CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidskader Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2022-2036 (22.10)

Raadsvergadering 15 maart 2022, gemeente RhedenBij agendapunt: Beleidskader Intergraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021-2036 (22.10)9.679 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidskader Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2022 - 2036 ‘Samen voor een leefbare samenleving’

Opgesteld door: Datum: Status:

StructureGroup BV 18 januari 2022 definitief

Colofon Titel:

Beleidskader Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2022 - 2036

Opdrachtgever:

Gemeente Rheden Contactpersoon: mevrouw G. Oosterveld-Huizing Hoofdstraat 3 6994 AB De Steeg 026 – 4976577

Auteur:

StructureGroup BV Contactpersoon: de heer W.H. Zijlstra Wipstrikkerallee 95 8023 DW Zwolle tel. 085 – 0646087 info@structuregroup.nl www.structuregroup.nl Auteur: de heer F. Breedeveld

Datum:

18 januari 2022

Aantal pagina’s:

29, exclusief bijlagen Dit IHP is mede tot stand gekomen door de inbreng van vertegenwoordigers van de betrokken schoolbesturen:     

Delta Scholengroep Scholengroep Veluwezoom Stichting Het Rhedens Stichting Montessori en Traditioneel Basisonderwijs Vereniging PCBO Rheden

© StructureGroup BV, 2022 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, worden opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of worden openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier – indien dit publicaties beoogt buiten de engste kring van opdrachtgever – zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van StructureGroup BV.

2

IHP gemeente Rheden

Inhoudsopgave Colofon.................................................................................................................... 2 1.

Inleiding............................................................................................................ 4

1.1

Werkwijze...................................................................................................... 4

1.2

Leeswijzer beleidskader ................................................................................... 5

2.

Visie op onderwijshuisvesting ........................................................................... 6

2.1 3.

Doelstellingen IHP........................................................................................... 6

Wettelijke en beleidskaders IHP ........................................................................ 8

3.1

Wetgeving ..................................................................................................... 8

3.2

Rollen en verantwoordelijkheden ....................................................................... 9

3.3

Bestaande lokale beleidskaders ........................................................................12

4.

Ontwikkelkaders en ambities IHP .................................................................... 14

4.1

IKC-vorming .................................................................................................14

4.2

Kwaliteit onderwijshuisvesting .........................................................................15

4.3

Verduurzaming onderwijshuisvesting ................................................................16

4.4

Onderhoud, renovatie en vervangende nieuwbouw .............................................18

5.

Analyse onderwijshuisvesting.......................................................................... 21

5.1

Toekomstperspectief ......................................................................................21

5.2

Bouwkundige kwaliteit ....................................................................................22

5.3

Gebruikskwaliteit ...........................................................................................22

5.4

Duurzaamheid ...............................................................................................23

5.5

Exploitatiekosten ...........................................................................................23

6.

Huisvestingsagenda 2022-2036 ....................................................................... 24

6.1

Vervolgstappen .............................................................................................24

6.2

Algemene aandachtspunten.............................................................................25

6.3

Aandachtspunten per voedingsgebied ...............................................................26

7.

Bijlagen ........................................................................................................... 29

Bijlage 1 - Gegevens scholen ...................................................................................29 Bijlage 2 - Bevolkingsontwikkeling, leerlingprognoses en ruimtebehoefte ........................29 Bijlage 3 - Overzicht uitkomst analyse onderwijshuisvesting .........................................29

3

1. Inleiding Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2022-2036 is opgesteld om voor de gemeente Rheden een zo volledig mogelijk inzicht te geven in de huisvestingsopgave voor zowel basis, speciaal als voortgezet onderwijs. Het voorbereiden van onderwijshuisvesting op de toekomst vormt hierin de rode draad. Belangrijk uitgangspunt voor dit IHP is een intensieve samenwerking tussen gemeente en onderwijs vanuit een gezamenlijke visie, waarbij de energiestransitie, een gezond binnenklimaat en de verbinding met de wijk, de regio en maatschappelijke partners belangrijke pijlers zijn. Het IHP bestaat uit een beleidskader waarin de gezamenlijke strategische visie wordt uitgewerkt. Partijen doen dit vanuit een ambitie met betrekking tot onderwijshuisvesting, aanpalend gemeentelijk beleid, onderwijswetgeving en een analyse van de huidige situatie. Doel hiervan is het formuleren van de condities waarbinnen gemeentebreed en op een transparante en eenduidige wijze beslissingen kunnen worden genomen op het gebied van onderwijshuisvesting, waarbij verantwoordelijkheden duidelijk en gedragen zijn. Het beleidskader wordt verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma. Hierin worden nadere afspraken gemaakt over kwaliteitsniveaus, lokaal maatwerk (indien mogelijk), volgorde, planning en de verdeling van middelen.

Het IHP resulteert in een reeks van maatregelen waarvan per schoolgebouw en/of voedingsgebied de haalbaarheid en effectiviteit zal worden onderzocht. Vanuit dit onderzoek wordt het meest optimale scenario gekozen. Ook periodieke evaluatie van het IHP zelf in relatie tot de ontwikkeling van de leerlingenaantallen wordt hierin meegenomen.

1.1 Werkwijze Dit huisvestingsplan is het resultaat van zorgvuldig onderzoek en intensief overleg. In samenspraak met vertegenwoordigers van alle schoolbesturen, van zowel primair als voortgezet onderwijs zijn de volgende stappen gezet:    

4

Verzamelen van gegevens schoolgebouwen Formuleren van uitgangspunten Opstellen prognoses Maken van basisafspraken

IHP gemeente Rheden

1.2 Leeswijzer beleidskader In de opbouw van het beleidskader werken we vanuit de gezamenlijke visie toe naar een aantal basisafspraken waarbinnen de komende 16 jaar alle vraagstukken op het gebied van onderwijshuisvesting kunnen worden aangepakt. Het beleidskader bevat de volgende hoofdstukken:   

Hoofdstuk 1: Inleiding Toelichting op de opzet van dit IHP Hoofdstuk 2: Visie op onderwijshuisvesting Gezamenlijke visie van de gemeente en schoolbesturen op onderwijshuisvesting Hoofdstuk 3: Wettelijke en beleidskaders Omschrijving van relevante wetgeving met betrekking tot onderwijshuisvesting en bewegingsonderwijs en daaruit voortkomende rollen en verantwoordelijkheden. Daarnaast komen het huur- en leegstandbeleid en relevante lokale beleidskaders van de gemeente aan bod op het gebied van wonen, sport, kinderopvang, klimaatdoelstellingen en het sociaal domein. Hoofdstuk 4: Ontwikkelkaders en ambities Omschrijving van belangrijke ontwikkelingen op het gebied van onderwijshuisvesting met betrekking tot multifunctionaliteit (IKC-vorming), kwaliteitseisen en verduurzaming. Gezamenlijke ambities hieromtrent vormen de basis voor het uitvoeringsprogramma. Er wordt ook nader ingegaan op de afweging tussen renovatie of (ver-)nieuwbouw en de inzet van het haalbaarheidsonderzoek als middel om de technische en financiële uitvoerbaarheid van ontwikkelscenario’s vast te kunnen stellen. Hoofdstuk 5: Analyse onderwijshuisvesting Toelichting op de onderzoeksthema’s met betrekking tot het toekomstperspectief van scholen, de bouwkundige kwaliteit, de gebruikskwaliteit, de huidige stand met betrekking tot duurzaamheid en de exploitatiekosten (onderhoud en energieverbruik).

Hoofdstuk 6: Huisvestingsagenda 2022-2036 Naast de formulering van belangrijke thema’s gericht op de verbetering van kwaliteit, functionaliteit en duurzaamheid van schoolgebouwen worden vanuit de analyse de aandachtspunten per voedingsgebied samengevat. Daarnaast wordt er vooruit gekeken naar de vervolgstappen vanuit het beleidskader. Bijlagen: Bijlage 1 betreft de basisgegevens per school. Bijlage 2 bevat de leerlingprognoses en daaruit volgende verwachtingen voor de ruimtebehoefte per school en per voedingsgebied. Bijlage 3 bevat de uitkomst van de analyse van de schoolgebouwen vanuit de prognoses en de quickscan.

Onderwijshuisvesting 2022 - 2036

5

2. Visie op onderwijshuisvesting De gemeente Rheden en de schoolbesturen willen met het opstellen van dit IHP gezamenlijk optrekken in het realiseren van een veilige en gezonde omgeving waarbinnen kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Schoolgebouwen, verankerd in de wijken, zijn bij uitstek de omgeving die bijdraagt aan deze ontwikkeling. Met vitale en leefbare wijken willen wij aantrekkelijk zijn voor (jonge) gezinnen om in onze gemeente te (komen) wonen. Goede onderwijsvoorzieningen zijn hierbij essentieel. Schoolgebouwen dienen primair te faciliteren in het geven van kwalitatief hoogwaardig onderwijs. Het is hierbij belangrijk om te kunnen voorsorteren op toekomstige ontwikkelingen en maatschappelijke behoeftes. Met 25 scholen verdeeld over 6 kernen zal er zeker behoefte zijn aan ruimte om in te kunnen spelen op lokale ontwikkelingen. Scholen vormen een belangrijke schakel in de infrastructuur van het sociaal domein. Vanuit een integraal beleid wil de gemeente bijdragen aan de ontwikkelingskansen van kinderen door de verbinding te faciliteren van onderwijshuisvesting met ontwikkelingen op beleidsvelden als jeugdhulp, participatie, maatschappelijke ondersteuning en passend onderwijs. Schoolgebouwen bieden steeds vaker ook onderdak aan andere voorzieningen, aansluitend op het onderwijs en/of afgestemd op behoeftes vanuit de wijk.

Voorbeelden hiervan zijn integrale kindcentra en multifunctionele accommodaties.

2.1 Doelstellingen IHP De aandacht verschuift in dit IHP nadrukkelijk van de instandhouding van scholen naar het voorbereiden van onderwijshuisvesting op de toekomst. We willen voorbereid zijn op onderwijskundige vernieuwingen en we zoeken nadrukkelijk de verbinding met maatschappelijke partners ter versterking van de sociale infrastructuur in de wijken. Daarnaast zien we de noodzaak van een energietransitie om onze CO2 uitstoot terug te kunnen dringen en is het belang van een gezond binnenklimaat mede door COVID een prioriteit. Om recht te kunnen doen aan gemeentelijke en onderwijskundige belangen is een integraal plan voor onderwijshuisvesting nodig. De gemeente Rheden en de onderwijsbesturen trekken gezamenlijk op in het realiseren van de volgende doelstellingen:

6

IHP gemeente Rheden

  

 

Samenwerken aan de instandhouding, aanpassingen en realisatie van gebouwen voor funderend onderwijs Inspelen op maatschappelijke en onderwijskundige ontwikkelingen Lokaal inzetten op het bundelen van krachten met andere maatschappelijke instellingen: o kinderopvang o welzijn o buurthuizen o bibliotheken o sportaccommodaties Waarborgen van de toegankelijkheid van onderwijs voor alle kinderen o inclusiviteit van het regulier onderwijs – passend onderwijs o streven naar onderwijs in alle kernen o bereikbaarheid vanuit de regio Het faciliteren van divers, kwalitatief hoogwaardig en passend onderwijs De realisatie van duurzame en toekomstbestendige huisvesting: o van voldoende omvang o afgestemd op het onderwijs o met ruimte voor toekomstige ontwikkelingen (flexibiliteit) o met ruimte voor (lokale) samenwerkingspartners (multifunctionaliteit) o verbonden met buurt, wijk en regio o veilige gebouwen en met een gezond binnenklimaat o gebouwen met een lage energielast en CO2 uitstoot o gebouwen met een zo laag mogelijke exploitatielast Het combineren van beschikbare financiële middelen vanuit de gemeente en de schoolbesturen

Onderwijshuisvesting 2022 - 2036

7

3. Wettelijke en beleidskaders IHP In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wettelijke kaders waarbinnen de gemeente en schoolbesturen opereren met betrekking tot onderwijshuisvesting. Vanuit deze wetgeving hebben partijen traditioneel hun eigen rol en daarbij horende verantwoordelijkheden. Dit IHP biedt kansen om deze tegen het licht te houden. Daarnaast komen ook relevante lokale bestaande beleidskaders aan bod die van invloed kunnen zijn op de benadering van onderwijshuisvesting in het IHP. Ontwikkelkaders worden omschreven in hoofdstuk 4.

3.1 Wetgeving De juridische basis voor onderwijshuisvesting is vastgelegd in de wet op het Primair Onderwijs (WPO), de wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) en de wet op de Expertise Centra (WEC). De VNG heeft de regelgeving uitgewerkt tot een Model Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs voor gemeenten. De financiële paragraaf in het model is afgestemd op de vergoedingen die een gemeente in het gemeentefonds voor onderwijshuisvesting krijgt. 3.1.1

Wetswijziging 2023 Naar verwachting zal in 2023 een wetsvoorstel worden aangenomen op voordracht van de PORaad, VO-raad en VNG. Hiermee worden oplossingen geboden voor een aantal bestaande knelpunten met betrekking tot de instandhouding en financiering van onderwijshuisvesting. Met de invoering wordt ook beoogd de samenwerking tussen gemeenten en schoolbesturen te verbeteren. De verwachting is dat het wetsvoorstel in de loop van 2022 aan de Tweede Kamer zal worden voorgelegd. Vooruitlopend hierop wil gemeente Rheden hier in het voorliggend IHP op inspelen. Kort samengevat bestaat het voorstel uit de volgende punten: 

8

Opstellen IHP voor lokaal strategisch beleid De jaarcyclus met aanvragen voor huisvestingsvoorzieningen maakt plaats voor een Integraal Huisvestingsplan met een looptijd van minimaal zestien jaar. Opstellen Meerjaren Onderhoudsplannen (MJOP’s) Onderdeel van de afspraken in het IHP is de verplichting voor schoolbesturen om informatie omtrent de onderhoudsstaat van schoolgebouwen actueel te houden. Renovatie wordt een huisvestingsvoorziening In de nieuwe wetgeving wordt renovatie een volwaardig alternatief voor nieuwbouw en primair een taak van de gemeente.

IHP gemeente Rheden

3.1.2

Versoepelen investeringsverbod onderwijsorganisaties Schoolbesturen krijgen meer ruimte om (mee) te investeren in huisvesting en kunnen zo meer invloed uitoefenen op de kwaliteit.

Bewegingsonderwijs PO Voor het primair onderwijs moet de gemeente voorzien in voldoende capaciteit voor bewegingsonderwijs. De scholen beschikken in hun gebouwen over een speellokaal voor de onderbouw. De gemeente is verantwoordelijk voor de faciliteiten waarin de scholen de gymlessen voor midden- en bovenbouw kunnen geven. Met het in 2020 aangenomen amendement op de WPO (voorstel Heerema en Van Nispen) is de norm hiervoor vastgelegd op twee klokuren per week. In de WPO wordt echter uitgegaan van lesuren (2x 45 minuten), ook de bekostiging is hierop afgestemd. Mede hierdoor zal voor gymlessen (vooralsnog) worden uitgegaan van een norm van 2 lesuren van 45 minuten. Hiermee zal het aantal beschikbare sportaccommodaties voldoende aansluiten op de vanuit het primair onderwijs benodigde capaciteit. Aan dit amendement is een overgangsperiode gekoppeld waarbinnen scholen en gemeenten kunnen inventariseren of de huidige capaciteit voldoende is om vervolgens (indien nodig) extra capaciteit te kunnen realiseren. De gemeente Rheden gaat onderzoeken in hoeverre dit het geval is. Bewegend leren Naast het faciliteren van voldoende bewegingsonderwijs willen we het integreren van beweging in het onderwijs, bewegend leren zowel binnen als buiten zo veel mogelijk stimuleren. Het schoolplein is bij uitstek de plek om (spelenderwijs) te bewegen, ook buiten schooltijd.

Belangrijke voorwaarden hiervoor zijn een aantrekkelijke buitenruimte met een goede en gevarieerde inrichting waardoor kinderen op een natuurlijke en vanzelfsprekende manier worden uitgedaagd om te bewegen en te sporten. Indien mogelijk kan er hiervoor eventueel ook worden uitgeweken naar een speeltuin in de directe omgeving van de school.

3.1.3

Voorziening buitensport VO Voor het voortgezet onderwijs moet de gemeente eveneens voorzien in voldoende capaciteit voor bewegingsonderwijs. De VO scholen die onderdeel uitmaken van dit IHP beschikken in hun gebouw over een eigen gymzaal. Daarnaast faciliteert de gemeente in ruimte voor buitensport. Wanneer een school niet de beschikking heeft over een eigen sportveld kan er gebruik worden gemaakt van een door de gemeente gefinancierd sportveld. Voor de huur van een gemeentelijk sportveld kunnen scholen aanspraak maken op een vergoeding (zie huisvestingsverordening).

3.2 Rollen en verantwoordelijkheden Van oudsher zijn gemeenten primair verantwoordelijk voor nieuwbouw terwijl schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor onderhoud en exploitatie. Met het opstellen van dit IHP ontstaat de kans om vanuit een gezamenlijke aanpak van toekomstige huisvestingsvraagstukken de exploitatielasten en stichtingskosten beter op elkaar af te stemmen. 3.2.1

Gemeente Rheden Volgens de onderwijswetten heeft de gemeente een zorgplicht om op het gebied van huisvesting te voorzien in:      

(vervangende) Nieuwbouw Uitbreiding en tijdelijke huisvesting Eerste inrichting (schoolmeubilair en onderwijsleerpakket) Schade door constructiefouten / bijzondere omstandigheden (vandalisme) OZB Bieden van voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs

Onderwijshuisvesting 2022 - 2036

9

Gemeente Rheden hanteert de modelverordening van de VNG als basis voor de lokale verordening. De “verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Rheden 2015” is voor het laatst geactualiseerd op 20 oktober 2017. Na het vaststellen van het IHP zal de verordening dan ook worden geactualiseerd op basis van dit IHP. 3.2.2

Schoolbesturen Vanuit de rijksoverheid ontvangen de schoolbesturen jaarlijks een genormeerd bedrag (gebaseerd op het aantal ingeschreven leerlingen op 1 oktober van het voorafgaande jaar) in de vorm van een Materiele Instandhouding (MI) vergoeding. Hiermee worden schoolbesturen geacht de volgende zaken te financieren:     

Voorzieningen onderhoud exterieur en interieur Dagelijks onderhoud (herstelwerkzaamheden) Kosten energie- en waterverbruik Schoonmaak Vervanging leermiddelen

Vooruitlopend op het doorvoeren van de voorgestelde wijzigingen in de WPO en WVO zijn de schoolbesturen verplicht om informatie omtrent de onderhoudsstaat van hun gebouwen actueel te houden in de vorm van een meerjaren onderhoudsplanning. Uit een eerste inventarisatie blijkt overigens dat het MJOP als onderhoudsprognose door alle besturen actief wordt gebruikt. 3.2.3

Gezamenlijke verantwoordelijkheid De gemeente en het onderwijs willen samen verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de schoolgebouwen. De strategische visie waarbinnen huisvestingsvraagstukken de komende 16 jaar zullen worden opgepakt gaat niet alleen over te realiseren doelstellingen. Het gaat ook over het afstemmen en verbinden van taken die partijen van oudsher hebben. Daarnaast is het ook van belang om duidelijke afspraken te maken over cofinanciering. De aankomende wetswijzingen zullen schoolbesturen meer ruimte geven om te investeren in de kwaliteit van onderwijshuisvesting. Vooruitlopend hierop kunnen schoolbesturen vooraf per school vanuit een TCO (Total Cost of Ownership) benadering investeringsruimte creëren:   

Investeren vanuit reserveringen voor groot onderhoud Na vaststelling van het toekomstperspectief (b.v. renovatie of nieuwbouw binnen 5 jaar) een deel van de MI vergoeding sparen door onderhoud (deels) niet uit te voeren Kapitaliseren van besparing op exploitatiekosten na realisatie

Goed regulier onderhoud heeft zonder meer een levensduur verlengend effect. Echter na ongeveer 40 jaar komt er voor de meeste schoolgebouwen een moment waarop er meer nodig is dan regulier voorzieningenonderhoud. Tegelijkertijd is dan in de meeste gevallen ook de afschrijvingstermijn verstreken. Het reserveren van voldoende voorbereidingstijd geeft beide partijen voldoende tijd om hierop te kunnen anticiperen. Na een levensduur van 35 jaar zal daarom worden onderzocht wat het toekomstperspectief is voor een gebouw. Dit geeft zowel de gemeente als schoolbesturen de ruimte om zich hier zowel procesmatig als financieel op voor te bereiden. Gemeente en schoolbesturen streven naar een verantwoorde en effectieve inzet van maatschappelijke middelen ten behoeve van onderwijshuisvesting. Omdat normbudgetten over het algemeen niet aansluiten op de huidige eisen die aan onderwijshuisvesting worden gesteld zijn afspraken omtrent een gezamenlijke financiering essentieel. Hiermee wordt het mogelijk om een hoger kwaliteitsniveau te realiseren, een belangrijke schakel in de ambitie richting toekomstbestendige schoolgebouwen.

10

IHP gemeente Rheden

3.2.4

Eigendomsverhouding en rolverdeling In de onderwijswetgeving is vastgelegd dat schoolbesturen juridisch eigenaar zijn van hun onderwijsgebouwen. Hiermee wordt bedoeld dat het eigendom van terrein en opstallen zoals beschreven in het Kadaster bij de schoolbesturen ligt. Dit betekent niet dat een schoolgebouw kan worden verkocht of dat er een hypotheek op kan worden gevestigd. Ook is er toestemming nodig van de gemeente voor het verhuren van (een deel van) de huisvesting. Als juridisch eigenaar zijn schoolbesturen verantwoordelijk voor de instandhouding van de schoolgebouwen en de zorg voor de veiligheid van leerlingen en leerkrachten. Het economisch eigendom van de schoolgebouwen ligt bij de gemeente. In de realisatie van onderwijshuisvesting zal de gemeente zorg dragen voor de financiering, schoolbesturen zullen als (toekomstig) juridisch eigenaar optreden als bouwheer. Eventueel kan het college van B&W, op verzoek van een schoolbestuur, ervoor kiezen daarvan af te wijken. In dat geval wordt na oplevering het eigendom aan het schoolbestuur overgedragen. Wanneer een onderwijsgebouw niet meer voor onderwijsdoeleinden wordt gebruikt zal het juridisch eigendom van rechtswege vervallen aan de gemeente.

3.2.5

Gebruik onderwijsruimten door derden De ruimten in een onderwijsgebouw vallen onder de wet Primair of Voortgezet Onderwijs. Hierin wordt bij het in gebruik geven van voor onderwijs bestemde ruimten aan derden onderscheid gemaakt tussen medegebruik en verhuur. Het kan hierbij zowel gaan om de inzet van leegstand als het gebruik van onderwijsruimten buiten schooltijden. Commerciële organisaties kunnen daarentegen geen aanspraak maken op medegebruik. In dat geval zal er sprake zijn van verhuur. Een huurovereenkomst kan alleen worden afgesloten in overeenstemming met de gemeente. Voor het medegebruik van ruimten geldt:     

Het betreft een andere school of organisaties met een maatschappelijk, cultureel of sociaal doel Er is geen toestemming nodig van de gemeente Er wordt gebruik gemaakt van leegstand in een schoolgebouw Bij ruimtegebrek van de school dient medegebruik te worden beëindigd (dit is niet van toepassing als het medegebruik door een andere school betreft) Er kan worden volstaan met het vragen van een exploitatievergoeding

Voor de verhuur van ruimten geldt:     

Het betreft commerciële organisaties (met winstoogmerk) Verhuur gaat altijd in overleg met het college van B&W (gemeente) Zonder toestemming van het college is een huurovereenkomst ongeldig Er wordt een kostprijs-dekkende huur gevraagd bestaande uit een exploitatievergoeding voor de school en een verdiscontering van de kapitaallasten voor de gemeente Er is geen sprake van huurbescherming

In de gemeente Rheden wordt, zoals uit een eerste inventarisatie is vastgesteld, circa 1.000 m2 BVO aan de kinderopvang verhuurd. Kinderopvang wordt juridisch gezien als een commerciële partij. Voor een deel van deze ruimten zijn afspraken tussen de gemeente en de kinderopvang gemaakt. De overige ruimten worden door de schoolbesturen verhuurd. 3.2.6

Huur- en leegstandsbeleid Gemeente Rheden heeft in 2013 een Huurbeleid vastgesteld waarin afspraken zijn vastgelegd over zowel de verhuur als leegstand van ruimten in onderwijsgebouwen. In het kader van het IHP zal dit het komend jaar in overleg met de schoolbesturen worden geactualiseerd. Belangrijkste gesprekonderwerpen hierin zijn de verdeling van huuropbrengsten en de te volgen procedure bij teruggave van een gebouw.

Onderwijshuisvesting 2022 - 2036

11

 

 

Bij medegebruik ontvangen schoolbesturen een exploitatievergoeding. Bij verhuur (in overleg met de gemeente) ontvangen schoolbesturen een deel van de huurpenningen in de vorm van een exploitatievergoeding. De gemeente ontvangt het overige deel van de huurpenningen (verrekening kapitaallasten). Het gemeentelijk deel van de huurpenningen wordt besteed aan onderwijshuisvesting. In de afspraken omtrent medegebruik en/of verhuur is maatwerk mogelijk. Er wordt een stappenplan opgesteld voor de teruggave van schoolgebouwen: o Schriftelijk kenbaar maken overdracht o Schouw door gemeente en schoolbestuur o Nulmeting door onafhankelijke derde o Opstellen inspectieverslag o Collegebesluit terugname (indien geen geschillen) o Eindinspectie door gemeente en schoolbestuur o Opstellen gebouwdossier o Invullen VNG Model verklaring buiten gebruikstelling o Oplevering o Juridische overdracht Er worden afspraken gemaakt omtrent de teruggave van schoolgebouwen: o Minimale technische staat van het op te leveren gebouw o Eventuele aanwezige medegebruikers en/of huurders

In de gemeente Rheden is structurele leegstand aanwezig. We spreken van leegstand wanneer is vastgesteld dat de capaciteit van een gebouw groter is dan de ruimtebehoefte op basis van het aantal leerlingen. Met structureel bedoelen we een leegstand die al minstens drie jaar aan de orde is en waarbij in de toekomst geen zicht is op vermindering. Wanneer de leerlingprognoses dit aantonen kan het een optie zijn deze leegstand aan te wenden voor de verhuur aan kinderopvang of maatschappelijke organisaties die raakvlakken hebben met onderwijs. Hierbij kan de gemeente afzien van het vorderingsrecht voor de duur van de huurovereenkomst in het belang van de samenwerking en de gewenste verbreding van onderwijsvoorzieningen.

3.3 Bestaande lokale beleidskaders De gemeente Rheden wil een aantal bestaande beleidskaders verbinden aan het IHP die indirect van invloed kunnen zijn op de benadering van onderwijshuisvesting. De actuele thema’s die hierin aan bod komen zijn wonen, sport, het sociaal domein, kinderopvang en duurzaamheid. Deze beleidskaders zijn opgesteld voor een kortere termijn dan de looptijd van het IHP. Uitgaande van het belang wat de gemeente hecht aan deze thema’s zullen deze beleidskaders logischerwijs worden meegenomen in het uitvoeringsprogramma. 3.3.1

Meerjarenbeleidskader Meedoen 2017-2021 Alle inzet van de gemeente op het Sociaal Domein is er op gericht dat inwoners gezond, veilig en relatief gelukkig aan de samenleving kunnen meedoen. De drie focuspunten hierin zijn:   

3.3.2

Een sociale infrastructuur voor een leefbare en een toekomstbestendige gemeente met ruimte voor maatwerk De bereidheid om voor en met elkaar dingen te doen (zoals vrijwilligerswerk, burenhulp of maatschappelijk verantwoord ondernemerschap) Het faciliteren van initiatieven en het verbinden van sociale partners

Peuterbeleidsplan 2019-2022 Voldoende aanbod en kwalitatief goede kinderopvang biedt extra ontwikkelingsmogelijkheden voor kinderen en draagt bij aan de stimulering van de arbeidsparticipatie van ouders.   

12

Doel 1: Kansengelijkheid voor alle peuters uit de gemeente Rheden Doel 2: De voorzieningen zijn van hoge pedagogische kwaliteit Doel 3: We werken toe naar kindcentra voor 0-13 jarigen

IHP gemeente Rheden

3.3.3

Woonvisie 2020-2026 Vanuit afspraken in de Woondeal wordt samengewerkt met het Rijk, de Provincie en regiogemeenten aan het versneld realiseren van woningbouw ten behoeve van het terugdringen van het woningtekort. De focus ligt op drie speerpunten:   

3.3.4

Nota sport & bewegen 2019-2026 De gemeente Rheden wil de kracht van sport en bewegen benutten. Samen met partners uit sport, onderwijs, zorg, bedrijfsleven, welzijn, natuur, toerisme, recreatie wil de gemeente zoveel mogelijk mensen stimuleren om te sporten en te bewegen. De gemeente richt zich op:   

3.3.5

Leefbare wijken voor alle inwoners Bestaande woningvoorraad duurzaam en toekomstbestendig maken Toevoegen van de juiste kwaliteit woningen

Het stimuleren van sporten en bewegen onder verschillende doelgroepen Het behouden en door ontwikkelen van sport- en beweeg voorzieningen Het werken aan vitale sportverenigingen en aanbieders

Aan de slag met een duurzaam klimaat 2019-2022 De gemeente wil meer inzetten op participatie van inwoners en ondernemers in het realiseren van de klimaatdoelen. De ambitie is een CO2 neutraal Rheden in 2040. Voor de komende vier jaar zijn een viertal hoofddoelen opgesteld:    

Besparing van 1,5% per jaar op het energieverbruik in Rheden Aandeel duurzaam opgewekte energie in Rheden van 16% in 2023 Beperken en voorkomen wateroverlast, droogte en hittestress Vergroten bewustwording en stimuleren gedragsverandering van alle doelgroepen

Onderwijshuisvesting 2022 - 2036

13

4.Ontwikkelkaders en ambities IHP Naast de wettelijke kaders en lokale beleidskaders waarbinnen huisvestingsvraagstukken voor onderwijs worden behandeld zijn er vanuit de gezamenlijke visie een aantal belangrijke ontwikkelkaders waarmee het ambitieniveau omtrent de te realiseren kwaliteit en functionaliteit van onderwijshuisvesting verder kan worden uitgewerkt. In dit hoofdstuk gaan we in op deze ontwikkelkaders, de verdere uitwerking ervan vindt plaats in het uitvoeringsprogramma.

4.1 IKC-vorming Een Integraal Kindcentrum (IKC) is meer dan een gezamenlijke huisvesting voor onderwijs en kinderopvang, het betreft ook een inhoudelijke samenwerking. Het niveau en de intensiviteit waarin wordt samengewerkt kan hierbij uiteenlopen van het delen van ruimten tot het werken vanuit één pedagogische visie. De ambitie voor de toekomst is een integrale samenwerking vanuit één organisatie voor kinderen van 0-12 jaar. Voor de financiering van een IKC bestaat geen wet of regeling. Onderwijs en kinderopvang vallen hierbij onder verschillende wetgeving. De Wet op het Primair Onderwijs en de Wet kinderopvang hebben ieder hun eigen uitgangspunten. Daarnaast dient de gemeente zich te houden aan de Wet Markt en Overheid waarin staat dat er geen financiële steun mag worden verleend aan organisaties met een winstoogmerk. In principe is kinderopvang een commerciële organisatie en valt als zodanig niet onder de zorgplicht van de gemeente. Tegelijkertijd dient kinderopvang ook een maatschappelijk belang, enerzijds ter bevordering van de ontwikkeling van kinderen en anderzijds ter bevordering van participatiemogelijkheden (zie Meerjarenbeleidskader Meedoen en Peuterbeleidsplan). De gemeente wil daarom meewerken en waar nodig ook investeren in de vorming van een IKC maar wil hierbij wel de wet blijven volgen.

Het initiatief voor een dergelijke samenwerking ligt normaal gesproken bij de beoogde samenwerkingspartners. De gemeente vindt het maatschappelijk belang hierin dusdanig zwaarwegend dat het de mogelijkheid tot het vormen van een IKC als ontwikkelkader meeneemt in dit IHP. Het vormen van een IKC is bij uitstek maatwerk en kan worden gerealiseerd in zowel bestaande gebouwen (inzetten leegstand) als nieuw te realiseren

14

IHP gemeente Rheden

onderwijshuisvesting. De mogelijkheden voor gezamenlijke uitvoeringsprogramma nader worden onderzocht.

huisvesting

zullen

in

het

Ontwikkelkader IKC-vorming:       

 

Het initiatief voor samenwerken ligt primair bij de samenwerkingspartners De gemeente treedt op als regisseur en (co-)financier Het schoolbestuur is in de meeste gevallen juridisch eigenaar en treedt op als verhuurder (in sommige gevallen kan de gemeente deze rol op zich nemen) Kinderopvang betaalt een kostprijs dekkende huur De huuropbrengst wordt verdeeld over gemeente (verrekening kapitaallast investering) en school (bijdrage in onderhoud en exploitatie) Het in gebruik geven van voor onderwijs bestemde ruimten gebeurt altijd in overleg met de gemeente Wanneer de gemeente huisvesting voor IKC partners realiseert en hierbij optreedt als verhuurder wordt het risico van leegstand beperkt in de huursom (d.m.v. opslag t.b.v. twee jaar leegstand) Gedurende de looptijd van de huurovereenkomst zal de gemeente afzien van het vorderingsrecht Wettelijke kaders blijven verder van kracht, handhaving hiervan gebeurt zo veel mogelijk in dialoog

4.2 Kwaliteit onderwijshuisvesting Gemeente Rheden bevindt zich, net als andere gemeenten, in een spagaat als het gaat om de kwaliteit van de onderwijshuisvesting. De normvergoeding die een gemeente via het gemeentefonds ontvangt gaat uit van sober en doelmatig en het voldoen aan het Nieuwbouweisen Bouwbesluit. In de VNG-modelverordening is dit juridisch vastgelegd in de beschikbare normatieve budgetten voor nieuwbouw en uitbreiding. Gemeenten ervaren in de praktijk dat deze vergoedingen niet toereikend zijn. Aanvullende eisen op het gebied van (multi-)functionaliteit, flexibiliteit, binnenklimaat en duurzaamheid pakken vaak kostenverhogend uit. Veel gemeenten kiezen ervoor toch extra budget beschikbaar te stellen mede omdat scholen in het primair onderwijs zeer beperkte mogelijkheden hebben te investeren in onderwijsgebouwen. 4.2.1

PVE Frisse Scholen 2021 Het Programma van Eisen Frisse Scholen is door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) opgesteld als leidraad voor opdrachtgevers van nieuw- en verbouw van scholen (schoolbesturen en gemeenten) bij het realiseren van energiezuinige en gezonde scholen. Het helpt gemeenten en schoolbesturen met het formuleren van eisen (ambitieniveau) waar schoolgebouwen na een renovatie of nieuwbouw aan moeten voldoen met betrekking tot de thema’s:     

Energie (verbruik) Lucht (kwaliteit binnenklimaat) Temperatuur (verwarmen / koelen) Licht (daglicht / kunstlicht) Geluid (akoestiek / geluidshinder)

Afgestemd op de visie op onderwijshuisvesting kan er in het uitvoeringsprogramma een ambitieniveau (klasse A, B of C) worden vastgesteld waaraan op te leveren projecten moeten voldoen. Het ambitieniveau kan per thema worden vastgesteld. Hierbij is klasse B (goed) in principe het uitgangspunt voor de realisatie van (ver-)nieuwbouw en ingrijpende renovaties. Wanneer men (op onderdelen) extra kwaliteit wenst kan er voor

Onderwijshuisvesting 2022 - 2036

15

klasse A (uitmuntend) worden gekozen. Alleen bij kleinere renovaties van gebouwen met een beperkte levensduur (tijdelijke huisvesting) kan er gekozen worden voor klasse C (voldoende). Voor het hanteren van het PVE Frisse Scholen geldt dat bij hogere ambitieniveaus dit een kostenverhogend effect zal hebben. Normbudgetten vanuit de VNG zijn gebaseerd op het realiseren van een gebouw wat tenminste voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit. Dit kan door extra budget vanuit de gemeente en/of cofinanciering vanuit het onderwijs worden aangevuld. 4.2.2

Kwaliteitskader Huisvesting 2021 Gemeente Rheden en de schoolbesturen hebben in hoofdstuk 1 een gezamenlijke visie geformuleerd met betrekking tot onderwijshuisvesting: Alle schoolgebouwen dienen het geven van kwalitatief hoogwaardig onderwijs te (kunnen) faciliteren. Een voorwaarde voor goed onderwijs is een schoolgebouw wat aansluit op het onderwijs, de leerlingpopulatie, met een passende functionaliteit voor nu en de toekomst en van voldoende (bouw-)technische kwaliteit. Om tijdens het opstellen van dit IHP al een eerste inzicht te krijgen in de huidige kwaliteit van de schoolgebouwen is een quickscan uitgevoerd waarbij per schoolgebouw een vragenlijst is ingevuld door de schoolbesturen (zie hoofdstuk 5). De vragen zijn onderverdeeld en gebaseerd op onderstaande thema’s van het Kwaliteitskader Huisvesting “Bouwen aan de wereld van morgen” van Ruimte-OK: 

Beleving o Uitstraling van exterieur en interieur o Identiteit (van de school) herkenbaar o Indeling van het gebouw Gebruik o Goede ligging en bereikbaarheid (verkeersveiligheid) o Functionaliteit passend bij onderwijs(-visie) o Toegankelijk gebouw o Inrichting van de buitenruimte (integratie beweging en natuur) Techniek o Kwaliteit binnenklimaat (licht, lucht, geluid en temperatuur) o Beheersbare exploitatie(-kosten) o Flexibel gebouw (aanpasbaar)

In de haalbaarheidsonderzoeken per schoolgebouw en in het vervolgtraject bij het opstellen van toekomstige Programma’s van Eisen voor de realisatie van onderwijshuisvesting zullen elementen uit het kwaliteitskader Huisvesting worden meegenomen bovenop bouwbesluiteisen en het ambitieniveau vanuit het PVE Frisse Scholen. In het uitvoeringsprogramma zal hier verder invulling aan worden gegeven. Hierbij moet rekening worden gehouden met een mogelijk kostenverhogend effect van het hanteren van het kwaliteitskader. Ook hiervoor kan het budget vanuit de gemeente en het onderwijs worden aangevuld.

4.3 Verduurzaming onderwijshuisvesting Gemeente Rheden wil dat haar onderwijshuisvesting duurzaam is en op termijn voldoet aan de eisen van het klimaatakkoord. Ook het onderwijs heeft dit streven en is al bezig met het nemen van maatregelen om haar gebouwen duurzamer te maken. Onder meer zijn zonnepanelen geplaatst, wordt het onderhoud duurzaam uitgevoerd en wordt uitvoering gegeven aan de wettelijk verplichting tot het uitvoeren van energiebesparende maatregelen. Het zijn nu nog activiteiten die in beperkte samenhang worden uitgevoerd en waarbij ook nog niet duidelijk is hoe onderwijs en gemeente hierin samen kunnen werken. Duidelijk is dat de financiële middelen die het onderwijs krijgt hiervoor niet toereikend zijn. De gemeente heeft in het beleidskader “Aan de slag met een duurzaam klimaat” de ambitie omschreven van een CO2

16

IHP gemeente Rheden

neutraal Rheden in 2040. Hierbij vertrouwt de gemeente op de samenwerking met bedrijven, organisatie en inwoners. Een sectorale routekaart vormt de basis voor het gezamenlijk beleid ten aanzien van de verduurzaming van schoolgebouwen. Bij nieuwbouw of vernieuwbouw is het uitgangspunt altijd het realiseren van een schoolgebouw wat tenminste voldoet aan het Bouwbesluit. Voor wat het energieverbruik betreft voldoet het gebouw daarmee minimaal aan de BENG eisen.   

BENG 1: de energiebehoefte van een gebouw (in kWh/m2/jaar) BENG 2: het primair fossiel energieverbruik (in kWh/m2/jaar) BENG 3: Het aandeel van de herbruikbare energie in procenten (%)

Het uitgangspunt is dat nieuwe schoolgebouwen in de basis bijna energieneutrale gebouwen zijn. Ze worden niet meer voorzien van een gasaansluiting. Bij renovatie zal afhankelijk van de situatie en mogelijkheden een ambitieniveau worden geformuleerd. Afhankelijk van het budget kan hierbij worden gekozen voor stapsgewijze aanpak op natuurlijke momenten in een Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan (DMJOP). Een duurzame school is meer dan een gasloos gebouw met een lage CO2 uitstoot en lage energielast. Het is vooral ook een toekomstbestendig gebouw met een gezond binnenklimaat en een gebouw wat het geven van goed onderwijs faciliteert. Hierbij past ook een groen schoolplein. Groene schoolpleinen Voor zowel bestaande als nieuwe schoolgebouwen willen we het integreren van natuurlijke elementen in de inrichting van het schoolplein stimuleren. Een groen schoolplein biedt niet alleen extra speelmogelijkheden, het geeft ook een extra dimensie aan het geven van onderwijs. Op een groen schoolplein komen kinderen spelenderwijs in aanraking met de natuur, het schoolplein wordt hierbij als het ware een extra klaslokaal. De inrichting van een natuurinclusief schoolplein kan ook bijdragen aan het verbeteren van de biodiversiteit en daarmee ook de leefbaarheid in de wijk. 4.3.1

Ontwikkelkader verduurzaming schoolgebouwen Een gemeentelijke routekaart vormt in dit IHP het kader waarbinnen de komende jaren stappen worden gezet in het verduurzamen van de schoolgebouwen. Het is hierbij essentieel dat gemeente en onderwijs in het uitvoeringsprogramma gezamenlijk vaststellen welke gebouwen structureel onderdeel blijven van de onderwijsportefeuille en ook op lange termijn als school geëxploiteerd zullen worden. Hiermee kan er gericht en zo effectief mogelijk worden geïnvesteerd. Dit betekent niet dat er voor schoolgebouwen met een kortere exploitatieduur geen noodzaak is om te investeren in duurzaamheid. Hierbij zal wel worden ingezet op het uitvoeren van maatregelen die zich laten terugverdienen binnen de lopende exploitatie. Bij gebouwen met een langere exploitatie zal worden onderzocht hoe de kosten van verduurzamingsmaatregelen zich verhouden tot de realisatie van vervangende nieuwbouw. Indien mogelijk worden maatregelen gekoppeld aan natuurlijke onderhouds- en/of vervangingsmomenten vanuit een MJOP. Alle tussenstappen op het beleidspad dienen te worden gemaakt vanuit het perspectief van het einddoel. Ontwikkelkader verduurzaming schoolgebouwen:    

Het vastleggen van gezamenlijke duurzaamheidsambities en strategie van gemeentelijk en landelijk beleid Uiteenzetten rollen en verantwoordelijkheden Vaststellen prioriteit en toekomstperspectief schoolgebouwen Inzicht in huidige situatie met betrekking tot energieverbruik en CO2-uitstoot

Onderwijshuisvesting 2022 - 2036

17

     

Bepalen besparingsdoel energieverbruik en verlagen uitstoot CO2 Overzicht van natuurlijke onderhouds- en vervangingsmomenten vanuit de MJOP’s Opstellen mogelijke verduurzamingsscenario’s Kostenraming van de benodigde maatregelen per scenario Keuze scenario op basis van afweging investeringskosten versus exploitatiekosten Opstellen van een planning voor het uitvoeren van maatregelen

4.4 Onderhoud, renovatie en vervangende nieuwbouw Volgens de onderwijsverordening kunnen schoolbesturen geen voorziening voor een renovatie aanvragen. Deze voorziening bestaat namelijk niet. De verordening voorziet alleen in vervangende nieuwbouw als een gebouw in een zeer slechte staat van onderhoud verkeert. In de praktijk komt deze situatie vrijwel niet voor omdat schoolbesturen de plicht hebben hun gebouwen goed te onderhouden. In diverse onderzoeken is vastgesteld dat het voor schoolbesturen, met de huidige budgetten die zij van het Rijk ontvangen, niet mogelijk is bestaande gebouwen te laten voldoen aan de huidige en toekomstige eisen van functionaliteit, binnenklimaat en duurzaamheid. Ook de gemeente ontvangt hiervoor geen middelen. 4.4.1

Afweging renovatie, vernieuwbouw of vervangende nieuwbouw Een renovatie is meer dan alleen het aanpakken van (achterstallig) bouwkundig en technisch onderhoud. Renoveren betekent letterlijk vernieuwen. Na ongeveer 40 jaren van intensief gebruik en zorgvuldig onderhoud breekt voor ieder gebouw onontkoombaar het moment aan waarop er grootschaligere ingrepen nodig zijn om te kunnen voldoen aan huidige wet- en regelgeving op het gebied van veiligheid en kwaliteit. Tegelijk kan dit – indien nodig - het natuurlijk moment zijn om vanuit gewijzigd inzicht met betrekking tot het gebruik de functionaliteit van het gebouw aan te passen. Een belangrijk onderdeel van het IHP is het gezamenlijk maken van afspraken over het moment van vernieuwing en het hierbij gewenste kwaliteitsniveau. Door middel van een haalbaarheidsonderzoek kan de omvang van de benodigde maatregelen worden vastgesteld evenals de daarmee gemoeide investeringskosten. Afhankelijk van de architectonische en technische kwaliteit van het bestaande schoolgebouw zal de uitkomst van dit haalbaarheidsonderzoek leiden tot één van de onderstaande drie scenario’s: 

18

Renovatie o Voorziening om de levensduur van een bestaand gebouw te verlengen o Een verwachte exploitatieduur van tenminste 25 jaar o Groot onderhoudsvrij gebouw gedurende de exploitatieduur o Ten minste voldoen aan eisen Bouwbesluit bestaande bouw o Ten minste (op onderdelen) voldoen aan eisen Frisse scholen klasse C o Aanpak van functionele en technische knelpunten o Uitvoeren energiebesparende maatregelen mits aantoonbaar binnen de exploitatie terug te verdienen (conform EML Onderwijsinstellingen) o Afwegen kosten tegen noodzaak en terugverdientijd o Renovatiekosten < 70% van een nieuwbouwbudget Vernieuwbouw o Voorziening om de levensduur van een bestaand gebouw te verlengen o Hergebruik op basis van bestaand casco o Een verwachte exploitatieduur van 40 jaar o Voldoen aan nieuwbouweisen Bouwbesluit (BENG) o Ten minste voldoen aan eisen Frisse scholen klasse B o Een gasloos gebouw o CO2 reductie van 95% o Realisatie conform t.z.t. op te stellen technisch PVE

IHP gemeente Rheden

Vervangende nieuwbouw o Nieuwe onderwijsvoorzieningen met een exploitatieduur van 40 jaar o Voldoen aan nieuwbouweisen Bouwbesluit (BENG) o Ten minste voldoen aan eisen Frisse scholen klasse B o Een gasloos gebouw o CO2 reductie van 95% o Realisatie conform t.z.t. op te stellen technisch PVE o Wanneer renovatie of vernieuwbouw onmogelijk blijkt vanwege praktische en/of technische redenen (b.v. gebrek aan uitbreidingsmogelijkheden) of o Wanneer de kosten voor renovatie of vernieuwbouw meer dan 70% bedragen van een nieuwbouwbudget

Wanneer de kosten voor renovatie meer dan 70% van de investering voor vervangende nieuwbouw bedragen zullen eventuele argumenten om toch voor renovatie te kiezen zeer zwaarwegend moeten zijn. De kosten van vernieuwbouw en vervangende nieuwbouw zullen logischerwijs dichter bij elkaar liggen omdat in beide scenario’s min of meer hetzelfde kwaliteitsniveau wordt gerealiseerd. Naar verhouding zullen de kosten van renovatie voor een groter deel bestaan uit het vervangen van gebouwdelen die aan het eind van hun levensduur zijn. 4.4.2

Haalbaarheidsonderzoek In het uitvoeringsprogramma worden door de gemeente en schoolbesturen nadere afspraken gemaakt over het te doorlopen proces, het bijbehorende tijdspad en de budgettering. Onderdeel van dit proces is het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek waarmee de technische en financiële haalbaarheid van mogelijke scenario’s zal worden onderzocht (zie paragraaf 3.4.1). Het gewenste kwaliteitsniveau zal per scenario worden vastgelegd. Het eerste haalbaarheidsonderzoek kan als pilot dienen om dit proces verder vorm te geven. De kosten van het haalbaarheidsonderzoek zelf zijn onderdeel van de totale plankosten. Het is van belang om in de uitvoering van een haalbaarheidsonderzoek ruimtelijke, onderwijskundige, maatschappelijke en juridische aspecten te inventariseren en mee te nemen in de afweging. Ingrediënten haalbaarheidsonderzoek:

Aanpak ruimtelijk-functionele en/of technische knelpunten Eisen vanuit Bouwbesluit Vaststellen basis kwaliteitseisen vanuit: o Kwaliteitskader Huisvesting 2021 o Ambitieniveau PVE Frisse scholen o Energiebesparingsmaatregelen EML Inventariseren locatiespecifieke factoren Huisvesting eventuele samenwerkingspartners (IKC-vorming) Opstellen scenario’s inclusief kostenraming Afweging renovatie, vernieuwbouw of (vervangende) nieuwbouw

  

    4.4.3

Gezamenlijke financiering Op basis van de normbudgetten vanuit de VNG is het de taak van de gemeente om budget beschikbaar te stellen waarmee tenminste kan worden voldaan aan de eisen vanuit het Bouwbesluit. De praktijk leert dat deze normbudgetten vaak onvoldoende zijn. Aanvullende eisen vanuit het kwaliteitskader of locatiespecifieke factoren kunnen ervoor zorgen dat de stichtingskosten aanzienlijk hoger uitpakken. Hierbij kan worden gedacht aan:    

Ambitie om energieneutrale gebouwen te realiseren Aanvullende duurzaamheidseisen (b.v. materiaalgebruik of toekomstbestendigheid) Hoger ambitieniveau vanuit PVE Frisse Scholen Inzetten op het beperken van de exploitatiekosten

Onderwijshuisvesting 2022 - 2036

19

  

Hogere eisen op het gebied van ICT en/of gebouwbeheer Inrichting van de buitenruimte (b.v. groen schoolplein) Locatiespecifieke factoren (b.v. geringe omvang kavel of monumentenstatus)

Het budget zal dus mogelijk door de gemeente en de schoolbesturen moeten worden aangevuld. Vooruitlopend op de wetswijzingen kunnen schoolbesturen vanuit een TCO benadering hiervoor investeringsruimte creëren. (zie paragraaf 2.2.3). Schoolbesturen financieren mee op basis van reserveringen vanuit hun reserveringen voor onderhoud. Het budget zal per project worden vastgesteld. Het uitgangspunt hierbij is om 80% van de MJOP reserveringen over een periode van 10 jaar hiervoor aan te wenden. Uitgaande van zowel 5 jaar voor als 5 jaar na uitvoering. De overige 20% wordt gereserveerd voor calamiteiten gedurende deze periode. Daarnaast kan er voor worden gekozen om te realiseren besparingen in exploitatiekosten vooraf te kapitaliseren. De benodigde budgetten worden dus per project aan de hand van de haalbaarheidsonderzoeken vastgesteld evenals de verdeling daarvan. Op het moment van schrijven zijn er binnen de gemeente Rheden een flink aantal scholen ouder dan 40 jaar. Het is nog niet voor alle van deze scholen duidelijk in hoeverre deze in de afgelopen jaren zijn gerenoveerd en of er hier sprake was van het uitvoeren van levensduur verlengende maatregelen. Dit zal in het uitvoeringsprogramma nader worden vastgesteld. Ook de uit te voeren maatregelen bij scholen die gebruik maken van de SUVIS regeling, spelen hierbij een rol.

Op basis van deze inventarisatie zal er in het uitvoeringsprogramma een logische volgorde worden bepaald waarin deze oudere scholen aan de beurt komen. Dit zal logischerwijs niet allemaal in de eerste 5 jaar plaatsvinden. In de tussentijd krijgen scholen nog steeds de MI vergoeding voor het noodzakelijke onderhoud aan hun gebouw terwijl al wel duidelijk is binnen welke termijn renovatie of (ver-)nieuwbouw aan de orde is. Hierdoor zal er in de meeste gevallen kunnen worden geanticipeerd op wat gaat komen. Om vanuit de prioritering te komen tot een realistische meerjarenplanning willen de gemeente en schoolbesturen zo veel als mogelijk de zekerheid hebben dat projecten uit het uitvoeringsprogramma ook kunnen worden uitgevoerd. In de gemeentelijke begroting zullen voldoende middelen moeten worden gereserveerd om dit mogelijk te maken. Ook de tussentijdse actualisering van het IHP is hierbij van groot belang.

20

IHP gemeente Rheden

5. Analyse onderwijshuisvesting Als basis voor het Integraal Huisvestingsplan hebben we een analyse uitgevoerd van alle scholen binnen de gemeente Rheden. Deze analyse is gemaakt op basis van de toekomstprognoses, opgesteld door Pronexus, en de uitkomst van een quickscan. Aan de hand van een vragenlijst op basis van de hoofdthema’s van het Kwaliteitskader Huisvesting hebben wij bij de schoolbesturen informatie opgehaald per schoolgebouw. Daarnaast hebben we de besturen gevraagd om het energieverbruik door te geven en actuele MJOP’s te overleggen. Het doel van de analyse was om een globaal inzicht te krijgen in de huidige staat van de gebouwen aan de hand van de volgende thema’s:     

Toekomstperspectief Bouwkundige kwaliteit Gebruikskwaliteit Duurzaamheid Exploitatiekosten

Vanuit de analyse willen we mogelijke factoren zichtbaar maken die van invloed kunnen zijn op de toekomstwaarde en exploitatieduur van een schoolgebouw. Het resultaat van de quickscan is als bijlage 3 onderdeel van dit IHP. De uitkomst vormt nadrukkelijk geen prioriteringslijst. Het is als eerste aanzet bedoeld om samen met de schoolbesturen tot een prioritering te komen. De prioritering van scholen en/of voedingsgebieden vindt plaats in het uitvoeringsprogramma.

5.1 Toekomstperspectief In opdracht van de gemeente Rheden heeft Pronexus in februari 2020 prognoses opgesteld van de leerlingaantallen in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs. De basis van deze leerlingprognoses werd op dat moment gevormd door de teldatum-gegevens van 1 oktober 2019. In het OOGO zijn de prognoses vergeleken met andere informatie omtrent de ontwikkeling van de leerlingaantallen per school. In de loop van 2020 werd duidelijk dat deze voor sommige scholen niet aansloten op de zichtbare ontwikkelingen na 1 oktober 2019. De gemeente Rheden heeft daarom in november 2020 besloten om Pronexus de prognoses te laten bijstellen op basis van de teldatum-gegevens van 1 oktober 2020. De prognoses per school en per voedingsgebied zijn als bijlage onderdeel van dit IHP.

Onderwijshuisvesting 2022 - 2036

21

De schoolbesturen en de gemeente Rheden hebben afgesproken om eens in de 4 jaar te toetsen of de prognoses nog overeenkomen met de actualiteit. Wanneer blijkt dat de werkelijke aantallen gedurende een langere periode meer dan 5% afwijken van de prognoses zullen deze worden geactualiseerd. Het toekomstperspectief van schoolgebouwen bepalen we aan de hand van onderstaande criteria: Leerlingprognose Ontwikkeling van de leerlingpopulatie vanaf 2020 t/m 2036 Ruimtebehoefte in bruto vloeroppervlak Berekening van de “werkelijke” bruto ruimtebehoefte op basis van geprognotiseerde leerlingaantallen Leegstand Bepaling van de (fictieve) leegstand vanuit het verschil tussen de ruimtebehoefte en het huidige bruto vloeroppervlak Ruimtebehoefte in aantal groepen (PO) Bepaling van het aantal groepen, uitgaande van 115 m2 per groep Ruimtegebruik door derden Totaal aan onderwijsruimte in gebruik door derden conform opgave schoolbesturen

 

 

5.2 Bouwkundige kwaliteit We hebben getracht informatie op te halen omtrent recente renovaties of verbouwingen en de wijze waarop voorzieningenonderhoud evenals relevante keuringen worden uitgevoerd. Daarnaast hebben we gevraagd aan te geven hoe de uitstraling van de gebouwen wordt ervaren. De bouwkundige kwaliteit van de schoolgebouwen hebben we vergeleken aan de hand van onderstaande vier criteria: 

  

Renovatie Welke verbouwingen zijn er de afgelopen jaren uitgevoerd en in hoeverre kan er worden gesproken van een renovatie? Onderhoud Wordt onderhoud uitgevoerd aan de hand van een MJOP? Veiligheid Zijn relevante keuringen m.b.t. veiligheid en gezondheid uitgevoerd? Uitstraling Wordt de uitstraling van exterieur en interieur als passend ervaren?

Tijdens het verwerken en bespreken van de resultaten van de quickscan is gebleken dat er veel onduidelijkheid bestaat omtrent de status van recentelijk uitgevoerde aanpassingen aan schoolgebouwen. In sommige situaties wordt daardoor ten onrechte het label “renovatie” aan deze maatregelen toegekend. In het uitvoeringsprogramma zal hier voor alle gebouwen duidelijkheid moet komen omtrent de huidige technische staat als nulmeting voor eventuele vervolgstappen.

5.3 Gebruikskwaliteit Binnen het thema gebruikskwaliteit willen we kunnen beoordelen of de verschillende schoolgebouwen in grote lijnen passen bij de wijze waarop er onderwijs wordt gegeven en of er hiervoor voldoende ruimte beschikbaar is. Ook willen we weten in welke mate een gebouw aanpasbaar is om toekomstige ontwikkelingen te kunnen faciliteren. Daarnaast is het belangrijk om inzicht te krijgen in de kwaliteit van het binnenklimaat en de voorzieningen die men heeft om hierop invloed uit te oefenen. Mede door COVID is er de afgelopen maanden terechte landelijke aandacht voor het binnenklimaat van schoolgebouwen. De volgende onderdelen zijn gewogen om te komen tot een beoordeling van de gebruikskwaliteit per schoolgebouw: 

22

Onderwijsvisie Past het gebouw bij de manier van onderwijs geven?

IHP gemeente Rheden

      

Functionaliteit Zijn er voldoende ruimten voor onderwijs? Flexibiliteit In welke mate is een schoolgebouw (bouwkundig) aanpasbaar? Samenwerking Is er voldoende ruimte voor samenwerking / multifunctionaliteit? Toegankelijkheid Is een school voldoende toegankelijk voor minder validen? Binnenklimaat Hoe worden de luchtkwaliteit, binnentemperatuur en akoestiek ervaren? Omgeving Hoe is het gesteld met de bereikbaarheid en verkeersveiligheid? Buitenruimte Hoe wordt de inrichting en uitstraling van het schoolplein ervaren?

5.4 Duurzaamheid Een van de grootste ambities op het gebied van onderwijshuisvesting is de verduurzaming van de schoolgebouwen. Al geruime tijd vormen eisen vanuit het bouwbesluit en wensen van het PVE Frisse Scholen de maatstaven waaraan gebouwen moeten voldoen. Vanaf 1 januari 2021 zijn hier de BENG eisen aan toegevoegd waardoor ook wordt gekeken naar de energiebehoefte van een gebouw. Hierbij is niet alleen het verbruik belangrijk maar ook de mate van energiezuinigheid en het aandeel van energie uit hernieuwbare bronnen hierin. In de sectorale routekaart hebben we twee stippen op de horizon staan. Voor 2030 is dat een CO2-reductie van 50% ten opzichte van 1990 en voor 2050 is dat een CO2 reductie van 95% en gasloze schoolgebouwen. Omdat de meeste scholen nog aan het begin staan van de routekaart hebben we de duurzaamheid beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria:     

Energielabel Is deze vastgesteld en officieel vastgelegd? Isolatie Wat is de isolatiewaarde van de bouwkundige schil? Installaties In welke mate zijn de huidige installaties energiezuinig? Energiegebruik Wordt er gebruik gemaakt van energie uit hernieuwbare bronnen? Energiebesparing Welke maatregelen zijn er al genomen of gepland?

5.5 Exploitatiekosten Met het thema exploitatiekosten is inzicht verkregen in de kosten van het onderhoud en energieverbruik van de schoolgebouwen. Met de informatie ontstaat er inzicht in de onderlinge verhoudingen van de gebouwen en kan beoordeeld worden of de kosten voor instandhouding opwegen tegen de kosten van vervangende nieuwbouw. Ook kan met deze informatie beoordeeld worden of investeringen in hogere ambitieniveaus van bestaande gebouwen zinvol en rendabel zijn. De volgende onderdelen zijn in beeld gebracht:    

Elektriciteitsverbruik Vastgesteld op basis van jaarafrekeningen (in kWh en per m2 BVO) Gasverbruik Vastgesteld op basis van jaarafrekeningen (in m3 en per m2 BVO) Dagelijks Onderhoud Uitgave / reservering op jaarbasis (per m2 BVO) Groot Onderhoud Onderhoudskosten voor de korte en lange termijn (conform MJOP)

Onderwijshuisvesting 2022 - 2036

23

6.Huisvestingsagenda 2022-2036 In de huisvestingsagenda worden de aandachtspunten beschreven die mogelijk in de komende 16 jaar in de portefeuille onderwijshuisvesting aan bod komen. Deze aandachtspunten volgen uit de gezamenlijke visie op onderwijshuisvesting, de daarbij horende doelstellingen en de analyse van de bestaande onderwijshuisvesting.

6.1 Vervolgstappen Vanuit het strategische beleidskader onderwijshuisvesting zullen in 2022 de volgende stappen worden gezet: Opstellen uitvoeringsprogramma IHP Start na vaststelling beleidskader medio december 2021 ten behoeve van gemeentelijke besluitvorming. o Vaststelling huidige situatie van bestaande onderwijshuisvesting o Vaststelling te realiseren kwaliteitsniveau t.b.v. haalbaarheidsonderzoek o Vaststellen locatiespecifieke factoren (vanuit de wijk en/of kern) o Vaststellen samenwerking met aan onderwijs gerelateerde partners o Benoemen voorkeursscenario per schoolgebouw o Prioritering aanpak onderwijshuisvesting (planning 2022 - 2036) o Vaststellen financieel kader (jaarbudget) Actualisatie Verordening Voorzieningen in de Onderwijshuisvesting Start begin 2022 na vaststellen beleidskader in gemeenteraad Actualisatie Huur- en leegstandsbeleid Start begin 2022 na vaststellen beleidskader in gemeenteraad

 

Onderdeel van de implementatie van dit IHP is een vierjaarlijkse evaluatie van de wijze waarop de uitvoering verloopt, of er ontwikkelingen zijn gesignaleerd die hierop van invloed zijn en of het nodig is om (op basis hiervan) het IHP te actualiseren:    

24

Aanhaken op maatschappelijke ontwikkelingen Invulling geven aan toekomstige onderwijskundige ontwikkelingen Begroting actualiseren (uitgaven versus budgettering) Volgen actuele leerlingprognoses

IHP gemeente Rheden

6.2 Algemene aandachtspunten Vanuit de visie op onderwijshuisvesting zijn er in dit IHP een aantal thema’s die in het bijzonder aandacht krijgen, hierin komen zowel locatiespecifieke als gebouwgebonden factoren aan bod.       6.2.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=5fdbb337-de48-468c-adfa-4ca4b74dca6e