CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied (21.01)

Raadsvergadering 26 januari 2021, gemeente RhedenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied (21.01)26.948 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

2

(vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Aanleiding bestemmingsplan 1.3 Ligging plangebied 1.4 Geldende bestemmingsplan

6 6 6 6 7

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan 2.1 De locatie 2.2 Gewenste situatie

9 9 10

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 15 17

Hoofdstuk 4 Haalbaarheid 4.1 Geluid 4.2 Bodem 4.3 Niet-gesprongen explosieven 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Trillingen 4.8 Verkeer 4.9 Water 4.10 Cultuurhistorie 4.11 Ecologie 4.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

24 24 24 25 26 27 27 28 29 29 31 31 32

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten 5.1 Algemeen 5.2 Procedure 5.3 Verbeelding en regels 5.4 Reikwijdte bestemmingsplan

34 34 35 35 40

Hoofdstuk 6

41

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg en inspraak 7.2 Zienswijzen

42 42 42

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bodemonderzoek Bijlage 2 Reactie van ProRail Bijlage 3 Reactie van de provincie Bijlage 4 Reactie van het waterschap

43 44 105 108 111

Regels

115

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

(vastgesteld)

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

116 116 121

3

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Bestemmingsregels Groen Tuin Verkeer Verkeer - Railverkeer Wonen Waarde - Archeologisch onderzoeksgebied

122 122 123 124 125 126 129

Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

131 131 132 133 135 137 138

Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

139 139 140

Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis Bijlage 2 Parkeernormen

4

141 142 144

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (de kaart) en regels. Door het perceel op te zoeken waarover informatie wordt gewenst, kan worden afgelezen welke bestemming het heeft. In een bestemmingsplan worden de gebruiks- en bouwmogelijkheden van gronden en opstallen aangegeven door middel van kleuren en symbolen, waarbij per object regels zijn gegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat juridisch wordt toegestaan. Een bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft geen juridische status.

1.2

Aanleiding bestemmingsplan

Voor het project Traverse Dieren is voor het station en het noordelijke stationsgebied in 2013 een nieuw bestemmingsplan vastgesteld, het bestemmingsplan 'Dieren-Midden, locatie Stationsgebied'. Het bestemmingsplan maakte het onder meer mogelijk om een P+R-voorziening te realiseren die zorgt voor parkeermogelijkheid van treinreizigers. Ook maakte dat bestemmingsplan het mogelijk om geluidwerende voorzieningen aan te leggen bij de P+R-voorziening.

Tijdens de procedure van het op- en vaststellen van het bestemmingsplan waren nog niet de definitieve bouwplannen bekend. Besproken met omwonenden is dat als de definitieve bouwplannen wel bekend waren, de bouwmogelijkheden van de P+R-voorziening aan te passen aan deze bouwplannen. Dit is de aanleiding om het bestemmingsplan te herzien.

Daarnaast worden enkele percelen naast de P+R-voorziening door de gemeente verkocht aan eigenaren van aanpalende woningen die die gedeeltes bij hun woning/tuin willen betrekken. Zij willen op deze gedeeltes bijgebouwen bij de woningen bouwen. Ook hiervoor wordt voorliggende bestemmingsplanherziening gedaan.

Ook een perceel met daarop een gebouw wordt als bijgebouw verkocht aan een omwonende. Deze wil hier een adviesbureau/toonzaal maken voor installaties voor duurzame energie. Dit past niet in het geldende bestemmingsplan.

Nu het plan op bovengenoemde punten wordt herzien, wordt het plan ook op enkele andere punten aangepast. Dat wordt beschreven in paragraaf 2.2.

1.3

Ligging plangebied

Het plan heeft betrekking op het station van Dieren en het gebied ten noorden hiervan. Naast het station en bijbehorende voorzieningen liggen ook enkele woningen in het plangebied. De ligging van de locatie is op de volgende kaart globaal aangeduid.

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

1.4

Geldende bestemmingsplan

Voor het project Traverse Dieren is voor het stations en het noordelijke stationsgebied op 28 juni 2013 een nieuw bestemmingsplan vastgesteld, het bestemmingsplan 'Dieren-Midden, locatie Stationsgebied'. Tijdens de beroepsprocedure bleek onduidelijkheid omtrent de juistheid van de weergave van de digitale verbeelding. Daarom is het bestemmingsplan op 1 juli 2014, met een kleine aanpassing, opnieuw vastgesteld. Op 3 december 2014 is het bestemmingsplan onherroepelijk geworden.

In een deel van het plangebied zijn ontwikkelingen mogelijk gemaakt die onderdeel uitmaken van het project Traverse Dieren. Zoals in paragraaf 1.2 Aanleiding bestemmingsplan is beschreven, is het gewenst om de ruime, onbenutte bouwmogelijkheden van de parkeergarage en de geluidwerende voorzieningen terug te brengen. Dit houdt in ieder geval een aanpassing van de maximale hoogtematen in.

Daarnaast worden enkele percelen naast de P+R-voorziening door de gemeente verkocht aan eigenaren van aanpalende woningen. Die percelen hebben nu de bestemming Groen. Een gebruik als tuin en het eventueel bouwen van bijgebouwen/schuren, past niet in de bestemming.

Het perceel met bijgebouw dat de gemeente wil verkopen, heeft nu ook de bestemming Groen. Het bijgebouw is niet positief bestemd en valt onder het overgangsrecht. Het beoogde gebruik past niet in het geldende bestemmingsplan.

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Afbeelding: weergave van het geldende bestemmingsplan

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van het plan

De locatie

Het plangebied van dit bestemmingsplan is hetzelfde als 'Dieren-Midden, locatie Stationsgebied'. Het gaat hier om het station Dieren en gronden aan de noordkant ervan, van de Harderwijkerweg tot de Wilhelminaweg. Zie afbeelding in paragraaf 1.4. De veranderingen, die ook de aanleiding vormen van het plan bevinden zich aan de zuidwestkant van het plangebied tussen de Harderweg en het plein bij de noordelijke toegang aan het station.

In dit deel van het plangebied bevindt zich het station, een groot deel van de Hoge Juffer (de passerelle die langzaam verkeer toegang verleent tot de perrons), het plein bij de noordelijke toegang aan het station, de P+R en directe omgeving, en woningen aan de Harderwijkerweg met huisnummers 4 tot en met 10.

Afbeelding: luchtfoto zuidwestelijk deel van het plangebied

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Afbeelding: OpenTopo weergave vanhet zuidwestelijk deel van het plangebied

2.2

Gewenste situatie

Het is gewenst het geldende bestemmingsplan op een aantal punten te wijzigen. Deze worden hier nader beschreven.

1. Vlakken P+R-gebouw en geluidwerende voorzieningen Bij het opstellen van het bestemmingsplan was er nog geen definitief ontwerp voor het P+R-gebouw en de bijbehorende geluidwerende voorzieningen. Daarom zijn toen ruime hoogteregelingen opgenomen en een ruim bouwvlak. Zowel qua hoogteregeling als bij het bouwvlak is er nu niet-benutte ruimte en de bedoeling is die met dit nieuwe bestemmingsplan terug te brengen tot dat wat er daadwerkelijk is gerealiseerd.

Voor wat betreft de hoogte van het P+R gebouw was in het geldende bestemmingsplan een maximale bouwhoogte van 3,5 of 6 meter opgenomen, afhankelijk van de locatie. De gerealiseerde bouwhoogte is in zijn algemeenheid 2 meter (dek van het bovenste parkeervlak) en bij de lift en de passerelle voor zover gelegen in het bouwvlak van het P+R-gebouw 6 meter. In het nieuwe bestemmingsplan zal de maximale bouwhoogte worden bepaald op 2 meter en bij de lift en de passerelle bij het P+R-gebouw 6 meter.

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Afbeelding: zicht op P+R-gebouw bij passerelle en lift

Voor wat betreft de geluidwerende voorzieningen was in het geldende bestemmingsplan een maximale bouwhoogte opgenomen van 6,5 meter. De gerealiseerde bouwhoogte is 3,7 meter. In het nieuwe bestemmingsplan zal de maximale bouwhoogte van de geluidwerende voorzieningen worden bepaald op 3,7 meter.

Het bouwvlak was in het geldende bestemmingsplan aan de noordkant tot vlakbij de Prins Bernhardlaan getekend. In het nieuwe bouwvlak zal het bouwvlak strakker rond het gerealiseerde P+R-gebouw worden gelegd. Ook aan de kant van de achtertuinen van de woningen aan de Prins Bernhardlaan zal het bouwvlak strak rond het gereliseerde P+R-gebouw worden gelegd.

In het geldende bestemmingsplan was in het bouwvlak voor de de P+R een aanduiding opgenomen aan de kant van de passerelle waar detailhandel, dienstverlening en daghoreca op de begane grondlaag was toegestaan. Dergelijke functies zijn later niet in het uiteindelijke ontwerp van het P+R-gebouw terechtgekomen. In het nieuwe bestemmingsplan zal deze aanduiding en bijbehorende regeling worden weggelaten.

Het aanduidingsvlak voor de toerit tot de P+R wordt vergroot om te zorgen dat de gerealiseerde toerit binnen het aanduidingsvlak valt.

2. Verkoop percelen bij P+R gebouw In het kader van het project Traverse Dieren is door de gemeente grond aangekocht. Met bewoners/eigenaren van de Prins Bernhardlaan zijn afspraken gemaakt over de verkoop van een strook grond door de gemeente aan deze bewoners/eigenaren. De bestemming zal hier worden gewijzigd van Groen in Wonen. Op deze manier kunnen de bewoners/eigenaren de grond gebruiken als tuin, hun tuin dus uitbreiden, en hier eventueel ook een bijgebouw bouwen, indien dat past in de gangbare bestemmingsplanregels.

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Aan de kant van de P+R ligt ook een pad dat dient als vluchtroute uit de P+R bij calamiteiten. Dit blijft eigendom van de gemeente en blijft de bestemming Verkeer houden.

Afbeelding: strook tussen P+R-gebouw en woningen Prins Bernhardlaan

3. Leegstaand gebouw Ingeklemd tussen de P+R en de woningen aan de Prins Bernhardlaan en de woningen aan de Harderwijkerweg ligt een perceel dat de gemeente heeft aangekocht als onderdeel van de grondaankopen voor het project Traverse Dieren. Op deze grond ligt een klein gebouw dat een bijgebouw bij een inmiddels gesloopte woning is geweest. Het gebouw staat nu leeg. Wel is er een vleermuisvoorziening aangebracht in het kader van het project Traverse Dieren. Het gebouw en de grond direct daaromheen is te koop aangeboden aan omwonenden. Een omwonende, aan de Harderwijkerweg, wil het gebouw aankopen om van hieruit advies te kunnen geven aan omwonenden over duurzame energie, te weten met name warmtepompen, en die ook ter plaatse te kunnen tonen. Het is gewenst het bestemmingsplan hierop aan te passen. Buitenopslag en parkeren zal hierbij niet worden toegestaan.

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

4. Verkeer / Groen Bij het plein bij de noordelijke toegang tot station Dieren is het uiteindelijke, inmiddels gerealiseerde ontwerp van groen en verkeer aanleiding om de bestemmingen Groen en Verkeer aan te passen.

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Afbeelding: plein bij toegang station Dieren aan de Noordk ant met groen en wadi

5. Overige punten Verder is het gewenst de regels te passen aan de nieuwste systematiek die de gemeente hanteert bij de actualiseringsplannen voor de kernen van de gemeente. Ook wordt de begrenzing van de gebiedsaanduiding grondwaterbeschermingszone in overeenstemming gebracht met de begrenzing zoals de provincie die heeft bepaald.

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Hoofdstuk 3

Beleid

In dit hoofdstuk komt vooral het ruimtelijke beleid aan de orde. Bij de beoordeling van de haalbaarheid in Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op specifiek beleid.

3.1

Rijksbeleid

Het ruimtelijke beleid is op rijksniveau verwoord in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) die op 13 maart 2012 in werking is getreden. In de SVIR zijn diverse beleidsnota's geactualiseerd en geïntegreerd, waaronder de nota Ruimte uit 2006 en de nota Mobiliteit. In de SVIR schetst het rijk de ambities voor concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid tot 2040 (lange termijn) en doelen, belangen en opgaven tot 2028 (middellange termijn).

De hoofddoelen van het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid voor de periode 2020 - 2028 zijn: het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van het land; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Daartoe worden 12 nationale belangen geformuleerd. Provincies en gemeenten worden meer verantwoordelijk. Voor een aantal onderwerpen is geconcludeerd dat het rijk zijn bevoegdheid tot het stellen van algemene regels zou moeten gebruiken.

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is vastgelegd welke nationale belangen moeten worden betrokken bij het vaststellen van een bestemmingsplan.

In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd en is de ladder voor duurzame verstedelijking daarin als procesvereiste opgenomen. Per 1 juli 2017 dient in de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de behoefte daaraan beschreven te worden. Indien die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient gemotiveerd te worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Onderhavig plan raakt het rijksbeleid niet.

3.2

Provinciaal beleid

Op provinciaal niveau worden hier voor het plangebied relevante documenten aangehaald. Allereerst de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de hierop gebaseerde Omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 19 december 2018 en is in werking getreden op 1 maart 2019.

In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Voor een zestal thema's zijn ambitities geformuleerd:

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid vestigingsklimaat woon- en leefomgeving.

In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is daarnaast aangegeven welke zaken vanuit de Omgevingsvisie 2014 worden gecontinueerd.

Het voorliggende bestemmingsplan dat slechts ondergeschikt enige zaken aanpast, past binnen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

In de Omgevingsverordening Gelderland is het ruimtelijke beleid zoals dat in de omgevingsvisie van de provincie is verwoord, deels verankerd. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Deze verordening is bindend voor de gemeente.

Voor onderhavig bestemmingsplan is alleen het onderwerp bodembescherming uit de Omgevingsverordening Gelderland van belang.

Uit de Omgevingsverordening Gelderland blijkt dat het westelijk deel van Dieren gedeeltelijk is gelegen in het grondwaterbeschermingsgebied. Voor het plangebied betekent dit dat bepaalde activiteiten niet zijn toegelaten of alleen nadat gedeputeerde staten hieraan medewerken. Op grond van die verordening zijn verder aangewezen een boringsvrije zone (het gebied binnen de rode omlijning) en een koude-warmteopslagvrije zone (de blauwe horizontale belijning). Daarnaast is een ruimer intrekgebied aangewezen op basis van de omgevingsverordening.

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Bron : Omgevingsverordening Gelderland

Voor een volledig overzicht van de activiteiten waaraan voorwaarden zijn verbonden wordt hier verwezen naar de provinciale verordening die beschikbaar is op de provinciale website www.gelderland.nl en op de website www.ruimtelijkeplannen.nl.

Het grondwaterbeschermingsgebied is geen belemmering voor de doelen van dit bestemmingsplan. Wel zal het grondwaterbeschermingsgebied, met de huidige begrenzing, worden opgenomen in het bestemmingsplan.

Het provinciaal kader, zoals hierboven beschreven, blijft gelden, zodat ook de provinciale verordening geraadpleegd moet worden voor bovengenoemde gebieden.

3.3

Gemeentelijk beleid

Voor onderhavig plangebied is het volgende gemeentelijke beleid van belang.

Cultuurhistorie De gemeenteraad heeft op 30 mei 2017 de Erfgoednota Verbindend Verleden vastgesteld. Daarin is het erfgoedbeleid over de jaren 2012-2016 geëvalueerd en worden de plannen voor de periode 2017-2021 geformuleerd. De evaluatie is aanleiding om voort te gaan op de ingeslagen weg; met dezelfde visie

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied maar met nieuwe plannen waarin zoveel mogelijk erfgoedwensen zijn verwerkt.

Erfgoed gaat over menselijke sporen die uit het verleden die zichtbaar en tastbaar zijn in het heden. Dat kunnen voorwerpen zijn, archeologische vondsten, archieven, en gebouwde en groene monumenten zoals landgoederen, begraafplaatsen en landschappen. Maar ook bepaalde gebruiken, verhalen en gewoonten horen erbij.

In de visie is het cultuurhistorische erfgoed is van cruciaal belang voor de ruimtelijke en sociale karakteristiek van de gemeente Rheden. Allereerst gaat het om het in goede staat doorgeven van cultuurhistorisch erfgoed aan volgende generaties. Daarnaast willen wij ons erfgoed inzetten als (hulp)motor om de economische, sociale en klimatologische doelen te bereiken en als verbindende schakel tussen gemeente- brede beleidsdoelstellingen.

De gemeenteraad heeft in 2008 de archeologienota Uitgediept vastgesteld. Hierin wordt een aantal beleidsvoornemens ten aanzien van archeologie verwoordt. Archeologie wordt op grond van deze nota voortaan beschermd via de bestemmingsplannen. Dit laat onverlet dat mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd zijn beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. Of een vondst van archeologische resten uiteindelijk moet leiden tot behoud van deze resten of een opgraving wordt door burgemeester en wethouders bepaald op basis van het advies van de regioarcheoloog die zijn advies opstelt aan de hand van de in de archeologienota uitgewerkte selectiemethode.

In 2013 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaarten met toelichting die bij de nota horen vastgesteld. Deze kaarten dienden als basis voor het geldende bestemmingsplan Parapluplan Archeologie Rheden 2013 en aanpassing regeling Buitenplaatsen. De archeologische bepalingen uit dat bestemmingsplan zijn in onderhavig bestemmingsplan verwerkt.

Milieuzonering In de Nota Milieuzonering Rheden 2015 die op 26 mei 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld, is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met milieuzonering. De hoofdlijn is als volgt. Ten aanzien van dit aspect wordt de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering gehanteerd. In nieuwe situaties wordt getoetst aan de richtafstanden. Afwijken van die afstanden is mogelijk mits gemotiveerd (met een onderzoek). In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden ook bestaande situaties beoordeeld. Bestaande bedrijven worden in principe zo bestemd dat zij minimaal kunnen blijven functioneren. Tenzij sprake is van een milieuknelpunt en bedrijfsbeëindiging is gewaarborgd.

Bodemkwaliteit De nota Bodembeheer en de achterliggende bodemkwaliteitskaart zijn op 31 mei 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. Op de bodemkwaliteitskaart is de mate van diffuse bodemverontreiniging aangegeven. Deze diffuse bodemverontreiniging is niet toe te wijzen aan een specifieke bron zoals een tankstation of een smederij. In de nota Bodembeheer is vastgelegd hoe met deze diffuse bodemverontreiniging dient te worden omgegaan.

De wijze waarop met bodemverontreiniging wordt omgegaan bij het opstellen van bestemmingsplannen is door de gemeenteraad op 26 mei 2015, vastgelegd in de Nota standaardplanmethodiek dorpen Rheden 2015.

18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Niet-gesprongen explosieven In opdracht van de gemeente is in 2014 een historisch vooronderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van explosieven afkomstig uit de Tweede Wereldoorlog. Dit onderzoek is in februari 2016 verfijnd. De wijze waarop met de mogelijke aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven wordt omgegaan is vastgelegd in de Nota Standaardplanmethodiek dorpen Rheden 2015.

Geluidhinder De Wet geluidhinder stelt regels aan de geluidsbelasting die wordt veroorzaakt door gezoneerde wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige functies in nieuwe situaties. Hoe burgemeester en wethouders in verschillende omstandigheden invulling geven aan hun bevoegdheid om hogere waarden vast te stellen dan de voorkeurswaarde, heeft het college op 27 april 2015 vastgelegd in de Nota Hogere waarden wet geluidhinder Rheden 2015. Een benodigde hogere grenswaarde moet zijn verleend voordat een bestemmingsplan wordt vastgesteld.

Verkeer In het gemeentelijke Verk eerscirculatieplan Dieren (VCP) uit 2013 wordt een wegcategorisering beschreven bestaande uit stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en verblijfsgebieden. Verblijfsgebieden zijn of worden ingericht als 30 km of 60 km zone. Gebieds- ontsluitingswegen zijn de wegen binnen de bebouwde kom die hoofdzakelijk een doorstroom karakter hebben en waar een snelheidslimiet van 50 km geldt.

Voor het parkeren vormen de bepalingen uit de Nota Park eernormen Rheden 2015 de grondslag. Het beleid is vastgelegd bij de vaststelling door de gemeenteraad op 26 mei 2015.

Groen In het gemeentelijke Groenstructuurplan uit 2002 en de Beleidsnota Bomen uit 2005 is de leidraad dat de groene kenmerken en karakteristieken in de dorpen en deelgebieden worden versterkt.

Water Het huidige Watertak enplan Olburgen (WTPO) heeft een planperiode van 2018 tot en met 2022. Het is opgesteld met de gemeenten Bronckhorst, Doesburg en het waterschap Rijn en IJssel. Met het WTPO voldoet de gemeente Rheden aan de planverplichting voor de rioleringszorg die rechtstreeks voortkomt uit de Wet milieubeheer. In dit plan heeft de gemeente samen met de genoemde partners het rioleringsbeleid vastgelegd. De strategie bij de inzameling van afvalwater is afgestemd op rijks- en provinciaal beleid. Ook de zorgplicht voor afstromend hemelwater en grondwater, binnen het stedelijke gebied, is geborgd in het WTPO.

Omgaan met hemelwater en grondwater is geregeld in de in oktober 2015 vastgestelde gemeentelijke verordening Afvoer hemelwater en grondwater Rheden 2015.

Klimaatadaptie In juni 2016 is het gemeentelijke klimaatbeleid De Rhedense k limaataanpak 2016-2020 vastgesteld. Het beleidskader 'Aan de slag voor een duurzaam k limaat, beleidsk ader voor de k limaataanpak Rheden 2019-2022', dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 6 februari 2019 sluit hierop aan.

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Klimaatadaptie vormt een belangrijk onderdeel van dit beleid. Hieronder wordt verstaan het zodanig inrichten en beheren van de openbare ruimte dat effecten van klimaatverandering hierin opgevangen kunnen worden zonder dat dit tot ernstige overlast of schade leidt. Het gaat hierbij om de effecten zoals meer en extremere buien, langere perioden van droogte en hitte en de stijging van de zeespiegel en de daaraan gerelateerde stijging van de rivierstanden. Directe gevolgen uiten zich onder andere in meer overlast van water op straat, erosie, bodemdaling, een toenemende kans op natuurbranden en afname van biodiversiteit. Dit beleid sluit aan op eerder genoemd beleid ten aanzien van natuur, groen en water.

Wonen Op 30 juni 2015 heeft de raad de Woonvisie 2014-2020 vastgesteld. Daarin ligt de focus op kleinschalige en binnen de karakteristiek passende nieuwbouwplannen. Geconstateerd wordt dat bouwen voor de behoefte de inzet is. Daarnaast zal worden ingezet op de aanpak van de bestaande voorraad door middel van woningverbetering en herstructurering teneinde beter aan de toekomstige woningvraag te voldoen.

De kwantitatieve woningbehoefte in de gemeente bedraagt zo'n 50 woningen per jaar tot het jaar 2025. Gezien de huishoudensprognose gaat het de komende jaar om rond de 80 woningen per jaar. Na 2020 om 20 woningen per jaar. Daarbij blijft het 'nee, tenzij' beleid bij plannen voor meer dan 5 woningen van toepassing.

Ten aanzien van de kwalitatieve behoefte wordt geconcludeerd dat er behoefte is aan huurwoningen, zowel sociale huurwoningen als vrije sector huur. Bij grotere nieuwbouw- of ontwikkelingslocaties wordt ingezet op ten minste 35% huurwoningen (in de sociale en vrije sector). Het accent zal binnen de gemeente moeten liggen op grondgebonden woningen. Met betrekking tot de woningkwaliteit is geconstateerd in de structuurvisie voor het dorp Velp dat bij appartementen in de marktsector ingezet dient te worden op een oppervlakte van minimaal 100 m². Deze lijn kan ook worden doorgezet naar het dorp Dieren.

Op 21 februari 2017 is vastgesteld de Verordening sociale woningbouw gemeente Rheden, op basis waarvan in bestemmingsplannen bij nieuwbouw eisen gesteld kunnen worden aan het aandeel sociale huur en/of sociale koopwoningen.

Toerisme

Het toeristisch-recreatief beleid is erop gericht meer aanbod te genereren voor toeristen en bezoekers aan de gemeente Rheden. De daadwerkelijke uitbreiding is afhankelijk van ondernemers en hun plannen voor nieuwe bedrijvigheid.

Het Toeristisch-Recreatief OntwikkelingsPlan (TROP) Rheden op z'n best; tussen IJssel en Veluwezoom uit 2009 geeft aan dat initiatieven op het gebied van bed & breakfast- voorzieningen ondersteund worden en mogelijk zijn onder bepaalde voorwaarden. Verdere ruimtelijke ontwikkelingen voor het plangebied worden niet voorzien. Inmiddels heeft de gemeenteraad, als één van de partners, in september 2016 ingestemd met het Masterplan Toerisme. Ruimtelijk bevat dit masterplan geen relevante zaken voor dit plangebied.

Terzijde wordt hier nog opgemerkt dat het bestemmingsplan ook voorziet in de mogelijkheid in de woning onder voorwaarden bed&breakfast te verstrekken, in die gevallen is uit een oogpunt van brandveiligheid een vergunning (voor een logies- functie) vereist als nachtverblijf wordt verstrekt aan meer

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied dan 4 personen.

Economische activiteiten

In de visie Een actuele economische beleidsnota van en voor de gemeente Rheden (vastgesteld door de gemeenteraad in maart 2016) wordt aangegeven dat het voor de gemeente van groot belang is dat de economie vitaal blijft voor haar inwoners en het bedrijfsleven.

De visie geeft onder andere aan dat ingezet moet worden op het behouden en versterken van de bedrijvigheid en daarmee de werkgelegenheid. De Rhedense bedrijventerreinen zijn voor de werkgelegenheid belangrijke gebieden. Om de kwaliteit van de bestaande bedrijventerreinen te verhogen en knelpunten in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen is revitalisering noodzakelijk.

Voor de dorpen Velp, Rheden en Dieren is in de raadsvergadering van januari 2017 een nieuwe detailhandelsstructuurvisie Kiezen voor eigen k waliteit opgesteld. Hierin wordt voor Dieren de bestaande bedrijvigheid beschreven en geconcludeerd dat de versterking van het winkelaanbod plaats zou moeten vinden in het kernwinkelgebied. Voor het aangrenzende secundaire winkelgebied geldt dat het toevoegen van winkels (hieronder verstaat de detailhandelsstructuurvisie ook publieksgerichte dienstverlening zoals een kapper, reisbureau, uitzendbureau) eventueel mogelijk gemaakt kan worden door een afwijkingsmogelijkheid mits dit geen verstorende werking heeft op het functioneren van het kernwinkelgebied en vestiging binnen het kernwinkel gebied niet mogelijk is. Geadviseerd wordt om buiten deze gebieden geen medewerking te verlenen aan uitbreiding van de bestaande winkels.

Bij het leegkomen van winkelpanden buiten het kernwinkelgebied zou meegewerkt kunnen worden aan aanvragen voor functieverandering zoals dienstverlening of woningen.

Daarnaast is het streven om het winkelgebied aantrekkelijk te maken voor verblijf, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van winkelondersteunende horeca.

Studentenhuisvesting

In de nota Studentenhuisvesting, die op 14 maart 2016 door burgemeester en wethouders is vastgesteld, staat de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte van studenten van de Hogeschool Van Hall Larenstein in Velp en de Hogeschool Arnhem-Nijmegen in Arnhem centraal. Geconcludeerd wordt dat de vraag naar studentenhuisvesting zich vooral zal richten op Arnhem en in kwalitatieve zin vooral op kamers met voorzieningen. Voor de komende jaren wordt geen aanleiding gezien om binnen de gemeente Rheden mee te werken aan initiatieven die zich richten op reguliere studenten. Voor buitenlandse studenten van HVHL wil de gemeente Rheden ruimte bieden aan een initiatief dat zich richt op de realisatie van een kleinschalig complex met gemeubileerde kamers.

Kamerverhuur

Het kunnen gebruiken van een pand voor kamerverhuur is in de APV gekoppeld aan een exploitatievergunning als het meer dan 2 kamers betreft. In de op 22 augustus 2017 door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsnota Exploitatie k amerverhuurpanden, vergunningverlening, toezicht en handhaving (in werking getreden op 26 oktober 2017) is vastgelegd onder welke voorwaarden zij

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied vergunning verlenen.

Grondgebonden woningen komen niet in aanmerking voor een vergunning als deze in het geheel voor kamerverhuur worden aangewend. Wordt kamerverhuur gecom- bineerd met een zelfstandig huishouden of in het geval dat geen sprake van een grondgebonden woning, dan wordt een onderscheid gemaakt tussen overwegend monofunctionele woonwijk en een functioneel gemengde wijk.

Dit onderscheid vloeit voort uit de constatering dat in zijn algemeenheid kan gesteld worden dat aan het bewonen van kamers een andere ruimtelijke uitstraling is verbonden dan de bewoning door een huishouden. Gezien de leeftijdssamenstelling en het levensritme van de bewoners en een mogelijke toename van de parkeerdruk wordt gekozen voor een zeer restrictieve benadering voor nieuwe kamerverhuur in een rustige woonwijk. Kamerverhuur kan daar slechts worden toegestaan indien dit op zo'n ondergeschikte schaal is, dat de ruimtelijke uitstraling van de woonbuurt hierdoor niet wijzigt. Incidenteel bestaat ruimte voor enige kamerverhuur.

Ter invulling van het ondergeschikte, incidentele karakter is gekozen voor een norm van 1% van het aantal woningen in een rustige woonwijk. Om ongewenste klontering van deze 1% te voorkomen is het gewenst om een afstandsmaat te hanteren tussen de panden waar kamerverhuur plaatsvindt. Een onderlinge afstand van 50 m wordt daarbij acceptabel geacht.

In de nota wordt voorts geconstateerd dat in functioneel gemengde wijken de komst van kamerbewoners met hun eigen ruimtelijke uitstraling minder impact heeft. Dit blijkt ook uit het gegeven dat thans geen overlast wordt gemeld ten gevolge van kamer- bewoning die met name in deze wijken is geconstateerd. Kamerbewoning kan in deze wijken zelfs bijdragen aan de levendigheid en dynamiek die dergelijke gebieden eigen zijn. Dit leidt derhalve tot de conclusie dat thans geen behoefte bestaat aan beheermaatregelen in functioneel gemengde wijken. Zodat in die gemengde gebieden (nog steeds met uitzondering van het in zijn geheel gebruiken van grondgebonden woningen voor kamerverhuur) een ruimer beleid is geformuleerd. Gesteld is dat in het bestemmingsplan wordt aangewezen in welk gebied sprake is van een gemengde wijk.

In dit bestemmingsplan wordt het ruimtelijk relevante onderscheid tussen een rustige woonwijk en een functioneel gemengde woonwijk vastgelegd. In hoofdstuk 4 wordt dit bij de beschrijving van de bestemming Wonen nader verklaard.

Evenementen In de Beleidsnota Evementenbeleid Rheden 2017, vastgesteld in de raadsvergadering van januari 2017, is een gemeentebreed algemeen beleid geformuleerd over evenementen. In een latere, bijbehorende uitvoeringsnota is het streven opgenomen voor evenementen een parapluplan op te stellen.

Visie Wonen Welzijn Zorg Op 29 november 2016 heeft de gemeenteraad de Visie Wonen Welzijn Zorg vastgesteld. De visie heeft als hoofdlijn 'een passende woning in een passende woonomgeving'. Dit betekent dat planologische flexibiliteit gewenst is om snel in te kunnen spelen op maatschappelijke ontwikkelingen rond wonen, welzijn en zorg. Geconstateerd wordt dat het aantal intramurale verzorgingsplaatsen in de gemeente ongeveer constant moet blijven. Wel is sprake van een tijdelijke mindere behoefte aan intramurale plaatsen. Extramuralisering (minder intramurale plaatsen) en vergrijzing (meer intramurale plaatsen nodig) houden elkaar min of meer in evenwicht.

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Voor nieuwe initiatieven zijn criteria opgenomen op basis waarvan de gemeente mee wil werken aan bestemmingswijzigingen. Innovatieve woonvormen in combinatie met zorg willen wij zo veel mogelijk faciliteren.

Verder wordt aandacht gevraagd voor de kwaliteit van het openbare gebied, met name waar het gaat om routes voor mensen met een beperking. Ook de relatie met voorzieningen en dorpshuizen is hierbij belangrijk.

Welstandsnota De welstandsnota vormt samen met het bestemmingsplan het (juridische) kader waaraan een omgevingsvergunning wordt getoetst ten aanzien van de ruimtelijke aanpassing van de gebouwde omgeving. Op 30 mei 2017 heeft de raad de welstandsnota geactualiseerd. Met deze welstandsnota zijn de gemeente, ondernemers en inwoners gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van de leefomgeving. De nota is alleen daar van toepassing waar het algemeen belang van de leefomgeving groot is. Daar waar het niet nodig is, geeft de nota ruimte voor de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer en inwoner voor de verschijningsvorm van een bouwwerk. Hiermee wordt de regelgeving ten aanzien van welstand beperkt tot de hoogstnodige welstandscriteria zonder dat de kwaliteit van de bebouwde omgeving achteruit gaat. De nota is digitaal beschikbaar via de website www.welstandsnotas.nl/rheden. Hier kan iedereen de nota op adres raadplegen.

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Hoofdstuk 4

Haalbaarheid

Wanneer een bestemmingsplan wordt vervaardigd, dient dit plan binnen de planperiode uitvoerbaar te zijn. De uitvoerbaarheid wordt mede onderzocht door het te toetsen aan regelgeving, beleid van de gemeente en van andere overheden en uitkomsten van onderzoeken.

4.1

Geluid

Kader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft betrekking op nieuwe ontwikkelingen. De wet noemt geluidsbronnen die in de ruimtelijke ordening van belang zijn. Binnen de gemeente zijn dit: wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. Deze bronnen hoeven niet binnen het plangebied te liggen. Nieuwe geprojecteerde geluidgevoelige functies binnen de zone van een bron moeten op het aspect geluidbelasting getoetst worden. Wegen die deel uitmaken van een woonerf of van een 30 km-gebied zijn hiervan uitgezonderd.

De Wgh benoemt functies die gevoelig zijn voor geluidsbelasting van deze bronnen. Zo zijn bijvoorbeeld woningen en scholen 'geluidsgevoelige bestemmingen'.

De Wgh kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidsgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde'). Maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel terug te dringen moeten dan onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of financiële aard.

Bij een geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidsgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien er gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels'.

De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48 dB tot en met 53 dB in buitenstedelijk gebied en in stedelijk gebied van 48 dB tot 63 dB en voor spoorweglawaai 55 dB tot en met 68 dB.

Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde dient akoestisch onderzoek uitsluitsel te geven over de te verwachten geluidsbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen.

In de op 27 april 2015 vastgestelde Nota Hogere Waarden Wet geluidhinder Rheden 2015 hebben burgemeester en wethouders vastgelegd hoe zij omgaan met het verlenen van hogere grenswaarden.

Beoordeling en conclusie Aangezien het plan niet beoogt een nieuwe geluidgevoelige functie toe te laten of de verkeersstructuur aan te passen, is het bepaalde in de Wet geluidhinder in onderhavige procedure niet van toepassing.

4.2

Bodem

Kader Bij een evidente wijziging van de bestemming moet onderzocht worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Bodemonderzoeken mogen niet meer dan 5 jaar oud zijn. Indien er sprake is van bouwactiviteiten is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. In de praktijk worden deze onderzoeken vaak gecombineerd.

Beoordeling Het bestemmingsplan verruimt de woonbestemming bij de woningen aan de Prins Bernhardlaan 12-26 (even) en achter Hardewijkerweg 4-10 (even). Door Lycens is een verkennend en nader bodemonderzoek gedaan. Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 1 Bodemonderzoek van de plantoelichting. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat er milieuhygiënisch gezien geen belemmeringen zijn voor de transactie van de diverse percelen. De gestelde hypothese dat de locatie als "onverdacht" beschouwd kan worden ten aanzien van chemische parameters is niet juist gebleken op basis van de aangetoonde verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK in de bovengrond en licht verhoogde gehalten aan zware metalen, minerale olie en PCB’s in de ondergrond. De gestelde hypothese dat de locatie ten aanzien van de parameter asbest in bodem als ‘verdacht’ kan worden aangemerkt is niet juist gebleken. Analytisch is in de bovengrond geen asbest aangetoond. De gestelde hypothese dat het terreindeel op de perceelsgrens met Harderwijkerweg 4 en 6 als “verdacht” is beschouwd worden ten aanzien van chemische parameters is juist gebleken op basis van de aangetoonde verhoogde gehalten aan lood en zink in de ondiepe ondergrond van de boringen 1 en 2.

Tevens is vastgesteld dat de verontreiniging van de percelen aan de Harderwijkerweg 4 en 6 zich niet uitstrekt tot op het onderhavige onderzoeksgebied.

Naar aanleiding van het nader bodemonderzoek gaat de gemeente de grond bij de Harderwijkerweg 4 en 6 saneren. Hiermee wordt de verontreiniging weggenomen.

Conclusie Het aspect bodem is geen belemmering voor het bestemmingsplan.

4.3

Niet-gesprongen explosieven

kader Bij het vervaardigen van bestemmingsplannen wordt zoals is vastgelegd in de Nota standaardplanmethodiek bestemmingsplannen dorpen Rheden 2015 vanwege de gemeentelijke zorgplicht bij het leggen van bouwvlakken in verdachte gebieden een onderzoek gevraagd naar de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven.

beoordeling Het bestemmingsplan maakt geen nieuw bouwvlak mogelijk.

conclusie Het aspect niet-gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan.

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

4.4

Milieuzonering

Kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door middel van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast.

Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt gebruik gemaakt van de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand.

Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Vergelijkbaar met de rustige woonwijk zijn rustig buitengebied, stiltegebied en natuurgebied. Daarvoor gelden dan ook dezelfde richtafstanden. Van het omgevingstype gemengd gebied is sprake in een gebied met een variatie aan functies. In de directe nabijheid zijn bijvoorbeeld winkels, horeca en bedrijven aanwezig. Ook gebieden die direct liggen langs de hoofdinfrastructuur behoren tot het omgevingstype gemengd gebied. In een dergelijk gebied bestaat al een hogere milieubelasting zodat de richtafstanden voor een rustige woonwijk daarvoor niet gebruikt hoeven te worden. Zij worden met één afstandsstap verlaagd.

In de Nota Milieuzonering Rheden 2015 is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met milieuzonering. Deze nota is gebruikt bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van inrichtingen in onderhavig plangebied en bij de indeling van de lijsten met toe te laten functies binnen de gegeven bestemmingen.

Beoordeling Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe gevoelige functies mogelijk in de nabijheid van een milieubelastende activiteit. In het bestemmingsplan wordt in een leegstaand bijgebouw een adviesbureau met showroomfunctie mogelijk gemaakt. Mede gelet op de kleinschaligheid wordt het als passend in deze omgeving beoordeeld.

Conclusie Het aspect milieuzonering is geen belemmering voor het bestemmingsplan.

26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

4.5

Luchtkwaliteit

kader

De eisen voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Deze wet kent grenswaarden en voor enkele stoffen ook plandrempels. De Wm heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging, onder andere als gevolg van het verkeer. Indien het uitoefenen van bevoegdheden, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen bestuursorganen die bevoegdheden uitoefenen wanneer aannemelijk is gemaakt dat sprake is van één van onderstaande gevallen (artikel 5.16 Wm): het bestemmingsplan leidt niet tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden; de luchtkwaliteit verbetert per saldo als gevolg van het bestemmingsplan blijft ten minste gelijk; het bestemmingsplan draagt niet in betekenende mate bij aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen; de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) Bij ministeriële regeling (de Regeling niet in betekenende mate bijdragen) zijn categorieën van gevallen aangewezen, waarin (o.a.) het vaststellen van een bestemmingsplan dan wel het verlenen van een omgevingsvergunning voor een projectafwijking in ieder geval niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

Wanneer een ontwikkeling valt onder de categorieën van gevallen is het niet nodig luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren. Voor onder meer woningbouwlocaties en kantoorlocaties zijn categorieën van gevallen aangewezen. Beoordeling Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%). Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het project is te concluderen dat dit project 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.

4.6

Externe veiligheid

Kader Externe veiligheid gaat over het beperken van de blootstelling van mensen aan een verhoogd gevaar als gevolg van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Denk aan de productie, het behandelen of het transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Dat kan door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en kwetsbare objecten. Dat zijn woningen, scholen, gezondheidscentra en dagverblijven. Beperkt kwetsbare objecten zijn gebouwen/voorzieningen zoals kantoren, winkels en bedrijven.

Voor transportassen - dat wil zeggen verkeerswegen, spoorwegen en vaarwegen - zijn de regels vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), voor buisleidingen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en voor bedrijven in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).

Toelichting (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

In de Regeling Basisnet staat waar risicoplafonds liggen langs transportroutes en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkeling.

Al die besluiten hanteren dezelfde risicobenadering. Daarbij worden twee soorten risico's beschouwd. Het gaat in de eerste plaats over de persoonlijke veiligheid van de individuele burger, oftewel het plaatsgebonden risico (PR). Het PR is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. De veiligheidszone wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden, en of in de directe omgeving mag worden gebouwd.

In de tweede plaats gaat het om het groepsrisico (GR). Het GR is een maat om de kans weer te geven op een ongeval met een bepaald aantal dodelijke slachtoffers. Tevens wordt het GR als maat voor de maatschappelijke ontwrichting beschouwd die kan ontstaan ten gevolge van een ongeval.

Daarnaast kan er bij het vervoer van gevaarlijke stoffen sprake zijn van een plasbrandaandachtsgebied. Dit is het gebied waarin bij het realiseren van kwetsbare objecten rekening gehouden dient te worden met de effecten van een zogenaamde plasbrand. Deze plasbrand kan ontstaan door de ontsteking van uitgestroomde brandbare vloeistof uit een schip of tankwagen. Het plasbrandaandachtsgebied wordt gemeten vanaf de rechterrijstrook in het geval van een weg of de oeverlijn in het geval van een rivier.

Beoordeling Het bestemmingsplan maakt geen nieuw kwetsbaar object of nieuw beperkt kwetsbaar object mogelijk. Voor plaatsgebonden risico en groepsrisico verandert er daarom niets. De voorgenomen ontwikkeling vertegenwoordigt evenmin zelf een risico uit het oogpunt van externe veiligheid.

Conclusie Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan geen belemmeringen voor het vaststellen van dit bestemmingsplan.

4.7

Trillingen

Kader Hinder of zelfs schade door trillingen kan ontstaan door: verkeer over de weg of het spoor (bijvoorbeeld van vrachtwagens, trein of tram) machines bij industrie (stansen, draaiende motoren, etc.) Deze trillingen bewegen zich door de bodem. Trillingen nemen af als de afstand tot de bron groter wordt. Personen kunnen last hebben van trillingen. Maar er kan ook verstoring zijn van activiteiten door trillingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan laboratoria of computercentra. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan het nodig zijn om het aspect trillinghinder te onderzoeken en bij de planvorming te betrekken.

Beoordeling Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe trillingsgevoelige functies mogelijk.

Conclusie

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Het aspect trillingen is geen belemmering voor vaststellen van het bestemmingsplan.

4.8

Verkeer

Verkeersbewegingen Het bestemmingsplan maakt geen grote ruimtelijke ontwikkeling mogelijk. Het plan heeft geen negatieve invloed op de verkeersafwikkeling op de verkeersintensiteit op omliggende straten.

Parkeren Voldaan moet worden aan de normen van de parkeernota. Dit wordt verankerd in de regels van het bestemmingsplan.

4.9

Water

kader Het plangebied ligt in het gebied van Waterschap Rijn en IJssel. Aan de hand van de Handreik ing Watertoets is het aspect water in onderhavig plan meegenomen. Doel van het watertoetsproces is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze meewegen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding. Hierbij wordt opgemerkt dat het in dit geval een conserverend bestemmingsplan betreft.

beoordeling Een conserverend bestemmingsplan betekent dat bestemmingen worden gelegd op bestaande bebouwing en nagenoeg altijd volgens bestaand gebruik. Bij dit plan is het omgaan met hemelwater aan de orde. Omgaan met hemelwater en met grondwater is geregeld in vastgestelde “Verordening afvoer hemelwater en grondwater Rheden 2015” en het Activiteitenbesluit. Het betreft hierbij nieuwe bebouwing en verhardingen. In dat verband zou moeten worden gehanteerd de volgorde: water zoveel mogelijk vasthouden, vervolgens het overtollig water tijdelijk bergen en in de laatste plaats het afvoeren van water.

In de onderstaande tabel wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige aspecten voor onderhavig bestemmingsplan relevant zijn.

Waterhuishoudkundig aspect

Relevant

Omschrijving

1

veiligheid

nee

in het plangebied liggen geen gronden die behoren tot zomer- en/of winterbed van de IJssel; het Barro (deel van de plas en bijbehorende oevers) en de Beleidslijn grote rivieren zijn van kracht (bergend regime).

2

wateroverlast

nee

in het plangebied bevinden zich geen natte en laag gelegen gebieden, beekdalen en overstromingsvlaktes

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

3

riolering

nee

Zoveel mogelijk schoon hemelwater dient te worden afgevoerd via het riool (vasthouden-bergen-infiltrerenafvoeren).

4

watervoorziening

ja

in het het plangebied ligt een grondwaterbeschermingsgebied

5

volksgezondheid

nee

het plangebied betreft bestaand bebouwd gebied. Rekening moet worden gehouden met het minimaliseren van milieuhygiënische risico's

6

bodemdaling

nee

Er is vooral zand aanwezig in de ondergrond.

7

grondwateroverlast

nee

De grondwaterstanden zijn laag.

8

oppervlaktewaterkwaliteit

nee

in het plangebied of de omgeving ervan ligt geen oppervlaktewat

9

grondwaterkwaliteit

ja

het plangebied ligt in een gebied dat wordt beschermd ten behoeve van de drinkwatervoorziening

10 verdroging

nee

Het plangebied bevat geen hydrologische beïnvloedingszones rond natuurgebieden of ecologische wateren.

11 natte natuur

nee

het plangebied geen natte natuur of ligt niet in beïnvloedingszone. natuurwaarden zijn toegekend

12 inrichting en beheer

nee

in het plangebied bevinden zich wateren die in beheer zijn bij het rijk, zowel qua kwantiteit als kwaliteit; waterkeringen zijn in beheer bij het waterschap; rioleringswerken zijn in beheer bij de gemeente.

De uitkomsten van de tabel geeft aanleiding voor de volgende toelichting.

Algemeen Het bestemmingsplan is een conserverend bestemmingsplan, die een nieuwe regeling geeft voor een bestaand bebouwd gebied. De regels komen grotendeels overeen met de geldende regels.

Ad 4 en 9 In het plangebied ligt een grondwaterbeschermingsgebied en intrekgebied. In het bestemmingsplan wordt dit beschermd, waarbij het gebied is begrensd met een gebiedsaanduiding. De ligging van deze gebiedsaanduiding is geactualiseerd. Zie paragraaf 3.2.

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied conclusie Vanuit het aspect water bestaan geen belemmeringen voor het vaststellen van dit bestemmingsplan.

4.10

Cultuurhistorie

De locatie waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft, ligt niet in een beschermd dorpsgezicht. Ook zijn er bij de wijzigingen in het bestemmingslan geen panden betrokken die aangewezen zijn als beschermd monument. Niet alleen het bovengronds zichtbare kan een waarde vertegenwoordigen. Ook het behoud en de kennis van archeologische waarden vertegenwoordigt een waarde. De bescherming van deze waarden is per 1 september 2007 wettelijk verankerd in de Monumentenwet 1988/Erfgoedwet. Gemeenten moeten zorgdragen dat in de bestemmingsplannen het belang van de archeologische monumentenzorg wordt meegewogen. Gebeurt dit niet of onvoldoende, dan kan de provincie archeologische attentiegebieden aanwijzen waarvoor de gemeente binnen een door de provincie te bepalen termijn archeologievriendelijke bestemmingsplannen moet hebben vastgesteld. De gemeenteraad heeft in 2008 de archeologienota Uitgediept vastgesteld. Hierin wordt een aantal beleidsvoornemens ten aanzien van archeologie verwoord. Archeologie wordt op grond van deze nota voortaan beschermd via de bestemmingsplannen. Dit laat onverlet dat mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd zijn beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren.

Of een vondst van archeologische resten uiteindelijk moet leiden tot behoud van deze resten of een opgraving wordt door de regioarcheoloog bepaald aan de hand van de in de archeologienota uitgewerkte selectiemethode. Het voorliggende bestemmingsplan maakt geen nieuwe bouwmogelijkheid mogelijk. De dubbelbestemming voor archeologie uit het geldende plan wordt overgenomen in het voorliggende plan.

4.11

Ecologie

Kader De bescherming van gebieden is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en in de Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, Waardevol open gebied, Nationaal landschap). Voor de bescherming van soorten geldt alleen de Wet natuurbescherming.

Gebiedsbescherming Op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn speciale beschermings- zones aangewezen. Samen vormen zij Natura 2000, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. De Veluwe en de Rijntakken zijn aangewezen als Natura 2000-gebieden. Binnen deze gebieden mag de kwaliteit van de natuurlijke habitats en leefgebieden van aangewezen soorten niet verslechteren en mogen er geen storende factoren optreden die een significant negatief effect hebben. Dit geldt niet alleen voor de activiteiten en ingrepen in het gebied zelf, maar ook voor activiteiten en ingrepen daar buiten die invloed kunnen hebben op het gebied.

Het landelijke Natuurnetwerk Nederland, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is binnen de provincie beschermd. Veel natuurgebieden en voor planten en dieren waardevolle cultuurlandschappen maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het Gelders Natuurnetwerk wordt gevormd door de bestaande natuurgebieden uit de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. De gebieden in de Groene Ontwikkelingszone zijn waardevol voor de natuur maar hebben daarnaast tevens een andere functie. Veel kleinschalige cultuurlandschappen met landschapselementen zijn aangewezen als Groene ontwikkelingszone.

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Dieren-Midden herziening locatie stationsgebied

Daarnaast worden in de Omgevingsverordening beschermd het Waardevol open gebied en het Nationaal landschap.

Soortenbescherming Ook de bescherming van soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Bij nieuwe ontwikkelingen moet onderzocht worden welke gevolgen dit heeft voor de aanwezige beschermde soorten en/of hun leefomgeving. Als een plan (in)direct kan leiden tot de verstoring van een beschermde soort of vernietiging van het leefgebied, een vaste rust- of verblijfplaats, kan het project strijdig zijn met de Wnb.

Deze wet kent drie verschillende beschermingsregimes: alle van nature in het wild levende vogels: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Vogelrichtlijn; soorten opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I en II van het Verdrag van Bern en bijlage II van het Verdrag van Bonn: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Habitatrichtlijn; ander soorten genoemd in bijlage A van de Wnb: de bescherming van deze soorten, die veelal op de rode lijst staan, is iets minder stringent dan die van de Vogel- en Habitatrichtlijn. De provincie heeft in de Omgevingsverordening aangegeven voor welke algemeen voorkomende soorten een vrijstelling geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen.

Beoordeling Het plangebied bevindt zich niet in, of in de buurt van, een speciale beschermingszone als bedoeld in de Vogel- en/of Habitatrichtlijn of in de buurt van de ecologische hoofdstructuur of natuurgebieden. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe bouwmogelijkheden mogelijk. Het bestemmingsplan heeft daarmee geen effect op beschermde gebieden.

Soortbescherming ingevolge de Wet natuurbescherming is wel van toepassing op het plangebied. Bij sloop van de bebouwing en de herinrichting dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de zorgplicht vanuit de Wet natuurbescherming. Het bestemmingsplan is een conserverend plan dat geen nieuwe bouwmogelijkheden biedt. Wel wordt een nieuwe functie gegeven aan een nu leegstaand gebouw in de nabijheid van de Harderwijkerweg, waar een adviesbureau wordt beoogd. Aan het gebouw is een vleermuizenvoorziening bevestigd die in het kader van het project Traverse Dieren is aangelegd. Ook bij de nieuwe functie dient de vleermuizenvoorziening zijn functie te behouden. Omdat de aanvliegroute ook van belang is, dient nieuwe straatverlichting naar beneden gericht te zijn. Ook bij de nieuwe functie zal de vleermuizenvoorziening worden gehandhaafd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=7fc9c314-8786-4bd6-882c-46cf551312b4