CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied (21.01)

Raadsvergadering 26 januari 2021, gemeente RhedenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied (21.01)26.948 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect ecologie geen belemmering is voor uitvoer van dit bestemmingsplan.

4.12

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

kader Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Welke activiteiten dat zijn is vastgelegd in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r., met als grondslag artikel 7.2

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied Wet milieubeheer)). De activiteiten zijn onderverdeeld in: activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (onderdeel C van de bijlage bij Besluit m.e.r.); activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben milieu (onderdeel D van de bijlage bij Besluit m.e.r.). Aan het merendeel van de activiteiten zijn drempelwaarden gekoppeld. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en de activiteit de drempelwaarde overschrijdt, geldt een m.e.r.-plicht. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Een m.e.r.-beoordeling is in ieder geval verplicht als de drempelwaarde wordt overschreden. De verplichting geldt (sinds 1 april 2011) ook als de drempelwaarde niet wordt overschreden maar toch niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu. Gevolg van dat laatste is dat in een bestemmingsplan voor een activiteit die voorkomt in onderdeel D maar waarbij de omvang onder de drempelwaarde ligt, gemotiveerd moet worden of een m.e.r.-beoordeling nodig is.

Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor deze toets gelden geen vormvereisten en daarom wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

beoordeling Het plan is niet gericht op nieuwe ontwikkelingen of op uitbreiding van mogelijkheden met dusdanige gevolgen dat een m.e.r of vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig is.

conclusie Het aspect milieueffectrapportage/vormvrije m.e.r.-beoordeling vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische aspecten

Algemeen

Een bestemmingsplan is een juridisch instrument waarbij de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de grond en de opstallen zijn vastgelegd. Het plan is voor iedereen juridisch bindend: burger, bedrijf of overheid.

In de digitale omgeving zijn de bestemmingen en de daarbij geldende regels reeds gekoppeld. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een verbeelding op papier. Nadat op de verbeelding de locatie is opgezocht waarover informatie wordt gewenst, kan in de regels worden nagelezen welke mogelijkheden zijn vastgelegd. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat wordt toegelaten. De digitale versie is bindend bij een verschil met de papieren versie.

Verbeelding en regels De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. Ze moeten in samenhang worden bezien en toegepast. Op de verbeelding is te zien welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Ter nadere invulling van deze bestemmingen is de verbeelding voorzien van aanduidingen. Op basis van de aanduidingen worden functies aan de bestemming toegevoegd of verwijderd, of worden aanwijzingen gegeven ten aanzien van aantallen of maatvoeringen.

De planregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken:

Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels bepaald (artikel 2);

Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook een aanlegvergunningstelsel opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen de (mogelijke) afwijkingsmogelijkheden met betrekking tot de bouw en/of het gebruik. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Denk aan de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels,de algemene gebruiksregels en de regels met betrekking tot mogelijke afwijkingen. De (bestemmings) regels moeten altijd in samenhang met de algemene regels worden gelezen vóórdat op basis van de bestemmingregels interpretaties worden verricht;

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel).

Toelichting De toelichting is een beschrijving van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt en vervat de resultaten van het overleg met gemeenten, waterschappen en diensten van de provincie en rijk wiens belangen in het plan in geding zijn.

5.2

Procedure

De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken en het ontwerpbesluit, moet worden gepubliceerd waarbij de gelegenheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Nadat de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft genomen, ligt het plan wederom ter inzage. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, evenals belanghebbenden die niet kunnen worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend, kunnen dan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de wijzigingen die bij de vaststelling in het bestemmingsplan zijn aangebracht, kan iedere belanghebbende beroep instellen.

De herziening treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als geen beroep is ingesteld. Is wel beroep ingesteld dan treedt de herziening ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak op het beroepschrift.

5.3

Verbeelding en regels

De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. Ze moeten in samenhang worden bezien en toegepast. De wijze waarop een bestemmingsplan vorm krijgt, is vastgelegd in landelijke standaarden.

5.3.1

Verbeelding

Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Ter nadere invulling c.q. verbijzondering van deze bestemmingen is de verbeelding voorzien van aanduidingen. Op basis van de aanduidingen worden functies aan de bestemming toegevoegd of verwijderd, of worden aanwijzingen gegeven ten aanzien van aantallen of maatvoeringen. De verbeelding moet worden bezien in samenhang met de regels. Voor de verdere uitleg hiervan wordt verwezen naar onderstaande uitleg onder 5.3.2. Voor de beschrijving van het plan wordt verwezen naar Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan.

5.3.2

Regels

De planregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken. Deze worden kort beschreven. Daarna volgt een toelichting op de planregels.

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels bepaald (artikel 2).

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Eerst de bestemmingsregels en vervolgens de dubbelbestemmingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend worden de (eventuele) afwijkingsmogelijkheden ten aanzien van het bouwen en het gebruik omschreven. Daarna de specifieke gebruiksregels en de vergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, voor zover dit aan de orde is. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld.

Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Denk aan de anti-dubbeltelregel en de regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen. Een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is, zoals het woord het al zegt, een mogelijkheid in het bestemmingsplan zelf om af te wijken van de regels uit datzelfde bestemmingsplan. Dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingsmogelijkheden. De (bestemmings)regels moeten altijd in samenhang met de algemene regels worden gelezen vóórdat op basis van de bestemmingregels interpretaties worden verricht.

In dit hoofdstuk worden ook regels gegeven over het ondergronds bouwen. Daarbij zal in voorkomende gevallen door middel van een geohydrologische onderzoek aangetoond moeten worden dat grondwaterstromen niet worden verstoord. De oppervlakte van een ondergrondse ruimte wordt niet meegeteld indien een maximum is gesteld. Ten aanzien van de vereiste parkeergelegenheid op het bijbehorende terrein, wordt verwezen naar de bijlage Parkeernormen bij onderhavig plan. Wat voldoende is, wordt op basis van de normen van niet alleen bepaald bij de beoordeling van een bouwaanvraag, maar ook bij een wijziging in het gebruik.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel).

Voor zover relevant worden de planregels hierna nog artikelsgewijs nader toegelicht.

Begrippen Voor een goede uitleg van de regels moeten de begripsbepalingen correct worden toegepast. Zij bieden uitsluitsel over de gebruikte termen en zijn doorslaggevend bij de interpretatie van de regels.

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe dient te worden gemeten. Bij het toepassen van de betreffende regels (zoals opgenomen in de algemene aanduidingsregels van dit plan) dient dus te worden gemeten conform de aangegeven meetmethodiek.

Groen Deze bestemming betreft (openbaar) en structureel groen, en beeldbepalend groen. Eventuele paden door het groen zijn mogelijk.

Tuin Deze bestemming ziet op gronden die als tuin in gebruik zijn en die in beginsel vrij van gebouwen dienen te blijven. Voor erf- en terreinafscheidingen geldt, dat de toegestane hoogte afhankelijk is van de situering. Als het gaat om de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen die worden geplaatst op hoekpercelen die grenzen aan openbaar groen of wel aan de openbare weg, geldt dat de een hoogte van 2 m is toegestaan mits de afscheidingen zijn geplaatst achter de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan. Door uit te gaan van de oorspronkelijke achtergevel wordt aangesloten bij het Besluit omgevingsrecht. In andere gevallen mogen de afscheidingen maximaal 1 m hoog zijn. Hierbij wordt opgemerkt dat burgemeester en wethouders een beleid hebben vastgesteld over de wijze waarop zij omgaan met hun wettelijke bevoegdheid om omgevingsvergunningen te verlenen buiten de bepalingen van het bestemmingsplan om. Deze bevoegdheid op grond van het Besluit omgevingsrecht is bedoeld voor zogenaamde 'kruimelgevallen'. In hun beleid hebben burgemeester en wethouders voorzien in een mogelijkheid om in bepaalde gevallen mee te werken aan hekwerken en toegangspoorten die qua maatvoering afwijken van het bestemmingsplan.

Verkeer Deze bestemming betreft wegen. In deze bestemming zijn ook o.a. parkeer- groenvoorzieningen toegestaan. Middels aanduidingen zijn voor deelgebieden specifieke bouwregels gegeven voor de P+R-voorziening en de geluidwerende voorzieningen.

Verkeer - Railverkeer De spoorlijn Arnhem - Zutphen is bestemd als 'Verkeer - Railverkeer'. Voor het stationsgebouw is een bouwvlak opgenomen, waarbij geldt dat in het stationsgebouw winkel- en horecavoorzieningen zijn toegestaan.

Het perrongebouw en de stationsoverkapping zijn aangewezen als gemeentelijk monument. Bescherming van de monumentale waarden vindt plaats via de Erfgoedverordening van de gemeente Rheden.

Met een aanduiding is aangegeven waar de passerelle mag komen. Hiervoor gelden specifieke regels.

Wonen De woningen binnen het plangebied zijn bestemd als 'Wonen'. Op de verbeelding is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen het hoofdgebouw (de woning) is toegestaan. De maximale goot- en

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied bouwhoogte van de woning is op de verbeelding aangeduid middels de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte'. Voor bijgebouwen staan maximale maten in de regels.

Zoals standaard wordt toegelaten mag de bewoner een aan huis verbonden bedrijf of beroep uitoefenen. Hiervoor gelden de gebruikelijke voorwaarden. In een lijst als bijlage bij de regels is na te lezen welke bedrijven dit zijn. Opgemerkt wordt dat het vereiste van voldoende parkeergelegenheid op het bijbehorende terrein ook geldt bij de uitoefening van een bedrijf of beroep aan huis.

Voor het gebouw dat beoogd wordt voor adviesbureau met toonzaalfunctie is een aanduiding opgenomen om regels specifiek voor deze locatie te kunnen geven. Het betreffen zowel regels over het gebruik als regels voor het bouwen.

Waarde - Archeologisch onderzoek sgebied De gronden die niet archeologisch onderzocht zijn, zijn bestemd als 'Waarde - Archeologisch onderzoeksgebied'. Binnen deze gronden moet bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 250 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 0,3 m, een rapport overlegd worden waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld.

Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze zou zich kunnen voordoen indien een deel van een bouwperceel dat al bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken wederom bij een dergelijke berekening, doch nu ten behoeve van een ander bouwperceel wordt betrokken.

Algemene bouwregels Voor diverse geringe bouwonderdelen geldt, dat deze bij de toets aan de planregels als zodanig buiten beschouwing worden gelaten. Daarnaast is een regeling voor ondergronds bouwen opgenomen. Hoofdregel is, dat hetgeen bovengronds is toegestaan, ook ondergronds kan worden toegestaan. Daarnaast zijn enkele verbijzonderingen opgenomen. De tekst van de regeling volgt uit het Bro.

Algemene gebruik sregels Voor de redactie van dit artikel is de algemene formulering aangehouden. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. In beginsel is de bestemmingsomschrijving van de betreffende bestemming bepalend. In verband met het schrappen van het bordeelverbod is expliciet opgenomen dat onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening in ieder geval wordt verstaan het (laten) gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting. Om discussie te voorkomen is dit expliciet opgenomen. Met deze regeling wordt aangesloten bij het beleid van de gemeente Rheden om dit niet toe te laten in onderhavige kern.

Verder wordt nog voorzien in een regeling ten aanzien van het parkeren en de parkeernormen. De parkeernormen zijn voor alle bestemmingen van toepassing. Daarbij is van belang dat het betreft de parkeernormen zoals die op het moment van toetsen gelden. De huidige (ten tijde van het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan) parkeernomen zijn als bijlage opgenomen in de toelichting en geven een beeld van de huidige parkeernormen.

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Algemene aanduidingsregels Er zijn algemene aanduidingsregels die de mogelijkheden geboden in de bestemmingsregels kunnen beperken. Die algemene aanduidingsregels gelden alleen in de bijbehorende gebiedsaanduiding. In het plangebied zijn twee gebiedsaanduidingen opgenomen 'veiligheidszone – niet-gesprongen explosieven' en 'milieuzone – boringsvrije zone (grondwaterbescherming)'. Deze laatste gebiedsaanduiding is gelegd over het door de provincie ingestelde grondwaterbeschermingsgebied, de boringsvrije zone en de 'koude-warmteopslag vrije zone'. Naast de regels in het bestemmingsplan blijven de regels uit de verordening van de provincie van kracht. Daarom moet hier ook altijd de verordening van de provincie worden geraadpleegd bij bijvoorbeeld zoiets als koude-warmteopslag (KWO) in de bodem.

Algemene afwijk ingsregels Aan burgemeester en wethouders wordt hier de bevoegdheid gegeven om af te wijken van de bestemmingsregels. Evident is dat niet alle afwijkingsregels op alle bestemmingen van toepassing zijn. Voorts is van belang dat het bestaan van de bevoegdheid niet mag leiden tot een automatisme in het afwijken: conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten burgemeester en wethouders de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afwegen. Overigens is de bevoegdheid beperkt in die zin dat geen omgevingsvergunning voor afwijken mag worden verleend indien onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een aantal met name genoemde belangen.

Algemene wijzigingsregels De mogelijkheid bestaat om het plan te wijzigen ten aanzien van een aantal nader genoemde onderdelen. Dit kan door middel van het opstellen van een wijzigingsplan als bedoeld in artikel 3.6 Wro. Het betreft een aan het college van burgemeester en wethouders gedelegeerde bevoegdheid, welke dient te worden toegepast binnen de daarvoor in de planregels aangegeven criteria.

Overgangsrecht De redactie van dit recht volgt uit het Bro. Bij het overgangsrecht wordt onderscheid gemaakt naar bouwwerken en gebruik. Bij bouwwerken gaat het er om of ze op de peildatum in enigerlei opzicht afwijken van het plan. Doorgaans betreffen die afwijkingen de bouwregels. Ze mogen gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd of na een calamiteit worden herbouwd, mits de bestaande afwijkingen naar hun aard niet worden vergroot. Bij de vraag of de afwijking wordt vergroot kan ook het gebruik relevant zijn. Van de mogelijkheid tot gedeeltelijke vernieuwing of verandering zijn uitgesloten de illegale bouwwerken. Daaronder worden verstaan de bouwwerken die zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor zover vereist - zijn gebouwd in strijd met het toen geldende bestemmingsplan. Voor een vergroting van de inhoud van een bouwwerk met niet meer dan 5% kan met een omgevingsvergunning eenmalig worden afgeweken. Peildatum voor bouwwerken is het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het gebruik is bepaald dat bestaand, met het plan strijdig gebruik mag worden voortgezet. Een uitsluitingsclausule is opgenomen voor gebruik dat al in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Deze regel laat de wrakingsjurisprudentie onverlet.

5.4

Reikwijdte bestemmingsplan

Om te beoordelen of een ontwikkeling kan worden gerealiseerd, is het soms niet voldoende om alleen af te gaan op de inhoud van het bestemmingsplan. Ook indien het bestemmingsplan een ontwikkeling

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied toestaat, kan het voorkomen dat andere regelgeving of dat gesloten verdragen de daadwerkelijke uitvoering verhinderen of pas na bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek mogelijk maken. De kaders die het bestemmingsplan biedt ten aanzien van nieuwe bouwmogelijkheden/bouwplaninitiatieven, bieden geen garantie voor de te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen. Bouwplannen zullen naast de toets aan onderhavig bestemmingsplan tevens worden getoetst aan, en dienen te voldoen aan, zowel het landelijke Bouwbesluit als de bouwverordening (vastgesteld door de gemeenteraad). Waarbij de (onafhankelijke) welstandscommissie adviseert of het bouwplan op basis van de Welstandsnota (vastgesteld door de gemeenteraad) voldoet aan redelijke eisen van welstand.

5.4

Reikwijdte bestemmingsplan

Om te beoordelen of een ontwikkeling kan worden gerealiseerd, is het soms niet voldoende om alleen af te gaan op de inhoud van het bestemmingsplan. Ook indien het bestemmingsplan een ontwikkeling toestaat, kan het voorkomen dat andere regelgeving of dat gesloten verdragen de daadwerkelijke uitvoering verhinderen of pas na bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek mogelijk maken. De kaders die het bestemmingsplan biedt ten aanzien van nieuwe bouwmogelijkheden/bouwplaninitiatieven, bieden geen garantie voor de te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen. Bouwplannen zullen naast de toets aan onderhavig bestemmingsplan tevens worden getoetst aan, en dienen te voldoen aan, zowel het landelijke Bouwbesluit als de bouwverordening (vastgesteld door de gemeenteraad). Waarbij de (onafhankelijke) welstandscommissie adviseert of het bouwplan op basis van de Welstandsnota (vastgesteld door de gemeenteraad) voldoet aan redelijke eisen van welstand.

40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient de economische uitvoerbaarheid te worden onderzocht in het kader van het bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente daarnaast tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan.

De gemeente kan hiervan afzien indien: a. het verhaal van de kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, en b. het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is, en c. het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen, en het inrichten van de openbare ruimte en woningbouwcategorieën niet noodzakelijk is, of d. één van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen van toepassing is, te weten: 1. het totaal der wettelijk te verhalen exploitatiebijdragen bedraagt minder dan € 10.000,00, of 2. er geen verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening aan de orde zijn, of 3. de verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op de nutsvoorzieningen betreffen. De Wet ruimtelijke ordening kent voorts een regeling welke voorziet in een tegemoetkoming in schade indien deze boven het normale maatschappelijke risico uitstijgt. Burgemeester en wethouders hebben ter zake van planschade een verordening vastgesteld.

beoordeling Het bestemmingsplan maakt geen bouwplan mogelijk op grond waarvan een exploitatieplan dient te worden vastgesteld. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat gezien de beperktheid van de aanpassingen in de regels en verbeelding er geen onderdelen zijn die zodanige investeringen vragen dat zij niet gedragen kunnen worden.

conclusie

Het verhaal van kosten is voldoende verzekerd, een exploitatieplan hoeft niet te worden vastgesteld. Ook worden er geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarvoor de economische uitvoerbaarheid aangetoond zou moeten worden.

Gelet op het vorenstaande is de economische uitvoerbaarheid verzekerd.

Toelichting (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Hoofdstuk 7 7.1

M aatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg en inspraak

Het provinciale beleid omtrent de toepassing van de instrumenten die de provincie heeft ingevolge de Wet ruimtelijk e ordening geeft aan dat plannen van lokaal belang niet voor overleg behoeven te worden aangeboden. Over het onderdeel grondwaterbescherming is overleg geweest met de provincie. Het concept-ontwerpbestemmingsplan is daar op aangepast.

Verder hebben het Waterschap RijnIJssel en ProRail aangegeven geen opmerkingen te hebben over het concept-ontwerpbestemmingsplan. De gemeentelijke inspraakverordening schrijft geen inspraak voor. Gezien het vorenstaande is geen aanleiding gevonden om onverplicht inspraak te geven.

7.2

Zienswijzen

De beantwoording van eventueel ingediende zienswijzen zal te zijner tijd als een bijlage worden opgenomen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft met het ontwerpbesluit 24 september tot en met 4 november 2020 voor een ieder ter inzage gelegen. De tervisielegging is bekendgemaakt op de gemeentelijke pagina, de Rhedenaar, in een huis-aan-huis blad, de Staatscourant en op de gemeentelijke website www.rheden.nl. Via www.ruimtelijkeplannen.nl kon het plan worden ingezien en worden gedownload. De verbeelding op papier lag tevens ter inzage in het gemeentehuis. De beantwoording van de ingediende zienswijzen zal plaatsvinden via een bijlage bij het raadsbesluit omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan.

42

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Bijlagen bij de toelichting

Toelichting (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Bijlage 1 Bodemonderzoek

44

Toelichting (vastgesteld)

Verkennend en nader bodemonderzoek Groenstrook achter Harderwijkerweg 4-10 (even) en Prins Bernardlaan 12 -26 (even) te Dieren Project: 2019-0534

projectnummer

project

versie

datum

auteur

controle

2019-0352 1.0 De heer H. Pit

Harderwijkerweg 4-6 te Dieren 2 juni 2020

De heer R.A. Fieten

opdrachtgever

Gemeente Rheden

Inhoudsopgave 1.

Aanleiding ...................................................................................................................................................... 2

2.

Vooronderzoek .............................................................................................................................................. 3 2.1

Werkwijze .............................................................................................................................................................. 3

2.2

Locatiegegevens ..................................................................................................................................................... 3

2.3

Historische informatie............................................................................................................................................ 4

2.4

Geohydrologische gegevens .................................................................................................................................. 6

3.

Uitvoering verkennend bodemonderzoek ...................................................................................................... 7 3.1

Hypothese .............................................................................................................................................................. 7

3.2

Onderzoeksstrategie .............................................................................................................................................. 7

3.3

Uitvoering veldwerk ............................................................................................................................................... 8

3.4

Zintuigelijke waarnemingen ................................................................................................................................... 8

3.5

Uitvoering laboratoriumonderzoek ....................................................................................................................... 9

4.

Resultaten verkennend bodemonderzoek .................................................................................................... 11 4.1

Analyseresultaten grond ...................................................................................................................................... 11

4.2

Analyseresultaten Asbest ..................................................................................................................................... 14

5.

Conclusies .................................................................................................................................................... 15 5.1

Resultaten grond .................................................................................................................................................. 15

5.2

Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................................................... 16

6.

Betrouwbaarheid onderzoek ........................................................................................................................ 17

Bijlagen

Pagina

1.

Locatiekaart

2.

Situatieschets

3.

Boorprofielen

4.

Toetsing analyseresultaten

5.

Analyserapporten laboratorium

6.

Achtergrond-, streef- en interventiewaarden

7.

Onderzoeksstrategie NEN 5740 ‘niet verdachte’ locaties

1 van 17

Projectnummer:

2019-0352

Datum

17 juni 2020

1.

Aanleiding

In opdracht van Gemeente Rheden heeft Lycens B.V. een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd in de groenstroken achter de Harderwijkerweg 4-10 (even) en de Prins Bernardlaan 12-26 (even) te Dieren. Voor de ligging van deze locatie wordt verwezen naar bijlage 1, de locatiekaart.

De aanleiding voor het onderzoek is de geplande transactie van verschillende kadastrale percelen op de locatie.

Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit op de locatie en daarmee mogelijke verontreinigingen in grond en grondwater te signaleren welke consequenties kunnen hebben voor de geplande transactie van verschillende kadastrale percelen op de locatie. Hiervoor is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond beoordeeld door het verrichten van een aantal boringen en het analyseren van een aantal grondmonsters.

Het doel van het aanvullende (nader) bodemonderzoek is het vaststellen van de omvang van de (sterke) bodemverontreiniging.

Het onderzoek is conform de Nederlandse Normen "Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek" (NEN5740) en “Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond” (NEN5707) uitgevoerd. Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Technische Afspraak “Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek” (NTA 5755).

In hoofdstuk 2 worden de resultaten van het vooronderzoek beschreven. De opzet van het verkennend bodemonderzoek wordt in hoofdstuk 3 beschreven en de verrichte veld- en laboratoriumwerkzaamheden worden in hoofdstuk 4 beschreven. In hoofdstuk 5 en 6 worden respectievelijk de opzet en de resultaten van het nader bodemonderzoek beschreven. Tot slot worden in hoofdstuk 7 de resultaten en conclusies van het uitgevoerde onderzoek weergegeven en worden aanbevelingen geformuleerd.

Pagina

2 van 17

Projectnummer:

2019-0352

Datum

17 juni 2020

2.

Vooronderzoek

2.1

Werkwijze

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN5725:2017. Conform deze norm bepaald de aanleiding van het onderzoek de minimale onderzoeksaspecten. In onderstaande tabel zijn deze onderzoeksaspecten per aanleiding weergegeven. In onderhavige situatie is sprake van aanleiding A. (Bodemonderzoek).

1

Locatiegegevens

2

Bodemopbouw en geohydrologie

3

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

4

Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

5

Terreinverkenning Optioneel

G: Tijdelijke uitplaatsing

F: Ontgraven of toepassen van grond

E: Opstellen bodemkwaliteitskaart

D: Partijkeuring

C: Toepassen grond of baggerspecie

B: Nul-/eindsituatie onderzoek

A: Bodemonderzoek

Tabel 2.1: Onderzoeksaspecten in relatie tot aanleiding van het onderzoek Aanleiding tot vooronderzoek Onderzoeksaspecten

Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. Bodemkwaliteitskaart O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht? Verplicht

Het doel van het vooronderzoek is om op basis van minimaal de verplichte aspecten in tabel 2.1 inzicht te verkrijgen in de bodemopbouw, het (historische) gebruik van de locatie, de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende activiteiten c.q. situaties en de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging.

2.2

Locatiegegevens

De onderzoekslocatie bevindt zich in het zuidelijk deel van de bebouwde kom van Dieren. De onderzoekslocatie betreft momenteel onbebouwde en onverharde terreindelen. De Harderwijkerweg bevindt zich op enige afstand ten westen van de onderzoekslocatie. In de directe omgeving bevinden zich een recent aangelegd parkeergarage en woningen. In tabel 2.2 op de volgende pagina zijn de algemene locatiegegevens weergegeven.

Op basis van de door de opdrachtgever beschikbaar gestelde gegevens verklaart Lycens B.V. dat de onderzoekslocatie geen eigendom is van Lycens B.V. of een aan Lycens B.V. gerelateerd bedrijf.

Pagina

3 van 17

Projectnummer:

2019-0352

Datum

17 juni 2020

Tabel 2.2: Locatiegegevens Locatie

Terreindelen achter Harderwijkerweg 4-6 te Dieren

Ligging locatie

Circa 800 m1 ten zuidwesten van de kern van Dieren.

Kadastrale gegevens

Gemeente Dieren, Sectie U, Nummers 5872 (ged) en 5457 (ged)

Oppervlakte

Circa 1.020 m2

Topografische aanduiding

Coördinaten: X: 203.969, Y: 450.883

Gebruik locatie - voormalig

Groenvoorziening

- huidig

Groenvoorziening

- toekomstig

Wonen met tuin

Opdrachtgever

Gemeente Rheden

Overige belanghebbenden

-

2.3

Historische informatie

Onderstaand is een overzicht gegeven van de geraadpleegde bronnen. Er is van uitgegaan dat de geleverde informatie juist en volledig is. Lycens B.V. is niet aansprakelijk voor onjuiste of onvolledige informatie die door derden is verstrekt.

Bron: 

Omgevingsdienst / Gemeente Rheden

Opdrachtgever: Gemeente Rheden

Bodematlas Provincie Gelderland

www.bodemloket.nl

https://bagviewer.kadaster.nl

www.topotijdreis.nl

https://topokaartnederland.nl/

http://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Archeologie-in-Nederland&profileName=Viewer#

www.BROloket.nl

www.grondwatertools.com

https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/handboek-water/thema-s/grondwater/achtergrond/

Historisch gebruik Voor het historisch onderzoek zijn de topografische kaarten vanaf 1863 tot heden bestudeerd. Hieruit blijkt dat de onderzoekslocatie en directe omgeving daarvan tot 1863 in agrarisch gebruik zijn geweest. Op historische kaarten vanaf 1864 is de onderzoekslocatie en directe omgeving daarvan ontwikkeld tot het stationsterrein behorende bij de spoorlijn die vanaf dat moment aanwezig is. Vanaf 1906 is er voor het eerst sprake van bebouwing op de huidige onderzoekslocatie. De bebouwing is in de loop der tijd uitgebreid in de omgeving en vanaf 1958 is de indeling niet significant gewijzigd.

Pagina

4 van 17

Projectnummer:

2019-0352

Datum

17 juni 2020

Informatie Gemeente Rheden Voor zover bekend zijn er op de onderzoekslocatie geen onder- of bovengrondse tanks aanwezig, of aanwezig geweest. Voor zover bekend hebben er op de onderzoekslocatie geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn voor zover bekend in het verleden geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Wel zijn er in het verleden bodemonderzoek uitgevoerd op aangrenzende percelen. De onderzoeksgegevens worden hiernavolgend kort besproken.

Rapport: Verkennend bodemonderzoek Parkeervoorziening Harderwijkerweg 4 te Dieren , door Boot kenmerk P12-027632), d.d. 23 november 2012 De onderzochte locatie bevindt zich op het perceel Harderwijkerweg 4 en valt binnen de contour van de onderzoekslocatie. In dit onderzoek zijn in totaal 19 boringen verricht. In de achtertuin van de huidige onderzoekslocatie, ter plaatse van boring 17 werd een sterke zink-verontreiniging aangetoond en een matige verontreiniging met lood. Ter plaatse van de overige boorpunten is de grond veelal licht verontreinigd met metalen en PAK. Er is geen asbest aangetroffen. Visueel zijn in de bodem puin en kooldeeltjes aangetroffen. Het grondwater is niet onderzocht.

Rapport: Verkennend bodemonderzoek Bestemmingsplanwijziging Hart van Dieren, door Transport Consultants en Engineers, kenmerk TCE461-1/klem5/322, d.d. 12 september 2007 Dit onderzoek betrof een bodemonderzoek in groot verband. De bovengrond is lokaal matig verontreinigd met PAK, lood en zink. Verder zijn lichte verontreinigingen met cadmium, koper, nikkel, kwik, EOX, minerale olie en PCB aangetoond. De ondergrond is lokaal sterk verontreinigd met lood, cadmium, nikkel en PAK. Verder is een matige verontreiniging met zink en lichte verontreinigingen met kwik, koper, EOX en minerale olie aangetoond. Nader onderzoek werd op diverse deellocaties geadviseerd en uitgevoerd. De onderzoekslocatie valt wel binnen de contouren van de onderzoekslocatie maar er zijn geen boringen verricht op dit perceel. Lokaal is het grondwater licht verontreinigd met cadmium, zink, naftaleen, xylenen en tetrachlooretheen (per).

Rapport: Verkennend en afperkend bodemonderzoek Harderwijkerweg 4 en 6 te Dieren, door Lycens B.V., kenmerk 20190175, d.d. 27 juni 2019 De onderzochte locatie bevindt zich direct ten westen van de huidige onderzoekslocatie. Tijdens het onderzoek zijn visueel verspreid over de locatie sporen van puin en kolengruis waargenomen. Analytisch is in de bovengrond een licht tot sterk verhoogd gehalten aan lood, zink en nikkel aangetoond. De aangetoonde verontreiniging is zowel in horizontale als verticale richting afgeperkt binnen de perceelsgrenzen. In de ondergrond zijn geen parameters in een verhoogd gehalte gemeten.

Provinciale bodematlas Volgens de provinciale bodematlas zijn ter plaatse van en in de directe omgeving van de onderzoekslocaties geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Ook is voor zover bekend geen sprake van verontreinigingen, saneringen en/of zorgmaatregelen.

Uit de Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie een hoge verwachting aanwezig is.

Pagina

5 van 17

Projectnummer:

2019-0352

Datum

17 juni 2020

Conclusie Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie, ondanks de verwachting ten aanzien van licht verhoogde gehalten ten aanzien van zowel de chemische parameters als asbest als onverdacht te beschouwen.

2.4

Geohydrologische gegevens

Uit de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst Grondwaterverkenning TNO) zijn de volgende (hydro)geologische gegevens afkomstig:

Ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat de bodem tot 1 m –mv uit afwisselend zandige klei midden en fijn zand, klei en weinig grof zand. Hieronder is tot 5,8 m-mv midden en fijn zand met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind van de Formatie van Boxtel aanwezig. Tot een diepte van circa 77,6 m –mv zijn vervolgens gestuwde afzettingen aanwezig, een complexe eenheid hoofdzakelijk bestaande uit een afwisseling van grof en midden zand, met weinig klei, zandige klei, fijn zand en grind en een spoor veen. Tot een diepte van 99 m-mv is een zandige eenheid aanwezig behorende tot de Formatie van Peize en de Formatie van Waalre. De zandige eenheid bestaat hoofdzakelijk uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen. Vanaf 100 m-mv en verder bevinden zich de Formatie van Maassluis met daaronder de Formatie van Oosterhout. Vanaf 169 m-mv tot 200 m-mv en verder is de Formatie van Breda aanwezig.

Het freatische grondwater bevindt zich dieper dan 5,0 m-mv en derhalve is grondwateronderzoek voor dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. De onderzoekslocatie bevindt zich in een grondwaterbeschermingsgebied en boringvrije zone.

Pagina

6 van 17

Projectnummer:

2019-0352

Datum

17 juni 2020

3.

Uitvoering verkennend bodemonderzoek

3.1

Hypothese

Chemische parameters In het kader van de NEN5740 is een hypothese gesteld over het karakter van de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2) wordt de locatie beschouwd als "onverdacht". De hypothese vormt het uitgangspunt van de gevolgde onderzoeksstrategie tijdens dit onderzoek.

Het uiterste westelijk deel ter plaatse van de perceelsgrens tussen het onverdachte terreindeel en het perceel aan de Harderwijkerweg 4 en 6 wordt als verdacht beschouwd. Dit vanwege de aangetroffen verontreiniging met zware metalen op het naastgelegen terrein.

Asbest In het kader van de NEN5707 is een hypothese gesteld over het karakter van de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de locatie beschouwd als onverdacht. Een verkennend onderzoek asbest conform NEN5707 wordt op voorhand niet noodzakelijk geacht.

Nader onderzoek De onderzoeksstrategie voor het nader bodemonderzoek naar de verontreinigingen met lood en zink in de bodem op het naastgelegen terreindeel is gebaseerd op NTA 5755 en afgestemd op verontreiniging- en locatie specifieke omstandigheden. Conform NTA 5755 is gebruik gemaakt van een conceptueel model. Volgens het conceptueel model dient informatie te worden verkregen over de verontreinigingssituatie en de (mogelijke) risico’s van de verontreiniging.

3.2

Onderzoeksstrategie

Op basis van de gestelde hypothese wordt de locatie grotendeels onderzocht conform de strategie voor een ‘onverdachte niet-lijnvormige locatie’ (ONV-NL). De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt in totaal circa 1.020 m². Conform de gehanteerde onderzoeksstrategie kan afgeleid worden dat in totaal zes boringen tot 0,5 meter diepte, één boring(en) tot circa 2,0 m-mv of de heersende grondwaterstand en één boring(en) tot circa 1,5 meter onder de heersende grondwaterstand of tot minimaal 5,0 m-mv bij een lager gelegen grondwaterstand uitgevoerd moeten worden. In overleg met de Gemeente Rheden is overééngekomen dat de boring tot minimaal 5,0 m-mv enkel tot 2,0 mmv behoeft te worden uitgevoerd.

Daarnaast was het een vereiste van de opdrachtgever (gemeente Rheden) dat per toekomstig uit te geven kadastraal perceel minimaal één (ondiepe) boring dient te worden geplaatst. Vanwege deze eis en de specifieke vorm van de onderzoekslocatie is besloten het onverdachte deel van de onderzoekslocatie te verdelen in 2 delen, namelijk het brede zuidwestelijke deel achter de woningen aan de Harderwijkerweg en het smalle noordoostelijke deel achter de woningen aan de Prins Bernardstraat.

Pagina

7 van 17

Projectnummer:

2019-0352

Datum

17 juni 2020

Het brede zuidwestelijke deel heeft een oppervlakte van circa 620 m2 en het smalle noordoostelijke deel een oppervlakte van circa 400 m2. Op het brede deel worden conform NEN 5740 zes boringen geplaatst, waarvan vier tot 0,5 m-mv en twee tot 2,0 m-mv. Op het smalle deel worden (vanwege de te vormen kadastrale percelen) in totaal tien boringen geplaatst, waarvan acht tot 0,5 m-mv en twee tot 2,0 m-mv.

Het grondwateronderzoek blijft vanwege het dieper dan 5,0 m-mv aanwezig zijn achterwege.

Nader onderzoek Bij dit onderzoek wordt in eerste instantie door middel van afperkende boringen en analyses en op basis van de verticale en horizontale verspreiding van de verontreiniging vastgesteld en of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Ter plaatse van het (verdachte) westelijke terreindeel worden ter afperking van de metalen verontreiniging op het perceel van Harderwijkerweg 4 en 6 vijf boringen tot 1,5 m-mv geplaatst.

3.3

Uitvoering veldwerk

Het veldwerk is uitgevoerd op 28 februari 2020 door de heer E.C. Karperien van Lycens B.V.. De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat (K46918/10) uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000: ‘veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ en de daarbij behorende protocollen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is in nagenoeg alle boringen een puinbijmenging waargenomen. Derhalve is direct opgeschaald naar een asbestonderzoek conform NEN5707. Derhalve zijn de ondiepe boringen vervangen door gaten met een afmeting van circa 0,3x0,3 x0,5 meter (lxbxd).

Op het onverdachte terreindeel zijn in totaal zeventien gaten gegraven. Hiervan zijn zeventien gaten gegraven tot circa 0,5 m-mv, waarvan vier gaten zijn doorgezet tot 2,0 m-mv.

Op de verdachte terreindeel zijn twee boringen tot 1,5 m-mv op korte afstand van de kadastrale grens geplaatst, ter eventuele afperking van deze twee boringen zijn drie aanvullende boringen tot 1,5 m-mv geplaatst.

De posities van de onderzoekspunten zijn op de tekening in bijlage 2 weergegeven.

Het vrijkomende materiaal is zintuiglijk beoordeeld op samenstelling, geur, kleur en overige bijzonderheden die kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. De resultaten zijn samengevat beschreven in paragraaf 3.4. De uitgetekende bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 3.

3.4

Zintuigelijke waarnemingen

Uit de bodemprofielen blijkt dat de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie overwegend bestaat uit matig fijn zand. Verspreid over de locatie zijn tijdens het uitvoeren van het veldwerk tot een diepte van circa 1,5 m –mv bijmengingen van puin en kolengruis waargenomen. Er zijn geen asbestverdachte (plaat)-materialen aangetroffen in de bodem.

Pagina

8 van 17

Projectnummer:

2019-0352

Datum

17 juni 2020

3.5

Uitvoering laboratoriumonderzoek

Bij de uitvoering van het laboratoriumonderzoek is de gehanteerde onderzoeksstrategie in de NEN5740 en NEN5707 als leidraad gebruikt (bijlage 7). Het onderzoek met betrekking tot chemische parameters is uitgevoerd door het laboratorium "Eurofins Analytico B.V." te Barneveld. Het onderzoek met betrekking tot asbest is uitgevoerd door het laboratorium "ACMAA Laboratoria B.V." te Deurningen. Beide laboratoria zijn geaccrediteerd volgens de AS3000. Voor het inschatten van de risico's van eventueel aanwezige verontreinigingen zijn de chemische analyseresultaten (meetwaarden) van het laboratorium gestandaardiseerd (GSSD) en vervolgens getoetst aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden bodemsanering (bijlage 6). Het toets resultaat wordt weergegeven als index en geeft de verhouding weer tussen het gemeten gehalte en de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. Met betrekking tot asbest zijn daar waar noodzakelijk de gewogen asbestconcentraties bepaald.

Ter plaatse van het verdachte westelijke terreindeel zijn ten behoeve van de beoordeling van de twee separate bovengrondmonsters en één mengmonster van de ondergrond onderzocht op lood en zink. Voor de beoordeling van de kwaliteit van de grond op het onverdachte terreindeel zijn twee mengmonsters van de bovengrond en twee mengmonsters van de ondergrond chemisch-analytisch onderzocht op het standaardpakket (bijlage 7). Daarnaast zijn van de bovengrond twee mengmonsters samengesteld en conform NEN5898 onderzocht op de aanwezigheid van asbest. Aangezien in de mengmonster van de bovengrond (MM BG 01) een sterk verhoogd loodgehalte is gemeten en in het afperkende mengmonster (MM B01, B02) een matig verhoogd loodgehalte is gemeten, is besloten de deelmonsters uit deze mengmonsters separaat de laten analyseren op lood en zink. In tabel 3.1 is de samenstelling van de (meng)monsters weergegeven

Tabel 3.1: Samenstelling van de (meng)monsters

Monstercode

Monsters

Diepte (m-mv)

Doel

6-1 7-1 8-1 9-1 10-1 11-1 MM01

0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5

Vaststellen milieuhygiënische kwaliteit bovengrond (zuidwestelijk terreindeel)

12-1 13-1 14-1 15-1 16-1 17-1 18-1 19-1 21-1 22-1 MM02

0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5

7-3 11-2 11-3 14-3 19-3

1,0-1,5 0,5-1,0 1,0-1,5 1,0-1,5 1,0-1,5

Grond, onverdacht MM BG 01

MM AB 01 MM BG 02

MM AB 02 MM OG 01

MM OG 02

Pagina

9 van 17

Projectnummer:

2019-0352

Vaststellen aanwezigheid asbest in bovengrond (zuidwestelijk terreindeel) Vaststellen milieuhygiënische kwaliteit bovengrond (noordoostelijk terreindeel)

Vaststellen aanwezigheid asbest in bovengrond (noordoostelijk terreindeel) Vaststellen milieuhygiënische kwaliteit ondergrond (zuidwestelijk terreindeel) Vaststellen milieuhygiënische kwaliteit bovengrond (noordoostelijk terreindeel)

Datum

17 juni 2020

Tabel 3.1: Samenstelling van de (meng)monsters (vervolg Uitsplitsing MM BG 01 Boring 6 (0-0,5) Boring 7 (0-0,5) Boring 8 (0-0,5) Boring 9 (0-0,5) Boring 10 (0-0,5) Boring 11 (0-0,5)

6-1 7-1 8-1 9-1 10-1 11-1

0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5

Vaststellen gehalte lood en zink Vaststellen gehalte lood en zink Vaststellen gehalte lood en zink Vaststellen gehalte lood en zink Vaststellen gehalte lood en zink Vaststellen gehalte lood en zink

1-2 2-1 1-3 2-2 Uitsplitsing MM B01, B02 (0.5-1.0) Boring 01 (0,5-1,0) 1-3 Boring 02 (0,5-1,0) 2-2

0,25-0,5 0,0-0,5 0,5-1,0 0,5-1,0

Horizontale afperking verontreiniging naastgelegen terrein Horizontale afperking verontreiniging naastgelegen terrein Horizontale afperking verontreiniging naastgelegen terrein

0,5-1,0 0,5-1,0

Vaststellen gehalte lood en zink Vaststellen gehalte lood en zink

Nader onderzoek Boring 01 (0,25-0,5) Boring 02 (0-0,5) MM B01, B02 (0,5-1,0)

Pagina

10 van 17

Projectnummer:

2019-0352

Datum

17 juni 2020

4.

Resultaten verkennend en nader bodemonderzoek

De laboratoriumrapporten zijn opgenomen in bijlage 5. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten getoetst aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden.

4.1

Analyseresultaten grond

De tabel 4.1 geeft een volledig overzicht van de interpretatie van de analyseresultaten van de grond(meng)-monsters. Indien er gestandaardiseerde gehalten zijn aangetoond groter dan de achtergrondwaarde, zijn tevens de meetwaarden vermeld in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Naast de meetwaarde is tevens het gestandaardiseerde gehalte (GSSD) en de index weergegeven. De niet weergegeven parameters overschrijden de achtergrondwaarde niet.

Tabel 4.1: Interpretatie van de analyseresultaten van de grond(meng)monsters (Meng)monster Parameter Meetwaarde GSSD Index Monsterconclusie Grond, onverdacht MM BG 01

Kwik

0,13

0,18

0

Lood

1.500

2.221

4,52

Overschrijding van de interventiewaarde

Zink

170

351

0,36

PAK

-

9,5

0,21

PCB

-

0,026

0,01

MM BG 02

PAK

-

1,5

0

Voldoet aan de achtergrondwaarde

MM OG 01

Minerale olie

90

450

0,05

Overschrijding van de achtergrondwaarde

MM OG 02

Kwik

0,11

0,15

0

Overschrijding van de achtergrondwaarde

Lood

50

76

0,05

PCB

-

0,03

0,01

Boring 01 (0,25-0,5)

-

-

-

-

Voldoet aan de achtergrondwaarde

Boring 02 (0-0,5)

-

-

-

-

Voldoet aan de achtergrondwaarde

MM B01, B02 (0,5-1,0)

Lood

200

298

0,52

Overschrijding van de achtergrondwaarde

Zink

160

339

0,34

Nader onderzoek

≤0 ≥0<0,5 ≥0,5<1 ≥1 *

: : : : : :

niet bepaald kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde groter dan de achtergrondwaarde, kleiner dan ½(achtergrondwaarde+interventiewaarde) gelijk aan of groter dan ½(achtergrondwaarde+interventiewaarde), nader onderzoek gelijk aan of groter dan de interventiewaarde de normwaarden voor barium zijn tijdelijk buiten werking gesteld, met uitzondering van duidelijk antropogene verontreinigingen

Bespreking resultaten Uit de analyseresultaten van het onverdachte deel blijkt dat de bovengrond op het zuidwestelijke terreindeel (MM BG 01) een sterk verhoogd gehalte aan lood bevat, daarnaast zijn in dit bovengrondmonster licht verhoogde gehalten aan kwik, zink, PAK en PCB’s aangetoond. Het gemeten gehalte aan lood overschrijdt de interventiewaarde, de gemeten gehalten aan kwik, zink, PAK en PCB’s overschrijden in geringe mate de achtergrondwaarde.

Pagina

11 van 17

Projectnummer:

2019-0352

Datum

17 juni 2020

In de bovengrond op het noordoostelijk deel is een licht verhoogde gehalte aan PAK gemeten. Aangezien minimaal 7 parameters zijn onderzocht, het gehalte aan PAK kleiner is dan tweemaal de voor deze parameter geldende achtergrondwaarde en tevens de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen niet worden overschreden, is geen sprake van een overschrijding van de achtergrondwaarde.

De ondergrond ter plaatse van het zuidwestelijk terreindeel bevat een licht verhoogd gehalte aan minerale olie. Het verhoogd gemeten gehalte overschrijdt in geringe mate de achtergrondwaarde. In de ondergrond op het noordoostelijke terreindeel zijn kwik, lood en PCB in lichte mate verhoogd. De gemeten gehalte overschrijden de achtergrondwaarde in geringe mate.

Uit de analyseresultaten van de separate bovengrondmonsters op het verdachte terreindeel blijkt in geen van de beide monsters lood of zink in verhoogde mate is aangetroffen. In de ondergrond zijn lood en zink in licht tot matig verhoogde gehalten waargenomen.

Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten zijn de deelmonsters van MM B01, B02 (0,5-1,0) en MM BG 01 (0,0-0,5) aanvullend onderzocht op de aanwezigheid van lood en zink. Tabel 4.2 geeft een volledig overzicht van de interpretatie van de analyseresultaten van de separaat onderzochte grondmonsters. Tabel 4.2: Interpretatie van de analyseresultaten van de grondmonsters Monster

Parameter

Meetwaarde

GSSD

Index

Monsterconclusie

Lood

170

247

0,41

Overschrijdt de achtergrondwaarde

Grond, onverdacht BG 06-1

Zink

290

602

0,8

Overschrijdt de achtergrondwaarde

BG 07-1

Lood

110

157

0,22

Overschrijdt de achtergrondwaarde

Zink

110

224

0,14

Overschrijdt de achtergrondwaarde

BG 08-1

Lood

17

26

-0,05

Voldoet aan de achtergrondwaarde

Zink

28

59

-0,14

Voldoet aan de achtergrondwaarde

Lood

75

113

0,13

Overschrijdt de achtergrondwaarde

Zink

74

162

0,04

Overschrijdt de achtergrondwaarde

Lood

26

40

-0,02

Voldoet aan de achtergrondwaarde

Zink

30

66

-0,13

Voldoet aan de achtergrondwaarde

Lood

120

179

0,27

Overschrijdt de achtergrondwaarde

Zink

110

236

0,17

Overschrijdt de achtergrondwaarde

Lood

91

136

0,18

Overschrijdt de achtergrondwaarde

Zink

120

254

0,2

Overschrijdt de achtergrondwaarde

Lood

120

179

0,27

Overschrijdt de achtergrondwaarde

Zink

110

233

0,16

Overschrijdt de achtergrondwaarde

BG 09-1

BG 10-1

BG 11-1

Nader onderzoek BG 01-2

BG 02-2 ≤0 ≥0<0,5 ≥0,5<1 ≥1 *

Pagina

12 van 17

: : : : : :

niet bepaald kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde groter dan de achtergrondwaarde, kleiner dan ½(achtergrondwaarde+interventiewaarde) gelijk aan of groter dan ½(achtergrondwaarde+interventiewaarde) gelijk aan of groter dan de interventiewaarde de normwaarden voor barium zijn tijdelijk buiten werking gesteld, met uitzondering van duidelijk antropogene verontreinigingen

Projectnummer:

2019-0352

Datum

17 juni 2020

Uit de separate analyse blijkt dat in de monsters uit de boringen 06, 07, 09 en 11 slechts licht verhoogde gehalten lood en zink zijn gemeten. In de boringen 08 en 10 zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Er is echter geen sprake van een sterke verontreiniging. Een directe oorzaak voor het verschil in gemeten gehalten kan op basis van de bekende gegevens niet gegeven worden. Mogelijk is sprake van een kool- of puindeeltje in het mengmonster dat de onderzoeksresultaten onbedoeld negatief heeft beïnvloed. De gemeten gehalten in de separate monsters zijn niet afwijkend van wat in eerdere onderzoeken in de omgeving is gemeten en worden derhalve gezien als lokale achtergrondwaarden. Verder aanvullend onderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht.

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt derhalve gesteld dat, na uitsplitsing, geen sprake is van sterk verhoogde gehalten. De gemeten gehalten vormen derhalve geen belemmering tegen de geplande transactie van de diverse deellocaties en het geplande gebruik als tuin.

Uit de analyseresultaten blijkt dat in de ondiepe ondergrond van boring 01 en 02 geen matig verhoogde gehalten (meer) zijn gemeten. Opgemerkt dient te worden dat deze analyses niet conform AS3000 zijn uitgevoerd, vanwege te weinig monstermateriaal. Aanleiding is de eerder uitgevoerde analyse van het mengmonster. Om conform AS3000 een analyse te kunnen voeren dient een bepaald hoeveelheid geanalyseerd te worden. Hoe minder potjes in een mengmonster, hoe meer monstermateriaal er uit één potje gehaald wordt en dus hoe minder er over blijft in het betreffende potje. De separate analyse is wel conform NEN uitgevoerd en de resultaten zullen ten opzichte van AS3000 niet significant afwijken.

Op basis van bovenstaande is vast komen te staan dat de aangetoonde verontreiniging met lood en zink op de percelen aan de Harderwijkerweg 4 en 6 zich niet significant heeft verspreid naar de onderhavige onderzoekslocatie. Er bestaat dan ook geen belemmering voor de voorgenomen transacties.

Pagina

13 van 17

Projectnummer:

2019-0352

Datum

17 juni 2020

4.2

Analyseresultaten Asbest

Tabel 4.3 geeft een volledig overzicht van de interpretatie van de asbestanalyseresultaten. Indien asbest is aangetoond, wordt de gewogen concentratie vermeld in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Tabel 4.3: Interpretatie van de asbestanalyseresultaten van het grondmengmonster deellocatie 1 Monster

Gewogen concentratie(mg/kg d.s.)

Grond

Materiaal

Grond

Grond, incl. materiaal

MM AB 01

-

8,3

*

MM AB 02 : * : n.a. : 10 : 105 :

n.a. * Niet aanwezig Niet bepaald Niet aantoonbaar Asbest aangetoond, geen overschrijding interventiewaarde Asbest aangetoond, overschrijding interventiewaarde

Monsterconclusie

Asbest aangetoond, geen overschrijding interventiewaarde Asbest niet aangetoond

Bespreking resultaten Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond van het zuidwestelijke terreindeel asbest in een geringe concentratie is aangetoond. In de bovengrond van het noordoostelijke terreindeel is geen asbest aangetoond. De norm voor nader onderzoek wordt niet overschreden De gemeten concentraties vormen geen belemmering voor de geplande transactie van de diverse locaties en het geplande gebruik als tuin.

Pagina

14 van 17

Projectnummer:

2019-0352

Datum

17 juni 2020

5.

Conclusies

In opdracht van Gemeente Rheden heeft Lycens B.V. een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd op drie deellocaties / locatie aan de Harderwijkerweg 4-6 te Dieren.

De aanleiding voor het onderzoek is de geplande transactie van de diverse percelen. Het doel van het verkennende bodemonderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit op de locatie en daarmee mogelijke verontreinigingen in grond en grondwater te signaleren welke consequenties kunnen hebben voor de geplande transactie van de diverse percelen.

De aanleiding voor het nader bodemonderzoek is gevormd door de resultaten van het verkennend bodemonderzoek op de percelen aan de Harderwijkerweg 4 en 6. Deze grenzen ten zuiden aan de onderhavige onderzoekslocatie. Daarbij is namelijk een sterke verontreiniging met lood en zink in de grond aangetoond. Het doel van dit onderzoek is het bepalen van de ernst, mate en omvang van de genoemde verontreiniging op de huidige onderzoekslocatie.

Op grond van de beschikbare gegevens (resultaten vooronderzoek, zintuiglijke waarnemingen gedaan tijdens het veldwerk en de analyseresultaten) kan het volgende worden geconcludeerd:

5.1

Resultaten grond

Uit de analyseresultaten van de chemische parameters op het onverdachte terreindeel blijkt dat de bovengrond op het zuidwestelijke terreindeel (MM BG 01) een sterk verhoogd gehalte aan lood bevat, daarnaast zijn in dit bovengrondmonster licht verhoogde gehalten aan kwik, zink, PAK en PCB’s aangetoond. Het gemeten gehalte aan lood overschrijdt de interventiewaarde, de gemeten gehalten aan kwik, zink, PAK en PCB’s overschrijden in geringe mate de achtergrondwaarde.

In de bovengrond op het noordoostelijk deel is een licht verhoogde gehalte aan PAK gemeten. Aangezien minimaal 7 parameters zijn onderzocht, het gehalte aan PAK kleiner is dan tweemaal de voor deze parameter geldende achtergrondwaarde en tevens de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen niet worden overschreden, is geen sprake van een overschrijding van de achtergrondwaarde.

De ondergrond ter plaatse van het zuidwestelijk terreindeel bevat een licht verhoogd gehalte aan minerale olie. Het verhoogd gemeten gehalte overschrijdt in geringe mate de achtergrondwaarde. In de ondergrond op het noordoostelijke terreindeel zijn kwik, lood en PCB in lichte mate verhoogd. De gemeten gehalte overschrijden de achtergrondwaarde in geringe mate.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=7fc9c314-8786-4bd6-882c-46cf551312b4