Agendabundel
Tekst van het document
Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? Tariefsverhoging kan leiden tot minder sporten en minder verhuur van gemeentelijke accommodaties. Een andere manier van sporten is een risico voor bestaande verenigingen en accommodaties. Samenwerking tussen verenigingen en nieuwe lidmaatschapsvormen kunnen dit risico verminderen. Ook een gebrek aan kennis over en pedagogiek bij trainers is een risico omdat sporters snel afhaken. Relevante beleidskaders: Koersdocument Sociaal Domein Ombuigingen
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: ● Het percentage inwoners met een lage SEP dat haar eigen gezondheid als (zeer) goed ervaart is in 2026 (kinderen), 2027 (volwassenen) en 2028 (jongeren) gestegen t.o.v. 2021, 2022 en 2023 (Wanneer het percentage hoger is dan 90% (kinderen), 73% (Jeugd) en 55% (volwassenen)). ●
Het percentage inwoners met een lage SEP dat gezonde keuzes maakt (bewegen, voeding, rookvrij, middelengebruik) is gestegen in 2026 (kinderen), 2027 (volwassenen) en 2028 (jongeren) ten opzichte van 2021, 2022 en 2023 (Wanneer het percentage kinderen, jeugd en volwassenen dat voldoende beweegt, rookvrij leeft en de richtlijnen Gezonde Voeding volgt is gestegen.). 1. We voeren samen met het onderwijs het programma 'Swim2Play' uit om de zwemvaardigheid van kinderen te behouden en verbeteren. 2. We zetten in Velp, Dieren en Rheden een sportparkmanager in die de samenwerking tussen sportverenigingen onderling en organisaties uit sport, onderwijs, welzijn, bedrijfsleven stimuleert (Open Club). 3. We zetten clubkadercoaching in voor het vergroten van de pedagogische en didactische vaardigheden van (vrijwillige) trainers en coaches bij (sport)verenigingen. 4. We begeleiden sportclubs bij het werken aan een Veilig Sportklimaat. 5. We zetten in het Voortgezet Onderwijs Combinatiefunctionarissen Sport, Cultuur, Digitaal Burgerschap en Gezond Leven in, die met de scholen activiteiten en beleid op deze thema's binnen school ontwikkelen en uitvoeren. 23
6. We voeren het programma 'Actief Ouder Worden' uit, gericht op meer bewegen in de buurt, sterk blijven en valpreventie. 7. We stellen in 2024 een nieuwe sportaccommodatievisie op, welke we begin 2025 vaststellen. 8. In Velp-Zuid, Dieren-Stenfert en Rheden ondersteunen we activiteiten en initiatieven die het voedingsaanbod in de buurt gezonder maken.
Vergroten van kansen voor jeugdigen in een kwetsbare situatie. Wat willen we bereiken? Onze focus ligt op het verstevigen van de opvoed-en opgroeiomgeving (pedagogische basis) van (aanstaande) ouders, kinderen en jeugdigen in kwetsbare situaties, voornamelijk in wijken met een lage veerkracht. We richten ons op thuis, in de wijk, kinderopvang, scholen en vrije tijd. De Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 is mede richtinggevend voor de komende jaren. Dit vraagt om stimulering van een veilige, gezonde en kansrijke omgeving waarin kinderen en jeugdigen zich ontwikkelen en hun talenten ontdekken, ongeacht hun achtergrond, beperking of sociaaleconomische positie. Bijvoorbeeld door preventieve en basisvoorzieningen zoals Kansrijke start, laagdrempelige manieren en plekken waar jeugdigen en ouders met opgroei- en opvoedvragen terecht kunnen in de wijk. Ombuigingen 2025 e.v. Vanaf 2025 bouwen we subsidies af die wij aan organisaties verstrekken, die er aan bijdragen om geen jeugdzorg-maatwerkvoorziening aan te vragen. Voorbeelden zijn: scoutingverenigingen, vakantiebouwdorpen en iriszorg. Ook kijken we hoe we stoppen met regionale afspraken rondom de regionale inzet voor ambulant jeugdhulpverleners in het voortgezet onderwijs in regio Zutphen.
Verder bouwen we de subsidie af voor peutervoorzieningen; peuters waarvan ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag kunnen niet langer met subsidie 2 ochtenden per week naar de voorschool. Hierdoor kan ongelijkheid ontstaan ontstaat ongelijkheid in de startpositie van ouders. Tot slot zal de vangnetregeling sociaal medische indicatie (SMI) afgebouwd worden. De SMI is een vangnetregeling voor tijdelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang vanwege een sociale, medische of psychische reden bij ouder of kind. De doelgroep van SMI bestaat uit gezinnen met kinderen tot en met 12 jaar waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Vanwege een sociale of medische situatie bij ouder of kind is kinderopvang dan nodig. Soms om te zorgen dat een kind tot ontwikkeling komt voor gelijke kansen, soms vanwege een overbelast gezinssysteem, ongeneeslijke ziekte of in extreme gevallen om uithuisplaatsing te voorkomen. De verantwoordelijk portefeuillehouder is Ronald Ter Hoeven. Speerpunt is Overig. Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? De afgelopen jaren is er een toename van jeugdigen met mentale problemen en de complexiteit daarvan. De komende jaren zijn er door de bezuinigingen minder middelen beschikbaar om juist die opvoed- en opgroeiomgeving te versterken. Een risico van de afbouw van de peutersubsidie is dat ongelijke kansen toenemen.
Daarnaast kan het stimuleren dat meer kinderen een vve-indicatie krijgen. De kosten daarvan zijn hoger. Kinderen gaan dan 4 ochtenden naar een peuteropvang met een extra taal-stimulerend programma.
24
Het risico van de afbouw van de SMI is dat de zorgkosten kunnen toenemen. Met een versobering van de regeling en de gestarte pilot om met Incluzio aan duurzame versterking van gezinnen verwachten we betere resultaten te halen dan afschaffing. Relevante beleidskaders: Koersdocument Sociaal Domein Ombuigingen
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: ● Het percentage jeugdigen met een startkwalificatie (bij 22 jaar) blijft gelijk of groeit ten op zichte van 2023 (76%) (Indien het percentage hoger of gelijk is aan 76%.). 1. We stimuleren scholen om in te zetten op schoolaanwezigheid om vroegtijdige schoolverlaters te voorkomen. 2. We zijn betrokken bij de regionale aanpak vroegtijdige schoolverlaters. 3. We geven het Regionaal Bureau Leerlingzaken de opdracht leerplicht-en kwalificatieplichtwet uit te voeren. ●
We bereiken alle peuters met een verwachte onderwijsachterstand met vve.
●
Het percentage jongeren met een lage SEP dat na een moeilijke periode meestal snel herstelt is in 2027 minimaal gelijk gebleven ten opzichte van 2023 (Wanneer het percentage jongeren met lage SEP 58% of hoger is). We voeren acties uit in het kader van de Hervormingsagenda. We zetten o.a. in op de samenwerking tussen onderwijs, het lokale team en de jeugdhulp.
Wat mag het kosten? Wat mag het kosten?
(x € 1.000,-) R 2023
GB 2024
B 2025
B 2026
B 2027
B 2028
574
496
467
461
461
461
5.2 Sportaccommodaties
4.780
4.458
4.377
4.386
4.436
4.343
7.1 Volksgezondheid
2.049
2.906
2.769
2.651
2.013
2.012
7.404
7.860
7.613
7.498
6.910
6.816
510
10
10
10
10
10
1.605
1.412
1.719
1.861
1.869
1.938
176
999
999
832
194
194
Subtotaal
2.291
2.421
2.728
2.703
2.073
2.142
Saldo van baten en lasten
-5.113
-5.439
-4.885
-4.795
-4.837
-4.674
Lasten 5.1 Sportbeleid en activering
Subtotaal Baten 5.1 Sportbeleid en activering 5.2 Sportaccommodaties 7.1 Volksgezondheid
Toelichting op nieuwe lasten t.o.v. Kadernota 2025 •
Op basis van een interne analyse zijn de lasten en baten bijgesteld. Per saldo is het resultaat hiervan € 50 k negatief. Daarbij is ervan uitgegaan dat de prijsstijgingen van de energie gedekt worden door de stelpost in programma 3.
25
De sociale basis Als gemeente garanderen we ontmoeting voor inwoners in kwetsbare situaties. Wat willen we bereiken? In onze gemeente zijn diverse ontmoetingsplekken in de vorm van o.a. dorpshuizen en inloophuizen. Wij houden de ontmoetingsplekken in kwetsbare wijken in stand. Ook kijken wij samen met de organisaties naar het totale aanbod aan ontmoetingsplekken in onze gemeente. Hierbij worden ook de verenigingen, bibliotheken, speelplaatsen en parken betrokken. Vanaf 2025 worden de incidentele subsidies stopgezet en vanaf 2026 vermindert het beschikbare budget voor sport, cultuur, vrijwilligersorganisaties en dorpshuizen. De sociale basis is echter van groot belang voor de samenleving en om te voorkomen dat zorgkosten nog verder stijgen. Daarom zijn wij in september 2024 een traject gestart om samen met alle organisaties te kijken op welke wijze de sociale basis in stand kan blijven. De resultaten hiervan worden in het voorjaar van 2025 verwacht. Ombuigingen 2025 e.v. Vanaf 2026 verlagen we subsidies aan organisaties die ontmoeting en ontspanning mogelijk maken en die incidenteel subsidieaanvragen indienen voor activiteiten in de sociale basis. Dit betreffen organisaties die sociale (o.a. dorpshuizen, buurt- en belangenverenigingen), sportieve (sportevenementen) en culturele activiteiten (podiumvoorziening en culturele activiteiten) organiseren.
In 2025 stemmen we samen met onze partners uit de sociale basis af hoe we de beschikbare middelen de komende jaren kunnen inzetten om ontmoeting en ontspanning mogelijk te blijven maken. De verantwoordelijk portefeuillehouder is Gea Hofstede. Speerpunt is G4 Een nog stevigere Sociale Basis. Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? De aangekondigde bezuinigingen vormen een risico voor het voortbestaan van de dorps- en buurthuizen en inloophuizen en de activiteiten die hier plaatsvinden. Wanneer ontmoetingslocaties in de wijken verdwijnen, verdwijnen ook de groepsactiviteiten die plaatsvinden op deze locaties. Omdat inwoners elkaar bij deze activiteit niet meer ontmoeten neemt onderling contact af waarmee omzien naar elkaar ook in het gedrang komt. Relevante beleidskaders: Koersdocument Sociaal Domein Ombuigingen
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: ● In 2025 vindt de nulmeting plaats van deze indicator. Op basis van deze nulmeting wordt een resultaat benoemd voor 2026.
Vrijwillige inzet ondersteunen waar nodig. Wat willen we bereiken? Vanaf september 2024 kijken wij samen met alle vrijwilligers vanuit cultuur, sport, maatschappelijke organisaties en dorpshuizen naar de instandhouding van de sociale structuren. Gelet op de verminderde financiële mogelijkheden moeten we dit anders gaan organiseren. De gesprekken hierover zijn nu gaande en de resultaten worden in het voorjaar van 2025 verwacht. 26
Daarnaast kijkt de gemeente ook naar haar eigen rol voor de ondersteuning van de vrijwilligers, deze zal minder financieel zijn en meer ondersteunend en faciliterend van aard moeten zijn. Ook moet er aandacht blijven voor de mantelzorgers en met name de jonge en werkende mantelzorgers. Ombuigingen 2025 e.v. Vanaf 2026 zullen subsidies en ondersteuningssubsidies afgebouwd gaan worden die vrijwillige inzet stimuleren met een subsidie. In 2025 stemmen we samen met onze partners uit de sociale basis af hoe we de beschikbare middelen de komende jaren kunnen inzetten om vrijwillige inzet mogelijk te blijven maken. De verantwoordelijk portefeuillehouder is Gea Hofstede. Speerpunt is G4 Een nog stevigere Sociale Basis. Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? Minder financiële middelen leidt mogelijk tot mindere ondersteuning aan vrijwillige inzet (mantelzorg en vrijwilligers) waardoor zij minder ondersteuning krijgen en zij naar verwachting meer belast worden. Vermindering van vrijwillige inzet (mantelzorg en vrijwilligers) heeft naar verwachting het effect dat meer beroep wordt gedaan op geïndiceerde hulp. Relevante beleidskaders: Koersdocument Sociaal Domein Ombuigingen
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: ● In 2025 geven de mantelzorgers de hulp en ondersteuning bij het geven van mantelzorg gemiddeld een 7. ●
In 2025 geven de vrijwilligers de hulp en ondersteuning bij het doen van vrijwilligerswerk een 7.
Sociale leefbaarheid vergroten in wijken waar de veerkracht onder druk staat Wat willen we bereiken? In een drietal wijken in de gemeente Rheden staan leefbaarheid in de wijk en de veerkracht van bewoners onder druk. Onze speciale aandacht gaat uit naar deze wijken. Door de toename van het aantal kwetsbare inwoners in deze wijken (o.a. uitstroom beschermd wonen, jeugdzorg, statushouders) staat de veerkracht onder druk. Dit leidt tot overlast en het gevoel van onveiligheid. In de wijk Stenfert in Dieren werken de teams Leefomgeving en Samenleving samen aan het vergroten van de veerkracht. De geleerde lessen worden ook toegepast op de andere wijken in de gemeente Rheden. Ook zetten wij in op het verkrijgen van subsidies om pilots in de wijk te kunnen draaien. Ombuigingen 2025 e.v. Vanaf 2026 e.v. worden (stimulerings)subsidies verlaagd voor organisaties die de veerkracht van wijken ondersteunen. In 2025 stemmen we samen met onze partners uit de sociale basis af hoe we de beschikbare middelen de komende jaren kunnen inzetten om de sociale leefbaarheid, in wijken waar de veerkracht onder druk staat, mogelijk te blijven maken. De verantwoordelijk portefeuillehouder is Gea Hofstede. Speerpunt is G4 Een nog stevigere Sociale Basis.
27
Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? De afbouw van subsidiemogelijkheden om de veerkracht te vergroten zet de sociale leefbaarheid onder druk. Relevante beleidskaders: Koersdocument Sociaal Domein Ombuigingen
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: ● Aan het eind van 2025 geeft tenminste 40% van de inwoners die betrokken zijn bij de activiteiten van de wijk aan dat de leefbaarheid is verbeterd. Dit kan gaan om gezondheid, onderlinge betrokkenheid en minder eenzaamheid of een groenere omgeving. ●
In 2025 hebben 250 inwoners deelgenomen aan activiteiten van en voor de buurt.
We beschikken over een robuuste sociale basis Wat willen we bereiken? In de gemeente Rheden is in de afgelopen jaren gebouwd aan de sociale basis. Door in te zetten op vrij toegankelijke voorzieningen die preventief werken voorkomen wij de instroom in de duurdere (maatwerk) oplossingen. Door de bezuinigingen zijn er minder financiële middelen. Wij zijn in gesprek met de organisaties om gezamenlijk te kijken hoe voorzieningen in stand kunnen blijven, wat hiervoor nodig is en hoe organisaties samen kunnen werken. Dit is in september 2024 gestart. Wij verwachten de resultaten hiervan in het voorjaar van 2025 aan de gemeenteraad te kunnen presenteren. De inzet is gericht op de gehele gemeente, maar met extra aandacht voor de drie meest kwetsbare wijken. Ombuigingen 2025 e.v. Vanaf 2026 worden subsidies verlaagd voor organisaties die zich inzetten voor de sociale basis in de vorm van o.a. dorpshuizen, buurt- en belangenverenigingen en andere vrijwilligersorganisaties als ook de subsidieregeling inwonersinitiatieven die activiteiten in het sociaal domein stimuleren om ontmoeting en ontspanning mogelijk maken. In 2025 stemmen we samen met onze partners uit de sociale basis af hoe we de beschikbare middelen de komende jaren kunnen inzetten om over een robuuste sociale basis te blijven beschikken. De verantwoordelijk portefeuillehouder is Gea Hofstede.
Speerpunt is G4 Een nog stevigere Sociale Basis. Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? De aangekondigde bezuinigingen vormen een risico voor een robuuste sociale basis. Wanneer de sociale basis onder druk staat is de verwachting dat inwoners meer beroep gaan doen op geïndiceerde ondersteuning. Relevante beleidskaders: Koersdocument Sociaal Domein Ombuigingen
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: ● 70% van de inwoners zoekt hulp bij familie, vrienden of kennissen (2025). ●
40% van de inwoners vindt dat buurtbewoners elkaar (zeer) goed helpen of ondersteunen (2025).
28
Wat mag het kosten? Wat mag het kosten?
(x € 1.000,-) R 2023
GB 2024
B 2025
B 2026
B 2027
B 2028
4.2 Onderwijshuisvesting
2.701
3.046
3.535
3.702
3.668
3.629
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 5.3 Cultuurpresentatie, prod.partic.
3.078
2.887
2.686
2.703
2.673
2.623
887
854
637
566
439
439
901
887
887
817
817
817
6.1 Samenkracht en burgerparticip. 6.2 Wijkteams
3.855
4.134
4.567
4.223
4.091
4.009
577
588
554
513
468
443
6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.72 Maatwerkdienstverlening 186.82 Geëscaleerde zorg 18-
2.414
2.863
2.960
3.007
3.055
3.055
15.031
16.846
18.724
18.317
18.167
17.918
16.991
17.989
19.097
17.864
16.992
17.121
886
1.013
1.133
1.133
1.133
1.133
47.322
51.106
54.781
52.846
51.504
51.188
4.2 Onderwijshuisvesting
480
507
509
511
511
511
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 5.3 Cultuurpresentatie, prod.partic. 5.6 Media
1.012
940
939
939
939
939
100
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
6.1 Samenkracht en burgerparticip.
793
252
589
403
403
403
6.2 Wijkteams
65
0
0
0
0
0
6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.72 Maatwerkdienstverlening 186.82 Geëscaleerde zorg 18-
520
554
760
766
766
766
540
940
940
904
1.256
1.566
184
22
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Subtotaal
3.693
3.215
3.737
3.523
3.875
4.185
Saldo van baten en lasten
-43.629
-47.892
-51.044
-49.324
-47.629
-47.003
Lasten
5.6 Media
Subtotaal Baten
Toelichting op nieuwe lasten t.o.v. Kadernota 2025 •
Vanuit de BVO DRAN is een gewijzigde begroting 2024 en meerjarenbegroting MJPB 20252028 ingediend voor het doelgroepenvervoer. De mutatie is overgenomen vanuit het op 28 29
mei voor zienswijze voorgelegd Raadsvoorstel "Ontwerp Meerjarenprogrammabegroting BVO DRAN 2025-2028 inclusief gewijzigde begroting 2024”. •
In verband met de voorgenomen bezuinigingen is het voorstel met onmiddellijke ingang nog maar één ronde "Ik buurt mee!" te houden. Daarmee streven we jaarlijks naar een besparing van € 25 k structureel. In aansluiting op een collegevoorstel is de Raad hierover geïnformeerd in de Raadsinformatiebrief "Ik buurt mee!".
•
Aanpassing Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2023 (conform Raadsvoorstel d.d. 23/04/24): Vanuit de landelijke wetgever is de hoogte van de eigen bijdrage abonnementstarief aangepast wat een aanpassing van de verordening vraagt. Een inschatting van de bijbehorende financiële effecten, € 35 k extra baten door verhoging eigen bijdrage is bij taakveld 6.6 verwerkt en € 180 k extra lasten bij taakveld 6.71.
•
Vanuit de Modulair Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Centraal Gelderland (MGR) is een gewijzigde begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025 - 2028 ingediend, die in de raadsvergadering van 27 juni in de gemeenteraad is vastgesteld. Als gevolg van de (aangepaste) indexering van modules zijn de lasten voor de deelnemende gemeenten gewijzigd. In opdracht van de regiogemeente is in de zomer de meerjarenbegroting verder bijgesteld door de MGR. Ook deze aanpassing (lagere indexering en daardoor lagere lasten) is vooruitlopend op de besluitvorming in het AB al verwerkt in deze begroting van Rheden.
•
Wmo - Begeleiding : Het aantal inwoners met Wmo-begeleiding blijft toenemen. Afbouw hiervan is, ondanks de opdracht Sociale Basis niet mogelijk, waardoor het budget hiervoor met € 868 k moet worden verhoogd.
•
Wmo - Huishoudelijke Hulp : Het aantal inwoners blijft toenemen. We kijken kritisch naar het aantal uren dat we beschikken en beschikken het laagste aantal uren HbH per inwoner in de regio. We blijven kritisch kijken of verdere afschaling van het aantal uren of de frequentie mogelijk is. Op basis van de huidige aantallen zien wij dat een structurele ophoging van het budget met € 367 k noodzakelijk is.
•
Jeugdzorg : In het eerste half jaar zien we het aantal jeugdigen dat een beroep doet op jeugdzorg per maand met 2,4% afnemen t.o.v. zelfde periode in 2023. We komen naar verwachting met betrekking tot de kosten van jeugdzorg (inclusief aandeel jeugdzorg in de opdracht Sociale Basis) €1.100 k hoger uit dan het begrote bedrag. Dit komt voornamelijk door toegenomen complexiteit in problematiek en daarbij benodigde zwaardere zorgtrajecten in combinatie met hogere tarieven. De verwachte kostenstijging nemen we structureel mee.
•
Aanpassing tarieven 2024,gebaseerd op het tarievenonderzoek dat is uitgevoerd voor de ambulante Wmo en Jeugdzorg en voor Verblijf jeugd en overige verwachte effecten hiervan voor onze begroting werkt structureel door. Het gaat hier om een bedrag van € 2,5 mln.
•
Wij zijn geconfronteerd met omvangrijke autonome ontwikkelingen op taken binnen het sociaal domein, ontwikkelingen waar we door het Rijk niet toereikend op worden gecompenseerd. Dit betekent ook dat wij vanaf nu extra in zullen moeten zetten op maatregelen die de negatieve autonome ontwikkelingen binnen programma 1 Samenleving compenseren. We realiseren ons dat we hiermee ook buiten de gebaande paden moeten denken en een grote omslag in denken en doen nodig hebben. Alleen zo kunnen we ook op langere termijn deze autonome ontwikkelingen het hoofd bieden. Enerzijds is de inzet op extra middelen vanuit het Rijk. Anderzijds is de keuze om de komende jaren in te zetten op een transformatie binnen Programma 1 Samenleving. Voor deze transformatie maken we transitiekosten.
30
Hoe meten wij onze prestaties? Indicatoren per doel
Type indicator
Alle inwoners beschikken over de basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en digitale vaardigheden Het percentage laaggeletterden Uitkomstindicator (maatschappelijk effect) Aantal cursusplaatsen in eke wijk (formeel en non Inspanningsindicator formeel) Wij voorkomen schulden bij jeugdigen en inwoners met een laag inkomen % huishoudens met geregistreerde Uitkomstindicator problematische schulden (maatschappelijk effect) Inwoners met een laag inkomen maken optimaal gebruik van inkomensregelingen Het aantal Gelrepashouders Aantal kinderen dat gebruik maakt van een of meer voorzieningen door Stichting Leergeld
Bron
geletterdheid in zicht Monitor Taalhuis
CBS Schuldenproblematiek in beeld
Resultaatindicator
Csam
Resultaatindicator
Jaarverslag Stichting Leergeld
Alle inwoners met een bijstandsuitkering doen mee naar vermogen % inwoners met uitkering dat actief re-integratie- Resultaatindicator , inburgerings, begeleidings- of bemiddelingstraject heeft In wijken met een lagere sociaaleconomische-positie en (her)in te richten wijken maakt de leefomgeving gezonde keuzes makkelijker % inwoners (volwassenen) met een lage SEP dat Uitkomstindicator tevreden is over eigen woonomgeving (maatschappelijk effect)
Csam
GGD Gezondheidsmonitor Volwassenen
% inwoners dat tijdens periode van hitte voldoende verkoeling kan vinden in de eigen woning, tuin of buurt
Uitkomstindicator (maatschappelijk effect)
GGD Gezondheidsmonitor Volwassenen
Aantal overlastmeldingen houtstook via Stookwijzer.nu, Fixi en webformulier gemeentesite.
Resultaatindicator
Stookwijzer.nu, Fixi & meldingen via gemeentewebsite
Uitkomstindicator (maatschappelijk effect)
GGD Gezondheidsmonitor: kinderen, jongeren en volwassenen
Resultaatindicator
GGD Gezondheidsmonitor: kinderen, jongeren en volwassenen
Gezonde keuzes zijn een gewoonte, ook voor inwoners in een kwetsbare situatie % inwoners met lage SEP met beoordeling goed of zeer goed voor ervaren gezondheid.
% inwoners met lage SEP dat gezonde leefstijlkeuzes maakt: dagelijks voldoende bewegen, groente en fruit, rookvrij leven en beperkt middelengebruik.
31
Vergroten van kansen voor jeugdigen in een kwetsbare situatie. Het percentage voortijdig-schoolverlaters dat Resultaatindicator positief instroomt in onderwijs, werk of dagbesteding Het percentage peuters dat gebruik maakt van Inspanningsindicator een vve-indicatie Het percentage jongeren met een lage SEP dat Uitkomstindicator na een moeilijke periode meestal snel herstelt (maatschappelijk effect) Als gemeente garanderen we ontmoeting voor inwoners in kwetsbare situaties. Het percentage inwoners dat aangeeft dat de Resultaatindicator voorzieningen om elkaar te ontmoeten voldoende zijn. Vrijwillige inzet ondersteunen waar nodig. Gemiddelde rapportcijfer dat mantelzorgers de hulp en ondersteuning geven bij het mantelzorgen. Gemiddelde rapportcijfer dat vrijwilligers de hulp en ondersteuning geven bij het doen van vrijwilligerswerk Sociale leefbaarheid vergroten in wijken waar de veerkracht onder druk staat Het aantal inwoners dat deelgenomen heeft aan activiteiten van en voor de buurt Het percentage inwoners die betrokken zijn bij activiteiten en aangeven dat hun leefbaarheid is verbeterd We beschikken over een robuuste sociale basis Het percentage inwoners dat ondersteuning vraagt aan familie, vrienden of kennissen. Het percentage inwoners dat vindt dat buurtbewoners elkaar goed helpen of ondersteunen.
Peutermonitor GGD Gezondheidsmonitor Jeugd
Rheden Spreekt
Resultaatindicator
Rheden Spreekt
Resultaatindicator
Rheden Spreekt
Resultaatindicator
leefbarometer.nl
Resultaatindicator
Moet Margriet nog aangeven
Resultaatindicator
Rheden Spreekt Rheden Spreekt
Verbonden partijen Voor het bereiken van de doelstellingen van het programma, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten, heeft de gemeente Rheden zich met een aantal partijen verbonden waarin zij een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Het gaat hier om de volgende organisaties: • Modulair Gemeentelijke Regeling Sociaal Domein regio Centraal Gelderland (MGR); • Veiligheids- Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM); • Vervoersorganisatie regio Arnhem Nijmegen (DRAN); • Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen; • Stichting Veilig Thuis. In de paragraaf Verbonden Partijen wordt nader inzicht gegeven in de beleidsmatige en financiële betrokkenheid en risico's van de gemeente in deze organisaties.
32
Kosten totale programma Tabel: Programmastaat 1 Samenleving 1. Samenleving Omschrijving (bedragen x € 1.000)
R 2023
GB 2024
B 2025
B 2026
B 2027
B 2028
Lasten
89.042
92.184
95.767
93.050
90.744
90.317
Baten
24.870
22.300
24.068
23.449
23.171
23.550
-64.172
-69.884
-71.699
-69.601
-67.572
-66.766
Toevoeging
83
425
392
540
0
0
Ontrekking
2.378
552
36
36
36
36
Resultaat
-61.877
-69.757
-72.055
-70.105
-67.536
-66.730
Saldo van baten en lasten
Reserves
Taakvelden Samenleving Voor de periodieke financiële rapportage aan het CBS (Iv3) is voor een aantal taakvelden van het programma 1 een gedetailleerdere verdeling van de baten en lasten vereist die aansluit op de Programmabegroting. De in 2023 ingevoerde verfijning is voor 2025 op een aantal punten inhoudelijk gewijzigd. In bijlage 9 is een voorlopige verdeling gemaakt van de baten en lasten in de CBS-indeling die gaat gelden vanaf 2025.
33
2 Leefomgeving
Wat is onze visie? Wij werken aan een duurzame en kwalitatieve woon-, werk- en leefomgeving in onze zeven dorpen en ons buitengebied. Samen met inwoners, bedrijven en (maatschappelijke) organisaties bepalen we wat de voorwaarden zijn voor een gezonde, aantrekkelijke, klimaatbestendige en veilige omgeving waar iedereen zich thuis voelt. We koesteren daarbij onze identiteit die in belangrijke mate bepaald wordt door onze historische, landschappelijke en natuurlijke karakteristieken van de dorpen en het buitengebied. In 2025 werken we dit verder uit in de nieuwe Omgevingsvisie. Vanuit het sociaal domein en het ruimtelijke domein werken we integraal samen aan opgaven die invloed hebben op de leefbaarheid in onze wijken en dorpen. Ook de komende jaren zullen grote (landelijke) opgaven, zoals de woningbouwopgave, de energietransitie, klimaatadaptatie, de opvang van vluchtelingen, de transitie in het landelijk gebied en de implementatie van de Omgevingswet inzet van de gemeente vragen. Voor onze gemeente komt hierbij onze sociaaleconomische situatie die verbetering behoeft. Tegen de achtergrond van onze krappe financiële situatie moeten we kiezen welke opgave we wanneer en op welke manier kunnen oppakken. Maar ook waar we een stap terug moeten doen in onze ambitie.
De komende jaren zullen we dus met minder middelen moeten werken aan maatschappelijke opgaven die veel invloed hebben op onze leefomgeving. Dit vraagt om een samenhangende en gerichte aanpak en nauwe samenwerking met onze inwoners en partners. Met deze begroting zetten we de komende jaren in op:
34
- Het structureel inzetten op woningbouwversnelling zodat een passende woning voor verschillende doelgroepen beschikbaar is. Hierbij richten we ons op het verbeteren van de sociaaleconomische positie van onze gemeente. Het gaat niet alleen om aantallen woningen, maar ook richting geven aan een versteviging van de spreiding van woningtypen. We zien dit als een structurele opgave voor het komende decennia. We kijken hierbij nadrukkelijk waar we ambities op het gebied van leefomgeving en samenleving kunnen combineren. - Differentiatie van onze inzet in de diverse wijken. Wij geven hierbij voorrang aan investeringen en/of maatregelen in die delen van onze gemeente waar we het grootste verschil kunnen maken in het verbeteren van onze sociaal-economische positie. We zijn hiermee inmiddels gestart in Stenfert. Later kunnen daar in de wijkaanpak andere wijken in worden opgepakt. - Het doorwerken aan de Energietransitie. Hiervoor zetten we in op het verkrijgen van subsidies voor onze ambities (Europa, Rijk en Provincie). Opgaven waarvoor geen subsidie of eigen middelen beschikbaar zijn zetten we niet door en schalen we af. Ons tempo is hierbij dus afhankelijk van bijdragen van andere overheden en de mate waarin we die voor Rheden in kunnen zetten. - We blijven aandacht houden voor de kernkwaliteiten van onze leefomgeving, zoals erfgoed, landschap en biodiversiteit.
We zetten in op kennisdeling en samenwerking met partners om aan onze ambities te kunnen blijven werken met fors minder eigen middelen. - We gaan daar waar mogelijk inzetten op kostendekkendheid van taken en opgaven en onze inkomsten verhogen. Bewuste prioritering en inzet op die ruimtelijke projecten die bijdragen aan onze gemeentelijke doelen. - Het huidige onderhoudsniveau 'basis' houden we overeind. Het beheer van de openbare ruimte is inmiddels al ingericht op het basisniveau. Met uitzondering van de technische staat van wegen die zit daar nog onder. Wij zien geen ruimte in de begroting om dit op dit moment naar het gewenste basisniveau te brengen. In verband met de bezuinigingen doen we de komende jaren op de volgende onderdelen ook een stap terug: - We kijken kritisch naar onze investeringsprojecten en zien hier, mede door de stikstofproblematiek, ruimte om te temporiseren. Dit betekent dat de komende jaren vervangingsen investeringsprojecten uitstellen met één of meerdere jaren. We kijken daarbij ook of er projecten zijn die eventueel kunnen vervallen. - Bij ons reguliere beheer en onderhoud van de openbare ruimte maken we bewuste keuzes wat we aan het einde van de levensduur wel of niet vervangen. Op verschillende plekken zal dit leiden tot een versobering van de openbare ruimte.
- Inzet van eigen programmamiddelen voor (circulaire) economie, ruimtelijke projecten, landschap, erfgoed en biodiversiteit brengen we terug naar wat minimaal nodig is om onze basis en/of wettelijke taken en als vliegwiel te fungeren voor de realisatie van onze ambities (bijv. door aan te sluiten bij regiodeals of middelen van andere overheden. Dit betekent ook dat voor diverse thema’s beschikbare (gemeentelijke) subsidies komen te vervallen. Met de nieuwe Omgevingswet en de bijbehorende omgevingsvisie willen we dit in de praktijk vormgeven. We werken samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties aan een nieuwe omgevingsvisie (vaststelling in 2025) met duidelijke en richtinggevende keuzes, die vervolgens worden vertaald in het omgevingsplan en in omgevingsprogramma's. Inmiddels is de koers voor de omgevingsvisie vastgesteld die als leidraad geldt voor de op te stellen omgevingsvisie. De omgevingsvisie is de leidraad voor het handelen binnen het programma Leefomgeving. Hierbij brengen we nadrukkelijk samenhang met de ambities uit programma 1
35
Samenleving. Dit zien we in de praktijk terug in opgaves als Stenfert, de woningbouwversnelling en de energietransitie. Maar ook bijvoorbeeld bij de (her)inrichting van de openbare ruimte en speelvoorzieningen in de wijken. Uiteraard hebben de ombuigingen en bezuinigingen een stevige impact. Deze hebben wij per thema nader toegelicht. Vernieuwing omgevingsbeleid en ruimtelijke ontwikkelingen Het belangrijkste kader voor het realiseren van onze ruimtelijke projecten is de Omgevingswet. Deze is in 2024 in werking getreden. In Rheden grijpen we dit ook aan voor een vernieuwing in ons omgevingsbeleid. Door in ons omgevingsbeleid en de instrumenten als de omgevingsvisie en het omgevingsplan meer samenhang te brengen, richting te bepalen, prioriteiten te stellen en de uitvoerbaarheid te verbeteren kunnen we sneller en eenvoudiger een beter resultaat behalen. Omgevingsprogramma's bieden mogelijk daarnaast kansen om ook gericht te werken aan eigen ambities die prioriteit hebben. Het verbinden van ruimtelijke ontwikkelingen met maatschappelijke wensen en effecten staat centraal. De invoering van de Omgevingswet betekent een zeer stevige inspanning voor onze organisatie en vraagt een andere rol en cultuur van ambtenaren, college en de gemeenteraad. Levendige dorpen met een passende woning en werkgelegenheid Gemeente Rheden staat voor een grote woningbouwopgave.
Wij streven naar wijken waar men zich thuis voelt en waar het veilig is. Waar we bewust omgaan met energie en wonen in duurzame, circulair gebouwde woningen en natuur-inclusieve en klimaatbestendige wijken. Waar het woningtekort is afgenomen en er voldoende kansen zijn voor jongeren, gezinnen en ouderen om een passende woning te vinden, ook als zij zorg nodig hebben. We streven naar een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor ondernemers. Wij werken continu aan een goed woon- en vestigingsklimaat met aantrekkelijke werklocaties, zoals winkelgebieden en bedrijventerreinen. We zetten ons in op de banen die er zijn en bieden inwoners, die mee kunnen doen, de mogelijkheid te werken. Dit kan niet zonder samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en overheid. De gemeente Rheden heeft de ambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben, maar de financiële positie van de gemeente noopt om onze inzet hierop te faseren in tijd. Voor deze opgave willen we vooral aansluiten op de inzet die de regio pleegt via de Groene Metropool Regio. Duurzame en leefbare wijken en dorpen Wij zijn in 2040 een CO2 neutrale gemeente. Wij werken aan een versnelling van de opgave met bijbehorende intensivering van onze inzet. We willen de komende vier jaar in vier wijken concreet aan de slag met de warmtetransitie. Uiteraard nemen wij deze ambities mee bij nieuwe (woningbouw) ontwikkelingen.
Hierbij gaan we uit van de beschikbare rijksmiddelen. We hebben afgelopen periode met veel inzet en betrokkenheid van onze inwoners het burgerakkoord gesloten en dit uitgewerkt in de duurzaamheidsagenda. De hieruit voorkomende opgaven hebben we voor een periode van twee jaar vanuit gemeentelijke middelen gefinancierd. We kunnen hier in 2025 en 2026 aanzienlijk minder op inzetten. Samen met de betrokken inwoners gaan we in overleg wat we zonder deze middelen op een andere wijze kunnen realiseren of temporiseren. De bestaande openbare ruimte wordt klimaatadaptief en water-robuust ingericht, door o.a. meer vergroening en minder verharding. We creëren hierdoor een toekomstbestendige leefomgeving waarin inwoners comfortabel en gezond wonen, waarin we een vitale bodem hebben en waar inwoners op loopafstand verkoeling kunnen vinden tijdens warme perioden. Dit draagt tevens bij
36
aan een versterking van de biodiversiteit en het vergoenen van de openbare ruimte. De komende jaren zullen we deze inzet temporiseren vanwege de beperkte financiële middelen. Kwaliteit van de openbare ruimte is voor ons veel meer dan een mooie inrichting en een verzorgd onderhoud. De openbare ruimte draagt ook bij aan ontmoeting, beweging door sport en spel en een plezierige en veilige leefomgeving. Rijk en verbonden landschap We voelen verantwoordelijkheid om goed te zorgen voor onze unieke landschappen en inheemse flora en fauna. We willen een natuurinclusieve samenleving creëren door het aanbod aan leefgebieden te behouden en vergroten. Voor het behouden, herstellen en versterken van ons landschappen en biodiversiteit vragen wij extra inzet van onze partners in het landelijk gebied. De natuurwaarden van de Veluwe, de IJssel en landschapselementen staan door stikstof en droogte onder druk. Het Rijk en de provincies zijn verantwoordelijk voor het stikstof- en droogtevraagstuk. De problematiek is ingrijpend en complex en er zijn veel belangen mee gemoeid. Wij ondersteunen de verandering in de landbouw naar natuur-inclusief boeren. We willen als gemeente goed aanhaken op het stikstofvraagstuk en andere herstelprogramma’s voor natuur (o.a. gezonde bossen, heide, bodem). Onbalans tussen de natuurwaarden en recreatie zorgt voor verstoring van de natuur.
Duurzame recreatie en toerisme vinden wij daarom belangrijk. Dit laten wij vooral zien door onze inzet bij het Masterplan Veluwezoom en bij de uitvoering van de visie op recreatie en toerisme. Op de thema’s erfgoed, landschap en biodiversiteit hebben we de komende jaren fors minder eigen middelen. We kiezen ervoor om de resterende middelen gebundeld en zoveel mogelijk integraal in te zetten. Ondanks een minimaal budget zorgen we ervoor dat we de inzet en initiatieven van onze inwoners en vrijwilligers kunnen stimuleren en ondersteunen met onder andere kennis, advies en kleine middelen in natura. Daarnaast zorgen we ook voor het binnenhalen van subsidies, het aanjagen van (voorbeeld)projecten, kennisontwikkeling, expertise en bewustwording van de waarden en het belang van biodiversiteit, erfgoed en landschap. Helaas moeten we dit met minder beschikbare middelen doen. De resterende middelen willen we inzetten als vliegwiel voor investeringen van onze mede-overheden. Onze professionele personele kennis en kunde zetten we in om onze gemeentelijke ambities hierbij te verwezenlijken.
In dit programma zijn de volgende bestuurlijke doelstellingen actueel: Thema: Energie- en warmtetransitie - De bebouwde omgeving in Rheden is in 2040 aardgasvrij - Inwoners en bedrijven zijn zicht bewust van- en dragen bij aan de klimaatopgave - In 2040 wekken wij alle energie die wij gebruiken duurzaam op Thema: Vernieuwing omgevingsbeleid - Vanaf 2024 tot 2032 werken we aan de volledige implementatie van de Omgevingswet - In 2025 hebben wij een Omgevingsvisie Thema: Volkshuisvesting - Terugdringen woningtekort - Betaalbare, levensloopgeschikte en circulaire woningen - Veerkrachtige, duurzame wijken en dorpen zonder tweedeling. Thema: Economische ontwikkeling - Wij streven naar een positieve werkgelegenheidsontwikkeling - Aantal overnachtingen weer op niveau 2022 brengen - Gemeente Rheden geeft het goede voorbeeld op het gebied van circulair inkopen - Ondernemers zijn zich bewust van de kansen op het gebied van circulaire economie - We streven naar een maximaal scheidingspercentage 37
Thema: Biodiversiteit, erfgoed en landschap - We behouden, versterken en zorgen voor doorontwikkeling van de belangrijke kernkwaliteiten van onze gemeente: de grote variatie aan natuur en biodiversiteit, het gebouwde-, archeologische- en groene erfgoed en het (cultuur)landschap - We zetten de kwaliteiten van biodiversiteit, erfgoed en landschap in voor het behalen van gemeentebrede doelen, niet alleen in het fysieke maar ook in het sociale domein Thema: Inrichting en beheer openbare ruimte - De openbare ruimte wordt duurzaam, schoon, heel en veilig ingericht en beheerd. Waarbij maatschappelijke ontwikkelingen zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit en energietransitie onderdeel zijn van de herinrichting - Wateroverlast, hitte en droogte(stress) in de fysieke leefomgeving worden beperkt en voorkomen - Kinderen en jongeren in de gemeente Rheden spelen volop buiten, daarvoor zijn er voldoende, uitdagende en gevarieerde speelplekken in de openbare ruimte - De gemeente Rheden streeft met haar openbare verlichting veiligheid voor haar inwoners na. Wij investeren in energiebesparende armaturen met dimmodules.
Thema: Mobiliteit en infra - Behoud en verbetering van een verkeersveilige en leefbare openbare ruimte, waarin we duurzaam verplaatsen stimuleren, voorzieningen goed bereikbaar zijn en inzetten op een verkeersveilige schoolomgeving De doelstellingen zijn verwerkt in een doelenboom, waarin wordt beantwoord: •
Welk doel willen we bereiken om te komen tot deze visie?
•
Welke resultaten moet het opleveren?
•
Hoe meten wij onze prestaties?
Hierbij gaan we alleen in op nieuw beleid en politiek relevante zaken. Na deze doelenboom is informatie over betrokken Verbonden Partijen en de beschikbaar gestelde middelen opgenomen. De bijdrage per programma aan de Sustainable Development Goals (SDG’s) is opgenomen in bijlage 1: SDG’s per programma.
Energie- en warmtetransitie De bebouwde omgeving in Rheden is in 2040 aardgasvrij Wat willen we bereiken? We hebben niet alleen de opgave om in 2040 CO2 neutraal te zijn in Rheden. We moeten daarbij ook gefaseerd afscheid nemen van het aardgas als warmtebron. De tussenstand die we voorzien voor 2030 is dat er dan 5000 (particuliere) woningen klaar zijn om in de (nabije) toekomst van het aardgas af te gaan. Dit noemen we aardgasvrij-ready. Een onderdeel van deze aanpak is het isoleren van de hele woningvoorraad, zowel huur als particulier eigendom. Daarmee, en met aangepast verwarmingsgedrag, hopen we 40% tot 50% van de warmtevraag te besparen. Uiterlijk begin 2025 wordt een voorstel voor een revolverend fonds voor de verduurzaming van woningen en panden aan de Raad voorgelegd. De Duurzaam Leven Lening is bedoeld voor woningeigenaren, huurders, instellingen en organisaties. Een voorwaarde bij het voorstel is dat deze passend moet zijn binnen de huidige financiële kaders van de begroting. Ombuigingen 2025 e.v.: In de kadernota is besloten de middelen voor de duurzaamheidsagenda te schrappen. Ondanks dat we onderzoeken hoe we de doelen uit de duurzaamheidsagenda op een 38
andere manier kunnen realiseren verwachten wij dat veel van deze doelen niet gerealiseerd zullen worden. De verantwoordelijk portefeuillehouder is Paul Hofman. Speerpunt is P2 Voortvarende Warmtetransitie. Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? Voor de genoemde bedragen zijn we afhankelijk van de goedkeuring van subsidieaanvragen, waaronder de Dorpendeal van de provincie, waarvan de toekenning begin 2025 wordt verwacht, en de tweede tranche van de SPUK Lokale Aanpak Isolatie (LAI), waarvoor ook begin 2025 duidelijkheid wordt verwacht. De grootste onzekerheid betreft de extra rijksmiddelen (planfinanciering) die nodig zijn om een uitvoeringsprogramma voor alle wijken te realiseren.
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: ● De energievisie beschrijft hoe alle wijken energieneutraal kunnen worden, met als doel een aardgasvrij Rheden in 2040. We werken wijk voor wijk in volgordelijkheid, waarbij de uitvoering afhankelijk is van beschikbare capaciteit en middelen (2040)(Kosten:100.000). ●
500 huurders met een inkomen tot 130% WML worden geholpen met isolatie door een buurtklusbedrijf (2025)(Kosten:500.000).
●
300 woningeigenaren met een slecht geïsoleerde woning en een WOZ-waarde van maximaal €347.000 worden geholpen met het isoleren van hun woning in 2025 (Kosten:1.000.000).
●
We zetten in op vermindering op het energiegebruik voor woningen (Doorlopend).
●
Met Dieren-West en Stenfert werken we samen in dorpendeals (Sociale cohesie en Energie) (2025-2026)(Kosten:800.000).
Inwoners en bedrijven zijn zicht bewust van- en dragen bij aan de klimaatopgave Wat willen we bereiken? Een belangrijke stap naar een succesvolle klimaataanpak is de bereidheid van inwoners en bedrijven om hun steentje bij te dragen. Om onze samenleving verder te verduurzamen samen met onze inwoners en met aandacht voor hun leefsituatie, is meer nodig dan een communicatiestrategie en een internetplatform. Zeker als we dit combineren met de wijkgerichte aanpak om van het aardgas af te gaan. Dan is het zaak aan te sluiten bij de situatie waarin verschillende mensen verkeren, de keuzes waar ze voor staan en ondersteuning te bieden bij het maken van de duurzame keuze voor nu en voor de toekomst. De verantwoordelijk portefeuillehouder is Paul Hofman. Speerpunt is C3 Gemeente sterker in Verbinding. Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? Voldoende financiering vanuit de rijksoverheid.
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: ● Het klimaatplatform "WatisjouwRheden" en de bijbehorende kanalen bereiken een grotere doelgroep dan in 2024 (2025). ●
We zetten volop in op activering en bewustwording en ontwikkelen een plan om (bijna) alle doelgroepen te bereiken (2025).
39
●
We zetten in op het stimuleren van bedrijven om bij te dragen aan de energietransitie door te besparen, te isoleren en energie op te wekken. Het Regionaal Expertiseteam Energie (REE) biedt hierbij ondersteuning (Dit is een proces van lange adem. Het uiteindelijke doel is CO2 neutrale bedrijvigheid)(Kosten:80.000).
In 2040 wekken wij alle energie die wij gebruiken duurzaam op Wat willen we bereiken? We willen dat de gemeente Rheden in 2040 CO2-neutraal is door te zorgen dat het energiegebruik in 2040 gehalveerd is ten opzichte van het huidige verbruik. En daarbij willen we dat de dan nog gebruikte energie duurzaam is opgewekt. Om dit te realiseren hebben we een spoor Warmtetransitie (van gasverbruik naar duurzame warmtevoorziening), een spoor Bewustwording en een spoor Opwek van duurzame energie. In eerste instantie vindt de opwek van duurzame energie vooral plaats door middel van zonnepanelen op daken. In het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) kijken we naar (de nog beperkte) kansen voor grootschalig opwek van zonnenergie. In een energievisie werken we een geheel nieuwe aanpak uit om de warmtevraag duurzaam te genereren. De verantwoordelijk portefeuillehouder is Paul Hofman. Speerpunt is P2 Voortvarende Warmtetransitie. Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? Voor het realiseren van de benodigde duurzame opwekking is de gemeente afhankelijk van de medewerking van partijen zoals bewoners, bedrijven en initiatiefnemers. Daarnaast zoeken we naar oplossingen voor de congestie op het elektriciteitsnet, zodat opgewekte energie kan worden teruggeleverd aan het net. In de verkenning voor het Soerense Beekdal onderzoeken we de mogelijkheden van dubbel functie gebruik.
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: ● We ontwikkelen een duidelijke strategie en een uitvoeringsprogramma voor het opwekken van energie, met de nadruk op watergedragen warmte (2025)(Kosten:100.000). In 2025 zal de strategie in de energievisie door de raad worden vastgesteld, waarmee voldaan wordt aan de wettelijke verplichting om uiterlijk in 2026 een complete warmtevisie te hebben. ●
In het Soerense Beekdal onderzoeken we of een (groot) zonneveld gerealiseerd kan worden (2030).
Wat mag het kosten? Niet van toepassing.
Vernieuwing omgevingsbeleid Vanaf 2024 tot 2032 werken we aan de volledige implementatie van de Omgevingswet Wat willen we bereiken? De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. Met deze wet worden de regels voor het beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving volledig herzien. Deze stelselwijziging behoort 40
tot de grootste wetgevingsoperaties van Nederland en heeft grote gevolgen voor de praktijk. Het motto van de nieuwe wet is ‘Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’ en staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. Rheden staat voor een grote ruimtelijke opgave en heeft veel ambitie, bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw en wijkaanpak, groen-blauwe structuren en klimaat. Om effectief te kunnen werken aan de ruimtelijke ontwikkelingen en de borging van ruimtelijke kwaliteit is het nodig om het ruimtelijke beleid en regelgeving op te schonen harmoniseren. De implementatie van de wet omvat een nieuwe manier van werken aan de hand van nieuwe instrumenten die de Omgevingswet ons biedt en waarin ook digitalisering en cultuurverandering een belangrijke rol spelen. Ombuigingen 2025 e.v.: We streven naar kostendekkende leges en we verhogen de inkomsten die we met kostenverhaal kunnen realiseren. De verantwoordelijk portefeuillehouder is Paul Hofman. Speerpunt is P1 Implementatie Omgevingswet. Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? • Landelijke aanpassingen van prioriteiten kunnen zorgen voor herziening van Omgevingsplan • Het kan dus zijn dat bedragen niet gehaald worden of overschreden worden • Misschien geen programmabudget beschikbaar voor MER Relevante beleidskaders: Omgevingswet
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: ● We bouwen verder aan het definitieve Omgevingsplan door middel van wijzigingen die in de raad voor vaststelling worden voorgelegd. ● Verhogen inkomsten leges en verhoging inkomsten kostenverhaal (Kosten:175). Toelichting kosten: -75 (leges) en -100 (kostenverhaal)
In 2025 hebben wij een Omgevingsvisie Wat willen we bereiken? In het kader van de Omgevingswet stellen wij een Omgevingsvisie op dat het gemeentelijk strategisch kader vormt voor ruimtelijke ontwikkelingen. Deze omgevingsvisie vervangt al het huidige omgevingsbeleid, inclusief de dorpsstructuurvisies en de omgevingsvisie Buitengebied. In 2023 zijn dorpsgesprekken gevoerd en is een omgevingsagenda vastgesteld die de basis vormt voor de Omgevingsvisie die in 2024 wordt opgesteld. We moeten mogelijk een MER-procedure doorlopen en verwachten besluitvorming van de omgevingsvisie in 2025. De verantwoordelijk portefeuillehouder is Paul Hofman. Speerpunt is P1 Implementatie Omgevingswet. Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? Het werken met een omgevingsvisie is nieuw, vooral de integrale afweging tussen alle relevante beleidsvelden. De wens om integraal te denken en werken kan vertragend werken. Relevante beleidskaders: Omgevingswet
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: 41
●
Een vastgestelde Omgevingsvisie met een duidelijke richting, prioritering en samenhang met de ontwikkeling van het Omgevingsplan en nader te verkennen programma(s), mogelijk met daarbij behorende MER.
Wat mag het kosten? Wat mag het kosten?
(x € 1.000,-) R 2023
GB 2024
B 2025
B 2026
B 2027
B 2028
8.1 Ruimtelijke ordening
2.579
2.612
2.452
2.332
2.269
2.269
8.2 Grondexpl. (nietbedr.terreinen) Subtotaal
6.671
35
33
33
33
33
9.250
2.647
2.485
2.365
2.302
2.302
52
10
110
160
210
260
8.2 Grondexpl. (nietbedr.terreinen) Subtotaal
3.770
129
129
129
129
129
3.822
139
239
289
339
389
Saldo van baten en lasten
-5.428
-2.508
-2.246
-2.076
-1.963
-1.913
Lasten
Baten 8.1 Ruimtelijke ordening
Volkshuisvesting Terugdringen woningtekort Wat willen we bereiken? We willen dat jongeren, gezinnen en ouderen een passende woning kunnen vinden in onze gemeente door nieuwbouw of transformatie van gebouwen naar wonen. Dit geldt ook voor aandachtsgroepen, zoals mensen die wonen met zorg nodig hebben, arbeidsmigranten, woonwagenbewoners en statushouders. ombuigingen 2025 e.v.: In de kadernota is besloten dat er vanaf 2028 structureel 150K gereserveerd wordt voor de woningbouwversnelling. Tevens is besloten te stoppen met het projectblijfwijken en de realisatie van de flexwoningen te financieren vanuit de gelden die beschikbaar zijn voor de woningbouwversnelling. De verantwoordelijk portefeuillehouder is Gea Hofstede. Speerpunt is G3 Versnelling woningbouw. Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? Netcongestie, gestegen bouw- en loonkosten, stikstof, tekort personele capaciteit, stapelen van ambities, zijn risico's voor vertragen woningbouw. Niet verlenen omgevingsvergunning Haveland is risico voor realiseren flexwoningen.
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten:
42
●
Versnelling woningbouw continueren door intensivering gemeentelijke aanpak, efficiënter proces en inzet gemeentelijke capaciteit op woningbouwprojecten met meeste effect (We hebben dit resultaat bereikt als we onze bouwdoelstellingen voor 2030 realiseren. Ieder jaar moet er beter zicht zijn op de kans dat we de gewenste aantallen realiseren).
●
Streven 1675 woningen toevoegen (minimaal 810) tot en met 2030.
●
Meer vernieuwende woonvormen: In 2025 realiseren we 181 flexwoningen. Dit is een ombuiging uit het volkshuisvestingsbudget en wordt betaald uit subsidie Haveland (50k) (Kosten:1.500.000).
Betaalbare, levensloopgeschikte en circulaire woningen Wat willen we bereiken? De juiste woningen toevoegen, waardoor het aanbod meer in lijn komt met de vraag. Dit betekent meer betaalbare woningen, ook in de sociale huur (nieuwbouw), meer (geclusterde) levensloopgeschikte woningen (nieuwbouw en bestaande bouw) en circulair gebouwde woningen. Doorstroming op de woningmarkt, in eerste instantie van ouderen, waardoor lange verhuisketens op gang komen. Meer levensloopgeschikte woningen is gekoppeld aan het doel programma samenleving: Inwoners wonen op een prettige manier thuis en doen mee in de samenleving. De verantwoordelijk portefeuillehouder is Gea Hofstede. Speerpunt is G3 Versnelling woningbouw.
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: ● Voldoende betaalbare woningen (2030). Van de nieuwbouw moet 70% een betaalbare woning zijn (30% sociale huur, 40% middenhuur of betaalbare koop). ●
Meer levensloopgeschikte woningen (2000 t/m 2030). Deze worden toegevoegd in de nieuwbouw en bestaande bouw (2030).
●
Door producten wooncoach krijgen ouderen hulp bij het realiseren van of zoeken naar een passende woning.
●
Nieuwbouw: Per project vragen we aan de ontwikkelende partij om inzichtelijk te maken in welke mate circulair gebouwd gaat worden.
Veerkrachtige, duurzame wijken en dorpen zonder tweedeling. Wat willen we bereiken? (Veer-)krachtige, duurzame wijken/kernen met voldoende sociale binding, goede leefbaarheid en een juiste woningmix. We willen tweedeling in de dorpen terugdringen. De verantwoordelijk portefeuillehouder is Gea Hofstede. Speerpunt is Overig.
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: ● Betere woningmix in minder veerkrachtige wijken (2026). Circa 100 nieuwe sociale huurwoningen in veerkrachtige wijken gekoppeld aan een afname van 100 sociale huurwoningen in minder veerkrachtige wijken in de periode 2020 t/m 2026. 43
●
Start van twee projecten in Stenfert, die direct zichtbaar zijn in de wijk. Hierbij sluiten we aan bij de dorpendeal van de provincie (2026).
●
Uiterlijk 2028 (inspanningsverplichting voor 2027) zijn met een enkele uitzondering (monumenten of te slopen woningen) geen sociale huurwoningen met een E,F,G label (2028).
Wat mag het kosten? Wat mag het kosten?
(x € 1.000,-) R 2023
GB 2024
B 2025
B 2026
B 2027
B 2028
2.788
2.822
2.565
2.664
2.692
2.692
2.788
2.822
2.565
2.664
2.692
2.692
751
507
507
607
607
607
Subtotaal
751
507
507
607
607
607
Saldo van baten en lasten
-2.037
-2.315
-2.058
-2.057
-2.085
-2.085
Lasten 8.3 Wonen en bouwen Subtotaal Baten 8.3 Wonen en bouwen
Economische ontwikkeling Wij streven naar een positieve werkgelegenheidsontwikkeling Wat willen we bereiken? We willen bereiken dat de werkgelegenheid binnen de gemeente Rheden zich positief ontwikkelt. ombuigingen 2025 e.v.: Bij de vaststelling van de kadernota is besloten het budget voor dit thema met 75K te verlagen, de invoering van een reclamebelasting voor de bedrijventerreinen te onderzoeken en de toeristenbelasting te verhogen. Daarnaast vullen we 0,8 fte vacatureruimte niet in. Al met al betekent dit dat we het uitvoeringsprogramma en de uitvoeringsagenda herijken om te bezien wat we hieruit nog kunnen realiseren. De verantwoordelijk portefeuillehouder is Ronald Ter Hoeven. Speerpunt is G2 Versterken Financiële bestaanszekerheid. Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? Negatieve conjuncturele ontwikkelingen kunnen leiden tot minder werkgelegenheid. Het niet blijven investeren in een aantrekkelijk vestigingsklimaat kan leiden tot minder bedrijvigheid en daarmee minder werkgelegenheid. Schaarste van gronden is een risico vwb faciliteren van nieuwe bedrijvigheid.
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: ● Het aantal banen in de gemeente te laten stijgen met het Gelderse gemiddelde (bron: PWE Gelderland 2024) (2025). Gezien de schaarste van gronden is het voor de gemeente Rheden moeilijker om nieuwe bedrijvenlocaties te ontwikkelen. Dit betekent ook dat het realiseren van meer werkgelegenheid onder druk staat. 44
●
In 2025 wordt verder ingezet op het vergroten van bewustwording rondom inclusiviteit en de rol en verantwoordelijkheid van de werkgevers.
●
We faciliteren diverse activiteiten en netwerken om de toeristisch-recreatieve sector, inclusief horeca, te ondersteunen in continuering van de bedrijvigheid en werkgelegenheid. Marketing en promotie van de Veluwezoom maken hier deel van uit (Kosten:185.590).
Aantal overnachtingen weer op niveau 2022 brengen Wat willen we bereiken? .Ondanks de bezuinigingen op dit thema spannen we ons in om het aantal overnachtingen weer op niveau 2022 te brengen. Dit doen we door o.a. het uitvoeren van het masterplan veluwe zoom waardoor de gemeente hopelijk aantrekkelijker wordt voor toeristen die willen overnachten. De verantwoordelijk portefeuillehouder is Ronald Ter Hoeven. Speerpunt is R2 Economische impuls T&R.
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: ● Onbekend zijn de resultaten over 2024. De resultaten 2023 geven aan dat het aantal overnachtingen is gedaald, maar de opgelegde toeristenbelasting is gestegen (2026)(Kosten:185.590). 2025 zal in het teken staan van stimuleren overnachtingen in de gemeente Rheden. De gastvrije sector heeft een eigen dynamiek, positieve resultaten zijn niet op te leggen.
Gemeente Rheden geeft het goede voorbeeld op het gebied van circulair inkopen Wat willen we bereiken? Het stimuleren van circulariteit binnen de gemeente Rheden. Het gaat hierbij zowel om mogelijkheden bij ontwikkelingen en projecten vanuit de interne organisatie als ook bij het beheer van de openbare ruimte. ombuigingen 2025 e.v.: Met het vaststellen van de kadernota is besloten om de 50K die beschikbaar was om de circulaire economie te stimuleren te schrappen. Dit heeft effect op het bereiken van onze doelen die we nu vooral in samenwerking met de GMR willen bereiken. De verantwoordelijk portefeuillehouder is Dorus Klomberg. Speerpunt is R1 Stimulering Circulaire Economie. Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? Door bezuinigingen moeten afdelingen keuzes maken tussen lange termijn (circulair inkopen = extra kosten) of korte termijn (proberen zoveel mogelijk te realiseren). In de praktijk kiest men voor korte termijn.
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: ● De interne organisatie is geïnformeerd over de noodzaak van (lokaal) circulair inkopen (Eind 2025).
45
Ondernemers zijn zich bewust van de kansen op het gebied van circulaire economie Wat willen we bereiken? Circulaire economie wordt een thema bij het ondernemerscafé. De verantwoordelijk portefeuillehouder is Ronald Ter Hoeven. Speerpunt is R1 Stimulering Circulaire Economie.
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: ● Het begrip circulariteit en de kansen die hierbij behoren zijn onder de aandacht gebracht van alle ondernemersverenigingen (Eind 2025).
We streven naar een maximaal scheidingspercentage Wat willen we bereiken? Zo weinig mogelijk huishoudelijk restafval (we streven naar een maximaal scheidingspercentage) en goede kwaliteit van de apart ingezamelde grondstofstromen. Vanwege marktontwikkelingen (er zijn (te) weinig partijen voor een nieuw inzamelcontract) wordt in 2025 een strategische keuze gemaakt over de wijze van invulling van het afvalbeheer. De verantwoordelijk portefeuillehouder is Ronald Ter Hoeven. Speerpunt is R1 Stimulering Circulaire Economie. Welk risico of welke risico's staan dit doel in de weg? Omdat Procero heeft aangegeven te gaan stoppen met de afvalinzameling merken wij nu al dat hun inzet bij het realiseren van onze doelen onderdruk staat.
Beoogde resultaten: Bij dit doel horen de volgende resultaten: ● Het is duidelijk of we doorgaan als regiegemeente.
Wat mag het kosten? Wat mag het kosten?
(x € 1.000,-) R 2023
GB 2024
B 2025
B 2026
B 2027
B 2028
419
456
395
345
395
395
7
9
9
9
9
9
325
407
299
299
299
291
Subtotaal
751
872
704
653
703
696
3.1 Economische ontwikkeling
102
101
101
101
101
101
Lasten 3.1 Economische ontwikkeling 3.3 Bedr.loket en bedr.regelingen 3.4 Economische promotie
Baten
46
3.3 Bedr.loket en bedr.regelingen 3.4 Economische promotie
9
9
9
9
9
9
533
533
583
583
583
583
Subtotaal
644
643
693
693
693
693
Saldo van baten en lasten
-107
-230
-10
40
-10
-2
Toelichting op nieuwe lasten t.o.v. Kadernota 2025 Schrappen van het beschikbare budget. Dit heeft invloed op uitvoering plannen Circulaire Economie.