Agendabundel
Tekst van het document
Afvalwater niet zijnde 'schoon' hemelwater aansluiten op het riool;
Houdt bij het ontwerp rekening met de gemiddelde hoogste grondwaterstand;
De ontwikkeling dient in de gebruiksfase grondwaterneutraal te zijn. Structurele drainage of andere middelen om grondwater af te voeren zijn in principe niet toegestaan;
Geen uitlogende materialen gebruiken op plaatsen die in contact kunnen komen met (grond)water;
Er is sprake van een vrijstelling van het compenseren van de toename van verhard oppervlak als de toename minder is dan 1.500 m² in stedelijk gebied en 4.000 m² in landelijk gebied. beoordeling Voor dit plan is de digitale watertoets ingevuld en een rapportage opgesteld waar in is opgenomen op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van het waterschap Vallei en Veluwe). Hier wordt in paragraaf 4.6 en bijlage 4 nader op ingegaan.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Kleine Kernen De Structuurvisie Kleine Kernen is op 27 september 2016 door de gemeenteraad van Rheden vastgesteld. Het geeft richting aan de strategie, het beleid en de plannen voor De Steeg, Ellecom, Spankeren en Laag-Soeren. De visie beschrijft de gewenste ruimtelijke ontwikkeling op lange termijn en de daarvoor noodzakelijke maatregelen op korte termijn met als doel de leefbaarheid van de dorpen en hun omgeving in stand te houden en waar mogelijk te verbeteren. De grote verscheidenheid aan kwaliteiten in De Steeg, Ellecom, Spankeren en Laag-Soeren is waardevol en wordt gekoesterd. Het doel is de kernkwaliteiten van de dorpen en hun buitengebieden minimaal te behouden en waar nodig te versterken. De Harderwijkerweg vormt de ruggengraat van het dorp Laag-Soeren. Latere bebouwing ontstond vooral aan de westkant van deze weg. Met het recent gerealiseerde plan Hof van Soeren is er in ruimtelijk opzicht meer evenwicht ontstaan in het dorp. Aan de zuidoostzijde van Laag-Soeren is een deel van het buitengebied aangemerkt als beschermd dorpsgezicht, vanwege haar cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Laag-Soeren kent diverse aantrekkelijke woonmilieus met een groene uitstraling. Op de lokale woningmarkt is de doorstroming beperkt. Er komen weinig geschikte woningen voor jonge gezinnen vrij.
Ook zijn er weinig kleinere woningen beschikbaar voor senioren en starters.
24
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
In de Structuurvisie is aangegeven dat kleinschalige nieuwbouw, herontwikkeling van bestaande locaties en renovatie van de bestaande woningvoorraad moeten voorzien in de woningbehoefte in Laag-Soeren. bij nieuwe woningbouwontwikkelingen staat de vraag naar landelijke woonmilieus centraal, evenals een grotere differentiatie van de woningvoorraad. Er is vooral behoefte aan kleinere woningen, met name voor senioren. beoordeling De beëindiging van het tuincentrum biedt de kans om een kleinschalig woningbouwplan te ontwikkelen aan rand van het dorp. Het plan kent een ruime opzet, passend bij het landelijke karakter van Laag-Soeren. Het plan voorziet in verschillende woningtypes: tweeonder-een-kap, rijenwoningen en rug-aan-rugwoningen. De rug-aan-rugwoningen worden als huurwoning aangeboden, met als doelgroep senioren. Het plan sluit aan bij de wensen uit de Structuurvisie.
3.4.2 Woonvisie gemeente Rheden In 2020 is de Woonvisie 2020-2026 'Samen wonen in Rheden" vastgesteld. Deze visie laat een toekomstbeeld zien hoe inwoners kunnen wonen en leven in de gemeente. Daarnaast staat er in hoe de gemeente dit wil bereiken. De woonvisie bestaat uit 3 pijlers met daarbij subdoelen. De pijlers zijn als volgt: 1.
Leefbare wijken voor alle inwoners
We zien in Rheden de zorgelijke ontwikkeling dat verschillen tussen sterke en kwetsbare wijken steeds groter worden. In de kwetsbare wijken wonen steeds meer mensen met hele lage inkomens en inwoners voelen zich minder veilig. Omdat wij een gemeente willen zijn waar al onze inwoners prettig kunnen wonen en leven pakken we de segregatie aan. Waar dat nodig is zorgen we voor meer sociaal economische draagkracht van de wijken. Zo ontstaat er een situatie in wijken en buurten waar het Rhedens model voor zorg en ondersteuning, met name op het punt van samenredzaamheid is versterkt. 2.
Bestaande woningvoorraad duurzaam en toekomstbestendig
We staan in Nederland voor de grote opgave van de energietransitie. Het verbruik van energie uit fossiele brandstoffen zal drastisch omlaag moeten en we moeten meer duurzame energie gaan opwekken. Ook moeten we onze woningen en wijken aanpassen om weersextremen op te kunnen vangen en de biodiversiteit te vergroten. We willen circulair bouwen stimuleren, net zoals duurzame mobiliteit. Dit vraagt om een integrale aanpak, waarbij partijen samenwerken en per wijk ook de fysieke en sociale problematiek wordt aangepakt. Dit is een enorme uitdaging, die we samen aan willen gaan. Een toekomstbestendige woningvoorraad betekent ook dat we helpen om de woningvoorraad geschikt te maken voor de groeiende groep ouderen, die zo lang mogelijk zelfstandig moeten kunnen blijven wonen. 3.
Toevoegen van de juiste kwaliteit woningen.
Er is een groot woningtekort in Nederland. De komende jaren zullen er zo'n 700.000 woningen bij moeten komen. In de regio Arnhem/Nijmegen zijn er de komende 10 jaar 35.000 extra woningen nodig. Wij willen in Rheden graag meebouwen om het tekort terug te dringen.
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
25
Voor 2027 wil de gemeente 550 woning realiseren om zo het woningtekort terug te dringen. Er zijn voldoende plannen binnen de dorpen om dit tekort in te lopen. Om ook in de toekomst voldoende plannen hebben om te kunnen voldoen aan de woningvraag is overprogrammering noodzakelijk. Er is dan ook nog ruimte voor nieuwe plannen. In de Woonvisie zijn kwaliteitscriteria opgesteld voor de nieuwe woningen. Plannen moet voldoen aan de volgende kwaliteitscriteria:
70% betaalbaar: sociale huur, middeldure huur en betaalbare koop (NHG grens) (>5 won.). Afwijken van de genoemde 70% is mogelijk indien aangetoond wordt dat een project niet haalbaar blijkt;
Alle nieuwbouw levensloopgeschikt (bijlage 5 van de woonvisie);
Splitsen van panden toegestaan als: app.>70m2 (GBO), levensloopgeschikt en min. label B;
In Velp moeten woningen >70m2 (GBO) zijn, in de overige kernen >60m2 (GBO);
Panden ombouwen tot kamers is niet toegestaan;
Project moet passen in het woonprofiel per kern (bijlage 1 van de woonvisie);
Bij projecten van enige omvang stellen wij het gebruik van een meetinstrument (BREEAM of een vergelijkbaar instrument) om de duurzaamheidsscore inzichtelijk te maken verplicht. In de komende jaren wordt op basis van de eerste ervaringen met meetinstrumenten het gewenste ambitieniveau voor de duurzaamheidsscore bepaald. Tot die tijd is de ondergrens BREAAM: 'very good' (of een vergelijkbare score van een ander meetinstrument).
beoordeling Vanuit volkshuisvestelijk oogpunt staat de gemeente Rheden positief tegenover het toevoegen van nieuwe woningen in Laag-Soeren. Dat er een behoefte is blijkt uit het regionale woningmarktonderzoek van Companen uit 2019. Hierin staat benoemd dat er tot 2027 550 woningen extra nodig zijn binnen de gemeente Rheden. Er wordt voldaan aan de Woonvisie 2020-2026. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt bijgedragen aan het realiseren van woningen om het woningtekort tegen te gaan. Tevens zullen de woningen voldoen aan de duurzaamheidseisen en kwaliteitseisen van de gemeente. In plan wordt uitgegaan van 24 woningen van verschillende types: 12 tweekappers en 4 rijwoningen en 8 rug-aan-rugwoningen. Dit past binnen het volkshuisvestelijk beleid voor Laag-Soeren. Het concept van de rug-aan-rug-woningen biedt een volwaardige woning met tuin, tegen een betaalbare prijs. Doordat de achterkant van de woningen tegen elkaar gebouwd zijn, kan goedkoper worden gebouwd. Voor Laag-Soeren is dit een nieuw concept.
3.4.3 Nota Milieuzonering Rheden 2015 In de Nota Milieuzonering Rheden 2015 die op 26 mei 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld, is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met milieuzonering. De hoofdlijn is als volgt. Ten aanzien van dit aspect wordt de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering gehanteerd. In nieuwe situaties wordt getoetst aan de richtafstanden.
26
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
Afwijken van die afstanden is mogelijk mits gemotiveerd (met een onderzoek). In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden ook bestaande situaties beoordeeld. Bestaande bedrijven worden in principe zo bestemd dat zij minimaal kunnen blijven functioneren. Tenzij sprake is van een milieuknelpunt en bedrijfsbeëindiging is gewaarborgd. beoordeling De inpasbaarheid van voorliggend plan in het kader van het aspect milieuzonering staat beschreven in paragraaf 4.3 Milieuzonering.
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
27
Hoofdstuk 4 Haalbaarheid
Wanneer een bestemmingsplan wordt vervaardigd, dient dit plan binnen de planperiode uitvoerbaar te zijn. De uitvoerbaarheid wordt mede onderzocht door het te toetsen aan regelgeving, beleid van de gemeente en van andere overheden (zie hoofdstuk 3) en aan de uitkomsten van onderzoeken. In dit hoofdstuk worden de beoogde ontwikkelingen die onderhavig bestemmingsplan bevat, daaraan getoetst. Hier wordt de afweging beschreven die gemaakt is bij het leggen van de toepasselijke bestemmingen. Indien noodzakelijk bij nieuwe ontwikkelingen, wordt ingegaan op het opgestelde rapport. Bij de toetsing aan de haalbaarheidsaspecten is de gehele ontwikkeling beschouwd. Waar doelmatig is daarbij ingezoomd op specifiek het gedeelte gelegen binnen de gemeente Rheden en/of is getoetst aan het beleid van de gemeente Rheden.
4.1
Wonen kader In Hoofdstuk 3 is het beleidskader aangegeven waaraan getoetst dient te worden. beoordeling Ladder duurzame verstedelijking Voorliggend initiatief in zijn geheel betreft het realiseren van 24 woningen. Daarvan liggen er 22 in de gemeente Brummen en 2 (deels) in de gemeente Rheden. Voor de woningen binnen de gemeente Brummen is de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen (zie bestemmingsplan 'De Kwekerij, Laag Soeren'. De betreffende tekst is ook opgenomen in bijlage 12 van voorliggend plan). De woningen binnen het grondgebied van de gemeente Rheden worden gerealiseerd binnen het bestaand stedelijk gebied en zijn dusdanig kleinschalig van aard (twee woningen) waardoor er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
4.2
Bodem kader Daar waar het bestemmingsplan mogelijkheden bieden die uitstijgen boven de standaardmogelijkheden op een locatie die verdacht wordt van de aanwezigheid van een (ernstige) bodemverontreiniging, dient een bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Bodemonderzoeken die als onderbouwing dienen voor een bestemmingsplanherziening, mogen niet ouder zijn dan 5 jaar. beoordeling In het kader van voorliggende ontwikkeling is een verkennend en nader (asbest) bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 1. Op een deel van het terrein binnen de gemeente Brummen is asbest aangetroffen wat dient te
28
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
worden gesaneerd. Deze sanering is wettelijk verplicht en geborgd in de anterieure overeenkomst met de ontwikkelende partij. Binnen de gronden van de gemeente Rheden geven de resultaten geen aanleiding voor nader onderzoek. conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
4.3
Milieuzonering kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door middel van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding, afstand, tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. beoordeling Geur Ten noorden van het plangebied is op het Soerense Zand Zuid 19 t/m 23 een vleesvarkenshouderij gevestigd. Voor deze vleesvarkenshouderij is een vergunning afgegeven voor het houden van 760 vleesvarkens en 4 paarden. Omdat dit bedrijf een intensieve veehouderij betreft is er een onderzoek verricht naar het woon- en leefklimaat, zie bijlage 2. In dit onderzoek zijn ook de hobbymatige paardenhouderij ten noorden van het plangebied (Soerense Zand Zuid 25 en 27(a)) en de horecaonderneming ten zuiden van het plangebied (Soerense Zand Zuid 33) onderzocht ten aanzien van geur en luchtkwaliteit. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat voor de woningen aan de noordzijde van het plangebied niet voldaan wordt aan de norm van 2,0 odour units per kubieke meter die geldt voor woningen binnen de bebouwde kom. Wel wordt deze norm dicht benaderd (4,1 Ou/e). Bij de overschrijding wordt wel voldaan aan de vereiste afstandscriteria.
Ook de achtergrondbelasting kan als goed worden beoordeeld omdat er binnen een straal van 2 km geen andere (intensieve) veehouderijbedrijven liggen. Daarnaast levert de overschrijving geen extra belemmering op voor de veehouder in kwestie, omdat er op kortere afstand reeds andere woningen aanwezig zijn die in dat geval maatgevend zijn en door de ligging tegenover een Natura 2000-gebied, waardoor uitbreiding niet realistisch is. De overschrijding van de geurnormering hoeft an sich niet te betekenen dat geen goed woon- en leefklimaat kan worden aangetoond. Belangrijk hierbij is dat de gemeenteraad bij het vaststellen van een bestemmingsplan alle relevante feiten betrekt. Een te hoge geurbelasting dient te worden afgezet tegen de achtergrondbelasting van het gebied en andere aangedragen feiten, zoals het ruimtelijke belang en de omliggende functies. De nieuwvestiging mag de veehouderij niet belemmeren. In het rapport wordt gesteld dat er met een geurbelasting van maximaal 4,1 Ou/e
sprake is van een redelijk goed woon- en
leefklimaat voor de noordelijk gelegen woningen en een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de overige woningen. Voor een uitgebreide motivering wordt verwezen naar het rapport in bijlage 2.
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
29
Overige milieuaspecten De omgeving kan worden getypeerd als een 'gemengd gebied' met een menging van woningen, bedrijven, voorzieningen en detailhandel. Aangezien er sprake is van een gemengd gebied kunnen de richtafstanden op grond van de Staat van bedrijfsactiviteiten uit de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' van de VNG met 1 stap/categorie worden verkleind. In de omgeving van het plangebied zijn een aantal bedrijven gelegen die van belang kunnen zijn voor de ontwikkeling van de locatie. De navolgende richtafstanden gelden voor een rustige woonwijk. In de kolom 'grootste afstand' staat tussen haakjes de afstand die geldt voor in een gemengd gebied: Activiteit Vleesvarkens-
SBI 0146
categorie 4.1
geur 200
stof 30
geluid 50
gevaar grootste feitelijke afstand 0
houderij
afstand
tot plangebied
200
180 meter
(100)
(Soerense Zand Zuid 19 t/m 23) Wonen met
-
-
25 m
paarden -
tot
hobbymatig
stal
0
0
0
0
32 meter
(0)
(Soerense Zand Zuid 25-27) Restaurant/B&B
561
1
10
0
10
10
(Soerense Zand
10
0 meter
(0)
Zuid 33-35) Kerk
9491
2
0
0
30
0
(Eerbeekseweg 3) Woonzorglocatie
30
11 meter
(10) 871
2
10
0
30
(Harderwijker-
0
30
125 meter
(10)
weg 27) Uit voorgaande tabel blijkt dat voor de milieubelastende functies wordt voldaan aan de richtafstand voor gemengd gebied. Bij de woning Soerense Zand Zuid 27, net ten noorden van het plangebied (op grondgebied van Brummen), worden op hobbymatige wijze paarden gehouden. De eigenaar heeft hier een paardenbak en een paardencarrousel achter op zijn woonerf. Om in de toekomst overlast overlast van stof en geluid zoveel mogelijk tegen te gaan, is in overleg met de eigenaar een oplossing gevonden door op de perceelsgrens een 3 meter hoog kokosscherm te plaatsen (nb. dit betreft alleen het plandeel op Brummens grondgebied). Een dergelijk scherm heeft een geluidsabsorberende waarde en houdt ook stof tegen. Volksgezondheid Er zijn aanwijzingen dat veehouderijen effecten kunnen hebben op de gezondheid van mensen die in de nabijheid van veehouderijen wonen. Er is echter geen verplicht te toetsen regelgeving op dit aspect. Uit voorzorg wordt geadviseerd om afstand te houden tussen een veehouderij en de ontwikkeling van gevoelige bestemmingen zoals woningen, scholen en ziekenhuizen. Daarnaast is het advies om te streven naar vermindering van de emissie van geur, stof, endotoxinen en ammoniak.
30
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
In voorliggend plan is er sprake van een kleine overschrijding bij enkele geurgevoelige objecten, maar gesteld mag worden dat de volksgezondheid hiermee niet in het geding komt. Uit het RIVM-rapport Geur en gezondheid uit 2015 volgt dat de milieugezondheidskwaliteit in een concentratiegebied onvoldoende is bij een voorgrondbelasting van 14 tot 31,2 Ou/e. De belasting in voorliggend plan is met maximaal 4,1 Ou/e vele malen lager. conclusie Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect milieuzonering.
4.4
Luchtkwaliteit kader De eisen voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Deze wet kent grenswaarden en voor enkele stoffen ook plandrempels. De Wm heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging, onder andere als gevolg van het verkeer. Indien het uitoefenen van bevoegdheden, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen bestuursorganen die bevoegdheden uitoefenen wanneer aannemelijk is gemaakt dat sprake is van één van onderstaande gevallen (artikel 5.16 Wm):
het bestemmingsplan leidt niet tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden;
de luchtkwaliteit verbetert per saldo als gevolg van het bestemmingsplan blijft ten minste gelijk;
het bestemmingsplan draagt niet in betekende mate bij aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen;
de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)
Bij ministeriële regeling (de Regeling niet in betekende mate bijdragen) zijn categorieën van gevallen aangewezen, waarin (o.a.) het vaststellen van een bestemmingsplan dan wel het verlenen van een omgevingsvergunning voor een projectafwijking in ieder geval niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Wanneer een ontwikkeling valt onder de categorieën van gevallen is het niet nodig luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren. Voor onder meer woningbouwlocaties en kantoorlocaties zijn categorieën van gevallen aangewezen.
beoordeling Voorliggend initiatief betreft de realisatie van in totaal 24 nieuwe woningen (waarvan 2 woningen deels binnen de gemeente Rheden) op het perceel, waar voorheen een tuincentrum aanwezig was. De ontwikkeling valt onder de AMvB Niet in betekende mate. Derhalve is onderzoek voor dit aspect niet noodzakelijk. conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
31
4.5
Geluid kader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft betrekking op nieuwe ontwikkelingen. De wet noemt geluidsbronnen die in de ruimtelijke ordening van belang zijn. Binnen de gemeente zijn dit: wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. Deze bronnen hoeven niet binnen het plangebied te liggen. Nieuwe geprojecteerde geluidgevoelige functies binnen de zone van een bron moeten op het aspect geluidbelasting getoetst worden. Wegen die deel uitmaken van een woonerf of van een 30 km-gebied zijn hiervan uitgezonderd. De Wgh benoemt functies die gevoelig zijn voor geluidsbelasting van deze bronnen. Zo zijn bijvoorbeeld woningen en scholen 'geluidgevoelige bestemmingen'. De Wgh kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde'). Maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel terug te dringen moeten dan onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of financiële aard. Bij een geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien er gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels'.
De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48 dB tot en met 53 dB in buitenstedelijk gebied en in stedelijk gebied van 48 dB tot 63 dB en voor spoorweglawaai 55 dB tot en met 68 dB. Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde dient akoestisch onderzoek uitsluitsel te geven over de te verwachten geluidsbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen. In de op 27 april 2015 vastgestelde Nota Hogere Waarden Wet geluidhinder Rheden 2015 hebben burgemeester en wethouders vastgelegd hoe zij omgaan met het verlenen van hogere grenswaarden. beoordeling In het kader van voorliggende ontwikkeling is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het rapport is opgenomen in bijlage 3. Het plangebied ligt binnen de onderzoekszones van de Eerbeekseweg en de Harderwijkerweg. Uit het onderzoek volgt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Daarnaast heeft het initiatief tot gevolg dat de verkeersbewegingen van en naar het tuincentrum worden vervangen door de verkeersbewegingen van en naar de woningen. Omdat het aantal verkeersbewegingen afneemt leidt het verkeer van en naar de woningen tot een lagere geluidbelasting op de omgeving dan het verkeer van en naar het tuincentrum. conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het vaststellen van dit bestemmingsplan.
32
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
4.6
Water kader Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en water(over)last voorkomen worden en kan ook de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Daarom is het noodzakelijk dat gebiedseigen water zo lang mogelijk in het gebied zelf blijft. Dit gebeurt door middel van het afkoppelen van het schone hemelwater (regen) wat op verhardingen valt zoals bijvoorbeeld de daken. Wanneer voor bouwplannen een bestemmingsplanwijziging nodig is, is het opnemen van een waterparagraaf verplicht. De waterparagraaf beschrijft de invloed van het plan op het watersysteem en geeft aan welke eisen het watersysteem aan het plan oplegt. Ook worden de waterhuishoudkundige consequenties van het plan meegenomen. Uitgangspunt hierbij is dat een ruimtelijk plan niet mag leiden tot een verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie. Het watersysteem in stedelijk en landelijk gebied moet een bui die eens in de 100 jaar voorkomt (T=100, 60 mm) blijven functioneren. Het waterschap Vallei en Veluwe hanteert een vrijstelling van compensatie als de toename van het verhard oppervlak minder is dan 1.500 m² in stedelijk gebied en 4.000 m² in landelijk gebied. beoordeling infiltratie en waterberging Ten behoeve van de gehele ontwikkeling is een watertoets-rapportage opgesteld, opgenomen in bijlage 4.
De doorlatendheid van de bodem wordt over het algemeen geclassificeerd als goed tot zeer goed doorlatend. De bodem is geschikt voor de infiltratie van hemelwater. In het rapport zijn de oppervlakten van de huidige en toekomstige bebouwingen en verhardingen bepaald. Het verhard oppervlak van de gehele ontwikkeling na realisering van het plan bedraagt ca. 5.535 m². Dit is een toename van 345 m² ten opzichte van de bestaande situatie. Deze toename aan verharding heeft alleen betrekking op de gronden binnen de gemeente Brummen, de gronden binnen de gemeente Rheden zijn in de huidige situatie geheel verhard. De compenserende maatregelen worden dan ook uitgevoerd binnen het grondgebied van de gemeente Brummen en binnen voorliggend bestemmingsplan niet verder beschouwd. Voor een uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar bijlage 4. beoordeling riolering Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een verandering in het aanbod van vuilwater op het riool. Voor de berekening van het toekomstige aanbod en eventuele toename hierin, is voor de berekening uitgegaan van een gemiddeld verbruik van 120 liter per dag geproduceerd per IE. Per woning wordt uitgegaan van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners. Dit betekent dat er dus 2,5 x 120 liter = 300 liter per dag per woning wordt geloosd.
Conform het planontwerp zullen er in totaal 24 woningen (23 woningen binnen de gemeente Brummen en 1 woning binnen de gemeente Rheden) worden gerealiseerd. Dit komt overeen met een aanbod c.q. toename van circa 7,2 m³/dag. De berekening is gebaseerd op basis van aannames en betreft derhalve een indicatie van hoeveelheden.
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
33
Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel van de gemeente Rheden. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken worden. Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd moeten worden. conclusie Vanuit het aspect water bestaan geen belemmeringen voor het vaststellen van dit bestemmingsplan. De ontwikkeling kan waterneutraal worden uitgevoerd.
4.7
Niet gesprongen explosieven kader In opdracht van de gemeente is in 2016 een historisch vooronderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van explosieven afkomstig uit de Tweede Wereldoorlog. De resultaten voor het plangebied zijn in beeld gebracht. De wijze waarop met de mogelijke aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven wordt omgegaan is vastgelegd in Nota standaardplanmethodiek bestemmingsplannen dorpen Rheden 2015. beoordeling In het plangebied is er geen sprake van een verdacht deelgebied. conclusie Het aspect niet gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan.
4.8
Externe veiligheid kader Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd.
34
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. In beginsel zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 60 meter en geen zeer kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 160 meter toegestaan.
Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico’s vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. beoordeling De te realiseren woningen worden aangemerkt als (nieuw) kwetsbaar object. Bij een woningbezetting van gemiddeld 2,4 personen per woning, komen er ongeveer 58 mensen bij in deze omgeving. Dit is meer dan 10 personen zodat er mogelijk sprake is van een groepsrisico. Externe veiligheid is daarom relevant.
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
35
Overzichtstekening planlocatie (blauw omlijnd) en risicobronnen (bron: Omgevingsdienst Veluwe IJssel) In de directe nabijheid van de planlocatie zijn geen stationaire risicobronnen gevestigd die mogelijk een belemmering vormen voor dit initiatief. Er is een mobiele risicobron in de directe nabijheid van de planlocatie die een belemmering kan opleveren voor het initiatief. Het betreft de hogedrukaardgasbuisleiding N559-28 ten oosten van de planlocatie. De hogedruk aardgasbuisleiding N559-28 ligt op een afstand van ongeveer 128 m van de aan de oostzijde gelegen percelen H-2834 en 3161 in Brummen. De buisleiding heeft een 100%-letaalzone van 40 m en een 1%-letaalzone van 75 m. Het plangebied ligt derhalve buiten de veiligheidsafstand van deze buisleiding. De leiding vormt wettelijk geen belemmering voor het initiatief. Er hoeft geen verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Over het plan is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Dit advies is opgenomen in bijlage 5. De VNOG geeft hierin adviezen over duurzaamheid, bestrijdbaarheid (bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid) en zelfredzaamheid. conclusie Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect externe veiligheid.
36
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
4.9
Natuur en Landschap kader De bescherming van gebieden is vastgelegd de Wet Natuurbescherming en de Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, Waardevol open gebied, Nationaal landschap). Voor de bescherming van soorten (flora en fauna) geldt de Wet Natuurbescherming. Gebiedsbescherming Op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn speciale beschermingszones aangewezen. Samen vormen zij Natura 2000, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. De bescherming van de Natura 2000 gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. De Veluwe en Rijntakken zijn aangewezen als Natura 2000-gebieden. Binnen deze gebieden mag de kwaliteit van de natuurlijke habitat en leefgebieden van aanwezige soorten niet verslechteren en mogen er geen storende factoren optreden die een significant negatief effect hebben. Dit geldt niet alleen voor de activiteiten en ingrepen in het gebied zelf, maar ook voor activiteiten en ingrepen daar buiten die invloed kunnen hebben op het gebied. Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het GNN bestaat uit alle bestaande natuur en een zoekgebied voor nog te realiseren nieuwe natuur. In het GNN geldt: in de basis hier geen nieuwe initiatieven. Er zijn enkele uitzonderingen mogelijk, hiervoor gelden specifieke regels die garanderen dat het GNN in stand blijft.
Groene Ontwikkelingszone (GO) De GO is een gebied waar partners en partijen worden uitgenodigd om actief 'groen' doelen mee te helpen realiseren. Er is in dit gebied ruimte voor de verdere ontwikkeling van bestaande en bij het gebied behorende bedrijvigheid of bewoning. Het landelijk Natuurnetwerk Nederland, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is binnen de provincie beschermd. Veel natuurgebieden en voor planten en dieren waardevolle cultuurlandschappen maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het Gelders Natuurnetwerk wordt gevormd door de bestaande natuurgebieden uit de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. De gebieden in de Groene Ontwikkelingszone zijn waardevol voor de natuur maar hebben daarnaast tevens een andere functie. Veel kleinschalige cultuurlandschappen met landschapselementen zijn aangewezen als Groene ontwikkelingszone. Daarnaast worden in de Omgevingsverordening beschermd het Waardevol open gebied en het Nationaal landschap. Soortenbescherming Ook de bescherming van soorten is geregeld in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Bij nieuwe ontwikkelingen moet onderzocht worden welke gevolgen dit heeft voor de aanwezige beschermde soorten en/of hun leefomgeving.
Als een plan (in)direct kan leiden tot de verstoring van een beschermde soort of vernietiging van het leefgebied, een vast rust- of verblijfplaats, kan het project strijdig zijn met de Wnb. De wet kent drie verschillende beschermingsregimes:
alle van nature in het wild levende vogels: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Vogelrichtlijn;
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
37
soorten opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I en II van het Verdrag van Bern en bijlage II van het Verdrag van Bonn: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Habitatrichtlijn;
andere soorten genoemd in bijlage A van de Wnb: de bescherming van deze soorten, die veelal op de rode lijst staan, is iets minder stringent dan die van de Vogel- en Habitatrichtlijn;
De provincie heeft in de Omgevingsverordening aangegeven voor welke algemeen voorkomende soorten een vrijstelling geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen. beoordeling Ten behoeve van de gehele ontwikkeling is een Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Deze rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 6. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op korte afstand van een uitloper van het Natura 2000-gebied Veluwe. De afstand bedraagt circa 25 meter. Dit betreft bos, echter geen habitattype. Ook de Natura 2000-gebieden Brummense Landgoederen en Rijntakken liggen relatief dichtbij. Voor de gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle relevante in het gebied aanwezige habitattypen en soorten. Er zijn geen directe effecten als verlies van areaal of leefgebied door ruimtebeslag. Geschikt leefgebied wordt aangegeven voor zwarte specht voor het kleine, enigszins geïsoleerd gelegen bosdeel aan de overzijde van de weg, waarschijnlijk slechts gebruikt voor foerageren. De zwarte specht is echter weinig gevoelig voor verstoring. Geconcludeerd wordt dat de planontwikkeling geen nadelige effecten heeft op de zwarte specht. Dat geldt zowel voor de sloop- en aanlegfase als in het gebruik van het plangebied. Voor andere soorten is het op basis van habitatongeschiktheid niet reëel dat ze daadwerkelijk voorkomen in het bosperceel tegenover het plangebied.
Om het externe effect van vermesting op voor stikstof gevoelige habitattypen te bepalen is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd met behulp van het rekenprogramma Aerius. Uit de berekening blijkt dat zowel de aanlegfase als de gebruiksfase een bijdrage aan de stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar veroorzaakt op de Natura 2000-gebieden in de omgeving. Anderzijds vindt er ook een afname van stikstofdepositie plaats. Door het amoveren van het tuincentrum is er sprake van een vermindering van het aantal verkeersbewegingen dan toen het tuincentrum in bedrijf was. Voor het project is een vergunning van de Wet natuurbescherming aangevraagd (zie bijlage 7). Deze vergunning is ook reeds verleend door de provincie Gelderland (zie bijlage 8). Hierbij is gebruik gemaakt van de beleidsregels van de provincie Gelderland voor intern en extern salderen, waarbij ruimte uit het stikstofregistratiesysteem als bedoeld in paragraaf 2.1.2 van de Regeling natuurbescherming (spoedaanpak stikstof bouw en infrastructuur) aan projecten wordt toegekend. De activiteiten vinden plaats buiten de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Er hoeft niet getoetst te worden aan de externe werking van maatregelen.
38
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
Soortenbescherming Het plangebied was in gebruik als tuincentrum. De bebouwing bestaat uit kassen van glas met enkele aanbouwen van hout en metaal. Verder bestaat het terrein uit verharding en kale grond. Er worden geen bomen gekapt. Op basis van het veldbezoek en het ontbreken van geschikt habitat kunnen beschermde soorten uitgesloten worden. conclusie Het aspect natuur en landschap vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. De provincie Gelderland heeft een vergunning Wet natuurbescherming verleend.
4.10
Archeologie en Cultuurhistorie kader Vanaf 2012 geldt de verplichting dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de cultuurhistorische (waaronder de archeologische) waarden in het plangebied. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden die onder andere de Monumentenwet 1988 vervangt. Ten aanzien van archeologie blijven belangrijke punten:
nadruk op 'behoud in situ'; archeologische resten moeten zoveel mogelijk in de bodem zelf bewaard blijven;
toepassing van het principe dat de verstoorder betaalt. De initiatiefnemer/ projectontwikkelaar betaalt de kosten voor het noodzakelijk archeologisch onderzoek;
het vergunningenstelsel voor opgravingen is echter vervangen door een certificering stelsel. Alleen conform de bepalingen van de Erfgoedwet gecertificeerde bedrijven en overheidsinstanties mogen opgravingen verrichten. In de wet is voorzien in een overgangsbepaling.
Daarnaast dient in deze toelichting beschreven te worden de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. beoordeling Archeologie Voor het plangebied is in 2014 is een bureauonderzoek en karterend booronderzoek uitgevoerd (zie bijlage 9). Op basis van het archeologisch onderzoek kan worden geconcludeerd dat de bodem ter plaatse van het plangebied niet meer intact is, dan wel geen aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van archeologisch relevante niveaus en archeologische indicatoren. Middels een selectiebesluit is het plangebied vrijgegeven voor wat betreft archeologie. Dit besluit is opgenomen in bijlage 10. conclusie Vanuit archeologie is geen belemmering om tot vaststelling van het plan over te gaan. beoordeling Cultuurhistorie Een deel van het dorp Laag-Soeren is aangewezen als rijksbeschermd dorpsgezicht. Dit betreft het grotendeels open, landelijk gebied ten westen en zuiden van de kern. Voorliggend plangebied ligt daarbuiten.
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
39
Aan de overzijde van de Eerbeekseweg ligt de Nederland Hervormde kerk. Dit is een gemeentelijk monument. Bij het stedenbouwkundig ontwerp is hier rekening mee gehouden door een terugliggende rooilijn aan te houden, waardoor de afstand van de bebouwing tot de weg (en daarmee tot de kerk) wordt vergroot. De nieuwe woning gaat niet in het beeld concurreren met de kerk. conclusie Voor cultuurhistorie bestaat geen belemmering om tot vaststelling van onderhavig plan over te gaan.
4.11 Verkeer en parkeren Voor het haalbaarheidsaspect verkeer en parkeren is de gehele ontwikkeling met 24 woningen beschouwd en voor de volledigheid getoetst aan zowel het beleid van Rheden als van Brummen. kader parkeren In de gemeente Rheden vormen voor het parkeren de bepalingen uit de Nota Parkeernormen Rheden 2015 de grondslag. Het beleid is vastgelegd bij de vaststelling door de gemeenteraad op 26 mei 2015.
Voor rijwoningen en appartementen geldt een
parkeernorm van 1,4 parkeerplaats per woning voor twee-onder-één kap en vrijstaande woningen bedraagt de parkeernorm 1,6 parkeerplaats per woning. In de gemeente Brummen vormen de bepalingen uit het Paraplubestemmingsplan Parkeren (vastgesteld 18 oktober 2018) de grondslag. Voor rijwoningen geldt een parkeernorm van 1,5 parkeerplaats per woning, voor twee-onder-één kap woningen bedraagt de parkeernorm 1,7 parkeerplaats per woning en voor de rug-aan-rug woningen in de sociale huur bedraagt de parkeernorm 1,3 parkeerplaats per woning. Tevens is de bruikbaarheid van de parkeervoorzieningen van belang. beoordeling parkeren Met voorliggend initiatief worden 8 rug-aan-rug woningen, 4 rijenwoningen en 12 tweeonder-een-kap woningen gerealiseerd. Op basis van deze gegevens kan onderstaande parkeerbehoefte worden berekend. Woningtype Koop,
aantal
parkeernorm parkeernorm parkeerbehoefte
parkeerbehoefte
woningen Rheden
Brummen
Rheden
Brummen
4
1,4
1,5
5,6
6
12
1,6
1,7
19,2
20,4
8
1,4
1,3
11,2
10,4
36
36,8
rijwoningen Koop, tweeonder-een-kap Rug-aan-rug woningen, sociale huur Totaal
40
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
Volgens deze normen zijn er op basis van het beleid van Rheden minimaal 36 parkeerplaatsen nodig en op basis van het beleid van Brummen 36,8. In voorliggend plan krijgen 5 woningen een dubbele oprit waar ruimte is om twee auto's naast elkaar te parkeren (deze tellen mee als 1,8 pp). Drie woningen krijgen een lange oprit (telt als 1,3 pp). De twee-onder-een-kapwoningen aan de zuidkant krijgen elk één parkeerplaats op eigen terrein. Daarmee kunnen in totaal 18,9 pp worden toegerekend aan het parkeren op eigen erf. Centraal in het plan worden 17 openbare parkeerplaatsen gerealiseerd, onder meer ten behoeve van de rug-aan-rugwoningen. Ten noorden van het plangebied worden nog eens 5 openbare parkeerplaatsen aangelegd, die ook door bezoekers van de kerk gebruikt kunnen worden. De planopzet voldoet in beide gemeenten aan de parkeernormen zoals gesteld. Deze is op een ruimtelijk verantwoorde wijze ingepast.
Verkeer/infrastructuur Het initiatief omvat de bouw van 24 woningen op de locatie van een voormalig tuincentrum. Ten behoeve van het plan wordt een nieuwe straat aangelegd die aansluit op de Eerbeekseweg/Soerense Zand Zuid. De sluit na 100 meter aan op de Harderwijkerweg, wat de gebiedsontsluitingsweg door het dorp is. De verwachte verkeersgeneratie als gevolg van voorliggend plan is berekend op basis van kencijfers van het CROW (publicatie 381):
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
41
Woningtype
aantal woningen
verkeersgeneratie -
verkeersgeneratie -
kencijfers
totaal
Koop, rijenwoningen
4
7,0 - 7,8
28,0 - 31,2
Koop, twee-onder-
12
7,4 - 8,2
88,8 - 98,4
8
5,2 - 6,0
41,6 - 48,0
een-kap Rug-aan-rug woningen, sociale huur Totaal
158 - 178
De totale verkeersgeneratie als gevolg van het plan bedraagt maximaal ca. 178 motorvoertuigen per etmaal. Zowel de Eerbeekseweg als de Harderwijkerweg hebben voldoende capaciteit om dit verkeersaanbod te verwerken. De toekomstige hoeveelheid verkeer is naar verwachting minder dan in de situatie dat het tuincentrum nog in bedrijf was (bron: bijlage 3). Het aantal verkeersbewegingen neemt dus per saldo af. conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
4.12 Milieueffect rapportage kader Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Welke activiteiten dat zijn is vastgelegd in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). De activiteiten zijn onderverdeeld in:
activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (onderdeel C van de bijlage bij Besluit m.e.r.);
activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben milieu (onderdeel D van de bijlage bij Besluit m.e.r.).
Aan het merendeel van de activiteiten zijn drempelwaarden gekoppeld:
Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en de activiteit de drempelwaarde overschrijdt, geldt een m.e.r.-plicht.
Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht.
Een m.e.r.-beoordeling is in ieder geval verplicht als de drempelwaarde wordt overschreden. De verplichting geldt (sinds 1 april 2011) ook als de drempelwaarde niet wordt overschreden maar toch niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu. Gevolg van dat laatste is dat in een bestemmingsplan voor een activiteit die voorkomt in onderdeel D maar waarbij de omvang onder de drempelwaarde ligt, gemotiveerd moet worden of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor deze
42
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
toets gelden geen vormvereisten en daarom wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. In onderdeel D.11.2 is opgenomen: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De nota van toelichting van het Besluit m.e.r. (Stb. 2011, 102) zegt hierover dat het kan gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen e.d. of combinatie daarvan. Wat stedelijke ontwikkeling inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Wat van belang bij de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject is of er per saldo aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen zijn. In dit bestemmingsplan is er sprake van een herinrichting van een bestaand woongebied waardoor er, zoals ook blijkt uit dit hoofdstuk, per saldo geen aanzienlijke gevolgen voor het milieu zijn. beoordeling Voorliggend initiatief betreft de realisatie van in totaal 24 nieuwe woningen op het perceel, waar voorheen een tuincentrum aanwezig was. Voor het plan is een Aanmeldnotitie m.e.r. opgesteld waarin is getoetst of belangrijke nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten. Hierin is de gehele ontwikkeling beschouwd. Dit rapport is opgenomen in bijlage 11.
In het onderzoek wordt geconcludeerd dat, gelet op de kenmerken en plaats van het project en de kenmerken van potentiële effecten, de voorgenomen activiteiten niet zullen leiden tot significant negatieve effecten. Vanwege het ontbreken van belangrijke nadelige effecten is er geen formele beoordeling op grond van het Besluit m.e.r. noodzakelijk. conclusie Het plan leidt niet tot belangrijke negatieve milieugevolgen. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
43
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten
5.1
Algemeen Een bestemmingsplan is een juridisch instrument en bestaat uit een verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en regels leggen de bouw- en gebruiksmogelijkheden vast van de grond en de opstallen. Het plan is voor iedereen juridisch bindend: burger, bedrijf of overheid. In de digitale omgeving zijn de bestemming en de daarbij geldende regels reeds gekoppeld. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een verbeelding op papier. Nadat op de verbeelding de locatie is opgezocht waarover informatie wordt gewenst, kan in de regels worden nagelezen welke mogelijkheden zijn vastgelegd. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat wordt toegelaten. De digitale versie is bindend bij een verschil met de papieren versie. De toelichting is een beschrijving van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt en vervat de resultaten van het overleg met gemeenten, waterschappen en diensten van de provincie en rijk wiens belangen in het plan in geding zijn. Per 1 januari 2010 geldt de verplichting dat bestemmingsplannen volgens een landelijke digitale opzet (digitale standaarden) worden opgesteld. De Wro geeft voorts een aantal verplichtingen, die bij de totstandkoming van een bestemmingsplan gevolgd moeten worden.
5.2
Procedure bestemmingsplan De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken en het ontwerpbesluit, moeten worden gepubliceerd waarbij de gelegenheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Nadat de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft genomen, ligt het plan wederom ter inzage. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, evenals belanghebbenden die niet kunnen worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend, kunnen dan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de wijzigingen die bij de vaststelling in het bestemmingsplan zijn aangebracht, kan iedere belanghebbende beroep instellen. De herziening treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als geen beroep is ingesteld. Is wel beroep ingesteld dan treedt de herziening ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak op het beroepschrift.
44
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
5.3
Verbeelding en regels De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. Ze moeten in samenhang worden bezien en toegepast. De wijze waarop een bestemmingsplan vorm krijgt, is vastgelegd in landelijke standaarden.
5.3.1 Verbeelding Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak.
Ter nadere invulling c.q. verbijzondering van deze
bestemmingen is de verbeelding voorzien van aanduidingen. Op basis van de aanduidingen worden functies aan de bestemming toegevoegd of verwijderd, of worden aanwijzingen gegeven ten aanzien van aantallen of maatvoeringen. De verbeelding moet worden bezien in samenhang met de regels. Voor de verdere uitleg hiervan wordt verwezen naar onderstaande uitleg onder 5.3.2. Voor de beschrijving van het bestemmingsplan wordt verwezen naar 2.2.
5.3.2 Regels De bestemmingsplanplanregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken. Deze worden kort beschreven. Daarna volgt een toelichting op deze regels. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels bepaald (artikel 2). Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Eerst de bestemmingsregels en vervolgens de dubbelbestemmingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend worden de (eventuele) afwijkingsmogelijkheden ten aanzien van het bouwen en het gebruik omschreven. Daarna de specifieke gebruiksregels en de vergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde (aanlegvergunningenstelsel), voor zover dit aan de orde is. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld.
Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Denk aan de anti-dubbeltelregel en de regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen. Een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is, zoals het woord het al zegt, een mogelijkheid in het bestemmingsplan zelf om af te wijken van de regels uit datzelfde bestemmingsplan. Dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingsmogelijkheden. De (bestemmings)regels moeten altijd in samenhang met de algemene regels worden gelezen vóórdat op basis van de bestemmingsregels interpretaties worden verricht.
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
45
In dit hoofdstuk worden ook regels gegeven over het ondergronds bouwen. Daarbij zal in voorkomende gevallen door middel van een geohydrologisch onderzoek aangetoond moeten worden dat grondwaterstromen niet worden verstoord. De oppervlakte van een ondergrondse ruimte wordt niet meegeteld indien een maximum is gesteld. Ten aanzien van de vereiste parkeergelegenheid op het bijbehorende terrein, wordt verwezen naar Bijlage 3 Parkeernormen bij onderhavig plan. Deze normen zijn gebaseerd op de Nota Parkeernormen van de gemeente Rheden. Wat voldoende is, wordt op basis van deze normen niet alleen bepaald bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning, maar ook bij een eventuele wijziging in het gebruik. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel). Toelichting regels Voor zover relevant worden de regels hierna nog artikelsgewijs nader toegelicht. De voor dit bestemmingsplan relevante bestemmingen en aanduidingen zijn reeds nader toegelicht in 2.2. Begrippen Voor een goede uitleg van de regels moeten de begripsbepalingen correct worden toegepast. Zij bieden uitsluitsel over de gebruikte termen en zijn doorslaggevend bij de interpretatie van de regels.
Ten aanzien van het begrip 1.14 bijgebouw kan nog worden opgemerkt dat expliciet niet is gekozen voor de term 'bijbehorend bouwwerk' waar in de Wabo van wordt gesproken. Dit vloeit voort uit de keuze om in beginsel geen functieonderscheid voor te schrijven tussen hoofd- en bijgebouw. Opgemerkt wordt dat een carport onder het begrip overkapping valt. Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe dient te worden gemeten. Bij het toepassen van de betreffende regels (zoals opgenomen in de algemene aanduidingsregels van dit plan) dient dus te worden gemeten conform de aangegeven meetmethodiek. Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze zou zich kunnen voordoen indien een deel van een bouwperceel dat al bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken wederom bij een dergelijke berekening, doch nu ten behoeve van een ander bouwperceel wordt betrokken. Algemene bouwregels Voor diverse geringe bouwonderdelen geldt, dat deze bij de toets aan de planregels als zodanig buiten beschouwing worden gelaten. Daarnaast is een regeling voor ondergronds bouwen opgenomen. Hoofdregel is, dat hetgeen bovengronds is toegestaan, ook ondergronds kan worden toegestaan. Daarnaast zijn enkele verbijzonderingen opgenomen. De tekst van de regeling volgt uit het Bro.
46
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
Algemene gebruiksregels Voor de redactie van dit artikel is de algemene formulering aangehouden. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. In beginsel is de bestemmingsomschrijving van de betreffende bestemming bepalend. Verder wordt nog voorzien in een regeling ten aanzien van het parkeren en de parkeernormen. De parkeernormen zijn voor alle bestemmingen van toepassing. Zij zijn als bijlage bij de regels opgenomen en maken als zodanig onderdeel uit van de regels van het voorliggende bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels Aan burgemeester en wethouders wordt hier de bevoegdheid gegeven om af te wijken van de bestemmingsregels. Evident is dat niet alle afwijkingsregels op alle bestemmingen van toepassing zijn. Voorts is van belang dat het bestaan van de bevoegdheid niet mag leiden tot een automatisme in het afwijken: conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten burgemeester en wethouders de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afwegen. Overigens is de bevoegdheid beperkt in die zin dat geen omgevingsvergunning voor afwijken mag worden verleend indien onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een aantal met name genoemde belangen. Overgangsrecht De redactie van dit recht volgt uit het Bro. Bij het overgangsrecht wordt onderscheid gemaakt naar bouwwerken en gebruik.
Bij bouwwerken gaat het er om of ze op de peildatum in enigerlei opzicht afwijken van het plan. Doorgaans betreffen die afwijkingen de bouwregels. Ze mogen gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd of na een calamiteit worden herbouwd, mits de bestaande afwijkingen naar hun aard niet worden vergroot. Bij de vraag of de afwijking wordt vergroot kan ook het gebruik relevant zijn. Van de mogelijkheid tot gedeeltelijke vernieuwing of verandering zijn uitgesloten de illegale bouwwerken. Daaronder worden verstaan de bouwwerken die zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning - voor zover vereist - zijn gebouwd in strijd met het toen geldende bestemmingsplan. Voor een vergroting van de inhoud van een bouwwerk met niet meer dan 5% kan met een omgevingsvergunning eenmalig worden afgeweken. Peildatum voor bouwwerken is het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het gebruik is bepaald dat bestaand, met het plan strijdig gebruik mag worden voortgezet. Een uitsluitingsclausule is opgenomen voor gebruik dat al in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Deze regel laat de wrakingsjurisprudentie onverlet.
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
47
5.4
Reikwijdte bestemmingsplan Om te beoordelen of een ontwikkeling kan worden gerealiseerd, is het soms niet voldoende om alleen af te gaan op de inhoud van het bestemmingsplan. Ook indien het bestemmingsplan een ontwikkeling toestaat, kan het voorkomen dat andere regelgeving of dat gesloten verdragen de daadwerkelijke uitvoering verhinderen of pas na bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek mogelijk maken. De kaders die het bestemmingsplan biedt ten aanzien van nieuwe bouwmogelijkheden/bouwplaninitiatieven, bieden geen garantie voor de te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen. Bouwplannen zullen naast de toets aan onderhavig bestemmingsplan tevens worden getoetst aan, en dienen te voldoen aan, zowel het landelijke Bouwbesluit als de bouwverordening (vastgesteld door de gemeenteraad). Voor onderhavig plan is een Beeldkwaliteitsplan opgesteld. Deze is als bijlage 1 bij de regels opgenomen. De (onafhankelijke) welstandscommissie (de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van Gelders Genootschap) adviseert of het bouwplan op basis van de criteria in het Beeldkwaliteitsplan voldoet aan redelijke eisen van welstand.
5.5
Handhaving Het bestemmingsplan maakt op een eenvoudige wijze duidelijk wat is toegelaten en is daarmee goed handhaafbaar. Burgemeester en wethouders kunnen bestuursrechtelijk optreden tegen activiteiten die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Daartoe is beleid vastgesteld. Daarnaast kan ook via de strafrechtelijke weg worden opgetreden. Een overtreding van de regels is een strafbaar feit waarop de Wet op de Economische Delicten van toepassing is.
48
Laag-Soeren, Eerbeekseweg 14 (De Kwekerij) (vastgesteld)
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid