Bestemmingsplan Rheden-Haveland 2019 (21.54)
Tekst van het document
Bij eventuele nieuwbouw zullen verhardingen en daken zoveel mogelijk worden aangesloten op infiltratievoorzieningen en bergingsvoorzieningen voor hemelwater, 66 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
conform het gemeentelijke beleid of zal, met toestemming van de beheerder, hemelwater worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Het bestemmingsplan heeft daarmee geen gevolgen voor het waterbergend vermogen van de ten zuiden van het plangebied gelegen Beekhuizerbeek. Ad 8 Oppervlaktewaterkwaliteit Zie opmerkingen hierboven. conclusie Vanuit het aspect water bestaan geen belemmeringen voor het vaststellen van dit bestemmingsplan.
5.4.9 Luchtkwaliteit kader De eisen voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Deze wet kent grenswaarden en voor enkele stoffen ook plandrempels. De Wm heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging, onder andere als gevolg van het verkeer. Indien het uitoefenen van bevoegdheden, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen bestuursorganen die bevoegdheden uitoefenen wanneer aannemelijk is gemaakt dat sprake is van één van onderstaande gevallen (artikel 5.16 Wm): het bestemmingsplan leidt niet tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden; de luchtkwaliteit verbetert per saldo als gevolg van het bestemmingsplan of blijft ten minste gelijk; het bestemmingsplan draagt niet in betekenende mate bij aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen; de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) Bij ministeriële regeling (de Regeling niet in betekenende mate bijdragen) zijn categorieën van gevallen aangewezen, waarin (o.a.) het vaststellen van een bestemmingsplan dan wel het verlenen van een omgevingsvergunning voor een projectafwijking in ieder geval niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging.
Wanneer een ontwikkeling valt onder de categorieën van gevallen is het niet nodig luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren. Voor onder meer woningbouwlocaties en kantoorlocaties zijn categorieën van gevallen aangewezen.
beoordeling Dit bestemmingsplan richt zich op het regelen van de bestaande situaties. Dit betekent dat de luchtkwaliteit niet zal verslechteren als gevolg van het vaststellen van het bestemmingsplan. Op grond van de Wet milieubeheer is het daarom niet nodig de luchtkwaliteit te onderzoeken. Er wordt immers voldaan aan artikel 5.16 lid b Wm: de 67 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
luchtkwaliteit blijft ten minste gelijk ten gevolge van de vaststelling van het bestemmingsplan. conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
5.4.10
Geur kader Industriële bedrijven moeten voor het aspect geur voldoen aan de landelijke normen zoals deze verwoord zijn in de Nederlandse emissierichtlijn lucht (Ner). De Ner geeft algemene eisen aan emissieconcentraties en uitzonderingsbepalingen voor specifieke activiteiten of bedrijfstakken. Bij vergunningverlening aan bedrijven wordt hier aan getoetst. Verschillende lokale overheden, met name provincies, geven op lokaal niveau invulling aan het Nederlandse geurbeleid. Zo heeft de Provincie Gelderland er voor gekozen om Gelders Geurbeleid op te stellen. Bij de vergunningverlening aan bedrijven die vallen onder het bevoegd gezag van de Provincie wordt tevens aan dit Gelders Geurbeleid getoetst. De gemeente Rheden heeft geen lokaal geurbeleid opgesteld. Bij de individuele vergunningverlening aan bedrijven die onder het bevoegd gezag van de gemeente Rheden vallen wordt derhalve getoetst aan de normen zoals deze opgenomen zijn in de Ner. Dit is een uitvoeringsaspect. conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
5.4.11
Milieueffectrapportage
kader Wet milieubeheer - Besluit milieueffectrapportage Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Welke activiteiten dat zijn is vastgelegd in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r., met als grondslag artikel 7.2 Wet milieubeheer)). De activiteiten zijn onderverdeeld in: activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (onderdeel C van de bijlage bij Besluit m.e.r.); activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben milieu (onderdeel D van de bijlage bij Besluit m.e.r.). Aan het merendeel van de activiteiten zijn drempelwaarden gekoppeld. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en de activiteit de drempelwaarde overschrijdt, geldt een m.e.r.-plicht. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit 68 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Een m.e.r.-beoordeling is in ieder geval verplicht als de drempelwaarde wordt overschreden. De verplichting geldt (sinds 1 april 2011) ook als de drempelwaarde niet wordt overschreden maar toch niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu. Gevolg van dat laatste is dat in een bestemmingsplan voor een activiteit die voorkomt in onderdeel D maar waarbij de omvang onder de drempelwaarde ligt, gemotiveerd moet worden of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor deze toets gelden geen vormvereisten en daarom wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Wet milieubeheer - Wet natuurbeheer Een milieueffectrapportage is ook noodzakelijk wanneer er ingevolge artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbeheer een passende beoordeling noodzakelijk is. Dit volgt uit artikel 7.2a Wet milieubeheer. beoordeling Wet milieubeheer - Besluit milieueffectrapportage In het Besluit milieueffectrapportage staat onder D.11.3 vermeld de aanleg wijziging en uitbreiding van een industrieterrein met een oppervlakte van 75 hectare of meer.
Het gezoneerde industrieterrein Haveland met ongeveer 25 hectare is kleiner dan de genoemde 75 hectare. Daarnaast is er geen sprake van een aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein. Het is een bestaand industrieterrein waarvoor het bestemmingsplan wordt geactualiseerd. Ook op overige onderdelen geldt, dat het plan niet is gericht op nieuwe ontwikkelingen of op uitbreiding van mogelijkheden. Wij concluderen daarom dat er geen m.e.r-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht geldt.. Ook is er geen sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wet milieubeheer - Wet natuurbeheer Omdat in het voorliggende plan een actualisatieplan betreft waarbij geen negatieve significante effecten aan de orde zijn, is dit niet aan de orde (zie hierover paragraaf 5.4.6 Natuurwaarden' van deze toelichting. conclusie Het aspect milieueffectrapportage vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
69 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
70 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
Hoofdstuk 6 Juridische aspecten
6.1
Algemeen Een bestemmingsplan is een juridisch instrument en bestaat uit een verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en regels leggen de bouw- en gebruiksmogelijkheden vast van de grond en de opstallen. Het plan is voor iedereen juridisch bindend: burger, bedrijf of overheid. In de digitale omgeving zijn de bestemming en de daarbij geldende regels reeds gekoppeld. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een verbeelding op papier. Nadat op de verbeelding de locatie is opgezocht waarover informatie wordt gewenst, kan in de regels worden nagelezen welke mogelijkheden zijn vastgelegd. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat wordt toegelaten. De digitale versie is bindend bij een verschil met de papieren versie. De toelichting is een beschrijving van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt en vervat de resultaten van het overleg met gemeenten, waterschappen en diensten van de provincie en rijk wiens belangen in het plan in geding zijn. Per 1 januari 2010 geldt de verplichting dat bestemmingsplannen volgens een landelijke digitale opzet (digitale standaarden) worden opgesteld. De Wro geeft voorts een aantal verplichtingen, die bij de totstandkoming van een bestemmingsplan gevolgd moeten worden.
Daarmee wijkt onderhavig bestemmingsplan in de (benaming van) bestemmingen, gebruikte symbolen en de (opbouw) van regels af van de systematiek zoals die is gehanteerd bij de vaststelling van de bestemmingsplannen Rheden-Oost en Rheden-West.
6.2
Procedure bestemmingsplan
Voorontwerp Allereerst is het voorontwerp van het bestemmingsplan ter inzage worden gelegd voor inspraak. Dit is niet wettelijk verplicht. Ook is er vooroverleg gedaan met andere instanties. In Hoofdstuk 8 wordt hier nader op ingegaan. Ontwerp De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken en het ontwerpbesluit is wettelijk verplicht. Hiermee start dan ook de formele procedure. De kennisgeving van de tervisielegging moet worden gepubliceerd waarbij aan een ieder de gelegenheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. In de gemeente Rheden is het gebruikelijk dat men hierover nog kan inspreken in de raad. Daarop neemt de gemeenteraad een besluit over de vaststelling. 71 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
Vastgesteld Nadat de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft genomen, ligt het plan wederom ter inzage. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, evenals belanghebbenden die niet kunnen worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend, kunnen dan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de wijzigingen die bij de vaststelling in het bestemmingsplan zijn aangebracht, kan iedere belanghebbende beroep instellen. Inwerkingtreding Het vastgestelde bestemmingsplan treedt daags na afloop van de tervisielegging in werking als geen beroep is ingesteld. Is wel beroep ingesteld dan treedt de herziening ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het beroepschrift. Onherroepelijkheid Als er geen beroepen zijn ingesteld, treedt het bestemmingsplan de dag na afloop van de beroepstermijn van 6 weken in werking. Als er wél beroepen zijn, is de inwerkingtreding afhankelijk van de uitspraak van de Raad van State.
6.3
Verbeelding en regels De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. Ze moeten in samenhang worden bezien en toegepast. De wijze waarop een bestemmingsplan vorm krijgt, is vastgelegd in landelijke standaarden.
6.3.1 Verbeelding Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Ter nadere invulling c.q. verbijzondering van deze bestemmingen is de verbeelding voorzien van aanduidingen. Op basis van de aanduidingen worden functies aan de bestemming toegevoegd of verwijderd, of worden aanwijzingen gegeven ten aanzien van aantallen of maatvoeringen. De verbeelding moet worden bezien in samenhang met de regels. Voor de verdere uitleg hiervan wordt verwezen naar onderstaande uitleg onder 6.3.2. Voor de beschrijving van het bestemmingsplan wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 Beschrijving bestemmingsplan.
6.3.2 Regels De planregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken. Deze worden kort beschreven. Daarna volgt een toelichting op de planregels. Hoofdstuk 1 Inleiding In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt 72 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
(artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels bepaald (artikel 2). Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Eerst de bestemmingsregels en vervolgens de dubbelbestemmingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend worden de (eventuele) afwijkingsmogelijkheden ten aanzien van het bouwen en het gebruik omschreven. Daarna de specifieke gebruiksregels en de vergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, voor zover dit aan de orde is. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Denk aan de anti-dubbeltelregel en de regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen.
Een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is, zoals het woord het al zegt, een mogelijkheid in het bestemmingsplan zelf om af te wijken van de regels uit datzelfde bestemmingsplan. Dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingsmogelijkheden. De (bestemmings)regels moeten altijd in samenhang met de algemene regels worden gelezen vóórdat op basis van de bestemmingregels interpretaties worden verricht. In dit hoofdstuk worden ook regels gegeven over het ondergronds bouwen. Daarbij zal in voorkomende gevallen door middel van een geohydrologische onderzoek aangetoond moeten worden dat grondwaterstromen niet worden verstoord. De oppervlakte van een ondergrondse ruimte wordt niet meegeteld indien een maximum is gesteld. Ten aanzien van de vereiste parkeergelegenheid op het bijbehorende terrein, wordt verwezen naar de bijlage Parkeernormen bij onderhavig plan. Wat voldoende is, wordt op basis van de normen van niet alleen bepaald bij de beoordeling van een bouwaanvraag, maar ook bij een wijziging in het gebruik. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel). Voor zover relevant worden de planregels hierna nog artikelsgewijs nader toegelicht. Begrippen Voor een goede uitleg van de regels moeten de begripsbepalingen correct worden toegepast.
Zij bieden uitsluitsel over de gebruikte termen en zijn doorslaggevend bij de interpretatie van de regels. 73 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe dient te worden gemeten. Bij het toepassen van de betreffende regels (zoals opgenomen in de algemene aanduidingsregels van dit plan) dient dus te worden gemeten conform de aangegeven meetmethodiek. Bedrijventerrein Deze gronden zijn bestemd voor de vestiging van bedrijven. Er worden mogelijkheden geboden voor bedrijven tot en met categorie 4.1 van Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten Haveland. Deze lijst bevat een indeling van bedrijfstypes in categorieën. Naast een omschrijving van de soort/aard van de toelaatbaar te achten bedrijven bevat de lijst indicaties voor de in acht te nemen afstanden ten opzichte van een rustige woonwijk. Deze afstanden hebben betrekking op dan wel vloeien voort uit bepaalde activiteiten van het gemiddelde bedrijf in die sector. De op de plankaart aangegeven zones vloeien voort uit deze afstanden. Dit is nader toegelicht in paragraaf 5.4.1. Daarbij is van belang, dat bedrijven die zijn ingedeeld in categorie 4.1, alleen zijn opgenomen op de lijst als die indeling (hogere dan categorie 3.2) voortvloeit uit het aspect geluid. Een zwaardere categorisering vanwege het geluidsaspect is toegestaan omdat sprake is van Wgh-geluidgezoneerd terrein. Overigens bevat de lijst hiervoor maar zeer beperkte mogelijkheden. Daarnaast is nog van belang, dat de lijst is bijgesteld naar het omgevingstype 'gemengd'.
Er heeft gelet op dit omgevingstype een afschaling van de indeling ten opzichte van de VNG-bedrijvenlijst plaatsgevonden met 1 stap. Dit is toegelicht in paragraaf 5.4.1 Milieuzonering. Omdat de in de Staat van Bedrijfsactiviteiten opgenomen indeling voortvloeit uit activiteiten van het gemiddelde bedrijf in de betreffende sector, zijn (aanzienlijke) afwijkingen ten opzichte van het gemiddelde bedrijf mogelijk. Ter ondervanging van eventuele onvolkomenheden van de gekozen systematiek en om op eenvoudige wijze te kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen, is op dit onderdeel een afwijkingsbevoegdheid voor burgemeester en wethouders opgenomen. Hierdoor kunnen bedrijven worden toegelaten die naar de aard van de bedrijvigheid alsmede qua bedrijfsomvang vergelijkbaar zijn met de bedrijven, die in de betreffende categorieën zijn genoemd. Voorwaarde is wel dat deze bedrijven qua hinder en/of gevaar geen onevenredige afbreuk doen aan het woon-/leefmilieu. Raadpleging van een milieudeskundige wordt hierbij zeer aanbevolen. Diverse al aanwezige bedrijven passen niet binnen de aangegeven zone-indeling. Zij zijn echter niet ongewenst of illegaal en voldoen in beginsel aan de milieuregelgeving. Deze bedrijven zijn omschreven in de Bijlage Lijst specifieke bedrijven en worden daarmee positief bestemd in dit bestemmingsplan.
Daarnaast zijn er nog diverse functies aanwezig die niet passen binnen de definitie van bedrijf. Deze functies mogen ter plekke blijven bestaan en zijn daarom aangegeven op een aan de regels toegevoegde lijst Lijst overige functies. In het voorliggende plangebied zijn dit perifere detailhandelsvestigingen welke zijn toegestaan tot hun bestaande oppervlakte (voor eventuele uitbreiding is een omgevingsvergunning voor het afwijken noodzakelijk). Perifere detailhandel is Ten aanzien van bedrijven als genoemd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen is 74 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
een verbod opgenomen Bevi-inrichtingen. Er zijn momenteel geen Bevi-inrichtingen aanwezig op het terrein. Hetzelfde geldt voor vuurwerkbedrijven, m.e.r.-plichtige en geluidzoneringsplichtige inrichtingen. Het wel toestaan van een geluidzoneringsplichtige inrichting zou leiden tot de plicht een (nieuwe) geluidszone te bepalen, hetgeen dus niet aan de orde is. Op het bedrijfsterrein mogen geen bedrijfswoningen worden gerealiseerd. Deze terughoudendheid bestaat vanwege de belemmerende werking die hiervan uit kan gaan richting omringende bedrijven. (Nieuwe) zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan. Ondergeschikte kantoorruimten die deel uitmaken van de bedrijfsvoering zijn uiteraard wel toegestaan. Van belang is, dat een kantoor niet meer als ondergeschikt kan worden aangemerkt, als de bij het bedrijf behorende kantoorfunctie meer dan 30% van het bedrijfsvloeroppervlak in beslag neemt. Dit volgt uit de begripsbepaling van het begrip 'bedrijf' (zie artikel 1.9). Er is sprake van één bestaand zelfstandig kantoor (Havelandseweg 8c). Dit is weergegeven op de Lijst overige functies en wordt gerespecteerd. Bestaande perifere detailhandelsvestigingen zijn weergegeven op de Lijst overige functies en zijn daarmee positief bestemd. Dit betreft twee bedrijven.
Verder is detailhandel uitsluitend mogelijk na toepassing van een afwijkingsbevoegdheid door het college van burgemeester en wethouders. Dit betreft uitsluitend detailhandel in de categorie PDV en PDV+ en is uitsluitend mogelijk binnen de zone 'wetgevingzone afwijkingsgebied functieverruiming'. De planregels bevatten de criteria waaraan wordt getoetst. Zij zijn afgeleid uit het gemeentelijk beleid. Onder meer dient te worden gemotiveerd dat de betreffende detailhandelsvestiging niet past in de bestaande winkelstructuur en hier ook geen negatief effect op heeft. Ook moet de vestiging haalbaar zijn uit oogpunt van verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling. De maximale oppervlakte per vestiging bedraagt 1500m2, hetgeen voortvloeit uit de provinciale omgevingsverordening. Wat valt onder PDV en PDV+, is bepaald in Artikel 1. Supermarkten vallen daar niet onder. Die zijn niet toegestaan in het plangebied. Het plan voorziet tevens in een regeling voor internetdetailhandel. Ook hier geldt dat deze vorm van detailhandel uitsluitend mogelijk is na toepassing van een afwijkingsbevoegdheid door het college van burgemeester en wethouders en alleen binnen de zone 'afwijkingsgebied functieverruiming'. Daarbij moet getoetst worden aan de criteria zoals opgenomen in de planregels. Van belang is dat een toonzaalfunctie en een betaalfunctie ter plekke niet is toegestaan.
Ook hier moet worden bezien of er geen mogelijkheden aanwezig zijn binnen de bestaande winkelstructuur. Met name in de toekomst wordt een toename van internetdetailhandel binnen de traditionele (detailhandels)bedrijfsvoering verwacht, vandaar de relevantie van dit criterium. Verder is in aansluiting op het gemeentelijk beleid een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor activiteiten op het gebied van wellness en leisure, wederom binnen de zone 'afwijkingsgebied functieverruiming'. Van belang is, dat de bedrijfsvoering, waaronder mede begrepen de groeimogelijkheden, van de aanwezige bedrijven in de directe omgeving door de vestiging niet mag worden gehinderd door beperkingen voortvloeiend uit wet- en/of regelgeving. 75 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
Tot slot bestaan in de aangegeven zone 'Wetgevingzone - afwijkingsgebied functieverruiming' onder voorwaarden nog afwijkingsmogelijkheden voor diverse economische activiteiten zoals genoemd in de Lijst gemengde voorzieningen. Dat gaat dan om paramedische praktijken, bedrijvigheid in de sector media en entertainment en/of creatieve zakelijke dienstverlening. Ten aanzien van de situering van de gebouwen geldt, dat de gebouwen zich in de aangegeven bouwvlakken moeten bevinden. Per bouwperceel is een bebouwingspercentage van 80 toegestaan. Reeds bestaande grotere percentages worden gerespecteerd en als maximale maat aangemerkt. Daarnaast zijn de maximale bouwhoogtes op de verbeelding aangegeven. Voor opslagtanks en opslagsilo's en voor overige bouwwerken die noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering, is een afwijkingsbevoegdheid van 12 m respectievelijk 10 m op de generieke hoogte voor overige bouwwerken opgenomen. Op één plek is en al een transportband aanwezig, deze is daarom specifiek aangeduid. Ten aanzien van de wegenstructuur geldt, dat alleen de voornaamste wegen specifiek als zodanig zijn bestemd. De verdere situering van de interne wegenstructuur is niet weergegeven op de verbeelding, zodat op dit onderdeel flexibiliteit zal bestaan. Het aanpassen van de wegen voor zover gelegen binnen de bestemming 'bedrijventerrein' past dus binnen de planregels.
Ten aanzien van bestaande afwijkingen in percentages, oppervlaktes, hoogtes en eventuele andere maten kan nog het volgende worden vermeld. Legale afwijkingen van percentages en oppervlaktes worden gerespecteerd én worden als maximale maat aangemerkt. Bij vervanging kan dus een kleiner percentage/een kleinere oppervlakte worden teruggebouwd, waarbij niettemin het generiek toegestane percentage/de generiek toegestane oppervlakte nog wordt overschreden. Dit om te voorkomen dat voor een groot gebouw geen kleiner gebouw kan worden teruggebouwd. Voor andere maten zoals hoogtematen geldt een striktere regeling. Bij vervanging kan óf de bestaande hoogte worden teruggebouwd óf moet worden voldaan aan de generieke hoogteregeling. Op het bedrijfsterrein zijn woningen gelegen. Een deel daarvan is niet zelfstandig bestemd, maar aangeduid binnen de bestemming 'bedrijventerrein'. Dit betreft woningen die niet passen binnen de kaders van de Wet geluidhinder. Zie daarover paragraaf 5.4.3 van deze toelichting. De woningen zijn evenwel legaal aanwezig en door het toekennen van een aanduiding worden deze ook juridisch-planologisch erkend. Voor de hoofdgebouwen is het uitgangspunt de bestaande maatvoeringen met een mogelijkheid tot afwijken van 5%. Binnen die 5% mogen de hoofdgebouwen (woningen) worden verbouwd. Ook zijn er zijn aan- uit- en bijgebouwen bij toegestaan.
Echter bij sloop van de gehele woning is herbouw niet toegestaan. Hiermee wordt beoogd het gebruik als volledig te respecteren en te faciliteren zolang deze aanwezig zijn. Dat neemt echter niet weg dat de situering van deze woningen op een Wgh-gezoneerd bedrijfsterrein in feite als ongewenst wordt gezien. Daarom vervalt het respecteren van de situatie als deze feitelijk en fysiek is beëindigd door sloop. 76 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
De aanwezige woonwagens zijn eveneens geregeld door middel van een aanduiding. Ook hier geldt dat het respecteren van de situatie vervalt na sloop/verwijdering van de woonwagen. Langs de spoorlijn Arnhem-Zutphen bevindt zich een geitenweitje. Dit is specifiek aangeduid (hobbymatig houden van vee). Daar is ook een klein hutje voor de geiten toegestaan. Dit laat onverlet de vereisten die vanuit ProRail kunnen worden gesteld ten aanzien van de veiligheid op het spoor. Cultuur en ontspanning Deze bestemming betreft de muziekkoepel. Vanwege de cultuurhistorische waarden (monument) zijn de bestaande maatvoeringen ter plekke uitgangspunt. De waarden van de koepel worden op die wijze afdoende geborgd. Groen Deze bestemming betreft (openbaar) en structureel groen, en beeldbepalend groen. Eventuele paden door het groen zijn mogelijk. Verkeer Deze bestemming betreft uitsluitend de belangrijkste wegen. Andere wegen vallen onder de bestemming 'bedrijventerrein'. Tuin Deze bestemming ziet op gronden die als tuin in gebruik zijn en die in beginsel vrij van gebouwen dienen te blijven. Voor erf- en terreinafscheidingen geldt, dat de toegestane hoogte afhankelijk is van de situering.
Als het gaat om de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen die worden geplaatst op hoekpercelen die grenzen aan openbaar groen of wel aan de openbare weg, geldt dat de een hoogte van 2 m is toegestaan mits de afscheidingen zijn geplaatst achter de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan. Door uit te gaan van de oorspronkelijke achtergevel wordt aangesloten bij het Besluit omgevingsrecht. In andere gevallen mogen de afscheidingen maximaal 1 m hoog zijn. Hierbij wordt opgemerkt dat burgemeester en wethouders een beleid hebben vastgesteld over de wijze waarop zij omgaan met hun wettelijke bevoegdheid om omgevingsvergunningen te verlenen buiten de bepalingen van het bestemmingsplan om. Deze bevoegdheid op grond van het Besluit omgevingsrecht is bedoeld voor zogenaamde 'kruimelgevallen'. In hun beleid hebben burgemeester en wethouders voorzien in een mogelijkheid om in bepaalde gevallen mee te werken aan hekwerken en toegangspoorten die qua maatvoering afwijken van het bestemmingsplan. Water Deze bestemming betreft structureel water. Binnen andere bestemmingen, bijvoorbeeld groen, is ook water mogelijk maar dit wordt niet gezien als structureel. Wonen Deze bestemming betreft de bestaande woningen die ingevolge de gemaakte afwegingen (zie paragraaf 5.4.3) positief zijn bestemd.
Ten aanzien van kamerverhuur kan worden opgemerkt, dat bij iedere woning maximaal aan 2 personen kamers mogen worden verhuurd aan personen die niet tot het huishouden behoren (waaronder niet begrepen wordt bed en breakfast, dit valt 77 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
onder de regeling van aan huis gebonden beroepen/-bedrijven). Dit volgt uit de begripsbepaling van woning. Kamerverhuur aan meerdere personen en niet gekoppeld aan ene gebruik als woning is slechts mogelijk in zoverre hiervan al legaal sprake was ten tijden van de vaststelling van het voorliggende plan. Ingevolge de begripsbepaling van het begrip woning moet sprake zijn van een huishouden. Onder het begrip huishouden wordt niet alleen een gezin verstaan. Ook minder traditionele woonvormen verdragen zich met de bestemming Wonen, mits sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning met een zekere mate van verbondenheid tussen de bewoners. Per bouwvlak is in beginsel 1 woning is toegestaan, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven. De aantallen zijn afgestemd op de aanwezige woningen dan wel op de bestaande planologische rechten. De benaming van de aanduiding maximum aantal wooneenheden vloeit voort uit de keuze die in de landelijke standaard is gemaakt. De term 'wooneenheden' heeft in deze geen op zichzelf staande betekenis, gedoeld wordt op het aantal woningen. Verder is het ook hier toegelaten dat een bewoner aan huis een beroep of bedrijf uitoefent. Hiervoor gelden voorwaarden. De aan huis gebonden beroepen zijn krachtens jurisprudentie standaard toegestaan; in de begripsbepalingen is aangegeven om welke beroepen het gaat.
De bedrijfsactiviteiten aan huis vormen een aanvulling hierop. In de Lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten aan huis -opgenomen als bijlage bij de regels van dit plan- is na te lezen welke bedrijven dit betreft. Als een beroep niet past binnen de begripsbepaling dan wel een bedrijf niet voorkomt op deze lijst is afwijking eventueel mogelijk mits voldaan wordt aan de aangegeven criteria. Opgemerkt wordt dat ten aanzien van de vereiste parkeergelegenheid op het bijbehorende terrein, derhalve ook bij de uitoefening van een bedrijf of beroep aan huis, in de gemeentelijke parkeernormen voorwaarden zijn gesteld. Hierin zijn onder andere bruikbaarheidsvereisten en de normen per functie vastgelegd. Wat voldoende is, wordt op basis van deze bijlage bepaald bij de beoordeling van een bouwaanvraag dan wel bij een functiewijziging. Ingevolge artikel 17.2 Parkeren zijn de gemeentelijke parkeernormen van toepassing op dit bestemmingsplan. Er is een onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen. De hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, de bijgebouwen (en overkappingen) mogen daarnaast ook gebouwd worden op de gronden buiten het bouwvlak. Van belang is dat het verschil met het hoofdgebouw bestaat uit een bouwkundige/architectonische ondergeschiktheid. Functionele ondergeschiktheid is op basis van het bestemmingsplan uitdrukkelijk niet aan de orde.
Dit volgt uit de begripsbepaling van bijgebouw zoals neergelegd in 1.20 bijgebouw. Ten aanzien van de maatvoering van de hoofdgebouwen gelden de genoemde bouwhoogtes en bouwlagen. Voor de bijgebouwen en overkappingen geldt een maximaal bebouwingspecentage van het bouwperceel en een maximale goot- en bouwhoogte. Ten aanzien van bestaande afwijkingen in percentages, oppervlaktes, hoogtes en eventuele andere maten kan nog het volgende worden vermeld. Legale afwijkingen van percentages en oppervlaktes worden gerespecteerd én worden als maximale maat aangemerkt. Bij vervanging kan dus een kleiner percentage/een kleinere 78 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
oppervlakte worden teruggebouwd, waarbij niettemin het generiek toegestane percentage/de generiek toegestane oppervlakte nog wordt overschreden. Dit om te voorkomen dat voor een groot gebouw geen kleiner gebouw kan worden teruggebouwd, dat evenwel groter is dan generiek is toegestaan. Voor andere maten zoals hoogtematen geldt een striktere regeling. Bij vervanging kan óf de bestaande hoogte worden teruggebouwd óf moet worden voldaan aan de generieke hoogteregeling. Leiding - Gas Binnen het plangebied ligt een aardgastransportleiding. Deze dient uit oogpunt van veiligheidsbelang gereguleerd en beschermd te worden. De bestemmingsregeling betreft een dubbelbestemming. De onderliggende bestemmingen blijven intact, zij het dat het belang van de leiding prevaleert. Hiertoe is een nadere verplichting voor een omgevingsvergunning opgenomen voor bepaalde nader genoemde activiteiten. De activiteiten zijn toelaatbaar indien de belangen van de leiding niet worden geschaad. Deze afweging wordt gemaakt door het college van burgemeester en wethouders, nadat de leidingbeheerder hierover om advies is gevraagd. Waarde - archeologie 1, 2 en 3 Deze dubbelbestemmingen zijn gebaseerd op het archeologiebeleid in de gemeente Rheden.
In de regels van de verschillende dubbelbestemmingen wordt de bescherming van de archeologische waarden geregeld via een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voorheen de aanlegvergunning). Zonder een dergelijke vergunning mag niet zomaar de grond worden geroerd, en daardoor blijven de (mogelijke) archeologische waarden in de grond onaangeroerd. De vergunningsplicht ziet er op toe dat éérst inzicht ontstaat in de mogelijke waarde van de bodem waarna, op basis van een afweging, alsnog een vergunning afgegeven kan worden voor het roeren van de bodem. Om inzicht in de mogelijke waarde van de bodem op het gebied van archeologie te verkrijgen is onderzoek nodig. Dit onderzoek zal vaak een archeologisch bureauonderzoek zijn gevolgd door een archeologisch booronderzoek. Deze dienen uitgevoerd te worden door deskundige onderzoekers die voldoen aan de benodigde certificeringen. Op basis van die eerste onderzoeken kan vervolgonderzoek nodig zijn (proefsleuvenonderzoek en eventueel opgraven). Indien aangetoond kan worden dat binnen (bepaalde delen van) het te onderzoeken gebied geen archeologische waarden meer aanwezig kunnen zijn, kan (met betrekking tot deze delen) worden afgezien van archeologisch onderzoek.
Voor de verschillende te onderscheiden gebieden geldt dat een omgevingsvergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voorheen aanlegvergunning genaamd). Waarbij de oppervlakte van de bodemingreep en de diepte ervan bepalen of een omgevingsvergunning nodig is of niet. Er moet dus aan beide criteria worden voldaan voordat een omgevingsvergunning nodig is. De diepte is daarbij maatgevend op het diepste punt (dus een ingreep boven de maatgevende oppervlakte en op één punt dieper dan de maatgevende diepte is vergunningplichtig). De volgende gebieden worden onderscheiden waarbij per gebied het maatgevend minimale oppervlakte (in vierkante meters) wordt aangegeven als ook de 79 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
maatgevende diepte (in strekkende centimeters). Verwachtingswaarde categorie-indeling onderzoek volgens
noodzakelijk bij
archeologische
bodemingrepen
Dubbelbestemming
beleidskaart terrein van
aandachtsgebied
cultuurhistorische
groter dan 100 m2
Waarde - Archeologie 1
en dieper dan 30 cm
waarde, opgehoogd erf, buitenplaats, kasteelterrein, kern historische nederzetting hoge verwachting,
aandachtsgebied
waarschijnlijk goede
groter dan 100 m2
Waarde - Archeologie 1
en dieper dan 30 cm
conservering hoge verwachting,
aandachtsgebied
mogelijk goede
groter dan 100 m2
Waarde - Archeologie 1
en dieper dan 30 cm
conservering middelhoge
onderzoeksgebied
verwachting lage verwachting
groter dan 250 m2
Waarde - Archeologie 2
en dieper dan 30 cm (nvt) archeologisch
groter dan 2500 m2 Waarde - Archeologie 3
gebied met lage
en dieper dan 30 cm
verwachting water
waterbodems
groter dan 2500 m2 Waarde - Archeologie 3 en dieper dan 30 cm
bekende
groter dan 100 m2
archeologische
en dieper dan 30 cm
Waarde - archeologie 1
vindplaatsen en een straal van 25 m daaromheen Waterstaat - Waterstaatkundige functie Deze regels is opgenomen om de bergende functie van de IJssel te beschermen. Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze zou zich kunnen voordoen indien een deel van een bouwperceel dat al bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken wederom bij een dergelijke berekening, doch nu ten behoeve van een ander bouwperceel wordt betrokken. Algemene bouwregels Voor diverse geringe bouwonderdelen geldt, dat deze bij de toets aan de planregels als zodanig buiten beschouwing worden gelaten. Daarnaast is een regeling voor ondergronds bouwen opgenomen. Hoofdregel is, dat hetgeen bovengronds is toegestaan, ook ondergronds kan worden toegestaan. Daarnaast zijn enkele verbijzonderingen opgenomen. De tekst van de regeling volgt uit het Bro.
80 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
Algemene gebruiksregels Voor de redactie van dit artikel is de algemene formulering aangehouden. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. In beginsel is de bestemmingsomschrijving van de betreffende bestemming bepalend. In verband met het schrappen van het bordeelverbod is expliciet opgenomen dat onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening in ieder geval wordt verstaan het (laten) gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting. Om discussie te voorkomen is dit expliciet opgenomen. Met deze regeling wordt aangesloten bij het beleid van de gemeente Rheden om dit niet toe te laten in onderhavige kern. Verder wordt nog voorzien in een regeling ten aanzien van het parkeren en de parkeernormen. De parkeernormen zijn voor alle bestemmingen van toepassing. Daarbij is van belang dat het betreft de parkeernormen zoals die op het moment van toetsen gelden. De huidige (ten tijde van het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan) parkeernomen zijn als bijlage opgenomen in de toelichting en geven een beeld van de huidige parkeernormen. Algemene aanduidingsregels De gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' heeft tot gevolg dat in het plangebied binnen deze aanduiding geen nieuwe geluidsgevoelige functies gerealiseerd mogen worden.
De verbouw of nieuwbouw van gebouwen ten behoeve van al aanwezige geluidgevoelige functies is wél toegestaan. Een bestaande woning binnen deze zone kan dus worden gesloopt en vervolgens opnieuw gebouwd worden. De aanduiding vloeit voort uit de contour die ingevolge de Wet geluidhinder is vastgesteld rondom het industrieterrein Haveland. De aanduiding 'overige zone - gezoneerd industrieterrein Haveland' betreft het industrieterrein zelf. Ook hier mogen geen nieuwe geluidgevoelige functies worden gebouwd. De verbouw van hoofdgebouwen en van bijgebouwen bij geluidgevoelige functies is wél toegestaan, ter bevordering/instandhouding van de leefbaarheid van (aangeduide) woningen. Ook is de nieuwbouw van bijgebouw, om dezelfde reden, toegestaan. Nieuwbouw van een hoofdgebouw ten behoeve van een geluidgevoelige functie daarentegen is uitdrukkelijk niet toegestaan, dit in tegenstelling tot de gronde die vallen onder de aanduiding 'geluidzone - industrie'. Verder is de bevoegdheid opgenomen tot het stellen van nadere eisen aan (nieuwe) bouwwerken ter bevordering van een goed akoestisch woon- en leefklimaat. Omdat er bewoning plaatsvindt op het geluidgezoneerde industrieterrein zelf is het wenselijk gevonden om deze bevoegdheid op te nemen. Verder kent het plan de aanduiding Veiligheidszone - niet gesprongen explosieven.
In de aangegeven gebieden kunnen mogelijk restanten aanwezig zijn van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor het verrichten van werkzaamheden dieper dan 30 cm is daarom een vergunning nodig. Algemene afwijkingsregels Aan burgemeester en wethouders wordt hier de bevoegdheid gegeven om af te wijken van de bestemmingsregels. Evident is dat niet alle afwijkingsregels op alle 81 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
bestemmingen van toepassing zijn. Voorts is van belang dat het bestaan van de bevoegdheid niet mag leiden tot een automatisme in het afwijken: conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten burgemeester en wethouders de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afwegen. Overigens is de bevoegdheid beperkt in die zin dat geen omgevingsvergunning voor afwijken mag worden verleend indien onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een aantal met name genoemde belangen. Algemene wijzigingsregels De mogelijkheid bestaat om het plan te wijzigen ten aanzien van een aantal nader genoemde onderdelen. Dit kan door middel van het opstellen van een wijzigingsplan als bedoeld in artikel 3.6 Wro. Het betreft een aan het college van burgemeester en wethouders gedelegeerde bevoegdheid, welke dient te worden toegepast binnen de daarvoor in de planregels aangegeven criteria. Aan Bijlage 2 Lijst specifieke bedrijven dan wel aan Bijlage 3 Lijst overige functies kunnen bedrijven worden toegevoegd en ook kunnen deze worden verwijderd. Dit om enige flexibiliteit ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden van het terrein in te bouwen. Het bepaalde in artikel 3.6 ten aanzien van perifere detailhandel/ internetdetailhandel/wellness en leisure moet daarbij in acht worden genomen.
Verder is er een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ten aanzien van de opgenomen functieaanduiding, als deze langer dan ene jaar niet meer in gebruik zijn. Dit kan een rol spelen bij aangeduide woningen die niet meer als woning gebruikt worden. Dan staat de bevoegdheid om deze aanduiding te verwijderen. Deze bevoegdheid kan uitsluitend worden toegepast als voldaan wordt aan de aangegeven voorwaarden. Algemene procedureregels Op het stellen van nadere eisen zijn de algemene procedureregels van toepassing. Het is nodig deze in het bestemmingsplan te regelen omdat de Awb hierin niet voorziet. Overgangsrecht De redactie van dit recht volgt uit het Bro. Bij het overgangsrecht wordt onderscheid gemaakt naar bouwwerken en gebruik. Bij bouwwerken gaat het er om of ze op de peildatum in enigerlei opzicht afwijken van het plan. Doorgaans betreffen die afwijkingen de bouwregels. Ze mogen gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd of na een calamiteit worden herbouwd, mits de bestaande afwijkingen naar hun aard niet worden vergroot. Bij de vraag of de afwijking wordt vergroot kan ook het gebruik relevant zijn. Van de mogelijkheid tot gedeeltelijke vernieuwing of verandering zijn uitgesloten de illegale bouwwerken. Daaronder worden verstaan de bouwwerken die zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning - voor zover vereist - zijn gebouwd in strijd met het toen geldende bestemmingsplan.
Voor een vergroting van de inhoud van een bouwwerk met niet meer dan 5% kan met een omgevingsvergunning eenmalig worden afgeweken. Peildatum voor bouwwerken is het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het gebruik is bepaald dat bestaand, met het plan strijdig gebruik mag worden voortgezet. Een uitsluitingsclausule is opgenomen voor gebruik dat al in 82 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Deze regel laat de wrakingsjurisprudentie onverlet.
6.4
Reikwijdte bestemmingsplan Om te beoordelen of een ontwikkeling kan worden gerealiseerd, is het soms niet voldoende om alleen af te gaan op de inhoud van het bestemmingsplan. Ook indien het bestemmingsplan een ontwikkeling toestaat, kan het voorkomen dat andere regelgeving of dat gesloten verdragen de daadwerkelijke uitvoering verhinderen of pas na bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek mogelijk maken. De kaders die het bestemmingsplan biedt ten aanzien van nieuwe bouwmogelijkheden/bouwplaninitiatieven, bieden geen garantie voor de te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen. Bouwplannen zullen naast de toets aan onderhavig bestemmingsplan tevens worden getoetst aan, en dienen te voldoen aan, zowel het landelijke Bouwbesluit als de bouwverordening (vastgesteld door de gemeenteraad). Waarbij de (onafhankelijke) welstandscommissie adviseert of het bouwplan op basis van de Welstandsnota (vastgesteld door de gemeenteraad) voldoet aan redelijke eisen van welstand.
6.5
Handhaving Het bestemmingsplan maakt duidelijk wat is toegelaten en is daarmee goed handhaafbaar. Burgemeester en wethouders kunnen bestuursrechtelijk optreden tegen activiteiten die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Daartoe is beleid vastgesteld. Daarnaast kan ook via de strafrechtelijke weg worden opgetreden. Een overtreding van de regels is een strafbaar feit waarop de Wet op de Economische Delicten van toepassing is.
83 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
84 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid
kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient de economische uitvoerbaarheid te worden onderzocht in het kader van het bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien indien: a. het verhaal van de kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, en b. het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is, en c.
het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen, en het inrichten van de openbare ruimte en woningbouwcategorieën niet noodzakelijk is, of
d. één van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen van toepassing is, te weten: 1. het totaal der wettelijk te verhalen exploitatiebijdragen bedraagt minder dan € 10.000,00, of 2. er geen verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening aan de orde zijn, of 3. de verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op de nutsvoorzieningen betreffen. De Wet ruimtelijke ordening kent voorts een regeling welke voorziet in een tegemoetkoming in schade indien deze boven het normale maatschappelijke risico uitstijgt. Burgemeester en wethouders hebben ter zake van planschade een verordening vastgesteld. beoordeling Onderhavig bestemmingsplan betreft een actualisatie van de geldende bestemmingsplannen. Waarbij in beginsel wordt aangesloten op het bestaande. Er is niet voorzien in nieuwe ontwikkelingen. In hoofdstuk 4 wordt verder aangegeven hoe is omgegaan met actuele inzichten ten aanzien van plan systematiek en de gemaakte keuzes. conclusie Het verhaal van kosten is niet aan de orde en een exploitatieplan hoeft niet te worden vastgesteld.
In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat gezien de strekking van de aanpassingen in de regels en verbeelding en de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan geen zodanige waardeveranderingen worden voorzien dat zij niet gedragen kunnen worden. Gelet op het vorenstaande wordt de economische uitvoerbaarheid aangenomen. 85 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
86 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
8.1
Inspraak
kader De gemeente kent op grond van de Gemeentewet een inspraakverordening. Deze verordening verplicht niet tot het geven van inspraak bij de voorbereiding van bestemmingsplannen. inspraak Gelet op de aard van het plan is ervoor gekozen om het voorliggende plan gericht te bespreken met ondernemers en bewoners. Hiertoe hebben in de aanloop naar het voorontwerp diverse gesprekken plaatsgevonden. De bewoners en de ondernemers zijn daarbij in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen en deze vragen zijn besproken. Ook is er de gelegenheid gegeven om per mail nog nadere opmerkingen/vragen in te dienen. Het voorontwerp van het bestemmingsplan is vervolgens voor inspraak ter inzage gelegd. Het voorontwerp heeft van 20 juni tot en met 31 juli 2019 ter inzage gelegen. Op 2 juli 2019 is er een inloopavond georganiseerd. De resultaten van de inspraak zijn in een inspraaknota opgenomen. Zoals in de inspraaknota is aangegeven, is het gewenst de plantoelichting aan te passen. De inspraak is geen aanleiding om regels en verbeelding aan te passen. Een onderwerp dat bij enkele insprekers terug komt, wordt hieronder kort besproken. Voor overige onderwerpen wordt verwezen naar de inspraaknota. Naar aanleiding van zienswijzen kan het standpunt van de gemeente gewijzigd zijn.
Geluidsproblematiek en woonbestemming Drie insprekers die eigenaren/bewoners zijn van woningen die in het geldende bestemmingsplan niet zijn bestemd als woning, willen graag een volledige woonbestemming. In de inspraak is onder meer aangegeven dat de onderbouwing voor het niet als woning bestemmen niet voldoende is en dat er onder meer gekeken moet worden naar geluidwerende maatregelen en aanpassingen in de bedrijfsvoering. Vanwege de geluidbelasting van het gezoneerde industrieterrein is het toekennen van een woonbestemming op een gezoneerd industrieterrein in strijd met de Wet geluidhinder. Daarom is gekozen voor een positieve regeling voor gebruik met uitsterfregeling zodat de woningen wel als zodanig gebruikt mogen blijven, maar niet kunnen worden herbouwd (tenzij in geval van een calamiteit). Naar aanleiding van de inspraak is gesproken met het naastgelegen bedrijf. Een aanpassing in de bedrijfsvoering is niet mogelijk. Ook is er berekend hoe geluidwerende voorziening eruit zouden moeten zien, aansluitend op de 87 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
uitgangspunten voor het toekennen van een woonbestemming. Het akoestisch onderzoek is hierop aangevuld. Voor de meeste locaties zijn 1 of 2 geluidwerende voorzieningen nodig, die zodanig hoog (4 meter of hoger) en/of lang zijn, dat die vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet passend zijn. Voor de woningen aan de Dorpsstraat was ten tijde van de inspraaknota geconcludeerd dat een geluidwerende voorziening van slechts 2 meter nodig zou zijn, met een lengte van 20 meter. Recent is gebleken dat dit mogelijk niet nodig is. Verwezen wordt naar de zienswijzennota. conclusie Naar aanleiding van de inspraak is de plantoelichting en het akoestisch onderzoek aangepast. De regels en/of de verbeelding zijn naar aanleiding van de inspraak in die planfase niet aangepast.
8.2
Vooroverleg Kader In het kader van het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening heeft overleg plaatsgevonden met de volgende instanties: a. Provincie Gelderland b. Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland - Midden c. Waterschap Rijn en IJssel d. N.V. Nederlandse Gasunie e. ProRail f. Liander g. Rijkswaterstaat Vooroverleg De resultaten van het vooroverleg zijn hieronder kort samengevat weergegeven. Daarbij is tevens de gemeentelijke reactie hierop weergegeven. Verder zijn de reacties als bijlage opgenomen bij deze toelichting.
ad a. Provincie Gelderland Per brief van 9 september 2019. Opmerkingen 1. De regeling voor afzonderlijke vestigingen van perifere detailhandel is in lijn met onze Omgevingsverordening. Aangezien de gemeente in totaal een aanzienlijke oppervlakte aan perifere detailhandelsvestigingen mogelijk maakt (een zone van circa 3,5 hectare) adviseren wij u dit te melden bij het IOW (Intergemeentelijk Overleg Werklocaties). Voor de goede orde vragen wij u om vestiging van perifere detailhandel in de vorm van supermarkten specifiek uit te sluiten. 2. De provincie adviseert om het plan niet eerder in procedure te brengen dan dat er zicht is op vergunbaarheid vanuit de Wet natuurbescherming. Momenteel worden de gevolgen van de uitspraak over het PAS voor vergunningverlening in beeld gebracht. 88 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
Reactie 1. De gemeente zal dit melden bij het IOW. Supermarkten zijn niet toegestaan, aangezien dat niet onder definitie van perifere detailhandelsvestigingen valt en er verder eigenlijk geen mogelijkheden voor detailhandel zijn. De plantoelichting zal wel worden aangepast. 2. Het gaat in dit bestemmingsplan om een actualiserend bestemmingsplan. Het plan biedt niet meer bouwmogelijkheden dan het geldende bestemmingsplan. Bij de gebruiksmogelijkheden bij recht is voor wat betreft de bedrijven aangesloten op het geldende bestemmingsplan. Als op het bedrijventerrein plannen zijn om te gaan bouwen en/of voor ander gebruik, zal dat te zijner tijd getoetst moeten worden aan de natuurwetgeving. Bouwen of ander gebruik kan leiden tot een toename van stikstof op voor stikstof gevoelige Natura 2000-gebieden, waardoor het nodig kan zijn dat de initiatiefnemer daarvoor een vergunning Wet natuurbescherming aanvraagt. Hierbij wordt opgemerkt dat bouwen of ander gebruik in het plangebied ook kan leiden tot vermindering van depositie van stikstof. De gemeente verwacht dat er in het algemeen mogelijkheden zijn voor interne saldering, gelet op het feit dat veel bedrijven hier al langere tijd zitten en de eisen die er tegenwoordig op het gebied van energie aan bedrijven worden gesteld, strenger zijn dan voorheen.
Conclusie: de plantoelichting zal worden aangepast (1).
ad b. Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland - Midden Per brief van 21 augustus 2019. Opmerkingen 3. 1. In de omgeving liggen enkele kleine inrichtingen, een aardgastransportleiding, een spoorlijn, een autosnelweg en een rivier. Er kunnen daarbij de incidentscenario’s als explosie, plasbrand, fakkelbrand en toxische wolk optreden. De kans daarop is echter klein. Het plangebied ligt (deels) binnen de effectafstanden van de genoemde incidentscenario’s. Het ligt in de verwachting dat de aanwezige personen, mits tijdig gewaarschuwd, zichzelf zelfstandig in veiligheid kunnen brengen. Gezien het conserverende karakter van het bestemmingsplan is er geen aanleiding om aanvullend te adviseren over de rampbestrijding en zelfredzaamheid. Dit advies kan worden gebruikt als input voor de verantwoording van het groepsrisico. 4. 2. Gezien de historisch gegroeide situatie kiest de gemeente voor een duidelijke en betere bestemmingsplanregeling voor de bewoners, met woonbestemming of aanduiding woning op (gezoneerd) industrieterrein. Voor deze laatste categorie woningen gelden geen geluidnormen. Een hoge geluidblootstelling van bewoners met mogelijk nadelige gevolgen voor de gezondheid is door de gemeente in de afweging meegenomen. In de mate waarin bewoners (ernstige) hinder ervaren spelen ook niet-akoestische factoren mee.
Voor zover bij de gemeente bekend geven de huidige bewoners aan dat ze niet veel overlast ervaren, op een enkele uitzondering na. Bij woningcorporatie Vivare zijn ook geen klachten of vragen bekend. Gezien deze woonsituatie bij het bedrijventerrein, die al jaren zo bestaat, 89 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
kan je spreken van een acceptabele afweging. Gelet op het uitsterfbeleid geven wij voor de woningen waarvoor het uitsterfbeleid wordt ingesteld, het volgende mee: a. Het is van belang met name te (blijven) zorgen voor een goede nachtrust. b. Neem bij toekomstige initiatieven van bedrijven de geluidbelasting van de woningen mee in de overweging over bijvoorbeeld vergunningverlening voor een activiteit of een gebouw. Mogelijk kan er bij nieuwe ontwikkelingen die veel overlast opleveren wel iets worden gedaan aan bijvoorbeeld het bedrijfsproces, de situering/afscherming van geluidbronnen, of kunnen afspraken worden gemaakt over tijdstippen/informeren van omwonenden. c.
Zorg (onder meer in afstemming met Vivare) dat toekomstige bewoners over de geluidssituatie en status (bij aanduiding woning op industrieterrein geen bescherming door geluidnormen) worden geïnformeerd.
Reactie 1. De plantoelichting wordt aangevuld op dit punt. Daarbij zal gebruik worden gemaakt van de aangeleverde informatie. 2. Van de opmerkingen van de VVGM is kennisgenomen. Voor wat betreft opmerking bij (a): de geluidsnormen in de milieuwetgeving zijn in de nacht strenger dan de normen in de dag en avond. Aangezien dit al geregeld wordt in het milieuspoor, wordt dit niet expliciet in het bestemmingsplan geregeld. Voor wat betreft de opmerking bij (b): De meeste bedrijven vallen nu onder het Activiteitenbesluit en er gelden dan algemeen geldende regels. Uiteraard kan de gemeente bij nieuwbouwof verbouwingsplannen van een bedrijf hiermee in overleg treden om te bekijken op welke wijze geluidhinder zoveel mogelijk kan worden voorkomen. In het algemeen betrekken de meeste bedrijven omwonenden als er plannen zijn. Deze partijen kunnen ook onderling hierover afspraken maken. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat het wettelijk kader bepalend is, en daarbij dat het nog niet precies bekend is hoe het kader wordt als de Omgevingswet in werking treedt. Voor wat betreft punt (c): de gemeente zal hierover in overleg gaan met Vivare. In het bestemmingplan kan hierover niets geregeld worden.
Conclusie Het advies is aanleiding de plantoelichting aan te passen (opmerking 1).
ad c. Waterschap Rijn en IJssel Per mail van 18 juli 2019 Opmerkingen 1. De waterparagraaf is summier en de watertoets ontbreekt. Graag ziet het waterschap die wel verwerkt. 2. De watertoets is van belang omdat binnen het plangebied een primaire waterkering (dijkring 47) ligt in beheer en eigendom bij het waterschap. 3. Binnen het plan is er de mogelijkheid tot functiewijziging van de bestaande 90 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
bedrijvigheid. Via de watertoets wordt duidelijk of dit gevolgen kan hebben voor eventuele berging en mogelijk vertraagd afvoeren van water. En of dat gevolgen kan hebben voor de waterkwaliteit. 4. Aangenomen mag worden dat de afvoer nu grotendeels via de dode tak van de IJssel verloopt. In dat geval is het wenselijk te benoemen in de waterparagraaf dat dit geen gevolgen heeft voor het waterbergend vermogen van de ten zuiden van het plangebied gelegen Beekhuizerbeek.
Reactie 1. De waterparagraaf wordt nader aangevuld. Ook wordt daarbij de watertoetstabel van het waterschap gebruikt en voorzien van een toelichting. De plantoelichting wordt aangepast. 2. In het plangebied ligt inderdaad een primaire waterkering. In het voorontwerp was deze nog niet benoemd. In de plantoelichting zal de ligging van de waterkering met een kaart duidelijk worden gemaakt met een beschrijving van en verwijzing naar de keur van het waterschap vanwege de beperkingen die daar van uitgaan, zowel op de waterkering als in de omgeving daarvan. 3. Het bestemmingsplan is grotendeels een actualisering van de geldende planologische regeling. De huidige planologische regeling biedt ook mogelijkheden tot bouwen en de mogelijkheid tot het vestigen van andere bedrijven dan de huidige. Het nieuwe bestemmingsplan wijkt daar niet heel erg van af. Zo zijn de bouwvlakken in principe overgenomen uit het geldende bestemmingsplan. Zoals hiervoor aangegeven, wordt de waterparagraaf aangevuld, met gebruikmaking van de watertoetstabel van het waterschap. 4. Bij eventuele nieuwbouw zullen verhardingen en daken zoveel mogelijk worden aangesloten op infiltratievoorzieningen en bergingsvoorzieningen voor hemelwater, conform het gemeentelijke beleid of zal eventueel, na toestemming van de beheerder, hemelwater worden afgevoerd naar oppervlaktewater.
De waterparagraaf zal op deze manier worden aangevuld.
Conclusie: de plantoelichting wordt aangepast.
ad d. N.V. Nederlandse Gasunie Per mail van 30 juli 2019. Opmerkingen 1. De in het plangebied aanwezige leiding is voor een deel niet bestemd. Het gaat dan om het laatste stuk van de leiding vanaf de Pinkelseweg tot aan de gevel van het gasontvangstation (zie verbeeldingen hieronder). De Gasunie verzoekt het ontbrekende deel van de gastransportleiding plus de bijbehorende afblaasleidingen alsnog in het plan op te nemen. De digitale gegevens zijn beschikbaar bij de Gasunie 2. Zoals artikel 10.4 Gebruiksregels (sub a en b) nu is opgenomen kan het voor verwarring zorgen. De Gasunie verzoekt om de tekst onder 10.4 over strijdigheid op te nemen onder artikel ‘10.1 bestemmingsomschrijving’. Het is dan duidelijker 91 Rheden-Haveland 2019 (vastgesteld)
dat de rangorde voor het hele artikel geldt. 3. Daarnaast verzoekt de Gasunie in de specifieke gebruiksregels voor de zone rondom de gasleiding het volgende als strijdig gebruik aan te merken: opslaan van goederen en wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten. 4. De Gasunie stuurt een standaard artikel ‘Leiding-Gas’ mee met het advies die te gebruiken.
Reactie 1. Het ontbrekende deel is blijkbaar ook al als belemmering privaatrecht opgenomen. Het ontbrekende deel wordt overgenomen in het bestemmingsplan aan de hand van digitale leidinggegevens van de Gasunie, zodat het ook in het ruimtelijk kader goed inzichtelijk is. 2. Met het voorstel van de Gasunie wordt het inderdaad een duidelijkere regeling. De regels zullen worden aangepast in die zin dat binnen de bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming voor de transportleiding een voorrangsbepaling van deze dubbelbestemming ten opzichte van andere bestemmingen zal worden opgenomen. 3. Vanuit zakelijk recht is er door de Gasunie ook al een dergelijke belemmering. Het voorstel voor aanpassing van de specifieke gebruiksregels zal worden overgenomen, zodat het ook in het ruimtelijk kader goed inzichtelijk is. 4. De standaardregeling van de Gasunie zal worden aangehouden.