan worden. Dit kan door het indienen van: 1. een Projectgebonden Risicoanalyse, en indien nodig/of door een 2. detectieonderzoek, en indien nodig gevolgd door een 3. benadering. d. Alle onder c genoemde onderzoeken moeten worden uitgevoerd conform de WSCS-OCE. e.

Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die mogen worden opgericht krachtens een reeds verleende vergunning. 9.1.3

Specifiek e gebruik sregels

In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor op de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

9.1.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk , geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden om ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - niet-gesprongen explosieven' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werken en werkzaamheden uit te voeren waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm. b. Het verbod als bedoeld onder a is niet van toepassing indien een rapport in de vorm van een (beperkte) risicoanalyse is overgelegd, waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in voldoende mate is vastgesteld. c. Het rapport als bedoeld onder b kan bestaan uit informatie over de naoorlogse (graaf)werkzaamheden op de locatie, waaruit blijkt welke grond na de oorlog zodanig geroerd is dat de kans op het alsnog aantreffen van explosieven verwaarloosbaar klein wordt. Deze informatie hoeft niet te zijn verkregen van een gespecialiseerd bedrijf. d. Het verbod als bedoeld onder a is tevens niet van toepassing op de volgende werken en/of werkzaamheden: 1. werken en werkzaamheden, waarmee rechtens is of mag worden begonnen op het tijdstip van

Regels (concept)

47

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18 inwerkingtreding van dit plan; 2. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. e. Ingevolge het bovenstaande is een omgevingsvergunning als bedoeld onder a vereist, indien: 1. geen rapport als bedoeld onder b is overgelegd of 2. uit het onder b genoemde rapport blijkt dat de bescherming van het woon- en leefklimaat niet in voldoende mate is vastgesteld. f. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning dient de aanvrager aan te geven op welke wijze de risico's teniet worden gedaan. Dit kan door het indienen van: 1. een Projectgebonden Risicoanalyse, en indien nodig/of door een 2. detectieonderzoek, en indien nodig gevolgd door een 3. benadering. g. Alle onder f genoemde onderzoeken moeten worden uitgevoerd conform de WSCS-OCE.

48

Regels (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. Een bestemmingsgrens en toestaan dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geeft. b. De bestemmingsbepalingen en toestaan dat een bouwvlak wordt verschoven indien dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein, of in het belang is van een technisch of ruimtelijk dan wel cultuurhistorisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, met dien verstande dat de afwijking maximaal 3 meter mag bedragen en dat de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting als bedoeld in de Wet geluidhinder niet wordt overschreden. c. De bestemmingsbepalingen en toestaan dat schotelantennes worden geplaatst, waarbij aan de zijde van het openbare gebied de afwijking slechts gegeven kan worden voor zover de antenne wordt geplaatst binnen het horizontale en verticale vlak van een balkon. d. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a tot en met c kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. de sociale veiligheid; 6. de externe veiligheid.

Regels (concept)

49

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere aanduidingen met betrekking tot de functie van de verbeelding te verwijderen, indien het betreffende gebruik gedurende ten minste 1 jaar is beëindigd.

50

Regels (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Artikel 12

Algemene procedureregels

Voor een besluit tot het stellen van een nadere eis geldt de volgende voorbereidingsprocedure: a. Het voornemen ligt, met bijhorende stukken, gedurende twee weken ter inzage. b. De terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze. c. De bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het naar voren brengen van zienswijzen gedurende de onder a genoemde termijn. d. Burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.

Regels (concept)

51

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Bouwwerken

13.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet worden vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 13.1.2 Afwijk en bij omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 5%.

13.1.3 Uitzondering Het bepaalde onder 13.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2

Gebruik

13.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

13.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder 13.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

13.2.3 Uitzondering Het bepaalde onder 13.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

13.2.4 Onderbrok en gebruik Indien het gebruik, bedoeld onder 13.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

52

Regels (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van ...

Regels (concept)

53

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

54

Regels (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Bijlagen

Regels (concept)

55

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis

56

Regels (concept)

Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis Activiteit

Randvoorwaarde

Kantoor

Alleen op afspraak

Reparatie van computers en

Geen auto’s, motorfietsen, bromfietsen, caravans en boten

consumenten artikelen, inclusief ondergeschikte detailhandel Haar- en schoonheids-

Alleen op afspraak.

verzorging,

Een pedicure of manicure valt hieronder. Sauna’s, solaria enz. vallen hier niet

inclusief ondergeschikte

onder net zo min als een hondentrimsalon

detailhandel webwinkels

Alleen opslag en verzending. Een showroom, afgiftepunt en verkoop ter plekke is uitgesloten

Bieden van bed and breakfast Gastouder

Maximaal 6 kinderen. Voldaan moet worden aan de kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang. Op de aanmelding als gastouder moet positief zijn beslist

Autorijschool

Lesvoertuigen of aanhangwagens moeten op het bijbehorende terrein worden geparkeerd

Huiswerkbegeleiding Het geven van cursussen

Aangepast per 1 november 2014

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Bijlage 2 Parkeernormen

58

Regels (concept)

! "

#

"

$

%

'

&

!

(

"

) !

) '

, !

" -

! .

#' .

/

%

!

#'

'

++

*

++

*

+)

*

)

*

- '

+

*

0

1

!

#

$ '%

0

$

1

#

! '%

,

'

"

*

2

*

2

*

)

*

3

'4 '

5

!

# % '

!

6 3

%

*

*

(

*

&

"

* '

*

)

7 - '

*

&

#

8

'

$

'

*

# 9

'

2

.

'% :

)

6

!

6

#

! %

*

' '

*

'

'

'

!

!

+

8

*

2

'

+ '

-

'

%

&

'

'

8 $

2

!

# $' % ( !

(

8 ;

<

'

!

0

(

'

"

*

"

$'

)

'

< ! . '

: "

* '

.

*

+

"=

)

> 8

? '

+ $

)

'

+ )

(

$ !

7

)

* !

7 !

$

(

$

(

$

$ ! '

• •

@ A ! !

((

*

&

$

$ '

#

'

%

+

' $

$

$ ,

-

!

'

$ .

$ .

$ B

) C

C

"

( C

5

C

$ .

$ C

& C

( C

C

C

)C

C

C

+ C .'

'

$ $

C

C

2 C

2 C

& C

C

( C

( C

& C

C

C

)C

C

C

)C

2)C

C

)C

C

C

2 C

C

C

C

C

C

C

C

C

C

C

)C

C

& C

)C

+ C

) C

C

& C

C

C

& C

()C

)C

)C

& C

& C

C

) C

C

) C

C

C

+ C

)C

C

)C

)C

)C

-

C

C

C

C

C

C

C

C

0

C

C

C

C

C

C

C

C

+ C

2 C

C

2 C

C

2)C

C

C

+ C

C

& C

&)C

)C

2)C

C

)

3

'4

" ' ! " '

" '

.

'

!

7

'

() +

' DB

' E

'

+

+ F

$

!

!

*

$

! G

(

!

-

!

,

2

!

,

$#

%

)

,

(/

,

+

+

,

+

(

#

$

$

!

9

@ )

• • • • • • •

+) +) ))

A A #

)

)

) #

)

)

!

#

%A

.

'

' !

&+

(0

$

A !

! 0"

@ @

• •

%A

%A

#36;B

%A ) ))

)

A

$ '

7

!

) )

$ ' '

)( +

'

H

'

' !

! +

;

! ' 0"

)) ++

1

$

2%

I !

! -

! ++

7

7

$

+

' .

#

.

$ C

+%

#

'

'

$

'

'

$

'

'

'

'

'

$

'

'

$

'

'

$ C

;

$

$

$ C

(%

5

3

$

4

'

'

$

,

1

+

+ J

C

,

1

(

)J

C

)

()

) J( C

)

2)

5

)/ +

";

)

2)

$ -

' ' '

+

'

!

!

'

) +

+ -

+

' +) !

) C '

)0 +)

' $

5 .

'

+) +)+

! !

)

+)

/

6

/

7 H

$

!

$

!

-

' !

+

'

!

' +

'

! ! H

!

'

'

$

' !

' K

' ) B

' #

/(

%

'

2

'

!

$ '

!

' " -

@

"

@ '

8

L

M

@

"

!

N

+@ ' '

.

!

!

.

' #G

'

'

'

'

%

'

@ '

! !

'

"

@

! !

! #

% 7

! ! '

B

! # '

%

'

' !

'

H

B

!

!

!

! '

' !

' @

'

'

'

>

'

'

'

' $ '

! 7

' ! ' ;

0 @ ()C

)C $

' ! '

' L!

!

' '

!

M

'

$

' ()C ! ! ! '

!

'

;

#!

B

#

%

'

%

-

!

#

'

%

' '

! ' !

! '

'

# %

! '

B

'' '

' '

-

'

36;B '

!

'

'' -

) - ! !

2

B

#

)

%

B

#

)

%

B

J

# )

2)

%

B

J(

# )

&)

%

)

%

;

#

, !

!

;

#

)

%

#

)

%

B

! ''

!

@ @

• • •

) )) ' +)

)

) @

A '

• !

/)

@ A A

&

$

#36;B

' &+

'

! !

0"

%

$

'

!

// 9 ''

!

!

' ' " 7

)@ !

! !

! !

!

' !

(

+

+ B .

!

.

.

#' .

#'

%

!

*

2

*

&

%

5 .

!

*

'

.

*

'

)

; .

)

'

.

*

!

. "

'

*

&

*

)

$

. !

.

'

+ +

. .

'

*

!

K .

!

(

.

!

(

'

'

.

!

*

'

.

#! %

'

(

: .

!

.

.

(

!

*

2

*

2

$ 7

!

&

( ( ; ; /

#

$

(( -

8 $$

! #

1 %

!

'

E

36;B #

+ D;

!

%

$

$ ! !

! ! !

0

#

' ''

'

9 #5 7

'

#

2

!

J

%

!

%

$ !

!

'

0"

'

+ 2

36;B

% D D

E

!

-

E ' 6

E

!

D

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=07517a43-4cfd-43d0-ae16-664a53dc6bc4