Bestemmingsplan Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 Toelichting (22.16)
Tekst van het document
Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40
2 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
Toelichting
3 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
4 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
Hoofdstuk 1 Inleiding
Leeswijzer De toelichting op een bestemmingsplan wordt binnen de gemeente volgens een vast stramien opgebouwd, en wel als volgt. hoofdstuk
inhoud
1 Inleiding
Kort wordt ingegaan op het bestemmingsplan in het algemeen; de aanleiding voor onderhavig plan; het plangebied.
2 Beschrijving van het plan
Hier wordt het plangebied aan de hand van diverse aspecten en de huidige stand van zaken beschreven en de beoogde ontwikkeling.
3 Beleid
Aangegeven wordt binnen welke beleidskaders en regels van het rijk, provincie, waterschap en de gemeente het bestemmingsplan is opgesteld
4 Haalbaarheid en afweging
De haalbaarheid en afweging, de uitgevoerde onderzoeken en conclusies komen hier aan de orde.
5 Beschrijving bestemmingsplan
De systematiek en een toelichting op de bestemmingen
6 Juridische aspecten
Beschreven wordt de procedure die een bestemmingsplan doorloopt en wordt een toelichting gegeven op de regels van het bestemmingsplan, een aantal verschillen ten opzichte van het geldende bestemmingsplan komen aan bod
7 Economische uitvoerbaarheid
Toegelicht wordt of uitvoering van het bestemmingsplan voor de gemeente haalbaar is
8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Hier wordt beschreven hoe de procedure is verlopen tot de vaststelling van het bestemmingsplan
1.1
Algemeen In een bestemmingsplan worden de gebruiks- en bouwmogelijkheden van gronden en opstallen vastgelegd. Een bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (de kaart) en regels. Uit het samenspel van de verbeelding en de regels blijkt wat het bestemmingsplan juridisch toelaat. Een bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft geen juridische status, echter is deze wel relevant voor de onderbouwing van de gemaakte keuze en de interpretatie van het bestemmingsplan. 5
Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
Door het perceel op te zoeken waarover informatie wordt gewenst, kan worden afgelezen welke bestemming het perceel heeft en wat de mogelijkheden zijn. Het digitale plan is bij een verschil ten opzichte van de papieren versie leidend.
1.2
Aanleiding bestemmingsplan Het onderhavige bestemmingsplan heeft als doel om de locaties Zutphensestraatweg 20 en Zutphensestraatweg 40 in Dieren te herontwikkelen. Voor beide locaties is de bestemming Maatschappelijk-2 beoogd, waarbij het mogelijk is om een zorgcomplex te realiseren. Ontwerpbestemmingsplannen uit 2015 en 2016 In 2015 en 2016 hebben reeds voor beide locaties ontwerpbestemmingsplannen ter inzage gelegen. Vanwege diverse redenen zijn deze procedures niet voltooid. De wens voor de ontwikkelingen is echter nog steeds aanwezig. Gezien de verstreken tijd acht het college het zorgvuldig richting indieners zienswijzen, omwonenden en andere belanghebbenden om de lopende procedures te beëindigen en een nieuw, voorliggend bestemmingsplan op te stellen. De toendertijd ingediende zienswijzen zijn niet langer geldig. Beide locaties in één bestemmingsplan en nieuwe juridische procedure Omdat de locaties Zutphensestraatweg nr. 20 en nr. 40 te Dieren qua bestemming, afhankelijkheid en samenhang verbonden zijn, is één bestemmingsplan opgesteld waarin voor beide locaties de planologische regeling is vastgelegd. Dit bestemmingsplan zal de juridische procedure vanaf het ontwerpbestemmingsplan opnieuw doorlopen. Een ieder heeft daarbij de gelegenheid om (opnieuw) een zienswijze in te dienen.
6 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
1.3
Ligging plangebied Het bestemmingsplan heeft betrekking op de locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 te Dieren. Op onderstaande afbeelding is de globale ligging in Dieren- Zuid van beide locaties weergegeven.
1.4
Geldende bestemmingsplannen Zutphensestraatweg 20 Voor het perceel Zutphensestraatweg 20 geldt het bestemmingsplan 'Dieren-Zuid', dat op 27 mei 2008 is vastgesteld door de gemeenteraad en op 12 december 2008 goedgekeurd door Gedeputeerde Staten. Het perceel is bestemd voor 'Voorzieningen'. Het betreft op onderstaande afbeelding het noordelijke gedeelte met de aanduiding 'kerk'.
7 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
uitsnede vigerende bestemmingsplan Zutphensestraatweg 40 Voor het perceel Zutphensestraatweg 40 geldt het bestemmingsplan 'Dieren-Witte Vlekken', dat op 19 juni 2013 is vastgesteld. Het terrein heeft hierin de bestemming 'Wonen'. Het plangebied betreft het noordwestelijke gedeelte.
8 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
uitsnede geldende bestemmingsplan De beoogde bouw van zorgcomplexen is op beide locaties is niet passend binnen de geldende bestemmingsplannen. Op beide loaties is een zorgfunctie met een woonfunctie gecombineerd. Derhalve is voorliggend bestemmingsplan opgesteld, waarin beide locaties de bestemming 'Maatschappelijk 2' krijgen.
9 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
10 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan
2.1
De locaties Zutphensestraatweg 20 De locatie Zutphensestraatweg 20 betrekking op perceel kadastraal bekend als gemeente Dieren, sectie U, nummer 3882. Deze locatie ligt aan de zuidzijde van de kern Dieren en omvat de Opstandingskerk (Gereformeerd) en aansluitend terrein. De kerk is sinds 2002 gesloten.
11 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
Zutphensestraatweg 40 De locatie Zutphensestraatweg 40 heeft betrekking op het perceel kadastraal bekend als gemeente Dieren, sectie U, nummer 5662. Deze locatie aan de zuidzijde van de kern Dieren en omvat het bestaande pand en aansluitend terrein. Momenteel is hier 1 gebouw (villa) aanwezig en staat leeg.
12 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
Afbeelding: kadastrale kaart van omgeving Zutphensestraatweg 40
13 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
2.2
Het plan Ligging in de omgeving Aan de Zutphensestraatweg wordt vooral gewoond, met hier en daar geclusterd de bestemming Maatschappelijk-2 en Gemengd-2. Vastgesteld kan worden dat het realiseren van de functie zorg op de locatie Zutphensestraatweg 20 en 40 passend wordt geacht binnen het gemeentelijke (ruimtelijke) beleid. Bij de ontwikkeling van deze functie van zorg zal voldaan moeten worden aan de relevante kaders, zoals onder meer parkeermogelijkheden op eigen terrein.
2.2.1 Zutphensestraatweg 20 Toelichting ontwikkeling Het plan voor de locatie Zutphensestraatweg 20 behelst het slopen van het huidige kerkgebouw. Dit gebouw is geen monument. Na de sloop zal op dit perceel een zorgcomplex voor instellingswonen worden gerealiseerd. Het programma gaat uit 18 onzelfstandige wooneenheden en op de benedenverdieping 2 gezamenlijke ruimtes. De beoogde doelgroep is dementerende personen en respijtzorg (vervangende mantelzorg) waarbij naast de woonfunctie 24 uur per dag, 7 dagen per week zorg en dagactiviteiten worden aangeboden. Ontwerp complex Het plan gaat uit van een hoofdmassa met een bijgebouw en aanbouw. Het ontwerp voor het nieuwe complex zorgt voor 'lucht' tussen de bestaande bebouwing aan weerszijden ervan. Hierdoor voegt het gebouw zich in het lint van de overige bebouwing aan de Zuthpensestraatweg en is de totale massa acceptabel op deze plek. De geleding in de massa opbouw is een bijdrage om de impact van de bebouwing op de omgeving te verzachten. Deze massa's verschillen in materiaal en hoogte met daardoor een duidelijk hiërarchie in bebouwing. De aanbouw aan de achterzijde heeft een representatieve zijde aan het schoolplein. De ”voortuin” blijft ook in dit plan gevrijwaard van geparkeerde auto's. Het voorliggende plan past met zijn volume opbouw in de stedenbouwkundige opzet van de Zutphensestraatweg.
2.2.2 Zutphensestraatweg 40 Historie Het plan voor de Zutphensetraatweg 40 betreft het niet gerealiseerde gedeelte van het plan Johanneshof (gebouwd rond 2010). Het oorspronkelijke plan Johanneshof betrof een woningbouwopgave in de vorm van vrijstaande woningen, twee-onder-één-kap-woningen en twee appartementengebouwen. De bestaande historische villa gelegen aan de Zutphensestraatweg maakte onderdeel uit van de woningbouwopgave. De villa en de direct aangrenzende gronden –ten behoeve van de nieuwbouw van 3 vrijstaande woningen- zijn tot op heden niet ontwikkeld. De verkoop van de apppartementen en woningen viel in 2008 stil. In overleg met de partner in dit project is destijds besloten om de appartementen en de twee 'twee-onder-één-kap' bouwblokken toch af te bouwen, maar niet de drie vrijstaande woningen rondom de bestaande villa Johanneshof. De laatse appartementen en de laatste 'twee-onder-één-kap' woning zijn met grote verliezen verkocht. Toelichting ontwikkeling 14 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
Inmiddels zijn de tijden, wensen en behoeften veranderd en is er ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. De zorg voor ouderen en de daarbij passende huisvesting is al generaties een belangrijk thema, maar met het zeer snel groeiende aantal ouderen in onze maatschappij nu meer relevant dan ooit. De toename van het aantal ouderen in onze gemeenschap en daarbinnen de toename van het aantal dementerende ouderen vraagt om een krachtige aanpak. De verhuizing van ouderen naar een verzorgingshuis brengt een lange verhuisketen op gang, waardoor ook woningen vrijkomen voor gezinnen en starters. De doorstroming op de woningmarkt op gang brengen is een belangrijke volkshuisvestelijke ambititie. De wens is om in plaats van de woningbouw een kleinschalig zorgcomplex op het terrein te realiseren. Het programma gaat uit van behoud van de historische villa welke huisvesting gaat bieden aan 1 woonzorggroep. In een lagere aanbouw aan de achterzijde van dit pand worden nog twee kleinschalige zorgcomplexen gerealiseerd. In totaal bevat de locatie 24 onzelfstandige wooneenheden. Ook hier is de beoogde doelgroep dementerende personen. Ontwerp complex Belangrijke stedenbouwkundige uitgangspunten zijn de aansluiting van het complex bij de historische structuur van de Zutphensestraatweg.
Aan de achterzijde van de villa en royaal teruggelegen vanaf de Zutphensestraatweg, wordt met een bouwvlak de nieuwe aanbouw mogelijk gemaakt. De teruggelegen situering van deze aanbouw maakt dat er voldoende ruimte is aan weerszijde van de villa voor een groene terreininrichting die kenmerkend is voor de historische structuur (villa's in een groen decor). Ook zorgt de teruggelegen situering in combinatie met de beperkte hoogtemaatvoering (twee laagse bouw met een bouwhoogte van 7 meter) voor een duidelijk hiërarchisch onderscheid tussen hoofd- en aanbouw. Dit benadrukt de historische gelaagdheid van de locatie. Met de flauwe knik in het bouwvlak wordt bewerkstelligd dat het gebouw in schaal wordt verkleind en de twee 'vleugels' zich goed voegen in de ruimtelijke structuur. De westvleugel zoekt een parallelle situering met de Zutphensestraatweg en de oostvleugel gaat de relatie aan met de straat Johanneshof. Door deze knik in de aanbouw en de ruime ligging ten opzichte van de straat Johanneshof wordt tevens de zichtrelatie vanaf de Zutphensestraatweg richting de IJssel/uiterwaarden versterkt die tussen de twee appartementen gebouwen doorsteekt. Achter de bebouwing en uit de zichtas wordt ruimte geboden voor de realisatie van haakse parkeerplaatsen.
Door toepassing van deze vorm van parkeervoorzieningen kan gebruik worden gemaakt van de bestaande infrastructuur en wordt aangesloten bij de wijze van parkeren zoals deze reeds in het gebied aanwezig is. De buitenruimte rondom het complex wordt ingericht als tuin en kan worden gebruikt door de bewoners van het pand. Op de bovenbeschreven wijze wordt het plan vanuit stedenbouwkundig oogpunt positief beoordeeld.
2.3
Samenhang locaties en afweging Samenhang locaties 15
Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
De locaties zijn in verschillende opzichten met elkaar verbonden. Beide locaties hebben dezelfde eigenaar. De locaties zijn gelegen aan de Zutphensestraatweg in Dieren-Zuid, op relatief korte afstand van elkaar. De exploitatie van beide zorglocaties is van elkaar afhankelijk. De gezamenlijke capaciteit is leidend om beide locaties rendabel te maken. Zutphensestraatweg 20 kan niet als 'stand alone' locatie fungeren en is afhankelijk van Zutphensestraatweg 40. Er is 1 zorgaanbieder die beide locaties wil exploiteren. Gezien de geringe afstand tussen beide locaties kan ook de zorg op een efficientere manier worden toegepast. Om de haalbaarheid van beide locaties en de samenhang tussen de locaties te kunnen waarborgen is één (onderhavig) bestemmingsplan opgesteld waarin de planologische regeling voor beide locaties is vastgelegd. Op deze wijze is de samenhang en onderlinge afhankelijkheid gewaarborgd. Afweging In Dieren-Zuid is het ruimtelijk beleid gericht op het behoud van het karakter van het historisch dorpsgezicht aldaar. De individualiteit van de panden en de samenhang in het straatbeeld met de daarin aanwezige monumenten zijn daarbij waardevol. Ingrepen die tot een verstoring van dit beeld leiden dienen te worden vermeden. Aanvragen voor nieuwe initiatieven worden met aandacht voor de specifieke ruimtelijke kenmerken van het historisch dorpsgebied benaderd.
Nieuwe bebouwing zal wat betreft maat en schaal en ook wat betreft kleur- en materiaalgebruik in harmonie met de bestaande bebouwing ontworpen moeten worden. Scherpe contrasten dienen te worden vermeden. Gewaakt moet worden dat de huidige bebouwing wordt gesloopt ten behoeve van een andere woonfunctie. In onderhavig plan wordt de historische villa behouden. Het bestaande kerkgebouw aan de Zutphensestraatweg 20 heeft haar functie / gebruik als kerk al geruime tijd verloren. Wonen in dit gebouw is geen optie. Vandaar dat sloop ten behoeve van de bouw van een zorgcomplex aanvaardbaar is.
16 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 Beleid
In dit hoofdstuk komt vooral het ruimtelijke beleid aan de orde. Bij de beoordeling van de haalbaarheid in Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op specifiek beleid.
3.1
Rijksbeleid Het ruimtelijke beleid is op rijksniveau verwoord in verschillende visies.
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Gezien de aard en omvang is de NOVI verder niet specifiek van belang.
Wel wordt er aangesloten op de ambities en belangen van het rijk zoals het realiseren en behouden van een goede leefomgevingskwaliteit en het realiseren van woningen.
17 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 en 1 juli 2014 op onderdelen aangevuld. Gezien de aard en omvang van onderhavig plan zijn er geen raakvlakken met het Barro. Vanuit het Barro zijn er dan ook geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan.
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 2. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. 3. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. 4.
Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Onder bestaand stedelijk gebied wordt conform artikel 1.1.1 eerste lid onder h van het Bro verstaan: het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Het plangebied ligt in de kern Dieren waar woningen, maatschappelijke functies en voorzieningen te vinden zijn. Het plangebied kan dan ook aangemerkt worden als bestaand stedelijk gebied.
18 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Beoordeling Het betreft hier een plan voor 42 onzelfstandige wooneenheden met 24 uurs zorg en begeleiding voor dementerende ouderen die kiezen voor zelfstandig wonen met service en 24 uurs beschikbare begeleiding en zorg. Deze particuliere initiatieven zijn aantrekkelijk voor deze mensen vanwege de kleinschaligheid, het ondernemerschap en de persoonlijke betrokkenheid. Binnen de gemeente is het aanbod voor dergelijke voorzieningen beperkt. De kern Dieren heeft geen kleinschalige woonvoorzieningen met 24 uurs zorg en begeleiding. Er is maar één zorgaanbieder voor dementerende ouderen. Het onderhavige plan betreft een particuliere, kleinschalige woonvorm voor demente ouderen, wat een aanvulling is op het huidige aanbod in Dieren. Het initiatief is besproken met Attent en het zorgkantoor. Beiden ondersteunen het initiatief. Verklaring doelgroep Mede in het kader van de toets aan de 'Visie Wonen Welzijn Zorg, gemeente Rheden, oktober 2016' is een behoefte onderzoek uitgevoerd: 'Een onderbouwing voor de noodzaak van nieuwe woonzorgvormen voor dementerenden ouderen in Dieren' (mei 2021) Bijlage 1.
Hieruit blijkt dat het aanbod van dergelijke voorzieningen binnen de gemeente beperkt is. Verder is aangetoond dat de behoefte de komende jaren toeneemt. Conclusie Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling past binnen de ladder voor duurzame verstedelijking en aansluit bij de uitgangspunten en criteria van de visie Wonen Welzijn Zorg uit 2016.
3.1.4 Nationaal Natuurnetwerk De uitwerking van de het Nationaal Natuurnetwerk, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur, welke in onderhavig plangebied van belang zou kunnen zijn, vindt plaats via de provincie. Dit aspect komt in paragraaf 3.2 Provincie aan de orde.
3.2
Provincie Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Algemeen Op 19 december 2018 is de omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie welke richting de provincie op wil op het gebied van energie, klimaat, water, voedsel en ook hoe de provincie de omgeving wil inrichten. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan: energietransitie; klimaatadaptatie; 19
Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
circulaire economie; biodiversiteit; bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat; woon- en leefklimaat.
Woon- en leefklimaat Voor dit bestemmingsplan is de ambitie voor het woon- en leefklimaat van toepassing. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Zo worden de economische kracht en kwaliteit van leven in Gelderland versterkt, nu en in de toekomst. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In de groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en gaat voor concentraties van bebouwing.
Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen. Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening Gelderland is het ruimtelijke beleid zoals dat in de Omgevingsvisie Gelderland is verwoord, deels verankerd. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De omgevingsverordening wordt regelmatig geactualiseerd. Voor onderhavig plan is gebruik gemaakt van de op 31 maart 2021 vastgestelde versie. Deze verordening is bindend voor de gemeente. Omdat de Omgevingswet is uitgesteld, wordt de Omgevingsverordening in 2 stappen aangepast: actualisatieplan 7 en 8. In actualisatieplan 7 zijn enkele regels gewijzigd, die geen jaar konden wachten en is een beoordelingskader toegevoegd. Het beoordelingskader biedt ruimte voor afwegingen en maatwerk als er verschillende belangen spelen terwijl de ruimte beperkt is. Provinciale Staten stelden actualisatieplan 7 op 31 maart 2021 vast. Dit plan is al geldig, maar het beoordelingskader nog niet. Hiervoor moet het Rijk eerst de 23e tranche van de Crisis- en herstelwet vaststellen.
20 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone Veel natuurgebieden en voor planten en dieren waardevolle cultuurlandschappen maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het Gelders Natuurnetwerk wordt gevormd door de bestaande natuurgebieden uit de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. De gebieden in de Groene Ontwikkelingszone zijn waardevol voor de natuur maar hebben daarnaast tevens een andere functie. Veel kleinschalige cultuurlandschappen met landschapselementen zijn aangewezen als Groene ontwikkelingszone. Het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone worden beschermd door in bestemmingsplannen hiermee rekening te houden. Daarvoor vormt de Omgevingsverordening Gelderland de basis. In de Omgevingsverordening zijn de kernkwaliteiten van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone vastgelegd. Binnen het Gelders Natuurnetwerk worden geen nieuwe functies mogelijk gemaakt. In de Groene Ontwikkelingszone worden geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt die leiden tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het gebied.
Hiervan kan slechts worden afgeweken indien er geen reële alternatieven zijn, sprake is van redenen van groot openbaar belang, de negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en samenhang zoveel mogelijk worden beperkt en gelijkwaardig worden gecompenseerd. beoordeling Er is getoetst of de beoogde ontwikkeling en / of plangebied betrekking heeft op het Gelders Natuurnetwerk of de Groene Ontwikkelingzone zoals bedoeld in de Omgevingsverordening Gelderland, hetgeen niet het geval is gebleken. conclusie Voor zover sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het Bro kan geconcludeerd worden dat de medewerking aan deze gebouwen op een juiste wijze is afgewogen en dat voldaan wordt aan het gestelde in de Omgevingsverordening Gelderland. Het voorliggende bestemmingsplan is niet strijdig met het provinciale beleid.
3.3
Waterschap Het waterschap heeft de zorg voor de waterkeringen, is verantwoordelijk voor het grond- en oppervlaktewater in het landelijke gebied en in het stedelijk gebied voor het oppervlaktewater. Daarnaast heeft het waterschap als taak het zuiveren van het afvalwater. Beide locaties zijn gelegen binnen het beheergebied van waterschap Rijn en IJssel. In het Waterbeheerplan 2016-2021 geeft het waterschap haar doelen aan, zoals ze deze heeft verwoord in de Watervisie 2030 (uit 2013). Voor het bestemmingsplan is van belang dat nieuwe ontwikkelingen en de benodigde ruimte voor waterbeheer op elkaar worden afgestemd.
21 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
De visie voor de lange termijn zoals die in 2013 is opgenomen in de Watervisie 2030 is vertaald in het Waterbeheerplan 2016-2021. Beoordeling Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Of een bestemmingsplan het belang van het waterschap raakt, wordt door het waterschap getoetst. Zie paragraaf 4.6 Water. Conclusie In de Waterbeheerplannen van het waterschap Rijn en IJssel zijn geen projecten beschreven die nopen tot een regeling in onderhavig plangebied. De belangen van het waterschap zijn binnen het watertoetsproces mee gewogen. Uit het vooroverleg blijkt dat het Waterschap geen op- of aanmerkingen heeft op onderhavig bestemmingsplan.
3.4
Gemeente Voor onderhavig plangebied is het volgende gemeentelijke beleid van belang.
3.4.1 Vastgesteld beleid Stuctuurvisie Voor het dorp Dieren is op 16 april 2019 de structuurvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Dieren-zuid neemt met zijn van rijkswege beschermd dorpsgezicht, vele monumenten en historische karakteristieke panden een bijzondere plek in. Bij nieuwe ontwikkelingen in dit deel van Dieren is het uitgangspunt dan ook dat de ontwikkeling zich goed voegt in de historische context. De locaties uit dit bestemmingsplan worden niet specifiek benoemd in de structuurvisie. Cultuurhistorie De gemeenteraad heeft op 30 mei 2017 de Erfgoednota Verbindend Verleden vastgesteld. Daarin is het erfgoedbeleid over de jaren 2012-2016 geëvalueerd en zijn de plannen voor de periode 2017-2021 geformuleerd. De evaluatie was aanleiding om voort te gaan op de ingeslagen weg; met dezelfde visie maar met nieuwe plannen waarin zoveel mogelijk door de inwoners ingebrachte erfgoedwensen zijn verwerkt. Erfgoed gaat over menselijke sporen uit het verleden die zichtbaar en tastbaar zijn in het heden. Dat kunnen voorwerpen zijn, archeologische vondsten, archieven, en gebouwde en groene monumenten zoals landgoederen, begraafplaatsen en landschappen. Maar ook bepaalde gebruiken, verhalen en gewoonten horen erbij. In de visie is het cultuurhistorische erfgoed van cruciaal belang voor de ruimtelijke en sociale karakteristiek van de gemeente Rheden.
Allereerst gaat het om het in goede staat doorgeven van cultuurhistorisch erfgoed aan volgende generaties. Daarnaast is het gewenst om het erfgoed in te zetten als (hulp)motor om de economische, sociale en klimatologische doelen te bereiken en om het als verbindende schakel tussen gemeentebrede beleidsdoelstellingen in te zetten. De visie is voor de verschillende delen van het erfgoed (landschap, archeologie, bouwkunst en de verhalen) uitgewerkt in de volgende thema's: behoud en ontwikkeling; kennis vermeerderen en delen; 22 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
promotie en beleving. Naast uiteraard de kerntaak van erfgoed - instandhouding - is de focus de komende jaren gericht op het behalen van de gemeentebrede doelen op het gebied van klimaat, toerisme en recreatie en het sociale domein. Met een proactieve houding zal geprobeerd worden het voor eigenaren aantrekkelijk(er) te maken om hun erfgoed te behouden. Archeologie wordt via het Parapluplan Archeologie Rheden 2013 en aanpassing regeling Buitenplaatsen beschermd. De archeologische bepalingen uit dat bestemmingsplan zijn in onderhavig bestemmingsplan verwerkt. Dit laat onverlet dat mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd zijn beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. Of een vondst van archeologische resten uiteindelijk moet leiden tot behoud van deze resten of een opgraving wordt door burgemeester en wethouders bepaald op basis van het advies van de regioarcheoloog die zijn advies opstelt aan de hand van de in de archeologienota uitgewerkte selectiemethode. Dieren-Zuid, de oude dorpskern is vanwege haar cultuurhistorische waarden in 2011 aangewezen als beschermd dorpsgezicht.
Deze van rijkswege toegekende status heeft als doel de karkateristieke, historische en ruimtelijke kwaliteit van het gebied te onderkennen en versterken bij toekomstige ontwikkelingen. Milieuzonering In de Nota Milieuzonering Rheden 2015 die op 26 mei 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld, is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met milieuzonering. De hoofdlijn is als volgt. Ten aanzien van dit aspect wordt de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering gehanteerd. In nieuwe situaties wordt getoetst aan de richtafstanden. Afwijken van die afstanden is mogelijk mits gemotiveerd (met een onderzoek). In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden ook bestaande situaties beoordeeld. Bestaande bedrijven worden in principe zo bestemd dat zij minimaal kunnen blijven functioneren. Tenzij sprake is van een milieuknelpunt en bedrijfsbeëindiging is gewaarborgd. Bodemkwaliteit De nota Bodembeheer en de achterliggende bodemkwaliteitskaart zijn op 31 mei 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. Op 22 december 2020 is dit beleid en kaart geinitialiseerd. Op de (geactualiseerde) bodemkwaliteitskaart is de mate van diffuse bodemverontreiniging aangegeven. Deze diffuse bodemverontreiniging is niet toe te wijzen aan een specifieke bron zoals een tankstation of een smederij. In de nota Bodembeheer is vastgelegd hoe met deze diffuse bodemverontreiniging dient te worden omgegaan.
In Dieren-Zuid is de bodemkwaliteit niet optimaal, vooral door lood in de bodem. Voor dit deel ligt er dan ook een doelstelling om de bodemkwaliteit te verbeteren. De wijze waarop met bodemverontreiniging wordt omgegaan bij het opstellen van bestemmingsplannen is door de gemeenteraad op 26 mei 2015, vastgelegd in de Nota standaardplanmethodiek dorpen Rheden 2015. Deze werkwijze is gebruikt bij de 23 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
beoordeling van de aanvaardbaarheid van de gegeven bestemmingen. De PFAS regelgeving is sinds 22 december 2020 opgenomen in de geactualiseerde versie bodembeheer. Niet gesprongen explosieven In opdracht van de gemeente is in 2017 een historisch vooronderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van explosieven afkomstig uit de Tweede Wereldoorlog. Indien van toepassing zijn de resultaten voor het plangebied verwerkt in de verbeelding. De wijze waarop met met de mogelijke aanwezigheid wordt omgegaan is vastgelegd in de Nota Standaardplanmethodiek dorpen Rheden 2015. Geluidhinder De Wet geluidhinder stelt regels aan de geluidsbelasting die wordt veroorzaakt door gezoneerde wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige functies in nieuwe situaties. Hoe burgemeester en wethouders in verschillende omstandigheden invulling geven aan hun bevoegdheid om hogere waarden vast te stellen dan de voorkeurswaarde, heeft het college op 27 april 2015 vastgelegd in de Nota Hogere waarden wet geluidhinder Rheden 2015. Een benodigde hogere grenswaarde moet zijn verleend voordat een bestemmingsplan wordt vastgesteld. Verkeer In het gemeentelijke Verkeerscirculatieplan Dieren (VCP) uit 2013 wordt een wegcategorisering beschreven bestaande uit stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en verblijfsgebieden. Verblijfsgebieden zijn of worden ingericht als 30 km of 60 km zone.
Gebiedsontsluitingswegen zijn de wegen binnen de bebouwde kom die hoofdzakelijk een doorstroom karakter hebben en waar een snelheidslimiet van 50 km geldt. De Zutphensestraatweg is een gebiedsontsluitingsweg waar een snelheidslimiet van 30 km/u geldt. Voor het parkeren vormen de bepalingen uit de Nota Parkeernormen Rheden 2015 de grondslag. Het beleid is vastgelegd bij de vaststelling door de gemeenteraad op 26 mei 2015. Groen In het gemeentelijke Groenstructuurplan uit 2002 en de Beleidsnota Bomen uit 2005 is de leidraad dat de groene kenmerken en karakteristieken in de dorpen en deelgebieden worden versterkt. De dorpenroute tussen Velp en Dieren is een belangrijke verbindingsas die zich kenmerkt door een ligging tussen bossen en open landbouwgebieden. Markant zijn de boomlinten die haaks op de dorpenroute zijn gesitueerd. Bomenlanen die vanaf de Veluwe richting IJssel voeren, vormen het bindende element - het raamwerk - in het geheel. Het groene raamwerk in Dieren-Zuid wordt gevormd door de bomenlaan in de Molenweg en de losse boombegeleiding in de Zutphensestraatweg. Voor Dieren-Zuid geldt dat bomen vooral in particuliere tuinen staan en in het Carolinapark. Aangetekend wordt dat groeiruimte voor de bomen door de aanwezigheid van verharding soms beperkt is. De vermelde bomen op de lijst van 'Bijzondere bomen 2017' hebben allen een beschermde status.
Voor kap is een omgevingsvergunning nodig. 24 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
Water Het huidige gemeentelijke beleid is het Watertakenplan Olburgen (WTPO). Deze is opgesteld in samenwerking met het Waterschap Rijn en IJssel, de gemeenten Bronckhorst en Doesburg. Met de WTPO voldoet de gemeente Rheden aan de planverplichting voor de rioleringszorg die rechtstreeks voortkomt uit de Wet milieubeheer. In dit plan heeft de gemeente samen met Waterschap Rijn en IJssel het rioleringsbeleid vastgelegd. De strategie bij de inzameling van afvalwater is afgestemd op rijks- en provinciaal beleid. Ook de zorgplicht voor afstromend hemelwater en grondwater, binnen het stedelijke gebied, is geborgd in het WTPO. Omgaan met hemelwater en grondwater is geregeld in de in oktober 2015 vastgestelde gemeentelijke verordening Afvoer hemelwater en grondwater Rheden 2015. Visie Wonen Welzijn Zorg Op 29 november 2016 heeft de gemeenteraad de Visie Wonen Welzijn Zorg vastgesteld. De verwachting is dat een geactualiseerd beleid eind 2021, begin 2022 aan de orde is. De visie Visie Wonen Welzijn Zorg heeft als hoofdlijn 'een passende woning in een passende woonomgeving'. Dit betekent dat planologische flexibiliteit gewenst is om snel in te kunnen spelen op maatschappelijke ontwikkelingen rond wonen, welzijn en zorg.
Gewenst is om de mogelijkheid open laten om ruimte te bieden aan een beperkt aantal initiatieven dat echt iets toevoegt aan de bestaande kwaliteit van intramurale plaatsen. Kleinschalige initiatieven die de vraag bedienen van specifieke leefstijl- of inkomensgroepen kunnen een waardevolle aanvulling zijn op het bestaande aanbod. Verder wordt aandacht gevraagd voor de kwaliteit van het openbare gebied, met name waar het gaat om routes voor mensen met een beperking. Ook de relatie met voorzieningen en dorpshuizen is hierbij belangrijk. Zie voor de toets aan dit gemeentelijk beleid paragraaf 3.1 Rijk onderdeel 'Verklaring doelgroep'. Welstandsnota De welstandsnota vormt samen met het bestemmingsplan het (juridische) kader waaraan een omgevingsvergunning wordt getoetst ten aanzien van de ruimtelijke aanpassing van de gebouwde omgeving. Op 30 mei 2017 heeft de raad de welstandsnota geactualiseerd. Met deze welstandsnota zijn de gemeente, ondernemers en inwoners gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van de leefomgeving. De nota is alleen daar van toepassing waar het algemeen belang van de leefomgeving groot is. Daar waar het niet nodig is, geeft de nota ruimte voor de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer en inwoner voor de verschijningsvorm van een bouwwerk.
Hiermee wordt de regelgeving ten aanzien van welstand beperkt tot de hoogstnodige welstandscriteria zonder dat de kwaliteit van de bebouwde omgeving achteruit gaat. De nota is digitaal beschikbaar via de website www.welstandsnotas.nl/rheden. Hier kan iedereen de nota op adres raadplegen.
25 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
26 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 Haalbaarheid en afweging
Wanneer een bestemmingsplan wordt vervaardigd, dient dit plan binnen de planperiode uitvoerbaar te zijn. De uitvoerbaarheid wordt mede onderzocht door het te toetsen aan regelgeving, aan beleid van andere overheden en aan de uitkomsten van onderzoeken. In dit hoofdstuk worden de (nieuwe) mogelijkheden die onderhavig bestemmingsplan bevat, daaraan getoetst. Ten aanzien van nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt verantwoording afgelegd volgens het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro inzake de onderbouwing van de behoefte.
4.1
Onderzoeken In de paragrafen 4.2 tot en met 4.13 zijn de voorgenomen ontwikkelingen getoetst aan diverse aspecten. Per paragraaf is eerst het toetsingskader aangegeven, gevolgd door de beoordeling en de conclusie. Het kader is voor beide locaties gelijk. De beoordeling is onderverdeeld per locatie. Bij de conclusie is de onderverdeling per locatie indien noodzakelijk apart gegeven.
4.2
Bodem kader Bij een evidente wijziging van de bestemming moet onderzocht worden of de bodem verontreinigd is en wat voor een gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Bodemonderzoeken mogen niet meer dan 5 jaar oud zijn. Indien er sprake is van bouwactiviteiten is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. In de praktijk worden deze onderzoeken vaak gecombineerd. Indien er sprake is van bouwactiviteiten is ook in het kader van de bouwvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. In de praktijk worden deze onderzoeken vaak gecombineerd. beoordeling Zutphensestraatweg 20 In principe dient voor de vaststelling van het bestemmingsplan inzicht geboden te worden in de milieuhygienische kwaliteit van de bodem. Op onderhavig perceel is nagenoeg het gehele in de toekomst te bebouwen gedeelte nu bebouwd. Deze bebouwing zal hoogstwaarschijnlijk niet gesloopt worden voordat het bestemmingsplan rechtskracht heeft.
Dit maakt het uitvoeren van een bodemonderzoek technisch lastig. In 2011 is de ondergrondse olietank Kiwa 27
Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
verwijderd. Daarbij is geen olieverontreiniging aangetroffen. De locatie is gezien zijn geschiedenis niet verdacht van ernstige bodemverontreiniging. Indien blijkt dat er maatregelen nodig zijn zullen deze moeten worden uitgevoerd. De grond zal geschikt moeten zijn verklaard voor het toekomstige gebruik. Derhalve is het akkoord om het bodemonderzoek uit te stellen en het pas te laten uitvoeren in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag. Zutphensestraatweg 40 Op 9 december 2020 is een bodemonderzoek uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is om de algemene bodemkwaliteit te bepalen ter plaatse van de onderzoekslocatie, waarmee bekeken kan worden in hoeverre deze bodemkwaliteit een belemmering kan vormen voor het beoogde gebruik en/of de voorgenomen ontwikkelingen. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan op grond van de milieuhygienische kwaliteit van de bodem geen bezwaar het onderzochte terreindeel voor de geplande bouwdoeleinden te gebruiken. De gehele locatie kan als niet-verdacht worden beschouwd. Eventueel vrijkomende grond bij afgraven kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. Het uitgevoerde 'Verkennend bodem- en asbestonderzoek Zutphensestraatweg 40 te Dieren, Rouwmaatgroep, rapportnummer MT-200390 staat in Bijlage 2. Uit het onderzoeksresultaat blijkt dat er geen tussenwaarden en /of interventiewaarden worden overschreden.
De aangetroffen lichte verontreiniging in de grond vormt geen belemmering voor het toekomstig gebruik. Er zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Eventueel vrijkomende grond kan, vanwege de lichte verontreiniging, niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. conclusie Voor beide locaties geldt dat bij het transporteren van afgegraven grond voldaan moet worden aan de regels zoals geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Zutphensestraatweg 20 Voor het aspect bodem zal, na de sloop van het huidige pand, een onderzoek worden uitgevoerd, in het kader van de procedure voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. Zutphensestraatweg 40 Uit het onderzoek voor deze locatie is gebleken dat er geen belemmeringen zijn voor de uit te voeren ontwikkeling.
4.3
Geluid kader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft betrekking op nieuwe ontwikkelingen. De wet noemt geluidsbronnen die in de ruimtelijke ordening van belang zijn. Binnen de gemeente zijn dit: wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. Deze bronnen hoeven niet binnen het plangebied te liggen. Nieuwe geprojecteerde geluidgevoelige functies binnen de zone van een bron moeten op het aspect geluidbelasting getoetst worden. Wegen die deel uitmaken van een woonerf of van een 30 km-gebied zijn hiervan
28 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
uitgezonderd. De Wgh benoemt functies die gevoelig zijn voor geluidsbelasting van deze bronnen. Zo zijn bijvoorbeeld woningen, scholen en zorgcomplexen 'geluidsgevoelige bestemmingen'. De Wgh kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidsgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde'). Maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel terug te dringen moeten dan onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of financiële aard. Bij een geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidsgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien er gebruik wordt gemaakt van zogenaamde 'dove gevels'. Dat zijn gevels zonder te openen delen, dus zonder deuren en met ramen die niet open kunnen. De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48 dB tot en met 53 dB in buitenstedelijk gebied en in stedelijk gebied van 48 dB tot 63 dB en voor spoorweglawaai 55 dB tot en met 68 dB. Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde dient akoestisch onderzoek uitsluitsel te geven over de te verwachten geluidsbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen.
In de op 27 april 2015 vastgestelde Nota Hogere Waarden Wet geluidhinder Rheden 2015 hebben burgemeester en wethouders vastgelegd hoe zij omgaan met het verlenen van hogere grenswaarden. beoordeling Zutphensestraatweg 20 en 40 De beoogde ruimtelijke ontwikkelingen op beide locaties betreffen ontwikkelingen in een 30-kilometer zone in de bebouwde kom van Dieren. Ter hoogte van beide locaties zijn de verkeersintensiteiten op de Zutphensestraatweg dusdanig laag dat een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde niet te verwachten is. Gelet hierop is een onderzoek naar de geluidsbelasting van het wegverkeerslawaai niet nodig. De eisen uit de Wet geluidhinder zijn niet van toepassing. De gezoneerde geluidsbronnen (spoor en weg, zoals de spoorlijn en Burgemeester de Bruinstraat (N348)) liggen op een dusdanig grote afstand dat de nieuwe ontwikkelingen buiten de zone van de spoorlijn en Burgemeester de Bruinstraat (N348) liggen. Hierdoor is er geen overschrijding van de voorkeursgrenswaarde te verwachten en akoestisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk naar de spoorlijn en de Burgemeester de Bruinstraat (N348). Zutphensestraatweg 20 Op korte afstand van het plangebied liggen (grondgebonden) woningen. Derhalve is 29 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting in de omgeving van het beoogde zorgcomplex. Voornamelijk is gekeken naar het geluid als gevolg van het gebruik van de beoogde parkeerplaatsen en het effect daarvan op de bestaande woningen. Het doel van het onderzoek (zie Bijlage 3 Akoestisch onderzoek Zut. 20) is het inzichtelijk maken en toetsen van de optredende geluidsniveaus. Met het onderzoek is onderzocht of in de toekomstige situatie sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Hieruit is gebleken dat er overschrijdingen worden veroorzaakt door dichtslaande autoportieren en dat een geluidwerende voorziening tussen de parkeerplaats en de grondgebonden woningen bijdraagt aan een acceptabel woonen leefklimaat. Gezien de beoordelingshoogte van 5 meter in de nachtperiode moet een dergelijk scherm al snel een hoogte hebben van 3,5 meter om te voldoen aan de normstelling. Dit is vanuit stedenbouwkundig oogpunt onwenselijk. Wel is het mogelijk om een scherm te realiseren met een gangbare hoogte van een erfafscheiding (1,80 a 2 m). Met een dergelijk scherm wordt het geluid van de parkeerplekken naar omliggende tuinen en gevels zoveel mogelijk afgeschermd. Derhalve is via de regels een geluidwerende voorziening mogelijk gemaakt.
Via een zogenaamde 'voorwaardelijke verplichting' is geregeld dat het gebruik van het complex pas is toegestaan als deze voorziening is gerealiseerd. conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het vaststellen van dit bestemmingsplan.
4.4
Natuur / Ecologie kader De bescherming van gebieden is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en in de Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, Waardevol open gebied, Nationaal landschap). Voor de bescherming van soorten geldt alleen de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn speciale beschermingszones aangewezen. Samen vormen zij Natura 2000, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. De Veluwe en de Rijntakken zijn aangewezen als Natura 2000-gebieden. Binnen deze gebieden mag de kwaliteit van de natuurlijke habitats en leefgebieden van aangewezen soorten niet verslechteren en mogen er geen storende factoren optreden die een significant negatief effect hebben. Dit geldt niet alleen voor de activiteiten en ingrepen in het gebied zelf, maar ook voor activiteiten en ingrepen daar buiten die invloed kunnen hebben op het gebied. Het landelijke Natuurnetwerk Nederland, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is binnen de provincie beschermd. Veel natuurgebieden en voor planten en dieren waardevolle cultuurlandschappen maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone.
Het Gelders Natuurnetwerk wordt gevormd door de bestaande natuurgebieden uit de voormalige Ecologische
30 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
Hoofdstructuur. De gebieden in de Groene Ontwikkelingszone zijn waardevol voor de natuur maar hebben daarnaast tevens een andere functie. Veel kleinschalige cultuurlandschappen met landschaps- elementen zijn aangewezen als Groene ontwikkelingszone. Daarnaast worden in de Omgevingsverordening beschermd het Waardevol open gebied en het Nationaal landschap. Stikstof depositie In het kader van de Natuurbeschermingswet moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. De effectbeoordeling stikstofdepositie heeft tot doel de NOx (stikstof) en NH3 (ammoniak) emissies naar de lucht door het voornemen inzichtelijk te maken, de toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden te berekenen. De effectbeoordeling stikstofdepositie wordt afgesloten met conclusies waarbij duidelijk wordt of in het kader van de Wet Natuurbescherming significante effecten uitgesloten kunnen worden, dan wel een nader onderzoek nodig is (passende beoordeling).
In Nederland zijn ongeveer 160 Natura 2000-gebieden aangewezen: gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten’ op de beschermde natuurgebieden, wat alleen is toegestaan met een Wet natuurbescherming (Wnb) vergunning. Daarom dient voor nieuwe plannen en projecten onderzocht te worden of er sprake kan zijn van een significante depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden. Soortenbescherming Ook de bescherming van soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Bij nieuwe ontwikkelingen moet onderzocht worden welke gevolgen dit heeft voor de aanwezige beschermde soorten en/of hun leefomgeving. Als een plan (in)direct kan leiden tot de verstoring van een beschermde soort of vernietiging van het leefgebied, een vaste rust- of verblijfplaats, kan het project strijdig zijn met de Wnb.
Deze wet kent drie verschillende beschermingsregimes: alle van nature in het wild levende vogels: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Vogelrichtlijn; soorten opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I en II van het Verdrag van Bern en bijlage II van het Verdrag van Bonn: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Habitatrichtlijn; ander soorten genoemd in bijlage A van de Wnb: de bescherming van deze soorten, die veelal op de rode lijst staan, is iets minder stringent dan die van de Vogel- en Habitatrichtlijn.
31 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
De provincie heeft in de Omgevingsverordening aangegeven voor welke algemeen voorkomende soorten een vrijstelling geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen. Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, Nationaal landschap Uit de Omgevingsverordening Gelderland blijkt dat Dieren-Zuid in het zuiden voor een klein deel grenst aan de Groene Ontwikkelingszone. Onderhalvige locaties maken hier geen onderdeel vanuit.
4.4.1 Zutphensestraatweg 20 beoordeling Ten behoeve van voorliggend initiaitief zijn bij de juridische procedure in 2016 twee onderzoeken uitgevoerd. In juni 2015 een quickscan Flora en Fauna uitgevoerd: Bijlage 4 Quickscan flora en fauna, sloop kerk, Zutphensestraatweg 20, uitgevoerd door SAB, kenmerk HERM/HOMV/150231. Vervolgens is in december 2015 een nader onderzoek Flora en Fauna uitgevoerd: Bijlage 5 Flora- en faunarapportage ten aanzien van de huismus, Zutphensestraatweg 20, Dieren, uitgevoerd door SAB, projectnummer 150231. Uit deze raportage bleek een ontheffing in het kader van de Flora en Faunawet noodzakelijk. Deze ontheffing is verleend op 29 juni 2016, zie Bijlage 6. Een flora en faunaonderzoek is juridisch maximaal 3 jaar geldig. Derhalve zijn de uitgevoerde onderzoeken uit 2015 geactualiseerd. Op 12 november 2020 is de Quickscan natuur; Dieren, Zutphensestraatweg 20, uitgevoerd door SAB; kenmerk 150231.02, zie Bijlage 7 uitgevoerd. Ten aanzien van gebiedsbescherming geeft dit onderzoek de volgende conclusies: In het plangebied is geen Natuurnetwerk Nederland of andere provinciaal beschermde natuur aanwezig. De provinciale bescherming van deze gebieden staat de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Natura 2000-gebieden Rijntakken en Veluwe liggen in de buurt van het plangebied.
Een negatief effect op de instandhoudingsdoelenstellingen van deze Natura 2000-gebieden is vanwege een mogelijke toename in stikstofdepositie door de ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied niet uit te sluiten. Nader onderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening is daarom noodzakelijk. AERIUS berekening Het voornemen is om de bestaande bebouwing te slopen en een complex met circa 18 appartementen te realiseren. De nieuwbouw zal niet worden aangesloten op het gasnet. In het kader van de stikstofdepositie zijn 4 onderzoeken uitgevoerd: 1. Onderzoek Stikstofdepositie Zutphensestraatweg 20 te Dieren; Ecoconsultancy; 10 december 2020; rapportnummer 14322.001 (Bijlage 8) 2. Aeriuscalculator aanlegfase Zutphensestraatweg 20 Dieren; datum berekening 9 december 2020; kenmerk RScaEoGaQGc8 (Bijlage 9) 3. Aeriusberekening gebruiksfase Zutphensestraatweg 20 Dieren; datum berekening 7 december 2020; kenmerk RusQUYYbBjMj (Bijlage 10). 4. Rapport Voortoets effecten Stikstofdepositie Zutphensestraatweg 20 Dieren; 32 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
Ecoconsultanc; 20 januari 2021; rapportnummer 14322.002 (Bijlage 11).
Uit het onderzoek genoemd onder 1 en de berekeningen onder 2 en 3 blijkt dat: Ten gevolge van de aanlegfase een maximaal projecteffect van 0,10 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied de Rijntakken en 0,01 mol/ha/jaar stikstof op Natura 2000 gebied de Veluwe plaatsvindt; Om significante negatieve effecten voor de aanlegfase mogelijk uit te sluiten is een ecologishce voortoets uitgevoerd. Uit de uikomsten van deze voortoetst blijkt dat significante negatieve effecten op omliggende Natura 2000 gebieen worden uitgesloten. er is geen vergunningplicht vanuit de Wet natuurbescerming van toepassing. Voor de gebruiksfase is het projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Significante effecten ten gevolge van de gebruiksfase zijn hierdoor uitgesloten. De Provincie Gelderland, bevoegd gezag, onderschrijft de uitkomsten van het onderzoek en geeft daarbij eveneens aan dat er sprake is van een stikstofbelasting die onder de drempelnorm blijft die door gezamenlijke provincies is vastgesteld. Er is geen vergunning nodig ten behoeve van de uit te voeren sloopwerkzaamheden van de kerk en de oprichting van de appartementen aan de Zutphensestraatweg 20-40 te Dieren. Ten aanzien van soortenbescherming geeft het onderzoek d.d. 12 november 2020 (Bijlage 7 Quick scan natuur Zut. 20 nov.
2020 ) de volgende conclusies: In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving; In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Het blijkt dat in en om het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Mogelijk zijn nestplaatsen aanwezig van kerkuil, huismus en gierzwaluw. Nestplaatsen van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Verder zijn mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen en steenmarter aanwezig. Derhalve dient een nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Dit onderzoek is uitgevoerd in september / oktober 2021 (Bijlage 12 Aanvullend onderzoek fauna Zutphensestraatweg 20 ).
Tijdens het onderzoek is een rustplaats of voortplantingsplaats van een gierzwaluw vastgesteld in het dak van de kerk. Indien de kerk wordt gesloopt zal dit leiden tot verstoring en/of vernietiging van deze verblijfplaats. Dit is niet toegestaan, het aanvragen van een ontheffing is dan ook noodzakelijk om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren zoals deze gepland zijn. Aan de hand van dit onderzoek waarbij het onderzoeksprotocol van BIJ12 en 33 Dieren-Zuid, locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 (vastgesteld)
netwerkgroene bureau’s is gevolgd, is de aanwezigheid van beschermde voortplantings- en/of rustplaatsen van huismus, kerkuil, steenmarter en vleermuizen uitgesloten. Negatieve effecten op beschermde voortplantings- en/of rustplaatsen van huismus, kerkuil, steenmarter en vleermuizen als gevolg van de werkzaamheden worden niet verwacht. Tijdens het onderzoek is een foerageergebied van gewone dwergvleermuizen vastgesteld in de nabije omgeving van de kerk. Negatieve effecten op het foerageergebied na voltooiing van de werkzaamheden worden niet verwacht. Tijdens de werkzaamheden zal hier wel rekening mee gehouden dienen te worden door geen gebruik te maken van sterk kunstmatig licht zoals bouwlampen in de avond en nacht, van zonsondergang tot zonsopkomst. Dit is met name van belang in de paarperiode vanaf (15 augustus tot en met oktober). In de bouwfase kan de rugstreeppad het plangebied koloniseren, als het plangebied braak ligt. Met het treffen van simpele maatregelen kan dit voorkomen worden. Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. Ontheffing Flora en Fauna Het aanvullende seizoensgebonden onderzoek naar beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt vanuit de Wet Natuurbescherming wordt in september/oktober 2021 uitgevoerd.