Agendabundel
Tekst van het document
Tabel: Uitgangspunten Uitgangspunten tarievenbeleid lokale heffingen Onroerendezaakbelastingen Afvalstoffenheffing / reinigingsrechten Rioolheffing (en rioolaansluitrecht) Bouwleges Hondenbelasting Toeristenbelasting
100 % kostendekkend tarief
Jaarlijkse stijging op basis van inflatiepercentage
Andere uitgangspunten X
X X X X X
77
Forensenbelasting Secretarieleges Begraafrechten
X X X
Geraamde opbrengsten uit lokale heffingen Onderstaande tabel geeft een overzicht van de lokale heffingen voor 2025 en de vergelijking met de primitieve begroting 2024.
Tabel: Geraamde opbrengsten uit lokale heffingen Opbrengsten lokale belastingen, heffingen en retributies (x € 1.000) Onroerende zaakbelastingen Afvalstoffenheffing Reinigingsrechten Rioolheffing Bouwleges Toeristenbelasting Forensenbelasting Hondenbelasting Secretarieleges Begraafrechten Marktgelden Overige heffingen Totaal
Netto 2024 11.136 4.901 49 4.628 450 362 59 73 399 501 9 62 22.629
Mutatie 2.289 -236 0 1.126 50 155 7 -3 120 0 0 15 3.523
Netto 2025 Kwijtschelding 13.425 6 4.665 175 49 5.754 180 500 517 66 70 15 519 501 3 9 77 26.152 379
Bruto 2025 13.431 4.840 49 5.934 500 517 66 85 519 504 9 77 26.531
Ontwikkeling lokale lastendruk De provincie Gelderland onderzoekt jaarlijks de ontwikkelingen van de lokale lasten per individuele gemeente en vergelijkt de lokale lastendruk van de gemeenten onderling. In onderstaand overzicht ziet u een vergelijking van de totale belastingdruk per inwoner en per belastingsoort voor diverse gemeenten in de regio over de jaren 2023 en 2024. Tevens is de belastingdruk afgezet tegen het provinciaal gemiddelde.
Tabel: Ontwikkeling lokale lastendruk
Gemeente Provinciaal gemiddelde
OZB 2023 2024
Afvalstoffenheffing 2023 2024
Rioolheffing 2023 2024
Totale belastingdruk 2023 2024
289
309
102
108
103
110
494
528
Renkum
277
336
134
171
160
133
571
640
Arnhem
362
382
123
108
106
141
591
632
Brummen
298
332
82
167
137
85
517
584
Zevenaar
295
331
81
114
113
92
489
537
Doetinchem
239
249
144
113
109
151
492
514
Zutphen
292
301
134
79
77
132
503
512
Gemeente
78
Rozendaal
281
291
124
96
91
124
495
510
Lingewaard
281
286
107
99
106
110
494
495
Bronckhorst
234
239
102
135
125
110
461
485
Westervoort
236
254
102
121
115
108
452
484
Rheden
229
257
114
111
106
117
448
484
Doesburg Duiven
208 2256
218 258
147 111
119 96
118 102
138 122
473 469
476 476
Overbetuwe
185
207
123
51
38
130
345
389
Bron: Provincie Gelderland, https://geldersefinancien.nl d.d. 26-08-2024. Voor 2025 blijft het uitgangspunt voor afval en riool 100% kostendekking en voor OZB een structurele verhoging van 20% conform het ombuigingsvoorstel zoals opgenomen in de kadernota 2025. Ten opzichte van 2023 is er sprake van een stijging van de belastingdruk per inwoner door hogere lasten bij riool en OZB. De tarieven 2024 voor afval zijn lager dan de tarieven voor 2023.
Voorstel tariefaanpassingen Onderstaand wordt op grond van wettelijke bepalingen en beleidsuitgangspunten inzicht gegeven in de verwachte tariefbepaling voor 2025. Pas bij de vaststelling van de belastingverordeningen worden de tarieven definitief vastgesteld. Dit vindt plaats in de raadsvergadering van december 2024.
OZB Bij het opstellen van de programmabegroting 2025 zijn alle mutaties in de WOZ-waarden tot het moment van opmaken van de begroting meegenomen (peildatum begin juli 2024) en is tevens de waardeontwikkeling van het bestand ingecalculeerd. Uw raad stelt de definitieve tarieven bij de wijziging van de belastingverordening vast. Uitgangspunt voor de berekening van de tarieven is de geraamde opbrengst (inclusief 20% verhoging ombuigingsvoorstel uit Kadernota 2025). De aanpassing in het tarief wordt beïnvloed door drie factoren: • de waarde ontwikkeling van woningen en niet-woningen begin juli waardoor de tarieven naar boven of beneden worden bijgesteld; • de verhoging van 20% wat een opwaarts effect heeft op de tarieven; • een neerwaartse correctie op de waardeontwikkeling in verband met verwachte leegstand per 1-1-2025 bij OZB gebruikers niet woningen en een opwaartse correctie bij de waardeontwikkeling niet woningen eigenaren. Per saldo leidt deze berekeningswijze van de tarieven tot een lastenverzwaring ter hoogte van 20% voor zowel woningen als niet woningen.
Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten De totale te dekken kosten van de afvalstoffenheffing zijn als volgt opgebouwd: Hierin is rekening gehouden met de aangepaste begroting 2024 (raadinformatiebrief 20.04.24) Tabel: Totale te dekken kosten afvalstoffenheffing Post Kosten in 2024 7.3 Afval 4.161.579 0.4 Overhead 107.030
Kosten in 2025 4.138.176 86.318
79
0.5 Rente 0.64 Belastingen overig 0.8 Overige baten en lasten 2.1 Verkeer en vervoer 6.3 Inkomensregelingen Btw compensatie
9.054 110.000 -70.336 63.000 175.200 859.527
7.365 110.000 -629.336 60.000 175.200 859.527
Totale kosten Opbrengst heffingen Inzet bestemmingsreserve Totale dekking Dekkingspercentage
5.415.054 4.381.077 302.000 4.683.077 86%
4.807.250 4.665.054 142.196 4.807.250 100%
Voor het belastingjaar 2025 zijn voor de kostentoerekening dezelfde uitgangspunten gehanteerd als in 2024. Over de voorgaande belastingjaren ziet de ontwikkeling er als volgt uit: Tabel: Ontwikkeling afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing Basisbedrag 140 liter container 180 liter container 240 liter container Verzamelcontainer hoogbouw
2022 36,57 164,23 209,50 276,82 164,23
2023
2024
2025
38,57 173,17 220,91 291,90 173,17
38,57 152,00 194,96 258,85 152,00
38,57 167,20 214,46 284,74 167,20
Verandering 0% 10% 10% 10% 10%
M.b.t. reinigingsrechten voor bedrijven is er voor het jaar 2025 een stijging van 10% begroot. Daarnaast treed de gemeente wat betreft de reinigingsrechten op als ondernemer, zodat over dit tarief nog 21% BTW berekend wordt. Tabel: Tarief reinigingsrecht Reinigingsrecht Tarief
2024 238,18
2025 262,00
Verandering 10%
Rioolheffing De wet milieubeheer schrijft gemeenten voor een plan op te stellen voor de inzameling en het transport van afvalwater. Bij de tariefberekening heeft het geldende Gemeentelijk rioleringsplan als basis gediend. De totale te dekken kosten van rioolheffing zijn als volgt opgebouwd:
Tabel: Totale te dekken kosten rioolheffing Post Kosten in 2024 7.2 Riolering 2.509.293 0.4 Overhead 934.080 0.5 Rente 942.748 0.64 Belastingen overig 158.000 2.1 Verkeer vervoer(Bijdrage 227.905 aan prod) 6.3 Inkomensregelingen 180.000
Kosten in 2025 2.834.318 935.000 1.293.658 158.000 227.905 180.000
80
Btw compensatie Totale kosten Opbrengst heffingen Inzet voorziening Totale dekking Dekkingspercentage
437.277
440.000
5.389.303 4.808.680 580.623 5.389.303 100%
6.068.881 5.754.207 314.674 6.068.881 100%
Voor het belastingjaar 2025 zijn voor de kostentoerekening dezelfde uitgangspunten gehanteerd als in 2024. De tarieven voor riolering stijgen met 5%. In december 2022 is aan de raad ter vaststelling een nieuw rioolbeheerplan voorgelegd. Uitvoering van dat plan betreft o.a. het plegen van diverse rioolinvesteringen in de komende jaren. Dit leidt tot hogere (kapitaal)lasten die vanuit het geldende principe van 100% kostendekkendheid d.m.v. een verhoging van de tarieven verwerkt worden in de rioolrechten. Naar aanleiding van de besluitvorming zijn de betreffende kapitaallasten (jaarschijven 2024 t/m 2027) en hogere opbrengsten rioolrechten verwerkt in voorliggende meerjarenbegroting. Over de voorgaande belastingjaren ziet de ontwikkeling er als volgt uit: Tabel: Ontwikkeling rioolheffing Rioolheffing 2022 2023 Eigenaar < 300 m3 300 - 999 m3 1000 - 9999 m3 > 9999 m3
2024
2025
Verandering
70,89
70,89
74,43
78,15
5%
126,50 357,94 2.956,55
126,50 357,94 2.956,55
132,83 375,84 3.104,38
139,47 394,63 3.259,60
5% 5% 5%
23.237,02
23.237,02
24.398,87
25.618,81
5%
Lijkbezorgingsrechten Sinds 2011 is er sprake van een kostendekkend tarief. Ten opzichte van het belastingjaar 2024 blijkt er geen noodzaak tot een aanpassing van de tarieven voor het belastingjaar 2025.
Toeristenbelasting & Watertoeristenbelasting Voor deze belastingsoort geldt de beleidslijn dat de tarieven jaarlijks worden aangepast aan de inflatiecorrectie. Het tarief van de watertoeristenbelasting is per overnachting het dubbele van het basistarief toeristenbelasting mobiele kampeeronderkomens. Voor 2025 blijft het uitgangspunt voor toeristenbelasting een structurele verhoging van 15% conform het ombuigingsvoorstel zoals opgenomen in de kadernota 2025. Pas bij de vaststelling van de belastingverordeningen worden de tarieven definitief vastgesteld. De ontwikkeling van de toeristenbelasting staat in onderstaand overzicht vermeld.
Tabel: Tarieven toeristenbelasting Toeristenbelasting 2024 Overnachtingen 2,48 (vakantieonderkomens) Seizoenstandplaatsen 317,44 Jaarstandplaatsen 378,45
2025
Verandering 2,85
15%
364,80 434,91
15% 15%
81
Overnachtingen (mobiele kampeeronderkomens) Seizoenstandplaatsen Jaarstandplaatsen
2,09
2,40
15%
267,52 318,93
307,20 366,24
15% 15%
De ontwikkeling van de watertoeristenbelasting staat in onderstaand overzicht vermeld.
Tabel: Tarieven watertoeristenbelasting Watertoeristenbelasting 2024 Overnachtingen (basistarief)
2025 4,18
Verandering 4,80
15%
Forensenbelasting Het basistarief van de forensenbelasting wordt gecorrigeerd met het jaarlijkse inflatiepercentage. De ontwikkeling van de tarieven staat in onderstaand overzicht vermeld:
Tabel: Tarieven forensenbelasting Forensenbelasting 2024 Basistarief 366,53 Opslag 1,40
2025 374,96 1,43
Verandering 2,3% 2,3%
Hondenbelasting Vanaf 1 januari 2023 zijn de tarieven van de hondenbelasting kostendekkend om de uitgaven gerelateerd aan hondenbezit te kunnen betalen. De tarieven voor 2025 zijn met 2,3% geïndexeerd. Tabel: Tarieven hondenbelasting Hondenbelasting 2024 1e hond (basistarief) 2e hond 3e hond 4e hond 5e hond Elke volgende meer Kenneltarief
2025 39,30 45,24 51,17 57,10 62,91 5,95 84,54
Verandering 40,20 46,28 52,35 58,41 64,36 6,09 86,48
0,90 1,04 1,18 1,31 1,45 0,14 1,94
Reclamebelasting Bij de vaststelling van de Kadernota 2025 is besloten de invoering van een reclamebelasting voor de bedrijventerreinen te onderzoeken.
Leges Voor de leges geldt het uitgangspunt dat de hiervoor in aanmerking komende producten gemiddeld kostendekkend worden geleverd. In december wordt middels een afzonderlijk raadsvoorstel aan de raad gevraagd akkoord te gaan met de legestarieven voor het komende begrotingsjaar.
82
Kwijtscheldingsbeleid Rheden kent de mogelijkheid tot kwijtschelding van belastingen. Daarvoor is een kwijtscheldingsverordening opgesteld die in 2018 door de Raad is vastgesteld. De kwijtscheldingsverordening is opgesteld om een goed overzicht te hebben van de kaders. Voorheen was in diverse belastingverordeningen een artikel opgenomen over de kwijtschelding. Door alles in één verordening vast te leggen voorkomen we misverstanden in de uitvoering. Zeker nu de uitvoering van belastingen bij de Connectie is belegd. Inwoners kunnen geheel of gedeeltelijk kwijtschelding krijgen voor de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Daarnaast is ook kwijtschelding mogelijk voor de leges van een ID-kaart en voor de hondenbelasting (gedeeltelijk). Inwoners die één keer kwijtschelding kregen toegekend, krijgen vervolgens automatische kwijtschelding indien hun financiële situatie niet is veranderd. Hierbij maken we gebruik van de gegevens van het Inlichtingenbureau. Voor het jaar 2025 verwachten we geen verhoging van de kwijtscheldingen t.o.v. de begroting 2024.
83
B. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Algemeen Om te kunnen beoordelen hoe de gemeente Rheden er financieel voorstaat, is het van belang om inzicht te hebben in de financiële positie en de financiële weerbaarheid (welke mogelijkheden zijn er in financieel moeilijke tijden). Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre wij in staat zijn om mogelijke tegenvallers (de risico's) op te vangen zonder dat de uitvoering van het beleid in gevaar komt. In voorliggende Programmabegroting 2025 / meerjarenbegroting 2026-2028 is een uitgebreid pakket aan ombuigingsmaatregelen opgenomen. Deze maatregelen vloeien voort uit de Kadernota 2025 en zijn noodzakelijk om een sluitende en solide (meerjaren)begroting op te kunnen stellen. Deze ombuigingen en de hieruit voortvloeiende verlaging van lasten en verhoging van inkomsten moeten in de komende jaren worden gerealiseerd. Er bestaat een risico dat de geraamde besparingen op onderdelen niet of deels tot stand zullen komen. In deze paragraaf houden we daar rekening mee. Met behulp van financiële kengetallen, die betrekking hebben op de balans en de begroting, geven wij een beeld van onze financiële positie. Voor de beoordeling of een kengetal matig of goed is sluiten wij aan bij de richtlijnen van onze provinciale toezichthouder.
Het weerstandsvermogen en de kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van onze financiële positie. Voor een adequate bedrijfsvoering is het belangrijk dat we risico's en onzekerheden tijdig in beeld hebben en ze op een gestructureerde wijze beheersen. We nemen deel aan een samenleving de complex is en continu aan verandering onderhevig is. Dit vraagt om een passend risicobewustzijn.
Risicomanagement In voorliggende programmabegroting hebben we ook bij de programma's en paragraaf bedrijfsvoering aandacht voor risico's. Daarbij gaan we vooral in op mogelijke effecten op de beleidsrealisatie en bedrijfsvoering. Het risicoprofiel binnen de paragraaf Weerstandsvermogen ziet vooral toe op de belangrijkste financiële risico's die nog niet op een of andere wijze volledig zijn afgedekt. Hier kan sprake zijn van overlap, waardoor risico's zowel bij de beleidsdoelen als in deze paragraaf terugkomen. Bij onderstaand onderdeel Risicoprofiel is een inventarisatie opgenomen van diverse ontwikkelingen met een mogelijk financieel risico. Ons weerstandsvermogen (is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en het risicoprofiel) drukken we uit in de weerstandsratio. De weerstandsratio is ten opzichte van de jaarrekening 2023 (laatste actualisatie) gestegen van 0,6 naar 0,9. Deze verbetering is het gevolg van de in voorliggende begroting aangepaste budgetten en verwerkte ombuigingen. In de hierna volgende onderdelen geven we hierover een nadere toelichting.
Risicoprofiel Ten opzichte van de jaarrekening 2023 is het risicoprofiel geactualiseerd. In onderstaande tabel zijn de risico's weergegeven.
84
Tabel: Risico-inventarisatie PB 2025 Risico-inventarisatie PB2025 Financieel aandeel gevolg
nr. Risico
Kans
1
Mogelijke hogere uitgaven voor WMO en jeugdzorg. a) Toename zorgvraag: De budgetten hiervoor zijn bijgesteld, maar vanwege toenemende en onvoorspelbare zorgvragen kan nadere bijstelling noodzakelijk blijken. b) Kostenstijgingen: In het najaar vindt indexering 2025 plaats van de tarieven voor Huishoudelijke Verzorging, Dagelijkse ondersteuning, Hulpmiddelen, Wmo en Jeugdzorg. Dit kan leiden tot substantiële kostenstijging.
75%
2.600.000
27%
2
In PB2025 is in totaal afgerond € 8,5 miljoen aan ombuigingen opgenomen vanuit voorstellen in kadernota 2025. We moeten ermee rekening houden dat niet alle ombuigingen volledig gerealiseerd gaan worden . (Grove inschatting van 25%).
25%
2.000.000
21%
3
Bezuinigingsmaatregelen van het Rijk
50%
1.000.000
10%
4
Standaard risico met betrekking tot de Participatiewet: a) Hogere lasten dan begroot omdat het aantal uitkeringsgerechtigden minder hard daalt dan het landelijk gemiddelde. b) Tegenvallende inkomsten van het Rijk.
50%
1.000.000
10%
5
Kosten van personele inzet. Door nieuwe, vaak meer flexibele taken, is huidige personele inzet vaak niet voldoende. Dit i.c.m. krapte op arbeidsmarkt.
50%
500.000
5%
6
Aanvullende bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen / verbonden partijen i.v.m. mogelijke negatieve exploitatie.
25%
500.000
5%
7
Overheveling SPUK-uitkeringen naar gemeentefonds
50%
500.000
5%
8
Kosten voor klimaatopgave
50%
300.000
3%
9
Beheer openbare ruimte en vastgoed: mogelijke meerlasten als gevolg van prijsstijgingen bouwmaterialen en grondstoffen en door vertraging agv stikstofproblematiek .
50%
250.000
3%
10 Implementatie Omgevingswet
75%
250.000
3%
11 Minima- en armoedebeleid: hogere kosten agv economische ontwikkelingen
75%
250.000
3%
12 Meerkosten als gevolg van hoge inflatie en CAOontwikkelingen.
25%
200.000
2%
13 Overige risico's (stelpost)
10%
250.000
3%
Totaal risicoprofiel bij PB2025:
9.600.000 100%
Toelichting op de kolommen De kolom “risico” bevat de omschrijvingen van risico's (gebeurtenissen) die kunnen leiden tot een (nadelig) financieel gevolg. De waarschijnlijkheid dat de omschreven risico's zich daadwerkelijk voordoen wordt getoond in de kolom “kans”. Via de kolom “financieel gevolg” wordt getoond wat de financiële gevolgen zijn van het zich voordoen van het risico. Dit is een inschatting van het
85
maximale financiële effect van het betreffende risico. De kolom “aandeel” geeft aan welk aandeel het betreffende risico heeft in het totaal van alle mogelijke financiële risico's. Zichtbaar is dat de top 5 risico's 74% uitmaken van alle mogelijke risico's. Voor deze paragraaf merken we het totaalbedrag aan als risicoprofiel. Ten opzichte van de jaarrekening 2023 (laatste bijstelling) is de omvang van het risicoprofiel licht afgenomen van afgerond € 9,7 miljoen naar € 9,6 miljoen. De top vijf posten lichten we hierbij kort toe. 1. Hogere uitgaven voor WMO en Jeugdzorg a) Toename zorgvraag: De zorgvraag van inwoners is de afgelopen jaren onverminderd op onderdelen sterk toegenomen en daarmee ook de kosten voor deze zorg. Tegelijkertijd blijven zorgvragen een onvoorspelbaar karakter dragen in wanneer zij zich gaan voordoen, wat de aard en duur ervan is en tot welk financieel beslag dit leidt. Vanwege de wettelijke zorgplicht en de afgesloten contracten met aanbieders tot en met 2026 is de beïnvloeding hiervan gering. In deze begroting 2025-2028 zijn de budgetten voor Jeugd en Wmo op basis van de kadernota substantieel verhoogd. Het risicobedrag is daarom bijgesteld naar € 1.000k (was € 3.000k in jaarrekening 2023). b) Kostenstijgingen: In het najaar wordt het definitieve indexeringspercentage 2025 vastgesteld m.b.t.
de tarieven voor Huishoudelijke Verzorging, Dagelijkse ondersteuning, Hulpmiddelen, Wmo en Jeugdzorg. Het voorlopige voorstel van de MGR gaat uit van aanpassing met 5,28%. Dit zou een kostenstijging betekenen van afgerond € 1,6 miljoen. (nieuw risicobedrag t.o.v. de jaarstukken 2023). Beheersmaatregel: Monitoren, proactief acteren en indien nodig en mogelijk, maken van nieuwe keuzes in het proces van het koersdocument sociaal domein. 2. Ombuigingen In de vastgestelde Kadernota 2025 is voor totaal € 8,5 miljoen voor de jaarschijf 2025 aan ombuigingen opgenomen. Deze ombuigingen zijn verwerkt in de begroting 2025. Deze posten zijn kritisch beoordeeld qua omvang en planning. In de uitwerking is het desalniettemin verstandig om ermee rekening te houden dat de ombuigingsbedragen mogelijk deels of pas in een later stadium dan gepland gerealiseerd kunnen worden. Hiervoor nemen we een risicobedrag op van € 2 miljoen (nieuw t.o.v. de jaarstukken 2023). Beheersmaatregel: Ombuigingsmaatregelen concreet invullen door gerichte plannen en uitvoering van bijbehorende acties. Periodiek monitoren op realisatie en tijdig bijstellen indien nodig. 3. Bezuinigingsmaatregelen van het Rijk Het ministerie van financiën heeft begin augustus 2023 een ombuigingslijst opgesteld en deze lijst bevat een overzicht van mogelijkheden om uitgaven te verlagen om daarmee de overheidsfinanciën te verbeteren.
Dit overzicht van ombuigingen biedt technische ondersteuning voor politieke keuzes. De maatregelen zijn technisch vorm gegeven. Dit wil zeggen dat bekeken is of de maatregelen technisch mogelijk zijn, zonder daarbij een inhoudelijk of politiek oordeel te geven over de maatregelen. In deze lijst zijn besparingen opgenomen m.b.t. de gemeentelijke financiën. Dit betreft onder andere: • overhevelen van specifieke uitkeringen naar het gemeentefonds en het afschaffen van het BTW-compensatiefonds (BCF): deze acties zouden gepaard gaan met door te voeren kortingen vanuit de gedachte dat beide voorstellen zouden moeten leiden tot een besparing op gemeentelijke lasten. • toepassen van een generieke korting op het gemeentefonds. Het nieuwe kabinet zal hierover besluiten moeten nemen. Tot die tijd is onduidelijk wat de financiële impact hiervan zal zijn. In het risicoprofiel is hiervoor een bedrag van € 1.000k opgenomen (bedrag ongewijzigd t.o.v. de jaarrekening 2023).
86
Beheersmaatregel: Lobby richting het rijk via o.a. de VNG en (lokale) media. 4. Participatiewet Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. De bestaanszekerheid van inwoners met een laag inkomen staat onder druk. Het inkomensbeleid vanuit het Rijk blijkt ontoereikend; gemeenten moeten de negatieve effecten op inwoners opvangen. Het Rijk werkt aan een stelselherziening voor de Participatiewet en het toeslagenstelsel die in 2025 verwacht wordt. Mogelijk dat dit gevolgen heeft op onze begroting vanaf 2025. Het risicobedrag is verhoogd van € 500k (jaarrekening 2023) naar € 1.000k. Beheersmaatregel: Adequate toepassing van wettelijke regelgeving en gerichte inzet van reintegratiemiddelen. Monitoren op uitvoering en resultaten en tijdig bijsturen waar nodig en mogelijk. 5. Kosten van personele inzet Een van de ombuigingen betreft het structureel verlagen van de uitvoeringslasten (‘herijking balans formatie en bezetting’). Voor de jaren 2025-2028 zijn besparingen ingeboekt (718K oplopend naar 1.154K). Onder andere door het kritisch beoordelen van vacatures en terughoudendheid bij inzet van externen geven we hieraan invulling.
Ook het gericht toepassen van strategische personeelsplanning levert hier een bijdrage aan. In 2024 zijn gerichte maatregelen getroffen om personele lasten terug te dringen (zie raadinformatiebrief van 25 april en 11 juli 2024). We nemen hiervoor een risicobedrag op van 500K (verlaagd met 1.000k t.o.v. jaarrekening 2023). Beheersmaatregel: kritische afweging (nut en noodzaak) bij inzet en aantrekken van nieuw personeel en externe inhuur. Stelpost overige risico's In deze inventarisatie is een stelpost opgenomen voor diverse overige risico's. Bijvoorbeeld voor mogelijke rekeningtekorten, hogere exploitatielasten en kostenstijgingen bij projecten en grondcomplexen. Deze stelpost is ongewijzigd t.o.v. de jaarstukken 2023.
Beheersingsmaatregelen Uit de beschrijving van de risico's kunt u opmaken dat diverse risico's grotendeels door ons niet te beïnvloeden zijn omdat ze buiten onze invloedssfeer liggen. Voor alle risico's geldt dat we sturen op die onderdelen waar we wel invloed op hebben (zgn. beheersing), dat is echter nog geen garantie dat de risico's zich niet voor zullen doen. Het verder uitwerken en implementeren van beheersmaatregelen is onderdeel van het groeiproces om te komen tot een professioneel niveau van risicobeheersing. Onderdeel van dit proces is het opstellen van een 'Nota risicomanagement' die gepland staat voor 2024. In die nota geven we kaders ten aanzien van risicobeheer en leggen we vast hoe we hiermee omgaan. Dit groeiproces moet het mogelijk maken om (meer) bewust om te gaan met risico's en hiervoor in gesprek te gaan welke maatregelen we treffen en welke risico's we accepteren.
Weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit kan op verschillende manieren worden bepaald. Feitelijk komen alle budgetten, ook vrije reserves of bestemmingsreserves waarvan de bestemming nog gewijzigd kan 87
worden, in aanmerking voor de bepaling van de weerstandscapaciteit. Om praktische redenen worden in deze paragraaf alleen de (nog) niet geoormerkte budgetten meegenomen voor de bepaling van de weerstandscapaciteit, deze ziet er daarmee als volgt uit: Tabel: Beschikbare weerstandscapaciteit Dekkingen Risicoreserve (stand PB 2025 01012025)
Omvang € 3.293.210
Algemene reserve (stand PB 2025 01012025)
€ 4.727.077
Begrotingssaldo 2024 (stand 2e berap 2024)
€ 244.000
Incidentele begrotingsruimte Totale weerstandscapaciteit
€ 45.000 € 8.309.287
Risicoreserve en Algemene reserve Deze beide reserves zijn meegeteld omdat hierop geen nadere verplichtingen rusten. Die verplichtingen zijn afgedekt via de bestemmingsreserve "te besteden gemeentelijke budgetten" en de overige bestemmingsreserves. Begrotingssaldo 2024 Het saldo van de door uw raad vastgestelde Begroting 2024 bedroeg € 1.237.000 voordelig en dit is bij de 1e bestuursrapportage 2024, door de raad vastgesteld op 27-6-2024, bijgesteld naar € 2.593.000 nadelig. In de 2e bestuursrapportage 2024 is het saldo voordelig bijgesteld naar een verwacht overschot van € 244.000. Deze 2e berap 2024 ligt ter besluitvorming voor aan de raad op 24 september 2024. Incidentele begrotingsruimte In de begroting 2024 is voor onvoorziene incidentele lasten een budget van € 45.000 geraamd. Dit bedrag is vrij beschikbaar en onderdeel van de weerstandscapaciteit. Onbenutte belastingcapaciteit Bestaand beleid is dat er bij afval en riool al naar 100% kostendekkendheid wordt gestreefd. Ten aanzien van de onbenutte belastingcapaciteit gaat het dan vooral over de onroerende zaakbelastingen (OZB). Hiervoor geldt als huidig uitgangspunt dat de opbrengst van de OZB jaarlijks met maximaal het verwachte inflatiepercentage wordt verhoogd, tenzij de raad anders besluit al dan niet op voorstel van het college.
Om die redenen wordt de onbenutte belastingcapaciteit bij de berekening van de weerstandscapaciteit buiten beschouwing gelaten.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om de gevolgen van risico's op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en het risicoprofiel. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Tabel: Weerstandsratio Weerstandsratio Totale weerstandscapaciteit
Begroting 2025 € 8.309.287
Risicoprofiel
€ 9.600.000
Weerstandsratio
0,9
Voor een nadere duiding van de ratio kan onderstaande normtabel worden gehanteerd. Tabel: specificatie weerstandsratio Weerstandsratio > 2,0 1,4 - 2,0
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende 88
1,0 - 1,4
Voldoende
0,8 - 1,0
Matig
0,6 - 0,8
Onvoldoende
< 0,6
Ruim onvoldoende
Conclusie Ten opzichte van de jaarrekening 2023 (laatste actualisatie) is het totaalbedrag risicoprofiel licht afgenomen (van € 9,7 maar € 9,6 miljoen) en is de weerstandscapaciteit toegenomen (van € 5,6 naar € 8,3 miljoen). Hierdoor is de weerstandsratio ten opzichte van de jaarrekening 2023 gestegen van 0,6 naar 0,9. Deze verbetering is het gevolg van de in voorliggende begroting aangepaste budgetten en verwerkte ombuigingen. Op basis van bovenstaande normtabel kan deze score als 'matig' worden gekwalificeerd. Het is van belang om het weerstandsvermogen te verbeteren en ervoor te zorgen dat de score uitkomt in de categorie 'ruim voldoende' conform de streefwaarde zoals geformuleerd in de (toelichting bij artikel 22 van de) 'Financiële verordening gemeente Rheden 2024'. Dit kan worden gerealiseerd door intensivering van risicobeheer en door het verhogen van de algemene reserve. Hiertoe is het zaak om in komende jaren (nog) meer in te zetten op beheersmaatregelen als onderdeel van risicomanagement en om rekeningoverschotten te realiseren.
Financiële Kengetallen De financiële positie van de gemeente is onder meer te beoordelen aan de hand van een aantal financiële kengetallen. Om ook de vergelijkbaarheid tussen gemeente te bevorderen zijn er met ingang van 2015 door het BBV een vijftal voorgeschreven. De betreffende kengetallen zijn hieronder opgenomen en nader toegelicht.
Tabel: Verloop van de kengetallen Financiële kengetallen
Rekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Netto schuldquote
59%
89%
87%
113%
114%
108%
Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen
55%
85%
83%
109%
110%
104%
Solvabiliteitsratio
16%
14%
12%
11%
11%
12%
Kengetal grondexploitatie
-2,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Structurele exploitatieruimte
-1,0%
1,1%
0,8%
-0,7%
0,8%
1,1%
92%
92%
92%
92%
92%
92%
Belastingcapaciteit
Toelichting Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Normaal ligt de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog (oranje). Hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone (rood). Het bestuur moet er werk van maken om de schuld te verlagen. (Bron: VNG -website).
89
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio wordt berekend door het totale eigen vermogen te delen door het totaal van de passiva. De structurele exploitatieruimte dient om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een percentage van 0% betekent een sluitende begroting, een positief percentage wil zeggen dat er begrotingsruimte is. Feitelijk biedt het financieel meerjarig perspectief bij de begroting een betere indicatie. Het kengetal grondexploitatie kan een grote invloed op de financiële positie van een gemeente hebben (zowel positief als negatief). Dit kengetal geeft een indicatie van het relatieve belang van de grondexploitatie. Het percentage is de waarde van bouwgronden in relatie tot de totale baten exclusief de reserves. De jaarlijkse actualisatie van de grondexploitatie geeft overigens een concreter beeld van het verwachte verloop van grondexploitaties. De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen kan worden gerelateerd aan de totale woonlasten.
De woonlasten worden bepaald aan de hand van de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met een gemiddelde WOZwaarde. Overigens zegt dit percentage niets over de feitelijke onbenutte belastingcapaciteit, dat is immers een politieke keuze (zie ook de passage hierover bij de weerstandscapaciteit op de vorige pagina's).
Beoordeling van de kengetallen Net zoals bij de bepaling van de weerstandscapaciteit gelden er ook voor deze kengetallen geen harde voorgeschreven normen. Door de Provincie Gelderland is wel een indeling in drie categorieën opgegeven als richtinggevend voor de beoordeling. Aan de categorieën wordt in principe geen kwalificatie gegeven, omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf dient plaats te vinden. Wel kan er worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles, de kengetallen moeten altijd in relatie tot elkaar worden bezien. In onderstaande tabellen is een en ander weergegeven.
Tabel: Ontwikkeling financiële positie Categorie A (minst Handreiking beoordeling risicovol)
Categorie B
Categorie C (meest risicovol)
Netto schuldquote
< 90 %
90 - 130 %
> 130 %
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 90 %
90 - 130 %
> 130 %
Solvabiliteitsratio
> 50 %
20 - 50 %
< 20 %
Structurele exploitatieruimte
BEGR en MJB > 0 % BEGR of MJB > 0 %
BEGR én MJB < 0 %
Grondexploitatie
< 20 %
20 - 35 %
> 35 %
Belastingcapaciteit
< 95 %
95 - 105 %
> 105 %
Conclusie De netto schuldquote 2025 bedraagt 87% en valt daarmee in categorie A, maar komt in komende jaren boven de 90% in categorie B terecht. De solvabiliteitsratio is licht gedaald ten opzichte van de vorige begroting (PB2024: 14%) en is nog steeds minder dan 20%. De dalende lijn van de weerstandsratio in meerjarenperspectief is echter omgebogen. Bij de vorige begroting daalde de
90
ratio naar 6% (in 2027) en in voorliggende begroting is de ratio in het laatste begrotingsjaar (2028) 12%. Om zowel de schuldquote als de solvabiliteitsratio te verbeteren, is het zaak om ons vreemd vermogen te verminderen en onze algemene reserve op te hogen. Van belang daarbij is om de geplande investeringen minder te gaan financieren door het afsluiten van leningen. Daarvoor is het nodig om structurele begrotingsruimte (overschotten) te creëren, zodat toekomstige kapitaallasten gedekt kunnen worden vanuit de reguliere exploitatie. Op die manier zorgen we voor een betere verhouding tussen ons eigen en vreemd vermogen en daarmee voor een verbetering van onze financiële positie. Een toename van de algemene reserve (door realisatie van rekeningoverschotten) zal moeten leiden tot verbetering van onze vermogenspositie. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn stabiel en vallen in categorie A.
91
C. Onderhoud Kapitaalgoederen De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor het beheer van de openbare ruimte. De openbare ruimte bestaat uit verschillende kapitaalgoederen (wegen, riolering, groen, openbare verlichting, sport- en speelvoorzieningen en wegmeubilair) welke dienen te worden onderhouden om de continuïteit te kunnen waarborgen. In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in het beleidskader en de financiële consequenties van het onderhoud van kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Het onderhoud van de kapitaalgoederen wordt zoveel mogelijk in samenhang met de diverse projecten uitgevoerd in integrale projecten.
Wettelijke eisen en informatievoorziening In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn de bepalingen opgenomen waaraan de verslaglegging inzake het onderhoud kapitaalgoederen moet voldoen. In de ‘financiële verordening gemeente Rheden’ zijn eveneens bepalingen opgenomen. Daarbinnen zijn met name Artikel 12 van het BBV en Artikel 18 lid 1 en 2 van de Financiële verordening van belang. In de uitwerking van deze paragraaf zijn deze bepalingen als uitgangspunt gehanteerd.
Openbare ruimte De gemeenteraad heeft in 2020 de Beheernota Openbare Ruimte vastgesteld. De Beheernota is de integrale vertaling van de (politieke) visie en het vastgestelde beleid van de gemeente op de openbare ruimte (voor de groene, grijze en blauwe assets) tot een financieel, technisch en kwalitatief uitgangspunt voor de beheerplannen. In 2025 wordt invulling gegeven aan het in 2021 vastgestelde integrale beheerplan en onderliggende beheerplannen. Aan de hand van de Beheernota Openbare Ruimte en het integrale beheerplan openbare ruimte met de daar onderliggende beheerplannen zal de organisatie beter kunnen inspelen op kansen, ontwikkelingen en risico’s. Het is noodzakelijk om in een vroegtijdig stadium inzicht te hebben in de uit te voeren gemeentelijke projecten in de openbare ruimte. Hierdoor is het mogelijk de afzonderlijke planningen van de diverse disciplines op elkaar af te stemmen en prioriteiten hierin te stellen. Een dergelijke afstemming maakt uitvoering van integrale projecten mogelijk. Integrale uitvoering betekent per definitie dat bepaalde werkzaamheden vervroegd of vertraagd worden uitgevoerd ten opzichte van de optimale technische en financiële planning van de afzonderlijke disciplines. Op termijn (cyclische onderhoudsperiode) nivelleert echter dit verschil.
Een integrale planning (“werk met werk maken”) heeft uit financieel en maatschappelijk oogpunt de voorkeur.
Ontwikkelingen De vraag naar uitvoerend personeel, bouwmaterialen en grondstoffen stijgt, waardoor we verwachten dat de prijzen verder door stijgen. In 2025 is de prognose dat de prijzen verder gaan stijgen. In de begroting van 2025 is er rekening gehouden met een stijging. Hieronder wordt per onderwerp ingegaan op kerncijfers, het beleidskader en ontwikkelingen. Indien van toepassing worden ook eventuele risico’s genoemd.
92
Riolering en water
Tabel: Kerncijfers riolering en water Aspect Riolering: Infiltratieriool: Persleiding:
Hoeveelheid 244.200 m1 23.211 m1 36.471 m1
Kaders De gemeente heeft een verplichting tot het vaststellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan, op grond van de Wet milieubeheer. Hierin dient verwoord te zijn hoe de gemeente aan haar (wettelijke) zorgplicht, voor een doelmatige inzameling en transport van afval-hemel en grondwater, invulling geeft. Water en riolering zijn verweven met onze omgeving. We hebben de openbare ruimte nodig voor een goed, toekomstbestendig stedelijk waterbeheer. Anderzijds zijn water en riolering nodig om de omgeving goed te laten functioneren. De afvalwaterketen moet bijdragen aan een goede, schone en prettige werk- en leefomgeving met als belangrijkste doel de volksgezondheid. Daarbij moeten de doelen doelmatig worden gerealiseerd tegen minimale kosten. Uw raad heeft in 2020 de beheernota Openbare Ruimte vastgesteld. Op basis van de Beheernota maakt de gemeenteraad een onderbouwde keuze voor integraal beleid en beheer van de openbare ruimte. De gemeenteraad legt hiermee het beleid, de kwaliteit en bijbehorende budgetten vast. De kadernota vormt de basis om het beleid uit te werken tot concreet beheer in het watertakenplan. In december 2022 is het Watertakenplan Olburgen 2023-2027 vastgesteld door de Raad.
Uit te voeren in 2025 •
Uitvoeren geplande maatregelen uit het Watertakenplan Olburgen 2023-2027.
•
Uitvoering geven aan de integrale investeringsprojecten.
Ontwikkelingen Wanneer de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt, worden vele wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals de Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet, geïntegreerd. Dit houdt in dat de wettelijke planverplichting van het GRP komt te vervallen. Met andere woorden, dan komt het GRP niet terug als verplicht programma. Echter bepaalt artikel 3.14 van de Omgevingswet wel dat de gemeente een (onverplicht) gemeentelijk rioleringsprogramma vast kan stellen. Het klimaat heeft grote invloed op het water- en rioolbeheer en op de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. In de Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) hebben alle overheden samen de ambitie vastgelegd om Nederland voor 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Dat het klimaat verandert staat vast, maar het is nog onzeker hoeveel en hoe groot de effecten op het beheer zullen zijn. We nemen klimaatadaptie structureel mee in onze opgaven.
93
Wegen
Tabel: Kerncijfers wegen Aspect Asfalt
Hoeveelheid 1.135.092 m2
Elementen
1.312.611 m2
Beton Overig
81.325 m2 19.459 m2
Kaders De gemeenteraad heeft in 2020 de Beheernota Openbare Ruimte vastgesteld. Op basis van de Beheernota en het in 2021 vastgestelde integrale beheerplan maakt de gemeenteraad een onderbouwde keuze voor integraal beleid en beheer van de openbare ruimte. De gemeenteraad legt hiermee het beleid, de kwaliteit en bijbehorende budgetten vast.
Planning uit te voeren in 2025 • • •
Groot onderhoud conform jaarplanning; Klein onderhoud conform jaarplanning (klachtenonderhoud maakt hier deel van uit, uitvoering deels door Buurtbeheer gemeente Rheden deels door aannemers); Uitvoering geven aan de integrale investeringsprojecten vanuit met name het Watertakenplan Olburgen 2023-2027.
Openbare Verlichting Tabel: Kerncijfers openbare verlichting Aspect Lichtmasten Armaturen Lichtbronnen
Hoeveelheid 7.352 stuks 7.469 stuks 7.469 stuks
Planning uit te voeren in 2025 Implementatie van het in 2021 vastgestelde beleidsplan openbare verlichting. Hierbij gaan we voor een duurzamer beheer van onze OVL en gaan we door met het verdere verlaging van het energieverbruik van de OVL. • In 2025 is circa 83 % van de gemeente Rheden in duurzame energiebesparende verlichting ten opzichte van 79 % in 2024. Tevens gaan we verder met de uitrol naar 100% duurzame verlichting wat we uiterlijk in 2031 gerealiseerd willen hebben; • Klein en groot onderhoud conform jaarplanning (klachtenonderhoud maakt hier deel van uit, uitvoering door aannemer); • Uitvoering, zover van toepassing, geven aan de integrale investeringsprojecten zoals aangeven bij water en riolering.
94
Risico’s Door het uitvoeren van de grootschalige vervanging zijn de risico’s teruggebracht naar het geringe niveau van een defecte lamp. Wel zien we meer en meer dat het (verouderde) net van Liander storingen veroorzaakt waardoor het lijkt alsof de verlichting stuk is maar de oorzaak in het net moet worden gezocht.
Ontwikkelingen De armaturen en masten die worden vervangen zijn vanaf 2021 100% circulair. Vanwege de vervanging is er een besparing op energieverbruik te verwachten voor 2025.
Groen en spelen
Tabel: Kerncijfers groen en spelen Aspect Openbaar groen Bomen (in de openbare ruimte) Speelplaatsen Speeltoestellen
Hoeveelheid 159 ha 15.623 st 102 st 498 st
Kaders De gemeenteraad heeft in 2020 de Beheernota Openbare Ruimte vastgesteld. Op basis van de Beheernota en het in 2021 vastgestelde integrale beheerplan maakt de gemeenteraad een onderbouwde keuze voor integraal beleid en beheer van de openbare ruimte. De gemeenteraad legt hiermee het beleid, de kwaliteit en bijbehorende budgetten vast.
Uit te voeren in 2025 • • •
Uitvoering geven aan de integrale projecten vanuit met name het Watertakenplan Olburgen 2023-2027. Op basis van inspecties en meerjaren-onderhoudsplanning wordt per jaar een jaarprogramma groen en spelen uitgevoerd. Uitvoering geven aan het speelbeleid Buiten spelen en sporten in Rheden 2022-2026.
Ontwikkelingen In 2025 continueren wij het proces om ons openbaar groen klimaatbestendiger in te richten en beheren. Het proces richt zich op gebruik van plantsoorten en het verwerken van groenafval. Duurzaamheid en circulariteit hangen hiermee samen. Een ontwikkeling die we de laatste jaren zien is de toename van het groenareaal. Dit heeft meerdere oorzaken. Nieuwbouw, minder verharding en percelen die uit de pacht komen.
95