CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 vast te stellen bp Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18 - toelichting en regels (21.11)

Raadsvergadering 30 maart 2021, gemeente RhedenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18' (21.11)13.304 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Aanleiding bestemmingsplan 1.3 Ligging plangebied 1.4 Voorgaande bestemmingsplanregeling

6 6 6 6 8

Hoofdstuk 2 Beschrijving van beoogde planregeling 2.1 Uitspraak van de Raad van State 2.2 Uitvoering opdracht Raad van State

11 11 11

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 15 15

Hoofdstuk 4 Haalbaarheid 4.1 Milieuzonering 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Niet-gesprongen explosieven 4.4 Geluid 4.5 Externe veiligheid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Cultuurhistorie 4.8 Water 4.9 Verkeer 4.10 Ecologie

16 16 16 16 17 18 19 20 20 20 20

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten 5.1 Algemeen 5.2 Procedure 5.3 Dit bestemmingsplan 5.4 Reikwijdte bestemmingsplan

22 22 22 22 24

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

26

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

27

Regels

29

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

30 30 36

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Gemengd - 2 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Cultuurhistorie

37 37 40 42

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels

43 43 44 45 47

2

Inhoudsopgave (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels

49 50 51

Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

52 52 53

Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis Parkeernormen

55 56 58

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2

Inhoudsopgave (concept)

3

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

4

(concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Toelichting

Toelichting (concept)

5

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (de kaart) en regels. Door het perceel op te zoeken waarover informatie wordt gewenst, kan worden afgelezen welke bestemming het heeft. In een bestemmingsplan worden de gebruiks- en bouwmogelijkheden van gronden en opstallen aangegeven door middel van kleuren en symbolen, waarbij per object regels zijn gegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. Uit het samenstel van de bestemmingen en aanduidingen van gronden en de regels blijkt wat juridisch wordt toegestaan. Een bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft geen juridische status.

1.2

Aanleiding bestemmingsplan

Bij besluit van 26 maart 2019 heeft de raad van de gemeente Rheden het bestemmingsplan "Dieren 2017, Woongebieden-Zuid" vastgesteld. Tegen dit raadsbesluit is beroep ingesteld door de eigenaar van het perceel Stationsplein 18 te Dieren. Op 26 februari 2020 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in dit beroep. In dit geschil heeft de Afdeling het plandeel voor wat betreft de Stationsplein 18 vernietigd en de raad opgedragen voor dit perceel binnen 26 weken een nieuw plan vast te stellen. Onderhavige uitspraak van de Afdeling is de aanleiding voor de raad voor het perceel Stationsplein 18 te Dieren een nieuw juridisch planologisch regime vast stellen.

1.3

Ligging plangebied

Het bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel Stationsplein 18 te Dieren. Het is gelegen in het dorpsdeel Dieren-Zuid. Dieren-Zuid is te kenmerken als een woongebied. Het perceel is gelegen aan het Stationsplein op de hoek met de Middelhovenstraat.

De ligging van de locatie is op de volgende kaart met een cirkel aangegeven.

6

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Afbeelding: ligging plangebied

Afbeelding: aanzicht van het pand

Toelichting (concept)

7

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

1.4

Voorgaande bestemmingsplanregeling

Ten gevolge van het besluit van de Afdeling van 22 februari 2020 dient een nieuw bestemmingsplan te worden vastgesteld. Voordat wordt ingegaan op de uitspraak van de Raad van State zal eerst een beschrijving worden gegeven van bestemmingsplan 'Dieren-Zuid' en bestemmingsplan 'Dieren 2017, Woongebieden-Zuid'

bestemmingsplan 'Dieren-Zuid' Het voorgaande geldende bestemmingsplan op het perceel is het bestemmingsplan ‘Dieren-Zuid’. Dit plan is vastgesteld door de gemeenteraad op 27 mei 2008 en is op 19 februari 2009 onherroepelijk geworden.

In dit bestemmingsplan was aan het perceel de bestemming Wonen toegekend. Op grond van de voorschriften waren hier woonruimten toegestaan, en daarbij een inrichting die volgens de inrichtingenlijst onder de bestemming valt. De genoemde inrichtingenlijst is een bijlage bij de voorschriften. Hierbij worden voor de bestemming Wonen genoemd: Verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, bijzondere woonvormen (begeleid wonen) en internaten, inrichtingscode 85.4; Diverse woonvormen (v.b. appartementencomplex gez. voorzieningen), inrichtingscode 85.7. Deze inrichtingen vallen onder de Hoofdcategorie “Gezondheids- en Welzijnszorg”.

Tevens waren er kantoorruimten in twee lagen toegestaan, op grond van een aanduiding die aan het perceel is toegekend.

In de voorschriften is geen maximum aantal wooneenheden opgenomen.

8

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Afbeelding: uitsnede voorgaande bestemmingsplan 'Dieren-Zuid'

bestemmingsplan 'Dieren 2017, Woongebieden-Zuid' Het bestemmingsplan 'Dieren 2017, Woongebieden-Zuid' is vastgesteld door de gemeenteraad op 26 maart 2019. Door de uitspraak van de Raad van State is het plandeel Stationsplein 18 vernietigd. In bestemmingsplan 'Dieren 2017, Woongebieden-Zuid' had het perceel de bestemming Gemengd-2. Hierin is 1 woning toegestaan met daarbij in combinatie daarmee de mogelijkheid voor verhuur van 2 kamers of (onder voorwaarden) meer. Ook een aan huis verbonden beroep en specifieke bedrijfsactiviteiten aan huis zijn toegestaan. Daarnaast is kantoor in twee lagen toegestaan (functieaanduiding 'sgd-k2' - 'specifieke vorm van gemengd - kantoor in twee lagen'). In verband met het beschermd dorpsgezicht Dieren-Zuid is parkeren in een zone aan de straatzijde niet toegestaan (gebiedsaanduiding 'sv-pu' - 'specifieke vorm van verkeer - parkeren uitgesloten'). Bijgebouwen zijn alleen in een zone verder van de straat toegestaan (bouwaanduiding 'bg' - 'bijgebouwen'). Het gebouw is, vanwege de status van gemeentelijk monument voorzien van een specifieke bouwaanduiding ('sba-hm' 'specifieke bouwaanduiding - hoogtemaatvoering') op grond waarvan bestaande goot- en bouwhoogtes aangehouden moeten worden.

Toelichting (concept)

9

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Afbeelding uitsnede bestemmingsplan 'Dieren 2017, Woongebieden-Zuid' (niet meer geldend)

10

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van beoogde planregeling

Uitspraak van de Raad van State

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Raad van State) heeft in de uitspraak over het bestemmingsplan 'Dieren 2017, Woongebieden-Zuid' het bestemmingsplan voor het perceel Stationsplein 18 vernietigd in verband met (een deel van) de beroepsgronden van de eigenaar. In het onderstaande wordt ingegaan op de uitspraak van de Raad van State en met name op de overwegingen op grond waarvan het beroep gegrond is verklaard.

1. Aantal wooneenheden In het bestemmingsplan 'Dieren 2017, Woongebieden-Zuid' is het perceel bestemd als 'Gemengd - 2' waarbinnen mogelijkheid is geboden voor 1 woning. Een algemene motivering om het maximum aantal woonheden hier vast te leggen op 1 is onvoldoende omdat het hier gaat om een heel groot pand. Er is hier een deugdelijke ruimtelijke motivering nodig, maar die ontbreekt in het bestemmingsplan, aldus de Raad van State.

2. Bijzondere en diverse woonvormen In de bestemmingsregeling 'Dieren 2017, Woongebieden-Zuid' is onder de begripsbepaling van woning ook 'bijzondere woonvormen' begrepen. Er staat bij bijzondere woonvormen niet het vereiste dat het moet gaan om één huishouden. Bij de nota van zienswijzen en het verweerschrift is gesteld dat het ook bij bijzondere woonvormen moet gaan om één huishouden. Bij de zitting in de zaak is aangegeven dat het niet hoeft te gaan om één huishouden. Omdat die uitleg niet duidelijk te herleiden is uit de bepaling zelf, acht de Raad van State de bepaling in strijd met het beginsel van rechtszekerheid. De begripsomschrijving van bijzondere woonvormen is gekoppeld aan de Zorgverzekeringswet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning. Deze wet- en regelgeving betreft een vorm van financiering. Niet is inzichtelijk gemaakt waarom deze beperkingen ruimtelijk relevant zijn. Kamerverhuur in de vorm van 'diverse woonvormen' was niet mogelijk op grond van het bestemmingsplan 'Dieren-Zuid' geeft de Raad van State aan. Het bestemmingsplan 'Dieren 2017, Woongebieden-Zuid' staat een kamerverhuurbedrijf/kamerverhuur zonder relatie met de woning niet toe, maar de mogelijkheden worden daarmee niet beperkt ten opzichte van het eerdere bestemmingsplan. Beroepsgrond op dit punt wordt afgewezen door de Raad van State.

De Raad van State heeft het bestemmingsplan vernietigd voor het perceel Stationsplein 18 en de gemeente opgedragen hier een nieuw bestemmingsplan vast te stellen.

2.2

Uitvoering opdracht Raad van State

Het is aan de gemeenteraad om een nieuw bestemmingsplan vast te stellen. In het volgende wordt hierin, na bespreking van relevante aspecten, een keuze gemaakt over hoe uitvoering te geven aan de opdracht van de Raad van State.

Beschrijving huidige situatie Het pand werd tot ongeveer halverwege 2020 (tijdelijk) bewoond door 2 bewoners. Sindsdien staat het leeg.

1. Aantal wooneenheden Het pand aan de Stationsplein 18 heeft een voetafdruk van 224 m2, dat (deels) bestaat uit 3

Toelichting (concept)

11

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18 verdiepingen en het is gelegen op een perceel van 1175 m2. Het pand is zodanig groot dat hier op basis van de oppervlakte meerdere wooneenheden kunnen worden gerealiseerd. Het geven van een maximum aantal wooneenheden moet gebaseerd zijn op ruimtelijk relevante overwegingen. Door de eigenaar is in de procedure over bestemmingsplan 'Dieren 2017, Woongebieden-Zuid' een aantal van 7 genoemd. Het is de vraag of dit aantal wenselijk is.

Woonvisie In de raadsvergadering van 29 september 2020 is de Woonvisie 2020-2026 “Samen Wonen in Rheden” vastgesteld. In deze visie kijken we naar het Rheden van de toekomst. De visie richt zich op leefbare wijken, het op een duuzame en toekomstbestendige wijze omgaan met de bestaande woningvoorraad en het toevoegen van de juiste kwaliteit woningen. Voor wat betreft leefbaarheid wordt verwezen naar de volgende paragraaf. Voor wat betreft het omgaan van de bestaande woningvoorraad en het toevoegen van de juiste kwaliteit woningen is hier van belang dat bij splitsing van panden de richtlijn is om minimaal naar woningen van 70 m2 te splitsen (met energielabel van ten minste B).

Cultuurhistorie en stedenbouw Het pand betreft een gemeentelijk monument gelegen in het rijksbeschermde dorpsgezicht Dieren-Zuid. Het pand heeft een markante ligging aan het Stationsplein. De monumentale status heeft als gevolg dat het gebouw niet zo maar kan worden aangepast (voor het wijzigen van een monument is op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning nodig). Dat geldt voor de buitenkant maar ook voor de binnenkant, met name op de begane grondlaag. Bij herinrichting zal rekening moeten worden gehouden met deze cultuurhistorische waarden. Met name op de begane grond is de oorspronkelijke indeling nog aanwezig en zal splitsing in wooneenheden lastig zijn gelet op wat dan nodig is om brandwerende scheidingen te realiseren en of dat zich goed verhoudt met de cultuurhistorische waarden. Voordat een omgevingsvergunning verleend kan worden moeten de cultuurhistorische waarden worden vastgesteld (bouwhistorische verkenning). Een bouwplan moet o.a. rekening houden met de cultuurhistorische waarden en eisen voor brandveiligheid en andere eisen uit het Bouwbesluit. Ook het hekwerk rondom het perceel aan straatzijde heeft monumentale waarde waarde en valt onder de bescherming van het gemeentelijk monument. Het hekwerk is er niet bij de bestaande in-/uitrit aan de Van Middelhovenstraat.

In verband met de bescherming van het rijksbeschermde dorpsgezicht Dieren-Zuid is van belang dat parkeerplaatsen en een eventuele berging respectievelijk minimaal 3m (zijde Stationsplein) en 6m (zijde Van Middelhovenstraat) achter de naar de weg toe gerichte gevels worden geplaatst en niet te dicht om het monumentale hoofdgebouw komen te staan. De genoemde maten leiden tot een gebied waar parkeren niet gewenst is die overeenkomt met de zone waar niet mag worden geparkeerd zoals was opgenomen in bestemmingsplan 'Dieren 2017, Woongebieden-Zuid'.

Groen Op het perceel zijn enkele bomen gelegen. Aan de voorzijde, vlakbij de hoek Stationsplein/Van Middelhovenstraat staat een boom die door de gemeente is aangewezen als beschermde boom.

12

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Ten allen tijde geldt de soortenbescherming uit de Wet Natuurbescherming. Indien er een concreet plan is voor het perceel zal dat getoetst moeten worden aan de Wet Natuurbescherming.

Verkeer en parkeren Verkeer De verkeersstructuur in de omgeving is zodanig dat er ruimte is voor een toename in verkeersbewegingen. Ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan is er bij het nieuwe bestemmingsplan geen danwel geen grote toename aan verkeersbewegingen te verwachten.

Parkeren De Nota Parkeernormen Rheden 2015 is het toetsingskader voor het aantal parkeerplaatsen en de inrichting van parkeerplaatsen. Uitgangspunt is het voorzien van parkeerplaatsen op eigen terrein. Rekening houdend met de belemmeringen zoals hiervoor beschreven onder cultuurhistorie en stedenbouw wordt ervanuitgegaan dat maximaal 8 parkeerplaatsen kunnen worden ingepast op dit perceel. Voor woningen dient rekening te worden gehouden met een parkeernorm van 1,4 parkeerplaats per wooneenheid. Dit betekent dat er gelet op de beschikbare ruimte voor maximaal 5 wooneenheden/appartementen mogelijkheden zijn om op eigen terrein te voorzien in parkeerplaatsen. Omdat kamerverhuur zou kunnen zorgen voor extra parkeervraag is kamerverhuur in aanvulling op de woning alleen wenselijk als er planologisch 1 wooneenheid mogelijk is.

Algemeen In Hoofdstuk 4 Haalbaarheid wordt nader ingegaan op enkele ruimtelijk relevante aspecten, die echter geen gevolgen hebben voor de vraag over het maximaal aantal wooneenheden.

Conclusie Het is vanuit oogpunt van stedenbouw en cultuurhistorie en parkeren gewenst het maximaal aantel wooneenheden te bepalen op 5 en kamerverhuur in aanvulling op de woning uitsluitend toe te staan bij 1 woning. Het uiteindelijk aantal daadwerkelijk te realiseren wooneenheden kan overigens wel pas worden

Toelichting (concept)

13

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18 bepaald aan de hand van een bouwplan.

2. Bijzondere en diverse woonvormen In de Woonvisie gaat de gemeente in op leefbaarheid in de gemeente. Uitbreiding van studentenhuisvesting is niet nodig in de gemeente. Voor huisvesting van arbeidsmigranten is van belang dat de gemeente niet inzet op het toestaan van nieuwe locaties voor huisvesting arbeidsmigranten. De gemeente gaat dit beleid nog verder uitwerken. Dit zelfde geldt in zijn algemeenheid voor huisvesting van zorgclienten. De raad heeft een voorbereidingsbesluit genomen over de huisvesting van arbeidsmigranten en woonzorgcombinaties. Gelet hierop wordt de huisvesting van arbeidsmigranten en bijzondere woonvormen in het bestemmingsplan niet geregeld. Voor dit onderwerp is een paraplubestemmingsplan voor de hele gemeente in voorbereid die andere bestemmingsregelingen aanpast. In de bestemmingsregeling zijn begripsbepalingen nu zodanig geformuleerd dat niet verwezen wordt naar financieringswetten.

14

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Hoofdstuk 3

Beleid

In dit hoofdstuk komt vooral het ruimtelijke beleid aan de orde. Bij de beoordeling van de haalbaarheid in Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op specifiek beleid.

3.1

Rijksbeleid

Voor het voorliggende bestemmingsplan is het ruimtelijke beleid is rijksniveau niet van belang.

3.2

Provinciaal beleid

In het provinciaal ruimtelijk beleid zijn geen onderdelen die voor (het vraagstuk van) dit bestemmingsplan van belang is.

3.3

Gemeentelijk beleid

De structuurvisie 'Dieren, Mijn dorp van morgen' (vastgesteld op 16 april 2019) bevat het algemeen ruimtelijk beleid voor het dorp Dieren. De structuurvisie bevat geen beleidsuitspraken die voor (het vraagstuk) voor de bestemming van dit perceel in acht moeten worden genomen. De structuurvisie geeft aan dat de groenstructuur een speelt rol bij het verbinden van Dieren-Zuid en -Noord en het levendiger maken van het gebied rondom het treinstation. Bij het voorliggend bestemmingsplan gaat het om een particuliere tuin. De voortuin wordt al vanwege het beschermde stadsgezicht beschermd. Het bestemmingsplan is niet strijdig met de structuurvisie. Voor wat betreft de Woonvisie 2020-2026 wordt verwezen naar paragraaf 2.2.

Toelichting (concept)

15

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Hoofdstuk 4

Haalbaarheid

Wanneer een bestemmingsplan wordt vervaardigd, dient dit plan binnen de planperiode uitvoerbaar te zijn. De uitvoerbaarheid wordt mede onderzocht door het te toetsen aan regelgeving, beleid van de gemeente en van andere overheden en uitkomsten van onderzoeken.

4.1

Milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang om te kijken naar de omliggende functies in relatie tot de nieuwe functie. Dit gebeurt onder andere door middel van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. In de 'Nota Milieuzonering Rheden 2015' is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met milieuzonering. In de omgeving van het bestemmingsplan komt geen bedrijvigheid voor die van belang is voor dit bestemmingsplan. Bovendien blijft de bestemming van het perceel in principe gelijk.

4.2

Bodemkwaliteit

Het vaststellen van een bestemmingsplan kan aanleiding zijn voor het doen van bodemonderzoek Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. In het bestemmingsplan wordt geen nieuwe bestemming gegeven aan het perceel die aanleiding geeft voor het doen van bodemonderzoek. Het aspect bodemkwaliteit is geen belemmering voor het bestemmingsplan.

4.3

Niet-gesprongen explosieven

kader Bij het vervaardigen van bestemmingsplannen wordt zoals is vastgelegd in de Nota standaardplanmethodiek bestemmingsplannen dorpen Rheden 2015 vanwege de gemeentelijke zorgplicht bij het leggen van bouwvlakken in verdachte gebieden een onderzoek gevraagd naar de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven. beoordeling In het bestemmingsplan wordt met behulp van een gebiedsaanduiding bepaald dat bij omgevingsvergunning een onderzoek kan worden gevraagd. conclusie Het aspect niet-gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan.

16

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

4.4

Geluid

kader De Wet geluidhinder is voor het onderdeel weg- en railverkeerslawaai van toepassing op geluidgevoelige gebouwen die zijn geprojecteerd binnen zones van (al dan niet) in het plangebied gelegen wegen. Beoordeling Railverkeer In de onderstaande figuur staan de geluidscontouren aangegeven van de spoorlijn in Dieren.

Wegverkeer In de onderstaande figuur staan de geluidscontouren (Lden, situatie 2026) aangegeven van het wegverkeer in Dieren-Zuid. (Bron: Icinity gemeente Rheden).

Toelichting (concept)

17

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

In de bovenstaande gegevens is rekening gehouden met de geluidscorrectie volgens artikel 110 Wgh. Dit is een correctie voor het stiller worden van voertuigen in de toekomst. Hierbij worden de wegen met een wettelijk toegestane snelheid van 70 km/h en hoger gecorrigeerd met 2 dB en alle wegen met een wettelijk toegestane snelheid onder de 70 km/h gecorrigeerd met 5 dB. In het bestemmingsplan wordt een maximum aantal woonheden gegeven aan Stationsplein 18. In het geldende bestemmingsplan is wonen al toegestaan. Aangezien het plan niet beoogt nieuwe geluidgevoelige functies toe te laten, is het aspect geluidhinder voor het bestemmingsplan geen belemmering. conclusie Het aspect geluid is geen belemmering voor het bestemmingsplan.

4.5

Externe veiligheid

kader Externe veiligheid gaat over het beperken van de blootstelling van mensen aan een verhoogd gevaar als gevolg van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Denk aan de productie, het behandelen of het transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Dat kan door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en kwetsbare objecten. Dat zijn woningen, scholen, gezondheidscentra en dagverblijven. Beperkt kwetsbare objecten zijn gebouwen/voorzieningen zoals kantoren, winkels en bedrijven. De regelgeving voor transportroutes, buisleidingen en inrichtingen hanteert in het algemeen eenzelfde risicobenadering waarbij twee soorten risico's worden beschouwd. Het gaat in de eerste plaats over de

18

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18 persoonlijke veiligheid van de individuele burger, oftewel het plaatsgebonden risico (PR). Het PR is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. De veiligheidszone wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden, en of in de directe omgeving mag worden gebouwd. In de tweede plaats gaat het om het groepsrisico (GR). Het GR is een maat om de kans weer te geven op een ongeval met een bepaald aantal dodelijke slachtoffers. Tevens wordt het GR als maat voor de maatschappelijke ontwrichting beschouwd die kan ontstaan ten gevolge van een ongeval. Daarnaast kan er bij het vervoer van gevaarlijke stoffen sprake zijn van een plasbrandaandachtsgebied. Dit is het gebied waarin bij het realiseren van kwetsbare objecten rekening gehouden dient te worden met de effecten van een zogenaamde plasbrand. Deze plasbrand kan ontstaan door de ontsteking van uitgestroomde brandbare vloeistof uit een schip of tankwagen.

beoordeling In het kader van het project Traverse Dieren is externe veiligheid onderzocht vanwege het project. Het groepsrisico lag ruim beneden de oriëntatiewaarde. Bij de N348 is geen contour voor plaatsgebonden risico. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het aantal wooneenheden begrensd. Er worden niet meer mogelijkheden opgenomen voor (beperkt) kwetsbare objecten. Hierdoor blijft het groepsrisico gelijk.

conclusie Het aspect externe veiligheid is geen belemmering voor het bestemmingsplan.

4.6

Luchtkwaliteit

kader De eisen voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Deze wet kent grenswaarden en voor enkele stoffen ook plandrempels. De Wm heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging, onder andere als gevolg van het verkeer. Indien het uitoefenen van bevoegdheden, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen bestuursorganen die bevoegdheden uitoefenen wanneer aannemelijk is gemaakt dat sprake is van één van onderstaande gevallen (artikel 5.16 Wm): het bestemmingsplan leidt niet tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden; de luchtkwaliteit verbetert per saldo als gevolg van het bestemmingsplan blijft ten minste gelijk; het bestemmingsplan draagt niet in betekenende mate bij aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen; de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) Bij ministeriële regeling (de Regeling niet in betekenende mate bijdragen) zijn categorieën van gevallen aangewezen, waarin (o.a.) het vaststellen van een bestemmingsplan dan wel het verlenen van een omgevingsvergunning voor een projectafwijking in ieder geval niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

Wanneer een ontwikkeling valt onder de categorieën van gevallen is het niet nodig luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren. Voor onder meer woningbouwlocaties en kantoorlocaties zijn categorieën van gevallen aangewezen. beoordeling De locatie ligt vlakbij de in/-uitgang van de tunnel van de N348. In het kader van het project Traverse

Toelichting (concept)

19

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18 Dieren is de luchtkwaliteit onderzocht. Er is geen sprake van overschrijding van grenswaarden. Dit bestemmingsplan legt een maximum aantal wooneenheden vast en sluit verder aan op de bestaande planologische regeling. Er is dan ook geen sprake van een toename van het aantal woningen. Er wordt dan ook voldaan aan de niet in betekende mate grens (NIBM-grens) van 1.500 woningen op 1 ontsluitingsweg. Dit bestemmingsplan draagt niet in betekende mate bij aan de luchtkwaliteit. Dit betekent dat de luchtkwaliteit niet zal verslechteren als gevolg van het vaststellen van het bestemmingsplan. Op grond van de Wet milieubeheer is het daarom niet nodig de luchtkwaliteit te onderzoeken. Er wordt immers voldaan aan artikel 5.16 lid b Wm: de luchtkwaliteit blijft ten minste gelijk ten gevolge van de vaststelling van het bestemmingsplan. conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.

4.7

Cultuurhistorie

De locatie waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft, ligt in een beschermd dorpsgezicht. Het pand is tevens aangewezen als beschermd monument. Op dit aspect is al ingegaan in Hoofdstuk 2. Niet alleen het bovengronds zichtbare kan een waarde vertegenwoordigen. Ook het behoud en de kennis van archeologische waarden vertegenwoordigt een waarde. Net als bij bestemmingsplan 'Dieren 2017, Woongebieden-Zuid' is daarom op het perceel een dubbelbestemming opgenomen voor archeologie om eventuele archeologische waarden te beschermen.

4.8

Water

kader Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en waterlast voorkomen worden en kan ook de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Daarom is het noodzakelijk dat gebiedseigen water zo lang mogelijk in het gebied zelf blijft. Dit gebeurt door middel van het afkoppelen van het schone hemelwater (regen) wat op verhardingen valt zo bijvoorbeeld de daken. beoordeling Omdat het voorliggende plan enkel een geringe wijziging van gebruik betreft, is het aspect voor dit bestemmingsplan niet van belang. conclusie Geconcludeerd wordt dan ook dat dit aspect geen belemmering vormt voor onderhavig plan.

4.9

Verkeer

Op dit aspect is al ingegaan in Hoofdstuk 2.

4.10

Ecologie

kader In de Wet natuurbescherming worden regels gegeven voor gebiedsbescherming en soortenbescherming.

20

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

beoordeling Het plangebied bevindt zich niet in, of in de buurt van, een speciale beschermingszone als bedoeld in de Vogel- en/of Habitatrichtlijn of in de buurt van de ecologische hoofdstructuur of natuurgebieden. Het bestemmingsplanherziening gaat met name over het bepalen van de gebruiksmogelijkheden van een bestaand gebouw. Een echte uitbreiding van gebruiksmogelijkheden is niet aan de orde. Gebiedsbescherming is daarom niet in het geding. Soortenbescherming is overal van toepassing. Omdat het bestemmingsplan met gaat over het bepalen van een maximum aantal wooneenheden zijn eventuele ontheffingen in het kader van de Wet natuurbescherming voor wat betreft de vaststelling van het bestemmingsplan niet aan de orde. In geval van aanpassing van de bebouwing en de herinrichting dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de zorgplicht vanuit de natuurwetgeving. conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect ecologie geen belemmering is voor uitvoering van dit bestemmingsplan.

Toelichting (concept)

21

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische aspecten

Algemeen

Een bestemmingsplan is een juridisch instrument waarbij de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de grond en de opstallen zijn vastgelegd. Het plan is voor iedereen juridisch bindend: burger, bedrijf of overheid. In de digitale omgeving zijn de bestemming en de daarbij geldende regels reeds gekoppeld. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een verbeelding op papier. Nadat op de verbeelding de locatie is opgezocht waarover informatie wordt gewenst, kan in de regels worden nagelezen welke mogelijkheden zijn vastgelegd. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat wordt toegelaten. De digitale versie is bindend bij een verschil met de papieren versie. De toelichting is een beschrijving van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt en vevat de resultaten van het overleg met gemeenten, waterschappen en diensten van de provincie en rijk wiens belangen in het plan in geding zijn. Per 1 januari 2010 geldt de verplichting dat bestemmingsplannen volgens een landelijke digitale opzet (digitale standaarden) worden opgesteld. De Wro geeft voorts een aantal verplichtingen, die bij de totstandkoming van een bestemmingsplan gevolgd moeten worden. Het voorliggende bestemmingsplan sluit qua systematiek aan op het bestemmingsplan 'Dieren 2017, Woongebieden-Zuid'.

5.2

Procedure

Nadat de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft genomen wordt het plan ter inzage gelegd. Belanghebbenden kunnen dan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De herziening treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als geen beroep is ingesteld. Is wel beroep ingesteld dan treedt de herziening ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak op het beroepschrift.

5.3

Dit bestemmingsplan

De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. Ze moeten in samenhang worden bezien en toegepast. 5.3.1

Verbeelding

Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Ook kunnen gronden voorzien zijn van aanduidingen. 5.3.2

Regels

De planregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken:

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

22

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels bepaald (artikel 2);

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook een aanlegvergunningstelsel opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen de (mogelijke) afwijkingsmogelijkheden met betrekking tot de bouw en/of het gebruik. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld.

Toegespitst op onderhavig plan wordt hier het volgende opgemerkt: Gemengd - 2 Deze bestemming laat in de basis het wonen toe met in combinatie daarmee een nevengeschikt gebruik voor een andere functie. In dit geval gaat het om kantoor. Met behulp van een aanduiding wordt aangegeven dat hier maximaal 5 wooneenheden zijn toegestaan. Verder is het toegelaten dat een bewoner aan huis een beroep of bedrijf uitoefent. Hiervoor gelden voorwaarden. De aan huis gebonden beroepen zijn krachtens jurisprudentie standaard toegestaan; in de begripsbepalingen is aangegeven om welke beroepen het gaat. De bedrijfsactiviteiten aan huis vormen een aanvulling hierop. In een bijlage bij de regels is na te lezen welke bedrijven dit betreft. Als een beroep niet past binnen de begripsbepaling dan wel een bedrijf niet voorkomt op deze lijst is afwijking eventueel mogelijk mits voldaan wordt aan de aangegeven criteria. Er is een onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen. De hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, de bijgebouwen (en overkappingen) mogen daarnaast ook gebouwd worden op de gronden die met bijgebouwen zijn aangeduid. Van belang is dat het verschil met het hoofdgebouw bestaat uit een bouwkundige/architectonische ondergeschiktheid. Functionele ondergeschiktheid is op basis van het bestemmingsplan uitdrukkelijk niet aan de orde.

Dit volgt uit de begripsbepaling van bijgebouw. Ten aanzien van de maatvoering van de hoofdgebouwen geldt conform de actuele gemeentlijke bestemmingsplansystematiek hetzij de redelijk globale benadering van aantal bouwlagen, hetzij de meer specifieke benadering van handhaving van bestaande goothoogtes en bouwhoogtes. De globaliteit van de bouwlagen benadering maakt dat men vrij is zelf te kiezen voor de hoogte en de vorm van het dak. Bij handhaving van goothoogte/hoogte is dit niet het geval. Dit laatste is hier aan de orde. Om deze panden niet volledig 'op slot' te zetten kan hiervan met 5% worden afgeweken. Voor de bijgebouwen en overkappingen geldt een maximaal bebouwingspecentage van het bouwperceel en een maximale goot- en bouwhoogte. Bijgebouwen mogen alleen worden gebouwd in het bouwvlak of de zone 'bijgebouwen'. Er geldt een verbod voor een gebruik als parkeren in een zone aan de straatzijde. Binnen de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie kunnen nadere voorwaarden zijn verbonden aan het bouwen.

Waarde - Archeologie 2

Toelichting (concept)

23

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Deze dubbelbestemming is gebaseerd op het archeologiebeleid in de gemeente Rheden. In de regels van deze dubbelbestemming wordt de bescherming van de archeologische waarden geregeld via een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voorheen de aanlegvergunning). De oppervlakte van de bodemingreep en de diepte ervan bepalen of de omgevingsvergunning nodig is of niet. Er moet dus aan beide criteria worden voldaan voordat een omgevingsvergunning nodig is. De diepte is daarbij maatgevend op het diepste punt (dus een ingreep boven de maatgevende oppervlakte en op één punt dieper dan de maatgevende diepte is vergunningplichtig). Zonder een dergelijke vergunning mag niet zomaar de grond worden geroerd, en daardoor blijven de (mogelijke) archeologische waarden in de grond onaangeroerd. De vergunningsplicht ziet er op toe dat éérst inzicht ontstaat in de mogelijke waarde van de bodem waarna, op basis van een afweging, alsnog een vergunning afgegeven kan worden voor het roeren van de bodem. Om inzicht in de mogelijke waarde van de bodem op het gebied van archeologie te verkrijgen is onderzoek nodig. Dit onderzoek zal vaak een archeologisch bureauonderzoek zijn gevolgd door een archeologisch booronderzoek. Deze dienen uitgevoerd te worden door deskundige onderzoekers die voldoen aan de benodigde certificeringen.

Op basis van die eerste onderzoeken kan vervolgonderzoek nodig zijn (proefsleuvenonderzoek en eventueel opgraven). Indien aangetoond kan worden dat binnen (bepaalde delen van) het te onderzoeken gebied geen archeologische waarden meer aanwezig kunnen zijn, kan (met betrekking tot deze delen) worden afgezien van archeologisch onderzoek.

Waarde - Cultuurhistorie Deze bestemming is gegeven vanwege de ligging in het beschermd dorpsgezicht. De stedenbouwkundige structuur en het bebouwingsbeeld is op de verbeelding en in de regels vastgelegd. In deze dubbelbestemming worden daarom op enkele punten nadere regels gesteld ter behoud van de aanwezige waarden. Omdat in het plangebied geen openbare weg voorkomt zijn regels daarover die wel voorkomen in bestemmingsplan 'Dieren 2017, Woongebieden-Zuid', hier weggelaten. Binnen deze bestemming geldt grenzend aan het openbare gebied gronden vrij van gebouwen en overkappingen dienen te blijven. Voorts is bepaald dat op deze percelen de erf- en perceelafscheidingen grenzend aan het openbare gebied maximaal 1 m hoog mogen zijn en hieraan nadere eisen kunnen worden gesteld. Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Denk aan de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels,de algemene gebruiksregels en de regels met betrekking tot mogelijke afwijkingen. De (bestemmings) regels moeten altijd in samenhang met de algemene regels worden gelezen vóórdat op basis van de bestemmingregels interpretaties worden verricht. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel).

5.4

Reikwijdte bestemmingsplan

Om te beoordelen of een ontwikkeling kan worden gerealiseerd, is het soms niet voldoende om alleen af te gaan op de inhoud van het bestemmingsplan. Ook indien het bestemmingsplan een ontwikkeling toestaat, kan het voorkomen dat andere regelgeving of dat gesloten verdragen de daadwerkelijke uitvoering verhinderen of pas na bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek mogelijk maken. De kaders die het bestemmingsplan biedt ten aanzien van nieuwe bouwmogelijkheden/bouwplaninitiatieven, bieden geen garantie voor de te verlenen omgevingsvergunning

24

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18 voor het bouwen. Bouwplannen zullen naast de toets aan onderhavig bestemmingsplan tevens worden getoetst aan, en dienen te voldoen aan, zowel het landelijke Bouwbesluit als de bouwverordening (vastgesteld door de gemeenteraad). Waarbij de (onafhankelijke) welstandscommissie adviseert of het bouwplan op basis van de Welstandsnota (vastgesteld door de gemeenteraad) voldoet aan redelijke eisen van welstand. Ook regelgeving voor natuur (Wet natuurbescherming) is van belang.

Toelichting (concept)

25

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Het gaat om een bestaand pand van een particuliere eigenaar. Met het bestemmingsplan geeft de gemeente uitvoering aan de opdracht van de Raad van State. Onderhavig bestemmingsplan betreft daarnaast in wezen een actualisatie van het voorgaand geldende bestemmingsplan. Er is geen bouwplan aan de orde waarvoor op grond van de Wet ruimtelijke ordening een grondexploitatieplan behoeft te worden opgesteld.

26

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Hoofdstuk 7

M aatschappelijke uitvoerbaarheid

In zijn uitspraak heeft de Afdeling aangegeven dat het door de raad te nemen nieuwe besluit niet hoeft te worden voorbereid overeenkomstig afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Er hoeft daarom geen ontwerp ter inzage te worden gelegd; de gemeente kan zonder dat een besluit nemen over de vaststelling van het bestemmingsplan. De insteek van het bestemmingsplan is voorgelegd aan de eigenaar en aan omwonenden. In een nota van zienswijzen (bijlage bij het raadsvoorstel) is nader ingegaan op de zienswijzen. Dit zijn dus niet zoals gebruikelijk reacties op het ontwerpbestemmingsplan. In de zienswijzennota worden de zienswijzen kort weergegeven en voorzien van een reactie van de gemeente.

Toelichting (concept)

27

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

28

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Regels

Regels (concept)

29

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan

het bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18 van de gemeente Rheden; 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0275.BPDZ4-0001 met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens

de grens van de aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

aanduidingsvlak

een vlak, door aanduidingsgrenzen van andere vlakken gescheiden; 1.6

achtergevel

de gevel van een gebouw, die is gesitueerd tegenover de voorgevel van het betreffende gebouw; 1.7

arbeidsmigrant

persoon die uit een ander land (tijdelijk) naar Nederland komt met als doel (handen)arbeid te verrichten en inkomen te verwerven; 1.8

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde; 1.9

bed and breakfast

het tegen betaling bieden van kortstondig toeristisch verblijf en ontbijt aan huis; 1.10

bedrijf

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen, en waarbij de bijbehorende kantoorfunctie niet meer dan 30% van het bedrijfsvloeroppervlak in beslag neemt; 1.11

beroep aan huis

een juridisch, administratief, verzorgend, ontwerptechnisch, kunstzinnig, therapeutisch of (para)medisch beroep, alternatieve geneeswijzen daaronder begrepen, of daarmee gelijk te stellen activiteiten die in een woning dan wel (vrijstaand) bijgebouw worden uitgeoefend, inclusief ondergeschikte detailhandel;

30

Regels (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

1.12

beschermd wonen

wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar van cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; 1.13

bestaand

zoals legaal aanwezig ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan; 1.14

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak; 1.15

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16

bijgebouw

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.17

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.18

bouwgrens

de grens van een bouwvlak; 1.19

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd; 1.20

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.21

bouwperceelsgrens

de grens van een bouwperceel; 1.22

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.23

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen metaal of ander materiaal die (in)direct met de grond is verbonden hetzij (in)direct steun vindt in of op de grond en bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.24

bovenbouw

een gedeelte van een hoofdgebouw dat moet passen binnen de contour die ontstaat door: a. een verticale verlenging van twee zijden van het op de verbeelding aangegeven bouwvlak met 1,20 meter, gerekend vanaf de bovenkant van de onderliggende bouwlaag, gevolgd door een schuin vlak met een binnenhoek van 60 graden, en

Regels (concept)

31

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18 b. een verticale verlenging van de overige zijden; en welke contour slechts mag worden doorbroken door dakkapellen. (Binnen deze contour kunnen zich mogelijk één of meer bouwlagen bevinden die niet worden meegeteld bij het aantal bouwlagen bedoeld in de artikelen in hoofdstuk 2 van deze regels); 1.25

deskundig archeoloog

de door burgemeester en wethouders aangewezen regioarcheoloog alsmede bedrijven die zijn gecertificeerd overeenkomstig de bepalingen van de Erfgoedwet; 1.26

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop, het verkopen of bewaren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; dienstverlening door een horecabedrijf wordt hieronder niet begrepen, al dan niet in combinatie met ondergeschikte daghoreca welke direct gerelateerd is aan de ter plaatse aanwezige detailhandel; hieronder wordt eveneens niet begrepen een niet voor particulieren toegankelijk detailhandelsbedrijf dat zich uitsluitend toelegt op postorderactiviteiten en/of verkoop via Internet; 1.27

dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals bankfilialen, reisbureaus, stomerij; detailhandel wordt hieronder niet begrepen; 1.28

diepwortelende beplanting

beplanting met een wortelstelsel dat meer dan 0,5 m onder het maaiveld reikt of dat naar verwachting in de toekomst zal doen; 1.29

evenement

een publieke activiteit met een tijdelijk, plaatsgebonden en van het reguliere gebruik afwijkend karakter, plaatsvindend in de open lucht of in tijdelijke onderkomens en in het algemeen bedoeld ter ontspanning en/of vermaak, waaronder begrepen commerciële, culturele, religieuze en/of sportieve, of daarmee gelijk te stellen activiteiten zoals markten, braderieën, beurzen, kermissen, festiviteiten, wedstrijden, bijeenkomsten en festivals; 1.30

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.31

hoofdgebouw

een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.32

horecabedrijf

een bedrijf gericht op het verstrekken van logies, maaltijden, spijzen of van dranken, met daaraan ondergeschikt het exploiteren van zaalruimten inclusief de daarbij behorende terrassen, zoals een hotel, restaurant, afhaalcentrum, cafetaria of café; 1.33

huishouden

een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid;

32

Regels (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

1.34

kamerverhuur

het geheel of gedeeltelijk verhuren van een woning of woongebouw -niet zijnde een ruimte in een vrijstaand bijgebouw- via kameruitgifte, waarbij kamers geen zelfstandige woonruimte vormen door het ontbreken in deze kamers van de al dan niet gedeeltelijke combinatie van een kookgelegenheid, een wasgelegenheid (sanitair en/of witgoedvoorzieningen) en een toilet, en waarbij geen sprake is van voorzieningen voor verzorging en begeleiding; 1.35

kantoor

een ruimte, of bij elkaar horende ruimten, die bestemd zijn om voornamelijk te worden gebruikt voor administratieve werkzaamheden of dienstverlening zoals een accountantskantoor, adviesbureau of een ontwerpbureau; 1.36

kap

een geheel of gedeeltelijke niet horizontale dakconstructie gevormd door ten minste twee schuin hellende dakschilden; 1.37

maaiveld

de bovenkant van het aansluitende afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden; 1.38

maximum aantal wooneenheden

op de verbeelding weergegeven aanduiding welke bepalend is voor het maximum toegestane aantal woningen; 1.39

nadere eis

een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder d van de Wet ruimtelijke ordening; 1.40

nutsvoorziening

een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en electriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten; 1.41

onderbouw

een gedeelte van een gebouw dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 meter boven maaiveld is gelegen (en waarbinnen zich één of meer bouwlagen kunnen bevinden die niet worden meegeteld bij het aantal bouwlagen zoals bedoeld in de artikelen in hoofdstuk 2 van deze regels); 1.42

ondergeschikte dakkapel

dakkapel die door zijn maatvoering als ondergeschikt deel van een gebouw kan worden aangemerkt, zijnde een dakkapel die niet breder is dan 50% van de breedte van het betreffende gebouw tot een maximale breedte van 3 m, en met een fronthoogte van niet meer dan 1,75 m gemeten vanaf de voet dakkapel tot aan het hoogste punt van de dakkapel; 1.43

oorspronkelijke achtergevel van een hoofdgebouw

de achtergevel van het hoofdgebouw zoals deze ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd met uitzondering van in bouwkundige zin van het hoofdgebouw te onderscheiden aangebouwde bouwwerken waarin slechts ondergeschikte functies plaatsvinden; 1.44

opslag

het opbergen van goederen - inclusief (vloei)stoffen en materialen - met de bedoeling en op een dergelijke wijze, dat men later weer over de goederen kan beschikken;

Regels (concept)

33

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

1.45

overige bouwwerken

bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.46

overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand; 1.47

professioneel vuurwerk

vuurwerk, niet zijnde consumentenvuurwerk; 1.48

seksinrichting

een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een hiervoor bedoelde inrichting worden in elk geval verstaan: een bordeel, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en erotische massagesalon, al of niet in combinatie met elkaar; 1.49

speelvoorziening

een openbaar terrein zoals een trapveld, voetbalkooi, basketbalterrein of skatevoorziening dan wel een terrein van vergelijkbare omvang waarop diverse speeltoestellen aanwezig zijn; 1.50

standplaats

het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van goederen en diensten, gebruikmakend van fysieke middelen zoals een kraam, een wagen of een tafel; 1.51

straatmeubilair

hieronder wordt mede verstaan: (ondergrondse) inzamelbakken voor huishoudafval, - papier, glas-, kleding en andere afvalbakken, toegangsconstructies voor ondergronde voorzieningen, werken van beeldende kunst, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, alsmede abri's en kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen; 1.52

voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.53

voorgevelrooilijn

a. langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: 1. de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; b. langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: 1. bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de weg; 2. bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de as van de weg; 1.54

vuurwerkbedrijf

inrichting waar professioneel vuurwerk en/of meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk aanwezig is; 1.55

wijziging

een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening;

34

Regels (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

1.56

woning

een complex van ruimten bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, alsmede in combinatie daarmee de verhuur van kamers aan maximaal twee personen welke niet tot het huishouden behoren en welke geen duurzame huishouding voeren, en niet zijnde een woonwagen; 1.57

woonwagen

een voor de huisvesting van personen bestemde woonruimte die is geplaatst op een woonwagenstandplaats en die in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst.

Regels (concept)

35

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het maaiveld tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, tenzij in deze regels anders is bepaald, waarbij de goot ter plaatse van een dakafronding in de zin van een wolfseindendak niet wordt meegerekend en met uitzondering van ondergeschikte dakkapellen; 2.3

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het maaiveld tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6

het bebouwingspercentage

De in procenten uitgedrukte verhouding van de oppervlakte van de bebouwing in een bouwvlak dan wel aanduidingsvlak tot de oppervlakte van dat bouwvlak dan wel aanduidingsvlak, per bouwperceel; 2.7

het verlengde van de achtergevel van een gebouw

de evenwijdig aan de achtergevel doorgetrokken lijn van de feitelijke achtergevel van een gebouw tot aan de perceelsgrens van het perceel waarop het gebouw is geplaatst.

36

Regels (concept)

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Gemengd - 2

Bestemmingsomschrijving

a. De voor 'Gemengd - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. woningen, met dien verstande dat: kamerverhuur als aanvulling op het gebruik als woning is toegestaan tot een maximum van 2 personen, indien het aantal wooneenheden niet meer bedraagt dan 1. 2. een beroep aan huis als genoemd in artikel 1.11 of een bedrijfsactiviteit genoemd in Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis; b. In aanvulling op het bepaalde onder a zijn de gronden tevens bestemd voor: 1. kantoren in 2 lagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - kantoren in 2 lagen'; c. De gronden zijn tevens bestemd voor parkeer- en groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, hemelwaterinfiltratievoorzieningen en rioleringswerken, watergangen en waterpartijen, straatmeubilair en andere bijbehorende voorzieningen, alsmede voor de ontsluiting van direct aangrenzende percelen. 3.2

Bouwregels

Op de voor 'Gemengd - 2' aangewezen gronden mogen gebouwen en overige bouwwerken worden gebouwd.

3.2.1

Hoofdgebouwen

Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. Een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd. b. Het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. c. Een hoofdgebouw mag bestaan uit: 1. een onderbouw; 2. niet meer dan 2 bouwlagen; 3. een bovenbouw. d. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogtemaatvoering' geldt dat de bestaande goothoogte en de bestaande bouwhoogte moet worden gehandhaafd. 3.2.2

Bijgebouwen en overk appingen

Voor bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. Bijgebouwen en overkappingen dienen binnen het bouwvlak dan wel ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' te worden gebouwd. b. Het bebouwingspercentage van de bijgebouwen en overkappingen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag per bouwperceel niet meer dan 40 bedragen. c. De goothoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 3,50 m bedragen. d. De bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 5 m bedragen. e. De bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 3,50 m bedragen. f. Afwijkingen in percentages, maten en afmetingen zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de vaststelling van het plan mogen: 1. voor zover het betreft grotere percentages en oppervlaktes gehandhaafd worden waarbij tevens geldt dat het bestaande percentage/de bestaande oppervlakte geldt als maximale maat; 2. voor zover het betreft overige gevallen, gehandhaafd worden. 3.2.3

Overige bouwwerk en

Voor overige bouwwerken - niet zijnde overkappingen - gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen. b. In afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen ter Regels (concept)

37

bestemmingsplan Dieren-Zuid, locatie Stationsplein 18 plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' dan wel indien gesitueerd binnen een bouwvlak niet meer dan 2 m bedragen. c. De bouwhoogte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1,50 m bedragen en de breedte van vrijstaande reclame-uitingen mag niet meer dan 1 m bedragen. d. In overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 6 m bedragen. e. Afwijkingen in afmetingen zoals die legaal bestaan op het tijdstip van de vaststelling van het plan mogen gehandhaafd worden. 3.3

Afwijken van de bouwregels

a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 1. lid 3.2.1 onder d ten behoeve van een vermeerdering dan wel een vermindering van de aangegeven hoogtemaatvoering met niet meer dan 5%; 2. lid 3.2.2 onder e ten behoeve van een vermeerdering van de bouwhoogte tot 6 m. b. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: 1. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de stedenbouwkundige karakteristiek van het straat- en bebouwingsbeeld; 2. geen onevenredige aantasting plaatsvindt ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 3. de vermeerdering dan wel vermindering bijdraagt aan een substantiële verbetering van de architectonische dan wel technische situatie dan wel aan de ruimtelijke aansluiting op de belendende percelen. 3.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=07517a43-4cfd-43d0-ae16-664a53dc6bc4